Documenten vergunningsaanvraag2
Tekst van het document
2.3
Resultaten
2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Gorssel. Het wordt begrensd door de contouren van het oppervlak van de geplande flexwoningen. Het plangebied bevindt zich op kadastraal perceel E 8199 en wordt aan de westkant begrensd door de N348. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland. Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 500 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. In het plangebied zullen flexwoningen worden gerealiseerd (afb. 4). Ten tijde van onderhavig onderzoek zijn de exacte plannen nog onbekend, waaronder de verstoringsdiepte.
10
Afb. 4.
Toekomstige situatie in het plangebied
De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. 2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Tabel 2. Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Bron
Informatie
Geologische kaart 2021 4
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Geomorfologische kaart, schaal 1:50.0005
5L51 – Complex van dekzandwelvingen
Bodemkaart, schaal 1:50.0006
zEZ21 – Hoge zwarte enkeerdgronden
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)7
Ongeveer 8.0 tot 8.3 m +NAP
4
dinoloket.nl/ondergrondmodellen.
5
BRO 2023.
6
BRO 2023.
7
ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.
11
Het plangebied ligt landschappelijk gezien ter plaatse van zandgebied ten oosten van het IJsseldal. Het IJsseldal is een tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, nabij de zuidelijk rand van de maximale ijsuitbreiding gevormd glaciaal bekken, dat in latere perioden is opgevuld. 8 Uit geologische en archeologische boringen in het plan- en onderzoeksgebied blijkt dat de ondiepe ondergrond hoofdzakelijk uit dekzand bestaat. Dekzand is een tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 11.700 jaar geleden), gevormde windafzetting (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel).9 In de afzetting van het dekzand zijn meerdere fasen te onderscheiden die samenhangen met klimaatswisselingen in het Weichselien. In begin van het Weichselien was er nog vrij veel vegetatie, waardoor de zandverstuivingen slechts een lokaal karakter hadden. In het Pleniglaciaal (Midden-Weichselien) was de vegetatie vrijwel verdwenen, waardoor door de wind veel bodemateriaal verplaatst kon worden. Door sneeuwsmeltwater traden tevens uitgebreide verspoelingen op. Deze afzettingen bestaan uit min of meer gelaagde zanden, al dan niet met leemlagen en/of planten- en houtresten. Dit wordt ook wel ‘Oud Dekzand’ genoemd. In het Laat-Glaciaal (Laat-Weichselien) werd opnieuw op grote schaal dekzand gevormd. Het is afgezet in de vorm van vrij hoge ruggen en koppen.
De goed gesorteerde, weinig gelaagde afzettingen worden ook wel ‘Jong Dekzand’ genoemd en vormen vrijwel overal het huidige oppervlak. De dikte is veelal minder dan 1 m; naar beneden gaat het met een onscherpe grens over in het Oud Dekzand. In het Jong Dekzand kunnen soms sporen van bodemvorming uit het Allerød (13.900 – 12.850 BP), een warme periode binnen het Laat-Glaciaal die archeologisch in de laatste fase van het LaatPaleolithicum viel, worden aangetroffen. Deze manifesteren zich als een grijswitte laag met houtskoolresten en wordt ook wel de Laag van Usselo genoemd. Aan het eind van het Weichselien en in het begin van het Holoceen, het huidige geologische tijdvak (11.700 jaar geleden tot heden), nam de vegetatie toe, waardoor de verplaatsing van zand door de wind steeds minder werd en het zachtglooiende dekzandreliëf werd vastgelegd. In de top van het dekzand kon zich een humeuze bodem ontwikkelen. Onder invloed van regenwater heeft uitspoeling en inspoeling van mineralen plaatsgevonden uit de humusrijke toplaag. Hierbij hebben podzolgronden zich kunnen vormen. Aangezien het vormen van podzolgronden een dergelijk langdurig proces is wijst de aanwezigheid van een podzol op een onverstoorde bodem waar bewoning zich op kon vestigen.
De dekzandwelvingen waar het plangebied op ligt volgens de geomorfologische kaart waren bewoonbaar aangezien deze hoger in het overwegend natte landschap lagen. Wel waren deze gronden door de uitspoeling van nutriënten na verloop van tijd verminderd vruchtbaar. Daarom werd gebruik gemaakt van de plaggenbemesting. Hierbij werden plaggen gestoken en deze werden vermengd met mest uitgereden op de akkers. Naast dat dit zorgde voor een verbeterde vruchtbaarheid had het ook tot gevolg dat de akkers waar de plaggen over werden uitgereden langzaamaan steeds hoger kwamen te liggen. Door de plaggenbemesting kan er wel een humeuze aanrijkingshorizont van een meter of meer ontstaan. Indien er sprake is van een aanrijkingshorizont van meer dan 50 cm is er sprake van een hoge enkeerdgrond. Het plangebied heeft op de bodemkaart ook een kartering als zodanig. Enkeerdgronden hebben een hoge archeologische verwachting omdat het archeologisch niveau vaak te diep zit om door moderne ploegwerkzaamheden te zijn verstoord en omdat deze gebieden vaak al geruime tijd voor de start van de plaggenbemesting werden gebruikt.
8
Stouthamer et al. 2015.
9
Ondergrondgegevens | DINOloket, boringen B33F0551, B33F0550 en B33F0128.
12
Afb. 5.
Het plangebied op de geologische kaart 2021 (DINOloket.nl)
13
Afb. 6.
De geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (Alterra 2008)
14
Afb. 7.
Het plangebied op de bodemkaart van Nederland (Alterra 2014)
15
Afb. 8.
Het plangebied op de kaart van het actueel hoogtebestand Nederland (AHN4)
16
17
2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden In het onderzoeksgebied bevinden zich geen behoudenswaardige archeologische terreinen (AMKterreinen)(afb. 9. ).
Afb. 9.
Het plangebied op een kaart met AMK -terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties indien van toepassing uit Archis3.1 (RCE 2024).
In het Archeologisch Informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Archis3.1, staan binnen het onderzoeksgebied twee vondstlocaties en zes archeologische onderzoeken geregistreerd (tabel 3 en tabel 4). Tabel 3. Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied Archis 3.1 Archis3.1 zaakidentificatie vondstlocatie
Omschrijving
Datering
3078068100
Vuurstenen artefacten waaronder onbekende aantallen afslagen, schrabbers, spitsen, kernen en klingen.
Mesolithicum t/m Neolithicum
2041007100
1066795
In 1835 is hier een dubbele grafheuvel opgegraven en zijn er Late urnen aangetroffen. Mogelijk horen deze twee bij elkaar. Bronstijd t/m Vroege IJzertijd
18
Tabel 4. Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied Archis 3 Soort onderzoek zaakidentificatie
Resultaat
Advies
2041007100
Archeologische inventarisatie
Een gebied van ongeveer 125.000 hectare is geïnventariseerd.
Niet van toepassing
2152626100
bureau-/booronderzoek Plangebied Grooterkamp.
het plangebied is vrijgegeven
Tijdens het booronderzoek is een plaggendek aangetroffen, de top van de natuurlijke ondergrond is verstoord.10 2348517100
bureau-/booronderzoek Kamperweg en Lindeboomweg te Gorssel.
het plangebied is vrijgegeven
In beide deelgebieden is de ondergrond verstoord geraakt. Er zijn geen veldpodzolbodems meer aanwezig. 2373498100
bureau-/booronderzoek Hoofdstraat 28 te Gorssel
het plangebied is vrijgegeven
Het verwachte plaggendek is niet aawezig. Daarnaast is de top van de C-horizont verstoord geraakt. 3295261100
bureau-/booronderzoek Groeneweg, Gorssel
het plangebied is vrijgegeven
Tijdens het booronderzoek is een plaggendek van 70 cm dikte aangetroffen met daaronder een begraven akkerlaag. Het karterende deel van het veldonderzoek (naboren met de megaboor en het graven van een profielputje) leverden echter geen archeologische indicatoren op. 5382461100
bureau-/booronderzoek Hoofdstraat 8 te Gorssel.
Onbekend
Er is geen rapportage beschikbaar, maar wel de eerste bevindingen, deze luiden: Deels intact plaggendek maar geen indicatie voor een vindplaats
In het onderzoeksgebied zijn in totaal 6 archeologische onderzoeken uitgevoerd. De vijf die als relevant kunnen worden bestempeld zijn allen bureau-/booronderzoeken. In alle gevallen is er sprake van een hoge archeologische verwachting direct onder het plaggendek. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is besloten of er wel of geen vervolgonderzoek nodig was. Dit gebeurde meestal op basis van de aanwezigheid van verstoringen in de top van de C-horizont. Circa 120 meter ten oosten van het plangebied ligt de woonwijk Gorssel Grooterkamp. In deze nieuwbouwwijk is in 2007 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Hierop werd deze wijk archeologisch gezien vrijgegeven.11 Toch zijn er tijdens de bouwwerkzaamheden in totaal 3683 fragmenten aardewerk, 89 fragmenten vuursteen, 107 fragmenten natuursteen, een botfragment en 15 metalen artefacten door vrijwilligers van de AWN verzameld tijdens een noodopgraving.12 Ook is er een structuur gevonden die als huisplattegrond kan worden geïnterpreteerd. De profielen die tijdens de bouwwerkzaamheden zijn beschreven laten zien dat er onder het plaggendek nog een inspoelingshorizont (B-horizont) aanwezig was in delen van de nieuwbouwwijk, dit in tegenspraak 10
Akkerman 2007.
11
Akkerman 2007.
12
De Kruijff et al. 2019.
19
met het eerder uitgevoerde verkennende booronderzoek. Het vondstmateriaal is onderzocht en had de datering Mesolithicum tot en met de IJzertijd, met de nadruk op de IJzertijd.13 Dat er archeologische waarden zijn aangetroffen in een plangebied dat eerder was vrijgegeven laat zien dat de aanwezigheid van verstoring in de top van de C-horizont niet allesbepalend is voor de archeologische verwachting. Vooral diepere sporen kunnen namelijk onverstoord blijven onder het plaggendek. Daaronder kunnen archeologische waarden van vrijwel alle periodes van voor de Late Middeleeuwen worden aangetroffen.
13
Van den Berg, 2024 (in red.)
20
2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden Tabel 5. Overzicht van de historische situatie Bron
Jaartal
Historische situatie
Kadastrale minuut14
1811-1832
Bouwland
Bonnekaart
1870
Bouwland
Bonnekaart
1900
Bouwland
Topografische kaart15
1924
Bouwland
Topografische kaart
1950
Bouwland
Topografische kaart
1975
Bouwland, met noordelijke helft grasland
Topografische kaart
1990
Grasland
Topografische kaart
2015
Grasland
De oudst bekende bewoningsresten op het grondgebied van de huidige gemeente Lochem komen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Het gaat voornamelijk om vuursteenfragmenten. Het gaat om een beperkt aantal waarnemingen wat kan worden toegeschreven aan de beperkte onderzoeksintensiteit in het verleden. Er zijn een aantal vindplaatsen uit het Neolithicum bekend. Het betreft onder andere vuursteenfragmenten en grafheuvels. Resten vanaf de Bronstijd zijn minder schaars (onder andere urnenvelden en nederzettingsterreinen) wat wijst op intensievere bewoning.16 De bewoning vond met name plaats op de hogere (dek)zandruggen. Een voorbeeld hiervan is dat er op historisch kaartmateriaal een rug is getekend direct ten noorden van de eerder genoemde woonwijk Gorssel Grooterkamp; de vindplaats onder deze woonwijk was gesitueerd op (de flank van) een dekzandrug. Zoals eerde vermeld werd in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd plaggenbemesting uitgevoerd op de dekzandruggen en -hoogtes. In de 13e eeuw zal Gorssel als plaats zijn ontstaan.17 Het plangebied lag ook toen al in het buitengebied van deze plaats. Ook op de oudste geraadpleegde kaarten was het plangebied niet bebouwd. Op de kadastrale minuutplan werd het plangebied door de heer Braakman als bouwland gebruikt. Op al het kaartmateriaal tot 1975 was het plangebied in gebruik als bouwland.
Daarna werd het plangebied in gebruik genomen als grasland. De afwezigheid van bebouwing op het historische kaartmateriaal laat zien dat er een lage verwachting is voor historische bebouwing. Het landgebruik als bouwland in deze regio onderstreept de verwachting op een plaggendek, met mogelijke archeologische waarden van voor de Middeleeuwen onder het plaggendek.
14
beeldbank.cultureelerfgoed.nl
15
topotijdreis.nl
16
Beleidskaart rapport
17
Van Berkel & Samplonius 2007.
21
Afb. 10. Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1811 - 1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl)
22
Afb. 11. Het plangebied op de Bonnekaart uit 1870 (Bureau militaire verkenningen)
23
Afb. 12. Het plangebied op de Bonnekaart uit 1900 (Bureau militaire verkenningen)
24
Afb. 13. Het plangebied op de topografische kaart uit 1924 (topotijdreis.nl)
25
Afb. 14. Het plangebied op de topografische kaart uit 1950 (topotijdreis.nl)
26
Afb. 15. Het plangebied op de topografische kaart uit 1975 (topotijdreis.nl)
27
Afb. 16. Het plangebied op de topografische kaart uit 1990 (topotijdreis.nl)
28
Afb. 17. Het plangebied op de topografische kaart uit 2015 (topotijdreis.nl)
2.4
Gespecificeerde verwachting en conclusie
De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: De ondergrond binnen het plangebied bestaat uit dekzandwelvingen uit het Weichselien. In de top hiervan kan een podzolbodem zijn ontstaan. Hierboven kan vanaf de Late Middeleeuwen eenplaggendek zijn aangelegd die karakteristiek zijn voor het gebied. Onder het plaggendek zijn nabij het plangebied veel archeologische waarden aangetroffen die uit de periode Mesolithicum tot en met de IJzertijd aangetroffen. Het is daarom niet onwaarschijnlijk dat er binnen het plangebied ook een of meerdere vindplaatsen aanwezig zijn. Alleen archeologische waarden uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum zaten aan het toenmalige loopvlak en kunnen zijn doorgeploegd. De archeologische waarden worden verwacht in de top van de inspoelingshorizont (B-horizont) onder het plaggendek, dat een diepte van minimaal 50 cm zal hebben. Er kan echter niet op basis van het bureauonderzoek worden bepaald wat de dikte van het plaggendek is. Alhoewel de diepte van de geplande ingrepen nog niet bekend is, kan worden gesteld dat archeologische waarden binnen het plangebied bedreigd worden door de geplande werkzaamheden. Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken: Tabel 6.
Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied
29
Karakteristiek
Omschrijving
datering:
Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen
complextype(n):
Nederzetting, kampement, begravingen en infrastructuur
omvang:
Onbekend
landschappelijke en/of geologische context:
plaggendek op dekzandwelvingen
diepteligging:
Top van de C-horizont, dat onder het plaggendek kan liggen. Maximaal 1 m -mv.
locatie:
Hele plangebied.
soort vindplaats:
Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing
uiterlijke kenmerken:
Intacte podzol onder een plaggendek waarvan de top geroerd is.
conservering:
Matig, hoewel de aanwezigheid van een podzol kan wijzen op een onverstoorde laag blijven omstandigheden archeologische resten in aerobe niet altijd in goede staat bewaard. Dit vanwege de mogelijkheid dat microorganismes de waarden hebben aangetast.
wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Ja
De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren (zie hoofdstuk 3).
30
3
Inventariserend Veldonderzoek 3.1
Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde archeologische gespecificeerde verwachting (zie § 2.4). Het verkennend booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: - Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? - Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? - Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
3.2
Methode
Het inventariserend veldonderzoek bestaat uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met de aard en de diepte van de geplande ingrepen. Op 3 september 2024 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Het PvA is ter beoordeling voorgelegd aan H. Pape, Regio-archeoloog Stedendriehoek en op 3 september goedgekeurd. Voor het beantwoorden van de genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: Tabel 7. Beschrijving van de onderzoeksmethode aantal boringen:
6
boorgrid:
Geen
diepte boringen:
Tot minimaal 30 cm in de C-horizont, maximaal 2 meter -mv.
boormethode:
Edelmanboor met diameter 7 cm (handmatig)
waarnemingstechniek: versnijden en/of verbrokkelen
De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 510418 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus19 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een RTK-DGPS met een nauwkeurigheid van 1 cm.
18
Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.
19
De Bakker et al. 1989.
31
Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, is het opgeboorde sediment wel gecontroleerd op het voorkomen van archeologische vondsten en indicatoren zoals houtskool, verbrande leem en fosfaat. Deze zijn opgenomen in de boorbeschrijvingen. Tijdens het veldonderzoek zijn geen monsters genomen.
3.3
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
3.3.1 Lithologische en bodemkundige beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 18. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1.
Afb. 18. Boorpuntenkaart De natuurlijke onverstoorde afzettingen zijn aanwezig vanaf een diepte van 45 tot 65 cm -mv (7,5 tot 7,8 m +NAP). Deze afzettingen bestaan uit matig siltig matig fijn of grof zand met incidenteel een stukje fijn grind. Ook zijn er roestvlekken in het natuurlijk sediment aangetroffen. Vanwege de aanwezigheid van silt en grind kan het sediment als fluvioperiglaciale afzettingen worden geïnterpreteerd. Fluvioperiglaciale afzettingen zijn tijdens de vorige ijstijd afgezet door sneeuwsmeltwaterstroompjes en liggen vaak lager dan de omliggende dekzandruggen. In het natuurlijke sediment zijn (resten van) wortels aangetroffen; deze zullen afkomstig zijn van diepwortelende gewassen binnen het plangebied.
32
De top van het natuurlijke pakket kent bodemvorming in de vorm van een bruine humeuze inspoelingshorizont (B-horizont). Deze inspoelingshorizont reikte tot een diepte van maximaal 65 tot 80 cm -mv (7,2 tot 7,5 m +NAP). Er is dus 5 tot 25 cm over van deze horizont. Een inspoelingshorizont is bewijs dat er bodemvorming binnen het plangebied heeft plaatsgevonden. Dat de inspoelingshorizont nog steeds aanwezig is laat zien dat er binnen het plangebied relatief weinig verstoring heeft plaatsgevonden. Boven de natuurlijke afzettingen is een homogeen geploegd pakket zwak tot matig siltig zand aangetroffen. Dit donkerbruine pakket is humeus en als plaggendek geïnterpreteerd. In boringen 1 en 3 zijn onderin het plaggendek grijze loodzandkorrels waargenomen. Dit laat zien dat de uitspoelingshorizont (E-horizont) is opgenomen in de bouwvoor tijdens de aanleg van het plaggendek. De aanwezigheid van een uitspoelingshorizont laat zien dat de oorspronkelijke bodem waarschijnlijk een veldpodzolgrond was. Dit zijn goed ontwikkelde bodems. Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. 3.3.2 Interpretatie Op basis van de boorresultaten kan worden gesteld dat er binnen het plangebied een plaggendek aanwezig is. Dit plaggendek heeft een beschermende waarde gehad voor de mogelijk verstorende ploegwerkzaamheden in de moderne tijd.
Hierdoor heeft er weinig verstoring van het archeologisch archief plaatsgevonden. Gezien de aanwezigheid van een vindplaats op 120 meter ten oosten van het plangebied die onder het plaggendek werd aangetroffen is de kans groot dat er archeologische waarden in de ondergrond aanwezig zijn.
3.4
Conclusies
De in paragraaf 3.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: -
Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Binnen het plangebied is een plaggendek aangetroffen met daaronder een inspoelingshorizont. Het natuurlijke sediment bestaat uit fluvioperiglaciale afzettingen.
-
Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De natuurlijke bodemopbouw is redelijk intact gebleven onder het plaggendek.
-
Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? In de top van de fluvioperiglaciale afzettingen is een inspoelingshorizont waargenomen. Archeologische waarden kunnen in deze laag en in de top van de C-horizont worden aangetroffen.
-
Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Het archeologisch niveau kan worden aangetroffen vanaf een diepte van 45-65 cm -mv (7,5 tot 7,8 m +NAP).
-
Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
-
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Op basis van het veldonderzoek kan de archeologische verwachting niet worden bijgesteld. Deze blijft onveranderd hoog.
33
-
In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Alhoewel de geplande verstoringsdiepte nog niet bekend is, is het aannemelijk dat de planontwikkeling bedreigend is voor de archeologische waarden binnen het plangebied.
-
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Om de archeologische waarden binnen het plangebied beter in kaart te brengen is een proefsleuvenonderzoek de beste optie.
34
4
Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
35
Literatuur Akkerman, E.N., 2007. Inventariserend Veldonderzoek archeologie Reuvekamp Zuid Gorssel, Assen. Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen, 2009: Zand in Banen - Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem. De Kruijff, H.G., G.W.M. Tiemessen, M., Fabery de Jonge, 2019: Grooterkamp Rapport, Lochem (AWN18 rapport). Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan MIN05068E04 Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Van den Berg, M., 2024: Gorssels geheimen: een onderzoek naar het aardewerkcomplex uit de IJzertijd, uitwerking van archeologisch materiaal afkomstig uit waarnemingen tijdens de aanleg van wegen en het uitgraven van bouwblokken in het plangebied Grooterkamp. Deventer (ongepubliceerde scriptie). Van Heeringen, R.M., K. Klerks, B.A.
Brugman, 2012: Archeologische Waarden/Verwachtingenkaart en Beleidskaart gemeente Lochem. Amersfoort (Vestigia rapport 946).
36
Geraadpleegde websites https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://archaeology.datastations.nl/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ https://maps.bodemdata.nl https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ https://www.bodemloket.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.ikme.nl https://www.kadaster.nl/ https://www.topotijdreis.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/
37
Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1. Afb. 2. Afb. 3. Afb. 4. Afb. 5. Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9. Afb. 10. Afb. 11. Afb. 12. Afb. 13. Afb. 14. Afb. 15. Afb. 16. Afb. 17. Afb. 18.
Locatie van het plangebied. Detailkaart van het plangebied. Gemeentelijke verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Lochem Toekomstige situatie in het plangebied Het plangebied op de geologische kaart 2021 (DINOloket.nl) De geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (Alterra 2008) Het plangebied op de bodemkaart van Nederland (Alterra 2014) Het plangebied op de kaart van het actueel hoogtebestand Nederland (AHN4) Het plangebied op een kaart met AMK -terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties indien van toepassing uit Archis3.1 (RCE 2024). Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1811 - 1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Het plangebied op de Bonnekaart uit 1870 (Bureau militaire verkenningen) Het plangebied op de Bonnekaart uit 1900 (Bureau militaire verkenningen) Het plangebied op de topografische kaart uit 1924 (topotijdreis.nl) Het plangebied op de topografische kaart uit 1950 (topotijdreis.nl) Het plangebied op de topografische kaart uit 1975 (topotijdreis.nl) Het plangebied op de topografische kaart uit 1990 (topotijdreis.nl) Het plangebied op de topografische kaart uit 2015 (topotijdreis.nl) Boorpuntenkaart
Tabel 1. Tabel 2. Tabel 3. Tabel 4. Tabel 5. Tabel 6. Tabel 7.
Overzicht van de verschillende perioden. Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied Overzicht van de historische situatie Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Beschrijving van de onderzoeksmethode
38
Bijlagen
39
Boring: 002612_1 Kop algemeen: Projectcode: 002612, Boornummer: 1, Beschrijver(s): FVP SP, Datum: 16092024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 210687.01, Y-coördinaat in meters: 467719.47, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.12, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Lochem, Opdrachtgever: TAUW, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 8.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 60, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: A-horizont Laag opmerking: Opmerking: onderin loodzandkorrels 60 / 7.52 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 65, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 65 / 7.47 Laag algemeen:
Bovengrens laag in cm: 65, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde boring 100 / 7.12
bron: 002612 gorssel.geojson - 17-09-2024 12:18:04
Boring: 002612_2 Kop algemeen: Projectcode: 002612, Boornummer: 2, Beschrijver(s): FVP SP, Datum: 16092024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 210709.97, Y-coördinaat in meters: 467737.1, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.22, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Lochem, Opdrachtgever: TAUW, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 8.22 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 45, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: esdek 45 / 7.77 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 70, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 70 / 7.52 Laag
algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig grof, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde boring 100 / 7.22
bron: 002612 gorssel.geojson - 17-09-2024 12:18:04
Boring: 002612_3 Kop algemeen: Projectcode: 002612, Boornummer: 3, Beschrijver(s): FVP SP, Datum: 16092024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 110 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 210742.01, Y-coördinaat in meters: 467750.95, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.03, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Lochem, Opdrachtgever: TAUW, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 8.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 65, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: A-horizont Laag opmerking: Opmerking: onderin grijze korrels loodzandkorrels 65 / 7.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 65, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 80, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem:
Bodemhorizont: B-horizont 80 / 7.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 110 / 6.93
bron: 002612 gorssel.geojson - 17-09-2024 12:18:04
Boring: 002612_4 Kop algemeen: Projectcode: 002612, Boornummer: 4, Beschrijver(s): FVP SP, Datum: 16092024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 210709.88, Y-coördinaat in meters: 467700.86, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.16, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Lochem, Opdrachtgever: TAUW, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 8.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: esdek 50 / 7.66 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 70, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-rood Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 70 / 7.46 Laag
algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde boring 100 / 7.16
bron: 002612 gorssel.geojson - 17-09-2024 12:18:04
Boring: 002612_5 Kop algemeen: Projectcode: 002612, Boornummer: 5, Beschrijver(s): FVP SP, Datum: 16092024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 210738.74, Y-coördinaat in meters: 467715.11, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.06, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Lochem, Opdrachtgever: TAUW, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 8.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 45, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek 45 / 7.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 70 / 7.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand,
Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 100 / 7.06
bron: 002612 gorssel.geojson - 17-09-2024 12:18:04
Boring: 002612_6 Kop algemeen: Projectcode: 002612, Boornummer: 6, Beschrijver(s): FVP SP, Datum: 16092024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 210770.88, Y-coördinaat in meters: 467728.15, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.96, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Lochem, Opdrachtgever: TAUW, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 7.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 45, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: esdek 45 / 7.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 70, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 70 / 7.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm:
70, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: fluvioperiglaciale afzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: Een enkel grindje Einde boring 100 / 6.96
bron: 002612 gorssel.geojson - 17-09-2024 12:18:04
Kenmerk
Bijlage 3
R005-1296306SSW-V03-kzo-NL
Archeologisch proefsleuven onderzoek
Gorssel-Zutphenseweg (gemeente Lochem) Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven
J. van Hemert
Colofon ADC Rapport 6621 Gorssel-Zutphenseweg (gemeente Lochem) Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven J. van Hemert In opdracht van: TAUW bv
Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, april 2025 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
G. Williams
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114 3812 PN Amersfoort T 033 299 8181 E info@archeologie.nl W www.archeologie.nl
Inhoudsopgave
Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Vooronderzoek 1.3 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen 1.4 Opzet van het rapport 2 Methoden 3 Resultaten 3.1 Fysisch geografisch onderzoek 3.1.1 Inleiding 3.1.2 Achtergrond 3.1.3 Resultaten en conclusie 3.2 Sporen en structuren 3.3 Vondstmateriaal 4 Conclusie en selectieadvies 4.1 Algemeen 4.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen 4.3 Selectieadvies Literatuur Lijst van afbeeldingen Lijst van tabellen Bijlage 1 Sporenlijst Bijlage 2 Determinatie-/selectietabel vondstmateriaal Verklarende woordenlijst Afkortingen in de database
3
4 5 7 7 8 8 9 10 11 11 11 11 15 17 18 19 19 19 21 22 22 22 23 24 25 27
Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied
Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Coördinaten:
Projectverantwoordelijke: Opdrachtgever:
Bevoegde overheid: Deskundige namens de bevoegde overheid: Goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archiszaaknummer: ADC-projectcode: Complex en ABR codering: Periode(n): KNA versie: Geomorfologische context: NAP hoogte maaiveld: Maximale diepte onderzoek: Uitvoering van het veldwerk (IVO-P): Beheer en plaats documentatie:
Gelderland Lochem Gorssel Zutphenseweg Gemeente Gorssel, sectie E, perceel 8199 33 F NW 210.653 / 467.734 NO 210.755 / 467.785 ZW 210.700 / 467.668 ZO 210.792 / 467.716 J. van Hemert TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer Contactpersoon: mevr. M. Rijkeboer Gemeente Lochem Dhr. E. Eimermann, regioarcheoloog Stedendriehoek ja (17-03-2025) 5691963100 002867 Nieuwe tijd 4.2 Dekzandwelving 7,9-8,3 m +NAP 7,17 m +NAP 26 en 27 februari 2025 Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Gelderland
4
Samenvatting In opdracht van Tauw B.V. heeft ADC ArcheoProjecten op 26 en 27 februari 2025 een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven uitgevoerd op de locatie Zutphenseweg te Gorssel, gemeente Lochem. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van flexwoningen aan de Zutphenseweg te Gorssel. Tijdens het IVO-P zijn acht proefsleuven aangelegd. De ligging van deze proefsleuven is conform het PvE (west-oost oriëntatie). De hoge verwachting die op grond van het vooronderzoek zijn gesteld, kunnen op basis van het huidige onderzoek worden aangepast naar een lage verwachting. De hoge verwachting van het vooronderzoek was gebaseerd op de aanwezigheid van een intact plaggendek en inspoelingshorizont. Er bleek echter geen sprake te zijn van een intact plaggendek. Op sommige plekken was hoogstens nog een restant van een B-horizont aanwezig. Het proefsleuvenonderzoek heeft geen relevante sporen opgeleverd. Het onderzoeksgebied betreft een lager gelegen deel in het landschap en zal daarom in het verleden geen geschikte locatie voor bewoning geweest zijn. Aangezien er geen relevante sporen zijn aangetroffen kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een archeologische vindplaats.
Daarom kan een waardering achterwege blijven en wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling. Let op: dit is slechts een selectieadvies. Het selectieadvies is gebaseerd op archeologische gronden. De regioarcheoloog Stedendriehoek zal een archeologisch besluit formuleren op basis van het in dit rapport geformuleerde archeologisch advies. Bij dit selectiebesluit kunnen andere dan archeologische motieven een rol spelen. Pas nadat er een selectiebesluit genomen is, kunnen eventuele bodemverstorende activiteiten uitgevoerd worden. De archeologische meldingsplicht blijft hoe dan ook van kracht. Wanneer tijdens de graafwerkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen, dan dient dit, conform art. 5.10 van de Erfgoedwet 2016, direct te worden gemeld bij de bevoegde overheid.
5
Tabel 1 Overzicht van de verschillende perioden.
6