Toelichting
Tekst van het document
Resultaten Quickscan flora en fauna uitgevoerd door Archimil BV
De groenstrook aan de oostzijde is geschikt als nestplaats voor de boomklever, boomkruiper, ekster, merel en meesachtigen (alle categorie 5 soorten). Dit zijn algemene soorten die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders in de directe omgeving te vestigen. Mits er voldoende nestgelegenheid in de omgeving aanwezig is, wat hier het geval is. Voor de activiteit zal de groenstrook deels worden gerooid. Werkzaamheden dienen in het kader van de zorgplicht buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden (niet tussen 15 maart en 15 juli). Het plangebied kan incidenteel gebruikt worden als foerageerlocatie door roofvogels en uilen. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Er is geen sprake van essentieel foerageergebied. Het plangebied kan met name in de bloeiperiode gebruikt worden als foerageerlocatie door vleermuizen. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Aangezien in de omgeving vergelijkbaar foerageergebied aanwezig is, wordt het onwaarschijnlijk geacht dat de functiewijziging een negatief effect heeft op vleermuizen. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Ook wordt het, door de zuidelijke onderbreking van de groenstrook, de aanwezig straatverlichting en het ontbreken van verblijfplaatsen, onwaarschijnlijk geacht dat de groenstrook zal dienen als essentiële migratieroute.
De planlocatie, met name de groenstrook, zou geschikt kunnen zijn als verblijf- en foerageerplaats voor de bunzing, egel, haas, konijn, steenmarter, veldmuis en wezel. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 geldt voor de bunzing, egel, haas, konijn, veldmuis en wezel, jaarrond en steenmarter, 15 augustus tot 1 maart, een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Voor het verwijderen van het groen is de algemene zorgplicht van artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Dit betekent dat het opzettelijk vangen en doden
50
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
van de vrijgestelde diersoorten zoveel mogelijk voorkomen moet worden. In dit kader wordt geadviseerd de groenstrook juist voor of na het broedseizoen en buiten de winterperiode te rooien (februari of september-november). De groenstrook zou geschikt kunnen zijn als verblijf- en foerageerplaats voor de hazelworm. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 geldt voor de hazelworm, in de periode juli–september, een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Voor het verwijderen van het groen is de algemene zorgplicht van artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Gelet op de beperkte oppervlakte van de locatie, de nabijheid van menselijke activiteit en het ontbreken van een migratieroute naar andere gebieden wordt de soort echter niet binnen het plangebied verwacht. Voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
Gevolg voor het planvoornemen Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Rekening houden met voorkomende soorten moet de groenstrook worden gerooid in februari of in september-november. De zorgplicht is altijd van toepassing.
5.9.2 Gebiedsbescherming Er dient aannemelijk te worden gemaakt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Europees beschermde Natura2000-gebieden en Natuur Netwerk Nederland (NNN) / Limburg Natuurnetwerk (LNN)
Natuurnetwerk Het plangebied ligt niet binnen het NNN / LNN, zodat er uitsluitend sprake is van een externe werking. Op een afstand van ongeveer 67 meter ten westen van het plangebied ligt de groenblauwe mantel, die aansluit op het beekdal. Gezien de afstand en de aard van het planvoornemen kunnen negatieve effecten op het Natuurnetwerk worden uitgesloten.
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
51
Globale ligging plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk
Natura 2000 gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied, zodat er uitsluitend sprake is van externe werking. Voor het bestemmingsplan is een Voortoets Natura2000 gebieden uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als Bijlage 6 (Voortoets Natura2000 gebieden, Pouderoyen Tonnaer, rapportnummer P217509.005.003.R3, 21 oktober 2024). De afstanden van de grens van het plangebied tot de dichtstbij liggende Natura2000 gebieden zijn: Circa 1,5 km: Leudal Circa 6,4 km: Sarsven en De Banen Circa 7,5 km: Swalmdal Circa 8,8 km: Roerdal Circa 9,3 km: Groote Peel Circa 12 km: Duitse en Belgische Natura2000 gebieden
52
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
Ligging plangebied ten opzichte van Natura2000 gebieden
Wettelijk kader Natura2000-plantoets bestemmingsplan Artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming regelt de Natura 2000-plantoets. Het bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel is een plan als bedoeld in artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming, aangezien het bestemmingsplan ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt die significante effecten kunnen hebben op de waarden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen (de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied). De bestaande, planologisch legale situatie voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan vormt de uitgangssituatie van de plantoets. Hierbij gaat het om rechtstreekse bouw- en gebruiksmogelijkheden, maar ook om flexibiliteitsbepalingen, aan het herbestemmen van niet verwezenlijkte bouw- en gebruiksmogelijkheden en aan het positief bestemmen van een bestaande planologisch illegale situatie. Alleen stikstofeffecten, geen overige effecten Ontwikkelingen in een bestemmingsplan kunnen dus alleen worden opgenomen, als er geen significant effect is op de Natura 2000 gebieden. De voortoets brengt in beeld of er significante gevolgen kunnen zijn. Dit is afhankelijk van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Als het niet uitgesloten is dat er significante effecten optreden, is een passende beoordeling en plan-m.e.r. nodig.
Gezien de afstand van het plangebied tot Natura2000 gebieden en aard van het planvoornemen heeft het bestemmingsplan alleen ten
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
53
aanzien van het aspect stikstof mogelijke nadelige gevolgen voor Natura2000 gebieden. Overige effecten (met name verstoring door licht, geluid, trillingen, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten, verdroging, vernatting en versnippering) kunnen worden uitgesloten, vanwege de grote afstand tot Natura2000 gebieden. Stikstofgebruiksruimte uitbreidingspercelen De stikstofgebruiksruimte is de hoeveelheid NOx in kg/jaar waarbij sprake is van een depositietoename < 0,005 mol N/ha/jaar (afgerond < 0,00 mol N/ha/jaar). Voor een grove indicatie kan worden uitgegaan van een vlakbron waaraan alleen NOx-emissie wordt toegekend. De stikstofgebruiksruimte binnen het plangebied is zonder toepassing van interne saldering met het bestaand gebruik klein. Deze indicatieve stikstofgebruiksruimte bedraagt zonder interne saldering hooguit 20 kg NOx/jaar (berekend met AERIUS Calculator v2024.0.1, rekenjaar 2024). Het verdwijnen van het landbouwkundige gebruik is het rechtstreekse, onlosmakelijke (positieve) gevolg van de realisatie van de nieuwe activiteit. Onder voorwaarden is het mogelijk om hier rekening mee te houden in het bestemmingsplanspoor én het vergunningenspoor. Daarbij gelden wel juridische voorwaarden om intern te kunnen salderen met bemeste gronden. Beiden sporen hebben namelijk verschillende referentiekaders.
In het bestemmingsplanspoor moet voor de referentiesituatie bij intern salderen worden uitgegaan van de feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Dit betekent dat intern salderen met bemeste gronden mogelijk is, onder de voorwaarde dat deze gronden voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan nog aantoonbaar landbouwkundig worden gebruikt én dit planologisch ook is toegestaan. Volgens de 'emissie-bemesting' viewer van BIJ12 (bron: www.bij12.nl/emissie-bemesting.nl) kan voor de uitbreidingspercelen een ammoniakemissie door bemesting aangehouden worden van 18,88 kg NH3/ha/jaar. (Als uitgegaan wordt van de stikstofgebruiksnorm voor zandgrond en grasland met volledig maaien als feitelijk planologisch legaal gebruik, bedraagt de berekende ammoniakemissiefactor 20,55 kg NH3/ha/jaar. Zie de voortoets voor de berekening en toelichting hierbij. Vanuit een worstcase benadering wordt als referentie uitgegaan van de lagere ammoniakemissiefactor van 18,88 kg NH3/ha/jaar van BIJ12). Deze referentiesituatie resulteert in een stikstofdepositie van 0,03 mol N/ha/jaar op Leudal. Als intern gesaldeerd wordt met bemesting als het huidige landbouwkundige gebruik bedraagt de indicatieve stikstofruimte ongeveer 140 kg NOx/jaar. Gebruiksfase De uitbreiding van het bedrijventerrein met bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1-3 resulteert o.b.v.
kentallen in een toename van maximaal +0,18 mol N/ha/jaar op Leudal (en ook in kleinere toenames op verschillende andere Natura2000 gebieden). Met toepassing van interne saldering resulteert dit in een toename van +0,14 mol N/ha/jaar. Met het oog hierop is het noodzakelijk om in de planregels een stikstofplafond op te nemen, gebaseerd op het bestaand planologisch legaal gebruik voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan. De opgegeven uitbreidingsplannen van Romar-Voss BV en De Bergjes BV resulteren in een dusdanig kleine toename van de stikstofemissie, dat dit op basis van huidige inzichten en berekeningen niet resulteert in een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden, waardoor interne saldering niet eens nodig is. Wel is de stikstofruimte van de uitgangssituatie beschikbaar voor deze bedrijven, wat betekent dat er voldoende marge in stikstofruimte aanwezig is om de plannen te realiseren binnen het stikstofplafond. Voor ieder bedrijf dat zich hier willen vestigen of uitbreiden is het bestemmingsplan uitvoerbaar vanwege de mogelijkheid tot interne saldering binnen het opgenomen stikstofplafond.
54
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
Tijdelijke realisatiefase De tijdelijke realisatiefase resulteert op basis van het planologisch maximaal bruto vloeroppervlak en kengetallen herleid van woningbouw in een toename van 0,02 mol N/ha/jaar op Leudal. Als intern gesaldeerd wordt met het landbouwkundig gebruik dan is er sprake van een afname op Leudal van -0,02 mol N/ha/jaar. Hiermee is het bestemmingsplan ook voor de tijdelijke realisatiefase uitvoerbaar. Met toepassing van interne saldering met het huidig landbouwkundig gebruik kan ongeacht de planning van de realisatiefase en gebruiksfase van de twee bedrijven een toename van stikstofdepositie op Leudal worden uitgesloten. Gevolg voor het planvoornemen Als waarborg is een stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan opgenomen. Het bestemmingsplan maakt vanwege deze regeling geen activiteiten mogelijk die kunnen leiden tot nadelige effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura2000 gebieden. Significant nadelige effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden kunnen worden uitgesloten. De concrete uitbreidingsplannen van Romar-Voss BV en De Bergjes BV zijn uitvoerbaar binnen het stikstofplafond op basis van het bestemmingsplan. Er is voor het bestemmingsplan geen passende beoordeling nodig.
Gezien de afstand tot de Natura2000 gebieden zijn overige effecten, zoals verstoring en verdroging etc., op voorhand uit te sluiten. Het aspect gebiedsbescherming leidt niet tot belemmeringen voor het planvoornemen.
5.10
Water
In het kader van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (Bro) is het verplicht een watertoets uit te voeren. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Als onderdeel hiervan dienen eventuele mitigerende en compenserende maatregelen schetsmatig te worden uitgewerkt en wordt een ruimteclaim bepaald van eventuele waterhuishoudkundige maatregelen. In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Voor deze waterparagraaf is een waterplan opgesteld en bijgevoegd als Bijlage 7 (Waterplan Bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel, Pouderoyen Tonnaer, rapportnummer P21759.005.003.R2, 18 oktober 2023).
Wettelijke kaders In het waterplan wordt ingegaan op het waterbeleid op verschillende overheidsniveaus en wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. De gemeente Leudal volgt ten aanzien van schoon hemelwater de trits 'vasthouden-bergen-afvoeren'. Extra waterberging en afkoppelen vermindert het aantal overstortingen en voorkomt wateroverlast bij hevige neerslag. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Limburg. Het beleid van het waterschap is gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van gebiedseigen water gecombineerd met het zoveel mogelijk scheiden van schoon en verontreinigd water. De referentienorm voor regionale wateroverlast is voor bebouwd gebied 1:100. Deze norm is uitgedrukt als de maximale kans per jaar dat wateroverlast mag optreden. In veel gebieden is de daadwerkelijke kans op wateroverlast kleiner dan de norm aangeeft. Het waterschap adviseert om 10% van het plangebied te reserveren voor water, en om infiltratie- en waterbergingsvoorzieningen in een plan te dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord-Limburg (ten noorden van Sittard) met een beschikbaarheid van de gehele
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
55
bergingscapaciteit binnen 24 uur. In het geval er een waterberging gerealiseerd wordt met een overstort richting het oppervlaktewater dan is de lozing watervergunningsplichtig en is minimaal 100 mm per m2 toename bebouwd/verhard oppervlak een vereiste. In het gemeentelijk beleid wordt uitgegaan van een minimale bergingseis van 50 mm per m2 toename bebouwd/verhard oppervlak. Daarom is in de planregels in artikel 14.3 geborgd dat er pas kan worden gebouwd nadat is aangetoond en verzekerd is dat wordt voldaan aan de genoemde minimale bergingseis van 50 mm, danwel aan een bergingseis van 100 mm als de berging wordt gerealiseerd met een overstort richting oppervlaktewater. Gebruik van onbebouwde en niet-waterdoorlatende gronden voor bedrijfsdoeleinden wordt aangemerkt als strijdig gebruik indien en zolang geen voorzieningen voor opvang van hemelwater zijn gerealiseerd die zijn gedimensioneerd op een bui van 50 mm, danwel 100 mm als de berging wordt gerealiseerd met een overstort richting oppervlaktewater.
Bestaande waterhuishouding De daadwerkelijke uitbreiding van het bedrijventerrein vindt plaats op grond die nu in gebruik is als landbouwgrond. Het schone, afstromende hemelwater van bestaand verhard oppervlak binnen het plangebied (van Romar-Voss BV en Tegeldeal.nl) wordt naar de tussenliggende wadi afgevoerd. Deze wadi is eigendom van de gemeente. Verder zijn aan de voorzijde van de inrichting Romar-Voss BV langs de Bevelantstraat sloten/greppels gegraven voor opvang en afwatering van overtollig hemelwater. Op de onbebouwde percelen van het plangebied is nog geen riolering aanwezig, maar kan aangesloten worden op het rioolstelsel van het bestaande bedrijventerrein. Op het bedrijventerrein Roggel is een verbeterd gescheiden stelsel aanwezig. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten zuiden van het besluitgebied stroomt de secundaire waterloop 'Hezerhoeve'. Dit is een afwateringssloot zonder specifiek ecologische functie. Er hoeven geen aanpassingen verricht te worden aan het oppervlaktewatersysteem. Langs de secundaire watergang 'Hezerhoeve' ligt een beschermingszone van 3 meter aan weerszijden. Alleen de beschermingszone aan de noordzijde van de Hezerhoeve valt binnen het plangebied en is in dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming.
De beschermingszone aan de zuidzijde is opgenomen in het bestemmingsplan 'Veeg- en reparatieplan Buitengebied Leudal 2016'. Deze beschermingszone is primair bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop en daarvoor gelden beperkende regels voor bouwen in deze zone. Met de dubbelbestemming is de beschermingszone voldoende gewaarborgd in het bestemmingsplan. Het plangebied ligt niet in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied ligt wel in de boringsvrije zone Roerdalslenk III. Zolang er geen diepe grondboringen plaatsvinden, vormt dit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het plangebied ligt ook niet in het Limburgs Natuurnetwerk (LNN) of bufferzone voor waterafhankelijke natuur. Op circa 280 meter ten zuiden van het plangebied ligt een natuurbeek. Hier heeft het bestemmingsplan geen effect op. Maaiveldverloop, geomorfologie en bodemdoorlatendheid Het bedrijventerrein ligt op twee geulranddekzandruggen en daartussen ligt een beekdalbodem. ten noorden van het perceel van Romar-Voss BV is een vlak aangeduid als ontwikkelingsgebied voor een beekdal.
Het bestaande maaiveldverloop is licht glooiend en volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland varieert het maaiveld van 28,4 m +NAP tot 29,9 m +NAP (bron: AHN viewer). Rondom het bebouwde gebied van Roggel bevindt zich een brede band van hoge zwarte enkeerdgronden bestaand uit lemig fijn zand. Ten westen van het plangebied gaan de enkeerdgronden over in
56
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
gooreerdgronden. De bovengrond bestaat uit lemig fijn zand. De geschiktheid voor de infiltratie van hemelwater is sterk afhankelijk van de bodemdoorlatendheid. De bodemdoorlatendheid van het gebied wordt uitgedrukt in een K-waarde. De K-waarde van het plangebied is 0,45 tot 0,75 m per dag (bron: bodemdoorlatendheidskaart Waterschap Limburg) en is daarmee redelijk goed te noemen. Infiltratie is hier mogelijk mits de grondwaterstand voldoende laag is (circa 1 meter of dieper). De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 3,0 m-mv. In vrijwel het hele plangebied is sprake van grondwatertrap VII. Op het meest noordelijk deel van het plangebied is dit grondwatertrap VI.
Waterhuishouding planvoornemen Het bestemmingsplan is kaderstellend voor de realisatie van bedrijfsbebouwing, terreinverhardingen, groenvoorzieningen en water. De toename van verharde oppervlakken en daardoor versnelde afstroming van hemelwater dient te worden gecompenseerd door aanleg van hemelwatervoorzieningen. Bij toekomstige nieuwe ontwikkelingen wordt als uitgangspunt gehanteerd dat het hemelwater geïnfiltreerd moet worden in de bodem op het perceel zelf. Uit het opgestelde ruimtelijke kader voor het bestemmingsplan (Ruimtelijk kader uitbreiding bedrijventerrein, Pouderoyen Tonnaer, 20 september 2024) volgt dat bij het creëren van nieuwe hemelwatervoorzieningen middels de aanleg van een wadi op de percelen aansluiting moet worden gezocht bij het historisch beekdallandschap, conform het Limburgs Kwaliteitsmenu Noord en Midden Limburg (LK NML). Dit zijn op onderstaande tekening de licht gele delen van het plangebied, waar rood gestreept pijlen de zichtlijnen gebaseerd op het historisch beekdallandschap aangeven. Hier kunnen bij voorkeur de wadi's worden gesitueerd.
Uitsnede kaart van het ruimtelijk kader voor het bestemmingsplan (Bijlage 2 bij de regels) Voor bedrijven in milieucategorie 1 en 2 is de voorkeur dat het hemelwater wordt afgevoerd naar een bovengrondse open systeem met bodemfilter (bijvoorbeeld infiltratievijver of wadi). Andere acceptabele
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
57
vormen van opvang zijn: Waterdoorlatende verhardingen met zuiverende werking; Ondergronds infiltreren met bodemfilter; Boven- en ondergronds infiltreren zonder bodemfilter; Extensief te gebruiken parkeerplaatsen: waterdoorlatende verhardingen of halfverhardingen zonder bodemfilter. Voor nieuw te realiseren bebouwing wordt geadviseerd daken zonder uitlogende materialen te gebruiken. Hemelwater vallend op daken wordt bij voorkeur verwerkt via een bovengronds open systeem. Acceptabel is het toepassen van waterdoorlatende bestrating of eventueel ondergronds infiltreren.
Bestaande situatie De bestaande wadi voorziet in de hemelwateropvang van het verhard oppervlak van de bestaande bedrijfsgebouwen en verhardingen van Romar-Voss BV en Tegeldeal.nl. De omgevingsvergunning 'Verplaatsing Romar-Voss, Roggel' vastgesteld op 2 juni 2015 omvat ook het perceel van Tegeldeal.nl en het perceel met de wadi (voor perceel Tegeldeal.nl is op 5 december 2019 een omgevingsvergunning vastgesteld). In de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning van 2015 staat een toename van maximaal 8.365 m2 vermeld (uit de luchtfoto volgt ongeveer 8.300 m2 verhard oppervlak binnen de bestaande inrichting Romar-Voss BV). In de omgevingsvergunning voor Tegeldeal.nl is uitgegaan van 1.700 m2 als alles verhard wordt (uit de luchtfoto volgt ongeveer 1.550 m2 verhard oppervlak binnen de bestaande inrichting). Worstcase bedraagt het maximale verhard oppervlak van beide bestaande inrichtingen 10.065 m2 , hetgeen 100% wordt afgekoppeld. 10.065 m2 x 50 mm = 503 m3 als wateropgave indien niet vertraagd wordt afgevoerd op het oppervlaktewatersysteem. Volgens informatie van de gemeente staat deze wadi vaak vol met water en stort geregeld over richting de achterliggende greppel. Dit betekent dat de bestaande wadi geen extra hemelwater ten gevolge van uitbreiding van verhard oppervlak meer kan ontvangen.
Toename verhard oppervlak door uitbreiding bedrijventerrein De toename van verharde oppervlakken dient te worden gecompenseerd door aanleg van hemelwatervoorzieningen. Binnen de bestemming Bedrijventerrein mag volgens de regels van het bestemmingsplan verhard worden. Het bestemmingsplan staat maximaal 18.591 m2 aan nieuw verhard oppervlak toe (= worstcase). Het uitbreidingsdeel met bestemming 'Bedrijventerrein' voor Romar-Voss BV heeft een oppervlak van 3.504 m2 . Het bestemmingsvlak 'Bedrijventerrein' waar De Bergjes BV zich wil vestigen heeft een oppervlak van afgerond 15.087 m2 . Alle verhardingen moeten 100% worden afgekoppeld. Dan is voor de uitbreiding van Romar-Voss BV 2.853 m2 * 0,05 = maximaal 143 m3 nodig voor waterberging en voor De Bergjes BV maximaal 15.087 m2 x 0,05 m = maximaal 754 m3 , indien er geen overstort is naar het oppervlaktewater. In geval van een overstort naar het oppervlaktewater is een watervergunning nodig en de bergingseis van het waterschap 100 mm hetgeen betekent dat voor Romas-Voss 285 m3 bergingscapaciteit nodig is en voor De Bergjes 1.508 m3 . Binnen de bestemming Bedrijventerrein zijn twee delen niet voorzien van een bouwvlak (in het midden en noorden van het plangebied) met een oppervlak van ongeveer 2.320 m2 . Deze delen zijn geschikt voor aanleg van nieuwe waterbergingsvoorzieningen.
Maar ook binnen de bestemming 'Groen', aan de noordzijde van het plangebied, kan extra waterbergingscapaciteit gerealiseerd worden. Geconcludeerd wordt dat er binnen het plangebied in ieder geval voldoende mogelijkheden zijn om extra waterbergingsvoorzieningen aan te leggen die het hemelwater van nieuw verhard oppervlak kunnen bergen. Bij concretisering van de uitbreidingsplannen wordt pas duidelijk hoeveel oppervlakte aan bebouwing en
58
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
verharding daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Dan kan pas de benodigde waterbergingscapaciteit berekend worden en zullen de waterbergingsvoorzieningen gedetailleerd uitgewerkt worden. Deze uitwerkingen vinden plaats ten behoeve van de omgevingsvergunning voor bouwen en indien aan de orde ten behoeve van de watervergunning.
Gevolg planvoornemen Het aspect water vormt geen belemmering voor het plan. Binnen het plangebied is voldoende ruimte beschikbaar voor invulling van de wateropgave voor afstromend hemelwater. Bij de definitieve uitwerking in de omgevingsvergunning en eventueel watervergunning moet gedetailleerd worden ingegaan op de situering en dimensionering van de waterbergingsvoorziening en de constructie en de hemelwaterleidingen van de gebouwen en verharding naar de waterbergingsvoorziening.
5.11
Bodem
Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de ruimtelijke onderbouwing een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Voor onderhavig plan wordt de huidige bestemming 'Agrarisch' omgezet in de bestemming 'Bedrijventerrein'. In dat kader is door Archimil een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd (Verkennend bodemonderzoek Bevelantstraat Roggel, Archimil, rapportnummer C222544.007, 21 september 2022). Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 8 bij deze toelichting. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie als grootschalig niet-verdacht beschouwd. Veld- en laboratorium werkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie grootschalig onverdacht uit de NEN 5740.
Uit het onderzoek volgt dat de grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het noordelijke terreindeel marginaal verontreinigd is met cadmium. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het resterend terrein is evenals de grond uit de onderlaag (0,5-2 m-mv) niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen (pb104), barium, nikkel, zink en/of cadmium. Als grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit. De hypothese, zoals opgenomen in het rapport, grootschalig niet-verdachte locatie kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten.
Gevolg planvoornemen De locatie wordt als grootschalig niet-verdacht beschouwd. Gelet op bovenstaande vormt het aspect bodem geen belemmering voor het planvoornemen. Er is voor het aspect bodem geen noodzaak voor vervolgonderzoek en/of restricties in het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
59
5.12
Archeologie en cultuurhistorie
5.12.1 Archeologie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. De Wamz is in zijn geheel opgenomen in de Monumentenwet 1988 (Mw art. 38 t/m 60). In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. De op 1 juli 2016 in werking getreden Erfgoedwet heeft de Monumentenwet 1988 deels vervangen als het gaat om archeologie. In de Erfgoedwet is vastgelegd wat onder cultureel erfgoed (waar archeologie onder valt) wordt verstaan. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving betreffen, gaan naar de Omgevingswet. Voor een aantal onderdelen (onder andere bestemmingsplannen) is voor de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Op basis van de geldende bestemmingsplannen 'Bedrijventerrein Roggel' en 'Reparatie en veegplan Buitengebied Leudal 2016' geldt binnen het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 5'.
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Voor het plangebied geldt dat voor een verstoring van dieper dan 40 cm onder het oppervlak óf een bodemingreep groter dan 1.000 m2 een archeologische onderzoek benodigd is. Met de uitbreiding van het bedrijventerrein worden bodemingrepen voorzien van dieper dan 40 cm onder het oppervlak én een bodemingreep van groter dan 1.000 m2 . Daarom is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (Econsultancy , rapportnummer 19918.001, d.d. 21 oktober 2022, Bijlage 9) . Het bureauonderzoek toont aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied kunnen bevinden. De aanwezigheid van een dekzandvlakte nabij stromend water verhoogt de kans hierop. Daarom is aansluitend een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op grond van de resultaten luidt het advies om het plangebied door middel van een proefsleuvenonderzoek verder te onderzoeken. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen.
Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Gevolg planvoornemen Zolang het archeologisch vervolgonderzoek niet is uitgevoerd kunnen de gronden binnen het plangebied niet worden vrijgegeven en blijft in het bestemmingsplan de dubbelwaarde 'Waarde - Archeologie 5' behouden. Hiermee blijft gewaarborgd dat eventuele aanwezige archeologische waarden niet kunnen worden aangetast. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 5.12.2 Cultuurhistorie Per 1 september 2017 is de Erfgoedwet in werking getreden. In een bestemmingsplan dient op grond van het Bro artikel 3.1.6 een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het plangebied ligt volgens de Cultuurhistorische waardenkaart Limburg op enkeerdgrond. Enkeerdgronden zijn humusrijke, oude bouwlanden. Het midden en noorden van het plangebied (waar De Bergjes BV wil
60
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
uitbreiden) ligt daarom ook binnen het cultuurlandschap 'bouwland, kampen'. Het zuiden van het plangebied (ter plaatse van Romar-Voss BV) ligt binnen het cultuurlandschap 'nieuw cultuurland 1890-1990'. Cultuurlandschappen zijn grotendeels ontstaan door ontginning in Limburg. Het zijn vaak herinrichtingen waar de samenhang tussen de ontstaansgeschiedenis van het gebied wordt gekoppeld met nieuwe toekomstige ontwikkelingen. De bouwlanden bevonden zich op de dekzandruggen in de nabijheid van de beekdalen. Door eeuwenlange bemesting (met heideplaggen vermengd met mest uit de potstallen) ontstonden de oude bouwlanden en als kampen herkenbaar door het bolle profiel en de donkere, rijke bodem. Momenteel zijn de kampen vaak niet meer herkenbaar als gevolg van ruilverkavelingen of doordat ze bebouwd zijn met woonwijken, stads- en dorpskernen en bedrijventerreinen. In de 19e eeuw groeide de bevolking sterk en het uitbreiden van het landbouwareaal bood kansen voor het verbouwen van meer producten. Daarbij kwam de ontwikkeling van technologische hulpmiddelen op gang. De eerste grootschalige ontginningen vonden plaats. Dit nieuwe cultuurland 1806-1890 is vooral herkenbaar aan het rechtlijniger wegenpatroon dat direct aansluit op de oude kronkelige wegen. Omliggende wegen zoals de Blenkert, Grote Laak en Vrijkenstraat betreffen wegen van ouder dan 1806.
Deze wegen blijven met het planvoornemen behouden. Binnen het plangebied zelf en in de directe omgeving zijn geen monumentale en/of cultuurhistorisch waardevolle panden aanwezig, waarop een negatieve invloed middels het planvoornemen uitgeoefend zou kunnen worden. Gevolg planvoornemen Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
61
62
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten
Planstukken
Het bestemmingsplan voor de uitbreiding van bedrijventerrein Laak (Roggel) is vervat in een verbeelding, de planregels en de toelichting. De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en / of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. Een belangrijke stap in het actualiseringstraject in de periode 2013-2014 van onder andere het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Roggel' (en alle andere bedrijventerreinen van de gemeente Leudal) is het opstellen van een kaderplan.
Het kaderplan vormde de beleidsmatige ruimtelijke 'denkrichting' voor de afzonderlijke bestemmingsplannen voor de kernen. Een degelijke visie, zowel ruimtelijk als functioneel, is essentieel als basis voor de planologisch-juridische regeling in een bestemmingsplan. De ruimtelijke denkrichting is vastgelegd in het kaderplan dat geldt voor de te actualiseren bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen van de gemeente Leudal. Op deze wijze wordt de uniformiteit tussen de verschillende bestemmingsplannen voor de kernen optimaal gewaarborgd. In het gemeentelijk Handboek Ruimtelijke plannen is opgenomen op welke wijze de verbeelding en planregels dienen te worden opgesteld. Het nieuwe bestemmingsplan voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Laak (Roggel) is opgesteld conform het kaderplan, het gemeentelijk handboek, de landelijke richtlijn voor bestemmingsplannen (SVBP 2012), alsmede de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro).
6.2
Toelichting op de verbeelding
De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:2000. Op de analoge verbeelding wordt door middel van matrices per bestemming specifieke informatie weergegeven.
6.3
Toelichting op de regels
De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing vast. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels;
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
63
Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. 6.3.1 Inleidende regels De inleidende regels behelzen de begrippen en de wijze van meten. Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden.
Visualisatie van de verschillende definities van peil 6.3.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels;
64
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid; Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. Voor wat betreft de nadere eisen regeling zoals deze bij diverse bestemmingen is opgenomen, geldt dat deze aangeeft wanneer en waaraan nadere eisen gesteld kunnen worden, binnen de in de gebruiks- en bouwregels van de afzonderlijke bestemmingen reeds aangegeven begrenzingen van het bestemmingsplan. Navolgend worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht.
Bedrijventerrein Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' is op basis van drie aanduidingen bedrijvigheid toegestaan tot maximaal milieucategorie 2, 3.1 of 3.2, zoals voorkomend op de Lijst van bedrijfsactiviteiten in Bijlage 1 bij de regels. Met dien verstande dat ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 2' uitsluitend categorie 2 bedrijven zijn toegestaan; bij 'bedrijf tot en met categorie 3.1.' uitsluitend categorie 2 en 3.1 bedrijven zijn toegestaan; en bij 'bedrijf tot en met categorie 3.2' uitsluitend categorie 2, 3.1 en 3.2 bedrijven zijn toegestaan. Bedrijfsactiviteiten met verkeersindex 3G en 3P (potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking) zijn niet opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Het bestaande bedrijf Romar-Voss BV is een bedrijf dat volgens de Lijst van bedrijfsactiviteiten binnen milieucategorie 4.1 valt, maar vergelijkbaar is met een bedrijf in milieucategorie 3.2. Zie de toelichting in paragraaf 5.4. Dit bedrijf heeft een specifieke functieaanduiding gekregen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - composietmaterialen', is een bedrijf toegestaan dat composietmaterialen produceert, inclusief de opslag van grond-, hulpstoffen en producten.
De bedrijfsactiviteiten van het bedrijf De Bergjes BV staan niet genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, maar zijn wel vergelijkbaar met andere bedrijfsactiviteiten op deze lijst. De vervaardigingsactiviteit is vergelijkbaar met een bedrijf in milieucategorie 3.1 (bedrijfsoppervlak <= 2.000 m2 ) of milieucategorie 3.2 (bedrijfsoppervlak > 2.000 m2 ). De stalling en opslag van chalets, stacaravans e.d. is vergelijkbaar met een bedrijfsactiviteit in milieucategorie 2. Zie de toelichting in paragraaf 5.4. Dit bedrijf heeft ook een specifieke functieaanduiding gekregen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - chalets en caravans', is tevens een bedrijf toegestaan ten behoeve van de vervaardiging, opslag, uitstalling en verkoop van chalets, stacaravans, woonunits, prefab-woningen, tinyhouses, kantoorunits en andere hiermee vergelijkbare door het bedrijf geproduceerde units, alsmede het stallen, verhuren en verkopen van campers;' Ter plaatse van de functieaanduiding 'waterberging' zijn uitsluitend groenvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van een waterberging toegestaan. Dit betreft het perceel met de bestaande wadi.
Groen Binnen de bestemming Groen zijn groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming Groen dient de landschappelijke inpassing plaats te vinden. Deze inpassing is als een voorwaardelijke verplichting gereguleerd door op (een deel van) de gronden binnen de bedrijfsbestemming de gebiedsaanduiding 'Overige zone - landschappelijke inpassing' (zie ook artikel 10.1) aan te geven. Ter plaatse van deze aanduiding mogen bouwwerken alleen worden gebouwd als verzekerd is dat het bouwperceel landschappelijk wordt ingepast binnen de bestemming Groen, overeenkomstig óf een landschapsplan dat
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
65
voldoet aan de kaders voor landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 2 bij de regels (Romar-Voss BV) óf overeenkomstig het reeds opgestelde landschapsplan (De Bergjes BV), zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de regels. In 10.1.3 zijn de gebruiksregels opgenomen, die onderdeel zijn van de voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing. Daarbij is voor de gebruiksregels rekening gehouden met het gebruik van de gronden anders dan bouwen; de gronden van De Bregjes BV zullen worden ingericht en gebruikt voor (uit)stalling van chalets, stacaravan e.d. Landschappelijke inpassing is ook voor het gebruik in de vorm van het (uit)stallen van belang. Aangezien het daarbij geen bouwen betreft, is in de gebruiksregel bij de voorwaardelijke verplichting voor de betreffende locatie een specifieke inpassingsverplichting voor het stallen van producten opgenomen.
Waarde – Archeologie 5 Ter plaatse van deze dubbelbestemming is het gemeentelijk archeologisch beleid van toepassing met een bepaalde ondergrens voor de noodzakelijkheid van archeologische onderzoek.
Waterstaat – Beschermingszone watergang De zone van 5 m, gemeten vanuit de insteek van de Hezerhoeve is bestemd als 'Waterstaat – Beschermingszone watergang'. Binnen deze dubbelbestemming zijn gebods- en verbodsbepalingen opgenomen voor de bescherming tegen ongewenste invloeden op het oppervlaktewater en het efficiënt kunnen uitvoeren van beheer aan de waterloop. 6.3.3 Algemene regels In de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de Algemene bouwregels is een bepaling opgenomen met betrekking tot ondergronds bouwen, over ondergeschikte bouwdelen en over bestaande maten. In de Algemene gebruiksregels is een nadere bepaling opgenomen met betrekking het gebruik van de gronden. In de Algemene aanduidingsregels is een nadere bepaling opgenomen met betrekking tot landschappelijke inpassing. De Algemene afwijkingsregels en Algemene wijzigingsregels verschaffen het bevoegd gezag de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn.
In de Algemene procedureregels is de procedure van de nadere eisen regeling opgenomen. In het artikel Overige regels zijn de overige zaken geregeld die niet elders kunnen worden ondergebracht. Zo is een bepaling opgenomen met betrekking tot de verhouding tussen eventueel samenvallende dubbelbestemmingen. En er is een bepaling opgenomen ten aanzien van parkeren. 6.3.4 Overgangs- en slotregels In de regel Overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald.
66
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
Hoofdstuk 7 7.1
Haalbaarheid
Financiële haalbaarheid
Op 1 juli 2008 is als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In de Grexwet is bepaald dat de gemeente verplicht is om bij het vaststellen van een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan, maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat alle kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om haar kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de exploitant. De toepassing van de Grexwet richt zich voor het afdwingbare kostenverhaal op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in het Bro: de bouw van één of meerdere woningen; de bouw van één of meerdere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m²; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m².
Het bestemmingsplan ziet toe op de bouw van één of meerdere hoofdgebouwen op de uitbreidingslocatie van De Bergjes BV en er is sprake van uitbreiding van een hoofdgebouw >1.000 m² op de locatie van Romar-Voss BV. Er is hierdoor sprake van een afdwingbaar kostenverhaal. Hiervoor hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld, omdat met beide bedrijven anterieure overeenkomsten zijn gesloten. Op grond van de anterieure overeenkomsten is het afdwingbare kostenverhaal verzekerd.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan voorziet in een concrete uitbreidingsbehoefte van twee lokale bedrijven die al gevestigd zijn op het bestaande bedrijventerrein Laak. De bestaande bedrijven Romar-Voss BV en Tegeldeal.nl en het perceel met de wadi worden consoliderend, op basis van bestaande rechten, opgenomen in het bestemmingsplan. De bedrijven Romar-Voss BV en De Bergjes BV hebben voor hun beoogde bedrijfsontwikkelingen een omgevingsdialoog gevoerd. Beide bedrijven hebben in het najaar van 2022 gesproken met alle omwonenden en nabijgelegen bedrijven die zicht hebben op de uitbreidingslocaties. Uit de gevoerde dialoog is gebleken dat de omgeving overwegend positief heeft gereageerd op de plannen, behoudens één omwonende die heeft aangegeven het jammer te vinden dat het zicht vanuit zijn woning/perceel steeds minder wordt door de uitbreiding van het bedrijventerrein, maar dat hij de plannen voor de uitbreiding niet wil verhinderen. Daarnaast heeft één van de omwonenden aandacht gevraagd voor de gevolgen van het plan voor de beek, over de inrichting van de groene inpassingszone en of de plannen gevolgen hebben voor licht in de woning. Tenslotte heeft één eigenaar aangegeven kennis te hebben genomen van de plannen, maar binnen afzienbare tijd geen eigenaar meer zal zijn van de locatie.
Gedurende de procedure tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt eerst een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd, ten aanzien waarvan eenieder een zienswijze kenbaar kan maken. Na vaststelling door de gemeenteraad kan beroep worden ingesteld, waardoor voldoende (rechts)middelen wordt geboden aan
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
67
bedrijven, omwonenden en andere belanghebbenden om eventuele bedenkingen ten aanzien van het plan kenbaar te maken.
7.3
Overleg
In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Er heeft overleg plaatsgevonden met provincie, waterschap, veiligheidsregio, regiogemeenten, natuur- en milieufederatie, Dorpsraad Roggel en LLTB. De Nota van Overleg is bijgevoegd als Bijlage 12 bij de toelichting.
7.4
Procedure
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State. Gesprek indieners van zienswijzen - 30 mei 2024 Op 30 mei 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen ambtenaren van de gemeente Leudal, de indieners van de zienswijzen, en vertegenwoordigers van Romar-Voss en de Bergjes. De intentie van het gesprek was om de ingediende zienswijzen te bespreken en te onderzoeken op welke punten het bestemmingsplan kan worden aangepast. Aan het begin van het gesprek hebben Romar-Voss en de Bergjes de uitbreidingen toegelicht. Daarbij geeft de Bergjes aan dat de uitbreiding op korte termijn al nodig zal zijn, terwijl Romar-Voss aangeeft dat de uitbreiding op een later moment gepland is. Tijdens het gesprek zijn de indieners van de zienswijzen kritisch op het proces en de rol van de gemeente, omdat de gemeente initiatiefnemer is. Dit blijkt ook uit de ingediende zienswijzen. Uit de gesprekken blijkt wel dat de Bergjes constructieve gesprekken heeft gevoerd met de indieners van de zienswijzen. Daarna zijn de mogelijkheden om het bestemmingsplan aan te passen besproken. Er is gesproken over de maximale bebouwingsmogelijkheden, afmetingen en bebouwingspercentage en de situering van de bebouwing. Dit geeft aanleiding voor de Bergjes om te onderzoeken welke aanpassingen gemaakt kunnen
68
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
worden. Een van de besproken aanpassingen is om het plan aan te passen en de punt aan de noordzijde aan te merken als groen. Dit is voor de aanwezigen een positieve aanpassing. Verder is de mogelijkheid besproken om de bebouwingsvrije zone tussen de twee bedrijven te verplaatsen naar het midden van het bedrijfsperceel van de Bergjes. Daardoor kan geen aaneengesloten bebouwing tussen het perceel voor de chalets en het perceel voor het beoogde bedrijfsgebouw worden gerealiseerd. Ook de mogelijkheden voor overige bouwwerken zijn besproken. Daaruit blijkt dat omwonenden overlast verwachten van klapperende vlaggenmasten en wegnemen van zicht door hekwerken. Tevens zijn de afwatering en het behoud van de bestaande bomen besproken. Door de Bergjes is toegezegd deze opmerkingen mee te nemen in een aangepast landschappelijk inpassingsplan. Ook zijn de milieucategorieën besproken. Indiener van zienswijze 1 verzoekt expliciet de milieucategorieën aan te passen. Ook de mogelijkheden om deze aan te passen zouden worden onderzocht door de Bergjes. Tot slot is gesproken over de overlast van het verkeer bij de Blenkert en de wens van omwonenden voor een vrachtwagenverbod. Er zijn geen zaken naar voren gekomen die niet in de zienswijzen zijn genoemd. Daarom wordt voor het overige verwezen naar de nota van zienswijzen. De Nota van Zienswijzen is bijgevoegd als Bijlage 14.
Het advies van de kwaliteiscommissie Weert, Nederweert, Leudal is bijgevoegd als Bijlage 15.
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
69
70
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
Hoofdstuk 8
Handhaving
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.
Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
71
72
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
Hoofdstuk 9
Communicatie
De communicatie met betrekking tot dit bestemmingsplan zal via de geijkte kanalen plaatsvinden. Publicatie zal plaatsvinden op de gemeentelijke website, www.ruimtelijkeplannen.nl en het Leudal Nieuws.
bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Roggel 2023
73