CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost concept V0.1.pdf

BOB-avond beeld- en oordeelsvormende sessies 27 maart 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2: Concept Kaders en randvoorwaarden Achterveld Noordoost - Beeldvormend 20:45 - 21:4519.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

25

• speelplaatsen worden bij voorkeur niet langs de hoofdwegenstructuur gesitueerd en er moeten duidelijke en veilige looproutes naartoe worden gefaciliteerd.

11.3 Participatie Vanuit de participatie wordt aandacht gevraagd voor: • “chaotisch spelen” = spelen in de bosjes / bomen / natuur; • wandelmogelijkheden (met hond); • het aanleggen van voetpaden.

11.4 Uitgangspunten Algemeen •

•

voor de onderdelen die onder verantwoordelijkheid en beheer van de gemeente gaan vallen, wordt een programma van eisen (Handboek Inrichting Openbare Ruimte) opgesteld dat leidend is voor het inrichtingsplan (te denken aan o.a. openbare ruimte, spelen, groen, water). Deze eisen komen voort uit het dan vigerende gemeentelijk beleid en wetgeving, en gemeentelijke voorschriften vanuit beheer en onderhoud; de wijk wordt ‘toegankelijk’, bij het maken van het stedenbouwkundig plan wordt de woonadviescommissie en Duwgroep Leusden geconsulteerd. Zie voor de richtinggevende principes met betrekking tot toegankelijkheid BAT-Utrecht (www.batutrecht.nl).

Wegen • • •

wegontwerp bibeko met ASVV 2021 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en de richtlijnen en publicaties van de CROW zijn uitgangspunt voor de inrichting van de openbare ruimte; voor de dwarsprofielen van wegen en watergangen wordt (in afwijking op bovenstaande) de maatvoering gehanteerd zoals beschreven in bijlage B; halfverharding is alleen toegestaan daar waar mensen vrijwillig willen lopen, d.w.z. voor recreatief gebruik.

Verdeelstations • •

in de wijk moet rekening gehouden worden met transformatorstation met een perceelgrootte van 24 m2. Per 200 woningen is 1 station nodig; vitale en kwetsbare voorzieningen zijn bestand tegen hitte, langdurige droogte, wateroverlast en overstroming.

Groen •

groenvoorzieningen in de openbare ruimte zijn duurzaam bestand tegen hitte.

Afval •

•

alle verzamelcontainers en opstalplekken dienen vanaf de openbare weg goed bereikbaar te zijn voor inzamelvoertuigen zonder dat deze daarbij moet keren of achteruit moet rijden. Alle ondergrondse containers en gft-zuilen moeten een doorgang van 1.50 m hebben ten behoeve van de toegankelijkheid bewoners; in de wijk dient een tuingroendepot gerealiseerd te worden (afhankelijk van de bereikbaarheid) van 8 x 4 meter of 6 x 6 meter. Het depot dient zodanig aangelegd te worden dat het verkeer hiervoor niet hoeft te keren.

Grondgebonden woningen: • PMD, GFT en papier dienen aan de openbare, doorgaande weg aangeboden te worden in een (mini)container. Eventuele centrale opstalplekken moeten binnen 75 meter van elke woning gerealiseerd worden;

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

26

• •

restafval dient men weg te brengen naar een ondergrondse restafvalcontainer. Deze bevindt zich binnen 250 meter van elke woning en bij voorkeur aan een uitvalsweg; glas en textiel kan men brengen naar één van de hiervoor bestemde containers in de wijken of winkelcentra.

Appartementen: • voor PMD en papier moet binnen het toekomstige plangebied van de ontwikkeling een voorziening worden gerealiseerd. Dit is een ondergrondse verzamelcontainer (bij meer dan 20 app.) of een opstelplaats voor voldoende minicontainers (1 per 4 app.) op privé uitgegeven grond; • voor het GFT dient een bovengrondse inzamelzuil te worden geplaatst (circa 1 per 20 app.). De zuil mag op eigen terrein geplaatst worden of op max. 25 meter van de perceelgrenzen en aan de openbare weg. De zuil is specifiek bedoeld voor de bewoners. De zuil moet door inzamelaar geleegd kunnen worden, dus er mogen geen obstakels zijn richting de openbare weg.

Spelen • • • •

•

• • • •

de openbare ruimte moet rekening houden met kinderen, mogelijkheden bieden voor spel, ontmoeting en ontwikkeling van het kind; er is behoefte aan grotere speelplekken met uitdagendere toestellen i.p.v. veel kleine plekjes met kleine toestellen zoals hoe het nu vaak ingericht is. Dit vraagt aandacht bij de inrichting. minimaal 3% van het bebouwde gebied dient gereserveerd te worden als formele speelplek. Stoepen en vergelijkbare openbare ruimten worden niet meegeteld. Groenvoorzieningen kunnen wel worden meegeteld, mits deze gebieden kunnen dienen als informele speelplekken; norm aantal speellocaties per doelgroep: ▪ 0 – 6-jarigen: aantal plekken 1 per 25-30 kinderen ▪ 7 – 12-jarigen: aantal plekken 1 per 55-70 jeugdigen ▪ 12 – 18-jarigen: aantal plekken: 1 per 100 jongeren aantal jongerenontmoetingsplek: 1 per 500 jongeren de loopafstand vanaf woningen naar een speelplaats moet gemiddeld 400m bedragen, maar hangt vooral samen met de leeftijdsgroep voor wie de voorziening in de buurt wordt geplaatst: ▪ 0 – 6-jarigen: max. 100m van de eigen woning ▪ 6 – 12-jarigen: max. 300 tot 400m van de eigen woning ▪ 12 – 18-jarigen: max.

1000m van de eigen woning speelplekken binnen de gemeente dienen toegankelijk, bereikbaar en (sociaal) veilig te zijn; de speelplek dient zo gevarieerd mogelijk en in samenhang met de omgeving te worden ingericht; er moet aandacht zijn voor 'Inclusief spelen' (speelmogelijkheden voor kinderen met een beperking'); bij de inrichting van een speelplaats wordt gewerkt conform het handboek "Handboek veiligheid van speelgelegenheden: vierde druk 2003" (NUSO) en de website www.allesoverspelen.nl van NUSO. Dit, om te voldoen aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speelvoorzieningen (W.A.S.); de speelplek dient ook toegankelijk te zijn ook voor mindervaliden. Zie voor inrichtingsrichtlijnen www.speeltuinbende.nl.

Veiligheid • •

bij de ontwikkeling worden de eisen en adviezen Veiligheidsregio Utrecht in acht genomen. Hierbij moet worden gedacht aan bereikbaarheid van hulpdiensten (zowel in de breedte als in de hoogte), voldoende bluswatervoorzieningen; er wordt advies opgevraagd bij de verkeersadviseur van de Politie voor het te nemen verkeersbesluit voor alle verkeersbesluitplichtige maatregelen en geboden in de woonwijk.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

27

12. Klimaatadaptatie en water 12.1 Beleid Rijksoverheid

Provincie

Gemeente

• Klimaatakkoord Parijs; • Kaderrichtlijn water; • Grondwaterrichtlijn; • Europees beleid overstromingsrisico’s; • Europees beleid voor huishoudelijk afvalwater, circulaire economie, hergebruik afvalwater; • Richtlijn stedelijk afvalwater; • Drinkwaterrichtlijn; • Zwemwaterrichtlijn; • Omgevingswet; • Kaderbrief water- en bodemsturend; • Nationale omgevingsvisie; • Nationale adaptatiestrategie; • Deltaplan ruimtelijke adaptatie.

• Provinciale omgevingsvisie; • Blauwe agenda; • Provinciale omgevingsverordening; • Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht 2022 - ‘brons’; • Regionaal Klimaatadaptatieplan.

• Gemeentelijke rioleringsplan; • Omgevingsvisie; • Convenant klimaatadaptief bouwen.

Waterschap • Blauwe omgevingsvisie 2050; • Blauwe omgevingsprogramma; • Waterschapsverordening.

12.2 Analyse De waterstructuur in het gebied betreft een fijnmazige historisch slotenpatroon met aan de noordzijde van het gebied de Jannendorperbeek. De Jannendorperbeek vormt hierbij de hoofdwatergang waar de sloten binnen het gebied grotendeels op afwateren. Het overtollige water stroomt via de Jannendorperbeek in westelijke richting. Volgens de legger van Waterschap Vallei en Veluwe kennen de sloten een status als C-watergang, met uitzondering van de B-watergang langs de zuidgrens van het gebied. De Jannendorperbeek kent een status als A-watergang en is voorzien van een beschermingszone (5 meter). De wateren rondom het gebied hebben elk een beperkte afvoercapaciteit. Hierdoor is waterberging in het gebied belangrijk. Omliggende gebieden wateren af op het beoogde plangebied. Het water van terrein De Fliert stroomt ongebufferd naar de aan te leggen waterberging in de landschapszone van het ontwikkelingsplan ten westen van het plangebied.

Waterstructuren

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

28

Naar verwachting zal de bodem geclassificeerd worden als gooreerdgrond met fijn zand en leeminschakelingen. Verwacht wordt dat de huidige drooglegging en ontwatering in het gebied niet geschikt is voor woningbouw en de benodigde infrastructuur en dat (plaatselijke) ophoging nodig zal zijn. Door ophoging in combinatie met de aanleg van wateren kan het bestaande natuurlijke waterpeil en grondwaterpeil(regime) voortbestaan en ontstaan er geen ongewenste veranderingen voor de omliggende eigenaren. Aan de westzijde van het plangebied ligt water dat de vijvers in Achterveld verbindt met de Jannendorperbeek. De stuw is verwijderd waardoor het gehele plangebied nu in het peilgebied ligt van stuw Burgstede in de Barneveldsche beek. Het waterpeil in de Jannendorperbeek is in de praktijk door verhang flink hoger dan het peilenplan van het waterschap aangeeft. Het praktijkpeil zal ongeveer 3,7 – 4 m+NAP zijn of hoger. De waterstanden worden gemeten om zekerheid te bieden. Uit grondwaterstandmetingen met nieuw te plaatsen peilbuizen zal de mogelijkheid tot infiltratie van regenwater blijken. Op basis van huidige gebiedskennis lijken de mogelijkheden voor infiltratie zeer beperkt.

Gemiddelde hoogte en grondwaterstand

De stresstesten als gevolg van klimaatverandering staan op internet (klimaateffectatlas Vallei en Veluwe) Atlas – Klimaat Vallei en Veluwe. De wateroverlast in dit gebied bij forse buien is nu nog zeer beperkt. In de omgeving van het plangebied zien we dat de straten Ruurd Visserstraat en Kerkdijk vollopen. Enerzijds kan de planontwikkeling bijdragen aan het verminderen van de overlast, anderzijds kan het ook de problematiek vergroten. Het maaiveldverloop in combinatie met de ligging van wateren is hiervoor bepalend. Hiervoor moet aandacht zijn bij de detaillering van het maaiveld. De watercompensatie van De Fliert ligt in de landschapszone van het naastgelegen plan aan de westzijde (Mastenbroek 2). Overwogen kan worden om het water van De Fliert te bergen in het plangebied Achterveld Noordoost (dichter bij De Fliert, zodat dit relatief hoge debiet niet meer door het plangebied getransporteerd hoeft te worden). Vanwege de ligging in het groen heeft Achterveld minder last van de effecten van hitte door klimaatverandering. De toekomstige bebouwing van dit gebied kan dit negatief beïnvloeden.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

29

Ook voor de toekomstige bewoners van dit deel van Achterveld is het belangrijk dat de leefomgeving ook bij hittegolven aangenaam blijft (voorkomen Urban Heat effect). Bomen werken verkoelend vanwege de schaduwwerking en verdamping. Het plangebied bevat volgroeide bomen en bomenrijen en deze kunnen ook in de toekomst een goede bijdrage leveren aan de gewenste verkoeling. Aan de randen van het plangebied liggen overstorten van gemengd rioleringsstelsel en regenwaterstelsels. De gemeente spant zich in om naast het bestaande gemengde stelsel van Achterveld een hemelwaterstelsel aan te leggen. Hierdoor zal de bestaande overstort minder vaak werken, maar nooit overbodig worden. In het plangebied ligt nu geen riolering. Het vuilwater van het toekomstige plangebied dient na inzameling te lozen via het rioleringsgemaal van Mastenbroek 2. Er is voldoende transportcapaciteit richting de rioolwaterzuiveringsinstallatie via het gemaal van de kern Leusden.

12.3 Participatie Vanuit de participatie wordt aandacht gevraagd voor het voorkomen van (grond)wateroverlast bij (omliggende) bestaande en toekomstige bebouwing en grondeigenaren.

12.4 Uitgangspunten • • •

•

• • • • • • • • • •

•

de nieuwbouwontwikkeling en openbare ruimte is klimaatbestendig en waterrobuust (klimaatmitigatie en –adaptatie) ingericht; 40% van alle horizontale (o.a. daken, wegen) en verticale oppervlakten (o.a. gevels, geluidswallen, scheidingsmuren, gevels) wordt warmtewerend of verkoelend ingericht; tenminste 40% schaduw in het toekomstige plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst en minimaal 30% schaduw op buurtniveau; Bij het ontwerp van de buitenruimte wordt het aspect ‘schaduwvorming’ actief meegenomen en middels een schaduwsimulatie berekend. Daarbij moet er voldoende schaduw gecreëerd worden (o.a.

middels bomen) om het percentage te behalen; voor het water in de meest brede zin houden we rekening met vier milieubeginselen: het voorzorgsprincipe, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden (bronaanpak) en het beginsel dat de vervuiler betaalt; het water in dit gebied draagt bij een aan gezonde en veilige leefomgeving, aan een aantrekkelijk woon- en leefomgeving en vestigingsklimaat en aan de beleving van het gebied; het veraangenaamt de buitenruimte en draagt bij een verkoeling van het gebied; groen is belangrijk voor het vergroten van de sponswerking en leefbaarheid; geen achteruitgang in de kwaliteit van het bodem- en (grond)watersystemen; behalen van KRW-doelen voor KRW-waterlichamen; waterkwaliteit laten aansluiten op de functie en het recreatieve gebruik; het zoveel mogelijk beperken van emissie uit de afvalwaterketen naar het oppervlaktewater, voor zover dit op een doelmatige wijze mogelijk is; benut zoveel mogelijk potentiële cultuurhistorische kenmerken; ontwikkel het gebied zoveel mogelijk (grond)waterneutraal en zorg dat de situatie voor omliggend gebruik niet wordt verslechterd; het water in het toekomstige plangebied biedt volop kansen voor biodiversiteit en is een onderdeel van de natuurinclusieve opgave; wateren moeten minimaal toegankelijk zijn voor onderhoud en beheer vanaf de

oever conform de ontwerprichtlijnen en waterpeilen van het waterschap en de gemeente. Oevers dienen geleidelijk af te lopen en natuurvriendelijk te zijn. Ook dient bij de vormgeving en aanleg van oevers rekening te worden gehouden met de veiligheid van kinderen; nieuwe manieren van sanitatie bij voorkeur toepassen om duurzaam om te gaan met water;

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

30

•

we voorkomen contact van mens en dier met afvalwater, de leidende principes zijn: ▪ aansluiting van lozing huishoudelijk afvalwater van alle percelen op vuilwaterriool of een andere publieke voorziening, die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt; ingezamelde vuilwater aansluiten op gemaal Mastenbroek 2; ▪ bedrijfsmatig afvalwater wordt ingezameld en verwerkt als er geen sprake is van beïnvloeding van de doelmatige werking van de riolering en zuivering. Er kunnen voorwaarden gesteld worden aan de lozing; ▪ zoveel mogelijk scheiden van (soorten) vuilwater en schoonwater; ▪ voor de verwerking van regenwater geldt een voorkeursvolgorde; eerst benutten, dan bergen in toekomstige plangebied, via bij voorkeur bovengrondse afvoer, en dan afvoer naar de wateren buiten het toekomstige plangebied;

•

bij korte hevige en bij langdurige neerslag: ▪ blijven snelwegen, provinciale wegen en ander hoofdrouten toegankelijk; ▪ zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk; ▪ blijven nooddiensten bereikbaar voor calamiteitenverkeer; ▪ ondervindt bebouwing geen schade (geen water in gebouwen); ▪ ondervinden vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval; ▪ worden onveilige situaties zoals o.a. het onderlopen van onderdoorgangen zoveel mogelijk voorkomen;

•

bij een lange periode van droogte: ▪ blijft schade aan openbaar groen beperkt; ▪ blijft open water en grondwater van voldoende kwaliteit, voor recreatief gebruik en biodiversiteit;

•

bij langdurige hitte: ▪ wordt hittestress bij kwetsbare groepen zoveel mogelijk voorkomen; ▪ wordt opwarming van drinkwater tijdens transport en distributie in het leidingnet voorkomen; ▪ vinden mens en dier verkoeling in de openbare ruimte; ▪ levert recreatief gebruik van zwemwater geen risico’s voor de volksgezondheid;

•

bij overstromingen: ▪ worden gevolgen beperkt door waterrobuuste bouw en inrichting; ▪ worden gevolgen beperkt door voldoende beschikbaarheid voor schuillocaties en mogelijkheden voor evacuatie.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

31

13. Duurzaamheid en energie 13.1 Beleid Rijksoverheid

Provincie

Gemeente

• Omgevingswet en Besluit Bouwwerken Leefomgeving (afd. 4.4); • Klimaatakkoord Parijs (2015); • Klimaatakkoord/Klimaatwet (2019).

• Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht (2022); • RES 1.0 Regio Amersfoort (2021).

• Transitievisie Warmte Leusden (2021); • Leusden Klimaatneutraal 2040 (2021); • Beleidsregels “Duurzame nieuwbouw - energieneutraal en circulair” (2018) Leusden.

13.2 Analyse Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht (2022 en opvolgers) Gemeente Leusden is één van de ondertekenaars van het Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht (2022) en is daarom van toepassing op de gebiedsontwikkeling Achterveld Noordoost. Het convenant, bestaande uit overwegingen en afspraken die de ondertekenaars onderschrijven, met daarbij het toetsingskader dient als vertrekpunt voor de duurzaamheidsambities voor de gebiedsontwikkeling Achterveld Noordoost. Het toetsingskader van het convenant werkt met drie ambitieniveaus: goud, zilver en brons. Brons ligt dicht tegen het wettelijk minimum aan, zilver stijgt daar bovenuit en goud is echt een koplopersambitie. De gemeente Leusden streeft voor het thema energie een ambitieniveau tussen zilver en goud na. Voor de andere thema’s geldt minimaal een niveau brons. Deze ambities zijn conform het collegebesluit (56825; 20 september 2022). Het toetsingskader van het convenant is toegevoegd in bijlage F. Indien er wijzigingen vanuit het rijk of de provincie komen die gevolgen hebben voor het Convenant of onderdelen daarvan, dan kan dit worden bijgesteld via een separaat (college)besluit. Aandachtspunt: Netcongestie In Nederland, de Provincie Utrecht en ook in gemeente Leusden heerst netcongestieproblematiek.

Hoewel woningen (nog) móeten worden aangesloten door de netbeheerder, is het aansluiten van collectieve energievoorzieningen (van bijvoorbeeld appartementencomplexen) en maatschappelijke voorzieningen zoals scholen niet vanzelfsprekend. Om de beoogde nieuwbouw in Achterveld Noordoost aan te kunnen sluiten zetten we in op de ontwikkeling van een slim gebiedsenergiesysteem. In een slim energiesysteem worden bijvoorbeeld warmtepompen, PV-panelen, slimme laadpalen (emobiliteit) en/of energieopslag (buurtbatterij en/of thermische opslag) aan elkaar gekoppeld en slim (data-gedreven) aangestuurd om energievraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen en pieken en dalen (die congestie veroorzaken) te voorkomen. In het vervolgproces wordt met de netbeheerder gekeken naar de impact van de nieuwbouwontwikkeling op het net en mogelijke oplossingen om deze impact te minimaliseren.

13.3 Participatie Vanuit de participatie wordt aandacht gevraagd voor netcongestie.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

32

13.4 Uitgangspunten Energie/warmte • •

geen grootschalige energieopwekking met zonnevelden of windturbines binnen het toekomstige plangebied, wel maximale benutting daken gebouwen en bijvoorbeeld parkeerterreinen voor zonne-energie; we onderzoeken de mogelijkheid om pauzelandschappen in te zetten voor opwekking energie gedurende de gebiedsontwikkeling, dit wetende dat de woningbouw gefaseerd zal worden uitgevoerd.

Netcongestie •

waar mogelijk dient het elektriciteitsnet zoveel mogelijk ontlast te worden. Een taakstellende randvoorwaarde voor de ontwikkeling van Achterveld Noordoost is om samen met de netbeheerder te onderzoeken hoe gebruik en belasting van het elektriciteitsnet (congestie) als gevolg van Achterveld Noordoost zoveel mogelijk voorkomen kan worden. Dit resulteert in een onderzoek naar een slim gebiedsenergiesysteem.

Duurzaamheid •

• •

• •

het Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht (2022) is van toepassing. We hanteren minimaal een niveau brons en onderzoeken kansen voor hogere ambitieniveaus. Op diverse onderwerpen in deze Kaders en Randvoorwaarden worden al uitgangspunten geformuleerd op het gebied van duurzaamheid in de brede zin; op het thema energie streven we een ambitieniveau tussen zilver en goud na (m.b.t. indicatoren BENG-1 en BENG-3); per 1 januari 2026 gaat de wettelijke MPG-score voor nieuwbouwwoningen omlaag van 0,8 naar 0,5, gelijk aan ambitieniveau zilver in het convenant. Voor het thema circulair, indicator MPGscore, hanteren we daarom vooruitlopend op de wetgeving minimaal ambitieniveau zilver. PVpanelen (ten behoeve van hogere energie-ambities dan bouwbesluit) hoeven daarbij niet meegenomen worden in de MPG-berekening; bouw waar mogelijk modulair, zodat objecten duurzaam worden gebouwd, gebruikt en ontmanteld (circulaire potentie) conform Beleidsregels “Duurzame Nieuwbouw – energieneutraal en circulair (2018)”; hanteer uitgangspunten op basis van het Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht (2022) en Beleidsregels “Duurzame nieuwbouw – energieneutraal en circulair 2018” ook bij de inrichting van de openbare ruimte en Grond Weg en Waterbouw (GWW).

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

33

14. Verkeer en parkeren 14.1 Beleid Rijksoverheid

Provincie

Gemeente

• RVV 1990; • Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens; • Wet geluidhinder; • CROW-parkeernormen (richtlijn, die door de rechter als laatste stand der techniek wordt beschouwd); • Parkeerkencijfers 2024 van het CROW; • CROW ASVV 2021 (idem als parkeernormen).

• Regionaal fietsroutenetwerk (RFN); • Wandelroutenetwerk Utrecht Oost; • Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht – niveau brons.

• Mobiliteitsplan ‘Leusden kijkt vooruit’ (vastgesteld in 2021); • Uitvoeringsagenda mobiliteitsplan Leusden (vastgesteld in 2023).

14.2 Analyse Auto In het Mobiliteitsplan “Leusden kijkt vooruit” is de Hessenweg de hoofdroute om van en naar Achterveld te rijden (zie rode lijn op afbeelding hieronder). Het plangebied is niet direct aan te sluiten op deze hoofdroute en dus moet naar een geschikte ontsluitingsroute gezocht worden.

Het plangebied ligt op dit moment buiten de bebouwde kom in de zin van de Wegenverkeerswet, dit moet worden aangepast. Fiets In het Mobiliteitsplan “Leusden kijkt vooruit” is de Hessenweg de hoofdroute voor de fiets om van en naar Achterveld te rijden. Het plangebied is niet direct aan te sluiten op deze hoofdroute en dus moet naar een geschikte ontsluitingsroute gezocht worden. Ook de Kon. Julianaweg en de Asschatterweg maken onderdeel uit van het hoofdfietsnetwerk.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

34

Openbaar vervoer Openbaar Vervoer is in Achterveld niet aanwezig met hoogwaardige frequenties. Langs de Hessenweg zijn een aantal bushaltes voor de buurtbus, er rijdt geen (grote) lijnbus. De dichtstbijzijnde halte vanaf de nieuwe wijk zal op méér dan 500 meter lopen zijn. Wandelen Het plangebied wordt nu veel gebruikt om te wandelen, in de nieuwe woonwijk moeten wandelmogelijkheden terugkomen met aansluiting op het wandelgebied van Mastenbroek 2. Ontsluiting De nieuwe woonwijk moet minimaal twee gemotoriseerd verkeer ontsluitingen hebben, waarvan één alleen voor calamiteiten of als robuust alternatief bij werkzaamheden. Daarnaast moet de wijk goed worden ontsloten met directe routes voor fiets en voetgangers, de auto mag best “ietsjes om”. We onderzoeken of we aansluiting op bestaande wijken kunnen maken en/of een nieuwe ontsluiting richting Klettersteeg. Kengetallen parkeren Voor de ontwikkeling Achterveld Noordoost hanteren we de kengetallen uit de CROW-Ruimte, mobiliteit, stedenbouw en verkeer\Parkeerkencijfers 2024 bij de klasse “matig stedelijk”. Deze klasse is gebaseerd op de adressendichtheid en als extra bron het gemiddeld autobezit per huishouden. Beredenering: Oppervlakte bebouwde kom Achterveld is ongeveer 732.866 m2 = 0,732 km2 (bron: GeoWeb gemeente Leusden). Binnen dit geselecteerde gebied bevinden zich +/- 1.000 adressen (bron: GeoWeb gemeente Leusden).

Omgerekend zijn dat ongeveer 1.360 adressen per km2.

Conform onderstaande tabel 1 is een omgevingsadressendichtheid tussen 1.000 en 1.500 adressen gelijk aan de klasse “matig stedelijk”.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

35

Daarnaast sluit het kengetal ‘autobezit per huishouden’ behorend bij de klasse ‘matig stedelijk’ aan bij de gegevens over het aantal auto’s per huishouden in de kern Achterveld zoals beschreven op Kern Achterveld in Leusden - KadastraleKaart.com: “Het aantal auto's per huishouden is in de kern Achterveld met 1,3 auto's per huishouden bovengemiddeld hoog ten opzichte van het landelijke gemiddelde.”

De kengetallen behorend bij de verschillende klasses worden onderverdeeld in stedelijke zones. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: • centrum; • schil/overloopgebied; • rest bebouwde kom; • buitengebied. De zone ‘rest bebouwde kom’ is voor Achterveld Noordoost het meest passend. De gemiddeldes van de CROW kengetallen “matig stedelijk - rest bebouwde kom” vormen de parkeerkencijfers voor de diverse mogelijke woningtypen en bezoekers in Achterveld Noordoost: Achterveld Noord Oost Gebiedsindeling Rest bebouwde kom - matig stedelijk.

Categorie Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek

Parkeerkencijfer per woning (uitgaand van Totaal te hanteren het gemiddelde, parkeerplaatsen per bewonersaandeel) Kencijfer bezoek per woning woning: 1,9 0,15 2,05 1,8 0,15 1,95 1,7 0,15 1,85

Koop, appartement, >100 m² bvo Koop, appartement, 75 - 100m² bvo Koop, appartement, <75m² bvo Huur, huis, vrije sector Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, vrije sector, >100 m² bvo Huur, appartement, vrije sector, 75 - 100 m² bvo Huur, appartement, vrije sector, <75 m² bvo Huur, appartement, sociale huur, >100 m² bvo Huur, appartement, sociale huur, 75 - 100 m² bvo Huur, appartement, sociale huur, <75 m² bvo Huur, appartement, vrije sector of sociale huur <30 m² bvo

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

1,7

0,15

1,85

1,3 1,3 1,3 1,1

0,15 0,15 0,15 0,15

1,45 1,45 1,45 1,25

1,3

0,15

1,45

1

0,15

1,15

0,9

0,15

1,05

1

0,15

1,15

0,9

0,15

1,05

0,8

0,15

0,95

0,5

0,15

0,65

36

Voor het aantal parkeerplaatsen hanteren wij onderstaande kengetallen:

Daarnaast wordt er rekening gehouden met algemene gehandicaptenparkeerplaatsen; deze worden afgestemd op het woningbouwprogramma. Fietsparkeren Voor fietsparkeren worden de kengetallen uit onderstaande tabel aangehouden. Dit geldt met name voor appartementen, bij grondgebonden woningen is voldoende plek op eigen terrein (voor zowel bewoners als bezoekers). Bij appartementen is met name behoefte bij de entree voor bezoekers omdat de bewoners over een berging beschikken.

14.3 Participatie Vanuit de participatie wordt aandacht gevraagd voor: • ontsluiting van de wijk (niet via hofjes, Mastenbroek 2, Klettersteeg); • de aanleg van voetpaden; • verkeersdruk.

14.4 Uitgangspunten • • • • •

tweerichtingsfietspaden in de wijk minimaal 3 meter breed; alleen daar waar het noodzakelijk is plaatsen we plastic flexibele fietspadpaaltjes, voorzien van inleidende ribbelmarkeringen conform de richtlijn; fijnmazige en kwalitatief hoogwaardige fietsinfrastructuur; de gemiddeldes van de CROW-kengetallen “matig stedelijk - rest bebouwde kom” vormen de parkeerkencijfers voor de diverse mogelijke woningtypen; verplaatsing met de fiets moet sneller zijn dan met de auto; het opladen van elektrische auto’s moet worden gefaciliteerd daar waar ze geparkeerd worden.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

37

15. Cultureel erfgoed en archeologie 15.1 Beleid Rijksoverheid

Provincie

Gemeente

• Erfgoedwet; • Monumentenwet; • Omgevingswet; • Verdrag van Faro (ratificatie vindt plaats); • Verdrag van Valetta.

• Cultuurhistorische Atlas Provincie Utrecht; • Cultuur- en Erfgoedprogramma 2020-2023 “Voor Jong en Altijd”; • Omgevingsvisie PU 2021; • Omgevingsverordening PUinterim 2023.

• • • • •

Erfgoedverordening 2023; Welstandsnota 2018; Beleidsnota archeologie 2018; Omgevingsvisie 2023; Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed 2020.

Cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is een belangrijke kwaliteit die bijdraagt aan de identiteit van Achterveld en dient als inspiratiebron voor de ontwikkeling van Achterveld Noordoost.

15.2 Analyse Achterveld is een dorp in de Gelderse Vallei, ontstaan op een dekzandrug gelegen tussen de Barneveldse Beek en de Modderbeek. De Gelderse Vallei is een bekken, dat tijdens de voorlaatste ijstijd is uitgediept. Dit gebied kenmerkt zich door de oost-west lopende dekzandruggen met hiertussen beekdalen. Door het onregelmatige dekzandreliëf was in het verleden de afwatering in de Vallei slecht. Daardoor is vanaf ongeveer 5000 jaar geleden een dik veenpakket ontstaan waarvan her en der nog veenafzettingen terug te vinden zijn. Kwelwater vanaf de Utrechtse Heuvelrug droeg ook bij aan de overwegend hoge waterstanden in het gebied. De Gelderse Vallei was op de hoger gelegen flanken van de stuwwallen en op de dekzandruggen een aantrekkelijke plaats van bewoning vanaf het Laat-Paleolithicum (vanaf circa 12.000 jaar geleden). Ook in de buurt van Achterveld zijn vindplaatsen uit de vroege prehistorie bekend, zoals langs de Barneveldse Beek. Vanaf de elfde eeuw werden de hoger gelegen dekzandruggen rondom de waterlopen van het bekenstelsel meer systematisch in cultuur genomen. Er ontstaat dan een patroon van verspreide boerderijen met omringend bouwland, de zogenaamde kampen. In lager gelegen delen van de Gelderse Vallei wordt ontgonnen volgens een zogenaamde strokenverkaveling. De bouwpercelen werden vaak omgeven door heggen of hakhout.

De verschillende routes volgen de dekzandruggen. Zoals de Hessenweg – de doorgaande route via het oosten van het land naar Duitsland. Als in de 17e eeuw in Barneveld geen plek meer is voor het katholieke geloof, wijkt de priester uit naar de boerderij Groot Achterveld en wordt zo de kiem gelegd voor het dorp Groot Achterveld. Rondom het projectgebied ligt een houtsingel die op kaarten uit 1870 al aanwezig is. De kavelstructuur is in de loop der tijd veranderd en er ontstaan meer (kleinere) kavels. Sinds 1909 loopt er een wandelpad door het projectgebied. De kwaliteiten en kenmerken van het bestaande landschap zijn sturend in de planuitwerking. Hierbij is een sterkere verbinding tussen bebouwd en landelijk gebied wenselijk en wordt gekeken naar een passende korrel en maat van de bebouwing. Voor het cultuurlandschap en de landschappelijke elementen bij de sloten wordt een groene ontwikkelstrategie opgesteld.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

38

Verkavelingsstructuur 1870-2023

Archeologie Het gehele gebied heeft op de archeologische beleidskaart de aanduiding middelhoge verwachtingswaarde. Bij een voormalig vennetje in het plangebied, zou de trefkans op vondsten hoger kunnen liggen. Te denken valt dan aan sporen van kampjes van jagerverzamelaars. Overige archeologische waarden moeten in kaart worden gebracht middels een archeologisch bureauonderzoek. Wanneer bij archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, in de vorm van objecten of structuren, worden deze indien mogelijk zichtbaar of terugkomend in het ontwerp ingepast.

15.4 Uitgangspunten • • • • •

de kavelstructuur is uitgangspunt voor het ontwerp voor de woningbouw; zorg dat de uitstraling van de waardevolle objecten behouden blijft met passende korrel en grootte van de omliggende nieuwbouw, en versterken van zichtlijnen; het historische wandelpad wordt gebruikt als onderdeel van het nieuwe stedenbouwkundig ontwerp; de specifieke archeologische verwachting van het gebied moet worden geformuleerd in een archeologisch bureauonderzoek. In dit bureauonderzoek wordt ook geformuleerd hoe deze verwachting moet worden getoetst; bij de inrichting van het gebied wordt nadrukkelijk rekening gehouden met culturele erfgoedwaarden.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

39

16. Natuur en landschap 16.1 Beleid Rijksoverheid

Provincie

Gemeente

• Sinds 2024 is de Wet natuurbescherming gebiedsen soortenbescherming onderdeel geworden van de omgevingswet.

• Groen Groeit Mee; • Handreiking ‘Groen bij uitbreidingslocaties’; • Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht (2022) onderdeel gericht op Natuurinclusiviteit en biodiversiteit; • Omgevingswetprogramma recreatie en toerisme 20222025; • Landschap Kwaliteitsgidsen.

• Landschapsontwikkelingsplan-2017 (in revisie); • Visie Recreatie en Toerisme-2020; • Omgevingswetprogramma recreatie en toerisme 2022-2025; • Oplegnotitie Prioritering Groenbeleid gemeente Leusden bij “Groene rijkdom in beeld, Groenbeleidsplan gemeente Leusden”-2013; • Bomenplan Leusden 2012-2021 (in revisie); • SoortManagementPlan – generieke ontheffing voor vleermuis en vogels.

16.2 Analyse Het groenbeleidsplan “Groene rijkdom in beeld” beschrijft 6 pijlers die het uitgangspunt vormen voor het groenbeleid. Het groenbeleid van de gemeente Leusden is erop gericht om de hoofdgroen structuren in de gemeente te behouden en te versterken. Daarbij is er duidelijke aandacht voor biodiversiteit en groenbeleving. Op wijkniveau en bij secundair groen staat het uitgangspunt ‘Samenleving voorop’ centraal. 6 pijlers “Groene rijkdom in beeld” 1. De huidige groenstructuur behouden en versterken; 2. Versterken oriëntatie en herkenbaarheid door boomstructuur; 3. Vergroten van de herkenbaarheid in inrichting en beheer; 4. Herkenbaarheid en karakter voor entrees en kleine parken; 5. Behouden en ontwikkelen van ecologische waarden; 6. Verankering flankerend beleid in groenbeleid en planontwikkeling. De aanwezige groen en waterstructuren in het gebied vormen een belangrijke kwaliteit met een gebiedsoverstijgende functie. Deze groenblauwe structuren vormen dan ook de basis voor de ruimtelijke structuur van de toekomstige stedenbouwkundige ontwikkeling. Op die manier is de connectie met het buitengebied geborgd in het plan. De (nader te bepalen) groenblauwe hoofdstructuur vormt niet alleen de begrenzing van de bouwvlakken, maar biedt ook ruimte voor gewenste landschappelijke inrichting, waterberging en extensieve vormen van recreatie, zoals wandelen en fietsen.

De groenblauwe hoofdstructuur sluit daartoe aan op het routenetwerk in de directe omgeving. Dankzij de landschappelijk inrichting blijven belangrijke habitats en ecologische verbindingen voor plant en dier behouden. Het te ontwikkelen gebied ‘Achterveld Noordoost’ sluit voorts aan op een aantal door rijk en provincie vastgestelde ecologische verbindingszones. Biodiversiteit bebouwde omgeving Voor Groen is het Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht van toepassing. De gemeente streeft minimaal niveau brons na voor Natuur en Landschap. Bij een ruimtelijke ontwikkeling vormt het groen beleidsplan het uitgangspunt voor de groene inrichting van nieuw te ontwikkelen wijken of infrastructurele projecten. Voor het Convenant Duurzame woningbouw wordt er verwacht dat er natuurinclusief gebouwd wordt, daarmee wordt

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

40

eveneens voldaan aan de compensatieverplichting voor het SoortMangementPlan voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Recreatie Voor recreatie is het Omgevingswetprogramma recreatie en toerisme 2022-2025 van de provincie en de Visie recreatie en toerisme van de gemeente Leusden van toepassing. De mogelijkheid om te recreëren is belangrijk voor de leefbaarheid van een gebied. Het zorgt voor levendigheid, verbinding en ontmoetingen tussen mensen en lichamelijk én geestelijk welzijn. Aantrekkelijke fiets- en wandelverbindingen zijn daarbij essentieel. Rondom het gebied ligt reeds een uitgebreid stelsel van recreatieve routes (fiets-, wandel-, kano-, mountainbike en ruiterroutes). Het is van belang aan te sluiten op de huidige routestructuren en deze verder te ontwikkelen. Groen Groeit Mee De gemeente Leusden heeft het Groen Groeit Mee (GGM) Pact ondertekend en is volgens de provinciale omgevingsverordening verplicht om het groen evenwichtig te laten meegroeien met de rode ontwikkeling van het uitleggebied woningbouw Achterveld Noordoost. Deze opgave wil de gemeente Leusden graag oppakken met de handreiking “Groen bij uitbreidingslocaties” als inspiratie. In de handreiking zijn 2 instrumenten en richtgetallen voor het groen opgenomen om zodoende concreet invulling te geven aan GGM.

Deze handreiking is op initiatief van de provincie gemaakt om partijen te ondersteunen bij het nakomen van de eisen in de provinciale omgevingsverordening. Instrument 1 gaat over de groene schakels voor het verbinden en beleefbaar maken van het groen, van voordeur tot het landschap. Instrument 2 gaat over de schijf van vijf (biodiversiteit, toegankelijkheid, waterbalans, identiteit, gezonde mens). De richtgetallen zijn 75 m2 voor het woongroen en 500 m2 voor het regionaal groen. De mate waarin tegemoet kan worden gekomen aan het richtgetal van 500 m2 voor regionaal en beleefbaar groen wordt door meerdere factoren bepaald, waaronder het draagvlak en de ruimtelijke en financiële haalbaarheid van maatregelen. In het kader van GGM zal o.a. worden ingezet op: • het verbinden van het uitleggebied woningbouw met zijn omgeving.

Het moet voor inwoners van de nieuwe wijk mogelijk worden om vanaf de voordeur tot in natuurgebieden en het waardevolle agrarische cultuurlandschap van Achterveld te recreëren; • realiseren van beleefbare groenblauwe structuren in de nieuwe woonwijk die zoveel mogelijk zijn gebaseerd op de reeds aanwezige watergangen en beplantingsstructuren (water en bodem zijn sturend), én die aansluiten op bestaande en nog te realiseren groenstructuren en recreatieve routes in de directe omgeving; • het plan zal voorzien in gebiedoverstijgende groene verbindingen en in wijkgroen naast de deur; • het routenetwerk in de nieuwe wijk sluit aan op, draagt bij aan verbetering en vult het reeds bestaande wandel- en fietsnetwerk in de omgeving verder aan. Door het maken van slimme combinaties en aanboren van (subsidie-)gelden voor GGM kunnen kosten worden bespaard. Op basis van bovenstaande zal concreet invulling worden gegeven aan GGM. Dit zodat het groen evenwichtig meegroeit met het rood in een reeds kwalitatief groene omgeving.

16.3 Participatie Vanuit de participatie wordt aandacht gevraagd voor: • behoud groene karakter (o.a. bestaande bomenlanen en kerk(wandel)paden); Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

41

• • • • •

behoud van de ‘driehoek’ (de zuidelijke paardenweides); behoud van rijvereniging De Singels; behoud van het paardenpad Vallei Trail; “chaotisch spelen” in bosjes / bomen / natuur (speelaanleidingen i.p.v. speelplaatsen); wandelmogelijkheden (met hond).

16.4 •

• • • •

• •

•

•

•

Uitgangspunten

voorwaarde voor ontwikkeling van Achterveld Noordoost is dat er, als financieel, organisatorisch en inhoudelijk onderdeel van het project, in een nader te bepalen vorm en omvang uitvoering wordt gegeven aan het provinciale programma Groen Groeit Mee. Het betreft hier zowel de binnenplanse opgave alsook de buitenplanse opgave en de verbindingen van Achterveld Noordoost met de omliggende natuur- en recreatiegebieden. Het bereiken van overeenstemming met de provincie over de daadwerkelijke invulling van Groen Groeit mee is een uitwerkingsopgave; bestaande bomenlanen behouden (enkele keer doorsteken voor ontsluiting), maar ook ‘opschonen’ en waar nodig versterken; openbaar groen is van groot belang voor de beeldkwaliteit en iets dat het dorpse karakter kan versterken. Voldoende brede en robuuste structuren zijn vereist om dorp en landschap met elkaar te verbinden; het sortiment bomen en bosplantsoen in het landschap moet zoveel mogelijk uit inheemse soorten bestaan en moet passen in het oorspronkelijke landschappelijke beeld; ten behoeve van recreëren in groen (spelen, luieren en sporten) zijn openbare groengebieden (parken, bossen, natuurgebieden en dagrecreatieve terreinen) binnen een afstand van 500 meter van de woning van belang.

De belangrijkste routes voor langzaam verkeer zijn gekoppeld aan robuuste groenstructuren; de 3-30-300 regel is een belangrijk uitgangspunt in het bomenbeleidsplan van de gemeente Leusden. Minimaal 3 bomen zichtbaar, 30% beschaduwd en groen op 300 meter afstand; het gebied leent zich bij uitstek om natte natuur te ontwikkelen. Het betreft hier bijvoorbeeld natuurlijke oevers met oevervegetatie. Ook hooilanden, die in de winter onder kunnen lopen en tevens een waterbergende functie vervullen worden binnen dit plan waar mogelijk gerealiseerd. In het verlengde van de parkzone van Mastenbroek 2; naast klimaatadaptief ook natuurinclusief ontwerpen met kansen voor beleefbare biodiversiteit (vanuit de gemeente zijn er mogelijkheden om bij te dragen aan natuurinclusiefontwerp); ▪ de maatregelen kunnen hard zijn (bijv. nestkasten) of zacht (bijv. tuinen); ▪ aanpassingen kunnen betrekking hebben op beschermde plant- en diersoorten maar ook op algemene soorten; ▪ ook het gebruik van groene muren (muren met mogelijkheden voor planten) wordt hier gewenst. door bestaande bomen en landschapsstructuren als uitgangspunt te nemen bij het ontwerp is het niet meer nodig ze te compenseren.

Door de beschermde elementen te behouden en de ruimtelijke ontwikkeling daaromheen te plannen zijn deze beschermde soorten een ontwerpkader en geen beperking meer; groene structuren worden gecombineerd met routes voor ecologische verbindingen zodat fauna openbaar groen kan gebruiken.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

42

17. Milieu 17.1 Beleid Rijksoverheid

Provincie

Gemeente

• Omgevingswet; • Omgevingsbesluit; • Nationale omgevingsvisie; • Besluit activiteiten leefomgeving; • Besluit kwaliteit leefomgeving; • Besluit bodemkwaliteit.

• Omgevingsvisie; • Omgevingsverordening.

• Omgevingsvisie; • Bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer (2022); • Geluidnota gemeente Leusden 2023; • Besluit routering gevaarlijke stoffen gemeente Leusden van (2013).

17.2 Analyse Het is van belang om de impact vanuit de omgeving op de geplande gevoelige objecten, zoals woningen, inzichtelijk te maken. Andersom is het ook van belang om de impact van de geplande ontwikkeling op de omgeving in kaart te brengen. Beiden zijn aan verandering onderhevig en moeten bij verdere ontwikkeling van het gebied nader getoetst worden. Het gebied grenst aan de zuid- en zuidwestzijde aan een woongebied en aan de overige westzijde aan toekomstige woningen uit de ontwikkeling Mastenbroek 2. Aan de noord- en noordoostzijde is agrarisch gebied aanwezig. Ten zuidoosten van het plangebied is een bedrijventerrein aanwezig met hierop een maximale planologische ruimte voor bedrijven met milieucategorie 3.1. Bij de activiteiten op dit bedrijventerrein is sprake van diverse hindercontouren. In het gebied zelf bevinden zich aandachtlocaties, bijvoorbeeld de agrarische grond met bijbehorende sloten, in het kader van bodemkwaliteit, wegen waarvan de intensiteit zal toenemen bij de geplande ontwikkeling en een paardrijvereniging in het zuidoosten van het plangebied. In de onderstaande paragrafen wordt hier verder op in gegaan. Geluidbelasting op de ontwikkeling Het toekomstige plangebied is mogelijk minimaal belast met geluid door het gemotoriseerde verkeer op de Fliert en de Martinalaan.

Er wordt niet verwacht dat de geluidsbelasting van deze wegen op de te realiseren woningen de standaardwaarde zal overschrijden. Daarnaast ontstaan er in de wijk zelf nieuwe wegen die ook een geluidsbelastend effect hebben op de woningen. Aangetoond moet worden of de te realiseren woningen kunnen voldoen aan de standaardwaarden vermeld in het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) en de Geluidnota gemeente Leusden 2024. Daar waar de woningen niet kunnen voldoen aan de standaardwaarden dient voldaan te worden aan artikel 4 van de Geluidnota gemeente Leusden 2024 (waaronder een maximale grenswaarde). De hogere grenswaarden systematiek uit de Wet geluidhinder is onder de Omgevingswet komen te vervallen. Dit betekent dat de onderbouwing van de geluidsbelasting op de te realiseren woningen moet plaatsvinden in de aanvraag van het omgevingsplan zelf. Door middel van een beoordeling aan de geluidswaarden genoemd in het Bkl en de gemeentelijke geluidnota 2023 ten behoeve van de: • huidige situatie (de huidige belasting op de geprognotiseerde woningen); • toekomstige situatie (huidige belasting inclusief belasting vanuit de woonwijk op de in het toekomstige plangebied aanwezige woningen). Aan de oost- en zuidzijde van het plangebied zijn verschillende activiteiten aanwezig. Van deze activiteiten zal moeten worden vastgesteld dat deze niet worden ingeperkt door de

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

43

ontwikkeling van geluidsgevoelige gebouwen binnen het plangebied. Hiervoor zal moeten worden aangesloten bij de geluidsnormen voor activiteiten uit het Bkl. Zie voor verdere uitwerking hiervan ‘Activiteiten en milieuzonering’. Geluidbelasting na realisatie Na realisatie van deze ontwikkeling vindt er een blijvende toename plaats van het wegverkeer in deze omgeving. Deze toename dient onderzocht te worden in relatie tot de bestaande woningen. Er dient in dat onderzoek rekening gehouden te worden met de geprognotiseerde verkeersstromen. Er dient voldaan te worden aan de gestelde voorwaarden uit het Bkl en de gemeentelijke geluidnota. Omgevingsveiligheid Het gebied ligt niet in een aandachtsgebied voor omgevingsveiligheid. Ook zijn er geen plaatsgebonden risicocontouren binnen het plangebied. Er zijn hiermee geen extra aandachtspunten voor omgevingsveiligheid voor deze ontwikkeling. Luchtkwaliteit In de planvorming en de onderbouwing van het omgevingsplan moet worden verantwoord of dit plan in ‘Niet betekenende mate (NIBM)’ een bijdrage heeft aan de luchtverontreiniging. Mocht dit wel het geval zijn, dan moet worden aangetoond dat de grenswaarden niet overschreden worden. De gemeente Leusden is geen aandachtsgebied voor luchtkwaliteit, daarom wordt niet verwacht dat de grenswaarden overschreden worden.

Bodemkwaliteit Waar woningen worden gerealiseerd en wordt geroerd in de grond, is bodemonderzoek nodig. In het verleden is op deze locatie voornamelijk agrarische grond aanwezig geweest. Een historisch onderzoek naar de locatie zal in kaart kunnen brengen of, en welke, deellocaties verdacht zijn voor bodemverontreinigingen. Duidelijke afspraken moeten worden gemaakt in het geval van aanvoer en of toepassing van bodem van elders in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bodemkwaliteit (huidige Besluit bodemkwaliteit). Ook het aspect PFAS moet meegenomen worden. Hieronder is een uitsnede geplaatst van de bodemonderzoeken kaart (BIS) van de gemeente Leusden. Er zijn geen onderzoeken in het gebied bekend. De groene stippen geven (sloot)dempingen weer uit het historisch bodembestand van de provincie Utrecht.

Uitsnede bodemonderzoeken kaart (BIS) gemeente Leusden

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

44

Aan te voeren grond dient te voldoen aan de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Leusden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er geen ondergrens meer geldt voor meldingsplichtige activiteiten. Iedere toepassing van grond dient gemeld te worden. Daar staat tegenover dat de bodemkwaliteitskaart de toepassing van bodem in de meeste gevallen versimpelt. Gemeente Leusden heeft in de nota bodembeheer ook vermeld staan welke grond zij expliciet niet accepteert (ondanks eventuele kwaliteit). Denk bijvoorbeeld aan zogenaamde bodemassen. Geur In het kader van deze planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de geurcontouren afkomstig van bedrijvigheid in de directe omgeving. In het Bkl zijn normen opgenomen voor de geurbelasting van agrarische bedrijven op geurgevoelige gebouwen. Leusden valt binnen een concentratiegebied geur, hierdoor zijn binnen de bebouwingscontour de volgende normen geldig: • voor landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor een richtafstand van 100 meter; • voor landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor geldt een maximumbelasting van 3 odeur units (OUE/m3). In het oosten van het plangebied is een paardrijvereniging aanwezig. Aangezien de paarden hier niet op stal staan, wordt hiervoor geen geurhinder verwacht. Voor veehouderijen in de omgeving zijn voornamelijk de richtafstanden maatgevend.

Daarnaast hebben sommige veehouderijen een berekende geurcontour. In onderstaande afbeelding wordt in rood de contour weergegeven waarbinnen nieuwe woningbouw niet mogelijk zou zijn. Dit is een indicatieve berekening, binnen de contouren zal extra onderzoek nodig zijn. Aangezien de contouren niet overlappen met het plangebied wordt niet verwacht dat geur uit omliggende veehouderijen een belemmering vormt voor deze ontwikkeling.

Indicatieve geurcontouren voor nieuwe woningbouw.

Flora en fauna In het kader van de planvorming en de onderbouwing van het omgevingsplan, wordt in overleg met de Provincie aangegeven of voor de planontwikkeling een omgevingsvergunning in het kader van de bescherming van flora en fauna nodig is. Er is een QuickScan natuur uitgevoerd. Uit deze QuickScan is gebleken dat een vervolgonderzoek nodig is voor de volgende soorten: • Huismus • Steenuil • Kerkuil

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

45

• • • • •

Das Steenmarter Konijn Ringslang Vleermuizen

Naast deze onderzoeken is er ook een wintercheck nodig voor nesten van eekhoorns en roofvogels of in boomholtes. Tijdens deze wintercheck kunnen ook mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen worden meegenomen. Er zal in ieder geval een omgevingsvergunning floraen fauna-activiteit moeten worden aangevraagd voor de haas en kleine marterachtigen. Dit proces is een onderdeel van de omgevingswet waar de Wet natuurbescherming een onderdeel van is. Gebiedsbescherming Er dient een stikstofberekening als motivatie bij de planvorming gevoegd te worden. Deze berekening dient zowel de bouw- als de gebruiksfase van het toekomstige plangebied te bevatten. Afhankelijk van de uitkomsten kan eventueel een fasering van de bouw nodig zijn om significante effecten op omliggende natuurgebieden te voorkomen. MER Als onderdeel van de planvorming en onderzoeken voorafgaand aan de procedure in het kader van het omgevingsplan moet mogelijk een milieueffectrapportage (MER) worden opgesteld. In eerste instantie zal een plan-mer-beoordeling moeten worden uitgevoerd. Indien hieruit blijkt dat aanzienlijke milieugevolgen niet zijn uitgesloten, zal vervolgens een plan-mer moeten worden gemaakt. Activiteiten en milieuzonering In de nabijheid van het toekomstige plangebied liggen diverse verschillende bedrijven, voornamelijk aan de Fliert ten oosten van het plangebied.

Hier zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 bestemd. Tot deze bedrijven moet minimaal 50 meter afstand worden gehouden. Indien binnen deze ruimte toch woningen worden ontwikkeld zal door middel van onderzoek naar het maatgevende milieuaspect (in dit geval waarschijnlijk geluid) moeten worden aangetoond dat dit milieutechnisch mogelijk is. Aan de zuidzijde van het plangebied bevinden zich activiteiten die mogelijk geluidbelasting voor de te ontwikkelen woningen kunnen veroorzaken. Welke milieuruimte op dit moment door deze activiteiten wordt benut is onduidelijk. Wel is aan te nemen dat geluid hierbij het maatgevende thema is. Wanneer binnen 100 meter van deze locatie geluidsgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt worden, zal met akoestisch onderzoek aangetoond moeten worden dat kan worden voldaan aan de waarden uit tabel 22.3.1. van het Omgevingsplan gemeente Leusden. Binnen het plangebied worden ook honden en paarden getraind, ter plaatse van de Fliert 26. Voorwerp van onderzoek tijdens het maken van het stedenbouwkundig plan is in hoeverre voornoemde activiteiten voortgezet kunnen worden, in het licht van de voorgenomen woningbouw. Milieu en gezondheid Vanwege de omliggende agrarische bedrijven en andere bedrijfsfuncties is het belangrijk om rekening te houden met gezondheid. Voor het agrarische onderdeel ligt de check met name op zoönose.

In het omgevingsplan kan hierop een voorschot worden genomen door in de motivatie te toetsen aan zoönose “belasting”, in relatie tot de normen vanuit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

46

Daarnaast is het onduidelijk of er gewassenbeschermingsmiddelen worden toegepast op het agrarische land rondom het plangebied. Er kan echter vanuit worden gegaan dat dit gebruik wel mogelijk is binnen deze gebieden. In die gevallen is een spuitzone van toepassing en zal er minimaal 50 meter afstand moeten worden gehouden tussen deze agrarische gronden en gevoelige gebouwen. Sporen van deze middelen kunnen echter worden aangetoond buiten de 50 meter rondom de activiteit. Daarom zal moeten worden afgewogen of voor specifieke functies (zoals een school) meer afstand tot deze mogelijke activiteit moet worden gehouden. Milieuonderzoeken Voor de beoogde ontwikkeling moeten milieuonderzoeken uitgevoerd worden. De uitkomsten van deze onderzoeken geven aan waar gevoelige gebouwen mogelijk zijn, al dan niet in combinatie met maatregelen. • geluidsonderzoek wegverkeerslawaai; • historisch bodemonderzoek conform NEN 5725; • vervolgonderzoeken soortenbescherming; • aeriusberekeningen voor bouw- en gebruiksfase (stikstof); • plan-mer-beoordeling; • activiteiten en milieuzonering-onderzoek naar activiteiten op de Fliert (met in ieder geval aandacht voor de activiteiten op de Fliert 26), de Kerkdijk en omliggende agrarische bedrijven; • optioneel; onderzoek naar mogelijke spuitzones van omliggende agrarische bestemmingen.

17.3 Participatie Vanuit de participatie wordt aandacht gevraagd voor bestaande flora en fauna, de toename van geluidbelasting door verkeersaantrekking en milieuzonering omliggende bedrijven.

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

47

18. Communicatie en participatie Kwalitatieve eisen De gemeente organiseert de participatie in (de aanloop naar) de Kaders en Randvoorwaarden, het Stedenbouwkundig plan en het Omgevingsplan. Wanneer de omgevingsplanprocedure start, worden belanghebbenden hierover via verschillende kanalen door de gemeente geïnformeerd. In de procedure is ruimte voor inspraak en het indienen van zienswijzen op het plan. In de communicatie naar buiten (website, social media, brieven, emailing, lokale informatievoorziening (LeusderKrant, Trefpunt)) schrijft de gemeente in het kader van de inclusiviteit op B1 niveau. Uitgangspunt voor de participatie is dat participanten meedenken, maar niet meebeslissen. Tenzij bij een vraagstuk meerdere oplossingen denkbaar zijn welke qua impact, budget, uitvoering weinig tot niet van elkaar verschillen. In de communicatie en participatie onderscheiden we 3 fases: • Fase 1: Kaders en Randvoorwaarden en Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan Eerste avond: kennismaking met alle belangstellenden/belanghebbenden, toelichting op het proces en een eerste analyse van het gebied. Tweede avond: presentatie van de opgehaalde wensen/ideeën en een verkenning van een mogelijk stedenbouwkundige opzet en de inpassing van diverse functies (groen, wonen, wegen, water). In kleinere groepen in gesprek met belangstellenden/belanghebbenden.

Derde avond: presentatie van de concept Kaders en Randvoorwaarden en het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan. Toelichting op wat er met alle suggesties, wensen, en zorgen is gedaan en waarom de door de gemeente gemaakte keuzes in de concept Kaders en Randvoorwaarden zijn gemaakt. • Fase 2: Van Voorlopig Ontwerp naar Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig plan In de vorm van een meedenkgroep kunnen belangstellenden/belanghebbenden meedenken over diverse thema’s als inrichting, architectuur en materiaal. • Fase 3: Uitwerkingsplan Bij de technische uitwerking van het ontwerp van het openbaar gebied dient op een nader te bepalen wijze en vorm sprake te zijn van participatie zodat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met wensen, zorgen en met praktische tips en ervaringen met de bestaande openbare ruimte. Kansen en beperkingen naar aanleiding van de participatie Vanuit de participatie zijn onderstaande wensen en zorgen geuit: • participanten hebben soms de indruk dat de gemeente niet transparant is waar het de ontwikkeling van Achterveld Noordoost betreft. Uitgangspunt bij communicatie en participatie is dat er transparant en open gecommuniceerd wordt. Waar informatie gedeeld kan worden, wordt die ook gedeeld; • participanten hebben soms kritiek op hoe participatie wordt gedefinieerd. Elke vorm van participatie kent echter spelregels.

Uitgangspunt bij communicatie en participatie is daarom dat er te allen tijde duidelijkheid moet worden verschaft ten aanzien van wat participanten op basis van door hun geuite wensen, zorgen en suggesties kunnen verwachten en ook wat participanten ten aanzien van de planning kunnen verwachten; • participanten koesteren soms verwachtingen op basis van uitspraken van de gemeente en haar adviseurs. Zorgvuldig en inhoudelijk niet voor meerdere uitleg vatbaar taalgebruik is

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

48

daarom uitgangspunt bij communicatie en participatie. Uitspraken, ontwerpbeslissingen en toezeggingen dienen herleidbaar te zijn en waar nodig te worden vastgelegd; • bij de participatie in het kader van het maken van deze Kaders en Randvoorwaarden zijn veel wensen, zorgen en suggesties geuit. Wensen, zorgen en suggesties die soms in een latere fase van het ontwerp- of realisatieproces aan de orde komen. Uitgangspunt t.a.v. de participatie en communicatie is dat alle reacties en bijdragen, geanonimiseerd en gecategoriseerd verwerkt en waar nodig van een antwoord of een toelichting, t.a.v. wat er wel of niet mee is/wordt gedaan, worden voorzien. Proces Gezien de complexiteit van het maken van Kaders en Randvoorwaarden is ervoor gekozen om in deze fase tot en met trede 3 van de participatieladder te gaan (zie onderstaand figuur), d.w.z.: belangstellenden/belanghebbenden worden geïnformeerd en kunnen meedenken en meepraten, maar ze beslissen niet mee met het vast te stellen eindresultaat. Besluiten t.a.v. door participanten geuite zorgen, wensen en suggesties is voorbehouden aan het college.

• op 24 september 2024 is een 1e participatieavond georganiseerd in De Roskam in Achterveld. Er is zoveel mogelijk ruchtbaarheid aan de avond gegeven door direct aanwonenden aan te schrijven en met behulp van een persbericht in de lokale krant. De opkomst was groot, naar schatting waren er zo’n 150 mensen aanwezig; • op 1 oktober 2024 is een rondwandeling met belangstellenden/belanghebbenden rond het gebied georganiseerd; • op 20 november 2024 is het eerste overzicht van binnengekomen reacties geanonimiseerd gepubliceerd op de projectsite van de gemeente; • op 27 november 2024 is een 2e participatieavond georganiseerd in De Roskam in Achterveld. Tijdens deze avond werd de compleetheid van de binnenkomen zorgen, wensen en suggesties geverifieerd en konden belangstellenden/belanghebbenden in gesprek met beleidsambtenaren en medewerkers van bureau SAB om na te denken over dilemma’s en voor- en nadelen van mogelijke oplossingsrichtingen; • op 19 december 2024 is een tweede overzicht van binnengekomen reacties geanonimiseerd gepubliceerd op de projectsite van de gemeente; • naar verwachting vindt in maart 2025 een 3e participatieavond plaats waarop de concept Kaders en Randvoorwaarden en het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan worden

Kaders en Randvoorwaarden Achterveld Noordoost

49

gepresenteerd. Aan belangstellenden/belanghebbenden wordt toegelicht wat er met hun suggesties, wensen, en zorgen is gedaan en waarom de door de gemeente gemaakte keuzes in de concept Kaders en Randvoorwaarden zijn gemaakt; • na de 3e participatieavond vindt een BOB-avond plaats (verwachting in maart 2025) waarin de raad geïnformeerd en geconsulteerd wordt over de concept Kaders en Randvoorwaarden en het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan; • na het informeren en consulteren van de raad besluit het college (verwachting in april 2025) over de definitieve Kaders en Randvoorwaarden en het definitieve Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan. Na de 3e participatieavond en voor besluitvorming door college zijn participanten dus nog in de gelegenheid zowel college als raad te benaderen met hun opmerkingen op de concept Kaders en Randvoorwaarden en het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan. Uitkomsten De inbreng van participanten is gebundeld, gecategoriseerd en geanonimiseerd in een overzicht gezet. Zie bijlage E.1 en E.2 bij deze Kaders en Randvoorwaarden. Daarnaast is een afbeelding gemaakt van de meest genoemde punten (zie afbeelding hieronder).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4050/documents/45550