02-06-2022 Bijlage 2. Toelichting vast te stellen ‘Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a-18’.pdf
Tekst van het document
DeelA - paragraaf 4.7.4 "Linten en bebouwinasciusterä' De "Linten en bebouwingsclusters" zoals de Loonse Molenstraat zijn de identiteitsdragers van het landschap. Het karakter van de linten in het buitengebied verandert echter langzaam maar zeker door verschuiving van agrarische bedrijvigheid naar particulier en commercieel niet-agrarisch grondgebruik en door de toenemende intensivering van de landbouwsector. Binnen deze gebieden zijn (nieuwe) ontwikkelingen principe toegestaan omdat ze kunnen bijdragen aan de plattelandseconomie, maar ze dienen wel de bestaande kwaliteiten van de linten te versterken. Handreikingen voor particuliere initiatieven zijn gegeven per bebouwingslint-/ cluster in een nog op te stellen "Lintenvisie". Wel kan er al aansluiting gezocht worden met de "Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties Loon op Zand".
DeelB - paragraaf 8.7 "Historische linten, bebouwingsclusters en aantrekkelijke dorpen" Zoals benoemd is deel B het projectplan van de structuurvisie. Voor het historische lint aan de Loonse Molenstraat zijn ontwikkelingen in het lint in principe toegestaan omdat ze kunnen bijdragen aan de Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
18
plattelandseconomie, maar dienen wel de bestaande kwaliteiten van de linten te versterken. Dit is in het verlengde van Deel A. Daarnaast hebben de nieuwe ontwikkelingen geen overlast voor omwonenden door bijvoorbeeld geluid- of parkeerproblemen tot gevolg en bij niet-agrarische bedrijven in het buitengebied die te groot worden of die een milieucategorie hebben hoger dan 2 is het streven van de gemeente naar uitplaatsing naar de bedrijvenparken. Ook heeft de gemeente het streven om de ruimtelijke kwaliteit en de herkenbaarheid van de linten als doorgaande structuren vergroten. Gebiedsvisie voor bebouwinasconcentraties Loon op Zand De "Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties Loon op Zand" beschrijft de mogelijkheden van de diverse bebouwingsconcentraties. In de aangewezen bebouwingsconcentraties wordt de mogelijkheid geboden aan bestaande bedrijven om (in ruil voor ontstening) in ruimere mate van functie te wijzigen dan elders in het buitengebied. De afweging van de mogelijkheden hebben twee factoren, een ruimtelijke- en een functionele factor. De functionele factor kan betrekking hebben op meerdere functies waarbij een agrarisch verwante functie een voorkeur heeft boven recreatie en wonen. Hierbij kunnen, onder voorwaarden, voor nieuwe functies meer m2 worden toegestaan ten opzichte van het overige buitengebied.
Betreffende de ruimtelijke factoren hangt het in sterke mate af van de ligging in en de draagkracht van het omringende gebied. De vrije ligging van de Loonse Molenstraat in het landschap en ten opzichte van de kernen vraagt om een zorgvuldige inpassing. De Loonse Molenstraat heeft tegenwoordig nog steeds een agrarisch karakter. De aanwezige bebouwing is echter niet allemaal meer in agrarisch gebruik. Naast de agrarische functie zijn in het woonlint ook de functies wonen, recreatie en niet-agrarische bedrijvigheid te vinden. Een deel van de bebouwing is cultuurhistorisch waardevol, zoals de voormalige molen. Het historische karakter van het oude lint aan de Loonse Molenstraat dient behouden te blijven. De verkeersontsluiting is goed en tevens zijn de bouwmassa's redelijk royaal ten opzichte van elkaar gesitueerd. Daarom zijn diverse ontwikkelingen | functie veranderingen mogelijk. Functieverandering naar een andere dan de agrarische functie is mogelijk, mits de bestaande agrarische activiteiten in de omgeving niet worden belemmerd.
Conclusie Onderhavig initiatief is een bestaand dierenvoeder dat op het perceel aan de Loonse Molenstraat 18 te Loon op Zand de bestaande situatie planologisch-juridisch wil vastleggen, passend binnen de structuurvisie "Loon op Zand 2030" en de "Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties Loon op Zand". Het diervoederbedrijf draagt bij aan de visie van de gemeente om agrarisch verwante economische dragers toe te staan in het buitengebied met daarbij de binding met het omliggende landschap te verbeteren. Door gebruik te maken van veelal bestaande gebouwen worden er geen nieuwe grootschalige volumes toegevoegd aan het lint aan de Loonse Molenstraat en wordt de historische molen behouden. De genoemde oppervlakten, welke op grond van het bestemmingsplan de genoemde waarden overschrijden, zijn op basis van de visies te verantwoorden doordat er gebruik wordt gemaakt van veelal bestaande gebouwen en het feit dat het bedrijf al sinds lange tijd op deze locatie is gevestigd.
De af te splitsen bedrijfswoning aan de Loonse Molenstraat 14a maakt al onderdeel uit van lintbebouwing aan de Loonse Molenstraat. Daar er reeds al sprake is van vermenging van functies, waaronder wonen, in dit gebied past deze nieuwe woonfunctie in de omgeving. De bestaande situatie is reeds goed ingepast in de omgeving welke zijn agrarisch karakter blijft houden. Door de ligging in een bebouwingcluster, er een intensieve veehouderij verdwijnt en dat er geen nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd binnen de groenblauwe mantel worden tegenstrijdigheden die de diverse aanduidingen met zich meebrengen zoveel mogelijk voorkomen.
Bestemminasplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
19
3.3.2 Bestemmingsplan Zoals reeds in de inleiding van voorliggende toelichting beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied 2015', vastgesteld op 10 december 2015, vigerend. Hier zijn de volgende aanduidingen opgenomen: Agrarisch met waarden - Landschapswaarden; Enkelbestemming: Dubbelbestemming: Waterstaat - Attentiegebied EHS; Dubbelbestemming: Waarde - Archeologie 2; Bouwvlak: circa 7740 m2; Bouwaanduiding karakteristiek; Functieaanduiding: intensieve veehouderij; Maatvoering: maximum aantal wooneenheden: 2; Figuur: relatie; Gebiedsaanduiding: overig zone - bebouwingsconcentratie; Gebiedsaanduiding: overig zone - beperkingen veehouderij; Gebiedsaanduiding: overig zone - groenblauwe mantel.
4 + 4 4 4 tdschapswz agranscn met waarden ing Waarde Archeologie 3 Dubbelbestemming W.i
Bouwaanduiding karakteristiek Bouwvlak bouwvlak Functieaanduiding intensieve veehouderij
-I-
"I” ^ 4" "I”
'V^+^+ŗ+T+^+^+^+^'V'
Functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch met v
idei in diervoeder
Gebiedsaanduiding overige zone bebouwlngsconcentr
Gebiedsaanduiding overige
beperking*
aanduidir
groenblauwe
Afbeelding 7: Uitsnede Loonse Molenstraat 14a-18, bestemmingsplan "Buitengebied Geconsolideerd"
Binnen het bestemmingsplan zijn naast de enkel- en dubbelbestemmingen voor de locatie de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en de gebiedsaanduidingen 'groenblauwe mantel', 'beperkingen veehouderij' en 'bebouwingsconcentratie' opgenomen. Ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel dienen vooral gepaard te gaan met ontwikkelingen voor behoud en versterking van natuurlijke- en landschappelijke waarden en waterbeheer. Binnen de 'bebouwingsconcentratie' zijn vooral ontwikkelingen mogelijk voor niet-agrarische functies, nevenfuncties en verbrede landbouw. De aanduiding 'intensieve veehouderij' geeft juist aan dat ter plaatse een (grootschalige) intensieve veehouderij mogelijk is met de gevolgen op natuur, milieu en omwonenden van dien, daar waar de aanduiding 'beperkingen veehouderij' dit weer beperkt. De verschillende aanduidingen zijn strijdig met elkander, zeker in het licht van de beoogde doelstellingen binnen de 'Groenblauwe mantel'. Door de jaren heen zijn de agrarische activiteiten van de onderneming verminderd en is Van De Wouw Dierenvoeders met de handels- en leveranciersfunctie in diervoeders in aard en omvang gegroeid tot de huidige situatie. Op dit moment is aanwezig, naast de bedrijfswoning en daarbij behorend bedrijfsgebouw bij de woning, een winkel, verkoopruimte, werkplaats en opslag- en expeditie voorzieningen.
Daarnaast is op het perceel ruimte voor erfverharding en tuin. Het gebruik is ten dienste van de dierenvoeder waarbij een bedrijfsmatige veehouderij niet meer aanwezig is. Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor het wijzigen van de bestemming (artikel 5.7.10). De wijziging naar de bestemming 'Bedrijf' is mogelijk ten behoeve van de vestiging van niet-agrarische functies, waaronder in lid c
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
20
agrarisch verwant bedrijf of een agrarisch-technisch hulpbedrijf benoemd wordt. Het beoogde gebruik met bijbehorende bestemming is hiermee beleidsmatig te verantwoorden. Binnen de wijzigingsbevoegheid is een voorwaarde opgenomen dat voor de bedrijvigheid ter plaatse van 'bebouwingsconcentratie'/ 'groenblauwe mantel', maximaal 600 m2 is toegestaan. Deze activiteiten mogen plaatsvinden op een bouwperceel van maximaal 5000 m2, daar het dus gelegen is binnen de aanduiding 'groenblauwe mantel'. Voor een optimale bedrijfsvoering een bestaand oppervlak aan gebouwen beschikbaar van circa 740 m2 voor verkoop en circa 1700 m2 beschikbaar voor expeditie en opslag. Daarnaast is er reeds ruimte benodigd voor manoeuvreerruimte, parkeergelegenheid en tuin. Dit alles is gepositioneerd op het beoogde bouwperceel van 7740 m2. Hierdoor kan niet aan alle voorwaarden uit het bestemmingplan worden voldaan, maar is de functie wel te verantwoorden binnen het beleid. Om deze reden wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. De verbeelding en regels van deze herziening zullen zo veel mogelijk aansluiten bij het bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied 2015' en 'Buitengebied 2011'.
3.3.2.1 Loonse Molenstraat 14a Voor de wijziging van de voormalige bedrijfswoning aan de Loonse Molenstraat 14a is in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in artikel 5.7.9. Voor toetsing aan het gemeentelijk beleid wordt in onderhavige herziening zo veel mogelijk aangesloten bij de voorwaarden als genoemd in deze wijzigingsbevoegdheid. Immers is er sprake van afsplitsing van een voormalig tweede bedrijfswoning, waarbij het oorspronkelijke bedrijf in een andere bestemming wordt voortgezet. 5.7.9 Wijzigen ten behoeve van wonen en tuin Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen - 1' of 'Wonen - 1' en 'Tuin' voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet langer mogelijk is. c. Het bouwvlak wordt verwijderd en het bestemmingsvlak 'Wonen - 1' of 'Wonen - 1' en 'Tuin' bestaat uit de voormalige bedrijfswoning met bijhorende tuinen, erven en verhardingen, waarbij het bestemmingsvlak voor 'Wonen - 1' maximaal 1.500 m2 mag bedragen. d.
De voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt, waarbij geldt dat ofwel 100Zo van de oppervlakte van de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 850 m3, ofwel 100Zo van de oppervlakte van de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen tot een maximum van 200 m2. e. Bij sloop van overtollige bebouwing dienen monumentale gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' gehandhaafd te blijven. f. De woning levert geen onevenredige beperking op van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. g. De woning is aanvaardbaar uit oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. h. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden worden niet onevenredig aangetast. i. j. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap en/of cultuurhistorie en/of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied.
a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. In het vigerende bouwvlak is de voormalige bedrijfswoning al als apart bouwvlak opgenomen. Dit bestaande bouwvlak wordt omgezet naar de bestemming 'Wonen'.
Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet langer mogeijk is. Het voormalig agrarisch bedrijf wordt beëindigd en onder een andere vorm doorgezet. Hergebruik als agrarisch bedrijf is niet meer toegestaan. b
c
Het bouwvlak wordt verwijderd en het bestemmingsvlak 'Wonen - 1' of 'Wonen - 1' en 'Tuin' bestaat uit de voormalige bedrijfswoning met bijhorende tuinen, erven en verhardingen, waarbij het bestemmingsvlak voor 'Wonen -1' maximaal 1.500 mf mag bedragen. Het bouwvlak voor deze woning wordt omgezet naar de woonbestemming 'Wonen - 1' waarbij het bestemmingsvlak 1450 m2 bedraagt. Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
21
De voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt, waarbij geldt dat ofwel 100Zo van de oppervlakte van de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 850 m3, ofwel 100Zo van de oppervlakte van de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen tot een maximum van 200 m2. Binnen dit gedeelte van het bouwvlak is er geen sprake van overtollige bedrijfsbebouwing welke in aanmerking komt voor sloop. Zoals eerder aangegeven gaat het overige deel zelfstandig verder in een bedrijfsbestemming. d.
e. Bij sloop van overtollige bebouwing dienen monumentale gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' gehandhaafd te blijven. De aanduiding 'karakteristiek' is enkel van toepassing op het overige deel welke zelfstandig verder gaat in een bedrijfsbestemming. Op deze locatie is er geen sprake van karakteristieke bebouwing. De bestaande bebouwing blijft gehandhaafd.
f
De woning levert geen onevenredige beperking op van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. De woning zorgt niet voor een nadere beperking van omliggende agrarische bedrijven. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. g. De woning is aanvaardbaar uit oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. Ter plaatse van de woning is er sprake van een verantwoord woon- en leefklimaat. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting.
De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden worden niet onevenredig aangetast. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap en/of cultuurhistorie en/of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied. Ter plaatse van is reeds sprake van een bestaande woning in het buitengebied. De omschakeling zorg niet voor (negatieve) aantasting van de waarden in het gebied en ook de andere potentiele kwaliteiten worden niet aangetast en waar mogelijk verbeterd. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting voor de diverse aspecten. h. i.
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
22
4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Bedrijven en milieuzonering De handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering' (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming voor vooral nieuwe ontwikkelingen. Voor bestaande situaties kan het als richtlijn dienen. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: ^ Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; • Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie.
De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: • Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. ^ Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden direct naast de hoofdinfrastructuur gelegen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Onderhavige locatie is gelegen in omgevingstype gemengd gebied'. Dit omgevingstype wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving bevinden zich direct naast het dierenvoeder andere functies zoals o.a. woningen en veehouderijen. Een groothandel in diervoeders' is niet exact zo opgenomen in de handreiking. Meest overeenkomende bedrijfsvorm is de categorie Groothandel in (akkerbouwproducten en) veevoeders'.
Conform de handreiking behoren deze bedrijven tot milieucategorie 3.1, waarvoor een gereduceerde richtafstand van 30 m is vastgesteld (zie ook Tabel 1). De gereduceerde richtafstand van 30 meter is overeenkomstig de maximale richtafstand voor een categorie 2 inrichting. De ondergeschikte detailhandel (zoals verkoop van kippen, kuikens, konijnen) heeft een milieucategorie 1 of 2, waardoor deze lagere of vergelijkbare richtafstanden heeft dan de hiervoor genoemde afstanden. Tabel 1: Overzicht richtafstanden Loonse Molenstraat 16-18, Loon op Zand Gehanteerde richtafstanden in meters Geur Stof Geluid Loonse Molenstraat 16-18 10 10 30
Gevaar 10
De dichtstbij gelegen woning van derden (Loonse Molenstraat 18a) bevindt zich op een afstand van ca. 23 meter van de gebouwen en voorzieningen ten behoeve van het bedrijf op het perceel Loonse Molenstraat 16-18. In de inleiding van deze paragraaf is aangegeven dat de genoemde afstanden niet gelden voor een bestaande situatie. Onderhavig plan is het juridisch-planologisch borgen van de bestaande situatie. Tevens wordt het bedrijfsgebouw op 23 meter gebruikt voor de opslag van goederen. Voor de aspecten geur, stof en gevaar kan dus worden geconcludeerd dat er wordt voldaan aan de richtafstanden. Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
23
Daarna is op 24,5 meter tegenover het inrit de woning van derden gelegen aan de Loonse Molenstraat 17. Gezien voorgaande toetsing en de geldende afstanden vormen de aspecten geur, stof en gevaar geen belemmeringen daar er wordt voldaan aan de richtafstanden. Voor het aspect geluid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2. Hierbij zijn naast de bedrijfsactiviteiten ook de vervoersbewegingen van en naar de inrichting meegenomen. Hieruit blijkt dat er op beide woningen geen sprake is van een overschrijding van de geluidswaarden. Derhalve wordt er voldaan aan een goed woon- en leefklimaat er een goede ruimtelijke ordening. In vergelijking met de huidige situatie worden geen nieuwe gevoelig object toegevoegd aan het plangebied. In de omgeving zijn op basis van het bestemmingsplan andere bedrijven gelegen, waardoor er mogelijk milieucontouren van anderen over het plangebied liggen. De bedrijfsactiviteiten van de omliggende bedrijven en onderhavig bedrijf brengen elkaar geen schade toe in de diverse bedrijfsactiviteiten, te weten een (melk)rundveehouderij waarbij voor diverse aspecten de toetsing aan specialistische wetgeving voor de veehouderijen en inrichtingen op de terreinen van ammoniak, geur, luchtkwaliteit et cetera. plaatsvinden. Derhalve hebben bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.
Het woon- en leefklimaat voor de omgeving wordt door vaststelling van het onderhavige plan derhalve niet nadelig beïnvloed. 4.1.1 Woning Loonse Molenstraat 14a Volgens de Bedrijven- en Milieuzonering (BMZ) mogen in eerste instantie geen nieuwe woningen worden opgericht (of worden bestemd) binnen de richtafstanden van bedrijven. Het bedrijf aan de Loonse Molenstraat 18 is het dichtstbij gelegen bedrijf. In de toelichting op het bestemmingsplan Loonse Molenstraat 18 is aangegeven dat het een milieucategorie 3.1 bedrijf is, binnen een 'gemengd gebied'. Aan de andere zijde van de woning aan de Loonse Molenstraat 14A is een veehouderij, Loonse Molenstraat 14, gelegen. Binnen deze veehouderij worden, volgens de laatste melding naar rundvee, ook kippen en varkens gehouden. Daar het houden van varkens en kippen de maatgevende factor is, is het bedrijf hierdoor een milieucategorie 4.1 bedrijf, met andere richtafstanden. In onderstaande tabel zijn de afstanden opgenomen. Ook voor de veehouderij is als uitgangssituatie een 'gemengd gebied' genomen.
De richtafstanden voor deze bedrijven zijn: Gehanteerde richtafstanden bedrijven aan de Loonse Molenstraat (m) Geur Cat. Stof Geluid Nummer 18 (Groothandel in dierenvoeders) 3.1 10 10 30 Nummer 14 (Fokken & houden van varkens 4.1 100 10 30 en kippen) (en runderen)
Gevaar 10 0
Voor de veehouderij aan de Loonse Molenstraat 14 geldt dat het aspect geur is voorzien van een apart wettelijk toetsingskader, namelijk de Wet geurhinder en veehouderij, dan wel het Activiteitenbesluit. Daarom kan worden afgeweken van de richtafstand van 100 meter. De onderbouwing hiervan is opgenomen in paragraaf 4.5.3. De conclusie is dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect geur. Ten aanzien van mogelijke belemmeringen van het bedrijf aan de Loonse Molenstraat 18, groothandel in dierenvoeders) geldt in de vorige paragraaf reeds is aangegeven dat voor het aspect geluid een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er voor geluid geen belemmeringen zijn voor het afsplitsen van de bedrijfswoning. Voor de overige aspecten is de woning buiten de richtafstanden van beide bedrijven gelegen. 4.2 Waterhuishouding Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
24
inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ^ Beschrijving waterrelevant beleid; ^ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ^ Beoogde waterhuishoudkundige situatie. 4.2.1 Waterrelevant beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven.
Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Structuurvisie 2010 en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In de structuurvisie komen over het onderwerp water de volgende aspecten aan bod: ^ Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; ^ Een betere waterveiligheid door preventie; ^ Koppeling van waterberging en droogtebestrijding; In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voor het aspect water is voor onderhavige locatie geen aanduiding opgenomen. De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 - 2021 'Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige 'PWP 2010-2015' en het 'Provinciale Milieuplan 2012-2015'.
Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: ^ voldoende water voor mens, plan en dier; ^ schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); ^ bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico's; ^ verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
25
Waterloop - Functie verweven
/S Waterloop - Functie watematuur
0 Veiligheid i
Afbeelding 8: Uitsnede PWMP, kaart Gezondheid -1
Zoals weergegeven is in Afbeelding 8 heeft de projectlocatie in het PMWP de waterhuishoudkundige functie 'Water voor de groenblauwe mantel' toegekend gekregen. Deze aanduiding komt overeen met de aanduiding 'groenblauwe mantel' uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en Verordening ruimte. Het waterbeheer richt zich op de bescherming van de waarden in de EHS, thans NNB, de ecologische verbindingszones en de wateren met een functie voor waternatuur. De mantel heeft daarnaast óók een onafhankelijke betekenis voor biodiversiteit, water en landschap. De mantel biedt mogelijkheden voor recreatie en multifunctioneel landgebruik. Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft onderhavige locatie geen aanduiding gekregen. Gezien vanuit het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen het plangebied. Gezien hetgeen hierboven beschreven dat er geen aanduiding opgenomen is op de kaarten 2 en 3 en dat op kaart 1 geen specifiek beschermingsbeleid geldt, past onderhavig initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021.
Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema's. ^ Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); ^ Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; ^ Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; ^ Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; ^ Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking.
In het Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
26
gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbouwen en 'grenzeloos' organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid.
4.2.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelssloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelssloten.
4.2.3 Beoogde waterhuishoudkundige situatie Zoals aangegeven is waterschap de Dommel de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater binnen het plangebied. Middels de Keur van Waterschap de Dommel, welke in werking is getreden op 1 mei 2021 , is bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap de Dommel schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m2 verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn wel van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie is gelegen in een keurbeschermingsgebied of attentiegebied. De planlocatie is niet gelegen in een keurwaterbeschermingsgebied of attentiegebied. In de beoogde situatie is er geen sprake van een toename van verhard oppervlak. De erfverharding welke nu binnen het bouwperceel komt te liggen (340 m2) is immers bestaand. Omdat er geen toename verharding dient er geen compenserende maatregel getroffen te worden om het hemelwater op te vangen. Het afvalwater van het gehele bedrijf is aangesloten op het gemeentelijke vuilwaterriool. Dit betreft geen verandering ten opzichte van de bestaande situatie.
4.2.4 Woning Loonse Molenstraat 14a Bij de bestemmingswijzigingen van de voormalige bedrijfswoning aan de Loonse Molenstraat 14a naar burgerwoning vindt er geen wijziging plaats in de aanwezige bebouwing en waterhuishouding. Immers is het bestaande (nu nog gekoppelde) bouwvlak al specifiek voor deze woning aangelegd en de bebouwing in hierop aangepast. Dit bouwvlak heeft een oppervlak van 1.450 m2 en het hemelwater blijft afvloeien naar de omliggende gronden. Tevens heeft deze woning een bestaande aansluiting op het drukriool voor het huishoudelijk afvalwater. 4.3 Natuur Voorafgaand aan de gewenste wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven. 4.3.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht.
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
27
De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: ^ Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; ^ Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; ^ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ^ Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; ^ Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied.
Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Verordening de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 900Zo van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov). Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de Iov is binnen het plangebied geen NNB aanwezig (zie paragraaf 3.2.3). De beoogde ontwikkelingen hebben derhalve geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016.
4.3.2 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van regels. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk gelegen bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is reeds beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Kempenland-West, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Regte Heide en Riels laag. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.
Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning i.h.k.v. Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
28
Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft de Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen welke is gelegen op een afstand van circa 1,19 kilometer. Verschillende bedrijfsactiviteiten kunnen negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. Er zijn verschillende factoren welken kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Met name bij de ontwikkeling van veehouderijen zijn de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht van toepassing. Op onderhavige locatie is binnen het vigerend planologisch regime een intensieve veehouderij toegestaan. In de beoogde situatie komt deze toestemming echter te vervallen. Door deze mitigerende maatregel in het kader van de wet zijn mogelijk significante negatieve effecten afkomstig van een veehouderij niet meer van toepassing. Dit betekent, op basis van de melding Activiteitenbesluit van augustus 2011, de emissie van 126 kg ammoniak komt te vervallen. De activiteiten met betrekking tot de groothandel in diervoerders behelst geen emissies van ammoniak. De mitigerende maatregel compenseert de emissie van vervoersbewegingen ruimschoots.
Naast de verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht kunnen andere factoren eveneens leiden tot een verstoring van habitattypen en soorten. Overige storingsfactoren De beoogde borging van de bestaande groothandel in diervoeders leidt verder niet tot andere voorkomende storende factoren op omliggende Natura 2000-gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling. Dit komt door de ruimte afstand tot het gebied van 1,19 kilometer. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten.
Bescherming van soorten De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren.
In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren.
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
29
Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: ^ Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); ^ Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); ^ Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Loonse Molenstraat 16-18, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van het bedrijf beschermde natuurwaarden bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden. De planlocatie wordt op dit moment gebruikt voor bewoning, groothandel en de opslag van goederen. De bebouwing is opgebouwd uit steen, glas en hout en voorzien van dakpannen, golfplaten en kunststof dakbedekking. In de tuinen is sierbeplanting aanwezig en is de ruimte rond de woning ingericht als gazon en verder op het terrein is verharding aanwezig. Met onderhavige herziening wordt de bestaande situatie juridisch-planologisch geborgd.
Er vinden geen ingrepen plaats in bebouwing en leefgebieden van mogelijk aanwezige beschermde of bijzondere soorten. Gezien het huidige intensieve gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten dan ook niet te verwachten, aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
4.3.3 Woning Loonse Molenstraat 14a Conform de Iov is binnen het plangebied geen NNB aanwezig (zie eerdere Afbeelding 5). De beoogde ontwikkelingen hebben derhalve geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016. Gelet op de aard van het initiatief aan de Loonse Molenstraat 14a, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van het bedrijf de gebiedsbescherming en soortenbescherming in het geding zijn. Het toevoegen van woningen kan immers negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. De bestaande woning ligt op circa 1,19 kilometer van het dichtstbijzijnde beschermde gebied, Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Daarnaast is het reeds een bestaande woning en is er geen sprake van het toevoegen van woningen. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten wat betreft de gebiedsbescherming van beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Wat betreft de soortenbescherming is van belang of binnen de beoogde woonbestemming beschermde natuurwaarden bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden.
De voormalige bedrijfswoning wordt op dit moment gebruikt voor bewoning. De bebouwing is opgebouwd uit steen, glas en hout en voorzien van dakpannen. In de tuinen is sierbeplanting aanwezig en is de ruimte rond de woning ingericht als gazon en verder op het terrein is verharding aanwezig. Met onderhavige herziening wordt de bestaande situatie juridisch-planologisch geborgd. Er vinden geen ingrepen plaats in bebouwing en leefgebieden van mogelijk aanwezige beschermde of bijzondere soorten. Gezien het huidige woongebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten dan ook niet te verwachten, aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden. 4.4.1 Cultuurhistorie en aardkunde Uit de kaart behorende bij de 'Aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden' van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat het plangebied niet in een Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
30
'cultuurhistorisch waardevol gebied' ligt. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied. Op basis van het gemeentelijk beleid uit de structuurvisie (kaart) en de gebiedsvisie bebouwingsconcentratie (paragraaf 3.3.1) is de molen aan de Loonse Molenstraat 16-18 als historisch en cultureel waardevol aan te merken. In het voorheen geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', was de locatie ook voorzien van de aanduiding 'karakteristiek'. Ter bescherming van de deze waarden word deze aanduiding 'karakteristiek' wederom opgenomen op deze locatie.
legenda
Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed
B-B
Aardkundig waardevol gebied
l?Hİ Complex van cultuurhistorisch belang B -]BD Cultuurhistorisch waardevol gebied
eraan Nieuwe Hollandse waterlinie —. d Stedelijk gebied B-a B HB B- a
Afbeelding 9: Uitsnede Iov Noord-Brabant, paragraaf ro.nl/MaDViewer/Default.asDx?id=NLIMRO9930InterimOvr-va01 )
324
Concentratiegebied Landelijke kern Verstedelijking afweegbaar
https://noord-brabant.tercera-
4.4.2 Archeologie De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de bestaande situatie juridisch-planologisch vastgelegd. Hierbij zijn geen ontwikkelingen opgenomen die een negatieve invloed hebben op de mogelijke archeologische waarden in de bodem van de binnen het plan betrokken gronden. De huidige dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' blijft op het plangebied behouden. Derhalve is een nader onderzoek niet noodzakelijk.
4.4.3 Woning Loonse Molenstraat 14a Net als de bedrijfssituatie ligt de voormalige bedrijfswoning niet in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied. Daarnaast kent de locatie dus ook geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied. De aanduiding karakteristiek is behouden voor de bedrijfslocatie en geldt derhalve niet voor de voormalige bedrijfswoning. Hierdoor is deze aanduiding niet voor dit bestemmingsvlak van toepassing. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de bestaande situatie juridisch-planologisch vastgelegd. Hierbij zijn geen ontwikkelingen opgenomen die een negatieve invloed hebben op de mogelijke archeologische waarden in de bodem van de binnen het plan betrokken gronden. De huidige dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' blijft op het plangebied behouden. Derhalve is een nader onderzoek niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
31
4.5
Geur
4.5.1 Individuele geurhinder Met de voorgenomen wijziging van de bedrijfsactiviteiten wordt de intensieve veehouderij ter plaatse beëindigd. Op het bedrijf is op dit moment de omgevingsvergunning van 30-08-2011 van toepassing waarop een geuremissie van 312 Oue aanwezig is. Met de voorgenomen ontwikkelingen is er ter plaatse geen sprake meer van een veehouderij, derhalve geen geuremissies en daardoor geen geurbelasting op omliggende objecten vanaf deze locatie. Wel is er gekeken naar de geurbelasting in het kader van de 'Bedrijven en Milieuzonering', welke beschreven is in paragraaf 4.1.
Voor geur is de opgenomen afstand in het kader van de 'Bedrijven en Milieuzonering' 10 meter. Binnen de afstand vanaf de gebouwen zijn geen geurgevoelige objecten gelegen.
4.5.2 Woon- en leefklimaat Loonse Molenstraat 16-18 Met deze herziening wordt de bedrijfswoning aan de Loonse Molenstraat 16-18 een woning bij een voormalige veehouderij. Het beschermingsregime voor een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, is conform artikel 3 lid 2 Wgv, dan wel artikel 3.116 van het Activiteitenbesluit. In het kader van een goed woon- en leefklimaat dient er nog wel getoetst te worden aan de vaste afstanden, zoals vastgelegd in artikel 3 lid 2 en artikel 5 van de Wgv (3.117 en 3.119 Activiteitenbesluit). Conform artikel 3 lid 2 van de Wgv dient de afstand, tussen de veehouderij en een woning van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij welke binnen de bebouwde kom is gelegen, 100 meter te bedragen. Indien buiten de bebouwde kom dient 50 meter gehanteerd te worden. Onderhavige locatie is gelegen buiten de bebouwde kom. Derhalve dient een afstand van 50 meter gehanteerd te worden. De meest nabij gelegen veehouderij is gelegen op 79 meter, te weten de veehouderij aan de Loonse Molenstraat 14 te Loon op Zand.
Artikel 5 van de Wgv bepaalt dat de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object tenminste 50 meter bedraagt indien het geurgevoelig object binnen de bebouwde kom is gelegen, en tenminste 25 meter bedraagt indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen. Onderhavige locatie voldoet aan deze afstand. De afstand tussen de gevels van het bedrijf en de meest nabij gelegen stal waar dieren gehouden worden bedraagt namelijk 79 meter (Loonse Molenstraat 14 te Loon op Zand). Derhalve wordt voldaan aan deze afstand. Ten aanzien van het aspect geur kan derhalve worden gesteld dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst in de beoogde situatie voor de Loonse Molenstraat 16-18.
4.5.3 Woning Loonse Molenstraat 14a Voor het aspect geur is het volgens de paragraaf 4.1.1. mogelijk om de voormalige bedrijfswoning om te zetten naar een woningbestemming gezien vanuit het bedrijf aan de Loonse Molenstraat 18. Er wordt immers voldaan aan de richtafstanden. Daar de (intensieve)veehouderij op dit bedrijf nagenoeg geheel verdwijnt, op een paar kippen en hobbydieren na, zullen de emissies afkomstig van het bedrijf verminderen. Dit heeft een positief effect. Aangezien de bestemming van de voormalige bedrijfswoning van een agrarische bestemming naar de bestemming ^onen' is het belangrijk dat deze nieuwe woningen niet in een overbelast gebied verkeerd. Naast toetsing aan vaste afstanden en geurnormen zoals opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij of Activiteitenbesluit zijn in de provincie Noord-Brabant ook geurnormen opgenomen voor de achtergrondbelasting.
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
32
Provinciale norm Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Bij een uitbreiding van een veehouderij mag het percentage geurgehinderden als gevolg van de achtergrondbelasting in het buitengebied niet meer bedragen dan 200Zo. Dit komt overeen met een achtergrondbelasting van maximaal 20 Oue/m3. Uit de berekeningen blijkt dat er op geen enkel rekenpunt in de buurt komt van een belasting van 20 Oue/m3. De berekeningen laten zien dat er een belasting is tussen de 2,405 OueZm3 en 3,055 OueZm3. Woon- en leefklimaat In het kader van het planologisch mogelijk maken om de bedrijfswoning af te splitsen dient bepaald te worden welk woon- en leefklimaat de woning heeft. Met de beoogde ontwikkeling dient er sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat is bepaald door een berekening te maken met de geurbelasting als gevolg van het veelvoud van de veehouderijen in de omgeving van 2 km van het betreffende geurgevoelige object (cumulatieve geurhinder/achtergrondbelasting). Naar aanleiding van het percentage geurgehinderden kan vervolgens de kwaliteit van het woon- en leefklimaat worden berekend.
Onder de achtergrondbelasting wordt de berekende geurbelasting verstaan als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. Indien er veehouderijen zijn waar dieren zonder geuremissiefactoren worden gehouden kan worden aangenomen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat indien wordt voldaan aan de vaste afstanden die gelden. De achtergrondbelasting van de omliggende veehouderijen op de woning wordt berekend met het programma V-stacks Gebied. Voor deze berekening zijn de bestandgegevens van het Web-BVB gebruikt, in dit geval op datum van 16-11-2018 van de gemeenten Loon op Zand en Tilburg. Op basis van deze gegevens, zie Bijlage 3, is met behulp van het programma V-stacks Gebied de achtergrondbelasting op de woningen in kaart gebracht. De te verwachten geurhinder bij omgekeerde werking wordt bepaald voor de bestaande situatie. In de regel geldt dat het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld naar aanleiding van een afweging van de voorgrondgeurbelasting (afkomstig van de individuele veehouderij met de hoogte belasting) en de achtergrondgeurbelasting. Immers, als de voorgrondgeurbelasting meer is dan de helft van de achtergrondgeurbelasting, is de voorgrondgeurbelasting maatgevend. Gezien de beperkte veehouderijen met geuremissies in de omgeving is de voorgrondgeurbelasting lager dan de achtergrondgeurbelasting.
De geurhinder wordt bepaald uitgaande van de achtergrondbelasting van het gebied. Het RIVM hanteert bij haar milieurapportages voor het aspect geurhinder onderstaande milieukwaliteitscriteria voor de bepaling van het woon- en leefklimaat: Milieukwaliteit
Geurgehinderden (07o)
Zeer goed
Achtergrond (Oue) 0-3
Goed
5 - 10
3-8
Redelijk goed
10 - 15
8 - 13,7
Matig
15 - 20
13,7 - 20,7
Tamelijk slecht
20 - 25
20,7 - 29,3
Slecht
25 - 30
29,3 - 39,6
Zeer slecht
30 - 35
39,6 - 52,1
Extreem slecht 35 - 40 Bron: GGD-richtiijn geurhinder (oktober 2002)
52,1 - >
De rekenresultaten zijn verwerkt tot een overzichtelijke kaart welke is opgenomen in Afbeelding 10. Hieruit blijkt dat de huidige geurbelasting op beide woningen binnen een milieukwaliteit valt welke aangemerkt wordt als 'Zeer goed' en een klein deel als 'Goed'.
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
33
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect achtergrondgeurbelasting ter plaatse van de om te schakelen bedrijfswoning aan de Loonse Molenstraat 14. Bovenstaande conclusies zijn gebaseerd op de Handreiking 'Wet geurhinder en veehouderij'.
Legenda « *
Woning Loonse Molenstraat 14a »Plangebied
Invoergegevens I
I Vaste afstand 50 meter
Milieukwaliteit achtergrondgeurbelasting
Tamelijk
Slecht
I
ií't'lí
2017
Afbeelding 10: Woon- en leefklimaat, aspect geur - achtergrondbeiasting
Beperkingen omliggende veehouderijen Naast een goed woon- en leefklimaat dienen mogelijk nieuwe geurgevoelige objecten omliggende veehouderijen niet te belemmeren. In onderhavige situatie is de voormalige bedrijfswoning aan te merken als een woning behorende bij een (voormalige) veehouderij. Dit betekent dat voor dergelijke woningen in zowel de huidige als toekomstige situatie vaste afstanden gelden. Aan deze vaste afstanden, die worden voorzien in de Wgv dan wel Acitiviteitenbesluit, worden voldaan. In Afbeelding 11 is te zien dat de woning aan de Loonse Molenstraat 14a buiten de vaste afstand van 50 meter ((voormalige) bedrijfswoning buiten de bebouwde kom) van de veehouderij aan de Loonse Molenstraat 14 is gelegen. De vergunde rechten van het bedrijf aan de Loonse Molenstraat 14 worden gerespecteerd en er vindt geen inbreuk op de mogelijkheden voor uitbreiding plaats.
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
34
Legenda * *
Woning Loonse Molenstraat 14a .Plangebied
Invoergegevens I
I Vaste afstand 50 meter
Milieukwaliteit achtergrondgeurbe lasting
Tamelijk Slecht
v iv. r Luchtfoto 2017
Afbeelding 11: Vaste afstand van 50 meter rondom veehouderij Loonse Molenstraat 14
4.6 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. De geluidsproductie van de groothandel in diervoeders is in hoofdzaak afkomstig van transportbewegingen van- en naar de inrichting en het laden en lossen binnen de inrichting zelf. In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor locaties in het bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. In het kader van de Bedrijven en Milieuzonering is de invloed van het project met de genoemde activiteiten op de omgeving ter plaatse, een milieucategorie 3.1 bedrijf. Voor het aspect geluid, is de richtafstand voor een bedrijf met milieucategorie 3.1 in een gemengd gebied, 30 meter. Daarnaast worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies opgericht. Voor de locatie is een akoestisch onderzoek opgesteld met de beoogde bedrijfsactiviteiten en de verwachte vervoersbewegingen van en naar de inrichting. Dit akoestisch onderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.
Uit dit onderzoek blijkt: "Dat in het kader van de bestemmingsptanherziening het woon- en leefklimaat als gevolg van de bedrijfsactiviteiten vanwege het bedrijf, ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen en tuinen als goed te beschouwen is. Het bedrijf ondervindt hierdoor geen belemmering voor haar bedrijfsvoering. Daarnaast kan er tevens worden voldaan aan de richtwaarden conform het geiuidbeieid van de gemeente Loon op Zand. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat indien de omgeving ais "rustig buitengebied" te beschouwen is er ook voldaan kan worden aan de richtwaarden." "Het langtijdgemiddeld beoordeiingsniveau bedraagt maximaal 38 dB(A) etmaaiwaarde ter plaatse van de woning aan de Loonse Molenstraat 14a/17. Omdat de etmaaiwaarde van het langtijdgemiddeld beoordeiingsniveau niet groter is dan 50 dB(A) kan gesteld worden dat ais gevolg van het langtijdgemiddeld beoordeiingsniveau een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen en omliggende tuinen (zie figuur
Bestemmingsplan Loonse Molenstraat 14a -18 - Toelichting
35
6.1). Daarnaast kan er tevens aan de richtwaarde van 45 dB(A) worden geluidbeleid van de gemeente Loon op Zand."
voldaan conform het
"Het maximaal geluiddrukniveau (LA,max) bedraagt maximaal 65 dB(A) in de dagperiode ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen. De richtwaarde van respectievelijk 70 dB(A) in de dagperiode wordt derhalve niet overschreden. Omdat de etmaaiwaarde vanwege het maximaal geluiddrukniveau niet groter is dan 70 dB(A) etmaalwaarde kan gesteld worden dat als gevolg van het maximaal geluiddrukniveau een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen. Daarnaast kan er tevens aan de richtwaarde van 70 dB(A) worden voldaan conform het geluidbeleid van de gemeente Loon op Zand."
Derhalve is er vanuit het aspect geluid geen belemmering voor het plan. 4.6.1 Woning Loonse Molenstraat 14a In het kader van een goed woon- en leefklimaat is voor de bepaling van de geluidsbelasting de beoogde planologische situatie leidend. De voormalige bedrijfswoning is niet gelegen in de nabijheid van spoorwegen en/of industrieterreinen. Beoordelingen hieromtrent kunnen derhalve achterwege blijven. Voor onderhavig plan is wel een onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting vanuit het voormalig bijbehorende bedrijf aan de Loonse Molenstraat 16-18. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. In voorgaande paragraaf is al reeds vermeld dat de geluidsbelasting vanuit het voormalig bijbehorende bedrijf aan de Loonse Molenstraat 16-18 beneden de gestelde normen is gelegen en dat het afsplitsen van de woning derhalve geen belemmeringen oplevert.