CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsagenda 2021-2023

Commissievergadering Fysiek 24 mei 2022, gemeente LeudalBij agendapunt: Presentatie over Schone Lucht Akkoord27.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

46 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Ecodesign richtlijn verder aanscherpen

De Europese richtlijn Ecodesign zet een belangrijke stap naar minder emissies uit kachels. Evenals bij emissie­ normen kan een verdere aanscherping in de toekomst de emissies verder terugdringen. Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid (ministerie van IenW). Overige Ministerie van BZK, TNO, Nederlandse stakeholders Haarden- en Kachelbranche (NHK), Werkgroep internationale samenwerking, Europese lidstaten. Planning Doorlopend. Beoogd effect Minder emissies door nieuwe houtkachels. 2d

Onderzoek naar aanvullende maatregelen SLA-maatregel 11 Houtstook De Rijksoverheid onderzoekt de mogelijkheid en effecten van aanvullende maatregelen om overlast door onjuist stoken tegen te gaan, waaronder de invoering van het Duitse systeem, conform de aanbevelingen van het IBO-luchtkwaliteit, voor controle op goed stookgedrag en certificering van de installatie van de kachels.

In het Duitse systeem worden eisen gesteld aan kachels en open haarden. Dit geldt onder andere voor de uitstoot, het rendement, de juiste installatie, de houtopslag en het onderhoud van de kachel en het rookgaskanaal. Via een overgangsrecht worden de eisen strenger, waardoor bestaande kachels moeten worden aangepast met bijvoorbeeld filters of worden uitgefaseerd. De stoker moet via een registratiesysteem certificaten van keuringen en metingen bewijzen dat de kachel of haard is goedgekeurd door erkende installateurs en schoorsteenvegers. Bij een onderhoudskeuring wordt ook de houtopslag geïnspecteerd en wordt informatie over goed stookgedrag gegeven. Er kan worden opgetreden tegen de stoker vanwege nalatigheid of opzet. In 2021 wordt verkend welke aanvullende maatregelen in de Nederlandse situatie kansrijk en effectief kunnen zijn. Dit onderzoek is onderdeel van de Pilot houtrook. Hierbij worden ook aanbevelingen uit eerder onderzoek (zoals van PBL) en ervaringen uit het buitenland betrokken. Het ministerie IenW betrekt hierbij diverse stakeholders waaronder het ministerie van BZK (vanwege de toesteleisen), de

Algemene Schoorsteenvegers Patroons Bond, de Nederlandse Haarden- en Kachelbranche, kennispartijen en gezondheidsorganisaties. Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid (IenW) Overige RWS Leefomgeving, gemeente Utrecht, stakeholders gemeente Helmond, BZK, NHK, bedrijfs­ leven, kennisinstellingen, gezondheidsorganisaties. Planning 2021 – 2023. In 2021 publicatie eerste verkenning. Beoogd effect inzicht in effecten en haalbaarheid van kansrijke aanvullende maatregelen.

3 Handhaving houtrook (spoor 3) 3a

Actualisatie toolkit overlast SLA-maatregel 6 Houtstook De Rijksoverheid actualiseert in samenwerking met geïnteresseerde gemeenten de toolkit Overlast van houtstook. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre een onderbouwde gezondheidsschade mee te nemen is. Bij een positief resultaat kunnen gemeenten deze methode toepassen bij de handhaving bij overlast als gevolg van (onjuiste) toepassing van houtstook.

De toolkit Overlast van houtstook (stappenplan) biedt gemeenten een handreiking die ze kunnen toepassen bij overlast door houtstook. Het rijk actualiseert deze toolkit samen met decentrale overheden. Daarbij worden ook de mogelijkheden verkend die gemeenten hebben om hun eigen regels op te stellen. Bijvoorbeeld een verbod op het verspreiden van hinderlijke of schadelijke rook vanuit woningen tijdens een stookalert en het stellen van regels voor houtstook (bijvoorbeeld het vochtgehalte van hout of de stookduur). De rijksoverheid geeft ondersteuning via e-learning om kennis te vergroten op de handhaving op bouwkundige aspecten.

3b

Meetmethode en gezondheidsimpact SLA-maatregel 7 Houtstook De Rijksoverheid test in 2020 in samenwerking met geïnteresseerde gemeenten de ontwikkelde methode voor het vaststellen van de lokale gezondheids­ impact van houtrook. Die methode is gebaseerd op het meten van de belangrijkste emittenten die bepalend zijn voor de gezondheidsimpact van houtrook. Bij een positief resultaat kunnen gemeenten deze methode mogelijk toepassen bij de handhaving bij overlast als gevolg van (onjuiste) toepassing van houtstook.

De rijksoverheid ontwikkelt een meetmethode voor het meten van de belangrijkste emittenten. Uit eerste onderzoek van TNO zijn een aantal componenten naar voren gekomen die gemeten kunnen worden. Deze componenten zijn echter niet uniek voor houtrook. Er is vervolgonderzoek nodig om onomstotelijk vast te stellen dat de componenten afkomstig zijn van de houtstookbron. Daarnaast moet onderzocht worden of deze componenten te koppelen zijn aan overlast ((geur)hinder en/of gezondheidsklachten). Een beoordelingskader op basis van metingen van houtrookcomponenten die verbonden zijn met overlast, is essentieel voor de handhaving bij overlast als gevolg van (onjuiste) houtstook. Daarom voeren onderzoeksinstellingen in opdracht van het ministerie van IenW een vervolgonderzoek uit en zoekt het ministerie van IenW de samenwerking met geïnteresseerde gemeenten. Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW Overige Rijkswaterstaat, gemeenten en provincies, stakeholders TNO, RIVM, Universiteit Utrecht en GGD GHOR Nederland. Planning 2020-2021. Beoogd effect Inzicht in de mogelijke meetmethoden of andere handhavingsmogelijkheden, inzicht in emissies van houtstook en inzicht in gezondheidsimpact van houtstook op burgers.

Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid (ministerie van IenW). Overige Gemeenten en provincies, RIVM, GGD stakeholders GHOR Nederland, Rijkswaterstaat en kennisinstellingen. Planning 2021: actualisatie van de toolkit. Periodiek: evaluatie en actualisatie. Beoogd effect Vermindering van overlast via voorlichting, buurtbemiddeling en handhaving.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 47

3c

Doorsturen klachten vanuit Stookwijzer naar gemeenten SLA-maatregel 9 Houtstook De Rijksoverheid zorgt ervoor dat klachten die via de landelijke website www.stookwijzer.nu binnenkomen worden doorgestuurd naar gemeenten.

De melding van overlast via www.stookwijzer.nu is voor burgers een laagdrempelige manier om aan te geven dat zij overlast ervaren. Burgers kunnen hier hun meldingen over houtstook indienen. De stookwijzer stuurt de meldingen door naar de gemeenten. Dit geeft gemeenten inzicht in de omvang en mate van de lokale hinder. Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW. Overige Rijkswaterstaat, gemeenten en provincies. stakeholders Planning 2020: start, daarna doorlopend. Beoogd effect Meer inzicht in de omvang van lokale hinder. Laagdrempelige methode voor burgers om overlast te melden. 3d

4 Pilot houtrook SLA-maatregel 12 Houtstook Bij positieve uitkomsten van de hieronder genoemde pilot houtrook verkennen gemeenten de mogelijk­ heden om dit toe te passen.

De pilot houtrook onderzoekt voor minimaal één nieuwbouwwijk en voor een bestaande wijk of buurt wat erbij komt kijken om een wijk houtstookvrij/houtrookarm te maken. De pilot richt zich daarbij op particuliere haarden en kachels voor binnenshuis. De pilot richt zich op de juridische en praktische mogelijkheden om houtrook te beperken en houtrookvrije en houtrookarme buurten te realiseren. De pilot geeft zicht op de mogelijkheden voor het stellen van eisen, handhaving, toezicht en meetprotocollen, en onderzoekt hoe bewoners hier goed bij betrokken kunnen worden en wat de gezondheidseffecten zijn. Decentrale overheden wisselen jaarlijks hun kennis en ervaringen uit via de themagroep Houtstook. Bij positieve uitkomsten van de pilot houtrook verkennen gemeenten de mogelijkheden om dit in hun eigen gemeente toe te passen.

Acteren door gemeenten bij herhaalde overlast Uitvoerders

SLA-maatregel 10 Houtstook Deelnemende gemeenten acteren daarop als sprake is van herhaalde overlast op een bepaalde locatie.

Gemeenten nemen de meldingen van de Stookwijzer in ontvangst en acteren bij herhaalde overlast op deze meldingen. Hiervoor kunnen ze gebruikmaken van het stappenplan van de toolkit. Bij herhaalde overlast is voorlichting te geven en buurtbemiddeling of handhaving in te zetten. Gemeenten kunnen een definitie van herhaalde overlast opnemen in het gemeentelijk beleid (zie ook de maatregelen Meetmethode en Stappenplan uit de toolkit). In de themagroep Houtstook wordt kennis uitgewisseld. Best practices en tips over een effectieve aanpak worden gedeeld met andere gemeenten en stakeholders. Uitvoerders

Trekker Gemeenten. Overige NHK, Bewoners en diverse stakeholders. stakeholders Planning 2020-2023. Beoogd effect Afnemende overlast voor bewoners bij herhaalde houtstook.

48 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Trekker

Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat en de gemeenten Utrecht, Helmond en Nijmegen. Overige Burgers, lokale aanbieders van kachels en stakeholders SLA-deelnemers. Planning 2020 - 2023. Beoogd effect Minder houtrookemissies in wijken. Inzicht in de mogelijkheden om eisen te stellen aan houtstook, uitstoot, toestellen en fysieke omgeving. Inzicht in mogelijkheden voor handhaving en toezicht. Inzicht in de werking van de meetmethode in de praktijk. Inzicht in de wijze hoe bewoners erbij betrokken kunnen worden. Inzicht in de gezondheidseffecten. Gemeenten gaan succesvolle maatregelen toepassen door kennis en ervaringen delen via een factsheet.

5 Factsheet en werkplan Voor het begrijpen, uitwerken en uitvoeren van de maat­ regelen is het essentieel dat alle SLA-deelnemers kunnen terugvallen op basisinformatie over de betreffende houtstookmaatregelen. Voor die maatregelen wordt een fact­ sheet, handreiking of werkplan opgesteld waaruit gemeenten en provincies informatie kunnen halen. De uitwerking gebeurt in samenwerking tussen de rijksoverheid en decentrale overheden. Werkgroepen werken samen aan onderdelen van het werkplan die verdere uitwerking of aanpassing nodig hebben naar aanleiding van toekomstige nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld over handhaving en onderzoek naar de overlast van houtstook. Een voorbeeld van een factsheet is technische informatie over de werking van het stookalert en de communicatieve informatie over het afgeven van het stookalert. Verschillende gemeenten hebben behoefte aan een factsheet over de Stookwijzer. Uitvoerders

Trekker

Deelnemende gemeenten, provincies en rijksoverheid aan de Themagroep Houtstook. RIVM, KNMI en Rijkswaterstaat.

Overige stakeholders Planning Vanaf 2021. Beoogd effect Begrip, uitwerking en uitvoering van de maatregelen.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 49

10 Binnenvaart en havens

De binnenvaart draagt gemiddeld 7% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van luchtvervuiling uit binnenlandse bronnen. Rondom vaarwegen kan deze bijdrage aanzienlijk hoger zijn. In het Schone Lucht Akkoord (SLA) is daarom een streven gedefinieerd om een reductie van de emissies van verontreinigende stoffen van de binnenvaart van ten minste 35% in 2035 ten opzichte van 2015 te realiseren. Een belangrijk deel van de verbetering van de luchtkwaliteit wordt gerealiseerd door de activiteiten binnen de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens. Binnen deze Green Deal zijn ook middelen beschikbaar gesteld om de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht en de CO2-uitstoot door de binnenvaart en zeevaart terug te dringen. Bij de uitvoering van de SLA-afspraken wordt samengewerkt en beide trajecten versterken elkaar in het streven naar een schonere scheepvaartsector. De lokale overheden die het SLA hebben ondertekend, committeren zich aan de doelstelling van het behalen van gezondheidswinst en richten zich hiervoor voor een groot deel op het uitvoeren van specifieke lokale maatregelen.

50 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Uitwerking van de zeven afspraken uit het Schone Lucht Akkoord De zeven SLA-maatregelen voor Binnenvaart en havens worden door de SLA deelnemers opgenomen in decentrale uitvoeringsplannen. Binnen de SLA-pilot schone havens worden de maatregelen verder vormgegeven en uitvoerbaar gemaakt. Dat gebeurt door de themagroep onder leiding van de provincie Zuid-Holland, die verder bestaat uit provincies Utrecht, Gelderland en Zeeland, de gemeenten Rotterdam, Schiedam, Nijmegen, Utrecht en Arnhem en het ministerie van IenW.

1 Realiseren van walstroomvoorzieningen

2 Gebruik walstroom en verduurzaming binnenvaart

SLA-maatregel 1 Binnenvaart en havens De rijksoverheid onderzoekt welke vorm van stimulering van walstroom het meest geschikt is (bijvoorbeeld fiscaal of subsidie). Daarbij wordt gekeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de instrumenten. Op basis van deze analyse wordt eind 2019 een politiek besluit genomen over de uiteindelijke vormgeving van de maatregel vanaf 2021. Partijen stellen tot doel om voor alle locaties nabij substantiële bebouwing en hoge blootstelling, walstroomvoorzieningen te realiseren.

SLA-maatregel 2 Binnenvaart en havens Waar walstroomvoorzieningen beschikbaar zijn verplichten partijen binnen de grenzen van hun wettelijke mogelijkheden de scheepvaart hiervan gebruik te maken en verbieden zij het gebruik van generatoren/aggregaten. Partijen delen actief de ervaringen en best practices bij de toepassing hiervan. Partijen streven inzet van gedifferentieerde tarieven/kortingen op het binnenhavengeld ter verduurzaming van de binnenvaart, en streven naar uniformering in de systematiek die wordt gebruikt.

Bij gebruik van walstroom stoten schepen geen emissie naar de lucht uit als zij in havens aan de kade liggen. De maatregelen zijn gericht op het creëren van de voorzieningen en het stimuleren van het gebruik van walstroom.

Er komt een verbod op het gebruik van generatoren. Dat stimuleert de binnenvaart om walstroom te gebruiken. In de pilot schone havens delen gemeenten hun ervaringen met het stimuleren van walstroomgebruik en schone binnenvaart. Deze ervaringen worden vertaald in best practices die de basis vormen voor een blauwdruk voor andere gemeenten. Deze blauwdruk bevat ook een uniforme systematiek van gedifferentieerde tarieven en kortingen om de binnenvaart te verduurzamen. De blauwdruk is gereed in het eerste kwartaal van 2023.

1a Fiscale stimulering walstroom Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid Overige stakeholders Planning Vanaf 2021: de energiebelasting op walstroom is afgeschaft. Beoogd effect Stimuleren van de toepassing van walstroom. 1b Realisatie walstroomvoorzieningen: In de decentrale uitvoeringsplannen geven partijen aan op welke locaties zij van plan zijn om walstroom te realiseren. In de themagroep Binnenvaart en havens is een inventarisatie gemaakt van bestaande en geplande walstroompunten. De inventarisatie vormt de basis voor een ontwikkelplan dat wordt opgesteld voor de uitrol van walstroom op publieke kades van alle SLA-deelnemers. De rijksoverheid heeft vooruitlopend hierop besloten dat alle rijkligplaatsen in 2030 voorzien moeten zijn van walstroom.

Uitvoerders

Trekker Overige stakeholders Planning

Themagroep Binnenvaart en havens. Gemeenten, provincies en het ministerie van IenW. 2021: verplichtstelling door koplopers. 2022: opstellen blauwdruk. 2023: uitrol verplichtstelling en stimuleringsmaatregelen. Beoogd effect Toenemend gebruik van walstroom en afnemend gebruik van generatoren en aggregaten.

Uitvoerders

Trekker

Deelnemers aan de themagroep Binnenvaart en havens. Overige Gemeenten, provincie Zuid-Holland en het stakeholders ministerie van IenW. Planning 2020-2021: inventarisatie 2021-2022: opstellen ontwikkelplan Beoogd effect Meer walstroomvoorzieningen.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 51

3 Gunningscriteria bij aanbesteding van infrastructurele werkzaamheden SLA-maatregel 3 Binnenvaart en havens Partijen spreken af om luchtemissies als belangrijk criterium te hanteren bij de aanbesteding van infrastructurele werkzaamheden (baggeren en onderhoud vaarwegen en havenbekkens), zodat aannemers die dergelijke projecten met lagere emissies realiseren een preferente positie kunnen krijgen.

In de pilot schone havens worden best practices verzameld voor gunningscriteria voor aanbesteding van maritieme infrastructurele werkzaamheden. Ook worden deze gunningscriteria getest en verbeterd. De resultaten van deze pilot vormen de basis voor het opstellen van de handreiking ‘Inzetten van gunningscriteria in aanbestedingen en inkoop van overheden ter verbetering van de luchtkwaliteit’. Deze handreiking beschrijft hoe overheden het aanbestedingssysteem het beste kunnen toepassen. Alle SLA-deelnemers passen vanaf 2023 luchtemissies als gunningscriteria toe bij aanbesteding van infrastructurele werken. Uitvoerders

Trekker Overige stakeholders Planning

Themagroep Binnenvaart en havens. Gemeenten, provincies en het ministerie van IenW. 2021: verzamelen, testen en verbeteren gunningscriteria. 2022: opstellen van handreiking aanbesteding 2023: toepassen van gunningscriteria door SLA-deelnemers. Beoogd effect Meer vergunnen van opdrachten voor infrastructurele werkzaamheden aan aannemers die lagere emissies realiseren.

52 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

4 Stimuleren van elektrificatie van de eigen vloot als launching customer SLA-maatregel 4 Binnenvaart en havens Partijen stappen waar mogelijk over op schepen met elektromotoren als launching customer.

Pilotdeelnemers verkennen binnen de pilot schone havens de mogelijkheden en best practices voor elektrificatie van schepen. Dit resultaat wordt samengevat in een kennisdocument ‘Elektrificatie eigen vloot’. SLA-deelnemers met een eigen vloot gebruiken deze kennis om hun vloot te elektrificeren (inclusief waterstof ). Uitvoerders

Trekker Themagroep Binnenvaart en havens. Overige Gemeenten, provincies en het ministerie stakeholders van IenW. Planning 2021-2023. Beoogd effect Toenemend aandeel schepen met elektromotoren in de eigen vloot.

5 Gunningscriteria bij veerdiensten, watertaxi’s en pleziervaart SLA-maatregel 5 Binnenvaart en havens Partijen spreken af om luchtemissies als belangrijk criterium te hanteren bij de aanbesteding van veerdiensten en vergunningen voor watertaxi’s en nemen waar mogelijk eisen op voor pleziervaart in gebieden met hoge blootstelling.

In de pilot schone havens verzamelen SLA-deelnemers best practices voor gunningscriteria voor aanbesteding van veerdiensten en voor vergunningverleningen voor watertaxi’s en pleziervaart in gebieden met hoge blootstelling. Deze gunningscriteria worden getest en verbeterd. De resultaten van deze pilot vormen de basis voor het opstellen van een handreiking ‘Inzetten van gunningscriteria in aanbestedingen en inkoop van overheden ter verbetering van de luchtkwaliteit’. Deze handreiking beschrijft hoe overheden het opgestelde aanbestedingssysteem het beste kunnen toepassen. Alle SLA-deelnemers passen vanaf 2023 de luchtemissies als gunningscriteria toe bij aanbesteding van veerdiensten en vergunningen voor watertaxi’s.

Uitvoerders

Trekker Overige stakeholders Planning

Themagroep Binnenvaart en havens. Gemeenten, provincies en het ministerie van IenW. 2021: verzamelen, testen en verbeteren van gunningscriteria. 2022: opstellen van handreiking aanbesteding. 2023: toepassen van gunningscriteria door SLA-deelnemers. Beoogd effect Toename van hoeveelheid watertaxi’s, veerdiensten en pleziervaart met een lagere luchtemissie.

6 EU-fonds stimulering schone motoren SLA-maatregel 6 Binnenvaart en havens De Rijksoverheid zet zich in voor de oprichting van een EU-fonds ter stimulering van schone motoren en waar mogelijk retrofit oplossingen. Inzet is om uiterlijk in 2024 een nieuw Europees sturingsinstrumentarium ontwikkeld te hebben dat het bereiken van de gestelde ambities stimuleert.

Deze maatregel wordt uitgewerkt als onderdeel van de Green deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens Het gaat hier om artikel 3 uit de Green Deal. Het ministerie van IenW stemt de werkzaamheden intern met de directie Maritiem af en legt de koppeling met de Europese en internationale dimensie. Het gaat mogelijk om het bundelen van provinciale middelen in een verduurzamelingsfonds of hierop efficiënt aansluiten met regionale subsidieprogramma’s.

7 Duurzame binnenhaven SLA-maatregel 7 Binnenvaart en havens Gemeenten en provincies met binnenhavens stellen plannen op met het streven naar een duurzame binnenhaven. Daarin wordt onder meer toegewerkt naar een zero-emissie binnenhaven in 2035. Partijen werken daarin onder meer aan walstroomvoorzieningen bij ligplaatsen voor binnenvaart, personenvervoer over water, waar mogelijk pleziervaart en naar zero emissie mobiele werktuigen.

In de pilot schone havens verzamelen SLA-deelnemers kennis over regelgeving en vergunningstrajecten, stimuleringsmaatregelen en financiële ondersteuning, uitrol van walstroom en zero-emissie-technologieën. De resultaten vormen de basis voor het opstellen van een Masterplan ‘Zero-emissie binnenhaven’. Dit Masterplan ondersteunt gemeenten en provincies bij het opstellen van plannen om hun binnenhavens in 2035 emissievrij te maken. In 2023 stellen SLA-deelnemers hun plan op voor een emissieloze binnenhaven in 2035. Uitvoerders

Trekker Overige stakeholders Planning

Themagroep Binnenvaart en havens. Gemeenten, provincies en het ministerie van IenW. 2021: kennisverzameling en onderzoek binnen de pilot. 2022: opstellen Masterplan ‘Zero-emissie binnenhaven’. 2023: plan emissievrije binnenhaven door SLA-deelnemers. Beoogd effect Binnenhavens zonder emissies naar lucht vanaf 2035.

Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW. Overige Directie Maritiem van het ministerie van stakeholders IenW. Planning 2021-2023. Beoogd effect Toename van het gebruik van schone motoren door stimuleringsmaatregelen.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 53

11 Landbouw

De landbouw draagt 11% bij aan de gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. Dit komt enerzijds door secundair fijnstof door de uitstoot van ammoniak en anderzijds door primair fijnstof. Primair fijnstof is vooral afkomstig van de pluimveehouderij. De emissie van ammoniak is vooral afkomstig van stallen en van bemesten. Ammoniak speelt ook een grote rol bij de stikstofdepositie in natuurgebieden. Er is een belangrijke relatie tussen de stikstofaanpak van het kabinet en de doelen van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Het streven is een reductie van de gezondheidseffecten van de emissies van de landbouw van 37% in 2030 ten opzichte van 2016.

De maatregelen Voor de landbouw zijn in het SLA een aantal vaste maatregelen opgenomen. Deze zijn hier verder uitgewerkt. Ook zijn er via de pilot landbouw een aantal maatregelen opgenomen die tijdens de looptijd van het SLA verder worden uitgewerkt. Maatregelen uit de pilot landbouw zijn onder de vaste maatregelen te vinden onder subnummer a, b, c, etc. De maatregelen in de pilot komen voort uit drie sporen. Een verdere uitleg van de drie sporen is te vinden in het ‘Plan van Aanpak pilot landbouw’.

54 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Spoor 1: Subsidieregeling Het ontwikkelen van een aanpak voor het beter benutten van al aanwezige emissie reducerende technieken. Dit spoor geeft invulling aan SLA-maatregel 5. Spoor 2: Sectorale afspraken Aanpak voor het verleiden en verplichten van ondernemers voor het nemen van aanvullende maatregelen in bestaande stallen en in nieuwe stallen (verdergaand dan de nu al verplichte maatregelen). Dit spoor geeft invulling aan de SLAmaatregelen 5, 6 en 7. Spoor 3: Reductie primair fijnstof Bouwsteen voor de aanpak ontwikkelen via instrumenten uit de Omgevingswet. Een bouwsteen is een voorbeeldpakket van (juridische) maatregelen die een gemeente onder de Omgevingswet kan inzetten om emissiereductie vanuit de landbouw te bereiken. Bij de uitgewerkte vaste afspraken hierna zijn ook de maatregelen uit de pilots opgenomen.

1 Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv)

2 Sectorale afspraken over integrale bron­gerichte reducties

SLA-maatregel 1 Landbouw De Rijksoverheid werkt aan een warme sanering varkenshouderij. De warme sanering varkenshouderij beoogt het op korte termijn verminderen van de geuroverlast door varkensbedrijven in veedichte gebieden door het saneren en beëindigen van locaties of bedrijven die willen stoppen. Dit vermindert het totaal aantal varkens in Nederland en daarmee wordt een emissiereductie van ammoniak en fijnstof behaald. Dit wordt onder andere gerealiseerd door het doorhalen van varkensrechten. Via het Hoofdlijnenakkoord Warme Sanering Varkenshouderij hebben provincies en gemeenten zich gecommitteerd aan een effectieve aanpak en uitvoering van de regeling.

SLA-maatregel 2 Landbouw De Rijksoverheid heeft in het kader van de verduurzaming van de veehouderij met de verschillende sectoren in de veehouderij afspraken gemaakt over een integrale brongerichte reductie van emissies. Zo is met de varkenssector afgesproken om de emissie van ammoniak uit stallen te verminderen met 85%. In 2030 zijn de emissie-reducerende maatregelen in minimaal 60% van de stallen ingevoerd. Ook de melkveesector werkt naar aanleiding van afspraken uit het Klimaatakkoord en de stikstofaanpak aan de integrale reductie van methaan en ammoniak. Met de pluimveesector zijn afspraken gemaakt over fijnstof. Met deze reeds gemaakte afspraken draagt de landbouwsector bij aan het doel van dit akkoord.

Met de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) worden varkenshouders gecompenseerd als ze een locatie beëindigen. Varkenshouders hebben vrijwillig de subsidie aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze subsidieaanvraag konden veehouders tot begin 2020 doen. Gemeenten borgen gestopte locaties in het omgevingsplan. Provincies trekken de vergunning (Wet Natuurbescherming) in of passen deze aan.

De rijksoverheid maakt met de sector afspraken over integrale, brongericht reducties van emissies. Deze intenties van de sector heeft de sector vastgelegd in sectorplannen. De plannen hebben een termijn van tien jaar; in 2030 zouden de doelen bereikt moeten zijn. De plannen zijn niet statisch en zijn aan te passen als er nieuwe inzichten ontstaan. Monitoring is onderdeel van de sectorplannen. De minister van LNV heeft over de inhoud van de sectorplannen aan de Kamer gerapporteerd.

Uitvoerders

Trekker Ministerie van LNV. Overige Varkenshouders, gemeenten en provincies. stakeholders Planning De Srv stond tot begin 2020 open, definitieve subsidievaststelling loopt naar verwachting tot begin 2023. Beoogd effect Minder emissies door minder varkens­ houderijen met behulp van subsidie.

Uitvoerders

Trekker Overige stakeholders Planning

Ministerie van LNV. Sector, decentrale overheden voor het vergunningsproces. Afspraken zijn gemaakt. Monitoring en meedenken over eventuele bijsturing gedurende looptijd van de sectorplannen (tot 2030). Beoogd effect Minder emissies door sectorale afspraken over integrale brongerichte reducties.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 55

3 Reductie primair fijnstof in pluimvee sector SLA-maatregel 3 Landbouw De Rijksoverheid heeft met de sector pluimveehouderij afgesproken dat de emissie van fijnstof binnen tien jaar wordt gehalveerd. De sector neemt haar verantwoordelijkheid voor haar aandeel in de productie van fijnstof (PM10), om toe te werken naar het niet-overschrijden van de advieswaarden van de WHO. De kern hiervan is een generieke aanpak, aangevuld met een specifieke gebiedsgerichte aanpak in de zogenaamde ‘hotspots’, waar de fijnstofuitstoot vanuit de pluimveehouderij het hoogst is. In die gebieden worden extra maatregelen genomen om in bestaande stallen de emissies verder te reduceren. Mocht blijken dat het plan niet uitvoerbaar is of onvoldoende effect heeft, dan zal een generieke reductie-eis wettelijk worden vastgelegd.

4 Invoering generieke emissie-eisen voor biologisch gehouden kippen en varkens SLA-maatregel 4 Landbouw Het Besluit emissiearme huisvesting stelt emissieeisen voor ammoniak en fijnstof aan stallen. Deze emissie-eisen worden periodiek aangescherpt. De rijksoverheid werkt aan een voorstel om ook emissie-eisen te stellen aan biologisch gehouden pluimvee en varkens en de huidige uitzondering hiervoor te laten vervallen.

In het Besluit emissiearme huisvesting voor biologisch gehouden kippen en varkens staat een vrijstelling voor emissie-eisen. Het rijk heft deze vrijstelling op en maakt vervangende eisen. Deze komen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarbij komt er een overgangstermijn voor bestaande stallen. Uitvoerders

De pluimveesector maakt uiterlijk juli 2021 een plan om primair fijnstof te reduceren. Doel van het sectorplan is om gezondheidswinst te realiseren, overeenkomend met de te verwachten gezondheidswinst als gevolg van de halvering van de fijnstofemissie in 2030 ten opzichte van 2016. Is de fijnstofreductie onvoldoende of blijkt het plan onverhoopt niet uitvoerbaar, dan stelt het ministerie van IenW een generieke reductie-eis wettelijk vast in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Gemeenten leggen de maatregelen uit het sectorplan vast in vergunningen en/of het omgevingsplan. Uitvoerders

Trekker

Ministerie van LNV voor de sectorplannen; ministerie van IenW voor de generieke reductie-eis. Pluimveesector en gemeenten.

Overige stakeholders Planning 1 juli 2021: sectorplan. Tot 2023: uitvoering sectorplannen. Vanaf 2022: eventuele generieke eisen in Bal Beoogd effect Minder fijnstofemissies uit pluimveestallen.

56 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Trekker Ministerie van IenW. Overige Biologische pluimveesector, decentrale stakeholders overheden voor het vergunningsproces, ministerie van LNV en Rijkswaterstaat. Planning 1 jan 2022: inwerking in het Bal. Beoogd effect Lagere emissies van fijnstof en ammoniak door biologische pluimvee- en varkensstallen en een meer gelijk speelveld met andere sectoren.

5 Verbeteren van effectiviteit van emissiearme stallen SLA-maatregel 5 Landbouw De Rijksoverheid verkent in samenwerking met provincies en gemeenten hoe de effectiviteit van eisen aan emissiearme stallen kunnen worden versterkt. Het gaat dan met name om de goede werking van luchtwassers en de uitvoering en gebruik van emissiearme vloeren bij melkrundvee. Gemeenten en provincies nemen maatregelen om, waar nodig, het toezicht en handhaving te versterken. De Rijksoverheid ondersteunt gemeenten en provincies hierbij.

Kennisoverdracht over emissie-reducerende technieken en een verbeterd toezicht en betere handhaving op die technieken zijn belangrijk. In de pilot landbouw zijn verschillende initiatieven gestart. Dit is niet uitputtend: gedurende de looptijd van het SLA zijn nieuwe initiatieven te starten die gericht zijn op verbetering van bestaande technieken. Ook andere gemeenten dan de huidige pilotdeelnemers kunnen deze maatregelen nemen en/of in hun decentrale uitvoeringsplannen opnemen. 5a E-learning en expertmeetings over luchtwassers (spoor 1) Het rijk ontwikkelt samen met luchtwasserfabrikanten en toezichthouders een e-learning over luchtwassers voor toezichthouders en veehouders. Rijkswaterstaat organiseert landelijke bijeenkomsten over toezicht op luchtwassers en het werken met elektronische monitoring. Tijdens deze bijeenkomsten vindt ook afstemming plaats over praktijkrichtlijnen over toezicht. Na een aantal landelijke bijeenkomsten gaan omgevingsdiensten, gemeenten of provincies regionale bijeenkomsten organiseren. Uitvoerders

Trekker Overige stakeholders Planning

Rijkswaterstaat. Omgevingsdiensten, sector en luchtwasserfabrikanten. Eind 2020: e-learning. 2020 en verder: expertmeetings. Beoogd effect Verbetering van de werking van luchtwassers en toezicht hierop door toename van kennis bij toezichthouders en veehouders.

5b Landelijke aanpak toezicht luchtwassers (spoor 1) De provincie Overijssel voert in samenwerking met omgevingsdiensten een toezichtactie uit. Toezichthouders houden in 2020 en 2021 toezicht op de werking van luchtwassers via elektronische monitoring. Deze toezichtactie geeft input voor een landelijke aanpak. De aanpak wordt in 2021 geëvalueerd. Een advies over bredere uitrol wordt daarna aan de Stuurgroep SLA verzonden. Uitvoerders

Trekker Provincie Overijssel. Overige Omgevingsdiensten en provincies die agrastakeholders rische controles uitvoeren, agrarische sector (veehouderijen en leveranciers luchtwassers). Planning Planning 2020; vervolg in 2021. Beoogd effect Reductie van de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof door betere werking van bestaande technieken en door beter toezicht daarop. 5c Landelijke aanpak toezicht veehouderijen (spoor 1) Het project Intensivering toezicht veehouderijen (ITV) is een project van de provincie Noord-Brabant, 43 gemeenten en 3 omgevingsdiensten. Sinds eind 2017 worden de veehouderijen in de deelnemende gemeenten op uniforme manier geïnspecteerd op alle onderdelen van de Wet Natuurbescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het blijkt van belang om de goede resultaten en ervaringen met ITV te behouden en om invulling te geven aan de kansen die het project biedt. Deze toezicht­ actie geeft input voor een landelijke aanpak. Uitvoerders

Trekker Provincie Noord-Brabant. Overige Omgevingsdiensten en provincies die agrastakeholders rische controles uitvoeren, agrarische sector (veehouderijen en leveranciers lucht­ wassers). Planning 2017-2021. Beoogd effect Reductie van de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof door betere werking van bestaande technieken en door beter toezicht daarop. 5d Fijnstof meten met innovatie technieken pluimvee (spoor 2) Met fijnstofmetingen in praktijkstallen wordt de effectiviteit van innovatieve emissiereducerende technieken of maatregelen bepaald. Doel is om een fijnstofemissiefactor voor deze innovatieve technieken te bepalen, die het ministerie van IenW (na advies door de Technische Advies Pool) kan

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 57

opnemen op de fijnstoflijst9 (Omgevingswet: in de bijlage van de Omgevingsregeling). Door opname op deze lijst kan de techniek in de hele sector worden toegepast en worden de mogelijkheden vergroot om emissiereductie in de praktijk toe te passen. Uitvoerders

Trekker

Praktijkcentrum emissiereductie in de veehouderij (PEV) in opdracht van o.a. het ministerie van LNV en regio Foodvalley. Overige Fabrikanten, veehouders op testlocaties, stakeholders omwonenden en het ministerie van IenW. Planning 2020: metingen 2020. 2021: rapportage, beoordeling TAP en opname op fijnstoflijst. In 2021 voert PEV een tweede reeks metingen uit. Beoogd effect Emissieverlaging door het toepassen van nieuwe technieken door de sector. 5e

Voorlichtingsprogramma emissiereducerende technieken (spoor 1 en 2) Het ministerie van IenW realiseert in samenwerking met Rijkswaterstaat voorlichtingsmateriaal over emissiereducerende technieken in veehouderijen. Doel is het verbeteren van kennis bij vergunningverleners, toezichthouders, veehouders en adviseurs over de werking en de toepassing van deze technieken. Deelnemers wordt gevraagd dit materiaal te gebruiken en ervaringen en casussen actief met elkaar te delen. Uitvoerders

Trekker

Ministerie van IenW in samenwerking met Rijkswaterstaat. Overige Omgevingsdiensten, gemeenten, bedrijfsstakeholders adviseurs en de sector. Planning 2021: ontwikkeling van voorlichtings­ materiaal. Vanaf 2020/2021: toepassing. Beoogd effect Verlaging van de emissies door optimale werking van emissiereducerende technieken. 5f

Beter benutten van bestaande technieken in varkensstallen Noord-Brabant (spoor 1 en 2) De provincie Noord-Brabant stimuleert gemeenten in Noord-Brabant om in 2021 plannen te maken om bestaande technieken beter toe te passen voor meer emissiereductie bij varkensstallen. Er wordt nog bepaald welke gemeente dit project zal trekken.

9

De fijnstoflijst is een lijst met stalsystemen en technieken met bijbehorende emissiefactoren en reductiepercentages die IenW vaststelt op grond van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit (Rbl).

58 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Uitvoerders

Trekker

Provincie Noord-Brabant en gemeente: nog geen specifieke gemeente bekend. Sector en omgevingsdiensten.

Overige stakeholders Planning 2021. Beoogd effect Lagere emissie uit varkenstallen door betere toepassing van bestaande technieken. 5g

Afspraken sector beter benutten emissiereducerende technieken (spoor 1 en 2) Gemeenten maken met de veehouderijsector en omgevingsdiensten afspraken over het beter benutten van emissie­ reducerende technieken. Het gaat hierbij zowel om nageschakelde technieken als om bronmaatregelen. Deze afspraken kunnen de hele landbouwsector betreffen, dus ook de rundveehouderij. Bij toepassen van deze maatregel is een koppeling te maken met het voorlichtingsprogramma voor fijnstoftechnieken (5e) en het project Beter benutten varkensstallen in Noord-Brabant (5f ). Uitvoerders

Trekker Gemeenten. Overige Omgevingsdiensten en sector. stakeholders Planning Hele looptijd van het SLA. Beoogd effect Lagere emissies uit stallen door betere toepassing van emissiereducerende technieken voor ammoniak, geur en fijnstof.

6 Subsidie Brongerichte Verduurzaming (SBV) stal- en managementmaatregelen (spoor 2) SLA-maatregel 6 Landbouw De Rijksoverheid streeft ernaar begin 2020 een subsidieregeling open te stellen voor integraal duurzame en emissiearme stal- en managementmaatregelen. Deze regeling is zowel gericht op innovatie- en pilotprojecten als op investeringsprojecten van voorlopers (first movers) voor brongerichte integrale emissiebeperkende maatregelen. Daarnaast onderzoekt het Rijk op korte termijn de mogelijkheden voor experimenteerruimte waarmee de toepassing van innovaties en nieuwe emissiebeperkende maatregelen op een verantwoorde wijze kan worden versneld.

Het ministerie van LNV heeft de Subsidiemodule bron­ gerichte duurzame stal- en managementmaatregelen (Sbv) ontwikkeld voor onderzoek naar en ontwikkeling van

stal- en managementmaatregelen. De twee modules van de Sbv worden tot en met 2024 gefaseerd opengesteld voor verschillende veehouderijsectoren. RVO zorgt voor de uitvoering van de subsidieregeling. Het ministerie van IenW neemt nieuwe technieken op in de Regeling ammoniak en veehouderijen (vanaf 2022 de Omgevingsregeling). Gemeenten informeren veehouders over deze gesubsidieerde maatregelen en verleiden ze om deze toe te passen. De ondernemer raakt op deze manier bekend met de mogelijkheden en middelen die in te zetten zijn op de meest noodzakelijke plekken. De Taskforce versnelling innovatieproces stalsystemen heeft op 5 februari 2021 een advies uitgebracht over versnelling van het toepassen van innovaties en nieuwe emissiebeperkende maatregelen.

het toepassen van innovatie. Dit advies is te benutten bij nieuwe experimenten. Ook doet Wageningen University & Research (WUR) onderzoek naar de beste manier om sensoren in te zetten. Met het advies van de Taskforce en het onderzoek van de WUR is verder te experimenteren. Het ministerie van IenW zoekt samen met gemeenten en bedrijfsleven naar aanvullende proeflocaties. Gemeenten en omgevingsdiensten moeten de vergunningen voor de proeflocaties verlenen en er moet daadwerkelijk worden gemeten en geëvalueerd. Omwonenden worden betrokken bij de inspraak en de evaluatie. Na afloop van de proef vertaalt het ministerie van IenW samen met het ministerie van BZK en Rijkswaterstaat de proef door naar regelgeving. Uitvoerders

Uitvoerders

Trekker Ministerie van LNV, gemeenten. Overige Veehouders, RVO, fabrikanten, gemeenten stakeholders (borging in vergunning), ministerie van IenW. Planning Tot en met 2024: de SBV is gefaseerd beschikbaar. Na evaluatie is het voornemen de Sbv te verlengen tot en met 2030. Naast de Sbv is er voor bovenwettelijke technieken in de landbouw de mogelijkheid tot een belastingvoordeel via de MIA en VAMIL. Beoogd effect Afname van de emissies van ammoniak, fijnstof, geur en methaan in stallen doordat meer veehouders verdergaande maatregelen nemen.

7 Experiment Crisis- en herstelwet SLA-maatregel 7 Landbouw De Rijksoverheid faciliteert onderzoek naar het inzetten van meetsensoren voor het feitelijk meten van emissies op de locatie van de veehouderij. De rijksoverheid gaat na hoe de inzet van meetsensoren in wet- en regelgeving kan worden verankerd en hoe dit bijdraagt aan de reductie van emissies.

7a Inzet meetsensoren en mogelijkheden doelvoorschriften (spoor 2) Er wordt geëxperimenteerd met het inzetten van sensoren bij veehouderijen in praktijksituaties en het vergunnen hiervan. Vergunnen gebeurt op basis van het experiment in het kader van de Crisis- en herstelwet (CHW) 21e Tranche. Doel is een snellere en betere toepassing van innovatieve maatregelen. Daarnaast geeft Taskforce innovatie, die het rijk heeft ingesteld, advies over het mogelijk versnellen van

Trekker Ministerie van IenW. Overige Ministerie van LNV, gemeenten, provincies, stakeholders omgevingsdiensten, omwonenden en veehouders. Planning Eind 2020: Advies Taskforce en advies WUR. 2021: start eerste experimenten en zoeken naar nieuwe experimenten, vergunningverlening voor nieuwe experimenten. Tot circa 2025: bouwen van stallen en meten. Na 2025: evaluatie en doorvertaling in regelgeving. Beoogd effect Snellere en betere toepassen van innovatie. 7b Informatie over toepassen CHW-experiment (spoor 2) Rijkswaterstaat verstrekt informatie aan gemeenten over de toepassing van CHW-experimenten. Dit kunnen experimenten zijn gericht op emissieverlaging op locaties waar extra ingrijpen nodig is. Ook kunnen gemeenten experimenteren met een andere vorm van toezicht en handhaving en met doelvoorschriften. Doelen zijn meer bekendheid met en effectieve toepassing van de nieuwe instrumenten ten behoeve van emissieverlaging op locaties waar extra ingrijpen nodig is. En ten behoeve van het experimenteren met een andere vorm van toezicht en handhaving, met doelvoorschriften. Uitvoerders

Trekker Rijkswaterstaat. Overige Gemeenten en provincies. stakeholders Planning 2020-2021. Beoogd effect Meer CHW-experimenten met emissieverlaging als gevolg van bekendheid bij gemeenten met de mogelijkheden.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 59

7c

Experimenteren met instrumenten uit CHW-experiment geur en SLA Gemeenten gaan via casussen experimenteren met het toepassen van instrumenten uit het CHW-experiment geur en het SLA. Het betreft onder andere het voorschrijven van extra maatregelen in vergunningen of het met maatwerk afwijken van maximale emissiewaarden voor stalsystemen. Gemeenten stellen plannen op voor het effectief inzetten van de nieuwe instrumenten om knelpunten van geur te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Binnen de themagroep wordt in 2021 een plan uitgewerkt voor kennisontwikkeling en kennisdeling tussen gemeenten. Toepassen van het CHW-experiment door decentrale overheden gebeurt op vrijwillige basis.

Beoogd effect Emissiereductie door vastleggen van luchtkwaliteitsbeleid in gemeentelijk beleid onder de Omgevingswet. 8b Omgevingsprogramma (spoor 3) Drie gemeenten in de Gelderse Vallei, Noord-Brabant en Noord- en Midden-Limburg stellen sectorale omgevings­ programma’s op voor drie verschillende gebieden. Deze omgevingsprogramma’s dienen als voorbeeld voor andere regio’s. Daarbij is ook aandacht voor het vastleggen van beleidsdoelen en omgevingswaarden in uitvoerings­ plannen. Uitvoerders

Trekker Uitvoerders

Trekker Overige stakeholders Planning

Gemeenten. Omgevingsdiensten, sector en omwonenden. Begin 2021: inwerkingtreding CHW en beleidsvorming binnen gemeenten. Medio 2021: start experimenten met juridische ondersteuning door Rijkswaterstaat. Beoogd effect Minder geuroverlast en verlaging van emissies van fijnstof door toepassing van nieuwe instrumenten uit het CHW-experiment.

8 Inzet instrumenten van de Omgevingswet 8a

Brede uitrol van toepassing van instrumenten uit de Omgevingswet (spoor 3) Mede op basis van de ervaringen in de kortetermijnaanpak wordt een bouwsteen voor emissiereductie in het omgevingsbeleid ontwikkeld. Een bouwsteen is een voorbeeldpakket van (juridische) maatregelen. Deze bouwsteen helpt bij het verder uitrollen van succesvolle manieren om de Omgevingswet toe te passen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de verschillende instrumenten die de Omgevingswet biedt, zoals het vastleggen van ambities in de omgevings­ visie, het opstellen van een programma en het verankeren van regels in het omgevingsplan. Daarnaast wordt begin 2021 besloten of een serious game wordt ontwikkeld over het toepassen van maatregelen in een gemeente onder de Omgevingswet. Uitvoerders

Trekker Nader te bepalen. Overige Gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat. stakeholders Planning Eind 2021: nadere bepaling van doel en inzet.

60 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Gemeente in Gelderse Vallei, gemeente in Brabant gemeente, Gemeente in NoordMidden Limburg. Sector, omwonenden, gemeenten, RWS.

Overige stakeholders Planning Looptijd SLA. Beoogd effect Bekendheid bij gemeenten over mogelijkheden om luchtkwaliteit en gezondheid in een omgevingsprogramma te verwerken. 8c Juridische expertise huidige en toekomstige regelgeving (spoor 3) Rijkswaterstaat ondersteunt pilotgemeenten bij het ontwikkelen van bouwstenen onder de Omgevingswet. Dit doet Rijkswaterstaat door het leveren van juridische expertise over de huidige en toekomstige wet- en regelgeving. Uitvoerders

Trekker Rijkswaterstaat. Overige Gemeenten en provincies. stakeholders Planning Looptijd SLA. Beoogd effect Effectieve toepassing van de instrumenten onder de Omgevingswet door gemeenten.

Samenhang met relevante Green Deals en akkoorden Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt met de sector over het reduceren van emissies van methaan en koolstof­ dioxide uit de sector. Deze maatregelen hebben een positief effect op de luchtkwaliteit. Dit komt terug in de intenties van de sectorplannen, waarin rekening wordt gehouden met zowel het Klimaatakkoord als emissiereductie ten behoeve van gezondheidswinst en natuurbehoud (stikstof ). Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) monitort de uitvoering van het Klimaatakkoord.

Stikstofdossier

Geurbeleid veehouderijen

De minister van LNV heeft een structurele aanpak stikstof aangekondigd.10 In het wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering wordt dit verder uitgewerkt.11 Daarvoor worden onder de Omgevingswet een omgevingswaarde en een programma opgesteld. De omgevingswaarde houdt in dat in 2030 ten minste de helft van de hectares met voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarden is gebracht. Het programma wordt gemonitord en eventueel bijgesteld. Het streven is om het programma in het voorjaar van 2021 in ontwerp bekend te maken.

Op verzoek van de staatssecretaris van IenW heeft de commissie-Biesheuvel een advies over het geurbeleid uitgebracht. Dit advies heeft geleid tot een aantal acties van de staatssecretaris. Zoals het onderzoeken van een andere manier van meten van geur en een experiment in het kader van de CHW waarmee bevoegde gezagen instrumenten krijgen om geurhinder bij bestaande situaties aan te pakken. De maatregelen zullen vooral op de lange termijn effect hebben. Het CHW-experiment kan ook een positief effect hebben op andere emissies uit stallen, afhankelijk van de gekozen maatregel. Het CHW-experiment bevat daarnaast instrumenten om emissies van fijnstof en ammoniak te verminderen. In de pilot zijn experimenten opgenomen waarbij gemeenten starten met het gebruik van de experimentele instrumenten tegen geuremissies.

De maatregelen in het programma stikstof hebben allemaal een gunstig effect op de ammoniakemissie en daarmee ook, vanwege de vorming van secundair fijnstof, op de fijnstofconcentratie in de lucht. De maatregelen hebben ook een gunstig effect op andere emissies uit stallen, zoals fijnstof en geur. Een uit te werken stalmaatregel wordt integraal opgepakt met de SLA-maatregel emissie-eisen voor pluimveestallen. Dit om dubbele investeringen te voorkomen. Tot slot laat het kabinet verkenningen uitvoeren voor de lange termijn, die vooral betrekking hebben op de periode na 2030.

Taskforce versnelling innovatieproces In opdracht van de Rijksoverheid, decentrale overheden en sectorpartijen (vanuit de veehouderij) kijkt de Taskforce versnelling innovatieproces, op basis van casuïstiek, naar de mogelijkheden voor versnelling van de doorlooptijd om innovaties te laten ontstaan en in de praktijk te kunnen testen en toepassen. Daarnaast wordt het adviesrapport van adviesbureau Rebel gebruikt (over een andere manier van beoordelen van stalinnovaties) gebruikt om te komen tot het sturen op doelen in plaats van bepaalde technieken als middel. Het beter en sneller kunnen gebruiken van innovaties en het effectiever controleren van de doelen van deze innovaties zorgen voor een snellere reductie van alle emissies uit stallen. In de Kamerbrief van 5 februari 202112 heeft de minister van LNV, mede namens de staatssecretaris van IenW, het adviesrapport van de Taskforce aan de Tweede Kamer aangeboden, inclusief appreciatie.

Dierenwelzijn Vanuit de EU zijn er regels die het dierenwelzijn verbeteren. Ook vanuit de maatschappij is hier vraag naar. Dit heeft effect op investeringen binnen de sector en het soort maatregelen. Bij het opstellen van generieke maatregelen houdt de rijksoverheid rekening met de investeringen die de sector op het gebied van dierenwelzijn vanuit EU-regelgeving moet doen. Dierenwelzijnsmaatregelen kunnen in bepaalde gevallen negatief uitpakken voor emissies van met name ammoniak en fijnstof. Bij het stimuleren van innovatie moet met beide aspecten rekening gehouden worden.

In de pilot landbouw is een aantal experimenten opgenomen waarmee al in de praktijk wordt geëxperimenteerd met het vergunnen van innovaties met doelvoorschriften. De juridische grond hiervoor is gemaakt in het experiment in het kader van de Crisis- en herstelwet (CHW) 21e Tranche. Verwachte inwerkingtreding van deze Tranche is begin 2021.

Brief van 24 april 2020, vergaderjaar 2019-2020, Kamerstuk 35 334, nr. 82. 11 Memorie van Toelichting bij wetsvoorstel, vergaderjaar 2020-2021, Kamerstuk 35 600, nr. 3. 12 Brief van 5 februari 2021, Kamerstuk 29 383, nr. 357 10

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 61

12 EU-beleid en internationale inzet

Ongeveer de helft van de Nederlandse gezondheidseffecten door luchtverontreiniging wordt veroorzaakt door buitenlandse emissies. Ambitieus internationaal beleid is nodig om ook in het buitenland de emissies te laten dalen. Het gaat daarbij om Europees bronbeleid voor emissies van voertuigen, schepen, mobiele werktuigen, industrie en landbouw en om luchtkwaliteitsbeleid. Dit loopt voor­ namelijk via de rijksoverheid, maar gemeenten en provincies hebben mogelijkheden via Europese samenwerkingsverbanden en instituties. Met de internationale inzet wordt gestreefd naar een sterke afname van de gezondheidsimpact door buitenlandse emissies van fijnstof en NOx en naar aanscherping van Europees bronbeleid voor wegverkeer, industrie, scheepvaart, mobiele werktuigen, landbouw en huishoudens. Hiervoor wordt aangestuurd op een aanscherping van grenswaarden die meer in lijn liggen met de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

De maatregelen Voor EU-beleid en internationale inzet zijn in het Schone Lucht Akkoord (SLA) een aantal vaste maatregelen opgenomen. Deze zijn hier verder uitgewerkt. Deze maatregelen laten zich onderverdelen in twee sporen.

Spoor 1: Ambitieus internationaal lucht­ beleid, zowel mondiaal als Europees De doelen zijn het aanscherpen van de EU-ambitie (vooral voor fijnstof ) en het aanpassen van de insteek voor normering van luchtkwaliteit. De insteek is om de algehele gezondheidswinst ook als uitgangspunt te nemen. Daarbij worden blootstelling en gezondheidswinst expliciet meegenomen, naast realisatie van grenswaarden. Dit spoor geeft invulling aan de SLAmaatregelen 1 en 4. Spoor 2: Ambitieus bronbeleid Nederland zet bij internationale overleggen in op scherpe emissie-eisen op basis van haalbaarheidsonderzoeken. Dit spoor geeft invulling aan de SLAmaatregelen 2 en 3.

62 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

1 Ambitieus internationaal luchtbeleid (spoor 1) SLA-maatregel 1 Internationaal luchtbeleid Partijen streven, binnen hun mogelijkheden en in hun eigen netwerken naar ambitieus internationaal luchtbeleid gericht op aanscherping van de Richtlijn luchtkwaliteit en met name die van PM2.5. Daarbij streeft de Rijksoverheid naar grotere kosteneffectiviteit door ook internationaal meer op gezondheidswinst en minder op grenswaarden en hotspots te normeren. De Rijksoverheid brengt de ambitie voor internationale luchtbeleid actief in bij Europese besluitvorming en werkt actief met coalities van andere lidstaten samen om dit te realiseren. Daartoe organiseert de Rijksoverheid in het voorjaar van 2020 een Schone Lucht Dialoog met de Europese Commissie. Het belang van ambitieus luchtbeleid voor gemeenten en provincies die deelnamen aan het Schone Lucht Akkoord wordt daarbij gepresenteerd. Om dat te bereiken, zal de Nederlandse aanpak worden besproken in het kader van de VN-ECE Verdrag inzake langeafstanden grensoverschrijdende luchtverontreiniging (LRTAP) en meer specifiek in het Expert Panel on Clean Air in Cities en de Taskforce Health onder hetzelfde Verdrag.

1a Eensluidende boodschap in Europa De themagroep Internationaal inventariseert welke internationale netwerken er zijn. Daarbij kijkt de themagroep welk moment geschikt is om actief aan te sluiten. In alle communicatie met het Europese netwerk worden duidelijk de drie speerpunten van de Nederlandse aanpak naar voren gebracht: • toewerken naar de WHO-advieswaarden vanaf 2030 om de gezondheidswinst te vergroten; • een gezondheidsbenadering waarbij expliciet rekening wordt gehouden met blootstelling in plaats van enkel te kijken naar grenswaarden op monitoringspunten; • een multilevel-governance-benadering waarbij alle overheidslagen samenwerken. Het belangrijkste doel is komen tot een eensluidende boodschap in Europa. De themagroep Internationaal maakt hiervoor een infographic/leaflet in het Nederlands en in het Engels. Hierin wordt deze benadering op een eenvoudige, duidelijke wijze uitgelegd. Deze kan zowel dienen om nog niet aangesloten gemeenten en provincies in Nederland te informeren als om in de internationale discussies steun voor de Nederlandse standpunten te genereren.

Uitvoerders

Trekker Provincie Utrecht. Overige De provincies Gelderland, Noord-Holland, stakeholders Overijssel, Utrecht, Zeeland en ZuidHolland, de gemeenten Amsterdam, Arnhem, Nieuwegein, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht, Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG), RIVM en het ministerie van IenW. Planning Doorlopend, leaflet april 2021. Beoogd effect Eén heldere en duidelijke boodschap van Nederland aan Europa via de diverse internationale netwerken. 1b Actieve inbreng in internationale besluitvorming Het rijk brengt de ambitie voor het internationale luchtbeleid actief in bij de voorbereiding van Europese besluitvorming en werkt actief met coalities van andere lidstaten samen om dit te realiseren. Vanuit het ministerie van IenW worden de lidstaten regelmatig benaderd om ideeën uit te wisselen en te overleggen. Voorafgaand aan Commissieoverleggen en Raadswerkgroepen zal het ministerie van IenW overleg plegen met de lidstaten die het dichtst bij het Nederlandse standpunt staan. Hierbij zet het ministerie van IenW zich in om draagvlak voor het Nederlandse standpunt te krijgen en te bekijken waar versterking van elkaars standpunten mogelijk is. De inbreng kan ook plaatsvinden via fracties en/of leden van het Europees Parlement binnen de ruimte die daarvoor bestaat. Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW. Overige Overige lidstaten, Permanente stakeholders Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Planning Doorlopend. Beoogd effect Groter draagvlak voor Nederlands standpunt door actieve inzet en aansluiting bij lid­ staten met vergelijkbare standpunten. 1c Schone Lucht Dialoog met de Europese Commissie Het rijk organiseert in het voorjaar van 2021 een Schone Lucht Dialoog met de Europese Commissie. Met een subwerkgroep internationaal bekijkt het rijk hoe bestuurders van provincies en gemeenten kunnen worden betrokken bij de dialoog. Monitoring bestaat uit de evaluatie van de Schone Lucht Dialoog. Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW. Overige Overige lidstaten, Permanente stakeholders Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Planning Gerealiseerd op 17 en 18 februari 2021.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 63

Beoogd effect Groter draagvlak voor Nederlands stand­ punten door actieve inzet en aansluiting bij lidstaten met vergelijkbare standpunten. 1d

VN-ECE Verdrag LRTAP, Expert Panel on Clean Air in Cities, Taskforce Health Het rijk bespreekt de Nederlandse aanpak in het kader van de VN-ECE Verdrag inzake langeafstanden grensoverschrijdende luchtverontreiniging (LRTAP), en meer specifiek in het Expert Panel on Clean Air in Cities (EPCAC) en de Taskforce Health onder hetzelfde Verdrag. Het EPCAC heeft elk najaar een bijeenkomst. Daarbij gaat het niet alleen om input van het rijk, maar vooral ook om de input van provincies en gemeenten om tijdens deze bijeenkomst de Nederlandse aanpak uit te leggen aan andere lidstaten. Cruciaal bij EPCAC is het illustreren van de voordelen en de noodzaak van een multilevel-governance en het opstellen en verspreiden van methoden daarvoor. Dit actiepunt is inmiddels uitgevoerd maar zal waar effectief herhaald worden. Zo zal de Nederlandse aanpak gepresenteerd worden op de working on Strategies en Review (WGSR), het op een na hoogst orgaan in de Air Convention LRTAP.

transitieagenda’s en beleid voor verduurzaming van de landbouw en de veehouderij. De provincies en gemeenten verspreiden via hun eigen kanalen dezelfde boodschap als het rijk en treden bovendien adviserend op naar het rijk. Zo gaat de rijksoverheid een actieve bijdrage leveren aan het tot stand brengen van post Euro6/VI emissienormen door de Europese Commissie, zoals beschreven in het thema mobiliteit van deze uitvoeringsagenda. Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW. Overige Overige lidstaten, Permanente stakeholders Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Planning Doorlopend. Beoogd effect Groter draagvlak voor Nederlandse standpunten door actieve inzet en aansluiting bij lidstaten met vergelijkbare standpunten.

3 Schonere internationale scheepvaart

Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW. Overige Overige lidstaten, Permanente stakeholders Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Planning Doorlopend. Beoogd effect Meer bekendheid van en draagvlak voor de Nederlandse aanpak bij internationale overleggen.

2 Afstemmen Europees bronbeleid (spoor 2) SLA-maatregel 2 Internationaal luchtbeleid De Rijksoverheid zet actief in op ambitieus Europees bronbeleid waaronder aanscherping van de Richtlijn industriële emissies en BBT-conclusies, van de emissie-eisen en de effectiviteit in de praktijk voor het wegverkeer, mobiele werktuigen en binnenvaart, voor houtkachels, landbouw en duurzame inkoop. Waar mogelijk en kansrijk betrekt de Rijksoverheid hier andere partijen uit het akkoord. De inzet wordt afgestemd met andere duurzaamheidsdoelen zoals klimaatdoelen en transitieagenda’s en beleid voor verduurzaming van de landbouw en veehouderij.

Het rijk stemt de inzet op ambitieus Europees bronbeleid af met andere duurzaamheidsdoelen, zoals klimaatdoelen en 64 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

SLA-maatregel 3 Internationaal luchtbeleid De Rijksoverheid zet actief in op aanscherping van emissie-eisen voor de internationale scheepvaart in Europees en mondiaal verband via de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Streven is daarbij om de Noordzee tot NECA gebied te maken waardoor de emissies naar de lucht sterk kunnen afnemen.

Het rijk zet actief in op aanscherping van emissie-eisen voor de internationale scheepvaart in Europees en mondiaal verband via de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Per 1 januari 2021 is in de Noordzee en de Oostzee een stikstofemissiebeheersgebied (NECA) van kracht. Alle nieuwe schepen die op de Noordzee varen moeten vanaf deze datum voldoen aan de nieuwe IMO normen voor NOx (Stikstofoxiden). De uitstoot van schepen kan hierdoor gaandeweg flink afnemen. Van belang daarbij is dat er voldoende toezicht is op de naleving van de regels. Ook Nederland draagt hieraan bij. In zijn algemeenheid geldt dat Nederland de mogelijkheden ondersteunt die zich in internationale gremia voordoen om de uitstoot van luchtverontreiniging door de internationale scheepvaart te verminderen. Bijvoorbeeld beleid van de IMO om de CO2-uitstoot van schepen te verminderen. Belangrijk neveneffect is daarmee ook dat de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen wordt verminderd. Ook in EU verband, als onderdeel van de Europese Green Deal, worden initiatieven verwacht die toezien op een transitie naar hernieuwbare

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=f05de820-3d6e-44eb-94b8-09259c854982