Uitvoeringsagenda 2021-2023
Tekst van het document
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
Inhoud Voorwoord 1
2
7
Inleiding 8 Bouwstenen van de uitvoeringsagenda Doel uitvoeringsagenda 9 Afbakening 9 Leeswijzer 9
8
Hoe we samenwerken 10 Inleiding 10 Stuurgroep 10 Werkgroep 10 Themagroepen 11 SLA brede samenwerking en kennisdeling 12 Participatie van stakeholders 13 Samenhang met andere relevante beleidsdoelen Toetreden nieuwe deelnemers 13
13
3
Hoe we werken aan gezonde lucht voor iedereen en een permanente verbetering van de luchtkwaliteit 15 Permanente verbetering 15 Streefwaarden per thema 16 Kennisagenda 17 Pilots 19
4
Monitoring 20 Monitoring voortgang van de maatregelen en pilots 20 Monitoring doelen SLA: luchtkwaliteit en gezondheidsindicator 21 Doorontwikkeling van de gezondheidsindicator 22 Wensen voor de doorontwikkeling van de monitoring Schone Lucht Akkoord 23 Evaluatie en herijking uitvoeringagenda 23
5
Hoogblootgestelde gebieden en gevoelige groepen 24 1 Hoogblootgestelde locaties 25 2 Hooggevoelige groepen 25
6
Mobiliteit 27 1 Gezondheidsdoelen in verkeers- en vervoersplannen en regionale mobiliteitsprogramma’s 27 2 Verduurzaming eigen voertuigen en transportdiensten 28 3 Voertuigemissies 29 4 Internationaal bronbeleid 31
7
Mobiele werktuigen 32 Samenhang met ander rijksbeleid en stakeholderinitiatieven 32 Maatregelen vanuit het Schone Lucht Akkoord 33 1 Routekaart naar emissieloze mobiele werktuigen (spoor 1) 34 2 Contracteren en handhaven (spoor 2) 35 3 Internationale inzet (spoor 3) 37
8
Industrie 38 Maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord 38 Stakeholders 39 1 Vergunnen (spoor 1) 39
4 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
2 Handhaving: kansen inventariseren en afspraken met ILT (spoor 1) 40 3 Advisering over toepassen BBT (spoor 1) 41 4 Actualiseren factsheets reductietechnieken (spoor 1 en 2) 41 5 Actualiseren algemene regels (spoor 2) 42 6 Internationale inzet (spoor 3) 42 9
Houtstook en particuliere huishoudens 43 De maatregelen 43 Stakeholders 44 1 Voorlichting en informatie (spoor 1) 44 2 Regelgeving uitstoot (spoor 2) 46 3 Handhaving houtrook (spoor 3) 47 4 Pilot houtrook 48 5 Factsheet en werkplan 49
10 Binnenvaart en havens 50 Uitwerking van de zeven afspraken uit het Schone Lucht Akkoord 50 1 Realiseren van walstroomvoorzieningen 51 2 Gebruik walstroom en verduurzaming binnenvaart 51 3 Gunningscriteria bij aanbesteding van infrastructurele werkzaamheden 52 4 Stimuleren van elektrificatie van de eigen vloot als launching customer 52 5 Gunningscriteria bij veerdiensten, watertaxi’s en pleziervaart 52 6 EU-fonds stimulering schone motoren 53 7 Duurzame binnenhaven 53 11 Landbouw 54 De maatregelen 54 1 Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) 55 2 Sectorale afspraken over integrale brongerichte reducties 55 3 Reductie primair fijnstof in pluimvee sector 56 4 Invoering generieke emissie-eisen voor biologisch gehouden kippen en varkens 56 5 Verbeteren van effectiviteit van emissiearme stallen 57 6 Subsidie Brongerichte Verduurzaming (SBV) stal- en management maatregelen (spoor 2) 58 7 Experiment Crisis- en herstelwet 59 8 Inzet instrumenten van de Omgevingswet 60 Samenhang met relevante Green Deals en akkoorden 60 12 EU-beleid en internationale inzet 62 De maatregelen 62 1 Ambitieus internationaal luchtbeleid (spoor 1) 63 2 Afstemmen Europees bronbeleid (spoor 2) 64 3 Schonere internationale scheepvaart 64 4 Internationale regelingen en innovatiefondsen 65 13 Participatie en citizen science 66 1 Landelijke jongerentop 66 2 Inwoners en bedrijven
actief informeren 67 3 Citizen science 67
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 5
6 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
Voorwoord Op 13 Januari 2020 ondertekenden 46 overheden het Schone Lucht Akkoord. Dit deden ze vanuit een gezamenlijke ambitie om gezonde lucht voor iedereen in Nederland te realiseren. Inmiddels is het aantal bij het akkoord aangesloten provincies en gemeenten bijna verdubbeld, en het aantal blijft groeien. Dat is van groot belang. Luchtvervuiling houdt zich niet aan grenzen. Alleen samen kunnen we de lucht schoner maken. De luchtkwaliteit is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Toch is de urgentie om verdere stappen te zetten groot. De COVID-19-pandemie heeft het belang van een goede gezondheid pijnlijk duidelijk gemaakt. Een goede lucht kwaliteit kan veel bijdragen aan een goede gezondheid. Jaarlijks overlijden gemiddeld 11.000 mensen in Nederland als gevolg van blootstelling aan luchtverontreiniging.
We kijken met trots en waardering naar de inzet die zij hebben geleverd om het Schone Lucht Akkoord van papier naar uitvoering te brengen. Ook nog onder buitengewone omstandigheden, waarin velen hun werk op zolderkamers of samen met hun kinderen aan keukentafels hebben verricht. Dit heeft de kwaliteit van dit gezamenlijke product zeker niet in de weg gestaan. De goede samenwerking in themagroepen, werkgroepen en in regio’s zorgt dat we vol vertrouwen kijken naar de komende jaren. Luchtkwaliteit is en blijft een dynamisch onderwerp. Regelmatig komen er nieuwe inzichten op en dat vraagt bijstelling van geplande activiteiten of ontwikkeling van nieuwe. We zijn er van overtuigd dat de gezamenlijke ambitie en de goede samenwerking een uitgelezen basis vormen om hier tegelijkertijd koersvast én flexibel op in te kunnen spelen. De Stuurgroep van het Schone Lucht Akkoord,
In het afgelopen jaar hebben we anders geleefd dan het jaar daarvoor. Dankzij minder reizen, minder transport, minder industriële productie en minder vuurwerk is de lucht kwaliteit verbeterd en dit heeft ons ervan laten proeven hoe het ook kan. Die goede luchtkwaliteit willen we, zodra de coronamaatregelen worden versoepeld, graag behouden en verder verbeteren. Daar zetten de partijen uit het Schone Lucht Akkoord op in.
Stientje van Veldhoven, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
Rob van Muilekom, gedeputeerde provincie Utrecht Jan Pieter van der Schans, wethouder gemeente Ede Harriët Tiemens, wethouder gemeente Nijmegen Arno Bonte, wethouder gemeente Rotterdam
Deze uitvoeringsagenda vormt een per thema geordende uitwerking van de afspraken uit het Akkoord. En is het resultaat van een jaar werken, met grote inzet en veel energie, door mensen van gemeenten, provincies en de rijksoverheid. Zij hadden dit niet kunnen doen zonder de inbreng, steun en soms kritische noten van experts uit kennisinstellingen, jongeren, bedrijven en milieu- en gezondheidsorganisaties.
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 7
1 Inleiding Op 13 januari 2020 tekenden 46 partijen het Schone Lucht Akkoord (SLA) met als doel: gezondheidswinst voor iedereen door een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Steeds meer partijen doen mee. Dat is van groot belang. Luchtvervuiling houdt zich immers niet aan de grenzen van een gemeente of provincie. Partijen werken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid aan de doelen en ambities uit het SLA.
Artikel 1: Doelen en ambities 1. Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren. Waarbij wordt toegewerkt naar de WHO advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. 2. Partijen stellen tot doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van Nederlandse bronnen. 3. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werk tuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in de zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht. 4. Partijen erkennen dat eenieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord.
In deze uitvoeringsagenda staat hoe de deelnemende partijen de afspraken in het SLA uitvoeren om de doelen te behalen. Deze uitvoeringsagenda wordt jaarlijks geactualiseerd. Tweejaarlijks wordt berekend of we op koers liggen of dat herijking van de afspraken gewenst is.
8 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
Bouwstenen van de uitvoeringsagenda • 10 oktober 2017: regeerakkoord, afspraak om te komen tot “een nationaal actieplan luchtkwaliteit dat zich richt op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit”. • 2017 - 2019: onderzoek en co-creatieproces met stake holders. • 2018: advies Gezondheidsraad, Gezondheidswinst door schonere lucht. • 2019: rapport Interdepartementaal Beleidsonderzoek, IBO luchtkwaliteit. • 2019: Methoderapport gezondheidsindicatoren en doorrekening indicatief maatregelenpakket met de gezondheidsindicator. • Juni 2019: publicatie hoofdlijnen Schone Lucht Akkoord. • 13-1-2020: ondertekening Schone Lucht Akkoord (46 deelnemers). • Juni 2020: verslag van de internetconsultatie. • November 2020: jongerenpanel. • 13-1-2021: eerste Schone Lucht Jaarcongres; groei naar 82 deelnemers.
Doel uitvoeringsagenda
Afbakening
In het SLA is afgesproken dat er een uitvoeringsagenda wordt opgesteld.
1. De uitvoeringsagenda gaat alleen over de gezamenlijke afspraken uit het SLA. Aanvullende eigen maatregelen van gemeenten en provincies om de luchtkwaliteit te verbeteren zijn opgenomen in de decentrale uitvoeringsplannen. 2. Afspraken uit het Akkoord kunnen niet via de uitvoeringsagenda gewijzigd worden. Voor wijziging van het Akkoord is instemming van alle partijen nodig. 3. De uitvoeringsagenda geeft richting aan de uitvoering in de periode 2021 tot en met 2023. In 2023 wordt op basis van de resultaten van de doorrekening, de voortgang van maatregelen en de resultaten van de pilots en kennis agenda een uitvoeringsagenda voor de periode na 2023 vastgesteld.
Artikel 3. Uitvoering en samenwerking 3. Partijen stellen een gezamenlijke uitvoeringsagenda op, ter uitwerking en uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. De Rijksoverheid neemt hiertoe het initiatief en committeert zich hieraan.
De Stuurgroep stelt de uitvoeringsagenda vast. De uit voeringsagenda gaat over de gezamenlijke aanpak van de deelnemers van het Schone Lucht Akkoord. In de uitvoeringsagenda staat welke maatregelen, pilots en activiteiten de deelnemers uitvoeren om de afspraken in praktijk te brengen. Dit betreft de (verdere uitwerking van) de afspraken uit het Schone Lucht Akkoord. Daarnaast stellen gemeenten en provincies hun eigen decentrale uitvoeringsplannen vast. Daarin nemen ze de relevante afspraken uit het Schone Lucht Akkoord op en geven ze aan welke aanvullende maatregelen ze nemen. De decentrale uitvoeringsplannen bieden dus ruimte voor lokaal maatwerk en aanvullende ambities. Het doel van de uitvoeringsagenda is dus het uitwerken van de afspraken uit het SLA. Het gaat om de antwoorden op de volgende vragen: 1. Hoe we samenwerken: afspraken over de organisatie van de samenwerking en de governance van het SLA: Stuurgroep, werkgroep en themagroepen en het betrekken van stakeholders. 2. Hoe we de afspraken uitwerken naar concrete maatregelen: afspraken over wie, wanneer en hoe de maatregelen uitgevoerd worden. 3. Hoe we de voortgang meten en we kansen en knelpunten signaleren: afspraken over monitoring, evaluatie en herijking van de uitvoeringsagenda.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat de uitwerking van de algemene bepalingen uit het SLA. Hoofdstuk 2 beschrijft de organisatie van de samenwerking en de governance. Hoofdstuk 3 schetst hoe we de permanente verbetering van de gezondheid vorm geven. Hoofdstuk 4 gaat over de monitoring en hoofdstuk 5 over hoogblootgestelde groepen en kwetsbare bestem mingen. Het tweede deel van deze uitvoeringsagenda – de hoofdstukken 6 t/m 13 – beschrijven achtereenvolgens de uit voering van de thema’s uit de bijlage van het SLA: mobiliteit (6), mobiele werktuigen (7), industrie (8), houtstook (9), binnenvaart en havens (10), landbouw (11), internationaal luchtbeleid (12) en ten slotte participatie en citizen science (13). De uitvoeringsagenda volgt zo veel mogelijk de structuur van het SLA. Per afspraak wordt aangeven hoe de activiteiten en maatregelen worden uitgevoerd, wanneer dat gebeurt en wie dit doet.
De uitvoeringsagenda geeft richting, maar is geen statisch document. De afspraken kunnen worden aangevuld en herijkt om in te springen op nieuwe kansen en ontwikkelingen. Daartoe bespreken partijen jaarlijks of en zo ja welke aanpassingen gewenst zijn.
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 9
2 Hoe we samenwerken Inleiding Centraal in de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord (SLA) staan de themagroepen. Hierin werken deelnemende partijen per thema aan de uitvoering van afspraken, de uitvoering van pilots en de ontwikkeling van effectieve maatregelen en manieren van aanpak om de lucht gezonder te maken. De kennis en ervaringen worden actief gedeeld met andere deelnemers in het SLA via bijeenkomsten voor alle deelnemers, via de nieuwsbrief en via de samen werkingsruimte op de website. De overkoepelende werkgroep van het SLA coördineert de inzet over de thema’s heen en bereidt besluitvorming in de Stuurgroep voor. Externe stakeholders, zoals bedrijven, gezondheids- en milieu organisaties en kennisinstellingen, worden betrokken bij de uitwerking van maatregelen in de themagroepen en bij het opstellen en actualiseren van de kennisagenda. Ook worden ze betrokken via het Schone Lucht Jaarcongres, de website en de nieuwsbrieven. Zie figuur 1.
Stuurgroep De Stuurgroep van het SLA bestaat uit bestuurlijke vertegenwoordigers van de deelnemende partijen. De rijksoverheid wordt vertegenwoordigd door de staatssecretaris van
Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Verder is er één vertegenwoordiger voor de provincies en zijn er drie voor de gemeenten. Zij zijn dusdanig gekozen dat de provincies en gemeenten zich vertegenwoordigd weten. Het gaat om een gedeputeerde van de provincie Utrecht en wethouders van de gemeenten Ede, Nijmegen en Rotterdam. De Stuurgroep heeft in 2020 een Reglement van Orde opgesteld waarin de taken en bevoegdheden zijn vastgelegd.
Werkgroep De werkgroep van het SLA bestaat uit ambtelijk vertegenwoordigers van deelnemende partijen. De werkgroep bespreekt de voortgang van het SLA, signaleert kansen en knelpunten, bereidt besluitvorming door de Stuurgroep voor, ondersteunt deze waar nodig en voert door de Stuurgroep opgedragen taken uit. De samenstelling van de werkgroep is dusdanig dat partijen zich vertegenwoordigd voelen en dat er een gespreide vertegenwoordiging is uit verschillende thema’s, regio’s en expertise. Voor specifieke onderwerpen kunnen anderen dan de vaste werkgroepleden worden uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan de werkgroepvergadering. Dit kunnen vertegenwoordigers van gemeenten en provincies, belangenorganisaties of deskundigen zijn.
Figuur 1: De organisatie van het Schone Lucht Akkoord
Stuurgroep Werkgroep Themagroepen • Maatregelen • Pilots • Kennisdeling
Mobiliteit
Mobiele werktuigen
Industrie
Houtstook
Binnenvaart en havens
Landbouw
Stakeholders consultatie + betrekken bij maatregelen
Participatie en citizens science
Kennisdeling via landelijke bijeenkomsten, website, nieuwsbrieven
10 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
Monitoring
Hoog blootgestelde gebieden
Internationaal
Deelnemers aan de werkgroep zijn: rijksoverheid (mini sterie van IenW), de provincies Utrecht, Noord-Brabant, Zuid-Holland en Noord-Holland, de gemeenten Rotterdam, Nijmegen, Ede, Den Haag, Utrecht en Amsterdam, Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, agendalid) en RIVM (adviserend lid).
Themagroepen In de themagroepen werken partijen samen aan: • Maatregelen uitwerken, concretiseren en periodiek herijken voor de uitvoering door partijen per thema. • Pilots opzetten, uitvoeren en evalueren. • (Externe) stakeholders betrekken bij de uitvoering van maatregelen en pilots. • Afstemmen en, waar effectief, samenwerken met activiteiten op aanpalende beleidsterreinen. • Kennis ontwikkelen en delen binnen de themagroep en actief informeren van alle bij het SLA betrokken partijen. • Input leveren ten behoeve van de monitoring, de aanpak van hoogblootgestelde gebieden en participatie.
In de themagroepen werken deelnemende partijen maatregelen uit en voeren ze de pilots en/of de kennisagenda uit. De themagroepen komen minimaal twee keer per jaar, of zo veel vaker als wenselijk, bijeen om de voortgang van de uitvoering van maatregelen en pilots, nieuwe ontwikkelingen en kennisvragen te bespreken. Deelname aan themagroepen staat open voor alle partijen die een actieve bijdrage aan de uitwerking van de maatregelen willen leveren. De leden van de themagroep kunnen naar behoefte (tijdelijke) werkgroepen oprichten om maatregelen en pilots uit te werken. Per thema zijn één tot drie coördinatoren (‘trekkers’) actief. Zij bekijken de voortgang per thema, organiseren themabrede bijeenkomsten en informeren de werkgroep en de Stuurgroep over de voortgang. De rijksoverheid faciliteert de uitvoering waar nodig en wenselijk. Alle deelnemers kunnen voorstellen doen aan de Stuurgroep voor de oprichting van aanvullende themagroepen en (tijdelijke) werkgroepen. Bij de jaarlijkse herijking van de uitvoerings agenda kunnen wijzigingen in de themagroepen worden opgenomen in de uitvoeringsagenda.
Tabel 1 Overzicht themagroepen Thema
Coördinatoren
Deelnemers pilots
Deelnemers themagroep
Monitoring
Rijksoverheid.
Niet van toepassing.
Provincies: Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, NoordBrabant. Gemeenten: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Alblasserdam;. Omgevingsdiensten: Zuid-Holland Zuid (OZHZ), Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) Agenda-leden: Breda, Zeeland, Nijmegen, Omgevingsdienst IJsselland.
Hoogblootgestelde Rijksoverheid, locaties en RIVM. kwetsbare bestemmingen
Nog in te vullen, er vinden gesprekken plaats.
Provincies: Noord-Holland, Utrecht, Noord-Brabant. Gemeenten: Amsterdam, Arnhem, Haarlem, Rotterdam, Utrecht. Omgevingsdienst IJmond, GGD Haaglanden, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM).
Mobiliteit (start in 2021)
Rijksoverheid.
Geen pilots afgesproken in het akkoord.
Nog in te vullen.
Mobiele werktuigen
Rijksoverheid.
Provincie Gelderland. Gemeenten: Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Rotterdam, Utrecht.
Provincie Gelderland. Gemeenten: Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Rotterdam, Utrecht.
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 11
Thema
Coördinatoren
Deelnemers pilots
Deelnemers themagroep
Industrie
Provincie Noord-Holland, rijksoverheid.
Rijksoverheid, Rijkswaterstaat Leefomgeving en deelnemers aan themagroep.
Provincies: Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, NoordBrabant, Drenthe, Flevoland, Gelderland, Fryslân, Groningen, Overijssel, Utrecht.
Gemeenten: Helmond, Nijmegen, Utrecht.
Provincies: Gelderland, Utrecht, Noord Brabant.
Houtstook
Rijksoverheid.
Omgevingsdiensten: DCMR Milieudienst Rijnmond, Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO), Omgevingsdienst Groningen, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OD MWB), Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Drenthe, Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN).
Gemeenten: Utrecht, Helmond, Den Haag, Nijmegen, Haarlem, Amersfoort, Waddinxveen, Zuidplas, Delft, Papendrecht, Breda, Venray, Rotterdam, Barneveld, Ede, Veenendaal, Arnhem. GGD werkgroep luchtkwaliteit Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Binnenvaart en havens
Provincie Zuid-Holland, rijksoverheid.
Provincies: Gelderland, Zuid-Holland, Utrecht, Zeeland.
Provincies: Gelderland, Zuid-Holland, Utrecht, Zeeland. Gemeenten: Rotterdam, Nijmegen, Arnhem, Schiedam, Utrecht.
Gemeenten: Rotterdam, Nijmegen, Arnhem, Schiedam, Utrecht. Landbouw
Internationaal
Provincie Noord-Brabant, gemeente Ede, rijksoverheid.
Nog in te vullen.
Provincie Utrecht, rijksoverheid.
Niet van toepassing.
Provincies: Drenthe, Gelderland, Limburg, Overijssel, Utrecht. Gemeenten: Boxtel, Ede/Foodvalley, Leudal, Nederweert, Sint-Michielsgestel, Venray, Uden. Omgevingsdienst de Vallei. Provincies: Gelderland, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland, Zuid-Holland. Gemeenten: Utrecht, Rotterdam, Nieuwegein, Arnhem, Amsterdam, Nijmegen.
Participatie en citizen science
Provincie Zuid-Holland, rijksoverheid, RIVM.
Provincies: Noord Brabant, Zeeland Gemeenten: Eindhoven, Rotterdam, gemeenten uit de foodvalley
Rijksoverheid, gemeenten en provincies voeren binnen de eigen taken en bevoegdheden de afspraken in het Akkoord en aanvullende maatregelen in de decentrale uitvoeringsplannen uit. Partijen hoeven maatregelen niet uit te voeren als deze betrekking hebben op bronnen die voor hen niet relevant zijn. Zo kunnen gemeenten zonder havenfacili teiten, zonder landbouw of zonder industrie van betekenis ervoor kiezen om de afspraken uit het akkoord voor deze thema’s niet uit te voeren. Partijen informeren de andere SLA-deelnemers hierover bij het indienen van de uitvoeringsplannen.
12 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
Nog in te vullen.
SLA brede samenwerking en kennisdeling De kennis en praktijkervaringen uit de themagroepen en de pilots worden actief gedeeld met andere partijen in het SLA. Dit gebeurt tijdens themabijeenkomsten die openstaan voor alle deelnemers, via de nieuwsbrief en de website en op het Schone Lucht Jaarcongres. De rijksoverheid faciliteert dit proces. In deze uitvoeringsagenda staan afspraken over welke pilots partijen uitvoeren. Voor aanvullende activiteiten en pilots kunnen partijen hun voorstellen bespreken binnen de themagroep en/of bij het ministerie van IenW.
Participatie van stakeholders Het SLA is een akkoord tussen overheden. Ook andere partijen zijn belangrijk bij de uitvoering van het Akkoord: burgers, bewoners, bedrijfsleven, milieu- en gezondheidsorganisaties en kennisinstellingen. Deze partijen worden actief geïnformeerd over en betrokken bij de uitwerking, uitvoering en doorontwikkeling van de plannen. Dit wordt per themagroep georganiseerd door de partijen die in de themagroep deelnemen. Daarnaast betrekken de deelnemers zelf relevante partijen voor de eigen uitvoerings plannen en de eigen aanvullende maatregelen. In het SLA zijn twee afspraken opgenomen in de algemene bepalingen en is een specifieke themagroep opgericht rondom het thema participatie en citizen science.
Artikel 8. Participatie en informatie 1. Partijen betrekken inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven bij de uitwerking van de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord. 2. Partijen dragen zorg voor een adequate informatie voorziening over de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord onder meer via de website van de Rijksoverheid.
Trekker: de themagroepen organiseren het betrekken van stakeholders bij de verschillende maatregelen. Rijksoverheid, provincies en gemeenten betrekken relevante stakeholders bij de eigen uitvoeringsplannen en aanvullende maatregelen. Overkoepelend worden stake holders betrokken bij het opstellen en actualiseren van de kennisagenda, via het Schone Lucht Jaarcongres, de website en de nieuwsbrieven. In 2020 is het SLA ter consultatie gelegd en is een jongerenpanel georganiseerd. De ideeën, kennis en praktijkervaringen van jongeren, bedrijfsleven, milieu en gezondheidsorganisaties worden ook de komende jaren betrokken bij herijkingsmomenten van de uitvoeringsagenda en voor het opstellen van de kennisagenda in 2021. De uitvoering hiervan komt terug in hoofdstuk 3, Hoe we werken aan gezonde lucht voor iedereen en een permanente verbetering van de luchtkwaliteit (de paragraaf over de kennisagenda) en in hoofdstuk 13, Participatie en citizen science.
Samenhang met andere relevante beleidsdoelen Het SLA is nauw verweven met andere beleidsdoelen. Zo kunnen de Stikstofaanpak, het Klimaatakkoord, de Agenda Fiets, Regionale Energie Strategieën, Regionale Mobiliteitsstrategieën, de Green Deal Binnenvaart en Havens, de Luchtvaartnota en de verduurzaming van de
landbouw ook voor gezondheidswinst door schonere lucht zorgen. In het SLA is daarom opgenomen: “Het Schone Lucht Akkoord maakt die gezondheidswinst zichtbaar en voegt alleen waar nodig en effectief maatregelen en activiteiten toe.” De maatregelen uit de andere beleidsdoelen worden daarvoor ook doorgerekend met de gezondheids indicator. Uitgangspunt voor de uitvoering van het SLA is dat de maatregelen worden afgestemd met de initiatieven en maatregelen voor klimaat en natuur. Ook is het uitgangspunt dat de uitvoering van beleid ten behoeve van natuur(stikstof ), klimaat en gezondheid zo veel mogelijk worden geïntegreerd en afgestemd. In het SLA wordt voor elke sector de emissies in Nederland en de bijbehorende gezondheidseffecten in beeld gebracht, zo ook voor de luchtvaart. Afspraken over de aanpak staan echter uitgewerkt in de Luchtvaartnota en worden onder andere uitgewerkt in luchthavenbesluiten. De maatregelen die hieruit voortvloeien, worden meegenomen in de doorrekening van de gezondheidsindicator. Zo staat in de Luchtvaartnota het doel om te komen tot een stelsel van normen en maatregelen om de gezondheidseffecten van ultrafijn stof rond de luchthavens aantoonbaar te vermin deren. De rijksoverheid zet hiervoor de hoofdlijn uit die per luchthaven nader wordt uitgewerkt met de luchthaven en de omgeving.
Uitgangspunt is dat dit beleid aansluit bij het doel van het SLA, namelijk 50% gezondheidswinst afkomstig van binnenlandse bronnen in 2030 ten opzichte van 2016.
Toetreden nieuwe deelnemers Luchtvervuiling houdt zich niet aan grenzen. De emissies uit de ene gemeente of provincie kunnen grote invloed hebben op de lucht in gemeenten en provincies in de omgeving. Hoe meer partijen meedoen, hoe groter de winst is. Begin 2020 ondertekenden 36 gemeenten, 9 provincies en de rijksoverheid het SLA. Op 13 januari 2021 stonden er 82 handtekeningen van overheden onder het Akkoord: die van het rijk, 11 provincies en 70 gemeenten. Maar de ambitie is om door te groeien naar deelname van alle provincies en meer gemeenten. Deelname aan het SLA staat open voor alle gemeenten en provincies die de doelen van het Akkoord onderschrijven en de afspraken willen uitvoeren. Gemeenten en provincies kunnen namens het bevoegd gezag een verzoek tot toe treding aan de Stuurgroep van het SLA indienen. Een overzicht van de deelnemende partijen staat op de website van het SLA (www.schoneluchtakkoord.nl). Op het Schone Lucht Jaarcongres dat elk jaar in januari plaatsvindt, wordt een ondertekenmoment georganiseerd voor nieuwe deelnemers. Als zich halverwege het jaar Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 13
verschillende nieuw leden hebben aangemeld, kan een aanvullend tekenmoment worden georganiseerd. De rijksoverheid organiseert voor de nieuwe leden minimaal één keer per jaar een startbijeenkomst. Provincies, regio’s en bestaande samenwerkingsverbanden (G40 en andere) spelen een belangrijke rol bij de werving van gemeenten. Ze informeren gemeenten over deelname en nodigen hen uit om mee te doen. Daarnaast spelen leden van de Stuurgroep en de werkgroep een actieve rol in het informeren van gemeenten over deelname.
14 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
3 Hoe we werken aan gezonde lucht voor iedereen en een permanente verbetering van de luchtkwaliteit Sturen op gezondheidswinst verschilt van sturen op grenswaarden, emissies en concentraties. De gezondheidswinst is de optelsom van de blootstelling aan emissies naar lucht, het aantal mensen dat hieraan is blootgesteld en de gezondheidseffecten van de verschillende stoffen.
Permanente verbetering
Om het sturen op gezondheidswinst mogelijk te maken, hebben we instrumenten nodig die gezondheidseffecten en gezondheidswinst zichtbaar en doorrekenbaar maken. Het RIVM heeft daarvoor de gezondheidsindicator ontwikkeld. Een beschrijving hiervan staat in hoofdstuk 4, Monitoring.
Met het Schone Lucht Akkoord (SLA) willen partijen de luchtkwaliteit permanent verbeteren en gezondheidswinst realiseren. Voor luchtkwaliteit bestaat geen veilige grens; iedere verdere verlaging van de concentratie levert gezondheidswinst op, ook op plekken waar al wordt voldaan aan de Europese normen voor luchtkwaliteit of aan de advies waarden voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheids organisatie (WHO). Deze ambitie is omschreven in de doelen en ambities uit het Akkoord in Artikel 1.
Emissies NO2, fijnstof en ammoniak
Concentraties NO2 en fijnstof
Blootstelling aan NO2 en fijnstof
Gezondheidseffecten
Input: emissies per gebied
Input: verspreiding emissies
Aantal mensen dat per gebied is blootgesteld
Gezondheidsimpact van NO2 en fijnstof samen
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 15
Artikel 1. Doelen en ambities 1. Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren, waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. 2. Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen, voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen. 3. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werk tuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht.
Streefwaarden per thema Deze nieuwe benadering vergt ook een nieuwe methode om luchtkwaliteitsdoelen mee te wegen bij het opstellen van ander beleid. Er kan immers niet meer simpelweg worden getoetst of een plan of project zorgt voor overschrijding van de normen. In het SLA is daarom afgesproken dat de rijksoverheid verkent hoe permanente verbetering van de luchtkwaliteit en gezondheid beter kunnen worden verankerd in relevante sectoren en beleidsterreinen. Daarbij gaat het om beleid met meekoppelkansen voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en de gezondheid. Denk aan klimaatbeleid voor mobiliteit, de stikstofaanpak en de Agenda Fiets. Het gaat ook om beleid dat zonder aanvullende maatregelen tot een toename van emissies en negatieve gezondheids effecten kan leiden. Denk aan de inzet van biomassa voor verwarming, stedelijke verdichting in hoogblootgestelde gebieden en infrastructurele projecten.
In bijlage I van het akkoord zijn per sector streefwaarden opgenomen
Streefdoel reductie van de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies in 2030 t.o.v. 2016 %
100 90
70% reductie
75% reductie
35% reductie
Verdere ontkoppeling groei en uitstoot en het realiseren van een continue daling van emissies naar de lucht
Dalende trend van emissies naar de lucht
35% reductie*
Sterke afname van emissies uit het buitenland een aanscherping van bronbeleid
Mobiliteit
Mobiele werktuigen
Landbouw
Industrie
Houtstook
Binnenvaart en havens
Internationaal beleid
80 70 60 50 40 30 20 10 0
* Reductie van de emissies van verontreinigende stoffen van de binnenvaart van ten minste 35% in 2035 ten opzichte van 2015.
16 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
In het SLA zijn hiervoor de volgende afspraken opgenomen.
Artikel 4. Algemene afspraken en verplichtingen 3. De Rijksoverheid verkent de wijze waarop perma nente verbetering van de luchtkwaliteit en gezond heidsdoelen beter kunnen worden verankerd in relevante sectoren en beleidsterreinen en maakt nadere afspraken met partijen en derden over de doorwerking en verankering van deze kansen. De focus ligt op beleid met grote impact op de luchtkwaliteit en/of waar overheden een belangrijke voorbeeldfunctie hebben zoals de eigen bedrijfs voering en inkoop, fiscaal beleid, energie- en klimaatplannen, mobiliteitsbeleid, ruimtelijke plannen en vergunningverlenende en toezicht houdende taken. In 2020 wordt de verkenning afgerond en worden de resultaten verankerd in de uitvoeringsagenda.
Artikel 6. Implementatie in beleid 1. Partijen implementeren de doelen en ambities zoals benoemd in artikel 1 uit het Schone Lucht Akkoord, binnen de eigen taken en bevoegdheden, zo snel mogelijk in hun omgevingsvisies, -plannen en -programma’s en voor zover mogelijk in andere beleidsinstrumenten. 2. Partijen nemen waar nodig en wenselijk maat regelen om de effectiviteit van bestaand beleid te borgen en te versterken.
Uitvoerders
Beoogd effect Emissiereductie en minder blootstelling van mensen aan emissies door luchtkwaliteit en gezondheidsdoelen aan de voorkant mee te nemen in omgevingsbeleid en dit te faciliteren en te stimuleren door kennisdeling. Daarnaast zijn in het SLA per thema een aantal concrete afspraken opgenomen die binnen de themagroepen worden uitgewerkt. Bijvoorbeeld voor mobiliteit: • Partijen streven ernaar gezondheidsdoelen voor schonere lucht op te nemen in verkeers- en vervoersplannen. • Rijksoverheid en geïnteresseerde gemeenten en provincies verkennen de mogelijkheden om de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies te berekenen bij effectstudies voor projecten waarvan een mogelijk substantieel effect wordt verwacht. Hierbij worden bestaande instrumenten betrokken, zoals de methode van Gezondheidseffectscreening (GES). • De rijksoverheid onderzoekt mogelijkheden voor het verder reduceren van negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies bij de vormgeving van de autobelastingen.
Kennisagenda Om een permanente verbetering mogelijk te maken, werken we in het Akkoord zowel aan maatregelen die op korte termijn de lucht gezonder maken als aan activiteiten om ook op langere termijn extra gezondheidswinst te boeken. Sommige van die afspraken zijn direct uit te voeren; andere vergen eerst een verkenning of een uitwerking of test van een maatregel of methode. Innovatie, kennisontwikkeling en actieve kennisdeling vormen de motor voor de permanente verbetering.
Trekker
Rijksoverheid, gemeenten en provincies; ieder werkt vanuit de eigen verantwoordelijkheid aan het implementeren van de doelen en ambities uit het SLA in omgevingsvisies, -plannen en -programma’s en voor zover mogelijk in andere beleids instrumenten. Ook delen ze informatie over de wijze van uitvoering. Overige Het ministerie van BZK en andere relevante stakeholders departementen en afdelingen bij gemeenten en provincies. Planning 2021-2030: uitvoering. De rijksoverheid is een verkenning gestart naar de wijze waarop permanente verbetering kan worden verankerd in relevante sectoren en beleidsterreinen. In 2021 worden de resultaten van deze verkenning en de afspraken die hieruit voortkomen gedeeld met partijen.
Een gedegen kennisbasis is van groot belang voor een effectieve en efficiënte uitvoering van lucht- en gezondheids beleid. Er is al veel robuuste informatie beschikbaar, maar er zijn ook nog belangrijke kennisvragen over de gezondheidseffecten van componenten, effectieve meet- en monitoringsstrategieën, praktijkemissies van verschillende bronnen en de effectiviteit van oplossingsstrategieën. Ook is nog veel winst te behalen door onderzoeksresultaten vroegtijdig te delen en door bedrijfsleven, milieu en gezondheidsorganisaties en kennisinstellingen er actiever bij te betrekken. Dat voorkomt dat verschillende partijen hetzelfde onderzoek moeten uitvoeren en het zorgt ervoor dat meer partijen gebruik kunnen maken van de ontwikkelde kennis. Om de kennisbasis te versterken, is in het SLA afgesproken dat een gezamenlijke kennis- en innovatieagenda wordt uitgewerkt.
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 17
Artikel 5. Kennisdeling en innovatie 1. Partijen werken samen aan een kennis en innovatie agenda om beter inzicht te verkrijgen in de luchtkwaliteit en gezondheidseffecten, en om innovatieve maatregelen en effectiviteit van beleid te realiseren. Kosteneffectiviteit is hierbij een belangrijk aandachtpunt. De Rijksoverheid onderzoekt als onderdeel van deze kennisagenda het effect van piekconcentraties op de gezondheids klachten en het welzijn van hooggevoelige groepen en onderzoekt welke maatregelen mogelijk zijn om piekconcentraties te verminderen en wat de effectiviteit van deze maatregelen is. De Rijksoverheid werkt verder aan de ontwikkeling van een monitoringsinstrumentarium, waaronder de gezondheidsindicator en instrumenten om gezondheidseffecten op kleinere schaal in beeld te brengen. Daarnaast vraagt de Rijksoverheid de Gezondheidsraad om advies over ultrafijnstof.
5a
Kennis- en innovatieagenda
Uitvoerders
Trekker Rijksoverheid en RIVM. Overige Gemeenten, provincies, GGD GHOR stakeholders Nederland, kennisinstellingen, bedrijfs leven, milieu- en gezondheidsorganisaties en jongeren(organisaties). Planning 2021: kennisagenda opstellen in samen werking (co-creatie) met kennisinstellingen en stakeholders. Eerste kwartaal 2022: publicatie van de kennisagenda op het Schone Lucht Jaarcongres. 2023 en verder: minimaal tweejaarlijks herijking. Beoogd effect Vergroten effectiviteit van beleid door versterken kennisbasis en voorkomen van dubbel werk door vroegtijdige kennisdeling tussen kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke partners.
5b Onderzoek naar effect van piekconcentraties op gezondheidsklachten en welzijn van hooggevoelige groepen en naar mogelijkheden en effectiviteit van maatregelen Uitvoerders
Trekker RIVM. Overige stake- Gezondheidsorganisaties, rijksoverheid, holders gemeenten, provincies, GGD GHOR Nederland. Planning Eerste kwartaal 2021: onderzoeksopzet bespreken en vaststellen. Eind 2021: publicatie van eerste onderzoeksresultaten. Beoogd effect Beter inzicht in het belang van piekconcentraties voor met name gevoelige groepen en inzicht in de vraag of gericht beleid effectief is, en zo ja, welk beleid dat is. 5c Ontwikkeling van een monitoringsinstrumentarium Bij de doorontwikkeling van het monitorings instrumentarium wordt gekeken naar: • doorontwikkeling van de gezondheidsindicator (zie hoofdstuk 4, Monitoring); • tools om de gezondheidswinst van maatregelen en de gezondheidswinst van Schone Lucht-plannen van gemeenten en provincies inzichtelijk te maken. RIVM ontwikkelt hiervoor in 2021 een vereenvoudigde rekentool. GGD GHOR heeft daarnaast een GCN-tool (Grootschalige Concentratiekaarten Nederland) ontwikkeld voor gemeenten en omgevingsdiensten. 5d Advies ultrafijn stof Gezondheidsraad De staatssecretaris van IenW heeft de Gezondheidsraad gevraagd om de stand van de wetenschap rond de gezondheidseffecten van ultrafijn stof te actualiseren. En om in beeld te brengen welk onderzoek nog nodig is om voldoende zicht te krijgen op gezondheidseffecten en welke aan grijpingspunten er zijn voor luchtkwaliteitsbeleid.
Om deze vragen te beantwoorden, heeft de raad een tijdelijke Commissie Ultrafijn stof ingesteld. Uitvoerders
Trekker
Gezondheidsraad (adviesvraag van rijks overheid). Gemeenten en provincies.
Overige stakeholders Planning In 2021 wordt het advies verwacht. Beoogd effect Inzicht in kennis over gezondheidseffecten ultrafijn stof en mogelijke aangrijpings punten voor beleid.
18 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
Pilots Voor de thema’s houtrook, industrie, binnenvaart en havens, landbouw, en participatie en citizens science zijn of worden pilots gestart. Een omschrijving hiervan is per thema weergegeven. Voor mobiliteit voor het SLA is geen pilot afgesproken. Voor dit thema worden in aanpalende beleidsterreinen door rijksoverheid, gemeenten en provincies verschillende innovatieve aanpakken ontwikkeld, zoals emissieloze stadslogistiek. Het doel van de pilots is om nieuwe aanpakken te ontwikkelen waar geschikte maatregelen nog onvoldoende beschikbaar zijn. Na afronding van de pilots worden de uitkomsten geëvalueerd. Wat zijn de ervaringen, zijn er effectieve maatregelen en aanpakken uit naar
voren gekomen, zijn deze toepasbaar voor andere deel nemers, zijn hier ook voor andere thema’s lessen uit te trekken en komen er nog kennisvragen uit de pilots naar voren? Bij een positieve evaluatie kunnen partijen besluiten om relevante nieuwe aanpakken en maatregelen aan de uitvoeringsagenda toe te voegen of om deze in de eigen uitvoeringsplannen als aanvullende maatregel op te nemen voor de eigen provincie, gemeente of regio. Ook kunnen partijen voorstellen om nieuwe pilots te starten. Bijvoorbeeld omdat er in de uitvoering van maatregelen en pilots knelpunten optreden of omdat er nieuwe kansen en risico’s voor het terugdringen van de emissies en de negatieve gezondheidseffecten ontdekt worden. De Stuurgroep kan deze pilots toevoegen aan de uitvoeringsagenda.
Figuur 2: Proces voor de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord 2020
2021
2023
2025 e.v.
2030
Monitoring Uitvoering maatregelen/ activiteiten
• Minimaal 50% gezondheidswinst
Uitvoeringsagenda Akkoord afspraken SLA
Uitvoeringsplan per deelnemer
• Toewerken naar WHOadvieswaarden
Ontwikkelen: kennis, innovatie en pilots
• Dalende trend in alle sectoren • Streefwaarden gezondheidswinst per sector
Participatie en communicatie
Herijken
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 19
4 Monitoring
Monitoring van de voortgang van maatregelen en de pilots en van luchtemissies en gezondheidseffecten is belangrijk om te evalueren of de deelnemende partijen op koers liggen om de doelen te halen, of dat herijking van de aanpak nodig of wenselijk is.
Artikel 11. Monitoring 1. Partijen monitoren: a. Jaarlijks de voortgang van de uitvoering van de uitvoeringsagenda en de decentrale uitvoeringsplannen. b. Ten minste driejaarlijks de ontwikkeling in (lokale en regionale) luchtkwaliteit (NO2, PM10 en PM2,5). Partijen leveren daartoe de benodigde informatie aan, waaronder (voor de betreffende partijen) de informatie die jaarlijks wordt aangeleverd volgens voorschriften in Wet Milieubeheer en na inwerkingtreding van de Omgevingswet. c. T en minste driejaarlijks het doelbereik van het Schone Lucht Akkoord via de gezondheids indicator. Partijen leveren daartoe de benodigde informatie aan.
20 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
2. De Rijksoverheid draagt zorg voor het noodzakelijke monitoringsinstrumentarium, waaronder de gezondheidsindicator en monitoring van de luchtkwaliteit. De Rijksoverheid draagt zorg voor de verdere doorontwikkeling van deze instrumenten en betrekt gemeenten en provincies daarbij. De Rijksoverheid ondersteunt Partijen bij het aanleve ren van gegevens ten behoeve van de monitoring. 3. Partijen werken nadere monitoringsafspraken uit en leggen deze voor aan de Stuurgroep. Hierbij wordt bekeken hoe deze zo goed mogelijk kunnen aansluiten op andere monitoringsafspraken, zoals de klimaat- en energieverkenning. De Rijksoverheid neemt daarbij het initiatief.
Monitoring voortgang van de maatregelen en pilots Jaarlijks rapporteren alle SLA-deelnemers over de voortgang van de uitvoering van maatregelen en pilots. Het ministerie van IenW heeft in 2020 een format laten ontwikkelen voor de uitvoeringsplannen van gemeenten en provincies. Dit format dient tegelijk om jaarlijks de voortgang te rapporteren.
Rijkswaterstaat Leefomgeving verzorgt de overkoepelende rapportage op basis van de geleverde input. Deze rapportage bevat de beschrijvingen van de (vaste en aanvullende) maatregelen en pilots en de fase van uitvoering waarin de maatregel of pilot zich bevindt. Op basis van de rapportages bespreekt de Stuurgroep of er aanvullende activiteiten nodig zijn om eventuele knelpunten op te lossen of kansen te benutten. In 2021 werkt de themagroep het plan voor de jaarlijkse rapportage en de communicatie hiervan verder uit. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de monitoring vanuit andere akkoorden om dubbel werk te voorkomen. Daarnaast wordt onderzocht voor welke thema’s en maatregelen aanvullende activiteiten nodig zijn om een goed beeld te krijgen van de doorwerking in de praktijk en de effectiviteit van maatregelen. De individuele gemeenten en provincies leveren elk een eigen uitvoeringsplan aan, ook als ze de uitvoering van het SLA (deels) in regionale samenwerking oppakken. Bij (regionale) samenwerking worden de gezamenlijke maatregelen dus in elk uitvoeringsplan van de samenwerkende deel nemers opgenomen. Uitvoerders
Trekker
Alle SLA-deelnemers voor hun eigen rapportage; Rijkswaterstaat Leefomgeving voor de overkoepelende rapportage. RIVM, themagroepen.
Overige stakeholders Planning 1 maart 2021: gemeenten, provincies en de rijksoverheid leveren hun uitvoeringsplan in.1 Eind 2021: vaststellen plan voor monitoring voortgang maatregelen. Vanaf 2022: de deelnemers rapporteren jaarlijks op 1 maart over de voortgang van de maatregelen. Beoogd effect Zicht op de voortgang van de uitvoering van maatregelen en signalering van eventuele knelpunten en kansen.
Voorbeelden van aanvullende monitoringsactiviteiten: • Themagroep Houtstook wil een onderzoek opzetten onder burgers: stokers en gehinderden. Veel maatregelen zijn bedoeld om – met provincies en gemeenten als intermediair – burgers te doordringen van de negatieve milieu- en gezondheidseffecten van houtstook. En ze een handelingsperspectief te geven voor bewust stoken en melden van en omgaan met overlast. Belangrijke vragen 1
Gemeenten die later dan 13 januari 2020 zijn toegetreden, mogen er ook voor kiezen om een jaar later (1 maart 2022) een uitvoeringsplan in te dienen.
bij de ontwikkeling van maatregelen zijn hoe groot de bekendheid ermee is en hoe deze zich ontwikkelt, hoe de gebruikersvriendelijkheid van de maatregelen wordt ervaren en of ze leiden tot agendasetting en gedragsverandering. Door dit onderzoek periodiek uit te voeren, ontstaat de mogelijkheid om de effecten van maatregelen te monitoren en uitspraken te doen over de mate van realisatie. • Voor mobiele werktuigen is nog veel onzekerheid over de huidige samenstelling van het ‘werktuigenpark’. De rijksoverheid heeft, in samenwerking met de sector, TNO opdracht gegeven om een nulmeting uit te voeren via een enquête onder bouwbedrijven. De resultaten worden gepubliceerd in 2021. • Luchteisen in aanbestedingen zijn een belangrijke maatregel voor de thema’s mobiliteit, mobiele werktuigen en binnenvaart en havens. Voor de monitoring is het van belang om er zicht op te hebben in hoeverre de afspraken zich succesvol doorvertalen in aanbestedingen. Bekeken wordt hoe dit efficiënt te monitoren is. • Het RIVM publiceert jaarlijks emissiegegevens op www.emissieregistratie.nl. De gegevens worden jaarlijks geëvalueerd in de verschillende themagroepen, zoals voor Houtstook en Industrie.
Monitoring doelen SLA: luchtkwaliteit en gezondheidsindicator Het RIVM stelt een keer in de twee jaar een monitorings rapportage op over de ontwikkeling van de concentraties en het bereiken van de doelen uit het SLA. Hier is voor gekozen om aan te sluiten bij de luchtramingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) die ook tweejaarlijks verschijnen. De Stuurgroep stelt deze rapportage vast. Daarna wordt de rapportage aan de Tweede Kamer verzonden. De eerste rapportage wordt in 2021 gemaakt en zal gaan over het jaar 2020. Daarna wordt tweejaarlijks een nieuwe rapportage opgesteld. Daarmee sluiten we aan op de rapportage van de luchtramingen door het PBL. De rapportage bevat de volgende onderdelen: • Rapportage van de emissies: emissies op landelijk niveau per sector van in ieder geval de fijnstoffen PM10 en PM2,5 en van NO2 voor het gepasseerde jaar en een prognose voor de zichtjaren 2025 en 2030. • Rapportage van de luchtkwaliteit: concentraties op gemeentelijk niveau van de stoffen PM10, PM2,5 en NO2 voor het gepasseerde jaar en een prognose voor de zichtjaren 2025 en 2030. Daarbij wordt vermeld in welke gemeenten de WHO-advieswaarden wel of niet gehaald zijn en worden in 2030. In 2021 wordt nog niet gerekend voor het zichtjaar 2025.
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 21
• Rapportage van de gezondheidseffecten: landelijke, provinciale en gemeentelijke gemiddelde gezondheidswinst en de voortgang ten opzichte van de doelstelling (landelijk gemiddeld 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016) voor het gepasseerde jaar en voor de zichtjaren 2025 en 2030. Deze winst wordt uitgedrukt in levensduurverlenging in maanden en verloren levensjaren (YLL). In het SLA zijn geen doelstellingen voor gezondheidswinst voor gemeenten en provincies afzonderlijk opgenomen. In 2021 wordt nog niet gerekend voor het zichtjaar 2025. • Uitsplitsing van de emissies, concentraties en relatieve bijdragen aan gezondheidseffecten naar de sectoren industrie, (weg)verkeer, mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart en havens, houtstook en luchtvaart van en naar Nederlandse luchthavens. Daarbij wordt vermeld of de dalende trend in de sectoren wordt gerealiseerd en of het SLA op koers ligt om de streefwaarde per sector te behalen. Deelnemers aan het SLA leveren jaarlijks tussen maart en eind mei gegevens over verkeer en veehouderij aan in de monitoringstool. Dit zijn gegevens over het gepasseerde jaar, en voor verkeer ook een prognose over de zichtjaren 2025 en 2030. Dit is dezelfde monitoringstool als die van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en voor de monitoring onder de Omgevingswet.
SLAdeelnemers die deze gegevens al aanleveren voor het NSL en de monitoring van de luchtkwaliteit onder de Omgevingswet, hoeven deze gegevens dus niet dubbel aan te leveren. De SLA-deelnemers -en daarmee de bijbehorende SLA-activiteiten- worden meegenomen in de monitoringscyclus en bijbehorende procesafspraken die jaarlijks geactualiseerd worden voor de monitoring van de lucht kwaliteit. Eind mei sluit de monitoringstool en gaat het RIVM rekenen. Voor de monitoring van de luchtkwaliteit en de concentraties van luchtverontreinigende stoffen gebruikt het RIVM de GCN-kaarten. Deze geven de concentraties van PM10, PM2,5 en NO2 in vakken van 1 km2 weer. Deze gegevens vult het RIVM aan met verkeers- en veehouderijgegevens om op een hoger detailniveau te kunnen rekenen. In 2021 worden de veehouderijgegevens op een hoger detailniveau nog niet meegenomen in de berekeningen van de gezondheidsindicator, dit gebeurt vanaf 2023. De monitoringsrapportage wordt jaarlijks in december aangeboden aan de Stuurgroep en gepubliceerd en is daarmee openbaar. De rapportage voor het SLA wordt los van de wettelijk verplichte NSLrapportage uitgebracht. In 2021 wordt een ander proces gevolgd dan in de jaren erna. Voor het berekenen van de luchtkwaliteit en gezondheidseffecten gebruikt het RIVM de verkeersgegevens over 2019 die in het kader van het NSL aangeleverd zijn.
Hier is voor gekozen omdat 2020 vanwege de COVID-1922 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
maatregelen geen representatief jaar was en omdat dit het mogelijk maakt de doorrekening sneller uit te voeren. SLA-deelnemers leveren daarvoor uiterlijk 1 maart 2021 hun decentrale uitvoeringsplan met aanvullende maatregelen aan. De rijksoverheid (ministerie van IenW en het RIVM) zorgen voor de doorrekening van de maatregelen. Het streven is na de zomer 2021 de rapportage over het doel bereik van het SLA aan te bieden aan de Tweede Kamer. Uitvoerders
Trekker RIVM voor de doorrekening en rapportage. Overige Deelnemende gemeenten, provincies, stakeholders ministerie van IenW en Rijkswaterstaat, PBL. Planning 2021: eerste rapportage 2021; daarna elke twee jaar. Beoogd effect Zicht op ontwikkeling van emissies en gezondheidseffecten en toetsing of de doelstellingen van het SLA binnen bereik zijn of dat aanvullende activiteiten gewenst zijn.
Doorontwikkeling van de gezondheidsindicator Het RIVM werkt aan het uitbreiden van de gezondheids indicator. Deze indicator bevat nu twee indicatoren die iets zeggen over vroegtijdige sterfte door gecombineerde blootstelling aan PM10 en NO2. Het wensbeeld is dat de indicator ook inzicht gaat geven in: • de gezondheidswinst uitgedrukt in indicatoren die iets zeggen over ziekte, zoals vermeden ziektelast; • de totale blootstelling aan luchtverontreiniging door in de gecombineerde blootstelling (input van de berekeningen van de gezondheidsindicator) ook PM2,5 en roet mee te nemen. Uitvoerders
Trekker RIVM voor de doorrekening en rapportage. Overige Ministerie van IenW (als opdrachtgever), stakeholders gemeenten en provincies uit de themagroep monitoring, GGD GHOR Nederland. Planning 2021: uitwerking plan van aanpak. doorontwikkeling en implementatie in Uiterlijk 2022: start van de monitoring gezondheid in het SLA. Beoogd effect Doorontwikkeling van de gezondheids indicator zodat een bredere weergave van gezondheidseffecten ontstaat.
Wensen voor de doorontwikkeling van Evaluatie en herijking de monitoring Schone Lucht Akkoord uitvoeringagenda De themagroep Monitoring zal wensen voor de doorontwikkeling van monitoring bespreken en de mogelijkheden onderzoeken. Dit zijn op het gebied van emissies en concentraties in ieder geval de onderstaande punten. Voor de gezondheidsindicator moet hier nog nader naar gekeken worden. • Verder verfijnen van de GCN-kaart naar bijvoorbeeld 250 m2 voor die bronnen waarvoor meer specifieke informatie over emissies op dat schaalniveau bekend zijn. Hierbij hoort ook: - onderzoeken of voor relevante bronnen ook meer gedetailleerde emissiegegevens beschikbaar kunnen komen; - onderzoeken of gegevens uit citizen science voor het beter afleiden van gradiënten op meer gedetailleerd schaalniveau te gebruiken zijn, waarbij de mate van betrouwbaarheid een criterium vormt. • Emissies en concentraties monitoren en rapporteren van ultrafijn stof en roet/elementair koolstof en PAK’s (in relatie tot houtstook), en nagaan hoe condensables beter mee te nemen zijn in modellen. • Een module ontwikkelen om gegevens over houtstook, mobiele werktuigen, binnenvaart en havens en aanvullende gegevens voor de industrie en landbouw toe te voegen ten behoeve van de berekeningen van de luchtkwaliteit op hoger detailniveau dan GCN (1 km2).
• Resultaten van pilots met citizen science en verbeteringen en verfijningen in databronnen gebruiken om lucht kwaliteitsmodellen te verbeteren als dit mogelijk blijkt. • Gebruik door RIVM van aanvullende databronnen voor gebieden buiten het SLA en de aandachtsgebieden. • Ook andere zichtjaren dan 2030 gebruiken, bijvoorbeeld 2025 en 2040. • Verder verfijnen van de prognoses: rekenen met klimaat scenario’s, verfijnen van de demografie, meer rekening houden met structuurwijzigingen in Nederland (zoals wijken van het gas af, bijbouwen van 1 miljoen woningen).
De Stuurgroep bespreekt jaarlijks de voortgang van de uitvoering van vaste maatregelen, pilots en aanvullende maatregelen aan de hand van de daartoe opgestelde interne rapportage. Als het nodig en wenselijk is, doet de werkgroep voorstellen aan de Stuurgroep voor herijking van de uitvoeringsagenda. Als blijkt dat één of meer SLA-deelnemers maatregelen niet uitvoeren, dan bespreekt de Stuurgroep dit met de betreffende deelnemers. Op basis van de doorrekening van de effecten op de luchtkwaliteit en de gezondheidseffecten evalueren SLA-deelnemers of de partijen op koers liggen om de doelen uit artikel 1 van het SLA te halen. Is dit niet het geval, dan voegen SLA-deelnemers maatregelen toe aan de uitvoeringsagenda of aan de eigen uitvoeringsplannen. Besluiten partijen dat een wijziging van de afspraken uit het akkoord zelf noodzakelijk is, dan is toestemming van de deelnemers nodig. Uitvoerders
Trekker
De Stuurgroep van het SLA is verantwoordelijk voor de evaluatie en het doen van voorstellen voor herijking. Alle deelnemers aan het SLA.
Overige stakeholders Planning 2021 en verder: jaarlijkse evaluatie van de voortgang van de maatregelen, en tweejaarlijks evaluatie van het doelbereik. De Stuurgroep stelt de rapportage vast; het ministerie van IenW stuurt de rapportage aan de Tweede Kamer. Beoogd effect Borgen van de voortgang van de uitvoering van maatregelen en het doelbereik.
Uitvoerders
Trekker Overige stakeholders Planning
Themagroep Monitoring. Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat Leefomgeving, RIVM. 2021: uitwerken plan van aanpak. 2022: doorontwikkeling in ICT-toepassing in monitoring. 2023: daadwerkelijk monitoren. Beoogd effect Versterken van de toepasbaarheid van de gezondheidsindicator.
Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023 | 23
5 Hoogblootgestelde gebieden en gevoelige groepen
De gezondheidsschade van luchtverontreiniging is niet overal in Nederland even groot. Dat heeft verschillende oorzaken. • In sommige gebieden zijn de concentraties lucht vervuiling hoger dan op andere plekken. • Het aantal mensen dat wordt blootgesteld is met name in binnenstedelijke gebieden hoger dan in het buiten gebied. • Sommige mensen zijn gevoeliger voor de negatieve effecten van luchtverontreiniging, zoals kinderen, ouderen en mensen met gezondheidsklachten (bijvoorbeeld long patiënten en mensen met hart- en vaatziekten).
In het Schone Lucht Akkoord (SLA) is daarom afgesproken dat, naast de generieke aanpak, een aanpak wordt uit gewerkt voor hoogblootgestelde gebieden en voor hoog gevoelige groepen. Dit is niet nieuw, veel grotere gemeenten hebben al langere tijd beleid gericht op relatief hoogblootgestelde locaties of kwetsbare bestemmingen. Bestaande initiatieven worden bij de aanpak betrokken.
Stappen gebiedsgericht aanpak hoogblootgestelde locaties
Wanneer is aanvullende gebiedsgerichte aanpak in SLA wenselijk?
Analyse gebieden; bronnen, blootstelling, mogelijke oplossingen
Afspraken in uitvoeringsagenda (via Stuurgroep)
Gebiedsanalyses (RIVM, in themagroep)
Wat is een hoogblootgesteld gebied? Waarom en hoe bepalen we dat?
Verkenning RIVM
24 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021 - 2023
Samenwerking gemeenten, provincie en rijksoverheid. Wie is nodig voor de aanpak?
Afspraken per gebied (opnemen uitvoeringsagenda en monitoring)
Uitvoering gebiedsgericht plan
Initiatieven aanvullend beleid binnen eigen taken en bevoegdheden, samenwerking waar nodig
1 Hoogblootgestelde locaties Artikel 4. Algemene afspraken en verplichtingen 1. Gebiedsgerichte aanpak hoog blootgestelde locaties: De Rijksoverheid faciliteert de uitwerking van een gebiedsgerichte aanpak voor hoog blootgestelde locaties. De Rijksoverheid faciliteert onder andere het opstellen van een gebiedsanalyse gericht op definiëring van hoog blootgestelde locaties, mogelijke aanpak en wijze waarop samenwerking tussen Rijksoverheid en/of provincie en gemeente mogelijk is om gezondheidswinst te bereiken. Partijen nemen naar aanleiding hiervan initiatieven tot aanvullend beleid, binnen hun eigen taken en bevoegdheden en werken indien nodig samen als de inspanningen en de bronnen daarom vragen.
In 2020 is het RIVM gestart met een eerste analyse van hoogblootgestelde gebieden in Nederland. Gekeken wordt naar gebieden waar de gezondheidsschade door zowel NO2 als fijnstof relatief hoog is. Ook wordt gekeken naar gebieden waar de luchtvervuiling bij bestaand beleid in 2030 nog hoger is dan de WHO-advieswaarden. Het kan gaan om binnenstedelijke gebieden met veel verkeer, gebieden met hoge blootstelling vanuit landbouw, scheepvaart, houtstook of industrie. Vaak gaat het om gebieden waar verschillende bronnen samenkomen. In 2021 werken SLA-deelnemers een nadere analyse van bronnen en verwachte ontwikkelingen uit. Op basis van deze analyse wordt bekeken welke aanvullende maatregelen effectief kunnen zijn en welke ontwikkelingen mogelijk een extra belasting kunnen vormen voor de luchtkwaliteit in het gebied. De kennis en ervaring van gemeenten die al langere tijd een aanvullende aanpak voor hoogblootgestelde gebieden uitvoeren, wordt hierbij betrokken en actief gedeeld. Op basis van deze analyse maken SLA-deelnemers nadere afspraken over samenwerking bij de gebiedsgerichte aanpak in hoogblootgestelde gebieden.
Uitvoerders
Trekker Overige stakeholders Planning
Ministerie van IenW en RIVM. Gemeenten, provincies met hoogbloot gestelde gebieden en GGD. 2021: op basis van de eerste analyse worden nadere afspraken gemaakt over de uit werking van aanvullende gebiedsgerichte aanpakken van hoogblootgestelde gebieden. Het RIVM brengt bij de tweejaarlijkse monitoringsrapportage in kaart wat de verwachte ontwikkeling is voor de hoogblootgestelde locaties en wat het effect is van de gebiedsgerichte aanpak. De eerste rapportage wordt in 2021 gepubliceerd. Borgen van de voortgang van de uitvoering van maatregelen en het doelbereik. Beoogd effect Vermindering van de negatieve gezondheidseffecten met een gebiedsgerichte aanpak in gebieden met een hoge bloot stelling.
2 Hooggevoelige groepen Artikel 4. Algemene afspraken en verplichtingen 2. De Rijksoverheid werkt samen met Partijen een aanpak uit om de negatieve gezondheidseffecten bij hooggevoelige groepen te beperken. Deze richt zich onder andere op gevoelige bestemmingenbeleid. Partijen nemen naar aanleiding hiervan initiatieven tot aanvullend beleid, binnen hun eigen taken en bevoegdheden en werken indien nodig samen als de inspanningen en de bronnen daarom vragen.