CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag en Jaarrekening 2025 inclusief getekende controleverklaring gewaarmerkt

Raadsvergadering - live stream: zie https://leusden.raadsinformatie.nl 9 juli 2026, gemeente LeusdenBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Jaarstukken gemeente Leusden 202540.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

47.968 48.588 14.668 14.694

Saldo 454 3 35 6 142 0 0 105 5 -53 -198 -11 -42 25 0 86 -982 -570 154 -3 -1 193 -5 -10 35 -632 38 -594

Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2025. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken € 454.000 (voordeel) - Het SPUK-voordeel in 2025 bestaat uit de afrekening van de subsidie uit het jaar 2024 (€ 101.000) van de Voorschoolse en Vroegschoolse Educatie (VVE) van de kinderopvangorganisaties waarvoor geen bedrag op de balans is opgenomen én een overheveling van de niet-bestede middelen voor VVE uit 2024 die kunnen vrijvallen ten gunste van het rekeningresultaat (€ 140.000). - Bij onderwijsachterstandenbeleid is een voordeel van € 50.000 door extra ontvangen middelen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Bij de overhevelingen wordt verzocht dit bedrag mee te nemen naar 2026. - Op de post leerlingen vervoer is een voordeel van € 105.000. Het leerlingenvervoer is voor het schooljaar 2024/2025 opnieuw regionaal aanbesteed. Op basis van het nieuwe routeplanning en het aantal te vervoeren kinderen is het budet in de begroting neerwaarts bijgesteld met € 100.000. Op basis van de werkelijke kosten ontstaat een aanvullend voordeel van € 105.000.

Het voordeel ontstaat vooral door het strakker uitvoeren van de verordening. - Daarnaast zijn er diverse kleinere verschillen met een totaal voordeel van € 58.000 welke niet afzonderlijk worden toegelicht.

37

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie € 142.000 (voordeel) - Bij de vaststelling van het Beleidskader Sociaal Domein maart 2023-2027 is een totaal aan incidentele middelen ter beschikking gesteld voor de uitvoering van dit kader met een looptijd van vier jaar. In de meerjarenbegroting zijn deze middelen op basis van een inschatting vooraf gelijkmatig verdeeld over de verschillende jaren. De inschatting voor het jaar 2025 is te hoog gebleken waardoor een budget (€ 86.000) over blijft. Bij de overheveling is verzocht dit budget over te hevelen naar 2026. Een aantal voor 2025 voorgenomen werkzaamheden wordt in 2026 uitgevoerd. Deze middelen worden ingezet voor de activiteiten die in het Beleidskader benoemd staan. - Het restant voordelig verschil van € 56.000 wordt niet nader toegelicht omdat dit een samenstelling is van diverse kleinere verschillen. 6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen integraal € 105.000 (voordeel) De kosten van een aantal 1e lijnsvoorzieningen waaronder St. Eerstelijns Samenwerking Achterveld (SESA) en Lariks zijn in 2025 lager geweest dan begroot. Voor Lariks gaat het om de overname van de exploitatie en beheer van dagbestedingsvoorziening de Bron (€ 80.000 op jaarbasis) die voorzien was in 2025 maar pas vanaf 2026 operationeel is.

Als laatste is het aantal bestede uren aan individuele cliëntondersteuning door de Stichting MEE in 2025 lager geweest dan voorzien. Het restant ad € 35.000 is een totaal van diverse kleinere verschillen. 6.4 WSW en beschut werk € 53.000 (nadeel) Het nadeel op dit taakveld wordt voor € 22.000 veroorzaakt doordat de aan het RWA door te sluizen WSWrijksmiddelen hoger lagen dan begroot. Daarnaast is een nadeel van € 31.000 ontstaan omdat erin vanaf 2025 door Amersfoort loonkostensubsidies worden doorbelast voor beschut werk. Leusden ontvangt daarvoor aanvullende middelen vanuit de IU- participatie. 6.5 Arbeidsparticipatie € 198.000 (nadeel) - Bij de afrekening DVO 2025 met Amersfoort is gebleken dat er voor Leusden versterkt is ingezet op de uitstroom van clienten uit de bijstand. Daardoor zijn de kosten voor zowel de toepassing van integratie instrumenten als de inzet van uren door Arbeidsintegratie Amersfoort hoger dan begroot geweest. In totaal een nadeel van € 66.000. - Het nadeel op het onderdeel inburgering is ontstaan door: Hogere inhuurkosten (- €44.000), Hogere bijdrage Arbeidsintegratie (- €55.000), Lagere kosten Lariks (€35.000) en lagere inkomsten van het Rijk i.v.m. lagere aantallen (- €30.000). Overig verschil (- €38.000). Totaal is hier een nadeel van € 132.000.

6.714 Overige maatwerkarrangementen (WMO) € 86.000 (voordeel) De zorgadministratie voor de Jeugd en WMO wordt vanaf 2025 uitgevoerd door de gemeente Amersfoort. Bij de najaarsnota is het budget verhoogd als gevolg van hogere aantallen met name bij de WMO. Voor het 1e jaar is met Amersfoort overeengekomen om een deel van deze extra niet voorziene kosten niet te verrekenen. Hierdoor is een incidenteel voordeel ontstaan van € 51.000. Daarnaast zijn er een aantal kleinere verschillen met een voordelig totaal van € 35.000. 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal € 982.000 (nadeel) - De op de balans opgenomen afrekening over 2024 voor ambulante jeugdhulp bedroeg € 205.500 alsnog te betalen. De uiteindelijke afrekening bedroeg € 383.200 en ligt daarmee ruim € 177.000 hoger dan ingeschat op basis van de jaarrekening. Leveranciers kunnen tot 5 jaar na afgifte van de beschikkingen nog zorgkosten declareren. - Het aantal kinderen in zorg bij MetMaya (MM) voor functie 1a (ambulante behandeling en begeleiding) is toegenomen met 49 ten opzichte van 2024 (van 83 naar 132). Daarnaast zijn ook de kosten per traject gestegen met gemiddeld € 1.800. Op basis van de voorlopige rekeningcijfers MM ontstaat per saldo een overschrijding van € 782.000 t.o.v. de raming. Daarnaast liggen de p x q gefinancierde ambulante jeugdhulp € 53.000 hoger dan voorzien bij de najaarsnota.

Op basis van de prognose van de SVB vallen de PGB's voor Jeugd € 13.000 lager uit dan begroot. - Diverse kleinere verschillen met een totaal voordeel van € 17.000 die niet afzonderlijk worden toegelicht.

38

6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal € 570.000 (nadeel) De zorgkosten voor specialistische Jeugdhulp met verblijf, die sinds 2024 op basis van taakgerichte financiering door Met Maya (MM) wordt uitgevoerd, zijn in 2025 fors gestegen t.o.v. 2024. Deels is dat te verklaren door de afbouw van de pxq percelen die voor een bedrag van € 1,8 miljoen zijn verschoven naar MM. In Leusden zie we daarentegen een daling van 9% van het totaal aantal kinderen in specialistische jeugdhulp t.o.v. 2024. De overschrijding van € 570.000 die bij deze jaarrekening ontstaat en daarmee ook de stijging van ongeveer 13% ten opzichte van 2024, wordt vooral veroorzaakt door het langer in traject zitten van de kinderen en door een sterke verhoging van de prijscomponent bij MetMaya. Het aandeel van Leusden in de taakgerichte zorgkosten is gestegen van 8,72% in 2024 naar 10,06% in 2025. Op dit moment loopt er een regionaal onderzoek naar de door MM aan de regiogemeenten doorbelaste prijsverhogingen.. 6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk € 154.000 (voordeel) De kosten voor specialistische jeugdhulp met verblijf zijn duur en zijn volatiel over de laatste jaren. In 2025 zijn de kosten voor het Landelijk Transitiearrangement (LTA) lager uitgevallen dan verwacht op basis van de regionale Q2 prognose. De medio 2025 verwachte stijging van € 150.000 heeft achteraf niet plaatsgevonden.

Het risico van stijgende LTA kosten kan worden afgedekt vanuit de Algemene reserve (zie risicoparagraaf). 6.821 Jeugdbescherming € 193.000 (voordeel) De kosten voor Jeugdbescherming Samen Veilig (SAVE) vallen fors lager uit ten opzichte van de begroting. Op basis van de regionale Q2 prognose is in 2025 al een bedrag van € 153.000 afgeraamd maar op rekeningbasis resteert een nog aanvullend voordeel van € 172.200. Deze beweging past overigens in de transformatiegedachte waarbij de duurdere hoog specialistische jeugdzorgvormen worden afgebouwd naar lichtere zorgvormen dichter bij huis. Het risico van stijgende SAVE kosten kan worden afgedekt vanuit de Algemene reserve (zie risicoparagraaf). Overige kleinere verschillen met een voordeel van € 21.000.

BBV-indicatoren De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. Op de website kunnen ook vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten. Omschrijving Cliënten met een maatwerk-arrangement Wmo per 10.000 inwoners Personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners Lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners 15-64 jr. Absoluut verzuim per 1.000 leerplichtige leerlingen Relatief verzuim per 1.000 leerplichtige leerlingen Verwijzingen Halt per 1.000 jongeren 12-17 jaar % Voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) totaal % Jongeren (12-21 jaar) met een delict voor de rechter

2021 560 176,8 150,3 4 1

2022 560 136,7 150,2 23 4 2,0 -

2023 530 139,7 151,8 1,8 18 4 2,2 1

2024 540 138,9 193,8 1,1 32 6 2,0 -

% Jongeren (12-22 jaar) met jeugdreclassering % Kinderen (tot 18 jaar) in uitkeringsgezin % Werkloze jongeren (16-22 jr) % Jongeren met jeugdhulp (van alle jongeren tot 18 jaar) % Jongeren met jeugdbescherming (van alle jongeren tot 18 jaar) % Niet-sporters

0,2 3 1 11,5 0,9 -

0,2 3 1 13,7 0,9

0,2 3 1 14,7 0,6

1 13,7 0,4

39,5

-

33,1

% Netto arbeidsparticipatie

72,1

73,9

74,7

75,5

3

39

Indicator:

Cliënten met een maatwerk-arrangement Wmo per 10.000 inwoners

Toelichting:

Bron:

Een maatwerk-arrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten. Centraal Bureau voor de Statistiek - Monitor Sociaal Domein WMO

Indicator:

Personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners

Bron:

Het aantal personen met een uitkering WWB (t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015) per 10.000 inwoners. Centraal Bureau voor de Statistiek - Participatiewet

Indicator:

Lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners 15-64 jr

Toelichting: Bron:

Het aantal re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. Centraal Bureau voor de Statistiek - Participatiewet

Indicator:

Absoluut verzuim per 1.000 leerplichtige leerlingen (gegevens niet beschikbaar)

Toelichting: Bron:

Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 leerlingen. DUO/Ingrado

Indicator:

Relatief verzuim per 1.000 leerplichtige leerlingen

Toelichting: Bron:

Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 leerlingen. DUO/Ingrado

Indicator:

Verwijzingen Halt per 1.000 jongeren 12-17 jaar

Toelichting:

Het aantal verwijzingen naar Halt per 1.000 inwoners in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar. Stichting Halt

Toelichting:

Bron: Indicator:

% Voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) totaal

Bron:

Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 tot 23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. Het betreft zowel deelnemers aan VO als MBO onderwijs. DUO/Ingrado

Indicator:

% Jongeren (12-21 jaar) met een delict voor de rechter

Toelichting:

Het percentage jongeren 12 tot en met 21 jaar dat met een delict voor de rechter is verschenen.

Toelichting:

Bron:

CBS Jeugd 40

Indicator:

% Jongeren (12-22 jaar) met jeugdreclassering

Toelichting: Bron:

Het percentage jongeren (12 tot en met 22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12 tot en met 22 jaar). CBS Jeugd

Indicator:

% Kinderen (tot 18 jaar) in uitkeringsgezin

Toelichting: Bron:

Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. CBS Jeugd

Indicator:

% Werkloze jongeren (16-22 jr)

Toelichting: Bron:

Het percentage werkloze jongeren van 16 tot en met 22 jaar. CBS Jeugd

Indicator:

% Jongeren met jeugdhulp (van alle jongeren tot 18 jaar)

Toelichting:

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar.

Bron:

CBS Jeugd

Indicator:

% Jongeren met jeugdbescherming (van alle jongeren tot 18 jaar)

Toelichting: Bron:

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. CBS Jeugd

Indicator:

% Niet-sporters (gegevens niet beschikbaar)

Toelichting: Bron:

Het percentage niet-wekelijkse sporters ten opzichte van de bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. Gezondheidsmonitor volwassenen GGD, CBS en RIVM

Indicator:

% Netto arbeidsparticipatie

Toelichting: Bron:

Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking. CBS– Arbeidsdeelname

41

Domein Ruimte Leusden is een vitale, dynamische en groene gemeente die ruimte biedt aan nieuwe opgaven en initiatieven die bijdragen aan haar identiteit. De werkzaamheden in het Domein Ruimte richten zich erop dat Leusden een interessante plek blijft om te wonen, werken en recreëren. Door de verschillende opgaven die de gemeente heeft, is de druk op de ruimte toegenomen; zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied. Hierdoor is het niet meer vanzelfsprekend dat al deze ruimtevragers gefaciliteerd kunnen worden. Alle belangen moeten zorgvuldig worden afgewogen zodat er een gezonde en vitale balans blijft tussen de diverse functies. De gemeente bepaalt niet geheel zelf haar beleid. Dit gebeurt (in toenemende mate) binnen de door Rijk en provincie geschetste ruimtelijke kaders. Daarbij wordt in toenemende mate gestuurd op regionale afstemming of samenwerking. Onder de Omgevingswet (die op 1 januari 2024 in werking is getreden) hebben we nieuwe instrumenten om te sturen op onze ruimtelijke ambities, en het benutten en beschermen van de kwaliteiten van de leefomgeving. Met als uitgangspunt het beleidshuis (waarin we de werking en samenhang van de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en omgevingsplan beschrijven) werken we de komende jaren, domein overstijgend, aan een meer integrale sturing op het beleid op de fysieke leefomgeving. O.a.

het actualiseren van de omgevingsvisie en het inrichten van omgevingsprogramma’s zijn daarin belangrijke stappen. In het domein Ruimte zijn de beleidsterreinen Omgevingswet, Wonen, Economische zaken, Buitengebied (w.o. natuur en landschap), Verkeer en Vervoer, Recreatie en Toerisme en Cultureel Erfgoed en Archeologie opgenomen. De ambities en accenten in de beleidsterreinen Wonen, Recreatie en Toerisme en Buitengebied zijn afzonderlijk opgenomen. Economische zaken richt zich op een toekomstbestendige economie passend bij onze ligging en regionale positie met daarin het behouden en versterken van de werkgelegenheid in Leusden. In 2025 wordt vooral gewerkt aan het voorzien in voldoende toekomstbestendige bedrijfslocaties; enerzijds door (onderzoek naar) zorgvuldiger en intensiever gebruik van bestaande locaties, anderzijds door (regionaal) onderzoek naar uitbreidingsbehoefte en mogelijkheden. Daarnaast een actief accountmanagement met aandacht voor verbinding, kennisuitwisseling en samenwerking op diverse thema’s. Cultureel erfgoed en archeologie richt zich op behoud, zichtbaarheid en bekendheid van het (on)zichtbare verleden en borgt dit door actief bij te dragen aan andere beleidsterreinen zoals het buitengebied en recreatie en toerisme. Hierdoor wordt de meerwaarde van het Leusdens cultureel erfgoed en archeologie in diverse beleidsterreinen meegenomen.

Verkeer en vervoer richt zich enerzijds op behoud van de bereikbaarheid van Leusden en anderzijds op het stimuleren van duurzame mobiliteit met een accent op het fietsen. Het Mobiliteitsprogramma waarin de kaders zijn opgenomen wordt op basis van het Uitvoeringsprogramma gerealiseerd. De negen geprioriteerde uitvoeringsprojecten zijn in 2025 verder voorbereid. Het Domein Ruimte is niet los te zien van andere domeinen. De integratie met alle onderdelen van het domein Leefomgeving is intensief, maar specifiek in 2025 ook voor de implementatie van het programmaplan Energie. Voor het overzicht zijn alle doelen en activiteiten in dit plan in het Domein Leefomgeving verwoord, maar hebben deels ook betrekking op beleidsterreinen in het domein Ruimte. Op het terrein van Wonen is er een intensieve afstemming met het domein Samenleving, bijvoorbeeld op het onderdeel wonen en zorg.

Relevante beleidsnotities domein Ruimte • • • • • •

Omgevingsvisie Gemeente Leusden (2023) Update Woonvisie Woondeal 2022 t/m 2030 Regio Amersfoort Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030-2040 Alliantieverklaring gebiedssamenwerking van A(mersfoort) tot Z(eist) (2023) Bestuurlijk Akkoord gebiedssamenwerking A tot Z voor opstellen gebiedsperspectief (medio 2024 vast te stellen) 42

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort (2024) Concept-Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied van de provincie Utrecht (juli 2023) Provinciale Omgevingsvisie c.a. Omgevingsverordening van de provincie Utrecht Mobiliteitsprogramma provincie Utrecht 2019-2023 Mobiliteitsprogramma ‘Leusden kijkt vooruit (2021) Uitvoeringsprogramma mobiliteit (2023) Visie werklocaties Leusden 2030 (2014) Thematische structuurvisie kantoren, provincie Utrecht (2015) (Tussentijdse evaluatie 2024) Provinciaal Inpassingsplan Kantoren’ (2018) (Tussentijdse evaluatie in 2024) Behoefteraming Kantoren provincie Utrecht (2023) Bedrijventerreinenstrategie regio Amersfoort (2024 STEC Groep) Nota detailhandel (2015) Retail Visie, provincie Utrecht (2018) Regionale Economische Agenda (2020-2027) Afwegingskader transformatie kantoorlocaties (2021) Urgentieverordening huisvesting Leusden 2023 Omgevingsplan Buitengebied 2009 Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei gemeente Leusden, aangepaste versie 2017 Intentieverklaring Green & Social Deal voor Defensieterreinen (2022) Erfgoedverordening 2023 Welstandsnota 2018 Beleidsnota Archeologie 2018 Beleidsregels Subsidieregeling gemeentelijke monumenten Leusden 2015 Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed 2020 Kader Provinciale Programmering Wonen en Werken 2024 – 2027 (april 2024) Regionaal programma wonen en werken regio Amersfoort (2023) Parapluplan

Kamergewijze verhuur en woningsplitsing Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Leusden 2022 Regionale Economische Agenda (2020-2027) Afwegingskader transformatie kantoorlocaties (2021) Urgentieverordening huisvesting Leusden 2023 Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei gemeente Leusden, aangepaste versie 2017 Intentieverklaring Green & Social Deal voor Defensieterreinen (2022) Erfgoedverordening 2023 Welstandsnota 2018 Beleidsnota Archeologie 2018 Beleidsregels Subsidieregeling gemeentelijke monumenten Leusden 2015 Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed 2020 Regionaal programma wonen en werken regio Amersfoort (2023) Visie recreatie en toerisme (2020)

Wonen Ambitie, context en achtergrond Leusden heeft de ambitie een dynamische gemeente te blijven met kwalitatief goede woningen voor starters, gezinnen en senioren en een goed voorzieningenniveau. Door nieuwbouw en transformatie vergroten we de mogelijkheden voor doelgroepen die moeilijk aan een woning kunnen komen, zowel voor senioren als voor huishoudens die zijn aangewezen op betaalbare woningen en zorg. Dit alles doen we binnen een context van een woningmarkt die onder druk staat en waarbij het realiseren van sociale en middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen bemoeilijkt wordt door de hoge bouwkosten en tekorten op de arbeidsmarkt. Dit bemoeilijkt ook een gedifferentieerd nieuwbouwprogramma. Dit speelt in heel Nederland en heeft geleid tot meer sturing/regie vanuit de rijksoverheid. Het wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting legt dit vast. Als deze wet onveranderd wordt vastgelegd, beperkt dit de beleidsvrijheid van de gemeenten. Zo legt de wet vast welk deel van de nieuwbouw sociaal huurwoningen, middeldure huurwoningen en/of betaalbare koopwoningen moet bevatten, welke groepen woningzoekenden

43

verplicht urgent zijn en welke onderdelen verplicht in beleid moeten worden uitgewerkt. Ook stuurt de wet op meer afstemming in woningmarktregio’s en gelijkwaardige verdeling van opgaven (fair share).

Wat hebben we bereikt? R.1.1 Bevorderen voor alle inwoners van Leusden van het van zo veel mogelijk zelfstandig en passend wonen in een veilige omgeving. In 2025 zijn -op basis van voorlopige cijfers 116 woningen nieuw opgeleverd. Met deze nieuwbouw zijn er sinds 2022 (start Woondeal) gemiddeld 154 nieuwe woningen per jaar gerealiseerd. Dit ligt iets lager dan gemiddeld gepland. Daarnaast is er in 2025 gewerkt aan de planvorming van Tabaksteeg-zuid en Achterveld Noord-oost in de vorm van stedenbouwkundige plannen en omgevingsplannen. Ook is een versnellingstraject voor Tabaksteeg-zuid uitgevoerd. De uitkomsten daarvan worden begin 2026 aan de raad voorgelegd. Ook zijn in regionaal verband afspraken gemaakt over de huisvesting van de aandachtgroepen van beleid met als doel om te komen tot een evenwichtige verdeling van de opgave. De taakstelling voor statushouders in 2025 volledig gerealiseerd.

Wat hebben we daarvoor gedaan? R.1.1.1: We stellen de Woonzorgvisie vast. In maart 2025 is de Woonzorgvisie vastgesteld. R.1.1.2: We voeren het uitvoeringsprogramma Wonen en Zorg uit voor het jaar 2025 Het uitvoeringsprogramma is definitief vastgesteld in december 2025, maar uitvoering van onderdelen is al gedurende het jaar opgepakt. In 2025 zijn zowel het regionaal afsprakenkader huisvesting ouderen als het regionaal afsprakenkader aandachtgroepen opgesteld en in het regionale bestuurlijke overleg onderschreven. In 2025 is gewerkt aan de uitvoeringsagenda en de uitvoering daarvan. Ook is in 2025 de Huisvestingsverordening Leusden 2025 opgesteld op basis van een regionaal opgestelde modelverordening. Hierin zijn ook de urgentieregels binnen de regio op elkaar afgestemd. In de prestatieafspraken met Omthuis en de huurdersorganisatie HLVE zijn afspraken gemaakt voor de uitvoering van het programma in 2026. R.1.1.3: We stimuleren het levensloopbestendig maken van bestaande woningen. Mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid om een passende woning te vinden en te kunnen bekostigen. Oudere inwoners bereiden zich voor op een mogelijk veranderde woonbehoefte als zij ouder zijn. De gemeente biedt inzicht in en stimuleert gebruik van mogelijkheden, activiteiten en regelingen.

In 2025 hebben we:  Voorlichting en trainingen gegeven over valpreventie als onderdeel van het uitvoeringsprogramma Samen Sterker Eemland (SSE). Deze zijn bekostigd vanuit de GALA middelen. We nemen deel aan de regionale projectgroep en hebben een coördinator aangesteld om de trainingen te organiseren. In 2025 hebben er 5 cursussen plaatsgevonden op verschillende locaties in Leusden en zijn er 190 ouderen getest op hun valrisico. In totaal hebben 58 ouderen deelgenomen aan de cursussen.  Lariks Wmo middelen in gezet om het gebruik van hulpmiddelen of woningaanpassingen mogelijk te maken. In 2026 zal er een SD-campagne over ‘bewust wonen’ gevoerd worden. Waarbij we stimuleringsmiddelen inzetten om het gebruik van hulpmiddelen, domotica of woningaanpassingen (financieel) toegankelijker te maken.

Wat hebben we bereikt? R.1.2. Meer huishoudens helpen aan een betaalbare woning In 2025 hebben we instrumentarium vastgesteld dat tot doel heeft én voldoende sociale huurwoningen en meer betaalbare woningen te realiseren én deze ook op een effectieve wijze toe te wijzen of te verkopen. Daarnaast zijn 116 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd, waarvan 28 betaalbare koopwoningen. Er zijn in 2025 geen sociale huurwoningen opgeleverd; dat gaat begin 2026 gebeuren. Omthuis heeft met haar meerhurenbeleid meer woningen bereikbaar gemaakt voor huishoudens met een laag inkomen.

Wat hebben we daarvoor gedaan? R.1.2.1: We stellen de Woonvisie vast In maart 2025 is de Woonvisie vastgesteld.

44

R.1.2.2: We voeren het uitvoeringsprogramma Wonen uit voor het jaar 2025 Het uitvoeringsprogramma is definitief vastgesteld in december 2025, maar uitvoering van onderdelen is al gedurende het jaar opgepakt. Naast de onderwerpen die meer gericht zijn op wonen en zorg, zijn in 2025 de Huisvestingsverordening Leusden 2025 en de Verordening betaalbare woningbouw Leusden 2025 vastgesteld als basis voor de uitvoering van het beleid. Ook zijn dit jaar meerjarige prestatieafspraken gemaakt met Omthuis en HLVE. Daarbij is aangesloten op de doelen en speerpunten van het uitvoeringsprogramma Woon(zorg-)visie en de opgaven voor 2026. R.1.2.3: We ronden de stedenbouwkundige plannen voor Tabaksteeg-zuid en Achterveld Noord-oost af als dit nog niet in 2024 is gebeurd. Daarnaast stellen we voor beide projecten het Omgevingsplan op. Gelet op de diverse te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen stellen we ook een ruimtelijke visie Achterveld op om daarmee inzicht te krijgen in de mogelijkheid voor aanvullende woningbouwlocaties. Hierin worden ook de woningbouwmogelijkheden voor Stoutenburg opgenomen. In Mastenbroek 2 leveren we fase 2 op en brengen fase 3 in de verkoop. In 2025 zijn voor Tabaksteeg-zuid en Achterveld Noord-oost stedenbouwkundige plannen vastgesteld en is gewerkt aan Omgevingsplannen voor beide locaties. Deze zullen begin 2026 in procedure worden genomen.

De visie op Achterveld is door capaciteitsgebrek niet opgesteld. De voortgang van Mastenbroek loopt volgens planning, waarbij fase 2 is nagenoeg afgerond.

Wat hebben we bereikt? R.1.3 Mogelijk maken van nieuwe woonconcepten. In 2025 is vooral ingezet op de borging van de woningbouwprogramma’s van Tabaksteeg-zuid en Achterveld Noord-oost.

Wat hebben we daarvoor gedaan? R.1.3.1: Afhankelijk van de prioritering binnen de uitvoeringsprogramma’s Woonvisie en woonzorgvisies onderzoeken we wat nodig is om nieuwe woonconcepten mogelijk te maken. De raad is geïnformeerd over de mogelijkheden van flexwonen en er is een steunverklaring afgegeven voor de subsidieaanvraag van Buurtsaam gericht op -onder meer- het realiseren van een intergenerationeel woonproject.

Wat hebben we bereikt? R.1.4. We willen de inzet van de bestaande woningvoorraad verhogen door de mogelijkheden van optoppen en splitsen te benutten In de woonvisie is aan dit onderwerp aandacht besteed.

Wat hebben we daarvoor gedaan? R.1.4.1: Afhankelijk van de prioritering binnen de uitvoeringsprogramma’s Woonvisie en woonzorgvisies onderzoeken we de mogelijkheden van optoppen en splitsen. Door de prioritering binnen het uitvoeringsprogramma én de prioritering van Omthuis is er in 2025 hier nog geen uitvoering gegeven .

Leusden op de kaart Ambitie, context en achtergrond De ambitie is Leusden lokaal, regionaal, landelijk en in onze buurlanden op de kaart te zetten als aantrekkelijke locatie om te wonen, recreëren en/of meerdere dagen te verblijven. Leusden heeft enorm veel te bieden van prachtige fiets- en wandelroutes tot cultuurhistorisch erfgoed. Dat willen we zo houden en versterken.

Wat hebben we bereikt? R.2.1. De kwaliteiten van Leusden nadrukkelijker op de kaart zetten In 2025 hebben we het moois dat Leusden te bieden heeft, verder op de kaart gezet bij zowel de eigen inwoners als bij mensen buiten Leusden.

45

Wat hebben we daarvoor gedaan? R.2.1.1: We geven uitvoering aan de visie recreatie en toerisme van Leusden. In 2025 is onderzocht welke mogelijkheden er zijn om Leusden op de kaart te zetten, rekening houdend met de ombuigingsmaatregelen. De ambitie was om een uitvoeringsprogramma op te stellen voor de activiteiten in 2025. Door de onzekerheid over de toekomst als gevolg van deze maatregelen is het echter niet gelukt om dit programma vast te stellen. Wel zijn er diverse activiteiten uitgevoerd voor toerisme en recreatie, zo heeft Leusden als Doortrap-gemeente verschillende fietstochten georganiseerd en deelgenomen aan de Utrechtse Fietsvierdaagse. Een belangrijke mijlpaal was dat Leusden in 2025 voor het eerst startlocatie was van dit evenement, wat veel bezoekers naar de gemeente trok. Daarnaast zette Leusden in 2025 stappen op het gebied van lopen, fietsen en recreatieve voorzieningen. De gemeente ondertekende het Masterplan Ruimte voor Lopen, een gezamenlijke visie, ambitie en actieplan gericht op het creëren van ruimte voor lopen als vanzelfsprekende, alledaagse activiteit. Ook is er op het grondgebied van de gemeente samengewerkt met Routebureau Utrecht aan de vernieuwing van het fietsknooppuntennetwerk en de voorbereiding van het wandelroutenetwerk Utrecht-Oost, waarvan de realisatie in 2026 volgt.

Eveneens zijn in samenwerking met de provincie Utrecht nieuwe ontwerpen gemaakt voor de drie Toeristische Overstappunten in Leusden, die in 2026 vernieuwd zullen worden. Tot slot heeft destinatiemarketingorganisatie Visit Utrecht Region zich in 2025 ingezet om de (internationale) zichtbaarheid van Leusden verder te vergroten. R.2.1.2: We versterken de samenwerking met de Stichting Toeristische Informatieverstrekking Leusden (STIL). In 2022 is de Stichting Toeristische Informatieverstrekking Leusden (STIL) opgericht, voorheen was dit VVV Leusden. De STIL is in 2025 betrokken geweest bij de vernieuwing van het fietsknooppuntennetwerk en de voorbereidingen van wandelroutenetwerk Utrecht-Oost. Verder heeft de STIL een streekproducten fietsroute ontworpen voor het convenant ‘Samen eten we de provincie Utrecht mooier’. Niet alle beoogde resultaten voor 2025 zijn volledig gerealiseerd. In 2026 wordt ingezet op verdere verbetering van de fysieke en online publieksbekendheid, waaronder bezoekersaantallen en het bereik van sociale mediakanalen, evenals op de samenwerking met toeristische partijen zoals het Regionaal Bureau voor Toerisme Heuvelrug & Vallei (RBT). R.2.1.3: We zetten het verhaal en de identiteit van Leusden in en versterken deze. In 2024 startte het RBT samen met de negen Grebbeliniegemeenten de voorbereidingen voor het project ‘Merkversterking Grebbelinie’.

In 2025 is verder gewerkt aan het vergroten van de zichtbaarheid en aantrekkingskracht van de Grebbelinie voor fietsers en wandelaars. Daarnaast is Leusden niet alleen versterkt als cultuurhistorische gemeente, maar is ook een eerste stap gezet in de profilering als duurzame voedselgemeente. Zo is binnen het convenant ‘Samen eten we de provincie Utrecht mooier’ in het Eet Werk Café een fungi factory geplaatst, waarin oesterzwammen worden gekweekt op koffiedik uit het Huis van Leusden. Aanvullend daarop is in 2025 een streekproductenfietsroute ontwikkeld door Leusden en Achterveld, waarmee recreanten kennismaken met lokaal en duurzaam eten.

Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort Ambitie, context en achtergrond De ambitie is een vitaal, mooi en toekomstbestendig buitengebied. Dit vormt een uitdaging omdat functies en opgaven in het buitengebied in totaal meer ruimte vragen dan beschikbaar is. En daarnaast eist het Rijk dat water en bodem meer sturend worden voor de inrichting van het buitengebied en moet er aan Europese weten regelgeving worden voldaan (waterkwaliteit, stikstofaanpak).

Wat hebben we bereikt? R.3.1. Realiseren van een vitaal, mooi en toekomstbestendig buitengebied. Het bieden van perspectief op een vitaal, mooi en toekomstbestendig buitengebied vraagt om het maken van ruimtelijke keuzes via het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Het UPLG is vertraagd door de val van de regering en daarmee ook het maken van keuzes. Dit schuift door naar het jaar 2026.

46

Wat hebben we daarvoor gedaan? R.3.1.1: We geven uitvoering aan Handelingsperspectief Buitengebied van de Regio Amersfoort en het Utrechts Programma Landelijk Gebied. De Provincie Utrecht werkt samen met overheidspartijen en stakeholders aan het opstellen van het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). De gemeente Leusden en de gemeenten van de Regio Amersfoort beïnvloeden de inhoud onder andere op basis van het Handelingsperspectief Buitengebied. Het UPLG is vertraagd door de val van de regering en daarmee schuift de uitvoering door naar 2026 R.3.1.2: We stellen een gebiedsperspectief op voor Utrechtse Heuvelrug van A(mersfoort) tot Z(eist) met Defensie. Het gebiedsperspectief voor het laten samengaan van intensivering van Defensieactiviteiten met maatschappelijke opgaven (schoon drinkwater, bevorderen recreatie) is eind 2025 afgerond. Voor de uitvoering hiervan werken provincie, waterschappen, gemeenten en Defensie aan een bestuursakkoord.

Wat heeft het gekost 2025 Lasten en baten Domein 4 - Ruimte bedragen x € 1.000 Lasten Baten Resultaat voor bestemming Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming

Saldo taakvelden b edragen x € 1.000 0.3 2.1 2.2 2.5 3.1 3.2 3.3 3.4 5.4 5.5 5.7 8.1 8.2 8.3 0.10

Beheer overige gebouwen en gronden Verkeer en vervoer Parkeren Openbaar vervoer Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie Musea Cultureel erfgoed Openbaar groen en (openlucht) recreatie Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) Wonen en bouwen Domein Ruimte Mutaties reserves Resultaat na bestemming

Begroting Rekening Primitief Na wijziging 8.498 8.537 12.246 4.825 5.379 11.041 -3.673 -3.158 -1.205 0 817 818 428 587 654 -3.245 -3.388 -1.369

Saldo -3.709 5.662 1.953 -1 67 2.019

Lasten Baten Begroting Rekening Begroting Rekening 0 1 0 10 229 208 0 0 111 72 1 2 33 22 0 0 23 24 0 0 53 93 0 1.689 139 133 7 10 58 65 67 79 20 21 0 0 112 102 0 0 726 671 16 22 1.893 2.506 704 1.421 3.628 6.932 3.608 6.548 1.511 1.395 977 1.260 8.537 12.246 5.379 11.041 817 818 587 654 9.354 13.064 5.966 11.695

Saldo 9 21 40 11 -1 1.649 9 5 -1 10 61 104 -364 399 1.953 66 2.019

Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2025. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd.

47

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur € 1.649.000 (voordeel) Het resultaat binnen het grondbedrijf is een resultante van o.a. het nemen van winst en afsluiting van diverse bouwgrondexploitaties. Een gedetailleerde toelichting is opgenomen in de Paragraaf Grondbeleid. 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie € 61.000 (voordeel) Het voordeel op dit onderdeel wordt voor € 38.000 verklaart door voordelige personeelskosten. De toelichting hierop is centraal opgenomen bij het onderdeel Overhead. Het restant voordeel ad € 23.000 wordt veroorzaakt door diverse kleinere verschillen die niet afzonderlijk worden toegelicht. 8.1 Ruimtelijke en leefomgeving € 104.000 (voordeel) Het voordeel wordt veroorzaakt door de volgende posten: - Geo0-informatie, het voordeel van € 36.000 wordt met name veroorzaakt door optimalisaties en nieuwe aanbestedingen van Geo-processen met ingang van het jaar 2024. Daarnaast blijft er in 2025 Geo-budget over doordat een klein deel van de gedane geo-uitgaven administratief verantwoord is in het jaar 2026. - Vanuit anterieure overeenkomsten is ca. € 40.000 meer ontvangen dan in de bijgestelde begroting 2025 is opgenomen. Een deel van deze hoger dan geraamde bate (de afdracht fonds bovenwijks vanuit initiatiefnemers) wordt met een bestemmingsvoorstel in deze jaarrekening overgeheveld naar de reserve gebiedsoverstijgende voorzieningen.

Daarnaast is er een beperkte aanspraak geweest (ca. € 20.000) op het in de begroting opgenomen budget voor externe advisering rondom planschade. - Een nadeel bij de implementatie van de omgevingswet is een gevolg van het feit dat we € 87.000 meer aan kosten hebben gemaakt dan geraamd voor de implementatie van de Omgevingswet. De implementatie van de omgevingswet duurt tot en met 2031. Dat brengt met zich mee dat de uitgaven voor de inzet van deze wet meerdere jaren bestrijken en dus niet in 1 jaar worden gedaan. De kosten die we maken worden gedekt door een bijdrage uit de reserve. Geven we dus meer uit dan hebben we een nadeel op het onderdeel omgevingswet maar een voordeel bij de reserve omdat de bijdrage uit de reserve dan hoger is. Per saldo verloopt dit dus budgetneutraal. - Op het onderdeel grondbedrijf is nog een voordeel van € 83.000. Het resultaat binnen het grondbedrijf is een resultante van o.a. het nemen van winst en afsluiting van diverse bouwgrondexploitaties. Een gedetailleerde toelichting is opgenomen in de Paragraaf Grondbeleid. - Overige kleinere verschillen € 12.000 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) € 364.000 (nadeel) Het resultaat binnen het grondbedrijf is een resultante van o.a. het nemen van winst en afsluiting van diverse bouwgrondexploitaties. Een gedetailleerde toelichting is opgenomen in de Paragraaf Grondbeleid.

8.3 Wonen en bouwen € 399.000 (voordeel) Het totale voordelige verschil is veroorzaakt door: - Een voordelig verschil van 88.000 op de personeelskosten wat centraal is toegelicht bij het onderdeel Overhead. - Een voordeel op software van € 33.000. Voor het budget wat resteert op het onderdeel software is een verzoek tot overheveling gedaan. Het gaat om het budget voor inrichting Rx Mission. - De leges uit omgevingsvergunningen vallen € 213.000 hoger uit dan ten tijde van het opstellen van de najaarsnota ’25 werd ingeschat. De hoger dan voorziene bate uit leges in 2025 wordt op hoofdlijn verklaard vanuit een stijging van de bouwkosten (vormt de grondslag voor de berekening van de leges) en de bouwactiviteiten in nieuwbouwwijk Mastenbroek 2 in Achterveld. - Een voordeel van € 70.000 door vooruit ontvangen bedrag voor stimulering betaalbare woningen. Via resultaatbestemming wordt verzocht dit bedrag toe te voegen aan de reserve met aangewezen bestemming. - Diverse kleinere verschillen met een totaal van € 5.000 nadelig. 0.10 Mutaties reserves € 67.000 (voordeel) - Bij de reserves is een voordeel ontstaan van €87.000 door een nadeel bij de implementatie omgevingswet. Zie hiervoor de toelichting bij taakveld 8.1 Ruimte en leefomgeving. - Overige kleinere verschillen met een nadeel van € 20.000

48

BBV-indicatoren De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. Op de website kunnen ook vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten. Omschrijving Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen

2021 871,9 191,1 5,0

2022 851,7 200,6 21,5

2023 860,6 205,7 4,1

2024 878,4 210,0 9,8

% Functiemenging % Demografische druk

55,1 83,2

54,3 83,6

54,7 83,3

55,0 84,3

Indicator:

Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar

Toelichting: Bron:

Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. LISA Vestigingenregister/CBS

Indicator:

Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners 15-65 jaar

Bron:

Aantal vestigingen van bedrijven per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar LISA Vestigingenregister

Indicator:

Nieuwgebouwde woningen per 1.000 woningen

Toelichting: Bron:

Het aantal nieuwbouwwoningen per 1.000 woningen. ABF Research - BAG

Indicator:

% Functiemenging

Toelichting:

Bron:

De functiemenging weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. LISA Vestigingenregister/BAG

Indicator:

% Demografische druk

Toelichting:

De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Centraal Bureau voor de Statistiek - Bevolkingsstatistiek

Toelichting:

Bron:

49

Overhead Algemeen Binnen het onderdeel overhead geven we inzicht in de kosten van de bedrijfsvoering.

Wat heeft het gekost 2025 Lasten en baten Overhead bedragen x € 1.000 Lasten Baten Resultaat voor bestemming Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming Saldo taakvelden bedragen x € 1.000 0.4 0.10

Overhead Overhead Mutaties reserves Resultaat na bestemming

Begroting Rekening Primitief Na wijziging 11.473 12.202 12.049 232 363 655 -11.241 -11.839 -11.394 0 55 55 224 517 517 -11.017 -11.377 -10.932

Lasten Baten Begroting Rekening Begroting Rekening 12.202 12.049 363 655 12.202 12.049 363 655 55 55 517 517 12.257 12.104 880 1.172

Saldo 153 292 445 0 0 445

Saldo 445 445 0 445

Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2025. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. Verschil in salarissen en inhuur (totaal voordeel € 668.000). Het totale budget voor salarissen en inhuur bedraagt voor 2025 € 23.867.00. Salarissen en inhuur worden door de begroting heen op diverse taakvelden geboekt. Op een aantal taakvelden geeft dit een grotere afwijking (voor- dan wel nadelig) en zijn ze onderdeel geworden van de verschillenanalyse. De totale afwijking wordt hier centraal toegelicht. Het gaat om de volgende posten: - De salariskosten worden geraamd op het maximum van de salariskosten inclusief een bedrag voor overige personeelskosten. In 2025 stonden deze personeelsbudgetten ook nog afzonderlijk geraamd. Deze kunnen dus in 2025 vrijvallen ten gunste van het resultaat. Dit levert een voordeel op van € 222.000. Bij de voorjaarsnota 2026 wordt onderzocht wat het structurele effect is. - Het saldo van de kosten voor riolering en afvalverwerking worden afgewikkeld via de voorziening en verlopen budgetneutraal. Het voordeel op de salariskosten van € 80.000 maakt hier onderdeel van uit.

- Salariskosten worden zoals eerder aangegeven geraamd op basis van de maximale schalen. Niet echter alle collega's zijn echter al ingeschaald op de maximum schaal. Dit levert een voordeel op. Verder worden vacatures niet altijd direct ingevuld per de datum waarop ze ontstaan. Ook dit levert een voordeel op. Het totale voordeel door deze oorzaken is € 243.000. - In de loop van 2025 zijn de salarissen voor het college aangepast aan de cao-stijgingen. Bij het opmaken van de jaarrekening bleek deze aanpassing te hoog was. Dit levert voor nu een voordeel op van € 37.000. - In 2025 ontstaat er een voordeel van € 46.000 doordat de functie van adviseur vastgoed niet is ingevuld. In verband met de inzet/ inhuur van Op Weg naar Nul voor het Programma Toekomstbestendig Vastgoed (PTMV) is de vastgoed adviseur wel nodig in 2026. De benodigde inzet vloeit voort uit en heeft een relatie met de diverse CUP opdrachten. Via resultaatbestemming (overhevelingen) wordt dan ook verzocht dit voordeel weer in te zetten voor 2026.

50

- De beschikbare middelen voor de flexpool bleken niet in zijn totaliteit nodig voor 2025. Hierdoor ontstaat een voordelig verschil ten opzichte van de raming van €40.000 0.4 Overhead € 445.000 (voordeel) Het voordelig verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door twee grotere posten. - Op het onderdeel salarissen en inhuur is een voordeel van €360.000. Deze verschillen zijn centraal toegelicht bij de post Overhead (zie hierboven) - Op het onderdeel Wet Open Overheid is er een voordeel van € 122.000. De verklaring is als volgt. Het publicatieplatform, een belangrijke uitgave binnen het WOO-budget, is nog niet aangeschaft omdat de aanbesteding van het zaaksysteem eerst moest plaatsvinden. Hierdoor zijn de uitgaven aan dit platform uitgesteld. Daarnaast zijn kosten die voorheen apart werden begroot, nu opgenomen binnen de softwarekosten, waardoor deze niet apart zichtbaar zijn als bestedingen binnen het WOO-budget. - Het restant nadeel ad €37.000 is een resultante van diverse kleinere verschillen die niet afzonderlijk zijn toegelicht.

BBV-indicatoren Omschrijving Formatie (FTE) per 1.000 inwoners Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners Apparaatskosten per inwoner Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen.

2022 2023 2024 2025 5,0 fte 6,1 fte 6,1 fte 6,1 fte 4,8 fte 4,9 fte 5,2 fte 5,7 fte € 584,28 € 618,81 € 712,01 € 775,55 23,2 %

32,0 %

25,2 %

17,8 %

Overhead (% van de totale lasten)

10,7 %

11,5 %

11,0%

10,8 %

Indicator:

Formatie (FTE) per 1.000 inwoners

Toelichting: Bron:

Uitgangspunt is het vastgestelde/toegestane formatieplan gedurende het jaar 1 FTE is het equivalent van een 36-urige werkweek. Eigen gegevens

Indicator:

Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners

Toelichting:

Bron:

Voor de begroting is het uitgangspunt de werkelijke bezetting per 1 januari van het vorige jaar. Voor het jaarverslag wordt het gemiddelde van de werkelijke bezetting op 1 januari en 31 december berekend. Eigen gegevens

Indicator:

Apparaatskosten per inwoner

Toelichting:

Bron:

Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten en dergelijke voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. Eigen rekening

Indicator:

Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen.

Toelichting:

Het betreft onder andere inzet van uitzendkrachten, zzp'ers of detachering. Dit kan inhuur zijn voor tijdelijke vervanging of specialistische kennis. Kenmerkend is dat de inhuurkracht een plaats krijgt in de hiërarchie van de organisatie.

51

Bron:

Eigen rekening

Indicator:

Overhead (% van de totale lasten)

Toelichting:

Dit betreft de verantwoorde overheadkosten (exclusief reservemutaties). Deze kosten moeten worden gedeeld door het totaal saldo van de lasten (exclusief toevoegingen aan reserves). Eigen rekening

Bron:

52

Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien Algemeen In de vier programma’s van deze jaarstukken zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, de algemene belastingen, de financiering, de onvoorziene uitgaven, de stelposten en de vennootschapsbelasting. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.

Wat heeft het gekost 2025 Lasten en baten Algemene dekkingsmiddelen bedragen x € 1.000 Lasten Baten Resultaat voor bestemming Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming Saldo taakvelden b edragen x € 1.000 0.5 0.61 0.62 0.64 0.7 0.8 0.9 3.4 6.3 0.10

Begroting Rekening Primitief Na wijziging 995 801 678 64.071 67.494 68.230 63.076 66.693 67.552 -757 14.474 13.430 0 14.762 13.718 63.833 66.981 67.840

Lasten Baten Begroting Rekening Begroting Rekening Treasury 208 208 992 1.078 OZB woningen 367 308 6.420 6.428 OZB niet-woningen 0 0 4.042 4.088 Belastingen Overig 6 11 32 56 Algemene uitkering gemeentefonds 0 12 55.803 56.366 Overige baten en lasten 25 38 7 58 Vennootschapsbelasting (VpB) 0 -73 0 0 Economische promotie 0 0 200 157 Inkomensregelingen 195 173 0 0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 801 678 67.494 68.230 Mutaties reserves 14.474 13.430 14.762 13.718 Resultaat na bestemming 15.275 14.108 82.256 81.948

Saldo 123 736 859 1.044 -1.044 859

Saldo 86 67 46 19 551 38 73 -43 22 859 0 859

Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2025. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. 0.5 Treasury € 86.000 (voordeel) De werkelijk ontvangen rente voor duurzaamheidsleningen en startersleningen is hoger dan de raming. Met ingang van de begroting 2027 wordt de geraamde rente-inkomst naar boven bijgesteld. Ondanks tussentijdse bijstellingen in de voor- en najaarsrapportage van de ontvangen rente over middelen die we moeten stallen in de schatkist van het rijk blijkt bij de jaarrekening de totale renteontvangst op de onderdeel hoger te zijn dan de verwachting. O.a. door het later of eerder ontvangen van rijksmiddelen maar ook door uitstel van investeringen of het eerder of later doen van aankopen is het lastig een exacte liquiditeitsprognose te maken. Deze prognose gebruiken we om in te kunnen schatten hoeveel liquide middelen we kunnen stallen bij de rijksschatkist en hieraan gekoppeld de te ontvangen rente.

53

0.61 OZB woningen € 67.000 (voordeel) - Het voordeel op deze post is grotendeels te verklaren door een lagere deelnemersbijdrage aan belastingkantoor GBLT van € 59.000. In 2025 heeft GBLT substantieel lagere proceskostenvergoedingen voor Woz-bezwaren hoeven uit te keren doordat minder bezwaren gegrond zijn verklaard en door een lager tarief. - Daarnaast zijn er een aantal kleinere verschillen met een totaal van € 8.000 welke niet afzonderlijke worden toegelicht. 0.7 Algemene uitkering gemeentefonds € 551.000 (voordeel) Het voordeel ad € 550.000 is grotendeels ontstaan door de volgende zaken: - Extra ontvangst vanuit de decembercirculaire van € 162.000. Hiervan willen we € 113.000 via resultaatbestemming beschikbaar houden voor 2026. Dit is bestemd voor middelen voor uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting, vergoeding kinderopvang en incidentele middelen voor de drie decentralisatie-uitkeringen. - In verband met afrekeningen over vorige dienstjaren ontvangen we € 338.000. - Als laatste ontvangen we extra middelen omdat een aantal maatstaven op basis waarvan de algemene uitkering wordt bepaald zijn aangepast. Dit leidt tot een voordeel van € 62.000. - Als laatste zijn er een aantal kleinere nadelige verschillen ad € 11.000 die we niet afzonderlijk toelichten.

0.9 Vennootschapsbelasting € 73.000 (voordeel) De te betalen vennootschapsbelasting (vpb) door de gemeente wordt bepaald op het totaal van activiteiten die vennootschapsbelastingplichtig zijn. Deze lasten worden grotendeels gedekt uit de algemene reserve grondbedrijf. - Aan het grondbedrijf is een vpb-bate toe te rekenen van € 51.000. Deze ziet op een terugontvangst voor het jaar 2023 van € 45.000, een bate van € 17.000 met betrekking tot de afwikkeling van de vpb over 2024 en een last voor 2025 van € 11.000. - Het restant ad €22.000 is een last voor de algemene exploitatie.

BBV-indicatoren Omschrijving

2021

2022

2023

2024

Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000) Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)

360 723

391 776

448 793

459 928

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)

740

795

811

944

Indicator:

Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)

Toelichting: Bron:

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen. Centraal Bureau voor de Statistiek – Statistiek Waarde Onroerende Zaken

Indicator:

Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)

Toelichting: Bron:

Het gemiddelde totaalbedrag per jaar in euro's dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)

Indicator:

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)

Toelichting:

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)

Bron:

54

Paragrafen

55

Paragraaf A lokale heffingen Wettelijk kader In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. In deze paragraaf wordt ingegaan op ontwikkelingen in 2025 bij de lokale heffingen. Daarnaast wordt ingegaan op de belastingopbrengst, de ontwikkeling van de lokale lastendruk en kwijtscheldingen. Beleidskader Op basis van door de raad vastgestelde verordeningen zijn in 2025 de volgende belastingen en heffingen opgelegd: OZB, toeristenbelasting, precariobelasting, reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht), rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges en lijkbezorgingsrechten. De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. De tarieven van belastingen en heffingen zijn in 2025 met 2% verhoogd door de ontwikkeling van de inflatie. Uitvoering Belastingkantoor GBLT verzorgt de heffing en inning van de OZB, rioolheffing, reinigingsheffingen en toeristenbelasting. De overige heffingen int de gemeente Leusden zelf. Ook verzorgt GBLT de uitvoering van Wet Waardering Onroerende Zaken: het bepalen van de waarde van onroerende zaken door taxatie. De Waarderingskamer (het landelijk toezichtsorgaan) heeft hiervoor in 2025 aan GBLT de hoogst mogelijke beoordeling toegekend: vijf sterren.

Dit betekent dat GBLT al sinds langere tijd WOZ-taxaties van uitstekende kwaliteit levert en voldoet aan alle wettelijke eisen.

Tarieven In de tabel hieronder zijn de belangrijkste belastingtarieven in 2025 vermeld, en de tariefontwikkeling ten opzichte van 2024. Belastingtarieven OZB, % van de WOZ-waarde: - eigendom woningen - eigendom niet-woningen - gebruiker niet-woningen Reinigingsheffingen: - afvalstoffenheffing, vast deel - afvalstoffenheffing, variabel deel inwerptrommel 30 liter inwerptrommel 60 liter minicontainer 240 liter - reinigingsrecht bedrijven, vast deel (incl. btw) Rioolheffing, per aansluiting Toeristenbelasting, per overnachting: - in hotels, vakantiewoningen, chalets - in overige onderkomens/verblijfaccommodaties

2024

2025

0,0992% 0,3710% 0,2992%

0,0958% 0,3727% 0,3006%

€ 240,00

€ 252,00

€ 0,80 € 1,60 € 6,40 € 290,40 € 162,70

€ 0,84 € 1,68 € 6,72 € 304,92 € 165,95

€ 1,85 € 1,24

€ 1,88 € 1,26

56

Opbrengst (bedragen x € 1.000)

Begroting, primitief

Begr.wijziging

10.476 180 32

-14 20

3.838 2.367 5 41 1.427 18.366

64

Belastingen: OZB Toeristenbelasting Precariobelasting Heffingenen rechten: Reinigingsheffingen Rioolheffing Rioolaansluitrecht Lijkbezorgingsrechten Leges Totaal

158 228

Kwijtschelding

- 100 - 62

- 162

Raming na wijziging en kwijtschelding

Opbrengst 2025

10.461 200 32

10.516 157 55

3.802 2.305 5 41 1.587 18.432

3.926 2.371 10 54 1.791 18.880

Toelichting De meeropbrengst bij de OZB wordt grotendeels verklaard door minder leegstand bij niet-woningen (bedrijven, kantoren en winkels) dan geraamd. Bij de toeristenbelasting zijn definitieve aanslagen over belastingjaar 2024 opgelegd waarbij is gebleken dat er toen minder overnachtingen zijn geweest dan verwacht. Bij de reinigingsheffingen ontstaat er als gevolg van meer stortingen van restafval een hogere opbrengst bij de diftar. De meeropbrengst bij de leges wordt vooral verklaard door meer aanvragen om omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten waaronder enkele grote projecten.

Procentuele verdeling opbrengst lokale heffingen 9.4% 0.1%

0.3% OZB 12.6%

Toeristenbelasting Precariobelasting 55.7%

Afvalstoffenheffing Rioolheffing Rioolaansluitrecht

20.8%

Lijkbezorgingsrecht Leges

0.3%

0.8%

57

Ontwikkeling lokale lastendruk Tot de gemeentelijke woonlasten worden de bedragen gerekend die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2025 bedraagt de gemiddelde woonlastendruk volgens bureau Coelo in Leusden € 976 voor een meerpersoonshuishouden. Dat is ruim beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde (zie de tabel hierna). Op de landelijke ranglijst van bureau Coelo van woonlasten in gemeenten staat Leusden op de 151 e positie van in totaal 342 gemeenten. De tabel geeft een overzicht van de gemiddelde woonlasten van meerpersoonshuishoudens in Leusden en in omringende gemeenten. Ten opzichte van de omringende gemeenten heeft Leusden relatief lage woonlasten. De cijfers zijn ontleend aan de Coelo Atlas van de lokale lasten 2025. Lokale woonlasten

2025

Leusden Scherpenzeel Barneveld Soest Woudenberg Zeist Amersfoort Gemiddeld in provincie Utrecht Gemiddeld in Nederland

€ 976 € 986 € 1.001 € 1.009 € 1.083 € 1.116 € 1.141 € 1.170 € 1.052

Kwijtschelding Voor inwoners met de laagste inkomens is er de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. In totaal is in 2025 voor € 172.500 aan kwijtscheldingen verleend (in 2024: € 162.600).

58

Paragraaf B Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf heeft als doel:  Inzicht geven in het beleid van de gemeente Leusden met betrekking tot risico`s;  Het totaal aan financiële risico`s afzetten tegen de beschikbare middelen;  Inzicht in en beoordeling van de financiële positie geven aan de hand van kengetallen. In lijn met de nieuwe Nota Risicomanagement en Weerstandvermogen 2024 wordt er onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele risico`s, en de daarvan afgeleide, benodigde weerstandscapaciteit. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in risico’s vanuit de algemene dienst en vanuit het grondbedrijf.

Kaderstelling -

Het Besluit begroting en verantwoording (BBV), artikel 9 en 11 Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024

Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten af te dekken. Onderscheid wordt gemaakt in een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit incidentele middelen, zoals de algemene reserves. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit structurele middelen, zoals een exploitatieoverschot, de stelpost onvoorzien, onbenutte lokale belastingmogelijkheden en de reële beleidsvrije ruimte in de begroting. Beschikbare w eerstandscapaciteit

Incidenteel

Structureel

Totaal

2025

2025

2025

Structureel 2026

Algemene reserve per 31-12

22.071

22.071

Algemene reserve grondbedrijf per 31-12

2.549

2.549

Algemene reserve vluchtelingen per 31-12

7.340

7.340

31.960

31.960

Totaal incidenteel Budgettaire capaciteit structureel*

1.054

2027

-397

2028

-1.501

-2.227

Stelpost onvoorzien

64

64

64

64

64

Onbenutte belastingcapaciteit 2025

819

819

819

819

819

Totaal structureel

1.937

486

-618

-1.344

Totaal beschikbaar

33.897 Bedragen x € 1.000

* Betreft de primaire begroting. De toevoeging van € 1,5 miljoen uit de algemene reserve is in 2026 niet meegenomen in deze tabel, omdat dit bedrag ook onderdeel is van de algemene reserve. Hiermee wordt een dubbeltelling voorkomen.

Benodigd weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, is een inschatting gemaakt van de financiële risico´s die de gemeente loopt. Per risico is geschat hoe groot de kans is dat het risico zich voor kan doen (kans) en welke financiële impact dit dan zou kunnen hebben (restrisico). De uitkomst van de risico-inventarisatie per april 2026 en september 2025 is samengevat in onderstaande tabellen:

59

Benodigde w eerstandscapaciteit Bestuur

Restrisico 2025

Risico profiel Risico bedrag 2025*

2025

Structureel risico bedrag 2026

2027

2028

14.743

22%

3.172

Leefomgeving

5.000

39%

1.963

250

250

250

Samenleving

18.571

34%

6.227

1.866

1.866

1.866

Ruimte

1.550

60%

925

250

250

250

Totaal

39.864

31%

12.286

3.851

3.851

3.851

1.485

1.485

1.485

Bedragen x € 1.000

* Dit percentage geeft het risicoprofiel aan van het domein. Dit wordt berekend door het risicobedrag te delen door het restrisico.

Toelichting risico’s Domein bestuur De risico’s binnen het domein bestuur hebben vooral betrekking op de algemene uitkering, financiering, bedrijfscontinuïteit en compliance. Het risico op een korting op de algemene uitkering is verder toegenomen. De herijking gaat door, echter de verdeling is nog niet definitief. Het ROB en de VNG hebben een verzoek gedaan aan het Rijk het onderzoek van het ROB af te wachten in najaar 2026. De indexeringsmethode van het Rijk van de algemene uitkering vormt ook een risico, omdat deze plaatsvindt op voorcalculatie in plaats van op nacalculatie. Daarnaast worden gemeenten steeds meer wettelijk gedwongen meer in control te zijn. Denk aan de wetten AVG, NIS2 en de rechtmatigheidsverantwoording. Het niet voldoen aan deze wetgeving geeft een risico op boetes. Domein Leefomgeving De risico’s binnen het domein leefomgeving zijn min of meer gelijk gebleven en betreffen vooral incidentele risico’s binnen de vastgoedportefeuille. Met name onuitstelbaar groot onderhoud voor het zwembad en De Korf zijn de grootste risico’s qua financiële impact. De verzwaring van het elektriciteitsnetwerk kan risico’s meebrengen tot het eerder moeten afboeken van riolering en wegen, doordat de planning van Stedin bepalend is en werk-met-werk integraal wordt gecombineerd.

Bij de aanstaande verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed kunnen tegenvallers ontstaan wanneer de energiebesparingen minder zijn dan vooraf berekend, zodat er minder dekking is voor de extra kapitaalslasten. Domein Samenleving De risico’s binnen het domein samenleving hebben vooral betrekking op de jeugdzorg, de bijstand en de opvang van vluchtelingen. De stijging van gespecialiseerde jeugdzorgkosten laten hetzelfde beeld zien als de afgelopen jaren, ondanks dat de cliëntaantallen afgelopen jaar zijn afgenomen. De kosten van de tarieven, trajectduur en overhead zijn harder gestegen. Binnen de bijstand zijn de uitgaven de afgelopen drie jaar hoger vanwege de instroom van statushouders. Dit werkt ook door in het budget voor bijzondere bijstand. Ondanks dat de BUIG uitkering toeneemt is dit onvoldoende om de kosten te dekken. De begroting is hierop aangepast. Toch ontstaan er nieuwe risico’s binnen de bijstand vanwege de verkorting van de WW-duur en de normalisering van de status van de Oekraïners. Hierdoor wordt een groter beroep op deze voorziening verwacht en neemt het risico op tekorten toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4392/documents/52494