CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwerpbestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg-NL.IMRO.0327.261-0304.pdf

Informatieavond 29 februari 2024, gemeente LeusdenBij agendapunt: 3b: RV Vaststelling bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg31.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Lokale en circulaire economie: de belangrijkste ambitie is de vermindering van restafval in 2030 tot maximaal 25 kg per inwoner. Inwoners en bedrijven gaan bewuster om met grondstoffen en voedsel. De gemeente geeft hierin het goede voorbeeld door producten en diensten zoveel mogelijk lokaal, duurzaam en sociaal producten in te kopen. 3. Biodiversiteit en duurzame leefstijl: de ecologische voetprint van inwoners en bedrijven is verkleind, het bewustzijn van een groene en duurzame leefstijl is versterkt en de biodiversiteit is toegenomen. Ook wordt er meer gebruikgemaakt van duurzaam vervoer zoals de fiets en deelauto’s.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 52 -

4.4.3 Nota Grondbeleid 2020 - 2025 In 2013 is de Nota Grondbeleid 2013 – 2017 gemeente Leusden vastgesteld, waarin de kaders zijn vastgelegd voor het grondbeleid. De nota is opgesteld in de crisisperiode. Met de huidige marktontwikkelingen op de woningmarkt is deze nota toe aan een herziening. Ook waren er ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, waaronder de aanscherping van de BBVregelgeving en de Wet Voortgang Energietransitie. Daarnaast is in 2019 het Klimaatakkoord vastgesteld. Het wordt steeds duidelijker dat de energietransitie een behoorlijke impact gaat hebben op de ruimte. Verder treedt mogelijk in 2021 de Omgevingswet in werking. Kortom, er is voldoende aanleiding voor een nieuwe nota grondbeleid voor Leusden. In de nota wordt beschreven op welke wijze de gemeente uitvoering geeft aan haar grondbeleid. Het gaat hierbij met name om de beleidskeuzes die de gemeente maakt. Grondbeleid is dienend aan de Leusdense ambities en doelstellingen. Het ruimtelijk beleid van Leusden is vastgelegd in de Omgevingsvisies Stedelijk gebied en Landelijk gebied (versie 1.0 vastgesteld op 2 februari 2018). De Nota Grondbeleid heeft dan ook een nauwe verwantschap met deze omgevingsvisies. Uitgelicht: energietransitie buitengebied Naast de traditionele opgave krijgt Leusden nu ook te maken met de ruimtelijke inpassing van energieprojecten.

Denk aan bijvoorbeeld zonneparken, windparken, energieopslag en de warmtetransitie. Dit leidt op termijn tot een duurzaam energielandschap met een ruimtelijke claim. Leusden is momenteel bezig met het inzichtelijk maken van de energieopgave en wat daarvoor nodig is om de ambities te behalen. Dit gaat verder dan alleen (grootschalige) energieopwek in het buitengebied. Leusden werkt hierbij in regionaal verband aan een Regionale Energiestrategie (RES). Medio 2020 moet helder zijn hoe de opgave voor bijvoorbeeld duurzaam opgewekte elektriciteit is verdeeld over de regio’s. Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd. Het centrale doel is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen (CO2) met 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Het is een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak. Er zijn afspraken aan vijf sectortafels gemaakt, namelijk: Gebouwde omgeving, Mobiliteit, Industrie, Landbouw & landgebruik en Elektriciteit. In de Regionale Energiestrategie (RES) worden afspraken uit het Klimaatakkoord in de praktijk gebracht. Overheden werken met maatschappelijke partners, netbeheerders, het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit.

Dit doen zij voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur. Deze keuzes worden uiteindelijk vertaald naar gebieden, projecten en naar de implementatie en uitvoering van die projecten. Hierbij is wel de vraag wat de ruimteclaim zal zijn op de lange termijn. De vraag naar duurzame energie is structureel van aard, maar de benodigde ruimte kan in de toekomst anders zijn als gevolg van technologische ontwikkelingen met betrekking tot bijvoorbeeld het vermogen van zonnepanelen en windmolens. Elektriciteit Het Rijk streeft naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen. De maatregelen en acties die hiervoor nodig zijn, zijn in het Klimaatakkoord uitgewerkt in concrete afspraken voor hernieuwbaar opgewekte energie op land en zee voor 2030. De belangrijkste doelen, uitgangspunten en maatregelen zijn als volgt: •

Overheden laten initiatieven voor duurzame elektriciteitsproductie voornamelijk over aan de markt: van projectontwikkelaars tot energiecoöperaties.

•

Gezamenlijk doel is dat uiterlijk op 1 januari 2025 alle aangevraagde benodigde vergunningen zijn afgegeven en dat eventuele tenders tijdig zijn afgerond. Om voldoende volume te waarborgen en uitval van projecten te compenseren, wordt daarbij meer ruimte gezocht en ingepland.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 53 -

•

De volgende planning vormt het uitgangspunt: uiterlijk 1 januari 2023 50%, 1 januari 2024 70% en 1 januari 2025 100% van de projecten is planologisch vergund. Uiterlijk in 2025 is een SDEsubsidie aangevraagd.

•

Participatie is wenselijk. Dit kan in de vorm van procesparticipatie, financiële participatie, financiële obligaties, eigendomsparticipatie, een omgevingsfonds of een combinatie hiervan. Het bevoegd gezag controleert dat initiatiefnemers en omgeving hierover het gesprek aangaan.

•

Partijen werken gelijkwaardig samen in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in een evenwichtige eigendomsverdeling waarbij gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom (burgers en bedrijven).

•

Bij publiek grondeigendom heeft een tender de voorkeur. Overheden brengen locaties voorbereid naar de markt, gericht op een optimale prijs-kwaliteit binnen het project. Het mag niet gericht zijn op een hogere prijs van de grond.

•

Realisatie van grootschalige energieprojecten op privégronden is op basis van vrijwilligheid.

•

De zekerheid dat de opgewekte stroom wordt geleverd aan het net is een belangrijke factor. Tijdige afstemming met betrokken netbeheerder is daarom noodzakelijk.

Regie via grondbeleid Gelet op het bovenstaande is enige vorm van overheidsregie naar verwachting onvermijdelijk. Grondbeleid is een middel om als gemeente meer grip te krijgen op de voortgang en invulling van de energietransitie. Er zijn meer sturingsmogelijkheden voor de gemeente vanuit grondeigendom dan vanuit privaat eigendom. Bij privaat eigendom is namelijk medewerking nodig op basis van vrijwilligheid. Dit kan uiteraard per situatie verschillen. Gemeentelijk grondeigendom is niet altijd noodzakelijk. Zo kan een particuliere grondeigenaar een overeenkomst sluiten met een ontwikkelaar voor het tijdelijk gebruik van gronden voor de exploitatie van een energieproject. De rol van de gemeente beperkt zich dan tot de planologische medewerking, het kostenverhaal en vergunning. Voor wat betreft (kleinschalige) energieopwek op daken is vooralsnog het uitgangspunt dat vastgoedeigenaren bij voorkeur hiervoor zelf het initiatief nemen. Vanwege de ruimtelijke impact gaat deze nota grondbeleid alleen in op grootschalige energieopwek.

4.4.4 Energietransitie De gemeente Leusden heeft zelf (nog) geen uitgewerkt beleid ontwikkeld ten aanzien van het opwekken van nieuwe duurzame energie. De gemeente trekt hierin samen op met gemeenten in de regio Amersfoort, zie ook Regionaal beleid. Wel heeft de gemeente haar ambitie vastgelegd voor de periode tot 2040. Energieakkoord Leusden De gemeente Leusden is een klimaatneutrale organisatie. Deze positie bereikt de gemeente door continu aandacht te hebben voor energiebesparing, door groene stroom (Nederlandse wind) te gebruiken en door onvermijdelijke CO2 uitstoot te compenseren. De gemeente Leusden wil in 2020 minimaal 11 kton CO2 besparen ten opzichte van 2012. Dit is vastgelegd in Energieakkoord Leusden dat in 2013 met 18 lokale organisaties en bedrijven is ondertekend. Duurzaam Doen Leusden Duurzaam Doen Leusden is een initiatief van inwoners, ondernemers en de gemeente. Samen werken we aan acties en activiteiten die bijdragen aan een groen, schoon en energieneutraal Leusden in 2040. Uitnodigingskader zon- en windenergie gemeente Leusden De gemeenteraad heeft op 16 december 2021 het uitnodigingskader zonne-energie vastgesteld. Een uitnodigingskader geeft aan waar er in de gemeente plek is voor zonnevelden en waar er plek is voor

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 54 -

windmolens. Het uitnodigingskader geeft ook aan waar de zonnevelden en windmolens aan moeten voldoen. Voor windenergie moet er eerst een nader onderzoek komen. De gemeenteraad vindt het nog te vroeg voor kaders voor windenergie. De eerste stap is het doen van onderzoek naar windenergie langs de A28. Voor het vervolgproces vindt de raad drie dingen belangrijk. Dat we samen met inwoners het onderzoek vormgeven. Dat we een onderzoeksbureau laten berekenen welke geluid- en slagschaduweffecten er mogelijkerwijs optreden. En dat we met de buurgemeenten Amersfoort en Soest samenwerken. Pas als daaruit blijkt dat windenergie langs de A28 mogelijk is, zal de raad een besluit nemen over de kaders en uitgangspunten die daarvoor moeten gelden. Het uitnodigingskader zorgt voor helderheid over de spelregels waar zonnepanelen en –velden kunnen worden toegepast en waar juist niet. In de zonneladder is een voorkeursvolgorde bepaald waarin natuurgronden worden ontzien en het plaatsen van zonnepanelen op daken en langs randen van bedrijventerreinen juist de voorkeur krijgen. Zorgvuldigheid is voor de gemeenteraad essentieel. Bij elk energieproject willen zij vooraf weten hoe de algemene eisen uit het uitnodigingskader concreet uitpakken op die specifieke locatie. Zonneladder 2022 – 2023 Grondeigenaren kunnen met plannen komen om op hun grond duurzaam energie op te wekken.

De voorstellen moeten aan voorwaarden voldoen. • In de zonneladder hieronder staat waar zonnepanelen of zonnevelden kunnen komen. • Het gaat om plannen voor zonnepanelen buiten de bebouwde kom en eventueel kleine windmolens op agrarische erven. We onderzoeken of deze kleine windmolens hoger mogen worden dan nu is toegestaan.

Het onderhavig initiatief valt daarmee in trede drie, Nee / Tenzij. Weging eisen Uitnodigingskader In een apart uitgewerkte memo hebben de initiatiefnemers van het Zonneveld Emelaarseweg op basis van het op 16 december 2021 vastgestelde ‘Uitnodigingskader zonne-energie en onderzoek windenergie’ het initiatief beoordeeld op de 9 genoemde eisen en 7 genoemde beoordelingscriteria. De memo als bijlage 9 opgenomen bij deze toelichting, zie bijlagenboek.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 55 -

Eindconclusie memo: Met het voorliggende initiatief is beoogd een substantiële bijdrage te leveren aan de voorgenomen energie transitie en daarmee aan de uitstoot van schadelijke broeistofgassen. Tegelijkertijd levert het initiatief een aanvullende bijdrage aan natuurontwikkeling ter bevordering van de biodiversiteit voor flora en fauna. In de ontwerpfase van het plan is hier met de meeste zorgvuldigheid invulling aangegeven. Dit in samenspraak met specialisten en gemeentelijke disciplines. Toetsing aan de eisen en voorwaarden gesteld in het ‘Uitnodigingskader zonne-energie en onderzoek windenergie’ wordt volledig voldaan, onderbouwd en nader uiteengezet.

Conclusie gemeentelijk beleid Voor het onderhavig plan wordt in eerste instantie planologische medewerking gevraagd voor uitbreiding van de gebruiksmogelijkheid op het braakliggende agrarisch perceel. En toe te staan de bouw van een zonneveld met panelen om daarmee invulling te geven aan de nieuwe vorm van energie opwekking. Het initiatief speelt daarbij in op de van overheidswege voorgenomen energietransitie en de hiervoor beschreven duurzaamheidsaspecten. In de gemeentelijke beleidsstukken zijn geen specifieke eisen opgenomen waaraan moet worden voldaan met betrekking tot grootschalige energie opwekking (zonnevelden / windmolens) en duurzaamheid. Het plan is derhalve niet in strijd met het gemeentelijk beleid en speelt juist in op de ambitie van de gemeente om duurzaamheidsprojecten te laten slagen.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 56 -

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 57 -

Hoofdstuk 5 Planologische en milieutechnische randvoorwaarden 5.1 Cultuurhistorie De Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo) heeft erin geresulteerd dat per 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangepast. Met deze aanpassing is cultureel erfgoed ingebed in de ruimtelijke ordening. Het is verplicht om in bestemmingsplannen aandacht te geven aan cultuurhistorie en de effecten van het initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Daar waar nodig dient de bescherming van deze waarden ook te worden vastgelegd in de regels en verbeelding bij het bestemmingsplan. Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten aanwezig, ook zijn er in de directe omgeving geen monumenten aanwezig waarmee eventueel rekening gehouden dient te worden bij de ontwikkeling van het onderhavig plangebied.

5.2 Archeologie Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden, als onderdeel van de Monumentenwet 1988. Op grond van de Monumentenwet is de raad verplicht bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Archeologische Beleidskaart Deze waarden en verwachtingen zijn aangegeven op de archeologische beleidskaart, die op basis van archeologische waarnemingen en vondsten en landschappelijke en historische gegevens tot stand is gekomen. De archeologische beleidskaart is samen met de archeologienota door de gemeente Leusden bij collegebesluit op 6 maart 2018 vastgesteld. De beleidskaart kent een onderverdeling in gebieden. Per gebied is een beleidsadvies geformuleerd. Naast Rijksmonumenten en gemeentelijke ondergrondse monumenten zijn er gebieden met een hoge archeologische waarde aangewezen. Ook is er een verdeling gemaakt tussen gebieden met een hoge, middelhoge en een lage archeologische verwachting. Ter voldoening aan artikel 38a van de Monumentenwet nemen we in bestemmingsplannen een regeling ten aanzien van de gebieden met archeologische waarden en verwachtingen op, voor zover die al niet (anderszins) zijn beschermd via de Monumentenwet.

Regeling in het bestemmingsplan Gezien de daarbij betrokken belangen en de wettelijke plicht om in de bestemmingsplannen nadrukkelijk rekening te houden met archeologie wordt in voorkomende gevallen gekozen voor een dubbelbestemming. Het opnemen van een dubbelbestemming brengt goed tot uitdrukking dat archeologie op zichzelf dient te worden beoordeeld en ten opzichte van de medebestemming van primair belang is. De dubbelbestemming omvat een eigen stelsel van regels voor bouwen en gebruik, dat functioneert naast (of boven) de regeling die is verbonden aan de onderliggende bestemming. Archeologie in relatie tot het plangebied Archeologische waardevolle gebieden Binnen het plangebied bevinden zich geen wettelijk beschermde archeologische monumenten of bekende archeologische waarden. Wel zijn er archeologische verwachtingen.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 58 -

Archeologische waardevolle verwachtingsgebieden Het plangebied ligt in zones met middelhoge- en hoge archeologische verwachting. Binnen de zone met hoge archeologische verwachting is ter plaatse bepaald dat ontwikkelingen van terreinen groter dan 100 m² met bodemingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld, en bij de zones met middelhoge archeologische verwachting is ter plaatse bepaald dat ontwikkelingen van terreinen groter dan 500 m² met bodemingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld er voorafgaand een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het totale oppervlak aan zonnepanelen is veel groter dan 500 m², echter de panelen staan gemonteerd op schroefpalen er hoeven geen bodemingrepen te worden uitgevoerd voor de aanleg van funderingen. De verplichting tot het overleggen van een archeologisch onderzoeksrapport geldt niet indien op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad.

Afbeelding: Fragment Archeologische beleidskaart 15 oktober 2017 (bron: Gemeente Leusden)

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 59 -

Overleg Centrum voor Archeologie Amersfoort Nader overleg met het Centrum voor Archeologie van de gemeente Amersfoort (CAR) heeft plaatsgevonden op 18 en 19 juni 2020. Waarbij de vraag is voorgelegd of gegeven de beperkte grondroeringen en het feit dat de gronden in de jaren 60 zijn afgegraven voor zandwinning, dit in het kader van de aanleg van klaverblad Hoevelaken, onderzoek naar archeologische waarden dient te worden uitgevoerd. Afgesproken is dat de kabels voor stroomtransport t.h.v. het noordelijke gelegen hoge verwachtingsgebied worden gemonteerd aan het frame / constructie benodigd voor de zonepanelen. En er (naast de palen voor die constructie) verder in deze zone geen andere ondergrondse activiteiten plaatsvinden (zoals hieronder ook beschreven), dan hoeft er geen archeologisch onderzoek plaats te vinden en hoeft er door de dienst ook geen boringen te worden uitgevoerd. Voor de kabel naar het trafohuisje aan de Emelaarseweg, in het zuidelijk gelegen hoge verwachtingsgebied, zal de ondergrens van 100 m² daar niet worden gehaald. De afstand vanaf de gepositioneerde omvormers (bruin aangeduid vlak op het inrichtingsplan) tot het trafohuisje is 117,8 meter. Met een sleuf breedte van 40 cm heeft de te roeren grond een oppervlakte van circa 46 m². Een archeologisch onderzoek is hier dus ook niet nodig.

De beperkte grondroeringen voor de aanleg van het zonneveld en vanwege de verstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden wordt nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Een tweede overleg met het CAR heeft plaats gevonden in maart 2023, dit naar aanleiding van de voorgenomen aanleg van de poel. Beantwoording: Het is inderdaad duidelijk te zien dat het terrein 50-60cm lager ligt dan de directe omgeving en zelfs 1 meter lager dan de dekzandruggen waarop archeologische resten zijn aangetroffen. Vergeleken met hoogtegegevens uit 1957 is er ongeveer 90cm afgegraven. Ik vermoed sterk dat in dit zuidelijke stuk daarmee eventuele archeologische resten zullen zijn vergraven. Ik durf het gebied wel vrij te geven. Maar ik zou wel willen vragen of door kan worden gegeven wanneer de poel wordt uitgegraven en wil dan langs komen om de bodemopbouw te bekijken. Graag daarvoor zodra de planning bekend is contact opnemen met het CAR. Ook voor het graven van de poel en ophogen van de omliggende gronden hoeft er geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wel geldt een meldingsplicht bij archeologische toevalsvondsten, Erfgoedwet art.5.10. Indien bij bodemverstorende werkzaamheden zaken worden aangetroffen, waarvan de vinder weet of redelijker wijs moet vermoeden dat het gaat om archeologische vondsten of sporen, dan is diegene verplicht dit direct te melden.

Officieel dient een melding te gebeuren bij de burgemeester van de betreffende gemeente of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In de praktijk is het eenvoudiger de melding te doen bij de gemeentelijk archeoloog via het Centrum voor Archeologie van de gemeente Amersfoort. Conclusie Er is geen reden om archeologisch onderzoek te laten uitvoeren en nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Archeologie vormt daardoor geen beletsel voor de voorgenomen ontwikkeling, de bouwplannen kunnen zonder archeologische restricties doorgaan.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 60 -

5.3 Bodem Het doel van de Wet Bodembescherming (Wbb) is het behoud en de verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Bij functiewijziging of graafwerkzaamheden is dus bodemonderzoek nodig. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient een bodemanalyse te worden verricht met het oog op de beoordeling van de realiseerbaarheid van bepaalde bestemmingen of bestemmingswijzigingen. Bij ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie. Wanneer een toekomstige functie mogelijk wordt belemmerd door de bodemkwaliteit (denk bijvoorbeeld aan een woonfunctie op een voormalige vuilstortplaats), zal een verkennend bodemonderzoek moeten aantonen of dit daadwerkelijk het geval is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het daarom van belang om te kijken of de toekomstige functie van het gebied niet in strijd is met de kwaliteit van de bodem. Het voorgenomen initiatief heeft betrekking op een gedeeltelijke functiewijziging van de agrarische bestemming om tevens zonnepanelen toe te staan op het betreffende perceel. Voor het initiatief is het niet noodzakelijk hiervoor een verkennend bodemonderzoek uit te voeren. De (nieuwe) eigenaar heeft echter wel een dergelijk onderzoek laten uit voeren, om daarmee niet achteraf geconfronteerd te worden met (mogelijke) bodemverontreinigingen.

Door PJ milieu bv is een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd in de maanden juli en augustus 2020. De volledige rapportage en resultaten van het uitgevoerde onderzoek zijn als bijlage 5 bij de toelichting van onderhavig bestemmingsplan gevoegd. Opgemerkt wordt dat het onderzoek is uitgevoerd voor een veel groter gebied dan enkel voor het onderhavig plangebied en dat heeft te maken met de (voorgenomen) aankoop van die gronden. Met het planvoornemen voor het zonneveld zijn enkel de resultaten betreffende kavel kadastraal nummer 3335 (het oude nr. 2901) van toepassing (boringen 104 t/m 141). Deze resultaten worden aangemerkt als ijkmoment (z.g. nulmeting) voor mogelijke bodemverontreiniging als gevolg van het gerealiseerde zonneveld. Bij beëindiging en ontmanteling van het zonneveld zal d.m.v. een nieuw bodemonderzoek geëvalueerd worden of door toedoen van het zonneveld bodemverontreiniging heeft plaats gevonden en/of sanering moet volgen.

Fragment kaart bodemonderzoek en boorpunten

Resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Bovengronds zijn licht verhoogde gehalten zink, drins, PAK aangetoond en in de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater is een sterk verhoogd gehalte zink

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 61 -

aangetroffen bij peilbuis 26, gelegen buiten het onderhavig plangebied, en zijn diverse licht verhoogde gehalten aangetoond. Formeel is nader onderzoek noodzakelijk naar de omvang van de verontreiniging met zink. Echter bij normaal gebruik zal men geen contact hebben met het grondwater, derhalve wordt geadviseerd het onderzoek af te stemmen op het daadwerkelijk noodzakelijk gebruik (bv. bij het toepassen van bronbemaling). De onderzochte mengmonsters naar asbest is bij twee monsters asbest aangetoond in een gehalte van 6,8 mg/kg en 1,4 mg/kg d.s. Het betreft boorgaten 7 t/m 12 en 19 t/m 24 en zijn gelegen op het westelijk perceel, kadastraal 1891. Dit perceel maakt geen onderdeel uit van het onderhavig plangebied. In de fractie < 0,5 mm zijn indicatief geen asbestverdachte vezels waargenomen. Het gehalte overschrijdt niet de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). Bij de overige vier monsters is asbest niet aantoonbaar. Het volledige onderzoeksrapport is als bijlage 5 bij de toelichting van onderhavig bestemmingsplan gevoegd. Aan de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht is verzocht over dit onderzoek te adviseren in het kader van de herontwikkeling van de locatie, kadastraal bekend als gemeente Stoutenburg, sectie B, nummer 3335.

Het uitgebrachte advies geeft aan dat het uitgevoerde bodemonderzoek een voldoende beeld geeft van de bodemkwaliteit ter plaatse van de aanvraag. Het advies van het RUD is als bijlage 6 bij de toelichting van onderhavig bestemmingsplan gevoegd. Herstelplicht Wie vervuilt, moet dit ook opruimen. Als uit de vergelijking tussen de nulsituatie en eindsituatie blijkt dat de bodem is verontreinigd of aangetast, zal de bodemkwaliteit moeten worden hersteld. Tenminste tot het niveau van de gevonden waarden ten tijde van de nulsituatie. Voor het onderhavig plangebied is een nulsituatie vastgelegd middels een door PJ milieu bv uitgevoerd verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd in de maanden juli en augustus 2020. Of er ook bodemverontreiniging door de zonnepanalen en draagconstructies zal plaats vinden, over een periode van 25 jaar (exploitatie periode), is op dit moment met zekerheid niet aan te geven. Wel is het streven er op gericht om uitloging van toegepaste materialen te voorkomen. Na de exploitatieperiode van het zonneveld zal een dan uit te voeren bodemonderzoek e.e.a. inzichtelijk moeten maken en/of herstel van de bodem noodzakelijk is. Een eventueel herstel van de bodem moet dan worden uitgevoerd met de best beschikbare techniek, door een persoon of instantie die een erkenning bezit op grond van het Besluit bodemkwaliteit.

Conclusie Het aspect bodem vormt op basis van de hierboven benoemde gronden geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 62 -

5.4 Flora en fauna Algemeen De ontwikkelingslocatie ligt buiten het Natura 2000-gebied en eveneens buiten de grenzen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (zie afbeelding ). Een strook ten noorden van het plangebied en ten zuiden van de Barneveldse Beek ligt wel binnen het NNN, deze gronden vormen geen onderdeel bij de voorgenomen functieveranderingen. De NNN en Natura 2000 blijven daarom verder buiten beschouwing en vormen geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen initiatief.

Fragment kaart Natuurnetwerk Nederland en ontwikkelingslocatie Het voorgenomen initiatief houdt in dat bij de huidige agrarische bestemming de bouw van een zonneveld (zonnepanelen) mogelijk wordt gemaakt. In verband daarmee is in het kader van de zorgplicht nader ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de eventuele aanwezigheid van beschermde soorten (planten en dieren) en mogelijke gevolgen door de bouw op de natuur.

5.4.1 Oriënterend onderzoek flora en fauna In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn initiatiefnemers bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een oriënterend onderzoek uit te laten voeren naar de mogelijke negatieve effecten voor beschermde flora en fauna en beschermde gebieden. Bureau Blom Ecologie B.V. heeft ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in juli 2020 een veldonderzoek uitgevoerd naar de effecten op de flora en fauna. Het volledige onderzoeksrapport is als bijlage 7 bij de toelichting van onderhavig bestemmingsplan gevoegd. Conclusies uit de rapportage •

Soortenbescherming: De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën en insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 63 -

•

Gebiedsbescherming: De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk.

•

Houtopstanden: Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

Voor de uitvoering van de werkzaamheden worden nog een zestal maatregelen benoemd waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de algemene zorgplicht. Het voorgenomen initiatief maakt geen directe ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot hinder of beschadiging van aanwezige beschermde natuurwaarden. Conclusie Voor het aspect flora en fauna zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen beperkingen en is er geen reden om aanvullend onderzoek te laten uitvoeren.

5.5 Geluid Conform de Wet geluidhinder (Wgh) is het noodzakelijk akoestisch onderzoek te doen in het geval van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en verpleeghuizen) of bij een uitbreiding van dergelijke bestemmingen die binnen de geluidszone van een weg worden gesitueerd. Ook bij de realisatie van nieuwe infrastructuur is onderzoek nodig. Binnen het plangebied is geen geluidsgevoelige bebouwing aanwezig, ook wordt de ontwikkeling daarvan niet mogelijk gemaakt, eveneens wordt er geen nieuwe infrastructuur gerealiseerd. Conclusie Er hoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd naar geluidhinder. De realisatie van een zonneveld vormt op basis van de Wet geluidhinder geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.6 Kabels en leidingen Voor ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met bestaande onder- en bovengrondse kabels en leidingen cq. infrastructuur. Voor zover bekent zijn er in en in de nabijheid van het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. KLIC-melding Voorafgaand aan het ten uitvoer brengen van het project zal de wettelijk verplichte klic-melding (WION grondroerdersregeling) bij het kadaster worden ingediend. Waarmee inzicht wordt verschaft over de ligging van eventueel aanwezige ondergrondse kabels en leidingen. De kabel- en leidinginformatie moet op de locatie aanwezig zijn tijdens de graafwerkzaamheden. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 64 -

5.7 Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.

In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Ng/m3 NO2 of PM10) als ‘niet in betekenende mate’ wordt beschouwd. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing biedt de mogelijkheid tot het realiseren van een zonneveld. Een dergelijke functie heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden, geen verkeersaantrekkende werking. De verkeersgeneratie van de nieuwe functie is dan ook nihil. Het project moet derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan om deze reden achterwege blijven. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8 Milieuzonering In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten 'milieubelastende activiteiten' aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van 'milieugevoelige activiteiten'. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Een zonnepark is geen milieugevoelige functie. Door de realisatie van voorliggend plan wordt geen beperkingen gecreëerd op omliggende milieubelastende functies. Zonneparken zijn niet opgenomen in de VNG-brochure, daarmee is geen richtafstand voor zonneparken voor handen. Zonnepanelen zelf hebben ook geen milieubelastende effecten. Echter zijn de elektrische omvormers en transformatorgebouwen die gebruikt worden om de energie te winnen wel milieubelastende functies. Hierbij is geluid het bepalende aspect voor de richtafstanden. De grootste hinder wordt veroorzaakt door zgn. omvormers, de grootste richtafstand is op basis van geluid. Voor een veld van 3 ha zal het vermogen niet boven de 100 MVA komen.

Omvormers kunnen op zonnige dagen een licht zoemend geluid maken, maar dit is op een afstand van 30 m niet meer hoorbaar. Op grond van de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Er zijn geen milieugevoelige functies binnen een straal van 50 meter rondom de positionering van de omvormers. De drie meest nabij gelegen woningen Emelaarseweg 22, 23 en 24 zijn daarvan op een afstand gelegen van respectievelijk 90, 116 en 157 meter.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 65 -

Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.9 Externe veiligheid Externe veiligheid houdt zich bezig met de risico's als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen. In dat kader zijn vier onderwerpen van belang: •

bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

•

bedrijven die op grond van overige milieuwetgeving afstandsnormen voor veiligheid bezitten, zoals het Vuurwerkbesluit of het Activiteiten-besluit (bv. propaantanks);

•

het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water; en

•

het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.

Om te bepalen of in de nabijheid van het projectgebied sprake is van de vier bovenstaande onderwerpen is de risicokaart van de provincie Utrecht geraadpleegd. Het kaartfragment is te zien op de onderstaande afbeelding.

Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl In of in de nabijheid van het projectgebied zijn geen bedrijven of inrichtingen gelegen die onder het Bevi vallen. Ten noorden van het projectgebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over respectievelijk het spoor en de weg A1. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor geldt geen risicocontour. De risicocontour van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg reikt niet tot in het projectgebied. Bij de bouw van kwetsbare objecten dient rekening te worden gehouden met deze risicocontouren. De bouw van zonnepanelen valt hier echter niet onder. Een zonneveld vormt geen (beperkt) kwetsbaar object, er verblijven immers geen mensen.

5.9.1 Batterij-energieopslagsystemen (BEOS) Voor energieopslag is (nog) geen specifieke regelgeving in gemeente Leusden aanwezig. Maar zijn wel algemene regelgeving en normen vastgelegd in NEN 4288 - Bedrijfsvoering van batterijenergieopslagsystemen, aanvullende eisen voor NEN 3140 – en NEN 3140 Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Laagspanning--. Ook zijn er nog NEN normen die betrekking hebben op de veiligheid.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 66 -

Begin 2021 werd NEN 4288 ‘Bedrijfsvoering van voor batterijopslagsystemen’ (BEOS), in de volksmond buurtbatterijen, gepubliceerd. NEN 4288 is onderdeel van NEN 3140, de Nederlandse norm voor veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden nabij, aan of met elektrische objecten in het laagspanningsgebied. Een van de belangrijke aandachtspunten is veilig werken aan een buurtbatterij. Daarbij komen verschillende onderwerpen aan bod, met name om elektrocutie te voorkomen bij onderhoud. Zo moet worden verzekerd dat deze altijd is uitgeschakeld bij onderhoud en vastgelegd is wie de aan- en uitknop mag bedienen. Ook wanneer een batterij onderdeel is van een elektrische installatie, is een eigen onderhoudsschema noodzakelijk. Er worden bijvoorbeeld ook richtlijnen gegeven voor het toepassen van gereedschappen en persoonlijke beschermingsmiddelen die mensen beschermen bij het werken aan een buurtbatterij. Daarnaast richt NEN 4288 zich op de procedurele kant; handelingen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden die nodig zijn voor een veilige bedrijfsvoering. Er zijn nu eenmaal risico’s verbonden aan elektrische opslag, bijvoorbeeld als gevolg van een mechanische schok of thermal runaway. Dat heeft implicaties voor de vergunningverlening door gemeenten, onderhoud en inspecties en de inzet van Veiligheidsregio’s bij een crisis. Zo moeten die allereerst weten waar systemen staan.

De positionering is daarbij in alle gevallen van cruciaal belang om de kans op ongelukken te minimaliseren. Is de draagkracht van het dak of de vloer waarop een buurtbatterij staat voldoende? Is de batterij zo geplaatst dat er geen auto’s tegenaan kunnen rijden? Kan de brandweer erbij als dit batterij-energieopslagsysteem in de fik vliegt? Als daar sprake van mocht zijn, is dan uitgesloten dat bijvoorbeeld een nabijgelegen tankstation of woningen meegaan in de vlammen of vluchtwegen worden afgesloten? Dat zijn allemaal zaken waarover moet worden nagedacht en naar gehandeld.’ Tevens dient het Energie Opslag Systeem (EOS) te voldoen aan de richtlijn PG37.1 voor veilige opslag van elektriciteit in energie opslag systemen. Een PGS-richtlijn is een document over activiteiten met gevaarlijke stoffen. In de PGS-richtlijn staan de belangrijkste risico's van die activiteiten voor de veiligheid en gezondheid van werknemers, veiligheid van de omgeving en de brandveiligheid. Ook staan in een PGS-richtlijn de mogelijke gevolgen van die risico's voor het bestrijden van een ramp. Om de risico's te beheersen en de negatieve effecten voor mens en milieu te beperken zijn doelen geformuleerd. Aan deze doelen zijn maatregelen gekoppeld en met deze maatregelen kan aan de doelen worden voldaan. Een EOS moet dus voldoen aan de PGS 37-1.

Dit wordt meestal via een maatwerkvoorschrift aan een melding Activiteitenbesluit gekoppeld. Toetsing van het Energie Opslag Systeem (EOS) door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) vindt o.a. plaats door de door initiatiefnemer ingevulde checklist (zie bijlage 10). Ook heeft de VRU een afstemmingsafspraak (zie bijlage 11) opgesteld met aandachtspunten voor de inrichting van een zonneweide. De EOS is dus meldingsplichtig voor het Activiteitenbesluit en zal gelijktijdig met het indienen van de omgevingsvergunning bouwen worden ingediend. Op dit moment van de bestemmingsplan procedure is het aangeven van soort- en noodzakelijkheid van de EOS en de definitieve aantallen zonnepanelen nog ongewis en zal pas nader uitgewerkt (kunnen) worden als het bestemmingsplan de onherroepelijk status heeft. Die procedure termijn van het bestemmingsplan, eventueel na behandeling door de Raad van State, zal nog geruime tijd duren. Tussentijds gaan ontwikkelingen door wat betreft de technische mogelijkheden en/of de noodzakelijkheid hierin te voorzien en piekbelasting op het net anderszins kan worden ingevuld. Plan specifiek Bij het onderhavig initiatief voor een zonneveld wordt tevens voorzien in energieopslag, dit om piekbelasting en congestie op het bestaande net op te kunnen vangen. −

Ontsluiting en toegankelijkheid wordt gegarandeerd door een eigen inrit, bij een eventuele calamiteit is voor de brandweer daarmee de toegang tot de installatie gewaarborgd;

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 67 -

−

ook wordt voorzien in een afschermende geluid- en brandwerende schutting rond de installatie;

−

het terrein zelf is niet toegankelijk voor onbevoegden en middels hekwerk en terrein afscheidende singels afgesloten;

−

de locatie is gelegen in een vrije veld situatie op ruime afstand van de naast gelegen woningen;

−

aanleg en installatie wordt door een daarin gespecialiseerd bedrijf uitgevoerd, waarbij de van toepassing zijnde relevante NEN normen en PG37.1 richtlijn als voorwaarde geldt bij de aanleg;

−

noodzakelijk onderhoud zal ook door een erkend gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd conform de eerder genoemde normen;

−

het toe te passen Energie Opslag Systeem zal worden aangesloten op een brandmeldcentrale, om daarmee, bij een eventuele calamiteit, in een zo vroeg mogelijk stadium de passende maatregelen in gang te kunnen zetten.

Uit de bij dit initiatief behorende businessplan blijkt bovendien dat er door toepassing van een Energie Opslag Systeem (EOS) er in hoge mate sprake is van innovatie en congestiemanagement Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

5.10 Verkeer en geluid Ontsluiting Het betreffende perceel is gelegen nabij de Emelaarseweg te Achterveld. De weg is voldoende gedimensioneerd om de verkeersbewegingen van en naar het plangebied af te wikkelen. Geluid Conform de Wet geluidhinder (Wgh) is het noodzakelijk akoestisch onderzoek te doen in het geval van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en verpleeghuizen) of bij een uitbreiding van dergelijke bestemmingen binnen de geluidszone van een weg worden gesitueerd. Ook bij de realisatie van nieuwe infrastructuur is onderzoek nodig. Van beide is in dit plan geen sprake. Op basis van de Wgh zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Voor het onderhavig plan dient enkel rekening te worden gehouden met mogelijke geluidshinder veroorzaakt door de trafo / omvormer(s). De verwachting is echter dat geluidhinder niet of nauwelijks waarneembaar zal zijn. Moderne omvormers leveren minder dan 50 dBA geluidsbelasting aan de bron en op enige afstand zijn deze niet hoorbaar, lees ook wat reeds is beschreven onder milieuzonering (5.6). Daarnaast vindt geluidproductie enkel plaats als elektriciteit wordt opgewekt, dus bij zonlicht en niet in de avond en nacht.

Conclusie De aspecten verkeer en geluid vormen geen belemmering voor het planvoornemen.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 68 -

5.11 Waterparagraaf / watertoets Algemeen Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/ watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21 eeuw, waarin aan water een belangrijke rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets zijn water- beheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces betrokken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop. Indien voorkomen echt niet mogelijk is, komen inrichtingsmaatregelen en compensatie in beeld. Binnen het plangebied is geen sprake van een grootschalige of ingrijpende ontwikkeling. Voorgeteld wordt om aan de bestaande agrarische bestemming een extra functie toe te kennen, met als doel de bouw van een zonneveld mogelijk te maken. Watergangen Een waterschap maakt in de keur en algemene regels onderscheid tussen primaire watergangen (Awatergangen) en secundaire watergangen (B- of C-watergangen).

Vaste afspraak met het waterschap is dat primaire watergangen, die een belangrijke waterbergende en afvoerende functie vervullen, in het bestemmingsplan rechtstreeks worden bestemd.

Afbeelding fragment legger watersysteem Waterschap Vallei en Veluwe Aan de randen van het plangebied zijn direct aanliggend en deels binnen het plangebied, op de leggerkaart van het waterschap Vallei en Veluwe, meerdere watergangen aangegeven en allemaal aangemerkt als C-water. De kadastrale begrenzing is deels gelegen op het hart van de sloot. In de huidige situatie van die watergangen is voor een deel van het jaar niet meer dan een droogstaande greppel. De functie blijft beperkt tot waterafvoer in de natte periode en waterberging. De rondom het plangebied gelegen sloten worden gebruikt om het schone regenwater op te lozen en te bergen. De aansluitende gronden bij die watergangen blijft een landelijk functie behouden van agrarisch gebruik. Bij de aanleg van het zonneveld wordt voorzien in een bebouwingsvrije zones waardoor de oevers en de watergang altijd bereikbaar blijven voor onderhoud.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 69 -

Overige watergerelateerde aspecten Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In de directe omgeving zijn geen waterwingebieden, boringvrije zones, reserveringsgebieden voor waterberging gelegen. Ook is het plangebied niet gelegen binnen beschermingszone van een waterkering. Regenwater en grondwater Het is van belang dat grondwater wordt beschermd tegen vervuiling, ook in stedelijk gebied. Om hieraan bij te dragen mogen bij ruimtelijke ontwikkelingen geen uitloogbare materialen worden gebruikt zoals koper, lood, zink en geïmpregneerd hout op plekken waar die met regenwater in aanraking kunnen komen. Het regenwater in het plangebied moet zoveel mogelijk worden verwerkt op eigen terrein, bijvoorbeeld door infiltratie in de bodem. Alleen als dit niet mogelijk is, kan het gescheiden worden aangeboden op het gemeentelijk riool. Alle neerslagwater valt op onverhard oppervlak (grasland en bloemakker), bij overvloedige neerslag zal in eerste instantie waterberging op eigen terrein plaats hebben (de aan te leggen poel van circa 40m doorsnede, in extreme situaties kan het overtollige water worden afgevoerd naar de Cwatergang. Het zelfreinigende vermogen wordt verder geoptimaliseerd doordat op het perceel geen bemesting en het gebruik van bestrijdingsmiddelen meer wordt toegestaan.

Schoon water opgave KRW/NBW De Barneveldse Beek is aangegeven als opgave KRW en NBW. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel: schoon water dat ruimte biedt aan een gevarieerde planten- en dierenwereld met een natuurlijke inrichting. Dit doel is vastgelegd in het Nationaal bestuursakkoord water (NBW). De door het waterschap (Waterbeheersprogramma 2016-2021 - Waterschap Vallei en Veluwe) benoemde maatregelen voor het waterlichaam Barneveldse Beek zijn voor in dit bestemmingsplan niet relevant. De natuurbeschermingswet is niet van toepassing op omliggende percelen en daarmee tevens op het onderhavig plangebied. Riolering Het betreffende perceel is een agrarische weide en heeft geen aansluiting op het rioolstelsel. Het relatief schone hemelwater van de verhardingen, zonnepanelen en bebouwing (trafo) infiltreert rechtstreeks in de bodem. Bij overvloedige neerslag stroomt het overtollige water af naar het oppervlaktewater van de watergangen in en rond het plangebied (C-water). Watertoets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Op 17 juni 2020 is de digitale watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl.

De toets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van Waterschap Vallei en Veluwe. De digitale rapportage van de toets is als bijlage 8 bij de toelichting van onderhavig bestemmingsplan gevoegd. Beoordeling watertoets In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A-watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. De toets en het daarna gevoerde (telefonisch)overleg wordt daarmee aangemerkt als een overleg in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg bij nieuwe bestemmingsplannen. Conclusie De aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 70 -

5.12 Vormvrije m.e.r. beoordeling Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.- (beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig.

Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Drempelwaarden Lijst D Binnen het plangebied wordt de bouw mogelijk gemaakt van bouwwerken t.b.v. het zonneveld ten dienste van energieopwekking. Het totale perceel waarop de installatie met zonnepanelen mogelijk wordt gemaakt is circa 3,1 ha groot. Die omvang is ruim onder de gestelde norm van 100 ha waarvoor een m.e.r. beoordeling moet worden uitgevoerd. In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare (activiteit D 11.2, Bijlage bij het Besluit m.e.r.). De ontwikkeling is geen stedelijk ontwikkelingsproject, tevens ligt de ontwikkeling ver beneden de drempelwaarde, zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Gevoelig gebied In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied.

Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied ligt niet in of nabij een gebied dat beschermd wordt vanuit de natuurwaarden. Het plan ligt daarnaast zodanig ver verwijderd van de Ecologische Hoofdstructuur, een Vogel- of Habitatrichtlijngebied of overig beschermd natuurgebied dat van externe werking geen sprake is. Het plangebied behoort niet tot een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwater beschermingsgebied. Ook behoort het plangebied niet tot een gebied waarbinnen een Rijksmonument ligt en ligt het niet binnen een Bèlvéderegebied of beschermd stads- en dorpsgezicht, ook is het niet gelegen in een landschappelijk waardevol gebied. Conclusie Door de voorgenomen ontwikkeling zijn er geen 'belangrijke nadelige milieugevolgen' te verwachten en is het daarom niet noodzakelijk een m.e.r. beoordeling uit te voeren.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 71 -

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht in de wijze waarop de beoogde ontwikkelingen zijn vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en de regels over de toegelaten gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het bestemmingsplan heeft een belangrijke functie als toetsingskader voor bouwaanvragen en het (toekomstige) gebruik van de gronden en gebouwen. Sinds 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Onderdeel van de wetgeving is de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. In deze regeling wordt beschreven hoe het bestemmingsplan er uit moet zien en welke benamingen worden gehanteerd. Ook het kleurgebruik op de kaart is vastgelegd in de landelijke standaarden evenals de technische vereisten. Het plan is opgezet als een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een plan met directe bouw- en gebruiksdoelen. Het bestemmingsplan bestaat volgens artikel 3.1.3.

van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) feitelijk uit de volgende (juridisch bindende) onderdelen: •

geometrische plaatsbepaling van het plangebied en de daarin aangewezen bestemmingen, de verbeelding;

•

een beschrijving van die bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven, de regels.

Verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen en zijn diverse bepalingen, onder andere betreffende hoogtematen en functietoedeling, in beeld gebracht. Ook zijn aanduidingen opgenomen, waar dat nodig is om binnen een bestemming een specifieke regeling mogelijk te kunnen maken. Het plan bestaat uit de bestemmingen die in paragraaf 6.2 worden behandeld. Regels De opbouw van de regels is gelijk aan die van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP 2012. De opbouw van de regels is als volgt: •

Hoofdstuk 1 van de regels geeft de algemene bepalingen weer. Het betreft de begripsbepalingen (artikel 1), waarin de in het regels van het bestemmingsplan voorkomende begrippen worden gedefinieerd. Daarmee wordt voorkomen dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen en begrippen. In artikel 2 "wijze van meten" wordt aangegeven hoe de voorgeschreven maatvoering (zoals goothoogte, bouwhoogte inhoud en oppervlakte) in het plan gemeten moet worden;

•

in Hoofdstuk 2 zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per bestemming is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Uitgangspunt daarbij is geweest om de nieuwe planologische situatie te bestemmen en worden in paragraaf 6.2 waar nodig nader toegelicht;

•

in Hoofdstuk 3 staan aanvullende bepalingen die, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, voor het hele plangebied gelden. Hierbij kan worden gedacht aan de algemene afwijkingsregeling, die het bevoegd gezag de bevoegdheid geeft om op ondergeschikte punten van de regels in hoofdstuk 2 af te wijken;

•

Hoofdstuk 4 van de regels heeft betrekking op het overgangsrecht en de slotbepaling.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 72 -

6.1.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Het doel van deze wet is om te komen tot een samenhangende beoordeling in één procedure van verschillende activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De Wabo heeft tot gevolg dat verschillende vergunningen worden verleend in één besluit, de omgevingsvergunning. Ook de thans in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen vergunningen en ontheffingen vallen onder de Wabo. Voor het bestemmingsplan heeft dit gevolgen voor de gebruikte terminologie. Termen als bouwvergunning, aanlegvergunning en sloopvergunning zijn vervangen door 'omgevingsvergunning ten behoeve van…'. De term ontheffing is vervangen door 'afwijking van de bouwregels/gebruiksregels'. Voorliggend bestemmingsplan is afgestemd op de invoering van de Wabo en de in de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) gehanteerde begrippen. Voor het vergunningsvrij bouwen dient derhalve te allen tijde de omschrijvingen en bepalingen uit de Wabo en het Bor te worden geraadpleegd.

6.2 Bestemmingen Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de SVBP een vaste volgorde aangehouden en bestaan in ieder geval uit bestemmingsregels en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een afwijkingsbevoegdheid. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: •

bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen) die binnen de bestemming zijn toegestaan (=het gebruik). In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, welke correspondeert met aanduidingen op de verbeelding;

•

bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen). Bouwregels zijn in ieder geval van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning en activiteiten die vallen onder artikel 3 van bijlage II Bor;

•

nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld);

•

afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels);

•

specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is);

•

afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels);

•

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is);

•

omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is);

•

wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 73 -

6.2.1 Agrarisch De bestemming 'Agrarisch' bevat de gronden die vooral bedoeld zijn ten behoeve van het agrarisch grondgebruik. De gronden dienen vrij te blijven van gebouwen, andere bouwwerken zijn toegestaan mits deze voldoen aan de in de regels aangegeven maatvoeringen. Naast de agrarische functie wordt de mogelijkheid geboden om een zonneveld met bijbehorende voorzieningen op te richten, uitsluitend ter plaatse van het daarvoor aangeduide deel van het terrein.

6.2.2 Waarde - Archeologie In het bestemmingsplan zijn twee archeologische bestemmingen opgenomen. De dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op de in het plangebied voorkomende verwachtingswaarden conform de gemeentelijke Archeologische beleidskaart en daarin zijn aangemerkt als gronden met een hoge en middelhoge archeologische verwachting. Met de archeologische dubbelbestemming worden de mogelijke archeologische waarden zoals die zich in de bodem kunnen bevinden beschermd. De bescherming is vormgegeven door het opnemen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden in de bodem. Een aanvraag behorende bij een dergelijke omgevingsvergunning dient vergezeld te zijn van een archeologisch onderzoek. Voor de archeologische dubbelbestemmingen gelden specifieke onderzoeksvoorwaarden. Het gehele plangebied, waar sprake is van archeologische verwachtingswaarden, hebben naast de onderliggende hoofdbestemming, de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' of 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' gekregen. Deze gronden zijn, naast voor de andere voorkomende bestemming, mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3703/documents/40328