CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE BP Kokstraat 37 Eefde

Raadsvergadering 9 juni 2026, gemeente LochemBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde23.661 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zonebreedte

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

1 of 2

-

200 meter

3 of meer

-

350 meter

-

1 of 2

250 meter

-

3 of 4

400 meter

-

5 of meer

600 meter

Tabel 3 - Geluidszones bij wegen

Grenswaarden Geluidsgevoelige objecten die worden gerealiseerd binnen de geluidszones dienen te worden getoetst aan grenswaarden van de geluidsbelasting die zijn aangegeven in de Wgh. Hierbij geldt een voorkeursgrenswaarde voor nieuwe situaties. Deze waarde bedraagt in vrijwel alle gevallen 48 dB. Indien deze waarde wordt overschreden, kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor een hogere waarde. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen bedraagt 63 dB. Bij de ontheffing dient het college te motiveren waarom bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn en waarom het plan gewenst is. Ook dient het in de Wgh vastgelegd binnenniveau gewaarborgd te worden. Geluidsniveaus bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die hoger zijn dan de wettelijke maximale ontheffingswaarden, zijn niet toegestaan.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

27

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Spoorwegverkeerslawaai Geluidszones Elke (toekomstige) spoorweg heeft een zone, waarbinnen bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. De omvang van de geluidszone langs een spoorweg is afhankelijk van het feit of de spoorweg is aangegeven op de geluidplafondkaart of de zonekaart. Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart wordt in artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk de hoogte van het geluidproductieplafond (gpp). De ruimte boven en onder de spoorweg behoort tot de zone. Grenswaarden Geluidsgevoelige objecten die worden gerealiseerd binnen de geluidszones dienen te worden getoetst aan grenswaarden van de geluidsbelasting die zijn aangegeven in artikel 4.1 van het Besluit Geluidhinder. Hierbij geldt een voorkeursgrenswaarde voor nieuwe situaties. Deze waarde bedraagt voor woningen 55 dB. Indien deze waarde wordt overschreden, kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor een hogere waarde. De maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van het soort geluidsgevoelig object en de geluidsbron. Bij de ontheffing dient het college te motiveren waarom bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn en waarom het plan gewenst is. Ook dient het in de Wgh vastgelegd binnenniveau gewaarborgd te worden.

Geluidsniveaus bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die hoger zijn dan de wettelijke maximale ontheffingswaarden zijn niet toegestaan. 4.2.3 Geluid in relatie tot het plangebied Wegverkeerslawaai Het plangebied is gesitueerd aan de Kokstraat waar een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. Volgens de Wgh is hier geen akoestisch onderzoek nodig. Ook in de Schoolstraat geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. Op ca. 140 meter afstand van het plangebied ligt de Doctor van de Hoevenlaan, een binnenstedelijke weg met twee rijbanen waar een maximumsnelheid van 50 km/u geldt. Het plangebied ligt daarmee binnen de geluidszone en invloedssfeer van deze weg. Spoorwegverkeerslawaai De nabijgelegen spoorweg Zutphen-Lochem/ Hengelo is onderdeel van het landelijk spoorwegennet en kent een geluidszone van 100 meter. Het plangebied bevindt zich binnen de geluidszone van deze spoorweg. Akoestisch onderzoek Ten behoeve van het onderhavige bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek naar het (spoor)wegverkeerslawaai gedaan door adviesbureau Alcedo BV. Het rapport is als bijlage2 achter dit bestemmingsplan opgenomen. In dit onderzoek is gekeken naar de geluidsbelastingen ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Doctor van de Hoevenlaan en railverkeerslawaai vanwege het spoortraject Zutphen – Lochem en getoetst aan de grenswaarden conform de Wet geluidhinder (Wgh) en het gemeentelijk geluidsbeleid.

Daarnaast zijn tevens de geluidsbelastingen van de 30 km/uur wegen Kokstraat en

2

Alcedo B.V., ‘Woningbouwlocatie Kokstraat te Eefde Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai’, 31 januari 2022. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

28

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Schoolstraat inzichtelijk gemaakt en getoetst in analogie met de Wgh en het gemeentelijk geluidsbeleid. Wegverkeerslawaai Doctor van de Hoevenlaan De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Doctor van de Hoevenlaan bedraagt ten hoogste 37 dB, inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. 30 km/uur wegen De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de 30 km/uur wegen Kokstraat en de Schoolstraat bedraagt respectievelijk ten hoogste 35 en 44 dB (inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh). De geluidsbelasting is daarmee lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor geluidsgezoneerde wegen. Gecumuleerde geluidsbelasting De gecumuleerde geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai bedraagt bij de nieuwe woningen ten hoogste 49 dB, exclusief correctie artikel 110g Wgh. Hiermee is geen sprake van een onaanvaardbare geluidssituatie vanwege het wegverkeerslawaai. Er is geen sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarden ten gevolge van het wegverkeer. Cumulatie vanwege de verschillende geluidsbronnen is daarom niet aan de orde. Vanwege het wegverkeerslawaai wordt voldaan aan de grenswaarden conform de Wgh. Hogere waarden en daarmee ook het toetsen aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidsbeleid zijn in de voorliggende situatie niet van toepassing.

Spoorwegverkeerslawaai De optredende geluidsbelasting ten gevolge van het spoor bedraagt maximaal 55 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB niet overschreden. Gecumuleerde geluidsbelasting Er is geen sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarden ten gevolge van het railverkeer. Cumulatie vanwege de verschillende geluidsbronnen is daarom niet aan de orde. Vanwege het railverkeerslawaai wordt voldaan aan de grenswaarden conform de Wgh. Hogere waarden en daarmee ook het toetsen aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidsbeleid zijn in de voorliggende situatie niet van toepassing. 4.2.4 Conclusie Het weg- en railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de woningbouwontwikkeling aan de Kokstraat in Eefde. Oftewel, er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect geluid voor dit plan. 4.3

LUCHTKWALITEIT

4.3.1 Beleid en regelgeving De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

29

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg.

Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten vanaf de rand van de weg. Als in een onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. 4.3.2 Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 18 woningen. Hiermee draagt het plan ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg immers gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wet luchtkwaliteit gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. Vanuit het oogpunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is daarnaast gekeken naar de concentratie stikstofdioxide en fijn stof in het plangebied.

Uit de Grootschalige Concentratiekaarten van het RIVM (peiljaar 2020) blijkt dat de achtergrondconcentratie voor stikstofdioxide ter hoogte van het plangebied niet hoger is dan 11 μg/m³ en voor fijnstof (PM10) niet hoger dan 15 μg/m³. Deze concentraties zijn daarmee ruim lager dan de grenswaarde van 40 µg/m3, waardoor het plan er niet toe zal leiden dat er grenswaarden worden overschreden. De achtergrondconcentratie PM2,5 bedraagt ter hoogte van het plangebied circa 8 μg/m³ (bron: GCN kaarten RIVM, peiljaar 2020). Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening bestaan er daarom geen belemmeringen voor het plan.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

30

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Voorts zijn woningen in het Besluit gevoelige bestemmingen niet aangemerkt als een gevoelige bestemming. Het plan voorziet derhalve niet in de realisatie van gevoelige bestemmingen. 4.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect luchtkwaliteit voor het plan. 4.4

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING (OMGEVINGSANALYSE)

4.4.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van niet-agrarische bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief: er kan gemotiveerd van worden afgeweken.

Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een ‘rustig buitengebied’. Op basis van de ‘grootste afstand’ tot woonbebouwing zijn de bedrijven ingedeeld in categorieën. Deze worden weergegeven in tabel 4. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6 1.500 m 1000 m Tabel 4 - Milieucategorieën en richtafstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied (bron: Bedrijven en milieuzonering, VNG)

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

31

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Naast het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied wordt ook het omgevingstype ‘gemengd gebied’ onderscheiden. Bij een gemengd gebied kunnen kleinere afstanden tussen bedrijven en woningen worden aangehouden. In een dergelijk gebied zijn dus kleinere milieuzones van toepassing (zie ook tabel 4). De genoemde richtafstanden gaan echter uit van het principe van functiescheiding. Binnen gemengde gebieden – gebieden met functiemenging – is echter veelal sprake van milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Bij gebieden met een dergelijke functiemenging kan onder andere gedacht worden aan stads- en dorpscentra. Maar het kan ook gaan om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Binnen gemengde gebieden is het daardoor niet goed mogelijk om het principe van functiescheiding toe te passen. Derhalve zijn de richtafstanden uit tabel 4 in dergelijke gebieden niet altijd toepasbaar. Voor deze gebieden bevat de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ een ‘Staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging’. Daarin zijn alle milieubelastende activiteiten opgenomen die in principe in een gebied met functiemenging kunnen worden toegelaten. De milieubelastende activiteiten zijn ingedeeld in categorie A, B of C.

In categorie A zijn activiteiten opgenomen die zodanig weinig milieubelastend zijn voor hun omgeving, dat deze in gebieden met functiemenging aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor de scheiding tussen wonen en bedrijven zijn hiervoor voldoende. Categorie B staat voor activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, maar een zodanige milieubelasting voor hun omgeving hebben dat ze bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden (niet-aanpandig). Categorie C bestaat uit activiteiten die vanwege hun verkeersaantrekkende werking op een goede ontsluiting op de hoofdinfrastructuur zijn aangewezen. 4.4.2 Milieuzonering in relatie tot het plangebied De planlocatie ligt op relatief korte afstand van de spoorlijn Zutphen-Hengelo, en op enkele tientallen meters van wat als het dorpscentrum van de kern Eefde beschouwd kan worden; een gebied waar in de bestaande situatie al verschillende functies (wonen, detailhandel, horeca en bedrijvigheid) aanwezig zijn. Om die reden wordt bij het bepalen van de milieuzonering voor het plangebied uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’.

Invloed omgeving op plangebied Omdat er nieuwe woningen in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient beoordeeld te worden of de beoogde bestemmingssystematiek belemmering oplevert voor de bedrijfsvoering van bestaande bedrijvigheid in de omgeving. In dit kader wordt het volgende opgemerkt. Het dichtstbijzijnde bedrijf in de omgeving van het plangebied is gevestigd aan de Schoolstraat 42 en betreft een bedrijf dat gericht is op machine- en apparatenbouw, technische ondersteuning en begeleiding. Ook elektrotechnisch en elektronisch-installatie van nieuwe en verouderde machinerie, evenals onderhoud, behoort tot de bedrijfsactiviteiten. Aan de hand van de VNG-brochure kunnen deze bedrijfsactiviteiten geschaard worden onder ‘Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie’ (SBI-code 26, 28, 33) en ‘Elektrotechnische industrie n.e.g.’ (SBI-293) en vallen onder milieucategorie 2 waarvoor een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied geldt.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

32

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Omdat de afstand tussen het bestaande bedrijfsperceel aan de Schoolstraat 42 en de geplande nieuwbouw (bouwvlak, binnen de bestemming ‘Wonen’) minimaal 28 meter bedraagt, levert dit geen problemen op. Er wordt aan de richtafstand voldaan. Bovendien zijn er in de huidige situatie en op kortere afstand van dit bedrijfsperceel reeds woningen aan de Schoolstraat en de Kokstraat aanwezig waar ook al rekening mee gehouden moet worden. Overigens is er op het perceel aan de Schoolstraat 42 op basis van de vigerende bestemming ‘Centrum’ ook horeca in categorie I (lichte horeca) toegestaan. Een dergelijke horecafunctie valt onder milieucategorie 1 waarvoor een richtafstand van 0 meter in ‘gemengd gebied’ geldt. Dit levert op voorhand geen problemen op voor het plan. Alle overige bedrijvigheid ligt op meer dan 35 meter afstand van de geplande nieuwbouw. Er zijn daarom geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor de bouw van de woningen in het plangebied. Tevens kan worden gesteld dat er geen bedrijven worden gehinderd in hun bedrijfsvoering, als gevolg van de woningbouw. Invloed plangebied op de omgeving Binnen het plangebied wordt de herontwikkeling van een voormalige bedrijfslocatie op het perceel aan de Kokstraat 37 te Eefde planologisch mogelijk gemaakt, waarbij wordt uitgegaan van maximaal 18 nieuw te bouwen grondgebonden woningen.

Een woonfunctie betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Met andere woorden, de woningen zelf hebben geen richtafstand waarmee rekening gehouden hoeft te worden. 4.4.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor het plan. 4.5

EXTERNE VEILIGHEID

4.5.1 Beleid en regelgeving Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

33

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Wettelijk kader Het wettelijk kader met betrekking tot externe veiligheid is vastgelegd in diverse regelingen en besluiten. Besluit externe veiligheid inrichtingen Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario’s staan centraal. Activiteitenbesluit milieubeheer In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeeten regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten.

Vuurwerkbesluit Dit besluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk. Gemeentelijk beleid De gemeente Lochem heeft haar beleidsvisie vastgesteld op 17 november 2008. De gemeente Lochem wil haar burgers en bedrijven een veilige leef- en werkomgeving

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

34

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

bieden. De gemeente Lochem streeft naar een verantwoord evenwicht tussen risico’s en de behoefte aan de activiteiten die de risico’s veroorzaken. De gemeente Lochem hanteert hierbij de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente legt de focus op wonen, rust en recreatie, en is terughoudend ten aanzien van nieuw vestiging van zwaardere en risicovolle bedrijvigheid. 2. Lochem streeft naar het actief opheffen van een risicobron daar waar nut en noodzaak ter discussie staat. 3. De gemeente wil in bestaande knelpuntsituaties in samenspel met betrokkenen tot een oplossing komen. Voor wat betreft de vestiging van nieuwe risicobronnen wil de gemeente door middel van toepassing van bronmaatregelen in overleg met betrokkenen een zo veilig mogelijk situatie creëren. 4.5.2 Externe veiligheid in relatie tot het plangebied Met behulp van de landelijke risicokaart is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt (zie figuur 16).

Spoorweg Zutphen - Deventer A505, A506, A608 en A662

Spoorweg Zutphen - Delden A505, A506, A608 en A662

Sluizencomplex Eefde

Figuur 15 - Uitsnede risicokaart, met daarin aangegeven de risicobronnen in relatie tot het plangebied (bron: risicokaart.nl)

Risicovolle inrichtingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Overigens is het Sluizencomplex Eefde in het Twentekanaal, ten zuidoosten van het plangebied, op de risicokaart aangeduid als Bevi-inrichting. Dit in verband met een vergunning voor vier bovengrondse tanks met dieselolie (brandbare vloeistof) van maximaal 200 m3. Alle vier de tanks zijn echter verwijderd. De locatie blijft nog wel in de signaleringskaart staan zolang de vergunning niet is ingetrokken. Vanwege de grote afstand tot aan het plangebied (> 300 meter) is deze inrichting niet relevant vanuit het oogpunt van externe veiligheid.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

35

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Buisleidingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan (binnen 1000 meter) zijn geen buisleidingen gelegen waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Transportroutes gevaarlijke stoffen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg of het water aanwezig. Wel zijn er twee routes voor dergelijke stoffen over het spoor nabij het plangebied gelegen: de spoorlijn Zutphen-Delden (Route 130, Zutphen Twentekanaal aansl. – Delden) en de spoorlijn Zutphen – Deventer (Route 62, Zutphen Twentekanaal aansl. – DeventerOost). Plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied Voor beide spoortrajecten geldt dat het plaatsgebonden risico 0 meter bedraagt, volgens de Regeling basisnet. Bovendien is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied (PAG) voor beide spoortrajecten. Deze elementen vormen daarmee geen belemmering voor dit plan. Groepsrisico Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van beide spoortrajecten. Spoortraject Zutphen – Deventer-Oost Omdat het plangebied op meer dan 200 meter van het spoortraject Zutphen – Deventer-Oost ligt, is een berekening van de hoogte van het groepsrisico voor dit spoortraject niet nodig. Aangezien het plangebied wel binnen het invloedsgebied van dit spoortraject ligt, dient het groepsrisico nog wel beperkt verantwoord te worden, conform Artikel 7 van het Bevt.

In deze verantwoording hoeft alleen ingegaan te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de spoorweg (bestrijdbaarheid) en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de spoorweg een ramp voordoet (zelfredzaamheid). Hieronder is een uitgebreide verantwoording opgenomen voor de spoorweg Zutphen – Delden, waarin ook de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid aan de orde komen. Derhalve zij verwezen naar deze verantwoording. De verantwoording van deze aspecten is voor de spoorweg Zutphen-Deventer-Oost namelijk inhoudelijk hetzelfde als voor de spoorweg Zutphen-Delden. Spoortraject Zutphen - Delden Omdat het plangebied binnen de 200 meterzone van het spoortraject Zutphen – Delden ligt, is de hoogte van het groepsrisico berekend, conform Artikel 8 van het Bevt. Hiervoor is door de Omgevingsdienst Achterhoek een kwantitatieve risicobeoordeling (QRA) uitgevoerd, welke is toegevoegd als bijlage bij de toelichting3. Uit deze QRA blijkt dat het plan een verhoging van het groepsrisico oplevert, namelijk een toename van 16%. Wel blijft het groepsrisico in de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde.

Het hoogste groepsrisico dat wordt veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Zutphen-Delden bedraagt een factor 0,35 van de oriëntatiewaarde in de huidige situatie en een factor 0,407 van de oriëntatiewaarde voor de toekomstige situatie.

3 Omgevingsdienst Achterhoek, ‘Risicoberekening transport spoor Kokstraat 37 te Eefde’,

december 2020. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

36

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Omdat het groepsrisico groter is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde en met meer dan 10% toeneemt als gevolg van het plan, dient het groepsrisico voor het spoortraject Zutphen-Delden volledig te worden verantwoord, conform Artikel 7 en 8 van het Bevt. Deze verantwoording is in een separate notitie 4 opgenomen die eveneens als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. In dit advies is ook rekening gehouden met het advies dat de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) op het woningbouwplan heeft uitgebracht5. Volledigheidshalve wordt naar deze notitie verwezen en is de conclusie hieronder overgenomen. Conclusie verantwoording groepsrisico Als gevolg van het plan neemt het groepsrisico toe, maar blijft wel onder de oriënterende waarde. Gelet op de bovenstaande overwegingen acht de gemeente Lochem de toename verantwoord. 4.5.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 4.6

BODEM

4.6.1 Beleid en regelgeving In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Als blijkt dat de bodem niet geschikt is, dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden uitgevoerd. 4.6.2 Bodem in relatie tot het plangebied In oktober en november 2020, is door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV een verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Kokstraat 37 te Eefde 6. Dit onderzoek is terug te vinden in de bijlage bij deze plantoelichting. De belangrijkste resultaten, conclusies en aanbevelingen worden hierna weergegeven. Resultaten bodemonderzoek Asbestonderzoek Zintuiglijk zijn lokaal in de bovengrond sporen waargenomen. In diverse monsterpunten is een volledige puinlaag waargenomen, vanaf maaiveld tot

4 mRO b.v., ‘Verantwoording groepsrisico spoorweg Zutphen-Delden in het kader van

woningbouw Kokstraat 37 Eefde’, november 2021 5 Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland, ‘Advies externe veiligheid woonbouwplan Kokstraat Eefde’, 15 september 2021. 6 Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, ‘Verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Kokstraat 35-37 te Eefde’, 16 november 2020 Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

37

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

maximaal 0,4 m-mv. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de volledig puinhoudende bodemlaag is geen asbest gevonden. In andere delen van het plangebied, zoals de drupzone, is een gewogen gehalte aan asbest aangetoond wat de bepalingsgrens overschrijdt. Dit blijft echter beneden de norm voor nader onderzoek. Vaste bodem en grondwater In de vaste bodem zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB’ s en minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de analyseresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, milieutechnisch gezien, geen bezwaren voor de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de locatie. Er wordt geadviseerd om bij ontwikkeling van de locatie te werken met een gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing (Bbk). De aangetoonde verhogingen in de vaste bodem kunnen, bij toetsing aan het Bbk, beperkingen opleveren ten aanzien van het (her-)gebruik elders. Af te voeren grond dient eventueel AP-04 te worden ingekeurd, voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden.

4.6.3 Conclusie Op basis van de bevindingen van het verkennend bodemonderzoek is de bodem geschikt voor het beoogde gebruik. Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg. 4.7

TRILLINGEN

4.7.1 Algemeen In Nederland is er tot op heden geen wetgeving waarin hinder vanwege trillingen is geregeld. Bij ruimtelijke plannen die dichtbij spoorlijnen liggen wordt veelal teruggevallen op de richtlijn voor het aspect trillingen van de Stichting Bouwresearch (SBR), de SBR-richtlijn Trillingen, deel B ‘Hinder voor personen in gebouwen’. Trillinghinder wordt beoordeeld aan de hand van het maximaal optredende trillingsniveau (Vmax) en het gemiddeld trillingsniveau (Vper), analoog aan respectievelijk het maximale geluidsniveau en het langtijd gemiddeld geluidsniveau voor een etmaalperiode bij de beoordeling van geluid. Voor een aantal typen trillingen en verschillende gebouwfuncties (wonen, onderwijs ed.) staan in de richtlijn grens- en streefwaarden voor maximaal optredende en gemiddelde trillingsniveaus. Voor hinder voor personen in gebouwen gelden streefwaarden. Overschrijding van deze streefwaarden leidt tot een reële kans op hinder. De richtlijn maakt daarbij onderscheid in de functie van het gebouw, de aard van de trillingsbron en in bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties en laat in alle gevallen ruimte voor het afwegen van maatregelen. 4.7.2 Trillingen in relatie tot het plangebied Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 18 nieuwe woningen op een voormalig bedrijfsperceel aan de Kokstraat 37 in Eefde. Ten

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

38

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

noorden van het plangebied, op circa 35 meter afstand, ligt de spoorlijn Zutphen – Hengelo. Gezien de relatief korte afstand tot het spoor kan trillingshinder als gevolg van treinverkeer niet op voorhand worden uitgesloten. In dit verband is voor de beoogde woningbouwontwikkeling een trillingsonderzoek uitgevoerd7 om vast te stellen of er sprake zal zijn van trillinghinder in de geplande bebouwing, en zo ja, met welke maatregelen deze hinder is te voorkomen. Daarbij is, conform de in de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen omschreven aanpak, met behulp van metingen op de bouwlocatie en modelberekeningen van de toekomstige bebouwing onderzocht wat de trillingen zullen zijn in de toekomstige bebouwing. Vervolgens zijn deze trillingen getoetst aan het beoordelingskader conform de SBR B-richtlijn. Daarbij zijn meerdere constructieve uitwerkingsvarianten onderzocht, passend binnen de stedenbouwkundige uitwerking, zodat dit trillingsonderzoek bruikbaar is voor verschillende uitwerkingen. De rapportage van het trillingsonderzoek is als bijlage bij deze plantoelichting opgenomen. De belangrijkste resultaten en conclusies van het betreffende onderzoek worden hierna weergegeven.

Resultaten trillingsonderzoek De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat overschrijdingen van de streefwaarden voor trillingshinder voor nieuwe situaties in de eerstelijnsbebouwing (4 woningen) niet zijn uit te sluiten. In bijgaande figuur 17 is dit in beeld gebracht. Het gaat om een beperkt aantal overschrijdingen (maximaal 3 per week, dus minder dan 1 per dag). De overschrijdingen zijn vooral het gevolg van goederentreinen met een afwijkende trillingssterkte, die over het wissel bij het plangebied rijden. Door de zandige bodemopbouw dempen de trillingen slecht uit met de afstand, en zijn deze tot op grote afstand waarneembaar.

7 We-Boost Data, ‘Kokstraat Eefde Trillingsonderzoek t.b.v nieuwbouw’, 10 juni 2021

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

39

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Figuur 16 - Meetpunten in en bij het onderzoeksgebied (bron: We-Boost Data Trillingsonderzoek, 2021)

Figuur 17 – Beoordeling van de trillingen aan de SBR B-richtlijn voor nieuwe situaties (bron: We-Boost Data Trillingsonderzoek, 2021)

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

40

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Omdat de trillingen niet voldoen aan het beoordelingskader, de SBR B-richtlijn, is er onderzoek naar maatregelen uitgevoerd, gebaseerd op de handvatten uit bijlage 5 van de SBR B-richtlijn. Deze bijlage classificeert de trillingen in het plangebied als matige hinder. De belangrijkste conclusies daarvan zijn: 1. Maatregelen aan het spoor of de treinen vallen buiten de planologische grenzen van het onderzoeksgebied, hebben soms onvoldoende effect en brengen zeer hoge kosten met zicht mee. Deze maatregelen, zoals het verplaatsen van het wissel, het aanbrengen van een betonplaat onder het spoor of rubberen matjes onder de dwarsliggers (under sleeper pads), zijn daarom niet doelmatig. 2. Maatregelen in de bodem zijn lastig inpasbaar (met name afschermen van de rijwoning is lastig door ligging dichtbij perceelgrens). Deze maatregelen zijn daarnaast zeer kostbaar (meer dan € 40.000 per woning). Deze maatregelen zijn, gezien de hoge kosten en het incidentele aantal overschrijdingen, niet doelmatig. 3. Met constructieve optimalisaties van het ontwerp zijn de trillingen wel te reduceren. Denk dan aan het verzwaren van de constructie (fundering, vloeren) en het vermijden van open, lichte of slappe constructies (zoals houtskelet- of open staalbouw).

Een echt effectieve maatregel is het afveren van de woningen (toepassen van trillingsisolatie tussen de fundering), maar de kosten van deze maatregel bedragen tussen de €10.000 en € 25.000 per woning. In het onderzoek wordt geadviseerd om bij de verdere uitwerking van de (bouw)plannen ervoor te zorgen dat de woningen qua trillingen zo optimaal mogelijk worden geconstrueerd. Hierbij zijn bijvoorbeeld de materiaalkeuze, dikte van vloeren en funderingen en de soort vloer van belang. Indien deze optimalisaties niet mogelijk zijn, wordt aangeraden om af te wegen of trillingsisolatie doelmatig is voor in ieder geval de drie meest nabij het spoor gelegen levensloopbestendige woningen en de kopwoning van de rijwoningen. Dit is een zeer effectieve maatregel, waarmee de trillingen in alle woningen lager zijn dan de streefwaarden, maar de kosten van deze maatregel zijn met € 10.000 tot € 25.000 per woning hoog. Bij de rijwoningen moet bovendien aandacht worden besteed aan de dilatatie tussen de woningen in het geval dat alleen de kopwoning wordt afgeveerd. In het afwegen van de doelmatigheid van optimalisaties en maatregelen, kunnen, naast de kosten en impact op het realisatieproces de volgende trillingsaspecten worden meegewogen: 1.

Het gaat om een beperkt aantal overschrijdingen (maximaal 3 per week, dus minder dan 1 per dag in de woningen het meest dichtbij het spoor), veroorzaakt door goederentreinen met een afwijkende trillingssterkte. De trillingen van de meeste goederentreinen en alle reizigerstreinen voldoen wel aan het beoordelingskader. 2. De trillingen voldoen weliswaar niet aan de strenge streefwaarden voor nieuwbouw uit de SBR B-richtlijn, maar wel aan de soepeler streefwaarden voor bestaande situaties uit de SBR B-richtlijn. In die soepeler streefwaarden voor bestaande situaties is een zekere mate van gewenning meegenomen. 3. De woningen worden gerealiseerd in een zone dichtbij het spoor, waar nu ook al bebouwing is gerealiseerd die dichter bij het spoor staat. Het gaat bovendien om oude, meer trillingsgevoelige bebouwing, waar de trillingen dus significant hoger zullen zijn dan in de nieuwe woningen. Ook zonder maatregelen tegen trillingen ontstaat in de geplande bebouwing daarom geen onacceptabele situatie: de trillingen zijn daar immers (veel) lager dan in andere, al bestaande bebouwing rond deze locatie.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

41

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Samengevat geldt dat de trillingen in de eerstelijnsbebouwing (4 noordelijke woningen in het voorliggende plan) niet voldoen aan het beoordelingskader (streefwaarden voor een ‘nieuwe situatie’) van de SBR B-richtlijn. Met constructieve optimalisaties is wel te voldoen aan het beoordelingskader. Dat kan door het toepassen van een zwaardere fundering in combinatie met zwaardere vloeren in de eerstelijnsbebouwing (bezien vanaf het spoor). Een andere mogelijkheid is het afveren van deze woningen door het toepassen van trillingsisolatie (stalen veerdozen tussen de fundering). Met deze maatregelen zijn de trillingen te reduceren tot onder de streefwaarden uit de SBR B-richtlijn. Of deze constructieve optimalisaties of maatregelen doelmatig zijn, hangt af van de verdere uitwerking van de plannen. In ieder geval bevat het uitgevoerde trillingsonderzoek de handvatten waarmee een constructeur of architect de plannen verder kan uitwerken, en waarmee de initiatiefnemer maatregelen of optimalisaties kan afwegen op doelmatigheid. Ook wanneer uiteindelijk geen maatregelen zouden worden getroffen, is op basis van een motivatie met verwijzing naar meer trillingsgevoelige bebouwing dichter bij het spoor rond het plangebied, hoge kosten van maatregelen en het beperkte aantal overschrijdingen, te motiveren dat er geen onacceptabel woon- en leefklimaat ontstaat in de geplande woningen.

4.7.3 Conclusie Bij de nadere uitwerking en doorrekening van de (bouw)plannen zal worden bezien of, en zo ja welke, van de in het trillingsonderzoek aangegeven ontwerpoptimalisaties doelmatig zijn. Duidelijk is al wel dat met het voorliggende woningbouwplan sowieso geen onacceptabele woon- en leefsituatie ontstaat met betrekking tot het aspect trillingen. Dit blijkt uit de resultaten en conclusies van het uitgevoerde trillingsonderzoek en de afwegingen/ motiveringen die daarin zijn weergegeven. 4.8

WATER

4.8.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Lochem is het waterschap Rijn en IJssel verantwoordelijk voor het waterbeheer. 4.8.2 Beleidskader Eind jaren negentig vond er een omslag plaats in denken en beleid over de omgang met water. In plaats van voort te borduren op het vertrouwde denken in waterbeheersing door technische ingrepen gericht op het veilig en snel afvoeren

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

42

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

van water, kwam de nadruk te liggen op het aansluiten op de natuurlijke potenties van het landschap en het watersysteem. Bij dit nieuwe waterdenken staat duurzaamheid voorop. Daarmee wordt bedoeld dat er zo min mogelijk inspanningen van buitenaf nodig zijn om het watersysteem in stand te houden en overlast te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat natuurlijke processen zoals infiltratie en kwel, het zelfreinigende vermogen van waterlopen etc. worden hersteld. Externe negatieve effecten, zoals toename van verharding en riooloverstorten met afvalwater, worden voorkomen of gecompenseerd. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren dan ook beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa • Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal • Waterwet • Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) Provinciaal • Omgevingsvisie Gaaf Gelderland • Omgevingsverordening Gelderland Regionaal / lokaal • Waterbeheerprogramma 2022-2027 (waterschap Rijn en IJssel) • Gemeentelijk Riolering Plan Lochem 2021-2025 (GRP). Het regionale en lokale beleidskader wordt nader toegelicht. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterschap zorgt voor het water in de omgeving.

Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s. Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

43

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met de partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven.

Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruikt het waterschap de (digitale) watertoets. Gemeentelijk Riolering Plan Lochem 2021-2025 (GRP) Belangrijke hydrologische uitgangspunten bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn als volgt: Watersysteem • Uitgangspunt bij ruimtelijke plannen is dat deze hydrologisch neutraal worden aangelegd. Dit betekent dat het omliggende watersysteem niet zwaarder belast zal worden ten gevolge van de ontwikkeling; • De gemeente streeft in verband met het voorkómen van grondwateroverlast bij nieuwbouwplannen naar een ontwateringsdiepte van ten minste 0.9 meter onder het vloerpeil van de woning (uitgaande van woningen voorzien van een kruipruimte) en 1.0 meter onder het vloerpeil bij bedrijventerreinen; • Het waterschap toetst het watersysteem bij nieuwbouw op inundatie voor een neerslag van T100+10% (T100 = herhalingstijd van eens in de honderd jaar en 10% extra neerslag ten gevolge van klimaatontwikkeling). Afvalwater en hemelwater (algemeen) • Nieuwbouw gaat uit van de primaire verwerking van hemelwater op het eigen terrein naar de bodem. Pas als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, vanwege te hoge grondwaterstanden en/of slecht doorlatende bodem, zal het hemelwater buiten het particuliere terrein verwerkt worden.

In dat geval dient het hemelwater te worden afgevoerd naar oppervlaktewater en/of naar centrale wadi’s binnen het plangebied. • Het afvalwater en hemelwater moeten altijd gescheiden worden aangeleverd tot aan de erfgrens ongeacht het rioolsysteem dat in het openbaar gebied is aangelegd;

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

44

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

• In drukrioleringsgebieden en bij gebruik van een IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater) dient de particulier al het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken. • De gemeente draagt als eigenaar en beheerder zorg voor de inzameling en verwerking van het hemelwater in het openbare gebied. • Het hemelwater stroomt zoveel mogelijk zichtbaar af naar oppervlaktewater of naar een centrale infiltratievoorziening, bij voorkeur een wadi. Als bovengrondse noodoverlaat/ afvoer redelijkerwijs niet kan, wordt het hemelwater via een hemelwater- of IT (infiltratie) -riool afgevoerd naar de waterberging. Hemelwater bij nieuwbouwplannen (onderdeel van groter plangebied) • Hemelwater moet binnen de grenzen van het plangebied verwerkt worden. Dit kan op de individuele percelen of collectief in bijvoorbeeld een wadi. • In geval van een collectieve voorziening moet het afstromende hemelwater bij voorkeur bovengronds worden afgevoerd naar de voorziening. De capaciteit van de waterberging is afhankelijk van de situatie en wordt in overleg met de gemeente en het waterschap bepaald (o.a. in procedure watertoets). • Als bovengrondse noodoverlaat/ afvoer redelijkerwijs niet kan, wordt het hemelwater via een hemelwater- of IT -riool afgevoerd naar de waterberging.

• Hydraulisch moet het nieuwe stelsel (of de goten) voldoen aan Bui 8 T=2 met een minimale waking (verschil tussen peil in het riool en het maaiveldniveau) van 0,20 m. Bij grotere buien fungeert de openbare ruimte als tijdelijke berging. Daarnaast zal getoetst moeten worden met een controlebui T=10 om eventuele knelpunten zichtbaar te maken waar maatregelen voor genomen moeten worden. • Voor de opvang en het transport van het hemelwater mogen geen uitlogende materialen worden toegepast. • Bij bui T=500 mag er geen hemelwater in woningen, winkels en/of bedrijven stromen. 4.8.3 Water in relatie tot het plangebied Door ingenieursbureau Verhoeve &Faber is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. De rapportage8 is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Het waterhuishoudkundig plan is met het Waterschap besproken en akkoord bevonden en bevestigd per e-mail op 30 juni 2025. De bevindingen en conclusies ten aanzien van de verplichte minimale waterberging zijn hieronder samengevat weergegeven. Bestaande situatie Oppervlaktewater en waterkeringen In de huidige situatie is in het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig en er bevinden zich geen waterkeringen of andere waterstaatkundige werken. Het voorliggende plan voorziet ook niet in het graven van watergangen of andere werken. Grondwaterbescherming Het plangebied ligt niet in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.

Op het perceel en directe omgeving is geen sprake van wateroverlast.

8 Verhoeve & Faber ingenieurs en adviseurs b.v., Kokstraat Eefde, Waterhuishoudkundigplan,

proj.nr. 21-004/DWI/002/Definitief_V3, 11 juli 2025 Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

45

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Bebouwing en verharding Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een nieuw woningbouwplan mogelijk gemaakt, op een voormalig bedrijfsperceel aan de Kokstraat 37 in de kern Eefde. De planlocatie van deze herstructurering binnen de bebouwde kom van Eefde heeft een totale omvang van ca. 5.390 m2. De bestaande bedrijfsgebouwen en opstallen worden gesloopt en de aangrenzende terreinverharding (vooral in gebruik voor de ontsluiting van het terrein, parkeren, logistiek en opslag) wordt verwijderd. In de bestaande situatie bestaat de verharding uit 2.345 m2 (bebouwing + terreinverharding).

Figuur 18 – Overzicht verhardingen op hoofdlijnen voor het plangebied huidige situatie

Nieuwe situatie Binnen het plangebied worden 18 grondgebonden woningen teruggebouwd en wordt voorzien in parkeerplaatsen en ontsluiting van het terrein. Bebouwing en verharding De verharding van het nieuwe plan is opgedeeld in twee onderdelen: het particuliere terrein (de private woonpercelen) en het openbaar gebied. Onderdeel

Oppervlakte bruto (m2)

Percentage

Oppervlakte netto (m2)

Bebouwing

1.300

100%

1.300

Tuin

1.404

40%

562

Oprit

254

100%

254

Totaal

2.958

2.116

Tabel 5 – verharding particulier terrein (bron: Verhoeve & Faber)

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

46

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Verhardingstype

Oppervlakte bruto (m2)

Percentage

Oppervlakte netto (m2)

1.126

100%

1.126

Parkeervakken (grasbetontegels)

337

70%

236

Achterpad

89

100%

89

Rijbaan + goot

Totaal

1.552

1.451

Tabel 6 – verharding openbaar terrein (bron: Verhoeve & Faber)

In totaal bedraagt de netto verharding in de nieuwe situatie 3.567 m2. De toename bedraagt daarmee (3.567– 2.345) 1.222 m2. Waterberging De berging van het hemelwater is voorzien in een infiltratiestelsel (IT-stelsel) dat volledig binnen het plangebied zal worden gerealiseerd. Het IT-stelsel bestaat uit een stelsel van bergings- en infiltratievoorziening op particulier terrein (erven bij de woning) en een IT-riool onder de openbare ruimte. Voor het bepalen van de afmetingen van de infiltratievoorziening en het IT-riool dient rekening gehouden te worden met het verhard oppervlak en de minimale berging van 80 mm (bui T=100+10%). Bergingseis (mm)

Oppervlakte (m2)

Berging (m3)

Particulier terrein

80

2.116

170

Openbaar terrein

80

1.451

116

Totaal

286

Tabel 7 – minimale bergingscapaciteit (bron: Verhoeve & Faber)

Dit leidt tot een totale (minimale) bergingscapaciteit van 286 m3 binnen het plangebied. In het waterhuishoudkundig plan is deze minimale capaciteit uitgewerkt en gedimensioneerd en is aangetoond dat hieraan voldaan kan worden met toepassing van dynamische berging (waarbij de berging deels onder het maaiveld meegerekend wordt) aangezien deze over een tijdsperiode (etmaal) ook weer (deels) leeglopen door infitrltratie in de ondergrond. Hiermee wordt een voldoende equivalent behaald om de vereiste 80 mm (statische) berging te behalen die past bij het maatgevende scenario 1=100+10%. Op particulier terrein worden (dubbellaags) infiltratiekratten aangelegd en onder de openbare ruimte wordt over een lengte van ca. 180 m een infiltratieriool (ingepakt in dekzand) aangelegd. In combinatie met water-doorlatende verharding van (openbare) parkeerplaatsen, biedt dit voldoende infiltrerende en afvoerende capaciteit om te voldoen aan de vereiste minimale berging van 286 m3. Daarmee is op voorhand aangetoond blijkt dat de bui T=100+10% in een dergelijk IT-stelsel geborgen en (vertraagd) afgevoerd kan worden, zonder dat het overlast veroorzaakt. Eveneens is getoetst aan een bui T=500 en is niet te verwachten dat het bouwpeil van de woningen een belemmering oplevert voor dit scenario.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

47

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

Riolering Het vuilwater zal middels een separaat riool aangesloten worden op het bestaande gemeentelijke riool in de omgeving. De dimensionering en inrichting van het stelsel wordt is uitgewerkt in het waterhuishoudkundig plan in bijlage 8. Waterkwaliteit Het hemelwater dat neerkomt op de nieuwe woningen dient zo schoon mogelijk te blijven. Het is daarom belangrijk om de waterkwaliteit te bewaken. Daartoe wordt het gebruik van uitloogbare materialen bij het bouwen zoveel mogelijk te worden vermeden. 4.8.4 Conclusie Als onderdeel van de beoogde woningbouwontwikkeling neemt de verharding binnen het plangebied toe. De waterbergingsopgave is in beeld gebracht en in het waterhuishoudkundig plan afdoende uitgewerkt en gedimensioneerd. Dit is overlegd met gemeente en het waterschap en akkoord bevonden. Voor de volledigheid is de minimale waterbergingseis op de particulier terreinen én het openbaar terrein als voorwaardelijke bepaling opgenomen in de planregels van voorliggend bestemmingsplan in artikel 11.2. Het bestemmingsplan staat dergelijke waterbergende maatregelen toe. Het aspect waterhuishouding vormt dan ook geen belemmering voor het bestemmingsplan. 4.9

ECOLOGIE

4.9.1 Beleid en regelgeving9 Ter bescherming van de natuur bij ruimtelijke projecten richt de Omgevingswet zich op gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming is vooral gericht op Natura 2000-gebieden en gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden). In Gelderland is dit beschermd als het Gelders Natuurnetwerk (GNN), aangevuld met de Groene Ontwikkelingszone (GO). Soortenbescherming is gebaseerd op het beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit is geregeld in de provinciale Omgevingsverordening. 4.9.2 Ecologie in relatie tot het plangebied Om te beoordelen wat de effecten zijn op de natuur van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein aan de Kokstraat 37 in Eefde is in 2021 door

9 Hoewel het voorliggende bestemmingsplan nog onder de werking van de Wet ruimtelijke

ordening (Wro) valt, is in deze paragraaf niet getoetst aan de wetgeving die voor 1 januari 2024 gold, maar aan de huidige geldende wetgeving, zijnde de Omgevingswet (Ow). Dit omdat fysieke ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden na 1 januari 2024 ten aanzien van de gebieds- en soortenbescherming moeten voldoen aan de Ow. De Ow heeft op dit punt een rechtstreekse werking.

Gemeente Lochem Bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde mRO b.v. / TOE / 99.492 – v8.3 / okt. 2025

48

NL.IMRO.0262.eeKokstraat37Ee-BP41 Vast te stellen

adviesbureau Veldbiologische Werken een natuurtoets in de vorm van een quickscan10 uitgevoerd. Daarbij is gekeken naar soortenbescherming en gebiedsbescherming, gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. In 2025 heeft een actualisering van dit onderzoek plaatsgevonden. De rapportage van het geactualiseerde onderzoek11 is integraal als bijlage achter deze toelichting opgenomen. De belangrijkste bevindingen en conclusies worden hierna weergegeven. Resultaten Quickscan Omgevingswet Gebiedsbescherming Natura-2000 Het plangebied maakt deel uit van de kern Eefde en ligt daarmee niet in of direct nabij Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied ‘Rijntakken’. Dit gebied bevindt zich op een afstand van circa 2.5 kilometer ten westen van het plangebied. Gelet op deze afstand en de aard en omvang van het plan binnen een bestaand en bebouwd gebied, zullen de voorgenomen activiteiten (sloop en nieuwbouw) geen effect hebben op de oppervlakte van het Natura-2000 gebied. Dit kan niet zonder meer gesteld worden voor het aspect stikstofdepositie. Hiervoor geldt dat aan de hand van een stikstofberekening (Aerius berekening) duidelijk gemaakt moet worden welke depositie/ emissie de sloop, bouw en gebruiksfase zal hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263846/2