CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwerpbestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg-NL.IMRO.0327.261-0304.pdf

Informatieavond 29 februari 2024, gemeente LeusdenBij agendapunt: 3b: RV Vaststelling bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg31.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 32 -

optioneel het centrum van de postcoderoos ook in één van de omliggende postcodegebieden mag liggen. Van die mogelijkheid is gebruik gemaakt met als resultaat onderstaande afbeelding.

Kaart gebied postcoderoos of rups Het gebied betreft de gehele gemeente Leusden en de kernen Woudenberg en Maarsbergen.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 33 -

3.7 Verkeer en parkeren Bereikbaarheid Het plangebied voor het zonneveld wordt direct ontsloten via de Emelaarseweg d.m.v. eigen reeds bestaande in- en uitritten. De Emelaarseweg zelf is een rustige landelijke ontsluitingsweg.

Afbeelding: Verkeersstructuur De Emelaarseweg sluit in oostelijk richting aan op de Jan van Arkelweg, die de verbindingsweg is naar Achterveld en in de andere richting naar Terschuur en Hoevelaken. In westelijke richting sluit de Emelaarseweg aan op de Hessenweg en is de verbindingsweg naar Stoutenburg, Leusden en Amersfoort. Ontsluiting, parkeren en aantal verkeersbewegingen Enkel ten behoeve van onderhoud zullen voertuigen het terrein moeten kunnen bereiken, dat kan via de strook grond die langs de bestaande trafo loopt en/of via een route achter de nieuw gebouwde woningen. Voor het zonneveld geldt dat er geen parkeervoorzieningen worden aangelegd. Sporadisch zal voor onderhoudswerkzaamheden aan de installatie door de netbeheerder het terrein worden bezocht evenals voor het groenbeheer. Er is voldoende vrije ruimte op het terrein aanwezig om tijdelijk een auto te stallen. Eventuele bezoekers aan het zonneveld kunnen parkeren op het nabij gelegen terrein van het voormalige volkstuinencomplex en ingericht wordt als ecopark. Bij het ecopark worden wel ruimten gereserveerd voor parkeervoorzieningen, in voorkomend geval kunnen deze ook worden gebruikt ten dienste van het zonneveld. Daarmee is gegarandeerd dat op of langs de Emelaarseweg zelf niet zal worden geparkeerd er zijn dus geen parkeerproblemen te verwachten.

Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied zal ook na verwezenlijking van de voorgenomen ontwikkeling niet noemenswaardig zijn en enkel plaats vinden t.b.v. onderhoud aan de installatie en/of in het kader van groenbeheer.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 34 -

3.8 Versterking van de ruimtelijke kwaliteit Zoals is opgenomen in de provinciale ruimtelijke verordening (PRV) is verstedelijking buiten het stedelijk gebied (Rode contour) een aantasting, die slechts toelaatbaar is als tegelijkertijd een versterking van ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. Een zonneveld en zeker ook de natuurinrichting zijn niet aan te merken als verstedelijking van het gebied. Vanuit die provinciale optiek behoeft er geen versterking van de ruimtelijke kwaliteit aan de ontwikkeling ten grondslag te liggen. Het begrip ruimtelijke kwaliteit omvat veel aspecten, meestal worden deze onderverdeeld in de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van een gebied. Met andere woorden het gaat dus om de aantrekkelijkheid van het gebied. Tegelijkertijd met de ontwikkeling van een zonnepark wordt juist wel een ruimtelijke kwaliteitsslag voorgestaan, door aan het braakliggende terrein weer een functie te geven die voorziet in eigen opbrengsten wordt de mogelijkheid geschapen invulling te geven aan natuurontwikkeling en het bijbehorende beheer. Er ontstaat zo geen rommelige en verwilderde situatie, wat wel dreigt als er geen functie kan worden gegeven aan het perceel grond.

De locatie van het zonneveld wordt zo ingericht dat in het geheel geen zicht is op de zonnepanelen zelf, met name bij de achtergrenzen bij naastgelegen buren wordt op het perceel voorzien in een afschermende heg of singel. Daarnaast wordt het perceel niet langer bemest en worden geen bestrijdingsmiddelen meer toegestaan. Hierdoor zal verschraling plaatsvinden van de grond en geeft dit kansen aan de ontwikkeling van een kruidenlaag, om e.e.a. verder tot ontwikkeling te brengen zal in de eerste jaren het terrein, aan de randen en tussen de rijen met panelen, worden ingezaaid met een inheemszaadmengsel. De verwachting is dat met de voorgenomen ontwikkeling een flinke bijdrage wordt geleverd aan de soortenrijkdom van flora en fauna t.o.v. de monocultuur als grasland. Daarnaast voorziet het in een alternatieve energievoorziening die op zich ook weer een substantiële bijdrage levert aan vermindering van de CO2 uitstoot. Te realiseren kwaliteitsverbeteringen: a. belevingswaarde: - op zich is een zonneveld een landschapsvreemd element bezien vanuit het totale landschapsbeeld, maar elke door menselijk ingrijpen is dat ook in het verleden geweest. Voor de weilanden was dat immers ook bos, heide of moeras. Aan eigentijdse wensen en uitgesproken doelstellingen zal telkens weer een zo optimaal mogelijke invulling gegeven dienen te worden.

Uit het directe zichtveld zijn van zo'n ontwikkeling is daarbij dan een belangrijke voorwaarde. - vanaf de openbare ruimte m.n. de Emelaarseweg is het perceel met zonnepanelen in het geheel niet waarneembaar. - met het toestaan van het gebruik als zonneveld wordt een economische drager tot stand gebracht die ook weer in het beheer en onderhoud kan voorzien, herstel van houtsingels en stimulering biodiversiteit van flora en fauna. b.

gebruikswaarde en toekomstwaarde: - m.n. de groene energie opwekking geeft aan de doelstelling van het Rijk in het kader van de energietransitie voor de regio substantiële bijdrage; - het braakliggende terrein krijgt weer een passende functie.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 35 -

Hoofdstuk 4 Beleidskader Door het ondertekenen van het klimaatakkoord is afgesproken dat wij in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen halen. Op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden strategieën geschreven en/of uitgewerkt om de ambities te doen slagen.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie doelen uitgewerkt: •

Vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland.

•

Verbeteren van de bereikbaarheid.

•

Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.

Met de hiervoor genoemde doelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Duurzame energie De rol van de Rijksoverheid in het ruimtelijke beleid voor nationale elektriciteitsvoorziening is gelegen in het zorgen voor voldoende ruimte voor een adequate infrastructuur. Energiezekerheid is een belangrijk economisch goed. De verdere integratie van de Europese energiemarkt maakt dat er een steeds groter beroep op internationale verbindingen wordt gedaan en hoogspanningsverbindingen mogelijk om uitbreiding vragen. Het Rijk wijst daarbij de tracés van hoogspanningsverbindingen (vanaf 220 Kilovolt) en locaties voor de opwekking van elektriciteit (vanaf 500 Megawatt) aan en zorgt voor de inpassing hiervan. Het project valt hier niet onder, aangezien het maximum opwekkingsvermogen van het zonnepark circa 10 MWp zal bedragen.

Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodem-energie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie ver gevorderd is. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorzieningen (zoals zonne-energie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 36 -

Het voorliggende project moet ruimte gaan bieden aan de realisatie van een zonneveld. Het project levert daarmee een bijdrage aan de doelstelling voor 2040 uit het rijksbeleid.

4.1.2 Structuurvisie Buisleidingen 2012-2030 De Structuurvisie Buisleidingen is een nadere uitwerking van het nationale belang zoals is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte die de Rijksoverheid heeft uitgebracht in het kader van de actualisatie decentralisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Daarin is bepaald dat het netwerk aan buisleidingen essentieel voor de energievoorziening en voor het veilig vervoeren van gevaarlijke stoffen is. Buisleidingtransport blijft de komende decennia een wezenlijke rol vervullen in de Europese gas- en grondstoffenmarkt. De vraag naar buisleidingtransport en daarmee de vraag naar nieuwe leidingen en leidingverbindingen zal nog toenemen. Het Rijk kiest in verband met het vergroten van de concurrentiekracht voor het versterken van de ruimtelijk-economische structuur. Borgen van ruimte voor buisleidingen voor transport van (gevaarlijke) stoffen is daarvoor een belangrijke randvoorwaarde. De nationale belangen die het Rijk in die Structuurvisie vastlegt, worden gerealiseerd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Binnen of in de nabijheid van het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig, ook zijn er geen tracés gereserveerd.

4.1.3 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro Rarro) Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voor besluiten van gemeenten zijn in het besluit regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn voorkeurtracés voor buisleidingen opgenomen. Gemeenten dienen daardoor bij alle ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met toekomstige leidingen om te voorkomen dat er nieuwe belemmeringen ontstaan. Op alle locaties waar voldoende ruimte beschikbaar is, geldt een strookbreedte van 70 meter. Deze breedte maakt het in principe mogelijk om overal zes tot acht nieuwe leidingen aan te leggen op een onderlinge afstand van vijf tot zeven meter, hart op hart, rekening houdend met de reeds aanwezige leidingen. In het Barro is aangegeven dat aan weerszijden van de voorkeurstracés een zoekgebied geldt van 250 meter. Daarbinnen kan de gemeente de exacte ligging van het buisleidingen tracé bepalen.

Mits het tracé aansluit op het voorkeurstracé bij de naastliggende gemeenten en het tracé dezelfde breedte heeft als de breedte van het grootste deel van het tracé. Het plangebied ligt niet in of nabij een voorkeurstracé of zoekgebied hiervoor. De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2030 heeft derhalve geen effect op de planrealisatie.

4.1.4 Besluit ruimtelijke ordening Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. De ladder bevat drie treden waarmee ruimtelijke besluiten met betrekking tot nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten worden gemotiveerd. Zonneparken zijn volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling in de zin van de zogenaamde ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. In een uitspraak van 23 januari 2019 oordeelt de Afdeling dat zonneparken zich bij uitstek niet goed lenen om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 37 -

4.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zonneparken worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig.

4.1.6 Nationaal Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het nationale Klimaatakkoord gepresenteerd. De Nederlandse overheid wil klimaatverandering tegengaan en stelt daarom het doel dat Nederland in 2030 49% en in 2050 95% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Daarbij pleit het kabinet in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Conclusie rijksbeleid De nationale belangen uit de SVIR en het Barro zijn niet rechtstreeks van betekenis voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit houdt in dat de betekenis van de SVIR en het Barro voor het plan zodoende beperkt is. Het relevante beleidskader wordt gevormd door het provinciaal en gemeentelijk beleid. Wel wordt met dit plan mede invulling gegeven aan de wens van het Rijk om de doelstelling voor 2040 in het kader van de energietransitie vorm te geven.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 38 -

4.2 Provinciaal beleid Vooruitlopend op de Omgevingswet is de provincie Utrecht vanaf 1 april 2021 aan de slag gegaan met de uitvoering van het omgevingsbeleid in de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht.

4.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht De Omgevingsvisie komt juridisch tot uitdrukking in een Omgevingsverordening met regels voor de leefomgeving. Zo’n 20 verordeningen, regelingen en besluiten zijn samengevoegd in 1 provinciale Omgevingsverordening. De regels zijn herschreven, samengevoegd, vereenvoudigd en op elkaar afgestemd. Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening vastgesteld en zijn daarmee definitief geworden. In de visie staan de onderstaande zeven beleidsthema’s als zijnde beleidskeuzen en ambities. Het onderwerp ‘Gezonde en veilige leefomgeving’ loopt door alle zeven thema’s heen en vormt dan ook de rode draad die alle verschillende thema’s verbindt. • stad en land gezond; • klimaatbestendig en waterrobuust; • plaats voor duurzame energie; • vitale steden en dorpen; • duurzaam. gezond en veilig bereikbaar; • levend landschap, erfgoed en cultuur; • toekomstbestendige natuur en landbouw Hierna worden de diverse beleidsthema’s toegelicht, gericht op wat relevant is voor de planologische ontwikkeling van het plangebied en raakvlakken heeft bij onderhavig planvoornemen. Klimaatbestendig en waterrobuust: • •

• • •

•

2050: het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) is blijvend robuust en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte. 2050: de ondergrond en het bodem- en watersysteem worden duurzaam gebruikt, waarbij gebruik en functies van de ondergrond en het bodem- en watersysteem in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken, zodat de juiste functie op de juiste plek ligt. 2050: wij hebben op een veilige en verantwoorde manier de duurzame energie die het bodem- en watersysteem levert zo optimaal mogelijk benut. 2050: nieuwe opkomende stoffen, zoals medicijnresten, microplastics en PFAS, in het grond- en oppervlaktewater zijn integraal onderdeel van het waterkwaliteitsbeleid. 2040: wij zorgen dat er altijd voldoende en schoon drinkwater is, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen. Besparen van drinkwater en voorkomen van verspilling van grondwater zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. 2027: wij voldoen aan de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW -doelen).

Duurzame energie: • •

•

2050: de provincie Utrecht is zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal. 2030: minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht wordt hernieuwbaar opgewekt. De energievoorziening is afkomstig uit duurzame bronnen op het eigen grondgebied. Daarbij zijn de duurzame energiebronnen met oog voor de Utrechtse kwaliteiten gerealiseerd en draagt de inpassing ervan zo veel mogelijk bij aan andere doelen. 2030: de provincie Utrecht heeft samen met partners haar bijdrage geleverd in onder andere de Regionale Energiestrategieën om aan de afspraken in het nationale Klimaatakkoord te voldoen.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 39 -

•

2030: geschikte daken worden zoveel als mogelijk benut voor energie opwekken en/of klimaatadaptatie.

Levend landschap, erfgoed en cultuur • • •

2050: bij ontwikkelingen is voortgebouwd op de kernkwaliteiten van onze karakteristieke landschappen. Aardkundige waarden zijn zichtbaar in het landschap. 2030: bestaande en nieuwe aardkundige monumenten vertellen het verhaal van het aardkundig erfgoed en dragen bij aan de recreatieve beleving van het landschap. 2030: alle gemeenten hebben initiatieven ontplooid die ten goede komen aan de kernrandzone.

Toekomstbestendige natuur en landbouw • •

• • •

•

2050: de provincie Utrecht heeft een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit. 2050: binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in zowel het landelijk als het stedelijk gebied, is er in 2050 een gunstige staat van instandhouding van beschermde en bedreigde flora en fauna, en is de biodiversiteit ten opzichte van 1990 toegenomen. 2050: de natuur heeft een hoge belevingswaarde en er is een grote maatschappelijke betrokkenheid bij natuur. 2040: in totaal is 3.000 ha natuur in de Groene contour gerealiseerd en toegevoegd aan het NNN. 2040: houtopstanden dragen bij aan schone lucht, landschappelijke kwaliteit, hogere biodiversiteit en CO2-vastlegging. 2028: alle nieuwe natuur die nog nodig is voor het Natuurnetwerk Nederland heeft de functie natuur en is met hoogwaardige natuur ingericht.

4.2.2 Ontwerp Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de provincie beschikken over een omgevingsverordening voor de fysieke leefomgeving. Gedeputeerde Staten van Utrecht hebben daarom op 18 mei 2021 de Ontwerp Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 vastgesteld. Hiervoor is de Interim Omgevingsverordening op basis van de huidige wetgeving, die Provinciale Staten op 10 maart 2021 hebben vastgesteld, omgezet naar de Ontwerp Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022. De Interim Omgevingsverordening was nodig vanwege het uitstel van de Omgevingswet, de Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden, de Interim Omgevingsverordening wel. De Omgevingsverordening stelt regels aan gemeentelijke plannen die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. Niet alle onderwerpen zijn geschikt voor opname in een verordening. In het algemeen lenen vooral onderwerpen met heldere criteria en/of spelregels en een zwaarwegend provinciaal belang zich hiervoor. De provincie heeft in de Verordening daarom onder meer regels opgenomen over: • Watersystemen • Ondergrond en bodem • Bereikbaarheid • Energie • Natuur • Cultuurhistorie en landschap • Landbouw • Wonen, werken en recreëren

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 40 -

Doorwerking plangebied Om te bepalen welke artikelen relevant zijn voor het pan is de webviewer van de interim omgevingsverordening van de provincie geraadpleegd. Er zijn diverse artikelen die gelden op de locatie. De onderstaande artikelen zijn relevant voor het voorliggend plan. Artikel 5.1 Afwijking van verstedelijkingsverbod landelijk gebied In afwijking van artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod Landelijk gebied kan een bestemmingsplan verstedelijking in het Landelijk gebied toestaan om nieuwe bestemmingen voor energie en transformatorstations mogelijk te maken. Artikel 5.2 Toepassingsbereik nieuwe functies voor energie Deze afdeling is van toepassing op nieuwe functies voor energie uit wind, zon en biomassa. Artikel 5.5 Instructieregel zonnevelden 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Zonnevelden kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van opwekking van zonne-energie toestaan door middel van zonnevelden, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de structuren in landschap herkenbaar blijven en voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing; b. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die ruimte biedt voor een bij het gebied passende bodemkwaliteit en waterkwaliteit; en c. voorzien wordt in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit. 2.

De motivering van een bestemmingsplan bevat: a. een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; b. een beeldkwaliteitsparagraaf; c. een beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken; en d. een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid inzake de mogelijkheden voor kavelruil vanwege het behouden en verbeteren van een goede landbouwstructuur

Toelichting Deze verordening bevat geen bepalingen voor zonne-energie binnen het stedelijk gebied. Dit artikel heeft betrekking op het landelijk gebied met uitzondering van de natura 2000-gebieden en de ganzenrustgebieden. Voor zonne-energie heeft de provincie de voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen op daken, gevels en infrastructurele werken boven veldopstellingen. Dit omdat zonnepanelen op deze plekken normaal gesproken minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen zijn ook zonnevelden nodig. Dit bij voorkeur op gronden met een andere functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren, langs spoor- en autowegen en kanalen. Ook hierbij gaat onze voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties met creatieve toepassingen, zodat de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Daarnaast ziet de provincie kansen om zonnevelden te combineren op locaties. Denk aan plaatsing bij sommige waterplassen, als buffer rondom natuurgebieden en in combinatie met recreatie. Toch is met al deze voorkeurslocaties binnen de provincie Utrecht onvoldoende oppervlak beschikbaar om de energieambities te behalen. Het is nodig om zonnevelden te plaatsen op agrarische grond, of deze samen te laten gaan met agrarische doeleinden.

Maar ook om de zonnevelden te plaatsen op gronden met een lage natuurkwaliteit.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 41 -

Lid 1, onder a: De structuren in landschap moeten herkenbaar blijven en er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing. De randen en afscheidingen van de zonnevelden moeten passen in het landschap. Lid 1, onder b: Tijdens de aanleg van de zonnevelden zijn het voorkomen van bodemverdichting, erosie en verslemping specifieke aandachtspunten. Erosie en verspoeling van de bodem kunnen een probleem zijn als panelen vlak liggen en de ruimte tussen rijen panelen nauw is. Vooral als de vegetatie slecht ontwikkeld is en het zonnepark op een helling gebouwd is, kunnen deze problemen ontstaan. Het is van belang het bodemleven en de waterkwaliteit in stand te houden en bodemdaling zo veel mogelijk te voorkomen. Uitlogen van materialen die via de bodem of rechtstreeks in het (grond)water kunnen komen, moet tegengegaan worden. Ook het wegnemen van licht of inbreng van chemische stoffen kan negatieve effecten hebben, die vermeden moeten worden. Lid 2, onder c: Wanneer de zonnepanelen niet meer gebruikt worden, moeten ze worden opgeruimd. Artikel 7.9 Instructieregel landschap 1. Landschap bestaat uit Landschap Eemland, Landschap Gelderse Vallei, Landschap Groene Hart, Landschap Rivierengebied en Landschap Utrechtse Heuvelrug. 1. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd zie bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap bij deze verordening. 2.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in Landschap bevat: a. bestemmingen en regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten; en b. geen bestemmingen of regels die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten.

3.

De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan.

Toelichting Lid 1: Als landschappen worden aangewezen: Eemland, Gelderse Vallei, Groene Hart, Rivierengebied en Utrechtse Heuvelrug. Lid 3: Een landschap is geen statisch plaatje. Het is altijd in ontwikkeling en dynamiek hoort daarin. In het werken met landschapskwaliteit wordt uitgegaan van een samenspel tussen beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en robuuste structuren (samenhang, relaties). Elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiten bij de kernkwaliteiten. Als sprake is van een zeer open gebied, bevat een bestemmingsplan bepalingen om die openheid te behouden. Denk aan het tegengaan van (hoge) bebouwing. De Bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap beschrijft per landschap welke kernkwaliteiten beschermd moeten worden. Een aantasting van het landschap is onevenredig als het belang van de nieuwe ontwikkeling niet opweegt tegen de aantasting van de kernkwaliteiten. Een goede locatiekeuze beperkt de schade voor het landschap. Daarnaast is een goede landschappelijke inpassing vereist die in de regels van het plan is geborgd. Lid 4: Hier wordt een onderbouwing gevraagd met een beschrijving van de kernkwaliteiten waar het om gaat, een toelichtende kaart en een korte omschrijving van de na te streven (beeld)kwaliteit.

Ook wordt duidelijk hoe het belang van deze kernkwaliteiten in de afweging is betrokken en op welke wijze (in de voorschriften) is voorzien in behoud van de kernkwaliteiten. Wanneer aantasting onvermijdelijk is, wordt in de toelichting aangegeven hoe deze aantasting zoveel mogelijk is beperkt. De Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen (Kwaliteitsgids) is hier een goede bron voor. De Kwaliteitsgids biedt ook inspiratie voor een landschappelijk goede inpassing van ontwikkelingen.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 42 -

Bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap Landschap Gelderse Vallei Voor het landschap Gelderse Vallei willen we de volgende kernkwaliteiten behouden: 1. rijk gevarieerde kleinschaligheid; 2. Stelsel van beken, griften en kanalen; 3. Grebbelinie; 4. overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank). Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van de Gelderse Vallei verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten hebben we opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen. Bij ontwikkelingen in het landschap van de Gelderse Vallei vinden we het vooral van belang dat de kleinschaligheid, die dit landschap zo aantrekkelijk maakt behouden wordt. In het verleden zijn al veel kleinschalige landschapselementen verdwenen, waardoor ruimten groter zijn geworden. Ze hebben hun functie verloren en zijn verwijderd. Daarnaast vragen wij aandacht voor het waarborgen en ontwikkelen van de contrasten in de te onderscheiden deelgebieden van de Gelderse Vallei. De Gelderse Vallei heeft een voornamelijk agrarisch landschap met grote afwisseling van bebouwing, bosjes, lanen en agrarische percelen met houtwallen en -singels. De open ruimten verschillen van maat en schaal. Reconstructieplan Gelderse Vallei Verborgen in de Vallei liggen lijnstructuren als beken, kanalen, griften, de Grebbelinie en de Ponlijn.

Ook landgoederen, kastelen en forten liggen min of meer verscholen in het landschap. Het gebied biedt goede kansen aan landbouw, wonen, werken, natuur en recreatie. Dit leidt tot veel dynamiek, waardoor sommige functies zich niet meer goed tot elkaar verhouden en het ruimtelijk beeld vertroebelt. Om dit probleem aan te pakken is in 2005 het Reconstructieplan Gelderse Vallei in werking getreden. De Gelderse Vallei is onderverdeeld in drie deelgebieden met elk een eigen identiteit: 1. mozaïek 2. stroken 3. binnenveld Kernkwaliteiten • rijk gevarieerde kleinschaligheid • stelsel van beken, griften en kanalen • Grebbelinie • overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank) Ambities Onze ambitie voor de Gelderse Vallei is het versterken van de meest onderscheidende kenmerken van het gebied ten opzichte van andere Utrechtse landschappen. Dit betekent: • het versterken van de gebiedsidentiteiten in de drie deelgebieden; • het behouden van de verborgen structuren; • bijzondere aandacht voor de drie gebieden. Artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod landelijk gebied Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied laat geen verstedelijking toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Toelichting

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 43 -

Om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden, moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen hier voorkomen worden. Daarom zijn nieuwe vormen van verstedelijking in het landelijk gebied verboden. Op dit verbod zijn in de verordening uitzonderingen mogelijk. Deze uitzonderingen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 Energie, hoofdstuk 6 Natuur, hoofdstuk 7 Cultuurhistorie en hoofdstuk 9 Wonen, werken, recreëren. Het gaat om situaties waarbij: • vormen van energie worden gerealiseerd, • nieuwe bebouwing voor stedelijke bestemmingen in de plaats komt van bestaande bebouwing (agrarisch of in een andere vorm), • nieuwe stedelijke bestemmingen tot stand komen in samenhang met de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit, • sprake is van zogeheten “rood voor groen”-constructies, of • nieuwe stedelijke bebouwing nodig is om te voorzien in de behoefte aan woningen en bedrijven.

4.2.3 Planspecifiek in relatie tot het provinciaal beleid In de omgevingsvisie en -verordening komen een aantal beleidsthema's aan bod die een relatie kennen met dit project. De toepasselijke beleidsthema's en bijbehorende regels zijn hierna kort nader toegelicht en of uitgewerkt. Landschap Gelderse Vallei Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vindt de provincie het van belang dat de kleinschaligheid van het landschap behouden blijft. In de kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen valt de locatie binnen het deelgebied 'Mozaïek'. Dit gebied vraagt om een versterking van de kleinschaligheid en verdichting van het landschappelijke raamwerk door het intensiever accentueren van perceelgrenzen, wegen te voorzien van bomen en het intact houden van de onregelmatige mozaïekverkaveling. In het inrichtingsplan (bijlage 1) zijn ingrepen uitgewerkt die bijdragen aan de versterkingsopgaven van het mozaïek landschap. Aan de basis hiervan staan al reeds aanwezige landschapselementen die typisch zijn voor het coulisselandschap. Verder worden struweel en houtsingels toegevoegd langs de kavelranden. Bij de bestaande houtsingels worden de open plekken voorzien van nieuwe aanplant en landschapsvreemde soorten (exoten) worden verwijderd. Er vindt een actief beheer plaats van de singels en wordt wildgroei van bv. braamstruiken voorkomen.

Duurzame energie De provincie Utrecht stimuleert alle vormen van duurzame energiebronnen: windenergie, bio-energie, (diepe) geothermie, warmte-koudeopslag, zonne-energie, waterkracht en benutten van restwarmte. Het streven is om in 2020 minimaal 10% van de totale energiebehoefte te verwekken uit duurzame bronnen. Specifiek voor zonne-energie sluit de provincie parken op bestaande agrarische functies niet uit. Voor de inpassing van een park zijn van belang dat bestaande omringende functies niet onevenredig worden aangetast of beperkt. De vestiging van een park dient aansluiting te vinden op bestaande bebouwde agrarische bouwpercelen, hoofdinfrastructuur of stedelijke functies in overeenstemming met de schaal van deze functies. Tot slot mag de ontwikkeling niet leiden tot aantasting van de landschappelijke kernkwaliteiten, natuurwaarden en cultuurhistorische waarden. Voorliggend project voorziet in een zonnepark op een plek welke voor het overgrote deel is ingebed in het landschap door bestaande houtsingels en lager is gelegen t.o.v. de aanliggende percelen. Het betreft als het ware een kamer (kamp) in het Kampenlandschap. Aan de noord- oost- en westzijde ligt het perceel agrarische gebied in een coulisselandschap. Aan de zuidzijde grenst perceel aan twee woonpercelen.

Ter plaatse wordt een bufferzone in acht genomen van ten minste 60 meter breed en aan de rand van het perceel wordt voorzien in de aanleg van een meidoornhaag. Gesteld kan worden dat een zonnepark qua functiegebruik passend is. De landschappelijke inpassing van het park is uitgewerkt in bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Het project rekening houdt met en niet zorgt voor negatieve effecten vanuit ecologie en cultuurhistorie.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 44 -

Daarmee is het project passend binnen de voorwaarden die de provincie stelt voor nieuwe zonneparken. Landbouw Het perceel is gelegen binnen het als landbouwgebied aangewezen gebied. In de landbouwgebieden bevinden zich vooral melkveehouderijen en (koudegrond) fruitteelt. In de landbouwgebieden is landbouw de hoofdgebruiker, maar vindt ook menging met andere functies plaats. Het beleid voor andere dan agrarische functies is vooral gericht op landschappelijke en recreatieve kwaliteit van deze gebieden en op het realiseren van natuur in groene contourgebieden en van recreatie in recreatiezones. De blijvende landbouw mag in haar functioneren geen hinder ondervinden van de natuur- en recreatieontwikkeling in deze gebieden. In de landbouwgebieden wordt aan agrariërs ruimte voor verbreding en innovatie geboden (waaronder ook productie van duurzame energie). Het gaat hierbij om activiteiten die in belang zijn van de landbouw zelf en van haar functie voor het omringende gebied. Andere agrarische ondernemers mogen geen hinder ondervinden van de verbredingstak. De landbouwkerngebieden zijn de gebieden waar de landbouw de beste uitgangspositie heeft om duurzaam te produceren en zijn de gebieden waar het vanuit ruimtelijk oogpunt belangrijk wordt gevonden dat de landbouw de hoofdgebruiker en –beheerder blijft. In deze gebieden heeft landbouw dan ook het primaat.

Het gebied dient zo veel mogelijk gevrijwaard te worden van andere functies, behoud van de bouwpercelen en de landbouwgrond voor de landbouw staat daarbij voorop. Het onderhavig plangebied maakt geen deel uit van het landbouwkerngebied.

Afbeelding: Uitsnede kaart landbouw uit de PRS, provincie Utrecht Geel is ‘landbouwgebied’, lichtgroen gestreept is ‘landbouwkerngebied’. Het plangebied is gelegen binnen het als ‘landbouwgebied’ aangegeven gebied. Instructieregel zonnevelden in relatie tot het planvoornemen Mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.

de structuren in landschap herkenbaar blijven en voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing. Het plangebied is gelegen binnen een zogeheten kamer in het Kampenlandschap, de omringende landschappelijke structuren in de vorm van houtsingels en greppels blijven gehandhaafd. Waar nodig zullen de bestaande singels worden aangevuld en wordt voorzien in

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 45 -

een actief beheer en onderhoud. Het veld met zonnepanelen zal daarmee geheel aan het zicht zijn onttrokken. 2.

de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die ruimte biedt voor een bij het gebied passende bodemkwaliteit en waterkwaliteit. Bodem- en grondwateronderzoek heeft geen te saneren verontreinigingen aangetoond. Er wordt geen extra hemelwater afgevoerd, infiltratie van het water vindt plaats op het perceel zelf. Door het niet meer toestaan van bestrijdingsmiddelen en bemesting zal er juist een positief effect optreden naar de kwaliteit van het grondwater.

3.

voorzien wordt in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit. In de bij het bestemmingsplan behorende Regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die bij beëindiging van het zonneveld de opruimplicht verwoord.

De motivering van een bestemmingsplan bevat: 1.

een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.

2.

een beeldkwaliteitsparagraaf.

3.

een beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken. De toelichting beschrijft in hoofdstuk 3 uitgebreid de toekomstige situatie en op welke wijze invulling is gegeven aan participatie, daarmee is voldaan aan bovengenoemde punten.

4.

een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid inzake de mogelijkheden voor kavelruil vanwege het behouden en verbeteren van een goede landbouwstructuur. Dit is geen punt van aandacht geweest, er is immer geen wens tot aanpassen van de huidige landbouwstructuur niet vanuit de eigenaar maar ook niet vanuit de omgeving. Het perceel heeft te koop gestaan en er hebben zich geen gegadigden gemeld.

4.2.4 Programmaplan energietransitie 2020-2025 Het Programmaplan Energietransitie 2020-2025 gaat over gestelde doelen, de rol en inspanningen van de provincie maar vooral ook de samenwerking met vele partners om de ambitieuze doelstellingen te halen. De provincie zet zich in om partners en lokale overheden te ondersteunen, te stimuleren en de ruimtelijke kaders te bieden om duurzame energie-initiatieven mogelijk te maken. De ambitie is een energieneutrale provincie in 2040, met een duurzaam en betaalbaar energiesysteem voor alle inwoners. De geformuleerde ambities uit het coalitieakkoord 2019-2023 zijn: •

Uiterlijk in 2040 wordt alle binnen de provincie Utrecht benodigde energie hier duurzaam opgewekt.

•

Tijdens deze collegeperiode is de jaarlijkse besparing van het energiegebruik in de provincie tenminste 1,5 procent. Over de periode tot 2023 betekent dit een afname van minimaal 9 procent ten opzichte van het energiegebruik in 2017.

•

In 2023 wil de provincie Utrecht 16 procent van ons energiegebruik duurzaam opwekken.

De provincie houdt de voortgang van de energietransitie in de gaten en brengen jaarlijks in beeld wat de resultaten zijn op het gebied van hernieuwbare energie, energiegebruik en CO2-reductie. Conclusie provinciaal beleid Het planvoornemen draagt bij aan de pijler 'duurzame leefomgeving' en heeft grote aandacht besteed aan de ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorische en landschappelijke inpassing en passend is binnen bij het omringende Kampenlandschap. Het planvoornemen sluit aan bij het provinciale beleid.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 46 -

4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt een toetsingskader voor het landschapsbeleid binnen de gemeenten van de Gelderse Vallei. Zij vormt daarbij een verlengstuk van het Reconstructieplan, uitgewerkt naar de diverse landschapskwaliteiten. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Gelderse Vallei en is gelegen op de rand van het bos- en heidelandschap. Door een aantal gemeenten in de regio is een uitgebreide analyse gemaakt van de samenhangen tussen landschap, ecologie, economie en beleid. De resultaten daarvan zijn gebundeld in het LOP en beoogt wordt handvatten te bieden voor ontwikkelingen binnen het landschappelijk raamwerk met behoud van landschappelijke identiteit. Ingezet wordt op versterking van het landschappelijk raamwerk. Dit kan ondermeer door aanleg van bosgebieden en ontwikkelen van het bekensysteem. Binnen het raamwerk wordt ruimte geboden aan een keur van functies tot een dynamisch multifunctioneel landschap. Een belangrijke wens uit het LOP is het behouden en versterken van de aanwezige landschappelijke waarden, onder meer de kleine landschapselementen. Een grote kans wordt verder uitgewerkt voor het verbeteren van het recreatieve netwerk en het recreatief medegebruik.

Naast ruimte voor (nieuwe) landgoederen, wordt bijzondere aandacht besteed aan behoud van het agrarische karakter en de versterking van de streek-eigen landschapselementen en ook kleinschalige natuurontwikkeling. De Emelaarseweg vormt onderdeel van het kampenlandschap en kenmerkt zich door onregelmatige verkavelingsstructuur, met afwisselend open en besloten ruimten. De belangrijkste cultuurhistorische waarden van het kampenlandschap worden gedragen door de talloze oude (monumentale) boerderijen, lanen en resterende houtwallen en -singels. De kernkwaliteiten van het gebied en omliggende landschap wordt door de voorgenomen ontwikkeling niet aangetast.

4.3.2 Bouwen aan het landschap op tussenschaal Het rapport 'Bouwen aan een landschap op tussenschaal' is in 2013 verschenen om ruimtelijke kwaliteit te koppelen aan nieuwe ontwikkelingen in de Gelderse Vallei. Het voorziet in bouwstenen die toegepast kunnen worden om de leesbare samenhang en identiteit van het landschap te vergroten. De koers bij het kampenlandschap bestaat uit het herstellen van de oorspronkelijke kavelstructuur (de z.g. kamerstructuur), de houtwallen en houtsingels, bomenrijen langs percelen en zwaar beplante wegen. (Eiken)bosjes en erfbeplanting begeleiden daarbij het landschap, zowel op de kavel als afscheidend tussen erven. De huidige kamerstructuur is minder kleinschalig dan in het verleden om met name de landbouw, maar ook andere ontwikkelingen de ruimte te geven zich (verder) te ontwikkelen. Bij functieverandering van het agrarisch gebruik in het kampenlandschap wordt gedacht aan vervanging van te slopen schuren en aansluiten bij de bestaande boerderij. De bebouwing dient compact te worden geclusterd en erfbeplanting dient te worden aangelegd volgens de karakteristieken van het boerenerf. Om de biodiversiteit te vergroten kan er worden gewerkt met bosjes en houtwallen en singels.

Daarbij kan gedacht worden aan een geleidelijke groene gradiënt met gevarieerde opbouw van de randprofielen, toegepast met soorten als eiken, bessen, een heesterlaag met Gelderse Roos, Hondsroos en Lijsterbes. De ambities uit het rapport 'Bouwen aan een landschap op tussenschaal' zijn meegenomen in de voorgenomen inrichting van het plangebied (zie Hoofdstuk 3).

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 47 -

4.3.3 Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 Waterschap Vallei en Veluwe Het Waterbeheersprogramma is op 30 september 2015 vastgesteld. In het programma wordt beschreven wat de ambities en doelen zijn voor het waarborgen van de waterveiligheid, het zorgen voor voldoende en schoon oppervlaktewater, het zuiveren van afvalwater en het verder ontwikkelen van de vele samenwerkings- en innovatiemogelijkheden. In het programma is per onderdeel (waterveiligheid, watersysteem en waterketen) weergegeven welke ambities zijn vertaald in doelen en maatregelen. De ambities zijn: • beschermen van het gebied tegen overstromingen; • zorgen voor de juiste hoeveelheid water; • zorgen voor de goede oppervlaktewaterkwaliteit; • schoon en vuil water worden zo veel mogelijk gescheiden; • de hoogst mogelijke waarde uit water halen; • beheren van de waterketen en het watersysteem als één systeem, samen met partners. Samen met gemeenten wil het waterschap schoon hemelwater en afvalwater zoveel mogelijk aan de bron scheiden. Dit om de negatieve effecten van extreme buien (lagere waterkwaliteit door overstorten) en droogte (lagere waterkwaliteit door geen watertoevoer, hittestress), als gevolg van klimaatverandering, te voorkomen. Hiertoe stelt het waterschap een beleidsplan op en voert dit uit.

Binnen de verantwoordelijkheden van de waterpartners voor grondwaterbeheer wil het waterschap de samenwerking initiëren en als grondwaterloket fungeren. De start betreft het vormen van een gezamenlijk grondwaterkennisteam. Binnen de jaarcyclus wordt door het waterschap verantwoording afgelegd over de inhoudelijke doelen en resultaten. In de cyclus wordt een moment ingebouwd om op collegiale basis met de waterpartners de programmering voor het komende jaar af te stemmen. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel een goede toestand van het oppervlaktewater en grondwater. De KRW-doelen worden in de provinciale waterplannen vastgesteld en de daaruit voortvloeiende maatregelen in het waterbeheersplan. De KRW geldt niet voor al het oppervlaktewater, maar specifiek voor de ‘waterlichamen’. Voor de ‘gezonde toestand’ van deze waterlichamen zijn ecologische - en chemische doelen opgesteld. De Barneveldse Beek is één van de waterlichamen binnen het waterschap Vallei en Veluwe. Het overzicht van de maatregelen staat per waterlichaam beschreven in de bijlage van het waterbeheersplan. Ten noorden van het plangebied ligt op een afstand van circa 70 meter de Barneveldse Beek. Het onderhavig bestemmingsplan staat geen planologische wijzigingen in de ruimtelijke situatie toe die gevolgen hebben voor de waterhuishoudkundige situatie.

De doelstellingen van het waterschap komen wat dat betreft dan ook niet in het gedrang. De benoemde maatregelen voor het waterlichaam Barneveldse Beek zijn voor dit bestemmingsplan niet relevant. In paragraaf 5.11 van dit bestemmingsplan wordt nader beschreven op welke wijze met het waterbeleid wordt omgegaan.

4.3.4 Regionale energiestrategie (RES) Nederland energieneutraal, aan die opgave zal het rijk, provincie en gemeenten nauw moeten samenwerken. Hiervoor is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s. Leusden maakt deel uit van de energieregio Amersfoort. De regio verbruikt veel energie: zo’n 22.500 terrajoule en is meer dan 1000 windturbines van 100 meter hoog kunnen opwekken. De regio wil vooral het energiegebruik zoveel mogelijk verminderen en wat wel nodig is wordt duurzaam opgewekt. Samen met 6 andere gemeenten (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Woudenberg), het Waterschap, de Provincie en vele belanghebbenden wordt een energiestrategie vormgegeven voor de regio (RES). Met de RES wordt gezamenlijk gekozen hoe we energie besparen en overgaan op duurzame elektriciteit en warmte.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 48 -

RES regio Amersfoort Nederland is opgedeeld in 30 energieregio’s en werken elk een Regionale Energiestrategie uit. De RES regio Amersfoort bestaat uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg en de provincie Utrecht, het waterschap Vallei en Veluwe en netbeheerder Stedin. Ambitie De besturen in de Regio Amersfoort beschouwende energie transitie als een cruciale en urgente opgave voor de komende decennia. De regionale ambities zijn er niet alleen omdat het voorstel voor een nationaal Klimaatakkoord dit voorschrijft voor alle regio’s in Nederland. De bestuurders van de decentrale overheden in de Regio Amersfoort zijn zelf (lokaal en regionaal) overtuigd van de urgentie. Vanuit die overtuiging wil de regio haar aandeel leveren en zal zij een bod doen dat bijdraagt aan tenminste 49% CO2-reductiein in 2030. De regionale ambitie sluit aan bij de ambities van de verschillende partners. De netbeheerder Stedin is geen energieproducent en heeft daarom geen eigen ambitie voor hernieuwbare energieproductie. Stedin draagt wel bij aan de energietransitie door het mogelijk maken van tijdige en doelmatige investeringen (het gaat immers om publiek geld) in het benodigde extra elektriciteitstransport (transformatorstations en kabeltracés).

RES 1.0 regio Amersfoort Is in mei en juni 2021 door alle gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur vastgesteld. Beschreven is hoeveel duurzame elektriciteit zal worden opgewekt, waar windmolens of zonnevelden zijn gepland en op welke manier daar invulling aan zal worden gegeven. De kansrijke gebieden uit de Concept RES zijn samen met betrokken organisaties en inwoners hierin verder uitgewerkt en geconcretiseerd. In de RES 1.0 zijn onderzoeken uitgevoerd naar de technische haalbaarheid van zon- of windenergie in kansrijke gebieden. De uitkomsten van de onderzoeken en nieuwe inzichten uit de participatie hebben geleid tot de Regionale Energie Strategie 1.0. Met alleen zonnepanelen op daken kunnen we niet aan de energieopgave voldoen. Om de doelstellingen van het Klimaatakkoord te halen zal daarom een combinatie van zonnedaken, zonnevelden en windmolens moeten toepassen in de regio. De RES 1.0 is het vervolg op het Concept RES van 2020 en daarin doet de regio Amersfoort aan het Rijk een aanbod om in 2030 0,5 Terawattuur (TWh) duurzame elektriciteit op te wekken. De zoekgebieden uit de RES 1.0 worden tot aan 2030 samen met de betrokken partijen en inwoners van de regio verder uitgewerkt in concrete energieprojecten. In 2023 wordt de voortgang van die plannen geëvalueerd en wordt er naar nieuwe ontwikkelingen en technieken gekeken.

Leusden In de RES 1.0 is de onderhavige locatie aan de Emelaarseweg in Leusden als pilot project opgenomen en aangemerkt als locatie zonne-energie 3e trede. Gemeenten nemen het regionale beleidskader, zoals verwoord in het RES 1.0, over als minimumvereiste in het lokale beleid met daarbij de ruimte om dit aan te scherpen en/of aan te vullen. Conclusie regionaal beleid Het planvoornemen draagt bij aan de pijler 'duurzame leefomgeving' en heeft aandacht besteed aan de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing. Het plan voornemen is niet in strijd met het regionaal beleid.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 49 -

4.4 Gemeentelijk beleid De gemeentelijke Omgevingsvisie bestaat uit twee onderdelen, namelijk: stedelijk gebied en landelijk gebied. De centrale thema’s worden hierin op hoofdlijnen toegelicht. In deze toelichting worden enkel de voor dit plan relevante zaken kort verwoord, voor een volledige toelichting wordt verwezen naar de Omgevingsvisie zelf.

4.4.1 Omgevingsvisie landelijk gebied Met de omgevingsvisie 'Kwaliteit en vitaliteit voorop' voor landelijk gebied legt de gemeente haar werkwijze vast om meer op doelen te sturen en minder op regels. Op deze manier hoopt de gemeente vaker ‘ja’ te kunnen zeggen tegen initiatieven, planologische procedures te versnellen en meer kwaliteit te realiseren. Aan meer ruimte voor initiatieven hangt echter wel vast dat er door mensen met een (bouw)initiatief ook meer op de kwaliteit van natuur, landschap en cultuurhistorie moet worden gelet. Met de visie wordt ingezet op het faciliteren van dynamiek, die past bij de veranderende wensen in onze samenleving en het ondernemerschap op het platteland en tegelijk de kwaliteit helpt versterken. Waarmee voor nu en op de lange termijn een krachtig leefklimaat en een sterke samenleving ontstaat. Door te blijven investeren in de kwaliteiten van het landelijk gebied, houden we binnen de regio onze eigen identiteit als groene dynamische woongemeente vast. Voor de uitwerking van de visie is gekozen voor een aanpak waarin vraagstukken uit de samenleving met de verantwoordelijkheden van de overheid het begin van de visie vormen. Dit wijkt af van de traditie om vanuit belangen te denken. De leidende vragen om vraagstukken uit de samenleving op te halen zijn: ‘Waar zit je mee?’. En: ‘Wat wil je doen?’.

Dit zijn activerende vragen die gericht zijn op het achterhalen van de transitiebehoefte. Daar ligt dan ook de focus op van de omgevingsvisie. Vanuit de kwaliteiten van ons landschap, de bijzondere rol van de melkveehouderij en het belang van het platteland voor al de inwoners is gekozen voor de volgende strategische keuzes: • We kiezen voor een brede economische basis van ons platteland, die bijdraagt aan de kwaliteit en beheer van onze kernkwaliteiten en een vitaal platteland. • Binnen deze brede economische basis zien we een hoofdrol voor de grondgebonden veehouderij. Met de grondgebonden veehouderij zoeken we een koers die toekomstbestendig en duurzaam is. • We kiezen voor een sterkere verbinding van stad en land en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap. • Het watersysteem en het landschap zijn sturend bij het realiseren of uitbreiden van functies. • We werken samen met bewoners en gebruikers van het platteland om in te spelen op klimaatverandering en de energietransitie. Als samenleving moeten we vorm geven aan een energietransitie. De gemeente Leusden wil in 2040 energieneutraal zijn en dat geeft grote uitdagingen. De visie is het resultaat van een combinatie van drie uitgangspunten: 1. Dit zijn vraagstukken die zijn opgehaald en waar we allemaal mee geconfronteerd worden.

Vraagstukken die het gevolg zijn van de snelle maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast zijn dit ook ambities van mensen in ons gebied. 2. Om omgevingswaarden; de kenmerken van ons gebied zijn het ‘materiaal’ waarmee we werken. Denk dan bijvoorbeeld aan ruimtelijke kwaliteiten van groen, cultuurhistorie en milieu, maar ook functionele kwaliteiten zoals de bereikbaarheid en de voorzieningen. 3. Verantwoordelijkheden van de overheid; als gemeentelijke overheid hebben we bepaalde verantwoordelijkheden. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan wettelijke taken, speerpunten van ons beleid of zaken die spelen vanuit algemeen belang.

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 50 -

In de omgevingsvisie zijn de strategische keuzes uit het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (LOP).opgenomen. De omgevingsvisie beschrijft voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente Leusden de daar aanwezige kenmerken, omgevingswaarden, inspirerende waarden en kwetsbaarheden. Vervolgens is per deelgebied een visie op het betreffende gebied verwoord waarin een deel van de kenmerken als inspiratie is opgenomen voor nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied. Naast landschappelijke omgevingswaarden zijn er ook andere omgevingswaarden zoals rust, water, milieu en veiligheid. Het onderhavig plangebied is gelegen in het gebied dat is aangemerkt als 'landschap rondom de Hessenweg'.

Landschap rondom de Hessenweg Het landschap kan getypeerd worden als een kampenlandschap, maar door de smalle en langgerekte vorm, de invloed van de beekdalen en de veelheid aan functies langs de Hessenweg is het als een apart deelgebied aangemerkt. Kenmerken van het gebied •

De zichtbare hoogteverschillen tussen de smalle dekzandruggen en omliggende beekdalen;

•

De bebouwing die het onregelmatige patroon van dekzandruggen en de omliggende beken volgt;

•

Het slingerende karakter van de Hessenweg; de weg volgt grotendeels de hogere gronden.

Omgevingswaarden •

De onregelmatige verkaveling met relatief kleine kavels;

•

De afwisseling van open- en geslotenheid met de daarbij horende wisselende zichten;

•

De strak begrensde kavels door bosschages, houtwallen en singels. Hierbij kan het vervangen van houtwallen mogelijk zijn mits het kenmerkende beeld in stand blijft;

•

Het fijnmazige patroon van beplanting. Denk hierbij aan houtwallen op de dekzandruggen en singels langs sloten van els en wilg op de lagere gronden;

•

De eikenlanen die de bouwkavels op de rand van de beekdalen verbinden met de Hessenweg; De overige historische laanbeplanting en solitairen.

Inspirerende waarden •

Het ensemble van de historische (dubbele) lanen met de erven op afstand van de Hessenweg;

•

Herkenbaar houden van de rand: de erven die op de dekzandrug liggen en gekoppeld zijn aan de Hessenweg met de overgang naar het beekdal;

•

Andere bomenlanen die zorgen voor de afwisseling in het gebied;

•

De opzet en bijbehorende elementen van Landgoed Klein Stoutenburg;

•

De historische erven langs de Hessenweg.

Kwetsbaarheden •

Doorbreken van de onregelmatige, kleinschalige verkaveling;

•

Verwijderen van historische beplanting;

•

Aanpassingen in de groenstructuur;

•

Verwijderen van kavelbeplantingen, houtwallen en singels langs sloten;

•

Aanplant van nieuwe singels, die het zicht op de blokvormige kavels wegnemen

Visie op het gebied Omgeving Hessenweg

In dit deelgebied wordt volop ruimte gegeven aan nieuwe economische dragers. De economische waarde van bouwblokken zal daardoor vergroten en door afroming van de waardesprong kunnen

Gemeente Leusden Bestemmingsplan Zonneveld Emelaarseweg ( ontwerp )

- 51 -

extra investeringen in het landschap worden gefinancierd. In dit deelgebied wordt toegewerkt naar een dynamisch en multifunctioneel platteland met hoge landschappelijke kwaliteiten. Als wordt uitgegaan van de huidige milieunormen kan dit leiden tot beperkingen van het aantal functies dat bij elkaar kan ontstaan. Daarom wordt langs de Hessenweg nagegaan of het werken met milieu emissies tot ruimere ontwikkelmogelijkheden kan leiden dan het werken met milieuzones. Hiermee stimuleren we meteen het behalen van hogere duurzaamheidsdoelen. Dit leidt tot een actieplan waar betrokken initiatiefnemers naartoe kunnen werken. Om de kwaliteiten te borgen worden een aantal voorwaarden gesteld: •

Extra ruimtegebruik wordt alleen overwogen als dit aantoonbaar bijdraagt aan een innovatieve en maatschappelijke gewenste functie (dialoog) en als er een extra investering wordt gedaan in ruimtelijke of maatschappelijke kwaliteit. In de basis blijven nieuwe functies beperkt tot de huidige bouwpercelen.

•

We stellen bij nieuwe functies een hoog ambitieniveau in ten aanzien van milieuaspecten

Vanuit de visie op het gebied 'Omgeving Hessenweg' zijn er geen strijdigheden opgenomen met betrekking tot de voorgestane ontwikkeling, wel worden randvoorwaarden genoemd ten aanzien van de landschappelijke inpassing en wordt verwezen naar de in het LOP opgenomen richtlijnen. In Hoofdstuk 3 is aangegeven op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven.

4.4.2 Dynamische Duurzaamheidsagenda Leusden 2016-2030 De gemeente Leusden heeft op 6 juli 2016 de gezamenlijke ambities van samenleving en gemeente vastgesteld zoals die zijn opgenomen in de Duurzaamheidsagenda 2016-2030. De Dynamische Duurzaamheidsagenda komt voort uit de opdracht van de gemeenteraad om een Duurzaamheidsagenda op te stellen 'voor en door de samenleving'. Doel van de Duurzaamheidsagenda is om een context te scheppen waarbinnen duurzame initiatieven uit de samenleving kunnen slagen. Met de ambities waar de Duurzaamheidsagenda zich op richt wordt gestreefd naar een duurzame samenleving, waarbij gezondheid en kwaliteit van de samenleving belangrijk zijn en dat Leusden in 2040 energie-neutraal is, maar liever sneller. Leusden bouwt energie-neutraal en circulair. Dat wil zeggen: op door de gemeente uit te geven gronden kan alleen energieneutraal worden gebouwd. Voor projecten, waarvoor planologische medewerking wordt gevraagd, worden initiatiefnemers actief gestimuleerd energieneutraal te bouwen. Ook de toepassing van zonnepanelen wordt gestimuleerd. Duurzaamheidsagenda 2019 – 2022 In de duurzaamheidsagenda staan 3 pijlers centraal met de volgende ambities: 1. Energie en duurzaam bouwen: dat is de ambitie. Gemeente en lokale partners werken samen om inwoners en bedrijven te ondersteunen bij het duurzaam maken van hun woning of bedrijf. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3703/documents/40328