CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Doornseweg 20_Bijlagen bij de toelichting__139756__.pdf

Raadsvergadering 11 april 2024, gemeente LeusdenBij agendapunt: 6: RV Vaststellen ontwerp bestemmingsplan Doornseweg 2018.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vermoed wordt echter dat binnen de begrenzing van het plangebied geen stuifzand voorkomt (of wellicht is ontgraven ten behoeve van de huidige inrichting van het plangebied).

22813.003 versie 2

6 / 38

Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Vaak nemen deze beekdalen dezelfde positie in als de in de laatste ijstijd gevormde sneeuwsmeltwaterdalen (nu aangeduid als droge dalen). Of dergelijke beekdalen nog watervoerend zijn is afhankelijk van de omvang van het stroomgebied en de opbouw van de ondergrond (doorlatendheid). Vanaf de Late-Middeleeuwen, maar waarschijnlijk pas in de Nieuwe tijd, ontstonden op de flanken en langs de voet van de stuwwalgebieden en op verschillende dekzandruggen door de toepassing van plaggenbemesting her en der dikke en uitgestrekte plaggendekken. DINO Het Dinoloket10 is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.

In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd gelegen binnen een straal van 200 meter van het plangebied.11 Deze boringen geven allen aan dat er sprake is van een relatief dunne laag dekzand (circa 70 tot 100 cm dik) van matig fijn zand. Hieronder is eveneens een vrij dunne laag daluitspoelingswaaier-/sneeuwsmeltwaterafzettingen aanwezig, bestaande uit zwak grindig, matig fijn tot matig grof zand, waarna een overgang plaatsvind naar zeer grindrijke grove zanden en gestuwde afzettingen zullen betreffen. Het geeft aan dat het plangebied op de relatief hogere delen van de stuwwalflank ligt, waar het pakket daluitspoelingswaaier-/sneeuwsmeltwaterafzettingen nog van geringe dikte is. In oostelijke richting, naar de lagere delen van de stuwwalflank en de overgang naar de Gelderse Vallei, zal deze dikker zijn. Geomorfologie en Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 12 De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de Geomorfologische kaart van Nederland ligt het westelijke deel plangebied binnen een daluitspoelingswaaier (11G21, zie kaart 5). Het centrale en oostelijke deel van het plangebied liggen binnen een niet gekarteerd terrein, omdat het gedurende het merendeel van de 20e eeuw militair terrein betrof (niet toegankelijk voor kartering).

Op basis van de geomorfologische eenheden in de direct omgeving van het plangebied is het zeer waarschijnlijk dat het centrale en oostelijke deel van het plangebied een ligging hebben binnen een gebied van gordeldekzandwelvingen (3L52). Vanuit gegevens uit het Dinoloket worden binnen het gehele plangebied dekzandafzettingen verwacht (zei het van geringe dikte) en zal daarmee geheel een ligging hebben binnen een gebied van gordeldekzandwelvingen, welke de daluitspoelingswaaier afdekt.

10 Dinoloket 11

DINO boornummers B32D0090, B32D0998 en B32D1004

12 AHN

22813.003 versie 2

7 / 38

Op de geomorfologische kaart die via Bodemdata.nl te raadplegen is, heeft het gehele plangebied een ligging binnen een daluitspoelingswaaier (zie kaart 6). Het voorkomen van een afdekking met dekzandafzettingen (van geringe dikte) kan nog steeds worden verwacht. Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. De algemene ligging van het plangebied in het overgangsgebied van de ten oosten gelegen Gelderse Vallei naar het ten westen gelegen stuwwallencomplex van de Utrechtse Heuvelrug, is duidelijk te herkennen (zie kaart 7). Stuifduinen zijn aanwezig ten oosten en vooral verder ten zuiden van het plangebied, herkenbaar door het sterke/scherpe reliëf. Binnen de ten westen gelegen Leusderheide, in gebruik als militair oefenterrein, zijn gebruikssporen goed te herkennen (zandwegen waar gereden wordt met zwaar materieel, diverse schietbanen met kogelvangers). Enkele grafheuvels binnen het heidegebied zijn nog wel goed te herkennen. Bodemkunde en grondwatertrap Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gelegen binnen een gebied waar haarpodzolgronden, bestaande uit zwak lemig fijn zand (Hd21) en met grondwatertrap VII"/VIII (zie kaart 8).

Deze gronden komen veel voor aan de oostzijde van de Utrechtse Heuvelrug in reliëfrijke, leemarme dekzandgebieden. Ook komen ze voor in stuifzandgebieden waarin een B-horizont is ontwikkeld. De humushoudende bovengrond is vaak minder dan 5 cm dik. Hieronder bevindt zich een duidelijke E-horizont van circa 15 cm dikte met hieronder een sterk humeuze, zwarte, 10 à 15 cm dikke Bh-horizont. Hieronder is meestal een zeer dun ijzerbandje aanwezig, met hieronder een ondiepe, vlekkerige, bruine B-horizont. In de C-horizont zijn zwarte onregelmatig golvende bandjes aanwezig, zogenaamde fibers.13 Aangezien het plangebied vanaf begin 19e eeuw tot rond begin jaren ’30 van de 20e eeuw in een heidegebied lag (zie paragraaf 2.7), wordt een plaggendek niet verwachting/wordt niet verwacht dat er plaggenbemesting heeft plaatsgevonden. Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven.

Tabel 2-2 geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen.

13 Stichting voor Bodemkartering, 1997

22813.003 versie 2

8 / 38

Tabel 2-2 Grondwatertrappenindeling14 Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden ") Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII"/VIII. Deze grondwatertrap maakt het plangebied een gunstige vestigingslocatie voor landbouwsamenlevingen. Wellicht dat het gebied door de naar verwachting vrij diepe grondwaterstanden te droog werd bevonden (alleen door (heel) diep te graven was water beschikbaar). De conserverende omstandigheden van metalen en organische resten zijn door de naar verwachting vrij diepe grondwaterstanden slecht te noemen.

2.6 Archeologische waarden AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen Om inzicht te krijgen in bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied, is Archis3, geraadpleegd, de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).15 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 9 zijn de archeologische waarden in de omgeving van het plangebied weer gegeven. Voor het onderzoek wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 1.000 meter rondom het plangebied. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied maakt geen deel uit van een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich drie AMKterreinen van zeer hoge archeologische waarde en met een beschermde status.

Het betreffen grafheuvels uit de perioden Bronstijd en/of het Neolithicum en binnen de Leusderheide liggen, ten westen van de Doornseweg/provinciale weg N227 (zie tabel 2-3 en kaart 10).

14

Locher & De Bakker, 1990

15 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.

22813.003 versie 2

9 / 38

Tabel 2-3 Overzicht AMK-terreinen AMK nr.

Situering t.o.v. plangebied

Datering

Waarde en omschrijving

1585

650 meter ten zuidwesten van het plangebied Leusderheide; Koude Kelder; Doornseweg te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153023/458125

Neolithicum laat - IJzertijd

Complex: Grafheuvel Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Betreft een heideveld waarin zich vijf zones bevinden met daarin in totaal 11 grafheuvels uit de Bronstijd en/of het Neolithicum. De heuvel in deze zone is gelegen in zand op een daluitspoelingswaaier. Deze grafheuvel heeft een diameter van circa 20 meter en een hoogte van circa 1,25 meter. Mogelijk bevindt zich direct in de buurt van de grafheuvel nog een vuursteenatelier. Op het terrein zijn opgravingen verricht in 1871 (Pleyte, RMO); 1878 (Kamp); 1878-1879 (van Rootselaar en Peyte, RMO); 1880 (van Rootselaar) en 1897 (Heldring). Door Kamp zouden vijftien grafheuvels zijn opgegraven. Bij latere opgravingen werden vondsten gedaan van urnen met crematieresten. Bij een van de heuvels is een secundaire begraving aangetroffen. In 1963 meldt Buisman (ROB) na een visuele inspectie dat er "van de meer dan20 prehistorische tumuli" er nog ongeveer tien over zijn gebleven. Binnen de 10-meter zone van deze heuvel is over een klein oppervlak de vegetatielaag door dierlijke ingravingen aangetast. In de omgeving van de heuvels zijn vindplaatsen bekend van vuursteenartefacten uit het Neolithicum en/of de Bronstijd (waarneming 726, 727 en 27431). Mogelijk bevinden zich in de nabijheid ook resten van een vuursteenatelier uit het Mesolithicum: nadere gegevens hierover ontbreken.

1588

650 meter ten noordwesten van het plangebied Leusderheide; Kol. Van Rooijenweg te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152885/459131

Neolithicum laat - IJzertijd

Complex: Grafheuvel Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Het betreft een terrein waarin zich vijf zones bevinden met daarin in totaal 11 grafheuvels uit de Bronstijd en/of het Neolithicum. De heuvels in deze zone zijn gelegen in zand op een daluitspoelingswaaier. 1: 152.870/459.140. Diameter ca. 7, hoogte ca. 0,5 meter. 2: 152.880/459.110. Diameter ca. 23, hoogte 1 meter. Op het terrein zijn opgravingen verricht in 1871 (Pleyte, RMO); 1878 (Kamp); 18781879 (van Rootselaar en Peyte, RMO); 1880 (van Rootselaar) en 1897 (Heldring). Door Kamp zouden vijftien grafheuvels zijn opgegraven. Bij latere opgravingen werden vondsten gedaan van urnen met crematieresten. Bij een van de heuvels is een secundaire begraving aangetroffen. In 1963 meldt Buisman (ROB) na een visuele inspectie dat er "van de meer dan 20 prehistorische tumuli" er nog ongeveer 10 over zijn gebleven. In de omgeving van de heuvels zijn vindplaatsen bekend van vuursteenartefacten uit het Neolithicum en/of de Bronstijd (waarneming 726, 727 en 27431). Mogelijk bevinden zich in de nabijheid ook resten van een vuursteenatelier uit het Mesolithicum: nadere gegevens hierover ontbreken.

22813.003 versie 2

10 / 38

853

700 meter ten westen van het plangebied Leusderheide; Waterloo te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152685/458812

Neolithicum laat - IJzertijd

Complex: Grafheuvel Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Het betreft een terrein waarin zich vijf zones bevinden met daarin in totaal 11 grafheuvels uit de Bronstijd en/of het Neolithicum. De heuvels in deze zone zijn gelegen in zand op een hoge stuwwal. 1: 152.680/458.730. Diameter ca. 16, hoogte ca. 0,75 meter. 2: 152.690/458.810. Diameter ca. 15, hoogte ca. 0,75 meter. 3: 152.700/458.850. Diameter ca. 17,5, hoogte ca. 1 meter. Op het terrein zijn opgravingen verricht in 1871 (Pleyte, RMO); 1878 (Kamp); 1878-1879 (van Rootselaar en Peyte, RMO); 1880 (van Rootselaar) en 1897 (Heldring). Door Kamp zouden vijftien grafheuvels zijn opgegraven. Bij latere opgravingen werden vondsten gedaan van urnen met crematieresten. Bij een van de heuvels is een secundaire begraving aangetroffen. In 1963 meldt Buisman (ROB) na een visuele inspectie dat er "van de meer dan 20 prehistorische tumuli" er nog ongeveer 10 over zijn gebleven. In de omgeving van de heuvels zijn vindplaatsen bekend van vuursteenartefacten uit het Neolithicum en/of de Bronstijd (waarneming 726,727 en 27431). Mogelijk bevinden zich ook resten van een vuursteenatelier uit het Mesolithicum nabij: nadere gegevens hierover ontbreken.

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende bedrijven en instellingen in totaal drie archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om twee bureau- en booronderzoeken (prospectief onderzoek) en specifiek een waarderend booronderzoek (zie tabel 2-4 en kaart 9). Uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied zijn daarmee vrij beperkt. Verkennende boringen uitgevoerd voor een terrein 300 meter ten zuiden van het plangebied hebben geresulteerd in het aantreffen van een intacte bodemopbouw voor een groot deel van het onderzochte terrein. Een aanvullend karterend booronderzoek is geadviseerd, maar heeft tot op heden (nog) niet plaatsgevonden. Verder ten zuiden van het plangebied is voorafgaand aan de realisatie van een Ecoduct een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd, maar heeft geen archeologische indicatoren opgeleverd. Een waarderend booronderzoek is uitgevoerd gemiddeld 850 meter ten oosten van het plangebied en binnen de begrenzing van landgoed Den Treek.

Dit onderzoek was gericht op het in kaart brengen van de aard van vermoedelijke grafheuvels. Het omvangrijke landgoed grenst verder direct aan het plangebied (zuidzijde).

22813.003 versie 2

11 / 38

Tabel 2-4 Overzicht onderzoeksmeldingen Zaakindentificatie (OMnummer)

Situering t.o.v. plangebied

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

4608628100

300 meter ten zuiden van het plangebied Doornseweg 29B te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153478/458352

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Hamaland Advies vof Datum: 2018-05-31 Resultaat: Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een middelhoge verwachting heeft op archeologische resten uit de periode vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. De vondsten in de directe omgeving van het plangebied zijn grafheuvels uit het Neolithicum. De grond- en bouwwerkzaamheden rond 1952, voor de bouw van het vakantieoord Vafamil, hebben waarschijnlijk voor een bodemverstoring gezorgd op bebouwde plekken en waar wegen zijn aangelegd. Onbekend is echter tot hoe diep de bodem daadwerkelijk is verstoord. Zonder kelders is de verstoring doorgaans minder dan 80 cm -mv (i.v.m. vorstvrij bouwen). Het uitgevoerde verkennend booronderzoek toont aan dat binnen het plangebied in een twaalftal boringen een intacte bodemopbouw aangetroffen is. Het gaat hierbij om bodems die in het verleden ontstaan zijn door herhaaldelijke ophoging met plaggenmest en waarin bodemvorming heeft plaatsgevonden (Ap>A1>B>C). In de overige boringen is een tot in de top van de C-horizont verstoorde bodem aangetroffen die subrecent vergraven en opgehoogd is als gevolg van de inrichting van het campingterrein.

Geadviseerd is om ter plaatse van de 12 boringen met een intact podzolprofiel een karterend booronderzoek uit te voeren, waarbij per intacte boring 2 karterende boringen worden gezet met een megaboor (ø15 cm).

4663327100

850 meter ten oosten van het plangebied Landgoed Den Treek-Henschoten te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 154216/458742

Type onderzoek: waarderend booronderzoek Uitvoerder: Archeologisch Onderzoek Leiden BV Datum: 2019-02-05 Resultaat: inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op het landgoed Den Treek, om de aard van vermoedelijke grafheuvels in kaart te brengen. De mogelijke grafheuvels zijn waargenomen op de AHN2 of gemeld in Archis zonder dat bevestigd is of het hier daadwerkelijk een grafheuvel betreft. Voor het onderzoek waren 24 heuvels geselecteerd waarbij er nog drie bij zijn gekomen bij de voorbereiding van het onderzoek. De vraag die centraal staat bij het onderzoek is of de heuvels oude, antropogene ophogingen zijn of een andere aard hebben. Om de heuvels in kaart te brengen en de vragen te kunnen beantwoorden zijn over elke heuvel gemiddeld 3 boringen gezet met een combinatie van een edelmanboor en een guts (respectievelijk 7 en 3 cm diameter). Eén van deze boringen is gezet in de top van de heuvel, één in de flank en één buiten de heuvel. De opbouw van de heuvellichamen is gedocumenteerd om de waarnemingen vast te leggen. In totaal zijn 16 van de 27 heuvels geïnterpreteerd als oude antropogene ophoging. Van drie heuvels was de aard niet met zekerheid vast te stellen. De overige acht waren geen grafheuvels, maar heuvellichamen van een andere oorsprong.

Binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug (deelgebied Maarnsche Berg) waren de oude antropogene heuvels over het algemeen opgeworpen uit fijnzandig materiaal waarin soms plaggen herkenbaar waren. Deze heuvels lagen voor het merendeel bij elkaar als cluster en maken vermoedelijk deel uit van één complex. De heuvels binnen de gemeente Leusden

22813.003 versie 2

12 / 38

liggen als twee clusters van twee heuvels bij elkaar. De heuvels zijn hoger en omvangrijker dan die op de Maarnsche Berg en het vermoeden bestaat dat het mogelijk meerfasige grafheuvels zijn. Geadviseerd is om stappen te nemen ten aanzien van het beschermen van de heuvellichamen die als oude antropogene ophoging zijn geïnterpreteerd. 2149410100 (21629)

22813.003 versie 2

1.000 meter ten zuiden van het plangebied Ecoduct N227 te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153258/457544

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 2007-03-19 Resultaat: Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn 24 boringen (boringen 1 t/m 24) verricht in een grid van 40 x 50 m. Boring 25 is gezet ter hoogte van een in het plangebied aanwezige terreinverheffing. In tweede instantie is verkennend geboord ter plaatse waar een tijdelijke weg aangelegd zal worden (boringen 50, 51 t/m 54). In overleg met drs. A. Borsboom van de provincie Utrecht is besloten het karterend booronderzoek in eerste instantie alleen uit te voeren ter plaatse van de dekzandrug die op het AHN zichtbaar is en tijdens het verkennend booronderzoek in het oostelijke deel van het plangebied was aangetroffen. In tweede instantie zijn ook de locaties waar de poelen aangelegd zullen worden, onderzocht door middel van een karterend booronderzoek. Tijdens het karterend booronderzoek is in een grid van 20 x 25 m geboord ter plaatse van de terreinverheffing (boringen 26 t/m 44) en de locatie van de voorgenomen poelen (boringen 45 t/m 49 en 55 t/m 60). Er zijn monsters genomen van archeologisch relevante niveaus. De monsters zijn droog gezeefd met een zeef met een maaswijdte van 0,4 cm. Uit het verkennend booronderzoek bleek dat het oorspronkelijke bodemprofiel in vrijwel het hele plangebied is afgedekt met een laag stuifzand waarvan de dikte varieert van 5 tot 140 cm.

Hieronder zijn dekzand en fluvioperiglaciale afzettingen aangetroffen waarin zich een podzol gevormd heeft. De bodemopbouw bleek goeddeels intact te zijn. Tijdens de visuele inspectie zijn geen hoogteverschillen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van grafheuvels of Celtic Fields in het plangebied. Wel is een terreinverheffing in het oosten van het plangebied waargenomen. Bovendien bleek recentelijk een deel van het plangebied te zijn afgeplagd ten behoeve van heideontwikkeling. Tijdens het karterend booronderzoek is de terreinverheffing onderzocht omdat verwacht werd dat dit mogelijk een dekzandrug was waarvoor een hoge archeologische verwachting zou gelden. Bovendien is gekarteerd op de locatie van de voorgenomen poelen omdat de aanleg hiervan mogelijk aanwezige archeologische waarden zou kunnen bedreigen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek (het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten en van aanwijzingen dat de voorgenomen werkzaamheden archeologische waarden zullen verstoren) is ten aanzien van het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen.

13 / 38

Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. In het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan zestien vondstmeldingen geregistreerd (zie tabel 2-5 en kaart 9). Het merendeel van de vondstmeldingen betreffen meldingen van grafheuvels, welke in ieder geval in de jaren ’70 van de 20e eeuw middels een veldcontrole zijn geïnspecteerd. Hieruit kan worden afgeleid dat het plangebied ligt in een gebied ligt met diverse grafheuvels uit de Brons- en IJzertijd, waarbij in de omgeving eventueel bijbehorende bewoningssporen kunnen worden verwacht. Verder betreffen enkele meldingen toevalsvondsten/oppervlaktevondsten. Tabel 2-5 Overzicht ARCHIS-vondsten Zaaknummer (waarnemingsnummer) 3066688100

3049045100

3250621100

4706865100

2873640100

22813.003 versie 2

Situering t.o.v. plangebied

Aard van de melding

3 meter ten noorden van het plangebied Leusderheide; Waterloo te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153370/458670

Neolithicum - IJzertijd: - ophoging

500 meter ten westen van het plangebied Leusderheide te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152850/458690

Paleolithicum: - fragment van een vuursteen spits

500 meter ten westen van het plangebied Leusderheide te Amersfoort Gemeente Leusden Coördinaat: 152892/458698

Paleolithicum: - fragment van een vuursteen spits

550 meter ten zuiden van het plangebied Doornseweg te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153173/458120

IJzertijd: - handgevormd aardewerk

600 meter ten zuidwesten van het plangebied Leusderheide te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153040/458130

Neolithicum - IJzertijd: - ophoging

Deze grafheuvel lag bij Waterloo, aldus een korte passage in het rapport van mej. Hamburger. Volgens deze bron is de tumulus '...onderzocht, nu verdwenen'. De in Archis gegeven datering voor het huidige object is gebaseerd op het algemene beeld, waarbij een datering van de grafheuvel na de IJzertijd niet geheel is uitgesloten.

Deze zeldzame spits (waarvan er maar drie in Nederland bekend zijn) is bij toeval gevonden door dhr. J. Hulst in 1993. Waarschijnlijk betreft het een losse vondst.

Vondstmelding door J. Hulst; op de Leusderheide (oppervlaktevondst).

Vondsten door particulier gedaan, bij greppel langs Doornseweg, ten noorden van Treekerpunt. Vondsten gedaan na rooien van bos. Coördinaten bij benadering.

Deze heuvel, waarvan niet geheel duidelijk is of het een tumulus is, heefteen diameter van ca. 20 m en een hoogte van ongeveer 1,25 m. Het object is licht beschadigd. De in Archis gegeven datering is overeenkomstig het algemene beeld. Het is niet geheel uit te sluiten dat het object (ook) in latere tijd gebruikt.

14 / 38

2948614100

2948622100

2948630100

3146520100

22813.003 versie 2

650 meter ten noordwesten van het plangebied Leusderheide; Kol. Van Rooijenweg te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152880/459110

Neolithicum - IJzertijd: - houtskool - ophoging

700 meter ten noordwesten van het plangebied Leusderheide; Kol. Van Rooijenweg te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152870/459140

Neolithicum - IJzertijd: - ophoging

700 meter ten westen van het plangebied Leusderheide; Waterloo te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152690/458810

Neolithicum - IJzertijd: - ophoging

700 meter ten westen van het plangebied Leusderheide; Waterloo te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152700/458850

Neolithicum - IJzertijd: - ophoging

Bron: Grafheuvel-fiche, ingevuld n.a.v. veldcontrole door W.J. van Tent d.d.11-1-1974. De westelijke helft van de heuvel is grotendeels verdwenen doorafgraving en de aanleg van een weggetje. Onder Opm. staat op het fiche het volgende: 'Vrij duidelijke grafheuvel. Gaatje gegraven in kwadrant IV: heuvelopbouw bestaat uit bruin zand met wat grind (dus geen stuifheuvel !) en een enkel vlekje houtskool'. De diameter is ca. 23 m, de hoogte ruim 1 m.

Bron: Grafheuvel-fiche, ingevuld n.a.v. veldcontrole door W.J. van Tent d.d.11-1-1974. De diameter van de heuvel is ca. 7 m, de hoogte ca. 0,5 m. De staat was gaaf? (althans geen zichtbare ingravingen). Opm.: Klein, laagheuveltje, dichtbij heuvel 1.

Bron: Grafheuvel-fiche, ingevuld n.a.v. veldcontrole door W.J. van Tent d.d. 11-1-1974. De diameter van de heuvel is ca. 15 m, de hoogte ca. 0.75 m. De grafheuvel is in het CMA geregistreerd als 32D-009/2. Op het fiche staat nog het volgende: 'Mogelijk een van de heuvels, die eind 19e eeuw door de oprichters van het Museum Flehite zijn "onderzocht". Datering: Bronstijd? IJzertijd? Vondsten: Aardewerk ? bron: Jaarverslag en Inv. Flehite. depot: Mus. Flehite ? Staat: beschadigd. Ook veel konijnenpijpen. Het hele oppervlak maakt een oneffen indruk. Opm.: Mooie, ronde heuvel, begroeid met hei, waardoor hij sterk afsteekt bij de met buntgras begroeide omgeving'.

Bron: Grafheuvel-fiche, ingevuld n.a.v. veldcontrole door W.J. van Tent d.d.11-1-1974. De diameter van de heuvel is ca. 17,5 m, de hoogte ca. 1 m. De op het fiche gegeven coördinaten 152.71/458.84 wijken iets af van de hier gehanteerde, aan 32D-009/3 ontleende coördinaten, onder welke code deze grafheuvel in het CMA is geregistreerd. De heuvel is vooral aan de zuidzijde beschadigd. Op het fiche staat verder nog vermeld: 'Mogelijk een van de heuvels, die eind 19e eeuw door de oprichters van het Museum Flehite zijn "onderzocht". Datering: Bronstijd ? IJzertijd ? Vondsten: Aardewerk ? bron: Jaarverslag en Inv. Flehite. Depot: Mus. Flehite ? Staat: beschadigd. Ook veel konijnenpijpen. Opm.: Grote, ronde heuvel, geheel begroeid met hei, waardoor hij sterk afsteekt bij de met buntgras begroeide omgeving'.

15 / 38

3146529100

700 meter ten westen van het plangebied Leusderheide; Waterloo te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152680/458730

Neolithicum - IJzertijd: - ophoging

2689017100

950 meter ten noordwesten van het plangebied Leusderheide te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152650/459300

Late-Middeleeuwen: - fragmenten van ijzeren slakken

2948639100

950 meter ten westen van het plangebied Leusderheide ; Hollegat te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152420/458770

Neolithicum - IJzertijd: - ophoging

950 meter ten zuiden van het plangebied te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153120/457757

Bronstijd: - ophoging

950 meter ten noordwesten van het plangebied Kolonel H.L. Van Royenweg te Oud-Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153010/459560

Middeleeuwen - Nieuwe tijd: - ophoging

3047733100

3205529100

22813.003 versie 2

Bron: Grafheuvel-fiche, ingevuld n.a.v. veldcontrole door W.J. van Tent d.d.11-1-1974. De diameter van de heuvel is ca. 16 m, de hoogte ca. 0,75 m. De op het fiche gegeven coördinaten 152.69/458.72 wijken iets af van de hier gehanteerde, aan 32D-009/1 ontleende, coördinaten. Onder genoemde code is deze grafheuvel in het CMA geregistreerd. De heuvel is aan de westzijde gedeeltelijk vergraven, in het zuidwestelijk kwadrant bevindt zich een grote ingraving. Op het fiche staat verder nog vermeld: 'Mogelijk een van de heuvels, die eind 19e eeuw door de oprichters van het Museum Flehite zijn "onderzocht". Datering: Bronstijd ? IJzertijd ? Vondsten: Aardewerk ? bron: Jaarverslag en Inv. Flehite. depot: Mus. Flehite? Staat: beschadigd. Ook veel konijnenpijpen. Het hele oppervlak maakt een oneffen indruk. Opm.: Ronde heuvel, begroeid met hei'.

Bron: Grafheuvel-fiche, ingevuld n.a.v. veldcontrole door W.J. van Tent d.d.12-1-1974. De diameter van de heuvel is ca. 16 m, de hoogte ca. 0,5 m. De op het fiche gegeven coördinaten 152.42/458.76 wijken iets af van de hier gehanteerde, aan 32D-008/4 ontleende, coördinaten. Onder genoemde code is de grafheuvel in het CMA geregistreerd. In zowel het noordwest- als het zuidoost-kwadrant was een ingraving aanwezig. Op het fiche staat verder nog het volgende: 'Staat: beschadigd. Het hele oppervlak lijkt tamelijk oneffen. Opm.: Vrij lage heuvel. Aan de oostzijde (hellingafwaarts) wel goed als heuvel te herkennen; aan de westzijde gaat hij echter geleidelijk in de helling over'.

Op deze locatie (+/- 20 m) is een heuvel aangetroffen die op basis van de morfologie als grafheuvel beschouwd kan worden.

Voormalig monument. Ondanks onderzoek met een boring is niet zeker of het een grafheuvel is. 1988: boring, ROB, P.v. Tent. 1999: G. Mauro en S. Jager: heuvel is onregelmatig van vorm enigszins langwerpig. In het midden reeds een putje gegraven. Profiel met schep afgestoken. Blijkt geen stuifzand te zijn. In het profiel onregelmatige laagjes grijs zand in geel zandlichaam herkenbaar, geen bodemprofiel. Conclusie: geen grafheuvel maar een recent opgeworpen zandlichaam. Omdat deze heuvel geen grafheuvel is, is deze op 9-5-2006 afgevoerd van de AMK.

16 / 38

2689025100

4663327100

1000 meter ten noordwesten van het plangebied Leusderheide te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 152680/459370

Neolithicum - IJzertijd: - ophoging

1000 meter ten noorden van het plangebied Grafheuvelonderzoek Leusden/Doorn te Leusden Gemeente Leusden Coördinaat: 153755/459635

Neolithicum - IJzertijd: - 3 ophogingen

Deze grafheuvel is mogelijk verdwenen.

Aangetroffen tijdens de uitvoering van een waarderend booronderzoek (zie zaakindentificatie (OM-nummer) 4663327100)

Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen wetenschappelijke publicaties geraadpleegd, heeft geen archiefonderzoek plaatsgevonden en heeft geen navraag voor eventuele aanvullende informatie bij het provinciaal archeologisch depot plaatsgevonden, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. Aanvullende informatie Gemeentelijke archeoloog Leusden Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de gemeentelijke archeoloog van Leusden (contactpersoon mevrouw D. Vader). Er is meegedeeld dat er geen aanvullende lokale informatie is voor wat betreft het cultureel erfgoed gedeelte op het betreffende perceel. Landschap Erfgoed Utrecht Voor aanvullende informatie is contact gezocht met Landschap Erfgoed Utrecht (contactpersoon de heer W. Hinrichs). Hieronder is een kaart afgebeeld met de tijdens het 'Scars of War' project getraceerde structuren in de omgeving van het plangebied. Meest nabij liggen enkele bomkraters en mogelijke munitiedepots. Het laatste komt overeen met waar in de Tweede Wereldoorlog stellingen hebben gelegen, vermoedelijk luchtafweer/flakstellingen (zie § 2.7).

22813.003 versie 2

17 / 38

Verder wordt gemeld dat er in de PAN-database (Portable Antiquities Netherlands database) geen vondstmeldingen zijn gevonden die gedaan zijn binnen het plangebied of de daaraan direct grenzende omgeving. De meest nabij gelegen vondstmeldingen zijn ruim 1,5 kilometer richting het zuiden gedaan en betreffen twee stukjes vuursteen (PAN-nummers PAN-00108886, PAN-00108885). Daarnaast wordt verwezen naar de cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht.16 Binnen de begrenzing van het plangebied zijn geen cultuurhistorische dan wel archeologische fenomenen bekend. In het ten westen gelegen heidegebied en ten noorden en oosten gelegen bosgebied zijn sprake van nog aanwezige karresporen. Historische Kring Leusden Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de Historische Kring Leusden. Er is gemeld dat naast ARCHIS en reeds beschreven historie (zie § 2.7) er geen aanvullende vondsten of bijzonderheden bekend zijn gelegen in of in de directe omgeving van het plangebied anders dan al vermeld in ARCHISIII of al via literatuur is opgezocht.

16

Provinciaal thema Archeologie (arcgis.com)

22813.003 versie 2

18 / 38

Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 14 Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de Archeologische plaatselijke Werkgemeenschap Nederland, afdeling 14 Vallei en Eemland. Er zijn geen aanvullende vondsten of bijzonderheden bekend gelegen in of in de directe omgeving van het plangebied anders dan reeds beschreven in onderhavige rapportage.

2.7 Beschrijving van het historische gebruik In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegenen kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis en historisch gebruik van de Utrechtse Heuvelrug en omgeving plangebied 17 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 2. Het stuwwallenlandschap van de Utrechtse heuvelrug bezit een grote diversiteit aan cultuurhistorische kwaliteiten. Deze diversiteit, tegenwoordig grotendeels aan het oog onttrokken door dichte bebossing, is in drie thema’s onder te brengen: Archeologische waarden liggen vooral op de flanken van de Heuvelrug. De oudste archeologische vondsten dateren uit het Paleolithicum en zijn afkomstig van Neanderthalers.

De vondsten bestaan uitsluitend uit vuurstenen artefacten. Vanaf het Neolithicum vestigden zich in het gebied de eerste boeren. Er ontstonden verspreid over bewoonbare gronden kleine agrarische nederzettingen. In de eerste instantie vond landbouw plaats op de hogere gronden (dekzandruggen en stuwalflanken). De variatie in reliëf, bodemvruchtbaarheid en de aanwezigheid van water waren belangrijke factoren voor de locatiekeuze in deze periode. De akkers werden met een eergetouw bewerkt. Er was in deze tijd nog geen/weinig sprake van bemesting. Hierdoor raakten de gronden snel uitgeput en werden nieuwe stukken bos ontgonnen. De nederzettingen schoven op deze manier mee in het landschap. In de Bronstijd groeide de bevolking, waardoor grootschalige ontbossing plaatsvond. Vanaf het Laat Neolithicum begon men met het begraven van overledenen in grafheuvels. Grafheuvels uit deze periode worden vooral aangetroffen op de stuwwal en de stuwwalflanken. Het gebruik van deze grafheuvels zet zich voort tot in de Bronstijd. In de Vroege IJzertijd werden crematies nog wel bijgezet in oudere grafheuvels. Diverse grafheuvelconcentraties bevinden zich op de Leusderheide nabij het plangebied. Op de grafheuvels na, in van het Laat-Neolithicum en Bronstijd in dit gebied weinig bekend. Wel is bekend dat aan het einde van de Midden-Bronstijd veel bewoners uit het gebied wegtrokken.

Dit komt waarschijnlijk doordat de akkerarealen uitgeput raakten.

17 Blijdenstijn, 2017 / Beumer, 2017 / Beumer, 2015 / de Boer et al., 2009

22813.003 versie 2

19 / 38

Tijdens de IJzertijd neemt het aantal nederzettingen en akkerarealen enorm toe. De landbouw werd in deze periode geïntensiveerd en geconcentreerd in complexen van kleine, omwalde akkertjes (zogenaamde Celtic Fields). Resten uit de Romeinse tijd worden in dit gebied gekenmerkt door losse vondsten van Romeins aardewerk en munten. Echter zijn bij Leusden sporen van een Romeinse nederzettingen gevonden, inclusief een omgracht gebouwtje. Dit is mogelijk een wachtpost geweest. Verder zijn weinig nederzettingen uit de Romeinse tijd aangetroffen in het gebied. In de Middeleeuwen verandert het bewoningspatroon. Bewoning concentreert zich in dorpen en bewoningsclusters en zeer waarschijnlijk niet meer binnen het plangebied. Rondom deze dorpen ligt het landbouwareaal dat zorgt voor de voedselvoorziening van de inwoners en daarnaast wordt er ook geproduceerd om te verhandelen. In deze periode is een hoge ligging van het gebied niet meer bepalend voor het bewoningspatroon. In de 8e eeuw verschijnt Leusden onder de benaming ‘Lisiduna’ in de schriftelijke bronnen. De oudst bekende vermelding dateert uit 777 en Lisiduna vormde het centrum van een groot koninklijk domein dat in dat jaar door Karel de Grote aan de bisschoppelijke Sint Maartenskerk in Utrecht werd geschonken.

De vroegmiddeleeuwse nederzetting van Lisiduna was gesitueerd op de Utrechtse Heuvelrug, ter hoogte van het tegenwoordige Oud-Leusden langs de A28 en circa 2 kilometer ten noordnoordoosten van het plangebied. Uit archeologische opgravingen is gebleken dat deze locatie na eerdere bewoningsfasen in de IJzertijd en Romeinse tijd in de tweede helft van de 6e eeuw opnieuw bewoond is geraakt. De nederzetting groeide in de loop van de Middeleeuwen uit tot een regionaal centrum en bereikte haar hoogtepunt in de 11 e en 12e eeuw. Tijdens de archeologische opgravingen werden de resten van een aantal grote boerderijen uit de 12e eeuw aangetroffen. Naast landbouw vormde ook de productie van ijzer een deel van de economische basis van het dorp. Vanaf de 12e eeuw nam de betekenis van de oude nederzetting van Leusden af. De ijzerproductie liep terug en samenhangend met de ontginning van broekgebieden in de Gelderse Vallei verschoof het regionale accent van de agrarische activiteiten in oostelijke richting. Het omliggende landschap werd verder gekenmerkt door kleine cultuureilanden te midden van bossen, moerassen en heidevelden. De oorzaak hiervan was dat slechts een klein deel van het land geschikt te maken was voor akkerbouw. Het meeste land was te droog of te nat, en de zandbodems waren zo arm aan mineralen dat deze alleen door bemesting productief waren te maken.

Het middeleeuwse landbouwsysteem was aangepast aan deze situatie. Er overheerste een gemengde bedrijfsvoering, waarbij grote delen van het gebied extensief werden benut om de vruchtbaarheid van de akkers - in deze omgeving ‘engen’ (aaneengesloten akkercomplexen, bewerkt door verschillende boeren) en ‘kampen’ (individuele ontginningen) genoemd - op peil te houden. Vee, dat zich voedde in bossen, heidevelden en graslanden, leverde naast producten als wol en vlees ook mest. Deze mest werd vermengd met bosstrooisel of plaggen afkomstig uit de heidevelden of slechte graslanden op de akkers gebracht. Het plangebied wordt op de ontginningsgeschiedeniskaart van de gemeenten Amersfoort en Leusden gerekend tot de ontginningen van Leusderberg (zie kaart 10). Deze kampontginningen zijn vanaf de Vroege-middeleeuwen ontstaan in het stuwwallandschap van zuidwest-Leusden. De voorloper van de Doornseweg/de huidige N227 is aangeduid als een historische weg en werd in de Nieuwe tijd aangeduid als de Wijkerweg.

22813.003 versie 2

20 / 38

In de loop der tijd werd het gebruik van de akkers intensiever, en daarmee ook de behoefte aan bemesting. In de Vroege-Middeleeuwen waren de akkers klein en bestond een groot deel van de omgeving uit bos, waarin het vee zijn voedsel zocht. Naarmate de tijd vorderde werden de natte bossen in de Gelderse Vallei gekapt en omgezet in graslanden. De bossen op de Utrechtse Heuvelrug maakten plaats voor heidevelden. Waarschijnlijk raakte in de Late-Middeleeuwen systematische plaggenbemesting in zwang. Hierdoor ontstonden op den duur plaggenbodems, die vruchtbaarder waren en het vocht beter vasthielden dan de oorspronkelijke zandgronden. Naast intensiever gebruik van bestaande akkers maakte de plaggenbemesting ook de uitbreiding van het akkerareaal mogelijk. In de Late-Middeleeuwen werden op de stuifzanden konijnen uitgezet. Ook op de Leusderheide heeft een dergelijke ‘konijnenwarande’ bestaan, in bezit van de bisschop van Utrecht. De aanwezigheid van stuifzandgebieden wijst erop dat deze soms te intensief werden gebruikt en na begrazing, afbranden of bijvoorbeeld plaggensteken niet de tijd kregen om te herstellen. Hierdoor raakten de relatief arme zandgronden snel uitgeput en verdween de vegetatie.

Waren er in de Late Prehistorie al lokale zandverstuivingen, door het intensieve gebruik ontstonden vanaf de 10e eeuw omvangrijke zandverstuivingen op de heidevelden en akkers, waarvan de meeste een menselijke oorzaak hadden. Meerdere buitens en landgoederen ontstonden tijdens de periode van de Gouden Eeuw (1600-1800), een periode van politieke stabiliteit en koloniale handel. Met het vergaarde kapitaal konden omvangrijke arealen grond omgevormd worden tot landgoederen en buitenplaatsen. Op grond van het historisch gebruik van het plangebied weergegeven op beschikbaar historisch kaartmateriaal (wordt hieronder behandeld) is er geen aanleiding dat het plangebied zelf beïnvloed is tijdens het ontstaan van deze buitens en landgoederen. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel 2-6 Geraadpleegd historisch kaartmateriaal18 Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Kadastrale kaart (Minuutplan)

1825

Gemeente Leusden, Sectie B, Blad 01

1:2.500

Het plangebied bestaat uit heide/zandgrond. Het plangebied wordt doorsneden door twee zandwegen die elkaar kruisen.

De omgeving van het plangebied bestaat uit heide/zandgrond. Het gebied wordt doorsneden door enkele zandwegen.

Militaire topografische kaart (Bonneblad)

1872

428

1:50.000

Geen noemenswaardige veranderingen.

Direct ten westen van het plangebied bevindt zich een verharde weg (voorloper van de Doornseweg).

18 www.topotijdreis.nl / www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl

22813.003 versie 2

21 / 38

Militaire topografische kaart (Bonneblad)

1909

428

1:50:000

In het westelijk deel van het plangebied bevindt zich (een deel van) een (mogelijk militaire) renbaan.

De zandwegen zijn verdwenen. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een bos. Ten westen van het plangebied, aan de andere kant van de voorloper van de Doornseweg, bevindt zich een militair oefenterrein (Leusderheide). De directe omgeving rondom het plangebied bestaat uit de (mogelijk militaire) renbaan. Verder ten oosten/zuidoosten van het plangebied bevindt zich landgoed Den Treek-Henschoten

Militaire topografische kaart (Bonneblad)

1932

536

1:50:000

De renbaan is verdwenen. Het plangebied is volledig in gebruik als akkerland.

De renbaan is verdwenen. Ten oosten van het plangebied is een klein natuurgebied/park zichtbaar.

Topografische kaart

1952

32 D

1:25.000

In gebruik als woonperceel, westelijke deel bebouwd met bestaande woning met garage/schuur. In het uiterst oostelijke deel plangebied waarschijnlijk ook een schuur aanwezig.

Het bebouwde terrein direct ten zuiden betreft kamp Waterloo (ook wel bekend als kamp Lisduna) en is bebouwd met diverse barakken en andere gebouwen. Verder andere woonerven aanwezig langs de Doornseweg (wellicht bewoond door militairen hoog in rang).

Topografische kaart

1989

32 D

1:25.000

Huidige situatie.

Weinig noemenswaardige veranderingen. Kamp Waterloo nog aanwezig aangrenzend ten zuiden van het plangebied.

Het beschikbare historische kaartmateriaal uit het begin van de 19 e eeuw laat zien dat het plangebied destijds bestond uit heide/zandgrond en werd doorsneden door twee zandwegen. Rondom het plangebied was eveneens sprake van een uitgestrekt gebied van heide/zandgronden (zie kaart 11). Aan het eind van de 19e eeuw is de voorloper van de Doornseweg aanwezig als verharde weg (zie kaart 12). De voorloper stond bekend als de

Wijkerweg. Tot het begin van de 20e eeuw is er weinig veranderd in en rondom het plangebied. Daarna lijkt het plangebied en de ruime omgeving van het plangebied, deels te zijn ingericht voor militaire doeleinden met bijbehorende structuren en gebouwen. Zo maakt het plangebied vanaf het begin van de 20 e eeuw deel uit van een renbaan (zie kaart 13). Ook zijn de zandwegen rondom het plangebied verdwenen. Het gebied ten westen van de voorloper van de Doornseweg, was in gebruik genomen als militair oefenterrein (wordt vandaag de dag nog gebruik als Militair Oefenterrein Leusderheide). Het gebied verder ten oosten/zuidoosten van het plangebied behoort tot het landgoed Den Treek-Henschoten. In de loop van de eerste helft van de 20e eeuw verdwijnt de renbaan waar het plangebied deels in lag. Hierna maakte het deel uit van percelen akkerland/bouwland (zie kaart 14). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd aangrenzend ten zuiden van het plangebied een werkkamp gebouwd (zie kopje ‘Tweede Wereldoorlog’ en kaart 15). De barakken van dit kamp blijven zichtbaar tot het einde van de 20e eeuw.

22813.003 versie 2

22 / 38

Het plangebied zelf was in deze periode in gebruik genomen als woonperceel en in het westelijke deel bebouwd met de bestaande woning met garage/schuur. In het uiterst oostelijke deel plangebied was ook een gebouw aanwezig, waarschijnlijk een schuur. Verder waren er nog andere woonerven aanwezig langs de Doornseweg (wellicht bewoond door militairen hoog in rang). Sinds eind jaren ’80 van de 20e eeuw is de situatie binnen het plangebied niet of nauwelijks veranderd. De schuur in het meest oostelijke deel van het plangebied is niet meer aanwezig/is gesloopt (zie kaart 16). Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Leusden is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd. Onderstaande tabel geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor het adres Doornseweg 20. Afbeeldingen van de bouwtekeningen worden weergegeven in bijlage 7.

Tabel 2-7 Verleende bouwvergunningen Doornseweg 20 Jaartal

Omschrijving

1929

Bouwen van bestaande woning in het westelijke deel van het plangebied, voorzien van een bakstenen fundering tot circa 70 cm -mv en voor een beperkt deel onderkelderd (voorraadkelder) tot circa 175 cm -mv.

1968

Bouwen van bestaande schuur in het westelijke deel van het plangebied, voorzien van een stampbetonfundering tot circa 70 cm -mv.

Gegevens uit de verleende bouwvergunningen laten zien dat de bestaande vrijstaande woning en schuur/garage in het westelijke deel van het plangebied voorzien zijn van een bakstenen dan wel een stampbetonfundering tot circa 70 cm -mv. De in 1929 gebouwde woning is tevens voor een beperkt deel onderkelderd (voorraadkelder) tot circa 175 cm -mv. Te verwachten is dat destijds, ten behoeve van de aanleg van deze bebouwing en de aanleg van diverse nutsvoorzieningen, de bodem tot deze minimale diepte is afgegraven en dus een verstoring van het oorspronkelijke bodemprofiel hebben veroorzaakt, binnen de bebouwde terreindelen. Van de vermoedelijke schuur die in het uiterst oostelijke deel van het plangebied heeft gestaan, zijn geen gegevens bekend. Verder is het woonerf deels voorzien van en grindverharding en in gebruik als siertuin. De inrichting van het woonerf heeft wellicht ook geleid tot een verstoring van het oorspronkelijke bodemprofiel. In welke mate is echter niet bekend. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.

19 Het raadplegen van deze bronnen wijst uit dat in het plangebied/onderzoeksgebied mogelijk resten uit de Tweede wereldoorlog voor kunnen komen in de vorm van alledaagse kampement voorwerpen, militaire structuren maar ook wapens/munitie of andere ontplofbare materialen.

19

Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/Indicatieve kaart Militair Erfgoed/https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf/ VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990

22813.003 versie 2

23 / 38

Aangrenzend ten zuiden van het plangebied heeft kamp Waterloo gelegen, welke tijdens de Tweede Wereldoorlog ook wel aangeduid werd als kamp Lisiduna. Dit kamp is in 1939 door het Nederlandse leger gebouwd en werd in de eerste instantie ingezet als (vrijwillig) werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst. Later, toen Nederland bezet werd door de Duitsers, werd het kamp gebruikt als werkkamp voor opgepakte onderduikers die aan de ‘Arbeitseinsatz’ wilden ontkomen. Na de bevrijding werd het kamp in gebruik genomen door het Nederlandse leger voor militairen die naar Indonesië uitgezonden zouden worden. Ook werd het kamp in de jaren ‘50 van de 20e eeuw gebruikt door geneeskundige troepen en de logistieke eenheid. Het zuidelijke deel van het kamp werd een campingterrein voor militairen en hun gezinnen. In 1991 werd het kamp gesloten en gesloopt en is vervolgens gebruikt als terrein voor asielzoekers. 20 Op een militaire luchtfoto van 3 februari 1945 is het militaire oefenterrein ten westen van het plangebied en kamp Waterloo ten zuiden van het plangebied goed zichtbaar (zie onderstaande afbeeldingen). Een gedetailleerde uitsnede laat zien dat er rondom het kamp Waterloo loopgraven waren aangelegd, daarmee ook direct langs het merendeel van de zuidelijke begrenzing van het plangebied. Verder hebben ten oosten van het kamp antitankgreppels gelegen.

Ten noorden van het plangebied, langs de noordzijde van de Waterlooweg, hebben stellingen gelegen, vermoedelijk luchtafweer/flak-stellingen. Al deze structuren zullen door de Duitse bezetter zijn aangelegd. Er zijn daarmee geen aanwijzingen dat binnen de begrenzing van het plangebied militaire structuren hebben gelegen, maar er dient wel rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van losse vondsten uit de Tweede Wereldoorlog (materiaal, verloren persoonlijke items van soldaten).

20 https://sls39-45.nl/legerplaats-soesterberg/barakkenkampen/

22813.003 versie 2

24 / 38

Militaire luchtfoto genomen op 3 februari 1945, met binnen de rode rechthoek het plangebied (bron: https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf)

22813.003 versie 2

25 / 38

Detail van de militaire luchtfoto genomen op 3 februari 1945. Blauwe pijlen wijzen naar loopgraven, groene pijlen anti-tankgreppels en binnen de gele belijning stellingen (vermoedelijk luchtafweer/flak-stellingen) (bron: https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf)

22813.003 versie 2

26 / 38

2.8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel 2-8 Gespecificeerde archeologische verwachting Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum Midden-Neolithicum (jagers-verzamelaars)

Hoog

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

In de top van de (gordel)dekzandafzettingen, aan het maaiveld en/of in de bouwvoor (eerste 30 cm) van het te verwachten haarpodzolprofiel)

Laat-Neolithicum (vroege-landbouwers)

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

In de top van de (gordel)dekzandafzettingen, aan het maaiveld en/of in de bouwvoor (eerste 30 cm) van het te verwachten haarpodzolprofiel)

Bronstijd - IJzertijd (landbouwers)

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden/-heuvels, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

In de top van de (gordel)dekzandafzettingen, aan het maaiveld en/of in de bouwvoor (eerste 30 cm) van het te verwachten haarpodzolprofiel)

Romeinse tijd (landbouwers)

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden/-heuvels, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

In de top van de (gordel)dekzandafzettingen, aan het maaiveld en/of in de bouwvoor (eerste 30 cm) van het te verwachten haarpodzolprofiel)

Middeleeuwen

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

In de top van de (gordel)dekzandafzettingen, aan het maaiveld en/of in de bouwvoor (eerste 30 cm) van het te verwachten haarpodzolprofiel)

Nieuwe tijd

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

In de top van de (gordel)dekzandafzettingen, aan het maaiveld en/of in de bouwvoor (eerste 30 cm) van het te verwachten haarpodzolprofiel)

WO II

Hoog

Losse vondsten/restanten van OO, groot en Aan het maaiveld/in de bovenste meter klein kaliber munitie en granaatscherven van de huidige bodemopbouw

22813.003 versie 2

27 / 38

Uit de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens blijkt het plangebied binnen het stuwwalrandlandschap van de Utrechtse Heuvelrug ligt en specifiek binnen een daluitspoelingswaaier, waarop dekzanden zijn gesedimenteerd, in de vorm van gordeldekzandwelvingen. Naar verwachting is het pakket dekzand relatief dun ter plaatse van het plangebied. Door zijn gradiëntsituatie had het plangebied in principe al een gunstige ligging voor jagersverzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). De grootste dichtheid van vindplaatsen uit deze periode wordt verwacht in zones met veel reliëf (gradiëntsituaties). Binnen de nabijgelegen Leusderheide, ten westen van het plangebied, is melding gemaakt van een tweetal aangetroffen vuurstenen spitsen, als indicatie dat jagers-verzamelaars het gebied hebben bezocht en mogelijke tijdelijke/kortstondige bewoning heeft plaatsgevonden. Daarom wordt de verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum - Midden-Neolithicum hoog geacht (zie tabel 2-8). Ook voor landbouwers had het plangebied een gunstige ligging. Er was voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden aanwezig voor landbouw, vanwege relatief hoge ligging van het gordeldekzandgebied en de zandige bodemgesteldheid.

Nog altijd speelde de aanwezigheid van water een grote rol in de keuze voor een bewoningslocatie, maar men ging ook gebruik maken van waterputten om in de waterbehoefte te voorzien. De gordeldekzandafzettingen op de daluitspoelingswaaier betreft voornamelijk leemarm en zwak lemig, fijn zand en betreffen in bodemkundig opzicht meestal mineralogisch armere humuspodzolen. Deze gronden waren daarmee niet zo vruchtbaar. Toch is het onderzoeksgebied rijk aan grafheuvels en moeten nederzettingslocaties wellicht ook in de (directe) omgeving gezocht worden. Vandaar dat er ook een hoge verwachting geldt op het voorkomen van nederzettingen en grafvelden (ook mogelijk zonder grafheuvels) uit de perioden Laat-Neolithicum tot en met de IJzertijd (landbouwers) (zie tabel 2-8). In de Middeleeuwen verandert het bewoningspatroon. Bewoning concentreert zich in dorpen en bewoningsclusters. Rondom deze dorpen ligt het landbouwareaal dat zorgt voor de voedselvoorziening van de inwoners. Resten van bewoning uit de Romeinse tijd zijn tot op heden niet aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Deze moeten ook meer gezocht worden op de enkeerdgronden die zich meer in het lage dekzandlandschap bevinden, verder ten oosten van het plangebied richting het huidige Leusden. Op de armere zandgronden, welke ook in het plangebied worden verwacht, komen resten van bewoning uit de Romeinse tijd niet voor.

Tijdens de Vroege-Middeleeuwen behoorde het plangebied waarschijnlijk al tot de woeste gronden van (Oud-)Leusden. Vervolgens raakte het ontbost en in de Nieuwe tijd was het omgevormd tot een omvangrijk heidegebied. Ook vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen dat binnen dan wel in omgeving van het plangebied historische erven hebben gelegen. Daarom wordt de verwachting op restanten van bewoningsactiviteiten uit de perioden Romeinse tijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd laag geacht voor het plangebied (zie tabel 2-7). Wel liep direct langs de westzijde van het plangebied, als voorloper van de Doornseweg/N227, een historische weg: de Wijkerweg. Wellicht dat hiervan nog restanten terug te vinden zijn (denk bijvoorbeeld aan karrensporen), maar moeten wel buiten de begrenzing van de het plangebied direct ten westen worden gezocht.

22813.003 versie 2

28 / 38

Verder hebben veel militaire activiteiten plaatsgevonden nabij het plangebied, onder meer de bouw van het kamp Waterloo (ook wel aangeduid als kamp Lisiduna) direct ten zuiden van het plangebied. Een militaire luchtfoto genomen op 3 februari 1945, laat zien dat door de Duitse bezetter in (het laatste jaar van) de Tweede Wereldoorlog diverse militaire verdedigingselementen/-structuren/stellingen zijn aangelegd. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen de begrenzing van het plangebied militaire structuren hebben gelegen, maar wel is de verwachting nog hoog op de voorkomen van losse vondsten/losse resten van militaria uit de Tweede Wereldoorlog (achtergelaten materiaal, verloren persoonlijke items van soldaten e.d.). Archeologische resten worden verwacht in top van de gordeldekzandafzettingen (top van de (oorspronkelijke) haarpodzolgronden). Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. De eventueel aanwezige archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum kunnen complextypes als kleine jachtkampjes en vuursteenvindplaatsen worden verwacht. Uit de perioden vanaf het Laat-Neolithicum kunnen complextypes als nederzettingsterreinen en huisplaatsen (boerderijplattegronden), grafvelden en afvaldumps worden verwacht.

Verwacht wordt dat organische resten en bot slecht zijn geconserveerd, vanwege de diepe heersende grondwaterstanden. (Moderne) bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal betrof het plangebied van een langere periode heide, waarvan goed mogelijk is dat deze één of meerdere keren is afgeplagd. Aangezien eventueel aanwezige archeologische resten in het plangebied zich aan of direct onder het oppervlak bevinden, zal afplaggen van de bovengrond waarschijnlijk tot verstoring geleid. In de jaren ’20 van de 20e eeuw heeft het plangebied (relatief kortstondig) een gebruik gekend als akkerland. Ook door dit agrarisch gebruik (ploegen/rooiwerkzaamheden kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden mogelijk verloren zijn gegaan. Verder is de bestaande woning en schuur/garage in het westelijke deel van het plangebied voorzien van een bakstenen dan wel een stampbeton fundering tot circa 70 cm -mv en is de woning tevens voor een beperkt deel onderkelderd (voorraadkelder) tot circa 175 cm -mv.

Te verwachten is dat, ten behoeve van de aanleg van deze bebouwing en de aanleg van diverse nutsvoorzieningen, de bodem minimaal tot deze dieptes is afgegraven binnen het bestaande bouwoppervlak en dat hierbij eventueel voorheen aanwezige archeologische waarden al verloren zijn gegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3857/documents/40874