Jaarverslag en Jaarrekening 2025 inclusief getekende controleverklaring gewaarmerkt
Tekst van het document
De risico’s met betrekking tot de opvang van vluchtelingen zijn afgenomen ten opzichte van de vorige risicoinventarisatie, omdat er minder onzekerheden zijn over de vergoeding voor transitiekosten vanuit het Rijk en een mogelijke onrendabele top bij maatschappelijk vastgoed niet van toepassing is op basis van BBVregelgeving.
60
Domein Ruimte Binnen het domein ruimte zijn de operationele risico’s van de lopende grondexploitaties opgenomen. De inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) vormt een structureel risico, waardoor bouwleges kunnen afnemen. Ratio weerstandsvermogen De ratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit (het vrij beschikbaar vermogen) te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (financiële risico`s). De ratio weerstandsvermogen laat de volgende ontwikkeling zien:
Ratio w eerstandsverm ogen Beschikbare w eerstandscapaciteit
Incidenteel
Structureel
Totaal
2025
2025
2025
31.960
1.937
33.897
Benodigde w eerstandscapaciteit
8.436
3.851
12.286
Ratio
3,8
0,5
2,8
Bedragen x € 1.000
Conclusie weerstandsratio De ratio van 2,8 valt boven de beoogde ondergrens van 1. Het weerstandsvermogen is toereikend. Hierbij opgemerkt in het geval structurele risico’s zich voordoen er onvoldoende structurele weerstandscapaciteit is. Het college dient, volgens de Nota Risicomanagement en Weerstandvermogen 2024, binnen 1 jaar hiervoor structurele maatregelen te treffen. Vrij beschikbaar vermogen Het vrij beschikbaar vermogen is belangrijk om inzicht te krijgen in welke mate gemeente Leusden gebruik kan maken van de 10% regeling om structureel in te zetten voor de begroting. Dit wordt berekend door het totaal van de algemene reserves te verminderen met het benodigde weerstandsvermogen. Het saldo van de algemene reserves is gebaseerd op de jaarrekening 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2029. Het gewenste weerstandsvermogen is opgesteld aan de hand van een gedetailleerde risico-inventarisatie in samenwerking met de risico-eigenaren. In onderstaande tabel wordt het vrij beschikbare volume weergegeven.
Vrij beschikbaar verm ogen
2025
2026
2027
2028
Algemene reserve per 31-12
22.071
20.362
19.678
18.234
Algemene reserve grondbedrijf per 31-12
2.549
2.346
4.334
4.148
Algemene reserve vluchtelingen per 31-12
7.340
7.244
7.148
7.052
AF: Benodigd w eerstandsvermogen
-12.286
-12.286
-12.286
-12.286
Vrij beschikbaar vermogen
19.673
17.665
18.873
17.147
Bedragen x € 1.000
Kengetallen financiële positie De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De financiële positie is altijd een momentopname waardoor een getal alleen niet zoveel zegt. Het gaat om de verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van getallen over een aantal jaren.
61
Methode beoordeling Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en het gemeenschappelijk (provinciaal) financieel toezichtskader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) horen. Wij zullen de kengetallen hieronder weergeven en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Categorie A
Categorie B
Categorie C
< 90 %
90 -130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 – 50 %
< 20%
Grondexploitatie
< 20%
20 – 35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
>1 %
0-1%
<0 %
Belastingcapaciteit
< 95%
95 – 105 %
> 105 %
Signaalwaarden kengetallen Netto schuldquote gecorrigeerd
In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende Leusdense waarden en het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan. Deze kengetallen zijn gebaseerd op de begroting 2026-2029. Kengetallen:
Jaarrek
Jaarrek
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Netto schuldquote
3%
3%
1%
-3%
-5%
-9%
Netto schuldquote gecorrigeerd
0%
0%
-2%
-5%
-8%
-11%
Solvabiliteitsratio
66%
58%
55%
56%
56%
56%
Grondexploitatie
-1%
-4%
-3%
0%
0%
0%
A. Structurele exploitatieruimte
1,8%
2,7%
-0,1%
0,0%
-1,0%
-1,1%
1,8%
2,7%
1,4%
0,0%
-1,0%
-1,1%
95%
93%
93%
93%
93%
93%
B. Belastingcapaciteit vs provincie (nieuw) 93%
83%
83%
83%
83%
83%
B. Structurele exploitatieruimte
Inclusief inzet surplus AR in 2026 A. Belastingcapaciteit vs landelijk
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto gecorrigeerde schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Deze wordt gecorrigeerd voor leningen die wij doorlenen. Dit geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe beter. In 2024, 2025 en 2026 zien we een negatief percentage. Dit wordt veroorzaak doordat de grondexploitatie Mastenbroek II in de eindfase zit en hierdoor de opbrengsten hoger zijn dan de kosten in deze jaren. Er zijn geen andere grondexploitaties onderhanden waarvoor kosten worden gemaakt. 62
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe de jaarlijkse baten en lasten (gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten en reservemutaties) zich verhouden en hoeveel ruimte nog in de exploitatie aanwezig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. Nb. In de begroting van 2026 is € 1,5 miljoen uit de algemene reserve toegevoegd uit het surplus van de algemene reserves. Hiervoor is een extra regel toegevoegd in de tabel, zodat het ook de exploitatieruimte zonder deze toevoeging zichtbaar blijft. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Om te kunnen bepalen of de gemeente nog ruimte heeft om de belastingen te verhogen is het nodig om na te gaan in hoeverre de riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend zijn en hoe het OZB-tarief van de gemeente zich verhoudt tot het landelijk en het provinciaal gemiddelde.
Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen In de Nota Risicomanagement 2024 is aangegeven dat er een totaalcijfer wordt berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang. BDO Benchmark Nederlandse gemeenten Om een gefundeerd oordeel te vormen over de samenhang van alle kengetallen heeft accountantskantoor BDO in 2018 een methodiek gepresenteerd. Zij borduren voort op de (risico)categorieën die de provincies hanteren. In onderstaande tabel wordt de methode weergegeven. Door de punten per kengetal uit de bijbehorende categorie bij elkaar op te tellen ontstaat een totaalcijfer. Een gemeente behaalt 10 punten indien alle kengetallen van deze gemeente vallen binnen de categorie ‘Minst risicovol’. Gemeenten die alle kengetallen scoren in de categorie ‘Meest risicovol’ krijgen de laagst mogelijke score van een 3,2. Jaarrek
Jaarrek
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Netto schuldquote gecorrigeerd
3
3
3
3
3
3
Solvabiliteitsratio
4
4
4
4
4
4
Grondexploitatie
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
Structurele exploitatieruimte
0,3
0,3
0,3
0,3
Beoordeling kengetallen:
1
1
Belastingcapaciteit
0,3
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Totaal
9,8
10
9,3
9,3
9,3
9,3
Conclusie kengetallen Voor de kengetallen geldt categorie B (neutraal) als streefwaarde. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde een 7. Op basis van bovenstaande uitkomsten kunnen we stellen dat de financiële positie van de gemeente Leusden goed is.
63
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt weergegeven hoe het gemeentelijk beleid ten aanzien van het groot onderhoud- en de vervanging van kapitaalgoederen in het jaar 2025 tot uitvoering is gebracht, en welke middelen hiervoor zijn aangewend. Op het gebied van kapitaalgoederen worden twee fasen onderscheiden: Het verkrijgen (aanschaf) of vervaardiging van kapitaalgoederen; Het onderhoud van kapitaalgoederen. Het onderhoud valt uiteen in dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten direct ten laste van de exploitatie komen en daarnaast het groot onderhoud, waarvan de uitgaven ten laste van de onderhoudsvoorzieningen worden gebracht. Daarnaast is er sprake van vervangingsinvesteringen waarmee kapitaalgoederen geheel- of gedeeltelijk worden vervangen. Op deze categorie wordt altijd afgeschreven waarbij het de afschrijvingslasten die uit de investering voortkomen geheel of gedeeltelijk ten laste van een reserve dekking kapitaallasten kunnen worden gebracht. Beleidskader Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2012 voor het eerst vastgelegd in de IBOR-rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). De meest recente onderhoudsactualisatie 2025-2028 is door de raad in haar vergadering van december 2025 vastgesteld. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie ‘basis’ (B) nagestreefd.
De beleidsvoornemens voor het vakgebied van de riolering zijn vastgelegd in het GRP 2019-2023 dat met 2 jaar is verlengd tot 31 december 2025. Actualiteit van de beheerplannen Voorzieningen die zijn gevormd om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan. De beheerplannen zijn in december 2025 door de raad vastgesteld in het rapport ‘IBOR 2021-2032 – actualisatie uitgaven voor groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen in de openbare ruimte’. In het beheerplan worden de activiteiten en middelen voor de instandhouding van de kapitaalgoederen vermeld. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline het actuele beheerplan en de geplande actualisatie daarvan weergegeven. Discipline Water Wegen Verkeersregelinstallaties Civiele kunstwerken Gebouwen Groenonderhoud Speelvoorzieningen Sportterreinen Riolering Openbare verlichting
beheerplan IBOR 2025-2028 IBOR 2025-2028 IBOR 2025-2028 IBOR 2025-2028 IBOR 2025-2028 IBOR 2025-2028 IBOR 2025-2028 IBOR 2025-2028 GRP 2019-2025 IBOR 2025-2028
actualisatiejaar 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2026 2025
Kapitaalgoederen in Leusden De gemeente Leusden heeft circa 1.811.000 m2 aan verharding, 391 kilometer aan riolering, 72 kilometer aan watergangen, 1.464.000 m2 aan groen en ca. 30 gebouwen in beheer. De instandhouding van de kapitaalgoederen behelst circa 20% van de jaarlijkse gemeentelijke lasten. Ontwikkelingen In december 2025 zijn de groot onderhoudsperspectieven geactualiseerd en vastgesteld door de raad. De geactualiseerde onderhoudsramingen zijn vastgesteld voor de vierjaarlijkse periode 2025-2029 en financieel doorgerekend tot en met het jaar 2036. In de onderhoudsactualisatie zijn zowel de uitgaven van dagelijks onderhoud, groot onderhoud- als de vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt. In 2025 is gewerkt aan het actualiseren van de onderliggende beheerplannen. De raad heeft in december 2025 het nieuwe Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. 64
Uitgevoerde werkzaamheden in 2025 In de begroting 2025 zijn de uit te voeren werkzaamheden voor 2025 opgenomen. In dit onderdeel wordt een actualisatie gegeven wat er in 2025 is gerealiseerd en wat – om diverse redenen – is uitgesteld. Wegen De reguliere onderhoudswerkzaamheden zijn vrijwel allemaal uitgevoerd in 2025. Hiervoor zijn – binnen het beschikbare budget - extra aannemers ingezet, om de werkvoorraad verwerkt te krijgen. Alle geplande groot onderhoudswerkzaamheden aan asfaltverhardingen zijn door de hele gemeente uitgevoerd, zoals op de Asschatterweg, Stoutenburgerlaan, Clarenburg e.a. en ook zijn fietsoversteken vervangen. Voor het project Herinrichting Torenakkerweg zijn er in concept al verkeerstechnische ontwerpen, maar de geplande uitvoering blijft vooralsnog uit en zal In 2026 een vervolg krijgen. Het project Wijkrenovatie Hamersveld-Nieuw heeft als gevolg van gebrek aan capaciteit bij nutspartijen enige vertraging opgelopen. Start werkzaamheden is uitgesteld naar het eerste kwartaal van 2026. Groen In 2025 zijn vanuit de groeninspectie weer diverse locaties door heel Leusden en Achterveld gerenoveerd. Hierbij is afstemming gezocht met andere vakdisciplines om zoveel mogelijk integraal te werk te gaan. Locaties zijn o.a. de Weesboom, Claverenbladstraat de Van Den Bergstraat. Ook zijn diverse plantvakken met bosplantsoen gerenoveerd.
Fase 2 en 3 van de vervanging van de bomenstructuur langs de Benedictijnenhove, Landjonker en Beekridder zijn voorlopig uitgesteld. Gewacht wordt op de geplande wegrenovatie, die naar verwachting over ongeveer tien jaar zal plaatsvinden. In 2025 zijn 180 bomen terug geplant. Vanwege ziektes, slechte conditie en of ouderdom verspreid over de gemeente zijn rond de 200 bomen gekapt. De resterende bomen worden herplant in 2026. Civiele kunstwerken De Lockhorsterbrug is volgens planning vervangen. Dit geldt ook voor de bruggen aan de Jan van Arkelweg, Walstro en Asschatterkeerkade. Diverse werkzaamheden aan bruggen zijn uitgesteld of geannuleerd, omdat bij inspecties is gebleken dat groot onderhoud of zelfs vervanging moeten worden ingezet. Uitvoering hiervan zal in 2026 plaatsvinden. Buitensportaccomodaties De werkzaamheden voor de buitensportaccommodaties zijn conform begroting 2025 uitgevoerd. Verkeersregelinstallaties De vervangingen zoals gepland bij de begroting 2025 zijn allemaal uitgesteld. Dat heeft te maken met de nieuwe aanbesteding in combinatie met gemeente Amersfoort. Deze aanbesteding wordt in het voorjaar van 2026 afgerond. Uitvoering van vervanging van de VRI’s staat nu gepland in 2027. Uitvoering groot onderhoud Onderstaande tabel geeft een overzicht van de uitgaven voor het groot onderhoud van de kapitaalgoederen in het jaar 2025.
In de begroting na wijziging zijn – indien van toepassing - ook de tussentijdse budgetmutaties verwerkt vanuit de voorjaars- en de najaarsnota. De uitgaven zijn inclusief kostprijsverhogende BTW. De onderstaande budgetten zijn gebaseerd op de groot onderhoudsactualisatie 2025-2028.
65
(Bedragen x € 1.000)
Tabel C.1 Uitgaven groot onderhoud Begroting 2025 Primitief na wijziging
Realisatie 2025
Saldo 2025
groot onderhoud Wegen
253
1.648
1.612
36
Civiele kunstwerken
0
407
356
51
Verkeersregelinstallaties
14
0
0
0
Speelvoorzieningen
16
5
7
-2
Waterbeheer
25
130
35
95
Groen
15
0
2
-2
Buitensport
27
603
638
-35
Openbare verlichting Totaal groot onderhoud Buitenruimte
0
13
0
13
350
2.806
2.649
157
Gebouwenbeheer (incl zwembad en parkeerdekken) Algemeen gebruik
44
52
26
26
Cultureel en sociaal
12
177
28
150
Binnensportaccommodaties
12
224
51
173
Verhuurde panden
0
45
0
45
Overig
0
0
0
0
Zwembad Octopus
0
322
346
-24
Parkeerdekken
0
45
0
45
Totaal gebouwenbeheer
68
865
450
414
Totaal groot onderhoud
418
3.671
3.100
572
Zoals uit de tabel blijkt komen de voor 2025 in de begroting opgenomen- en gedurende het jaar bijgestelde budgetten neer op een totale uitgave van ca. € 3,6 mln. De feitelijke uitgaven in 2025 bedroegen in totaal ongeveer € 3,1 mln. De voornaamste financiële afwijkingen ten opzichte van de bijgestelde begroting worden hierna kort toegelicht. Wegen – civiele kunstwerken € 51.000 lager dan begroot Een deel van het onderhoud is uitgesteld of doorgezet naar vervanging. Uit inspecties bleek dat normale onderhoudswerkzaamheden niet meer voldeden, maar groot onderhoud en vervanging moet worden ingezet. Voor tactische uitvoering zijn werkzaamheden gebundeld en worden gecombineerd in 2026. Waterbeheer € 95.000 lager dan begroot Het budget is bedoeld voor profileren van de waterbodems in sloten. In verband met flora en fauna onderzoek (wet natuurbescherming) kon uitvoering van geplande werkzaamheden niet geheel plaatsvinden. Gebouwenbeheer € 414.000 lager dan begroot De begroting is gebaseerd op het MJOP. Vanwege gebrek aan personele bezetting is het groot onderhoud op onderdelen niet tot uitvoering gebracht. In 2026 wordt met externe inzet een inhaalslag gemaakt. Het groot onderhoud aan De Korf is in verband met besluitvorming over de Nieuwe Korf naar achter geschoven. In 2026 wordt herijkt welke maatregelen écht nodig zijn en met externe inzet uitgevoerd.
66
Verloop van de onderhoudsegalisatievoorzieningen De uitgaven aan groot onderhoud (excl. de uitgaven vanuit het GRP) worden gedekt vanuit diverse onderhoudsegalisatievoorzieningen. De uitgaven voor groot onderhoud passen binnen het door de raad in december 2025 vastgestelde MJOP. Het verloop van de onderhoudsvoorzieningen in het jaar 2025 wordt in Tabel C2 weergegeven. Het totale saldo van de onderhoudsvoorzieningen exclusief de voorziening egalisatie rioolbeheer neemt met ongeveer € 2,6 mln. af ten opzichte van de stand per 1 januari 2025. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door besluitvorming in december 2025 waarbij er een verschuiving heeft plaatsgevonden van de onderhoudsvoorziening naar de reserve vervangingsinvestering. Per eind 2025 bevindt er zich een bedrag van € 3,0 mln. in de onderhoudsegalisatievoorzieningen (excl. het GRP). De onderhoudsvoorzieningen kennen naar huidige inzichten per eind 2025 een dusdanige hoogte dat de in Leusden aanwezige kapitaalgoederen voor een periode van 12 jaar in stand gehouden kunnen worden (periode onderhoudsactualisatie 2025-2036). De instandhouding van de gemeentelijke riolering wordt bekostigd vanuit de rioolheffing.
Tabel C.2 Saldi Voorzieningen Voorziening Wegbeheer, deklagen Wegbeheer, elementen Waterbeheer Gebouwenbeheer Sportterreinen Groenbeheer Onderhoudsvoorzieningen Voorziening rioolbeheer Voorziening door derden beklemde middelen Totaal groot onderhoud
(Bedragen x € 1.000) Stand 1-1- Vermeerdering 2025 1.823 932 406 799
Onttrekking 660 547
Stand Vermindering 31-122025 1.359 736 321 337
Mutatie in 2025 1.087 69
565 1.518 647 119 5.077 4.496
0 709 193 0 2.632 437
256 1.198 804 22 3.487 0
35 450 35 4 2.204 0
274 577 1 93 2.018 4.933
291 940 646 26 3.059 -437
4.496
437
0
0
4.933
-437
9.573
2.805
3.222
2.204
6.952
2.622
Vervanging kapitaalgoederen De raad heeft in december 2025 ingestemd met de uitgaven voor de benodigde vervangingsinvesteringen voor de periode 2025-2036. Deze voorziene vervangingskredieten zijn verwerkt in de gemeentelijke begroting. Bekostiging van de voorziene vervangingsinvesteringen Voor het grootste deel van de in de openbare ruimte voorziene vervangingsinvesteringen worden vooraf in de begroting middelen gespaard. Voor deze uitgaven wordt jaarlijks een bedrag van € 1,6 mln toegevoegd aan de reserve voor vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte. De reserve is naar huidige inzichten voldoende gevoed om de (afschrijvingslasten) van de voorziene vervangingsinvesteringen te kunnen dekken. Voor investeringen ondergrondse afvalinzameling wordt niet vooraf in de begroting gespaard. De afschrijvingslasten van de investeringen in de ondergrondse afvalinzameling worden jaarlijks meegenomen bij het de berekening van de hoogte van de afvalstoffenheffing.
67
Tabel C.3 Uitgaven MJOP vervangingsinvesteringen Begroting 2025 Primitief na wijziging Vervangingsinvesteringen Vervangen wegen Vervangen civiele kunstwerken Vervangen verkeersregelinstallaties Vervangen groen Vervangen speelvoorzieningen Vervangen buitensportaccommodaties Masten/armaturen openbare verlichting Vervangingsinvesteringen MJOP
0 0 105 0 0
Mutatie 2025
158 267 0 237 163
491 35 0 87 162 0
0
711
552
158
105
2.311
1.378
933
0
433
643
-210
105
2.744
2.021
723
riolering (GRP) Totaal vervangingsinvesteringen
649 302 0 324 325
Realisatie 2025
Afwijkingen vervangingsinvesteringen buitenruimte 2025 Vervanging wegen € 491.000 lager dan begroot Een aantal projecten is – om verschillende redenen - niet geheel in 2025 afgerond maar lopen nog door in 2026 (zoals Project Leusden zuid fase 6, Maanweg en Beauforweg) of zijn wegens integrale vervangingen uitgesteld zoals wijkrenovatie Hamersveld nieuw en Lockhorsterweg (incl. lichtmasten). Vervanging groen € 87.000 lager dan begroot In overleg met de vakgroep Verkeer is besloten om fase 2 en 3 van de vervanging van de bomenstructuur langs de Benedictijnenhove, Landjonker en Beekridder voorlopig uit te stellen. Door te wachten op de geplande wegrenovatie ontstaan er kansen om betere groeiplaatsen aan te leggen voor nieuwe bomen. Vervanging speelvoorzieningen € 162.000 lager dan begroot Een aantal begrote werkzaamheden is verschoven naar 2025 vanwege capaciteit bij de aannemer. Vervanging en renovatie gemeentelijke riolering € 210.000 hoger dan begroot Het verschil wordt met name veroorzaakt door clustering van werkzaamheden met wegen (slecht wegdek) aan de Kerkdijk inclusief het aanbrengen van een compleet hemelwaterriool (fase 1 & 2). Daarnaast zijn er in 2025 materiaalkostenstijgingen (olieprijs) geweest.
68
(Bedragen x € 1.000)
Tabel C.4 Saldi Reserve vervangingsinvestering Reserve
Stand 1-12025
Vermeerdering Onttrekking
Vermindering
Stand 3112-2025
Mutatie in 2025
Reserve vervangingsinvesteringen openbare ruimte
893
3.939
1.378
0
3.454
2.562
Totaal groot onderhoud
893
3.939
1.378
0
3.454
2.562
Het verschil wordt enerzijds veroorzaakt door een éénmalige verschuiving van de grootonderhoudsvoorziening naar de vervangingsreserve (2,2 miljoen) en aanpassing van de jaarlijkse dotatie én anderzijds door uitvoering van projecten (zoals renovatie Lockhorsterbrug) Uitgaven vanuit het Gemeentelijke rioleringsplan (GRP) Op basis van het door de raad in 2019 bekrachtigde GRP worden groot onderhouds- en renovatie uitgaven in de gemeentelijke begroting gebracht. In 2026 wordt naar verwachting het nieuwe omgevingsplan Water (voor GRP) ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
69
Paragraaf D Financiering Treasury-functie De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO, de ministeriële regeling Ruddo en de Treasury verordening 2016.
Financieringsbeleid De (tijdelijke) overtollige liquide middelen worden aangehouden bij het Rijk (schatkist). Dit gebeurt in een rekening courant-verhouding. De vergoeding hierop was lange tijd 0%. Vanaf Q3-2022 wordt weer rente vergoed. In 2025 was de door het Rijk vergoede rente 2,91% aflopend naar 1,92% per einde jaar. Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering van investeringen met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen er externe middelen in de vorm van projectfinanciering worden aangetrokken, mede op basis van de liquiditeitsprognose en rentevisie. In 2025 zijn geen langlopende leningen aangetrokken.
Indicatoren Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is voor het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.
Renterisiconorm Onze verplichte jaarlijkse aflossingen langlopende leningenportefeuille zijn € 1.051.000 en vallen daarmee ruimschoots binnen de norm 2025 van € 18.702.000. Ook meerjarig blijven we binnen de norm: (bedragen x €1.000)
Variabele Renterisiconorm
2026
2027
2028
0
0
0
0
2 Aflossingen
1.051
1.051
1.051
1.051
3 Renterisico (1+2)
1.051
1.051
1.051
1.051
4 Renterisiconorm
19.645
19.645
19.645
19.645
5a Ruimte onder risiconorm
18.594
18.594
18.594
18.594
0
0
0
0
19.645
19.645
19.645
1 Renteherzieningen
5b Overschrijding renterisiconorm
2029
Renterisiconorm Begrotingstotaal (grondslag begroting 2026)
98.224
Percentage regeling
20%
Renterisiconorm
19.645
Kasgeldlimiet Er zijn in 2025 geen kasgeldleningen aangetrokken. Drempelbedrag schatkistbankieren Alle (tijdelijke) overtollige middelen moeten verplicht in de schatkist aangehouden worden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is in 2025 niet overschreden.
70
Rente en beleggingsvolume Ontvangen rente uitgezette leningen en liquide middelen In de programmabegroting is uitgegaan van een gewijzigde opbrengst van € 792.000 (primitief € 428.000). De gerealiseerde opbrengst is € 878.000.
Betaalde rente leningenportefeuille (externe projectfinanciering) In 2025 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. 71
Leningenportefeuille 2025: (bedragen x €1.000)
Nr Project
Kredietverstrekker Ingangsdatum Einddatum
1 MFC Atria
BNG
15-7-2015
14-7-2040
6.000 1,705% lineair
2 Hart van Leusden
BNG
11-10-2018 31-12-2042
5.700 1,455% lineair
3 IKC Berkelwijk
BNG
6-2-2019
5-2-2044
4.315 1,278% lineair
4 MKC 't Ronde
BNG
11-8-2020
11-8-2045
3.900 0,245% lineair
5 IKC Groenhouten
NWB
1-6-2021
31-5-2046
6.350 0,489% lineair
Hoofdsom
Tarief
Aflossing
26.265
(bedragen x €1.000)
Nr Schuld 1-1
Lening 2025 Aflossing 2025 Schuld 31-12 Rente 2025 Verpl. Aflossing
1
3.840
240
3.600
63
240
2
4.104
228
3.876
60
228
3
3.452
173
3.279
42
173
4
3.276
156
3.120
8
156
5
5.588
254
5.334
27
254
1.051
19.209
200
1.051
20.260
0
De totale restant schuld per ultimo boekjaar is € 19.209.000. De verplichte aflossing voor 2025 is € 1.051.000 De rentelast 2025 voor de totale leningenportefeuille is € 200.000
Renteschema
In onderstaand schema wordt uiteengezet hoe de rentetoerekening in 2025 heeft plaatsgevonden:
(bedragen x €1) a. externe rentelasten over korte en lange financiering
200.065
b. externe rentebaten
877.549
saldo rente lasten en rentebaten c1. rente die aan grondexploitatie wordt doorberekend c2. rente van projectfinanciering die aan betreffende taakvelden is doorberekend
-677.484 0 191.809
aan taakvelden toe te rekenen rente
869.293
d1. rente over eigen vermogen d2. rente over voorzieningen totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e.
aan taakvelden toegerekende rente renteresultaat op het taakveld treasury (positief)
869.293
Volume leningen en liquide middelen
Het volume aan uitgezette langlopende leningen en liquide middelen per ultimo boekjaar is als volgt: Overzicht leningen en liquide middelen
Uitgezette leningen, looptijd langer dan 1 jaar Middelen in de Schatkist Bankrekeningen
bedragen x € 1.000 31-12-2024 4.513 30.251 55 34.819
31-12-2025 4.386 33.694 54 38.134
72
EMU SALDO In het volgende overzicht berekenen we het EMU-saldo. Het EMU-saldo drukt uit welk financieringstekort we hebben. Het EMU-saldo van een land is gelijk aan het saldo van alle inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid en de decentrale overheden. De Europese Unie heeft bepaald dat het EMU-tekort van een land niet hoger mag zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. De begroting van een gemeente wordt opgesteld conform een stelsel van baten en lasten. Bij de berekening van het EMU-saldo wordt uitgegaan van ontvangsten en uitgaven (het kasstelsel). Dit betekent bijvoorbeeld dat investeringen volledig ten laste komen van het EMU-saldo in het jaar van aanschaf, terwijl bij een stelsel van baten en lasten de investering wordt afgeschreven over de gebruiksduur. Ook bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen worden niet meegenomen in de berekening van het EMU-saldo. Een positief begrotingssaldo hoeft dus niet te betekenen dat het EMU-saldo ook positief is.
Gemeentegaranties Garantstelling geldleningen Het totaal van door de gemeente geborgde geldleningen bedraagt per eind 2025 € 2,45 miljoen (per eind 2024: € 2,54 miljoen). Het betreft in totaal 12 gemeentegaranties. In 2025 zijn geen nieuwe gemeentegaranties verstrekt.
73
Paragraaf E Bedrijfsvoering Doel en Inleiding In 2025 hebben wij nadrukkelijk ingezet op het versterken van de organisatie en het verbeteren van de bedrijfsvoering, zodat de uitvoering van onze taken en het realiseren van ambities gewaarborgd blijven. Ondanks de blijvende uitdagingen op de arbeidsmarkt en de gevolgen van eerdere bezuinigingen, is de organisatie verder ontwikkeld richting een gezonde en toekomstbestendige structuur. Daarnaast is besloten de samenwerking binnen het BLNP-verband te beëindigen. De focus ligt nu op het zelfstandig en doelgericht inrichten van de bedrijfsvoering binnen de gemeente Leusden, waarbij de organisatie flexibel inspeelt op de eigen ambities en lokale behoeften. Met deze ontwikkelingen is in 2025 een belangrijke stap gezet in het opbouwen van een solide en toekomstbestendige bedrijfsvoering, die de gemeentelijke organisatie ondersteunt in haar primaire taken en maatschappelijke verantwoordelijkheid. BLNP In 2025 zijn de teams binnen BLNP (ICT, JZ, HRM en Financiën) ondergebracht onder de verantwoordelijkheid van twee teammanagers vanuit de gemeente Leusden. De afgelopen periode stond in het teken van het aanbrengen van structuur, het op orde brengen van formatie en bezetting en het afronden van de ontvlechting van de samenwerking.
Voor het financiële systeem, dat door Leusden wordt gefaciliteerd, evenals voor de salarisadministratie en het HRM-systeem, dat door Nijkerk wordt gefaciliteerd, zijn DVO’s afgesloten. Deze afspraken vormen een tijdelijke overbrugging, bedoeld om de gemeenten in staat te stellen de organisatie van deze processen op eigen kracht over te nemen en de aanbestedingen uit te voeren. Financiën In oktober 2024 is een adviseur Subsidies gestart. Dit heeft ertoe geleidt dat er verschillende adviezen zijn geschreven zodat de projectleiders en beleidsadviseurs op de hoogte zijn gesteld van voornamelijk Rijks-, provinciale en Europese subsidies. Daarnaast zijn organisaties die samenwerken met de gemeente zoals Lariks en de Groene Belevenis geïnformeerd over verschillende financiële regelingen zodat ook zij deze kunnen inzetten om het bestaande budget te vergroten of zelfs nieuwe projecten op te starten. Als concreet voorbeeld: door goed op de hoogte te zijn van de regelingen, de uitvoeringsorganisaties en een sterk netwerk op te bouwen bleek aan het einde van het jaar dat er nog een behoorlijk budget over was in een provinciale regeling, die een jaar later niet meer beschikbaar zou zijn, waar project De Korf gebruik van zou kunnen maken. Samen met het projectteam hebben wij door snel te schakelen en nauw samen te werken de aanvraag vóór de deadline van eind 2025 ingediend.
ICT Hoewel in de begroting ICT als een kansrijk thema binnen het BLNP-verband werd benoemd, is in 2025 besloten om de uitvoering hiervan binnen de eigen gemeente voort te zetten. Het jaar stond volledig in het teken van de ontvlechting van ICT als bedrijfsvoeringsonderdeel, waarbij de nadruk niet lag op harmonisatie, maar op het versterken van een robuuste ICT-basis voor de gemeente Leusden. De technologische ontwikkelingen binnen ICT volgen elkaar snel op, waardoor het van belang is dat de organisatie hierin blijft investeren. In 2025 is daarom een AI-beleid opgesteld en hebben alle medewerkers een training gevolgd gericht op de toepassing hiervan. Daarnaast is geïnvesteerd in opleidingen rondom Microsoft 365 en de introductie van changemanagement. Door het toenemende aantal wijzigingen en de groeiende complexiteit van het IT-landschap is het noodzakelijk het beheer hiervan beter te organiseren. Daarom is gewerkt aan de introductie van een Change Advisory Board (CAB). Dit draagt bij aan meer grip op de kwaliteit en stabiliteit van de ICT-dienstverlening en stelt ons in staat regie te voeren op prioriteiten, het IT-landschap en de financiële middelen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een integrale I-visie, die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 zal worden afgerond.
Deze visie zal richting geven aan de toekomstige ontwikkeling en inrichting van de ICT binnen de gemeente.
74
HRM In 2025 heeft HRM de dienstverlening verder versterkt door HR-processen te verbeteren en te stroomlijnen, de adviesrol op strategisch, tactisch en operationeel niveau verder uit te bouwen en het management actief te ondersteunen bij personele vraagstukken en verzuimcasuïstiek. Een belangrijke bijdrage hieraan was het succesvol invullen van diverse vacatures binnen het HR-team met vaste medewerkers, waarmee de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening is vergroot. In een blijvend krappe en complexe arbeidsmarkt lag de focus nadrukkelijk op het aantrekken én behouden van medewerkers. Daarbij stond de medewerker reis centraal: van het eerste contact tijdens de sollicitatiefase tot en met het moment van uitdiensttreding. Door gerichte inzet op arbeidsmarktcommunicatie en het verbeteren van zowel onboarding als off boarding is gewerkt aan een positieve medewerker ervaring. Het aantrekken van een eigen corporate recruiter gaf een belangrijke impuls aan de invulling van vacatures en heeft de werving en selectie verder geprofessionaliseerd. Arbo en vitaliteit hebben nadrukkelijk aandacht gekregen, gericht op het versterken van de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. De aanbesteding van het e-HRM-systeem is zorgvuldig voorbereid door het uitvoeren van diverse voorbereidende activiteiten en processtappen.
Tot slot is een start gemaakt met de overgang naar het HR21-functiewaarderingssysteem en zijn de geharmoniseerde arbeidsvoorwaarden geïmplementeerd. Informatieveiligheid 1. Ontwikkelingen en dreigingsbeeld De gemeente blijft sterk afhankelijk van goed functionerende informatievoorziening. Informatieveiligheid richt zich op het waarborgen van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van gegevens en systemen. Een verstoring hiervan kan directe gevolgen hebben voor de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening. Het landelijke dreigingsbeeld is en blijft hoog. Gemeenten worden geconfronteerd met zowel digitale criminaliteit als geopolitiek gemotiveerde digitale activiteiten. De voornaamste dreigingsthema’s zijn: Cybercrime gericht op financieel gewin Sabotage van vitale infrastructuur Hacktivisme gedreven door maatschappelijke kwesties Spionage in het kader van geopolitieke belangen Daarbij worden de belangrijkste risico’s voor gemeentelijke processen onderverdeeld in: Ongeautoriseerde toegang tot systemen en gegevens Grootschalige uitval van ICT-voorzieningen Fouten in dienstverlening veroorzaakt door technische of procedurele tekortkomingen Daarnaast blijft de ontwikkeling van generatieve AI een belangrijk aandachtspunt.
Deze technologie biedt voordelen voor detectie en analyse, maar kan door kwaadwillenden ook worden benut voor geavanceerde phishing, geautomatiseerde doelwitselectie en snellere ontwikkeling van malware. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) wijst daarbij op het toenemende gebruik van AI-ondersteunde aanvalstechnieken in Nederland. 2. Wet- en regelgeving NIS2 en de aanstaande Cyberbeveiligingswet De Europese NIS2-richtlijn stelt hogere eisen aan de digitale weerbaarheid van essentiële entiteiten, waaronder gemeenten. De richtlijn verplicht tot uitgebreide risicobeheersmaatregelen, incidentmelding, toezicht, en nadrukkelijkere bestuurlijke verantwoordelijkheden. Nederland zet NIS2 om in de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Het wetsvoorstel is op 2 juni 2025 ingediend bij de Tweede Kamer en vervangt na inwerkingtreding de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni). De BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) vormt voor overheden de inhoudelijke invulling van de zorgplicht. 75
De Cbw zal naar verwachting in de loop van 2026 ingevoerd worden. Gemeenten dienen vooruitlopend hierop hun processen, maatregelen en governance in te richten op de zwaardere eisen die met NIS2 en de Cbw samenhangen 3. ENSIA en verantwoording Gemeenten leggen jaarlijks verantwoording af over hun informatieveiligheid via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Deze verantwoording is gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De ENSIA-systematiek blijft ongewijzigd in 2025. De gemeente rapporteert aan de raad via: De ENSIA-collegeverklaring, met daarin de naleving van normen voor o.a. DigiD en Suwinet De afzonderlijke verantwoordingsrapportages over de kwaliteit van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Het college verstrekt hiervoor de wettelijk vereiste ENSIA-collegeverklaring en de aanvullende verantwoordingsrapportages. Deze worden conform de landelijke planning in het eerste kwartaal van 2026 afgerond en aangeboden aan de gemeenteraad. Het resultaat van de audit in 2025 is dat de gemeente Leusden aan alle beveiligingseisen voldoet. DigiD
Suwinet
Reisdocumenten BRP
BAG
BGT
BRO
4. Governance en maatregelen In 2025 heeft de gemeente verder geïnvesteerd in het verhogen van de cyberweerbaarheid. Belangrijke speerpunten waren: Verdere versterking van structureel risicobeheer op basis van de BIO Aantrekken van Privacy officers Transparante en gestructureerde voorbereiding op NIS2/Cbw-eisen Verhogen van het bewustzijn van medewerkers, met extra aandacht voor veilig gebruik van AI-toepassingen Uitbouw van beleid en procedures en samenwerking met landelijke partners (NCSC, VNG) Deze inspanningen dragen bij aan het borgen van een betrouwbare en veilige informatievoorziening voor inwoners, ondernemers en ketenpartners. 5. Conclusie Het jaar 2025 kenmerkte zich door een verder toenemend en complexer digitaal dreigingslandschap door de inzet van generatieve AI in zowel aanvallen als verdediging. De aankomende invoering van de Cyberbeveiligingswet en de bredere reikwijdte van NIS2 brengen hogere eisen met zich mee, maar bieden ook kansen voor verdere professionalisering van informatieveiligheid binnen de gemeentelijke organisatie. De gemeente blijft gericht werken aan structurele verbetering van haar digitale weerbaarheid om de continuïteit van de dienstverlening en de bescherming van gegevens van inwoners, ondernemers en partners te waarborgen.
Fraude Wij hebben in 2025 een frauderisicoanalyse opgesteld om een goed beeld te krijgen van de risico’s die wij op het gebied van fraude lopen. In de frauderisicoanalyse worden de onderwerpen genoemd, waarin het risico van fraude het grootst is. Voor de geïdentificeerde risico’s hebben we vervolgens beoordeeld in hoeverre er beheersmaatregelen bestaan binnen de organisatie die deze risico’s verminderen. Ook is er gemeente breed beleid voor misbruik en oneigenlijk gebruik vastgesteld. De inrichting van onze administratieve organisatie en de getroffen beheersmaatregelen zijn erop gericht om fraude en corruptie te voorkomen dan wel te ontdekken. Hierbij gaat het om: Maatregelen gericht op houding en gedrag van onze medewerkers. Deze richten zich op motivatie, loyaliteit, integriteit, inspiratie en normen en 76
waarden van medewerkers. Concreet gaat het dan om een verklaring van gedrag (VOG) voor alle nieuwe medewerkers, het afleggen van de ambtseed of ambtsbelofte, en de aanwezigheid van vertrouwenspersonen. Maatregelen in processen en systemen die gewenst gedrag direct of indirect afdwingen dan wel er op gericht zijn ongewenst gedrag te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn het werken met functiescheidingen en het 4 ogen principe, een duidelijke besluitvormings- en verantwoordingsstructuur en het vastleggen van besluitvorming. Ook is er aandacht voor informatieveiligheid onder meer door het aanbieden van online leermodules en het stimuleren deze te volgen. In 2025 zijn er geen meldingen geweest met betrekking tot fraude en integriteit. Rechtmatigheid Sinds verslagjaar 2023 neemt het college van Burgemeester en Wethouders een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Hiermee legt het college verantwoording af over de naleving van de financiële rechtmatigheid door de gemeente. De rechtmatigheidsverantwoording richt zich op drie criteria: -
-
-
Voorwaardencriterium Heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken. Begrotingscriterium Heeft betrekking op de financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten. Deze dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Misbruik heeft betrekking op het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen, of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Oneigenlijk gebruik is het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen, of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Misbruik is onrechtmatig, oneigenlijk gebruik niet.
Geconstateerde afwijkingen voor één van deze criteria worden meegenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Voor de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden (de afwijkingen) hanteren burgemeester en wethouders de door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves. Het percentage voor de verantwoordingsgrens geldt vanaf 2025 voor de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden samen. Fouten en onduidelijkheden worden bij elkaar opgeteld. De rapportagegrens is € 50.000,-. Dit betekent dat afwijkingen beneden de rapportagegrens niet nader zijn toegelicht. De uitkomst van de bevindingen worden vormgegeven door een overzicht te geven van de onrechtmatigheden in onderstaande tabel ‘Monitor Rechtmatigheidsverantwoording’.
77
Monitor Rechtmatigheidsverantwoording
Fouten
Onduidelijkheden
Begrotingscriterium 1A
Overschrijding lasten programma’s begroot versus werkelijk
€ 4.609.792
€
-
1B
Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
€ 4.037.772
€
-
2
Ongeautoriseerde reserve mutaties
€
-
€
-
€
-
€
-
€ 8.647.564
€
-
Acceptabele begrotingsafwijkingen waarvan de raad heeft besloten dat ze niet onrechtmatig zijn.
€ 8.647.564
€
-
Niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden. Deze worden inhoudelijk toegelicht in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering.
€
€
-
€
121.360
€
-
3
Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Subtotaal A. Begrotingsonrechtmatigheden (bruto)
4
-
Voorwaardencriterium 5
Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed. Deze worden inhoudelijk toegelicht in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering .
€
1.508.795
Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium 6
Geen bevindingen
Totaal rechtmatigheidsfouten (= Begrotingscriterium + Voorwaardencriterium)
Evaluatie rechtmatigheid Totaal rechtmatigheidsfouten G.
€
-
10.156.359
121.360
Afwijkingen € 10.277.719
Verantwoordingsgrens
Verantwoordingsgrens vastgesteld door de raad
2%
Totaal lasten exclusief toevoegingen aan de reserves
€ 105.323.476
Verantwoordingsgrens in euro
€
2.106.470
Ruimte
€
-8.171.249
De geconstateerde rechtmatigheidsfouten overstijgen de verantwoordingsgrens. Conclusie: Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 10.277.719 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 2.106.470. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 8.647.564 acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken.
Toelichting op de onrechtmatigheden Voorwaardencriterium In 2025 is in totaal €1,63 miljoen aan rechtmatigheidsafwijkingen op niet naleving van de Europese aanbestedingswet geconstateerd. Hiervan heeft €1,44 miljoen betrekking op nieuwe afwijkingen ten opzichte van voorgaand jaar. De nieuwe rechtmatigheidsfouten hebben betrekking op: 78
-
het ten onrechte niet Europees aanbesteden (€1,24 miljoen) het niet geldig verlengen van een overeenkomst (€0,09 miljoen)
Het grootste deel (€ 0,83 miljoen) betreft het groenonderhoud van de buitenruimte. Een in 2024 doorlopen Europese aanbesteding leidde tot inschrijvingen boven het beschikbare budget. Vanwege de noodzaak tot uitvoering op korte termijn zijn de werkzaamheden tijdelijk enkelvoudig gegund aan twee aannemers tot en met 31 december 2025, hetgeen heeft geleid tot een rechtmatigheidsfout. De aanschaf van drie, afzonderlijk aangeschafte, maaimachines (€ 0,29 miljoen) is onrechtmatig. Binnen de aanbestedingsregels moet dit als één samenhangende overheidsopdracht worden beoordeeld. Uit de door de accountant van de gemeente Amersfoort opgestelde, over de aan Amersfoort uitbestede zorgadministratie, Verantwoording 2025 komt een onrechtmatigheid van €0,11 miljoen. Om in uitzonderlijke situaties, alsnog hulp en ondersteuning voor inwoners te kunnen regelen is met een aantal zorgverleners een beperkte dienstverleningsovereenkomsten (hierna: BDVO) gesloten. Geconstateerd is dat bij sommige aanbieders het drempelbedrag voor Europese aanbesteding is overschreden. BDVO’s die door deze aanbieders in 2025 zijn uitgevoerd zijn als gevolg hiervan onrechtmatig omdat het drempelbedrag cumulatief bepaald wordt over het totaal van de afgelopen jaren. Begrotingscriterium De totale rechtmatigheidsafwijking op het begrotingscriterium is €8,6 miljoen.
Dit zijn overschrijdingen van de lasten op programmaniveau ten opzichte van de laatste begrotingswijzigingen uit de najaarsnota. De overschrijdingen van de lasten en kredieten zijn formeel onrechtmatig omdat deze de door de raad vastgesteld begroting overschrijden. Alle afwijkingen passen echter binnen de beleidskaders van de raad. Deze overschrijdingen zijn, conform de bepalingen in de Nota Beleidskaders Rechtmatigheidsverantwoording, daarmee acceptabel. Toelichting hiervan hoeft niet in de paragraaf bedrijfsvoering maar is te vinden bij de betreffende programma’s.
79
Paragraaf F Verbonden Partijen Visie op verbonden partijen in relatie tot de doelstellingen van de gemeente De gemeente wil beoogde doelen zoals opgenomen in de begroting realiseren. Een optimale borging van het publieke belang is daarbij essentieel. Soms zoeken we daarbij naar samenwerking met derden of beleggen we de uitvoering extern via subsidiëring of inkoop. Een specifieke vorm van externe uitvoering is de verbonden partij. Soms volgt dit uit wetgeving, bijvoorbeeld bij de veiligheidsregio’s en regionale omgevingsdiensten. Soms vereisen de ontwikkelingen van schaalvergroting en nieuwe gemeentelijke taken dat er regionaal wordt samengewerkt voor het uitvoeren van deze taken. Kenmerken van verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk belang en een financieel belang heeft. Dit betreft enerzijds de publiekrechtelijke gemeenschappelijke regelingen en anderzijds privaatrechtelijke deelnemingen in vennootschappen, verenigingen en stichtingen. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van de verbonden partij, of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente financiële middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij of wanneer financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente.
Als de financiële relatie alleen bestaat uit gemeentelijke bijdragen in de vorm van inkomens- of vermogensoverdrachten zoals een subsidie, dan is er geen sprake van een financieel belang. Deze relaties zijn daarom niet in deze paragraaf opgenomen. Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang. De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de (beleids)programma’s. Sturing op verbonden partijen Het laten uitvoeren van taken door verbonden partijen heeft het risico dat de democratische controle niet optimaal is. Bij de realisering van beoogde gemeentelijke doelen is een optimale borging van het publieke belang echter essentieel. In 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) hiermee aangescherpt. Krachtens de Wgr dienen verbonden partijen jaarlijks vóór 30 april een kadernota met algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aan de raad aan te bieden. Vroegtijdige aanbieding van de kadernota is van belang zodat de raad nog een zienswijze op voorgestelde wijzigingen kan indienen vóórdat het algemeen bestuur van de verbonden partij de concept-begroting definitief vaststelt. Zo wordt het zwaartepunt van sturing door de raad meer vooraan in de beleids- en begrotingscyclus geplaatst.
De kadernota is vooral van belang bij voorgenomen inhoudelijke of financiële wijzigingen. De raad heeft per verbonden partij twee rapporteurs benoemd. Zij volgen namens de hele raad de ontwikkelingen bij de verbonden partij nauwgezet en informeren de raadsfracties. Op ambtelijk niveau vindt geregeld overleg plaats tussen de accounthouders (beleidsadviseurs) en de financiële adviseurs over de stukken die verbonden partijen aanbieden. De gemeente monitort de verbonden partijen door het beoordelen van management- en bestuursrapportages en de begrotingen en jaarrekeningen van de betreffende instellingen. Het college rapporteert de raad gedurende het jaar in de P&C-documenten over relevante ontwikkelingen zoals het aangaan of beëindigen van verbonden partijen, wijzigingen in de doelstellingen, nieuwe financiële risico’s en beleidswijzigingen in de uitvoering van de taken. Ontwikkelingen In 2025 zijn er twee nieuwe gemeenschappelijke regelingen ingesteld: de regelingen Archief Eemland en Uitvoeringstaken Sociaal Domein Amersfoort. De laatstgenoemde regeling gaat in 2026 van start. De RUD (Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht) en de ODRU (Omgevingsdienst Regio Utrecht) fuseerden in 2025
80
naar één nieuwe omgevingsdienst en vormen nu de ODU (Omgevingsdienst Utrecht). De gemeenschappelijke regeling BLNP op het gebied van bedrijfsvoering is per 1 juli 2025 formeel beëindigd.
Overzicht verbonden partijen en deelnemersbijdragen 2025 Naam verbonden partij
Programma begroting Juridische rechtsvorm
1. 2. 3. 4. 5.
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) GGD regio Utrecht (GGDrU) Afval Verwijdering Utrecht (AVU) GBLT (belastingen) Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD)
gemeensch. regeling gemeensch. regeling gemeensch. regeling gemeensch. regeling gemeensch. regeling
€ 1.989.000 € 1.458.700 € 814.700 € 434.400 € 511.900
6.
Regionale Werkvoorziening Amersfoort (RWA) e.o. Amfors Holding BV Vitens Centrumregeling afvalwaterketen en grondwater Vallei en Veluwe
Bestuur Bestuur en Samenleving Leefomgeving Bestuur Bestuur en Leefomgeving Samenleving
gemeensch. regeling
€ 62.500
Samenleving Bestuur Leefomgeving
vennootschap (BV) vennootschap (NV) centrumregeling
€ 15.200
10. Archief Eemland
Bestuur
centrumregeling
€ 105.600
11. VvE Atlas
Leefomgeving
vereniging
€ 13.100
12. VvE Antares 13. VvE Huis van Leusden 14. Inkoopbureau Midden Nederland 15. Samenwerking bedrijfsvoering BLNP Totaal
Leefomgeving Leefomgeving Bestuur Bestuur
vereniging vereniging stichting regeling zonder meer
7. 8. 9.
Bijdrage 2025
€ 21.100 € 10.100 € 127.800 € 5.564.100
Financieel belang In totaal is in 2025 door Leusden een deelnemersbijdrage aan de verbonden partijen van afgerond € 5,6 miljoen betaald. Dit is circa 5,6% van de totale gemeentebegroting. Het grootste deel van deze bijdrage is gekoppeld aan afgenomen producten en diensten. Het resterende deel betreft een bijdrage naar rato van het aantal inwoners of woningen.
Gegevens per verbonden partij 1.
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Vestigingsplaats:
Utrecht
Juridische rechtsvorm:
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers:
Alle gemeenten in de provincie Utrecht en de Meldkamer Ambulancezorg (MKA). De politie Eenheid Midden Nederland is aan de veiligheidsregio verbonden door een convenant.
Bestuurlijk vertegenwoordiger:
Burgemeester G.J. Bouwmeester
Doel deelname:
Uitvoering brandweerzorg, organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening bij rampen. Noodhulpverlening in de regio Utrecht.
Openbaar belang:
Adequate brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Bestuurlijk belang:
Alle burgemeesters van de 26 Utrechtse gemeenten hebben zitting in het algemeen bestuur.
Programma in jaarrekening:
Domein Bestuur – programma veiligheid
81
Gemeentelijke bijdrage in 2025:
€ 1.989.000
Financieel belang:
Jaarlijkse inwonersbijdrage op basis van verhoudingen van budgetten binnen het gemeentefonds, de zgn. ijkpuntscores.
Financieel belang in %:
ca. 2%
Resultaat over 2025:
€ 2.747.000
Eigen vermogen eind 2025:
€ 33.892.000
Vreemd vermogen eind 2025:
€ 56.240.000
Risico’s voor financiële positie gemeente:
Toekomstscenario’s Brandweerzorg Amersfoort Overige (onvoorziene) exploitatierisico’s
2. GGD-regio Utrecht (GGDrU) Vestigingsplaats:
Zeist
Juridische rechtsvorm:
Gemeenschappelijke Regeling
Deelnemers:
Alle gemeenten in de provincie Utrecht
Bestuurlijk vertegenwoordiger:
Wethouder M.H. Treep
Doel deelname:
Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van openbare gezondheidszorg. De dienst voert wettelijke basistaken en op lokaal beleid gebaseerde maatwerktaken uit.
Openbaar belang:
- Invulling geven aan de wettelijke rol bij crises en rampen; - Bevorderen van een goede basisgezondheid en gelijke kansen op gezondheid voor de inwoners, onder meer door preventie.
Bestuurlijk belang:
Elke gemeente is met een lid vertegenwoordigd in het algemeen bestuur (met uitzondering van gemeente Utrecht) en ook in de bestuurscommissie.
Programma in jaarrekening:
Domein Bestuur – programma Veiligheid Domein Samenleving – programma Sociaal Domein
Gemeentelijke bijdrage in 2025:
€ 1.458.700
Financieel belang:
De kosten van de wettelijke basistaken worden bij alle deelnemers in rekening gebracht; keuzetaken/maatwerk alleen bij de gemeenten waarvoor de taken zijn uitgevoerd.
Financieel belang in %:
ca. 1,9%
Resultaat over 2025:
€ 3.987.000
Eigen vermogen eind 2025:
€ 8.953.300
Vreemd vermogen eind 2025:
€ 7.493.700
Risico’s voor financiële positie gemeente:
De verhouding tussen de vaste (inwoner)bijdrage en de maatwerkopbrengsten moet zodanig zijn, dat de GGDrU in de financieringsstructuur een eventuele daling van maatwerkinkomsten zelf kan opvangen.
82
3. Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Vestigingsplaats: Soest Juridische rechtsvorm:
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers:
Utrechtse gemeenten
Bestuurlijk vertegenwoordiger:
Wethouder W.R. Vos
Doel deelname:
Zorgdragen voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwijdering van door Utrechtse gemeenten ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen.
Openbaar belang:
Zorgen voor overslag, transport en hoogwaardige verwerking van huishoudelijk afval en grondstoffen; de contractvorming en het -beheer hiertoe; monitoring van de samenstelling van het huishoudelijk restafval; advisering en communicatieve (campagnes) en beleidsmatige ondersteuning van de deelnemende gemeenten.
Bestuurlijk belang:
Elke deelnemer heeft een zetel in het algemeen bestuur.
Programma in jaarrekening:
Domein Leefomgeving – programma Duurzaamheid
Gemeentelijke bijdrage in 2025:
€ 814.700
Financieel belang:
Baten en lasten worden 100% aan de deelnemers doorberekend. Dat gebeurt pro rata op basis van de hoeveelheid ingezameld afval per gemeente. De GR heeft een beperkt aantal aandelen in de BV Afvaloverslag.
Financieel belang in %:
ca. 1,7%
Resultaat over 2025:
€ 210.900
Eigen vermogen eind 2025:
€0
Vreemd vermogen eind 2025:
€ 11.694.900
Risico’s voor financiële positie gemeente:
Normale bedrijfsrisico's zoals rente-, krediet, debiteuren- en investeringsrisico's.
4. GBLT (Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn) Vestigingsplaats: Zwolle Juridische rechtsvorm:
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers:
Vijf waterschappen en tien gemeenten, te weten Bunschoten, Dalfsen, Dronten, Nijkerk, Leusden, Ommen, Renswoude, Veenendaal, Woudenberg en Zwolle.
Bestuurlijk vertegenwoordiger:
Wethouder F.M. de Wit
Doel deelname:
Een efficiënte en effectieve heffing en invordering van gemeentelijke belastingen (en waterschapbelastingen) en uitvoering van WOZ-taken op een hoog kwaliteitsniveau tegen zo laag mogelijke kosten.
Openbaar belang:
Juiste en klantgerichte uitvoering van gemeentelijke belastingverordeningen en kwijtscheldingsregels en waardering onroerende zaken.
Bestuurlijk belang:
Elke deelnemer heeft met één bestuurslid zitting in het algemeen bestuur.
Programma in jaarrekening:
Domein Bestuur – programma Samenwerking
Gemeentelijke bijdrage in 2025:
€ 434.400
83
Financieel belang:
De grondslagen voor de gemeentelijke bijdrage (aantallen inwoners en WOZ-objecten) zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen en WOZbasisregistratie.
Financieel belang in %:
ca. 2,2%
Resultaat over 2025:
€ 0 (sluitende exploitatie na bijdragen deelnemers)
Eigen vermogen eind 2025:
€0
Vreemd vermogen eind 2025:
€ 3.002.000
Risico’s voor financiële positie gemeente:
GBLT beschikt in principe niet over eigen (weerstand)vermogen; financiële resultaten worden verrekend met de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling.
5. Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Vestigingsplaats: Utrecht Juridische rechtsvorm:
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers:
De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht, Woudenberg, en de provincie Utrecht.
Bestuurlijk vertegenwoordiger:
Wethouder W.R. Vos
Doel deelname:
Uitvoeren van milieutaken op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving voor de deelnemende gemeenten.
Openbaar belang:
Het behartigen van de belangen van de deelnemers tezamen en van iedere deelnemer afzonderlijk op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het zorgdragen van een goede, klantvriendelijke en efficiënte uitvoering van de opgedragen milieutaken.
Bestuurlijk belang:
Elke deelnemer heeft een zetel in het algemeen bestuur.
Programma in jaarrekening:
Domein Bestuur - programma Veiligheid Domein Leefomgeving – programma Duurzaamheid
Gemeentelijke bijdrage in 2025:
€ 511.900
Financieel belang:
ca. 2,7%
Resultaat over 2025:
€ 404.000
Eigen vermogen eind 2025: Vreemd vermogen eind 2025: Risico’s voor financiële positie gemeente:
Ziekteverzuim, krappe arbeidsmarkt, loon- en prijsstijgingen, overdracht bodemtaken, vorming 1 omgevingsdienst in de provincie Utrecht.
6. Regionaal Sociaal Werkvoorzieningsschap Amersfoort en omgeving RWA (RWA) Vestigingsplaats: Amersfoort Juridische rechtsvorm:
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers:
De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg
84
Bestuurlijk vertegenwoordiger:
Wethouder M.H. Treep
Doel deelname:
Het uitvoeren van alle gemeentelijke taken die voortvloeien uit de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en de daarmee verband houdende voorschriften en regelingen.
Openbaar belang:
Het realiseren van voldoende passend werk voor mensen met een WSWindicatie.
Bestuurlijk belang:
Elke deelnemende gemeente is in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder.
Programma in jaarrekening:
Domein Samenleving – programma Sociaal Domein
Gemeentelijke bijdrage in 2025:
€ 62.500
Financieel belang:
De gemeente stelt de ontvangen rijksbijdrage WSW volledig ter beschikking aan RWA. Daarnaast draagt elke gemeente naar rato bij in een eventueel negatief exploitatiesaldo.