NvZ BP Barchemse Bos v7 15juli2024 Anoniem
Tekst van het document
Het is logischer om stedenbouwkundige ontwikkelingen aan te laten sluiten op bestaande bebouwing en infrastructuur en de overgang naar het landelijk gebied zacht te laten verlopen zoals nu met bos en agrarische percelen. De voorgestelde invulling met drie blokken van twee woningen zorgt voor een versnipperd beeld. Antwoord gemeente 76.1 Het gaat om vrijstaande villa’s in het bos. Deze villa’s hebben geen directe relatie met de omgeving in de zin dat ze aansluiten op een bestaand rijtje woningen langs dit gedeelte van de Borculoseweg. 76.2 In het bkp is een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing in de omgeving beschreven. 76.3 Met klem zij erop gewezen dat met het plan niet is beoogd om het financiële belang van de ontwikkelaar te bedienen. In het plan is onder meer een afweging gemaakt tussen de woningbouwopgave en het overeind houden van de waarden van dit bosgebied. Daartoe wordt een beperkt aantal woningen gebouwd met behoud van zoveel mogelijk bos. De woningen zijn zorgvuldig ingepast met afweging van alle betrokken belangen. 76.4 De stedenbouwkundige ontwikkeling sluit aan op bestaande bebouwing en infrastructuur en voegt zich in het bosgebied. Door 3x2 woonkavels te clusteren met een zoom van bestaand bos daaromheen ontstaat het gewenste beeld van een beperkt aantal woningen in het bos. 77.
Paragraaf 4.1: de opsommingen in deze paragraaf kennen geen inleiding en geen toelichting. Hoe moeten deze bullits worden gelezen? Waar gaan deze bullits over, over hoofdgebouwen of ook over bijgebouwen? De schematische plaatjes maken dit niet duidelijk. Verzocht wordt een duidelijke toelichting en uitleg op te nemen en hier een consequente lijn te Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 73 van 109
kiezen en dit in planregels en bkp goed op elkaar af te stemmen zodat duidelijkheid en rechtszekerheid ontstaat. Antwoord gemeente Er zal nog eens kritisch naar de opmaak van het bkp worden gekeken. Anders dan reclamanten betogen zijn planregels en bkp prima op elkaar afgestemd. Zeker nadat de regels, mede naar aanleiding van een eerdere zienswijze van reclamant, worden aangepast met een nadere eisen regeling. Op basis daarvan kan het college in de omgevingsvergunning nadere eisten stellen aan de situering en maatvoering van de bebouwing in verband met de beeldkwaliteit. 78. Paragraaf 4.2: de opsommingen in deze paragraaf kennen geen inleiding en geen toelichting. Als er geen sprake mag zijn van 1 massief volume, 78.1. mag er dan ook niet inpandig geparkeerd worden? 78.2. Moet er gewerkt worden met bijgebouwen? 78.3. Wat is hiervan de reden? Dit kan namelijk een prachtige oplossing zijn om ook allerlei vergunningsvrije bouwwerken te voorkomen. 78.4. Uit de regels blijkt dat een kap op de woning verplicht is. 78.4.1. Waarom staat dit belangrijke detail niet in het bkp? 78.4.2. En waarom zijn de referentiebeelden hier niet op aangepast? 78.4.3. Verzocht wordt een duidelijke toelichting en uitleg op te nemen en hier een consequente lijn te kiezen en dit in planregels en bkp goed op elkaar af te stemmen zodat duidelijkheid en rechtszekerheid ontstaat.
Antwoord gemeente Er zal nog eens kritisch naar de opmaak van het bkp worden gekeken. 78.1 Bij meerdere volumes kan er ook inpandig worden geparkeerd.
78.2 Nee dat moet niet, dat mag wel. Maar het hoofdgebouw mag niet één massief volume hebben, maar zal uit meer volumes moeten bestaan en niet uit één massief volume. 78.3 De reden om met een bouwvlak te werken en een beperkte omvang aan gebouwen die ook buiten het bouwvlak mogelijk is, is om de hoofdmassa te concentreren binnen het bouwvlak. Vergunningsvrij wil nu juist zeggen dat er geen vergunning nodig is en dat er dus ook niet kan worden getoetst aan het bestemmingsplan of het bkp. 78.4 In de regels staat niet dat een kap verplicht is. In artikel 5.2.2 is wel met zoveel woorden voorgeschreven dat als er een kap wordt gebouwd de Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 74 van 109
goothoogte niet meer dan 6 meter mag bedragen en de nokhoogte niet meer dan 10 meter en de dakhelling niet meer dan 60 graden (met een afwijking voor bijzondere kapvormen). Maar er mag ook met een plat dak worden gebouwd. Het bkp en de regels in het bestemmingsplan zijn met elkaar in overeenstemming. 78.4.2 Zie de beantwoording hiervoor. 78.4.3 Zie de beantwoording hiervoor. 79. Paragraaf 4.3: de opsommingen in deze paragraaf kennen geen inleiding en geen toelichting. Gesteld wordt dat er geen repetitie is toegestaan. 79.1. Betekent dit dan ook dat cataloguswoningen worden voorkomen? 79.2. Verzocht wordt een duidelijke toelichting en uitleg op te nemen en hier een consequente lijn te kiezen en dit in planregels en bkp goed op elkaar af te stemmen zodat duidelijkheid en rechtszekerheid ontstaat. Antwoord gemeente 79.1 Dat betekent dat repeterende cataloguswoningen worden voorkomen net als repeterende onder architectuur gebouwde woningen. 79.2 Mede naar aanleiding van deze zienswijze zal een nadere eisen regeling in de regels van het bestemmingsplan worden opgenomen. Zie daarover de uitleg onder 77. Anders dan reclamanten menen wij dat het bkp voldoende duidelijk en consequent is. 80. Paragraaf 4.4: de opsommingen in deze paragraaf kennen geen inleiding en geen toelichting.
Verzocht wordt een duidelijke toelichting en uitleg op te nemen en hier een consequente lijn te kiezen en dit in planregels en bkp goed op elkaar af te stemmen zodat duidelijkheid en rechtszekerheid ontstaat. Antwoord gemeente Ook voor deze paragraaf geldt hetgeen onder 79 is geantwoord. 81. Paragraaf 4.5 en 4.6: ook deze paragrafen kennen geen toelichting op de opgenomen voorwaarden. 81.1. Waarom is gekozen voor het hoofdmateriaal wit. Witte gevels met donkere accenten? Waar is dit op gebaseerd? Dit is erg modeonderhevig en niet passend bij het karakter van de bebouwing aan de (overzijde van de) Borculoseweg en de bebouwing aan de Ruurloseweg en niet passend in een bosomgeving. 81.2. De voorbeelden die wij kennen van wonen in het bos gaan juist over gedekte kleuren in bruin-, rood- en grijs-/zwarttinten. Wit valt veel te veel op. Dit is een onderwerp dat eerder ook in de zienswijze is aangegeven en in de gesprekken met de gemeente en ontwikkelaar en waarop geen antwoord is gegeven waarom deze keuze is gemaakt die afsteekt tegen de setting en niet past. Antwoord gemeente 8.1.1 Witte gevels zorgen voor een versterking van het effect van vrijstaande villa’s in het bos. Het plan sluit voldoende aan op de omgeving en Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 75 van 109
tegelijkertijd heeft het z’n eigen kwaliteiten. Eenzelfde karakter is geen enkele garantie voor kwaliteit. Met het bkp als geheel is die kwaliteit wel beoogd. 8.1.2 Juist door het contrast wordt benadrukt dat hier een beperkt aantal vrijstaande vila’s in het bos staan. Dat past heel goed in de omgeving vooral in samenhang met de andere kwaliteiten die met het bkp is beoogd. 82. Paragraaf 4.8 en 4.9 gaan over een onderwerp dat niet meer van toepassing is in voorliggend plan. Het enige logische is dan ook deze paragrafen te schrappen. Verzocht wordt dit aan te passen om de verwarring uit de stukken te halen. Antwoord gemeente 82 De kop van paragraaf 4 in het bkp zal worden aangepast naar beeldkwaliteit toegangswegen en parkeren. 83. Paragraaf 4.10: de opsommingen in deze paragraaf kennen geen inleiding en geen toelichting. De vraag die hierbij opkomt is waarom er geen sprake mag zijn van halfopen verharding omdat grind, split of ander aangegeven materiaal ook op de Borculoseweg en op het fietspad terecht kan komen. Dit doet de verkeersveiligheid geen goed. Antwoord gemeente Er is bewust voor halfverhardingen gekozen omdat water doorlaten en mooier zijn in het bos. Op deze manier kan onnodige verdroging van het bos worden voorkomen.
De praktijk wijst uit dat halfverhardingen heel goed inpasbaar zijn en alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden voor verkeersonveilige situaties op de aangrenzende wegen en fietspaden kunnen leiden. In dat geval is de oplossing dat er tijdig moet worden opgeruimd. 84. Paragraaf 4.11: In de eerste zin staat het woord ‘verbouwing’. De zin loopt daardoor niet en onduidelijk is wat daarmee wordt bedoeld. Ook deze paragraaf kent geen toelichting op de opgenomen opsomming. Het bkp gaat hier in op de toegestane erfafscheidingen. In het plan is nergens geregeld hoe dit wordt afgedwongen en waarop kan worden gehandhaafd (vaste jurisprudentie geeft aan dat het dan met voorwaardelijke verplichtingen moet zoals eerder aangegeven in deze zienswijze). Antwoord gemeente Dat moet ‘bebouwing’ zijn. Het woord verbouwing in de aanhef van paragraaf 4.11 van het bkp zal worden aangepast. 85. In hoofdstuk 5 worden referentiebeelden getoond van woningen met een plat dak. Dat is op grond van de planregels niet mogelijk en is daarmee verwarrend over wat wel of niet voorgestaan wordt. Ook worden hier beelden van interieurs van woningen getoond. Dit zegt niets over de ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijke kaders die van belang zijn voor de na te streven kwaliteit. Zoals eerder opgemerkt zijn witte woningen niet passend in de setting van het bos.
De getoonde beelden zijn ook geen beelden die passen bij de context waar dit plan over gaat. Bijgevoegd Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 76 van 109
(bijlage 5) treft u een blad met beelden die wel passen bij de setting van wonen in het bos. Antwoord gemeente Dank voor uw inbreng. Die komt echter niet overeen met de kwaliteit die hier is beoogd. Reclamanten hebben hiervoor geen overtuigende argumenten aangedragen dat de kwaliteit die met het bkp is beoogd onvoldoende is. Op dit punt verschillen de inzichten blijvend.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 77 van 109
Inhoudelijke reactie op de aanmeldnotitie (bijlage 8 van de plantoelichting) Punt 86 tm 93 87. In hoofdstuk 3 onder kenmerken van het project wordt gesteld dat de gemiddelde kavelomvang 1.500 m2 is. In de plantoelichting in paragraaf 2.2.1 wordt aangegeven dat de gemiddelde omvang 1.250 m2 is. Wat is nu de waarheid? Van welke maat moet worden uitgegaan? Antwoord gemeente 87 De maximale kavelomvang is 1.500 m² en de gemiddelde kavelomvang is 1.250 m². De gemiddelde kavelomvang in paragraaf 3 van de vormvrije merbeoordeling, onder kenmerken project, zal worden aangepast naar 1.250 m². Overigens is dat voor de milieu-effecten alleen maar gunstig. 88. In hoofdstuk 3 onder kenmerken van het project staat aangegeven dat wordt ingezet op het treffen van energiebesparende maatregelen. Dit komt in het hele plan niet terug. De ambitie ten aanzien van klimaat en energie is nergens te vinden. Ook niet in relatie tot behoud van het bos en waarde ervan voor welzijn, klimaat en stikstof. Het is ook op geen enkele manier af te dwingen. Antwoord gemeente In hoofdstuk 4 van de toelichting zal een hoofdstuk over duurzaamheid worden toegevoegd. Daar zal ook worden ingegaan op de gemeentelijke ambities voor klimaat en energie. Energiebesparing wordt niet via het bestemmingsplan afgedwongen maar bij de omgevingsvergunning en het bouwbesluit.
In paragraaf 4.9.2 van de toelichting van het bestemmingsplan is ingegaan op het aspect stikstofdepositie. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling van 6 woningen geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Stelkampsveld als gevolg van stikstofdepositie. Wat betreft het behoud van het bos voor het welzijn is een afweging van alle betrokken belangen gemaakt. In de gemeente Lochem is net als in een groot aantal andere gemeenten in Nederland behoefte aan nieuwe woningen. Ook in Barchem is die behoefte er volgens de gemeentelijke woonvisie. De onderhavige 6 woningen leveren een bijdrage aan de gemeentelijke woningbouwopgave en voorzien in een behoefte. Door het aantal woningen op deze locatie te beperken wordt nog een wezenlijk deel van het bos gespaard. In Barchem en de directe omgeving blijft nog voldoende bos aanwezig om een gezond woon- en leefklimaat te garanderen. Tussen de kap van bomen die nodig is voor deze planontwikkeling en de herplant in dat kader en het klimaat is geen directe relatie te leggen. Op dat niveau kan niet naar het klimaat worden gekeken. Wel is bij de planvorming rekening gehouden met het klimaat door zoveel mogelijk bomen te sparen en door bijvoorbeeld gebruik te maken van halfverhardingen. 89.
In hoofdstuk 3 onder kenmerken van het project staat dat hinder van tijdelijke aard is en vanwege de beperkte omvang goed te reguleren. Is dit dan het argument dat er sprake is van projectbouw in 1 fase? Het is ons Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 78 van 109
nog steeds niet duidelijk wat nu de bedoeling is, hoe realisatie en beheer in de toekomst plaatsvindt. Antwoord gemeente Daarmee is bedoeld dat eventuele hinder van de bouw tijdelijk is tot de bouw is afgelopen. Er wordt niet projectmatig gebouwd. De kavels worden verkocht en individueel ontwikkeld. In alle gevallen worden er regels gesteld aan inrichting bouwplaats en het voorkomen van overlast. 90. In hoofdstuk 3 onder kenmerken van het project staat onderaan pagina 2 aangegeven dat er voor luchtkwaliteit geen cumulatie plaatsvindt en er geen andere projecten een rol spelen. In alle stukken wordt niet over cumulatie gerept en de effecten ervan. Er zijn in Barchem en omstreken wel projecten die ook gerealiseerd worden of gaande zijn. Voor luchtkwaliteit kan deze conclusie wellicht kloppen, maar niet is onderzocht wat de effecten van meerdere bouwprojecten hebben op het Natura2000 gebied. Antwoord gemeente Voor de effecten van luchtkwaliteit op Natura 2000 is er alleen een wettelijk kader voor stikstofdepositie. Volgens de Aerius berekening voor dit plan is er geen stikstofdepositie als gevolg van dit plan op het Natura 2000-gebied Stelkampsveld. Bij 0 depositie is er ook geen cumulatie. 91. In hoofdstuk 3 onder plaats van het project wordt aangegeven dat het plangebied niet in of nabij Natura2000 gebied is gelegen. 91.1. Dit is onjuist.
Het plangebied ligt wel in de nabijheid van Natura2000 gebied. 91.2. In dezelfde alinea wordt gesteld dat er zich in het plangebied geen cultuurhistorische elementen bevinden. Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat op grond van de cultuurhistorische waardenkaart het gebied als hoge waarde is aangemerkt. Het hele gebied dat al heel veel jaren heide of bosgebied is, zegt genoeg over het cultuurhistorisch element van het bos als geheel. Antwoord gemeente 91.1 Het plangebied is op 1,16 km van het Natura 2000-gebied Stelkampsveld gelegen. Dan is inderdaad wel sprake van in de nabijheid. In hoofdstuk 3 van de aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling, onder plaats van het project, zal worden vermeld dat het plangebied op 1,16 km afstand van het Natura 2000-gebied Stelkampsveld is gelegen. Overigens is daar in de notitie wel rekening mee gehouden. De stikstofdepositieberekening is meegenomen in de notitie. De depositie is nul. 91.2 Ook op dit punt geeft de inleiding niet het juiste beeld zoals dat wel in de tabel is weergegeven. In hoofdstuk 3 van de aanmeldnotitie vormvrije merbeoordeling, onder plaats van het project, zal worden vermeld dat het plangebied deel uitmaakt van een zone die op de cultuurhistorische waardenkaart van Lochem is aangeduid met een ‘hoge waarde’ in het cultuurlandschap. In de tabel zelf wordt dat overigens adequaat uitgelegd.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 79 van 109
92. In hoofdstuk 3 onder plaats van het project wordt aangegeven dat de ruimtelijke opzet van het stedenbouwkundige plan aansluit bij de bestaande stedenbouwkundige structuur. 92.1. Dat is niet zo, zoals eerder opgemerkt, en zoals aangegeven in de plantoelichting zelf en het bkp dat stelt dat er juist geen aansluiting is. Antwoord gemeente Daarover blijft een verschil van inzicht bestaan met reclamanten. In de toelichting en het bkp is gemotiveerd op welke wijze de planontwikkeling aansluit op de omgeving. 93. In de tabel op pagina 3 in de regel Water, staat dat er sprake is van een oppervlakte aan bebouwing van 1.650 m2 en dat dit een beperkte toename is. 93.1. Echter, de percelen zijn gemiddeld 1.250 m2 groot waarbinnen alle bebouwing en erfverharding kan komen. In theorie kan het hele deel van de gemiddelde 1.250 m2 volledig verhard worden. Dan is er sprake van een oppervlakteverharding van 7.500 m2, wat bijna 1 ha is. Dit is een derde deel van het plangebied. Dat is niet gering, dat is veel. 93.2. Ook wordt bij dit onderwerp aangegeven dat er geen sprake is van een significant negatief effect op de beschermingszone voor de natte landnatuur. 93.2.1. Waarop is deze stelling gebaseerd? 93.2.2. Elke ontwikkeling waarbij ook ondergronds gebouwd mag worden tot 4 m diepte heeft direct effect op de ondergrond en het grondwatersysteem.
Dit is niet onderzocht in een waterhuishoudingsplan. Antwoord gemeente 93.1 Dat is de theorie, maar niet reëel. Voor de berekeningen ten behoeve van de waterberging en het voorkomen van wateroverlast wordt uitgegaan van ervaringscijfers met betrekking tot verhardingen bij woningen. 93.2.1 en 93.2.2 Binnen de beschermingszone natte natuur worden beschermende regels opgenomen ten aanzien van onderkeldering van gebouwen, hemelwaterafvoer en erfverharding. De regels van het bestemmingsplan worden daarmee aangevuld. 94. In de tabel op pagina 4 in de regel Archeologie staat dat ingrepen beneden 2.500 m2 en dieper dan 0,3 m geen probleem vormen. In voorliggend geval is er geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. 94.1. Hoe verhoudt dit zich tot het archeologiebeleid, omdat er sprake 1.1. kan zijn van ingrepen met een oppervlakte van 7.500 m2 en een diepte van meer dan 4 m bij de aanleg van kelders. Antwoord gemeente 94.1 Ten behoeve van dit bestemmingsplan is archeologisch onderzoek gedaan. Volgens dat onderzoek kan het plangebied worden vrijgegeven voor woningbouw. Dat is gebeurd. Nu er archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden is het niet zinvol om nog een dubbelbestemming op te nemen waarin archeologisch onderzoek wordt voorgeschreven. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 80 van 109
XX Ten overvloede a. Reclamanten vragen zich af hoe het voornemen van de gemeente tot bouw in en ten koste van het Barchemse Bos in verhouding staat tot het beleid van genoemde ecosysteemdiensten? b. Als er sprake is van woningnood, waarom worden lokale alternatieven niet benut? c. Een degelijke argumentatie op voornoemde argumenten ontbreekt. Hiermee laadt de gemeente de verdenking op zich, dat er onderhandse belangen in het spel zijn. d. De argumentatie ‘we doen het omdat het dossier al zolang speelt’ is geen voldoende afweging, gezien de tussentijds opkomende maatschappelijke belangen en het bestaan van voldoende alternatieven. e. Waarom bestaand bos in de dorpskern opofferen? Wat is het belang van ontbossing voor nieuwbouw in een periode van bevolkingskrimp en een ruim woningaanbod? Antwoord gemeente a. Ten behoeve van de planontwikkeling zijn alle betrokken belangen afgewogen, ook die ten behoeve van ecosystemen. Maar zoals gezegd bestaat er in de gemeente Lochem en de kern Barchem behoefte aan de bouw van woningen. Deze locatie maakt vanwege zijn voorgeschiedenis deel uit van het stedelijke gebied waar verdichting van de bebouwing aanvaardbaar is. Om tegelijkertijd wel rekening te houden met de kwaliteit van stedelijk groen is het aantal woningen beperkt en is er aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en behoud van een aanzienlijk deel van het bosecosysteem.
b. Met deze 6 woningen is de woningbouwopgave nog steeds niet vervult en zijn ook andere locaties in de gemeente Lochem nodig. De onderhavige locatie in het stedelijke gebied is geschikt om een bijdrage te leveren aan de woningbouwopgave en vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening niet zodanig ongeschikt dat moet worden omgezien naar alternatieven. c. In de toelichting van het bestemmingsplan en alle bijbehorende stukken is een voldoende afweging van alle betrokken belangen gemaakt. De raad laadt geen verdenkingen op zich, maar reclamanten schrijven hier ongefundeerde verdachtmakingen. d. In de toelichting van dit bestemmingsplan en de daarbij behorende stukken, waaronder deze Nota van Zienswijzen is voldoende gemotiveerd dat de voorgeschiedenis van dit bestemmingsplan een belangrijk argument is, maar zeker niet het enige. De onderhavige locatie is in het gemeentelijke beleid al heel lang in beeld voor woningbouw. De locatie is in het stedelijke gebied gesitueerd en er ligt een belangrijke woningbouwopgave. Met dit plan kan daar een bijdrage aan worden geleverd. Met de belangen van het bos/stedelijk groen en van omwonenden is rekening gehouden door het aantal woningen te beperken en een substantieel deel van het bos te behouden en de woningbouw zorgvuldig in te passen. e.
Ook in Lochem en Barchem blijkt uit de cijfers dat er een duidelijke behoefte is aan woningen en in het gemeentelijke en regionale beleid ligt er dan ook een woningbouwopgave. De woningen op deze locatie kunnen daar een bijdrage aan leveren. Daarbij is wel ingezet op het behoud van zoveel mogelijk bos in de dorpskern.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 81 van 109
XXI. Samenvattend concluderend Samenvattend concluderend wordt aan de gemeente gevraagd af te zien van het voorgenomen bestemmingsplan cq de geschetste actualiteit van nieuwe belangen nader af te wegen in een ADC-toets en dit te nemen als uitgangspunt voor beleid inzake het Barchems Bos. Antwoord gemeente Een ADC-toets (Alternatieven, Dwingende reden van groot openbaar belang, Compensatie) is pas aan de orde als er mogelijk sprake is van significante negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Dat is hier niet aan de orde. Het bos heeft geen status als beschermd natuurgebied. Uit het ecologisch onderzoek blijkt ook dat het bos niet zodanig waardevol is dat woningbouw moet worden uitgesloten. Dat neemt niet weg dat wel degelijk naar het belang van het bos en het stedelijke groen is gekeken. Het aantal woningen op deze locatie is beperkt en de woningen zijn zorgvuldig ingepast.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 82 van 109
2.3
Zienswijze 3
Reactie Zienswijzen is gelijkluidend aan zienswijze nr. 2 Antwoord gemeente Zie de beantwoording onder zienswijze 2.
2.4
Zienswijze 4
Reactie Zienswijzen is gelijkluidend aan zienswijze nr. 2 Antwoord gemeente Zie de beantwoording onder zienswijze 2.
2.5
Zienswijze 5
Reactie Zienswijzen is gelijkluidend aan zienswijze nr. 2 Antwoord gemeente Zie de beantwoording onder zienswijze 2.
2.6
Zienswijze 6
Reactie Zienswijzen is gelijkluidend aan zienswijze nr. 2 Antwoord gemeente Zie de beantwoording onder zienswijze 2.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 83 van 109
2.7
Zienswijze 7
Reactie Reclamanten geven aan dat 5 bijlagen zijn opgenomen bij deze zienswijze. De ingediende zienswijze is ingedeeld in een beschrijving van het doorlopen proces en een deel dat inhoudelijk ingaat op de ter inzage liggende stukken. Bijlagen behorend bij deze zienswijze: 1. Zienswijze 12-09-2019 (H.J.W. Oltvoort en G. Oltvoort – Timmerman) ter referentie; ook representatief voor andere indieners. 2. Verslagen gesprekken met gemeente (en projectontwikkelaar). 3. Doorlopen proces, aan GroenLinks toegezonden. 4. Vleermuizenonderzoek 2014. 5. Blad met passende beelden van wonen in het bos. Proces A. N.a.v. het ontwerpplan dat in 2019 in procedure is gebracht, hebben reclamanten een zienswijze ingediend. Volgens het college is deze nu betrokken bij het voorliggend ontwerpplan. Het is echter voor reclamanten onduidelijk in hoeverre en op grond van welke argumenten wel of niet iets is gedaan met de inbreng van reclamanten. a. Het college heeft besloten om het ontwerpplan van 2019 niet verder naar de raad brengen. Dit is echter de bevoegdheid van de raad en niet van het college. Hiermee is de raad gepasseerd en is reclamanten de mogelijkheid ontnomen in te spreken en de zienwijzen op het eerder plan toe te lichten. b. Omdat het onduidelijk is wat de antwoorden op de eerder ingediende zienwijzen zijn, zijn reclamanten genoodzaakt om weer een zienswijze in te dienen.
Reclamanten verwijzen hierbij naar de eerder ingediende zienswijzen, bijlage 1. Antwoord gemeente De zienswijzen op het vorige ontwerpplan in 2019 zijn mede aanleiding geweest om de voorbereiding van dit vorige plan te beëindigen. Dat plan werd, gelet op de zienswijzen, niet goed genoeg bevonden. De voorbereiding van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van het College. De vaststelling is de bevoegdheid van de Raad. Het College heeft de Raad geïnformeerd over de beëindiging van de voorbereiding van het vorige plan. Vervolgens hebben alle indieners van een zienswijzen een brief gehad om hen op de hoogte te stellen van deze gang van zaken. Nu het vorige ontwerpbestemmingsplan niet meer in procedure is en er dus ook geen besluitvorming meer over plaats gaat vinden, heeft het ook geen zin om de zienswijzen daarover nog te behandelen. Tegelijkertijd waren deze zienswijzen niet vergeefs, want ze hebben ervoor gezorgd dat de besluitvorming over het vorige ontwerpbestemmingsplan is stopgezet. Vervolgens hebben alle indieners van zienswijzen tegen het vorige ontwerpbestemmingsplan ook een inhoudelijke zienswijze ingediend tegen het onderhavige ontwerpbestemmingsplan. Die worden hier nu beantwoord.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 84 van 109
Reclamanten worden niet benadeeld door deze wijze van handelen en de raad ziet dan ook geen reden om alsnog een besluit nemen over de vaststelling van het vorige ontwerpbestemmingsplan.
B. Reclamanten waren in de veronderstelling dat n.a.v. de zienwijze en de gevoerde gesprekken met de behandelend ambtenaar en de ontwikkelaar, de ontwikkeling in samenspraak verder te brengen. a. Door de toonzetting en houding in die gesprekken, is het niet mogelijke gebleken om tot een gelijkwaardig en open overleg te komen. De gemeente heeft aangegeven dat de woningen er mogen komen op grond van het beleid en dat er afspraken zijn gemaakt met de ontwikkelaar. b. Reclamanten zijn van mening dat het een eenzijdig verhaal is. Het is de ontwikkelaar niet te doen om een kwalitatief plan te maken gebaseerd op de (on)mogelijkheden van het gebied. c. Het bevreemd reclamanten dat niet wordt uitgegaan van de gegevens in het veld. Het proces voelt als een proces dat erop gericht is om zo snel mogelijk bouwtitels te realiseren waarop de ontwikkelaar de percelen kan verkopen. d. De ratio en het waarom ontbreken nog steeds. e. De gemeente en ontwikkelaar hebben al vele jaren overleg met elkaar; het lijkt of de gemeente niet meer terug kan uit deze situatie. f. Ook met inhoudelijke inbreng is niets gebeurt. Reclamanten verwijzen naar de bijgevoegde verslagen – bijlage 2. Omdat de keuzes niet zijn uitgelegd, is het nog steeds niet duidelijk wat nu de bedoeling is van dit plan. Antwoord gemeente a. De gemeente heeft hier alle betrokken belangen af te wegen.
De belangen van omwonenden en van de initiatiefnemer, maar ook algemene belangen als voldoende woningen voor iedereen, zorgvuldig omgaan met landschap, natuur en cultuurhistorie. In de gesprekken heeft de gemeente aangegeven welke afweging zij daarin voor ogen heeft. b. Na afweging van alle betrokken belangen is een beperkt aantal zorgvuldig ingepaste woningen hier volgens de gemeente aanvaardbaar. c. Er is ecologisch veldonderzoek uitgevoerd en de bomen in het veld zijn ingemeten. Die veldonderzoeken liggen aan de planvorming ten grondslag. d. De ratio is uitvoerig beschreven in het bestemmingsplan. Belangrijk is dat de gemeente Lochem een aanzienlijke woningbouwopgave heeft en dat de onderhavige locatie in het stedelijke gebied van de gemeente ligt waar enige verdichting met woningbouw mogelijk is zonder dat uitbreiding van het stedelijke gebied ten koste van het landelijke gebied nodig is. Die woningbouwopgave lag er al toen de raad in 2009 akkoord ging met de bouw van woningen in het Barchemse bos en die opgave is
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 85 van 109
sindsdien alleen maar groter geworden door de toenemende woningbehoefte. De woningbehoefte was voor de periode tot 2025 geraamd op ca. 850 woningen in de gemeente. In de woonvisie 2018-2025 is dit ook vastgelegd, waarin voor Barchem is uitgegaan van de bestaande geplande woningbouwmogelijkheden, waaronder de onderhavige 6 woningen voor het Barchemse bos. Inmiddels ligt de woningvraag in de Cleantech Regio waar Lochem deel van uit maakt, ongeveer 40% hoger dan in 2018 verondersteld. Binnen de CTR zijn eind 2020 nieuwe afspraken gemaakt over hoe daar op in te spelen. De afspraken zijn vastgelegd in de regionale woonagenda Cleantech Regio 2020. De inzet is gericht op het versnellen van de woningbouw en het voorbereiden van nieuwe bouwplannen als antwoord op de krapte op de woningmarkt. Binnen de CTR worden de komende jaren tot 2030, 15.600 woningen gebouwd. Dit is 5000 meer dan in 2018 is afgesproken. Voor Lochem is voorzien in 1.300 woningen tot 2030. Dat is ruim 400 woningen méér dan in 2018 afgesproken. Om deze woningen ook daadwerkelijk te kunnen realiseren, wordt gestreefd naar een plancapaciteit van 30% extra, om vertraging van plannen en planuitval op te kunnen vangen. Het totaal komt daarmee op 1.700 woningen.
Het streven is om voor de resterende 700 tot 800 woningen plancapaciteit te vinden, door nieuwe woningbouwlocaties aan te wijzen bij de kernen van de gemeente Lochem. Het behouden en versterken van de vitaliteit van de kernen is daarbij een belangrijke doelstelling en de bouw van extra woningen vormt daarvoor een basis. Voor de kern Barchem zijn er tot 2030 circa 70 tot 75 nieuwe woningen nodig. Daarvan zijn er al 40 in bestaande plannen opgenomen (zoals het onderhavige plan voor 6 woningen) en zijn er nog 30 tot 35 extra woningen nodig waarvoor nog geen plannen gereed zijn. Omdat het onderhavige bestemmingsplan nog in voorbereiding is gaat het om zogenaamde zachte plancapaciteit. Pas als het bestemmingsplan onherroepelijk is wordt het harde plancapaciteit. Paragraaf 3.4.2 van de toelichting zal met de actuele cijfers over de woningbehoefte worden aangevuld. Het vast te stellen bestemmingsplan is daarop afgestemd. e. Zoals gezegd is het belang van de initiatiefnemer één van de belangen die moet worden afgewogen. f. De inhoudelijke inbreng is meegenomen bij dit bestemmingsplan maar lang niet overal gehonoreerd.
Tegelijkertijd is het plan naar aanleiding van de inbreng van reclamant op belangrijke punten aangepast en worden ook naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen nog weer een groot aantal en belangrijke wijzigingen doorgevoerd om de woningbouw in het bos zo zorgvuldig mogelijk in te passen.
C. Een schets van het doorlopen proces na het indienen van de zienswijzen in 2019, is als bijlage 3 ingevoegd. a. Reclamanten wachten nog steeds op het vervolg, zoals staat in het laatste overleg. Iets verder staat dat dit het laatste overleg is(?). Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 86 van 109
b. Bijzonder was dat in het laatste gesprek, de adviseur van mRO als voorzitter van het overleg namens de gemeente optrad. Hieruit blijkt dat sprake is van dubbele petten bij ontwikkelaar en gemeente en zonder rekening te houden met andere belangen. c. Reclamanten hebben zich de afgelopen jaren niet gehoord gevoeld en werden als lastig ervaren. d. Gezien de uitspraken van de ontwikkelaar in gesprekken, zijn reclamanten van mening dat er geen sprake is van een gelijkwaardig speelveld. Antwoord gemeente De gemeente betreurt het dat reclamant zich niet gehoord voelt en de gang van zaken als een ongelijk speelveld ervaart. Temeer daar er moeite is gedaan om de omwonenden bij de planvorming te betrekken. Er is in een vroeg stadium met omwonenden gesproken. Naar aanleiding van hun commentaar zijn er flinke aanpassingen gedaan en ook nu worden hun zienswijzen gehoord en beantwoord. Maar het betreft hier wel een particulier initiatief van een particuliere grondeigenaar. De grond is niet in eigendom bij omwonenden en ook niet bij de gemeente. Het is de taak van de gemeente om het initiatief te beoordelen en daarbij alle betrokken belangen zorgvuldig af te wegen, waaronder die van omwonenden. Dat is het speelveld en daar is door de gemeente naar gehandeld. De hierna genoemde onderdelen van deze zienswijze zijn gelijkluidend aan dezelfde onderdelen van zienwijze nr. 2. • • • •
Inhoudelijke reactie op de plantoelichting – Punt 1 t/m 46.2 Inhoudelijke reactie op de planregels – Punt 47 t/m 67 Inhoudelijke reactie het beeldkwaliteitsplan Barchemse bos - Punt 68 t/m 85 Inhoudelijke reactie op de aanmeldnotitie (bijlage 8 van de plantoelichting) - Punt 86 t/m 93
Antwoord gemeente Zie de beantwoording onder zienswijze 2.
2.8
Zienswijze 8
Reactie Zienswijzen is gelijkluidend aan zienswijze nr. 7 Antwoord gemeente Zie de beantwoording onder zienswijze 7.
2.9
Zienswijze 9
Reactie Zienswijzen is gelijkluidend aan zienswijze nr. 7
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 87 van 109
Antwoord gemeente Zie de beantwoording onder zienswijze 7.
2.10
Zienswijze 10
Reactie Reclamanten geven aan dat de kaart bij het nieuwe ontwerpplan voor hen geheel nieuw is en nogal verschilt met het vorige plan. Destijds was er sprake van 1 toegangsweg recht t.o. Scholtenhof; aan deze weg naar het Barchemse Bos waren 6 woningen gepland. Op de huidige kaart zijn naar de 6 woningen 3 toegangsweggetjes naar de Borculoseweg getekend. Reclamanten zijn van meningen dat dit leidt tot onveilige situaties. Mede omdat er hard gereden wordt op de Borculoseweg. Reclamanten pleiten dan ook voor 1 toegangsweg tot de 6 woningen. Antwoord gemeente Het plan is op dit onderdeel aangepast omdat op deze wijze meer bomen kunnen worden gespaard. Bij één toegangsweg door het bos die alle percelen moet ontsluiten moet er veel meer bos worden gekapt, dan bij 3 korte toegangswegen naar 3 clusters met 2 woningen. Bij de ontsluitingen op de Borculoseweg zal veel aandacht worden besteed aan de verkeersveiligheid. Zo nodig zullen ook maatregelen worden genomen om die veiligheid te vergroten. Dat kan bij de concrete aanvraag van de uitwegvergunning worden beoordeeld.
2.11
Zienswijze 11
Reactie Zienswijzen is gelijkluidend aan zienswijze nr. 2 met als extra toevoeging punt XXII.
XXII - PS Reclamanten merken op dat inzake het Stelkampsveld op de locatie Ruurloseweg 35 een grondwaterpeilbuis met continuemeting is geplaatst. Hierbij wordt verwezen naar: https://waterdata.wrij.nl/index.php?wat=overzicht&type=alle Het Barchemse Bos bevindt zich tussen het Stelkampsveld en deze peilbuis. Er is dus een nabije relatie tussen het Barchemse Bos en het Natura 2000 gebied. Antwoord gemeente Het plan is getoetst aan de relevante regelgeving voor bescherming van het Stelkampsveld. De beoogde woningbouw in het Barchemse Bos vormt geen bedreiging voor het Natura 2000 gebied.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 88 van 109
De peilbuis is geplaatst in verband met de monitoring rond het waterwingebied Lochem.
Met een systeem van peilbuizen rond het waterwingebied kan in de gaten worden gehouden of er voor de drinkwaterwinning niet te veel water aan het gebied wordt onttrokken met gevolgen voor de omgeving. Dit is één van de peilbuizen daarvoor.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 89 van 109
Voor het overige zie de beantwoording van zienswijze 2.
2.12
Zienswijze 12
Reactie Zienswijzen is gelijkluidend aan zienswijze nr. 2. Antwoord gemeente Zie de beantwoording onder zienswijze 2.
2.13
Zienswijze 13
Reactie Reclamant maat de volgende opmerkingen: • het bosje is het aangezicht van Barchem; • zuinig zijn op grote natuurwaarde; • gebruik de weilanden van boeren die stoppen met hun bedrijf. Antwoord gemeente • Om die reden wordt er maar beperkt aantal woningen gebouwd en niet langs de rand van het bosje maar in het midden daarvan. Op die wijze blijft het aangezicht van het bosje overeind en blijft het als bosje herkenbaar in het landschap. • Er is onderzoek gedaan naar de natuurwaarden van het bosje. Die zijn beperkt. Het verlies aan bomen zal via de herplantverplichting worden gecompenseerd. • Dat zou betekenen dat er woningen worden gebouwd in het buitengebied. Terwijl het beleid nu juist is om eerst locatie in het bestaande stedelijke gebied daarvoor te gebruiken en pas als die er niet zijn, naar uitbreiding in het buitengebied om te zien.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 90 van 109
2.14
Zienswijze 14
Reactie Reclamanten zijn van mening dat in tijden van klimaatverandering, het niet kan om bomen te gaan kappen voor huizen, nota bene in een bos van meer dan 100 jaar oud. Reclamanten zetten voor de duidelijkheid nog een keer de belangrijkste argumenten op een rij. Bomen kappen en huizen bouwen in het Barchemse Bos vinden reclamanten geen goed idee en maken bezwaar. 1. Je vernietigt met de bomenkap de prachtige groene entree vanuit Borculo. 2. Het bos grenst aan Natuurnetwerk Nederland, wat tot doel heeft om natuurnetwerken juist te verbinden. Kappen van bomen voor huizen leidt juist tot versnippering. 3. Een deel van het bos is aangeduid als beschermingszone natte natuur en daar is juist een tekort aan. Voor zulke gebieden mogen dus geen werkzaamheden plaatsvinden die nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. 4. Het Barchemse bos maakt deel uit van een zone die is aangeduid met een ‘hoge waarde’ in het cultuurlandschap. En dat is niet voor niets gedaan en bedoeld als beschermende maatregel. 5. Bomen houden de temperatuur stabiel door vocht in de lucht te brengen. Dat helpt zeker lokaal tegen opwarming. Met hun wortels houden ze bovendien de grond en water vast, zodat je minder kans hebt op wateroverlast bij extreme stortbuien.
Iets wat ons zeer nuttig functie lijkt in deze tijden van klimaatverandering., Antwoord gemeente Het is inderdaad geen lichtvaardig besluit om bomen te kappen ten behoeve van woningbouw. Maar ook woningbouw is een zwaarwegend belang en de onderhavige locatie maakt deel uit van het bestaande stedelijke gebied. Daar komt bij dat het aantal woningen bewust heel beperkt is gehouden zodat ook niet het hele bos wordt gekapt en een aanzienlijk deel blijft behouden. Aan het kappen van de bomen is een herplantverplichting gekoppeld. 1. Om de groene entree te behouden liggen de woningen minimaal 15 meter van Borculoseweg en heeft deze rand ook de bestemming bos. Kappen van bomen in deze groene entree is zonder omgevingsvergunning niet toegestaan. 2. Het plangebied grenst niet aan het Gelders natuurnetwerk GNN) of Gelderse ontwikkelzone (GO) en ligt ook niet in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Het plangebied grenst aan bestaande bebouwing van de kern Barchem en maakt ook deel uit van het bestaande stedelijke gebied van Barchem. Daar komt bij dat het bos voor een belangrijk deel blijft behouden en nog steeds een schakelfunctie kan vervullen. 3. Met de natte natuur is rekening gehouden door de onderkeldering van gebouwen hier uit te sluiten, het hemelwater niet naar het riool af te voeren maar naar een poel op het lager legen terrein waar het de natte natuur kan voeden.
Verder zijn in dit gebied ook beperkingen gesteld aan de hoeveelheid verharding op het erf. 4. Ook daar is rekening mee gehouden door de woningen in het bos te bouwen en het plan zo in te richten dat het bos in het landschap
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 91 van 109
herkenbaar blijft al een bos op de overgang van stuwwal naar bebouwing en lager gelegen agrarische gronden. 5. Allemaal waar en dat is de reden om zoveel mogelijk bos te behouden door hier een beperkt aantal woningen toe te staan. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het plan nog eens kritisch tegen het licht gehouden en is besloten om de eerdere versie van het ontwerp bestemmingsplan niet verder te brengen, maar in plaats daarvan dit aangepaste ontwerp bestemmingsplan in procedure te brengen. Daar komt bij dat tegenover de bomen die gekapt worden een herplantverplichting staat om daarvoor weer nieuwe bomen te planten die bijdragen aan de klimaatadaptie. 6. Het kappen van 1,5 hectare bos vermindert bovendien de CO2 opname met 12.000 kg CO2 per jaar en draagt daarmee ook bij CO2 vermindering. 7. Het bos is meer dan 100 jaar oud en herbergt prachtige oude beuken en eiken. Met het toestaan van het kappen van een oud bos voor kapitale villa’s geef je als gemeente een signaal af dat dit de norm is. Waar is hier de voorbeeldfunctie van de gemeente Lochem? Is bos kappen beleid wat wil je uitdragen? 8. Bos is een schaars goed en het Nederlandse bos krimpt. Per jaar is er in Nederland gemiddeld zo’n 1 procent minder bos - 4000 hectare - terwijl dat in Brazilië minder dan een half procent is.
Loopt de Gemeente Lochem voorop in de ontbossing van Nederland of gaan we deze trend juist proberen om te buigen? 9. Het uitbreiden van de bebouwing van Barchem richting het Stelkampsveld is in tegenspraak met wat beoogd wordt met Natura 2000 gebieden, namelijk uitbreiding. 10. Het bouwen en bewonen van 6 huizen heeft negatieve effecten op het naastgelegen Natura 2000 gebied door de kap van bomen, door versnippering van de natuur, de toename van licht dat door bewoning ontstaat, het toegenomen lawaai door bouwen en bewoning, verlaging van de grondwaterstand door verstening en ontbossing, vermindering van C02 opname en het vergroten van de CO2 uitstoot. Complicerende factor hierbij is dat stikstof tot op grote(re) afstand van de bron kan neerslaan. Antwoord gemeente 6 In totaal heeft het plangebied een omvang van circa 29.291 m2. De begrenzing van het plangebied is daarbij afgestemd op het bestemmingsplan ‘De Hertenkamp’ dat inmiddels onherroepelijk is.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 92 van 109
Van de gronden van het plangebied wordt 7.500 m² voor wonen en tuin bestemd en blijft 21.791 m² als bos behouden met ook de bestemming ‘Bos’ en de daarbij behorende bescherming. Voor het kappen van bomen binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ is een kapvergunning nodig en aan de kapvergunning hangt een herplantverplichting. De opnamereductie is derhalve tijdelijk en zal worden hersteld door het planten van nieuwe bomen. 7 Het signaal dat we willen afgeven is dat de gemeente in staat is om moeilijke keuzes te maken tussen de forse woningbouwopgave en een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving. Bomen kappen doe je niet zo maar, daar kijk je zorgvuldig naar. Dat ligt ten grondslag aan dit plan. Het bos blijft voor een belangrijk deel behouden door een beperkt aantal woningen te realiseren. Het bos heeft niet zo’n hoge waarde dat alle bomen behouden moeten blijven en hier niet gebouwd kan worden. Het gaat hier om een locatie die in het beleid van de gemeente Lochem al heel lang als binnenstedelijke (en woningbouw) locatie is aangemerkt. 8 Dat is precies waar het hier om draait: Een keuze tussen schaarse middelen (woningen en bos). Die keuze is met dit plan zo zorgvuldig mogelijk ingevuld. Er worden een beperkt aantal woningen gebouwd om zoveel mogelijk bos te sparen.
9 Er zijn geen uitbreiding van Natura 2000-gebied het Stelkampsveld voorzien die in de weg staan aan de beoogde woningbouwontwikkeling in het Barchemse bos. 10 De locatie ligt op 1,16 km afstand van het Stelkampsveld aan de rand van een bestaande stedelijke kern aan een bestaande provinciale weg. In de ecologische quickscan zijn de potentiële effecten van de beoogde ontwikkeling beschreven en getoetst. Negatieve effecten worden niet verwacht op het Natura 2000 gebied Stelkampsveld. Verder is een berekening uitgevoerd naar depositie van stikstof in het Stelkampsveld als gevolg van de beoogde woningbouw en daaruit blijkt dat er geen stikstofdepositie op het Stelkampsveld is. 11. Alle gerapporteerde knelpunten voor het instandhouden van het Stelkampsveld worden ook nog eens versterkt door de voorgenomen bouwplannen; meer stikstof in het gebied door aanleg en bewoning en
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 93 van 109
door het kappen van bos, vermindering van de verbindingszones door ontbossing en een verdroging van de grond door bebouwing. 12. In de bijgevoegde rapporten Stikstofdepositie wordt gerekend met verkeerde waarden/uitgangspunten waardoor het rapport onbruikbaar is. De afstand naar het Stelkampsveld is gebaseerd op een oude kaart en is in werkelijkheid kleiner dan in het rapport (950 meter i.p.v. 1160 meter). Kijken we naar de cijfers van het RIVM ( https://www.rivm.nl/sites/default/files/2019-11/Stikstof%20%20Methode%20inschatting%20depositie%20woningbouwprojecten.pdf) dan wordt voor de aanleg van een woning gemiddeld 3kg NOx (stikstofoxide) gerekend en voor bewoning 1,21 kg/jaar. In totaal dus 18 kg stikstofoxide voor de aanleg en 7,26 kg/j stikstofoxide voor bewoning. Het bijgevoegde rapport komt voor de bouwfase in totaal op een stikstofoxide van 7,44 kg/jaar (in plaats van 18 kg/jaar) en voor de gebruiksfase op 4,31 kg/jaar (in plaats van 7,26 kg/j). Bovendien neemt het rapport kappen van de bomen onvolledig mee in de cijfers. Dit leidt tot een zeer groot en opmerkelijk verschil in de berekening, in het voordeel van de aanvrager. Hoe wordt dit verklaard? 13. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn wettelijk strikt beschermd, zowel op basis van de Europese Habitatrichtlijn als in de Nederlandse Wet natuurbescherming (Wnb).
Vleermuizen die hier voorkomen zijn bijvoorbeeld de gewone dwergvleermuis, de gewone grootoorvleermuis en de rosse vleermuis. 14. De Wet Natuurbescherming beschermt niet alleen verblijfplaatsen van vleermuizen, maar ook de hierbij horende leefomgeving om deze verblijfplaatsen te kunnen laten functioneren zoals een essentiële vliegroute en foerageergebied. De bouw van 6 huizen en het kappen van bomen verstoort de omgeving voor de vleermuizen. In bomen of in de takken van bomen kunnen zich vleermuisverblijfplaatsen bevinden. Bij het kappen van (oude) bomen bestaat daarom de kans dat vleermuisverblijfplaatsen worden vernietigd. Bij kapwerkzaamheden aan bomenrijen kan een vliegroute worden aangetast. De fase daarna, de bewoning van het bos zorgt bovendien voor veel meer lawaai en vooral meer licht. Nabijgelegen vleermuisverblijven of vliegroutes kunnen hiervan hinder ondervinden. 15. Het bijgevoegde Ecoquickscan is onvolledig, zeer beperkt en zet de lezer bewust op het verkeerde spoor. In het onderzoek staat: “op 27 februari 2019 heeft er een veldverkenning plaatsgevonden. Het veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie;…. zowel het tijdstip (buiten het groeiseizoen van planten en deels buiten het actieve seizoen van diverse diergroepen) als het eenmalige karakter zijn hiervoor niet toereikend.
Aanvullend op de veldverkenning is een eenmalig onderzoek uitgevoerd naar de ransuil.” Zeer beperkt onderzoek. En op basis van dit beperkte onderzoek wordt geconcludeerd dat “Nader onderzoek naar eventueel binnen het plangebied voorkomende beschermde soorten niet nodig is”. Onmogelijke conclusies met zoveel beschermde soorten in dit gebied Bovendien staat er even verderop dat “een nieuw nader onderzoek naar vleermuizen geen wijzigingen zal opleveren in het beeld dat is verkregen in 2014”. En wordt er geadviseerd om geen uitgebreid onderzoek te doen
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 94 van 109
naar vleermuizen. Die conclusie zal de opdrachtgever vast goed uitkomen, maar zo werkt het niet. Bij het vermoeden van aanwezigheid van vleermuizen dient er namelijk veel uitgebreider onderzoek te worden gedaan. Zo is het gebruikelijk dat het onderzoek door meerdere vleermuisdeskundigen wordt uitgevoerd. Anders kunnen soorten en/of verblijfplaatsen worden gemist. Daarnaast dient het onderzoek uitgevoerd te worden volgens het vleermuisprotocol. Want bij plannen en projecten is het, vanwege de mogelijke gevolgen voor beschermde vleermuispopulaties, van groot belang dat gedegen onderzoek wordt uitgevoerd naar het voorkomen van vleermuizen en onderzoek te doen naar de functies van het plan- of projectgebied voor vleermuizen, volgens het vleermuisprotocol. Dat is hier allemaal niet gebeurd. Dit lijkt dus wederom op vooringenomenheid, gewenste uitkomsten en misleiding. Maar in ieder geval is het onderzoek dus ontoereikend. Antwoord gemeente 11 Hiervoor is al gemotiveerd waarom de beoogde bouw van woningen geen inbreuk maakt op de bescherming van het Stelkampsveld. 12 Volgens de kaart van Aerius calculator bedraagt de afstand circa 1,2 km (zie de figuur hierna).
Mede naar aanleiding van recente uitspraken betreffende het Programma Aanpak Stikstofdepositie en de Stikstofwet die in 2021 van kracht is geworden is een aanvullend onderzoek stikstofdeposities uitgevoerd. De resultaten van dit actuele stikstofdepositieonderzoek zijn verwoord en in beeld zijn gebracht. De notitie is in november 2023 gewijzigd met een update volgens Aerius calculator 2022, die sinds 26 januari 2023 operationeel is. Daarbij is er ook rekening gehouden met eventuele bedrijvigheid aan huis. Voor het gebruik van (sfeer)verwarming waarbij stikstof emissie plaatsvindt is een verbod opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. De uitkomsten zijn hetzelfde. Uit de berekening volgt dat de ontwikkeling van 6 woningen in het Barchemse bos aan de Borculoseweg te Barchem, voor de bouw- en gebruiksfase met
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 95 van 109
respectievelijk peiljaar 2024 en 2025 gemaakt met het programma Aerius Calculator 2023.0.1, niet leidt tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden boven 0,00 mol N/ha/jaar. Het plan leidt niet tot negatieve effecten ten aanzien van de stikstofdepositie in de Natura-2000 gebieden. 13 De wet natuurbescherming gaat over de bescherming van soorten, hun verblijfplaatsen en essentieel leefgebied. In bossen verblijven vleermuizen in holtes in bomen. Tijdens het uitgevoerde onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het bos. Het is niet de verwachting dat de situatie is gewijzigd sinds het onderzoek is verricht, zoals blijkt uit het bezoek aan het plangebied in 2019. 14 Leefgebied en vliegroutes zijn beschermd indien het essentiële gebruik betreffen. Essentieel leefgebied betekent dat het leefgebied dermate belangrijk is dat zonder dit gedeelte een lokale populatie niet kan overleven. Een vliegroute is essentieel wanneer deze door een groot aantal dieren wordt gebruikt en er geen alternatieven zijn. Vleermuizen gebruiken lijnelementen om zich te oriënteren met echolocatie. Bomenlanen, gebouwen of bosranden kunnen worden gebruikt als lijnelement voor een vliegroute. Tijdens het nader onderzoek zijn geen duidelijke vliegroutes waargenomen. Er zijn dan ook geen effecten te verwachten.
De bosrand kan worden gebruikt als lijn element voor een vliegroute. Deze bosrand blijft behouden. De locaties van de opritten zijn zodanig gekozen dat hier geen bomen verloren gaan die langs de weg staan. De opritten zijn voorzien op locaties waar geen laanbomen staan. Hierdoor is er geen effect op de bestaande rand van het bos ter hoogte van de Borculoseweg weg. 15 Zowel in 2014 als in 2019 is door ecologisch adviesbureau ECOquickscan beoordeeld welke beschermde soorten in de omgeving kunnen voorkomen en of leefgebied voor deze soorten binnen het plangebied aanwezig is en of een vaste rust en verblijfplaats wordt verwacht. Dat een dier een gebied gebruikt om te foerageren wil niet zeggen dat het daar ook van afhankelijk is. Deze beoordeling is uitgevoerd. Op basis van deze verwachting is in 2014 nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen en ransuil om het voorkomen van verblijfplaatsen of andere essentiële functies vast te stellen. Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het daarvoor geldende vleermuisprotcol. Ransuil is nachtactief en aanwezigheid kan worden vastgesteld tijdens het vleermuis onderzoek. De onderzoekinspanning voor Ransuil is gelijk aan die voor vleermuizen. Uit dit onderzoek is gebleken dat verblijfplaatsen niet zijn aangetroffen.
In 2019 is het plangebied nogmaals bezocht en is wederom beoordeeld wat de verwachting van het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Daarbij is ook gekeken naar de situatie van het plangebied in 2014 en in 2019. Geoordeeld is dan een nieuw nader onderzoek geen andere inzichten zal brengen dan de resultaten in 2014. Het onderzoek uit 2014 is per abuis niet toegevoegd aan de bijlagen. Dit wordt alsnog toegevoegd. De ecologische waarde is volgens voornoemde eerdere onderzoeken d.d. 2024 en 2019 niet hoog en het gebied omvat geen beschermede soorten of fauna. Een geactualiseerd ecologisch onderzoek d.d. december 2023 laat zien dat er voor enkele soorten nog een aanvullend onderzoek nodig is. De komende periode zullen deze onderzoeken worden uitgevoerd. De resultaten van het aanvullend onderzoek zullen bekend zijn voordat met de uitvoering van de werkzaamheden wordt gestart. Indien hieruit blijkt dat ook hiervoor maatregelen en/of een vergunning Omgevingswet nodig zijn, dan zal een Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 96 van 109
vergunning voor de betreffende activiteit aangevraagd worden en/of zullen deze maatregelen worden getroffen en worden uitgewerkt in een activiteitenplan. Dit vervolgtraject is een traject in het kader van de Omgevingswet in relatie tot de aanvraag van de noodzakelijke omgevingsvergunningen, die de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg hoeft te staan. 16. In en om het Barchemse Bos leven naast de vleermuizen veel unieke en zeldzame dier- en planten soorten die op de Rode lijst voorkomen en beschermd worden door de Wet Natuurbescherming. Beschermde dieren in dit gebied volgens de Wet Natuurbescherming zijn bijvoorbeeld de boomkikker (ernstig bedreigd), ree, haas, konijn, egel, eekhoorn, bruine kikker, steenmarter, woelrat, rosse woelmuis, aardmuis, veldmuis, bosmuis, dwergspitsmuis en huisspitsmuis. Bij de vogels zijn dit de buizerd, de steenuil (zeer zeldzaam), de zwarte en groene specht, de kleine en grote bonte specht, de boomklever en de huismus. 17. In en om het nabijgelegen Stelkampsveld (op 950 meter) komen nog zeker 25 verschillende soorten libellen voor, zoals tengere pantserjuffer, glassnijder en beekoeverlibel. En dat is zeer belangrijk voor de biodiversiteit, want 76 procent van de insecten is de afgelopen 27 jaar verdwenen. 18.
In en rond dit gebied komen zeer zeldzame planten voor die ook op de Rode lijst (dus op uitsterven) staan: welriekende nachtorchis, melkviooltje, klokjesgentiaan, liggende vleugeltjesbloem, blauwe knoop, spaanse ruiter, parnassia, grote muggenorchis, wolfsklauwmos, zonnedauw en het heidekartellad. 19. Eén van de doelen van het Landelijke programma ‘Deltaplan Biodiversiteitsherstel’ is de instandhouding van alle soorten uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Ook moet de ecologische voetafdruk van Nederland nog maar half zo groot zijn in 2050. De kern van dit Deltaplan is het verbeteren van de biodiversiteit in natuurgebieden door juist daaromheen de milieudruk te verminderen en biodiversiteit te versterken. Met het kappen van bos en bouwen van extra huizen binnen een kilometer van een Natura 2000 gebied, bewerkstelligt dit plan het tegenovergestelde en verslechtert het juist de biodiversiteit. 20. Kijken we naar Europees natuurbeleid dan staat de bescherming van biodiversiteit hoog in het vaandel. De Europese Commissie onder leiding van voorzitter Von der Leyen stelt de bescherming van biodiversiteit als voorwaarde bij alle nieuwe regelgeving.
Zullen we dat ook toepassen op dit plan? Antwoord gemeente 16 en 17 Zowel in 2014 als in 2019 is door ecologisch adviesbureau ECOquickscan beoordeeld welke beschermde soorten in de omgeving kunnen voorkomen en of leefgebied voor deze soorten binnen het plangebied aanwezig is en of een vaste rust en verblijfplaats wordt verwacht. Dat een dier een gebied gebruikt om te foerageren wil niet zeggen dat het daar ook van afhankelijk is. Deze beoordeling is uitgevoerd. Op basis van deze verwachting is in 2014 nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen en ransuil om het voorkomen van verblijfplaatsen of andere essentiële functies vast te stellen.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ NvZ / proj.nr. 99.457 – v7 / 15 juli 2024
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
Pagina 97 van 109
Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het daarvoor geldende vleermuisprotcol. Ransuil is nachtactief en aanwezigheid kan worden vastgesteld tijdens het vleermuis onderzoek. De onderzoekinspanning voor Ransuil is gelijk aan die voor vleermuizen. Uit dit onderzoek is gebleken dat verblijfplaatsen niet zijn aangetroffen. In 2019 is het plangebied nogmaals bezocht en is wederom beoordeeld wat de verwachting van het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Daarbij is ook gekeken naar de situatie van het plangebied in 2014 en in 2019. Geoordeeld is dan een nieuw nader onderzoek geen andere inzichten zal brengen dan de resultaten in 2014. Het onderzoek uit 2014 is per abuis niet toegevoegd aan de bijlagen. Dit wordt alsnog toegevoegd. Hiervoor is al benoemd dat een geactualiseerd ecologisch onderzoek d.d. december 2023 laat zien dat er voor enkele soorten nog een aanvullend onderzoek nodig is. Het vervolgtraject en daarmee de nog uit te voeren specifieke ecologische onderzoeken naar enkele soorten is een traject in het kader van de Omgevingswet in relatie tot de aanvraag van de noodzakelijke omgevingsvergunningen, die de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg hoeft te staan. 18 In de Wet natuurbescherming is bepaald welke soorten beschermd zijn. Er zijn in totaal enkele honderden soorten beschermd.
Een groot deel van de soorten die op verschillende Rode Lijsten staan, zijn niet opgenomen als beschermde soort in de Wet natuurbescherming. Veel planten die op de rode lijst staan, zijn niet beschermd. In de ecologische rapportage is het volgende opgenomen: Het plangebied bestaat uit een relatief arm bos met weinig ondergroei. Het bos betreft een droog berken-zomereikenbos met, naast de gebruikelijke soorten, grove den (Pinus sylvestris), Amerikaanse eik (Quercus rubra), paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) en tamme kastanje (Castanea sativa). De aanwezige ondergroei bestaat uit hulst (Ilex acquifolium), gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum), dalkruid (Maianthemum bifolium) en gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum). Daarnaast zijn de tuinsoorten / stinzenplanten als laurierkers (Prunus laurocerasus), krokus (Crocus spec.), sneeuwklokje (Galanthus nivalis) en geranium (Geranium spec.) in het plangebied waargenomen. De bijzondere soorten die, zoals u aangeeft, voorkomen om en nabij het Stelkampsveld worden niet verwacht in het Barchemse Bos. Het betreft een geheel ander habitat. Daarnaast is in het plangebied geen water aanwezig. Soorten die daarvan afhankelijk zijn zoals boomkikker of diverse soorten bijzondere libellen soorten worden niet verwacht in het plangebied.