Doornseweg 20_Bijlagen bij de toelichting__139756__.pdf
Tekst van het document
Doornseweg 20
ontwerpbestemmingsplan d.d. 28 november 2023
Postbus 150 3830 AD LEUSDEN T. 14033 www.leusden.nl
Adviseur:
Adviesbureau Haver Droeze Muurhuizen 165 3811 EG AMERSFOORT
T. 033 461 35 35 www.haverdroeze.nl Document informatie: Titel : Bestemmingsplan Doornseweg 20 Rapporttype : Toelichting, regels IMRO-IDN : NL.IMRO.0327.305-0301 Ontwerp : Vaststelling :
Beknopte inhoud: Bestemmingsplan voor het toevoegen van één woning op het perceel Doornseweg 20 in Leusden
2
bestemmingsplan Doornseweg 20 (ontwerp)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Bodemonderzoek
6
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
31
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
58
Bijlage 4
Quickscan Flora en Fauna
145
Bijlage 5
Natuurtoets
176
Bijlage 6
Memo uitgangspunten Aerius
212
Bijlage 7
Aerius-berekening aanlegfase
218
Bijlage 8
Aerius-berekening gebruiksfase
225
Adviesbureau Haver Droeze BNT
3
4
bestemmingsplan Doornseweg 20 (ontwerp)
Bijlagen bij de toelichting
Adviesbureau Haver Droeze BNT
5
Bijlage 1 Bodemonderzoek
6
bestemmingsplan Doornseweg 20 (ontwerp)
Vooronderzoek NEN 5725 Doornseweg 20 te Leusden (Gemeente Leusden)
Vooronderzoek NEN 5725 Doornseweg 20 te Leusden Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM23359 : Definitief (versie 1) : 25 augustus 2023
Opdrachtgever
: Kragten Schoolstraat 8 6040 AA Roermond
Opgesteld door
: ing. J. Martens
Gecontroleerd door
: BEd L. Koomen
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5725 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een vooronderzoek sprake is van een momentopname. Dit betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM23359
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................6 2.1
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................6
2.2
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ...........................................................................................................................................6
2.3
Historische (bodem) informatie................................................................................................................................................................7
2.4
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................9
2.5
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.6
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 10
2.7
Bodemkwaliteitskaart gemeente Leusden ........................................................................................................................................ 10
2.8
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
3.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 11
Bijlagen: 1 2 3 4
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met fotopunten Omgevingsrapportage omgevingsdienst RUD Utrecht
Pagina | 3 AM23359
1. INLEIDING In opdracht van Kragten heeft Aeres Milieu een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Doornseweg 20 te Leusden
Gemeente
: Leusden
Kadastrale registratie
: Leusden, sectie B, nr. 846
Oppervlakte
: circa 5.642 m2
Huidig gebruik van de locatie
: wonen met tuin
Toekomstig gebruik
: realisatie twee landelijke woningen
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is het inpassingsvoorstel ter realisatie van 2 landelijke woningen.
Doel Het doel van het vooronderzoek is om op basis van de onderzoeksgegevens vast te stellen of er sprake is van een mogelijke verontreiniging van de bodem met stoffen die een belemmering kunnen vormen met het oog op de voorgenomen ontwikkelingen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725 van het Nederlands Normalisatie-Instituut. In dit vooronderzoek wordt het volgende beschreven: •
algemene gegevens;
•
het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie;
•
het toekomstige gebruik van de onderzoeklocatie;
•
de directe omgeving van de onderzoekslocatie;
•
de bodemopbouw en de diepte en stroming van het freatisch grondwater.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
Pagina | 4 AM23359
De in hoofdstuk 2 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
opdrachtgever;
•
kadaster.nl;
•
topotijdreis.nl;
•
dinoloket.nl;
•
AHN.nl;
•
gemeente Leusden;
•
omgevingsdienst RUD Utrecht;
•
provincie Utrecht;
•
terreininspectie.
Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau.
Pagina | 5 AM23359
2. VOORONDERZOEK 2.1
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de Doornseweg 20 te Leusden. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Leusden, sectie B, nr. 846. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 153.370/ Y = 458.662. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOK luchtfoto Actueel Ortho HR)
2.2
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie in de periode van 1907 tot 1931 onderdeel was van een Renbaan. Hierna is het plangebied tot ca. 1952 onbebouwd gebleven waarna het onderdeel werd van kamp Waterloo (kazerne). Hierbij werden er zowel in het oostelijk als westelijk gedeelte van het plangebied bebouwing geplaatst. Omstreeks 1962 zijn alle gebouwen, verharding en ondergrondse infrastructuur op het voormalige kamp Waterloo verwijderd (waaronder de verharding binnen het plangebied). Hierna werd het terrein overgedragen aan het Rijk ter opvang van asielzoekers en deze werden gehuisvest in caravans. In 1973 is er noordoostelijk binnen het plangebied een gebouw geplaatst. Dit gebouw is in 1982 niet meer zichtbaar.
Pagina | 6 AM23359
1908
1952
1973 1982 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.3
1962
2022
Historische (bodem) informatie
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 04-08-2023 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Leusden. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Deze zijn niet bekend bij de gemeente. In het gemeentelijk archief waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, (milieu)dossiers beschikbaar. Via de website van de RUD Utrecht is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 4. Uit de rapportage blijkt dat binnen de locatie in 1996 een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd. Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn de in tabel 2.1 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd
Pagina | 7 AM23359
Kenmerk
Bijzonderheden
Nader
Het onderzoek is op circa 230 meter zuidwestelijk van het plangebied uitgevoerd.
bodemonderzoek op het WVC
De aanleiding voor het verrichten van het nader bodemonderzoek wordt gevormd door de resultaten van het eerder
terrein,
uitgevoerde oriënterend bodemonderzoek ter plaatse van 5 verdachte locaties (rapportnr.: CSO 033.92). Daarbij zijn
voormalig kamp
ter plaatse van het vloeiveld (locatie 5) in de bovengrond concentraties lood en koper boven de C-waarde gemeten
Waterloo te
en in het grondwater ter plaatse van het magazijn, voormalig gebouw 0 (locatie 2) concentraties zink boven de B-
Leusden, CSO
waarde en lood boven de A-waarde gemeten
Adviesbureau voor
Ter plaatse van het omwalde vloeiveld is de bovengrond verontreinigd met lood en koper boven de C-waarde. Tevens
milieuonderzoek,
is de bovengrond verontreinigd met arseen, zink, kwik en PAK.
november 1992
De maximale verontreinigingsdiepte wordt geschat op circa 1,0 m – mv. Met een oppervlakte van 340 m2 zou dit een verontreiniging van 340 m3 betekenen. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De eerdere verontreinigen met lood en koper in het grondwater ter plaatse van het voormalig gebouw O zijn niet meer geconstateerd. Gezien de aard van de verontreinigingen in het vloeiveld en de potentiële risico's voor de volksgezondheid en het milieu is noodzaak tot saneren is aanwezig.
Verkennend
Aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen onroerendgoedtransactie voor het terrein.
bodemonderzoek , Doornseweg 20,
In het mengmonster van de bovengrond (0 – 0,50 m-mv) ter plaatse van het woonhuis en gazon zijn overschrijdingen
Leusden,
aangetroffen van de streefwaarden voor minerale olie, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en het zware
Milieutechniek
metaal zink. Ter plaatse van de moestuin en braakliggend terrein zijn in de bovengrond (0 – 0,5 m-mv)
Zonneveld en
overschrijdingen aangetroffen van de streefwaarde voor minerale olie.
Verhoef BV, april
In het grondwater zijn overschrijdingen van de streefwaarde voor tolueen, xylenen, zink en trichlooretheen
1996
aangetroffen.
Afbeelding 3: situatietekening met boorpunten (bron tekening: Zonneveld & Verhoef) Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken Pagina | 8 AM23359
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de provincie Utrecht blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.
2.4
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 1,3
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
1,3 – 30,0
Formatie van Drente
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 9,0 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordoostelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 4,0 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.5
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 22 augustus 2023 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is momenteel grotendeels onbebouwd met in het westelijk gedeelte van het plangebied een woning met aanbouw en een schuur. De schuur is voorzien van een betonnen vloer en doet dienst als opslag voor tuinmateriaal. Het dak van de schuur bestaat uit asbestverdachte golfplaten zonder gootconstructie. Zuidoostelijk van de woning is een afdak aanwezig voor een hottub. Op dit afdak is geen asbestverdachte dakbedekking aanwezig. Het oostelijke deel is geheel onverhard en doet dienst als tuin. Centraal bij de bebouwing is een stookplaats op klinkerverharding waargenomen. Ook is er ter hoogte van Foto 5 (bijlage 2) een hoopje houtskool aangetroffen onder een druivelaar. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een woning met tuin en een parkeerterrein, aan de oostzijde door een doodlopende toegangsweg, aan de zuidzijde door woningen met tuin en aan de westzijde door de Doornseweg. Pagina | 9 AM23359
2.6
Asbest
Op basis van de verzamelde informatie, de diverse bouwperiodes en de uitgevoerde veldinspectie dient de onderzoekslocatie als verdacht te worden beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem (asbestverdachte golfplatendakbedekking zonder gootconstructie.
2.7
Bodemkwaliteitskaart gemeente Leusden
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Leusden blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘AW2000” geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie ook de functieklasse ‘AW2000’.
2.8
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Het betreft onder meer twee voormalige stookplaatsen oostelijk van het woonhuis en oostelijk van de schuur. De druipzone van de opslagschuur is als verdacht te beschouwen door de asbestverdachte golfplatendakbedekking zonder gootconstructie. Het overig terrein binnen het plangebied is als verdacht te beschouwen voor lichte verhogingen met minerale olie, zware metalen en PAK.
Pagina | 10 AM23359
3. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Om uitsluitsel te geven wordt geadviseerd om een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 uit te voeren. Hierbij wordt de locatie opgedeeld in drie deellocaties: 1)
twee stookplaatsen en de houtskool ter plaatse van de druivenlaar nabij de schuur.
2)
druipzone opslagschuur met golfplatendakbedekking
3)
overig terreingedeelte (licht verhoogd minerale olie, zware metalen en PAK)
Ter plaatse van deellocatie 1, de stookplaatsen en de houtskoolresten, dient de locatie te worden onderzocht volgens strategie “VEP” van de NEN 5740. Bij deellocatie 2 zijn de druipzones van de opslagschuur als verdacht te beschouwen. Derhalve wordt de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 geadviseerd. Ter plaatse van deellocatie 3 wordt geadviseerd om de bodem te onderzoeken conform strategie “VED-HE” van de NEN 5740.
Pagina | 11 AM23359
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
AM23359
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM23359
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Leusden B 846
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 11 juli 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM23359
AM23359
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM23359
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM23359
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM23359
Foto 19
Foto 20
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
AM23359
Legenda Foto's Plangebied
aeres milieu
Bijlage 4 Omgevingsrapportage omgevingsdienst RUD Utrecht
AM23359
Rapport Bodemloket Datum: 11-7-2023
Legenda Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
Pagina 1 van 2
Bodemloket Rapport
Rapport Inhoud 1
Algemeen
2
Disclaimer
1 Algemeen Bij het Bodemloket is geen informatie voor deze locatie beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering. Mogelijk is informatie beschikbaar bij gemeente, omgevingsdienst of provincie.
2 Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staan hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
Pagina 2 van 2
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
Adviesbureau Haver Droeze BNT
31
-
-
Bijlagen Rapport: Model:
Invoergegevens Algemeen Lijst van model eigenschappen Wegverkeerslawaai
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Wegverkeerslawaai mev #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
mev op 7-8-2023 mev op 17-8-2023 Geomilieu V2023.1
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4,5 Groepsresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000 -0,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
17-8-2023 09:58:44
Bijlagen
Invoergegevens Algemeen
Commentaar
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
17-8-2023 09:58:44
Bijlagen Model: Groep: Naam N227
Invoergegevens Wegen Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Omschr.
ISO_H 0,00
ISO M. --
Hdef. Relatief
Type Verdeling
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
Cpl False
Cpl_W 1,5
Helling 0
Wegdek W0
V(MR(D)) --
V(MR(A)) --
V(MR(N)) --
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen Model: Groep: Naam N227
Invoergegevens Wegen Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
V(MR(P4)) --
V(LV(D)) 80
V(LV(A)) 80
V(LV(N)) 80
V(LV(P4)) --
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
V(MV(D)) 80
V(MV(A)) 80
V(MV(N)) 80
V(MV(P4)) --
V(ZV(D)) 80
V(ZV(A)) 80
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen Model: Groep: Naam N227
Invoergegevens Wegen Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
V(ZV(N)) 80
V(ZV(P4)) --
Totaal aantal 16040,22
%Int(D) 6,97
%Int(A) 2,56
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
%Int(N) 0,76
%Int(P4) --
%MR(D) --
%MR(A) --
%MR(N) --
%MR(P4) --
%LV(D) 93,71
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen Model: Groep: Naam N227
Invoergegevens Wegen Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
%LV(A) 97,02
%LV(N) 91,49
%LV(P4) --
%MV(D) 4,83
%MV(A) 2,27
%MV(N) 5,70
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
%MV(P4) --
%ZV(D) 1,44
%ZV(A) 0,71
%ZV(N) 2,81
%ZV(P4) --
MR(D) --
MR(A) --
MR(N) --
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen Model: Groep: Naam N227
Invoergegevens Wegen Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
MR(P4) --
LV(D) 1047,68
LV(A) 398,39
LV(N) 111,53
LV(P4) --
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
MV(D) 54,00
MV(A) 9,32
MV(N) 6,95
MV(P4) --
ZV(D) 16,10
ZV(A) 2,92
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen
Invoergegevens Wegen
Model: Groep:
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N227
ZV(N) 3,43
ZV(P4) --
LE (D) 63 83,28
LE (D) 125 93,25
LE (D) 250 98,44
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
LE (D) 500 105,48
LE (D) 1k 112,66
LE (D) 2k 108,88
LE (D) 4k 102,01
LE (D) 8k 90,89
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen Model: Groep: Naam N227
Invoergegevens Wegen Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
LE (A) 63 78,12
LE (A) 125 87,92
LE (A) 250 93,08
LE (A) 500 100,41
LE (A) 1k 108,21
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
LE (A) 2k 104,41
LE (A) 4k 97,53
LE (A) 8k 86,27
LE (N) 63 74,40
LE (N) 125 84,18
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen Model: Groep: Naam N227
Invoergegevens Wegen Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
LE (N) 250 89,43
LE (N) 500 96,50
LE (N) 1k 103,16
LE (N) 2k 99,37
LE (N) 4k 92,50
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
LE (N) 8k 81,48
LE (P4) 63 --
LE (P4) 125 --
LE (P4) 250 --
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen Model: Groep: Naam N227
Invoergegevens Wegen Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
LE (P4) 500 --
LE (P4) 1k --
LE (P4) 2k --
LE (P4) 4k --
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
LE (P4) 8k --
17-8-2023 10:33:11
Bijlagen Model: Groep: Naam T01 T02 T03 T04 T05
Invoergegevens Rekenpunten Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Omschr.
Maaiveld 9,50 9,50 9,50 9,50 9,15
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
Hoogte D ------
Hoogte E ------
Hoogte F ------
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
T06 T07 T08 T09 T10
9,24 9,47 9,42 9,04 9,15
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
T11 T12 T13 T14 T15
9,07 9,25 9,21 9,19 9,33
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
T16 T17 T18
9,03 9,09 9,50
Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50
----
----
----
Ja Ja Ja
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
17-8-2023 10:32:31
Bijlagen
rekenresultaten exc. aftrek artikel 110g Wgh Ten gevolge van de N227
Rapport: Model: Groep: Groepsreductie: Naam Toetspunt T01_A T01_B T01_C T02_A T02_B
Resultatentabel Wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten N227 Nee
Omschrijving
Groep ------
X 153297,19 153297,19 153297,19 153294,50 153294,50
Y 458667,33 458667,33 458667,33 458655,84 458655,84
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 67,92 68,18 67,79 69,63 69,69
Avond 63,40 63,65 63,26 65,09 65,14
Nacht 58,46 58,73 58,35 60,20 60,25
Lden 68,19 68,45 68,06 69,91 69,96
T02_C T03_A T03_B T03_C T04_A
------
153294,50 153291,74 153291,74 153291,74 153301,03
458655,84 458644,06 458644,06 458644,06 458638,91
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
69,28 69,66 69,77 69,36 65,03
64,73 65,12 65,22 64,81 60,50
59,85 60,23 60,33 59,92 55,58
69,55 69,94 70,04 69,63 65,30
T04_B T04_C T05_A T05_B T05_C
------
153301,03 153301,03 153330,79 153330,79 153330,79
458638,91 458638,91 458640,84 458640,84 458640,84
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
65,70 65,62 58,46 60,43 61,06
61,16 61,08 53,92 55,89 56,52
56,25 56,17 49,02 51,00 51,62
65,97 65,89 58,73 60,71 61,33
T06_A T06_B T06_C T07_A T07_B
------
153366,24 153366,24 153366,24 153398,83 153398,83
458643,56 458643,56 458643,56 458646,52 458646,52
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
53,84 55,45 56,97 50,32 51,35
49,30 50,90 52,43 45,81 46,82
44,41 46,02 47,53 40,86 41,90
54,12 55,72 57,24 50,59 51,62
T07_C T08_A T08_B T08_C T09_A
------
153398,83 153426,28 153426,28 153426,28 153447,95
458646,52 458649,00 458649,00 458649,00 458650,97
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
52,78 49,21 49,80 50,52 48,68
48,26 44,70 45,28 45,99 44,14
43,33 39,74 40,35 41,07 39,24
53,05 49,48 50,07 50,79 48,95
T09_B T09_C T10_A T10_B T10_C
------
153447,95 153447,95 153453,45 153453,45 153453,45
458650,97 458650,97 458657,18 458657,18 458657,18
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
48,92 50,11 47,04 47,95 48,78
44,38 45,58 42,52 43,42 44,26
39,48 40,67 37,57 38,50 39,33
49,19 50,38 47,30 48,22 49,05
T11_A T11_B T11_C T12_A T12_B
------
153453,48 153453,48 153453,48 153453,52 153453,52
458668,34 458668,34 458668,34 458680,29 458680,29
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
47,05 48,00 49,00 47,33 48,26
42,54 43,48 44,48 42,81 43,73
37,58 38,56 39,55 37,88 38,81
47,32 48,27 49,27 47,60 48,53
T12_C T13_A T13_B T13_C T14_A
------
153453,52 153447,81 153447,81 153447,81 153426,14
458680,29 458686,79 458686,79 458686,79 458684,80
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
49,27 47,16 48,31 49,42 49,17
44,74 42,63 43,78 44,89 44,65
39,82 37,71 38,87 39,97 39,72
49,54 47,43 48,58 49,69 49,44
T14_B T14_C T15_A T15_B T15_C
------
153426,14 153426,14 153397,58 153397,58 153397,58
458684,80 458684,80 458682,18 458682,18 458682,18
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
49,92 51,11 50,79 52,09 53,51
45,39 46,58 46,27 47,56 48,98
40,48 41,67 41,34 42,65 44,06
50,19 51,38 51,06 52,36 53,78
T16_A T16_B T16_C T17_A T17_B
------
153365,86 153365,86 153365,86 153332,76 153332,76
458679,28 458679,28 458679,28 458676,27 458676,27
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
53,65 55,61 57,24 44,60 46,21
49,14 51,08 52,71 40,05 41,64
44,20 46,17 47,79 35,18 36,80
53,92 55,88 57,51 44,88 46,49
T17_C T18_A T18_B T18_C
-----
153332,76 153310,96 153310,96 153310,96
458676,27 458674,28 458674,28 458674,28
7,50 1,50 4,50 7,50
47,64 64,72 65,59 65,37
43,11 60,20 61,06 60,84
38,19 55,26 56,14 55,93
47,91 64,99 65,86 65,64
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kragten BV
17-8-2023 10:33:39
Bijlage 3 Archeologisch onderzoek
58
bestemmingsplan Doornseweg 20 (ontwerp)
RAPPORTAGE Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Doornseweg 20 te Leusden in de gemeente Leusden
Rapport archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Doornseweg 20 te Leusden, in de gemeente Leusden Opdrachtgever
Adviesbureau Haver Droeze BV Muurhuizen 165 3811 EG Amersfoort
Rapportnummer
22813.003
Versienummer1
2
Datum
10 oktober 2023
1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.
Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNA protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)
Econsultancy Archeologisch Rapport
INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED SAMENVATTING 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ..................................................................................................... 30 3.1 3.2 3.3
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................................. 1 Methoden ...................................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ....................................................................... 2 Toekomstige situatie ...................................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................................. 4 Archeologische waarden ................................................................................................................ 9 Beschrijving van het historische gebruik ...................................................................................... 19 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................... 27 Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek ................................... 30
Doelstelling en onderzoeksvragen ............................................................................................... 30 Methoden .................................................................................................................................... 30 Resultaten .................................................................................................................................... 31
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 33 4.1 4.2
Conclusie ...................................................................................................................................... 33 Advies ........................................................................................................................................... 34
LITERATUUR ........................................................................................................................................................ 35 BRONNEN ........................................................................................................................................................... 36 KAARTEN BIJLAGEN
TABELLEN Tabel 2-1 Tabel 2-2 Tabel 2-3 Tabel 2-4 Tabel 2-5 Tabel 2-6 Tabel 2-7 Tabel 2-8 Tabel 3-1
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht AMK-terreinen Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Doornseweg 20 Gespecificeerde archeologische verwachting Hoofdlijn bodemopbouw
KAARTEN Kaart 1. Kaart 2. Kaart 3. Kaart 4. Kaart 5. Kaart 6. Kaart 7. Kaart 8. Kaart 9. Kaart 10. Kaart 11. Kaart 12. Kaart 13. Kaart 14. Kaart 15. Kaart 16. Kaart 17. Kaart 18.
Het plangebied op de topografische kaart Detailkaart van het plangebied Het plangebied op een luchtfoto Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart van de gemeente Leusden Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart jagers-verzamelaars van de gemeenten Amersfoort en Leusden Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart landbouwers van de gemeenten Amersfoort en Leusden Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met als achtergrond het AHN Situering van het plangebied binnen de ontginningsgeschiedeniskaart van de gemeenten Amersfoort en Leusden Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1811-1832 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1872 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1909 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1932 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1952 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1989 Boorpuntenkaart met als achtergrond de luchtfoto
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7.
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Inrichtingsplan Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen Bouwtekeningen
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode
22813.003
Opdrachtgever
Adviesbureau Haver Droeze BV
Toponiem
Doornseweg 20
Plaats
Leusden
Gemeente
Leusden
Provincie
Utrecht
Kadastrale gegevens
Gemeente Leusden, sectie B, nummer 846
Omvang plangebied
5.642 m²
Kaartblad
32 D (1:25.000)
Centrumcoördinaten (X/Y)
X: 153.372 / Y: 458.662
Archeoregio NOaA
2: Utrechts-Gelders zandgebied
Bevoegde overheid
Gemeente Leusden
Deskundige namens de bevoegde overheid
Centrum voor Archeologie Amersfoort
Uitvoeringsperiode
Augustus 2023
Uitvoerder
Econsultancy, ir. E.M. ten Broeke
Onderzoeksmelding ARCHIS3
Bureauonderzoek 5453928100
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Doetinchem/Provinciaal Archeologisch Depot Utrecht
Booronderzoek 5453936100
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Adviesbureau Haver Droeze BV een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied gelegen aan de Doornseweg 20 te Leusden, in de gemeente Leusden. De initiatiefnemer is voornemens de op het westelijke deel van het perceel gelegen woning te slopen en hiervoor in de plaats twee vrijstaande woningen te realiseren. Het achterliggende grasveld wordt omgevormd naar een bloemrijk grasland. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m IJzertijd en een lage verwachting voor de perioden Romeinse tijd t/m Nieuwe tijd. Het plangebied ligt binnen het stuwwalrandlandschap van de Utrechtse Heuvelrug ligt en specifiek binnen een daluitspoelingswaaier, waarop dekzanden zijn gesedimenteerd, in de vorm van gordeldekzandwelvingen. Door zijn gradiëntsituatie had het plangebied in principe al een gunstige ligging voor jagers-verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor landbouwers had het plangebied een gunstige ligging. Er was voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden aanwezig voor landbouw.
Wel zijn de van nature voorkomende mineralogisch armere humuspodzolen niet zo vruchtbaar en daardoor minder geschikt voor gewassenteelt. Toch is het onderzoeksgebied rijk aan grafheuvels en moeten nederzettingslocaties wellicht ook in de (directe) omgeving gezocht worden. Tijdens de Vroege-Middeleeuwen behoorde het plangebied waarschijnlijk al tot de woeste gronden van (Oud-) Leusden. Vervolgens raakte het ontbost en in de Nieuwe tijd was het omgevormd tot een omvangrijk heidegebied. Ook vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen dat binnen dan wel in omgeving van het plangebied historische erven hebben gelegen. Verder hebben veel militaire activiteiten plaatsgevonden nabij het plangebied, onder meer de bouw van het kamp Waterloo (ook wel aangeduid als kamp Lisiduna) direct ten zuiden van het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen de begrenzing van het plangebied militaire structuren hebben gelegen, maar wel is de verwachting nog hoog op de voorkomen van losse vondsten/losse resten van militaria uit de Tweede Wereldoorlog (achtergelaten materiaal, verloren persoonlijke items van soldaten e.d.).
Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat recente verstoringen beperkt zijn gebleven tot de huidige bouwvoor/bewerkte bovengrond en dat er verder sprake is van een merendeels intacte oorspronkelijke bodemopbouw. Voor het merendeel van het plangebied geldt dat de huidige bouwvoor/bovengrond een menglaag betreft van de oorspronkelijke minerale bovenlaag en de uitspoelingshorizont (1AEp-horizont). Hieronder zijn de podzol-B-horizont en overgangs-BC-horizont van de van nature gevormde haarpodzol-/droge humuspodzolbodem intact aanwezig.
22813.003 versie 2
Het archeologisch potentiële vondstniveau zal zijn aangetast, maar het potentiële sporenniveau is zeker nog intact aanwezig binnen het gehele plangebied. Archeologische sporen, indien aanwezig, kunnen direct onder de huidige bouwvoor/bewerkte bovengrond worden aangetroffen en bewaard zijn gebleven in het resterende deel van de van nature gevormde haarpodzolbodem. Dit betekent dat eventuele vuursteenvindplaatsen van jagersverzamelaars (Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) zullen zijn verstoord, maar dat sporen van permanente bewoning (landbouwers) nog wel intact kunnen worden aangetroffen. Archeologische sporen zullen meest zichtbaar zijn in de 1BC-horizont en op de overgang naar de 1C-horizont, op een diepte tussen circa 60 en 80 cm -mv. Ter plaatse van de boringen 6 en 8 is de uitspoelingshorizont-1E-horizont nog wel apart te onderscheiden onder de door agrarisch gebruik ontstane bouwvoor (1Ap-horizont). Conclusie Geconcludeerd wordt dat het gehele plangebied, vanwege de merendeels intacte oorspronkelijke bodemopbouw, zijn hoge verwachting op het voorkomen van archeologische sporen uit de perioden uit de perioden LaatNeolithicum t/m IJzertijd behoudt. Voor vuursteenvindplaatsen (perioden (Laat-)Paleolithicum - Midden-Neolithicum (jagers-verzamelaars)) is de verwachting dat een vuursteenspreiding aan het oppervlak verstoord is geraakt door agrarische bewerking.
Eventueel sporen in de vorm van ondiepe haardkuilen kunnen nog wel (deels) intact worden aangetroffen. Voor dergelijke sporen blijft de hoge verwachting dan ook behouden. Minimaal resten van diepere sporen kunnen ook nog worden verwacht binnen het merendeel van het reeds bebouwde oppervlak van de vrijstaande woning en bijbehorende schuur/garage, aangezien de ondergrondse delen (funderingen) tot een diepte reiken van circa 70 cm -mv (op basis van bouwtekeningen). Door de voorgenomen inrichting kunnen mogelijk aanwezige archeologische resten en sporen worden verstoord. Alleen ter plaatse van een beperkt deel van het bebouwde oppervlak van de woning, waar sprake is van onderkeldering (voorraadkelder) tot circa 175 cm -mv, zal het archeologisch potentiële sporenniveau reeds verstoord/vergraven zijn. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Omdat archeologische resten voornamelijk in de vorm van grondsporen worden verwacht, is in dit stadium een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek (IVO-P) de meest geschikte onderzoeksmethode. Daarbij wordt geadviseerd het proefsleuvenonderzoek uit te voeren nadat alle bebouwing, verhardingen en begroeiing (struiken/enkele bomen) binnen het westelijke deel van het plangebied (bestaande woonerf) zijn verwijderd.
De aan te leggen proefsleuven dienen vervolgens te worden gericht op de nieuwbouwlocaties van twee geplande vrijstaande woningen. Indien het niet mogelijk is om het proefsleuvenonderzoek uit te voeren voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld, omdat pas gesloopt gaat worden als het bestemmingsplan is vastgesteld, kan ‘wellicht’ ook gekozen worden de proefsleuven aan te leggen binnen de gronden direct rondom de bestaande bebouwing (woning met garage/schuur). Voor het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Leusden).
22813.003 versie 2
Ter plaatse van het achterliggende weiland, dat wordt omgevormd naar nieuwe natuur (kruiden- en faunarijk grasland), is de verwachting dat bodemverstorende ingrepen beperkt zullen blijven tot de bovenste 30 cm van de huidige bodemopbouw/30 cm van de huidige bouwvoor. Deze bodemingreep zal zich beperken tot de reeds verstoorde huidige bouwvoor/bewerkte bovengrond en zal niet leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische sporen en in situ gelegen resten. Vervolgonderzoek wordt in het centrale en oostelijke deel van het plangebied (huidig grasveld) dan ook niet noodzakelijk geacht. Indien de inrichtingsplannen wijzigen, waardoor toch diepere bodemverstorende ingrepen zullen worden uitgevoerd, is het advies om ook in het centrale en oostelijke deel van het plangebied een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.
22813.003 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Adviesbureau Haver Droeze BV een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied gelegen aan de Doornseweg 20 te Leusden, in de gemeente Leusden (zie kaarten 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de op het westelijke deel van het perceel gelegen woning te slopen en hiervoor in de plaats twee vrijstaande woningen te realiseren. Het achterliggende grasveld wordt omgevormd naar een bloemrijk grasland. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst het vigerend bestemmingsplan worden herzien. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 9 en 10 augustus 2023 door ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA Prospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 22 augustus 2023.
2
BUREAUONDERZOEK
2.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld.
2.2 Methoden Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en volgens de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Tevens is het onderzoek uitgevoerd conform de gemeentelijke richtlijnen van de gemeente Leusden.
22813.003 versie 2
1 / 38
Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06.2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • • • • •
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • • • • • • •
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; een recente topografische kaart; recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3); de gemeentelijke archeoloog van Leusden; de archeologische beleids- en verwachtingskaarten van de gemeente Leusden; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
2.3 Afbakening en huidige situatie van het plangebied Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 1.000 meter rondom het plangebied.
2 SIKB
22813.003 versie 2
2 / 38
Het plangebied heeft een oppervlakte van 5.642 m² en ligt aan de Doornseweg 20, circa 4,5 kilometer ten zuidwesten van de kern van Leusden, in de gemeente Leusden (zie kaarten 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte variërend tussen circa 8,9 en 9,4 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Leusden, sectie B, nummer 846. Volgens de topografische kaart van Nederland, 32 D (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 153.372 / Y: 458.662. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het meest westelijke deel van het plangebied betreft een woonerf langs de Doornseweg (nr. 20) en is bebouwd met een vrijstaande woning en meerdere schuren. Het woonerf is verder deels voorzien van en grindverharding en verder in gebruik als (sier)tuin. Het merendeel van het plangebied is verder in gebruik als grasveld. Het plangebied wordt langs de noordzijde begrensd door enkele agrarische percelen en langs de oost- en zuidzijde voornamelijk door bos. Langs de oostzijde van de Doornseweg/provinciale weg N227 bevinden zich andere woonpercelen.
Ten westen van de Doornseweg bevindt zich een omvangrijk heidegebied, de Leusderheide (zie kaart 3), welke in gebruik is als militair oefenterrein. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen de Beheersverordening Leusden en Achterveld actualisering van de gemeente Leusden (vastgesteld op 14-11-2013). Volgens de Beheersverordening heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie middelhoge verwachting 2.3 Volgens de planregels van een gebied met dubbelstemming Waarde – Archeologie middelhoge verwachting 2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en waarbij de grondwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden.
Deze dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart van de gemeente Leusden. Volgens deze kaart (zie kaart 4) ligt het plangebied in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting (Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied (AWV) categorie 4). 4
3
Portaal voor Ruimtelijke Plannen
4 Beumer, 2017
22813.003 versie 2
3 / 38
Bodemloket5 Door zowel overheid als bedrijfsleven is de afgelopen jaren veel gedaan om de bodemkwaliteit van uw omgeving in kaart te brengen of te verbeteren. Via het Bodemloket wordt inzicht gegeven in de bij de overheid bekende gegevens. Ook is te zien waar vroeger (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen omdat ze de bodemkwaliteit beïnvloed kunnen hebben. Het Bodemloket geeft aan dat het centrale en oostelijke deel van het plangebied (terrein dat in gebruik is als grasveld) deel uitmaken van een onderzocht gebied aangeduid met de locatienaam Kamp Waterloo en waar milieuhygienisch bodemonderzoek is uitgevoerd. Vanuit de resultaten van een nader bodemonderzoek in 1992 blijkt dat er binnen het destijds onderzochte gebied sprake is van een locatie/terreindeel met een bodemverontreiniging. Er dient op deze locatie een oriënterend onderzoek te worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. De verontreinigingslocatie ligt echter buiten de begrenzing van onderhavig plangebied. De verontreiniging zal zeer waarschijnlijk ontstaan zijn tijdens het bestaan/gebruik van Kamp Waterloo (militair terrein).
2.4 Toekomstige situatie Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is voornemens de westelijk op het terrein gelegen woning en bijgebouwen/schuren te slopen en hiervoor in de plaats twee vrijstaande woningen te realiseren (zie bijlage 4). De twee nieuwbouwwoningen zullen worden voorzien van een staalfundering op het gele zand (top van de C-horizont), waarbij de bodem tot een diepte van minimaal circa 80 cm -mv wordt afgegraven (bouwput). Tevens zullen diverse nutsvoorzieningen worden aangelegd (kabels en leidingen). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. Het achterliggende weiland wordt omgevormd naar een bloemrijk grasland. De verwachting is dat hiervoor bodemverstorende ingrepen beperkt zullen blijven tot de bovenste 30 cm van de huidige bodemopbouw/30 cm van de huidige bouwvoor.
2.5 Aardwetenschappelijke gegevens Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen.
5 Bodemloket
22813.003 versie 2
4 / 38
De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 2-1 Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie6
(Gordel)dekzandafzettingen op sneeuwsmeltwater-/daluitspoelingswaaierafzettingen van de Formatie van Boxtel op gestuwde rivierafzettingen van de Formatie van Urk, Waalre en Peize.
Geomorfologie7
Westelijke deel plangebied binnen een daluitspoelingswaaier (11G21). Centrale en oostelijke deel plangebied binnen een niet gekarteerd terrein, vanwege gebruik als militair terrein (niet toegankelijk voor kartering). Op basis van geomorfologische eenheden in de direct omgeving zeer waarschijnlijk binnen een gebied van gordeldekzandwelvingen (3L52).
Bodemkunde en grondwatertrap8
Haarpodzolgronden, bestaande uit zwak lemig fijn zand (Hd21) met grondwatertrap VII"/VIII.
Landschappelijke ontwikkeling9 Het plangebied is gelegen op de overgang van de ten oosten gelegen Gelderse Vallei naar het ten westen gelegen stuwwallencomplex van de Utrechtse Heuvelrug. De voorlaatste ijstijd (het Saalien, circa 250.000 tot 130.000 jaar geleden) heeft een grote invloed gehad op de landschappelijke ontwikkeling van de omgeving waarin het plangebied is gelegen. In het Saalien reikte de maximale uitbreiding van het landijs tot de lijn Haarlem-Nijmegen. Aan de grens van het landijs “vloeide” het ijs in lobben uit en drong laagten binnen. Door de stuwende werking van het ijs werden er langs de rand van zulke laagtes, waarvan de Gelderse Vallei een voorbeeld is, stuwwallen gevormd. Het opgestuwde materiaal zelf bestaat uit dikke lagen zand, grind en klei die eerder in een vlak en laaggelegen gebied waren neergelegd door de Rijn en Maas. Deze zijn door het ijs in grote schubben over elkaar opgedrukt en vormen nu hellende lagen. De Gelderse Vallei wordt ten westen en zuiden begrensd door het nabijgelegen stuwwallengebied van de Utrechtse Heuvelrug en verder ten oosten door de Veluwe. De gestuwde afzettingen uit de Saale-ijstijd worden gerekend tot het Laagpakket van Gieten, Formatie van Drente. Tijdens en na het ontstaansproces van de stuwwallen spoelde er in de zomer smeltwater van het landijs vanuit het stuwwallengebied naar de lager gelegen, omliggende gebieden.
Het smeltwater nam veel zand en grind mee wat voorbij de ijsrand werd afgezet in een geleidelijk aflopende ijssmeltwatervlakte, ook wel bekend als een sandr of sandrvlakte. De verspoelde gestuwde afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Schaarsbergen, Formatie van Drente.
6 De Mulder et al., 2003 7 NGR/Wageningen Environmental Research (2019) 8
NGR/Wageningen Environmental Research (2018) / Stichting voor Bodemkartering, 1997
9 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008, 2005 / De Boer et al., 2009
22813.003 versie 2
5 / 38
Aan het einde van het Saalien trok het landijs zich definitief terug en begon de zeespiegel weer te stijgen. Er brak een relatief warme periode aan, het Eemien (circa 130.000 tot 115.000 jaar geleden). Het was vergelijkbaar met het huidige klimaat in Midden-Frankrijk. In de door het landijs uitgeschuurde Gelderse Vallei ontstond de Eemzee. Tijdens deze mariene fase werden grofzandige sedimenten afgezet, vaak rijk aan schelpen en schelpgruis; kleiige afzettingen werden in de eindfase van deze mariene periode afgezet en behoren tot de Eem Formatie. Langs de randzone van het mariene sedimentatiegebied vond op uitgebreide schaal veenvorming plaats, welke behoren tot de Formatie van Woudenberg. Na het Eemien brak de laatste ijstijd (het Weichselien, circa 120.000 tot 10.000 jaar geleden) aan. Het landijs dat tijdens deze ijstijd ontstond heeft Nederland echter nooit bereikt. Wel heerste er gedurende langere periodes een zeer koud en droog klimaat. Nederland bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. Onder periglaciale omstandigheden is de ondergrond periodiek permanent bevroren en is het regenen sneeuwsmeltwater gedwongen om over het oppervlak af te stromen. Hierdoor vond sterke erosie plaats van de stuwwallen. Erosie vond vooral plaats doordat een geconcentreerde afstroming van sneeuwsmeltwater zich insneed in de permafrost.
Hierdoor ontstonden sneeuwsmeltwaterdalen, welke vandaag de dag worden aangeduid als droge dalen. Aan het einde van deze dalen zijn de meegevoerde sedimenten tot afzetting gekomen als sneeuwsmeltwaterafzettingen, ofwel een daluitspoelingswaaier. In de tweede helft van het Wiechselien veranderde het klimaat van koud en nat naar koud en droog. In de koudste en droogste perioden, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 en 15.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 15.700 en 11.755 jaar geleden), is de vegetatie vrijwel verdwenen. Hierdoor is op grote schaal de fijnkorrelige zandbodems gaan verstuiven. Vooral in de open Gelderse Vallei ontstond een uitgestrekt duinlandschap met ruggen, vlakten en geïsoleerde laagten, het zogenaamde ‘dekzandlandschap’. Langs de hoge stuwwallen en in het oostelijke deel van het gebied van de gemeente Leusden, werd het dekzand afgezet in de vorm van een gordel, vandaar de term gordeldekzandafzettingen. Het plangebied ligt binnen een dergelijke gordel van dekzandafzettingen. Zowel de sneeuwsmeltwaterafzettingen als de dekzandafzettingen behoren tot de Formatie van Boxtel. Het dekzand wordt specifiek aangeduid als het Laagpakket van Wierden. Het Holoceen begon ongeveer 10.000 jaar geleden en duurt nog steeds voort.
Door de temperatuursstijging aan het eind van de Weichselien smolten de ijskappen op het noordelijk halfrond waardoor de zeespiegel sterk steeg en er een vegetatieontwikkeling van vooral warmteminnende boomsoorten plaatsvond. In de loop van het Holoceen kon in de lagere delen van het dekzandgebied een veenpakket ontstaan als gevolg van een sterke grondwaterspiegelstijging in het Atlanticum in combinatie met de invloed van kwelwater vanaf de Utrechtse Heuvelrug. Verder zijn er door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat vooral plaatsvond in de Nieuwe tijd (zie bijlage 1). Zandverstuivingen hebben voornamelijk aan en op de flanken van de stuwwal plaatsgevonden. Plaatselijk hebben zij het oorspronkelijke reliëf sterk gewijzigd. Ze worden gekenmerkt door een grillig reliëf met hoge en lage landduinen waarin geen bodemvorming heeft plaatsgevonden. De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke tevens behoort tot de Formatie van Boxtel. Vrijwel direct ten zuiden tot oosten van het plangebied komt een gebied van zandverstuivingen voor.