CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

HPB Consultatierapport regio Amersfoort_151774__.pdf

Raadsvergadering 15 april 2024, gemeente LeusdenBij agendapunt: 18: RV Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort29.713 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Want de vergezichten van een extensief agrarisch bedrijf, met minder vee op meer grond, met 25% landbouwproducten van gecertificeerde biologische oorsprong en dan ook liefst nog als onderdeel van een agro-circulaire hub, zijn natuurlijk prachtig – maar het kost gewoon geld om voor dat ideale boerenbedrijf van de toekomst een rendabele business case te maken. En dan stelt het Handelingsperspectief heel nuchter vast: “Vanuit een financieel perspectief is dit geen eenvoudige business case om rond te rekenen.” En bij gebiedsgerichte ingrepen is de conclusie: “Hierbij speelt ook een belangrijke rol welke partij bereid en in staat is om hiervoor geld ter beschikking te stellen.” Als je functies in het buitengebied op hetzelfde grondoppervlak in elkaar schuift, dan moet er helaas niet alleen dwars gedacht worden op het gebied van wet- en regelgeving en vergunningverlening, maar dan hoort daar ook passende financiering bij – want veel biologische producten in het schap is een mooi streven, maar als de consument liever voor de kiloknaller of het niet-circulaire alternatief wil betalen omdat dat goedkoper is, dan zien wij ineens veel minder Handelingsperspectief. Want de totale omzet aan biologisch voedsel bedroeg weliswaar 1.805 mln. euro in 2021, maar het aandeel van biologische producten in de voedselbestedingen blijft met 3% relatief beperkt (bron: Agrimatie / WUR september 2023).

Daarom wijzen wij op het belang van rendabele business cases en dan is het jammer om tussen de regels door te proeven dat er niet echt in waardeketens is gedacht. Een voorbeeld van een benadering vanuit waardeketens die volgens ons een nadere bestudering zou verdienen, is bijvoorbeeld vraaggestuurde productie van natuurlijke isolatiematerialen die kunnen worden ingezet tegen de achtergrond van het Nationaal Isolatieprogramma, dat als doel heeft om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030. Door de isolatiesector aan tafel te brengen bij agrariërs, gebiedsbeheerders en overheden en door samen te bekijken wat de mogelijkheden zijn om natuurlijke materialen zoals vlas, hennep en lisdodde in te zetten in plaats van gangbare fossiele isolatie als glas- en steenwol, kan een alternatief en vraaggestuurd businessmodel worden

Gemeente Woudenberg Reactie CDA (1/2)

geformuleerd dat daadwerkelijk rendement oplevert voor agrariërs die op zoek zijn naar een toekomstbestendig bedrijfsmodel, met minder vee. Zo’n benadering sluit aan op de kabinetsambitie van een circulaire maakindustrie met 50% minder primair abtiotisch grondstoffengebruik in 2030 en een volledig circulaire economie in 2050. Uit het groeidocument maken wij echter niet op dat ondernemersverenigingen als VNO-Midden Nederland of andere industrievertegenwoordigers betrokken zijn geweest bij de gebiedsateliers – wat volgens ons bij het vervolmaken van het Handelingsperspectief wél nodig zou zijn. Nóg een zorg is dat wij in het groeidocument wél lezen over dubbel gebruik van gebieden, zoals natuur en recreatie en/of agrarisch en horeca, maar dat wij niet de indruk hebben dat de toeristische of horecasector bij het opstellen van het document betrokken is geweest. Bij het van de grond krijgen van dubbelfuncties met een toeristische en/of horecafunctie in een bepaald gebied, moeten professionele ondernemers uit de sector betrokken worden om die horecafuncties nader te bestuderen, en van advies te voorzien voor een volwaardige en rendabele invulling, anders blijft het bij goede voornemens. Een kans voor Woudenberg zien wij als het gaat om het verbeteren van het Openbaar Vervoer.

Bij de gebiedsagenda voor de Utrechtse Heuvelrug lezen wij namelijk dat OV-haltes dienen als de groene buitenpoorten van het gebied. Bij goedgekozen knooppunten in de routes is ruimte voor vertier en horeca, ook waar dat kan op de landgoederen, zo lezen we in het groeidocument. Mooi uitgangspunt. Aangezien Woudenberg op het snijvlak van Heuvelrug, Valleirand en Eemgebied ligt, maar dat ons dorp er qua openbaar vervoermogelijkheden nogal bekaaid vanaf komt, dagen wij de opstellers van het uiteindelijke Handelingsperspectief uit om de kaart van de buslijnen er nog eens bij te pakken, zodat zij wellicht verbeteringen kunnen aanbrengen in de wederzijdse bereikbaarheid van bijvoorbeeld Woudenberg en het treinstation van Maarn. Ten slotte een wens met betrekking tot de status van het groeidocument, dat uiteindelijk moet leiden tot een voldragen Handelingsperspectief. Wij begrijpen dat Gedeputeerde Staten twijfelt over de vraag of dit document moet worden vastgesteld door Provinciale Staten, waarmee het in het eerste geval geen kaderstellende status krijgt en in het laatste geval wél. Het is onze nadrukkelijke wens dat als het Handelingsperspectief in december door de Raden is vastgesteld, het daaropvolgend ook door de Provinciale Staten wordt vastgesteld.

Er worden over de hoofden van inwoners, bedrijven en agrariërs veel belangrijke besluiten genomen met betrekking tot ruimte, stikstof, milieu en klimaat; dit zijn vaak top-down besluiten die in de regio niet zelden met argwaan worden ontvangen. Het Handelingsperspectief is daarentegen een bottom-up document waarin het buitengebied zelf aangeeft hoe het tegen het eigen leefgebied aankijkt. Daarmee kan het een gedragen participatiedocument zijn dat bestuurders in het Provinciehuis zouden moeten waarderen en omarmen. Daarom: stel Provinciale Staten in de gelegenheid om na goedkeuring door de Raden ook zijn zegje te kunnen doen over het Handelingsperspectief.

Met vriendelijke groet,

CDA Woudenberg Jan Bessembinders, Raadslid

Gemeente Woudenberg Reactie CDA (2/2)

Wensen en bedenkingen per partij gemeente Woudenberg (op alfabetische volgorde) Woudenberg 3 oktober 2023: wensen en bedenkingen bij Groeidocument Handeling perspectief Buitengebied regio Amersfoort. Goedenavond, Hierbij de wensen en bedenkingen op het groeidocument Handelingsperspectief Buitengebied vanuit de CU fractie. Allereerst een beeldspraak. Stelt u zich een bos vol met bomen voor. En elke boom in dat bos vindt wat van dat bos. Het groeidocument is dan één boom die ook in dat bestaande bos staat. Vol met ambities over een prachtig bos in de toekomst. Wensdenkend lijkt het, want er staan nog veel meer bomen in dat bos met ideeën en ambities voor de toekomst van dat bos, zoals nationaal programma landelijk gebied, groen groeit mee, nationaal park/blauwe agenda, RES2.0, de landbouwvisie, de woondeal etc. allemaal bomen en ze hebben allemaal ambities en wensen voor dat toekomstbestendige bos. Het bos staat echter al propvol met bomen. Dat bos is nu eenmaal de ruimte die er is. Maar dan ineens gebeurt er iets in dat bos. Een boom vertrekt, valt om of heeft het gevoel te worden omgehakt….en verlaat het bos. Dat betekent dat er een plekje vrij komt in het bos. Maar ja, welke boom gaat deze plek innemen? Een boom uit het bos met de naam agrarier zegt, doe mij maar, want ik moet extensiveren en heb meer ruimte nodig.

Maar de boom RES 2.0 die naast het bos staat te trappelen van ongeduld voor een plekje in dat bos zegt, doe mij maar want ik vind dat ik het bos toekomstbestendiger maak maar een andere boom in het bos zegt, nee lekker leeg laten die plek, laat de natuur zn gang gaan. Voorzitter, zo kan ik nog wel even doorgaan, maar de conclusie lijkt me helder. Strijd om de ruimte, niet alles kan zomaar een plek krijgen in ons land, in onze provincie en in onze gemeente. Dit voorliggend groeidocument heeft als doel richting te geven in de keuzes. Het college stelt concreet over het concept handelingsperspectief een aantal vragen aan de raad met als doel wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Hieronder wil ik daar namens de CU fractie op ingaan. Allereerst vraagt het college vraagt of we op de goede weg zijn met dit groeidocument. Na de metafoor van zojuist bleef er één woord hangen bij de CU en dat is helaas: Wensdenken. Is het groeidocument een realistisch document? Of wordt hierin de realiteit verdrongen? In de volgende punten ga ik daarop in: 1. In het groeidocument staat dat alle partijen moeten bewegen om voor de toekomst een economisch vitaal en gezond buitengebied te garanderen, anders gebeurt er niets.

Maar in hoeverre is hiervan sprake van realiteitszin? Als er staat dat de opgave is: stikstofreductie en klimaatadaptatie en recreatiebehoefte en een gezonde bodem en herstel van biodiversiteit dan overstijgt dat verreweg het beschikbare grondgebied. Dan staat er bijv. nog vermeld, minder vee per hectare is een mogelijke oplossing door extensivering. Dat is dan of minder vee of meer grond. Dat is toch wensdenken als er gesproken wordt over meer grond voor landbouw? Het hele areaal staat al onder druk door woningbouw, infrastructuur en energie. In de praktijk betekent dit dat alleen het houden van minder vee een mogelijkheid is en daardoor de economische zekerheid van individuele agrariërs direct onder spanning staat. Dan voel je je als agrariër een boom waar iemand al met de bijl aan de stam klaarstaat. Aanvullend daarop wordt gezegd dat het perspectief voor de toekomstbestendige landbouw een rendabel, duurzaam en natuurinclusief agrarisch bedrijf is. Je vraagt je dan toch af of dan nog een kansrijke en rendabele bedrijfsvoering mogelijk is? Gaan we dan respectabel met agrariërs om? In hoeverre krijg je ze dan mee in al die ambities?

Gemeente Woudenberg Reactie CU (1/2)

2. En het wordt nog nijpender voor agrariërs wanneer in het document gesproken wordt over het vrijkomen van beschikbare landbouwgrond. In het document staat dat ze door vrijwillige bedrijfsbeëindiging verwachten dat er 30% landbouwgrond vrijkomt. Dan wordt wel gezegd dat dit nodig is voor extensivering van bedrijven, maar wel met een verdeelsleutel van 80% landbouw, 10% natuur en 10% recreatie. Dat betekent per saldo sowieso minder landbouw grond. En verderop in het document wordt nog gesproken over het benutten van landbouwgrond voor zon op veld of windenergie en voor de energie infrastructuur. Van welk percentage gaat dat dan af? 3. Vervolgens wordt gesproken over het feit dat ‘de stad’ kan bijdragen aan een deel van de oplossing. Bijv. door het zuiniger omgaan met water, voorkomen van afvallozing in bodem of watersysteem, bijdragen aan verdienvermogen van de recreatieve ondernemer, verminderen van autogebruik en de stad als afzetgebied voor de agrarische producten. Mooie woorden maar komt toch heel idealistisch over. Vraag 2 van het college is vervolgens of we het als CU eens zijn met de uitgangspunten voor het toekomstperspectief? Wij lezen deze uitgangspunten niet heel concreet terug. Wel een globaal kader hoe je tegen het gebied Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei aankijkt.

Wat zijn voor het college de uitgangspunten in dit rapport? Richting lijkt wel te worden gegeven, ambities worden naar voren gebracht en dat is goed om een beweging in gang te zetten. Het combineren van grond is een goede weg, maar er wordt onvoldoende rekening gehouden met de economische werkelijkheid van bijv. agrariërs. Vraag 3: hebben we dan zelf suggesties: Het is goed dat deze verkenning wordt gedaan maar het vraagt wel om keuzes. Het is daarmee voor ons belangrijk dat agrariërs bottum up de kans krijgen om een toekomstvisie voor een economisch rendabel bedrijf te behouden en dat als uitgangspunt op te nemen. Het gaat er dan om dat zij een rendabele businessecase kunnen tonen waarmee ze zoveel mogelijk rekening houden met de ruimtevraag voor andere belangen, zoals energie, natuur, waterbeheer en recreatie. Gezegd wordt dat de boer ruimhartig en langjarig wordt beloond voor deze diensten via speciale fondsen. Dat mag voor ons wel meer worden uitgelegd. Wij bevelen ook aan dat er duidelijke uitgangspunten worden genoemd. Bijv. Wanneer een agrariër stopt dan blijft landbouw grond in principe eerst landbouwgrond blijft en dan een afwegingskader komt, zoals: eerst wordt de vrijgekomen grond aangeboden bij omliggende bedrijven tbv mogelijke nodige extensivering voor een rendabele businesscase. Is dat niet nodig, pas dan bepalen hoe deze ruimte kan worden benut.

Hiervoor is een duidelijk afwegingskader nodig en volgordelijkheid. Dat vraagt om keuzes, bijv. als er grond beschikbaar komt, wat zijn de mogelijkheden als woningen, natuur, energie etc. en wat is dan het meest wenselijk en passend op die locatie. De laatste vraag van het college is of dit proces voldoende opbrengst biedt voor een goede belangenafweging? Ingewikkelde vraag. Het blijft een complex vraagstuk. We staan voor een enorme opgave. Met beheer van bestaande ruimte kan natuurlijk direct een slag worden geslagen maar als het gaat om de invulling van de ruimte voor andere ambities barst de strijd om de ruimte los en wanneer doe je dan genoeg op al die thema’s, wanneer zijn de belangen goed afgewogen? In dit document is voor ons nu geen duidelijk afwegingskader opgenomen. Met vriendelijke groet, Gerald van der Linden Gemeenteraadslid ChristenUnie Woudenberg

Gemeente Woudenberg Reactie CU (2/2)

Wensen & Bedenkingen Groeidocument Handelingsperspectief Buitengebied Fractie Gemeentebelangen Woudenberg Raadsleden : Peter van Schaik, Irene Houtsma, Björn de Jong en Jaap Westenberg Het Groeidocument Handelingsperspectief Buitengebied is een eerste uitkomst van de gebiedsateliers welke zijn gehouden. Deze ateliers geven de belanghebbenden en belangstellenden een goed podium om inbreng te leveren. Gemeentebelangen is positief over hetgeen is opgehaald en dankt de deelnemers voor hun bijdragen. Tegelijkertijd is het wenselijk om steeds de vastleggingen waarvan het groeidocument een eerste product is, aan te bieden aan onze inwoners om hiervan kennis te nemen en reacties op te kunnen leveren. Op 14 september is door de Raad met de projectleider gesproken en zijn vragen gesteld en is inbreng geleverd. Een passende wijze van acteren door de projectleider. De herinrichting van Nederland waarvan het buitengebied onderdeel uitmaakt, raakt ons allen. De beschikbare ruimte is beperkt en eindig, en het vergt opoffering om de vraagstukken mbt wonen, werken, bodem, natuur en water zo goed mogelijk met en voor elkaar op te lossen. De beoordeling van het groeidocument levert een aantal wensen en bedenkingen op bij de fractie van Gemeentebelangen Woudenberg. 1. Er zijn veel ruimtevragers waaronder de agrarische sector.

Het model van intensieve land- en veeteelt is een niet houdbaar model gebleken en de sector heeft een verandering door te maken naar extensieve land- en veeteelt. Het document geeft aan dat daarom extra land beschikbaar zou behoren te komen. Dat is een uitgangspunt welke niet reëel is kijkend naar stikstofreductie, waterberging, klimaatadaptie, gezonde bodem, herstel van biodiversiteit en wonen en werken. Hervorming van de agrarische sector is noodzaak (!), en zal met minder land toe moeten. Herziening van het huidig verdienmodel is daarom noodzakelijk. Het Landbouwakkoord zal deze hervorming behoren te omvatten. 2. Veel agrarische bedrijven zijn maximaal afhankelijk geworden van de grootbanken zoals de Rabo-bank. Bij de hervorming van de agrarische sector zal onder regie van het Rijk met de Provincies de mogelijkheden van herfinanciering ingezet behoren te worden om tot gezonde en toekomstbestendige bedrijven te komen. Deze aanpak wordt gemist in combinatie met de grondbank welke wel wordt benoemd. 3. Wonen is een ruimtevrager. Niet wordt voorgestaan dat het buitengebied vol gezet wordt met burgerwoningen. Dat vraagt om met verstand bouwen waarbij het buitengebied zoveel mogelijk wordt ontzien en inbreidingslokaties binnen de bebouwde kom optimaal gebruikt worden. Daar waar ruimte schaars is zal optimale benutting plaats moeten vinden.

Het VAB-beleid dient aan te sluiten bij deze ontwikkeling en wordt op dit moment node gemist.

Gemeente Woudenberg Reactie Gemeentebelangen Woudenberg (1/2)

4. Bij het herinrichten van het buitengebied zijn zowel particuliere grootgrondbezitters als ook defensie betrokken. Tevens is niet iedere agrariër eigenaar van de gebruikte ondergrond. 5. Water is van levensbelang. Onder meer de Heuvelrug heeft last van de wateronttrekking en klimaatverandering. Dat vraagt tevens om korte termijn maatregelen. Welke hiervoor worden voorgesteld is niet duidelijk. 6. In de Gelderse vallei zijn diverse beken aanwezig. Deze zijn veelal verworden tot sloten aan de randen van weilanden (vb de Heijgraaf). Het doen meanderen en het laten fungeren van deze beken voor de wateropvang om de verdroging tegen te gaan en biodiversiteit te stimuleren wordt niet benoemd. 7. Het groeidocument benoemt infra-verbetering , waaronder o.m. begrepen worden OV-punten en fietsgebruik. In het buitengebied is juist verschraling van het aantal OV-punten en vermindering van het OV-vervoer. Hierop dient actie te worden ondernomen.

Gemeente Woudenberg Reactie Gemeentebelangen Woudenberg (2/2)

Raadscommissie 3 oktober 2023

8. Wensen en bedenkingen Groeidocument Handelingsperspectief Buitengebied Heeft onze fractie suggesties om de inhoud verder aan te scherpen? Er moet in de komende jaren een manier gevonden worden hoe de verschillende belangen die bestaan in ons buitengebied verenigbaar worden. We lezen in het document: ‘Ruimtevragers zitten elkaar in de weg’. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. En dat vergt in onze regio veel van alle betrokken partijen. Wanneer ik mijzelf voorstel dat ik in 2035 door het buitengebied van Woudenberg fiets of wandel, zie ik voor mij dat de hoeveelheid agrarische bedrijven is afgenomen. Vrijwel zeker na ingrijpende overwegingen en besluiten van familiebedrijven. Dit levert niet per facto meer ruimte op voor bijvoorbeeld natuur of woningbouwlocaties. De agrarische bedrijven die dóórgaan hebben meer ruimte nodig om extensieve landbouw te realiseren, waar combinatie van functies mogelijk is. Bijvoorbeeld landbouw en energie, of natuur en landbouw. Daarbij moeten we kijken naar het maatschappelijk belang, ook wanneer die keuzes voor een enkele particulier soms verstrekkende consequenties hebben.

Geef antwoorden op de volgende vragen, waarmee de inhoud verder aangescherpt zou kunnen worden: ➢ Hoe kunnen we die verschillende belangen dienen? ➢ Hoe ziet u de lokale inzet voor u? ➢ En hoe gaan de lokale belangen niet ten onder aan de zeggenschap van het Rijk en de Provincie? Onze wensen en bedenkingen op een rijtje: • • • •

Concreter verwoorden hóe combinatie van functies zoals landbouw en energie, recreatie en energie of natuur en energie verder onderzocht gaat worden. Waar ligt de prioriteit? Bij de (her)inrichting van ons buitengebied: zet de boer in zijn kracht! Je kunt niet het landelijk gebied ontwikkelen zonder de boeren als experts te betrekken Onze wens is dan ook om op te nemen hoe dat in de praktijk gerealiseerd wordt (ook nu de gebiedsateliers erop zitten) Concretiseer hoe wij juist de lokale kracht gaan benutten. Een voorbeeld: een grondbank zou vooral lokaal of regionaal moeten kunnen functioneren. Hoe precies, dat zou onderdeel moeten uitmaken van dit Handelingsperspectief.

Woudenberg, 5 oktober 2023 Fractie PvdA-GroenLinks Woudenberg, Henk van de Wetering Jikke Wams

Gemeente Woudenberg Reactie PVDA-GroenLinks (1/1)

Uitwerking Wensen & Bedenkingen Handelingsperspectief SGP-fractie Woudenberg -

-

-

-

-

-

-

-

-

Wens Gelderse Vallei (GV)/Utrechtse Heuvelrug(UH): Het Handelingsperspectief geeft deels aan waar ruimtevragers concurreren. Vanuit het Handelingsperspectief hebben we behoefte aan duidelijke kaders om keuzes te maken voor de toekomst. Bedenking Gelderse Vallei: op basis van de observatie van de Woudenbergse SGP-fractie tijdens de gebiedsatelier in Woudenberg als later in tijd is onze observatie dat er veel voorzichtigheid en/of wantrouwen is vanuit de agrarische sector richting dit Handelingsperspectief omdat ze zich niet herkennen in de uitkomsten en uitkomsten op deelgebieden niet haalbaar achten. Wij constateren dat draagvlak ontbreekt. Wens is a) het proces transparanter te maken zodat duidelijk is waarom bepaalde afwegingen zijn gemaakt en b) meer aandacht voor draagvlak. Wens Wateropgave Utrechtse Heuvelrug: Bestaande en voormalige Defensieterreinen beslaan een behoorlijk deel van het oppervlakte met een vegetatie die niet per definitie gunstig is voor de waterhuishouding. Probeer Defensie ook onderdeel te laten zijn van de oplossing. Wens: Recreatie GV/UH: er lijkt aansluiting te worden gezocht bij mobiliteitsknooppunten. We willen graag meegeven om aansluiting te zoeken bij de doelstelling van RBT om juist een meer fijnmazig recreatienetwerk te ontwikkelen om overbelasting op hotspots te verminderen.

Natuurinclusieve landbouw GV: In het Handelingsperspectief wordt vrijwel alleen gesproken over natuurinclusieve landbouw. Woudenberg kent relatief veel intensieve agrariërs met ook nog weinig grond. Wens: Wij missen hier ruimte voor diversiteit, ook voor intensievere vormen van veehouderij. Anderzijds missen we ook aandacht voor diversiteit zoals bijvoorbeeld regeneratieve landbouw. Extensivering GV: Als cf. handelingsperspectief 70% van de agrariërs doorgaat, hoeveel ruimte is er nodig als die allemaal zouden extensiveren? We begrijpen dat die rekensom (nog) niet is gemaakt. Wens: Oproep om die rekensom te gaan maken voor de Gelderse Vallei om te voorkomen dat we in allerlei prachtige wenkende perspectieven belanden waarvan we niet weten in hoeverre die echt haalbaar zijn. Grondbank GV: a) Wens: Trek lessen uit het verleden rondom ruilverkaveling b) Bedenking: als het een instrument wordt onder provinciaal bestuur, (wens) zet agrarische sector aan het roer, wat ook direct bijdraagt aan draagvlak. c) Wens: Voorkom dat het een van zichzelf gesloten financieel systeem moet worden. Zorg voor duidelijke subsidie op het moment dat gronden tegen lagere prijs kunnen worden uitgegeven als het bijdraagt aan bepaalde doelstellingen. Wens (door)starters GV: prima als agrariërs vanwege natuurlijk verloop stoppen, maar biedt ook ruimte voor starters en doorstarters in de agrarische sector.

Jongere generaties zullen over het algemeen wat meer de innovatie zullen zoeken en dragen bij aan een vitale sector. Voorkom daarmee/daarbij ook dat extensivering alleen tot schaalvergroting leidt. Wens voedselzekerheid GV: agrarische sector brengt of vrij efficiënte wijze ons voedsel voort. Dit belang van zien we graag sterker naar voren komen in het Handelingsperspectief.

Gemeente Woudenberg Reactie SGP (1/1)

Groeidocument: op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort: Met dit agendapunt kunnen wij wensen en bedenkingen geven met betrekking tot dit stuk, maar niet alleen dat, men vraag ook of men op de goede weg is en men het eens is met de uitganspunten en of het voldoende heeft opgebracht om later dit jaar de juist belangenafweging te maken. Is u op de goede weg om te beginnen, ja en nee. Ja als je een ideaal wereld woont waarin alle belangen hetzelfde zijn en je gezamenlijk een Utopia kan creëren waarin we allemaal gelukkig kunnen leven en dan is dit stuk geslaagd. Het is ook niet verkeerd om af en toe dat ideaalbeeld uit te spreken, alleen de werkelijkheid is weerbarstiger dan dat droombeeld. Het is vooral geschreven vanuit het perspectief van de overheid en de wensen die men zou kunnen en willen hebben. Het voelt en leest als een eenzijdige kant van de realiteit, waarbij ondanks de diverse werk ateliers, er, gevoelsmatig, geen sprake is van enig anders vormend geluid. Hiermee hebben wij alvast onze grootse bedenking uitgesproken. Overige wensen en bedenkingen; Met het nog niet vastgestelde VAB-beleid neemt dit document al een voorschot op hoe dit eruit zou moeten komen te zien. Ons advies is dat dit beleid eerst bekend dient te zijn voor u er een voorschot opneemt.

Als voorbeeld de rood voor rood regeling waarbij het uitgangspunt is dat bij het beëindigen van agrarische activiteiten en men gebruik wil maken van een rood voor regeling men van mening is dat dit dan verplaats dient te worden naar de kernranden en niet in het buitengebied. Los van welk standpunt je daar dan ook over wil hebben. Maar als men rood voor rood commercieel benut dan mag het wel weer. Is dit dan het nieuwe VAB beleid? In zijn algemeenheid, onze wens is dat u afstemt met de agrarische sector wat zij van dit perspectief vinden, men refereert naar LTO, maar wij zouden graag een formeel advies willen van LTO hoe men dit document ziet en op welke wijze zij kan participeren aan dit document en de uitvoering. Om het in een mooie volzin te plaatsen; Dit perspectief schets een ideaalbeeld vanuit het perspectief dat de agrariër meebeweegt met wat het ideaal beeld is vanuit de overheid en niet vanuit de agrariër en/of de huidige realiteit. Ook op de uitkomsten van de RES is ook niet gewacht en is de aanname dat we langs de A28, A1 en de A12 windturbines gaan bouwen, dit in weerwil van veel gemeentes dat men deze niet of minimaal wil hebben. Dus onze wens is om de uitkomsten af te wachten van de RES en de besluitvorming daarvan.

Daarmee komt dit stuk onder druk te staan omdat op veel beleidsterreinen er een discussie plaatsvindt van wat er moet gebeuren in Nederland, een discussie die zeker in aanloop naar de verkiezingen breed wordt gevoerd, en waar wij de uitkomsten nog maar van moeten afwachten. Derhalve laten wij het bij deze specifieke wensen en dus 1 zeer grote bedenking. Op basis van de vraag of dit stuk voldoende opbrengst heeft voor een goede belangenafweging later dit jaar zegt onze fractie volmondig NEE, als dit stuk met dezelfde strekking terugkomt in deze raad zal de VVD dit stuk niet gaan steunen. Om nog wat specifieker te zijn, op onze technische vraag wat de beleidsmatige status gaat worden van dit traject komt het volgende antwoord: De verschillende ontwikkelingen in rijks- en provinciebeleid (o.a. UPLG) maken dat opnieuw bezien moet worden welke type einddocument met welke beleidsmatige status anno eind 2023 het meest passend is. Gelezende dit antwoord en onze bevindingen zetten wij grote vraagtekens bij dit document als een beleidsmatig uitgangspunt voor de toekomst. Waarbij je dan de vraag moet gaan stellen, waarom hebben we dan dit document überhaupt laten opstellen.

Gemeente Woudenberg Reactie VVD (1/1)

Bijlage 2: integrale reactie collectief Eemland, collectief Utrecht-Oost en LTO Verantwoording De agrarische partijen in regio Amersfoort hebben zich gedurende het proces inhoudelijk laten vertegenwoordigen door K&G advies. Bijgaande reactie op het Groeidocument is hier integraal opgenomen. Deze reactie is tevens verwerkt in het hoofdstuk "Samenvatting schriftelijke reacties".

62

Bureau Regio Amersfoort Postbus 4000 3800 EA Amersfoort t.a.v. Dhr. W. van der Stelt

Spakenburg, 6 september 2023

Betreft: reactie Groeidocument “Op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort”

Geachte heer Van der Stelt, Bijgaand ontvangt u onze reactie op het groeidocument zoals dat per juli 2023 is opgesteld. Deze reactie is tot stand gekomen naar aanleiding van overleg momenten met collectief Eemland, collectief Utrecht-Oost en LTO. Deze reactie is verder aangevuld met opmerkingen en kanttekeningen die zijn geplaatst tijdens de overleggen van 30 augustus en 4 september en intern mailverkeer tussen betrokken partijen.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,

Ing W. van de Geest Bedrijfsadviseur

1

Agrarische partijen Reactie K&G advies (1/5)

Inhoudelijke reactie: In het algemeen wordt er (voorzichtig) waardering uitgesproken over het rapport. Wel zijn er twijfels bij het vervolg, daadkracht en de economische onderbouwing van de voorgestelde maatregelen in het groeidocument. Is er voldoende budget en bestuurlijk ‘lef’ aanwezig om de genoemde ontwikkelingen daadwerkelijk bestuurlijk te ondersteunen en de hiervoor de benodigde budgetten voor de lange termijn te regelen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer wat tot op heden ‘verliesgevend’ is. Er zijn een aantal onderdelen waarbij het ‘wensdenken’ een overheersende rol heeft in dit groeidocument. De vraag is of dit in de praktijk ook zo gaat werken. Men is blij dat dit een groeidocument is waarbij de hoop is uitgesproken dat met alle aanvullingen er sprake is van een soort ‘iteratief’ proces waarbij het document met alle aanvullingen waardevol kan worden voor het gebied en draagvlak kan gaan krijgen. Benadrukt wordt dat alle sectoren, dus niet alleen de landbouw, verantwoording hebben om de beoogde doelen, zoals waterkwaliteit, te realiseren. Dit is niet alleen van de landbouw afhankelijk, op dit moment wordt dit in het groeidocument nog gemist. Binnen het overleg was er daarom geen unanimiteit omdat sommigen ervaren dat de landbouw het ondergeschoven kindje is in dit groeidocument.

Er is te weinig aandacht voor landbouw, voedselproductie en perspectief voor de landbouw terwijl de Landbouw juist de drager van het buitengebied is. Het leek mij goed dit afzonderlijk te benoemen. Zonder daarmee volledig te zijn, zijn de volgende punten aan de orde geweest die aanvulling/correctie verdienen in het groeidocument:

1.

De indruk bestaat dat ‘verbrede landbouw’ dé oplossing is voor veel problemen die in de sector spelen. Ons uitgangspunt is: Agrarische familiebedrijven moeten, zonder enige druk van schaalvergroting, een gezond rendement kunnen behalen en een goed economisch en sociaal toekomstperspectief blijven behouden. Het familiebedrijf moet bestaansrecht hebben. Dit zou als kern boven pagina 9 moeten staan. Hiervoor is van belang dat structuur van deze bedrijven versterkt wordt. Hierbij denken we aan (ruil)verkaveling, versterken van natuurbeheer daar waar mogelijk, etc. En verder zoals benoemd in de bullets per regio op pagina 9. Structuurverbetering moet dus bijdragen aan het primaire doel van deze bedrijven, productie van melk, vlees, natuurbeheer, vastleggen van CO2 en het versterken van biodiversiteit en zo op deze wijze bijdragen aan een breed perspectief voor de bedrijven én het gebied.

2.

Begrip voedselvoorziening en voedselzekerheid ontbreekt. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is gebleken dat voedsel, in verkeerde handen, een wapen kan worden waarmee uiteindelijk de burger geconfronteerd wordt met hoge prijzen. Denk hierbij met name aan de prijsontwikkeling van granen en de prijs van brood bij de bakker. Het begrip voedselzekerheid moet als item benoemd worden.

3.

Er wordt in het Groeidocument fors ingezet op extensivering. Echter, binnen de deelgebieden zijn er forse verschillen. Zo is Arkemheen zeer extensief, Eemland extensief, terwijl als voorbeeld Kootwijkerbroek zeer intensief is. Hier wordt onvoldoende rekening mee gehouden. Daarbij speelt de factor dat extensivering zeer kostbaar is met de huidige grondprijzen. Er wordt onvoldoende onderbouwd hoe die extensivering betaald moet gaan worden, waarbij onvoldoende rekening gehouden wordt met het feit dat extensieve bedrijven vaak minder rendabel zijn dan intensieve bedrijven.

4.

Groeidocument sluit op bepaalde punten onvoldoende aan op de praktijk. Op pagina 10 wordt gesteld dat het waterpeil verhoogd moet worden. Echter dit is feitelijk de laatste 5 jaar al gebeurd. Dit geldt ook voor het gebruik van bufferstroken welke per 01-01-2023 wettelijk verplicht zijn geworden. Een groot aantal zaken die op pagina 13 als kansrijk wordt worden in de praktijk al uitgevoerd. Door de aanleg van blijvend grasland wordt er meer CO2 vastgelegd.

2

Agrarische partijen Reactie K&G advies (2/5)

Omgekeerd zijn er al plannen voor woningbouw voor ca 23.000 huizen in de omgeving van Amersfoort terwijl die in het groeidocument niet aan de orde komen. 5.

80-10-10 regeling Op pagina 15 wordt een 80-10-10 regeling geïntroduceerd. Ons is niet duidelijk wat de achtergrond is van die verhouding. Van belang blijft om ‘duel- purpose’ te werken m.a.w. gronden moeten meer een dubbel-doel functie kunnen krijgen. Denk hierbij aan het begrip 331 – natuur met hoofdfunctie landbouw. Dit zijn gronden die vaak afgewaardeerd zijn maar die nog wel van (enige) betekenis kunnen zijn voor de landbouw.

6.

Grondbank. Dit lijkt een goed idee waarbij er wordt gesteld dat er grond aangekocht gaat worden. Hierbij blijft een andere optie onderbelicht. Er is naast aankoop ook een andere mogelijkheid. Voorstel is dat alle gemeenten, als voorbeeld, 75% van hun eigendomsgronden beschikbaar stellen voor deze grondbank. Deze gronden kunnen vervolgens verhuurd worden, op basis van de regionorm, aan diverse bedrijven en zo bijdragen aan extensivering van deze bedrijven zonder dat dit veel inzet van kapitaal vergt voor die bedrijven. Aangezien de grondbank in Bunschoten in het verleden ten onder is gegaan door ‘vrijblijvendheid’ is het zaak hier meer verplichtend mee om te gaan.

7.

Waterpeil verhoging en Peilvakken Ook hier zijn binnen de deelgebieden een grote verschillen. Zo kent Arkemheen een zeer hoog waterpeil gericht op weidevogels, Eemland kent een wat lager peil, terwijl als voorbeeld Woudenberg en Kootwijkerbroek als droogtegevoelig te typeren zijn. Er zullen meer en kleiner peilvakken moeten komen. Een hoger waterpeil, vastgelegd in een peilbesluit is niet bespreekbaar. Een flexibel peilbeheer is wel werkbaar, zoals nu al het geval is. Voor de hogere gronden zal het waterbeheer er opgericht moeten zijn om water vast te houden. Hierbij moet buiten de kaders van het gebied gekeken worden aangezien in droge periodes er water vanuit de Neder-rijn wordt ingelaten wat bij Eemland weer het randmeer in gaat. Een ander belangrijk punt wat wringt, is de grootschalige onttrekking van grondwater door industrie en Vitens. Enerzijds moet in het gebied waterpeilen verhoogd worden om de grondwaterstand te verbeteren terwijl in De Gind en inmiddels ook in Bunschoten er waterwinputten bijkomen die grote gevolgen zullen hebben voor de grondwaterstand in dit betreffende gebied. Voor alle partijen is het van belang om buiten de kaders te denken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om bij een stuw een pomp te plaatsen die in droge periodes het water terugpompt.

Wanneer op deze wijze de hoger gelegen zandgronden minder verdrogen, heeft dit onmiskenbaar een positieve invloed op de grondwaterstand en de natuur. Onder de aandacht is gebracht dat waterpeilverhoging in de afgelopen 5 jaar in de Eempolder feitelijk al gerealiseerd is. zie punt 4.

8.

Regionale energiestrategie Zonnepanelen op kostbare landbouwgrond is onbespreekbaar. Het is van groot belang eerst alle daken van gebouwen, ook op industrieterreinen te benutten. Overweeg om windmolens in de Flevopolder te adopteren om zo de doelstellingen te halen. Concreet het Windpark van NUON aan de randmeerdijk wordt nu ontmanteld. Waarom kunnen die molens niet geadopteerd worden door deze 7 gemeentes? Het is van groot belang om de focus breder te trekken dan de provinciegrenzen.

Agrarische partijen Reactie K&G advies (3/5)

3

9.

Utrechtse Heuvelrug Gemist wordt dat in dit gebied, gemeente Soest, ten noorden van de Birkstraat, nog zeker een 10-tal toekomstgerichte bedrijven gesitueerd zijn die ook in toekomst graag boer willen blijven. Dit lezen we niet in het plan voor dit specifieke gebied.

10. Biologische landbouw Op pagina 35 wordt gesproken over 25% biologische landbouw in de Gelderse vallei. Hier is sprake van wensdenken aangezien er in Nederland en ook in dit gebied veel te weinig ruime is voor voldoende omvang van biologische landbouw en de grond in dit deel van Nederland veel te duur is. Biologisch neemt op dit moment nog maar enkele procenten van de markt in. Het gaat tevens voorbij aan initiatieven zoals “on the way to planet proof” die op milieutechnisch vlak zeer goede, soms wel betere, resultaten scoren. 11. Evenwichtsbemesting Op pagina 36 wordt in de rode bullet gesproken over evenwichtsbemesting. Op dit moment is dat al de gangbare praktijk, sterker nog, op zandgrond wordt 80% bemest van wat gewas-technisch mogelijk is. In de intensievere gebieden wordt met smart gewacht op de toestemming om kunstmestvervangers te mogen toepassen die met innovatieve processen geproduceerd kunnen worden. 12. Peildatum in relatie tot de te behalen doelen Op pagina 53 worden grote aantallen oppervlaktes genoemd. Echter wat is de peildatum dan wel nulmeting? Wat is er in de afgelopen jaren al gerealiseerd door de collectieven? Het areaal agrarisch natuurbeheer is fors gegroeid in de loop der jaren. Ons inziens wordt hier ten onrechte geen rekening mee gehouden.

Wordt op deze wijze hier een grote claim neergelegd terwijl we juist toe moeten naar dubbel-doel functies van grond? Er worden grote vraagtekens geplaats bij de kosten/baten van nieuwe natuur. Op pagina 53 wordt gesteld dat er ca 1.500 ha nieuwe natuur gevormd moet worden. Dit brengt als voorbeeld de volgende kosten met zich mee: Afwaardering grond per ha Inrichtingskosten per ha Totaal

€45.000 €15.000 €60.000

€60.000 x 1.500 ha = €90.000.000. (Zegge negentig miljoen euro) Wanneer de rente van dit bedrag wordt besteed aan agrarisch natuurbeheer, dan ontstaat de volgende uitkomst: €90.000.000 x 5% = €4.500.000. Per ha is dat een vergoeding van €3.000/ha. Voor dit bedrag zijn er veel boeren te vinden die dit soort gronden met bijbehorend beheer willen beheren. Nu er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid problemen komen met budgetten, is het verstandig om de beschikbare gelden zo effectief mogelijk in te zetten. Met dit voorbeeld bespaart de overheid 90 miljoen euro en biedt het rentevoordeel de mogelijkheid om een zeer goede vergoeding te betalen voor natuurbeheer zoals voor het beheer van NNN-gronden noodzakelijk wordt geacht. 13. Piekbelasters In aansluiting op punt 12 is het onderwerp ‘Piekbelaster” tijdens het overleg van 4 september uitgebreid aan de orde geweest. Gewezen is op het feit dat onnodig veel bedrijven als piekbelaster worden aangemerkt omdat wordt uitgegaan van ‘de norm’, terwijl als deze bedrijven bedrijfsspecifiek worden beoordeeld, dit geen piekbelasters zijn. Hoe gaat de provincie dit meenemen in haar beleid?

4

Agrarische partijen Reactie K&G advies (4/5)

14. Verdienmodellen Het is gewenst dat dit meer concreet gemaakt wordt dan nu in het document wordt beschreven. Gebiedsprocessen en als voorbeeld agrarisch natuurbeheer vragen qua financiering en budgettering om langjarige afspraken die niet onderhevig mogen zijn aan politieke kleur of stembusuitslagen. Het is gewenst dat hierover meer duidelijkheid en zekerheid komt voor de directbetrokkenen. 15. Communicatie Veel avonden hadden een tijdstip waarbij het voor melkveehouders onmogelijk was om op dat tijdstip aanwezig te zijn. Dit heeft in de praktijk voor wrijving gezorgd. Met betrekking tot de communicatie rondom dit proces kan en moet er nog veel verbeterd worden. 16. Actielijst Het is gewenst om een (nog) concretere actielijst op te stellen dan nu al het geval is, waarin concrete acties en deadlines worden gecombineerd én wie hiervoor verantwoordelijk is. De aangedragen punten die tijdens de bijeenkomsten op gele papiertjes zijn geschreven worden deels gemist. 17. Vertrouwen & waardering Voor het slagen van een gebiedsproces is over en weer vertrouwen nodig om ervoor te zorgen dat ‘we’ verder komen in het proces. Punt 15 kan bijdragen om dat vertrouwen terug te winnen om met elkaar stappen te zetten waardoor veehouders zich gewaardeerd voelen in het gebied.

In het overleg van 30 augustus zijn hier grote zorgen uitgesproken over de houding van de provincie Utrecht die per 31-12-2023 via het UPLG gaat bepalen hoe het landelijk gebied zich moet gaan ontwikkelen. Deze topdown methode schaadt het vertrouwen. Door diverse aanwezigen is aangegeven dat “Utrecht’ amper weet wat er zich in het veld afspeelt en welke resultaten de collectieven hebben gerealiseerd in de laatste 15 jaar. Zie ook punt 12. 18. Evaluatie moment Het lijkt ons zinvol om een evaluatie moment in te bouwen om, bijvoorbeeld, na 1.5 jaar te kijken wat men met dit groeidocument heeft gedaan en hoe de financiële onderbouwing c.q. budgettering tot stand is gekomen.

5

Agrarische partijen Reactie K&G advies (5/5)

Bijlage 3: reacties stakeholders op het concept Handelingsperspectief Verantwoording In aanloop naar de behandeling van het Handelingsperspectief Buitengebied in het eerste kwartaal van 2024, is het concept gedeeld met stakeholders. Zij zijn in gelegenheid gesteld om aandachtspunten mee te geven voor de bestuurlijke bespreking van het document. Vijf partijen hebben daar gebruik van gemaakt. Deze reacties zijn op de volgende pagina's integraal opgenomen in dit consultatierapport, met uitzondering van e-mailadressen en persoonsgegevens.

68

Adviescommissie Milieu en Ruimte p/a Gemeente Soest Postbus 2000 3760 CA Soest

Aan: het college van burgemeester en wethouders van Soest

Soest, 29 november 2023

Onderwerp: advies Handelingsperspectief Buitengebied Geacht college,

Interessant en waardevol initiatief! De commissie Milieu en Ruimte vindt in het Handelingsperspectief een strategie om de ‘groei’ in de regio in goede banen te leiden en een leidraad voor ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied. Met dit advies geven we onze belangrijkste aandachtspunten mee en doen we een handreiking voor het vervolgproces. Het handelingsperspectief is een goed te lezen en te volgen document met voldoende visie. Daarnaast worden er voldoende kaders en richtlijnen meegegeven om naar de ’stip op de horizon’ toe te werken. De diverse punten die behandeld worden in de documenten geven een goede beschrijving van wat er in het buitengebied zou kunnen worden gedaan om het gebied kwalitatief te behouden of versterken. Het Handelingsperspectief biedt de mogelijkheid de ruimtelijke aspecten van verschillende sectorplannen (landbouw, energie, natuur, recreatie, etc.) beter te integreren. En niet onbelangrijk; het eigenlijke document is aantrekkelijk vormgegeven. Daarbij alvast een detail: de legenda’s van de kaarten zijn niet altijd volledig, hetgeen terugbladeren naar eerdere kaarten vereist. Ten opzichte van eerdere concepten en het Groeidocument zijn duidelijk verbeteringen en verhelderingen aangebracht.

Voorbeelden zijn het niet meer gebruiken van slecht gedefinieerde “kwesties” en “kansen” als structurerende thema’s, en het enigszins afzwakken van de dominantie van de landbouwsector als belangrijkste stakeholder. Het document is ook realistisch is en geeft op bladzijde 10 aan dat als je alle beleidsdoelen een plek zou willen geven in de Regio Amersfoort, dat niet zou passen. Kortom, keuzes maken (prioriteren) en slimme oplossingen zoeken (combineren) zijn allebei nodig voor het realiseren van het Handelingsperspectief. Hier hebben de onderstaande punten, die de commissie graag mee geeft aan de opstellers en in het bijzonder de gemeente Soest, veelal betrekking op. De opmerkingen zouden kunnen worden geadresseerd in de geplande herziening van het document en/of tijdens het vertalen van het stuk naar de gemeente Soest. 1. Groei of ontwikkeling? Het document spreekt van “groei”, waarschijnlijk voortkomend uit de gerechtvaardigde verwachting dat de regio in kwantitatieve zin qua inwoners en economische activiteiten zal groeien. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over grootte en samenstelling van die groei (27000 nieuwe woningen, 1000 ha extra landbouwgrond, 6000-7000 ha natuur plus

Adviescommissie Milieu en Ruimte Reactie (1/3)

ruimtevraag vanuit de recreatie- en energiesector). Uitwerking van mogelijkheden om functies te combineren lijkt dan onvermijdelijk. Om de kwalitatieve ontwikkeling van het buitengebied expliciet mee te nemen zouden woorden als “ontwikkeling” of “verandering” beter op zijn plaats zijn geweest dan ‘groei”, een term die in het eerste deel van het document niet wordt gedefinieerd of toegelicht. Hoewel het woord 'kwaliteit' gebruikt wordt, wordt dit niet helder gedefinieerd. Hoewel het inderdaad moeilijker om kwalitatieve criteria op te stellen, zou een poging om dit te doen welkom zijn, zeker bij de vertaling naar het gemeentelijke niveau. Kwaliteit zou op te pakken zijn via indicatoren voor bijvoorbeeld welzijn en gezondheid, inclusie, levenskwaliteit, en identiteit. NB Pag 4: laatste alinea “Sommige belangen botsen zo sterk dat er” is niet volledig. 2. Relatie met andere beleidsdocumenten. Het handelingsperspectief is gerelateerd aan een groot aantal andere planningsdocumenten op diverse schaalniveaus1. Aangezien de meeste bestuurders en andere belanghebbenden deze documenten waarschijnlijk op zijn hoogst gedeeltelijk kennen zou een waardevolle aanvulling van het handelingsdocument een kwalitatieve inventarisatie zijn van knelpunten of juist meekoppelkansen, bijvoorbeeld in matrixvorm, naast de illustratie op pagina 9 en in hoofdstuk 2.

Zo’n matrix zou het verband, overeenkomsten en tegenstellingen of conflicten helder in kaart moeten brengen, teneinde een beleid te ontwikkelen dat op alle aandachtsgebieden een stabiele koers biedt voor de toekomst. Het gaat hierbij meer om oplossingen vinden voor 'collectieve trends' dan voor individuele problemen. Een verwijzing naar waar deze documenten gevonden kunnen worden en wat hun status is zou de context verder verhelderen (wet, aanbeveling, verkenning?). Een voorbeeld is het potentieel zeer ingrijpende EU “No Net Land Take” doel, dat stelt dat per 2050 de netto verstedelijking in lidstaten naar nul moet zijn teruggebracht. 3. Politieke, bestuurlijke en financiële knelpunten. Evenals in het voorafgaande Groeidocument ontbreekt in dit uitvoeringsprogramma een analyse van de politieke en bestuurlijke knelpunten. Het is vrijwel zeker dat er grote verschillende in inzicht bestaan (over problemen, oplossingen en financiering) tussen gemeenten in de regio, binnen deelnemende gemeenten, en ook tussen de provincies Utrecht en Gelderland. In welke mate er over de genoemde problemen en oplossingen overeenstemming bestaat in de regio blijft onduidelijk. Mogelijk is er voor veel van de ideeën in het document brede steun (uitvoeringsprioriteiten?) maar zijn andere veel controversiëler (aan te pakken knelpunten?).

Verder ontbreekt een analyse van de financiële implicaties van de nieuwe ontwikkelingen en de daarbij mogelijke financieringsmogelijkheden. 4. Recreatie, energie, mobiliteit, natuur. Met name in de samenvatting wordt sterk gefocust op de landbouw en de stad. Terwijl dit belangrijke sectoren zijn voor het buitengebied zou het goed zijn ook andere sectoren expliciet in de samenvatting te benoemen. Ook in de structuur van het eigenlijke document zouden sectoren die grote invloed hebben op het buitengebied, zoals recreatie, energieopwekking en mobiliteit, meer expliciet kunnen worden opgenomen (nu soms “verstopt” in de tekst) en vrijwel ontbrekend in het handelingsgerichte hoofdstuk 5. 5. Bodem- en Watersysteem zijn sturend. In hoofdstuk 4 (Perspectief) wordt benadrukt dat Bodem- en Watersysteem (A) sturend zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling in de regio. Het is niet duidelijk waarom “Herstel van het ecosysteem” (B) in een apart tekstdeel wordt beschreven, alsof dat herstel dus niet sturend zou zijn. Tegelijkertijd worden sociaal-economische ontwikkelingen (groei van aantal woningen en diverse economische sectoren) schijnbaar als randvoorwaarde genomen, waarbij een apart stuk tekst over de landbouw gaat (C). Een eenvoudige oplossing zou zijn “sturend” te verwijderen, waarbij A-D naast elkaar staan en elkaar beïnvloeden (zoals pas in de “stapelkaart” op pagina 36 gedaan).

1 Pagina 4: In de regio lopen verschillende beleidstrajecten die van invloed zijn op de toekomst van het buitengebied. Rijksoverheid: Europese Natuurherstelwet, Vogel- en Habitatrichtlijn en Natura 2000; Europese Kaderrichtlijn Water (KRW); klimaatwet; No Net Land Take; Circulaire doelen; Stikstofaanpak; Nationale Bossenstrategie; Nationaal Programma Landelijk Gebied; Landbouwvisie; NOVEX. Provinciale overheid en waterschap: Ruimtelijk Voorstel en Arrangement/OPU; Strategisch Bosbeleid; Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG); Groen Groeit Mee; Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug/Blauwe Agenda.Regio Amersfoort/gemeenten: Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal!; NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort; Gebiedskompas A-Z; Woondeal en programmering wonen, werken en recreatie; Regionale Energiestrategie (RES) en ruimte voor energiesystemen; Landbouwtransitie.

Adviescommissie Milieu en Ruimte Reactie (2/3)

6. Keuzes en participatie. Er zou benadrukt kunnen worden dat het zoeken naar evenwichtige, geïntegreerde oplossingen waarbij de sociaaleconomische en de ecologische (bodem- en water, natuur) ruimtevraag wordt gekoppeld politieke keuzes vereist (oplossingen die iedereen tevreden stellen lijken zeldzaam). Op pagina 46 wordt het belang genoemd van “multi-stakeholder partnerships” genoemd. Dit is belangrijk om conflicten te benoemen en op te lossen en ideeën “bottom-up” vanuit de maatschappij te genereren. Een korte definitie van de term met voorbeelden van mogelijkheden voor implementatie zou het document verder versterken. Een suggestie is om dit ook in de samenvatting te laten terugkomen. 7. Transities. In hoofdstuk 5 wordt het woord “transitie” veelal gebruikt op een enigszins modieuze manier, zonder echt dieper in te gaan op betekenis en vereisten van diepgaande fundamentele en complexe veranderingen in de systemen. Hoe ziet een transitie naar een nieuw systeem voor het inrichten van de ruimte er uit, en hoe bouwen we het huidige systeem om? De voorgaande hoofdstukken beschrijven op zijn hoogst een geleidelijke verandering naar meer natuur-inclusieve kringlooplandbouw. De opmerking op pagina 48 dat “de landbouwtransitie is een feit” lijkt dan ook overdreven.

Wellicht zou het een verbetering zijn als er (bijvoorbeeld in figuur op pagina’s 51-54 en de begeleidende tekst) duidelijker onderscheid gemaakt zou worden tussen kortere termijnstappen (bijv. 2030) en meer langere termijn systeemveranderingen (bijv. 2050, onzekerder bijv. met lichtere kleur aangegeven). Een detail: het rapport maakt een onnodige en politiek gevoelige keuze door bij het halen van de stikstofdoelen het jaar 2035 te zetten. Wat de tijdpaden betreft zijn er op details verschillen van inzicht mogelijk (bijv. waarom wordt bij stalinnovaties, opzetten herenboerderijen, verbeteren bodemkwaliteit 2040 i.p.v. 2030 gezet? 8. Goede voorbeelden. De lijstjes van goede voorbeelden (pagina 55-57) geven aan dat veel van de besproken veranderingen lokaal al met succes worden uitgevoerd. Een suggestie is om deze voorbeelden daarom in het document prominenter te maken (apart hoofdstuknummer of opvallende bijlage, kaartje met aanklikbare locaties, etc.). 9. Grondgebruik door de landbouw. Het dient duidelijk te zijn in het handelingsperspectief dat er voor de agrariërs een verdienmodel moet blijven om hun bestaanszekerheid te kunnen waarborgen. Waarbij de voedselvoorziening en voedselzekerheid ook een onderdeel is in dit document.

Het is sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne duidelijk geworden dat wij als Nederlandse landbouw, ondanks dat de landbouw op onderdelen exporterend is, ook afhankelijk zijn van import van landbouwproducten voor menselijke consumptie. Daarnaast is de wens in het handelingsperspectief om de landbouw steeds verder te extensiveren. Er is onvoldoende onderbouwd hoe dit dan betaald moet gaan worden. Extensiever landbouw is veelal minder rendabel dan intensiever landbouw. In Soest zijn er ruim 10 agrarische ondernemingen die kunnen bijdragen aan de diverse punten uit dit handelingsperspectief. In de beeldvormende Raadsvergadering van 5 oktober 2023 is onvoldoende uit de verf gekomen hoe deze ondernemingen hiervoor de ruimte krijgen. De vraag is dan ook hoe de gemeente Soest ruimte heeft (of kan maken) voor de verschillende voorgestelde ontwikkelingen in dit Handelingsperspectief. Ook voor de overige punten( o.a. bodem, water, recreatie, energie, mobiliteit en natuur) zijn zoals eerder genoemd de agrariërs een belangrijke stakeholder. Onder welke conditie dit dan kan wordt wel in algemene zin genoemd, maar het rekenvoorbeeld is weinig concreet. Dat 40 % van de agrarische bedrijven gaat stoppen geldt bijvoorbeeld niet in Soest. Dit is immers ook opgehaald door de wethouder. Daarbij is het een illusie dat binnenkort 30% van de landbouwgrond vrijkomt.

En wanneer die grond mogelijk wel (deels) vrijkomt, wat is dan het verdienmodel van nieuwe ondernemers om het te kunnen overnemen van de stoppende agrariër? Het verdient dan ook de aanbeveling om bij de verdere uitwerking op gemeentelijk niveau deze verdienmodellen concreter te maken. Tot slot willen we er op wijzen dat de commissie, met haar focus op ontwikkelingen op milieu en ruimte en de diverse expertises onder haar leden, de gemeente graag adviseert bij de opgaven in het buitengebied. Juíst in het buitengebied. De teleurstelling was dan ook groot dat we pas laat in het proces betrokken zijn. We hopen van harte dat dit uitgebreide advies leidt tot beter contact in het vervolg van het handelingsperspectief en daar waar nieuwe, aanpalende opgaven zich aandienen. Indien gewenst lichten we graag een en ander toe en we kijken uit naar informatie over de vervolgstappen.

Namens de Adviescommissie Milieu en Ruimte,

Adviescommissie Milieu en Ruimte Reactie (3/3)

welke wijze dan ook. Verzender is niet aansprakelijk voor de technische overdracht van berichten. Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend. K&G advies hanteert bij de uitoefening van haar werkzaamheden algemene voorwaarden, waarin de aansprakelijkheid wordt beperkt. Deze algemene voorwaarden kunt u lezen op www.kgadvies.nl of worden op verzoek kosteloos toegezonden. ------------------------------------------------------------------------------------------

Van: Dirk Jan Bleijerveld | BoerenNatuur UtrechtOost [mailto:D.J.Bleijerveld@boerennatuurutrechtoost.nl] Verzonden: woensdag 29 november 2023 09:34 Aan: H. Davelaar <henkdavelaar@versatel.nl>; Hans Veurink | BoerenNatuur UtrechtOost <h.veurink@boerennatuurutrechtoost.nl>; 'Stef Huijgen' <stef.huijgen@collectiefeemland.nl>; johaneek@hotmail.com; 'W. vd Geest' <wvdgeest@kgadvies.nl> Onderwerp: RE: Concept-handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort Beste allen, Ik denk dat er inderdaad gereageerd moet worden. Het is vooral zo geschreven dat het buitengebied de bebouwde kom problemen mag oplossen. De landbouw moet dit, de landbouw moet dat. Binnen het handelingsperspectief moet men ook echt keuzes durven maken, die ook de burger raken. Er is gewoon een tekort aan grond voor al deze doelstellingen, dan moet niet verder blijven snoepen van de landbouwgrond, maar we moeten echt gaan omdenken. Helaas wordt dit (bewust??) niet meegenomen in het handelingsperspectief. In het handelingsperspectief staat niets over de burger moet dit, de burger moet dat.

Alleen al op woning gebied is er veel te winnen, echter het vraagt aanpassing van gedrag van burgers, bijvoorbeeld: accepteren dat er alleen nog kleine woningen gebouwd worden, overal; leegstand van woningen effectief aanpakken (zowel binnen huur- als koop); woningspeculanten zeer fors belasten, zodat speculeren niet meer loont; herinvoering van het bejaardentehuis (maar dan in een nieuw modern jasje); bouwen boven snelwegen (in combinatie met natuur en energieopwekking; zo is er nog wel meer te verzinnen, het vergt alleen veel politieke moed en daadkracht! Ook op het gebied van energie: men blijft zich alleen focussen op energieproductie. Het duurder worden van gas en elektra heeft al een positief en zeer snel effect op een lagere energievraag. Er is verder vrijwel geen enkel vorm van drang en dwang om energie te besparen. Niet door de consument, niet door de producent. Het handelingsperspectief buitengebied is niet anders dan een andere manier om op korte termijn een aantal bebouwde kom problemen op te lossen. Of het op termijn effect zal hebben is twijfelachtig. De verdere aantasting van het buitengebied zal er alleen maar toe leiden dat er binnen niet al te lange termijn nog meer problemen opgelost moeten worden door het buitengebied, tot we ontdekken dat de huizen al tot aan het Eemmeer gebouwd zijn en er geen buitengebied meer is.

Ik kan er nog veel meer over zeggen, maar dat laat ik nu maar even. Het is nog steeds wensdenken, maar dan ZONDER NA TE DENKEN. Men kijkt niet verder dan zijn/haar eigen achtertuin, en denkt ook niet na welke gevolgen deze keuzes allemaal gaan hebben. Nog meer woningen in Amersfoort/Utrecht = nog meer monden die gevoed moeten worden. Het is kennelijk niet belangrijk om ook na te denken over waar het voedsel vandaan komt, hoe het geteeld of geproduceerd wordt, welke gevolgen dit heeft in de regio waar het voedsel vandaan komt, welke sociale/maatschappelijke gevolgen dit daar heeft, enz. Men zal snel geneigd zijn om te zeggen dat dit niet in het handelingsperspectief buitengebied thuishoort. Echter is dat dit zeker de kern van het handelingsperspectief moet zijn. Dan ben je serieus bezig met je gebied, met je omgeving. Met vriendelijke groeten, Dirk Jan Bleijerveld Veldcoördinator

d.j.bleijerveld@boerennatuurutrechtoost.nl Postweg 2 3831 SE Leusden Tel: 06 31 51 32 11

Disclaimer: Dit e-mailbericht inclusief bijlagen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan vertrouwelijke informatie bevatten. Indien dit bericht bij vergissing bij u terechtgekomen is of informatie bevat die niet voor u bestemd is, wilt u ons dan direct mailen op info@boerennatuurveluwe.nl. Wij verzoeken u in dit geval de e-mail te vernietigen, de inhoud niet te gebruiken en deze niet onder derden te verspreiden.

Van: H. Davelaar <henkdavelaar@versatel.nl> Verzonden: dinsdag 28 november 2023 09:15 Aan: Hans Veurink | BoerenNatuur UtrechtOost <h.veurink@boerennatuurutrechtoost.nl>; Dirk Jan Bleijerveld | BoerenNatuur UtrechtOost <D.J.Bleijerveld@boerennatuurutrechtoost.nl> Onderwerp: FW: Concept-handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort

Van: W. vd Geest <wvdgeest@kgadvies.nl> Verzonden: dinsdag 21 november 2023 10:47 Aan: 'H. Davelaar' <henkdavelaar@versatel.nl>; Stef.Huijgen@collectiefeemland.nl; 'johan eek' <johaneek@hotmail.nl> Onderwerp: FW: Concept-handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort Beste Henk, Johan en Stef, Ik weet niet of jullie deze mail ook gehad hebben, bijgaand ter informatie. Het is veel herhaling van zetten i.c.m. wensdenken.

Collectief Oost Utrecht Reactie veldcoördinator (1/1)

Aan

: Projectbureau Regio Amersfoort

Van

: Secretaris Eemland300 / R. Beukers

Datum : 29 november 2023 Betre� : Reac�e op het concept Handelingsperspec�ef Buitengebied Regio Amersfoort. Hierbij ontvangt u de reac�e van de vereniging Eemland300 op het concept Handelingsperspec�ef Buitengebied Regio Amersfoort (HPB), versie 10 november 2023. Als Eemland300 hebben wij meegedacht �jdens de informa�e avonden die georganiseerd waren in het proces om het Handelingsperspec�ef vorm te geven. In deze reac�e is de focus vooral gericht op het Eemlandgebied. Wij zien vele posi�eve punten terug in het concept HPB, onze zorg is echter dat er door de vele plannen die op de diverse bestuurlijke niveaus worden ontwikkeld de doelstellingen in dit HPB niet worden gehaald. We denken hierbij aan landelijke, provinciale, regionale en lokale plannen. Daarnaast zijn er de waterschappen en de verschillende organisa�es die aan natuurbehoud werken b.v. Utrechts Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Al deze spelers hebben een eigen agenda en eigen prioriteiten. Als Eemland300 vragen wij aandacht voor de volgende punten: 

Wonen, werken en ruimte: o Wij vragen aandacht om het open en wijde Eemlandschap ook open en wijds te houden. o Beperk het gebruik van de randzones van het Eemlandgebied voor woningbouw en industriegebied. Door de ‘salami’ op�e verdwijnt er iedere keer een stukje Eemland.

Landbouwtransi�e: o S�muleer ini�a�even om Korte Kringloop projecten op te ze�en. Hieronder verstaan wij projecten die lokaal verbouwd voedsel rechtstreeks verkopen aan burgers in het gebied. o Door de Eemlandhoeve in Bunschoten is de verbinding van de gebieden Eemland, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei in gang gezet. In deze verbinding ontstaat een Eemvalley die het gebied groter maakt. Meer boeren die lokaal voedsel en daar meer visie en kennis over kunnen verwerven. In dit ini�a�ef is ook de belangstelling van scholen, bedrijven, natuurorganisa�es, en bewoners meegenomen. Ondersteuning van dit soort ini�a�even vinden wij als Eemland300 van groot belang. o Wij onderschrijven de noodzaak om tot een meer extensief landbouw- en veeteelt beleid te komen. Kruidenrijke veenweiden met duidelijke aandacht voor weidevogel beheer zijn hierin leidend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3880/documents/40845