Documenten vergunningsaanvraag2
Tekst van het document
Dat betekent dat voor deze doelgroepen maatwerk geleverd moet worden. De functie die het dichtst in de buurt komt voor spoedzoekers is ‘kleine éénpersoonswoning’, aangezien het bij spoedzoekers in de meeste gevallen om éénpersoons huishoudens gaat. In de gemeentelijke Nota Parkeernormen geldt voor deze doelgroep een parkeernorm van 0,7 per woning, waarvan 0,3 voor bezoekers. Oekraïners onderscheiden zich van andere vluchtelingen doordat een deel van de gevluchte Oekraïners per auto naar Nederland komt. Het autobezit is daardoor hoger dan dat van vluchtelingen uit andere landen. Daarnaast kenmerkt het verblijf van Oekraïners zich doordat ze voor langere tijd in Nederland verblijven en daardoor meer integreren in de samenleving. Ondanks er weinig bekend is over het autobezit van Oekraïense vluchtelingen, is het aannemelijk dat het mobiliteitspatroon niet veel afwijkt van reguliere huurders van sociale woningen. Deze doelgroep wordt daarom als uitgangspunt gehanteerd voor de parkeernorm van de tijdelijke woningen voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De gemeentelijke parkeernorm van deze doelgroep bedraagt 1,4 per woning, waarvan 0,3 voor bezoekers.
28/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Tabel 5.1 Parkeernorm tijdelijke woningen Doelgroep
Woningtype
Aantal
Parkeernorm
Woningen Oekraïners
Sociale huur
28
1,4 / woning
Woningen spoedzoekers
Kleine eenpersoonswoning
7
0,7 / woning
De parkeervraag zal niet op alle momenten van de dag en de week maximaal zijn. Zo zijn niet alle bewoners overdag thuis en vindt het bezoek verdeeld over de dag plaats. Om het drukste moment in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages zoals vastgelegd in de gemeentelijke Nota Parkeernormen. De tijdelijke woningen hebben op het drukste moment een parkeervraag van 39 parkeerplaatsen. Fiets parkeren Een ander thema waar in het stedenbouwkundig plan ruimte voor moet zijn, betreft een voldoende mate aan fietsenstallingen. Net als bij het parkeren voor personenauto’s, zijn er ook voor het fiets parkeren voor spoedzoekers en Oekraïense vluchtelingen geen specifieke normen of kencijfers. Daarom wordt ook voor het fiets parkeren maatwerk geleverd op basis van CROW-kencijfers. In tabel 5.2 zijn de benodigde aantal fiets parkeerplekken in een overzicht weergegeven. Op basis van de gehanteerde uitgangspunten is aan te bevelen te voorzien in 69 fiets parkeerplekken voor de tijdelijke woningen. Tabel 5.2 Overzicht benodigd aantal fietsparkeerplekken tijdelijke woningen Doelgroep
Parkeernorm
Parkeervraag
Bewoners
0,5 / bewoner
44
Bezoekers
0,5 / woning
14
Bewoners
1 / bewoner
7
Bezoekers
0,5 / woning
3,5
Woningen Oekraïners
Woningen spoedzoekers
Totaal
69
Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie wordt berekend op basis van CROW-kencijfers. Net zoals bij het parkeren, zijn de kencijfers voor de verkeersgeneratie per type woning opgenomen in de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024’. Toetsing Hiemstraat advies heeft onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op het thema verkeer (bijlage 8). Uit dit verkeersonderzoek is naar voren gekomen dat op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid de parkeerbehoefte van de tijdelijke woningen bestaat uit 44 parkeerplaatsen. Met betrekking tot het fiets parkeren is geconstateerd dat er vraag is naar circa 60 fiets parkeerplekken. In het ontwerp wordt voldaan aan de 44 auto parkeerplaatsen en 60 fiets parkeerplekken.
29/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
De verkeersgeneratie is op basis van CROW-kencijfers in beeld gebracht. De tijdelijke woningen genereren op basis van de gehanteerde uitgangspunten 150 ritten per etmaal op een gemiddelde weekdag. De grootste effecten treden op de Lijnbaan op, aangezien de Lijnbaan de ontsluiting van het plangebied vormt. Geconcludeerd wordt dat de toename in het aantal auto’s op het omliggend wegennetwerk niet leidt tot knelpunten. De wegen zijn geschikt om deze verkeerstoename op een goede en veilige wijze af te wikkelen. Ook voor fietsers en voetgangers zijn er over het algemeen veilige routes in het dorp aanwezig. Dat komt vooral doordat de gehele kern van Gorssel als een verblijfsgebied is ingericht. De snelheid ligt laag, waardoor een gemengde verkeersafwikkeling op veilige wijze kan plaatsvinden. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de parkeerbehoefte bestaat uit 44 auto parkeerplaatsen en 60 fiets parkeerplekken. In het ontwerp wordt aan deze behoefte voldaan, daarmee is de ontwikkeling toelaatbaar wat betreft het thema mobiliteit en parkeren.
5.8
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde • •
Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging
Niet in betekende mate Met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook vervallen. Onder de Omgevingswet vindt de beoordeling van luchtkwaliteit niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit de artikelen 5.53 en 5.54 BkI volgt dat een project NIBM bijdraagt aan luchtkwaliteit als toename van concentraties NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3 % van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3 %-grens niet wordt overschreden
30/43
Kenmerk
2.
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3 %-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBMtool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool
Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. Toetsing De gemeente Lochem is geen onderdeel van een aandachtsgebied waarvoor de luchtkwaliteit altijd moet worden beoordeeld (artikel 5.50 Bkl). Daarnaast is de toename van het aantal verkeersbewegingen getoetst aan de NIBM-tool. Hieruit komt dat de bijdrage van het extra verkeer niet-in-betekende-mate is, dit betekent dat er geen nader onderzoek nodig is (figuur 5.1).
Figuur 5.1 Uitkomst NIBM-tool beoogde ontwikkeling (Bron: IPLO)
Conclusie Het project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtkwaliteit, de activiteit wonen heeft geen negatieve effecten op de luchtkwaliteit en is daarmee uitvoerbaar.
5.9
Geur
Wettelijk kader In de Omgevingswet is opgenomen dat de overheid bij het vaststellen van een omgevingsplan rekening moet houden met de gezondheid van inwoners. Geurhinder is een van de aspecten die hierbij relevant is. De gemeente neemt vervolgens in het omgevingsplan regels op voor geur. Deze regels moeten zorgen voor een aanvaardbaar hinderniveau.
31/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
De gemeente Lochem heeft nog geen specifieke geurregels opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan. Wel zijn in paragraaf 5.1.4.6 Bkl instructieregels opgenomen voor geur vanuit veehouderijen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen dieren met een wettelijke geuremissiefactor (onder meer varkens en kippen) en dieren zonder wettelijke geuremissiefactor (‘vaste afstand dieren’, waaronder melkkoeien). Voor dieren met een geuremissiefactor kan de geurhindercontour modelmatig worden berekend. Voor dieren zonder wettelijke geuremissiefactor, zoals melkkoeien, gelden vaste afstanden tot de gevel van geurgevoelige objecten. De afstanden voor dieren zonder geuremissiefactor (met uitzondering van pelsdieren) zijn: • 100 meter binnen de bebouwde kom • 50 meter buiten de bebouwde kom Woningen zijn geurgevoelige gebouwen. De realisatie van extra woningen in de nabijheid van een veehouderij kan beperkingen opleggen voor de veehouder. Wanneer tenslotte nieuwe geurgevoelige gebouwen gerealiseerd worden, kan het zijn dat extra maatregelen getroffen moeten worden om geurhinder bij de toekomstige bewoners te voorkomen. Toetsing In de omgeving van het plangebied is een melkveehouderij gelegen aan de Zutphenseweg 2. Het gaat in dit geval om een veehouderij met melkkoeien gelegen buiten de bebouwde kom.
Echter, het plangebied wordt onderdeel van de bebouwde kom, waardoor een afstand van 100 meter tot de woningen gehanteerd moet worden. Hierbij zijn de randen van het bouwblok bepalend. Op figuur 5.2 is een buffer van 100 meter te zien rondom de betreffende veehouderij. Uit de figuur blijkt dat deze buiten het plangebied blijft. De woningbouw heeft zodoende geen (beperkend) effect op de bedrijfsvoering van de veehouder. Andersom beredeneerd mag verwacht worden dat ook de toekomstige bewoners geen geurhinder zullen ervaren vanuit de veehouderij.
32/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Figuur 5.2 Buffer van 100 meter rondom veehouderij met melkkoeien.
Conclusie De woningen staan gepositioneerd op een wettelijk toegestane afstand van de dichtstbijzijnde veehouderij. Geurhinder wordt zodoende niet verwacht. Ook wordt de veehouder niet benadeeld bij de uitvoering van de bedrijfsactiviteiten. De functie wonen is toegestaan bezien vanuit het thema geur.
5.10
Externe veiligheid
Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in de instructieregels in afdeling 5.1.2 van het Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreffen de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende • • •
activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor) Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving
33/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikelen 5.12 tot en me 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Bij de ontwikkeling moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten. Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl) • • •
Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl) Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl) Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl)
Toetsing Er is gekeken naar de kaart externe veiligheid (figuur 5.3) en er zijn geen externe veiligheidsbronnen op het terrein of in de directe omgeving die van invloed zijn op de planvorming. Ruim ten westen van het plangebied ligt een hoge druk gasleiding met een externe veiligheidscontour. De planlocatie blijft ruimschoots buiten het invloedsgebied van deze leiding.
Figuur 5.3 Kaart externe veiligheid plangebied (bron: atlasleefomgeving)
Conclusie Gelet op de afwezigheid van externe veiligheidsbronnen vormt het thema externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling. De activiteit wonen is toelaatbaar wat betreft externe veiligheid.
34/43
Kenmerk
5.11
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Geluid
Wettelijk kader Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels die via het omgevingsplan gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen zijn via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluidregels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Afdeling 3.5 BkI voorziet in de regelgeving voor geluidproductieplafonds. Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de geluidsbron. Daarnaast voorziet afdeling 3.5 Bkl in het wettelijk kader omtrent beheersing van: • Wegverkeerslawaai • •
Railverkeerslawaai Industrielawaai
In het omgevingsplan moet volgens artikel 3.20 Bkl worden aangetoond dat geluidsgevoelige gebouwen, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben. Het primaire doel van deze regelgeving is het beschermen van gezondheid door eisen te stellen aan geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven of slapen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen voorgevel, zijgevel en achtergevel. Indien nieuwe geluidgevoelige activiteiten binnen geluidszones worden toegestaan, stelt de wetgeving het verrichten van akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting, verplicht. In het Bkl is een onderscheid gemaakt tussen geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen (zie onderstaande tabel 5.3) en het beschermen van geluidgevoelige locaties en gebouwen (zoals wonen, onderwijs en zorg). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Tabel 5.3 Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid Geluidbronsoorten
Standaardwaarde in
Grenswaarde in Lden (dB)
Lden (dB) Nieuwe geluidgevoelige
Aanleg of
gebouwen
aanpassing bron
Rijks- en provinciale wegen
50
60
65
Gemeente- en waterschapswegen
53
70
70
Gemeente- en waterschapswegen
53
58
58
in uitleggebieden voor stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen, en wijk-/ buurtontsluitingsweten
35/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Geluidbronsoorten
Standaardwaarde in
Grenswaarde in Lden (dB)
Lden (dB) Hoofd- en lokale spoorwegen Industrieterreinen
55
65
70
50
55
60
40 Lnight
45 Lnight
50 Lnight
Toetsing TAUW heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting ten gevolge van de omliggende geluidbronnen inzichtelijk te maken (zie bijlage 9). De nieuw te realiseren woningen bevinden zich in het geluidaandachtsgebied van de provinciale weg N348. Aangezien het hier om tijdelijke woningen gaat, is het niet verplicht om het geluid van de provinciale weg te toetsen aan de standaard- en grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Desondanks zijn de resultaten wel vergeleken met de standaard- en grenswaarden om een afweging te kunnen maken over de hoogte van de geluidbelastingen. De geluidbelasting op de woningen die het dichtst bij de N348 liggen bedraagt 62 dB, wat hoger is dan de grenswaarde uit het Bkl (figuur 5.4). Om desondanks te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn maatregelen afgewogen. Het terugdringen van de snelheid op de weg zorgt voor een daling in de geluidemissie en daarmee de geluidbelasting op de woningen. Bekend is dat na de zomer van 2025, wanneer de woningen in gebruik worden genomen, de snelheid ter hoogte van het plangebied op de N348 afgewaardeerd wordt naar 60 km/uur. Hiermee wordt de geluidbelasting op de woningen verminderd ten opzichte van de berekende waarden. Ook is beoordeeld of het plaatsen van overdrachtsmaatregelen, in de vorm van schermen dan wel een geluidswal, acceptabel is.
Vanuit landschappelijk oogpunt is dit echter niet gewenst. Aanvullend worden aan de woningen met de hoogste geluidbelastingen extra geluidwerende voorzieningen getroffen. Zo worden in de woningen nabij de provinciale weg gelegen suskasten in de ventilatie geplaatst. Hierdoor wordt gezorgd voor een goede luchtcirculatie van buiten naar binnen zonder dat daarmee het geluid vanuit de weg in de woningen binnendringt. Ook zijn de gevels dusdanig opgebouwd dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor de binnenniveaus.
36/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Figuur 5.4 Overzicht resultaten op toetspunten (groen: lager dan standaardwaarde, geel: hoger dan standaardwaarde, rood: hoger dan grenswaarde)
Conclusie Uit de toetsing blijkt dat de geluidbelasting op de woningen nabij de N348 62dB is en daarmee hoger dan de grenswaarde uit het Bkl. Echter gaat het hier om tijdelijke woningen gaat en is toetsing aan de standaard- en grenswaarden uit het Bkl wettelijk niet verplicht. Wel moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locatie. Door het treffen van maatregelen aan de woningen, in de vorm van een goede gevelwering in combinatie met suskasten in de gevels van de 6 buitenste woningen, wordt gezorgd voor een acceptabel geluidniveau in de woningen. Daarnaast gaat de snelheid op de N348 op termijn omlaag naar 60 km / uur. Deze maatregel wordt gerealiseerd op het moment dat de woningen in gebruik genomen worden. Dit zorgt voor een verlaging van de geluidbelasting en daarmee verbetering van de situatie zoals nu berekend. De activiteit wonen is toelaatbaar vanuit het thema geluid.
5.12
Bedrijven– en milieuzonering
Wettelijk kader Bij planontwikkeling moet hinder en gevaar worden voorkomen om te kunnen voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Hierbij kan worden gekozen voor: • De oude handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de VNG • De nieuwe handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering (2024) Beiden helpen bij het plannen en toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen en het creëren van voldoende afstand vanuit bedrijven en overige activiteiten en gevoelige functies zoals woningen.
37/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Toetsing Bij deze ontwikkeling is gekozen voor de oude systematiek van Bedrijven- en milieuzonering. In de directe omgeving van het plangebied is beoordeeld of relevante bedrijfs- of overige activiteiten plaatsvinden die van invloed kunnen zijn op de planontwikkeling. In deze is eventuele geurhinder van de veehouderij gelegen aan de Zutphenseweg 2 relevant. De effecten hiervan zijn in paragraaf 5.9 beschouwd. De veehouderij ligt op voldoende afstand om geurhinder te voorkomen. Verder zijn er geen milieubelastende activiteiten in de omgeving die van invloed kunnen zijn op de toekomstige woningen in het plangebied. De bedrijven liggen op ruime afstand van de ontwikkellocatie. Conclusie De ontwikkeling van de tijdelijke woningen leidt niet tot nieuwe of aanvullende hindervormen zoals opgenomen in de VNG-handreiking. De locatie ligt niet dicht bij milieugevoelige functies. Geconcludeerd wordt dat de activiteit wonen toelaatbaar is vanuit milieuzonering.
5.13
Duurzaamheid
Wettelijk kader In de Omgevingswet is duurzaamheid stevig verankerd. Met het oog op duurzame ontwikkeling, moet een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit worden bereikt. Dit hangt sterk samen met het principe van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Toetsing Eén van de uitgangspunten van het stedenbouwkundig ontwerp is duurzame woningbouw. Hier is invulling aangegeven door veel groen in het ontwerp in te bedden. De flexwoningen bestaan uit modulaire bouw. Na de periode van 10 jaar is verplaatsing naar een andere locatie mogelijk. Bij de bouw is gekozen voor natuurlijke materialen (hout voor de gevels) en waar mogelijk groene daken. De woningen worden gasloos uitgevoerd, verwarming vindt plaats via warmtepompen. Hiermee draagt de woningbouw bij aan de doelstelling vanuit de energietransitie, namelijk het gasloos verwarmen van woningen. Het energieconcept ‘Buurtaccu en Zonnepanelen’ draagt ook bij aan een duurzame en toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling. Door de integratie van lokale energieopwekking middels zonnepanelen en de toepassing van een buurtaccu voor energieopslag, wordt de afhankelijkheid van het externe elektriciteitsnetwerk verminderd. Deze aanpak minimaliseert de impact op de bestaande infrastructuur en bevordert een efficiënter ruimtegebruik.
Bovendien is het gehele energiesysteem modulair en verplaatsbaar ontworpen, waardoor het na de tijdelijke plaatsing eenvoudig kan worden hergebruikt op andere locaties. Dit sluit aan bij de principes van circulaire economie en draagt bij aan een verantwoorde en flexibele inrichting van de leefomgeving. De openbare ruimte wordt grotendeels groen ingericht wat een verkoelend effect heeft. Bijkomend voordeel is dat het hemelwater goed kan infiltreren. Om hemelwateroverlast hierbij te voorkomen, worden wadi’s aangelegd. Op deze manier komt het hemelwater ten goede aan het grondwater.
38/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Conclusie De beoogde ontwikkeling omvat concrete acties die hand in hand gaan met de in de wet en omgevingsvisie opgenomen wens om duurzaamheid een plaats te geven binnen ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis van deze informatie is het voornemen uitvoerbaar wat betreft duurzaamheid.
5.14
Gezondheid
Wettelijk kader In artikel 1.3 van de Ow zijn de maatschappelijke doelen van de wet benoemd: Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften Het aspect gezondheid neemt dus een belangrijke plek in binnen de Omgevingswet. Daarom is in artikel 5.32 Ow ook de mogelijkheid opgenomen dat een omgevingsvergunning geweigerd kan worden wanneer er naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning zou leiden tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Toetsing Er is gekeken of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor de toekomstige bewoners van de flexwoningen.
Bij de ontwikkeling is gezond wonen van belang, dit wordt bewerkstelligd door het zorgen voor sociale controle, faciliteren van een open, groen tapijt dat de ruimte tussen de gebouwen vult met vegetatie tot aan de gevels, de aanleg van speelaanleidingen, creëren van een ontmoetingsplek door een centrale openbare ruimte met zitgelegenheid en een speelvoorziening te maken en routes aanleggen die aansluiten op bestaande routes. Hieruit valt op te maken dat er ruim rekening gehouden wordt met gezondheid. Daarnaast blijkt uit de thema’s luchtkwaliteit en geur dat sprake is van een gezonde woonomgeving. Voldaan wordt namelijk aan de daarvoor geldende normen. Voortdurende blootstelling aan geluid kan eveneens effect hebben op de gezondheid. Ondanks de ligging aan de provinciale weg, is in het plan in voldoende mate rekening gehouden met het creëren van een gezonde woonomgeving. Zo worden maatregelen getroffen aan de bron (vermindering van snelheid op de weg), en aan de woningen zelf (de gevels zijn voldoende geluidwerend, aanvullend worden suskasten geplaatst in de woningen met de hoogste geluidbelastingen). Daarnaast is de afstand tussen de weg en de woningen zo ruim mogelijk gemaakt, echter wel binnen de plangrenzen van de ontwikkellocatie.
39/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Uit de andere milieu thema’s blijkt dat er geen sprake is van ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Conclusie Het initiatief leidt niet tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Er wordt bij de ontwikkeling rekening gehouden met gezond wonen en dit wordt ook gerealiseerd op verschillende manieren. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locatie. De activiteit wonen is toelaatbaar wat betreft gezondheid.
5.15
Mer-beoordeling
Wettelijk kader In de mer-regelgeving, afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob), wordt onderscheid gemaakt tussen projecten waar een mer-plicht geldt en projecten waar een mer-beoordelingsplicht geldt. Mer-beoordelingsplichtige projecten zijn projecten waarvoor de beslissing of de mer-procedure moet worden doorlopen niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden genomen. Het bevoegd gezag moet dan bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, welke het doorlopen van de merprocedure wenselijk en noodzakelijk maken. Of een besluit mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Woningbouw valt onder J11, stedelijk ontwikkelingsproject. Hiervoor geldt een mer-beoordelingsplicht bij wijziging van het omgevingsplan danwel het vaststellen van een BOPA. Toetsing en conclusie In deze ruimtelijke motivering zijn alle milieueffecten beoordeeld en getoetst. Uit geen van de thema’s blijken belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu voort te komen. Daar waar mogelijke effecten aanwezig waren zijn maatregelen getroffen, onder meer bij het thema geluid. Geconcludeerd wordt dat er geen aanleiding is om een milieueffectrapport op te stellen. Hiermee wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6 Uitvoerbaarheid 6.1
Economische uitvoerbaarheid
De financiering van de opvang van Oekraïense vluchtelingen binnen de gemeente Lochem is gebaseerd op rijksregelingen die gemeenten compenseren voor de gemaakte kosten. Dit omvat een vergoeding per opvangplek voor de exploitatiekosten, zoals huisvesting, energie, water en voedselvoorziening. Sinds 1 juli 2024 geldt daarnaast een eigen bijdrage voor vluchtelingen met eigen inkomsten, wat een gedeeltelijke dekking biedt voor deze kosten. Ondanks deze vergoedingen ervaren veel gemeenten financiële uitdagingen door stijgende kosten en een afname van het normbedrag per opvangplek per bed. Voor deze ruimtelijke ontwikkeling is rekening gehouden met de verwachte verlaging van het normbedrag. Het college heeft hiertoe een besluit genomen en voldoende financiële middelen voor de ontwikkeling ter beschikking gesteld.
40/43
Kenmerk
6.2
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Participatie
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het afwijken van het omgevingsplan. Een omgevingsplan heeft tenslotte niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In deze paragraaf zal hier verder op worden ingegaan. In de afgelopen periode is er op verschillende manieren participatie georganiseerd rondom de ontwikkeling van de flexibele opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen. De gemeente heeft omwonenden en belanghebbenden geïnformeerd en betrokken via bijeenkomsten, een klankbordgroep en digitale kanalen. Het doel was om draagvlak te creëren, zorgen te adresseren en inzichten uit de omgeving mee te nemen in de uitwerking van de plannen. De eerste stap in het participatieproces was een informatiebijeenkomst. Tijdens deze drukbezochte avond, waar meer dan 100 belangstellenden aanwezig waren, is toegelicht waarom op deze locatie opvang nodig is en welke uitgangspunten hierbij gelden. Bezoekers kregen de gelegenheid om vragen te stellen aan betrokken ambtenaren en zich aan te melden voor de nieuwsbrief en klankbordgroep. Op basis van de aanmeldingen uit de informatieavond is een klankbordgroep samengesteld.
Deze groep heeft vier bijeenkomsten gehad, waarin ervaringen, zorgen en ideeën zijn gedeeld. Tijdens deze sessies is telkens een nieuw ontwerp gepresenteerd en besproken op basis van uitleg, vragen en antwoorden. Deze iteratieve aanpak heeft ervoor gezorgd dat de plannen stapsgewijs zijn verbeterd op basis van de inbreng van de omgeving. Om ook belangstellenden buiten de klankbordgroep te informeren, zijn regelmatig nieuwsbrieven verstuurd met updates over de voortgang. Nadat de stedenbouwkundige uitwerking was afgerond, heeft het college besloten om het plan breder te delen en reacties uit de gehele omgeving op te halen. Dit is gedaan via de projectenpagina van de gemeente. De betrokkenheid van de omgeving is ook nog niet ten einde met deze procedure. In de verdere uitvoering en het beheer van de opvanglocatie zal er aandacht blijven voor overleg en samenwerking met de buurt en andere belanghebbenden. In bijlage 10 is een uitgebreid participatiejournaal opgenomen.
41/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
7 Conclusie Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verlenen als is aangetoond dat er sprake is van een Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (ETFAL) volgens artikel 4.2, eerste lid van de Omgevingswet. Of er sprake is van een ETFAL, moet worden bepaald aan de hand van een belangenafweging. Enerzijds speelt het belang van de initiatiefnemer een rol, waarbij het gaat om het verkrijgen van de benodigde vergunning voor de activiteiten op een specifieke locatie. Anderzijds is er het belang achter de regel waarvan afwijking wordt gevraagd. In de beoogde ontwikkeling wordt ingespeeld op de urgente behoefte aan woningbouw voor de opvang van ontheemden vanuit Oekraïne en spoedzoekers. De locatiekeuze is in een zorgvuldig proces tot stand gekomen. Aan de locatiekeuze ligt een quickscan ten grondslag waarbij 28 locaties zijn afgewogen op haalbaarheid. De voorliggende locatie in Gorssel is als geschikt geselecteerd en vanuit beleidsmatig en milieutechnisch perspectief beoordeeld. Hieruit zijn geen knelpunten naar voren gekomen. Voor de ontwikkeling van de flexwoningen wordt gebruik gemaakt van modulaire bouw zodat de tijdelijkheid van de ontwikkeling gegarandeerd is en de woningen in korte tijd gerealiseerd kunnen worden. Wel zijn de toe te voegen woningen kwalitatief goed en duurzaam.
Zo zijn de woningen gasloos, voorzien van zonnepanelen en gemaakt van hout. Het plan is zodanig ontwikkeld dat het plan goed is ingebed in de omgeving waarbij klimaatadaptief wordt gebouwd. Dit is onder meer vertaald in het toepassen van veel groen in de openbare ruimte, ruime mogelijkheden tot het infiltreren van hemelwater via wadi’s in de ondergrond. Ook zijn de parkeerplaatsen voorzien van halfverharding wat zorgt voor verkoeling van de ruimte en gelijktijdig mogelijkheden biedt van infiltratie. Met het plan wordt invulling gegeven aan de urgente behoefte aan extra woonruimte voor Oekraïners en spoedzoekers binnen de gemeente Lochem. Met de vergunning worden de volgende activiteiten mogelijk gemaakt: • Het bouwen van de flexwoningen • Het wonen op de locatie •
Het aanleggen en in gebruik nemen van een toegangsweg
Het relevante beleid en de relevante omgevingsaspecten en andere thema’s zijn in deze ruimtelijke motivering onderzocht. In hoofdstuk 4 heeft toetsing aan de beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hierbij blijkt dat de aangevraagde activiteiten passen binnen de geldende beleidsregels.
42/43
Kenmerk
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
In hoofdstuk 5 zijn de omgevingsaspecten onderzocht en gemotiveerd. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de wettelijke kaders voor de thema’s: • Erfgoed • Archeologie • • •
Landschap Bodem Water
• • •
Stikstof Ecologie Mobiliteit en parkeren
• • •
Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid
• •
Geluid Bedrijven- en milieuzonering
Hoewel passend binnen de geldende geluidwetgeving, worden op de woningen met de hoogste geluidbelastingen, nabij de Zutphenseweg, maatregelen aan de ventilatievoorzieningen getroffen zodat een prettig woonklimaat gegarandeerd is. Met het voornemen is ook voldoende aandacht besteed aan duurzaamheid en gezondheid. Voor de toekomstige bewoners wordt een goede woonomgeving gecreëerd. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet noodzakelijk voor deze vergunning. De milieueffecten zijn beoordeeld en voor geen van de thema’s blijkt sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In het traject is op een actieve manier met participatie omgegaan. Ook zijn financiële middelen gegarandeerd, waardoor het voornemen uitvoerbaar is. Geconcludeerd wordt dat de aangevraagde activiteiten kunnen worden vergund met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
43/43
Kenmerk
Bijlage 1
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Situatie tekening bovengronds
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
K
1
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
K
K
KK
LEGENDA
K
K
KK
K
K K
Werkgrens K
K K
K
A
K K
7.6 2
7
K
K
7.4 53
K
7.4
K
2
K
K
K
K
K
K
7
7
7.6
1
7.4 4
7.3
7.5 3
K
5
6
7.4
7.3
7.7 1
K K
7.4
01
2
P
K
99
0
08
K
K
K
1
7.4 3
K
K
7.4 95
7.4
43
K
K
K
69 7.6 46
K
7.5
7.6
K
8.0 75
8.1 39 8.0 53
K
7
8.0
K
9
3 Loo 40 fbo o
8.2 1
m
8.0
6 7.9
6
8.0
.11
90
7
8.0
8.0
Lo 20 ofbo 7o.m 99
3
7.9
.jp g
98
15 ob .15 +8
7.9 54
7.9
Voetpad t.b.v. ontsluiting:
7.8
Betonstraatstenen keiformaat, elleboogverband, kleur: geel 50 mm straatlaag 250 mm menggranulaat 0/31,5 mm Zand voor zandbed tot vaste laag
74 7.9
0
7.9 57.8
9
K
Rijbaan, schijnmolgoot 5-streks:
K
R6.00
60
6
K
_P ro
7.7 8 7.8 56
K
11
9
Betonstraatstenen keiformaat, keperverband, kleur: grijs 50 mm straatlaag 250 mm menggranulaat 0/31,5 mm Zand voor zandbed tot vaste laag
K
5_
7
7.9
1
.20 +8
K
Grasbeton, Struykverwo infra - Hydro Lineo 40 grijs met scheidingsstreep betonstraatstenen keiformaat wit 50 mm inveegsubstraat met Heicom stablegreen medium 250 mm Heicom stablegreen heavy K
90
51
53
26
K
K
8.0
02
2
8.0
K
1
K
K
Grasbeton 400x400x120 mm, Type W/Rona pasverbandblok 80 (vlak), kleur: grijs 50 mm inveegsubstraat met Heicom stablegreen medium 250 mm Heicom stablegreen heavy
K
7.9
K
Verbreding voetpad t.b.v. brandweer: K
9
K
K
K
K
K
K
7.8
7.7
Voetpad t.p.v. berging:
8.0 8 8.0 9 .02 2
Betontegels 300x300x60 mm halfsteensverband, kleur: grijs 50 mm straatlaag, 200 mm zand voor zandbed
K
K
88
K
7.9
G
K
7.8
7.8
33
Achterhoekpadvast 150 mm 250 mm menggranulaat 4/31.50 mm, inpakken in geotextiel Zand voor zandbed tot vaste laag
7.9
27
K
Toekomstig voetpad:
4
8.0
53
4
Nieuw zand
Toegangspaden woningen:
7.8
92 7.8 42
K
Betontegels 500x500x60 mm blokverband, kleur: grijs 50 mm straatlaag, 200 mm zand voor zandbed K
7.9 08
K
K
8.0 3
9
K
8.0
7
8.1
8.1 8. 0 15
amp
3 8.0 94
K
1.50
8.0
13
Terreininrichting K K
Fietsnietje
K K
8.1
Type n.t.b.
K
3
8.1 6
8.1
Afzetpaal klapbaar met voetplaat
K
K
5
ø76 mm, driekant, kleur: wit/rood
K
J
K
8.2
8.0
2
K brandput
BR
K
K
8
K
7
88
8.0
K 5
3
K
7
K
Wadi
Op niveau brengen VWA-inspectieputdeksel K
K
K
79
K
4
7.9 9
K K
8.3 2 4
ob15
8.1
K
8.2 8
8.2
K
8.2 50
04
8.0
55
K
1.50
8.0 329
39
K
9 8.2 70
HWA-kolk
8.0 44
8.1
7.6 3
37
K
74
7.6 4
7.8 81
8.2
75
8.0
86
7.8 84
7.7 0
+8.15
+8.10
1%
4.80
8.0
8.0 4 7.9
0
7.6 97 7.8 5
K
7.8 4
8.0 1
BHU
+8.20
32
K
K
K
2.00 +8.15
1%
2.50
2.85
7.6 9 7.7 6
K
Onderwerp:
K
K
K
K
K
7.8 1 7.9
20
Formaat:
K
K
K
7.7 5 7.8 1
K
K
7.8 3
K
K
8.0 40
Teknr.:
Getekend:
FVW Datum:
14-02-2025
10
40 8
11
12
Oppervlakte: 3984.6 m2 13 Inhoud: 1065.0 m3
14
Bestek Concept Postbus 50 7000 AB Doetinchem The Netherlands T: +31 315 84 36 50 www.venf.com
8.0
7.8
Fase:
K
44
tb13/15
303-01
Status:
8.0
+8.20 +8.30
24-112
A0
Nieuwe situatie bovengronds
7.7 8
Q
Projectnr.:
Opvanglocatie Oekraïners Gorssel
7.6 93
7.8 4
tb13/15
2%
94
+8.10
8.0
+8.20
7.9
Schaal:
1:200
Project:
7.7 34
2
+8.22 +8.32
6.00 1.00
2% 1.30 2.10
7.9 8
52
38
4.80
4.80 0.50
2 ob1 2
8.0
2%
.00 R1
vb1
2 ob1
+8.2
33
0.50
2% 2% 0.40 0.40 2.10 0.50 1.30
2% 2%
vb1
4.80
vb1 ob15
4%
1.50 6.00 4.80
4.80 0.80
0.50
C
K
vb1
BHU
FVW
K
+8.15
mg5 ob15
8.0
9
FVW
24-04-2025
K
70
8
24-04-2025
Locatie brandhydrant gewijzigd n.a.v. overleg / mail + opstelplaats brandweer toegevoegd
K
7
Type bergingen gewijzigd
K
6
7.9
992lu
B
K
+8.20
RKL
K
R0 +8.20 +8.30 tb13/1 5
FVW
K
2.50
12-03-2025
Gemeente Lochem
7.9 7 7.9 2
K
5
2.85 .30
00 R1.
7.9 97
K
4
+8.14
+8.14
29
Diverse wijzigingen n.a.v. overleg en diverse mails
Opdrachtgever:
7.6 54
K
3
+8.14
1.20
8.1
Gecontrol.:
A
K
2
+8.20
94
+8.20
56
4. 2% 90 2%
0
2.85 1:5
1.00
64
+8.14
8.1
8.1
2.5
ob15
7.7 08
.00
05
+8.20 tb13/15 +8.30 +8.14
+8.15
+8.30 +8.20
R1
8.2
+8.20
Getekend:
992lu
2.50
ob15 mg5
0
17
1.20
BR
992lu
.00
+8.14
8.2
+8.15
R4
+8.20
2.85
.30
+8.14
8.1
2.50
992lu
tb13/15
+8.20
+8.15
2.50
R1.0
mg5 ob15
R0
R
48
tb13/15
2.85
+8.20
C'
+8.20 +8.30
8.1
0 R4.0
ob15
94
44
0
2.50
8.1
R1.0
2.85
mg5 ob15
+8.15
51
.00
+8.15
84
09
0
R1.0
7.9
Datum:
7.9 83
28
R10
ob15 mg5
07
15 ob
7.9 59
18
.30
8.0
8.0 8.1
2.85
7.6 51
8.0
+8.10
7.9
9
Wijzigingen:
K
2.50
7.6 3
71
K
2.50
8.1
8.0 93
R0
+8 .21 992lu +8.15
+8.20
8.1
1
2.85
69
+8.60
Uitgave:
7.5 95
8.0
tb13/15 +8.30 +8.20
- Hemelwater woningen wordt opgevangen middels infiltratiekratten
7.6 12
1:3
.30
B
30
+8.21 +8.15
3
ob10
P
- Alle maten dienen in het werk door de aannemer te worden gecontroleerd
7.7 3
C
1.20
ob15 mg5 +8.15
R0.
0
Berging +8.25
1.20
17
+8.20
vb1
49
2.00
0 R1.
1:3 1:3
8.0
47
R0
992lu
Berging +8.25
2
8.0
06
51
8.0
9
8.0
vb1
1.20
7.9
78
K
Berging +8.25
+8.20
40
- Materialen in millimeters tenzij anders aangegeven
7.8
+8.60
8.0
+8.15
- Maten in meters tenzij anders aangegeven
8.0 18
K
5
ob10
1
67
1.00
8
7.9
5
+8.20
7.9
5
8.0
8.0
+8.32 tb13/15 +8.22
+8K .15
7.9
8.0
Opmerkingen :
- Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P.
7.8 7
7.8
1:3
Berging +8.25
+8.15
K
1.20
83
1.20
7.9
K
ob10
K
+8.20
2
1
K
7.9
7.6 40
Bestaande boom
8.0 1
1.50
2%
Aanbrengen door derden, soorten n.t.b.
7.5 91
K
+8.15
92
K
K
2%
5.20
Heesterbeplanting
7.6 14 8.1 36
K
K
5
2%
6
8.0
+8.15 ob15
8.0
P
Q
ob10
K
K
1.50 1.50
8.0 9
A'
+8.20
992lu
+8.65
7.7 35
64
K
58
Aanbrengen door derden, soorten n.t.b.
8.1
ob15 +8.15 +8.12
8.1
K
A
+8.15
N
Beplanting
7.8 96
K
4
71
92
K
K
29
8.1
Aanbrengen door derden, soorten n.t.b.
Blad 2
7.9
7.7 70
K
K 2
Soorten n.t.b.
Ruiggras met bloem- en kruidenmengsel
8.1 20
7.9 2
8.0
7.9 5
Blad 1
19
Gras met bloemmengsel
K
7.6 63
7.9
7.9
K
Groen
25
81
Blad 2
M
K
7.8 41
ITR-inspectieputdeksel
7.9
Blad 1
K
Straatkolk 300x450 mm
7.6 85
8.0 5
K
K
20
8.0 00
101-1
K
7.8 8
K
K 7.9 2
5
84
7.7 6
8
8.0
8.1
7.9 0
K
7.7 5
7.9 4
8.0 1
K
K
8.1
K 8.0 58
8.1 68
8.0
HWA-inspectieputdeksel
7.9 3
K
M
K
7.9 1
16
7.9 3
K 7.8 4
7.9
15
7.9 7.9 3 1
7.8 9
K
K
8.1
8.1 50
7.9 6
HWA-uitstroomput K K
8.1 51
P
K
8.0 2
K
8.0
K 7.8 8
K
K 8.0
K
8.1 8.1 9 6
8.1 5
K
8.1 9
7.9 24
L K
50
8.2 9
K
5.20
ob15
8.0
08
2%
K
85
8.1
2%
1.50 1.50
8.0
K
L
2%
64
4
K
8.0 8.1
K
K
K
K
93
K
K
VWA-inspectieputdeksel
K
K
6
7.9
K
992lu
8. 2
K
K
K
K
8.1 28
8.0 51
7.9
K
8.0 12
K
17
K
K
Afwatering en riool
8.2
K
N
Opstelplaats brandweer
68
90
K
6
14
K
8.2
8.3
10
K
2
8.1
8.2
62
K
K
8.2
K
8.6
27
K
8.0
K
5
Armatuur: LIGHTRONICS BV, Type : Ceder A2-PA01-32LED-2700K-2000LM-12.5W Locatie conform BOPA Nederlands licht Licht afstellen op 480- of 992 lumen K
K 8.4
6
70
Lichtmast, 4m paaltop
K
37
81
992lu
12
8.0
8.0
65
480lu
K
86
0
8.0
K
8.0
8.0 3
K
Locatie indicatief
8.0 4
26
8.5
K
Afvalcontainer Circulus
K
93
8.0
K
J
K
25
8.1 7 8.1
Speeltoestel
Balanceerconstructie en speelhuis van natuurlijk materiaal zoals hout Geen plastic, felle kleuren of glimmend metaal, conform stedenbouwkundig plan
K
2%
97
03
K
K
K
K
Materiaal: beton, kleur: grijs Aanbrengen conform voorschriften leverancier
K
K
15
8.0
K
K 8.1 8.0
5.20
2%
8.0 8.13 9
+8.15 ob15
1.50 1.50 2%
10
+8.20
ob15 +8.15
+8.12
7
7.9
K
K
85
7.9 0
Pennenmat t.b.v. bescherming talud wadi
K
K
7.9
H
K
992lu 02
Betonstraatstenen keiformaat, elleboogverband, kleur: grijs 50 mm straatlaag, 200 mm zand voor zandbed
Smitsk
77
K
8.1
67
K
H
7.9
Voetpad t.p.v. vuilcontainers:
8.0 23
K
7.9
K
K
8.0 4 7
7.9
G
Voetpaden: halfverharding
7.9
8.0
F
Parkeren:
K K
1.50
2%
K
2%
K K
K
2%
5.20
K
1.50 1.50
76
K
7.9
K
K
K
K
47
ob15
ob15
7.9
Straatbakstenen keiformaat, stromenverband, kleur: roodbruin genuanceerd 50 mm straatlaag 250 mm menggranulaat 0/31,5 mm Zand voor zandbed tot vaste laag
K K
7.87.8 86
F
E
Rijbaan:
K
8.0
R10 .00
K
8.1
6
0 1.5
8. N 233 WI iet te N_ op 20 en 24 en 11 11 7.9 _1 45 2_ 5
Straatbakstenen keiformaat, keperverband, kleur: roodbruin genuanceerd 50 mm straatlaag 250 mm menggranulaat 0/31,5 mm Zand voor zandbed tot vaste laag
2
8.1
.15 +8 b15 o
3
Rijbaan:
K
992lu
7.9 94
1
Verhardingen
7
K
8.1 0
K
.12 +8
9
2%
2
7.9
4
8.2 6 5
8.1
8.0
76
8.0
N M aald Ma eers boo x Ø tam m 10 mig 8.1 9
1
8
91
5
1
8.0 73
Straatbakstenen keiformaat, kleur: roodbruin genuanceerd Aanbrengen in schraal beton Fundering conform rijbaan
K
0
98
7.9
04
7.9 3
7.9
7
Molgoot 5-streks
mg5
K
7.9
7.9
7.9
9
Kleur: grijs, materiaal: beton Aanbrengen in schraal beton
7
3
7.9
50 8.1
8
0 5.2
K
7
8.0
8P 8.1
47
8.4
K
7
24
8.4
K
4 8.0
8.1
N M aald Ma eers boo x Ø tam m 10 mig
K
8.0
97
7.9
K
K
7.8
61
D
K
5
8 8.1
K
7.9
7.8
Kleur: grijs, materiaal: beton Aanbrengen in schraal beton
Verloopband tb13/15 naar ob15
vb1
7.8
7.7 8
Trottoirband 130/150x250 mm
K
3
27
K
01
588.0
7.9 5
K
9
Kleur: grijs, materiaal: beton Aanbrengen in schraal beton
K
8.1 0
Kleur: grijs, materiaal: beton
Opsluitband 150x250 mm
tb13/15 8.1 7
C
Kleur: grijs, materiaal: beton Aanbrengen in schraal beton
ob15
8.2 19
8.1 47
8.1 07
K
K
8.0 99
8.0 09
K
Opsluitband 100x200 mm K
8.80.1 5506
K
K
K
8.0
8.0
K
K
K
44
82
5
K
K
8.1
8.1
K
8.1
8.1
7.9 6
K
Profiellocatie
Opsluitband 120x250 mm
ob12
K
82
07
8.0
1
K
K
8.2 01
K
60
8.1
7.8
04
K
K
2
K
K
8.1 018
8.0 5
8.0 97
8.1 2
7.8
K
K
K
8.0 25
8.1 51
K
K
8
K
K
p
K
8.1 20
8.1 09
8.1 7
5
K
9
8.1 32
2%
8.0
8.1 1
6
K
60
8.2
34
01
8.4
K
8.1 46
9
8.3
3
K
K
24
8.0
Lo o Lo 20 fboo m 2 ofbo om Lo 0 30 ofbo om
K
8.0 1
2%
om
m
8.1 12
Smitskam
92
fbo
Kantopsluiting ob10 K
Lo 8 20 of.b1o0 o
327
0 1.5
E
8.2
93
8.1
84
13 8.0
7.8
8.0
8.1
0 1.5
K
8.0
8.1
8.0
8.1 01
K
K
53
07
Lo 20 ofbo om Lo 30 ofbo Lo om o 30 fbo om Lo 20 o
8.0 62
K
K
7.9
7.9
63
8.0 9
A A' Nieuwe situatie
8.1 5
8.1 3
2
9
18
BestaandeKhoogte t.o.v.K NAP Nieuwe hoogte t.o.v. NAP
+9.20
K
34
69
45
K
78
8.0
8.0
7.8
K
8.0
76
8.1
K
8.0
7.8 47
g
8.1 7 8.1 02
7.8 65
7.9
K
B
K
38
81
7.8
ob15
7.8
8.0
K
8.883
8.0 32
8.0 37 8.0 19
93
8.0
K
1
K
K
47
g
7.8
K
7.9
K
8.0
.jp
0
.jp
8.0 99
K
7.8
Maatvoering
K
547
Pro
K
Pro
K
E'
38
49
8.0
K
8.0
7.8
33
26 _
ob15 +8.10
K
8.1 10
8. 8.1 WI 159 59 N_ 20 24 11 11 _1 6.0 2 _ PV 9 32 30 C _4 0 8_
K
K
7.8
0_
1
7.8 8
4
2_ 4
K
36
7.8 3
8.0
2%
K
K
K
8.0 58
5.8 Be 7 60 ton 0
5.9 Be 1 60 ton 0
K
7.8 5
1.50
K
92
5.20
K
7.8 7.9
.00
1
7. N 999 WI iet te N_ op 20 en 24 en 11 11 _1
.00
K
7.8
R6
84
02
7.8 53
D
K
K
7.8
79
75
8.0 59
8.1 36
8.0 00
+8.02
8.0 2
7.6
8.0 70
8.1 66
0.80
64
+8.15
R10
7.8 3
7.7 13
0
7.7
K 7.8
7.6 4
2%
K
7.8 28
K
7.9 47
8.0 72
7.9 04
5.20
K
992lu
+8.10 ob15
K
1
6
2%
1
7.8
ob15
2%
7.8
K
8.0 65
7.8 81
9
8.0 4
+8.07
2%
1.50 1.50
K
4.95
K
8.0 6 7.8 0
2%
+8.02
08
22
7.7 51
2%
E
992lu
K
K
C
7
K
7.7 19
1.50 1.50
K
Verlengen talud t.b.v. aansluiten rijbaan op bestaand maaiveld, i.v.m. opvangen hoogteverschil
7.7
K
7.6 67
4
97
K
K
7.9 87
7.5 78
01
K
Conform ontwerp Hodes
7.8 32
7.5 4
43
7.8
K
7.6 99
7.8 86
7.7 1 7.
7.7
4
5
7.8 83
7
K
7.6 3
K
7.5 19
7.4 8
7.8 2 7.7 78 7 .76
K
7.6 01
7.8 38
7.4
K
6
26
K
K
2
7.4 6
7.4
Nieuwe bebouwing en terras
7.8 5
K
7.5 5
7.4 38
7.4
K
K
7.3
Bestaande situatie
K
K
1
K
K
K
K
7.7 6
7.6 2
P
7.4 5
K
7.5
K
7.6 7
7.7 1
89 P
6
K
4
7.4
7.3
0
K
K
K
7.3
7.3
1
7.5
97
6
K
7.4
62
7.5 0
Kadastrale grens
1
7.6 4
K
K
2
K
7.4
7.4
7.7 4
7.6 4
K
K
K
K
B
4
7.4
K
A
7.6
K
K
7.6
Algemeen
K
K K
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
R
K
2
3
4
5
6
7
8
9
10
K
1
11
12
13
5.2014
15
16
17
18
19
20
K
21
K
22
ob15
K
K
K
LEGENDA Algemeen
K
K
8.0
9 0
K
A
7.9
5
16
8.1 68
Kadastrale grens
K
K
K
7.9
8.0
45
84
8.1
Werkgrens
8.2 7
7.9 24 8.1 1
24
K 8.0 55
8.0 39
A
23
20
8.1 37
8.0
K
74
Bestaande situatie
2
8.2 75
8.0 86
K
K
8.0 25
8.1
5
Nieuwe bebouwing en terras Conform ontwerp Hodes
7.9 81
K
Blad 1 K
K
B
Blad 1
7.9 19
22
B
Blad 2
7.9 2
K
9
7.9
8.883
Bestaande hoogte t.o.v. NAP
+9.20
Nieuwe hoogte t.o.v. NAP
71
8.0
+8.10
1% 2% 1%
2.50
tb13/15
22
K
K K
1:3
+8.10
1:3
8.1 04
8.0 81
41
22
8.0 0
14 20
0.80
+8.20
47
+8.17 +8.12
1.00
+8
+8
.14
8.1 20
480lu
1.00 7.9
0.40 0.40 1.30 2.10
2% 2%
8.2
25
66
7.9 37
+8.14 +8.20
1:5
8.0 5
K
6
VWA-inspectieputdeksel
8.2 2
02
+8.40
7.9
74
8.0
33
Blok H
L
K
K 8.3
Op niveau brengen VWA-inspectieputdeksel 8.1 28
8.0
06
0
1:3
+8.10
K
K
7.8
1:3
+8.60
+8.10
+8.40
8.1
30
Wadi
50
Blok G
K
Afwatering en riool
+8.14
1.00
Blok F
Opstelplaats brandweer
8.3 0
+8.10
+8.60
K
1:3
+8.10
1:3
K
K
78
10
Armatuur: LIGHTRONICS BV, Type : Ceder A2-PA01-32LED-2700K-2000LM-12.5W Locatie conform BOPA Nederlands licht Licht afstellen op 480- of 992 lumen
K
K
48
8.1
Lichtmast, 4m paaltop
992lu
K
K
K
+8.40 8.2 64
8.2
1:4
480lu
8.0 37
480lu
8.0 47
Blok E
8.2
10
+8.
.20
4
+8.40
8
Locatie indicatief
8.1 09
1:4
.10
+8
Afvalcontainer Circulus
8.2 1
.14
7.9 7
8.2
8.0
60
+8
47
D'
8
+8.
+8.40
J
brandput
BR
K
ob12
89
K 8.3
7.8
73
+8. +8. 14 10
+8.
8.1 32
8.0 28
+8.10
1:3
2% 2% 2.50
.10
00
1:3
ø76 mm, driekant, kleur: wit/rood
K
+8
8.1
Blok D
1:3
Afzetpaal klapbaar met voetplaat
K
9
K
K
K
L
7.9 2
+8.10
62
65
+8.10 +8.14
8.1
8.1
Type n.t.b.
8.1 9
7.9
8.1
+8.22
Fietsnietje
8.0 26
7.9 84
Speeltoestel
Balanceerconstructie en speelhuis van natuurlijk materiaal zoals hout Geen plastic, felle kleuren of glimmend metaal, conform stedenbouwkundig plan
8.0 87
+8.14
8.2
480lu
0.80
9
ob12
Terreininrichting
+8.20
1.00 +8.12 +8.17
Materiaal: beton, kleur: grijs Aanbrengen conform voorschriften leverancier
8
R10.00
H
Pennenmat t.b.v. bescherming talud wadi
8.0 9
R10.00
K 7.8
+8.40
Betonstraatstenen keiformaat, elleboogverband, kleur: grijs 50 mm straatlaag, 200 mm zand voor zandbed
8.0 6
2.10 2% 2%
ob 12
80
4.10
K
K
+8.17 +8.12
1:3
12
+8 .25
Blok C
8.1
0.80
ob12
5
480lu
57
2.50
8.2
56
8.0
Voetpad t.p.v. vuilcontainers:
K
8.1
D
4
7.9
8.1
69
Betontegels 500x500x60 mm blokverband, kleur: grijs 50 mm straatlaag, 200 mm zand voor zandbed
8.0 13
K
+8.20
K 8.1
1:3
7.9 77.5.98 9450 4
BR
9
K
K
+8.20
7.9 25
0.80
8.1 4
+8.1480lu 0 +8.12 +8.17
ob12
00
8.1 14
2% 2%
K 8
2% 2%
R10.
Toegangspaden woningen:
8.0 5
55
19
4
+8.
0.80
Nieuw zand
8.0 77
8.0
1:3
2.10 1.30 0.40
8.2
8.0
Toekomstig voetpad:
7.9 84
ob 12
+8.60
1:3
K
K
K
6
435
Achterhoekpadvast 150 mm 250 mm menggranulaat 4/31.50 mm, inpakken in geotextiel Zand voor zandbed tot vaste laag
K
2
4.10 2.50
G
Voetpaden: halfverharding
8.0
R10. 00
99
K
K
7.8
8.0
Betontegels 300x300x60 mm halfsteensverband, kleur: grijs 50 mm straatlaag, 200 mm zand voor zandbed
K
K
K
K
1
329
Voetpad t.p.v. berging:
K
K
K
K
8.2
7.7
8.0
Grasbeton 400x400x120 mm, Type W/Rona pasverbandblok 80 (vlak), kleur: grijs 50 mm inveegsubstraat met Heicom stablegreen medium 250 mm Heicom stablegreen heavy
7.9
K
K
8.1
8.2
J
Verbreding voetpad t.b.v. brandweer:
1:5
73
F
Parkeren:
52
8.1
8.0
Straatbakstenen keiformaat, stromenverband, kleur: roodbruin genuanceerd 50 mm straatlaag 250 mm menggranulaat 0/31,5 mm Zand voor zandbed tot vaste laag
86
8.1
58
10
Rijbaan, schijnmolgoot 5-streks:
7.9 5
23
8.1
H
Betonstraatstenen keiformaat, elleboogverband, kleur: geel 50 mm straatlaag 250 mm menggranulaat 0/31,5 mm Zand voor zandbed tot vaste laag
8.1 15
8.1
65
K
Grasbeton, Struykverwo infra - Hydro Lineo 40 grijs met scheidingsstreep betonstraatstenen keiformaat wit 50 mm inveegsubstraat met Heicom stablegreen medium 250 mm Heicom stablegreen heavy
9
8.1
K
Voetpad t.b.v. ontsluiting:
1:5
8.0 5
8.0
7.8 3
E
K
Betonstraatstenen keiformaat, keperverband, kleur: grijs 50 mm straatlaag 250 mm menggranulaat 0/31,5 mm Zand voor zandbed tot vaste laag
7.8 4
7.9
97
K
Rijbaan:
K
K 1
+8.20
K 8.2
+8.20
+8.22 +8.32
+7.70 Oppervlakte: 3984.6 m2 Inhoud: 1065.0 m3
8.0 31
+8.12 ob12 +8.17
K
ob12 +8.17 +8.12
86
Straatbakstenen keiformaat, keperverband, kleur: roodbruin genuanceerd K straatlaag 50 mm K 250 mm menggranulaat 0/31,5 mm K Zand voor zandbed tot vaste laag K
8.0 40
7.8 8
Blok B
8.1
Rijbaan:
K
K
K
+8.40
70
K
8.0 4
0 +8.1 .14 +8 .20 +8 14 . +8
9
480lu
Verhardingen
K
8.0 40
44
17
8.1
2.85
+8.20 +8.30
8.0 42
8.1 3
25
7.8 1 7.9 20
+8.10
1.00
8.1
7.8 4
4
16
8.0
tb13/15
2%
4.80
+8.15
8.0 37
8.1
4.80
vb1 992lu
K
Straatbakstenen keiformaat, kleur: roodbruin genuanceerd Aanbrengen in schraal beton Fundering conform rijbaan
K
+8.2
6.00
+8.20
8.0 32
2.00
8.1 8.1
7.9
+8.14
33
7.8 5
8.0 4 7.9 0
Molgoot 5-streks
mg5
7.9 7 7.9 2
7.9 8
8.0 12
mg5 ob15
8.0
8.0
Blok A
2.10
G
R0 +8.20 +8.30 tb13/1 5
+8.14
+8.40
3
0
2.50
8.0 38
+8.20
7.9 7
96
3
7.7
+8.15
R1 .00
+8.14
+8.14
29
R
+8.15
7.9 94
0.50
0.40 0.40 2.10 0.50 1.30
2% 2%
+8.20
2.85 .30
8.1
8.0 52
+8.60
0
48
+8.20
4
B'
0
K
K
8.1
7.7
7.9
56
74
K
F
8.1
ob15
0 1.0
7.9 97
Kleur: grijs, materiaal: beton Aanbrengen in schraal beton
K
K
8.1
+8.14
8.1 9
1.00
64
40
2.5 0 1.20 4.9 2% 0 2%
ob15 mg5
2.85
0.40 0.4 0 2.10
K
8.1
05
1.20
BR
+8.15
2.50
D
Verloopband tb13/15 naar ob15
K
K
8.2
8.2 17
+8.20
Kleur: grijs, materiaal: beton Aanbrengen in schraal beton
vb1
.00 R1
K
+8.14
+8.20 tb13/15 +8.30 +8.14
992lu
0
K
+8.20
+8.15
.0 R4
+8.14
8.1
1:3
2% 2%
4.80
4.80 0.50
992lu
2.85
.30
0
5
2.50
R0
K
8.1
+8.20
+8.15
2.50
Trottoirband 130/150x250 mm
K
K 7.6
S2 7.9 X= 78 Y= 210 Z 46 66 IM=8.097711 0.41 5 G . IM _2 8 888 G_ .jp 3.j g pg
mg5 ob15
tb13/15
0.80
vb1
19
48
0
+8.20
C'
+8.20 +8.30
22
8.1
R4.0
2.85
+8.30 +8.20
K
94
09
R
+8.15
Kleur: grijs, materiaal: beton Aanbrengen in schraal beton
992lu
tb13/15
1:5
8.1
8.1
44
1.00
1
Opsluitband 150x250 mm
tb13/15
28
7.9 5
Kleur: grijs, materiaal: beton Aanbrengen in schraal beton
ob15
7.9 59
7.9 83
0
K
E
2.50
4
15 ob
Opsluitband 120x250 mm
8.0 18
R1.0
2.85
8.1 8.1
ob15 mg5
7.9
0
1:3
mg5 ob15
8.1
07
R1.0
1:3
+8.10
+8.60
K
+9.10
+8.60
+8.10
K
1:3
+8.15
2.85 8.0
8.0 8
6.00
K
K
1:3
2.50
.00 R10
K
2.00
3
+8.10
1.00
+8.32 tb13/15 +8.22
+8.20
00 R1.
tb13/15 +8.30 +8.20
Kleur: grijs, materiaal: beton
8.1 71
8.0 9
1:3
1
+8 .21 992lu +8.15
2.50
9
.30 R0
8.0
4
2.85
8.0 6
C
Opsluitband 100x200 mm
ob12
+8.60
ob15
7.6
1
1.20
ob10
.30
7.8
Berging +8.25
R0
31
9
7
7
+8.20
8.0 4
+8.21 +8.15
B
K
7.9
34
0
K
D
ob15 mg5 +8.15
3 R0.
K
8.0
8.0 1
1.20
06
40
8.0 4
C
51
Berging +8.25
2
78
+8.60
8.0
+8.15
Kantopsluiting ob10
8.0 18
7.8
4.80
8.0
8.0
7.9 9
Berging +8.25
1.20
K
K
90
+8.20
7.9 5
ob10
7.8 71
0.50
Berging +8.25
992lu 7.9
+8.20
7.9
5
Profiellocatie
A A' Nieuwe situatie
1
1:3
K
8.0
+8K .15 8
7.9
6
8.0 1
1.50
2%
2% 2% 1.30 2.10
83
vb1
7.9
5
vb1
+8.20
18
8.0
4.80
2
7
K
ob1 2
7.7
2
5.20
2%
8.1 3
8.0 92
67
2
01
7.9
ob10
+8.15
ob1 2
7.9
8
7.9
K
+8.2
7.6
K
K
Deventerweg
K
7.7
K
+8.15
A'
7.8
1.00
4
2%
ob10
1:3
K
5
73
0.80
K
7.8
8.0
vb1
7.8
vb1
5
0
C
K
7.9
7.9
8
1.50 1.50
K
7.7
+8.65
K
ob15
K
4%
0
1.20
K
7.8 1
1.50
5
7.7
6
992lu
K
K
7.7
3
8
8.0 96
+8.15 ob1 5
K
7.7
7.8
1.20
CAI P
8.1 64
+8.20
077.8 6
8.1 5
K
P
7.9
4
A
+8.15
8.1
ob1 5 +8.15 +8.12
com
92
K
K
7.9 0 7.82 7
Maatvoering
8.1 20
7.9
Blad 2
4.95
8.1
83
4 8.2 4
6
K
+8.10
2
06
8.2 8.2
44
HWA-uitstroomput
8.2 2
1:3
K
65
K
K
8.2 5
8.2
8.1 53
8.2
89
8.1 42 8.0 34
HWA-inspectieputdeksel
K
+8.60
K
K
+8.10
K
15
M
HWA-kolk
37
95
66
1:5
8.2
1:5
Soorten n.t.b.
8.1 2
67
9
Ruiggras met bloem- en kruidenmengsel
8.0 85
K
K
8.0 9
5
Aanbrengen door derden, soorten n.t.b.
K
8.0 5
N
K
N
K
K
8.2
81
101-2
Gras met bloemmengsel
K
K
K
8.2
Groen
+8.10
86
ITR-inspectieputdeksel
1:5
K
+8.10 8.2 57
8.1 5
+8.60
8.2 09
K
4
8.1
1:3
45
6
K
8.0
1:3
K
K
7.8
8.3
M
Straatkolk 300x450 mm
1:3
8.0
K
8.0 8.0
K
Beplanting
8.0
93
8.1 5
Aanbrengen door derden, soorten n.t.b.
3
8.1
94
K
8.2
57
K K 9
46
0
13
8.2
55
21
8.0 1
- Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P.
9
K
8.0 97
- Maten in meters tenzij anders aangegeven
8.0
- Materialen in millimeters tenzij anders aangegeven
K
67
8.0
- Alle maten dienen in het werk door de aannemer te worden gecontroleerd
96
K
K
8.1
P
K
P
Opmerkingen :
Bestaande boom
8.0 1
K
K
K
8.2
1:5
Aanbrengen door derden, soorten n.t.b.
K
+7.70 Oppervlakte: 3984.6 m2 Inhoud: 1065.0 m3
8.2
9
K
K
8.3
7.7
8.0
Heesterbeplanting
8.2 3
- Hemelwater woningen wordt opgevangen middels infiltratiekratten
29
K
8.1
51
88
8.1
K
K
81
K
7.9
8
78
8.1
8.1
4
78
18
K
8.2
13
1:5
8.1
8.1
Wijzigingen:
K
Uitgave:
K
8.1 4
8.1
12-03-2025
FVW
RKL
B
Type bergingen gewijzigd
24-04-2025
FVW
BHU
C
Locatie brandhydrant gewijzigd n.a.v. overleg / mail + opstelplaats brandweer toegevoegd
24-04-2025
FVW
BHU
K
K
K
8.0 14
8.0
K
1:5
17
8.0 8
Opdrachtgever:
K
8
Gemeente Lochem
8.1 2
K
K
K
K
K
22
8.2
K
K
K
K
34
8.1
8.1
8.2
2
K
K
8.2
16
K
K
K
P
4
6
K
8.1
93
K
K
K
K
8.1
K
06
K
8. 8.2 06 3
8.0 5
P
K
8
K
K .105
K
P
K
K
K
8.1 74
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K K
K
K
8.1
K
37
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
1:200
Project:
Formaat:
Opvanglocatie Oekraïners Gorssel K Onderwerp:
Getekend:
K
Teknr.:
FVW
K
Datum: K
14-02-2025
K
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
K
4
K
3
Fase:
Bestek Concept Postbus 50 7000 AB Doetinchem The Netherlands T: +31 315 84 36 50 www.venf.com
K
K
2
303-02
Status:
K
K
K
K
K
1
24-112
A0
K
K Nieuwe situatie bovengronds
K
K
K
R
K
K
8.2
43
P
Q
Projectnr.:
K
8.1
S1 X= Y= 210 Z= 467 721 IM 8.20 629. .175 IM G_1 3 430 G.j .jp pg g
9
Schaal:
K
Q
8.0 6
8.1
Gecontrol.:
Diverse wijzigingen n.a.v. overleg en diverse mails
9
P8
Getekend:
A
8.0 6
8.1
Datum:
23
24
R
Kenmerk
Bijlage 2
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Archeologisch inventariserend- en booronderzoek
Rapport 6482
ZUTPHENSEWEG TE GORSSEL
F.P.J. van Puijenbroek
Zutphenseweg te Gorssel, gemeente Lochem Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
F.P.J. van Puijenbroek
Colofon ADC Rapport 6482 Zutphenseweg te Gorssel, gemeente Lochem Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur(s): F.P.J. van Puijenbroek In opdracht van: Tauw B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 26 september 2024 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status rapportage: versie 1.0 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: M. Hanemaaijer
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114 3812 PN Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methode 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling 3.2 Methode 3.3 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.4 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlagen
5 7 10 10 10 10 29 31 31 31 32 33 35 36 37 38 39
Tabel 1. Overzicht van de verschillende perioden.
Samenvatting In opdracht van Tauw B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in september 2024 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Zutphenseweg te Gorssel. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van flexwoningen aan de Zutphenseweg te Gorssel, gemeente Lochem. Ten tijde van onderhavig onderzoek zijn de exacte plannen, waaronder de verstoringsdiepte, nog niet duidelijk. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de aanwezigheid van een plaggendek binnen het plangebied. Onder het plaggendek kunnen de archeologische waarden intact zijn gebleven aangezien het plaggendek als buffer dient voor moderne diepe verstoringen. Deze hoge verwachting geldt voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Middeleeuwen met, vanwege vondsten nabij het plangebied, een nadruk op de IJzertijd. De archeologische waarden liggen naar verwachting onder het plaggendek waarvan de dikte is bepaald in het veldonderzoek. Om bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is in het een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens dit booronderzoek is inderdaad een plaggendek aangetroffen. Onder het plaggendek is een intacte inspoelingshorizont aangetroffen in alle boringen.
De hoge archeologische verwachting zoals opgesteld in het bureauonderzoek kan daarmee worden bevestigd. ADC ArcheoProjecten adviseert om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
5
Afb. 1.
Locatie van het plangebied.
6
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Tauw B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in september 2024 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Zutphenseweg te Gorssel (afb. 1 en afb. 2).
Afb. 2.
Luchtfoto van het plangebied.
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van flexwoningen aan de Zutphenseweg te Gorssel, gemeente Lochem. Ten tijde van onderhavig onderzoek zijn de exacte plannen, waaronder de verstoringsdiepte, nog niet duidelijk. Voor de ontwikkeling is een buitenplanse omgevingsplanactiviteitvergunning (BOPA) vereist. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De Omgevingswet brengt regelgeving over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water samen in één wettelijk stelsel. De wet vormt daarmee de basis voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In deze wet zijn de bestemmingsplannen vervangen door een enkel omgevingsplan voor de hele gemeente en is ook de beheersverordening uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen. In het omgevingsplan van de gemeente Lochem zijn de archeologische beleidsregels nog niet verwoord. In het tijdelijke omgevingsplan zijn de oude bestemmingsplannen opgenomen. In het voormalige vigerende paraplubestemmingsplan archeologie heeft het plangebied de Waarde Archeologie 5. Volgens de regels in het bestemmingsplan is archeologisch onderzoek verplicht bij verstoringen groter dan 250m2 en dieper dan 30 cm -mv.
Omdat bij de realisering van de plannen deze vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied
7
voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. Op de gemeentelijke verwachtings- en beleidsadvieskaart ligt het plangebied binnen een zone met een hoge verwachting.1 Deze verwachting is gebaseerd op de ligging op een plaggendek (afb. 3).
Afb. 3.
Gemeentelijke verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Lochem
In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.2).2 De gemeente Lochem heeft aanvullende richtlijnen vastgesteld. Behalve de protocollen van de vigerende KNA zijn de richtlijnen van de gemeente Lochem gevolgd.3
1
Van Heeringen et al., 2012
2
SIKB 2024.
3
Pape-Luijten 2019.
8
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:
Tauw B.V. Suzanne Swenne Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer suzanne.swenne@tauw.com Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Realisatie flexwoningen Zutphenseweg Gorssel Lochem Gelderland 322 Gorssel E 8199 33F 8700 m2 210.653 / 467.734 (NW) 210.755 / 467.785 (NO) 210.700 / 467.668 (ZW) 210.792 / 467.716 (ZO) Dhr. A. de Bert 0573-289222 a.debert@lochem.nl Postbus 17 7240 AA Lochem Regio Archeoloog Stedendriehoek Apeldoorn Brummen - Epe - Lochem - Voorst H. Pape Postbus 9033 7300 ES Apeldoorn 06-11707200, h.pape@apeldoorn.nl nog niet bekend 5637977100 002612 F.P.J. van Puijenbroek S. Posthuma M. Hanemaaijer september 2024 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
fase(n) AMZ-cyclus:
aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:
bevoegde overheid met contactgegevens:
deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:
goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur(s): projectmedewerker(s): autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:
9
2
Bureauonderzoek 2.1
Doelstelling en vraagstelling
Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: - Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? - Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
2.2
Methode
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.2 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, op basis waarvan een gespecificeerde archeologische verwachting wordt opgesteld. Deze kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.