Programmabegroting 2024-2027__128097__.pdf
Tekst van het document
CUP en Nieuw beleid bedragen x € 1.000 2024 Incidenteel CUP 2022-2026: 4.1 Programma Bouwen en wonen* 4.1.1 Woonzorgvisie (was) Dekking: Alg.reserve aangewezen best. volkshuisvesting 4.1.2 Wooninnovatie (was) 4.1.3 Optoppen en splitsen bestaande woningen (was) 4.1.4 Transformeren kantoren/bedrijven naar woningen (was) 4.2 Leusden op de kaart Addendum CUP 2022-2026: 4.1 Programma Bouwen en wonen* 4.1.1 Woonzorgvisie (wordt) Dekking: Alg.reserve aangewezen best. volkshuisvesting 4.1.2 Extra aandacht betaalbare woningen; aanp. woonvisie 4.1.3 Wooninnovatie (wordt) 4.1.4 Optoppen en splitsen woningen (wordt) 4.1.5 Transformeren kantoren/bedrijven naar woningen (wordt) Dekking: Alg.reserve aangewezen best. Volkshuisvesting
Nieuw beleid 2024: 4.1 Formatie Omgevingswet (1,34 fte) 4.2 Bijdrage aan Regiobureau Amersfoort 4.3 Visieontwikkeling Stoutenburg 4.4 Formatie VTH (2,67 fte) 4.5 Inrichten RX Mission
-20,0 20,0 -50,0 -55,0 -80,0
60,0 -40,0 70,0 27,0
2025
-20,0 20,0
-80,0
2026
2027
-20,0 20,0
2024 Structureel
2025
2026
2027
-50,0
-50,0
-50,0
-50,0
-8,0 -20,0
-8,0 -20,0
-8,0 -20,0
-8,0 -20,0
71,0
71,0
71,0
71,0
-80,0
20,0 -20,0
20,0 -20,0
50,0
50,0
50,0
50,0
50,0 75,0 105,0 -25,0
40,0 55,0 105,0 -25,0
8,0
16,0 8,0 20,0
16,0 8,0 20,0
16,0 8,0 20,0
140,0 88,0
140,0 88,0
140,0 88,0
140,0 88,0
231,0
231,0
231,0
231,0
510,0
546,0
546,0
546,0
30,0 75,0 37,0
125,0
95,0
0,0
*Voor het CUP onderdeel Programma Bouwen en wonen zijn, voor een compleet overzicht, zowel de nieuwe via het Addendum CUP beschikbaar gestelde bedragen en de originele bedragen via het CUP 2022-2026 weergegeven in de tabel.
52
BBV indicatoren De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op de website waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. In onderstaande indicatoren wordt Leusden vergeleken met gemeenten van 25.000-50.000 inwoners. Op de website kunnen ook andere vergelijkingen worden gemaakt. Omschrijving
2019
2020
2021
2022
Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar
812,1
819,6
864,3
-
Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners
173,8
182,2
191,7
-
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
8,2
11,3
5,0
21,5
% Functiemenging
53,9
54,0
54,9
-
% Demografische druk
80,7
81,7
83,2
83,6
Indicator:
Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar
Toelichting: Bron:
Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. LISA Vestigingenregister
Indicator:
Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners 15-64 jaar
Bron:
Aantal vestigingen van bedrijven per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar LISA Vestigingenregister
Indicator:
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
Toelichting: Bron:
Het aantal nieuwbouwwoningen per 1.000 woningen. ABF Research - Systeem woningvoorraad (Syswov)
Indicator:
% Functiemenging
Toelichting: Bron:
De functiemenging weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. LISA Vestigingenregister
Indicator:
% Demografische druk
Toelichting:
De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot het aantal personen van 15 tot 65 jaar. Centraal Bureau voor de Statistiek - Bevolkingsstatistiek
Toelichting:
Bron:
53
Overhead Binnen het onderdeel overhead geven we inzicht in de kosten van de bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering geven we inzicht in de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Het BBV geeft de volgende definitie van overhead die de gemeenten moeten hanteren: ‘alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces’. Door deze definitie is er een betere vergelijking te maken met andere gemeenten en kan de raad beter sturen op de kosten van de overhead. Tot de overhead behoren de volgende taken en functies: • Leidinggevenden primaire proces • Financiën, toezicht en controle gericht op eigen organisatie • P&O/HRM • Inkoop • Interne en externe communicatie • Juridische zaken • Bestuurszaken en bestuursondersteuning • Informatievoorziening en automatisering (ICT) • Facilitaire zaken, Wagenpark en Huisvesting • Document informatievoorziening (DIV) Deze kosten worden verantwoord op het taakveld overhead. De kosten van taken en functies in het primaire proces worden rechtstreeks doorberekend aan de betreffende taakvelden. Toerekening grondexploitaties en investeringen In het BBV is voor de grondexploitaties en investeringen een uitzondering gemaakt voor wat betreft het centraal begroten en verantwoorden. Deze uitzondering is gemaakt omdat het niet toerekenen van de overhead zou leiden tot een nadelig resultaat.
De jaarlijkse last zou dan namelijk ineens ten laste van het begrotingsresultaat moeten worden gebracht in plaats van deze toe te rekenen aan het grondbedrijf, de onderhoudsvoorzieningen en de investeringen. De overhead die wordt doorberekend aan deze externe kostendragers bedraagt in 2024 € 0,47 mln. Ten opzichte van de primitieve begroting 2023 (€ 0,46 mln.) is dit een toename van € 0,01 mln. Toerekening percentage overheadskosten Aan de leges en tarieven worden op de taakvelden geen overheadkosten toegerekend. Wel worden de overheadkosten extracomptabel toegerekend ten behoeve van de tariefstelling en om aan te tonen dat de gemeente met deze heffingen geen winst maakt. Hierbij wordt hetzelfde overheadpercentage gebruikt als voor de toerekening aan grondexploitaties en investeringen. Voor de toerekening in 2024 wordt het overheadpercentage van 101,8% toegepast. Dit is een toename van 0,5 ten opzichte van de primitieve begroting 2023 (101,3%). In 2023 is een gelijk percentage als in 2022 toegepast in verband met latere vaststelling van het College Uitvoeringsprogramma 20222026.
bedragen x € 1.000 Begroting Begroting Apparaatskosten begroting Werkelijk 2022 primitief 2023 primitief 2024 Primair proces € 9.966 € 9.501 € 10.753 Overhead € 8.420 € 8.624 € 10.950 Totaal apparaatskosten € 18.386 € 18.125 € 21.703 De apparaatskosten 2024 zijn per saldo toegenomen met circa € 3,6 mln. ten opzichte van de primitieve begroting 2023. De toename wordt grotendeels veroorzaakt door in de kadernota 2024 vastgesteld nieuw beleid en Addendum College Uitvoeringsprogramma (€ 2,3 mln.) en de loonstijging door CAO ontwikkeling, inclusief indexering van personeelsbudgetten (€ 0,9 mln.).
54
De overheadkosten zijn per saldo toegenomen met € 2,3 mln. De belangrijkste oorzaken van de toename zijn: - € 1,1 mln. hogere structurele lasten door formatie uitbreiding inhaalslag, inhuurbudget ICT, harmonisatie arbeidsvoorwaarden BLNP en intensivering subsidies (Kadernota 2024); - € 0,6 mln. incidentele lasten voor inhuur SharePoint migratie, procesmanagement, formatie teammanager en organisatieadviseur en digitalisering van bouwdossiers (Kadernota 2024); - € 0,4 mln. structurele loonstijging door CAO ontwikkeling en indexering personeelsbudgetten; - € 0,08 mln. structurele uitvoeringskosten Wet open overheid (Woo). De apparaatskosten toe te rekenen aan het primaire proces zijn per saldo toegenomen met € 1,3 mln. De belangrijkste oorzaken van de toename zijn: - € 0,5 mln. hogere structurele lasten door formatie uitbreiding als gevolg van ontwikkeling omgevingswet en wet kwaliteitsborging en beheer vastgoedapplicatie en civiele kunstwerken & begraafplaatsen (Kadernota 2024); - € 0,5 mln. structurele loonstijging door CAO ontwikkeling en indexering personeelsbudgetten; - € 0,2 mln. incidentele lasten inhuur- en automatiseringskosten vanwege opvang van de vluchtelingen uit Oekraïne; - € 0,1 mln. hogere structurele softwarekosten door met name Cloudoplossing voor diverse applicaties en aanschaf van een Cloud licentie voortvloeiend uit de omgevingswet.
Wat mag het Programma Overhead kosten? In onderstaande tabel worden alle uitgaven en inkomsten van alle taken die vallen onder dit domein inzichtelijk gemaakt. Bedragen x € 1.000 Exploitatie Lasten Baten Gerealiseerd saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
Werkelijk Begroting Begroting MJR 2025 MJR 2026 MJR 2027 2022 2023 2024 -9.092 -9.713 -11.183 -10.889 -10.932 -10.748 672 250 232 232 232 232 -8.420 -9.462 -10.950 -10.656 -10.699 -10.515 0 0 0 0 0 0 387 288 571 221 221 0 387 288 571 221 221 0 -8.033 -9.174 -10.379 -10.435 -10.478 -10.515
Saldo taakvelden Bedragen x € 1.000 Exploitatie 0.4 0.10 Resultaat
Ondersteuning organisatie Toevoeging/onttrekking reserves
Werkelijk Begroting Begroting MJR 2025 MJR 2026 MJR 2027 2022 2023 2024 -8.420 -9.462 -10.950 -10.656 -10.699 -10.515 387 288 571 221 221 0 -8.033 -9.174 -10.379 -10.435 -10.478 -10.515
55
CUP en nieuw beleid bedragen x € 1.000 2024
2025
2026
2027
2024
Incidenteel
2025
2026
2027
Structureel
Addendum CUP 2022-2026: Intensiveren verkrijgen subsidies (0,7 fte)
74,0
74,0
74,0
74,0
Nieuw beleid 2024: 5.1 Formatie vastgoedapplicatie (0,1 fte)
6,5
6,5
6,5
6,5
46,0
46,0
46,0
46,0
5.3 Inhuurbudget ICT
50,0
50,0
50,0
50,0
5.4 Telefonie managed services
10,0
10,0
10,0
10,0
5.5 Harmoniseren arbeidsvoorwaarden BLNP
132,0
132,0
132,0
132,0
5.6 Herstel capaciteit HRM (2 fte)
170,0
170,0
170,0
170,0
5.7 Directiesecretaris (0,67 fte)
61,0
61,0
61,0
61,0
5.8 Herstel secretariële en administratieve ondersteuning (1,89 fte)
147,0
147,0
147,0
147,0
5.2 Sharepoint migratie (0,5 fte)
100,0
5.9 Secretariële ondersteuning wethouders (0,67 fte)
49,0
49,0
49,0
49,0
5.10 Op orde brengen ICT (1 fte)
100,0
100,0
100,0
100,0
5.11 Herstel juridische ondersteuning (0,5 fte)
49,0
49,0
49,0
49,0
5.12 Faciliteiten ontwikkeling OR (0,22 fte)
24,0
24,0
24,0
24,0
52,0
52,0
52,0
52,0
5.16 Communicatieadviseur (0,67 fte)
65,0
65,0
65,0
65,0
5.17 Webredacteur (1 fte)
73,0
73,0
73,0
73,0
5.18 Extra formatie facilitair servicepunt (0,22 fte)
13,0
13,0
13,0
13,0
5.19 Online tool rechtmatigheid
5,0
5,0
5,0
5,0
1.127
1.127
1.127
1.127
5.13 Tijdelijke uitbreiding teammanagement (1 fte)
117,0
117,0
117,0
104,0
104,0
104,0
5.14 Busines control (0,5 fte) 5.15 Organisatieadviseur (1 fte)
321
221
221
0
56
BBV indicatoren De verplichte op te nemen beleidsindicatoren komen voor de programma's van de bron waarstaatjegemeente.nl. Voor het onderdeel bestuur en organisatie zijn ook vijf indicatoren ontwikkeld die echter door de gemeente uit de eigen gegevens of de eigen begroting overgenomen moeten worden, omdat er geen landelijke bron beschikbaar is.
Formatie (FTE) per 1.000 inwoners
Werkelijk 2022 5,0 fte
Begroting primitief 2023 5,4 fte
Begroting primitief 2024 5,9 fte
Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners
4,8 fte
4,7 fte
4,9 fte
Apparaatskosten per inwoner Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen. Overhead (% van de totale lasten)
€ 584,28
€ 578,17
€ 685,22
23,2%
4,2%
6,0%
10,7%
11,7%
12,4%
Omschrijving
Indicator:
Bron:
Formatie (FTE) per 1.000 inwoners Uitgangspunt is het vastgestelde/toegestane formatieplan gedurende het jaar 1 FTE is het equivalent van een 36-urige werkweek. Eigen gegevens
Indicator: Toelichting: Bron:
Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners Voor de begroting is het uitgangspunt de werkelijke bezetting van medio 2023. Eigen gegevens
Indicator:
Apparaatskosten per inwoner Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten en dergelijke voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. Eigen begroting
Toelichting:
Toelichting:
Bron: Indicator: Toelichting: Bron: Indicator: Toelichting: Bron:
Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen. Het betreft onder andere inzet van uitzendkrachten, zzp'ers of detachering. Dit kan inhuur zijn voor tijdelijke vervanging of specialistische kennis. Kenmerkend is dat de inhuurkracht een plaats krijgt in de hiërarchie van de organisatie. Eigen begroting Overhead (% van de totale lasten) Dit betreft de verantwoorde overheadkosten (exclusief reservemutaties). Deze kosten moeten worden gedeeld door het totaal saldo van de lasten (exclusief toevoegingen aan reserves). Eigen begroting
57
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Algemeen In de vier programma’s van deze begroting zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, de algemene belastingen, de financiering, de onvoorziene uitgaven, de stelposten en de vennootschapsbelasting. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Onderstaand geven wij een toelichting per taakveld.
0.5 Treasury bedragen x € 1.000 2024 Rente inkomsten uitgezette leningen duurzaamheid scholen Rente inkomsten overig Rente lasten aangetrokken leningen duurzaamheid scholen
2025
2026
2027
11 416 -8
10 416 -8
9 416 -8
9 405 -8
419
418
417
406
Dividenduitkering Vitens
63
63
63
63
Resultaat begroting
481
481
480
469
0.61 en 0.62 Onroerende zaakbelastingen De opbrengst van de OZB stijgt met 6% inflatiecorrectie. Daarnaast neemt de opbrengst toe als gevolg van besluitvorming bij de Kadernota om de opbrengst in 2024 met € 1,1 miljoen extra te verhogen.
0.64 Overige belastingen De tarieven van de precariobelasting stijgen met 6% inflatieverhoging.
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Algemeen De algemene uitkering vormt de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De totale omzet in deze begroting wordt geraamd op € 87,9 miljoen. Het aandeel van de algemene uitkering hierin is circa 54%. Ter vergelijking: de algemene belastingen zorgen voor circa 12% van de inkomsten. Deze verhoudingen geven aan dat de afhankelijkheid van gemeenten van de algemene uitkering groot is. Op taakveld 0.7 “Algemene Uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds” wordt voor 2024 een bedrag geraamd van € 49.791.700. Dit bedrag bestaat uit de algemene uitkering van € 47.513.700, de Integratie-Uitkering Participatie van € 1.416.100, overige decentralisatie- en IntegratieUitkeringen € 263.300 en een stelpost aan de uitgavenkant van € 598.600 voor onder andere taakmutaties gemeentefonds en het rekentarief WOZ. Meerjarenperspectief algemene uitkering De algemene uitkering wordt voor 2024 geraamd op € 47.513.700. Het meerjarenperspectief over de periode 20242027 laat zien dat de algemene uitkering stijgt tot € 48.138.000 in 2025 en in de jaren daarna terugvalt naar respectievelijk € 44.314.000 in 2026 en € 45.618.000 in 2027. De stijging in 2025 wordt veroorzaakt door een toename van het accres als gevolg van de hogere verwachte rijksuitgaven op basis van het regeerakkoord en de vastgestelde voorjaarsnota.
De toename van het accres ligt voor deze jaarschijf hoger dan de korting op het gemeentefonds als gevolg van de herijking. Per saldo neemt de Algemene Uitkering hierdoor toe. Vanaf 2026 daalt de Algemene uitkering als gevolg van het vervallen van de trap op trap af systematiek en het onverkort doorvoeren van de opschalingskorting die tot en met 2025 tijdelijk was opgeschort.
58
Omdat wij vanaf 2022 tegen constante prijzen ramen, wordt het jaarlijks cumulerende effect van de loon- en prijsstijgingen alleen voor 2024 meegenomen en heeft dit in meerjarenperspectief voor 2025 en verder geen invloed op de hoogte van de Algemene Uitkering. Middelen jeugdzorg Gemeenten en het Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de hervormingsagenda Jeugd. Het kabinet heeft het ingroei-pad voor de besparingsopgave via de meicirculaire met € 285 miljoen verzacht (€ 89 mln. in 2024 en € 196 mln. voor 2025) waarmee de totaal te realiseren besparing voor die jaren € 375 miljoen bedraagt. In afwachting van het definitieve akkoord is voor 2024 € 1,36 miljard en voor 2025 € 859 miljoen aan de Algemene Uitkering toegevoegd. De middelen voor 2026 en verder blijven gereserveerd en worden pas beschikbaar gesteld na advies van de deskundigencommissie en besluitvorming daarover. In onze begroting hebben we rekening gehouden met deze middelen en is daarvoor op de stelpost taakmutaties een bedrag opgenomen. Macro bedragen x € 1 mln.
Extra mi ddel en Jeugdzorg Extra mi ddel en Jeugdzorg toegezegd Korti ng dos s i ers met overeens temmi ng Mi ni s teri e VWS ui tvoeri ngs kos ten hervormi ngs a genda Korti ng dos s i ers zonder overeens temmi ng Invoeren i nkomens a fha nkel i jke bi jdra ge Aa nvul l ende ma a tregel en Coa l i ti ea kkoord Tota a l a a nvul l ende ri jks mi ddel en Jeugd Opnemen ta a ks tel l i ng i n gemeentebegroti ng s ub-tota a l netto extra mi ddel en
2024 1.828 -375 -93 p.m. p.m. 0 1.360 0 1.360
2025 1.828 -375 -94 p.m. p.m. -500 859 500 1.359
2026
2027
1.828 -961
1.828 -1.017
p.m. p.m. -500 367 500 867
p.m. p.m. -511 300 511 811
Bovenstaande bedragen zijn indicatief en kunnen nog wijzigen als gevolg van nieuwe afspraken tussen het Rijk en VNG in het kader van de hervormingsagenda Jeugd. De jeugdzorg blijft een dossier met een hoog risicoprofiel. Dit komt ook door de beperkte invloed die we hebben op zowel de toename van de jeugdzorgkosten als de door het Rijk ingeboekte kortingen. Hoewel er een principeakkoord ligt op de hervormingsagenda Jeugd en we ons daar als Leusden aan committeren, blijft de financiële impact op onze begroting onzeker. We zullen actief onze bijdrage leveren aan deze hervorming met als uitgangspunt goede hulp en ondersteuning voor jeugdigen. Herijking Gemeentefonds Vanaf 2023 zijn de nieuwe verdeelmodellen van het Gemeentefonds ingevoerd. De daarmee gepaard gaande herverdeeleffecten zijn verwerkt in de begroting. Op basis van de laatste gegevens gaat het voor Leusden om een totaal nadelig herverdeeleffect van € 74,70 per inwoner., i.c. € 2,28 mln. Dit effect is middels een suppletie-uitkering afgetopt tot een maximum van € 37,50 per inwoner waarbij een ingroei pad is gehanteerd van € 7,50 per inwoner in 2023 en € 15 per inwoner voor 2024 en 2025. Begin 2025 zal een evaluatie plaatsvinden van de doorgevoerde herijking.
Daarnaast zal er tussentijds onderhoud aan het verdeelmodel worden gepleegd waarmee uitvoering wordt gegeven aan de aanbevelingen van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB). Het gaat daarbij onder andere om nader onderzoek naar de door het Rijk gehanteerde uitgangspunten, kenmerken en maatstaven van de nieuwe modellen (o.a. centrum functie, overige eigen middelen). Mogelijke wijzigingen in de verdeelmodellen hebben directe gevolgen voor de omvang van de Algemene Uitkering voor Leusden. Meicirculaire 2023 De raming van de algemene uitkering in deze begroting is gebaseerd op de meicirculaire 2023. De meicirculaire verscheen na het opstellen van de Voorjaarsnota 2023. Vlak voor het afronden van deze begroting is de septembercirculaire 2023 verschenen. De financiële gevolgen van deze circulaire worden verwerkt in de voorjaarsnota 2024 en hierover wordt separaat gerapporteerd via de raadsinformatiebrief.
59
In de memo meicirculaire 2023 is het budgettaire resultaat van de meicirculaire weergegeven: bedragen afgerond op € 1.000 Bijstelling accressen Afslag loon- en prijsstijgingen jaarschijf 2024 Structureel maken toename accres 1 mlrd. Resultaat begroting
2024 1.484 -1.160 324
2025 1.468 -1.157 311
2026 1.223 -1.157 66
2027 1.288 -1.157 1.255 1.386
Accres ontwikkeling Op basis van eerder gemaakte afspraken tussen gemeenten en het Rijk, is het volumedeel van het accres bevroren tot en met 2025. Vanaf 2026 ontstaat er veel onduidelijkheid voor de gemeenten omdat vanaf dan de reguliere normeringssystematiek van samen ”trap op trap af” wordt losgelaten. Daardoor neemt voor Leusden de uitkering uit het Gemeentefonds af van € 49,7 mln. naar € 45,7 mln. Dit leidt tot een disbalans tussen de uit te voeren taken en de daarvoor beschikbare middelen. Onder leiding van Dhr. Rinnooy Kan is de taskforce ”Taken en Middelen” opgericht. Deze taskforce zal gemeenten ondersteunen in het gesprek met het Rijk door het in beeld brengen van de consequenties van het tekort vanaf 2026 en door voorstellen te doen over de wijze waarop taken en middelen structureel in balans kunnen worden gebracht. Vanaf 2027 is het voorstel om het volumeaccres te baseren op een historisch gemiddelde (8 jaar) van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Vooralsnog heeft het Rijk daarvoor een budget gereserveerd van € 150 miljoen in 2027 oplopend tot € 300 mln. vanaf 2028 en verder. Deze middelen zijn nog niet via het Gemeentefonds beschikbaar gesteld. Aan de andere kant hebben wij aan de uitgavenkant van de begroting voor de jaarschijven ook nog geen rekening gehouden met de extra kosten als gevolg van areaaluitbreidingen die nodig zijn.
Financiële verhoudingen Gemeente - Rijk Vanaf 2026 ontstaat er grote financiële onzekerheid voor gemeenten over de te verwachten middelen vanuit het Rijk. De recente val van het kabinet Rutte maakt deze onzekerheid alleen maar groter. Er circuleren ombuigingsvoorstellen bij het ministerie van Financiën waarbij gemeenten onevenredig hard zullen worden getroffen als deze door een nieuw kabinet zouden worden overgenomen. Het gaat daarbij onder meer om uitnames uit het gemeentefonds als gevolg van het terugdraaien van de compensatiemiddelen voor het financieel ravijn vanaf 2026, het naar voren halen van het financieel ravijn, korting op apparaatskosten van gemeenten, taakstellende efficiencykortingen op WMO middelen door WLZ taken ook bij de gemeenten neer te leggen, het korten van relatief rijke gemeenten, etc. Afhankelijk van de komende verkiezingsuitslagen en het daaruit voortvloeiende nieuwe regeerakkoord, zullen deze vanaf 2024 mogelijk een forse financiële impact kunnen hebben op de gemeentefinanciën. Zowel het ROB als het Centraal Plan Bureau (CPB) hebben in het kader van de op te stellen verkiezingsprogramma’s richting de politiek aangegeven dat gemeenten te weinig middelen hebben om de huidige taken naar behoren uit te kunnen voeren.
Het ROB adviseert het nieuw te vormen kabinet om te investeren in de financiële relatie met haar medeoverheden en gemeenten meer duidelijkheid te geven over hun financiële situatie na 2026.
0.8 Overige baten en lasten Onder dit taakveld vallen de stelposten, waaronder loon- en prijsstijgingen en het Centraal knelpuntenbudget, de post onvoorziene uitgaven algemeen en de incidentele baten en lasten. Hieronder geven wij een totaaloverzicht. bedragen afgerond op € 1.000 Stelposten Onvoorziene uitgaven algemeen Incidentele baten en lasten Totaal
2024 -1.800 -63 7 -1.856
2025 -1.886 -65 7 -1.944
2026 -1.976 -65 7 -2.034
2027 -1.995 -65 7 -2.053
60
Stelposten In de begroting is een aantal stelposten opgenomen. Onderstaand geven wij u een totaaloverzicht. bedragen afgerond op € 1.000 1. Loon- en prijsstijgingen 2. Centraal knelpuntenbudget (personeelslasten) 3. 0,5% buffer (personeelslasten) 4. Nieuw beleid Totaal stelposten
2024 -1.399 -300 -77 -24 -1.800
2025 -1.403 -300 -153 -30 -1.886
2026 -1.430 -300 -229 -17 -1.976
2027 -1.449 -300 -229 -17 -1.995
De belangrijkste stelposten lichten wij kort toe: ad 1. Op deze stelpost is een buffer voor te verwachte loon- en prijsstijgingen opgenomen die nog niet functioneel (op de betreffende budgetten) kan worden geraamd. ad 2./3. Het betreft hier in de begroting opgenomen stelposten voor het opvangen van personele knelpunten als gevolg van vacatures, ziekte of capaciteitstekort (centraal knelpuntenbudget) en het opvangen van autonome loonstijgingen (periodieken) e.d. ad. 4. Op deze stelpost zijn de budgetten voor Nieuw beleid opgenomen die nog niet functioneel konden worden geraamd. Onvoorziene uitgaven algemeen Deze stelpost is bedoeld voor incidentele aanwending gedurende het begrotingsjaar. De raming 2024 is gebaseerd op een bedrag van € 2 per inwoner en bedraagt afgerond € 63.000 (31.674 inwoners x € 2). Incidentele baten en lasten Dit zijn baten en lasten die niet aan een specifiek taakveld zijn toe te rekenen.
0.9 Vennootschapsbelasting Onder dit taakveld worden de geraamde lasten vennootschapsbelasting opgenomen naar aanleiding van de invoering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheden per 1 januari 2016. De raming die is opgenomen is de verwachte vennootschapsbelasting. Vrijwel het grootste gedeelte hiervan heeft betrekking op de opbrengsten van de grondexploitaties. Zie hiervoor ook de paragraaf ‘Grondbeleid’ opgenomen in deze begroting.
3.4 Economische promotie Tot dit taakveld behoort de toeristenbelasting. De tarieven van de toeristenbelasting 2024 worden aangepast met 6% inflatiecorrectie.
6.3 Inkomensregelingen Het betreft de kosten voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen.
61
Wat mag het Programma Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien kosten? In onderstaande tabel worden alle uitgaven en inkomsten van alle taken die vallen onder dit domein inzichtelijk gemaakt. Bedragen x € 1.000 Exploitatie Lasten Baten
Werkelijk Begroting Begroting MJR 2025 MJR 2026 MJR 2027 2022 2023 2024 -796 -965 -4.024 -3.217 -2.494 -3.674 54.434 55.236 62.671 63.313 59.142 60.461
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
53.639
54.271
58.647
60.096
56.648
56.787
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
-2.147 1.969 -178 53.461
-4.129 4.535 406 54.677
-280 400 120 58.767
0 120 120 60.216
0 40 40 56.688
0 0 0 56.787
Werkelijk 2022
Begroting 2023
Saldo taakvelden Bedragen x € 1.000 Exploitatie
0.5 0.61 0.62 0.64 0.7 0.8 0.9 3.4 6.3 0.10 Resultaat
Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Alg. uitk. en overige uitk. gemeentefonds Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting Economische promotie Inkomensregelingen Toevoeging/onttrekking reserves
87 4.635 3.378 -2 45.241 239 -10 197 -128 -178 53.461
420 4.888 3.482 24 45.678 -163 -71 147 -135 406 54.677
Begroting 2024 481 6.267 3.963 26 49.792 -1.792 -85 156 -160 120 58.767
MJR 2025 481 6.404 3.963 26 51.107 -1.879 0 156 -160 120 60.216
MJR 2026 480 6.455 3.963 26 47.698 -1.969 0 156 -160 40 56.688
MJR 2027 469 6.477 3.963 26 47.844 -1.988 0 156 -160 0 56.787
62
BBV indicatoren De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op de website waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. In onderstaande indicatoren wordt Leusden vergeleken met gemeenten van 25.000-50.000 inwoners. Op de website kunnen ook andere vergelijkingen worden gemaakt.
Omschrijving
2019
2020
2021
2022
Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)
321
341
360
391
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)
598
707
723
776
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)
605
726
740
795
Indicator:
Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)
Toelichting: Bron:
De gemiddelde WOZ waarde van woningen. Centraal Bureau voor de Statistiek – Statistiek Waarde Onroerende Zaken
Indicator:
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)
Toelichting: Bron:
Het gemiddelde totaalbedrag per jaar in euro's dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)
Indicator:
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)
Toelichting:
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)
Bron:
63
Paragrafen
64
Paragraaf A Lokale heffingen Kader In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. Leusden kent de volgende heffingen, op basis van door de raad vastgestelde verordeningen: - Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is: OZB, toeristenbelasting, precariobelasting; - Belastingen om kosten mee te verhalen: de bestemmingsheffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar maar is gerelateerd aan een gemeentelijke zorgplicht of aan specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de afvalstoffenheffing + reinigingsrechten, rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges, en lijkbezorgingsrechten. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat we bij het zoeken naar oplossingen voor tegenvallers pas in laatste instantie kijken naar lastenverzwaring door bijvoorbeeld verhoging van de OZB. Eerst wordt gekeken naar oplossingen binnen het beleidsterrein of domein waar een tekort ontstaat, vervolgens naar oplossingen binnen de hele begroting, pas daarna naar lastenverzwaring. Voor gemeentelijke dienstverlening en activiteiten waar dat van toepassing is blijft het principe van het streven naar kostendekkendheid uitgangspunt.
Bestuurlijke samenvatting De tarieven stijgen met 6% inflatie. Daarnaast wordt bij de OZB een opbrengststijging van € 1,1 miljoen doorgevoerd. Het tarief van de afvalstoffenheffing (vaste deel) stijgt met € 47,00. Het rioolheffing tarief stijgt met € 15,20. Bij elkaar genomen verwachten we voor Leusdense huishoudens met eigen woning een woonlastentoename van gemiddeld ruim 19%. De lokale woonlasten blijven in 2024 beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde.
Uitgangspunten tarieven 2024 De volgende uitgangspunten zijn toegepast: • Inflatie: aanpassing van tarieven van belastingen en heffingen met 6%; • OZB: doorvoeren van de extra OZB-opbrengststijging ad € 1,1 miljoen waartoe de raad bij amendement heeft besloten bij de behandeling van de Kadernota 2024. Hierbij wordt de verhouding 80 : 20 toegepast oftewel € 880.000 via tariefstijging bij de woningen en € 220.000 bij de niet-woningen (kantoren, winkels, bedrijven); • Afvalstoffenheffing: het overschot in de egalisatievoorziening, zijnde het bedrag boven de voor deze voorziening vastgestelde minimumnorm van € 100.000, wordt aan de inwoners teruggeven via verlaging van het vaste tarief.
Kwijtschelding Voor inwoners met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. Daar waar de wetgever verruimingen toestaat, zoals bijvoorbeeld voor kleine ondernemers/ZZP-ers, passen we die toe.
Afvalstoffenheffing In de reinigingsbegroting zijn budgetten bijgesteld als gevolg van diverse ontwikkelingen. Per saldo stijgen de kosten van de afvalinzameling en -verwerking in 2024. Als gevolg hiervan neemt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing toe met € 25. Vanuit de egalisatievoorziening wordt in 2024 een overschot van € 24.000 aan de inwoners terug gegeven via
65
verlaging van het vaste tarief. Dit betekent dat eenmalig een korting van € 2 wordt toegepast. In 2023 werd een eenmalig overschot van € 326.000 teruggeven wat een korting van € 24 opleverde. Doordat de korting in 2024 veel lager is dan in 2023 stijgt het tarief per saldo met € 22 ten opzichte van 2023. De variabele tarieven blijven ongewijzigd. Bij een variabel tarief van € 1,60 voor een 60 liter afvalzak betaalt een huishouden naar verwachting gemiddeld € 267,20 aan afvalstoffenheffing: € 240 (vast tarief) + gemiddeld 17 aanbiedingen x 1,60 = € 27,20 (variabel tarief).
Rioolheffing Op grond van het CUP 2022-2026 is een subsidieregeling groene daken ingesteld. De structurele kosten ad € 50.000 worden vanaf 2024 gedekt door de rioolheffing te verhogen. Verder wordt aan de heffing € 47.000 meer overhead toegerekend.
Opbrengst Begroting 2024:
Belastingen: - OZB - Toeristenbelasting - Precariobelasting Heffingen en rechten: - Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht - Rioolheffing - Rioolaansluitrecht - Lijkbezorgingsrechten - Leges Totaal:
Beleidsmatige aanpassing:
Kwijtschelding:
Opbrengst inclusief kwijtschelding:
9.517.000 155.800 25.600
1.100.000
10.617.000 155.800 25.600
3.658.600
- 24.000
- 100.000
3.534.600
2.216.000 5.000 39.700 878.800
97.000
- 60.000
2.253.000 5.000 39.700 878.800 17.509.500
Procentuele verdeling lokale heffingen 0,2% 12,9%
5,0%
OZB Toeristenbelasting Precariobelasting
20,2% 60,7%
Afvalstoffenheffing Rioolheffing Lijkbezorgingsrecht Leges
0,1% 0,9%
Ontwikkeling lokale lastendruk Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In de tabel hieronder is aangegeven hoe de ontwikkelingen voor een gemiddeld Leusdens huishouden uitwerken op basis van de genoemde uitgangspunten. Het gaat om eigenaren/bewoners van een woning met gemiddelde WOZ-waarde en om woninggebruikers/huurders. Voor elk afzonderlijk huishouden zal de feitelijke lastenontwikkeling anders kunnen zijn dan in het overzicht hierna vermeld. Het is afhankelijk van de waarde van de eigen woning ten opzichte van het gemiddelde, van het aanbiedgedrag van restafval, en van de vraag of men in
66
aanmerking komt voor kwijtschelding. Met inachtneming van deze kanttekeningen ontstaat het volgende beeld van de ontwikkeling van de woonlastendruk: Woonlastendruk OZB, gemiddelde WOZ-waarde € 447.100 *) - woningeigenaren: Afvalstoffenheffing - gemiddeld per huishouden: Rioolheffing: Totaal: 1. Woninggebruikers/huurders: 2. Woningeigenaren/-gebruikers: *) per 1-1-2022, bron: GBLT
2023
2024
%
€ 395,24
€ 482,87
+22,2%
€ 220,20 € 147,50
€ 267,20 € 162,70
+23,6% +10,3%
€ 367,70 € 762,94
€ 429,90 € 912,77
+ 16,9% + 19,6%
Op basis van deze cijfers stijgen de woonlasten voor huishoudens met een eigen woning gemiddeld met 19,6%. Voor huurders nemen de aan de gemeente te betalen woonlasten gemiddeld toe met 16,9%.
Kostenonderbouwingen heffingen Het BBV schrijft voor dat in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten wordt opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De overzichten treft u hierna aan (alle bedragen zijn x € 1.000). 1. Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Kosten taakvelden: 2.1 Verkeer en vervoer (vegen) 6.3 Inkomensregelingen (kwijtschelding) 7.3 Afval Baten taakvelden: 7.3 Afval Netto kosten
-/- 642 2.709
Overig toe te rekenen kosten: Overhead Rente BTW Totale kosten
348 12 590 3.659
Opbrengst heffingen: Bijdrage uit egalisatievoorziening:
95 100 3.156
3.635 24 3.659
Dekking
100%
Beleidsuitgangspunten reinigingsheffingen: De gemeente streeft naar kostendekkendheid op begrotingsbasis. Overschotten en tekorten die jaarlijks bij de jaarrekening ontstaan worden verrekend met de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. De buffer van deze voorziening is vastgesteld op € 100.000. Dit is de norm voor de ondergrens. Als in de voorziening een overschot ontstaat ten opzichte van deze norm dan wordt dit bij de tariefstelling in het eerstvolgende jaar betrokken. In 2024 wordt € 24.000 aan de inwoners teruggegeven ten laste van de voorziening. Veegkosten worden voor 25% toegerekend. 2. Rioolheffing Kosten taakvelden: 2.1 Verkeer en vervoer (vegen) 6.3 Inkomensregelingen (kwijtschelding) 7.2 Riolering Overig toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen: Dekking
190 60 1.426 1.676 328 314 2.318 2.318 100%
67
Beleidsuitgangspunten rioolheffing: De gemeente streeft naar kostendekkendheid over de totale looptijd van de riolering. De kostendekkendheid van de riool- en waterzorgtaken wordt periodiek bepaald en cijfermatig onderbouwd in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De saldi worden jaarlijks toegevoegd dan wel onttrokken aan de voorziening egalisatie rioolbeheer. Veegkosten worden voor 50% toegerekend.
3. Lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld: 7.5 Begraafplaatsen en crematoria
156
Overig toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totale kosten
67 21 244
Opbrengst heffingen: Dekking
4.
39 16%
Leges Kosten taakvelden
Overhead
Hoofdstuk 1 1. burgerlijke stand 2. reisdocumenten 3. rijbewijzen 4. verstrekkingen BRP 5. overige publiekszaken 6. alg. en juridische zaken 7. telecommunicatie 8. verkeer en vervoer 9. diversen
30 198 123 8 37 25 43 -
12 148 65 8 17 25 44
Hoofdstuk 2 omgevingsvergunningen bouwact. overige activiteiten
310 42
176 35
Hoofdstuk 3 1. horeca 2. seksbedrijven 3. evenementen 4. kinderopvang 5. winkeltijdenwet
14 22 4 -
Totaal
856
566
BTW
Totale kosten
Opbrengst leges
Dekking %
2
44 346 188 16 54 50 87
36 344 140 10 30 19 50 -
82% 99% 74% 77% 63% 38% 57%
23
509 77
463 25
91% 32%
14
28
14%
22
44 4
4 3 4 -
25
1.447
1.128
7% 100%
78%
Beleidsuitgangspunten leges: De gemeente streeft naar kostendekkendheid van de leges op verordening niveau, met de mogelijkheid van kruissubsidiëring tussen onderdelen van de tarieventabel. Bij dit streven wordt opgemerkt dat het in een aantal gevallen niet opportuun is om dekkende tarieven te rekenen uit oogpunt van maatschappelijke aanvaardbaarheid of doelstellingen die de gemeente met bepaalde vergunningen nastreeft. Voorbeelden zijn het verlenen van APV-vergunning zoals voor het houden van een collecte waarvan de opbrengst bestemd is voor een ideëel doel, en het verlenen van een kapvergunning. In deze gevallen ligt voor de hand om tarieven beneden de kostprijs vast te stellen, ook ter beperking van het risico dat de betreffende vergunning niet meer zal worden aangevraagd. Voor de tariefstelling van reisdocumenten en rijbewijzen wordt aangesloten bij de wettelijke voorschriften voor maximaal toegestane tarieven. Dit vormt eveneens een beperking om dekkende tarieven vast te stellen.
68
Paragraaf B Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een financieel vangnet voor optredende gevolgen van risico’s die niet goed kunnen worden afgedekt op basis van het gevoerde risicomanagement. In deze paragraaf geven wij u inzicht in de risico’s van de gemeente, het beschikbare en het benodigde weerstandsvermogen.
Beleidskader Het beleid is vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2010. Er wordt onderscheid gemaakt in risico’s van de algemene dienst en die van het grondbedrijf.
Risico’s en benodigd weerstandsvermogen Algemene dienst Het benodigde weerstandsvermogen is in beginsel genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst (exclusief sociaal domein), tenzij de financiële kwantificering van de risico’s hoger is dan dit bedrag. Voor 2024 is dit aan de orde. Dit komt voornamelijk door de toevoeging van risico’s binnen het sociaal domein. Zoals in de jaarrekening 2022 al is vermeld is door het vervallen van de risicoverevening voor hoog specialistische zorg tussen de regiogemeenten geen bedrag meer opgenomen in de exploitatiebegroting. Het vormt echter nog wel een risico die een grote financieel impact kan hebben. Dit risico is nu onderdeel van de risico-inventarisatie en het gewenste weerstandsvermogen. Daarnaast is bij deze begroting het risico toegevoegd dat het rijk haar garantiestelling m.b.t. een verlaging van de jeugdzorgkosten niet nakomt of niet na kan komen. In de meicirculaire 2023 heeft het Rijk namelijk nu al een structurele korting van € 500 miljoen macro, zijnde € 500.000 voor Leusden, ingeboekt op de jeugdzorgkosten vanaf het jaar 2025. Het rijk staat garant voor de verlaging van de jeugdzorgkosten. Omdat er nog veel onzeker is, heeft deze toezegging een hoog risico. Het betreft een bedrijfsvoeringrisico, daarom wordt het jaarlijkse risicobedrag twee keer opgenomen.
De belangrijkste risico’s zijn in beeld gebracht aan de hand van een drietal scenario’s, namelijk het optimistische scenario, het pessimistische scenario en het midden scenario. De norm zetten wij af tegen de geïnventariseerde risico’s aan de hand van het midden scenario om te bepalen of de norm niet te laag is gesteld. Hiervoor zijn de belangrijkste risico’s van de algemene dienst meerjarig in beeld gebracht en worden ze in relatie gebracht met het berekende benodigde weerstandsvermogen op basis van onderstaande financiële kwantificering. bedragen x € 1.000 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Totaal
Risico Algemene uitkering Jeugdzorg Verbonden en gerelateerde partijen WMO Bedrijfsvoeringrisico's Grote projecten en onderhoud kapitaalgoederen Werk, inkomen & participatie Pensioenen & wachtgelden wethouders Fiscale risico's Leningen en garanties Overige risico’s
Bedrag 1.954 3.481 375 370 360 250 210 180 150 100 100 7.530
69
Ontwikkeling risicoprofiel Het risicoprofiel is wederom verder toegenomen. Enerzijds komt dit door onzekerheden vanuit het Rijk. Vooral bij de Algemene Uitkering en de herijking daarvan, maatregelen en inmenging van het Rijk binnen het Sociaal domein en de Rijksbijdrage voor de energietransitie. Hierover is nu meer duidelijkheid tot en met 2025, maar deze bijdragen zijn niet afdoende om de alle kosten van de gemeentelijke energietransitie te bekostigen. Anderzijds hebben we te maken met externe ontwikkelingen die veel impact gaan hebben op onze bedrijfsvoering. Dit betreft vooral de arbeidsmarkt, de inflatie en daarbij in het bijzonder de hogere energieprijzen. Investeringen en onderhoud in gebouwen, civiel en infra zullen onvoorspelbaar duurder worden. Het tekort aan medewerkers kan de realisatie van de begroting vertragen. Het hogere risicoprofiel vertaalt zich ook in een hoger gewenst weerstandsvermogen.
Beschikbare weerstandsvermogen Algemene dienst Het geprognotiseerde beschikbare weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s bij de algemene dienst wordt gevormd door de Algemene Reserve (basisdeel). Deze bedraagt per 31-12-2024 € 11.055.000.
Ratio weerstandsvermogen Algemene dienst per 31-12-2024 Wij drukken het weerstandsvermogen uit in een ratio. Met behulp van dit verhoudingsgetal wordt bepaald of het weerstandsvermogen toereikend is. De gemeente streeft naar een ratio van 1,0 met een ondergrens van 0,8. Komt de ratio onder de ondergrens dan wordt binnen een jaar door het college een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen. De ratio wordt als volgt berekend: Beschikbare weerstandsvermogen ---------------------------Benodigd weerstandsvermogen
11.055.000 _________
1,47
7.530.000
Conclusie: De ratio van 1,47 valt boven de ondergrens. Het weerstandsvermogen is toereikend.
Risico’s Grondbedrijf In de actualisatie 2023 van de diverse grondexploitaties zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van grondexploitaties.
Benodigd weerstandsvermogen Grondbedrijf In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is beschreven hoe de norm voor het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend. Voor 2024 is het benodigde weerstandsvermogen grondbedrijf genormeerd op € 609.000.
Beschikbare weerstandsvermogen Grondbedrijf Het beschikbare weerstandsvermogen grondbedrijf wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf. De geprognotiseerde omvang van deze reserve bedraagt per 31 december 2024 € 860.000.
Ratio weerstandsvermogen Grondbedrijf per 31-12-2024 Evenals voor de Algemene Dienst wordt ook voor het Grondbedrijf uitgegaan van een ratio van minimaal 1,0 met een ondergrens van 0,8. Komt de ratio onder de ondergrens dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen. De ratio wordt als volgt berekend:
70
Beschikbare weerstandsvermogen ---------------------------Benodigd weerstandsvermogen
860.000
1,41
____________ 609.000
Conclusie: De ratio van 1,41 valt boven de ondergrens. Het weerstandsvermogen is toereikend. Grondbedrijf Aanwezige weerstandscapaciteit per 31-12 Benodigde weerstandcapaciteit Resultaat weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen
2023 758.000 609.000 149.000 1,24
2024 860.000 609.000 251.000 1,41
2026 705.000 600.000 105.000 1,18
Kengetallen financiële positie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en het gemeenschappelijk (provinciaal) financieel toezichtskader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) horen. Wij zullen de kengetallen hieronder weergeven en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.
In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende Leusdense waarden en het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan. Deze kengetallen zijn gebaseerd op de begroting 2024-2027.
71
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto schuldquote van Leusden neemt in meerjarenperspectief iets toe omdat door een aantal geplande investeringsprojecten waar we mogelijk financiering voor moeten aantrekken. Toch blijft onze netto schuldpositie laag en financieel gezond. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.
Het aandeel doorgeleende gelden (de leningen voor o.a. duurzaamheidsleningen) is voor Leusden relatief beperkt waardoor de uitkomst van dit kengetal niet of nauwelijks afwijkt van de netto schuldquote. Dit geeft aan dat het ‘terugbetalingsrisico’ gering is. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Leusden bevindt zich binnen deze bandbreedte. Grondexploitatie Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren omvat. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Voor 2025 en verder heeft het kengetal een waarde van 0 omdat de grondexploitaties langzaam aflopen.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele baten en lasten. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Deze posten zijn tijdelijk en/of hebben een eindig doel. Met andere woorden, er is een einddatum bekend. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. In de ratio’s hierboven wordt zichtbaar dat vanaf 2026 de structurele exploitatieruimte onvoldoende is.
Deze ratio’s zijn gebaseerd op de begroting 2024-2027.
72
Gemeentelijke belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale lokale woonlasten. Daaronder worden verstaan de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Als dit percentage belastingcapaciteit laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Waarbij opgemerkt dat afvalstoffen- en rioolheffing niet hoger mag zijn dan de totale kosten (maximaal de kostendekkendheid), voor OZB is er geen beperking tot verhogen. Onderstaande tabel geeft de onbenutte belastingcapaciteit weer op basis van het landelijk gemiddelde in 2023. Het kengetal komt in 2023 op 86% wat overeenstemt met € 2,2 miljoen. De voorstellen in deze begroting leiden tot toename van onze lokale woonlasten (zie paragraaf lokale heffingen). Dit heeft als effect dat de onbenutte capaciteit in 2024 afneemt naar € 400.000. Het kengetal komt uit op 97%.
Hierbij wordt opgemerkt dat op moment van opstellen van deze begroting de ontwikkeling van de landelijke en provinciale woonlasten in 2024 nog niet bekend is. 2024 Woonlasten per jaar Verschil per jaar Percentage Onbenutte belastingcapaciteit
Leusden 2024 Provincie Utrecht 2023 € 913 € 1.020 -€ 107 90%
Nederland 2023 € 944 -€ 31 97% € 400.000
Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie De gemeente Leusden kent een sluitende begroting en het weerstandsvermogen is toereikend, hierdoor is er voldoende ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen. De schuldenlast van Leusden ten opzichte van de eigen middelen is relatief laag. Hierdoor is de druk van de rentelasten en de aflossing van geldleningen op de exploitatie laag te noemen. Daarnaast kent Leusden ten opzichte van het landelijk gemiddelde een lagere lokale lastendruk. De solvabiliteit is stabiel en meerjarig boven de norm. Het kengetal grondexploitatie geeft aan dat wij nog boekwaarden aan voorraad gronden hebben die door middel van verkopen moeten worden goedgemaakt. In meerjarenperspectief droogt dit op. Daar staan wel toekomstige winstnemingen tegenover. Ook beschikken we voor onze grondexploitaties over voldoende weerstandsvermogen om eventuele financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De structurele begrotingscapaciteit staat vanaf 2026 wel onder druk door de afnemende rijksinkomsten vanaf 2026 en als gevolg daarvan een begrotingstekort. De onbenutte belastingcapaciteit neemt in 2024 af van € 2.2 miljoen naar € 0.4 miljoen, maar blijft hiermee nog wel boven het landelijke gemiddelde.
Overall is de vermogenspositie van de gemeente Leusden goed, echter het structureel evenwicht in de exploitatie vormt vanaf 2026 een risico.
73
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Op het gebied van kapitaalgoederen worden twee fasen onderscheiden: • •
het verkrijgen (aanschaf) of vervaardiging van kapitaalgoederen; het onderhoud van kapitaalgoederen.
In deze paragraaf zijn de actuele ontwikkelingen en de benodigde middelen voor de instandhouding (onderhoud en vervanging) van de aanwezige kapitaalgoederen weergegeven. Het onderhoud van kapitaalgoederen bestaat uit twee soorten onderhoud: het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten ten laste van de exploitatie komen en het groot onderhoud, waarvan de kosten ten laste worden gebracht van de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen. Aan het einde van de paragraaf wordt kort ingegaan op de projecten met betrekking tot de kapitaalinvesteringen vanuit het GRP.
Beleidskader Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2012 voor het eerst vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). De meest recentelijke onderhoudsactualisatie 2021-2024 is door de raad in haar vergadering van december 2021 vastgesteld. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie ‘basis’ (B) nagestreefd. De na te streven kwaliteitsmaatstaven per discipline zijn in de onderhoudsactualisatie beschreven. De beleidsvoornemens voor het vakgebied van de riolering zijn vastgelegd in het GRP 2019-2023.
Kapitaalgoederen in Leusden
1.770.000 m2 wegen
22 km watergangen
1.330.000 m2 groen
27.000 m2 gebouwen
260 km riolering
Ontwikkelingen Actualisatie IBOR rapportage 2025-2028 Eind 2021 zijn de groot onderhoudsperspectieven geactualiseerd en vastgesteld door de raad. De geactualiseerde onderhoudsramingen zijn vastgesteld voor de periode 2021-2024 en financieel doorgerekend tot en met het jaar 2032. In 2024 zullen de onderhoudsperspectieven voor de jaren 2025-2028 opnieuw geactualiseerd worden en ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad. Daarbij wordt een doorkijk geboden tot en met 2036. De periodieke actualisatie van de IBOR-rapportage zorgt voor inzicht in werkzaamheden en maatregelen ten behoeve van de instandhouding van de aanwezige kapitaalgoederen. In de actualisatie worden zowel onderhouds- als vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt. Daarmee voldoet de begroting van de gemeente aan de BBV vereiste dat investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd en – evenals investeringen met economisch nut afgeschreven worden overeenkomstig de verwachte levensduur.
74
Uit te voeren werkzaamheden in 2024 We starten omstreeks Q2 2024 met de uitvoeringswerkzaamheden aan de burgemeester de Beaufortweg met een mogelijke uitloop naar 2025. De werkzaamheden in Leusden zuid noord fase 2 zijn in 2023 afgerond en opgeleverd waardoor er met fase 3 gestart kan worden. Verder starten we in Q3 2024 met de integrale aanpak van HamersveldNieuw (Bomenbuurt). De voorbereidingen voor de omvorming van Park Princenhof naar een park met een grotere recreatieve verblijfsfunctie zijn in 2023 gestart en de verwachting is om in de winterperiode 2023-2024 de groenvoorzieningen in het park aan te pakken en waar nodig om te vormen. Voor 2023 stond de toplaagvervanging van veld 2, 3 en 5 van hockeyvereniging MHCL in de planning. Echter in overleg met de MHCL wordt gekeken of het mogelijk is om veld 2 om te vormen van een semi-waterveld naar een vol waterveld. Hierdoor is het vervangen van de toplaag van veld 2 uitgesteld. Verwachting is dat de velden in 2024 aan de beurt komen voor omvorming en of toplaag vervanging. Daarnaast staan voor 2024 de volgende werkzaamheden aan de buitensportaccommodaties gepland: 1.
groot onderhoud aan het gravel op de softbalvelden van de Red Caps;
2.
groot onderhoud aan de natuurgrasvelden 5 en 8 bij Roda ’46;
3.
groot onderhoud aan de handbalvelden van LHV.
Voor al deze werkzaamheden wordt eerst bekeken of ze daadwerkelijk nodig zijn of dat ze nog doorgeschoven kunnen worden. Voor natuurgrasveld 5 van Roda ’46 speelt al langere tijd de wens van de vereniging om dit veld om te vormen naar een kunstgrasveld. Hierover worden nog gesprekken gevoerd met de vereniging. In 2024 worden verder de verkeersregelinstallatie op vijf kruispunten vervangen. De verkeersregelinstallaties sturen de verkeerslichten aan en worden regulier vervangen omdat deze aan het einde van hun levensduur zijn. Het gaat om alle kruispunten met verkeerslichten op de Randweg (aansluiting A18 t/m Randweg – Zwarteweg - Flankement) en kruispunt Groene Zoom – Larikslaan. Na vervanging worden de verkeerslichten aangestuurd door de nieuwste intelligente software.
Actualiteit van de gemeentelijke beheerplannen Voor de beheerplannen en de financiële doorrekening die hier op gebaseerd is, geldt dat alle beheerplannen in 2021 zijn geactualiseerd. Tijdens het actualiseren van de beheerplannen is vastgesteld dat er géén sprake is van achterstallig onderhoud waarbij er sprake is van kapitaalvernietiging of onveilige situaties. Wel komt het incidenteel voor dat niet altijd op alle onderhoudsdisciplines het beoogde kwaliteitsniveau van instandhouding wordt gehaald. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door capaciteitsproblemen en de daaruit volgende prioritering in de werkzaamheden van gemeentelijke projectleiders en werkvoorbereiders.. De lasten van groot onderhoud worden opgevangen middels de hiertoe ingestelde onderhoudsvoorzieningen. Hierbij worden de onderhoudsvoorzieningen op een dermate niveau gebracht dat het noodzakelijke geachte onderhoud voor een periode van 12 jaar (vanaf het jaar van actualisatie) plaats kan vinden.
Onderhoudsdiscipline - waterbeheer
Beleidskader Groot onderhoud ’21-‘24
Beheerplan Groot onderhoud ’21-‘24
Actualisatiejaar 2024
- wegenbeheer
Groot onderhoud ’21-‘24
Groot onderhoud ’21-‘24
2024
- verkeersregelinstallaties
Groot onderhoud ’21-‘24
Groot onderhoud ’21-‘24
2024
- civiele kunstwerken
Groot onderhoud ’21-‘24
Groot onderhoud ’21-‘24
2024
- gebouwenbeheer
Groot onderhoud ’21-‘24
Groot onderhoud ’21-‘24
2024
- groenonderhoud
Bomenplan 2012-2021
Groot onderhoud ’21-‘24
2024
Groenbeheerplan 2019-2030
75
Groot onderhoud ‘21-‘24 - speelvoorzieningen
Speelruimteplan 2011-2021
Groot onderhoud ’21-‘24
2024
Groot onderhoud ’21-‘24
Groot onderhoud ’21-‘24
2024
GRP 2019-2023
GRP 2019-2023
2025
Beleidsplan Openbare verlichting
Beleidsplan OVL ’15 –‘24
2024
Uitvoeringsplan spelen 2020-2023 - buitensportaccommodaties
- riolering - openbare verlichting
Groot onderhoud ’21-‘24 - ondergrondse afvalinzameling
Vervangingsplan ’20-‘30
Groot onderhoud ’21-‘24
2024
Uitvoering groot onderhoud Onderstaande tabel geeft inzicht in de totale kosten voor het groot onderhoud van de kapitaalgoederen, zoals opgenomen in de diverse programma’s van de begroting. De uitgaven zijn inclusief indirecte kosten en BTW, daar waar de BTW kostprijsverhogend doorwerkt in de budgetten. De onderstaande budgetten zijn gebaseerd op de groot onderhoudsactualisatie 2021-2024. In de onderhoudsactualisatie zijn de benodigde instandhoudingskosten tot en met het jaar 2032 in beeld gebracht. De uit de onderhoudsvoorzieningen bekostigde onderhoudsbudgetten zijn verder met 6% geïndexeerd ten opzichte van 2023 vanwege prijsstijgingen. Deze indexatie is in de onderstaande budgetten verwerkt. bedragen x € 1.000 Uitgaven groot onderhoud (incl. VAT en indexatie)
2024
2025
2026
2027
- Wegen
2.781
326
1.525
1.724
- Civiele kunstwerken en parkeerdekken
350
238
368
152
- Verkeersregelinstallaties
14
14
14
14
- Waterbeheer
59
65
94
312
- Groenbeheer
75
29
36
75
- Speelvoorzieningen
27
27
27
27
- Buitensportaccommodaties
177
40
47
40
- verhuurde panden
5
149
10
16
- algemeen gebruik
100
82
102
93
- binnensportaccommodaties
313
318
112
195
- cultureel / sociaal
146
119
49
27
- zwembad Octopus
670
232
54
388
4.717
1.639
2.438
3.063
Gebouwenbeheer
Totaal budgetten groot onderhoud
76
Hoogte van de onderhoudsegalisatievoorzieningen Het groot onderhoud aan de kapitaalgoederen wordt gedekt uit diverse onderhoudsegalisatievoorzieningen. De voorziene stand van de onderhoudsegalisatievoorzieningen per 1-1-2024 is hieronder opgenomen. Ook de voorziene stand van de voorziening egalisatie rioolbeheer is in de tabel opgenomen. bedragen x € 1.000 Voorzieningen
2024
wegbeheer deklagen: bestrating
1.424
wegbeheer elementen: civiele kunstwerken
453
waterbeheer
500
gebouwenbeheer buitensportterreinen groenbeheer (en speelvoorzieningen)
1.213 0 115
egalisatie rioolbeheer
2.411
Totaal voorzieningen per 1-1-2024
6.116
Toevoegingen aan de onderhoudsegalisatievoorzieningen Via de exploitatie worden jaarlijks middelen toegevoegd aan de diverse onderhoudsvoorzieningen. De structurele toevoeging aan de onderhoudsvoorziening (exclusief riolering) loopt in de meerjarenbegroting op naar € 3,3 mln. in het jaar 2027. Vanuit deze jaarlijkse dotatie kunnen naar huidige inzichten de in de onderhoudsactualisatie opgenomen instandhoudingsuitgaven tot en met het jaar 2032 worden bekostigd.