CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsagenda 2021-2023

Commissievergadering Fysiek 24 mei 2022, gemeente LeudalBij agendapunt: Presentatie over Schone Lucht Akkoord27.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Artikel 9. Stuurgroep 4. De Stuurgroep bewaakt de doelen van het Schone Lucht Akkoord en draagt deze uit. Hiertoe kan de Stuurgroep Partijen adviseren over en aanspreken op de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. Daarnaast voert de Stuurgroep de taken uit die Partijen haar opdragen, waaronder: d. Opstellen aanpak om gezondheidseffecten bij hooggevoelige groepen te beperken.

In 2020 is een verkenning uitgevoerd van bestaand beleid gericht op gevoelige bestemmingen. In 2021 werken GGD Nederland, RIVM, gemeenten, provincies en rijksoverheid in samenwerking met gezondheidsorganisaties een advies uit over gevoelige-bestemmingenbeleid en mogelijk aanvullende initiatieven om negatieve gezondheidseffecten bij

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 25

hooggevoelige groepen te verminderen. Daarbij worden de kennis en ervaring vanuit bestaand beleid betrokken, zoals richtlijnen voor gevoelige bestemmingen. Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW. Overige Ministeries VWS, GGD GHOR Nederland, stakeholders gemeenten, provincies, RIVM, vertegenwoordigers van gevoelige groepen. Planning 2020: verkenning (uitgevoerd). 2021: advies gevoelige-bestemmingenbeleid en eerste verkenning naar wensen en mogelijke aanvullende initiatieven gericht op hooggevoelige groepen. Beoogd effect Inzicht in vermindering overlast voor hooggevoelige groepen door een doelgerichte beleidsaanpak.

26 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

6 Mobiliteit

Het wegverkeer droeg in 2016 gemiddeld voor 36% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. De belangrijkste bijdrage is afkomstig van (oudere) dieselvoertuigen. Voor het wegverkeer zet de rijksoverheid in op een verdere aanscherping van de Europese emissieeisen voor voertuigen en een verdere verbetering van de monitoring en het toezicht in Nederland. Bijvoorbeeld met het steekproefprogramma van TNO. Daarnaast leveren maatregelen uit het Klimaatakkoord, waaronder elektrifi­ catie, lokaal beleid voor het stimuleren van schone en actieve mobiliteit, nul-emissie-stadslogistiek en de werkgeversaanpak een belangrijke bijdrage aan schone lucht, vooral op de langere termijn. Vanuit de stikstofaanpak is in 2020 een forse extra impuls gekomen voor het versnellen van verduurzamingen van de transitie naar emissieloos vervoer. In steden kunnen lokaal verkeer- en parkeerbeleid, het stimuleren van fiets en schoon openbaar vervoer en de ruimtelijke inrichting aanzienlijke emissiereducties en gezondheidswinst opleveren. Ook hebben (auto)belastingen grote invloed op de samenstelling van het wagenpark en de luchtemissies.

1 Gezondheidsdoelen in verkeers- en vervoersplannen en regionale mobiliteitsprogramma’s 1a

Verkeers- en vervoersplannen en regionale mobiliteitsprogramma’s SLA-maatregel 1 Mobiliteit Partijen streven ernaar gezondheidsdoelen voor schonere lucht op te nemen in relevante verkeers- en vervoersplannen.

SLA-maatregel 3 Mobiliteit Partijen nemen de gezondheidsdoelen uit dit akkoord mee in de uitwerking van Regionale Mobiliteitsprogramma’s.

Door gezondheidsdoelen voor schonere lucht op te nemen als (neven)doel voor verkeers- en vervoersplannen worden de plannen geoptimaliseerd op gezondheid. De nadruk ligt op grotere plannen met een mogelijk substantiële invloed op verkeersemissies en gezondheidseffecten. Dit geldt in het bijzonder voor de regionale mobiliteitsstrategieën waarin de maatregelen uit het Klimaatakkoord voor mobiliteit worden uitgewerkt. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 27

Op het niveau van de rijksoverheid is in de ‘Schets Mobiliteit naar 2040: veilig, robuust, duurzaam’ een passage opgenomen over het Schone Lucht Akkoord (SLA) en daarin zijn de gezondheidsdoelen beschreven. Dit geldt ook voor de Nationale Omgevingsvisie. Uitvoerders NOVI

Trekker

Alle SLA-deelnemers; provincies voor de Regionale Mobiliteitsprogramma’s. Overige Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging stakeholders van Nederlandse Gemeenten (VNG). Planning De afspraak geldt doorlopend voor het opstellen van nieuwe plannen en het herzien van bestaande plannen. Beoogd effect Meer aandacht voor gezondheid in verkeersen vervoersplannen en Regionale mobiliteitsplannen, waardoor gezondheid betrokken wordt bij de afweging voor nieuwe ontwikkelingen. Delen van kennis en ervaringen. 1b

Gezondheidseffecten bij effectstudies SLA-maatregel 4 Mobiliteit De Rijksoverheid verkent in samenwerking met gemeenten en provincies de mogelijkheden om de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies te berekenen bij effectstudies voor projecten waarvan een mogelijk substantieel effect wordt verwacht. Hierbij worden bestaande instrumenten betrokken.

2 Verduurzaming eigen voertuigen en transportdiensten SLA-maatregel 2 Mobiliteit Partijen nemen gezondheidsdoelen, in de vorm van emissie-eisen, op in hun eigen inkoop van voertuigen en transportdiensten en waar mogelijk in de vergunningen voor bedrijven en relevante activiteiten. De Rijksoverheid faciliteert dit via de maatschappelijk verantwoord inkoop (MVI) criteria voor duurzame inkoop en aanbesteding. Ambitie is, in aanvulling op de afspraken uit het Klimaatakkoord, zo snel mogelijk de inzet van (oudere) diesel­ voertuigen te beëindigen en schone alternatieven te stimuleren. Uiterlijk in 2020 maken partijen afspraken over de concrete eisen en criteria in de gunningen en nadere afspraken over de periodieke aanscherping in de periode naar 2030. Operationeel materieel in beheer bij de krijgsmacht is hiervan uitgezonderd.

Rijksoverheid, gemeenten en provincies nemen vanaf 2021 in aanbestedingen van voertuigen en transportdiensten aanbestedingseisen en gunningscriteria op die minimaal vergelijkbaar zijn met de MVI-criteria. De rijksoverheid herijkt periodiek de MVI-criteria-tool. Voorafgaand aan het vaststellen van de MVI-criteria vindt afstemming plaats met bedrijfsleven, kennispartijen en milieu- en/of gezondheidsorganisaties.

Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid. Overige RIVM, provincies en gemeenten en GGD-en. stakeholders Planning Eind 2021: oplevering van een eerste verkenning. Beoogd effect Gezondheid beter meewegen in de afweging bij (infrastructuur)projecten.

28 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Uitvoerders

Trekker Alle deelnemers aan het SLA. Overige Bedrijfsleven, kennispartijen en milieu en/ stakeholders of gezondheidsorganisaties. Planning Vanaf 2021 doorlopend. Beoogd effect Versneld verschonen van het (weg)verkeer door het stellen van eisen en stimuleren van verdergaande verschoning en door innovatie in de aanbestedingen en inkoop van voertuigen en transportdiensten.

3 Voertuigemissies 3a

Nieuwe roetfiltertest SLA-maatregel 5 Mobiliteit De Rijksoverheid voert voor dieselauto’s een nieuwe roetfiltertest in op basis van aantal roetdeeltjes in de Algemene Periodieke Keuring (APK). Hiermee wordt geen nieuwe APK-controlepunt ingevoerd, maar wordt voor dieselauto’s met roetfilter de bestaande APK-controle van de emissies volgens een meer effectieve controlemethode uitgevoerd, zodat de bestaande regels beter kunnen worden gehandhaafd. Vooruitlopend hierop worden roetfiltertesten uitgevoerd bij wegkantinspecties door de politie.

De regelgeving om de nieuwe test voor de controle van roetfilters met een deeltjesteller beschikbaar te maken, was al in november 2019 gepubliceerd en op 1 januari 2020 ingegaan. Hiervoor zijn intensieve gesprekken gevoerd met alle belanghebbenden. Mede op basis hiervan is de test met deeltjesteller tot stand gekomen. De volgende stap was om de test verplicht te stellen voor de APK van dieselauto’s met roetfilter. Met de publicatie op 20 januari 2021 van deze regelgeving is ook deze stap gezet. De invoeringsdatum van de nieuwe test is 1 juli 2022. Voor de invoering van deze test heeft de RDW op 30 april 2020 een uitvoeringstoets opgeleverd. Invoering van de test is voor de zomer van 2020 voorgelegd aan verschillende APK-stakeholders (SO-APK). Deze partijen hebben aan­ gegeven de wijziging te kunnen onderschrijven en verzochten om tijdig duidelijkheid te geven, zodat de invoering kan worden voorbereid. Om ook aan andere partijen de gelegenheid te geven om te reageren, is het voorstel in oktober en november 2020 voor internetconsultatie voor­ gelegd. Ook is een advies ontvangen van het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR).

Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid. Overige RDW, autobranche. stakeholders Planning 1 juli 2022: ingangsdatum nieuwe APK-test. Beoogd effect Het structurele langetermijneffect van de nieuwe APK-test wordt geschat op een reductie van de fijnstofuitstoot van 121 ton per jaar 3b

Voorkomen defecte en gemanipuleerde AdBlue-systemen SLA-maatregel 6 Mobiliteit De Rijksoverheid gaat onderzoek doen naar de mate waarin in Nederland bij vrachtwagens defecte en gemanipuleerde AdBlue systemen voorkomen. Indien nodig worden in samenwerking met de politie en/of inspectie nieuwe test- en/of toezichtmethoden ontwikkeld voor controle van AdBlue manipulatie bij vrachtwagens.

AdBlue systemen verminderen bij goed functioneren de emissie van NOx bij voertuigen naar de lucht. De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) onderzoekt wat de beste manier voor handhaving is en maakt hiervoor een risicoanalyse. De belangrijkste onzekerheden in de effectschatting zitten in de effectiviteit van de handhaving en de huidige omvang van de manipulatie. Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid. Overige ILT. stakeholders Planning 2021 - 2030 Beoogd effect Handhaving van bronbeleid, zodat dieselvoertuigen in de praktijk daadwerkelijk minder schadelijke stoffen uitstoten.

Daarnaast is door TNO vervolgonderzoek uitgevoerd naar de verhoogde NOx-uitstoot van oudere benzineauto’s met slecht functionerende katalysator. In dit vervolgonderzoek met 38 voertuigen is één auto met een sterk verhoogde NOx-uitstoot gevonden. Het totaal komt hiermee uit op drie high emitters in een steekproef van 50 geteste voertuigen. Om vast te stellen welke aanpak effectief is voor het opsporen en aanpakken van dit probleem, is verder onderzoek vereist naar hoe een dergelijke test eruit zou kunnen zien en tegen welke kosten en wanneer die zou kunnen uitgevoerd. De komende tijd wordt dit in kaart gebracht. Daarnaast wordt er in Europees kader op ingezet dat wordt vereist dat een verbeterd On-Board Diagnose (OBD) systeem in alle gevallen effectief controleert dat emissiereductiesystemen van voertuigen goed blijven functioneren. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 29

3c

Wet vrachtwagenheffing SLA-maatregel 8 Mobiliteit De Rijksoverheid streeft ernaar, zoals afgesproken in het regeerakkoord, in 2023 een vrachtwagenheffing in te voeren waarbij het tarief wordt gedifferentieerd naar Euroklasse en gewicht van het voertuig. De netto-opbrengsten vloeien terug naar de vervoerssector voor verduurzaming en innovatie, waaronder het beperken van de uitstoot van fijn stof en NOx en het versnellen van de invoering van niet-fossiel rijden.

Als de Tweede Kamer de Wet vrachtwagenheffing aanneemt, starten de betrokken uitvoerende diensten en private partijen met de realisatie van het heffingssysteem. Voor het terugsluizen van de netto-opbrengsten naar verduurzaming en innovatie van de vervoerssector wordt in deze fase het uitvoeringsplan vastgesteld. Ook voert Bureau ICT-toetsing een toets uit. De vrachtwagenheffing gaat naar verwachting niet eerder dan in 2024 van start. Het verwachte effect is de beperking van de uitstoot van fijnstof en NOx en de versnelde invoering van niet-fossiel rijden.

formatie, onderzoek doet naar betalen naar gebruik.4 In de effectenstudie en in de MKBA die naar aanleiding hiervan zijn opgesteld is aandacht besteed aan de effecten op luchtkwaliteit. De effecten op gezondheid van de verschillende maatregelen zijn daarbij nog niet specifiek in beeld gebracht. In 2021 wordt bekeken of en wanneer aanvullend onderzoek effectief en wenselijk is. Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid. Overige Nader te bepalen stakeholders Planning In 2020 zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. In 2021 wordt bekeken of, en zo ja wanneer, aanvullend onderzoek wenselijk is. Beoogd effect Gezondheidseffecten van luchtemissies bij de vormgeving van autobelastingen in kaart brengen. 3e

Roettoeslag in de motorrijtuigenbelasting SLA-maatregel 10 Mobiliteit De Rijksoverheid voert per 2020 een roettoeslag in de motorrijtuigenbelasting in.

Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid. Overige Bedrijfsleven en overige stakeholders (via stakeholders programma vrachtwagenheffing). Planning 2024: invoering vrachtwagenheffing. Beoogd effect Emissiereductie door efficiëntere logistiek en versnelde ingroei schonere en emissieloze voertuigen.

De roettoeslag in de motorrijtuigenbelasting is ingevoerd. Eigenaren van een oudere dieselauto zonder roetfilter betalen sinds 1 januari 2020 een toeslag van 15% op de motor­ rijtuigenbelasting (wegenbelasting). De toeslag geldt voor alle dieselpersonenauto’s zonder filter en voor diesel­ bestelauto’s zonder filter ouder dan twaalf jaar.

3d

Uitvoerders

Autobelastingen SLA-maatregel 9 Mobiliteit De Rijksoverheid onderzoekt mogelijkheden voor het verder reduceren van negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies bij de vormgeving van de autobelastingen.

Trekker Rijksoverheid. Planning Afgerond. Beoogd effect Emissiereductie door een snellere uitfasering van oudere dieselvoertuigen zonder roetfilter.

Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de vormgeving van autobelastingen. Zo is bij de Brede maatschappelijke heroverweging Mobiliteit onderzoek gedaan naar toekomstbestendige mobiliteit, waaronder fiscale maatregelen.2 Ook in de bouwstenen voor een beter belasting­ stelsel3 (bijlage fiscale vergroening en grondslagerosie) is in 2020 een aantal opties onderzocht. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat het kabinet, voor de volgende kabinets-

2 3

Kamerstuk, vergaderjaar 2019-2020, 32359, nr. 4. Vergaderjaar 2019-2020, 32140, nr. 71

30 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

4

Kamerstuk, vergaderjaar 2020-2021, 32813, nr. 616.

4 Internationaal bronbeleid SLA-maatregel 7 Mobiliteit De Rijksoverheid zet zich actief in voor verdere aanscherping van de Europese normstelling voor auto’s, vrachtauto’s en brommers. Voorzieningen voor het blijvend voldoen aan de normen, zoals bij het wegvervoer zijn daarbij een belangrijk aandachtspunt. De Rijksoverheid gaat een actieve bijdrage leveren aan het tot stand brengen van post Euro-6/VI emissienormen door de Europese Commissie. Ter onderbouwing hiervan wordt het emissiemeetprogramma voor auto’s voortgezet.

Aanscherpen van Europese emissienormen is de meest effectieve manier om de emissies in mobiliteit verder te laten dalen. De rijksoverheid zet daarom in op verdere aanscherping van de Europese emissie-eisen voor voertuigen om de uitstoot van verontreinigende stoffen door het verkeer sterk te verlagen. Naar verwachting komt er in het najaar van 2021 een voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe Euronorm voor personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen (Euro 7) en voor de zware bedrijfs­ voertuigen zoals vrachtauto’s en bussen (Euro VII). Nederland heeft recentelijk een bijdrage aan de publieke consultatie ingediend.5 Nederland heeft de afgelopen jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan de aanscherping van de CO2-normering voor 2025 en 2030. De inzet is dat Nederland ook weer een voortrekkersrol gaat vervullen in de tussentijdse aanscherping van de CO2-normen zoals aangekondigd in de Europese Green Deal. Aanscherping van deze normen kan de markintroductie van nul-emissievoertuigen versnellen en daarmee een bijdrage leveren aan het verbeteren van de lucht­ kwaliteit. Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid. Overige Onder meer Europese Commissie. stakeholders Planning Doorlopend. In 2021 wordt het voorstel voor Euro 7 / Euro VII verwacht. Beoogd effect Strenger bronbeleid waardoor snellere verschoning van vervoer optreedt.

5

Kamerstuk, vergaderjaar 2020-2021, 22112, nr. 2973.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 31

7 Mobiele werktuigen

Mobiele werktuigen zoals bouwmachines, veegwagens, aggregaten en landbouwwerktuigen, dragen ondanks hun beperkte aantal voor 10% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. Streefdoel uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) is om de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies (NO2 en fijnstof ) van mobiele werktuigen in 2030 met minimaal 75% te hebben verminderd ten opzichte van 2016. Voor bouwmaterieel wordt hierbij uitgegaan van de doelen uit het Klimaatakkoord, waaronder het streven naar emissieloze bouwlogistiek en de inzet van emissieloze mobiele werk­ tuigen in projecten van de rijksoverheid in 2030 Op dit moment is een aanzienlijk deel van de mobiele werktuigen nog niet voorzien van een effectief roetfilter. Daarnaast komen bij oudere machines, bij het stationair draaien van de machines en bij het niet goed functioneren van nageschakelde technieken (zoals katalysatoren) hoge NOx-emissies vrij. In de periode tot 2030 is daarom een belangrijke gezondheidswinst te behalen door zo snel als het mogelijk, haalbaar en betaalbaar is, de emissies van vervuilende mobiele werktuigen te reduceren. In het SLA werken partijen samen om zo snel mogelijk de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en met een hoge stikstofdioxide-emissie te beëindigen en het groeipad naar emissieloze mobiele werktuigen naar 2030 te versnellen.

De rijksoverheid werkt in samenhang met het 32 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Klimaatakkoord en de stikstofaanpak aan een aanpak voor schoon en emissieloos bouwen. Hierbij wordt gekeken naar de best passende instrumentenmix van enerzijds subsidies voor de aanschaf en ontwikkeling van schoon en emissieloos materieel en anderzijds (wettelijke) borging van emissiereductie en de aanscherping van aanbestedingscriteria. Tevens wordt bezien op welke wijze een effectieve aanpak kan worden ingericht om praktijkemissies te meten, te monitoren en toezicht te houden op de doorwerking van maatregelen in de praktijk. Dit om te zorgen dat de gewenste emissiereducties in de praktijk ook daadwerkelijk optreden.

Samenhang met ander rijksbeleid en stakeholderinitiatieven Ook vanuit het Klimaatakkoord, de strategie ‘Naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfrastructuurprojecten’ (KCI) en de stikstofaanpak te behoeve van natuurdoelen wordt gewerkt aan het terugdringen van emissies van mobiele werktuigen. Er is veel overlap en synergie tussen deze trajecten. Maar er zijn ook verschillen. Het SLA richt zich op gezondheidseffecten van fijnstof en NO2. De stikstofaanpak voor mobiele werktuigen richt zich op het verminderen van de stikstofdepositie uit NOx. En het klimaatakkoord richt zich op het reduceren van CO2-emissies. Ook de partijen

waarmee afspraken zijn gemaakt verschillen. In het SLA zijn dit medeoverheden, en in het Klimaatakkoord zijn dit het bedrijfsleven en belangenorganisaties. Dit heeft geleid tot een breed gedeelde wens, vanuit SLApartijen, bedrijfsleven en politiek om te werken aan één routekaart waar de verschillende beleidsdoelen en initiatieven in samenkomen. In 2021 zal de Rijksoverheid hier verder invulling aan geven in samenwerking met alle partijen. Samenwerking hierin is cruciaal. Doordat partijen dezelfde standaarden hanteren en door een langetermijnperspectief te bieden ontstaat een gelijk speelveld en wordt zekerheid geboden aan marktpartijen om te investeren in schonere en emissieloze mobiele werktuigen. Daarnaast zijn er initiatieven die door stakeholders zijn gestart, zoals: • De Groene Koers • Buyersgroup Mobiele Werktuigen PIANOo • Green Deal Het Nieuwe Draaien (afgerond) • Nulmeting duurzaamheid machinepark mobiele werk­ tuigen • Greendeal Duurzaam GWW (afgerond) • Emissieloos Netwerk Infra • Convenant Reinigingsvoertuigen (voertuigen voor de reiniging van openbare ruimte vallen onder de scope van mobiele voertuigen) • Manifest MVI en MVI-criteria voor aanschaf en inhuur van mobiele werktuigen.

Maatregelen vanuit het Schone Lucht Akkoord Voor mobiele werktuigen zijn in het SLA afspraken opgenomen. Deze zijn hier verder uitgewerkt in maatregelen. De maatregelen laten zich onderverdelen in drie sporen. Een vierde spoor over het publiekrechtelijke kader is nog in ontwikkeling en wordt in 2021 aan de uitvoeringsagenda toegevoegd.

Spoor 1: Routekaart Binnen dit spoor wordt gewerkt aan de uitwerking van de doelstelling voor mobiele werktuigen, het reductiepad en maatregelen die hierbij horen. Rijkswaterstaat en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht geven invulling aan de SLA-maatregelen 1, 2 en 5. Spoor 2: Contracteren en handhaven Binnen dit spoor geven de provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en de gemeenten Rotterdam, Utrecht en Arnhem invulling aan SLA-maatregelen 3, 4 en 6. Spoor 3: Internationaal Binnen dit spoor geeft het ministerie van IenW invulling aan SLA-maatregel 7.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 33

1 Routekaart naar emissieloze mobiele werktuigen (spoor 1) 1a

Onderzoek naar ingroeipad (routekaart) voor schoon en emissieloos bouwmaterieel SLA-maatregel 2 Mobiele werktuigen De rijksoverheid onderzoekt in samenwerking met Partijen hoe een ingroeipad (‘routekaart’) voor schone en nul-emissie bouwmaterieel eruit kan zien en publiceert de resultaten in 2021. Dit onderzoek kijkt naar de mogelijkheden, knelpunten en randvoorwaarden om schoner of zero-emissie te werken en naar de manieren waarop overheden (Rijk en decentrale overheden) hieraan kunnen bijdragen zoals aanbestedingsbeleid, regelgeving of faciliterend. Hierbij wordt zo mogelijk aansluiting gezocht bij de versnelling die in het kader van de stikstof­ aanpak plaatsvindt. Onderzocht wordt of vanaf 2022 de toepassing van dieselmaterieel zonder roetfilter in de bebouwde kom kan worden beëindigd en hoe verdergaande emissiereductie in de aanbestedingen gestimuleerd kan worden.

Het startpunt voor de aanbestedingen bij SLA-deelnemers is dat bij alle nieuwe aanbestedingen een ambitieniveau wordt gevraagd dat minimaal overeenkomt met de MVIcriteria zoals gepubliceerd op de website van PIANOo. De grootste winst is te behalen door samen met medeoverheden en de markt een strategie voor de langere termijn vast te stellen om de inzet van mobiele werktuigen stapsgewijs te verschonen. Daarbij gaat het om het zo snel mogelijk beëindigen van de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en met een hoge stikstofdioxide-emissie en het versnellen van de ingroei van emissieloze mobiele werk­ tuigen. Doordat alle SLA-deelnemers dezelfde standaarden hanteren, ontstaat een gelijk speelveld en wordt er zekerheid geboden aan marktpartijen voor investering in schonere en emissieloze mobiele werktuigen. In de routekaart komen de beleidsdoelen voor lucht­ kwaliteit en gezondheid, stikstof en natuur en klimaat samen. In de themagroep Mobiele werktuigen werken partijen de input vanuit het luchtkwaliteits- en gezondheidsperspectief uit. Daarbij wordt onder andere onderzocht of mobiele werktuigen zonder roetfilter vanaf 2022 uit stedelijke gebieden kunnen worden geweerd.

De uitgangspunten (en daaruit volgende elementen voor een routekaart vanuit het gezondheidsperspectief ) worden ingebracht bij de ontwikkeling van de routekaart schoon en emissieloos bouwen die de rijksoverheid in samenwerking met partijen 34 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

opstelt. Voor de inzet van de rijksoverheid is deze routekaart bepalend. De bredere routekaart kan verdergaan dan alleen vanuit luchtkwaliteit en gezondheid nodig is. De routekaart wordt voorgelegd aan de Stuurgroep van het SLA waarna deze in 2021 wordt vastgesteld na een voorstel van de themagroep van het Schone Lucht Akkoord. Na vaststelling nemen SLA partijen de ambities over in hun uitvoeringsplannen. Uitvoerders

Trekker

Het rijk (het ministerie van IenW) in samenwerking met de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Overige Ministeries van BZK en EZK, Rijkswaterstaat, stakeholders Rijksvastgoedbedrijf, bedrijfsleven (bouwbedrijven, materiaalleveranciers, etc.) en kennispartijen. Planning Begin 2021: vaststelling van uitgangspunten en plan van aanpak voor de ontwikkeling van de routekaart. Tweede helft 2021: vaststelling van routekaart. Beoogd effect Minder emissies door beëindigen van de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en versnellen van het ingroeipad van nul-emissie mobiele werktuigen. En specifiek minder emissies in de bebouwde kom afkomstig van bouwmaterieel. 1b

Onderzoek naar mogelijkheden voor omgevingsvergunningen en milieuzones SLA-maatregel 5 Mobiele werktuigen Partijen onderzoeken, in overleg met betrokken (markt)partijen, de mogelijkheden en effecten van het opnemen van emissie-eisen in omgevings­ vergunningen en milieuzones ten behoeve van stedelijke en in het bijzonder hoogblootgestelde gebieden voor mobiele werktuigen die worden ingezet, onder andere voor logistiek, evenementen, groenbeheer, infra- en bouwwerken.

In twee pilots (Amsterdam en Utrecht) worden de mogelijkheden onderzocht om luchteisen op te nemen in vergunningen en milieuzones. De eerste pilot wordt in november 2020 uitgevoerd in Amsterdam-West: via de Algemene Plaatselijke Verordening worden vervuilende diesel­ aggregaten in de pilot verboden. In de gemeente Utrecht loopt een onderzoek naar de juridische haalbaarheid om een minimale emissienorm te verplichten via omgevingsvergunningen in plannen rond bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC). Uitvoerders

Trekker

Gemeente Amsterdam en gemeente Utrecht. Overige Bedrijfsleven, andere (SLA-)gemeenten en stakeholders provincies, het ministerie van IenW. Planning 2020: start van de pilot in Amsterdam en het haalbaarheidsonderzoek in Utrecht. 2021: evaluatie van de ervaringen en delen daarvan. Bekeken wordt of de aanpakken toepasbaar zijn voor andere gemeenten en of aanvullend onderzoek, aanvullende maatregelen en andere pilots nodig zijn. De resultaten worden ingebracht in en afgestemd met de bredere opdracht voor de verduurzaming van de bouw en gedeeld voor een bredere toepassing in andere gemeenten Beoogd effect Emissiereductie, met name in gebieden met hogere blootstelling, door het opnemen van emissie-eisen of andere bepalingen in vergunningen of milieuzones.

2 Contracteren en handhaven (spoor 2) 2a

Afspraken over gunningscriteria in aanbestedingen SLA-maatregel 3 Mobiele werktuigen Partijen maken uiterlijk in 2020 afspraken over concrete eisen en gunningscriteria in de aanbestedingen en maken nadere afspraken over de periodieke aanscherping van de eisen en gunningscriteria in de periode naar 2030. De Rijksoverheid neemt de eisen en gunningscriteria op in de MVI-criteria zoals gepubliceerd op de website van PIANOo en communiceert daarbij de afspraken, zodat (markt)partijen zich kunnen voorbereiden op toekomstige aanscherping van de criteria.

Onderdeel van de routekaart, zoals beschreven in 1a, is de stapsgewijze aanscherping van gunningscriteria in aanbestedingen. Na het vaststellen van de routekaart volgt aanpassing van de MVI-criteria. De Stuurgroep van het SLA besluit over de toepassing binnen het SLA. Zolang aanvullende afspraken over de periodieke aanscherping niet zijn gemaakt, gelden de lucht gerelateerde criteria zoals geformuleerd op de website van PIANOo als minimum. Uitvoerders

Trekker

Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, deelnemende gemeenten en provincies uit de werkgroep contracteren en handhaven.

Overige Ministeries van BZK en EZK, bedrijfsleven, stakeholders kennispartijen en milieu- en gezondheidsorganisaties. Planning Periodiek: herijking van de MVI-criteria-tool door de rijksoverheid. Rijk, gemeenten en provincies stellen in 2021 in afstemming met bedrijfsleven, kennispartijen en milieu en/of gezondheidsorganisaties een routekaart schoon en emissieloos bouwen vast met afspraken over de periodieke aanscherping van de eisen en gunningscriteria in de periode naar 2030. Beoogd effect Emissiereductie door het stimuleren van schonere mobiele werktuigen voor eigen materieel en voor relevante werken (grond-, weg- en waterbouw, groen, bouw, etc.) en het bieden van duidelijkheid aan de markt door vroegtijdig toekomstige stappen te communiceren. 2b

Aanbestedingen voor (bouw)projecten voor mobiele werktuigen SLA-maatregel 4 Mobiele werktuigen Partijen nemen de geformuleerde eisen en stimulerende bepalingen op in aanbestedingen voor (bouw) projecten voor mobiele werktuigen. Indien gewenst, bijvoorbeeld voor hoogblootgestelde gebieden, kunnen partijen kiezen voor een verdergaande ambitie.

Vanuit het aanbestedingstraject richting uitvoerders hebben de rijksoverheid, provincies en gemeenten een belangrijke invloed op de inzet van duurzamere mobiele werktuigen. De afspraken richten zich op bouwmachines, materieel voor groenbeheer, aggregaten voor bijvoorbeeld bronbemaling en festivals, koelvoorzieningen in het wegvervoer en speciale voertuigen die onder de categorie mobiele werktuigen vallen. Gemeenten en provincies hebben al veel inzicht in, en ervaring met, aanbesteding en uitvoering van projecten gericht op het verduurzamen van mobiele werktuigen. Afspraak uit het Akkoord is dat alle deelnemers voor aanschaf van materieel en aanbesteding van werken minimaal de geformuleerde eisen en stimulerende bepalingen zoals geformuleerd in 2a overnemen. Waar wenselijk kunnen partijen verdergaande ambitie opnemen. Bijvoorbeeld t.a.v. de inzet van elektrisch materieel, ambitieuzere emissienormen (Stage IV of schoner) nabij stikstofgevoelige natuur, in hoog belast stedelijk gebied of nabij kwetsbare bestemmingen. Diverse gemeenten zijn al begonnen met het uitvoeren van pilots om de mogelijkheden te verkennen en toe te passen om emissies van eerdergenoemde voertuigen te reduceren. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 35

De uitkomsten van deze pilots geven een eerste beeld in praktische uitvoerbaarheid en handhavingsmogelijkheden binnen aanbestedingen. In het verleden is ruimschoots aandacht geweest voor deze bronnen, bijvoorbeeld via de Green Deal Het Nieuwe Draaien.

Relevante onderdelen van de huidige MVI-criteria-tool: 1. Emissienormen (stagenormen) 2. Energiebesparing: toepassen van Het Nieuwe Draaien en stimuleren van energiebesparing zoals Load sensing technologie, standkachel, ecomodus, snelheidsbegrenzer (dumpers) en instelbare bandenspanning. 3. Structureel en hoogwaardig onderhoud 4. Stimuleren van de inzet van hybride of elektrische mobiele werktuigen of werktuigen op waterstof.

(vrijwillige) APK-emissiekeuring voor mobiele werktuigen en naar de mogelijkheden om lucht­ emissies op te nemen in de systematiek en certificering van de CO2-prestatieladder. Door de invoering van emissie-eisen (stagenormen) worden nieuwe mobiele werktuigen steeds schoner. Een zorgpunt hierbij is of deze werktuigen in de praktijk ook blijvend voldoen aan de emissienormen. Uit onderzoek van TNO blijkt dat bij afnemend functioneren van bijvoorbeeld het roetfilter of de SCR-katalysator of wanneer deze in zijn geheel uitgeschakeld raakt, de emissies sterk toenemen. Op dit moment is nog onvoldoende zicht op de praktijk­ emissies. Daarnaast is de wens om te kunnen controleren of het ingezette materieel voldoet aan criteria in aanbestedingen, vergunningen en gebiedsbepalingen. Door het ontbreken van een kenteken kan de controle niet plaatsvinden zoals dat bij het wegverkeer wel het geval is.

Uitvoerders

Trekker

Toepassing door alle SLA-deelnemers; de rijksoverheid evalueert en past periodiek de MVI-criteria aan, de themagroep deelt kennis en ervaring over de toepassing met de overige SLA deelnemers. Overige Bedrijfsleven, initiatieven vanuit klimaatstakeholders en stikstofbeleid. Planning Vanaf 2021: rijksoverheid, gemeenten en provincies nemen in aanbestedingen waarbij mobiele werktuigen worden ingezet, aanbestedingseisen en gunningscriteria op minimaal vergelijkbaar met de MVI-criteria. De rijksoverheid herijkt periodiek de MVIcriteria-tool en neemt daarin de stapsgewijze aanscherping van de criteria op zoals opgenomen in de routekaart (zie 1b). Beoogd effect Voorbeeldfunctie vanuit overheden voor hun eigen inkoop, stimuleren van het versneld verschonen van het materieelpark en ingroei van emissieloos materieel. 2c

Onderzoek naar mogelijkheden voor handhaving emissie-eisen en ontwikkeling keuringssystematiek SLA-maatregel 6 Mobiele werktuigen De Rijksoverheid onderzoekt in samenwerking met Partijen de mogelijkheden om de emissie-eisen in de praktijk te handhaven en ontwikkelen zo nodig een keuringsystematiek voor toezicht en controle op de naleving van aanbestedingseisen voor schonere mobiele werktuigen. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden van een vrijwillige roetfiltertest en NOx-monitoring, bijvoorbeeld in de vorm van

36 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Bij de uitwerking van de routekaart schoon en emissieloos bouwen wordt een gezamenlijk plan van aanpak opgesteld om invulling te kunnen geven aan monitoring, toezicht en handhaving van emissies van mobiele werktuigen. Bij de uitwerking van de mogelijkheden om emissie-eisen te handhaven en de daarbij behorende keuringssystematiek worden in ieder geval de volgende onderdelen betrokken: • verplichte registratie van mobiele werktuigen per bouwplaats via een webbased monitoringstool zoals ingevoerd is in Londen; • handhaving ter plaatse door inspectie van verplichte documentatie en/of materieel; • onderhouds- en keuringsmomenten; • meting van emissies en uitlezing op afstand via beschikbare software en hardware in werktuigen. De gemeenten Rotterdam en Arnhem en de provincie Gelderland zijn betrokken vanuit de uitvoering van pilots met als focusgebied monitoring en handhaving. Daarnaast is de branchevereniging van leveranciers van bouw­ machines BMWT aangesloten vanuit de expertise rond keuring. BMWT organiseert onder meer de inzet van keuringsmeesters voor de keuringsmomenten van mobiele werktuigen. Uitvoerders

Trekker

Ministerie van IenW, de gemeenten Rotterdam en Arnhem en de provincie Gelderland. Overige Rijkswaterstaat, BMWT, bouwbedrijven, stakeholders kennisinstellingen.

Planning

2021: start van de pilots Medio 2021: de rijksoverheid stelt met de werkgroep een aanpak voor meten, toezicht en keuring op. Beoogd effect Het borgen van de effectiviteit van maat­ regelen gericht op het verduurzamen van mobiele werktuigen en het blijvend voldoen aan emissienormen.

3 Internationale inzet (spoor 3) SLA-maatregel 7 Mobiele werktuigen De Rijksoverheid zet zich actief in voor verdere aanscherping van de Europese normstelling ten aanzien van luchtvervuilende emissies voor mobiele werktuigen. Voorzieningen voor het blijvend voldoen aan de normen zijn daarin een belangrijk aandachtspunt.

Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW/ Duurzame Mobiliteit. Overige Nader te bepalen. stakeholders Planning Op korte termijn is er geen moment om nieuwe stage-normen vast te stellen. De Rijksoverheid bespreekt met de Europese Commissie de wenselijkheid en mogelijkheden voor het instellen van CO2normen voor mobiele werktuigen, waarmee (ook) het aandeel elektrische mobiele werktuigen versneld vergroot zal worden. Beoogd effect Emissiereductie door versnelde ingroei van emissieloos materieel als gevolg van CO2-normen en door aanscherping van de Europese emissie-eisen (stage-normen) en bepalingen voor het blijvend voldoen aan de normen.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 37

8 Industrie

Luchtvervuiling uit de industrie draagt voor 10% bij aan de negatieve gezondheidseffecten uit binnenlandse bronnen. In de jaren 90 zijn de emissies sterk gedaald, maar sinds 2010 lijken deze te stabiliseren. Zonder aanvullend beleid nemen de emissies en gezondheidseffecten daarvan toe. Om ook in de industrie- en energiesector een verdere afname van negatieve gezondheidseffecten te bereiken, zijn aanvullende maatregelen nodig. Doel voor de industrie is om uitstoot en groei verder te ontkoppelen en een continue daling van emissies naar de lucht te realiseren.

38 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord Voor de industrie zijn in het Schone Lucht Akkoord (SLA) een aantal vaste maatregelen opgenomen. Deze zijn hier verder uitgewerkt. Sommige ervan worden uitgevoerd door provincies en gemeenten als bevoegd gezag. Voor andere maatregelen is het rijk verantwoordelijk. De tien maat­ regelen laten zich onderverdelen in drie sporen.

Spoor 1: Vergunningverlening en hand­ having Binnen dit spoor worden voor de industrie en energiesector emissie-eisen opgenomen die zo dicht mogelijk aan de onderkant BREF-range liggen, op het moment dat er een vergunning moet worden opgesteld of geactualiseerd. Het rijk zal het bevoegd gezag hierbij faciliteren. Ook wordt nagegaan waar handhaving mogelijk kan helpen bij emissie­ reductie. Dit spoor geeft invulling aan de SLAmaatregelen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 8.

1 Vergunnen (spoor 1) SLA-maatregel 1 Industrie Vergunningen voor de industrie moeten volgens Europese regelgeving voldoen aan BBT-niveau. De BBT-conclusies zijn daarbij een belangrijke richtlijn, maar deze bevatten een bandbreedte waarbinnen sprake is van BBT en het is aan de vergunningverlener om de emissie-eisen af te stemmen op de specifieke situatie. Partijen spreken af dat in nieuwe of geactualiseerde vergunningen die vanaf 2020 worden afgegeven, emissie-eisen staan die zo dicht mogelijk aan de onderkant van de BREF-range liggen (zo weinig mogelijk uitstoot).

Spoor 2: Algemene regels Emissie-eisen voor de industrie staan niet alleen in vergunningen, maar ook in regel­ geving die het rijk opstelt. Deze zogenoemde algemene regels worden aangepast op basis van haalbaarheidsonderzoek. Dit spoor geeft invulling aan de SLAmaatregelen 6, 7 en 9. Spoor 3: Internationale inzet Het rijk zal zich in Europa inzetten op ambitieus bronbeleid. Het gaat daarbij om onderhandelingen op het vlak van richtlijn luchtkwaliteit, IED (plus BREF-herzieningen) en de NEC-richtlijn. Dit spoor geeft invulling aan de SLAmaatregel 10. Naast deze maatregelen zijn er verschillende klimaatmaat­ regelen die bijdragen aan een goede luchtkwaliteit. Bij deze klimaatmaatregelen voert het ministerie van EZK het beleid. Als het relevant is, wordt hierover overleg gevoerd met het ministerie van IenW, waaronder over het thema biomassa. De SLA-maatregelen dragen ook bij aan de stikstofaanpak en daarmee aan het bereiken van de natuurdoelen.

Stakeholders

SLA-maatregel 2 Provincies en gemeenten zetten zich in om scherp te vergunnen, hun vergunningenbestand tijdig te actualiseren en waar nodig toezicht te optimaliseren.

SLA-maatregel 4 Deelnemers zeggen toe de resultaten van de hieronder genoemde pilot6, bij positief resultaat, standaard toe te passen in vergunningen voor de industrie.

1a Juridische analyse vergunnen In opdracht van het ministerie van IenW wordt een analyse gemaakt waarin de juridische kansen en knelpunten worden beschreven om te vergunnen, met als doel emissies te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken. Een belangrijk deel van de studie gaat over IPPC-installaties (Integrated Pollution Prevention and Control) en verkent de juridische mogelijkheden om zo veel mogelijk aan de onderkant van de BREF-range te vergunnen. Vergunningverleners gaan hier vervolgens mee aan de slag en passen dit toe bij het verlenen en actualiseren van vergunningen. Uitvoerders

Het bedrijfsleven is en wordt betrokken bij de uitwerking van de maatregelen, pilots, kennisagenda en doorontwikkeling van het beleid. Daarbij is de nadrukkelijke wens geuit om het luchtkwaliteitsbeleid in context van aanpalende beleidsdossiers te bespreken. Het streven is om hier in 2021 samen met het bedrijfsleven verdiepingssessies over te organiseren. De rijksoverheid neemt hiervoor het initiatief.

Trekker Overige stakeholders Planning

Rijkswaterstaat Ministerie van IenW, gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. 2020-2021: actualiseren van vergunningen; dit is een continu proces tot 2030. Beoogd effect Inzicht in de juridische mogelijkheden om zo laag mogelijk te vergunnen.

6

Pilot industrie: scherp vergunnen en vrijwillige reductie. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 39

1b Verankeren van zo laag mogelijk vergunnen in lokaal beleid Veel vergunningverleners zien het zo veel mogelijk aan de onderkant van de BREF-range vergunnen op dit moment nog niet als de standaard. Het verankeren van laag vergunnen in beleid van provincies en gemeenten kan hierbij helpen. Het steunt vergunningverleners en helpt bij de onderbouwing om zo laag mogelijk te vergunnen. Concreet wordt gewerkt aan een modeltekst hierover voor de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving. Die kunnen provincies en gemeenten overnemen bij het aanpassen van hun nota. Ook zorgt het voor harmonisatie in de vergunningverlening binnen Nederland.

Uitvoerders

Trekker Provincies. Overige Gemeenten, provincies, omgevings­ stakeholders diensten. Planning 2020-2021. Beoogd effect Emissiereductie door het delen van informatie over BBT.

2 Handhaving: kansen inventariseren en afspraken met ILT (spoor 1)

Uitvoerders

Trekker Themagroep Industrie. Overige Rijkswaterstaat, gemeenten, provincies en stakeholders omgevingsdiensten. Planning 2020-2021. Beoogd effect Lokaal vastgesteld beleid voor emissie-eisen in vergunningverlening. 1c Vrijwillige reductie Provincies en gemeenten wisselen casussen uit waarin verder is gegaan dan de wettelijk verplichte emissiereductie. Hierin wordt besproken wat de aanpak is, welke motivatie gebruikt is, welke knelpunten er waren en wat de leer­ punten zijn. Het doel is dat provincies en gemeenten hiervan leren en dat ze dit toepassen bij hun eigen werk. Uitvoerders

Trekker

Provincies en gemeenten uit de themagroep Industrie. Overige Rijkswaterstaat, het ministerie van IenW, stakeholders gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. Planning 2020-2025. Beoogd effect Meer bedrijven die verder zijn gegaan dan de wettelijk verplichte emissiereductie. 1d BBT-kennis beschikbaar stellen Bedrijven moeten in ieder geval voldoen aan best beschikbare technieken (BBT). Om goed te kunnen beoordelen of het bedrijf BBT toepast en mogelijk een lagere emissie kan halen, hebben de overheden hierover kennis nodig. Het zoeken is lastig en tijdrovend. De themagroep Industrie verkent in hoeverre de nieuwe factsheets voor reductie­ technieken (zie 5) en de nieuwe oplegnotities (zie 4a) voldoende in deze behoefte voorzien en gaat zo nodig na hoe verdere kennis hierover (onderling) uit te wisselen is.

40 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

SLA-maatregel 3 Industrie Partijen gaan na in hoeverre met beter toezicht emissiereductie te bereiken is en nemen zo nodig maatregelen om toezicht te verbeteren. Gemeenten en provincies nemen maatregelen om, waar nodig, het toezicht en handhaving te versterken. De rijksoverheid ondersteunt gemeenten en provincies hierbij.

In 2021 gaat de themagroep Industrie na in hoeverre een betere handhaving van regelgeving voor de industrie kan leiden tot verdere emissiereductie. Als daar belangrijke kansen uit volgen, wordt daar in de navolgende jaren uitvoering aan gegeven. Het ministerie van IenW maakt nadere afspraken over hoe de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een rol kan spelen in dit proces van verbetering van handhaving om te komen tot emissiereductie. Zo nodig worden er afspraken gemaakt met gemeenten, provincies en omgevingsdiensten om handhaving te verbeteren. Uitvoerders

Trekker Themagroep Industrie. Overige Rijkswaterstaat leefomgeving, het ministestakeholders rie van IenW, gemeenten, provincies en omgevingsdiensten, ILT. Planning 2021-2022: zo nodig verbeteren van hand­ having; dit is een continu proces tot 2030. 2021-2023: monitoring en evaluatie van de maatregelen. Beoogd effect Emissiereductie via aanpassing van hand­ having.

3 Advisering over toepassen BBT (spoor 1)

4 Actualiseren factsheets reductietechnieken (spoor 1 en 2)

SLA-maatregel 5 Industrie De Rijksoverheid ondersteunt provincies, gemeenten en omgevingsdiensten met kennis en capaciteit bij het doorlichten van de vergunningen teneinde deze op niveau te brengen. Hierover worden nadere afspraken gemaakt met ODNL en RWS Leefomgeving.

SLA-maatregel 8 Industrie Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Inspectie Leefomgeving en Transport) adviseert decentrale overheden en omgevingsdiensten bij de vergunningverlening over toepassing van BBT.

Als BBT-conclusies zijn gepubliceerd, moeten de vergunning en installatie hier binnen vier jaar aan voldoen. Om vergunningverleners hierin te ondersteunen, stelt Rijkswaterstaat samen met vergunningverleners oplegnotities op. Een oplegnotitie beschrijft op welke manier de BBT-conclusies te implementeren zijn in de Nederlandse situatie. Daarnaast kan deze oplegnotitie een nuttige functie vervullen bij de motivering van strenge(re) eisen in vergunningen en bij eventueel bezwaar en beroep. Ook organiseert Rijkswaterstaat bijeenkomsten met als doel kennisuitwisseling en voorlichting over BBT-conclusies.

SLA-maatregel 6 Industrie De Rijksoverheid onderzoekt – onder andere via de hieronder genoemde pilot7 – waar aanpassing van algemene regels, informatiedocumenten of kennisnetwerken kan helpen bij een betere implementatie van BBT-conclusies. Uiterlijk in 2021 worden conclusies hierover gerapporteerd en wordt gestart met de nodige vervolgacties.

Het bevoegd gezag moet beoordelen of een bedrijf BBT toepast. Hiervoor is kennis nodig over welke reductietechnieken er zijn en waar deze toegepast kunnen worden. De factsheets over reductietechnieken geven informatie over de technische werking en een indicatie van de kosten. Het ministerie van IenW zorgt ervoor dat deze bestaande factsheets aangevuld en geactualiseerd worden. Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid (Rijkswaterstaat). Overige Ministerie van IenW, gemeenten, provincies stakeholders en omgevingsdiensten. Planning 2020-2021. Beoogd effect Ondersteuning van vergunnen op BBTniveau.

Uitvoerders

Trekker Rijkswaterstaat. Overige Ministerie van IenW, gemeenten, provincies stakeholders en omgevingsdiensten. Planning 2020-2030. Beoogd effect Emissiereductie doordat meer vergunningen van IPPC-installaties op BBT-niveau vergund zijn.

7

Pilot industrie: scherp vergunnen en vrijwillige reductie. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 41

5 Actualiseren algemene regels (spoor 2) SLA-maatregel 7 Industrie De Rijksoverheid streeft ernaar om de berekening van de financiële haalbaarheid van emissie reducerende maatregelen aan te passen, door rekening te houden met een reëel rentepercentage. Dit volgt uit de signaalrapportage van de ILT. Deze aanpassing in de berekening van de financiële haalbaarheid van emissie reducerende maatregelen kan leiden tot een reductie in de emissie van luchtverontreinigende stoffen zoals zwaveldioxide (SO2), stikstof (NOx) en fijnstof.

SLA-maatregel 9 Industrie De Rijksoverheid onderzoekt in 2020 welke emissieeisen in de algemene regels kunnen worden aangescherpt. Hierbij worden de reguliere stappen, waaronder consultatie, doorlopen. Hieronder vallen de generieke eisen in de huidige afdeling 2.3 van het Activiteitenbesluit en de eisen ten aanzien van biomassastook in kleine en middelgrote installaties. Daaruit voortvloeiende aanscherpingen zullen zo spoedig mogelijk worden omgezet in regelgeving. Daarnaast zal de regelgeving op enkele andere punten gemoderniseerd worden. Voorbeeld is het verlagen van de vermogensgrens van 15MW voor een vergunningplicht bij biomassa stook.

Het ministerie van IenW heeft in 2020 laten onderzoeken welke emissie-eisen in de algemene regels te actualiseren zijn. Er zijn haalbaarheidsstudies uitgevoerd naar: • het naar beneden bijstellen van eisen voor biomassaketels; • het updaten van emissiegrenswaarden in de luchtmodule van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); • het actualiseren van de kosteneffectiviteitsmethodiek. Het ministerie is gestart met de voorbereiding van het formele wetgevingsproces voor een eerste pakket voorgenomen wijzigingen. Daarbij horen verschillende (uitvoerings) toetsen en een openbare consultatie. Het is mogelijk dat gedurende de SLA-periode nog aanvullende studies of wijzigingen nodig zijn.

42 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid (het ministerie van IenW). Overige Bedrijven, gemeenten, provincies, omgestakeholders vingsdiensten, bedrijven en Rijkswaterstaat. Planning 1 januari 2022: inwerkingtreding. Beoogd effect Lagere emissies van bedrijven door actualisatie van de eisen in algemene regels.

6 Internationale inzet (spoor 3) SLA-maatregel 10 Industrie In de Europese onderhandelingen zal de Rijksoverheid inzetten op ambitieus bronbeleid. Omdat Nederlandse bedrijven vaak al voorlopen op het Europese gemiddelde, draagt het actualiseren van de BBT-conclusies bij aan een gelijk speelveld.

Het rijk neemt deel aan Europese werkgroepen voor de uitvoering en evaluatie van de Richtlijn industriële emissies (RIE), de Richtlijn middelgrote stookinstallaties (MCPD), de NEC-richtlijn (National Emission Ceilings) en de richtlijn Luchtkwaliteit. Bij de herziening van de richtlijn Luchtkwaliteit zet Nederland zich ervoor in om de huidige grenswaarden meer in lijn te brengen met de advieswaarden van de WHO en om deze te ondersteunen met specifiek bronbeleid. Het rijk gaat een actieve rol spelen bij de herziening van de RIE. Naar verwachting komt de Europese Commissie in 2021 met een voorstel, mede in het kader van de ‘zero pollution’ambitie van de Green Deal-strategie van de Europese Commissie. Om emissies naar lucht verder te reduceren zijn ambitieuze emissiegrenswaarden van belang. Als onderdeel van de RIE worden op Europees niveau BBT-conclusies met achterliggende BREF-documenten opgesteld. Nederland zet in op ambitieuze emissiegrenswaarden en het verkleinen van de range van toegestane emissies. Daarbij werkt het rijk samen met vergunningverleners om kennis uit te wisselen en branche-specifieke onderzoeken uit te zetten. Uitvoerders

Trekker Rijksoverheid (het ministerie van IenW). Overige Rijkswaterstaat, vergunningverleners en stakeholders bevoegd gezag. Planning Doorlopend. Beoogd effect Emissiereductie in binnen en buitenland door ambitieus bronbeleid.

9 Houtstook en particuliere huishoudens Luchtvervuiling uit woningen levert 9%8 van de gezondheidsschade uit binnenlandse bronnen. Hieronder valt ook houtrook. Zonder aanvullend beleid zal de relatieve bijdrage toenemen. Met de maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) wordt een afname van de gezondheidseffecten nagestreefd. De maatregelen in het SLA richten zich op het stoken van hout binnenshuis. Het doel is een dalende trend van emissies naar lucht ten opzichte van 2016. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar de handhaving van overlastsituaties en het creëren van een gezondere leefomgeving voor gevoelige groepen.

8

De maatregelen Voor houtstook zijn in het SLA een aantal afspraken opgenomen. Deze zijn hier verder uitgewerkt in maatregelen. Sommige hiervan worden uitgevoerd door provincies en gemeenten als bevoegd gezag. Voor andere maatregelen is het rijk verantwoordelijk. De uitstoot van houtkachels kan op verschillende manieren worden aangepakt. De SLAmaatregelen laten zich onderverdelen in drie sporen. Gemeenten en provincies kunnen in hun uitvoerings­ plannen aanvullende houtstookmaatregelen nemen.

is bij deze berekening van de gezondheidsindicator nog geen rekening gehouden met de vorming van condensables. Vanaf 2021 zijn condensables uit houtstook meegenomen in de emissieregistratie. In de concentratiekaarten (GCN) en in de doorrekening van de gezondheidsindicator die in 2021 verschijnen worden deze emissies ook meegenomen. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 43

Spoor 1: Voorlichting en informatie Niet elke stoker is zich ervan bewust dat houtstook de gezondheid van de stoker en de omwonenden negatief kan beïnvloeden. Daarom is bewustwording en voorlichting een belangrijk spoor in het thema houtstook. Gemeenten krijgen de beschikking over voorlichtingsmateriaal over preventie, toezicht en handhaving. Dit spoor geeft invulling aan de SLA-maatregelen 1, 2 en 8 voor houtstook. Spoor 2: Regelgeving uitstoot Emissie-eisen zijn vastgelegd in EU-regelgeving, uitvoering in Nederlandse wetgeving. Emissies van houtstook zijn te reduceren door stimulering van het gebruik van het modernste type kachels en uit­ fasering van verouderde types. Dit spoor geeft invulling aan de SLA-maatregelen 3, 4, 5 en 11 voor houtstook. Spoor 3: Handhaving houtrook Het rijk gaat in samenwerking met gemeenten werken aan het ontwikkelen van een toetsingskader voor de beoordeling van houtrookoverlast en de gezondheidsimpact. Dit spoor geeft invulling aan de SLAmaatregelen 6, 7, 9 en 10 voor houtstook.

Stakeholders

1 Voorlichting en informatie (spoor 1) 1a

Ontwikkelen en beschikbaar stellen van voorlichtingsmateriaal SLA-maatregel 1 Houtstook Voorlichting. De rijksoverheid stelt in 2019 voorlichtingsmateriaal beschikbaar voor provincies en gemeenten en besteedt hierin aandacht aan de gezondheidseffecten van houtrook (zowel winter- als zomerstook). Gemeenten en provincies zetten actief in op de inzet van voorlichting over houtstook via hun eigen communicatiekanalen op basis van het landelijk ontwikkelde materiaal, onder andere door op hun website en via social media aandacht te geven aan de gezondheidsimpact van houtstook.

Het ministerie van IenW heeft in 2019 voorlichtingsmateriaal over houtstook ontwikkeld. Jaarlijks voorafgaand aan het stookseizoen wordt bekeken of en hoe dit materiaal herijkt moet worden. Provincies en gemeenten kunnen het materiaal gebruiken voor hun eigen voorlichting aan burgers. Burgers ontvangen zo informatie over de gezondheidseffecten van houtstook en de mogelijkheden om bewust(er) te stoken. De themagroep werkt een aanpak uit om het bereik en de effectiviteit van de voorlichting te monitoren en betrekt hier (vertegenwoordigers van) burgers en gevoelige groepen zoals longpatiënten bij. (Zie ook hoofdstuk 4, Monitoring.) Uitvoerders

Bij de uitwerking van de maatregelen en pilots worden externe stakeholders nauw betrokken. Enerzijds gaat het om het bedrijfsleven uit de kachelbranche en mogelijke emissiereducerende technieken en anderzijds om vertegenwoordigers van mensen die de gezondheidseffecten ondervinden en de Woonbond. Daarnaast is veel kennis aanwezig bij GGD-en en kennispartijen.

44 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023

Trekker Ministerie van IenW. Overige Rijkswaterstaat, RIVM, gemeenten, provinstakeholders cies, Milieu Centraal, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), GGD-en. Planning Najaar 2020: herziening van het materiaal. Periodiek: evaluatie. Beoogd effect Vermindering van luchtemissies door het actief delen van voorlichtingsmateriaal over gezondheidseffecten en mogelijkheden om deze te beperken.

1b

Voorlichting meenemen bij energietransitie en aardgasvrije wijken SLA-maatregel 2 Houtstook Partijen besteden in de communicatie aan bewoners rondom de energietransitie en gasloze wijken aandacht aan de gezondheidseffecten van houtrook.

De energietransitie is een belangrijk thema waarmee overheden de komende jaren aan de slag gaan. Daarbij is de ambitie om Nederland in 2050 aardgasvrij te maken. Bij het aardgasvrij maken van wijken moet gekozen worden voor andere verwarmingsbronnen van woningen. Dit kan tot een toename van het aantal houtkachels en biomassa-installaties leiden. Daarbij is het van belang de gezondheidseffecten mee te wegen in de uiteindelijke keuze voor een andere verwarmingsbron om negatieve gezondheidseffecten zo veel mogelijk te minimaliseren. Onderdeel van de pilot houtrook is toekomstige bewoners informeren over de effecten van houtstook. Om dit mogelijk te maken is afgesproken dat gemeenten burgers informeren over de gezondheidseffecten van houtstook in de energietransitie. Woningeigenaren en huurders kunnen deze gezondheidseffecten meewegen in hun keuze voor een andere verwarmingsbron. Gemeenten nemen de effecten van houtrook op in wijkuitvoeringsplannen (WUP’s). Na het opstellen van de Regionale Energie Strategieën (RES-en) zijn gemeenten bezig met het opstellen van warmtevisies en WUP’s. Hierin is de bedoelde koppeling mee te nemen en te optimaliseren. Het ministerie van IenW werkt met de ministeries van BZK en EZK aan het terugdringen van de emissies door houtstook (binnen).

Het ministerie van BZK verkent dit thema in het kader van het Bouwbesluit, het ministerie van EZK doet dit in het kader van de energietransitie en aardgasvrije wijken. De bedoelde samenwerking is goed vorm te geven in de fase waarin de energietransitie zich momenteel bevindt. Uitvoerders

1c

Stookalert Maatregel 8 Houtstook Stookalert. Vanaf 1 november 2019 voert de rijksoverheid een landelijke stookalert in op dagen met ongunstig weer. Bij ongunstig weer of een slechte luchtkwaliteit blijft de rook hangen en wordt door het RIVM een stookalert afgekondigd die bewoners afraadt om de kachel aan te steken. De rijksoverheid brengt het stookalert onder de aandacht. Deelnemende provincies en gemeenten geven actief via hun eigen kanalen aan als er sprake is van een stookalert.

Een stookalert waarschuwt kachelbezitters om niet te stoken bij de minst gunstige weersomstandigheden, zoals mistig of windstil weer, omdat de rook dan blijft hangen en overlast geeft voor de stoker en de omgeving. Het KNMI en het RIVM hebben het stookalert in 2019 ontwikkeld in opdracht van het ministerie van IenW. Gemeenten en provincies zullen actief communiceren als het stookalert wordt afgegeven, bijvoorbeeld via social media. In de Stookwijzer (www.stookwijzer.nu) wordt het stookalert vermeld. Na het eerste jaar is het stookalert geëvalueerd met geïnteresseerde gemeenten en provincies. Als aanpassingen nodig zijn aan de communicatie (of aan de technische uitgangspunten), komt dat aan de orde tijdens de evaluaties. Uitvoerders

Trekker Overige stakeholders Planning

Rijksoverheid (het ministerie van IenW). Rijkswaterstaat, KNMI, RIVM, provincies en gemeenten. 2020: evaluatie. Vanaf 2021: doorontwikkeling. Beoogd effect Bewustwording van het feit dat het stoken van hout binnenshuis kan leiden tot overlast voor de omgeving. Er wordt minder vaak gestookt tijdens zeer ongunstige weersomstandigheden of slechte lucht­ kwaliteit.

Trekker Gemeenten. Overige Ministeries van IenW, BZK en EZK en provinstakeholders cies. Planning 2020: start. Beoogd effect Bewustwording van gezondheidseffecten en luchtkwaliteit door het gebruik van hout­ kachels bij de keuze voor alternatieve verwarmingsbronnen.

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 45

2 Regelgeving uitstoot (spoor 2) 2a

2c

Afschaffing ISDE-subsidie pelletkachels

SLA-maatregel 5 Houtstook In Benelux en Europees verband zet de Rijksoverheid zich, in overleg met de sector, in voor verdere aanscherping op termijn van de Ecodesign-eisen voor nieuwe (particuliere) hout- en pellet kachels.

SLA-maatregel 3 Houtstook De rijksoverheid schaft per 1 januari 2020 de ISDE-subsidie op pellet kachels en kleine biomassaketels (tot 500 kW) af.

De subsidie op pelletkachels is vanaf 1 januari 2020 af­geschaft. Dit omdat de negatieve effecten op de lucht­ kwaliteit niet opwegen tegen de lagere CO2-uitstoot van de kachels. Hierdoor wordt de aanschaf van een pelletkachel als alternatief voor gasverwarming minder aantrekkelijk voor burgers. Uitvoerders

Trekker Ministerie van EZK. Overige Rijksdienst voor Ondernemend Nederland stakeholders (RVO). Planning 1 januari 2020: maatregel is ingevoerd. Beoogd effect Minder aantrekkelijk maken van de aanschaf van een houtkachel. 2b

Ecodesign-richtlijn eerder invoeren SLA-maatregel 4 Houtstook De Rijksoverheid streeft ernaar om de emissie-eisen uit de Europese Ecodesign-richtlijn vervroegd in te voeren.

De rijksoverheid heeft intensief overlegd met de Europese Commissie over de invoering van de maatregel. De Europese Commissie heeft helaas aangegeven dat het vervroegd in laten gaan van de Ecodesign richtlijn in Nederland niet is toegestaan. Uitvoerders

Trekker Ministerie van IenW. Overige Europese Commissie. stakeholders Planning afgerond. Uitvoering van deze afspraak bleek niet mogelijk. Beoogd effect Minder emissies van (nieuwe) kachels door aanscherping van de eisen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=f05de820-3d6e-44eb-94b8-09259c854982