Toelichting
Tekst van het document
Dit inpassingsplan is beoordeeld door de kwaliteitscommissie en bevat een uitwerking van de tegenprestatie die passend is bij de ruimtelijke ingreep, conform de gemeentelijke Nota kwaliteit en het Limburgs kwaliteitsmenu.
30
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Onderzoeksaspecten
Inleiding
Het is van belang dat het planvoornemen plaatsvindt binnen een goed woon- en leefklimaat en dat de verandering niet leidt tot onevenredige (milieukundige) gevolgen voor bestaande waarden en functies. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in. Milieuaspecten mogen niet in de weg staan aan de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling.
5.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
De notitie voor de m.e.r.-beoordeling is bijgevoegd als Bijlage 2 bij de toelichting (Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel gemeente Leudal, Pouderoyen Tonnaer, rapportnummer P217509.005.002.R2, 18 oktober 2023). Een m.e.r.-beoordeling is een afweging (toets) van het bevoegd gezag of er in een voorliggende geval al dan niet een milieueffectrapport (MER) gemaakt moet worden. Het gaat om de vraag of het bestemmingsplan dusdanige milieueffecten heeft dat een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Voor een bestemmingsplan waarvoor een Passende beoordeling o.b.v. de Wet natuurbescherming nodig is geldt een Plan-m.e.r.-plicht. Een MER maken voor een plan, als in een voorafgaande Passende beoordeling al is gebleken dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten, is ongewenst. Daarom is in artikel 7.2a lid 2 Wm een uitzondering opgenomen voor de Plan-m.e.r.-plicht bij een reeds uitgevoerde passende beoordeling. Op basis van de huidige regelgeving is voor dit bestemmingsplan geen Passende beoordeling nodig, zie hiervoor de uitwerkingen in paragraaf 5.5. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor een aantal activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen.
Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het kaderstellend is voor een m.e.r.-plichtige of een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan ziet toe op een activiteit die worden genoemd in zowel kolom 3 (plannen) als kolom 4 (besluiten) in de Bijlage behorende bij het Besluit m.e.r., Onderdeel D: D11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Drempelwaarden: 100 ha of meer; 2.000 woningen of meer; een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2 of meer. D11.3 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. Drempelwaarde: 75 ha of meer. Het totale plangebied heeft een oppervlak van ongeveer 4,3 ha (waarvan 2,6 ha feitelijke uitbreiding van het bedrijventerrein). Het totale maximale bruto vloeroppervlak (bvo) bedraagt ongeveer 23.500 m2 (waarvan nieuw bvo maximaal 13.000 m2 ). Het voorgenomen plan blijft ruim onder de drempelwaarden van 100 ha en 200.000 m2 . Voor het voorgenomen bestemmingsplan kan volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor een bestemmingsplan.
Op basis van artikel 7.17, derde lid van de Wet milieubeheer moet de gemeente de relevante criteria in bijlage III van de Europese mer-richtlijn betrekken in de beoordeling en beslissing. B&W neemt op basis van de m.e.r.-beoordeling een m.e.r.-beoordelingsbesluit. In het uiteindelijke moederbesluit (besluitvorming bestemmingsplan) moet het besluit over het wel of niet uitvoeren van een m.e.r. worden gemotiveerd. Eventuele bezwaren moeten worden ingebracht in een beroepsprocedure tegen het besluit over de moederprocedure (het bestemmingsplan). De m.e.r.-beoordelingsbeslissing (wel of geen MER opstellen) dient
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
31
voldoende gemotiveerd te worden of de activiteit wel of niet mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. De onderbouwing van met m.e.r.-beoordelingsbesluit wordt gevormd door de m.e.r.-beoordelingsnotitie. Op basis van de m.e.r.-beoordeling zijn twee uitkomsten mogelijk: Er is geen MER nodig: In dat geval zijn er geen extra procedurele verplichtingen. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt het feit dat er geen MER nodig is gemotiveerd. Aangezien voor dit plan op verzoek een m.e.r.-beoordelingsbesluit wordt genomen kan dit besluit bij het bestemmingsplan gevoegd worden. Er is wel een MER nodig: In deze situatie gelden dezelfde procedurele verplichtingen als bij een m.e.r.-plichtig bestemmingsplan.
5.3
Verkeer en parkeren
5.3.1 Verkeer Verkeersgeneratie op basis van kengetallen Het plan voorziet in een uitbreiding van het bedrijventerrein en ten gevolge daarvan neemt de verkeersgeneratie toe. Voor het bestemmingsplan is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd (Grenspaal 12, rapportnummer 22-0706-02, 26 april 2023) en bijgevoegd als Bijlage 3 bij deze toelichting. Hierin is de verkeersafwikkeling op netwerkniveau beoordeeld op basis van de maximale afwikkelcapaciteit van de wegen in de verschillende ontsluitingsroutes, de verwachte verkeersintensiteiten volgens het verkeersmodel Midden-Limburg in 2030 en de worstcase toename van de verkeersintensiteit ten gevolge van het plan op basis van CROW kengetallen uitgevoerd. Ten aanzien van de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt is in het uitgevoerde verkeersonderzoek de verkeersgeneratie op basis van kengetallen in de CROW publicatie 381, hoofdstuk 4 bepaald. Dit is te beschouwen als beoordeling van de worstcase toename van verkeer die ten gevolge van het bestemmingsplan kan optreden. Onderstaande tabel komt uit het genoemde verkeersrapport en geeft inzicht in de maximale verkeersgeneratie uitgaande van de CROW-normering voor bedrijven in de categorie “arbeids- en bezoekers- extensief”. Voor het maximale bedrijfsvloeroppervlak (bvo in m2 ) is uitgegaan van maximaal 23.500 m2 bvo.
Dit is een overschatting, aangezien hierin ook het planologisch maximaal toegestane bvo ter plaatse van de bestaande inrichtingen (Romar-Voss BV en Tegeldeal.nl) is meegenomen en nadien de uitbreiding bestemming bedrijventerrein van Romar-Voss BV nog iets verkleind is. De uitbreiding van de bestemming Bedrijventerrein ziet toe op een toename van maximaal 13.000 m2 bvo (afgerond, zonder de bestaande inrichtingen en zonder de verkleining van de uitbreiding bij Romar-Voss die na afronding van dit verkeersonderzoek nog heeft plaatsgevonden). Bedrijfskavels worden verder ook gebruikt voor parkeren, ontsluiting, waterberging en beplanting. Over het algemeen genomen blijkt dat hier meer dan 20% van het bestemmingsvlak 'Bedrijventerrein' voor nodig is. Verder krijgt een deel van het plangebied de bestemming 'Groen' en deze bestemming bevat geen bouwmogelijkheden voor bedrijven.
Maximale verkeersgeneratie o.b.v. CROW kengetallen en worstcase BVO (bron: Verkeersonderzoek Grenspaal12,
32
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
26 april 2023) Bij toepassing van de kengetallen wordt rekening gehouden met de gebiedstypering. De kern Roggel wordt gekenmerkt als 'weinig tot niet stedelijk gebied', waarbij het bedrijventerrein in de schil 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied' ligt. De kengetallen zijn voor deze drie typeringen hetzelfde. De maximale verkeersgeneratie in het worst-case scenario bedraagt maximaal 1.340 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal (hierna: mvt-etmaal). Volgens tabel A8 in hoofdstuk 2 van de CROW publicatie 381 kan een verdeling van 80% lichte voertuigen en 20% zware voertuigen aangehouden worden. Dit resulteert in een verdeling van 1.007 personenauto's en 333 vrachtauto's. De vrachtauto’s kunnen op hun beurt weer onderverdeeld worden in lichte vracht en zware vracht, wat neerkomt op 136 lichte en 197 zware vrachtauto’s. De verkeersgeneratie voor een gemiddelde weekdag is relevant voor de milieuonderzoeken. Het betreft de verkeersgeneratie op een jaargemiddelde weekdag. De beoordeling van de afwikkelingscapaciteit van de omliggende wegen wordt doorgaans op de gemiddelde werkdag gebaseerd (een weekdag kan worden omgerekend naar werkdag door de kencijfers te vermenigvuldigen met 1,33), maar vanwege de overschatting van het bvo is deze verrekening niet toegepast en is de situatie beoordeeld op basis van aantallen per weekdagetmaal.
Voor de maximale verkeersgeneratie van dit bestemmingsplan vormen de kengetallen uit hoofdstuk 4 van CROW, overeenkomstig het verkeerskundig onderzoek, het uitgangspunt en betreft een overschatting. Hoofdstuk 2 van CROW 381 bevat globalere verkeerskengetallen voor werkgebieden (Tabel A7 en Tabel A8). Deze zijn bedoeld voor plannen waarbij de invulling nog niet bekend is en die toezien op gebieden met de functie 'werken' waarvoor nog geen bedrijfsspecifieke informatie voorhanden is. Vanwege de overschatting van het bvo en het type bedrijvigheid op dit bedrijventerrein, is een verkeersgeneratie op basis van kengetallen per ha bedrijventerrein meer representatief. Kengetallen Hoofdstuk 2 CROW publicatie 381 Tabel A7 in hoofdstuk 2 onderscheidt vijf typen bedrijventerreinen, waaronder gemengd terrein: "Terrein met een hindercategorie 1, 2, 3 of 4 bestemd voor reguliere bedrijvigheid en niet behorend tot de categorieën 'hoogwaardig bedrijvenpark' of 'distributiepark. Gemengde terreinen kennen een gevarieerd aanbod aan bedrijvigheid, voornamelijk bestaande uit licht-moderne industrie en overige ('modale') industrie".
Tabel A8 Gemiddeld aantal motorvoertuigbewegingen per netto ha bedrijventerrein per weekdagetmaal: - Type I Gemengd terrein: 128 personenauto's, 30 vrachtauto's (158 motorvoertuigen) - De netto-oppervlakte is 77% van het bruto-oppervlak (77% van 2,7 ha = 2,1 ha) - Aangenomen is dat vrachtwagens goederen halen of brengen (en niet halen én brengen) - Een weekdag kan worden omgerekend naar werkdag door de kencijfers te vermenigvuldigen met 1,33
Op basis van CROW hoofdstuk 2 Tabel A7 en Tabel A8 en een netto-oppervlakte van 2,1 ha bedraagt de verkeersgeneratie op basis van kengetallen: 332 mvt/weekdagetmaal: 269 personenauto's en 63 vrachtauto's. 442 mvt/werkdagetmaal: 358 personenauto's en 84 vrachtauto's. Deze verkeersgeneratie ligt een factor 4-5 lager dan op basis van de worst-case benadering met de kengetallen van hoofdstuk 4 CROW 381. Dit verschil zal waar nodig bij de uitwerking en beoordeling van de verkeersgerelateerde milieuaspecten geluid, luchtkwaliteit en stikstof betrokken worden.
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
33
Extra verkeer door uitbreidingsplannen Romar-Voss BV en De Bergjes BV Romar-Voss BV geeft aan dat de beoogde uitbreiding niet leidt tot een toename van de verkeersgeneratie. Volgens de vigerende omgevingsvergunning van 2015 bedraagt de verkeersgeneratie maximaal 61 personenauto's en 26 vrachtauto's per werkdagetmaal. De uitbreiding van De Bergjes BV resulteert in een beperkte toename van de verkeersgeneratie. Volgens de opgave van De Bergjes BV bedraagt de toename in verkeersgeneratie maximaal 26 personenauto's en 4 vrachtauto's per werkdagetmaal. De realisatie van de uitbreidingsplannen van Romar-Voss BV en De Bergjes BV resulteert in een wezenlijk lagere verkeersgeneratie dan op basis van CROW-kengetallen.
Ontsluiting op bovenliggend wegennet Het huidige bedrijventerrein wordt ontsloten via de Bevelantstraat. Deze straat sluit aan de noordzijde aan op de straat Blenkert/Grote Laak. Aan de zuidzijde sluit de Bevelantstraat aan op de Vrijkenstraat. De straten binnen het bedrijventerrein zijn ingericht als erftoegangswegen binnen de bebouwde kom met een maximale snelheidslimiet van 50 km/u. De maximale afwikkelcapaciteit van dit type weg ligt rond de 3.000-3.500 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De huidige etmaalintensiteiten liggen volgens het verkeersmodel Midden-Limburg (basismodel 2018) rond 1.140-1.174 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De nieuwe intensiteit, inclusief worstcase berekening van de uitbreiding van het bedrijventerrein, komt uit op 2.514 (1.174 + 1.340) motorvoertuigbewegingen per etmaal. De wegcapaciteit op de (aansluitende) straten op/rondom het te ontwikkelen bedrijventerrein bereiken cijfermatig de maximale capaciteit, waarbij geen rekening is gehouden met de samenstelling van het verkeer.
Verschillende ontsluitingsroutes voor verschillende types gemotoriseerd verkeer Niet alle ontsluitingswegen rondom het bedrijventerrein zijn voor alle types gemotoriseerd verkeer beschikbaar. Personenvervoer kan alle omliggende wegen gebruiken om het bedrijventerrein te bereiken. Dit in tegenstelling tot het vrachtverkeer, die enkel kunnen ontsluiten via de Vrijkenstraat en Sint-Antoniusstraat in zuidelijke richting de Noorderbaan. Onderstaande tabel verduidelijkt de toekomstig maximale motorvoertuigintensiteiten per etmaal op de omliggende wegen. Voor de straten Grote Laak, noordelijke ontsluiting) is enkel het personenvervoer aangehouden. In de zuidelijke ontsluiting, Vrijkenstraat, als op de N279, is zowel het personenverkeer als vrachtverkeer aangehouden.
Tabel Wegintensiteiten na uitbreiding bedrijventerrein conform planvoornemen
34
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
Hoofdontsluiting in zuidelijke richting (personenvervoer en vrachtvervoer) De hoofdontsluiting van het bedrijventerrein loopt via de Vrijkenstraat en Sint-Antoniusstraat in zuidelijke richting. Deze straten vormen de verbinding tussen het bedrijventerrein, de Noorderbaan en de N279. De huidige intensiteiten op de Vrijkenstraat en de Sint-Antoniusstraat liggen volgens het verkeersmodel (basisjaar) rond 1.174 motorvoertuigbewegingen per etmaal daar waar een dergelijke straat een maximale belasting aan kan van 5.000 tot 6.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Indien al het theoretische verkeer na uitbreiding van het bedrijventerrein via deze straat rijdt, dan wordt de maximale belasting 2.514 motorvoertuigen per etmaal (1.174 +1.340 mtv/etmaal).
Ontsluiting in noordelijke richting (alleen personenvervoer) Via de straten Grote Laak, Kleine Laak en Kerkveldweg kan het personenvervoer (maximaal 1.007 motorvoertuigbewegingen per etmaal) via de noordzijde van het bedrijventerrein de N279 bereiken. Vrachtverkeer is verboden in deze straten. Dit type wegen kan op etmaalniveau gelet op ervaringscijfers ongeveer 3.000-3.500 motorvoertuigen verwerken. De Grote Laak en Kerkveldweg kennen een etmaalintensiteit van 1.622 motorvoertuigbewegingen per etmaal conform het geldende verkeersmodel. Na uitbreiding van het bedrijventerrein worden hier maximaal 2.629 (1.622 + 1.007) motorvoertuigbewegingen per etmaal verwacht. Alle omliggende wegen kunnen de uitbreiding van het bedrijventerrein aan. De verwachte theoretische intensiteiten overschrijden nergens de maximale theoretische capaciteiten van de omliggende wegen waardoor de wegen geschikt zijn om de extra verkeersstromen op te kunnen vangen. Uit het verkeersonderzoek volgt dat het kruispunt Sint-Antoniusstraat-Noorderbaan de extra verkeersintensiteiten van en naar het bedrijventerrein zonder problemen kan verwerken.
Gevolg planvoornemen Bedrijven met een potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking zijn niet gewenst in het uitbreidingsdeel van het bedrijventerrein Roggel. In de Lijst van bedrijfsactiviteiten in Bijlage 1 bij de regels wordt in de laatste kolom van de lijst een aanduidingen voor verkeer vermeld. Deze indice is een hulpmiddel bij de beantwoording op de vraag of een functie op een bepaalde locatie gewenst is. De verkeersaantrekkende werking van bedrijfsactiviteiten is van belang zijn voor de toelaatbaarheid van bepaalde bedrijfsactiviteiten in het uitbreidingsdeel van het bedrijventerrein. Dit vertaalt zich in een kwalitatieve index: 1. potentieel geringe verkeersaantrekkende werking 2. potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking 3. potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen personenvervoer met de letter P en goederenvervoer, met de letter G. Bedrijven met een verkeersindex 3P en 3G zijn niet opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Rekening houdend met de maximale mogelijkheden van het plan en een worstcase benadering op basis van CROW-kengetallen kunnen de ontsluitingsroutes en omliggende wegen de uitbreiding van het bedrijventerrein verkeerskundig verwerken zonder doorstromingsproblemen. De Vrijkenstraat is de hoofdontsluitingsroute van gemotoriseerd- en vrachtverkeer.
Deze hoofdontsluitingsroute in zuidelijke richting sluit direct aan op een gebiedsontsluitingsweg en ligt niet in woongebied. Door het vrachtwagenverbod op de noordelijke ontsluitingsroute wordt het zwaar verkeer via de hoofdontsluitingsroute gestuurd. Het lichte verkeer kan zich verspreiden over de verschillende ontsluitingsroutes, maar dit leidt niet tot verkeerskundige problemen.
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
35
5.3.2 Parkeren Parkeernota gemeente Leudal In de Nota Parkeernormen van 2016 zijn de parkeernormen opgenomen die de gemeente Leudal hanteert voor nieuwe bouwplannen en (her)ontwikkelingen. Onderscheid is gemaakt naar ontwikkelingen binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. Parkeernormen zijn nodig om een hoge parkeerdruk in openbaar gebied te voorkomen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het doel van de Nota is inzicht te geven in de verwachte parkeerbehoefte op een gemiddelde weekdag van bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen die plaats vinden binnen de gemeente Leudal. De insteek is dat bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plan wordt zorggedragen voor voldoende parkeergelegenheid voor de auto en de fiets. De lijst parkeernormen is niet uitputtend, maar grotendeels dekkend voor de meest voorkomende functies binnen de gemeente en de bestemmingsplannen. In overige gevallen bepaalt de gemeente de toe te passen parkeernorm (maatwerk). De parkeernormen zijn niet bedoeld voor reeds bestaande bouwwerken en functies. Indien bestaande situaties worden gewijzigd of uitgebreid, dan kunnen deze parkeernormen wel worden toegepast. De parkeernorm geldt dan alleen voor het te wijzigen of uit te breiden deel. Aangezien dit een kaderstellend bestemmingsplan betreft zijn nog geen parkeernormen vast te stellen.
Dit wordt maatwerk zodra bekend is hoe de exacte invulling van het uitbreidingsdeel van het bedrijventerrein wordt. Parkeren en laden en lossen moet in plaatsvinden op eigen terrein. Dit is geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Er mag geen overlast optreden ten gevolge van laden/lossen op de openbare weg. Dus er moet voldoende ruimte aanwezig zijn om in de benodigde parkeerbehoefte te kunnen voorzien.
Specifieke parkeerbehoefte De Bergjes BV De Bergjes breidt voornamelijk uit in opslagcapaciteit voor de geproduceerde chalets en stacaravans. Voor de opslagfunctie is er geen parkeerbehoefte. De uitbreidingslocatie krijgt geen bezoekers- of kantoorfunctie. Als een productiehal wordt gebouwd kan er mogelijk uitgebreid worden in productie en personeel. Er is voldoende ruimte aanwezig op het eigen terrein voor nodige extra parkeerplaatsen. Personeel kan ook op de bestaande bedrijfslocatie de auto parkeren.
Specifieke parkeerbehoefte Romar-Voss BV De beoogde bedrijfsuitbreiding van Romar-Voss BV gaat niet gepaard met uitbreiding van personeel of bezoekers. De huidige parkeerplaats voorziet in de parkeerbehoefte. Het werkelijke aantal benodigde parkeerplaatsen bedraagt voor Romar-Voss BV niet meer dan 30 parkeerplaatsen voor personeel en bezoekers. Op basis van de norm van 1,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo, zijn voor de bestaande inrichting o.b.v. theoretisch maximaal 4.257 m2 x 80% = 3.406 m² bvo circa 44 parkeerplaatsen benodigd. Binnen de inrichting is voldoende ruimte beschikbaar om het aantal parkeerplaatsen uit te breiden.
5.4
Bedrijven- en milieuzonering
Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein is een milieuzoneringsonderzoek uitgevoerd (Haalbaarheidsonderzoek milieuzonering Uitbreiding bedrijventerrein Roggel, Pouderoyen Tonnaer, rapportnummer P217509.005.R2, gewijzigd 18 oktober 2023). Dit haalbaarheidsonderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' moet er voldoende ruimtelijke scheiding zijn tussen milieubelastende functies (bedrijfsmatige inrichtingen) en milieugevoelige functies (waaronder woningen). Er is onderzocht welke mogelijkheden en belemmeringen er zijn in het kader van bedrijven en milieuzonering en
36
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
beoordeeld of door de uitbreiding van het bedrijventerrein, milieugevoelige functies hinder kunnen ondervinden van milieubelastende functies. In het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen de mogelijkheden voor een generieke uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein op beoogde uitbreidingspercelen en de concrete bedrijfsontwikkelingen van de bedrijven De Bergjes BV en Romar-Voss BV. Voor deze bedrijven is op basis van milieuzonering onderzocht of de uitbreidingswens inpasbaar is binnen een algemene bedrijfsbestemming of dat er aanvullende maatregelen zoals het toepassen van inwaartse zonering noodzakelijk zijn.
Milieuzonering met toepassing Handreiking Bedrijven en Milieuzonering (2009) De 'Handreiking Bedrijven en milieuzonering' van de VNG biedt een maatgevend kader voor ruimtelijke ontwikkelingen voor het toepassen van een goede ruimtelijke ordening. Deze systematiek is ook voor het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Roggel' aangehouden en kan als zodanig ook worden overgenomen voor het bestemmingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Roggel'. Uit het onderzoek volgt dat het plangebied niet binnen de milieucontouren van bestaande milieubelastende activiteiten in de omgeving ligt. Wel blijkt dat inwaartse milieuzonering noodzakelijk is voor een goede ruimtelijke ordening en een uitvoerbaar bestemmingsplan. Bij inwaartse milieuzonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bufferzone gecreëerd en worden milieubelastende functies niet toegestaan binnen de richtafstand gemeten vanaf gevoelige functies.
Inwaartse milieuzonering met toepassing maximale richtafstanden op basis van de VNG-systematiek (deze kaart is opgenomen in Bijlage 4)
Bedrijven algemeen
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
37
Bedrijfsmatige activiteiten in milieucategorieën 2, 3.1 en 3.2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1 bij de regels) worden in het hele plangebied toegestaan door middel van specifieke aanduidingen. Op het noordelijke perceel is ter bescherming van de woningen aan de Blenkert bedrijvigheid tot maximaal milieucategorie 2 (aanduiding b<=2) of tot maximaal milieucategorie 3.1 (aanduiding b<=3.1) toegestaan. Dit overeenkomstig de inwaartse milieuzonering in voorgaand figuur. In de rest van het plangebied (het middelste en zuidelijke deel van het plangebied) is bedrijvigheid tot maximaal milieucategorie 3.2 toegestaan (b<=3.2). Bedrijfsmatige activiteiten die niet in de Lijst van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1 bij de regels) staan opgenomen, zijn aangemerkt als strijdig gebruik en niet rechtstreeks toegestaan. Door middel van een omgevingsvergunning kan hiervan afgeweken worden voor: bedrijfsactiviteiten die niet op de Lijst van bedrijfsactiviteiten staan, maar die gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn; bedrijfsactiviteiten die op de Lijst van bedrijfsactiviteiten staan met een hogere milieucategorie dan rechtstreeks is toegestaan, maar die gelet op de milieubelasting naar aard en invloed gelijkwaardig zijn.
Romar-Voss BV Voor dit Romar-Voss BV is voor het bestaande bedrijf en de uitbreiding een aanduiding voor de specifieke vorm van het bedrijf opgenomen: 'specifieke vorm van bedrijf - composietmaterialen, distributie en productie van composietmaterialen' (sb-cps). Dit bedrijf heeft namelijk bedrijfsmatige activiteiten die wel vermeld staan in de Lijst van bedrijfsactiviteiten (SBI-2008 222: Kunststofverwerkende bedrijven - zonder fenolharsen) in Bijlage 1 van de regels, maar die binnen een hogere milieucategorie vallen dan rechtstreeks is toegestaan in de gebruiksregels van de bestemming Bedrijventerrein (milieucategorie 4.1). Middels onderzoeken voor de omgevingsvergunning van 2015 is aangetoond dat het bestaande bedrijf door toepassing van maatregelen een milieubelasting heeft die naar aard en invloed vergelijkbaar is met een milieucategorie 3.2 bedrijf. De uitbreiding die planologisch mogelijk wordt gemaakt ziet toe op dezelfde bedrijfsmatige activiteiten met dezelfde maatregelen als het bestaande bedrijf en is daarmee ook vergelijkbaar met een milieucategorie 3.2 bedrijf. Zie ook Bijlage 4 bij de toelichting. De beoogde activiteiten van Romar-Voss BV zijn dezelfde als in de bestaande vergunde situatie.
Dit betekent dat voor de aspecten geur, geluid, stof en veiligheid kan worden uitgegaan van de geldende omgevingsvergunning van 2015: - Geur: Ten aanzien van geur is in de omgevingsvergunning onderbouwd dat de bedrijfsactiviteiten weinig geurrelevant zijn. Geurrelevant wil volgens de Handleiding geur zeggen dat zonder maatregelen buiten de inrichting geen geur waarneembaar is. Feitelijk is er ook geen geur buiten de inrichting waarneembaar. Tot op heden zijn ook nooit klachten over geuroverlast ontvangen. Geurrelevant wil volgens de Handleiding geur zeggen dat zonder maatregelen buiten de inrichting geen geur waarneembaar is. Hiermee wordt ruim voldaan aan milieucategorie 3. Zie ook de toelichting in paragraaf 5.6 inzake geur. - Stof: Ten aanzien van stof is in de omgevingsvergunning onderbouwd dat de bedrijfsactiviteiten geen stofhinder buiten de inrichting veroorzaken. Dit wijzigt niet ten gevolge van de beoogde uitbreiding. Ook hiermee wordt ruim voldaan aan milieucategorie 3
38
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
- Geluid: In het akoestisch onderzoek behorende bij de omgevingsvergunning wordt het geluid in de bestaande situatie vooral veroorzaakt door transportbewegingen. Het geluid voldoet reeds op 25 meter tegenover de inrit (ter plaatse van woning Bevelantstraat 2a). Met de uitbreiding nemen de transportbewegingen niet toe en zijn er ook geen wijzigingen in rijwegen. Met de minder relevante akoestische bronnen (zoals ventilatoren) die bij de uitbreiding horen kan ruim worden voldaan aan milieucategorie 3. Zie ook de toelichting in paragraaf 5.7 inzake Geluid. - Externe veiligheid: Met de uitbreiding wordt een uitpandige opslagvoorziening (apart brandcompartiment) conform PGS15 gerealiseerd. Dit betekent dat een apart brandcompartiment tegen het huidige PGS15 wordt gebouwd. De huidige PGS15 opslagvoorziening heeft een oppervlakte van 1.000 m2 en voldoet aan beschermingsniveau 1 door toepassing van een automatische blusgasinstallatie. De uitbreiding wordt een uitpandige opslagvoorziening kleiner dan 1.000 m2 , ook voorzien van een automatische blusgasinstallatie. Bij afzonderlijke opslagvoorzieningen tot 1.500 m2 wordt met een automatische blusgasinstallatie voldaan aan de richtafstanden van milieucategorie 3.
Op basis van artikel 4, lid 5, onderdeel b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en artikel 2, lid 1, onder b van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), juncto bijlage 1 tabel 3, bedraagt de afstand tot (beperkt) kwetsbare objecten bij een opslagvoorziening met een vloeroppervlak tot 1500 m2 met toepassing van een automatische blusinstallatie, minimaal 20 meter gemeten vanaf de opslagvoorziening. Indien het vloeroppervlak van de opslagvoorziening tussen de 1500-2500 m2 zou bedragen, dan zou de afstand bij een automatische blusgasinstallatie minimaal 35 meter zijn. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat in beide gevallen (afzonderlijke opslagvoorzieningen of cumulatief bestaand plus uitbreiding) wordt voldaan aan de richtafstanden van milieucategorie 3. Zie ook de toelichting in paragraaf 5.8 inzake externe veiligheid en Bijlage 10 bij de toelichting.
De Bergjes BV Omdat de bedrijfsactiviteiten van De Bergjes BV niet vallen onder één of meerdere bedrijfsactiviteiten in de Lijst van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1 bij de regels) is voor De Bergjes BV de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vervaardiging chalets, een bedrijf ten behoeve van de vervaardiging van chalets' (sb-chca) opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is een bedrijf toegestaan ten behoeve van de 'vervaardiging, opslag, uitstalling en verkoop van chalets, stacaravans, woonunits, tinyhouses, kantoorunits en andere hiermee vergelijkbare door het bedrijf geproduceerde units'. De functieaanduiding 'sb-chca' is gelijk aan het bestemmingsvlak 'Bedrijventerrein'. Omdat er nog geen concreet inrichtingsplan ligt voor de uitbreiding is het noodzakelijk dat in de zone waar op basis van inwaartse milieuzonering maximaal milieucategorie 2 is toegestaan, nog een extra aanduiding opgenomen wordt die hier specifieke de vervaardiging uitsluit. De vervaardiging van chalets, stacaravans e.v. is namelijk vergelijkbaar met de volgende bedrijfsactiviteit die is opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1 bij de regels) en daarmee hoger dan milieucategorie 2: - SBI-2008 code 41, 42, 43: Bouwnijverheid 0 Bouwbedrijven algemeen b.o. > 2.000 m2 : milieucategorie 3.2 1 Bouwbedrijven algemeen b.o. <= 2.000 m2 : milieucategorie 3.1
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
39
De stalling / opslag van vervaardigde en geassembleerde chalets, stacaravans e.v., is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, ter borging van de zichtlijnen die zijn voorgeschreven in het ruimtelijk kader in Bijlage 2 bij de regels. Buiten het bouwvlak is alleen lage opslag toegestaan tot 1,5 meter hoogte, en overige bedrijfsactiviteiten zoals bijvoorbeeld parkeren.
Milieuzonering in relatie tot het gemeentelijk geluidsbeleid Bij toepassen van milieuzonering is ervoor gezorgd dat de milieuzonering niet meer geluidsruimte biedt dan de Beleidsnota gebiedsgericht geluidbeleid Gemeente Leudal - Actualisatie - Evaluatie 2014. Bij toepassing van milieuzonering kan dit gebiedsgericht geluidsbeleid niet één op één met dezelfde nuancering worden vertaald naar milieuzonering. In feite leidt het gebiedsgericht geluidsbeleid ertoe dat voor het bestemmingsplan het strengste geluidsniveau in het buitengebied bepalend is en dit is voor de milieuzonering de maximale richtafstand op basis van het gebiedstype 'stille woonwijk'.
Geen milieuzonering nieuwe stijl met toepassing van de Crisis- en herstelwet De Omgevingswet, die pas op 1 januari 2024 in werking treedt, maakt een gewijzigde regeling voor het milieuzonering van bedrijven op een bedrijventerrein mogelijk. Voor dit bestemmingsplan is afgewogen of milieuzonering nieuwe stijl meer passende mogelijkheden kan bieden voor het op een zorgvuldige wijze regelen van de gewenste bedrijfsactiviteiten met de waarborgen van een aanvaardbaar woon en leefklimaat voor de woningen in de directe omgeving van de uitbreiding. Milieuzonering nieuwe stijl kan nu alleen toegepast worden in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op basis van de Crisis- en Herstelwet (Chw). De huidige milieuzoneringssystematiek is tot het inwerking treden van de nieuwe Omgevingswet bruikbaar. Met de huidige systematiek houdt de gemeente grip op een goede kwaliteit van de leefomgeving voor burgers en beschermt met richtafstanden en functiescheiding bedrijven tegen dichterbij komende woonbebouwing. De meerwaarde van de huidige systematiek is dat bedrijven en burgers op grond van het ruimtelijk plan weten waar zij aan toe zijn. Het is duidelijk en makkelijk te begrijpen. Voor de bedrijven is het duidelijker als in het bestemmingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Roggel' dezelfde plansystematiek geldt als in het bestaande bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Roggel'.
Deze systematiek is daarbij beproefd door de Raad van State en biedt daardoor juridische zekerheid. De uitbreidingsplannen van De Bergjes en Romar-Voss zijn inpasbaar binnen deze systematiek. Voor de omliggende woningen kan een aanvaardbaar woon en leefklimaat worden gewaarborgd. En in de milieuzonering kan het gebiedsgerichte geluidsbeleid van de gemeente gerespecteerd worden. De nieuwe VNG-publicatie 'Milieuzonering nieuwe stijl' reguleert kortgezegd de toelating van bedrijven op basis van een beschikbaar gestelde geur- en geluidsruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. Hiermee wordt voorgesorteerd op de systematiek onder de Omgevingswet en wordt de vaste koppeling aan de Staat van bedrijfsactiviteiten met bijbehorende milieucategorie losgelaten. Deze nieuwe systematiek is nog niet beproeft door de Raad van State. Bij het toepassen van de nieuwe systematiek is er geen uniformiteit in plansystematiek tussen het uitbreidingsdeel en het bestaande bedrijventerrein. Daarbij is het moeilijker te begrijpen voor met name bedrijven en omwonenden. Ook moet er vanwege het strengere gemeentelijk geluidsbeleid afgeweken worden van de advieswaarden in de handreiking, wat het mogelijk complexer maakt.
Gezien voorgaande overwegingen is besloten de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (2009) toe te passen en niet vooruit te lopen op de Omgevingswet met Milieuzonering nieuwe stijl.
40
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
5.5
Luchtkwaliteit
Het effect van het plan voor de luchtkwaliteit moet worden beoordeeld vanwege de toename van verkeer. De Wet milieubeheer vormt met titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' het wettelijk kader voor de beoordeling van de luchtkwaliteit. Een plan is conform artikel 5.16 toelaatbaar indien deze: niet resulteert in een overschrijding van een grenswaarde; niet resulteert in een verslechtering van de luchtkwaliteit; niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging; is opgenomen in, of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt tevens onderzocht wat de luchtkwaliteit is ter plaatste van de voorgenomen ontwikkeling en of er sprake is van een dreigende normoverschrijding. In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hiervan zijn voor het planvoornemen de grenswaarden voor stikstofdioxide NO2 (jaargemiddelde), fijn stof PM10 (jaar- en daggemiddelde) en zeer fijn stof PM2,5 (jaargemiddelde) van belang, aangezien het plan resulteert in een toename van verkeersbewegingen. Wettelijke grenswaarden en gezondheidskundige advieswaarden De wettelijke normen (EU-grenswaarde) voor o.a.
fijn stof (PM10), zeer fijn stof (PM2,5) en stikstofdioxiden (NO2) in de Wet milieubeheer liggen in 2022 nog boven de gezondheidskundige WHO-advieswaarden zoals vermeld in tabel 2. De Europese grenswaarden voor de luchtkwaliteit zijn bedoeld om de gezondheid van de bevolking te beschermen. De WHO-richtlijnen zijn bedoeld voor beleidsvorming en om beleidsopties voor luchtkwaliteitsbeheer te ondersteunen. De WHO-richtlijnen zijn bedoeld voor beleidsvorming en om opties voor luchtkwaliteitsbeheer te ondersteunen. De EU-grenswaarde is een compromis tussen het gezondheidsperspectief en wat technisch, economisch en politiek haalbaar is.
Tabel Toetsingskaders, normstellingen en advieswaarden fijn stof, zeer fijn stof en stikstofdioxiden
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
41
Woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de bestaande luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied onderzocht. Hierbij zijn de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. Met behulp van de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) is beoordeeld of in de omgeving van het te ontwikkelen bedrijventerrein sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. Met een achtergrondconcentratie PM1 0 van circa 16 µg/m3 , PM2,5 van 9 µg/m3 , NO2 van 10 µg/m3 in het jaar 2022 (bron: Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) ) wordt in de omgeving van het te ontwikkelen bedrijventerrein ruimschoots voldaan aan de EU-grenswaarden en de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. De achtergrondconcentraties nemen volgens de GCN-gegevens af komende jaren en de concentraties PM1 0 en NO2 komen in 2025 (o.b.v. gegevens 2023) onder de gezondheidskundige advieswaarden. De achtergrondconcentratie PM2,5 neemt licht af, maar blijft in 2025 nog boven de gezondheidskundige advieswaarde. Besluit- en regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Sinds 15 november 2007 zijn bepalingen met betrekking tot de luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 titel 2 Wm).
In titel 5.2 staat een kader opgenomen waaraan de toelaatbaarheid van een project kan worden getoetst. Op basis van artikel 5.16, eerste lid geldt dat een project onder andere toelaatbaar is indien deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen. In het besluit NIBM staat vermeld dat een project NIBM is bij een toename van maximaal 3% van de grenswaarde (=1,2 µg/m3) voor de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Wanneer een project als NIBM kan worden beschouwd, vormt de luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor de doorgang van dat project. Met de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen zijn categorieën aangewezen die in elk geval NIBM bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht. In de Regeling NIBM is ook een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die Niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Slechts ter vergelijking: de NIBM-grens voor kantoorlocaties ligt op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg en 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
Het onderhavig bestemmingsplan maakt aanzienlijk minder mogelijk (minder dan 15% respectievelijk 7% van deze drempelwaarden).
Bijdrage van extra verkeer door planvoornemen Om te bepalen of de NO2- en PM10-emissie ten gevolge van een toename van verkeersbewegingen aan te merken is als 'Niet In Betekenende Mate', kan de NIBM-tool van het Ministerie van I&M / InfoMil gebruikt worden. De rekentool wordt jaarlijks geactualiseerd en rekent met worstcase gegevens. Dit staat nader toegelicht in de Handleiding van de NIBM-tool van InfoMil. Met de rekentool wordt het effect van de toename van verkeersbewegingen ten gevolge van de uitbreiding van het bedrijventerrein inzichtelijk gemaakt. De worstcase verkeersgeneratie op basis de CROW-kengetallen per 100 m2 bvo zoals uitgewerkt in het verkeersonderzoek is geen realistische benadering, gezien de beperkte werkelijke verkeerstoename van de twee bedrijven die hier willen gaan uitbreiden. Voor de NIBM-tool is het daarom realistischer uit te gaan van de globalere CROW-kengetallen voor werkgebieden in hst 8 CROW. Dit zijn maximaal 332 verkeersbewegingen
42
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
per weekdagetmaal met maximaal aandeel vrachtverkeer van 20%. Het omslagpunt voor het jaar 2023 ligt op 440 extra verkeersbewegingen uitgaande van 20% vrachtverkeer, zie onderstaande weergave van de NIBM-tool.
NIBM-tool 2022 De werkelijke verkeerstoename van Romar-Voss BV en De Bergjes BV betreft alleen extra verkeer ten behoeve van De Bergjes BV en bedraagt volgens eigen opgave maximaal 60 verkeersbewegingen per weekdagetmaal met een aandeel vrachtverkeer van 13%. Romar-Voss BV geeft aan dat de uitbreiding van het bedrijf niet gepaard gaat met een uitbreiding in verkeersbewegingen. De werkelijke toename in verkeersgeneratie ten gevolge van de beoogde bedrijfsuitbreidingen is te beoordelen als NIBM. Gevolg planvoornemen Gezien de lage achtergrondconcentraties ter plaatse van het plangebied, de lokale aard van het bedrijventerrein, de beperkte uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak, het type bedrijven dat zich kan vestigen binnen de toegestane milieucategorie 2, 3.1 of 3.2, en de concrete ontwikkelplannen van de bedrijven die zich concreet willen vestigen, worden er in alle redelijkheid ten aanzien van luchtkwaliteit geen nadelige milieueffecten verwacht voor het woon- en leefklimaat en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.6
Geur
Het bestemmingsplan maakt nieuwe geurgevoelige objecten (zoals werkplaatsen en kantoor) mogelijk. Onder de Omgevingswet kan de gemeente in het omgevingsplan bepalen dat bedrijfsgebouwen op het bedrijventerrein niet of minder beschermd worden tegen geurhinder. Binnen een straal van 250 meter rondom het bouwblok binnen het plangebied zijn geen veehouderijen met dieren waarvoor geen emissiefactoren vastgesteld zijn (o.a. melkrundvee, schapen en paarden) aanwezig. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderij is Roligt 19 in Heythuysen en die ligt op ongeveer 700 meter afstand. Tussen dit bedrijf en het plangebied liggen al meerdere bestaande woonbestemmingen (geurgevoelige objecten) waardoor het plangebied niet zal leiden tot extra beperkingen. Overige intensieve veehouderijen liggen op meer dan 1,5 km afstand. Het plangebied ligt gezien deze grote afstanden niet binnen geurcontouren van veehouderijen en/of er liggen al bestaande geurgevoelige objecten dichterbij deze veehouderijen. De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft geen beperkende werking voor bestaande veehouderijbedrijven. Romar-Voss BV heeft in de productie- en opslagruimte activiteiten met geuremissies vergund (industriële geur en emissie via ventilatoren). In de omgevingsvergunning van dit bedrijf staat opgenomen dat de activiteiten weinig geurrelevant zijn.
Geurrelevant wil volgens de Handleiding geur zeggen dat zonder maatregelen buiten de inrichting geen geur waarneembaar is. Feitelijk is er geen geur buiten de inrichting waarneembaar. Tot op heden zijn ook nooit klachten over geuroverlast ontvangen. De aanvaardbaarheid van de uitbreiding is
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
43
beoordeeld op basis van milieuzonering in paragraaf 5.3. De beoogde uitbreiding leidt niet tot meer of een andere geuremissie. Uitbreiding van de productieruimte zal slechts tot een beperkte toename van kortstondige, weinig relevante geuremissie leiden. Gelet op de bronmaatregelen die worden getroffen, alsmede het feit dat met de uitbreiding de kortste afstand tot de meest nabijgelegen woning niet wordt verkleind en gezien de toepassing van milieuzonering, kan in alle redelijkheid gesteld worden dat ter plaatse van bestaande woningen, en het onbebouwde deel van het plangebied waar een bouwblok is toegekend, een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
Gevolg planvoornemen Ten aanzien van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omgekeerde werking vormt geur geen beperking van het planvoornemen en is het bestemmingsplan uitvoerbaar.
5.7
Geluid
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) te worden onderzocht of geluidsoverlast kan optreden. De Wet geluidhinder en de Beleidsnota gebiedsgericht geluidbeleid van de gemeente Leudal, actualisatie 2014 vormen het wettelijke kader. De belangrijkste onderwerpen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Spoorweglawaai is in het plangebied niet aan de orde. Bedrijventerrein Roggel is geen geluidgezoneerd bedrijventerrein.
Wegverkeerslawaai Volgens de Wet geluidhinder is het noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de akoestische situatie bij nieuwe geluidgevoelige objecten. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB mag aan de gevel van geluidsgevoelige objecten echter niet overschreden worden. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is alleen noodzakelijk als nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen worden toegestaan binnen de onderzoekszone van de wegen waarvoor een maximumsnelheid van 50 km-uur of meer geldt. Aangezien sprake is van een bestemmingsplan waarbinnen geen nieuwe geluidsgevoelige objecten planologisch mogelijk worden gemaakt, is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai in het kader van de Wet geluidhinder niet noodzakelijk.
Industrielawaai Het gebiedsgericht geluidsbeleid van de gemeente Leudal kan niet één op één met dezelfde nuancering worden vertaald naar milieuzonering. Met toepassing van inwaartse milieuzonering wordt wel voldoende ruimtelijke scheiding aangebracht tussen de nieuwe bedrijfsbestemmingen en de bestaande woningen in de omgeving. Hiermee wordt rondom de bestaande woningen een beschermende bufferzone gecreëerd en worden milieubelastende functies niet toegestaan binnen de richtafstand. Door de maximale richtafstand voor milieuzonering te baseren op het strengste gebiedstype 'stille woonwijk' is het gewaarborgd dat het bestemmingsplan ten aanzien van geluid niet soepeler is dan de Beleidsnota gebiedsgericht geluidbeleid Gemeente Leudal - Actualisatie - Evaluatie 2014. De bedrijven die binnen het plangebied gaan uitbreiden of zich vestigen zullen zich moeten houden aan de milieuzonering. Dit neemt niet weg dat in het 'vergunningenspoor' voor het oprichten, wijzigen of uitbreiden van de inrichting (omgevingsvergunning en/of melding Activiteitenbesluit) aangetoond zal moeten worden dat voldaan wordt aan de normstellingen in de Beleidsnota gebiedsgericht geluidbeleid van de gemeente Leudal. Deze beleidsnota is in oktober 2014 geactualiseerd. De gemeente Leudal heeft in het gebiedsgerichte geluidsbeleid voor het hele grondgebied akoestische gebiedstypes toegekend.
Voor bedrijventerreinen geldt
44
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
een richtwaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde, omdat deze gebieden als doel hebben om (geluids)ruimte te bieden aan bedrijven. Rond bedrijventerreinen in de aangrenzende gebieden kan ook sprake zijn van cumulatie op geluidgevoelige bestemmingen. De invloed van een bedrijventerrein kan daardoor verder gaan dan de overgangszone van 50 m. Het verdient dan ook de voorkeur om aan de randen van een bedrijventerreinen 'stillere' bedrijven te vestigen. In nieuwe bestemmingsplannen worden daarom aan de randen van bedrijventerreinen minder milieubelastende bedrijven toegestaan. Door dit ruimtelijke ordeningsinstrumentarium is het dus mogelijk om het cumulatieve effect te beperken. Op het bedrijventerrein is het na te streven geluidniveau 55-50-45 dB(A). Dit geluidniveau is een richtwaarde voor het vergunningenbeleid Wet milieubeheer. Rondom het bedrijventerrein is een overgangszone aangegeven van 50 meter. Binnen deze overgangszone ligt het gebiedstype landelijk met een na te streven geluidsniveau van 45-45-40 dB(a). In deze overgangszone zal de na te streven geluidkwaliteit voor landelijk gebied waarschijnlijk niet haalbaar zijn, omdat er een verhoogd geluidniveau heerst t.g.v. het bedrijventerrein. Binnen deze overgangszone mag de grenswaarde 5 dB(A) hoger gesteld worden, ofwel 50-50-45 dB(A).
Zoals in volgend figuur ook is te zien (paarse lijn), is in het geluidsbeleid bij de begrenzing van het gebiedstype bedrijventerrein al rekening gehouden met de uitbreiding van het bedrijventerrein aan de westkant van de Bevelantstraat, ter plaatse van de percelen waar De Bergjes BV wil gaan uitbreiden. In de geluidnota van de gemeente Leudal staat verder onder hoofdstuk 12.7 dat het verkeer van en naar de inrichting niet beschouwd hoeft te worden.
Weergave overgangszone 50 meter rondom gebiedstype bedrijventerrein (Gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Leudal, actualisatie 2014)
Uitbreiding Romar-Voss BV Romar-Voss BV heeft voor de verleende omgevingsvergunning van 2015 een akoestisch onderzoek laten verrichten en voldoet in de bestaande situatie aan alle normstellingen en eisen. Ook de geluidsbelasting vanwege het inrichting gebonden verkeer valt binnen de voorkeursgrenswaarde. De geluidsbelasting naar de omgeving wordt vooral veroorzaakt door transportbewegingen en voldoet in de bestaande situatie al op 25 meter afstand tegenover de uitrit, ter plaatse van de woning Bevelantstraat 2a. De transportbewegingen
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
45
blijven met de uitbreiding gelijk aan de bestaande situatie en er zijn geen nieuwe rijwegen gepland. Met uitbreiding van minder relevante akoestische bronnen zoals ventilatoren is nog steeds sprake van een bedrijf in maximaal milieucategorie 3.2. Het bestemmingsplan staat alleen bedrijfsactiviteiten toe die vergelijkbaar zijn met een milieucategorie 3.2 bedrijf, zie de toelichting in paragraaf 5.2. De milieuzonering biedt voldoende waarborg voor omliggende woningen ten aanzien van geluid. Voor de verleende omgevingsvergunning van 2015 is met een akoestisch onderzoek onderbouwd dat het bedrijf ten aanzien van geluid vergelijkbaar is met de aard en impact van een milieucategorie 3.2 bedrijf. Het bestemmingsplan maakt de beoogde uitbreiding juridisch-planologisch mogelijk. Hiernaast zal Romar-Voss BV in het milieuspoor voor de beoogde uitbreiding nog een omgevingsvergunning voor het wijzigen / veranderen van de inrichting (Wet milieubeheer) moeten aanvragen. In de aanvraag moet onderbouwd worden dat de geluidsbelasting na uitbreiding binnen de gemeentelijke geluidsnormen zal blijven. Het aspect geluid staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
Uitbreiding De Bergjes BV Voor De Bergjes BV zijn de woningen aan de Blenkert het meest relevant. Vanwege deze woningen (met name de voormalige agrarische bedrijfswoning Blenkert 1) is aan de noordwestzijde van het plangebied maximaal milieucategorie 2 toegestaan. Omdat voor De Bergjes BV een specifieke functieaanduiding is opgenomen, is binnen dit deel van het plangebied een extra aanduiding opgenomen waarmee de vervaarding van chalets en stacaravans e.d. (milieucategorie 3.1 of 3.2) wordt uitgesloten. Hier kan hier wel stalling en opslag van chalets, stacaravans e.v. plaatsvinden. Zie de toelichting in paragraaf 5.4. Door middel van milieuzonering en specifieke functieaanduidingen is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid gewaarborgd voor omliggende woningen en is het plan uitvoerbaar. De Bergjes BV (en ieder ander bedrijf dat zich in het plangebied wil vestigen) moet in het 'milieuspoor' een omgevingsvergunning voor oprichten, wijzigen of veranderen van een inrichting aanvragen (Wet milieubeheer) of een melding Activiteitenbesluit indienen en onderbouwen dat voldaan wordt aan de gemeentelijke geluidsnormen. Op Blenkert 1 is een hogere geluidbelasting (+5 dB) toegestaan dan op de overige woningen aan de Blenkert.
Gevolg planvoornemen In het bestemmingsplan is de inwaartse milieuzonering gebaseerd op de maximale richtafstand voor geluid en het gebiedstype stille woonwijk. Door de toepassing van milieuzonering is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden gewaarborgd en is het bestemmingsplan uitvoerbaar. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Externe veiligheid
Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's ter plaatse van het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gebaseerd op twee elementen: een harde norm in de vorm van het plaatsgebonden risico en een oriënterende waarde in de vorm van het groepsrisico. De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt één op de miljoen (10-6) per jaar, ofwel 1 op de miljoen blootgestelde
46
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
personen. Het hanteren van een norm voor het plaatsgebonden risico biedt een basisveiligheidsniveau voor de individuele burger in de omgeving van een risicovolle activiteit. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als grenswaarde. Dat wil zeggen dat nieuwe kwetsbare bestemmingen buiten de 10-6 contour moeten zijn gelegen. Het groepsrisico gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de oriënterende waarde. Dit is een richtwaarde waarvan het bevoegd gezag, voldoende gemotiveerd, kan afwijken.
Uitsnede Risicokaart (Atlas leefomgeving) met plangebied globaal aangeduid met zwarte cirkel Aan de hand van de Risicokaart (Atlas leefomgeving) is de aanwezigheid van risicobronnen beoordeeld. Hieruit blijkt dat het plangebied buiten invloedsgebieden van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes ligt. De beoogde ontwikkeling van het plangebied heeft geen negatieve gevolgen voor de inzet van hulpdienstverleningen en zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied. Op een afstand van circa 210 meter ten oosten van het plangebied is conform de kaart 'Veilige leefomgeving' een Bevi-inrichting gelegen. Dit betreft de voormalige bedrijfslocatie van Romar-Voss BV aan de Grote Laak 17. Voor deze inrichting geldt een risicocontour van 20 meter. Op een afstand van ruim 600 meter ten zuidoosten van het plangebied ligt de N279. Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van deze weg. Wel wordt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven. Met het planvoornemen neemt het aantal personen binnen het plangebied toe. Dit zijn voornamelijk werknemers van de bedrijven met een hoge zelfredzaamheid.
Opslag gevaarlijke stoffen Romar Voss BV Binnen de inrichting van Romar-Voss BV zijn de volgende activiteiten relevant voor het aspect gevaar: Opslag van verpakte gevaarlijke c.q. ADR-geclassificeerde stoffen in een hoeveelheid van maximaal 500 ton Productie van (thermohardende) composietmaterialen, waaronder polyester-, epoxy- en polyurethaanharsen, coatings, pasta's e.d. De opslag van verpakte gevaarlijke c.q. ADR-geclassificeerde stoffen vindt binnen de inrichting zowel plaats voor de grond-/hulpstoffen ten behoeve van het productieproces, als voor halfproducten /gereed producten
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
47
voor distributie en verkoop. De productie van de composietmaterialen vindt plaats door middel van het mengen van verschillende grond-/hulpstoffen middels menginstallaties en vervolgens het verpakken/afvullen van halfproduct/gereed product in emballage. In de bestaande situatie is een PGS15-opslagruimte van 1.000 m2 aanwezig. Deze voldoet aan beschermingsniveau 1 vanwege de toepassing van een automatische blusgasinstallatie (zie navolgende tabel 4). Met de uitbreiding wordt een uitpandige PGS15-opslagvoorziening gerealiseerd met een vloeroppervlak kleiner dan 1.000 m2 . Dit betekent dat een apart brandcompartiment tegen de huidige PGS15-opslagruimte wordt gebouwd. Zie navolgend figuur ter illustratie:
Uit de toetsing aan de relevante wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid, blijkt dat door het toepassen van brandbestrijdingssystemen waarmee een beschermingsniveau 1 gewaarborgd is, de afstand voor het milieuaspect gevaar teruggebracht kan worden tot 20 á 55 meter uitgaande van plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar. Hierbij is in de bestaande situatie al rekening gehouden door de uitpandige PGS15-hal op 70 meter van woning Bevelantstraat 2a te situeren.
Tabel 4 Afstanden uit bijlage 1 tabel 3 van Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) De nieuwe uitpandige opslagruimte kan voldoen aan de vastgestelde afstanden tot aan (beperkt) kwetsbare objecten op voorwaarde dat één van de geselecteerde brandbestrijdingssystemen toegepast wordt, zoals opgenomen in tabel 4. Voor de bestaande PSG15-opslagruimte geldt een afstand tot (beperkt) kwetsbare objecten van 20 meter, vanwege de automatische blusgasinstallatie en een oppervlakte van 1.000 m2 . De bestaande opslagruimte wordt met de uitbreiding niet vergroot, omdat dan de blusgasinstallatie moet worden vervangen. Er wordt een vergelijkbare nieuwe uitpandige opslagruimte tegen de bestaande opslag
48
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
aangebouwd, zodat ook voor de uitbreiding een afstand van 20 meter geldt, uitgaande van hetzelfde brandbestrijdingssysteem. Voor een opslagvoorziening tussen de 1500-2500 m2 geldt (volgens bijlage 1 tabel 3 van de Revi) bij toepassing van een automatische blusgasinstallatie een afstand 35 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten, gemeten vanaf de opslagvoorziening. Op basis van voorgaande kan geconcludeerd worden dat in alle gevallen (afzonderlijke PGS15-opslagruimten of cumulatief oppervlakte PGS15-opslagruimte) wordt voldaan aan de richtafstanden van milieucategorie 3.
Verantwoording groepsrisico Voor de oprichtingsvergunning van 2015 is het groepsrisico onderbouwd en opgesteld door de Veiligheidsregio uitgaande van een vloeroppervlak van 600 - 2.500 m2 . Het vloeroppervlak van de PGS15-hal wordt cumulatief niet groter dan 2.500 m2 en de personendichtheid van 30 personen/hectare die langere tijd verblijven wordt door de uitbreiding ook niet overschreden. De rapportage van 2015 met de verantwoording van het groepsrisico is toegevoegd als Bijlage 10 bij de toelichting.
Advies veiligheidsregio Op 26 juni 2023 heeft de Veiligheidsregio advies uitgebracht. Dit advies is bijgevoegd als Bijlage 11 bij de toelichting. De adviezen van de veiligheidsregio zijn verwerkt in dit bestemmingsplan en akkoord bevonden door de Veiligheidsregio in een brief van 26 juli 2023, tevens bijgevoegd als Bijlage 11 bij de toelichting.
Gevolg planvoornemen In de regels van het bestemmingsplan wordt binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf composietmaterialen' een opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen toegestaan, onder de voorwaarde dat het cumulatief vloeroppervlak maximaal 2.500 m2 bedraagt en de opslagvoorziening wordt voorzien van een automatische blusgasinstallatie. Hiermee is het bestemmingsplan uitvoerbaar voor het aspect externe veiligheid.
5.9
Natuur
5.9.1 Soortenbescherming Wat betreft soortenbescherming is de Wet Natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De soortenbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde 'algemene zorgplicht' (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Tevens geldt onder de Wet Natuurbescherming dat bij ruimtelijke ontwikkelingen naast de zorgplicht ook rekening gehouden moet worden met juridisch zwaarder beschermde soorten vanuit nationaal en Europees oogpunt.
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit 'bijlage A en B' van de Wet Natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
49
Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). Met het planvoornemen wordt de uitbreiding van het bedrijventerrein Laak gerealiseerd. Om vast te stellen of de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op beschermde soorten is een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd en bij het bestemmingsplan gevoegd als Bijlage 5 bij de toelichting (Rapportage Quickscan flora en fauna, Archimil, rapportnummer C222544.001.003, 18 oktober 2022). Bij de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van enkele landbouwpercelen aan de Bevelantstraat ongenummerd te Roggel is op de locatie geen beschermde flora en fauna waargenomen binnen het plangebied. Wel kan het plangebied (incidenteel) gebruikt worden door beschermde fauna. De resultaten zijn verwerkt in onderstaande tabel.