NvZ BP Barchemse Bos v7 15juli2024 Anoniem
Tekst van het document
Dat blijkt ook wel uit de Algemene Hoogte Kaart Nederland waarnaar reclamanten verwijzen. Nagenoeg het hele plangebied heeft een hoogte van circa 14meter.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 49 van 109
Bron: Actueel Hoogtebestand Nederland met Barchemse Bos en gemiddelde hoogte van 14 meter en meer.
37.2.1 Anders dan reclamanten menen is in paragraaf 4.8.3 uitgebreid gemotiveerd op welke wijze dit bestemmingsplan aan het geldende waterbeleid is getoetst. 37.2.2 Het onderhavige plan is met het waterschap besproken. Daarbij is geconstateerd dat het aantal woningen gelijk is gebleven ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan uit 2019 dat niet verder in procedure is gebracht, maar dat de hoeveelheid verharding nodig voor de ontsluiting in het onderhavige plan is verminderd hetgeen een gunstig effect heeft op de waterhuishouding. 38. In paragraaf 4.9.2 zijn veel soorten genoemd die niet in het plangebied voorkomen. Nergens is te lezen welke soorten wel voorkomen. In het onderzoek Flora en Fauna staat erg vaak “aanname” en “verwacht wordt dat..”. De onderzoeksperiode voor de meeste soorten is uit 2014 (5 jaar geleden). 38.1. Het Bro stelt dat onderzoeken maximaal 2 jaar oud mogen zijn. Of ouder als daarbij wordt aangetoond dat de gegevens nog actueel zijn. In de aanvulling is alleen een actualisatie van het vleermuizenonderzoek opgenomen welke dateert van 2019. 38.1.1. Gezien de kennis van omwonenden en het aantreffen van soorten (ook beschermde soorten) worden er vraagtekens gezet bij de uitkomsten van dit onderzoek. 38.1.2. Ook gezien de onderzoeksperiode van februari 2019. Een periode in het jaar waarin veel soorten zich teruggetrokken hebben voor de winter.
In het rapport staat bijvoorbeeld: Eekhoorn en steenmarter: gezocht naar sporen van de eekhoorn (nesten, voedselresten), maar deze zijn niet aangetroffen. Eekhoorn zit er zeker wel. Kleine marterachtigen: Er is een duidelijke binding met vochtige/natte terrein en oppervlaktewater. Vanwege een wat ruiger ...kunnen verblijfplaatsen van deze soorten niet geheel worden uitgesloten. Aangezien het plangebied echter gebruikt wordt... aanwezigheid niet waarschijnlijk. Vaste rust- en verblijfplaatsen van kleine marterachtigen worden niet verwacht in het plangebied. Ook hiervan weten we dat deze er zeker wel zitten. En daarbij komt dat een gedeelte van het plangebied niet voor niets is aangewezen als natte landnatuur. 38.2. Bijgevoegd treft u het vleermuizenonderzoek dat wij als omwonenden hebben laten uitvoeren in 2014. Aangezien dit even oud is als de door initiatiefnemer uitgevoerde onderzoeken en waarvan wordt gesteld dat deze nog actueel zijn, brengen wij dit onderzoek als actueel onderzoek in welke is opgenomen in de bijlage van deze brief of u op een andere manier is toegezonden. Uit het in opdracht van ons uitgevoerde onderzoek bleek onder meer dat: • “Deze eenmalige inventarisatie wees op het belang van het bosje voor vleermuizen: Het is een foerageergebied voor tenminste een tiental dwergvleermuizen.
• Het is een foerageergebied voor enkele laatvliegers een soort die het steeds moeilijker krijgt en zich vooral nog op het platteland kan handhaven.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 50 van 109
•
•
Het is in ieder geval een gebied waar baard- / brandtvleermuizen voorkomen (deze 2 soorten zijn met een batdetector niet te onderscheiden. In hoeverre deze hier wonen en of jagen, kon in dit korte onderzoek niet worden vastgesteld. Het is echter een in de zomer zeldzaam aangetroffen dier dat juist in dit soort open, gemengde bosjes voorkomt waar het over paadjes op en neer kan jagen.” “Voor de baard-/brandtvleermuis is de vorm van het jachtgebied belangrijk met open paadjes bv., de samenstelling van het bos die de juiste prooien levert en deze kleine vleermuissoort, die de hele nacht in zijn jachtgebied aanwezig blijft, zal er ook ongestoord moeten kunnen jagen. Hierbij is o.a. de afwezigheid van licht van groot belang. Deze duisternis zal bij bebouwing van dit vrij kleine bos vervallen evenals het voldoende aan jachtoppervlak.”
Antwoord gemeente 38 Zoals in paragraaf 3.1 (onderzoeksmethodiek) van de Quickscan vermeld wordt eerst een inventarisatie gemaakt op basis van algemene in atlas of op website gepubliceerde verspreidingsgegevens, en eerdere uitgevoerde onderzoeken in het plangebied uit 2014. Met die kennis heeft op 27 februari 2019 een veldbezoek plaatsgevonden om te beoordelen of de gebruikte informatie nog actueel is en of er wellicht functieveranderingen hebben plaatsgevonden sinds 2014. De conclusies zijn getrokken op basis van de waarnemingen tijdens het veldbezoek in februari 2019 in combinatie met de eerdere onderzoeken uit 2014. Op deze wijze geeft de quickscan voldoende inzicht voor een afgewogen beslissing. In het Bro is bepaald dat je in ieder geval gebruik kunt maken van onderzoeken die 2 jaar oud zijn. Van oudere onderzoeken kan ook gebruik worden gemaakt tenzij er aanleiding is te veronderstellen dat het onderzoek niet meer actueel is. Bij ecologische onderzoek is die periode 3 jaar omdat voor een wijziging van de ecologische situatie in de regels tenminste 3 jaar nodig is. Voor het Barchemse Bos heeft de quickscan bevestigd dat er geen enkele aanleiding is om te veronderstellen dat de ecologische situatie in de afgelopen 3 jaar is gewijzigd.
Zowel in 2014 als in 2019 is door ecologisch adviesbureau ECOquickscan beoordeeld welke beschermde soorten in de omgeving kunnen voorkomen en of leefgebied voor deze soorten binnen het plangebied aanwezig is en of een vaste rust en verblijfplaats wordt verwacht. Dat een dier een gebied gebruikt om te foerageren wil niet zeggen dat het daar ook van afhankelijk is. Deze beoordeling is uitgevoerd. Op basis van deze verwachting is in 2014 nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen en ransuil om het voorkomen van verblijfplaatsen of andere essentiële functies vast te stellen. Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het daarvoor geldende vleermuisprotcol. Ransuil is nachtactief en aanwezigheid kan worden vastgesteld tijdens het vleermuis onderzoek. De onderzoekinspanning voor Ransuil is gelijk aan die voor vleermuizen. Uit dit onderzoek is gebleken dat verblijfplaatsen niet zijn aangetroffen. In 2019 is het plangebied nogmaals bezocht en is wederom beoordeeld wat de verwachting van het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Daarbij is ook gekeken naar de situatie van het plangebied in 2014 en in 2019. Geoordeeld is dan een nieuw nader onderzoek geen andere inzichten Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 51 van 109
zal brengen dan de resultaten in 2014. Volledigheidshalve zal het onderzoek uit 2014 als bijlage aan de toelichting worden toegevoegd. In december 2023 is een nieuw ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit laatste ecologisch onderzoek laat zien dat er voor enkele soorten nog een aanvullend onderzoek nodig is. De komende periode zullen deze onderzoeken worden uitgevoerd. De resultaten van het aanvullend onderzoek zullen bekend zijn voordat met de uitvoering van de werkzaamheden wordt gestart. Indien hieruit blijkt dat ook hiervoor maatregelen en/of een vergunning Omgevingswet nodig zijn, dan zal een vergunning voor de betreffende activiteit aangevraagd worden en/of zullen deze maatregelen worden getroffen en worden uitgewerkt in een activiteitenplan. Dit vervolgtraject is een traject in het kader van de Omgevingswet in relatie tot de aanvraag van de noodzakelijke omgevingsvergunningen, die de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg hoeft te staan. Met andere woorden, het aspect ecologie staat niet in de weg aan de voortgang van deze bestemmingsplanprocedure. 38.2 In bossen verblijven vleermuizen in holtes in bomen. Tijdens de genoemde onderzoeken in 2014 en 2019 zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het bos.
Het laatste onderzoek in december 2023 is in december uitgevoerd en kan geen goede uitspraken doen over de mogelijke aanwezigheid van boombewonende vleermuizen. In de komende perioden zal hier nader onderzoek voor worden verricht. Het is echter niet de verwachting dat de situatie is gewijzigd sinds het onderzoek in het plangebied in 2019. Een vervolgonderzoek zal uitsluitsel geven. Hiervoor is al geantwoord dat dit traject via de Omgevingswet zal verlopen. Leefgebied en vliegroutes zijn beschermd indien het essentiële gebruik betreffen. Essentieel leefgebied betekent dat het leefgebied dermate belangrijk is dat zonder dit gedeelte een lokale populatie niet kan overleven. Een vliegroute is essentieel wanneer deze door een groot aantal dieren wordt gebruikt en er geen alternatieven zijn. Vleermuizen gebruiken lijnelementen om zich te oriënteren met echolocatie. Bomenlanen, gebouwen of bosranden kunnen worden gebruikt als lijnelement voor een vliegroute. Tijdens de eerdere onderzoeken in 2014 en 2019 zijn geen duidelijke vliegroutes waargenomen. Er zijn dan ook geen effecten te verwachten. De bosrand kan worden gebruikt als lijn element voor een vliegroute. Deze bosrand blijft behouden. De locaties van de opritten zijn zodanig gekozen dat hier slechts een beperkt aantal bomen verloren gaan die langs de weg staan.
Voor de situering van de opritten is overigens ook gekeken naar de verkeersveiligheid. De boom kronen van de verblijven bomen blijven behouden waardoor er slechts enkele meters overbrugt moet worden. Dit is voor kleine vleermuizen geen probleem, voor grotere vleermuissoorten nog minder. Het achterliggende bos waarborgt de luwte. Het verlies van enkele bomen ten behoeve van de opritten heeft geen effect op eventueel aanwezige vliegroutes. Hierdoor is er geen effect op de bestaande rand van het bos ter hoogte van de Borculoseweg weg. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 52 van 109
Wel zal zoals hiervoor ook aangegeven, nog nader onderzoek worden uitgevoerd naar mogelijke aanwezigheid van onder meer boombewonende vleermuizen. 39. In paragraaf 4.11.2 wordt gesteld dat het plangebied deel uitmaakt van een gebied met een ‘hoge waarde’ in het cultuurlandschap. 39.1. In de plantoelichting wordt alleen niets aangegeven hoe dit zich verhoudt tot het plangebied op de overgang van landschapstypen en aan de voet van de berg naar het lager gelegen open agrarische landschap. 39.2. Dit gegeven vanuit de cultuurhistorische waardenkaart zou een ontwerpuitgangspunt ten aanzien van de situering en inpassing van het nieuwe plan moeten zijn. 39.3. Hoe verhoudt zich het rationele blokkenpatroon van de woningen zich tot het boskarakter dat robuust en organisch is? Antwoord gemeente In paragraaf 4.11.2 is beschreven wat de kenmerken van het landschap ter plaatse zijn en dat de herkenbaarheid van het bos niet door de woningbouw wordt aangetast. De herkenbaarheid van het landschap aan de voet van de berg op de overgang naar het lager gelegen open agrarische landschap wordt niet aangetast door het bouwen van een beperkt aantal woningen in het bos. Juist door niet aan de weg te bouwen, maar iets verder het bos in blijft het bos ook vanaf de weg herkenbaar. Het karakter van het bos wordt benadrukt door het contrast met witte woningen met verspringende hoogtes. 40.
In paragraaf 5.1.2 wordt gesteld dat er sinds 2013 sprake is van de RO Standaarden. Ook wordt gesteld dat deze nieuwe standaard bepaald hoe bestemmingsplannen worden opgesteld en hoe gepubliceerd. 40.1. Deze standaarden zijn inmiddels 7 jaar oud waardoor er geen sprake meer is van nieuwe standaarden en nieuwe vereisten. Antwoord gemeente 40 Aan deze zienswijze kan worden tegemoet gekomen. Het woordje ‘nieuw’ zal worden geschrapt. 41. In paragraaf 5.2.1 wordt gesproken over de planregels die voldoen aan de eisen van de Wabo. 41.1. Wat heeft de Wabo te maken met het opstellen van een bestemmingsplan en planregels? De Wro en het Bro en de Rsro en de SVBP2012 zijn bepalend voor de opbouw en onder andere een deel van de inhoud van de planregels. Antwoord gemeente De Wabo heeft niets te maken met het opstellen van een bestemmingsplan, maar alles met het verlenen van omgevingsvergunningen voor bouwen. Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor omgevingsvergunningen voor bouwen.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 53 van 109
42. In paragraaf 5.2.2 wordt uitgelegd hoe de analoge verbeelding is gemaakt en waaraan deze voldoet. De analoge verbeelding is echter niet de bindende verbeelding. De digitaal vast te stellen verbeelding is leidend en bindend. Antwoord gemeente Dat klopt. Het SVBP2012 stelt eisen aan de digitale en de analoge verbeelding. Het woordje analoog in paragraaf 5.2.2 zal tussen haakjes worden geplaatst. 43. Paragraaf 5.3 geeft een uitleg van de planregels. 43.1. De bestemming Bos is naar ons idee overgenomen zoals het nu geldt met uitzondering van de woonvlekken die nieuw zijn ingebracht. 43.1.1. Dit is een andere benadering dan zoals opgenomen in deze paragraaf. Het doel is toch dat het bos zoveel mogelijk behouden blijft en dat de planregels i.c.m. de verbeelding hiervoor moeten zorgen. 43.1.2. Het gaat niet alleen om bos tussen de woonvlekken, maar ook rondom en in hoofdzaak bosbestemming. 43.1.3. De planregels zoals nu voor bos zijn opgenomen zijn niet afdwingbaar om bos in stand te laten en of kwalitatief te verbeteren. 43.1.4. Verwezen wordt naar de eerder opgenomen opmerking in relatie tot het niet kunnen stellen van voorwaarden en het omzeilen van de herplantplicht die niet geldt nu de APV buiten spel is gezet. 43.2. De bestemming Tuin is opgenomen, maar waarom? 43.2.1. Alleen om een voortuin te duiden en dus wellicht toch een oriëntatie van de woning op deze kant? 43.2.2.
Kan deze bestemming niet weg waardoor sprake is van de Bosbestemming rondom Wonen en daarbij werken met een voorgevellijn binnen Wonen? 43.2.3. De Tuinbestemmingen zijn behoorlijk fors waardoor ook duidelijk wordt dat dit bos verdwijnt. 43.2.3.1. Hier zit immers geen enkele vergunningplicht op om bomen te kappen, of geldt dan hier wel de APV? 43.2.4. In de bestemming Tuin zit de mogelijkheid voor de realisatie van een erker. De mogelijkheden voor de realisatie van een forse woning binnen de Woonbestemming is al behoorlijk. Hoe reëel is het dat erkers dan nodig zijn? 43.3. Binnen de bestemming Wonen 43.3.1. zit de mogelijkheid om voor 35% af te wijken van de goothoogte. Niet duidelijk is hoe dit moet worden gelezen, met welk doel deze bepaling geldt en hoe dit wordt gemeten. 35% van wat wordt dan bedoeld? Van lengte van de gevel, van breedte van de gevel, van … ? Het is niet duidelijk en daarmee rechtsonzeker en niet gemotiveerd. 43.3.2 Buiten het bouwvlak is de mogelijkheid opgenomen om bijgebouwen voor de voorgevel van de woning te realiseren. Zo ontstaan achterkant situaties en oriëntatie op het zuiden. 43.3.3 Waarom zit er verschil tussen de toelichting (dienstverlenend beroep aan huis) en de regels (beroep aan huis/kleinschalige bedrijvigheid aan huis).
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 54 van 109
43.3.4 Verzocht wordt dwingender te regelen dat parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein moet om onveilige situaties op Borculoseweg weg te voorkomen. 43.4. Het plan kent algemene afwijkingsregels. De praktijk is meestal dat deze standaard worden gebruikt ondanks dat het een bevoegdheid is van het college om deze wel of niet toe te passen. Het plan kent bij recht al forse bouwmogelijkheden waardoor deze extra niet nodig zou moeten zijn. Verzocht wordt deze standaard afwijkingsregels in voorliggend plan dan ook te schrappen. Antwoord gemeente 43.1.1 Het doel is inderdaad dat het bos zoveel mogelijk behouden blijft en dat de planregels i.c.m. de verbeelding hiervoor moeten zorgen. Dat is toegelicht met: de gronden zijn bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende bos/houtopstanden met daaraan eigen natuur- en landschapswaarden. Ook is toegelicht dat daartoe op de verbeelding deze bestemming is toegekend aan de bestaande bebossing die zich tussen de beoogde nieuwe woningen in het plangebied bevindt. 43.1.2 In paragraaf 5.3, onder Artikel 3 Bos zal het woordje ‘tussen’ vervangen worden door ‘rondom’. 43.1.3 De bestemming Bos is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van het bos. Gebruik dat ten koste gaat van deze bestemmingsomschrijving is in strijd met het bestemmingsplan. Daar kan op worden gehandhaafd.
In het bos zijn geen gebouwen mogelijk. Voor werkzaamheden die blijvend onevenredig afbreuk kunnen doen aan de landschap- en natuurwaarden van het bos geldt een verbod en een vergunningplicht. Voor het verwijderen van houtgewas geldt in het bestemmingsplan een verbod om dit zonder omgevingsvergunning te doen. Voor het kappen van bomen geldt een verbod om dat zonder vergunning te doen volgens de APV. Het bos geniet voldoende bescherming. 43.1.4 De regels in het bestemmingsplan worden op dat punt verduidelijkt. In artikel 3.3.3. zal het vellen van bomen worden geschrapt. In de APV is namelijk geregeld dat de APV geldt als er in het bestemmingsplan geen vergunningplicht is opgenomen. De APV heeft dan voorrang. 43.2 Bestemming Tuin. Om de voortuin te regelen waar voor de woning geen gebouwen zijn toegestaan. 43.2.1 De woningen moeten inderdaad op de Boculoseweg worden georiënteerd. 43.2.2 Nee, want de woningen mogen niet te dicht op de bomen worden gebouwd. 43.2.3 De kavels in het bos hebben een gemiddelde omvang van 1.250 m². Dat is een redelijke omvang die ook aan de overkant van de Borculoseweg voorkomt. De tuinbestemming zorg ervoor dat de woningen niet helemaal voor op de kavel worden gebouwd maar een aantal meters naar achter op afstand van het bos.
43.2.3.1 Hier geldt de APV maar kan de kapvergunning worden verleend om de beoogde voortuin te realiseren zodat de woningen op afstand van het bos blijven. 43.2.4 Erkers zijn niet bedoeld voor een woningvergroting maar voor een verbijzondering van de gevel en het creëren van kleine ‘buitenruimte’ met meer uitzicht en licht. 43.3 Binnen de bestemming wonen:
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 55 van 109
43.3.1 In artikel 5.2.2, onder b, is geregeld dat de goothoogte binnen het bouwvlak niet meer dan 6 meter mag bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 10 meter. Maar om te voorkomen dat er standaard huisjes van 2 lagen met een kap worden gebouwd is in 5.2.2, onder c, bepaald dat de goothoogte van het hoofdgebouw niet overal even hoog mag zijn. Die moet verspringen. Daarom geldt voor 35% van het hoofdgebouw een maximale goothoogte van 4 meter (en dus niet 6 meter). Daarbij gaat het om 35% van de goothoogtes van het hoofdgebouw. Voor de duidelijkheid zal artikel 5.2.2, onder c, van de regels in die zin worden aangevuld. 43.3.2 De percelen worden ontsloten op de Borculoseweg. Daardoor zal de oriëntatie van de woning ook op deze zijde zijn gericht. Binnen het bouwvlak mag er in 2 lagen met een kap worden gebouwd, daarbuiten is maximaal 1 bouwlaag toegestaan. Daarmee wordt bereikt dat het hoofdgebouw centraal op het perceel wordt gesitueerd. In het beeldkwaliteitsplan zijn criteria aangegeven voor de oriëntatie en positionering van hoofd- en bijgebouwen. In artikel 5 van de regels zal daartoe een nadere eisen bepaling worden opgenomen op grond waarvan het College nadere eisen kan stellen aan de situering van de bebouwing in verband met de beeldkwaliteit. 43.3.3 Er zit geen verschil tussen de regels en de toelichting.
In beiden is sprake van beroep aan huis en kleinschalige bedrijvigheid aan huis. In de toelichting wordt het beroep aan huis uitgelegd en daarbij is overeenkomstig de begripsbepaling in de regels sprake van een dienstverlenend beroep. 43.3.4 De verkeersveiligheid is afdoende geborgd. Voor de ontsluiting op de Borculoseweg is een uitwegvergunning nodig. Daarbij wordt de inrichting getoetst op de verkeersveiligheid. Daar komt bij dat er geen onevenredige aantasting van de parkeer- en/of verkeersituatie mag optreden. Ook dat biedt mogelijkheden om bij verkeersonveilige situaties in te grijpen. 43.4 De algemene afwijkingsbevoegdheid kan worden toegepast voor situaties die niet voor de hand liggen, maar zich wel kunnen voordoen zonder dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de bestemmingsregeling. Voor die gevallen kan het College op basis van de concrete situatie een afweging maken. Als die afweging niet correct is kan dat worden aangevochten en staan daar rechtsmiddelen tegen open. 44. In paragraaf 6.2.1 wordt gesteld dat het concept ontwerp bestemmingsplan is toegezonden aan de vooroverlegpartners. Die fase is allang voorbij met het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan. 44.1. Wat is er gedaan met de vooroverlegreacties? In de toelichting bij het aspect water staat immers dat het waterschap in 2019 al heeft aangegeven geen op- en aanmerkingen te hebben.
Verondersteld wordt dan ook dat het plan niet opnieuw aan alle vooroverlegpartners is verzonden. Klopt dit en wat zijn de uitkomsten van het vooroverleg? Antwoord gemeente 44 Dat klopt. Het concept-ontwerp is besproken in het wettelijke vooroverleg. Daarom staat dat in paragraaf 6.2.1. Inmiddels zitten we in de fase van zienswijzen tegen het ontwerpplan dat in paragraaf 6.2.3 aan de orde is. 44.1 De fase van het concept ontwerp gaat vooraf aan de fase van het opstellen van het definitieve ontwerp dat ter inzage wordt gelegd voor zienswijzen. Na deze fase en onder meer op basis van de opmerkingen uit het vooroverleg bekijkt het College of er aanpassingen nodig zijn voor het plan Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 56 van 109
verder de procedure in kan. Het is dus gebruikelijk dat het plan na het wettelijke vooroverleg nog wordt aangepast voordat het ontwerp definitief wordt gemaakt en ter inzage gaat. Hier is na de zienswijzen op de eerste ontwerp-versie besloten om het plan niet verder te brengen en de besluitvorming daarover te staken. Dat wil niet zeggen dat ook de hele eerste fase van het wettelijke vooroverleg weer over moet. Het onderhavige bestemmingsplan is niet zodanig gewijzigd dat ook het vooroverleg weer opnieuw moet worden doorlopen. Wel is het gewijzigde ontwerp opnieuw in het wettelijke vooroverleg met de provincie besproken. De provincie heeft daarbij aangegeven nauw betrokken te willen blijven bij de ontsluiting op de provinciale weg maar verder geen provinciale belangen benoemd en in het ontwerp ook geen aanleiding gezien te reageren of een zienswijze in te dienen.
45. In paragraaf 6.2.2 is opgenomen dat er informeel overleg heeft plaatsgevonden met een vertegenwoordiging van omwonenden. Eerder is aangegeven dat het niet een vertegenwoordiging is geweest, maar dat het om een aantal betrokken bewoners gaat. Onze ervaringen van dit informeel overleg hebben we geschetst vooraan in deze brief onder het kopje proces. Antwoord gemeente De zinsnede ‘een vertegenwoordiging van omwonenden’ zal worden aangepast in ‘een aantal betrokken omwonenden’. 46. In paragraaf 6.2.3 wordt geschetst hoe en met wie de procedure kan worden doorlopen ten tijde van het ontwerp bestemmingsplan. In de alinea wordt tot twee keer toe gesproken over belanghebbenden die een zienswijze kenbaar kunnen maken. 46.1. Dit is pertinent onjuist. Volgens de wet bestaat de mogelijkheid voor eenieder om een zienswijze kenbaar te maken. Op grond van deze misleidende tekst kan het zijn dat mensen die wel willen reageren niet reageren omdat ze in de veronderstelling zijn dat zij dat niet mogen. Dat is een kwalijke zaak. 46.2. Ook hier wordt wederom aangegeven dat getracht is met dit voorliggende plan zoveel mogelijk rekening te houden met eerder ingebrachte zienswijzen. Het is echter niet duidelijk waarom wel of waarom niet met welke standpunten rekening is gehouden omdat hier niets over wordt gezegd in het plan en niet in gesprekken is duidelijk geworden.
Antwoord gemeente 46.1 In paragraaf 6.2.3 is ten onrechte geschreven dat ‘belanghebbenden’ een zienswijzen kunnen indienen, dat moet ‘eenieder’ zijn. In paragraaf 6.2.3 zal ‘belanghebbenden’ worden vervangen door ‘eenieder’. Het is niet waarschijnlijk dat er daardoor mensen niet hebben gereageerd. In de bekendmaking (de wettelijke publicatie) dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage is gelegd, staat namelijk wel dat eenieder daartegen zienswijzen kan indienen en op welke manier dat dient te gebeuren. In paragraaf 1.2 van de toelichting is de voorgeschiedenis van dit plan (en de eerdere versie) uitgebreid beschreven en zijn ook plaatjes opgenomen van de Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 57 van 109
vorige versie van het plan die eenvoudig kunnen worden vergeleken met het onderhavige plan. Het grootste verschil is het schrappen van de ontsluitingsweg door het bos die alle kavels moest ontsluiten. Maar ook de situering van de woonkavel is aangepast ten einde meer bos te behouden en de woningen meer in het bos te situeren. Daarover heeft van tevoren ook overleg met reclamanten plaatsgevonden waarin de nieuwe opzet is toegelicht. Het heeft geen zin om de eerdere versie en de zienswijzen daarop nog weer opnieuw te bespreken. Dat plan ligt niet langer ter besluitvorming voor.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 58 van 109
Inhoudelijke reactie op de planregels Punt 47 tm 67 47. Artikel 1.7: wat wordt verstaan onder een dienstverlenend beroep? Dat wordt niet gedefinieerd. Antwoord gemeente Een beroep gericht op het verlenen van diensten of adviezen. Het is niet nodig om elk woord in de regels te definiëren. Een definitie is nodig op het moment dat in het bestemmingsplan een specifieke afwijkende uitleg van het begrip wordt gehanteerd. 48. Artikel 2: er ontbreekt een regel hoe wordt gemeten als er voor 35% wordt afgeweken van de goothoogte en wat er precies wordt bedoeld. Antwoord gemeente De wijze waarop de goothoogte wordt gemeten is geregeld. Onder de wijze van meten worden geen afwijkingen geregeld. Die worden onder afwijkingen geregeld. Er ontbreekt hier geen regel. Overigens is artikel 5.2.2, onder c, van de regels wel aangevuld op dit punt. Het gaat om 35% van de goothoogtes van het hoofdgebouw. 49. Artikel 3: binnen Bos mag worden gebouwd tot 2 m hoogte. Wat is daarvan de reden? 49.1. In de gesprekken en in het bkp staat dat er geen hekwerken of muren om particuliere percelen gebouwd moeten worden en dat dit anders opgelost moet worden met heggen o.i.d. 49.2. Verzocht wordt een planregel op te nemen dat er binnen bos niet gebouwd mag worden. Antwoord gemeente 49 Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn om een informatiebord neer te zetten of bewegwijzering ten dienste van de bestemming.
49.1 Een hekwerk om een particulier perceel af te schermen is niet ten dienste van het bos en om die reden niet toegestaan. 49.2 Dat is niet wenselijk omdat informatieborden of bewegwijzering nodig kunnen zijn of andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van het bos. Gebouwen zijn niet toegestaan en onnodige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitgesloten omdat enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming Bos zijn toegestaan. 50. Artikel 3 en 4: in de bos- en woonbestemming mist de voorwaardelijke verplichting voor de instandhouding van het bos en de mogelijkheid deze kwalitatief te verbeteren. Dit zoals eerder hiervoor aangegeven. 50.1. In de gesprekken is door de gemeente ook aangegeven dat bosbehoud van belang is. Dat vinden wij ook, immers het bos wordt recreatief gebruikt en draagt bij aan het welzijn en de gezondheid van bewoners. 50.2. Ook de natuur is hiermee gediend, en dan met name fauna. Het is echter zo dat in het plan een omgevingsvergunningstelsel Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 59 van 109
(aanlegvergunningenstelsel) is opgenomen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Hierin staat dat het verwijderen van houtgewas, het slechten van houtwallen en bosjes en het verwijderen van landschapselementen, het beplanten met bomen of struikgewas e.a. zaken vergunningplichtig is. Het stelsel laat alleen niet zien dat er sprake kan zijn van het stellen van voorwaarden aan de vergunning, zoals een herplantplicht. Aangezien de APV van de gemeente aangeeft dat als er een aanlegvergunningstelsel in het bestemmingsplan is opgenomen, de APV niet meer geldt, hoe kan dan gezorgd worden voor herplant en dus instandhouding en/of versterking van kwaliteit? 50.3. Dit valt op te lossen door in de bestemming Bos en Wonen een voorwaardelijke verplichting op te nemen dat zorgt voor instandhouding en herstel van het bos. Dan is dat ook een handhavingsgrondslag en afdwingbare mogelijkheid voor herstel waarop ook anderen een beroep kunnen doen. 50.3.1. Of in het aanlegvergunningestelsel wordt opgenomen dat voorwaarden kunnen worden gesteld aan de vergunning, waaronder de herplantplicht. Zoals het stelsel nu is opgenomen, kan met een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden het bos worden gekapt zonder dat er voorwaarden kunnen worden gesteld. Dit past niet bij het uitgangspunt dat het bos zoveel mogelijk in stand blijft.
De planregel biedt geen waarborg voor het instandhouden van het bos. Antwoord gemeente 50 Volgens de bestemmingsomschrijving van Bos zijn de gronden bestemd voor o.m. de instandhouding en ontwikkeling (kwalitatieve verbetering) van bos. Er geldt een omgevingsvergunningplicht voor werkzaamheden zoals het verwijderen van houtgewas die blijvend onevenredig afbreuk doen aan het bos. Het bos wordt afdoende beschermd, daarvoor is geen voorwaardelijke verplichting nodig. Daar waar de nieuwe woonpercelen komen zal het bos moeten wijken. De tuin bij de woning is geen bos en ook niet gericht op het ontwikkelen of in stand houden van het bos. 50.1 Het bos wordt behouden waar de gronden de bestemming bos hebben gekregen. 50.2 Artikel 3.3 zal worden verduidelijkt door het vellen van houtopstanden te schrappen. Op die wijze is verzekerd dat de vergunningplicht in de APV voorrang heeft. In de APV is een herplantverplichting opgenomen. 50.3 In de bestemming Bos is een voorwaardelijke verplichting niet nodig. Het bos wordt voldoende beschermd. In de woonbestemming is een voorwaardelijke verplichting niet gewenst. Het bos moet hier wijken voor wonen. Wel is de APV binnen de woonbestemming van toepassing en kan worden getoetst op natuurwaarden of beeldbepalende waarde van de houtopstanden. In de APV zit een mogelijkheid om een herplantverplichting op te nemen.
50.3.1 In aanlegvergunningenstelsel zit een mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan de vergunning. 51. Artikel 4.2: bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen tot 1 m hoogte worden opgericht. Dit is een standaardbepaling wat er in dit geval ook voor kan zorgen dat er tuinmuren, hekwerken en verlichting tot 1 m hoogte langs de paden wordt opgericht. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 60 van 109
51.1. Wat is daarvan het effect op mens en dier en op verkeersveiligheid op de Borculoseweg? 51.2. Verzocht wordt deze planregel specifieker te maken naar de mogelijkheden. Erfafscheidingen mogen op grond van het bkp tot 0,6 m hoogte in hout. Gemetselde muren en hekwerken zijn niet toegestaan. Als dit zo belangrijk is ten aanzien van het beeld, moet dit ook geregeld worden in de planregels. Verzocht wordt dit aan te passen waardoor de planregels overeenkomen met het bkp op dit onderdeel. Antwoord gemeente 51 Deze bouwmogelijkheid geldt alleen in de bestemming Tuin en niet in de bestemming Bos. Dus langs de paden in het bos kunnen die bouwwerken niet worden opgericht. Wel zal in artikel 3 van de bestemming ‘Bos’ worden toegevoegd dat de hoogte van verlichting ten behoeve van de in- en uitrit van het woonperceel niet meer dan 1 meter mag bedragen. 51.1 De bestemming Tuin is op tenminste 15 meter van de Borculoseweg gesitueerd met een even zo brede bosstrook daartussen. Daar zijn geen effecten van op de verkeersveiligheid. De verwachting is dat de effecten van een tuinhekje of tuinverlichting met een hoogte van 1 meter, op mens en dier niet zodanig zullen zijn dat een verbod op deze bouwwerken in de bestemming Tuin noodzakelijk is.
Wel is in de woonbestemming (artikel 5) toegevoegd dat de hoogte van erfafscheidingen niet meer dan 60 centimeter mag bedragen en de hoogte van verlichting in de tuin niet meer dan 1 meter, om lichtuitstraling naar het bos te voorkomen. 51.2 Dat aspect wordt getoetst bij de welstand omdat het daar thuis hoort. Ruimtelijk is het een erfafscheiding. Het bkp vormt het toetsingskader voor de welstand. Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt niet alleen getoetst aan het bestemmingsplan, maar ook aan het welstandsbeleid dat voor de woningen in het Barchemse Bos in het bkp is vastgelegd. 52. Artikel 4.3: op dergelijke grote percelen met ongelimiteerde bouwmogelijkheden lijkt de afwijking voor het realiseren van een erker niet nodig; ook niet gezien het beeldkwaliteitsplan. Verzocht wordt deze te schrappen. Antwoord gemeente 52 Er is geen reden om voor deze woningen andere regels te hanteren dan voor andere woningen in de gemeente Barchem. Een erker kan heel goed passen in de gewenste beeldkwaliteit. Ter bescherming van beeldkwaliteit en effecten op de omgeving is de omvang daarvan wel beperkt. 53. Artikel 5.2.2: in het bkp wordt gesteld dat oriëntatie en positionering onafhankelijk is van elkaar en een minimaal verschil van 1,5 m voorgevelrooilijn. 53.1. Wat daarmee wordt bedoeld maakt het bkp niet duidelijk en wordt ook uit de regels niet duidelijk. 53.2.
Er is geen uitleg van de bedoeling en van de toepassing van de beleidsregels. Gaat het hier om de hoofdgebouwen of ook om de bijgebouwen? De regels maken te veel mogelijk, in grootte van woningen en bijgebouwen en de opzet in positie en oriëntatie ervan. 53.3. Als bedoeld wordt dat het gaat om verspringende voorgevels, Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 61 van 109
dan moet dat duidelijk uitgelegd en geregeld worden. Op de voorgestelde manier bestaat er geen duidelijkheid en geen rechtszekerheid van de bedoeling van het plan. Antwoord gemeente Juist omdat dit in woorden niet goed is te regelen (zonder alles dicht te regelen ten koste van de kwaliteit), is het gewenste beeld in het beeldkwaliteitsplan met plaatjes gevisualiseerd.
Bedoeld is dat de woningen op aangrenzende percelen onafhankelijk van elkaar worden gepositioneerd (en dus niet een stempel zijn van de buren). Daartoe dienen de voorgevelrooilijnen van aangrenzende woningen tenminste 1,5 meter te verspringen. Om deze gewenste positionering ook te borgen in de regels zal in artikel 5 een nadere eisen regeling worden opgenomen. Met die regeling kan het College in de omgevingsvergunning voor bouwen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing vanwege de beeldkwaliteit. Daarbij kan er getoetst worden aan het BKP.
54. Artikel 5.2.2: in de plansystematiek wordt gewerkt met bouwvlakken welke volledig bebouwd mogen worden met hoofdgebouwen en bijgebouwen en buiten de bouwvlakken mogen ook bijgebouwen worden gesitueerd. Daarnaast zijn er vergunningsvrij ook gebouwen en bouwwerken toegestaan. Al met al een behoorlijk aantal m3 bebouwing welke ook nog eens onderkelderd mogen worden. 54.1. Wat is de bedoeling van dergelijke ruime bouwmogelijkheden? Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 62 van 109
54.2. Voor de plek en de setting in de omgeving is dit veel te veel en veel te groot en niet passend aan de Borculoseweg waarbij ook als doelstelling behoud van zoveel mogelijk bos geldt. Antwoord gemeente 54.1 Vergunningsvrije bouwmogelijkheden kunnen maar beperkt boven op de mogelijkheden van het bestemmingsplan worden gerealiseerd. Voor de vergunningsvrije bouwmogelijkheden tellen alle vierkante meters gebouwen mee. Deze bebouwingsregeling wordt bijvoorbeeld ook voor woningen elders in de kern Barchem gehanteerd waaronder de woningen aan de overzijde van de Borculoseweg. Het is een bebouwingsregeling die voor veel woonbestemmingen in de gemeente wordt toegepast. De bouwmogelijkheden volgens deze regeling is op deze ruime percelen goed inpasbaar. Er is reden om hier strenger te zijn dan elders in Lochem. 54.2 De bouwmogelijkheden zijn juist afgestemd op de percelen aan de Borculoseweg. Tegenover het plangebied aan de Borculoseweg en de woningen daarachter zijn dergelijke bouwvolumes aanwezig. 55. Artikel 5.2.2 onder c: dit is een regel die wij niet snappen en niet uitgelegd zien. Wat is de bedoeling hiervan, hoe moet dit gelezen worden en hoe wordt dit toegepast en gemeten? Al deze onduidelijkheden leiden wederom tot een planregel die niet rechtszeker is.
Niet voor ons als omwonenden om te kunnen doorgronden wat er in de toekomst staat te gebeuren, en ook niet voor toekomstige eigenaren die met een bouwer, of hopelijk een architect, aan de slag gaan met een ontwerp van de woningen. Deze planregel moet dan ook worden verwijderd. Antwoord gemeente In artikel 5.2.2, onder b, is geregeld dat de goothoogte binnen het bouwvlak niet meer dan 6 meter mag bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 10 meter. Maar om te voorkomen dat er standaard huisjes van 2 lagen met een kap worden gebouwd is in 5.2.2, onder c, bepaald dat de goothoogte van het hoofdgebouw niet overal even hoog mag zijn. Die moet verspringen. Daarom geldt voor 35% van de goothoogtes van het hoofdgebouw een maximale goothoogte van 4 meter (en dus niet 6 meter).
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 63 van 109
Verder geeft de planregel voldoende rechtszekerheid aan omwonenden en toekomstige buren. Het is aan de toekomstige bewoners om te bepalen wat zijn hier uiteindelijk gaan bouwen. De maximale omvang is in het bestemmingsplan geregeld en de beeldkwaliteit is in het BKP geregeld. Dat biedt voldoende rechtszekerheid. 56. Artikel 5.2.2 onder e en artikel 5.2.3 onder f: deze planregel betreft de mogelijkheid voor het realiseren van schuttingen en hekwerken rondom het bouwvlak en rondom het bestemmingsplan. Uit het BKP blijkt echter dat dit niet de bedoeling is. 56.1. Dit moet dan ook worden aangepast naar de situatie zoals geschetst in het bkp. Dat is een groene afscherming, lage houten schutting max 0,6 m hoogte en een verbod op gemetselde en spijlen hekwerken. 56.2. Verzocht wordt de planregel zo aan te passen dat dit met elkaar overeenkomt en dat de groene afscherming voorwaardelijk verplicht wordt gesteld. Hiervoor bestaan ook voldoende voorbeelden in andere gemeenten om dit te regelen wat op basis van jurisprudentie ook moet bij een ruimtelijke relevantie. Antwoord gemeente 56 In de woonbestemming is bepaald dat de hoogte van erfafscheidingen binnen 1 meter van de bestemming ‘Bos’ niet meer dan 1 meter mag bedragen omdat dit de hoogte is die op het achtererf vergunningvrij kan worden opgericht.
Wel is in artikel 5.3 van de woonbestemming een nadere eisen regeling opgenomen die is gekoppeld aan het beeldkwaliteitsplan. Daarnaast zal de gewenste beeldkwaliteit privaatrechtelijk in de koopcontracten met een kettingbeding worden zeker gesteld. 57. Artikel 5.2.3 onder b: hieruit blijkt dat bijgebouwen voor de voorgevel kunnen worden opgericht waardoor de oriëntatie van de woning niet is gericht op de Tuin en daarmee de openbare weg. 57.1. Dit is vreemd en wordt ook in de plantoelichting niet uitgelegd Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 64 van 109
waarom dit zo is of wat daar de bedoeling van is. 57.2. Verzocht wordt de planregels aan te passen waardoor bijgebouwen achter de voorgevel van de woningen worden opgericht en waarbij de ligging van de voorgevels in artikel 5.2.2 wordt opgenomen. Dit past immers bij de setting van woningen zoals we die overal in de bebouwde kom van Barchem aantreffen. 57.3. Hier lijkt dan ook een omissie te zitten in het bestemmingsplan Kern Barchem waar deze vreemde planregel ook is opgenomen. In theorie kan dan op alle percelen in Barchem de situatie ontstaan dat bijgebouwen voor de voorgevel van woningen kunnen worden opgericht, omdat niet is bepaald waar de voorgevel van de woningen moet komen te liggen. Antwoord gemeente 57 en 57.1 In artikel 5.2.3, onder b, van de regels is het volgende bepaald: ‘buiten het bouwvlak zijn gebouwen uitsluitend toegestaan op een afstand van ten minste 3 meter van de voortuin, met dien verstande dat gelijk grenzend aan de voortuin wel een carport is toegestaan ….’ Deze bepaling impliceert niet dat het mogelijk is om de woning niet meer op de Borculose weg/tuin te oriënteren. Wel toegestaan is om naast het bouwvlak, een carport op te richten die gelijk grenst aan de tuinbestemming. Bijvoorbeeld op de locatie van de rode pin op de afbeelding hieronder.
Deze regeling zit ook in het bestemmingsplan voor de Kern Barchem en is opgenomen omdat in de Lochemse praktijk is gebleken dat er behoefte is aan de situering van een carport aan de voorzijde van het woonvlak en daar ruimtelijk ook geen overwegende bezwaren tegen bestaan. Om de gewenste oriëntatie op de Borculoseweg ook te borgen in de regels zal in artikel 5 een nadere eisen regeling worden opgenomen. Met die regeling kan het College in de omgevingsvergunning voor bouwen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing vanwege de beeldkwaliteit. 57.2 Aan dit verzoek wordt niet tegemoetgekomen. Hier is nou juist geen sprake van een setting zoals je die overal in de bebouwde kom van Barchem aantreft. Hier worden een beperkt aantal woningen gebouwd in een bestaand bosgebied. Daar is een beeldkwaliteitsplan op maat voor geschreven en de bouwregels zijn daarop ingericht. Hier is juist diversiteit beoogd en het is aan de toekomstige bewoners om die in te vullen. De ruimte voor diversiteit en kwaliteit die het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan geven is niet zodanig dat omwonenden moeten vrezen voor een onaanvaardbare aantasting van hun leefomgeving.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 65 van 109
57.3 Het bestemmingsplan voor de kern Barchem staat hier niet ter discussie. Praktijk is dat in de rest van Barchem niet is gebeurd waar reclamanten op wijzen. Het onderhavige bestemmingsplan en het bkp bieden voldoende waarborgen om de gewenste kwaliteit te waarborgen. 58. Artikel 5.3: dit is ook overgenomen uit het bestemmingsplan Kern Barchem. De bedoeling van dit artikel wordt echter nergens uitgelegd of toegelicht op de voorliggende situatie van de realisatie van zes woningen in het bos. Het gaat om een ingewikkelde planregel voor het verhogen van de hoogte van een bijgebouw tot 5 m met een dakhelling en ligging ten opzichte van de perceelsgrens. Antwoord gemeente 58 Dat zijn regels om de buren te beschermen tegen te hoge bijgebouwen met een kap op korte afstand van hun perceelsgrens. Degene die een bijgebouw op minder dan 2 meter van de grens met de buren wil neerzetten mag daarop geen kap bouwen. Alleen met een afwijking is dat mogelijk waarbij er wordt getoetst of de kap niet zodanig is gebouwd dat het onevenredig veel hinder bij de buren oplevert. 59. Artikel 5.4.1.onder c sub 5: hier staat dat parkeren zo veel mogelijk op eigen terrein wordt opgelost. Naar ons idee zijn de percelen dusdanig groot dat parkeren sowieso op eigen terrein moet worden opgelost. Deze planregel is dan ook niet acceptabel en dient te worden geschrapt.
Antwoord gemeente Dat is hier een terecht punt. In artikel 5.4, onder c, ten 5e van de planregels zullen de woorden ‘zoveel mogelijk’ worden geschrapt. Parkeren moet op eigen terrein worden opgelost. De regels zullen hiertoe worden aangepast. 60. Artikel 7.1: het artikel gaat over onderkeldering van gebouwen. 60.1. Dit betekent in theorie een forse ingreep in de ondergrond die conform provinciaal beleid niet mag worden aangetast. 60.2. Op dit planonderdeel heeft ook geen toets plaatsgevonden over de effecten van de ondergrond, het microreliëf en grondwater. Antwoord gemeente Het plangebied is niet gesitueerd in een gebied waar in de Omgevingsverordening Gelderland bijzondere regels zijn gesteld in verband met water en milieu.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 66 van 109
Wel is een klein deel van het plangebied in de beschermingszone Natte Natuur gesitueerd. Volgens artikel 2.61 van de Omgevingsverordening Gelderland mag een bestemmingsplan in de beschermingszone natte landnatuur geen functies mogelijk maken die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Dat betekent niet dat er niet in de zone gebouwd mag worden. De zone bestrijkt immers een groot gebied waarbinnen thans al diverse functies met bebouwing en verharding aanwezig zijn. Van een enkele woning met bijbehorende bouwwerken en verhardingen zijn geen significant negatieve effecten te verwachten waardoor de instandhouding van de natte landnatuur wordt bedreigd. Om te voorkomen dat er significant nadelige effecten op de instandhouding van de natte landnatuur ontstaan zal de beschermingszone op de verbeelding worden aangeduid en in de regels worden voorgeschreven dat het hemelwater ter plaatse moet worden hergebruikt dan wel in de bodem moet worden geborgen en/of geïnfiltreerd en dat de bouw van kelders ter plaatse niet is toegestaan en de hoeveelheid verharding moet worden beperkt. Ook paragraaf 3.3.2 van de toelichting zal hiermee worden aangevuld. 61. Artikel 7.2: wat wordt verstaan onder ‘bijzondere kapvormen’? Dit wordt in het plan niet uitgelegd wat hieronder wordt verstaan en in welke gevallen dit kan voorkomen.
Ook wordt niet gemeld dat er geen voorwaarden gesteld worden. Aangezien het nut en de uitleg niet duidelijk is, wordt verzocht deze planregel te schrappen. Antwoord gemeente Ook dat is een bepaling die extra kwaliteit mogelijk maakt. Bijzondere kapvormen zijn kappen die afwijken van het standaard tentdak met een dakhelling van 60 graden zoals bijvoorbeeld een mansardedak, waarbij het onderste gedeelte steiler is en het bovenste gedeelte vlakker.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 67 van 109
Daaraan zijn in artikel 7.2 duidelijke voorwaarden gesteld: Voor maximaal 60% van het dakvlak is een dakhelling toegestaan van 80 graden. 62. Artikel 8.1 onder e: wat wordt verstaan onder ‘onderkomens’? Dit wordt niet gedefinieerd en is daarmee niet duidelijk. Verzocht wordt duidelijkheid te geven in de begrippen. Antwoord gemeente De onderkomens staan onder 8.1, onder d, van de regels van het bestemmingsplan. Daaronder worden gebouwde constructies en voer- of vaartuigen verstaan die onderdak bieden voor huisvesting van één of meer personen. Deze bepaling is ter bescherming van de belangen van omwonenden. Een caravan het hele jaar gebruiken op een plaats die daar niet voor bestemd is levert strijdig gebruik op. Maar dat geldt ook voor een vaag bouwsel dat lastig is te definiëren. Voor het bestemmingsplan is niet zo’n specifieke invulling van het begrip beoogd dat het noodzakelijk is om daar een specifieke begripsbepaling voor op te nemen. 63. Artikel 8.2 onder b: dit geeft de mogelijkheid voor opslag bij normale bedrijfsvoering van toegelaten bedrijven. Gezien de lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten is dit absoluut niet passend en wenselijk in de setting van wonen in het bos. In artikel 5.4 onder c sub 6 wordt opslag en met name buitenopslag specifiek verboden. Verzocht wordt het artikel 8.2 onder b te schrappen.
Antwoord gemeente Deze bepaling kan inderdaad worden geschrapt. Alleen kleinschalige bedrijvigheid aan huis is toegestaan en daarbij is buitenopslag verboden. Artikel 8.2, onder b, van de regels wordt geschrapt. 64. Artikel 9 onder c: dit betreft de mogelijkheid om grenzen met maximaal 2 meter te overschrijden als de definitieve verkaveling dit vraagt. 64.1. Zoals eerder is aangegeven, hoort een ontwerpopgave eerst te worden uitgedacht en onderzocht op haalbaar alvorens een bestemmingsplan in procedure te brengen en als doel voor een ontwikkeling te gebruiken. 64.2. Als blijkt uit de bomeninventarisatie en ander onderzoek naar Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 68 van 109
het terrein en rekening houdend met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, is de kans groot dat er een aanpassing van het plan nodig is welke wellicht verder reikt dan 2 m. Wat gaat de gemeente dan doen? 64.2.1. De bouwtitels toch maar gebruiken omdat ze zijn vastgesteld en de mogelijkheid kent voor een geringe afwijking? 64.2.2. Of gaat de gemeente toch nadenken over wat kwalitatief het beste plan is voor deze plek, rekening houdend met de plek? Antwoord gemeente 64.1 Een bestemmingsplan is nog geen vergunningverlening. Dit plan maakt een ontwikkeling mogelijk die nog verder uitgewerkt moet worden en waarbij er binnen redelijke grenzen nog geschoven kan worden om kwaliteit te maken. Omdat een bestemmingsplan in de regel voor langere tijd geldt moet daarin ook rekening worden gehouden dat mogelijkheden pas na lange tijd worden ingevuld en de omstandigheden in die periode zijn gewijzigd. Natuurwaarden zijn bijvoorbeeld niet statisch maar dynamisch. Met een afwijkingsbevoegdheid heeft het bestuur de mogelijkheid om daar zo nodig op in te kunnen spelen. Maar dat is wel aan voorwaarden gebonden. Om de rechtszekerheid van omwonenden en andere belanghebbenden te borgen zijn een bouwvlak en bestemmingsvlakken aangewezen. Er is een bomeninventarisatie opgesteld om maatwerk te kunnen leveren.
Als bij de vergunningaanvraag blijkt dat een kwalitatief goede verkaveling is gemaakt (waarbij bijvoorbeeld meer bomen kunnen worden gespaard) dan kan nog worden geschoven. Ook daar is weer rechtszekerheid ingebouwd. Dat mag maximaal 2 meter. 64.2 De bomeninventarisatie is gebruikt om de verkaveling nog eens kritisch tegen het licht te houden. Het uitgangspunt daarbij is om zoveel mogelijk bomen te sparen maar ook andere belangen hebben meegespeeld, zoals een goede landschappelijke inpassing (behoud herkenbaarheid als bos), de verkeersveiligheid bij de inritten, en de afstand en groene afscherming naar omwonenden. 64.2.1. Als een vergunning wordt aangevraagd voor een verkaveling waarbij meer bomen kunnen worden gespaard en de grenzen niet meer dan 2 meter worden verschoven, dan zal die vergunning (als ook aan alle andere voorwaarden wordt voldaan) worden verleend. Maar dat zal dan wel worden afgewogen voor een concreet bouwplan en een concrete vergunningaanvraag, op basis van de regels in het bestemmingsplan. 64.2.2. Als bij een vergunningaanvraag om een afwijking wordt gevraagd zal de gemeente die toetsen aan de voorwaarden voor die afwijking. Als het daarbij om kwaliteit gaat zal daar ook zeker over worden nagedacht. 65. Artikel 10.1 onder a (er is overigens geen 10.2 of verder): hier wordt een relatie met benodigde parkeerruimte in het plangebied aangehaald.
Verwacht wordt dat bedoeld wordt dat het hier alleen om de woonbestemming gaat, omdat enkel daar de functie voor parkeren is toegestaan. Dit vraagt om aanscherping van deze planregel in die zin dat alleen de woonbestemming binnen het plangebied wordt bedoeld. Antwoord gemeente Dit is een parkeerregeling die standaard wordt opgenomen in de bestemmingsplannen van de gemeente Lochem. Daarmee kan het parkeren voor wonen prima worden getoetst. Vanwege de digitalisering van Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 69 van 109
bestemmingsplannen is een zekere standaardisering van regels en verbeelding nodig. Aangezien met deze bepaling prima kan worden getoetst en de bepaling geen breder gebruik mogelijk maakt, is een verdere aanscherping naar wonen (en dus afwijking van de standaard) niet gewenst. 66. artikel 10.1 onder c: dit betreft een afwijkingsbevoegdheid voor het college waar geen objectieve voorwaarden aan zijn verbonden. Op welke manier kan dan afgewogen worden hoe en op basis waarvan een afwijking wordt gebruikt? Enkel het benoemen dat er geen sprake mag zijn van een onevenredige afbreuk aan de parkeersituatie is daarmee niet voldoende rechtszeker. Verzocht wordt dit lid c te schrappen. Antwoord gemeente 10.1, onder c: deze norm laat een zekere afwegingsruimte aan het College om in het concrete geval naar een werkende oplossing te zoeken. Daarbij zullen alle betrokken belangen moeten worden afgewogen. De rechtszekerheid die erin zit is dat het geen onevenredige afbreuk mag doen aan de parkeersituatie ter plaatse. Daarmee kan onevenredige parkeeroverlast worden voorkomen. 67. Bijlage 1 bij de regels is de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis. In deze lijst staan erg veel activiteiten die niet meer van deze tijd zijn. Het is dan ook noodzakelijk om de lijst te screenen en na te gaan welke van deze activiteiten wel wenselijk zijn in de context van het plan en de omgeving.
Verzocht wordt deze lijst in de bijlage 1 aan te passen naar de situatie die passend is bij de planvorming en de omgeving. Antwoord gemeente Deze lijst is gebaseerd op een lijst van bedrijfstypen uit de VNG-brochure ‘bedrijven en milieuzonering’ en is afgestemd op bedrijfstypen die kunnen mengen met de woonfunctie. De bedrijfstypen op de lijst zijn weer gebaseerd op de standaard bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dit is de meest recente lijst uit de VNG-systematiek. In combinatie met de voorwaarden waaronder een bedrijf aan huis mag worden uitgeoefend biedt deze lijst voldoende garanties om te verzekeren dat de bedrijfsactiviteiten passen in een woonomgeving.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 70 van 109
Inhoudelijke reactie het beeldkwaliteitsplan Barchemse bos Punt 68 tm 85 68. Het bkp is voor een deel hergebruikt van wat er inmiddels vier jaar geleden is gemaakt. 68.1. Dit blijkt uit het feit dat in dit voorliggende bkp nog steeds dezelfde schrijffouten zitten als vorig jaar bij een voorgaande versie 68.2. en uit het feit dat er in het document nog teksten staan opgenomen die gaan over de openbare ruimte van de weg kronkelend door het bos welke niet meer aan de orde is. 68.3. Uit de datum van het document blijkt dat er sprake is van een nieuw bkp dat verwarring in zich heeft door zaken op te nemen die niet meer aan de orde zijn. Antwoord gemeente 68 De planvorming heeft zich inderdaad verder ontwikkeld en de plannen uit het verleden zijn aangepast, mede naar aanleiding van de zienswijzen van omwonenden. 68.1 Het bkp zal nog eens worden nagelopen op schrijffouten. 68.2 De zin in ‘paragraaf 1 Inleiding’ over ‘de nieuwe weg door het bos’ is er ten onrechte in blijven staan en zal worden geschrapt. 69. Uit de inleiding wordt in dit document duidelijk dat Schot zes vrijstaande villa’s gaat realiseren. nogmaals wordt gevraagd of het hier projectbouw betreft of dat kavels in particulier opdrachtgeverschap worden gerealiseerd waarbij kopers eigen keus hebben in een architect en aannemer.
Dit heeft namelijk nogal wat invloed op de uitvoering van werkzaamheden en op de wel of niet toe te passen afstemming in architectuur en positionering van de woningen. Dat is dan ook direct belangrijk om de beleidslijn in een bkp vast te leggen. Antwoord gemeente Er wordt niet projectmatig gebouwd. De kavels worden verkocht en de kopers kunnen zelf invullen aan de hand van het bestemmingsplan en het bkp. Overigens gelden die kaders ook bij een projectmatige invulling. 70. In paragraaf 1.1 wordt aangegeven dat het doel van dit bkp is om ambities ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte en de samenhang in architectuur te bepalen. In voorliggend plan is er geen sprake meer van het inrichten van een openbare ruimte. Verzocht wordt het bkp hierop aan te passen en deze verwarring eruit te halen. Antwoord gemeente ‘Openbare ruimte in paragraaf 1.1 van het bkp’ zal worden vervangen door ‘toegangsweg en parkeren’ 71. Hoofdstuk 2.1: staan nog steeds dezelfde schrijffouten als in het eerdere bkp dat terinzage heeft gelegen in 2019 ‘verdweijnen’ en ‘verdweijn’. Erg
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 71 van 109
slordig. Dit had er bij het opstellen van een nieuw bkp toch al uitgehaald kunnen zijn. Antwoord gemeente Deze schrijffouten zullen worden verbeterd in het bkp. Paragraaf 2.1 één na laatste zin. 72. Pag. 10 foto 1: hierbij staat dat het plangebied aan de rechterzijde van de Borculoseweg is gelegen. Het plangebied bevindt zich aan de linkerzijde van de Borculoseweg. Dit is eerder in 2019 ook opgemerkt en er is niets mee gedaan. Antwoord gemeente De toelichtende tekst op de eerste foto van blz. 10 van het bkp zal worden aangepast. 73. Pagina 11: de afbeelding heeft een andere begrenzing dan andere plaatjes in alle stukken en de planverbeelding. Hoe kan dit? Antwoord gemeente De begrenzing van de figuur op blz 11 van het bkp is niet correct en zal worden aangepast. 74. Pagina 12 heeft een afbeelding waarop een voorbeeld kavelindeling is ingetekend met invulling. De voorbeeld verkaveling is echter niet als voorbeeld gebruikt voor het maken van het bestemmingsplan en de verbeelding. Het wordt als gegeven gebruikt en niet als voorbeeld. Ook wordt hier particulier bos betrokken in de afbeelding ten aanzien van de planontwikkeling wat een verkeerde voorstelling van zaken geeft, waardoor het bos groter lijkt en de ontwikkeling geringer. Ook de suggestie van nieuwe of te behouden bomen op de afbeelding leidt tot verwarring wetende dat er nog geen bomeninventarisatie ligt.
Uit alle documenten valt niet op te maken hoe groot het te ontwikkelen perceel met bos nu daadwerkelijk is en wat de verhouding tussen woningbouwmogelijkheden en bos nu zijn. Antwoord gemeente Het gaat inderdaad om een voorbeeld verkaveling. Het is een voorbeeld van een verkaveling die het bestemmingsplan mogelijk maakt. De vlakken met erf/tuin/woning stemmen overeen met de bestemmingsvlakken en bouwvlakken in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is bepalend voor wat bos moet blijven. Daar is heel duidelijk aangegeven wat groen blijft en waar een woonperceel komt. Daarover is het bestemmingsplan glashelder en geeft het bkp niet meer dan een voorbeeld van een mogelijke invulling. De bomen die in het bkp op het woonperceel zijn ingetekend zijn indicatief om duidelijk te maken dat er ook op het woonperceel nog een tuin komt. 75. In hoofdstuk 3 wordt in vijf zinnen het plan toegelicht. Dit is wel erg summier en keuzes zijn niet uitgelegd. Alleen wordt aangegeven dat er Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 72 van 109
sprake is van 6 villa’s welke ruim zijn gemaatvoerd. Dat is inderdaad zo en na verkleining ten opzichte van het plan uit 2019 nog steeds erg groot in vergelijking met omliggende kavels aan de Borculoseweg, Dennenlaan en Sparrenlaan. Het vrijlaten van positionering en vormgeving leidt tot een onrustig beeld dat zich niet voegt in de omgeving van het bos en de omgevings van de Borculoseweg en Ruurloseweg. Antwoord gemeente In het bkp is nu juist beschreven dat diversiteit is beoogd omdat dit mooi past in de bosomgeving langs de Borculoseweg. Niet valt in te zien dat het zodanig niet voegt dat daarom het bkp moet worden aangepast. 76. In paragraaf 3.3 wordt zelfs aangegeven dat de villa’s geen directe relatie hebben met de omgeving. 76.1. Dat is schokkend, omdat elk kwalitatief goed plan zich zou moeten voegen in de omgeving om geen vreemde eend in de bijt te zijn. 76.2. Dit laat zien dat er geen sprake is van een goede stedenbouwkundige visie op het terrein, geen rekening is gehouden met de landschappelijke setting van de rationele nieuwe bestemmingsvlakken en bouwvlakken. 76.3. Bij een planontwikkeling wordt verwacht dat het geheel past binnen de context en dat daarover is nagedacht en niet alleen het financiële belang van de ontwikkelaar wordt bediend. 76.4.