CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2024 Gemeente Leusden.pdf

Raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 5: RV Jaarstukken gemeente Leusden 202438.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Indicator: % Jongeren met jeugdbescherming (van alle jongeren tot 18 jaar) Toelichting: Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Bron: CBS Jeugd Indicator: % Niet-sporters (gegevens niet beschikbaar) Toelichting: Het percentage niet-wekelijkse sporters ten opzichte van de bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen GGD, CBS en RIVM Indicator:

% Netto arbeidsparticipatie

Toelichting: Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking. Bron: CBS– Arbeidsdeelname 40

41

Domein Ruimte Leusden is een vitale, dynamische en groene gemeente die ruimte biedt aan nieuwe opgaven en initiatieven die bijdragen aan haar identiteit. De werkzaamheden in het Domein Ruimte richten zich op Leusden als een interessante plek om te wonen, werken en recreëren. Gelet op alle opgaven die ruimte vragen in zowel het stedelijk gebied als in het buitengebied, is dit geen vanzelfsprekendheid. De gemeente bepaalt niet geheel zelf haar beleid, maar dit gebeurt (in toenemende mate) binnen de door Rijk en provincie geschetste ruimtelijke kaders en een regionale vertaling daarvan. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Van deze wet gaat een sterk integrerende sturing uit op het beleid voor de fysieke leefomgeving . De wet gaat daarmee ook effect hebben voor de andere domeinen. Een actueel beleidshuis (omgevingsvisie, (omgevings-)programma en omgevingsplan) heeft meer vorm en inhoud gekregen. Een proces dat ook de komende jaren zijn vervolg krijgt. Daarnaast stuurt het rijksen provinciale beleid ook in toenemende mate op regionale afstemming of samenwerking. In het domein Ruimte zijn de beleidsterreinen Wonen, Economische zaken, Buitengebied, Verkeer en Vervoer, Recreatie en Toerisme en Cultureel Erfgoed en archeologie opgenomen. De ambities en accenten in de beleidsterreinen Wonen, Recreatie en Toerisme en Buitengebied zijn afzonderlijk opgenomen.

Economische zaken richt zich op het behouden en versterken van de werkgelegenheid in Leusden. Dat doen we o.a. door het voeren van actief accountmanagement voor bedrijven met aandacht voor versterking van een ICT-cluster. Daarnaast voorzien we in voldoende toekomstbestendige bedrijfslocaties; enerzijds door (onderzoek naar) zorgvuldiger en intensiever gebruik van bestaande locaties, anderzijds door (regionaal) onderzoek naar uitbreidingsbehoefte en mogelijkheden. Cultureel erfgoed en archeologie richten zich op behoud, zichtbaarheid en bekendheid van het (on)zichtbare verleden en ondersteunt daarbij andere beleidsterreinen zoals het buitengebied en recreatie en toerisme. Verkeer en vervoer richt zich enerzijds op behoud van de bereikbaarheid van Leusden en anderzijds op het stimuleren van duurzame mobiliteit met een accent op het fietsen. Het Mobiliteitsprogramma waarin de kaders zijn opgenomen wordt op basis van het Uitvoeringsprogramma gerealiseerd. Het Domein Ruimte is niet los te zien van andere domeinen. Met name de integratie met alle onderdelen van het domein Leefomgeving is intensief. Op het terrein van Wonen is er een intensieve afstemming met het domein Samenleving, bijvoorbeeld op het onderdeel wonen en zorg.

1. Wonen Ambitie, context en achtergrond Landelijk, regionaal en ook in Leusden merken we druk op de woningmarkt en die druk zal ook de komende jaren blijven. De woningmarkt kan als volgt worden geschetst:  De koopsector is moeilijk toegankelijk voor starters en huishoudens die van huur naar koop willen verhuizen;  Sociale huurwoningen komen in mindere mate beschikbaar maar krijgen tegelijkertijd meer huishoudens uit de aandachtsgroepen te huisvesten;  Leusden vergrijst de komende jaren in rap tempo, terwijl de zorg onder grote druk staat;  Er zijn huishoudens die teveel verdienen voor een sociale huurwoning, maar te weinig voor een koopwoning. Dit is geen unieke Leusdense situatie en speelt in heel Nederland. Het Rijk reageert daarop met nieuwe wetgeving die de gemeente meer zal sturen in het woonbeleid, mogelijkheden en instrumentarium. Ook stuurt het Rijk op meer afstemming en samenwerking in de regio.

42

Binnen deze context heeft Leusden de ambitie een dynamische gemeente met kwalitatief goede woningen voor starters, gezinnen en senioren en een goed voorzieningenaanbod te blijven. We zetten ons in via nieuwbouw en transformatie voor het vergroten van de mogelijkheden voor doelgroepen die moeilijk aan een woning kunnen komen, zowel voor senioren als voor huishoudens die zijn aangewezen op betaalbare woningen en zorg. Wat hebben we bereikt? R.1.1. Inwoners van Leusden kunnen zoveel mogelijk zelfstandig en passend wonen in een veilige woonomgeving. In 2024 zijn 140 woningen nieuw gebouwd en drie woningen gesloopt. De woningvoorraad is daardoor met 137 woningen uitgebreid. Met de oplevering van de Meent zijn er 22 sociale huurwoningen bijgekomen. Daarnaast is er flink gebouwd in de Princenhof waarin inmiddels een groot aantal woningen is opgeleverd en volgend jaar wordt opgeleverd. Mastenbroek 2 is bouwrijp gemaakt en er is een start gemaakt met de nieuwbouw. Daarnaast is in 2024 aan de planvoorbereiding gewerkt van nog eens ruim 900 woningen die op de planning staan voor de periode tot en met 2030. De nieuwe wijze van urgentietoekenning is in 2024 gestart en een eerste evaluatie heeft uitgewezen dat de betrokken partijen (gemeente, Omthuis en Lariks) hierover positief zijn. Met de regiogemeenten hebben we een afsprakenkader Ouderenhuisvesting vastgesteld.

Wat hebben we daarvoor gedaan? R.1.1.1 De Woonzorgvisie is zover voorbereid dat deze begin 2025 kan worden vastgesteld. In 2024 is de concept Woonzorgvisie opgesteld en vrijgegeven voor inspraak. De inspraak is nog in 2024 afgerond en het definitieve concept is opgesteld. In 2025 kan de visie voor besluitvorming worden voorgelegd. R.1.1.2 het uitvoeringsprogramma voor de Woonzorgvisie is uitgesteld naar 2025. Omdat de Woonzorgvisie nog niet is vastgesteld, hebben we nog geen uitvoeringsprogramma kunnen opstellen. Wel zijn daar de eerste voorbereidingen voor getroffen. Vooruitlopend daarop hebben we in regionaal verband een model regionale Huisvestingsverordening opgesteld die de basis zal vormen voor de lokale Huisvestingsverordening die we in 2025 aan uw raad gaan voorleggen. R.1.1.3 We stimuleren het levensloopbestendig maken van bestaande woningen. De campagne over ‘bewust wonen’ is in 2024 niet uitgevoerd, omdat er prioriteit is gegeven aan twee andere campagnes die voor 2024 op de agenda stonden. Dit heeft ook tot gevolg gehad dat er beperkt is ingezet op voorlichting over het gebruik van domotica. Daarnaast is , in het kader van het programma Samen Sterker Eemland, voorlichting gegeven over valpreventie, een onderwerp dat ook gekoppeld is aan de bewustwordingscampagne. In 2024 zijn één testdag en twee cursussen georganiseerd.

Wat hebben we bereikt? R.1.2 We willen meer huishoudens helpen aan een betaalbare woning. In 2024 zijn 22 sociale huurwoningen aan de woningvoorraad toegevoegd. In de kaders en randvoorwaarden van Tabaksteeg-zuid heeft de raad vastgesteld dat tweederde van het woningbouwprogramma betaalbaar moet zijn. Tevens is vastgesteld dat 30% van het programma sociale huur moet zijn. Ook voor de planontwikkeling Achterveld Noordoost hanteren we deze uitgangspunten, voortvloeiend uit de Woondeal Regio Amersfoort 2023. Omdat de bovengrens van de betaalbare koop ook voor een deel van de woningzoekenden niet haalbaar is, hanteren we nog een tussensegment. We constateren echter wel dat het komen tot afspraken met grondeigenaren/projectontwikkelaars én overige initiatiefnemers een weerbarstig proces is. Wat hebben we daarvoor gedaan? R.1.2.1 De Woonvisie is zover voorbereid dat deze begin 2025 kan worden vastgesteld. In 2024 is de concept Woonvisie opgesteld en vrijgegeven voor inspraak. De inspraak is nog in 2024 afgerond en het definitieve concept opgesteld. In 2025 kan de visie voor besluitvorming worden voorgelegd. R.1.2.2 het uitvoeringsprogramma voor de Woonvisie is uitgesteld naar 2025. 43

Omdat de Woonvisie nog niet is vastgesteld, hebben we nog geen uitvoeringsprogramma kunnen opstellen. Wel zijn daar de eerste voorbereidingen voor getroffen. Vooruitlopend daarop hebben we in regionaal verband een model regionale Huisvestingsverordening opgesteld die de basis zal vormen voor de lokale Huisvestingsverordening die we in 2025 aan uw raad gaan voorleggen. R.1.2.3 De kaders en randvoorwaarden voor Tabaksteeg-Zuid zijn vastgesteld en er is gewerkt aan het opstellen van het stedenbouwkundig plan. Daarnaast is gewerkt aan de kaders en randvoorwaarden in combinatie met het stedenbouwkundig plan voor Achterveld Noordoost De kaders en randvoorwaarden voor Tabaksteeg-Zuid zijn in 2024 vastgesteld, waarna is begonnen met het opstellen van het stedenbouwkundig plan. Dit plan is begin 2025 zo ver dat dit breder gedeeld kan worden. Voor het project Achterveld Noordoost wordt gewerkt aan kaders en randvoorwaarden en een stedenbouwkundig plan. Deze worden in 2025 afgerond. R.1.2.4 De visie voor Stoutenburg is niet opgepakt. Door andere prioriteiten is er onvoldoende capaciteit geweest voor de visie voor Stoutenburg Wat hebben we bereikt? R.1.3 We maken nieuwe woonconcepten mogelijk. In de Woonvisie en de Woonzorgvisie is opgenomen dat we nieuwe woonconcepten willen faciliteren die bijdragen aan de huisvesting van de doelgroepen. Hier is verder nog niet actief op in gezet.

Wat gaan we daarvoor doen? R.1.3.1 Het onderzoek naar hetgeen nodig is om nieuwe woonconcepten mogelijk te maken hebben we niet uitgevoerd In 2024 is prioriteit gegeven aan het opstellen van de Woonvisie en de Woonzorgvisie, advisering over de verschillende woningbouwlocaties en regionale opgaven die voortkomen uit de Woondeal. Wat hebben we bereikt? R.1.4. Optoppen en splitsen van woningen in bestaande wijken en kernen. Omdat we de activiteiten op dit thema afhankelijk hebben gesteld van prioritering binnen het uitvoeringsprogramma én dit uitvoeringsprogramma nog niet is opgesteld, hebben we hier niet actief op in gezet. Wat gaan we daarvoor doen? R.1.4.1 We hebben niet actief op dit thema ingezet Omdat we de activiteiten op dit thema afhankelijk hebben gesteld van prioritering binnen het uitvoeringsprogramma én dit uitvoeringsprogramma nog niet is opgesteld, hebben we hier niet actief op in gezet.

2. Leusden op de kaart Ambitie, context en achtergrond De ambitie is om Leusden lokaal, regionaal, landelijk en in onze buurlanden op de kaart zetten als aantrekkelijke locatie om te wonen, recreëren en/of meer dagen te verblijven. Leusden heeft enorm veel te bieden van prachtige fiets- en wandelroutes tot cultuurhistorisch erfgoed. Dat willen we zo houden en versterken. Wat hebben we bereikt? R.2.1. Leusden op de kaart zetten.

44

In 2024 hebben we het moois dat Leusden te bieden heeft, verder op de kaart gezet bij zowel de eigen inwoners als bij mensen buiten Leusden. Wat hebben we hiervoor gedaan? R.2.1.1 Uitvoeren van het in 2023 opgezette uitvoeringsprogramma. In 2024 is onderzoek gedaan naar alternatieve vormen voor het innen van toeristenbelasting. Van de alternatieve vormen voor het innen van toeristenbelasting die genoemd worden in de visie recreatie en toerisme is alleen het convenant à la Soest een echte alternatieve vorm. Een convenant à la Soest levert voor Leusden echter geen voordelen op omdat in Leusden de toeristenbelasting geïnd wordt door GBLT en de logiesverschaffers niet verenigd zijn in een stichting of iets dergelijks. Aanhaken op marketingcampagnes gericht op omliggende landen (België, Duitsland). Leusden is in 2024 lid geworden van Visit Utrecht Region (VUR). Door het lidmaatschap is Leusden nu zichtbaar op de internationale website van VUR www.visitutrechtregion.com, worden we meegenomen in (internationale) marketingcampagnes voor de regio en zijn we zichtbaar op beurzen in Duitsland en België. Leusden is als één van de weinige gemeenten in de provincie echter niet aangesloten bij een destinatiemarketingorganisatie die Leusden lokaal op de kaart zet. Er is actief ingezet op de landelijke verkiezing Fietsgemeente van het jaar van de Fietsersbond.

Leusden heeft in 2024 een gedeelde vierde plek bereikt. Binnen de provincie Utrecht staat Leusden, samen met Eemnes, op een gedeelde tweede plek. Om Leusden nog meer te profileren als fietsgemeente is Leusden in 2024 Doortrappen-gemeente geworden. Doortrappen is een fietsprogramma dat zich inzet om senioren zo lang mogelijk plezierig en veilig te laten fietsen. Dit heeft in 2024 geresulteerd in: Dit heeft in 2024 het volgende resultaat opgeleverd: - Er zijn een aantal Doortrappenfietstochten met gesprekken over fietsveiligheid georganiseerd; - Er is een officiële Doortrappenfietsroute ontwikkeld; een fietsroute van 27 km speciaal voor senioren; - De Utrechtse Fietsvierdaagse is door Leusden gekomen; in Leusden was een stempelpost met Doortrappenactiviteiten In 2024 is begonnen met de herziening van het fietsknooppuntennetwerk in de provincie Utrecht. Het nieuwe fietsknooppuntennetwerk zal in 2025 ook langs het Sovjet Ereveld, het torentje van Leusden en Nationaal Monument Kamp Amersfoort lopen. Daarnaast wordt de Asschatterweg toegevoegd en komt het netwerk dóór Achterveld in plaats van lángs Achterveld te lopen. Verder wordt met het Routebureau/provincie Utrecht gewerkt aan de uitrol van het wandelknooppuntennetwerk Utrecht Oost. Het definitief ontwerp voor het wandelknooppuntennetwerk is gereed. In 2025 wordt deze gerealiseerd.

R.2.1.2 Versterken van de samenwerking met de Stichting Toeristische Informatieverstrekking Leusden (STIL). In 2022 is de Stichting Toeristische Informatieverstrekking Leusden (STIL) opgericht, voorheen was dit VVV Leusden. Met de STIL is onder andere gekeken hoe de website en de fiets- en wandelroutes kunnen worden geoptimaliseerd. Als gevolg hiervan zijn veel fiets- en wandelroutes nu te downloaden via de website en worden de routes aangepast aan het nieuwe fiets- en wandelknooppuntennetwerk. Daarnaast wordt met de STIL onderzocht wat de beste manier is om toeristische informatie te verstrekken. Op dit moment trekt de winkel minder bezoekers dan bij de oprichting was verwacht. R.2.1.3 Het verhaal van Leusden inzetten en versterken. Met het Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT) Heuvelrug & Vallei en de 9 Grebbeliniegemeentes (BunschotenSpakenburg, Amersfoort, Leusden, Woudenberg, Scherpenzeel, Renswoude, Veenendaal, Rhenen en Ede) is in 2024 gestart met de voorbereidingen voor het project Merkversterking Grebbelinie. Het RBT heeft bij de provincie subsidie aangevraagd en toegekend gekregen ter ondersteuning van het project. De focus ligt op het vergroten van de naamsbekendheid en aantrekkingskracht van de Grebbelinie onder fietsers en wandelaars. 45

In 2024 heeft Leusden het convenant “Samen eten we de provincie Utrecht mooier” ondertekend. Via dit convenant worden bedrijven, cateraars en voedselproducenten uit de provincie bij elkaar gebracht met als doel om meer lokaal en duurzaam geproduceerd voedsel op de menukaart te krijgen. Samen met de cateraar van het Huis van Leusden wordt een leertraject aangegaan om meer lokaal en duurzaam geproduceerd voedsel binnen het Huis van Leusden te gebruiken. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is om meer Leusdense bedrijven met bedrijfsrestaurant aan te laten haken bij het convenant.

3. Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort Ambitie, context en achtergrond De ambitie is een vitaal, mooi en toekomstbestendig buitengebied. Dit vormt een uitdaging omdat functies en opgaven in het buitengebied in totaal meer ruimte vragen dan beschikbaar is, het Rijk eist dat water en bodem meer sturend worden voor de inrichting van het buitengebied en er aan Europese wet- en regelgeving moet worden voldaan (waterkwaliteit, stikstofaanpak). We maken keuzes en bieden perspectief door het uitvoeren van het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort. Wat hebben we bereikt? R 3.1. Handelingsperspectief voor een vitaal, mooi en toekomstbestendig buitengebied. Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort is vastgesteld. Op basis van dit Handelingsperspectief en de omgevingsvisie Leusden beïnvloeden wij de provinciale planvorming voor het buitengebied. De provinciale planvorming en het bieden van perspectief vragen om het maken van keuzes in het belang van een vitaal, mooi en toekomstbestendig buitengebied. De Gebiedssamenwerking voor de Utrechtse Heuvelrug van A(mersfoort) tot Z(eist) werkt aan een gebiedsperspectief voor vliegbasis Soesterberg en omgeving, waaronder de Leusderheide. Wat hebben we daarvoor gedaan? R 3.1.1: Vaststellen Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort en werken aan een Gebiedsagenda.

Begin 2024 heeft de raad het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort vastgesteld. Voor de uitvoering van dit Handelingsperspectief werken wij mee aan het opstellen van een Gebiedsagenda voor het Utrechts Programma Landelijk Gebied. Dit wordt in 2025 in samenwerking met betrokken partijen voortgezet. R 3.1.2: Een overeenkomst gesloten voor de Gebiedssamenwerking A tot Z. Defensie concentreert zich meer in het midden van het land, dus rondom de voormalige vliegbasis Soesterberg. Dit voert de druk op de ruimte op. Een gebiedsvisie moet het mogelijk maken om maatschappelijke opgaven (schoon drinkwater, bevorderen recreatie, behoud en versterken natuur) met de plannen van Defensie te laten samengaan. Hiervoor zijn Defensie, de Provincie Utrecht, gemeenten en het waterschap een samenwerking aangegaan die in 2025 tot een gebiedsvisie moet leiden.

46

Wat heeft het gekost 2024 Lasten en baten Domein 4 - Ruimte bedragen x € 1.000 Lasten Baten Resultaat voor bestemming Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming

Saldo taakvelden bedragen x € 1.000 0.3 2.1 2.2 2.5 3.1 3.2 3.3 3.4 5.4 5.5 5.7 8.1 8.2 8.3 0.10

Beheer overige gebouwen en gronden Verkeer en vervoer Parkeren Openbaar vervoer Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie Musea Cultureel erfgoed Openbaar groen en (openlucht) recreatie Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) Wonen en bouwen Domein Ruimte Mutaties reserves Resultaat na bestemming

Begroting Rekening Primitief Na wijziging 5.327 14.610 12.673 2.660 12.721 11.928 -2.667 -1.889 -745 1.002 2.278 1.695 687 1.199 697 -2.982 -2.968 -1.743

Lasten Begroting Rekening 0 0 341 263 114 102 33 44 24 24 228 43 140 148 36 36 20 21 95 71 605 589 2.499 3.143 8.988 6.924 1.487 1.265 14.610 12.673 2.278 1.695 16.888 14.368

Saldo 1.937 -793 1.144 583 -502 1.225

Baten Begroting Rekening 0 10 30 25 1 2 0 0 0 0 2.285 0 7 11 88 80 0 0 0 0 0 0 842 1.572 8.141 8.829 1.327 1.399 12.721 11.928 1.199 697 13.920 12.625

Saldo 10 73 13 -11 0 -2.100 -4 -8 -1 24 16 86 2.752 294 1.144 81 1.225

Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2024. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. 2.1 Verkeer en vervoer € 73.000 (voordeel) - Op salarissen een voordeel van € 39.000; Vacatures konden niet of pas later in de tijd worden ingevuld. - Op inhuur een voordeel van € 18.000. - Het overdragen van werk en inwerken van nieuwe medewerkers kost tijd waardoor er minder tijd over is gebleven om kleine verkeerskundige aanpassingen te doen. Dit gaf een voordeel van € 42.000 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur € 2.100.000 (nadeel) De geraamde grondverkopen voor 2024 zijn niet gerealiseerd bij de volgende actieve grondexploitaties: - Larikslaan: nadelig resultaat van € 464.650 - Hamerveldseweg: nadelig resultaat van € 1.098.000 - De Buitenplaats: nadelig resultaat van € 534.000 Bij de komende actualisatie van de grondexploitaties worden de ramingen herzien en worden de verwachte opbrengsten in de raming voor boekjaar 2025 verwerkt. 47

8.1 Ruimtelijke en leefomgeving 86.000 (voordeel) - Voordeel van € 145.000 op salarissen en inhuur ingeleend personeel. - Voor de facilitaire grondexploitatie De Plantage zijn de geraamde inkomsten over 2024 achtergebleven, doordat de opbrengsten zijn verschoven naar 2025. Dit leidt in 2024 tot een nadelig resultaat van € 119.000 - Voorbereidingskosten die in afwachting zijn van toerekening aan een actieve grondexploitatie mogen op grond van de verslaggevingsvoorschriften maximaal vijf jaar op de balans worden geactiveerd. Indien binnen deze termijn geen toerekening aan een concrete exploitatie plaatsvindt, dienen deze kosten verplicht ten laste van het resultaat te worden gebracht. Deze afboeking is noodzakelijk om een getrouw beeld van de financiële positie te waarborgen. In 2024 is een bedrag van € 56.000 afgeboekt in verband met voorbereidingskosten die de maximale termijn van vijf jaar hebben overschreden en waarvoor (nog) geen actieve grondexploitatie tot stand is gekomen - Van het budget voor de implementatie van de Omgevingswet is in 2024 een bedrag van € 42.000 niet besteed. De wet is, na meerdere malen te zijn uitgesteld, per 1 januari 2024 in werking getreden. De implementatie betreft een complexe en meerjarige operatie. De resterende incidentele middelen blijven beschikbaar voor de verdere uitvoering, via een reservering in de bestemmingsreserve.

Het voordelige saldo op dit onderdeel wordt hierdoor geneutraliseerd door eenzelfde nadeel bij de reserves. 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) € 2.752.000 (voordeel) - Voor de actieve grondexploitatie Mastenbroek II zijn in 2024 de lasten € 456.000 lager uitgevallen dan geraamd. Daarnaast zijn de gerealiseerde grondverkopen € 167.000 hoger dan geraamd. Deze beide ontwikkelingen geven over 2024 een voordeel € 623.000. Op basis van de interne actualisatie van de grondexploitaties is voor Mastenbroek ook in 2024 voor € 857.000 tussentijds winst genomen. - Het vrijvallen van de balanspositie van de facilitaire grondexploitatie De Plantage, als gevolg van een boekhoudkundige correctie heeft in 2024 geleid tot een voordelig resultaat van € 590.000. - De facilitaire grondexploitatie Groot Agteveld is eind 2024 afgesloten wat een resultaat geeft van €417.000. 8.3 Wonen en bouwen € 294.000 (voordeel) Het onderdeel Wonen en Bouwen laat een voordelig resultaat zien van in totaal €293.000. Dit wordt als volgt verklaard: - Salarissen: voordeel van €166.000. - Software omgevingsvergunningen: voordeel van €44.000. - Omgevingsvergunningen: per saldo een voordeel van €86.000, bestaande uit €68.000 aan extra legesinkomsten en €18.000 aan lagere uitgaven gerelateerd aan vergunningverlening.

0.10 Mutaties reserves € 81.000 (voordeel) - De geraamde stortingen als gevolg van winstnemingen voor het grondbedrijf vielen aan de hand van de realisatie lager uit wat een voordeel geeft van € 127.000. - Het totaal saldo van gerealiseerde stortingen en onttrekkingen inzake de reserve bovenwijkse voorzieningen viel hoger uit wat een nadeel geeft van 20.000.

BBV indicatoren De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. Op de website kunnen ook vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten. Omschrijving

2020

2021

2022

2023

Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar

825,0

872,4

889,2

889,4

Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners

182,2

190,6

201,1

205,7

Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen

11,3

5,0

21,5

4,1

% Functiemenging

54,2

55,1

55,4

55,5

% Demografische druk

81,7

83,2

83,6

83,3

48

Indicator:

Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar

Toelichting: Bron:

Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. LISA Vestigingenregister

Indicator:

Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners 15-64 jaar

Toelichting: Bron:

Aantal vestigingen van bedrijven per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar LISA Vestigingenregister

Indicator:

Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen

Toelichting: Bron:

Het aantal nieuwbouwwoningen per 1.000 woningen. ABF Research - Systeem woningvoorraad (Syswov)

Indicator:

% Functiemenging

Bron:

De functiemenging weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. LISA Vestigingenregister

Indicator:

% Demografische druk

Toelichting:

De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot het aantal personen van 15 tot 65 jaar. Centraal Bureau voor de Statistiek - Bevolkingsstatistiek

Toelichting:

Bron:

49

Overhead Algemeen Binnen het onderdeel overhead geven we inzicht in de kosten van de bedrijfsvoering.

Wat heeft het gekost 2024 Lasten en baten Overhead bedragen x € 1.000 Lasten Baten Resultaat voor bestemming Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming

Saldo taakvelden bedragen x € 1.000 0.4 0.10

Overhead Overhead Mutaties reserves Resultaat na bestemming

Begroting Rekening Primitief Na wijziging 11.183 10.163 11.009 232 252 603 -10.951 -9.911 -10.406 0 315 315 571 611 611 -10.380 -9.615 -10.110

Lasten Baten Begroting Rekening Begroting Rekening 10.163 11.009 252 603 10.163 11.009 252 603 315 315 611 611 10.478 11.324 863 1.214

Saldo -846 351 -495 0 0 -495

Saldo -495 -495 0 -495

Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2024. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. Verschil in salarissen en inhuur (totaal nadeel € 110.000). Het totale budget voor salarissen en inhuur bedraagt voor 2024 € 21.838.000 De totale overschrijding daarvan is per saldo € 110.000 (voordeel op salarissen van € 232.000 en een nadeel op inhuur van € 342.000). Op de inhuur is uiteindelijk meer uitgegeven dan van tevoren ingeschat. Salarissen en inhuur worden door de begroting heen op diverse taakvelden geboekt (42 ramingen). Op een aantal taakvelden geeft dit een grotere afwijking (voor- en nadelen) en zijn ze onderdeel geworden van de verschillenanalyse. 0.4 Overhead € 495.000 (nadeel) De nadelige afwijking op het onderdeel overhead bedraagt in totaal € 438.000. Deze wordt als volgt verklaard: Salarissen: nadeel van € 60.000. - Inhuur extern personeel: nadeel van € 147.000. - Inkoop: nadeel van € 31.000 doordat er in 2024 meer inkooptrajecten hebben plaatsgevonden. Interne verrekeningen: nadeel van € 47.000, doordat minder overhead is doorberekend aan civiele werken en grondexploitaties. Dit komt voort uit de fasering van civiele projecten en grondexploitaties.

- Samenwerking BLNP: nadeel van € 90.000 waarvan € 40.000 als gevolg van hogere doorberekende kosten inzake Arbo- dienstverlening en HRM-systeem en € 36.000 inzake doorbelastingen formatie. 50

-

Wet open overheid: nadeel van € 36.000 door hogere kosten voor inhuur van personeel voor de uitvoering van deze wettelijke verplichting. Informatievoorziening en automatisering: nadeel van € 76.000, onder andere door hogere uitgaven aan software.

BBV indicatoren Omschrijving Formatie (FTE) per 1.000 inwoners Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners Apparaatskosten per inwoner Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen.

2021 4,9 fte 4,8 fte € 551,33

2022 5,0 fte 4,8 fte € 584,28

2023 6,1 fte 4,9 fte € 618,81

2024 5,4 fte 5,2 fte € 712,01

18,1 %

23,2 %

32,0%

25,2%

Overhead (% van de totale lasten)

11,3 %

10,7 %

11,5%

11,0%

Indicator:

Formatie (FTE) per 1.000 inwoners

Toelichting: Bron:

Uitgangspunt is het vastgestelde/toegestane formatieplan gedurende het jaar 1 FTE is het equivalent van een 36-urige werkweek. Eigen gegevens

Indicator:

Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners

Toelichting:

Bron:

Voor de begroting is het uitgangspunt de werkelijke bezetting per 1 januari van het vorige jaar. Voor het jaarverslag wordt het gemiddelde van de werkelijke bezetting op 1 januari en 31 december berekend. Eigen gegevens

Indicator:

Apparaatskosten per inwoner

Toelichting:

Bron:

Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten en dergelijke voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. Eigen rekening

Indicator:

Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen.

Toelichting:

Het betreft onder andere inzet van uitzendkrachten, zzp'ers of detachering. Dit kan inhuur zijn voor tijdelijke vervanging of specialistische kennis. Kenmerkend is dat de inhuurkracht een plaats krijgt in de hiërarchie van de organisatie.

Bron:

Eigen rekening

Indicator:

Overhead (% van de totale lasten)

Toelichting:

Dit betreft de verantwoorde overheadkosten (exclusief reservemutaties). Deze kosten moeten worden gedeeld door het totaal saldo van de lasten (exclusief toevoegingen aan reserves). 51

Bron:

Eigen rekening

52

Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien Algemeen In de vier programma’s van deze jaarstukken zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, de algemene belastingen, de financiering, de onvoorziene uitgaven, de stelposten en de vennootschapsbelasting. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.

Wat heeft het gekost 2024

Lasten en baten Algemene dekkingsmiddelen bedragen x € 1.000 Lasten Baten Resultaat voor bestemming Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming

Saldo taakvelden bedragen x € 1.000 0.5 0.61 0.62 0.64 0.7 0.8 0.9 3.4 6.3 0.10

Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen Overig Algemene uitkering gemeentefonds Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (VpB) Economische promotie Inkomensregelingen Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Mutaties reserves Resultaat na bestemming

Begroting Rekening Primitief Na wijziging 2.701 1.270 1.712 61.285 63.462 64.056 58.584 62.192 62.344 787 6.074 6.050 400 4.411 4.405 58.197 60.529 60.699

Lasten Baten Begroting Rekening Begroting Rekening 220 220 1.330 1.351 379 364 6.232 6.259 0 0 3.914 4.030 0 11 26 45 511 10 51.771 51.961 0 193 32 156 0 752 0 0 0 0 156 253 160 163 0 0 1.270 1.712 63.462 64.056 4.476 4.452 4.411 4.405 7.344 7.763 67.872 68.460

Saldo -442 594 152 24 -6 170

Saldo 21 42 116 8 691 -69 -752 97 -3 152 18 170

Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2024. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. 0.62 OZB niet-woningen € 116.000 (voordeel) Het totale voordeel op de OZB niet-woningen bedraagt € 116.000 en is als volgt te verklaren: - Voor eigenaren van niet-woningen is de raming van de vermindering (door bezwaarprocedures) te hoog geweest. Dit levert een voordeel op van € 33.000. 53

-

Voor de gebruikers van niet-woningen geldt een vergelijkbaar effect, wat een voordeel van € 12.000 oplevert. Daarnaast is bij een aantal objecten alsnog een gebruikersbelang gekoppeld, waardoor er minder leegstaand is en alsnog OZB geheven kon worden. Dit zorgt voor een extra opbrengst van € 60.000.

0.7 Algemene uitkering gemeentefonds € 691.000 (voordeel) In 2024 is een voordelig resultaat van € 691.000 gerealiseerd op de Algemene Uitkering vanuit het Gemeentefonds ten opzichte van de begroting. Dit voordeel is te verklaren door drie oorzaken: • Een hogere uitkering op basis van de decembercirculaire 2024, wat een voordeel oplevert van € 204.000. • Een niet begroot aanvullend bedrag van € 194.000, dat in 2024 is verrekend met het Rijk als afrekening over voorgaande dienstjaren. • Een incidenteel voordeel van € 302.000, doordat het gereserveerde budget voor loon- en prijsstijgingen in 2024 niet is aangewend, terwijl de uitkering vanuit het Gemeentefonds op basis daarvan wél hoger is vastgesteld. 0.8 Overige baten en lasten € 69.000 (nadeel) - Bij het opstellen van de jaarrekening is de voorziening voormalig personeel geactualiseerd wat een nadeel geeft van € 110.000. - Bij het opstellen van de jaarrekening is de voorziening debiteuren geactualiseerd wat een nadeel geeft van € 54.000. - De afwikkeling van de specifieke uitkering Sport over de jaren 2022 en 2023 geeft een voordeel van € 41.000. - De BCF nacalculatie van de overhead over 2024 geeft een voordeel van € 19.000 0.9 Vennootschapsbelasting € 752.000 (nadeel) - Op basis van de aangiften VPB 2023 en de conceptaangifte 2024 wordt verwacht dat over 2024 € 504.000 aan vennootschapsbelasting moet worden betaald.

Hierbij is rekening gehouden met de verrekening van verliezen uit voorgaande jaren. - Daarnaast is gebleken dat in voorgaande jaren ten onrechte een vordering op de Belastingdienst was opgenomen met betrekking tot de vennootschapsbelasting. Deze vordering is in 2024 van de balans afgeboekt, wat heeft geleid tot een nadelig financieel effect van € 248.000. 2.3 Economische promotie € 97.000 (voordeel) - Bij de definitieve aanslagoplegging over belastingjaar 2023, die in 2024 plaatsvindt op basis van de ontvangen aangiften toeristenbelasting, is gebleken dat er meer overnachtingen zijn geweest dan in de oorspronkelijke prognose was opgenomen. In combinatie met het gestegen tarief leidt dit eveneens tot een hogere aanslagoplegging in 2024. Voor belastingjaar 2024 zal bij de definitieve aanslagoplegging in 2025, op basis van de aangiften die later binnenkomen, moeten blijken of de realisatie daadwerkelijk in lijn ligt met de huidige opbrengst die in deze jaarrekening is verwerkt. Verder was in de begroting 2024 gerekend met het vertrek van een belastingplichtige hetgeen pas in 2025 zijn beslag krijgt.

BBV indicatoren

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)

341

360

391

448

Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)

707

723

776

793

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)

726

740

795

811

Indicator:

Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)

Toelichting:

De gemiddelde WOZ waarde van woningen. 54

Bron:

Centraal Bureau voor de Statistiek – Statistiek Waarde Onroerende Zaken

Indicator:

Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)

Toelichting: Bron:

Het gemiddelde totaalbedrag per jaar in euro's dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)

Indicator:

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)

Toelichting:

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)

Bron:

55

Paragrafen Paragraaf A lokale heffingen Wettelijk kader In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan inwoners en bedrijven mag opleggen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid en ontwikkelingen in 2024 bij de lokale heffingen. Daarnaast wordt ingegaan op de belastingopbrengst, de ontwikkeling van de lokale lastendruk en kwijtscheldingen.

Beleidskader Op basis van door de raad vastgestelde verordeningen zijn in 2024 de volgende heffingen opgelegd: OZB, toeristenbelasting, precariobelasting, reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht), rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges en lijkbezorgingsrechten. De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. De tarieven van belastingen en heffingen zijn in 2024 met 6% verhoogd door de ontwikkeling van de inflatie. Daarnaast zijn de OZB en afvalstoffenheffing verhoogd conform de uitgangspunten waartoe is besloten bij de begroting 2024, te weten bij de OZB een opbrengststijging met € 593.000 en bij de afvalstoffenheffing een tariefstijging om kostendekkende heffing te realiseren.

Uitvoering Het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn (GBLT) verzorgt de heffing en inning van de OZB, rioolheffing, reinigingsheffingen en de toeristenbelasting. De overige heffingen int de gemeente Leusden zelf.

Tarieven In de tabel hieronder zijn de belangrijkste belastingtarieven in 2024 vermeld, en de tariefontwikkeling ten opzichte van 2023. Belastingtarieven OZB, % van de WOZ-waarde: - eigendom woningen - eigendom niet-woningen - gebruiker niet-woningen Reinigingsheffingen: - afvalstoffenheffing, vast deel - afvalstoffenheffing, variabel deel inwerptrommel 30 liter inwerptrommel 60 liter mini-container 240 liter - reinigingsrecht bedrijven, vast deel (incl. btw) Rioolheffing, per aansluiting Toeristenbelasting, per overnachting: - in hotels, vakantiewoningen, chalets - in overige onderkomens/verblijfaccommodaties

2023

2024

0,0858% 0,3446% 0,2779%

0,0992% 0,3710% 0,2992%

€ 193,00

€ 240,00

€ 0,80 € 1,60 € 6,40 € 233,53 € 147,50

€ 0,80 € 1,60 € 6,40 € 290,40 € 162,70

€ 1,75 € 1,17

€ 1,85 € 1,24

56

Opbrengst

Begroting, primitief

Begr.wijziging

10.110

37

Kwijtschelding

Raming na wijziging en kwijtschelding

Opbrengst 2024

Belastingen: OZB

10.147

10.289

Toeristenbelasting

156

156

253

Precariobelasting

26

26

45

Heffingen en rechten: Reinigingsheffingen

3.635

- 100

3.550

3.687

Rioolheffing

2.313

- 60

2.253

2.313

20

12

40

52

1.812

1.921

18.004

18.573

Rioolaansluitrecht

5

Lijkbezorgingsrechte n Leges

40

Totaal

15 15

879

933

17.164

1.000

- 160

Toelichting De meeropbrengst bij de OZB wordt grotendeels verklaard doordat er bij de niet-woningen minder leegstand was dan verwacht. De hogere opbrengst bij de toeristenbelasting is veroorzaakt door een gunstige afrekening over voorgaande jaren, en doordat in de begroting 2024 was gerekend met het vertrek van een belastingplichtige hetgeen echter pas per 2025 zijn beslag krijgt. De meeropbrengst bij de leges wordt vooral verklaard door meer aanvragen om omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten waaronder enkele grote projecten.

57

Ontwikkeling lokale lastendruk Tot de gemeentelijke woonlasten worden de bedragen gerekend die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2024 bedraagt de gemiddelde woonlastendruk volgens bureau Coelo in Leusden € 944 voor een meerpersoonshuishouden. Dat is ruim beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde (zie de tabel hierna). Op de landelijke ranglijst van bureau Coelo van woonlasten in gemeenten staat Leusden op de 117e positie van in totaal 342 gemeenten. De tabel geeft een overzicht van de gemiddelde woonlasten van meerpersoonshuishoudens in Leusden en in omringende gemeenten. Ten opzichte van de omringende gemeenten heeft Leusden relatief lage woonlasten. De cijfers zijn ontleend aan de Coelo Atlas van de lokale lasten 2024. Lokale woonlasten

2024

Leusden Scherpenzeel Barneveld Soest Zeist Woudenberg Amersfoort Gemiddeld in provincie Utrecht Gemiddeld in Nederland

€ 944 € 937 € 940 € 947 € 1.002 € 1.054 € 1.109 € 1.093 € 994

Kwijtschelding Voor inwoners met de laagste inkomens is er de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. In totaal is in 2024 voor € 162.600 aan kwijtscheldingen verleend (in 2023: €133.100).

58

Paragraaf B Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf heeft als doel:  het inzicht geven in het beleid van de gemeente Leusden met betrekking tot risico`s,  het totaal aan financiële risico`s afzetten tegen de beschikbare middelen en  inzicht in en beoordeling van de financiële positie te geven aan de hand van kengetallen. In lijn met de nieuwe Nota Risicomanagement en Weerstandvermogen 2024 wordt er onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele risico`s, en de daarvan afgeleide, benodigde weerstandscapaciteit. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in risico’s binnen de algemene dienst en binnen het grondbedrijf.

Wijzigingen vanuit de nota reserves en voorzieningen 2025 In de recente vastgestelde nota reserves en voorzieningen 2025 (raad 3 april ’25) is bepaald dat de reserve “Toekomst bestendige openbare ruimte” wordt opgeheven en het saldo wordt ongeheveld naar de algemene reserve. Daarnaast is de “Bestemmingsreserve Oekraïners” gewijzigd naar “Algemene reserve opvang vluchtelingen”. Door deze twee wijzigingen is het beschikbare weerstandsvermogen, bestaande uit de optelling van alle algemene reserves, hoger geworden. De bijbehorende risico’s voor de opvang van vluchtelingen zijn aanvullend opgenomen in de risico-inventarisatie, waardoor het benodigde weerstandsvermogen ook hoger is geworden. Per domein wordt het risicobedrag weergegeven en worden de grootste risico’s beschreven.

Kaderstelling -

Het Besluit begroting en verantwoording (BBV), artikel 9 en 11 Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024

Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten af te dekken. Onderscheid wordt gemaakt in een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit incidentele middelen, zoals de algemene reserves. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit structurele middelen, zoals een exploitatieoverschot en lokale belastingmogelijkheden. De beleidsvrije ruimte in de begroting is ook een vorm van structurele ruimte, echter is deze vooralsnog lastig financieel te kwantificeren. Daarom is dit laatste niet meegenomen in onderstaande tabel. De onbenutte belastingcapaciteit in onderstaande tabel is uit 2024. Het bedrag in 2025 is nog niet bekend, maar zal naar verwachting hoger zijn. De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit per 1 mei 2025 is als volgt: Beschikbare w eerstandscapaciteit

Incidenteel

Structureel

Totaal

2025

2025

2025

Structureel 2026

Algemene reserve per 1 januari

17.064

17.064

Algemene reserve grondbedrijf per 1 januari

1.481

1.481

Algemene reserve vluchtelingen per 1 januari

6.729

6.729

(Toevoeging) reserve Toekomstbestendige openbare ruimte

5.771

5.771

Stelpost onvoorzien

64

64

Totaal incidenteel

31.109

Budgettaire capaciteit (voorjaarnota 2025-2028)

-900

Onbenutte belastingcapaciteit 2024 (t.o.v. landelijke gemiddelde)

Totaal structureel Totaal beschikbaar

2027

2028

-2.607

-2.634

-2.339

838

838

838

-1.769

-1.796

-1.501

30.209 Bedragen x € 1.000

59

Benodigd weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, is een inschatting gemaakt van de financiële risico´s die de gemeente loopt. Per risico is geschat hoe groot de kans is dat het zich voor kan doen en welke financiële impact dit dan zou kunnen hebben (restrisico). De uitkomst van de risico-inventarisatie zijn per domein samengevat. Onderstaande tabellen geven het beeld per mei 2025 en per augustus 2024. Mei 2025 Benodigde w eerstandscapaciteit

Restrisico 2025

Risico profiel Risico bedrag 2025*

2025

Structureel risico bedrag 2026

2027

2028

Bestuur

13.395

18%

2.402

875

875

Leefomgeving

3.300

54%

1.788

265

265

875 265

Samenleving

15.681

57%

8.946

2.325

2.325

2.325

Ruimte

3.398

46%

1.574

-

-

-

Totaal

35.774

41%

14.710

3.465

3.465

3.465

Bedragen x € 1.000

Augustus 2024 Benodigde w eerstandscapaciteit

Restrisico 2025

Risico profiel Risico bedrag 2025*

2025

Structureel risico bedrag 2026

2027

2028

Bestuur

12.595

15%

1.890

375

375

Leefomgeving

3.350

52%

1.738

200

200

375 200

Samenleving

5.272

43%

2.289

1.527

1.527

1.527

Ruimte

5.398

22%

1.161

-

-

-

Totaal

26.615

27%

7.077

2.102

2.102

2.102

Bedragen x € 1.000

* Dit percentage geeft het risicoprofiel aan van het domein. Dit wordt berekend door het risicobedrag te delen door het restrisico.

Toelichting toename risicobedrag Ten opzichte van de inventarisatie in augustus 2024 is het risicobedrag toegenomen van € 7,1 miljoen naar € 14,7 miljoen. Dit komt vooral doordat de risico’s m.b.t. de opvang van vluchtelingen nieuw zijn opgenomen. Dit betreft een risicobedrag van € 6,7 miljoen. Dit is inclusief € 5,2 miljoen voor het afdekken van de onrendabele top voor de eventuele permanente huisvesting via sociale woningbouw. De overige risico’s zijn per saldo € 0,9 miljoen gestegen. Dit komt door een aantal nieuwe risico’s, echter zijn er ook risico’s vervallen en naar beneden bijgesteld. De risico(mutaties) zijn in detail aangeboden aan en besproken in de raadswerkgroep financiële verantwoording in juni 2025.

Toelichting risico’s Algemeen risicoprofiel Het financiële risicoprofiel van gemeente Leusden is toegenomen binnen alle domeinen, maar vooral binnen het sociaal domein. Binnen het sociaal domein zijn 10 nieuwe risico’s toegevoegd, de meeste hiervan hebben betrekking op de opvang van vluchtelingen. Bij de jeugdzorg zijn twee bekende grote risico’s nog aan de orde, zijnde de kortingen uit de Hervormingsagenda en de hoog gespecialiseerde zorg voor enkele jeugdigen. Twee nieuwe risico’s zijn toegevoegd voor de jeugdzorg. Er zijn onzekerheden over de realisatie van het aanbestedingsresultaat van Met Maya en de volumestijgingen bij de jeugdzorg. Bij de andere domeinen vallen de onzekerheden op vanwege de regiodeal i.c.m. betaalbare woningen en de schommelingen bij de marktrente. De structurele onzekerheden zijn toegenomen van € 2,1 miljoen naar € 3,5 miljoen. Dit maakt dat het verstandig is aandacht te hebben voor de flexibiliteit binnen de begroting, ofwel de wendbaarheid. Dit kan bijvoorbeeld door de beleidsvrije ruimte concreet in beeld te brengen en hiervoor een afwegingskader vorm te geven. Daarnaast kan de beïnvloedbaarheid van de begroting worden vergroot door meer taken in eigen regie te nemen en minder op afstand te organiseren. 60

Domein bestuur De risico’s binnen het domein bestuur betreffen vooral externe risico’s die moeilijk te beheersen zijn. De daling van de algemene uitkering en de uitgezette leningen vormen in dit domein de grootste risico’s qua financiële impact. De schommelingen in de marktrente brengen een nieuw risico met zich mee. Domein Leefomgeving De risico’s binnen het domein leefomgeving zijn min of meer gelijk gebleven en betreffen vooral incidentele risico’s binnen de vastgoedportefeuille. Met name onuitstelbaar groot onderhoud voor het zwembad en de Korf zijn de grootste risico’s qua financiële impact. Een structureel risico betreft de inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB), waardoor bouwleges kunnen afnemen. Domein Samenleving Binnen het sociaal domein zijn een aantal risico’s vervallen, omdat deze zijn verwerkt in de begroting. Dit betreft o.a. de stijgende personeels- en uitvoeringskosten bij de samenwerkingspartners. Er zijn 10 nieuwe risico’s toegevoegd. Daarvan hebben er 7 betrekking op de opvang van vluchtelingen. Deze waren bij de vorige inventarisatie nog niet opgenomen, omdat daar een aparte reserve voor was ingesteld. Doordat de reserve Oekraïners is omgezet naar een algemene (risico) reserve voor de opvang vluchtelingen, zijn hiervoor nu ook de risico’s geïnventariseerd.

Het risicobedrag komt nagenoeg overeen met het bedrag uit deze gewijzigde reserve. Bij de jeugdzorg blijven twee risico’s nagenoeg ongewijzigd, zijnde het niet realiseren van de 2e tranche kortingen uit de hervormingsagenda en de hoog specialistische zorg voor enkele jeugdigen. Er zijn 2 nieuwe risico’s opgenomen. Er is onzekerheid over het behalen van het aanbestedingsvoordeel van MetMaya en de volumestijging laat nog geen stabiel beeld zien. Het risico op een te lage compensatie voor de prijsstijgingen van zorgkosten door het hanteren van de BBP index is als 10e nieuw risico opgenomen. Het Rijk wil vanaf 2028 met een nieuwe bekostiging gaan werken, echter is daar nog veel onzeker over. Domein Ruimte Binnen het domein ruimte is het grootste risico dat door de regiodeal vertraging ontstaat bij de woningbouw. Het faciliteren van woningbouw is voor gemeenten en ontwikkelaars een grotere uitdaging dan voorgaande jaren, omdat er nu vanuit de regiodeal met betrekking tot de betaalbaarheid meer eisen worden gesteld aan het bouwprogramma. Deze zwaardere eisen zorgen ervoor dat grondexploitaties nagenoeg geen financieel resultaat kunnen realiseren of dat hierdoor zelfs de grondexploitaties niet meer of zeer moeizaam tot uitvoering komen.

Deze omstandigheden zullen mogelijk een andere aanpak en inspanning van de gemeente gaan vragen om toch aan de huisvestingsbehoefte te kunnen voldoen. Daarnaast vormen de stijgende bouwprijzen, netcongestie, stikstofnormen en overige onzekere ontwikkelingen in het grondbedrijf risico’s in het domein ruimte.

Ratio weerstandsvermogen De ratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit (het vrij beschikbaar vermogen) te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (financiële risico`s). De ratio weerstandsvermogen laat de volgende ontwikkeling zien per mei 2025 en per augustus 2024:

61

Mei 2025 Totaal

Ratio w eerstandsverm ogen

2025

Beschikbare w eerstandscapaciteit

30.209

Benodigde w eerstandscapaciteit

14.710

Ratio

2,1 Bedragen x € 1.000

Augustus 2024 Totaal

Ratio w eerstandsverm ogen

2025

Beschikbare w eerstandscapaciteit

15.330

Benodigde w eerstandscapaciteit

7.007

Ratio

2,2 Bedragen x € 1.000

Conclusie weerstandsratio De ratio van 2,1 valt boven de beoogde ondergrens van 1. Het weerstandsvermogen is toereikend in 2025.

Vrij beschikbaar vermogen – surplus algemene reserves Het vrij beschikbaar vermogen is belangrijk om inzicht te krijgen in de beschikbaarheid van het weerstandsvermogen over een aantal jaren. Daarnaast wordt hiermee duidelijk hoe groot het surplus is (het vrij beschikbaar vermogen minus het benodigd weerstandsvermogen) en in welke mate maximaal 10% van dit surplus kan worden ingezet als een alternatief voor structurele dekking in de begroting 2026. Het saldo is gebaseerd op de meerjarenbegroting 2025-2028, de concept jaarrekening 2024 en de geactualiseerde begrotingspositie gepresenteerd in de concept voorjaarsnota 2025. Hierin zijn de laatste actuele ontwikkelingen verwerkt. Bij ongewijzigde omstandigheden neemt het vrij beschikbaar vermogen vooralsnog af vanaf 2026. Dit komt vooral door de meerjarige begrotingstekorten en een aantal toekomstige claims om incidentele uitgaven te bekostigen. De toekomstige claims komen voort uit reeds genomen raadsbesluiten, zoals de tijdelijke activiteiten in het CUP, nieuw beleid uit kadernota’s en voor het algemeen beheer van het grondbedrijf. Anderzijds wordt het saldo in 2025 positief beïnvloed door een resultaatneming uit de verkoop van het politiebureau en in 2026 uit de grondexploitatie Mastenbroek II. Vrij beschikbaar verm ogen

2025

2026

2027

2028

Algemene reserve per 1 januari

17.064

15.913

12.906

10.895

Algemene reserve grondbedrijf per 1 januari

1.481

2.452

4.555

4.213

Algemene reserve vluchtelingen per 1 januari

6.729

6.729

6.729

6.729

(Toevoeging) reserve Toekomstbestendige openbare ruimte

5.771

5.771

5.771

5.771

AF: Benodigd w eerstandsvermogen

-14.710

-14.710

-14.710

-14.710

Vrij beschikbaar vermogen 31 december 2024

16.336

16.156

15.252

12.899

Bij/af: Mutatie begrotingsresultaat 2025-2028 VJN 2025

-143

-554

-622

-676

Bij/af: Algemene reserve - jaarrekeningresultaat 2024

1.100

1.100

1.100

1.100

16.702

15.730

13.323

Bij/af: Algemene reserve grondbedrijf - jaarrekening 2024

-136

Bij/af: Algemene reserve grondbedrijf - storting

1.479

Vrij beschikbaar vermogen per 31 december 2025

18.636

Bedragen x € 1.000

NB. Vanaf 2026 is nog geen rekening gehouden met onttrekkingen voor nieuw beleid. 62

Kengetallen financiële positie De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De financiële positie is altijd een momentopname waardoor een getal alleen niet zoveel zegt. Het gaat om de verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van getallen over een aantal jaren. Methode beoordeling Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en het gemeenschappelijk (provinciaal) financieel toezichtskader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) horen. Wij zullen de kengetallen hieronder weergeven en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Categorie A

Categorie B

Categorie C

< 90 %

90 -130 %

> 130 %

Solvabiliteitsratio

> 50 %

20 – 50 %

< 20%

Grondexploitatie

< 20%

20 – 35%

>35%

Structurele exploitatieruimte

>1 %

0-1%

<0 %

Belastingcapaciteit

< 95%

95 – 105 %

> 105 %

Signaalwaarden kengetallen Netto schuldquote gecorrigeerd

In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende Leusdense waarden en het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan. Deze kengetallen zijn gebaseerd op de begroting 2025-2028 en de voorgaande jaarrekeningen. Kengetallen:

Jaarrek

Jaarrek

Jaarrek

MJR

MRJ

MRJ

MRJ

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Netto schuldquote

20%

17%

4%

6%

11%

12%

12%

Netto schuldquote gecorrigeerd

15%

13%

1%

1%

6%

7%

7%

Solvabiliteitsratio

53%

57%

55%

56%

57%

56%

56%

Grondexploitatie

4%

6%

-1%

-5%

0%

0%

0%

Structurele exploitatieruimte

1,3%

3,0%

1,8%

1,1%

-2,5%

-2,3%

-2,0%

Belastingcapaciteit

88%

86%

95%

95%

95%

95%

95%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto gecorrigeerde schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Dit wordt gecorrigeerd voor leningen die wij doorlenen. Dit geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De percentages bij de jaarrekening 2024 zijn opvallend lager dan bij de jaarrekening 2023. Dit positieve effect ontstaat doordat de liquide middelen met 10 miljoen zijn toegenomen (van 20 miljoen naar 30 miljoen) en de totale omzet exclusief reserves 12 miljoen hoger is (van 89 miljoen naar 101 miljoen). De vaste schulden zijn door de jaarlijkse aflossingen afgenomen van 21 miljoen naar 19 miljoen. Solvabiliteitsratio

63

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe beter. In 2024 en 2025 zien we een negatief percentage. Dit wordt veroorzaak doordat de grondexploitatie Mastenbroek II in de eindfase zit en hierdoor de opbrengsten hoger zijn dan de kosten in deze jaren. Er zijn geen andere grondexploitaties onderhanden waarvoor kosten worden gemaakt. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe de jaarlijkse baten en lasten (gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten en reservemutaties) zich verhouden en hoeveel ruimte nog in de exploitatie aanwezig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen.

Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Om te kunnen bepalen of de gemeente nog ruimte heeft om de belastingen te verhogen is het nodig om na te gaan in hoeverre de riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend zijn en hoe het OZB-tarief van de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen In de Nota Risicomanagement 2024 is aangegeven dat er een totaalcijfer wordt berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang. BDO Benchmark Nederlandse gemeenten Om een gefundeerd oordeel te vormen over de samenhang van alle kengetallen heeft accountantskantoor BDO in 2018 een methodiek gepresenteerd. Zij borduren voort op de (risico)categorieën die de provincies hanteren. In onderstaande tabel wordt de methode weergegeven. Door de punten per kengetal uit de bijbehorende categorie bij elkaar op te tellen ontstaat een totaalcijfer.

Een gemeente behaalt 10 punten indien alle kengetallen van deze gemeente vallen binnen de categorie ‘Minst risicovol’. Gemeenten die alle kengetallen scoren in de categorie ‘Meest risicovol’ krijgen de laagst mogelijke score van een 3,2. Jaarrek

Jaarrek

Jaarrek

MJR

MRJ

MRJ

MRJ

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Netto schuldquote gecorrigeerd

3

3

3

3

3

3

3

Solvabiliteitsratio

4

4

4

4

4

4

4

Grondexploitatie

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

Structurele exploitatieruimte

1

1

1

1

0,3

0,3

0,3

Belastingcapaciteit

0,5

0,5

0,3

0,5

0,5

0,5

0,5

Totaal

10

10

9,8

10

9,3

9,3

9,3

Beoordeling kengetallen:

Conclusie kengetallen Voor de kengetallen geldt categorie B (neutraal) als streefwaarde. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde een 7. Op basis van bovenstaande uitkomsten kunnen we stellen dat de financiële (vermogens)positie van de gemeente Leusden goed is. 64

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt weergegeven hoe het gemeentelijk beleid ten aanzien van het groot onderhoud- en de vervanging van kapitaalgoederen in het jaar 2024 tot uitvoering is gebracht, en welke middelen hiervoor zijn aangewend. Er zijn twee soorten onderhoud; het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten direct ten laste van de exploitatie komen en daarnaast het groot onderhoud, waarvan de uitgaven ten laste van de onderhoudsvoorzieningen worden gebracht. Daarnaast zijn er vervangingsinvesteringen waarmee kapitaalgoederen geheel- of gedeeltelijk worden vervangen.

Kapitaalgoederen in Leusden De gemeente Leusden heeft circa 1.770.000 m2 aan verharding, 260 kilometer aan riolering, 22 kilometer aan watergangen, 1.330.000 m2 aan groen en ca. 30 gebouwen in beheer. De instandhouding van de kapitaalgoederen vergt circa 20% van de jaarlijkse gemeentelijke lasten.

Ontwikkelingen Eind 2021 zijn de groot onderhoudsperspectieven geactualiseerd en vastgesteld door de raad. De geactualiseerde onderhoudsramingen zijn vastgesteld voor de vierjaarlijkse periode 2021-2024 en financieel doorgerekend tot en met het jaar 2032. In de onderhoudsactualisatie zijn zowel de uitgaven van groot onderhoud- als de vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt. In 2024 is gewerkt aan het actualiseren van de diverse beheerplannen. Dit met als doel om de beheerplannen in 2025 opnieuw vast te laten stellen door de gemeenteraad.

Actualiteit van de beheerplannen Voorzieningen die zijn gevormd om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan. De beheerplannen zijn in december 2021 door de raad vastgesteld in het rapport ‘IBOR 2021-2032 – actualisatie uitgaven voor groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen in de openbare ruimte’. In het beheerplan worden de activiteiten en middelen voor de instandhouding van de kapitaalgoederen vermeld. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline het actuele beheerplan en de geplande actualisatie daarvan weergegeven. Discipline Water Wegen Verkeersregelinstallaties Civiele kunstwerken Gebouwen Groenonderhoud Speelvoorzieningen Sportterreinen Riolering Openbare verlichting

beheerplan IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 GRP 2019-2023 IBOR 2021-2024

actualisatiejaar 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4076/documents/46951