CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkamer gemeente Lochem - Normaliseren is te leren DEF

Raadsvergadering 12 mei 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Rekenkamerrapport Normaliseren is te leren23.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tegelijkertijd liggen er nog mogelijkheden om de doelstellingen aan te scherpen en indicatoren toe te voegen. Zo is het de vraag wat precies wordt bedoeld met hulp op maat. Wat ga je monitoren om te toetsen of hulp op maat is?

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 26 van 57

Om de voortgang op de doelstelling “algemene voorzieningen worden meer en beter gebruikt” wordt “de verschuiving van hulp-op-maat naar algemene voorzieningen in aantal en % gebruikers en voorzieningen” genoemd. Wederom is een concretiseringsslag mogelijk. Gaat het alleen om een verschuiving of kunnen hulp op maat en algemene voorzieningen ook naast elkaar worden ingezet? Het is verder de vraag wat er gebeurt als er zowel een stijging plaatsvindt bij hulp-op-maat als bij het gebruik van algemene voorzieningen. Gaat de doelstelling in dit geval de goede kant op? In de toelichtende tekst staan regelmatig onderdelen van de doelstelling die niet zijn uitgewerkt in indicatoren. Zo wordt gesproken over de bekendheid van algemene voorzieningen in relatie tot het gebruik. Dit kan als indicator worden opgenomen. Bovendien wordt de vraag “wanneer is de gemeente Lochem tevreden?” niet beantwoord. Op dit moment worden er dus geen streefwaarden benoemd in het beleid. Een voorbeeld van een streefwaarde kan zijn dat je de indicator “daling van hulp met verblijf” concretiseert door een daling van 5% in 2024 ten opzichte van 2023 toe te voegen. Uiteraard is dit percentage fictief en moet het precieze getal worden bepaald op basis van data van de gemeente Lochem. Het benoemen van een precies percentage gaat vaak gepaard met aannames over de effectiviteit van het beleid.

Ook vraagt het vaak om een politieke uitspraak over het ambitieniveau van een doelstelling. Streefwaarden hebben als doel om gezamenlijk een goed gesprek te kunnen voeren over de voortgang van beleid en dus niet om ‘af te rekenen’. Het gaat steeds om vragen als: waarom lukt het wel of niet om de streefwaarde te bereiken? En hoe kunnen we hiermee omgaan/hierop sturen? In gesprekken met verschillende respondenten wordt aangegeven dat het werken met streefwaarden een belangrijk onderdeel is van de doorontwikkeling. Het college wil in 2025 het jeugdbeleid doorontwikkelen. Het werken met streefwaarden wordt hierin meegenomen. De doelstellingen zijn op allerlei manieren vertaald naar eisen voor algemene voorzieningen voor jeugdigen: ● Subsidiecyclus: in de subsidiecyclus van het indienen van een aanvraag, het verlenen van een toekenningsbeschikking, het indienen van de verantwoording, (tussentijdse) evaluatiegesprekken en een vaststellingsbeschikking komen eisen voor algemene voorzieningen aan bod. Zo staan de doelstellingen voor de subsidie of de doelstellingen waar de subsidie aan moet bijdragen in de beschikking opgenomen onder het kopje “doelstellingen van de subsidie”. Ook moeten algemene voorzieningen die een subsidie ontvangen voldoen aan de eisen die ze zelf in hun activiteitenplan hebben opgenomen.

● Algemene subsidieverordening: in de algemene subsidieverordening zijn de regels opgenomen voor het aanvragen en verlenen van subsidie. Een groot deel van de algemene voorzieningen in de gemeente Lochem ontvangt subsidie op basis van de (algemene) eisen in deze subsidieverordening, aangevuld met specifieke eisen op basis van de activiteit. ● Verordening en beleidsregels jeugdhulp en Wmo: in de verordening en beleidsregels jeugdhulp en Wmo zijn de regels opgenomen die voortvloeien uit het beleidsplan jeugdhulp en Wmo 2020. Voor een deel betreft het maatwerkvoorzieningen, maar het gaat bijvoorbeeld ook over de voorwaarden voor het verlenen van een pgb en de aanvraagprocedure bij ‘t Baken.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 27 van 57

H6 | Organisatie In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag hoe de gemeente Lochem het voorliggend veld en de toegang tot jeugdhulp heeft georganiseerd en welke rol ‘t Baken hierin speelt. Ook kijken we naar andere (vind)plekken waar kinderen of ouders vragen kunnen stellen, bijvoorbeeld bij de huisarts, het consultatiebureau of op school. In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen en normen aan bod. Deelvragen

Normen

3. In hoeverre fungeert 't Baken

●

taakvolwassen als integrale toegang, specifiek voor de eerste twee treden van jeugdhulp?

● ● ●

4. Wat is het beeld van de partners over

●

het beleid en de taakuitoefening van de gemeente/'t Baken ten aanzien van het jeugdbeleid?

●

In (de uitwerking van) het beleid staat duidelijk uitgewerkt hoe de toegang georganiseerd is en welke taken hierbij horen. Er zijn stukken (op de website) die jongeren en ouders informeren over de werkwijze van ‘t Baken. Er is een duidelijke definitie van ‘integrale toegang’ opgesteld en er wordt in lijn met deze definitie gewerkt. Consulenten van ‘t Baken ervaren grip op de inzet van de eerste twee treden van jeugdhulp in casuïstiek. Netwerkpartners (h)erkennen het vastgestelde beleid en de taakuitoefening van ‘t Baken. Er is een heldere rol- en taakverdeling tussen de verschillende netwerkpartners.

5.1 In hoeverre fungeert 't Baken taakvolwassen als integrale toegang voor jeugdhulp? Samenvatting antwoord deelvraag 3 ● ‘t Baken treedt taakvolwassen op als gemeentelijke toegang tot jeugdhulp. Zo wordt integraal gewerkt tussen de verschillende teams van ‘t Baken, onder andere in buddygroepen. Extern wordt aangesloten bij belangrijke vindplekken in het leven van ouders en jeugdigen, bijvoorbeeld bij het onderwijs. ‘t Baken is niet de enige toegang tot jeugdhulp. Ouders en jeugdigen kunnen ook direct gebruikmaken van voorliggende voorzieningen of in gesprek gaan met bijvoorbeeld de huisarts voor hulp en ondersteuning. ● Per casus wordt integraal gewogen wat een passend vervolg is voor het gezin. Alle treden worden hierin meegenomen, van zelf tot aan het netwerk, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Verder biedt team Jeugd met Gezin zelf ambulante ondersteuning aan en is een ambulant team beschikbaar voor uitgebreide vraagverheldering en opgroei- en opvoedtips. ● Medewerkers van ‘t Baken voeren casusregie, ook als een inwoner een maatwerkvoorziening krijgt. Dit betekent dat hulp op elkaar wordt afgestemd, een vinger aan de pols wordt gehouden en tijdig wordt besproken welke vervolghulp (eventueel) nodig is. Deze casusregie is een belangrijke voorwaarde voor integraal werken.

Inwoners kunnen op meerdere plekken in de gemeente Lochem terecht met hun vragen over opvoeden en opgroeien. Zo kloppen sommige ouders en jeugdigen aan bij de huisarts met hun hulpvraag, anderen krijgen hulp via het onderwijs en weer anderen gaan naar ‘t Baken, zie ook paragraaf 7.3 waarin we hier nader op ingaan. ‘t Baken is de zogenaamde gemeentelijke toegang tot jeugdhulp. Jeugdigen en ouders die hier aankloppen voor hulp en ondersteuning kunnen verwezen worden naar een algemene voorziening (trede 3) of een maatwerkvoorziening (trede 4)9. Bovendien bieden de professionals vanuit ‘t Baken ook (lichte) ambulante hulp. 9 Zie figuur 2.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 28 van 57

‘t Baken treedt op als taakvolwassen gemeentelijke toegang ‘t Baken helpt inwoners van de gemeente Lochem met hun vragen over jeugd, zorg, werk en inkomen. Deze vragen worden opgepakt in het team Wmo, team Participatie, team sociaal werk of het team Jeugd met Gezin en leerplicht. Dit onderzoek richt zich op Jeugd en Gezin, dus waar we spreken over ‘t Baken gaat het doorgaans over de consulenten vanuit het team Jeugd met Gezin. In het team Jeugd met Gezin worden besluiten genomen in kernteams. Deze teams bestaan uit tenminste drie consulenten en de gedragswetenschapper. Bij het beantwoorden van vragen van inwoners wordt gekeken wat een passende oplossing is. Alle treden worden hierin behandeld, van zelf doen, eigen netwerk en algemene voorzieningen tot aan maatwerkvoorzieningen. Consulenten Jeugd met Gezin bieden ook zelf kortdurende ondersteuning in de vorm van gesprekken (doorgaans drie tot vijf, afhankelijk van de vraag). Dit kan eveneens voldoende zijn om een vraag op te lossen. Medewerkers van het team Jeugd met Gezin behandelen allerlei soorten (hulp)vragen en nemen daarin verschillende rollen op zich. Soms zijn ze wegwijzer in de sociale basis, in andere gevallen verlenen ze zelf hulp of zijn casusregisseur. Meer over casusregie staat beschreven in de volgende paragraaf. Inmiddels is er sprake van een stabiel team Jeugd met Gezin.

In het verleden was er sprake van veel personeelswisselingen, aldus verschillende respondenten. Iedereen die nu in het team werkt, heeft bewust voor deze rol gekozen. Bovendien is er voldoende ruimte voor ontwikkeling, training en scholing. Zo zijn in 2024 trainingen aangeboden voor systeemgericht werken, signalerings- en veiligheidsplannen en Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ).

‘t Baken voert casusregie De consulenten van ‘t Baken voeren casusregie bij alle inwoners die zich melden bij ‘t Baken, zie ook paragraaf 7.3 waarin we hierover met cliënten hebben gesproken. Dit geldt voor inwoners die direct contact opnemen met ‘t Baken en inwoners die via maatschappelijke partners, zoals het onderwijs, hier terechtkomen. De casusregisseur houdt het overzicht en zorgt dat de (eventueel) verschillende vormen van hulp goed op elkaar aansluiten. Casusregie betekent ook een vinger aan de pols houden (zowel tijdens als na de hulp en ondersteuning) en indien nodig een afweging maken of een herindicatie nodig is. De benodigde tijdsinvestering verschilt per cliënt. Zware problematiek vraagt niet automatisch de meeste inzet. Soms vraagt de casusregie van een gezin met relatief veel kinderen bijvoorbeeld de meeste tijd. Bij nieuwe casuïstiek wordt pragmatisch afgewogen wie deze casus kan oppakken vanuit ‘t Baken, bijvoorbeeld door te kijken wie voldoende tijd heeft en vanuit welke rol en betrokkenheid iemand de casus kan oppakken. Zo zijn er consulenten betrokken bij bepaalde scholen. Mocht de vraag van deze school komen, dan ligt het voor de hand dat deze betreffende consulent deze vraag oppakt. Sommige inwoners ontvangen hulp en ondersteuning zonder dat ‘t Baken hier een rol in heeft, bijvoorbeeld bij een verwijzing van de huisarts naar een maatwerkvoorziening.

In deze gevallen is de casusregie niet belegd bij ‘t Baken. Door vanuit ‘t Baken dichtbij de huisarts te opereren, is het de bedoeling dat de huisarts de consulent van ‘t Baken betrekt op het moment dat de situatie om casusregie vraagt.

‘t Baken werkt integraal ‘t Baken werkt intern zoveel mogelijk integraal. Zo maakt iedere consulent deel uit van een buddygroep. De buddygroep bestaat onder andere uit expertise op het gebied van jeugd, Wmo, sociaal werk en participatie. Casussen kunnen hier vanuit de verschillende disciplines besproken en opgepakt worden. Wanneer meervoudige problematiek speelt in een gezin, werkt deze aanpak erg goed. Het helpt bovendien bij de overgang van jeugd naar volwassenheid (18-/18+). Inwoners krijgen hierdoor minder te maken met verschillende professionals en onnodige bureaucratie, aldus een aantal respondenten.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 29 van 57

Ook binnen team Jeugd met Gezin wordt integraal gewerkt, zoals in en met het ambulante team. In dit team werken experts op het gebied van opvoeden en opgroeien, verstandelijke beperkingen, jongvolwassenen, (gezinsgericht) wonen en de weg naar zelfstandigheid. Deze professionals zijn werkzaam bij verschillende zorgaanbieders. Bovendien zijn vanuit ‘t Baken een jeugdarts, gedragswetenschapper en een consulent jeugd lid van dit team. Ook de verslavingszorg was in het verleden onderdeel van het ambulante team. Inmiddels heeft de verslavingszorg een aanbod in het voorliggend veld en kan het ambulante team hier naartoe verwijzen. Zo biedt de verslavingszorg individuele gesprekken en interventies aan in de gemeente Lochem, kunnen professionals de verslavingszorg consulteren en houden ze een spreekuur op scholen. Met al deze expertise aan de voorkant kan een goede inschatting worden gemaakt welke hulp en ondersteuning het meest passend is. Het ambulante team werkt met het 4-weeksmodel. In dit model wordt in vier weken een (uitgebreide) inschatting gemaakt van wat een gezin nodig heeft om verder te kunnen. Soms volstaan de adviezen die tijdens deze vier weken vanuit de professional worden geboden. Zo niet, dan is het mogelijk om alsnog te verwijzen naar een maatwerkvoorziening of ondersteuning vanuit het voorliggend veld.

‘t Baken schakelt dit team in op het moment dat er meer tijd nodig is om een goede inschatting te maken van wat een gezin nodig heeft. Het ambulante team heeft vervolgens (gemiddeld) 12 uur per gezin beschikbaar om tot een passend vervolg te komen. Zoals gezegd worden tijdens deze uitgebreide vraagverheldering indien mogelijk direct praktische tips en adviezen gegeven. Soms is dit genoeg voor het gezin om zelfstandig verder te kunnen en is een verwijzing naar het voorliggend veld of een maatwerkvoorziening niet meer nodig. De kwaliteitsmedewerkers werkzaam bij ‘t Baken borgen de verbinding tussen beleid en uitvoering. Zij zijn de schakel tussen de uitvoering en verschillende afdelingen in de gemeente Lochem, zoals financiën, control en kwaliteit. Ook signaleren de kwaliteitsmedewerkers trends en ontwikkelingen, die vervolgens gecommuniceerd worden met beleid. Een voorbeeld hiervan is de recente toename van casussen met specialistische GGZ. Vervolgens wordt gezamenlijk met de beleidsmedewerkers gezocht naar een passende stap of oplossing om met het probleem om te gaan. ‘t Baken heeft uitgebreide werkinstructies voor de consulenten Jeugd met Gezin. Het gaat onder andere over werkinstructies van het 4-weeksmodel, kortdurende ondersteuning door een consulent van ‘t Baken, voorbeeldvragen brede uitvraag, richtlijn perspectiefplan en buddygroepen integraal samenwerken.

Dit is slechts een kleine opsomming.

‘t Baken is aanwezig op vindplekken Consulenten vanuit ‘t Baken zijn op allerlei plekken in de samenleving aanwezig, zoals op scholen en bij huisartsen. Op deze manier wordt de verbinding gelegd tussen de gemeentelijke toegang en ‘het gewone leven’ van ouders en jeugdigen. Dit raakt aan de eerste twee treden (zie figuur 2), zelf en met het sociale netwerk. Door deze werkwijze wordt de derde trede, algemene voorzieningen, nadrukkelijk verbonden met de eerste twee treden door middel van een manier van werken. In de praktijk kan bijvoorbeeld een leraar of intern begeleider (IB'er) aan de bel trekken bij de consulent voor overleg of om (indien toestemming is gegeven door jeugdigen en/of ouders) in gesprek te gaan met een leerling. Respondenten ervaren de aanwezigheid van consulenten jeugd op de vindplekken als erg prettig. Ook is veelvuldig benoemd dat de samenwerking steeds beter gaat. Meer over de samenwerking leest u in hoofdstuk 6.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 30 van 57

5.2 Wat is het beeld van de partners over het beleid en de taakuitoefening van de gemeente t.a.v. het jeugdbeleid? Samenvatting antwoord deelvraag 4 ● Er is een uitgebreid aanbod aan algemene voorzieningen voor hulp en ondersteuning aan jongeren in Lochem. Veel geïnterviewden geven aan dat er niet voldoende aanbod beschikbaar is om ‘iets leuks te doen’. Dit is vooral zichtbaar vanaf de middelbare schoolleeftijd, ongeveer vanaf 12 jaar. ● Er liggen nog kansen voor de gemeente Lochem om laagdrempeliger en (nog) meer bij het ‘gewone leven’ aan te sluiten. Het gaat bijvoorbeeld over voorzieningen en initiatieven waarbij vooral wordt ingezet op de eerste twee treden uit het jeugdbeleid, zoals #Opladers en de pilot gezinscoach 2.0. ● De taakverdeling en afspraken zijn niet in procedures verankerd. Afspraken ontstaan veelal via informeel contact of door gewenning. Zo is de aansluiting tussen de consulent jeugd en het onderwijs per school verschillend. Deze manier van werken heeft een pragmatisch karakter. In deze paragraaf gaan we in op het aanbod aan algemene voorzieningen in de gemeente Lochem. Verder komt de taakuitoefening van de gemeente aan bod.

Er is een uitgebreid aanbod aan algemene voorzieningen voor hulp en ondersteuning aan jeugdigen in Lochem De gemeente Lochem investeert veel in een sterke sociale basis. Dit betekent dat er diverse voorzieningen zijn waar inwoners gebruik van kunnen maken, zonder dat hier een indicatie voor nodig is. Met andere woorden, jeugdigen, ouders en verzorgers kunnen hier gewoon ‘binnen lopen’. Eén van de uitdagingen bij de sociale basis is het behouden van overzicht welke voorzieningen allemaal beschikbaar zijn. Er is een helder overzicht beschikbaar van algemene voorzieningen met daarin informatie over de voorziening, doelgroep, verwijsroute, startdatum, frequentie en eventuele werkafspraken. Dit geeft professionals van ‘t Baken en medewerkers van de gemeente Lochem inzicht in de beschikbare algemene voorzieningen (trede 3). We noemen hier een aantal voorzieningen die regelmatig in de gesprekken aan bod zijn gekomen, inclusief een korte toelichting.10 Het is nadrukkelijk niet de bedoeling geweest om hier volledig te zijn, wat gezien de veelheid aan partijen in het voorveld een te grote opsomming zou worden. Op dit punt heeft de gemeente Lochem ook zelf de hulpwijzer gelanceerd (zie paragraaf 6.1): ● Veerkracht 10 is voor basisschoolleerlingen die recent een life-event hebben meegemaakt.

Het doel is om de veerkracht van het kind te verhogen door middel van aandacht, erkenning en coping-strategieën. Het gaat om een begeleidingstraject waar een coach gesprekken voert met het kind. ● Pleinverhalen is voor kinderen die het lastig vinden om contact te maken en te onderhouden met andere kinderen. Het gaat bijvoorbeeld over het aangeven van grenzen, voor zichzelf opkomen of (snel) boos worden. Op een fictief speelplein wordt geoefend, zodat kinderen leren hoe ze met dit soort situaties kunnen omgaan. ● Het Ouder- en kindcafé is een ontmoetingsplaats voor ouders en kinderen waar allerlei activiteiten worden georganiseerd voor kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar. ● Bij Homestart zijn vrijwilligers actief die gezinnen met kinderen tussen de 0 en 14 jaar een steuntje in de rug bieden. Het gaat bijvoorbeeld om het bieden van een luisterend oor of (lichte) opvoed- en gezinsondersteuning. ● #Opladers stimuleert het netwerk tussen ouders. Soms help je een andere ouder en soms krijg je ondersteuning. Vanuit het programma worden beide rollen gestimuleerd. ● In de gemeente Lochem zijn er allerlei collectieve voorzieningen om psychische problematiek te voorkomen.

Het gaat bijvoorbeeld over de training voor kinderen in een scheiding (KIES) en een training voor kinderen waarvan (één van de) ouders last hebben van 10 In de bijlage is een overzicht van alle gesproken partijen te vinden.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 31 van 57

●

●

psychische problematiek (KOPP). Kinderen krijgen concrete handvatten om met hun situatie om te gaan en ontmoeten andere kinderen die hetzelfde meemaken als zij. Stichting Welzijn Lochem biedt zogenaamde thuiscoaches11aan. De thuiscoach jeugd kan snel en zonder verwijzing contact met jongeren opnemen, gaat met de jongere op zoek naar de juiste vraagformulering, verleent praktische ondersteuning en coacht de jongere. De thuiscoach kan ingezet worden als overbrugging of nazorg of is de waakvlam voor jongeren die langer ondersteuning nodig hebben. Jongeren ervaren dit vaste gezicht als erg prettig, onder andere omdat ze niet steeds hun verhaal hoeven te vertellen. Het jeugd- en jongerenwerk valt onder Stichting Welzijn Lochem. Het jongerenwerk organiseert allerlei activiteiten voor jeugdigen en jongeren in de gemeente Lochem en richt zich daarbij op de wat oudere doelgroep die ze deels ook op straat treffen. Bovendien zijn een aantal projecten specifiek gericht op het voorkomen van problemen. Ook probeert het jeugden jongerenwerk jongeren te stimuleren activiteiten te organiseren voor en door jongeren. Het project maatschappelijke diensttijd (MDT) is hier een mooi voorbeeld van.

Naast bovengenoemde voorzieningen zijn er nog allerlei andere voorzieningen voor jeugdigen. Veel van de voorzieningen zijn gericht op het bieden van hulp en ondersteuning en het voorkomen en/of stabiliseren van problemen. Uit de gesprekken blijkt dat er voor bepaalde doelgroepen, zoals jongeren in de middelbare schoolleeftijd, weinig te doen is in de gemeente Lochem. Dit heeft ook te maken met de verschillende kernen in de gemeente Lochem. Het is niet mogelijk om in al deze kernen een uitgebreid aanbod aan activiteiten te organiseren. Ook de ligging van de kernen heeft invloed op de wijze waarop je algemene voorzieningen kunt organiseren. Zo liggen de kernen Gorssel en Eefde dicht bij Zutphen, waar ook veel van het ‘normale leven’ van deze kinderen plaatsvindt, zoals school. Dit maakt het voor verschillende organisaties lastig om deze kinderen goed in beeld te hebben. Bovendien lijkt er een trend gaande dat jongeren minder op bepaalde activiteiten afkomen. Zo komt het voor dat zelfs na het aantonen van de behoefte voor een bepaalde activiteit jongeren hier niet altijd op afkomen. Waar dit precies aan ligt, is moeilijk te duiden vanuit dit onderzoek, maar dit speelt in heel Nederland. Uit gesprekken met cliënten (zie paragraaf 7.3) komt paradoxaal genoeg juist een beeld naar voren dat zij juist activiteiten missen voor de groep boven de 12 jaar.

Er is dus in ieder geval te stellen dat er sprake is van een zekere mismatch.

Er liggen nog kansen om laagdrempeliger en meer bij het ‘gewone leven’ aan te sluiten De afgelopen jaren is ‘t Baken steeds meer gaan aansluiten bij het ‘gewone leven’. Dit gaat bijvoorbeeld over de aansluiting met het onderwijs en de huisarts. Ook gaat het over het versterken van het eigen netwerk van jeugdigen en gezinnen. In verschillende interviews komt naar voren dat ‘t Baken nog een (verdere) stap kan zetten in het ondersteunend zijn op scholen, bijvoorbeeld door (nog) zichtbaarder en aanwezig te zijn op school en door de werkwijze vanuit ‘t Baken op school te uniformeren. Op dit moment verschillen de precieze aanpak en werkwijze van de jeugdconsulent nog per school (meer hierover leest u in hoofdstuk 6). Nog nadrukkelijker aansluiten bij het ‘gewone leven’ biedt mogelijkheden om (nog) eerder vragen rondom opgroeien, opvoeden en de ontwikkeling van kinderen te signaleren en op te pakken. De houding van de gemeente in het contact wordt over het algemeen als prettig ervaren door maatschappelijke partners. Er wordt constructief meegedacht en geluisterd als een trend of probleem wordt gesignaleerd. Meerdere geïnterviewden ervaren bereidheid vanuit de gemeente om hier actief op te reageren, bijvoorbeeld door het opzetten van een initiatief of het beschikbaar stellen van financiële middelen.

Ook begint het handelen vanuit de gemeente Lochem bij kind en gezin en bijvoorbeeld niet bij het geld. Verschillende respondenten ervaren deze grondhouding als prettig.

11 Naast jeugdcoaches zijn er ook kindercoaches en gezinscoaches. De kindercoaches bieden Veerkracht en

Pleinverhalen aan en de gezinscoaches zijn een andere bewoording voor jeugdconsulenten.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 32 van 57

In de interviews is de kans benoemd om voorzieningen nog laagdrempeliger te organiseren. Op dit moment vallen veel voorzieningen onder trede 3 (algemene voorzieningen). Hier werken professionals die hulp en ondersteuning bieden aan inwoners. Andere algemene voorzieningen hebben het netwerk van inwoners als belangrijkste aandachtspunt, zoals te zien is bij #Opladers en de Oplaadgezinnen. In plaats van het direct bieden van professionele hulp en ondersteuning, gaat het bij dit type ondersteuning om het versterken van het netwerk van ouders, jeugdigen en gezinnen (trede 2) en daarmee raakt het ook aan ‘het zelf’ (trede 1). Een aantal respondenten betoogt dat er meer van dit type voorzieningen nodig zijn om optimaal gebruik te kunnen maken van de eerste twee treden. Voor een deel investeert de gemeente Lochem hier al in, bijvoorbeeld met de pilot gezinscoach 2.0. Bij vijf deelnemende scholen sluit de gezinscoach aan en is ‘gewoon’ aanwezig om laagdrempelig vragen te beantwoorden en advies te geven. In 2025 wordt deze werkwijze uitgebreid naar alle scholen.

De taakverdeling en afspraken zijn niet in procedures vastgelegd De taakverdeling en afspraken tussen partijen in het voorliggend veld zijn niet geprotocolleerd of in procedures vastgelegd. Wel wordt er regelmatig afgestemd, zowel informeel als in een formele overlegstructuur. Het gaat bijvoorbeeld om het netwerk rondom het programma Kansrijke Start, waar verschillende maatschappelijke organisaties samenkomen. In veel van de gesprekken komt naar voren dat de ‘lijntjes’ tussen allerlei professionals kort zijn. Veel professionals hebben elkaars telefoonnummer en weten elkaar gemakkelijk te bereiken. Hier gaan we in het volgende hoofdstuk nader op in. ‘t Baken heeft een belangrijke coördinerende rol in het voorliggend veld op uitvoerend niveau. Vanwege het grote aantal algemene voorzieningen is het belangrijk dat één organisatie voldoende overzicht behoudt en in de praktijk inwoners en voorzieningen verbindt. Tegelijkertijd wordt in verschillende interviews benoemd dat ‘t Baken nog onvoldoende contact onderhoudt met organisaties buiten de directe vindplekken. Zoals gezegd is de aansluiting tussen het onderwijs, de huisarts en ‘t Baken goed. Tegelijkertijd zijn er nog andere algemene voorzieningen, met kennis, ervaring en expertise over de Lochemse jeugd, die op dit moment nog nauwelijks geconsulteerd worden vanuit ‘t Baken.

Denk bijvoorbeeld aan de aansluiting met de kinderopvang en het jeugd- en jongerenwerk.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 33 van 57

H6 | Uitvoering In dit hoofdstuk gaan we in op de uitvoering van algemene voorzieningen in de gemeente Lochem. Daarnaast komt de samenwerking tussen de gemeente Lochem, ‘t Baken (het team Jeugd met Gezin) en voorliggende voorzieningen aan bod. Ook komt de route naar hulp voor jeugdigen aan bod. In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen behandeld. Deelvragen

Normen

5. Hoe verloopt de samenwerking tussen de

●

zorgverleners in de eerste lijn (huisartsen, consulenten van team Jeugd met Gezin) en het voorveld? Zijn de partners (door de gemeente) aanspreekbaar op hun rol in het jeugdbeleid?

●

● ●

6. Wat zijn de ervaringen van partijen met het

●

beleid en de daaruit voortvloeiende werkwijze? ●

Er is nauwe samenwerking tussen de wettelijke verwijzers in de jeugdhulp. Er is een duidelijke sociale kaart waarop alle algemene voorzieningen zijn benoemd. Deze kaart is ook bekend bij alle partijen in het voorveld. De netwerkpartners (h)erkennen hun rol in de uitvoering van het jeugdbeleid. De gemeente Lochem treedt op als regisseur in het voorliggend veld. Netwerkpartners dragen actief het vastgestelde jeugdbeleid uit. Netwerkpartners zijn tevreden over de werkwijze in de praktijk.

6.1 Hoe ervaren partijen in het voorliggend veld de samenwerking en werkwijze die voortvloeit uit het jeugdbeleid? Bovenstaande deelvragen worden in dit hoofdstuk gezamenlijk beantwoord. Dit heeft ermee te maken dat de ervaringen van partijen met het beleid en daaruit voortvloeiende werkwijze direct raken aan de ervaringen over de samenwerking onderling. Samenvatting deelvraag 5 en 6 ● De samenwerking in het voorveld verloopt over het algemeen goed, maar is vaak nog persoonsafhankelijk (zoals ook in paragraaf 5.2 bevonden). Dit maakt succesvolle vormen van samenwerking kwetsbaar. ● Een volgende stap in de samenwerking ligt in het uitbreiden van het netwerk en het maken van werkafspraken. Het gaat bijvoorbeeld over het versterken van de verbinding tussen kinderopvang, basis- en voortgezet onderwijs. ● De samenwerking met huisartsen verloopt goed, maar kan nog beter. Huisartsen geven aan dat er nog winst zit in de terugkoppeling die ze krijgen nadat een casus is overgedragen, zowel vanuit ‘t Baken als de zorgaanbieder. ● Er is een heldere sociale kaart, maar deze is pas gelanceerd. Het is daarom nog niet duidelijk in hoeverre inwoners de weg naar hulp hierdoor beter kunnen vinden. ● De gemeente kan nog meer optreden als regisseur van het (voor)veld door organisaties aan elkaar te koppelen.

De samenwerking in het voorveld verloopt over het algemeen goed, maar is erg persoonsafhankelijk De ambities van organisaties in het voorveld komen in grote lijnen overeen. Alle organisaties proberen zoveel mogelijk aan te sluiten bij het ‘gewone leven’ van kind en gezin. Een hulpvraag wordt daardoor snel(ler) gerealiseerd en kan laagdrempelig worden opgepakt. Dit wordt bijvoorbeeld zichtbaar in de samenwerking tussen ‘t Baken en het onderwijs, waarbij de consulent jeugd regelmatig contact heeft met de IB'ers en/of aansluit bij het Ondersteuningsteam (OT).

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 34 van 57

In het OT sluiten verschillende disciplines, zoals leraren, leerplicht, IB’ers en de jeugdconsulent, aan om zorgen rondom leerlingen te bespreken. In verschillende interviews wordt aangegeven dat de mate van samenwerking persoonsafhankelijk is. De wijze en invulling van samenwerking verschilt bijvoorbeeld per school. Zo heeft de ene jeugdconsulent op school contact met leraren en IB’ers, én wordt deelgenomen aan het OT, terwijl andere jeugdconsulenten alleen met de IB’er contact hebben. Ook verschilt de fysieke aanwezigheid op school. Zo is de ene jeugdconsulent vaak fysiek aanwezig op de betreffende school en de andere niet. Dit fenomeen komt eveneens terug in de samenwerking tussen ‘t Baken en de huisarts. Iedere jeugdconsulent vult de werkwijze naar eigen inzicht en per samenwerkingsorganisatie in en dit verklaart de verschillen per organisatie en jeugdconsulent. Het is goed om te benoemen dat de gemeente Lochem in 2024 als pilot voor vijf scholen meer inzet van de jeugdconsulent beschikbaar heeft gesteld onder de noemer gezinscoach 2.0. Voor 2025 wordt er structureel meer uur beschikbaar gesteld voor alle scholen. Uit de gesprekken blijkt dat samenwerkingen op dit moment vooral tot stand komen op basis van persoonlijke inzet en vaardigheden om deze samenwerking handen en voeten te geven. Dit gebeurt niet altijd op basis van een heldere taak- en rolopvatting.

Hier ligt volgens een aantal respondenten een kans voor de gemeente Lochem om nadrukkelijker als regisseur op te treden in het voorliggend veld, bijvoorbeeld door de rollen en taken ten aanzien van werken met de huisarts af te bakenen. Een illustratief voorbeeld is een functionaris die werkzaam is voor verschillende algemene voorzieningen tegelijkertijd. Vanwege de verschillende taken zijn contacten opgebouwd met de peuteropvang, scholen, #Opladers, Stichting Welzijn Lochem, huisartsen, kinderartsen en andere (para)medici. Deze samenwerking en functie-invulling zijn in de loop van de jaren ontstaan, omdat de specifieke functionaris dit zo heeft ontwikkeld. De mate van succes is voor een belangrijk deel afhankelijk van de persoonlijke inzet van deze functionaris. Hoewel de inzet zeer waardevol is, is dit tegelijkertijd een kwetsbare constructie op het moment dat de samenwerking verandert of als deze functionaris uitvalt of een andere baan krijgt. Tegelijkertijd benoemen geïnterviewden dat deze manier van werken zorgt voor flexibiliteit en de mogelijkheid om snel te schakelen. Ook wordt de manier van werken bestempeld als informeel en is er geen ‘overlegcultuur’. Het is de uitdaging voor de gemeente Lochem om de flexibiliteit en mogelijkheid om snel te schakelen te behouden, terwijl de samenwerking minder persoonsafhankelijk wordt.

Dit kan onder andere door rollen en verantwoordelijkheden beknopt en helder te benoemen en te communiceren.

Volgende stap in de samenwerking ligt in het uitbreiden van het netwerk en het maken van werkafspraken Het netwerk van samenwerking kan nog verder uitgebreid worden. Op dit moment is veel van de samenwerking nog afhankelijk van ‘t Baken als centraal coördinatiepunt. Dit is in lijn met de casusregie van de consulenten Jeugd met Gezin bij ‘t Baken. Zo hebben leerkrachten en IB’ers vooral contact met de jeugdconsulenten die gekoppeld zijn aan hun school, blijkt uit de gesprekken. In de gesprekken is aangegeven dat het een mooie vervolgstap zou zijn als de leraar, zonder tussenkomst van ‘t Baken, kan ‘verwijzen’ naar een algemene voorziening. Respondenten geven aan dat hiervoor nog wel nodig is dat verschillende organisaties elkaar goed kennen en leren van elkaars ervaring en expertise. Ook is in de gesprekken aangegeven dat er kansen liggen in verdere samenwerking tussen de kinderopvang, basis- en voortgezet onderwijs. Preventieve algemene voorzieningen kunnen gemakkelijker op deze doorgaande leerlijn aansluiten, bijvoorbeeld door op cruciale momenten in de leerlijn (bijvoorbeeld in de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs) extra aanwezig te zijn. Werkafspraken kunnen hierbij ondersteunen. In één van de interviews werd Welzijn op Recept genoemd als een voorbeeld waarbij werkafspraken leiden tot een betere samenwerking.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 35 van 57

Bij Welzijn op Recept kan de huisarts het recept welzijn uitschrijven als dit een mogelijke oplossing is voor de klachten van de patiënt. Zowel het welzijnswerk als de huisartsenpraktijk waren er al, maar door werkafspraken zijn deze met elkaar verbonden. Hulpwijzer kan hierbij helpen.

De samenwerking met huisartsen verloopt goed, maar kan nog beter Het jeugdbeleid is voor de gesproken huisartsen12 in Lochem niet helder, omdat het eenvoudigweg te ver van hen af staat, wat we overigens ook in veel andere gemeenten zien. Huisartsen krijgen vooral met het jeugdbeleid te maken via de jeugdconsulent van ‘t Baken. Over het algemeen zijn huisartsen tevreden over deze samenwerking. De samenwerking zorgt ervoor dat problemen van jongeren laagdrempelig besproken kunnen worden. Ook de oplossingen worden passender, omdat de jeugdconsulent een goed beeld heeft van verschillende oplossingsrichtingen, zowel in de vorm van maatwerkvoorzieningen als oplossingen in het voorliggend veld. Dit helpt om geen onnodig zware hulp in te zetten. In een aantal gevallen hebben personele wisselingen ertoe geleid dat de samenwerking stil ligt. De huisartsen constateren dat er nog onvoldoende terugkoppeling is van overgedragen casuïstiek, bijvoorbeeld vanuit ‘t Baken en zorgaanbieders. Dit brengt het risico met zich mee dat er dubbelingen ontstaan, omdat de huisarts ergens naartoe verwijst, terwijl er al een andere vorm van hulp is ingezet. Een goede terugkoppeling helpt ook om een beter beeld te krijgen van mogelijke oplossingsrichtingen, bijvoorbeeld richting bepaalde zorgaanbieders of in het voorliggend veld, aldus een aantal respondenten.

Ook zorgaanbieders zouden (ook als de verwijzing niet bij de huisarts vandaan komt) meer moeten terugkoppelen aan de huisarts hoe het traject is gegaan. De huisartsen bespreken met jeugdigen en gezinnen vaak klachten op het spreekuur die raken aan de hulp en ondersteuning die bij een zorgaanbieder is geleverd. Huisartsen lopen verder aan tegen de grote wachtlijsten in de jeugd-GGZ. Bij een crisis is het wel mogelijk om direct te handelen, maar bij ‘reguliere’ casuïstiek kan de wachtlijst oplopen tot zes maanden. De jeugdconsulent van ‘t Baken kan in dat geval helpen bij het zoeken naar overbruggingszorg of deze zelf aanbieden. In de gesprekken met huisartsen is aangegeven dat het helpend zou zijn als de gemeente Lochem een groter inzicht voor de huisartsen in de gecontracteerde hulpverlening kan bieden: wat kan een huisarts allemaal inzetten en waar kan een huisarts naartoe verwijzen?

Er is een heldere sociale kaart, maar deze is pas gelanceerd In het vorige hoofdstuk is een opsomming gegeven van een aantal voorliggende voorzieningen in de gemeente Lochem. Deze opsomming is niet volledig en toont hiermee de veelheid van algemene voorzieningen (in trede 3) aan. Dit leidt tot een uitdaging om voldoende overzicht te houden tussen organisaties in het voorliggend veld. Weten ouders de weg te vinden naar hulp als er zoveel voorzieningen zijn? Of is er één partij die het overzicht houdt en jeugdigen en ouders aan de juiste voorzieningen koppelt? In de zomer van 2024 is de sociale kaart Hulpwijzer gelanceerd. De doelgroep van deze sociale kaart zijn inwoners met een hulpvraag. Inwoners kunnen door middel van thema’s (waaronder Jeugd en Gezin), onderwerpen (bijvoorbeeld ouderschap) en een specifieke uitdaging (bijvoorbeeld opvoeden en ontwikkeling) zoeken. Vervolgens krijgen inwoners een overzicht van voorzieningen te zien waar ze terechtkunnen met hun hulpvraag. Soms is dit ‘t Baken, maar het kan ook gaan over een algemene voorziening in de gemeente Lochem. Omdat Hulpwijzer nog maar net gelanceerd is in de gemeente Lochem is op dit moment nog geen uitspraak mogelijk over de effectiviteit van deze sociale kaart. In paragraaf 8.4 gaan we hier nader op in vanuit inwonersperspectief.

12 We hebben in totaal zes huisartsen gesproken voor dit onderzoek.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 36 van 57

Bij de gemeente Lochem is er intern een overzicht van de algemene voorzieningen in de gemeente Lochem. Hier staat informatie over de aanbieder van algemene voorzieningen, de naam van de activiteit, een inhoudelijke toelichting, de doelgroep, de verwijsroute, de startdatum, frequentie, locatie en eventuele (werk)afspraken. Niet alle organisaties en voorzieningen in het voorliggend veld staan in dit overzicht. Tegelijkertijd geeft het overzicht wel houvast voor de consulenten van ‘t Baken bij het inzetten van voorliggende voorzieningen. Een aantal geïnterviewde professionals geeft aan dat contact met jeugdconsulenten van ‘t Baken ook kan helpen, omdat zij over het algemeen het voorliggend veld goed in beeld hebben.

De gemeente kan nog meer optreden als regisseur van het (voor)veld door organisaties aan elkaar te koppelen Op casusniveau verloopt de samenwerking zoals eerder beschreven over het algemeen goed. Medewerkers van ‘t Baken die casusregie voeren, spelen een belangrijke rol in het verbinden van professionals, zoals de leraar met de kindercoach. De ervaringen van de geïnterviewden zijn in grote lijnen positief. Het is minder duidelijk voor organisaties hoe ze zich verhouden ten opzichte van andere voorzieningen in de gemeente Lochem (buiten ‘t Baken). Waar zitten de raakvlakken met andere voorzieningen? Zitten er dubbelingen in het voorliggend veld en waar zitten eventuele omissies? Meerdere respondenten geven aan dat de gemeente Lochem hier nadrukkelijker een rol als regisseur kan pakken. Als regisseur verbindt de gemeente de algemene voorzieningen met elkaar en zorgt voor duidelijkheid over de rol- en taakverdeling. Door onduidelijkheid in rollen en taken kan het ook zijn dat bepaalde voorzieningen niet van de grond komen. Zo is een bepaalde activiteit op een school in Lochem niet gestart, omdat de directeur, IB’er en consulent jeugd het niet eens konden worden over ieders rol en verantwoordelijkheid bij deze activiteit. Het is goed om te benoemen dat de gemeente Lochem de rol als regisseur voor een belangrijk deel al wel oppakt.

Zo is recent, op initiatief van de gemeente, een overleg georganiseerd tussen IB’ers, het samenwerkingsverband PO en de gemeente Lochem over rollen, taken en verantwoordelijkheden. Het invullen van de rol als regisseur van het voorliggende veld raakt aan de vraag wanneer de gemeente tevreden is over de hulp en ondersteuning aan jeugd en gezin. In één interview is terecht de vraag gesteld of de hulp in Lochem altijd beoordeeld moet worden met een 10, terwijl een 6 wellicht ook voldoende is. Hier is tot nu toe geen eenduidig beeld over vanuit de gemeente, maatschappelijke organisaties en inwoners.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 37 van 57

H7 | Resultaten en ervaren effecten In dit hoofdstuk beschrijven we welke resultaten door de gemeente worden behaald en in hoeverre deze in beeld zijn gebracht. Ook gaan we in op de ervaring van jongeren en ervaringsdeskundigen met het gevoerde beleid. Hiervoor hebben we onder andere een cliëntervaringsonderzoek gehouden middels telefonische interviews. De resultaten hiervan zijn beschreven in paragraaf 7.3. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende deelvragen. Deelvragen

Normen

7. In hoeverre zijn (of worden)

●

de acties (genoemd in het beleidsplan) uitgevoerd?

●

8. Op welke wijze wordt de

●

voortgang gemonitord? ●

9. Hoe monitort de gemeente Lochem de cliëntervaring en wat doen ze hiermee?

● ●

● ●

10. In hoeverre sluiten het huidige

●

beleid en de uitvoering aan op de behoeften van jongeren en hun ouders?

●

Er wordt gerapporteerd op benoemde acties in het beleidsplan en deze informatie is beschikbaar voor de gemeenteraad. Er worden aantoonbaar vorderingen gemaakt met de geplande acties, dan wel er wordt gerapporteerd op hoe de acties straks worden uitgevoerd. De prestaties van de gemeente zijn inzichtelijk gemaakt en in lijn met de geformuleerde streefwaarden en doelen. Er is sprake van een monitoringssystematiek. Er zijn cliëntervarings-/ of behoefteonderzoeken gehouden zoals bepaald is door het Ministerie van VWS. Uit cliëntervaringsonderzoeken en andere indicatoren over clientervaring (zoals bezwaarschriften, klachten en evaluatieformulieren) blijkt dat het beleid voor jongeren en ouders tot passende oplossingen leidt. Er wordt passende zorg geboden en de tevredenheid hierover wordt gemonitord. Er worden gericht voorzieningen of preventie ingezet om recidive te voorkomen, met gebruikmaking van verschillende zorgproducten. Uit de gesprekken met cliënten komt naar voren dat het beleid aansluit op de behoeften. Er wordt gewerkt vanuit een heldere en herkenbare werkwijze.

7.1 In hoeverre zijn (of worden) de acties (genoemd in het beleidsplan) uitgevoerd en hoe wordt de voortgang gemonitord? Deelvragen 7 en 8 worden in deze paragraaf gezamenlijk beantwoord. Dit heeft ermee te maken dat het antwoord op beide vragen in dezelfde type instrumenten terugkomt. Zo wordt door middel van een monitor (deelvraag 8) inzichtelijk welke acties uit het beleidsplan zijn uitgevoerd en in hoeverre de gewenste resultaten worden gerealiseerd (deelvraag 7). Samenvatting antwoord deelvragen 7 en 8 ● De voortgang van de activiteiten is duidelijk in beeld. De koppeling tussen de activiteiten en het beleidsplan zijn ook duidelijk zichtbaar in de Raadsmonitor. De koppeling met de andere P&C-producten wordt echter niet nadrukkelijk gemaakt. Bovendien mist de expliciete verbinding met de doelstellingen en indicatoren uit het beleidsplan jeugdhulp en Wmo uit 2020, deze worden niet genoemd in bijvoorbeeld de begroting. ● De resultaten van algemene voorzieningen worden in de subsidiecyclus inzichtelijk door de subsidieaanvraag, subsidiebeschikking, (tussentijdse) verantwoordingsrapportages en de subsidievaststelling. De koppeling met de doelstellingen kan in de subsidiecyclus nog

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 38 van 57

nadrukkelijker gemaakt worden, bijvoorbeeld in de subsidiebeschikking. ●

De gemeente Lochem werkt veel met pilots naast het bestaande aanbod aan algemene voorzieningen voor jeugd en gezin. Deze worden stevig geëvalueerd, maar de integrale afweging hoe deze voorzieningen bijdragen aan de doelstellingen en hoe ze zich tot elkaar verhouden, ontbreken.

De voortgang van de activiteiten is duidelijk in beeld, maar de koppeling met doelstellingen ontbreekt De gemeente Lochem monitort op verschillende niveaus de voortgang van de geplande acties. Het belangrijkste instrument voor de gemeenteraad om op de hoogte te zijn van de stand van zaken van het jeugdbeleid (en het sociaal domein) is de Raadsmonitor Sociaal Domein. In deze Raadsmonitor wordt uitgebreid ingegaan op de stand van zaken van het jeugdbeleid en de acties die uit het jeugdbeleid voortkomen. Zo komen in de paragraaf over Opvoeden en opgroeien (2.2.3 in de Raadsmonitor 2023) #Opladers, Oplaadgezinnen en het Ouder- en Kindcafé aan bod. Ook Veerkracht10, Pleinverhalen, Video Home Training, Nu niet Zwanger, Voorzorg en Homestart worden besproken. De raadsleden (en andere lezers van de monitor) zijn zo goed op de hoogte van de activiteiten die in dat betreffende jaar hebben plaatsgevonden. Ook wordt bij de meeste activiteiten een doorkijkje gegeven waar ruimte voor verbetering zit. De koppeling tussen de activiteiten en het beleidsplan (en eventuele activiteiten die sinds het beleidsplan zijn ingezet) zijn duidelijk zichtbaar in de Raadsmonitor. De koppeling met de andere P&Cproducten wordt echter niet nadrukkelijk gemaakt.

Bovendien mist de expliciete verbinding met de doelstellingen en indicatoren uit het beleidsplan jeugdhulp en Wmo uit 2020, deze worden niet genoemd in bijvoorbeeld de begroting. De indicatoren zitten wel in de Raadsmonitor, maar zijn onderdeel van het brede pakket aan kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren die aan bod komen. Dit maakt het voor de lezer moeilijk om conclusies te trekken over de behaalde effecten op het jeugdbeleid, behalve te concluderen of de individuele activiteiten en initiatieven naar tevredenheid zijn uitgevoerd. In het jeugdbeleid zijn heldere doelstellingen en indicatoren opgenomen (zie hoofdstuk 4). Doelstellingen zijn nooit één-op-één te koppelen aan de activiteiten van één organisatie. De inzet van veel verschillende interventies, programma's en initiatieven, waaronder alle algemene voorzieningen voor jeugdigen, dragen gezamenlijk bij aan deze doelstellingen. Tegelijkertijd is niet terug te vinden in hoeverre alle ingezette activiteiten voor jeugdigen tot de gewenste doelstellingen leiden. Daarnaast is het op dit moment nog niet duidelijk wanneer de gemeente Lochem tevreden is. Met andere woorden, welke streefwaarden worden aan de doelstellingen gekoppeld? In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.

De resultaten van algemene voorzieningen worden in de subsidiecyclus inzichtelijk Naast de Raadsmonitor geeft de subsidiecyclus houvast bij het in kaart brengen van de resultaten van individuele gesubsidieerde activiteiten. Bij iedere subsidie wordt een subsidieaanvraag ingediend door een organisatie, vaak samen met een plan van aanpak. De gemeente Lochem toetst vervolgens of dit voldoende aansluit bij de behoefte in Lochem en bij de opgestelde beleidsdoelstellingen. Bij een toekenning van de subsidie wordt een beschikking afgegeven met daarin het beschikbare bedrag en aan welke gemeentelijke doelstellingen de activiteiten moeten bijdragen. Vervolgens gaat de organisatie aan de slag met het leveren van de activiteiten. Aan het einde van de subsidieperiode (en soms tussentijds) wordt gerapporteerd over de voortgang van de activiteiten en de behaalde resultaten. Als is voldaan aan de afspraken wordt de subsidie vastgesteld en daarmee is de subsidiecyclus afgerond. De subsidiecyclus is een belangrijk sturingsinstrument voor de gemeente Lochem. Zo kunnen heldere afspraken opgenomen worden in de beschikking en kan aan de hand van de

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 39 van 57

verantwoordingsrapportage getoetst worden in hoeverre de activiteiten zoals afgesproken zijn uitgevoerd. In verschillende gesprekken met maatschappelijke partners is naar voren gekomen dat het niet precies duidelijk is hoe er met de eindverantwoording wordt omgegaan. Zo wordt wel een vaststellingsbeschikking gestuurd, maar vindt er niet altijd een gesprek plaats over de behaalde resultaten. Tegelijkertijd is met een aantal maatschappelijke partners een structureel overleg opgezet. Zo vindt er een halfjaarlijks overleg plaats tussen Yunio en de gemeente Lochem. Dit gebeurt op basis van een voorbereide agenda en voortgangsrapportage. Bovendien zijn de subsidieaanvragen, beschikkingen, voortgangs- en eindrapportages die in het kader van dit onderzoek zijn bestudeerd over het algemeen van goede kwaliteit. Zoals ook in de vorige paragraaf uiteen is gezet, is het mogelijk om de subsidies nadrukkelijker te verbinden met de doelstellingen van de gemeente Lochem, bijvoorbeeld door de doelstellingen in de subsidiebeschikking op te nemen en aan te geven hoe de activiteiten hieraan moeten bijdragen.

De gemeente Lochem werkt regelmatig met pilots en deze worden goed geëvalueerd, maar de integrale afweging ontbreekt Er worden regelmatig pilots gedaan naast het bestaande aanbod aan algemene voorzieningen voor jeugdigen en deze worden doorgaans geëvalueerd. Zo zijn Pleinverhalen 13, de ‘pilot jeugdhulp in school’ en de ‘pilot video home training bij het 2 maanden huisbezoek’ door de jeugdverpleegkundige uitgebreid geëvalueerd en verwerkt in een helder evaluatierapport. Toch is het voor verschillende betrokkenen niet altijd duidelijk of en waarom een pilot structureel wordt ingezet. Zo zijn voorbeelden gedeeld waarbij in de ervaring van bepaalde respondenten zonder terugkoppeling de activiteit is bijgesteld of zelfs stopgezet, zonder dat hier overleg over heeft plaatsgevonden. Er is op dit moment in de gemeente Lochem geen helder afwegingskader om te toetsen wat wel en niet structureel ingezet moet worden in de gemeente Lochem voor jeugd en gezin. Afwegingen over het wel of niet structureel verankeren van een pilot worden daardoor vooral op basis van de situatie van dat moment gemaakt.

7.2 Hoe monitort de gemeente de cliëntervaring en wat doen ze hiermee? Samenvatting antwoord deelvraag 9 ● Er worden in Lochem regelmatig cliëntervaringonderzoeken gehouden. Daaruit komt naar voren dat er een licht dalende trend is in de tevredenheid over ‘t Baken, maar nog steeds is de grootste meerderheid van ouders en jongeren heel tevreden. ● De gemeente is op dit moment bezig om van het Cliëntervaringsonderzoek een continuonderzoek te maken waarmee de reis van de jongeren ook in beeld gebracht kan worden en waarmee de informatie dus op termijn waardevoller is. Bovendien zorgt continuonderzoek ervoor dat er direct gereageerd kan worden op de resultaten in plaats van verouderde resultaten waar niet meer op gestuurd kan worden. ● De gemeente meet ook via andere indicatoren de cliënttevredenheid, zoals via klachten en bezwaarschriften. De signalen vanuit ketenpartners komen doorgaans nog niet bij de gemeente terecht (mede door privacy-aspecten). ● De gemeente is bezig om ervaringsdeskundigen meer te betrekken bij het opstellen van beleid en initiatieven. Hiervoor is de Adviesraad Sociaal Domein ingeschakeld en zijn er gesprekken met het Jongerenwerk. Verder is er op dit vlak door de Saxion Hogeschool een menukaart jongerenparticipatie opgesteld. In hoeverre de ideeën hierin al worden uitgevoerd is nog niet duidelijk.

13 Dit betreft een evaluatie vanuit Pleinverhalen in de gemeente Rotterdam.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 40 van 57

Er worden in Lochem regelmatig cliëntervaringonderzoeken gehouden De gemeente monitort de tevredenheid van jongeren in de eerste plaats via landelijk verplichte cliëntervaringsonderzoeken. Deze worden gehouden onder de doelgroep die een voorziening heeft (gehad). Hoewel het onder een doelgroep is uitgezet met een maatwerkvoorziening, zijn er in deze schriftelijke cliëntervaringsonderzoeken wel vragen opgenomen over het ‘verkennen van laagdrempelige hulp’. In de gemeente Lochem zijn jaarlijks verschillende cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd, zowel kwantitatief als kwalitatief. De laatste jaren heeft Lochem middels een vragenlijst en telefonische interviews (met een vragenlijst) de cliëntervaring gepeild (gerapporteerd in de vorm van een Power BI dashboard). Er is een licht dalende trend in de tevredenheid over ‘t Baken in 2022 en 2023 te zien vergeleken met 2021. Wel zijn inwoners beter geïnformeerd over de jeugdhulp en is het ‘t Baken steeds beter bekend. Over het algemeen ervaren inwoners een lichte daling van de kwaliteit van de ondersteuning in 2022 en 2023 ten opzichte van 2021, zo komt uit het cliëntervaringsonderzoek naar voren. Zo is er ruimte voor verbetering op het gebied van de kennis van de hulpverleners en de manier van behandeling (bij de zorgaanbieders). Het uiteindelijk gevoelde effect van de zorg is gelijk gebleven.

De gemeente is op dit moment bezig om het cliëntervaringsonderzoek anders in te richten, namelijk door er continu-onderzoek van te maken. Hierin worden jongeren en ouders aan het begin, tijdens en na afloop van het traject via een korte vragenlijst (of telefonisch interview) gevraagd naar hun ervaring. Hierdoor is het straks mogelijk om de klantreis te volgen. Bovendien zorgt continuonderzoek ervoor dat er direct gereageerd kan worden op de resultaten in plaats van verouderde resultaten waar niet meer op gestuurd kan worden. De gemeente is niet de enige partij die cliëntervaring meet. Uit gesprekken met ketenpartners blijkt dat een aantal van hen (maar ook grote zorgaanbieders zoals Pluryn) ervaringsdeskundigen of cliëntenraden hebben die regelmatig gevraagd worden om mee te praten over verbetering van de uitvoering. Ook worden er na het afsluiten van een traject vragenlijsten verzonden of evaluatiegesprekken gevoerd met de cliënten. De informatie over cliëntervaring van de aanbieders gaat vaak niet naar de gemeente Lochem, waarbij privacy vaak als verklaring wordt opgegeven.

De gemeente meet ook via andere indicatoren en is bezig om ervaringsdeskundigen meer te betrekken Naast cliëntervaringsonderzoeken zijn er ook andere indicatoren die inzicht kunnen geven in cliënttevredenheid, zoals de ingediende klachten en bezwaarschriften. Uit de overzichten van de gemeente blijkt dat er over de afgelopen vijf jaar slechts zes bezwaarschriften zijn ingediend die allemaal ongegrond zijn verklaard of zijn ingetrokken. Uit dat aantal valt uiteraard geen analyse te maken. Verder blijkt dat er ook maar een gering aantal klachten is ingediend de afgelopen vijf jaar. Het is niet duidelijk of het aantal bezwaarschriften en klachten zo laag is omdat men geen reden ziet om ze in te dienen of omdat men niet weet dat die mogelijkheid bestaat (we hebben in de interviews met cliënten in ieder geval geen signalen opgepikt op dit vlak). Dat neemt niet weg dat mensen door de afhankelijkheidsrelatie die ze hebben, het moeilijk kunnen vinden om een klacht in te dienen. Door een inwoner is bijvoorbeeld heel specifiek aangegeven dat deze op school geen klacht durft in te dienen tegen een docent, omdat zij bang is dat dit consequenties heeft. Uit gesprekken met de gemeente begrijpen we dat er plannen zijn om in de toekomst inwoners te betrekken bij het opstellen van nieuw beleid.

Voor specifiek het sociaal domein is reeds aan de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd om ervaringsdeskundigen te zoeken voor de advisering op het beleid en de uitvoering. Een ander voorbeeld van het betrekken van jongeren is via het jongerenwerk. In gesprekken is aangegeven dat er nu een vraag ligt bij het jongerenwerk vanuit de gemeente om met jongeren zelf om tafel te zitten. Om zo te kijken waar jongeren (heel specifiek de kwetsbare groepen op straat) behoefte aan hebben.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 41 van 57

Daarnaast heeft de Saxion Hogeschool een Jongerenparticipatie Menukaart opgesteld in opdracht van de gemeente, bedoeld als tool voor de ambtelijke organisatie. De invulling van de opdracht is vrij ingevuld door de studenten. De menukaart is niet specifiek besproken in de gemeenteraad. De menukaart is gepresenteerd op een avond waarvoor naast raadsleden, ambtenaren, het college en externe partijen waren uitgenodigd. Daarop volgde een gesprek over jongerenparticipatie. Voor het opstellen van de menukaart voor jongerenparticipatie is een enquête onder jongeren gehouden. Bij het opstellen van de menukaart is er uitgegaan van drie uitgangspunten die zijn ingevuld door de studenten: ● Participeren moet zo makkelijk mogelijk zijn. ● Jongeren benaderen waar jongeren zijn. ● Outside-the-box oplossingen. Een van de ideeën is om een jongerenraad in te richten. Het is niet duidelijk in hoeverre de voorstellen in de menukaart zijn of worden ingevuld. Uit een reactie van de gemeente blijkt dat ze per project kijken of het betrekken van jongeren wenselijk is en op welke manier dat het beste past.

7.3 In hoeverre sluiten het beleid en de uitvoering aan op de behoeften van jongeren en ouders? Samenvatting antwoord deelvraag 10 ● De toegang is helder en laagdrempelig. ● De gesprekken met ‘t Baken worden als prettig ervaren en zijn integraal ingestoken. ● De consulenten van team Jeugd met Gezin zijn betrokken, goed bereikbaar en beschikken over veel kennis en kunde. ● De voorliggende of eigen kracht oplossing is vaak passend (hoewel er soms nog wel andere jeugdzorg nodig is). ● De consulenten treden duidelijk op als regisseurs en mede daardoor is er sprake van goede samenwerking tussen partijen. ● Volgens inwoners is er voldoende ondersteuningsaanbod in de sociale basis, het ontbreekt nog wel aan activiteiten voor jongeren ouder dan 12 jaar. ● De gemeente heeft verschillende voorzieningen ingericht voor het versterken van ontmoeting tussen ouders, maar niet iedereen wil hieraan deelnemen, vooral omdat men zich schaamt of omdat men zich er ongemakkelijk bij voelt. ● Inwoners hebben maar zeer beperkt verbeterpunten genoemd. We zijn voor dit onderzoek ook zelf in gesprek gegaan met cliënten. Er zijn tien (ouders van) cliënten geïnterviewd over hun ervaringen met het gevoerde jeugdhulpbeleid. In de gesprekken is vooral ingegaan op de effecten die worden ervaren als gevolg van het beleid.

Ervaren cliënten dat zij - als gevolg van de wijze waarop de jeugdhulp is georganiseerd en uitgevoerd in Lochem - zijn geholpen? Een deel van de cliënten die we hebben gesproken, is door ‘t Baken aangeleverd. Omdat dit niet genoeg respons opleverde, is tevens aan verschillende uitvoeringspartners zoals Yunio, de kindercoaches en Welzijn Lochem gevraagd of mensen mee wilden doen aan een interview.14 Cliënten konden kiezen voor een telefonisch interview of een interview op locatie. De cliënten geven geen representatief beeld van de ervaringen van de hele doelgroep, maar geven wel een goed beeld van de reis die ouders en kinderen doormaken op het moment dat zij hulp aanvragen. Zo is er verschil in problematiek, ervaring met de toegang, duur van de ondersteuning en tevredenheid.

14 Alle cliënten hebben vooraf toestemming gegeven om mee te werken aan het onderzoek middels een

anoniem interview.

Normaliseren is te leren 2025 | Rekenkamer Lochem | Pagina 42 van 57

Er is gebruikgemaakt van een semigestructureerde vragenlijst. De volledige vragenlijst is terug te vinden in bijlage 4. De bevindingen worden per thema beschreven. Deze worden geïllustreerd met voorbeelden en citaten uit de gesprekken. Met het oog op de leesbaarheid en de privacy van de respondenten zijn sommige citaten geparafraseerd om herkenbaarheid te voorkomen. De meeste cliënten hebben direct contact gezocht met ‘t Baken. Verder blijkt school (of de IB’er aldaar) een belangrijke partij te zijn in het leggen van het eerste contact of doorverwijzing naar ‘t Baken. Twee cliënten hebben direct bij Pleinverhalen aangeklopt nadat zij hiervan een folder hadden gezien op school. Bij sommige respondenten liep de route naar ondersteuning via meerdere schijven, bijvoorbeeld eerst via school, die hen doorverwees naar de huisarts, die hen daarna doorstuurde naar ‘t Baken. De meeste respondenten vinden dit niet storend omdat ze uiteindelijk toch op de juiste plek zijn uitgekomen. Daarbij is waardering voor het feit dat ‘t Baken bij zowel school als huisartsen aanwezig is. De zichtbaarheid van de gemeentelijke toegang is hiermee duidelijk vergroot. ‘Op advies van school zijn we bij 't Baken terechtgekomen.

We hebben gesprekken gehad met de juf en later met de IB'er die ook het contact met 't Baken legde.’ ‘We hadden geen hulpvragen van tevoren, maar we zagen een folder van Pleinverhalen en we dachten dit past heel goed bij onze zoon.’ ‘In eerste instantie bij de huisarts aangeklopt. Wij hebben een goede band met de huisarts, dus dat maakte het makkelijker om hier de vraag te stellen.’ ‘De leraar heeft contact gelegd met de kindercoach en er werd direct contact gelegd diezelfde avond. Het mooie is dat 't Baken ook op school aanwezig is.’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15433290/1