NvZ BP Barchemse Bos v7 15juli2024 Anoniem
Tekst van het document
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 26 van 109
voor de ontwikkelaar, is er geen grondslag om dit document te gebruiken als argument voor medewerking. Antwoord gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan is de motivering voor het plan uitgebreid beschreven en in de beantwoording hiervoor is dat nog eens kort samengevat voor reclamant. In de toelichting is de aanleiding tot dit plan en het planproces toegelicht. Het fietspad, is zoals verwoord op pagina 8 van deze nota van zienswijze, geen aanleiding geweest voor het in procedure brengen van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan hoeft en kan ook in deze fase geen duidelijkheid bieden over de verkoop van de kavels. Het bestemmingsplan biedt het stedenbouwkundig en planologisch kader voor de bouw van de 6 woningen. Architectuur maakt hier geen onderdeel van uit. Met dien verstande dat voor onderhavig bestemmingsplan een beeldkwaliteitsplan is opgesteld, waaruit wel verschillende architectonische uitgangspunten zijn te herleiden. In de toelichting van het bestemmingsplan is het stedenbouwkundig plan verwoord en gevisualiseerd. De planregels en verbeelding van dit bestemmingsplan zijn daarop afgestemd. 5. In de tweede alinea in paragraaf 1.1 staat dat het nu opgenomen verkavelingsplan meer recht doet aan wensen en inbreng van omwonenden en dat dit ten dele tegemoet komt aan de eerder ingebrachte bezwaren. 5.1.
Dit valt voor reclamanten niet na te gaan omdat de eerdere zienswijze niet is beantwoord. 5.2. Ook vragen reclamanten zich hierbij af wat er is gedaan met de opmerkingen op de tekortkomingen in het eerdere plan en of die niet van invloed zijn geweest op een nieuwe verkaveling. 5.3. Uit de gesprekken, de verslagen en voorliggend ontwerpbestemmingsplan wordt niet duidelijk aan welke delen wel en aan welke delen niet tegemoet wordt gekomen en ook niet waarom wel of waarom niet. Antwoord gemeente Dit onderdeel is hiervoor op pagina 7 van deze nota van zienswijzen al beantwoord. Het is reclamant bekend dat de verkaveling is aangepast, mede op basis van de eerder ingediende bezwaren bij het voorgaande ontwerp bestemmingsplan. Tevens is bekend dat de woonkavels zijn verkleind tot gemiddeld 1.250 m2, er geen sprake meer is van een doorgaande ontsluiting, er sprake is van een aanzienlijk groter bosoppervlak opgenomen in de bosbestemming. Een groot deel van de in het vorige bestemmingsplan ingebrachte bezwaren richtte zich op deze punten. Met de aanpassing wordt daarmee deels tegemoetgekomen aan de eerder ingediende bezwaren (die ook bekend zijn bij reclamant). Tevens is het bestemmingsplan geactualiseerd ten opzichte van het eerdere ontwerpplan en is nu wel rekening gehouden met de gevolgen van Wet natuurbescherming, waaronder de stikstofproblematiek. 6.
Het geschetste proces in paragraaf 1.2 begint met het voornemen voor de woningbouw. Een voornemen is in voorliggend geval een voldongen feit Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 27 van 109
geworden waarin geen weg terug meer bestaat. Althans, dat is hoe reclamanten tegen het proces aankijken en wat is gebleken uit de contactmomenten met de gemeente. 6.1. De setting van de gesprekken en de niet onafhankelijke rol die de gemeente hierin had en toonde, laten dit maar al te goed zien. Het waarom van de ontwikkeling is dan ook nog steeds niet duidelijk. Niet uit de gesprekken en niet uit de stukken. 6.2. In de paragraaf wordt gesteld dat de hoofdlijnen van de zienswijzen worden omschreven, zonder volledig te zijn. De zinsnede ‘zonder volledig te zijn’, laat zien dat er zaken worden achtergehouden en er geen transparantie is in het proces. 6.2.1. Welke afspraken liggen hierachter tussen gemeente en ontwikkelaar? 6.2.2. Wat mogen reclamanten als belanghebbenden niet weten? Antwoord gemeente Het bestemmingsplan is pas een voldongen feit als de gemeenteraad het heeft vastgesteld en de rechter op een eventueel beroep heeft beslist. Zover zijn we nog niet. We zijn nu bezig met de voorbereiding van het bestemmingsplan. Omwonenden zijn daarbij betrokken en een ieder heeft gelegenheid gekregen om zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Die zienswijzen kunnen voor de gemeenteraad aanleiding zijn om het plan aan te passen. Dat is wat hier nu voorligt.
De gemeenteraad moet het onderhavige bestemmingsplan in het kader van een goede ruimtelijke ordening beoordelen en alle naar voren gebrachte zienswijzen betrekken bij de belangenafweging. Na afweging van alle betrokken belangen ziet de raad geen aanleiding om de planvorming te staken. Op 14 september 2009 heeft de gemeenteraad ingestemd met een woningbouwontwikkeling in het Barchemse bos. Uiteindelijk heeft dit in 2014 geleid tot een instemming van de gemeenteraad met de stedenbouwkundige uitwerking. Vervolgens is hiervoor een ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Er is overleg gevoerd met een deel van de aanwonenden in het gebied over de aangepaste verkaveling etc. Op 9 juli 2019 heeft het college van B&W van Lochem ingestemd met het ter inzage leggen van dit plan, waarna het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Reclamant heeft daarop onderhavige zienswijze ingediend. Het is aan de gemeenteraad de uiteindelijke afweging te maken, waarin ook de argumenten van de in deze zienswijze ingebrachte argumenten door de gemeenteraad worden meegenomen. Daarmee is in deze fase van het planproces geen sprake van een voldongen feit, zoals reclamant beweert. Het eerdere plan wordt niet verder in procedure gebracht en is vervangen door het onderhavige bestemmingsplan. Het heeft dus ook geen zin om de zienswijzen tegen het eerdere plan te bespreken.
Dat plan ligt niet ter besluitvorming voor zodat daarover ook niets kan worden besloten. Wel ligt het onderhavige plan voor en worden alle daartegen naar voren gebrachte zienswijzen daarin besproken. In het overleg met een deel van de bewoners is ook aangegeven dat gemeente wel op hoofdlijnen aangeeft op welke onderdelen de eerder ingediende zienswijzen hebben geleid tot planaanpassingen. Hiervoor is dit ook meerdere malen benoemd.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 28 van 109
Er is hier geen sprake van het achterhouden van informatie of punten die reclamant niet zouden mogen weten. 7. In paragraaf 1.2 staat dat de mogelijke strijdigheid van de woningbouw en boskap met de toenmalige PAS een belangrijk punt in de zienswijzen vormt. Echter, de PAS was al vernietigd op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan in 2019 in procedure werd gebracht. 7.1. Dit was dus niet zomaar een punt in de zienswijzen, dit was een punt waarop het ontwerp bestemmingsplan uit 2019 niet voldeed aan de wetgeving. Dat wordt echter niet toegegeven in de stukken nu. Antwoord gemeente Voor de beoogde woningbouwontwikkeling moet onder meer de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden worden beoordeeld. Daarvoor is een Aerius-berekening gemaakt en daaruit blijkt dat er 0 depositie is als gevolg van dit woningbouwplan. Bij de planvorming voor de onderhavige woningbouw is er telkens getoetst aan de dan geldende regels en het geldende beleid. Dat beleid is echter volop in beweging en vlak voor de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan in 2019 vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het PAS. Daar moet het bestemmingsplan uiteraard op worden aangepast. Er was daarmee nog geen sprake van strijdigheid met de wetgeving. Het ontwerp bestemmingsplan had immers nog kunnen worden aangevuld c.q.
onderbouwd middels nodige onderzoeken, die nodig waren na de vernietiging van de PAS. Dit is zoals hiervoor al meerdere malen benoemd, niet geschied. Aangezien gemeente heeft besloten, gezien de aard van de destijds ingebrachte bezwaren en enkele omissies in het ontwerp bestemmingsplan een nieuw stedenbouwkundig plan op te stellen en een nieuw ontwerp ter inzage te leggen, waarin wel is ingespeeld op de vernietiging van de PAS.
8. In paragraaf 1.2 staat aangegeven dat het college heeft besloten om de procedure van het ontwerpbestemmingsplan uit 2019 stop te zetten. Dit is echter geen bevoegdheid van het college maar van de raad. 8.1. Hierin heeft de raad dus niet zelf de mogelijkheid gekregen om haar bevoegdheid uit te oefenen 8.2. Reclamanten hebben geen mogelijkheid gekregen om de raad hierover te spreken en de zienswijze toe te lichten. Antwoord gemeente De voorbereiding van het bestemmingsplan is een bevoegdheid van het College. Mede naar aanleiding van de zienswijzen tegen het vorige ontwerp bestemmingsplan heeft het College besloten om dit ontwerp bestemmingsplan niet ter vaststelling naar de raad te brengen en de raad daarover te informeren, net als alle indieners van een zienswijze. Vervolgens is het plan aangepast, hebben omwonenden de gelegenheid gehad daarbij te participeren en is nu een nieuw ontwerp bestemmingsplan in procedure gebracht. Niet valt in te zien hoe reclamanten daardoor worden benadeeld. Zij waren tegen het vorige ontwerp bestemmingsplan en naar aanleiding van hun zienswijzen is de besluitvorming daarover gestaakt. Het heeft geen enkele zin om de raad nog in te lichten over een zienswijze op een plan waarover geen
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 29 van 109
besluit meer wordt genomen. Temeer daar er nu een nieuw ontwerp bestemmingsplan ligt dat wel ter besluitvorming naar de raad wordt gebracht. 9. In paragraaf 1.2 staat dat op 16 juni en 1 juli 2020 overleg is gevoerd met een vertegenwoordiging van de omwonenden. Dit was geen vertegenwoordiging maar waren een aantal betrokken omwonenden, die vervolgens anderen op de hoogte hebben gebracht van de stappen en de uitkomsten van gesprekken. Antwoord gemeente De toelichting (paragraaf 1.2) zal op dit punt worden aangepast. Een vertegenwoordiging van omwonenden zal worden vervangen door een aantal betrokken omwonenden.
10. In paragraaf 1.2 wordt gesteld dat initiatiefnemer in overleg blijft met bewoners. Hierbij horen vragen die gaan over hoe en welke gronden worden uitgegeven, wanneer realisatie plaatsvindt, of er sprake is van projectbouw of particulier opdrachtgeverschap. Al deze vragen zijn tot op heden niet beantwoordt. 10.1. Het stellen in de plantoelichting dat de initiatiefnemer in overleg met bewoners blijft, wat niet uit de gesprekken bleek en waar de ontwikkelaar ook geen zin in heeft, zijn loze zinnen die niet in de plantoelichting horen. Antwoord gemeente 10 Initiatiefnemer staat open voor overleg en wil de vragen beantwoorden als daar zekerheid over is. Zo lang die zekerheid er nog niet is blijven de antwoorden nog uit. 10.1 In de toelichting is een beeld geschetst van hoe de planvoorbereiding is gegaan. Dat is niet zinloos. 11. In paragraaf 1.2 wordt de koppeling naar de APV gelegd dat de herplantplicht geldt welke valt buiten de werking van voorliggend bestemmingsplan. 11.1. Wat hierin opvalt is dat de APV niet geldt als in een bestemmingsplan een omgevingsvergunningstelsel is opgenomen. Dat is in voorliggend geval zo, waardoor ook de herplantplicht uit de APV niet van toepassing is. 11.2. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet wel in het omgevingsvergunningstelsel, maar niet in het stellen van voorwaarden zoals de herplant. Hoe zit dit? 11.3.
Op deze manier lijkt er weinig waarborg voor behoud van het bos te blijven bestaan. En hoe verhoudt dit zich tot de boscompensatie welke niet conform de afspraak van 1998 (door een van de omwonenden ingebracht in het gesprek van 28 augustus 2019 en later in de gesprekken in 2020) plaatsvindt? 11.4. Verzocht wordt om helderheid waarom de stukken ten aanzien van de boscompensatie anders zijn deze afspraak uit 1998. Antwoord gemeente
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 30 van 109
11. Hiervoor is aangegeven dat het Barchemse Bos binnen de bebouwde kom volgens de Wet natuurbescherming ligt. In dat geval geldt er geen boscompensatieverplichting vanuit de Wet natuurbescherming en de provinciale Omgevingsverordening, maar een kapverbod vanuit de APV. Dat betekent dat er een kapvergunning nodig is om bomen te kunnen kappen. 11.1 Naar aanleiding van deze zienswijze is het plan aangepast. De vergunningplicht voor het verwijderen van houtgewas en het slechten van bosjes in artikel 3.3 van de regels van het bestemmingsplan is geschrapt. Op die manier is verzekerd dat de APV voorrang krijgt en ook binnen de bestemming Bos van toepassing is. Ook binnen de woonbestemming is de APV rechtstreeks van toepassing. 11.2 Voor de bouw van de woningen en de aanleg van een ontsluitingsweg wordt een kapvergunning op grond van de APV aangevraagd. Daartoe is in augustus 2021 een bomeninventarisatie uitgevoerd en is een voorwaardelijke verplichting in de woonbestemming opgenomen dat de omgevingsvergunning voor bouwen alleen kan worden verleend als vooraf herplant heeft plaatsgevonden overeenkomst de regeling in de APV. Dit zal in het kader van de APV nader worden afgewogen en beoordeeld. Op deze wijze is voldoende verzekerd dat er compensatie plaatsvindt volgens de geldende regels.
Initiatiefnemer heeft daartoe ook onderzoeken laten uitvoeren om te kijken of herplant op de daarvoor beoogde percelen ook reëel is. Zoals gezegd valt dit buiten de procedure van dit bestemmingsplan. 11.3 In een eerder stadium van de planvorming werd ervan uitgegaan dat boscompensatie volgens het provinciale beleid zou plaatsvinden. Het provinciale beleid is echter alleen van toepassing bij de kap van bos in het buitengebied. Het Barchemse Bos is echter een binnenstedelijke locatie en dan is de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Lochem van toepassing. Vanwege de situering in het stedelijke gebied vindt de compensatie plaats via de herplantverplichting in de APV. 11.4 Er ligt nu een nieuw bestemmingsplan voor. Daarover wordt in deze uitgebreide nota van zienswijzen duidelijkheid gegeven naar aanleiding van zienswijzen van reclamanten. Afspraken uit een andere tijd en over een ander plan zijn niet aan de orde. Verder heeft overleg plaatsgevonden met verschillende (aanwonende) bewoners dan wel bewoners woonachtig in de directe omgeving. Eenieder kon aansluiten bij het overleg. De initiatiefnemer heeft altijd aangegeven in overleg te blijven met de aanwonenden. Gemeente heeft ook aangegeven dat in de verdere planuitwerking, binnen het planologisch kader van het bestemmingsplan, dit overleg zinvol kan zijn en zij hierin wil bijdragen.
Na vaststelling van het bestemmingsplan zal het plan ook ten uitvoer gebracht worden en zal een gemeentelijk projectleider ook de taken vanuit de gemeente uitvoeren. Gemeente zal met de aanstelling van een projectleider in de uitvoeringsfase ook overleg voeren met de aanwonenden, indien men dit wenst. Er is zeker geen sprake van loze beloften. 12. In paragraaf 1.3 wordt gesteld dat er sprake is van grote boskavels aan de noordzijde van de Borculoseweg. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 31 van 109
12.1. Wat is de oppervlakte van deze kavels en hoe verhouden die zich tot de gewenste nieuwe bouwkavels aan de zuidzijde van de weg? 12.2. Is deze zin voldoende argument om kavels van gemiddeld 1250 m2 te realiseren aan de zuidzijde welke in theorie volledig bebouwd kunnen worden met een nieuwe woning? Antwoord gemeente 12.1 Op de schermafdruk van www.ruimtelijkeplannen.nl is goed te zien dat de nieuwe woonkavels in het Barchemse Bos goed aansluiten bij de gemiddelde omvang van de woonkavels aan de noordzijde van de Borculoseweg. Die variëren van omvang, maar de kavel recht tegenover het plangebied (die groen oplicht in de schermafdruk hieronder) heeft bijvoorbeeld een oppervlakte van circa 1.235 m². Zie daartoe onder de optie kaartweergave het schuifje toon kadastrale percelen’ op www.ruimtelijkeplannen.nl .
12.2 Nee de motivering om hier vrijstaande woningen te bouwen op ruime kavels is veel breder. Het laat wel goed zien dat vrijstaande woningen op ruime kavels in het bos heel goed aansluiten op de directe omgeving. 13. Onderaan paragraaf 1.5 staat een alinea welke gaat over eerder opgestelde stukken en dat delen daarvoor bruikbaar zijn voor voorliggend bestemmingsplan. De gebruikte stukken zijn niet altijd consequent toegeschreven naar de voorliggende situatie. Dit leidt tot verwarring en irritatie, omdat in het intensieve traject al vele omissies eerder zijn meegegeven. Daar waar het zich voordoet, wordt dit in onderstaande opsomming duidelijk. Antwoord gemeente Dat zal hierna dan worden beantwoord. 14. In paragraaf 2.1 wordt een schets van de bestaande situatie van het plangebied gegeven. 14.1. Er is echter in het centrum van Barchem geen sprake van en YGemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 32 van 109
vorm van wegen die bij elkaar komen. Er is sprake van een vijfsprong van doorgaande wegen die het buitengebied in leiden. 14.2. Het feit dat Barchem is gelegen aan de voet van de stuwwal wordt niet genoemd. Terwijl dit zo belangrijk is voor de ligging en het grondgebruik van Barchem en de logische opbouw van het dorp. Antwoord gemeente 14.1 Er staat in paragraaf 2.1: “De ruimtelijke structuur van de kern wordt gedomineerd door de doorgaande wegen (Borculoseweg, Lochemseweg, Ruurloseweg), die in het centrum in een Y-vorm samenkomen.” Dat is een correcte beschrijving. De doorgaande wegen zijn structuurbepalend niet de vijfsprong. 14.2 Paragraaf 2.1 begint met de zin: “Barchem ligt op de zuidelijke uitlopers van de Lochemse berg en de Kalenberg.” 15. In de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied ontbreekt de recreatieve functie die het bos nu heeft en ontbreekt de functie voor natuur en landschap die het bos nu heeft. Dit zijn belangrijke gegevens die ervoor zouden moeten zorgen dat de noodzaak van bosbehoud weergeeft. Antwoord gemeente Het huidige extensieve recreatieve medegebruik ontbreekt inderdaad in de beschrijving in paragraaf 2.1 en zal worden toegevoegd.
De functie voor het landschap is wel beschreven: “Het betreft een landschapstype dat zich kenmerkt als een kleinschalig kampenlandschap, met ruimtelijke kenmerken van onder andere een onregelmatige verkaveling, afwisseling in bospercelen, houtwallen, singels en hagen met akkers en weilanden en microreliëf.” De functie voor de natuur is in paragraaf 4.9 van de toelichting beschreven. 16. In paragraaf 2.2 wordt gesteld dat een aantal geformuleerde uitgangspunten nog steeds van toepassing zijn. 16.1. Welke uitgangspunten dit zijn, wordt niet aangegeven. 16.2. Evenals de vervallen uitgangspunten welke niet worden genoemd. Antwoord gemeente 16.1 Net als in het vorige ontwerp-bestemmingsplan gaat het om maximaal 6 vrijstaande woningen op ruime kavels in het bos. 16.2 Vervallen is het uitgangspunt om de nieuwe woonkavels te ontsluiten met een nieuwe ontsluitingsweg door het bos. Dat is vervangen door 6 woonkavels die worden ontsloten door “3 openingen” in bos. 17. In paragraaf 2.2.1 wordt het stedenbouwkundige plan toegelicht. Het waarom van bepaalde stellingen wordt niet uitgelegd, keuzes zijn niet navolgbaar. 17.1. Zoals: de bosstroken tussen de woonblokken is minimaal 20 m. Waarom is dit? 17.2. De woningen zullen in paren langs de Borculoseweg geplaatst Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 33 van 109
worden, maar er wordt geen aansluiting gezocht met de kavels aan de noordzijde. Hierbij rijst de vraag: Waarom zijn de woningen niet in het lint van de Borculoseweg geplaatst, wat kenmerkend is voor alle hoofdontsluitingswegen in Barchem? Is dit een stedenbouwkundig argument of een financieel argument? 17.3. Er is niets gedaan met de aangedragen suggestie om de woningen in twee groepen van drie woningen te realiseren waardoor er meer resterend groen behouden blijft. 17.4. Er wordt op geen enkele manier een koppeling gelegd tussen de bestaande bebouwing en de beoogde nieuwbouw direct naast het plangebied (locatie Semmelink). Dit is vreemd omdat de hele context beschouwd moet worden bij een ontwerpopgave om te komen tot een goed ingepaste nieuwe situatie. Daar is hier geen sprake van. Antwoord gemeente 17.1 De woonkavels zijn in blokken van 2 in het bos geprojecteerd met de bedoeling voldoende afstand tot de weg te houden en tussen de woonkavels voldoende bosstroken over te houden om te kunnen spreken van woonkavels in het bos. De bosstroken tussen de woonbestemmingen hebben een breedte die voldoende is om een afschermende bosstrook in stand te houden. Daaraan ligt weer ten grondslag de afweging tussen een bijdrage aan de woningbouwopgave en het behoud van een kwalitatieve omgeving met bos.
17.2 Dat is om rekening te houden met omwonenden en het bosaanzicht zoveel mogelijk te behouden. De woonkavels zijn op ruime afstand van de weg gesitueerd om vanaf de weg ‘woningen in het bos’ te beleven in plaats van woningen met voortuinen. Dat is vanwege stedenbouw, landschap en natuur. 17.3 Dat levert geen vierkante meters meer bos op, terwijl de beleving bij meer geconcentreerde bebouwing wel anders wordt. 17.4 Voor de onderhavige locatie is stedenbouwkundig van belang dat er wordt ingespeeld op de situering in het bos aan de Borculoseweg en de bebouwing langs de Borculoseweg. Om langs de Borculoseweg het aanzicht van bos te behouden en om rekening te houden met omwonenden, zijn de woonkavels niet gelijk aan de weg gesitueerd maar wat verder in het bos. Op de nieuwe woningbouw op de locatie Semmelink is ingespeeld door voldoende afstand te houden tot het aangrenzende bestemmingsplan ‘De Hertenkamp’ en tussen de beide woonlocaties een bosstrook van tenminste 10 meter te behouden.
18. Door de gemeente is in een gesprek aangegeven dat er nog een bomeninventarisatie moet plaatsvinden en dat op grond daarvan wellicht kavels moeten schuiven. 18.1. Als het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk ‘bos’ behouden dient te blijven, is het onvoorstelbaar dat er nu nog geen bomeninventarisatie ligt die als uitgangspunt voor de ontwerpopgave moet dienen. 18.2. De planregels voorzien niet in de mogelijkheid om te schuiven met bouwblokken, waardoor dit niet is geregeld en dus de woningen alleen kunnen komen waar nu ingetekend. Ook is er bij het neerleggen van de rechte blokken geen
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 34 van 109
rekening gehouden met het landschap ten aanzien van bestaand reliëf (hoogteverschillen), in grondwaterstromen, in padenstructuur. 18.3. Het neerleggen van zes vierkante blokken in een bos welke niet landschappelijk zijn ingepast, laat wederom de haast van de ontwikkelaar zien om bouwtitels te vergaren en niet om een kwalitatief goed plan te realiseren. En ook de gemeente gaat hier gewoon in mee. Antwoord gemeente 18.1 In dit bestemmingsplan is de keuze gemaakt om woningen te bouwen in het Barchemse Bos. Daar zullen bomen voor moeten worden gekapt. Om zoveel mogelijk bomen te sparen is het aantal woningen beperkt tot maximaal 6. Op basis van de boominventarisatie van april 2021 is een verkaveling en ontsluiting gekozen waarbij zoveel mogelijk bos behouden kan blijven. Maar ook andere zaken zijn van belang bij de gekozen verkaveling en ontsluiting, zoals het behoud van voldoende afstand tussen de geschakelde woonkavels om een afschermende bosstrook te behouden. Verder is voor de ontsluiting bijvoorbeeld ook gekeken naar het uitwegen op de Borculoseweg. 18.2 De planregels bieden in artikel 9 nog ruimte om, onder voorwaarden, nog 2 meter te schuiven. Meer flexibiliteit is niet gewenst omdat de bomeninventarisatie is gebruikt bij de verkaveling en te veel flexibiliteit weer ten koste gaat van de rechtszekerheid.
Wat betreft de rechte blokken is het Barchemse Bos een in rechte rijen aangeplant bosperceel. Daar past een rechthoekige verkaveling heel goed in. Het reliëf ter plaatse is niet zodanig dat de rechthoekige verkaveling moet worden aangepast. De paden in het bosperceel zijn informeel en niet structuurbepalend. 18.3 De verkaveling is landschappelijk juist heel goed ingepast door op afstand van de Borculoseweg te bouwen met bosstroken tussen de twee aan twee geschakelde woonkavels, en behoud van zoveel mogelijk bestaand bos. 19. In paragraaf 2.2.1 wordt een koppeling gelegd naar het opgestelde beeldkwaliteitsplan en de daarin opgenomen uitgangspunten. 19.1. Wat in de stukken wordt aangegeven, is dat de positionering van bijgebouwen ten opzichte van de woningen vrij wordt gelaten. Dit betekent dat bijgebouwen voor de voorgevel van de woningen mogen komen en dat er naar de Borculoseweg achterkantsituaties ontstaan. 19.2. Gevolg hiervan vergunningsvrije bouwwerken en schuttingen aan de zijde van de Borculoseweg. 19.3. En kaalslag van het bos naar het zuiden omdat mensen uitzicht willen hebben. 19.4.
Dit kan toch niet de bedoeling zijn in een setting in bos en langs een doorgaande ontsluitingsweg? Reclamanten verzoeken dit aan te passen, waardoor er sprake is van fatsoenlijke situaties met woningen georiënteerd op de weg en wat past bij het uitgangspunt van zoveel mogelijk ‘bos’-behoud. Antwoord gemeente 19.1 Dat klopt niet. Het bestemmingsplan in samenhang met het beeldkwaliteitsplan staan daaraan in de weg. In de tuin zijn geen gebouwen toegestaan zodat er geen bijgebouwen voor de woning kunnen worden gebouwd. In de regels is bovendien vastgelegd dat bijgebouwen op 3 meter
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 35 van 109
achter de tuinbestemming moeten worden gebouwd. Achterkantsituatie aan de Borculoseweg zijn in strijd met deze beeldkwaliteit. 19.2 Vergunningsvrije bebouwing is uitsluitend op het achtererf toegestaan. En dat is 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw. 19.3 Aan de zuidkant van het plangebied hebben de gronden een bosbestemming. Het bos en de bomen genieten daarin bescherming, zodat een kaalslag niet mogelijk is. 19.4 De verkaveling voorziet in wat reclamanten vragen. Woningen georiënteerd op de Borculoseweg waarbij zoveel mogelijk bos wordt behouden. 20. In paragraaf 2.2.2 wordt als eerste zin aangegeven dat er een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld en op de afbeelding is weergegeven. Deze afbeelding ontbreekt in deze paragraaf. Reclamanten vragen of hier misschien afbeelding 10 bedoeld wordt zoals opgenomen in paragraaf 2.2.1? Zo ja, dan had dat duidelijk aangegeven kunnen worden. 20.1. Hoe kan dan onderbouwd worden dat het plan uitvoerbaar is, ook als er geen bomeninventarisatie is gemaakt en hoe kun je dan bouwvlakken neerleggen die niet ingepast zijn? 20.2. Niet duidelijk is welk groen/welke bomen behouden worden en wat er weg gaat. Dat is o.i. bepalend voor de locatie van de bouwvlakken. 20.3. Evenals dat eerder gesteld is dat natuurlijke hoogteverschillen en afwatering intact blijven. 20.4. Dit zijn wel uitgangspunten.
Uit onderzoek moet duidelijk zijn om welke delen/ bomen het gaat. Evenals de waterhuishouding. Dit alles zijn voorwaarden voor het positioneren van bouwvlakken en daarmee zekerheden/ kaders. Antwoord gemeente 20 In paragraaf 2.2.2 van de toelichting, tweede zin, zal worden aangegeven dat verwezen wordt naar figuur 11 met de landschappelijke inpassing Barchemse Bos. 20.1 Er is een bomeninventarisatie gemaakt en die is gebruikt bij de verkaveling. De bouwvlakken zijn zo goed mogelijk ingepast. Maar het plan voorziet in 6 nieuwe woonpercelen in het bos. Daar zullen bomen voor moeten wijken. Tegelijkertijd voorziet het plan er wel in om zoveel mogelijk bos te behouden. Daartoe is het aantal woningen beperkt en heeft een groot deel van het bos ook de bestemming bos gekregen waar geen bomen worden gekapt ten behoeve van de woningbouw. 20.2 Ter plaatse van de bouwvlakken zullen de bomen moet wijken. Wel zullen de ontsluitingswegen zoveel mogelijk tussen de bomen door worden aangelegd. 20.3 Natuurlijke hoogteverschillen en afwatering zullen zoveel mogelijk worden behouden maar kunnen niet intact blijven als er woningen worden gebouwd. 20.4 Er is op deze aspecten bekeken of de locatie geschikt is voor woningbouw. Er zijn vanuit deze aspecten geen belemmering voor woningbouw. Vervolgens zijn de bestemmings- en bouwvlakken heel zorgvuldig aangewezen.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 36 van 109
21. In paragraaf 2.2.2 staat dat de woningen naar achter zijn gelegd om het boskarakter overeind te houden en dat de situering van de percelen zorgt voor ruimte om het bos deels te behouden. 21.1. Hoe moet dit deels behouden worden gezien? 21.2. Wat gaat er nu wel weg en wat niet? 21.3. Er bestaat grote onduidelijkheid over of het uitgangspunt van behoud van zoveel mogelijk ‘bos’ wel echt wordt gewaarborgd. 21.4. Ook de alinea over de bescherming van bos in het bestemmingsplan, wat overigens niet afdwingbaar is, en het opwaarderen van de kwaliteit en het maken van privaatrechtelijke afspraken wordt nog bezien. 21.5. Hieruit blijkt dat behoud, herstel en beheer van het bos wel als ruimtelijk relevante aspecten worden gezien, maar zonder dit voldoende te regelen en duidelijkheid te geven over hoe dit en met wie dit wordt geregeld. 21.6. De enige waarborg en afdwingbaarheid om ‘bos’ in stand te laten en te verbeteren is via de publiekrechtelijke weg met een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. 21.7. Daarbij geldt ook dat wat publiekrechtelijk geregeld kan worden, niet privaatrechtelijk geregeld mag worden. Hier is voldoende jurisprudentie over te vinden. Verzocht wordt dit onderdeel te regelen zoals de wetgever het bedoelt en niet zoals de ontwikkelaar en gemeente het het makkelijkst vinden.
Antwoord gemeente 21.1 Door een substantieel deel van het bos niet te kappen en te beschermen met een bosbestemming wordt dit gedeelte van het bos behouden. 21.2 Alle bomen die staan op gronden die in het bestemmingsplan de bestemming Bos hebben gekregen blijven staan. Binnen de bestemmingsvlakken voor wonen en tuin worden de bomen gekapt voor de bouw van de woningen en bijgebouwen en de aanleg van een tuin/erf. Bewoners kunnen kiezen voor een tuin met bomen. In dat geval blijven ook bomen in de tuin behouden. 21.3 De bomen hebben een bestemming Bos gekregen. Dat mag dus niet worden gebruikt als tuin/erf, er mogen geen gebouwen in worden gezet, er geldt een aanlegvergunning voor werkzaamheden die het bos kunnen aantasten. De bomen binnen de bestemming ‘Bos’ genieten bescherming op grond van het kapverbod in de APV. 21.4 De bestemming Bos is derhalve heel goed publiekrechtelijk afdwingbaar. 21.5 Dat is planologisch voldoende geborgd in de bestemming Bos die is bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van bos. Die verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar van de gronden. 21.6 Het bos is er al. Er is geen voorwaardelijke verplichting nodig om het bos aan te leggen. De instandhouding is publiekrechtelijk geborgd met een bosbestemming. Het plan voorziet in een bosbestemming en daar wordt niet gekapt.
De bestemming Bos voorziet in voldoende bescherming, zoals hiervoor beschreven. 21.7 De bescherming van het bos is publiekrechtelijk geregeld. Er is geen privaatrechtelijke regeling nodig om het Barchemse Bos te beschermen. Daarvoor bieden het bestemmingsplan en de APV voldoende publiekrechtelijke waarborgen.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 37 van 109
22. In paragraaf 2.2.3 wordt een toetsing gedaan aan de CROW normen. Er wordt echter in deze paragraaf geen rekening gehouden met de mogelijkheid van beroep en/of bedrijvigheid aan huis. Daarvoor geldt ook dat er een bepaalde verkeersgeneratie is en een parkeerbehoefte. In deze paragraaf komt dat niet terug waarmee de paragraaf niet voldoende motiveert en niet voldoende duidelijk is of het plan uitvoerbaar is. Antwoord gemeente 22 Het plan voorziet in de mogelijkheid van een beroep of kleinschalige bedrijvigheid aan huis. Daarvoor is wel de voorwaarde opgenomen dat parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein wordt opgelost en er ter plaatse geen onevenredige aantasting van de parkeer- en/of verkeerssituatie optreedt. Dat biedt voldoende garanties om een goede inpassing van een beroep of bedrijfsmatige activiteit aan huis te regelen. Deze voorwaarde geldt in de gemeente Lochem voor alle woningen. Op deze locatie in het bos is echter maatwerk geboden. Parkeren moet hier op eigen terrein worden opgelost. In artikel 5.4, lid c, onder 5 zullen de woorden ‘zoveel mogelijk’ worden geschrapt. 23. In paragraaf 2.2.3 wordt niets gezegd over de verkeers(on)veiligheid van de uitritten op de Borculoseweg. Het middelste blok bijvoorbeeld krijgt een in- en uitrit precies op de plek waar het fietspad begint. 23.1. Dit leidt op voorhand tot onveilige situaties. 23.2.
Wat is hierin het advies geweest van de provincie Gelderland die de wegbeheerder is van deze weg? Antwoord gemeente 23.1 De uitritten op de Borculoseweg zullen zorgvuldig vormgegeven moeten worden in verband met het fietspad. De situatie ter plaatse biedt echter voldoende mogelijkheden om dat verkeersveilig uit te voeren. Zo zal een meer open situatie ontstaan die ook meer overzicht geeft voor de verkeersdeelnemers. In het kader van de uitwegvergunning zal ook zorgvuldig naar de verkeersveiligheid worden gekeken. Er is geen aanleiding om op voorhand een ontsluiting op deze locatie uit te sluiten vanwege de verkeersveiligheid. 23.2 In het wettelijke vooroverleg heeft de provincie aangegeven dat zij als wegbeheerder betrokken wil blijven bij de ontsluiting op de Borculoseweg. Die betrokkenheid van de wegbeheerder is via de uitwegvergunning gewaarborgd. 24. In paragraaf 2.2.4 staat de breedte van de opgenomen strook voor de inen uitritten om flexibiliteit te houden en bomen te sparen. 24.1. In relatie met het opgenomen omgevingsvergunningenstelsel zonder de mogelijkheid van het stellen van voorwaarden kan de hele strook gekapt worden. Dit biedt te veel onzekerheid ten aanzien van ‘bos’behoud. 24.2. Ook het feit dat er geen bomeninventarisatie ligt, laat onzekerheid zien over welke bomen weg moeten en welke behouden kunnen blijven. Antwoord gemeente
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 38 van 109
24.1 Deze strook heeft een bosbestemming gericht op de instandhouding van het bos. In de strook kunnen echter bomen gekapt worden ten behoeve van de aanleg van een ontsluitingsweg met een maximale breedte van 3,50 meter. Als er een aanvraag komt om de hele strook met een breedte van 9 meter te kappen, zal dat worden geweigerd omdat dit in strijd is met de bosbestemming in het bestemmingsplan. Om dit duidelijk te maken is in artikel 3.1 expliciet bepaald dat ter plaatse van de aanduiding maximaal 1 ontsluitingsweg per aanduiding is toegestaan met een maximale breedte van 3,50 meter. 24.2 Er is inmiddels een bomeninventarisatie opgesteld. Die zal gebruikt worden bij de aanleg van de ontsluitingen om zoveel mogelijk bomen te sparen. 25. In paragraaf 2.2.4 staat de mogelijkheid beschreven van het afwijken van de nokhoogte voor 35%. Het is onduidelijk wat deze planregel inhoudt en hoe dit moet worden gemeten. Het waarom is volkomen onduidelijk. Antwoord gemeente Het gaat niet om een afwijking en ook niet om de nokhoogte. Het is een maatwerkregel voor de goothoogte die is bedoeld om meer kwaliteit te krijgen. In artikel 5.2.2, onder b, is geregeld dat de goothoogte binnen het bouwvlak niet meer dan 6 meter mag bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 10 meter.
Maar om te voorkomen dat er standaard huisjes van 2 lagen met een kap worden gebouwd is in 5.2.2, onder c, bepaald dat de goothoogte van het hoofdgebouw niet overal even hoog mag zijn. Die moet verspringen. Daarom geldt voor 35% van het hoofdgebouw een maximale goothoogte van 4 meter (en dus niet 6 meter). 26. In paragraaf 3.2.1 wordt onder de ladder voor duurzame verstedelijking aangegeven dat het gaat om ‘slechts’ zes woningen. Door dergelijke woorden te gebruiken, wordt de indruk versterkt dat er enkel wordt gekeken naar het zo snel als mogelijk realiseren van de bouwtitels. Dit komt niet objectief over en het lijkt alsof de gemeente wil doen voorkomen dat het maar een beperkt project is met een beperkte impact. Dit wordt door belanghebbenden anders ervaren.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 39 van 109
Antwoord gemeente 25 Volgens de jurisprudentie is pas sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 12 woningen worden gebouwd. Dat zijn er hier een stuk minder. Daarom staat er slechts 6. 27. In paragraaf 3.3.2 welke gaat over de provinciale omgevingsverordening, mist het belang van het Nationale Landschap de Graafschap. De planlocatie is gelegen binnen dit nationale landschap. 27.1. De provincie stelt in artikel 2.56 van de omgevingsverordening dat een bestemmingsplan binnen het nationaal landschap alleen bestemmingen mogelijk maakt die de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, zoals opgenomen in bijlage 6 van de verordening, niet aantasten. 27.2. Een ontwikkeling mag de kernkwaliteiten alleen aantasten als er geen reële alternatieven zijn, er sprake is van redenen van groot openbaar belang, er compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten zoals ook opgenomen in bijlage 6 van de verordening. 27.3. In de plantoelichting en in de ontwerpopgave wordt op geen enkele manier rekening gehouden met het gegeven van de ligging in Nationaal Landschap. 27.3.1. Op geen enkele manier is de ondergrond, het landschap (aardkundig en cultuurhistorisch waardevolle landschappen) meegenomen en is dit van invloed geweest op de positionering van de bouwvlekken. 27.3.2.
De stelling dat het plan landschappelijk is ingepast, zonder rekening te houden met ondergrond, bestaande structuren en gezond opgaand groen en voorkomende fauna, is niet voldoende om te motiveren dat voorliggend plan past binnen het provinciaal beleid. 27.3.3. Ook wordt niet aangegeven wat de provincie hiervan vindt en wat haar reactie is geweest in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg. Antwoord gemeente 27 Het Nationaal landschap De Graafschap ontbreekt inderdaad nog in de toelichting. Paragraaf 3.3.2 van de toelichting zal worden aangevuld met het Nationaal landschap De Graafschap. 27.1 Het Barchemse bos is gesitueerd in het deelgebied Graafschap. Ter plaatse bestaan de kernkwaliteiten van dit deelgebied uit een samenhangende eenheid van hooggelegen beboste en besloten stuwwalkern van Lochemerberg met karakteristiek krans van open essen en bij de krans behorende buurtschappen als Zwiep en Barchem. Halfgesloten landschap met mozaïek van bossen, weilanden en grote boerderijen. Het geheel heeft een parkachtige uitstraling. Deze kernkwaliteiten worden niet aangetast. Door een beperkt aantal woningen in het bos te bouwen met een ruime boszoom rond de woningen blijft het Barchemse bos ook als bos herkenbaar in het landschap. 27.2 De onderhavige ontwikkeling tast de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap niet aan.
Daardoor blijven ook de voorwaarden buiten toepassing die gelden als er wel sprake is van aantasting van de kernkwaliteiten (zoals alternatieven, groot openbaar belang en compensatie). 27.3 Het Barchemse bos is niet gesitueerd in een gebied waar de provinciale omgevingsverordening specifieke bescherming vereist van aardkundige Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 40 van 109
waarden. Met het cultuurhistorisch landschap is rekening gehouden door de bouwvlekken niet langs de rand van het bos te leggen maar midden in het bos, met een ruime boszoom daaromheen zodat het Barchemse bos ook als bos herkenbaar blijft in het halfgesloten landschap met een mozaïek van bossen en weilanden. De woningen zijn ingepast en er is rekening gehouden met bestaande structuren en flora en fauna. Het plan is met de provincie besproken en voor deze binnenstedelijke locatie is alleen de ontsluiting op de provinciale weg als een provinciaal belang aangemerkt waarbij de provincie betrokken wil blijven. 28. In de laatste alinea van paragraaf 3.3.2 wordt gesteld dat slechts 1 woning (hoofdgebouw) ligt in de beschermingszone natte landnatuur (provinciaal beleid). 28.1. Deze stelling is niet juist. Ook de bijbehorende bijgebouwen en oppervlakteverharding/erfverharding is in deze zone gelegen. Gezien de grootte van de zone is het denkbaar dat ook de naastgelegen nieuw beoogde woning in deze zone ligt. 28.2. Daarbij komt dat gesteld wordt dat het plan geen effect heeft op de grondwaterstand en dat verwezen wordt naar paragraaf 4.8. Paragraaf 4.8 gaat echter over het waterbeleid van het waterschap en het waterschapsbelang en niet over het provinciaal belang van eventuele negatieve effecten op de grondwatersituatie die van belang is voor de natte landnatuur. 28.3.
Bebouwing en verharding in deze zone nemen toe wat altijd een effect heeft op de zone en de oppervlakte van de zone. In voorliggend plan zijn er wel degelijk alternatieven te vinden; namelijk niet bouwen in deze zone. 28.3.1. Er is geen sprake van redenen van groot openbaar belang, 28.3.2. er is geen woningnood, 28.3.3. er is enkel sprake van het financieel belang van de ontwikkelaar. 28.4. In voorliggend plan wordt niet getoetst op negatieve effecten op de zone en de bedoeling van de beschermingszone. 28.4.1. Er wordt enkel verwezen naar een paragraaf waarin dit aspect niet terugkomt. 28.4.2. Er is dan ook onvoldoende gemotiveerd waarom in de beschermingszone voor natte landnatuur gebouwd zou kunnen worden. 28.4.3. Ook wordt niet aangegeven wat de provincie hiervan vindt en wat haar reactie is geweest in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg. Antwoord gemeente 28.1 Op de schermafdruk is te zien dat alleen het bouwvlak van de meest oostelijke woning geheel in de beschermingszone ligt en dat de zone slechts voor een beperkt deel het buurperceel bestrijkt. Het bouwvlak van het buurperceel is in ieder geval buiten de beschermingszone gelegen.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 41 van 109
Dat betekent dat het plan de bouw van 1 hoofdgebouw, bijbehorende bouwwerken en verhardingen binnen de ‘beschermingszone natte landnatuur ‘ mogelijk maakt. 28.2 Om te voorkomen dat er significant nadelige effecten op de instandhouding van de natte landnatuur ontstaan zal de beschermingszone op de verbeelding worden aangeduid en in artikel 9.1 van de regels worden voorgeschreven dat het hemelwater ter plaatse moet worden hergebruikt dan wel in de bodem moet worden geborgen en/of geïnfiltreerd en dat de bouw van kelders ter plaatse niet is toegestaan en de hoeveelheid verharding moet worden beperkt. Ook paragraaf 3.3.2 van de toelichting zal hiermee worden aangevuld. 28.3 Volgens artikel 2.61 van de Omgevingsverordening Gelderland mag een bestemmingsplan in de beschermingszone natte landnatuur geen functies mogelijk maken die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Dat betekent niet dat er niet in de zone gebouwd mag worden. De zone bestrijkt immers een groot gebied waarbinnen thans al diverse functies met bebouwing en verharding aanwezig zijn. Van een enkele woning met bijbehorende bouwwerken en verhardingen zijn geen significant negatieve effecten te verwachten waardoor de instandhouding van de natte landnatuur wordt bedreigd.
Zeker niet als het hemelwater van daken en verhardingen ook nog eens in de bodem wordt geborgen en/of geïnfiltreerd, er geen onderkeldering wordt toegestaan en de hoeveelheid verharding wordt beperkt. Aangezien er geen significant nadelige effecten zijn op de instandhouding zijn de voorwaarden: alternatieven, groot openbaar belang, mitigatie en compensatie, niet aan de orde. 28.4 Zie de motivatie hiervoor. Het plan is met de provincie besproken en voor deze binnenstedelijke locatie is alleen de ontsluiting op de provinciale weg als een provinciaal belang aangemerkt waarbij de provincie betrokken wil blijven. 29. In paragraaf 3.4.2 wordt het gemeentelijk woonbeleid aangehaald. 29.1. Er wordt alleen een motivering in kwantiteit gegeven met een tabelletje die huidige woningbouwplannen aangeeft. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 42 van 109
29.2. Er is geen sprake van een kwalitatieve toetsing van het initiatief. 29.2.1. Over doelgroepen en geschikt woningaanbod wordt niets gezegd. 29.2.2. Hoe en wat is onderzocht of er vraag is naar de bouw van zes dure woningen in het bos? 29.2.3. Het enkel koppelen van dit bestemmingsplan aan het woonbeleid waarin staat dat er zes woningen mogen komen is niet voldoende motivatie voor het realiseren van de bouwtitels. 29.3. Wat doet de gemeente met de bouwtitels als na bijvoorbeeld twee jaar blijkt dat de kavels niet verkocht worden? 29.3.1. Gebeurt er dan hetzelfde als op het Eekvenne: splitsen van kavels voor een andere doelgroep en realisatie van 12 woningen omdat daar wel vraag naar is? 29.3.2. Realiseren we ook hier voor leegstand? Zoals op het Eekvenne aan de hand is en aan de Borculoseweg 5? Antwoord gemeente 29 In het kader van de voorbereiding van de omgevingsvisie en de kernvisies wonen is heel nauwkeurig naar de actuele cijfers gekeken. Daaruit blijkt dat de woningvraag in de Cleantech Regio waar Lochem deel van uit maakt, inmiddels ongeveer 40% hoger ligt dan in 2018 verondersteld. Binnen de CTR zijn eind 2020 nieuwe afspraken om de komende jaren tot 2030, 15.600 woningen te bouwen. Dit is 5000 meer dan in 2018 is afgesproken. Voor Lochem is voorzien in 1.300 woningen tot 2030. Dat is ruim 400 woningen méér dan in 2018 afgesproken.
Om deze woningen ook daadwerkelijk te kunnen realiseren, wordt gestreefd naar een plancapaciteit van 30% extra, om vertraging van plannen en planuitval op te kunnen vangen. Het totaal komt daarmee op 1.700 woningen. Het streven is om voor de resterende 700 tot 800 woningen plancapaciteit te vinden, door nieuwe woningbouwlocaties aan te wijzen bij de kernen van de gemeente Lochem. Het behouden en versterken van de vitaliteit van de kernen is daarbij een belangrijke doelstelling en de bouw van extra woningen vormt daarvoor een basis. Voor de kern Barchem zijn er tot 2030 circa 70 tot 75 nieuwe woningen nodig. Daarvan zijn er al 40 in bestaande plannen opgenomen (zoals het onderhavige plan voor 6 woningen) en zijn er nog 30 tot 35 extra woningen nodig waarvoor nog geen plannen gereed zijn. Daarbij is er ook kwalitatief gekeken en rekening gehouden met het doelgroepenbeleid. De onderhavige locatie in het Barchemse bos is echter geen reguliere inbreidingslocatie in het stedelijke gebied en vraagt om een terughoudende inzet op woningaantallen. Het plan voorziet daarom in een beperkt aantal vrijstaande woningen die bijdragen aan de woningbouwopgave, zorgen voor doorstroming op de woningmarkt en rekening houden met de stedenbouwkundige, landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van het gebied.
Op dit moment is er geen enkele reden om aan te nemen dat de kavels niet verkocht gaan worden. Andere woningbouwplannen in de gemeente worden snel verkocht. De vrees voor leegstand is onterecht en strookt niet met alle actuele woningmarkt analyses. Mocht die situatie in de toekomst veranderen dan zal op dat moment worden bekeken welke acties nodig zijn.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 43 van 109
30. Waar komen de tabellen in paragraaf 3.4.2 vandaan? 30.1. Er is geen bronvermelding opgenomen. 30.2. In het overzicht staat dat het huidige woningbouwplannen betreft. Er zijn er alleen al meerdere van gerealiseerd, dus is dit een achterhaalde tabel. Antwoord gemeente 30 De tabellen komen uit de Woonvisie Lochem 2018-2025. 30.1 Paragraaf 3.4.2 waar de tabel in staat heet Woonvisie Lochem 20182025 en gaat over deze woonvisie. 30.2 Paragraaf 3.4.2 zal worden aangevuld met de actuele cijfers zoals eerder in de beantwoording onder V uiteengezet. 31. In paragraaf 3.4.3 wordt de relatie gelegd met de welstandsnota en het feit dat het plangebied is gelegen in het ‘Historisch bebouwingslint’. 31.1. Wat zegt de welstandsnota over dit deelgebied en een afbeelding ervan ontbreekt? 31.2. En wat is dan de relatie van dit uitgangspunt met het opgestelde verkavelingsplan en beeldkwaliteitsplan? 31.3. De titel van het ‘Historisch bebouwingslint’ suggereert dat er sprake is van een bepaalde welstandseis, maar ook van een stedenbouwkundige setting van bebouwing die logisch ligt in een lint. Dat komt niet terug in hoofdstuk 2 waarin uitgangspunten voor de ontwerpopgave ook niet navolgbaar en onvoldoende logisch en onderbouwd zijn. 31.4.
Naar ons idee suggereert de ligging van de locatie in het ‘Historisch bebouwingslint’ een logische nieuwe setting van woningen in een lint en passend bij de kleurstelling en het kleurgebruik aan de overzijde van de Borculoseweg en passend bij het ‘bos’-karakter. Antwoord gemeente 31.1 In de welstandsnota staat het volgende over de historische bebouwingslinten in Barchem: In dit gebied (historische bebouwingslinten) wordt welstandsniveau 2 gehanteerd.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 44 van 109
Gebied historische bebouwingslinten. Daarvoor gelden de volgende criteria: Ligging ✓ De bebouwing is georiënteerd op de straat; ✓ De bebouwing is geplaatst in een (licht) verspringende rooilijn; ✓ Tussen de hoofdmassa’s is een onbebouwde ruimte aanwezig. Massa ✓ Bebouwing is individueel en afwisselend (gevarieerd beeld); ✓ De massa van de bebouwing is gerelateerd aan de omliggende bebouwing; ✓ Seriematige bebouwing is niet toegestaan; ✓ Traditionele kapvormen hebben de voorkeur; ✓ Bijgebouwen zijn naar achteren geplaatst ten opzichte van de rooilijn teneinde het vrijstaande individuele karakter van de hoofdbebouwing te benadrukken; ✓ De hoofdvorm is eenvoudig (geen bouwmassa, opgebouwd uit diverse ✓ vormen) en blijft ook na aanpassing duidelijk herkenbaar; ✓ Schaalvergroting door samenvoeging of grote aanbouwen is ongewenst; ✓ Luifels: terughoudend omgaan met toepassing van luifels; indien toegepast dan: o Passend bij de architectuur van het pand; o Geen massief ogende zware constructies; o Niet breder dan het pand, doortrekken over meerdere panden is niet o toegestaan, maximaal 1,5 m diep.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 45 van 109
Materialen en kleuren ✓ Bij voorkeur toepassing van gedekte kleuren; ✓ Het gebruik van opvallende (schreeuwende) kleuren is niet toegestaan. Paragraaf 3.4.3 van de toelichting zal worden aangevuld met de teksten en figuur over historisch bebouwingslint Barchem uit de bijlage ‘waar toezicht blijft’ bij de Nota welstand en welstandsvrije gebieden. 31.2 Juist vanwege het historische bebouwingslint is gekozen voor individueel afwisselende bebouwing in een licht verspringende rooilijn met onbebouwde ruimte tussen de hoofdmassa’s en bebouwing georiënteerd op de straat. Maar om tegelijkertijd ook de groene entree aan deze zijde te behouden is ervoor gekozen om buiten het invloedsgebied van het historische bebouwingslint te blijven en de woningen zo ver terug te leggen in het bos dat ze niet in het historische bebouwingslint worden gesitueerd. Dat betekent dat het hiervoor beschreven welstandsbeleid hier niet onverkort van toepassing is. Dat neemt niet weg dat daar wel nadrukkelijk rekening mee is gehouden, maar op onderdelen een invulling is gekozen die vooral inspeelt op de situering in het bos. 21.3 Zoals hiervoor vermeld zijn de nieuwe woning ook net buiten het bebouwingslint gesitueerd.
31.4 Er is hier een afweging gemaakt tussen de historische belangen die hier een lint van bebouwing langs de Borculoseweg suggereren in het stedelijke gebied van Barchem en de belangen van omwonenden en het groen waarbij een groene entree wenselijk is. Met al deze belangen is rekening gehouden. De woningen liggen terug in het bos zodat in het historische bebouwinglint een groene entree behouden blijft. Tegelijkertijd is wel gekozen voor individueel afwisselende bebouwing in een licht verspringende rooilijn met onbebouwde ruimte tussen de hoofdmassa’s en bebouwing georiënteerd op de straat. 32. In paragraaf 4.2 wordt het aspect geluid behandeld. 32.1. In paragraaf 2.3 van het akoestisch onderzoek onder de eerste bullit loopt de zin niet. Wat zullen B&W? 32.2. Uit het onderzoek blijkt dat voor alle woningen voldaan wordt aan de Wet geluidhinder. 32.2.1. Is deze uitkomst bepalend geweest voor de ligging van de bouwvlakken van de nieuwe woningen? 32.2.2. Is dit een noodzakelijk uitgangspunt geweest voor de situering van de bouwvlakken in plaats van uit te gaan van de (on)mogelijkheden van het terrein zelf? 32.3. Het is hiermee de omgekeerde benadering om vanuit de milieuwetgeving een ontwerpopgave vorm te geven. Dit is wellicht makkelijk omdat het voldoet aan de wet, maar is niet het ruimtelijk kwalitatief beste plan voor de locatie en de omgeving.
Antwoord gemeente 32.1 Het woordje vaststellen ontbreekt in deze zin van het geluidrapport. “B&W zullen alleen een hogere waarde vaststellen, indien voldoende verzekerd is dat de verblijfsruimten en de tot de woning behorende buitenruimten, niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 46 van 109
gesitueerd waar de hoogste geluidbelasting optreedt, tenzij dit uit een oogpunt van stedenbouw of volkshuisvesting niet anders mogelijk is.” In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de geluidssituatie uitgelegd. Volgens de berekeningen kan er aan de voorkeursgrenswaarden worden voldaan en zijn er geen hogere waarden nodig. Dat is omdat de woningen verder naar achter zijn gesitueerd en om die reden een beter geluidklimaat hebben. 32.2.1 Dat is één van de aspecten die in de afweging zijn betrokken. Op meer afstand van de weg is er nu eenmaal minder geluidbelasting op de gevel. 32.2.2 De Wet geluidhinder is uiteraard van groot belang voor het situeren van woningen, maar het is ook een stedenbouwkundige, landschappelijke en cultuurhistorische afweging. 32.3 Er is ook niet voor deze makkelijke weg gekozen. Er is een stedenbouwkundige, landschappelijk en cultuurhistorische afweging gemaakt waarbij natuurlijk wel aan de Wet geluidhinder moet worden voldaan. 33. In paragraaf 4.4.2 wordt gesteld dat binnen 100 m van het plangebied geen veehouderijen zijn gelegen. Wij willen u erop wijzen dat op de locatie Ruurloseweg 33 nog een vergunning/ melding op grond van de Wet milieubeheer/Activiteitenbesluit geldt. Hier dient wel degelijk rekening mee te worden gehouden in de bestaande rechten van de houder van de vergunning/melding.
Antwoord gemeente 33 Ruurloseweg 33 heeft in het bestemmingsplan Kern Barchem uit 2008 al een woonbestemming gekregen. Binnen deze woonbestemming is een veehouderij niet toegestaan. Het houden van dieren in de stal moet binnen de woonbestemming passen en aan het Activiteitenbesluit milieubeheer voldoen. Gelet op de afstand tot de bestaande woning Ruurloseweg 33 en de afstand tot de beoogde nieuwe woningen zal dat geen probleem zijn. 34. In paragraaf 4.7.2 wordt het uitgevoerde bodemonderzoek uit 2028 aangehaald. We vermoeden dat dit 2018 moet zijn zoals aangegeven op de rapportage zelf. We wachten de onderzoeken uit 2028 graag af. 34.1. Aangezien het onderzoek ouder is dan 2 jaar, dient te worden aangetoond waarom de onderzoeksresultaten nog actueel zijn. Dat is in het voorliggende plan niet opgenomen. 34.2. De stelling dat er geen belemmeringen zijn, is dan ook niet voldoende aangetoond en gemotiveerd. Antwoord gemeente 34 In de voetnoot bij paragraaf 4.7.2 staat inderdaad ten onrechte 2028 in plaats van 2018. De voetnoot bij paragraaf 4.7.2 van de toelichting zal worden aangepast in die zin dat 2028 wordt vervangen door 2018. 34.1 Bodemonderzoeken hebben over het algemeen een geldigheidsduur van 5 jaar.
In dit geval is er bovendien geen enkele aanleiding voor de veronderstelling dat er na 2018 op deze locatie in het bos activiteiten hebben plaatsgevonden die tot een ernstige verontreiniging van de bodem hebben geleid.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 47 van 109
34.2 Het bodemonderzoek is voldoende actueel en geeft voldoende inzicht in de geschiktheid van de bodem voor de woonfunctie. 35. In paragraaf 4.8.2 wordt het waterbeleid opgesomd. 35.1. Heeft de gemeente Lochem geen eigen waterbeleid dat hier moet worden aangehaald? 35.2. Hoe kan anders worden ontworpen waar de nieuwe woningen aan moeten voldoen ten aanzien van hemelwateropvang en het vasthouden ervan en het afvoeren van vuilwater? 35.3. En zijn de bestaande riolen hier op berekend? Antwoord gemeente 35.1 In 2013 en 2014 heeft de gemeente Lochem (samen met de gemeente Zutphen) het stedelijk water grotendeels overgedragen aan het Waterschap Rijn en IJssel. 35.2 De plannen worden door het waterschap getoetst aan het regionale beleid. De gemeente neemt dat mee bij de beoordeling van dit bestemmingsplan. 35.3 Ja, daartoe is het plan in het wettelijke vooroverleg ook beoordeeld door het waterschap. 36. In paragraaf 4.8.3 staat dat de aanwezige bodem geschikt lijkt voor infiltratie in de bodem en dat op basis van de landelijke bodemkaart de opbouw bestaat uit veldpodzolgrond. Deze informatie is beschikbaar in het bodemonderzoek waaruit de bodemopbouw blijkt. 36.1. Het bevreemd ons dat deze informatie niet in deze paragraaf is gebruikt om duidelijk te maken wat de mogelijkheden of onmogelijkheden per plek zijn voor het opvangen en vasthouden van water 36.1.1.
en na te gaan wat de effecten op de bodem en het grondwater zijn. Antwoord gemeente 36.1 Het is goed dat de informatie uit de boringen van het bodemonderzoek de bodemopbouw bevestigen zoals die op de bodemkaart is vermeld. In paragraaf 4.8.3 van de toelichting zal ook een verwijzing naar het bodemonderzoek worden opgenomen. 36.1.1 Die effecten zijn in beeld gebracht. Zie daarvoor de uitgebreide tabel in paragraaf 4.8.3 van de toelichting. De bodem is zodanig dat er geen overlast van grondwater valt te verwachten. De woningen worden niet gebouwd in een beschermingszone i.v.m. drinkwateronttrekking zodat ook geen extra beschermingsregels in het bestemmingsplan nodig zijn. 37. In paragraaf 4.8.3 staat de watertoetstabel opgenomen. 37.1. Bij de regel over Wateroverlast (oppervlaktewater) zijn drie vragen met ‘nee’ beantwoord. Waarom zijn op twee van deze vragen de antwoorden geen ‘ja’? 37.1.1. De eerste vraag moet met ja worden beantwoord omdat het verharde oppervlak per bouwvlak gemiddeld 1.250 m2 is. 6x1.250 = 7.500 m2 verharding. Dat is 3x zoveel als gesteld in de vraag. 37.1.2. De laatste vraag betreft ook ‘ja’; er is immers in het Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 48 van 109
plangebied zelf sprake van natte en laaggelegen gebieden. Dat blijkt tevens uit de beschermingszone voor natte landnatuur en is goed te zien op de hoogtekaart. 37.2. Onder de tabel worden de vragen met het antwoord ‘ja’ niet toegelicht. 37.2.1. Er is dan ook geen sprake van een goede motivering. Het enkel aangeven dat het Waterschap op het plan uit 2019 geen opmerkingen heeft, is niet voldoende omdat immers de uitgangspunten en de locatie van woningen anders is geworden. 37.2.2. Hoe kan het waterschap een positief advies geven als in de stukken uit 2019 de watertoetstabel van het waterschap ontbrak? 37.2.3. Ook op dit onderdeel is het plan niet voldoende gemotiveerd en gewoon weggeschreven. Antwoord gemeente 37.1 Omdat er geen sprake is van een toename met meer dan 2.500 m² verhard oppervlak, omdat er geen bestaand verhard oppervlak is dat moet worden afgekoppeld en omdat er ter plaatse geen natte laag gelegen gebieden, beekdalen of overstromingsgebieden zijn. 37.1.1 Het waterschap kijkt naar een reële invulling van de nieuwe woonkavels. Daarvan zijn de bouwvlakken allemaal kleiner dan 200 m² (reclamanten hebben het over het bestemmingsvlak). Met 75 m² bijgebouwen per woning bedraagt deze oppervlakte maximaal 6x275=1.650 m². Dus veel minder dan 2.500 m². 37.1.2 Een beschermingszone natte natuur is wat anders dan een laaggelegen gebied waar wateroverlast kan worden verwacht.