CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026-2029

Raadsvergadering 4 november 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen Programmabegroting 2026-202929.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast dragen ook de cultuurhistorische landschappen en het immateriële erfgoed bij aan de identiteit van onze gemeente. Bibliotheekwerk De bibliotheek is de plek waar kennis, ontwikkeling, educatie, cultuur en ontmoeting samenkomen. Binnen het bibliotheekwerk werken we aan de basisvaardigheden van inwoners (lezen, schrijven, rekenen, digitale vaardigheden). Hiermee beogen we ook gezondheid en welzijn te verbeteren, armoede te bestrijden, eenzaamheid tegen te gaan en participatie op de arbeidsmarkt en in de samenleving te vergroten. Accommodatiebeleid We willen een transparant, toekomstgericht en betaalbaar voorzieningenaanbod dat aansluit bij de maatschappelijke behoeft en de leefbaarheid in de dorpen ondersteunt. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar harmonisatie van ondersteuning - zonder dat uniformering wordt opgelegd- en naar een doelmatige inzet van middelen. Sportbeleid De gemeente Leudal heeft geen sportbeleid op basis waarvan initiatieven worden getoetst of de inzet van de gemeente Leudal op het gebied van sporten en bewegen wordt afgewogen. Door in 2026 uitvoerings-(kaders) op te stellen geven we richting aan de inzet op het gebied van sport en bewegen voor de komende jaren.

Wat gaan wij daar voor doen? Uitvoeringsprogramma Cultureel erfgoed Voor het cultureel erfgoed in onze gemeente stellen we een uitvoeringsprogramma op, dat we als vervolg op onze omgevingsvisie gaan schrijven. Bovendien werken we aan de beleefbaarheid van ons erfgoed. De kosten hiervoor bedragen € 25.000.

33

Voorlezen thuis We willen het project Voorlezen Thuis vanaf 2026 structureel inzetten in de gemeente Leudal. Dit is een beproefde methode voor om de taalbeheersing van zowel kinderen als hun ouders te verbeteren. In 2025 hebben we het nieuwe bibliotheekbeleid opgesteld. Hierbinnen wordt Voorlezen Thuis geborgd. De kosten hiervoor bedragen € 10.000. Verdieping Accommodatiebeleid In 2026 geven we uitvoering aan de verdieping van het accommodatiebeleid (besluitvorming hierover is voorzien in november 2025). Opstellen sportbeleid We evalueren de huidige inzet op het gebied van sporten en bewegen. Deze evaluatie vormt de eerste logische stap in het proces dat moet leiden tot het opstellen van sportbeleid. Het opstellen van sportbeleid doen we samen met inwoners, verenigingen en belangrijke samenwerkingspartners. Besluitvorming over het nieuwe beleid vindt plaats in 2026. Voor het opstellen van het sportbeleid wordt incidenteel een bedrag van € 30.000 gevraagd. Wat mag dat kosten? Sport, cultuur en recreatie

(bedrag x 1.000) Realisatie Begroting Primitieve Begroting Begroting Begroting 2024 na begroting 2027 2028 2029 wijziging 2026 2025

Lasten Sportaccommodaties

2.720

3.489

3.454

3.482

3.482

3.445

Cult.presentatie, -productie en -partic. Musea

1.634

2.113

1.927

2.101

2.104

2.066

100

69

60

61

62

60

Cultureel erfgoed

164

244

228

224

217

198

Media

830

750

915

913

911

911

Openbaar groen en (openlucht) recreatie Sportbeleid en activering

3.163

3.912

4.659

4.786

4.821

4.854

568

728

809

403

391

391

Totale lasten

9.178

11.306

12.051

11.971

11.989

11.925

-536

-503

-247

-247

-247

-247

Cult.presentatie, -productie en -partic. Musea

-6

0

0

0

0

0

-3

-13

-13

-13

-13

-13

Cultureel erfgoed

-16

-16

-16

-16

-16

-16

Media

-306

-218

-130

-130

-130

-130

Openbaar groen en (openlucht) recreatie Sportbeleid en activering

-51

-29

-29

-21

-21

-21

-328

-271

-236

0

0

0

Totale baten

-1.245

-1.051

-672

-427

-427

-427

Mutatie reserves

-381

-504

-387

-439

-469

-499

7.553

9.751

10.993

11.105

11.093

10.999

Baten Sportaccommodaties

Resultaat

Verbonden partijen

34

2.7 Sociaal domein Binnen het sociaal domein zijn we verantwoordelijk voor de Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet. Naast de taken en verantwoordelijkheden die uit deze twee voortvloeien, speelt de gemeente ook een belangrijke rol als het gaat om inkomensondersteuning en de (re-)integratie naar werk. Visie We streven naar een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt en naar eigen vermogen kan meedoen. De behoeften en talenten van onze gemeenschap staan daarbij centraal. Dat betekent dat mensen iets voor elkaar willen en kunnen betekenen, dat er respect is voor ieders eigenheid, en dat er ruimte is om eigen keuzes te maken. Wanneer ondersteuning nodig is, kunnen inwoners vertrouwen op passende hulp vanuit de gemeente. Wat willen wij bereiken? Iedereen moet kunnen rekenen op passende ondersteuning binnen het sociaal domein, afgestemd op zijn of haar wensen en behoeften. We blijven daarbij de beweging voortzetten om dure, geïndiceerde zorg waar mogelijk om te zetten naar toegankelijke, lokale ondersteuning. Binnen het sociaal domein onderscheiden we drie vormen van ondersteuning: Eigen kracht en 'samenkracht' van inwoners Wij geloven in de kracht van onze inwoners. Idealiter lossen mensen hun hulpvraag zelf op, eventueel met hulp van hun netwerk. In deze vorm van ondersteuning is er weinig tot geen betrokkenheid van de gemeente nodig.

Een goed samenwerkend voorliggend veld voor de meeste hulpvragen Wanneer het niet lukt om een hulpvraag zelfstandig of met hulp van naasten op te lossen, kunnen inwoners terecht bij partners in het voorliggend veld. Dit zijn organisaties waarmee we samenwerken en die algemene of collectieve voorzieningen bieden. Denk aan het consultatiebureau, kinderopvang, scholen, sport- en cultuurverenigingen, wijkaccommodaties en huiskamerprojecten. Daarnaast zijn er partners die vrij toegankelijke ondersteuning bieden, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin, huisartsen, Synthese, het Algemeen Maatschappelijk Werk, de bibliotheek, fysiotherapeuten en sport- en beweegprogramma’s. Deze vormen van ondersteuning zijn laagdrempelig en worden ook wel ‘lichte ondersteuning’ genoemd. We verwijzen hiernaar als het voorliggend veld. Maatwerkvoorzieningen en specialistische zorg waar nodig Wanneer de ondersteuning uit het voorliggend veld niet volstaat, bieden we maatwerkvoorzieningen of specialistische zorg. Deze vormen van zorg zijn beschikbaar voor inwoners met complexe of langdurige hulpvragen. We zorgen ervoor dat ook deze intensieve vormen van ondersteuning beschikbaar zijn binnen onze gemeente, zodat iedereen de zorg krijgt die nodig is. Waar mogelijk begeleiden we inwoners richting lichtere ondersteuning binnen het voorliggend veld.

Toch erkennen we dat sommige inwoners langdurig of blijvend aangewezen zijn op maatwerk of specialistische zorg.

35

Vanwege de complexiteit van deze hulpvragen en het belang van goede samenwerking in het sociaal domein, hebben we onze ambities en doelen vastgelegd in het Beleidsplan Sociaal Domein. Dit doen we samen met de drie gemeenten in Midden-Limburg West. In onderstaande afbeelding vatten we dit beleid visueel samen:

Wat gaan wij daar voor doen? Wij werken aan een goed samenwerkend voorliggend veld waarin we het merendeel van onze inwoners ondersteunen. De ontwikkelingen binnen het sociaal domein gaan snel, en de uitdagingen rond passende zorg en ondersteuning zijn groot. Als gemeente hebben we de verantwoordelijkheid om inwoners – waar nodig – te ondersteunen bij hun deelname aan de samenleving. Daarbij zetten we in op hun eigen kracht én die van hun sociale netwerk. Tegelijkertijd bouwen we aan sterke, toekomstbestendige basisvoorzieningen, denk hierbij aan de huiskamerprojecten, eetpunten, programma Kansrijke Start of de inzet van de praktijkondersteuners jeugd bij huisartsen. Zorgboulevard Een belangrijk lokaal initiatief in dit kader is de ontwikkeling van de Zorgboulevard. Hier brengen we partijen uit de eerstelijnszorg en het sociaal domein samen, zodat zij beter én meer complementair kunnen samenwerken. Door als gemeente deze partijen centraal te huisvesten en hen te stimuleren optimaal samen te werken, verwachten we dat inwoners beter geholpen worden en tegelijkertijd minder afhankelijk worden – en blijven – van (specialistische) zorgorganisaties. Preventie Om te zorgen dat inwoners de juiste zorg krijgen die zij nodig hebben, zetten wij mede in op Welzijn op Recept.

Het doel hiervan is om het welbevinden van de inwoners met psychosociale klachten effectief te verbeteren door activering of deelname aan welzijnsinterventies of andere begeleiding in het sociaal domein. Ketenaanpak Welzijn op Recept loopt van 2025 t/m 2028 en tijdens de looptijd worden 6 huisartsenpraktijken ondersteund door partners (AMW en Synthese) uit het sociaal domein. Bij ketenaanpak valpreventie geeft Negen cursussen aan senioren om vallen te voorkomen Ook vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) wordt gewerkt aan verschillende transformatieplannen en ketenaanpakken om de beweging van het zorg- en medisch domein naar het sociaal domein een impuls te geven.

36

Participatie Vanaf 1 januari 2026 gaat de nieuwe Participatiewet in Balans in. Deze wet bestaat uit een 3-tal sporen die tot en met 2028 gefaseerd in werking treden: Spoor 1 bestaat uit ruim 20 wetswijzigingen waarmee bijstandsgerechtigden meer rechtsen inkomenszekerheid krijgen. Daarbij krijgen professionals in de uitvoering meer ruimte om te kunnen doen wat in het individuele geval nodig is. De impact hiervan is groot: de uitvoering van de Participatiewet wordt in de volle breedte geraakt, van intake en terugvordering tot re-integratie. Spoor 2 betreft een meer fundamentele herziening van de Participatiewet waarbij de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud centraal staan. Dit is een lange termijn opgave waarbij uitgangspunten en basis door het rijk opnieuw gaan vastgesteld worden. Spoor 3 houdt een cultuuromslag in die gericht is op het versterken van de vakkundigheid bij professionals uit verschillende lagen bij gemeenten. Het doel hiervan is dat zij de ruimte ervaren om naast de bijstandsgerechtigden te staan. In 2025 zijn we gestart om onze medewerkers, werkprocessen en systemen voor te bereiden op de komst van de nieuwe wet. In 2026 werken we verder aan een verbetering van onze monitoring- en sturingsinformatie. Meer duidelijkheid over de ontwikkelingen in spoor 2 en 3 verwachten we in de 2e helft van 2026 van het rijk te ontvangen.

MOB Ook wordt met de nieuwe wet de inzet van ons MensOntwikkelBedrijf (MOB), vooral op het gebied van re-integratie, steeds belangrijker. In 2025 is daarom onderzocht hoe het MOB zich kan doorontwikkelen om ook in de toekomst van grote waarde te blijven zijn. In 2026 en verder werken we verder aan de ontwikkelopgaven die hieruit voortvloeien. Armoedebeleid In 2025 hebben we samen met onze partners het huidige armoedebeleid geëvalueerd. Met de uitkomsten hiervan en de uitwerking van de Participatiewet in Balans actualiseren we het armoedebeleid in de 2e helft van 2026. Schuldhulpverlening Binnen de schuldhulpverlening en vroegsignalering zijn veel ontwikkelingen, waaronder het plan 'basisdienstverlening schuldhulpverlening'. In 2025 is een evaluatie van de aanpak van schuldhulpverlening en vroegsignalering van schulden opgestart. De resultaten hiervan zullen worden meegenomen in een doorontwikkelplan 2026 en verder. Jeugdzorg De transformatie van de jeugdzorg is al enkele jaren een speerpunt, zowel lokaal als landelijk. Met de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 wordt hier op landelijk niveau fors op ingezet. Deze omvangrijke opgave kunnen we als gemeente Leudal niet zelfstandig realiseren. Daarom zoeken we nadrukkelijk de samenwerking met andere gemeenten in Midden-Limburg.

Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in Leudal vervult een centrale rol in de lokale basisondersteuning voor jeugdigen en gezinnen. Ter versterking van het lokale CJG-team in Leudal wordt, in samenwerking met de regiogemeenten, een regionaal veiligheidsteam opgericht. Dit team gaat zich richten op gezinnen met complexe veiligheidsproblematiek, waardoor de jeugd- en gezinswerkers van ons lokale CJG-team meer capaciteit krijgen om zich te richten op hun basistaken. De oprichting van dit veiligheidsteam vormt een belangrijke stap in de voorbereiding op de landelijke implementatie van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.

37

In korte tijd zijn diverse grote systeemaanbieders, vaak ook aanbieders die aangewezen zijn als cruciale jeugdhulpaanbieders, in stevige financiële problemen gekomen. Gemeenten staan, vanuit verantwoordelijkheid voor continuïteit van jeugdhulp, financieel gezien aan de lat voor deze kosten, om daarmee een dekkend jeugdhulplandschap te borgen. Het monitoren van deze aanbieders vraagt een stevige investering in capaciteit. Regionale samenwerking Noord en Midden Limburg Binnen de regionale samenwerking Noord- en Midden-Limburg is een onderzoek gestart naar de integratie en implementatie van bedrijfsvoeringstaken binnen het sociaal domein. Het gaat hierbij om een mogelijke aansluiting van Midden-Limburg op module 1 van de MGR (Modulaire Gemeenschappelijke Regeling) met ingang van 2026. Module 1 van de MGR richt zich op het uitvoeren van bedrijfsvoeringstaken zoals contract -en inkoopmanagement, business control en toezicht op de Wmo en de Jeugdwet. Op dit moment voeren de Midden-Limburgse gemeenten deze taken nog zelfstandig binnen hun eigen regio uit. Deze voorgenomen verandering binnen de bedrijfsvoering van het sociaal domein is nog onder voorbehoud. De verwachting is dat in het najaar van 2025 een definitief plan van aanpak wordt voorgelegd, waarna het besluitvormingsproces voor alle betrokken gemeenten in Noord- en Midden-Limburg van start zal gaan.

Bij een positief besluit kan de implementatie op zijn vroegst starten in het eerste kwartaal van 2026.

38

Wat mag dat kosten? Sociaal domein

(bedrag x 1.000) Realisatie Begroting Primitieve Begroting Begroting Begroting 2024 na begroting 2027 2028 2029 wijziging 2026 2025

Lasten Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en 1e lijnsvoorziening Wmo Inkomensregelingen

5.269

5.940

4.260

4.053

4.049

3.929

550

174

176

179

176

176

7.693

7.960

6.877

6.895

6.892

6.892

WSW en beschut werk

3.696

3.611

3.349

3.163

2.973

2.778

Arbeidsparticipatie

1.604

2.003

2.595

2.753

2.717

2.717

Hulpmiddelen en diensten (Wmo) Jeugdhulp ambulant regionaal Huishoudelijke hulp (Wmo)

1.261

1.216

1.204

1.204

1.204

1.204

92

7.316

6.833

6.833

6.833

6.833

4.065

3.951

3.951

3.951

3.951

3.951

Begeleiding (Wmo)

2.910

2.999

3.007

3.007

3.007

3.007

Beschermd wonen (Wmo)

166

11

47

47

47

47

Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)

19

3

16

16

16

16

Jeugdbescherming

1.089

1.271

1.296

1.298

1.298

1.298

Jeugdreclassering

0

14

14

14

14

14

732

0

0

0

0

0

Toegang en 1e lijnsvoorziening Jeugd Coördinatie en beleid Wmo

3

1.993

2.016

2.016

2.015

2.015

0

1.569

1.514

1.555

1.548

1.548

Coördinatie en beleid Jeugd

0

434

600

611

605

605

Jeugdhulp met verblijf regionaal PGB Jeugd

0

2.071

2.155

2.155

2.155

2.155

0

365

365

365

365

365

Jeugdhulp ambulant landelijk

0

125

125

125

125

125

Jeugdhulp met verblijf landelijk PGB Wmo

0

125

125

125

125

125

0

662

662

662

662

662

29.149

43.814

41.187

41.028

40.779

40.463

Dagbesteding (Wmo)

Totale lasten

39

Baten Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en 1e lijnsvoorziening Wmo Inkomensregelingen

-3.954

-2.371

-647

-576

-729

-732

0

0

0

0

0

0

-6.275

-6.511

-5.405

-5.405

-5.405

-5.405

WSW en beschut werk

0

0

0

0

0

0

Arbeidsparticipatie

-60

-70

-70

-70

-70

-70

Hulpmiddelen en diensten (Wmo) Jeugdhulp ambulant regionaal Huishoudelijke hulp (Wmo)

-10

-11

-11

-11

-11

-11

-13

0

0

0

0

0

-284

-220

-220

-220

-220

-220

0

0

0

0

0

0

Beschermd wonen (Wmo)

-1.907

-1.736

-854

-854

-854

-854

Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)

-610

-579

-285

-285

-285

-285

Jeugdbescherming

0

0

0

0

0

0

Jeugdreclassering

0

0

0

0

0

0

Dagbesteding (Wmo)

0

0

0

0

0

0

Toegang en 1e lijnsvoorziening Jeugd Coördinatie en beleid Wmo

-13

0

0

0

0

0

0

-54

-54

-54

-54

-54

Coördinatie en beleid Jeugd

0

-54

-54

-54

-54

-54

Jeugdhulp met verblijf regionaal PGB Jeugd

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Jeugdhulp ambulant landelijk

0

0

0

0

0

0

Jeugdhulp met verblijf landelijk PGB Wmo

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-13.125

-11.606

-7.601

-7.530

-7.683

-7.686

-163

-154

0

0

0

0

15.861

32.054

33.586

33.499

33.096

32.778

Begeleiding (Wmo)

Totale baten Mutatie reserves Resultaat

Verbonden partijen Westrom Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg-Noord (MGR) Omnibuzz

40

2.8 Volksgezondheid en milieu De gemeenten zijn in Nederland verantwoordelijk voor de inzameling van afval en voor het aanleggen en onderhouden van de riolen. Hiervoor wordt ook belasting geïnd (riool- en afvalstoffenheffing). De landelijke lijn is om in deze zaken te streven naar kostendekkendheid. De gemeente Leudal heeft er vanuit een gezonde uitgangspositie tot dusver voor gekozen om op afvalverwerking de burger hierin tegemoet te komen. Dit zijn de twee grootste posten in dit programma. Daarnaast worden ook nog uitgaven verantwoord rondom milieubeheer (zoals maatregelen bedrijvenpark Zevenellen en ongediertebestrijding), begraafplaatsen (zoals het beheer van crematoria) en de volksgezondheid (zoals ambulance en ziekenvervoer).

Visie Een goed en gezond woon- en leefklimaat is opgebouwd uit een fijne woonomgeving met een divers landschap en een goede balans tussen milieu/gezondheid en bedrijvigheid. De gemeente kan deze balans beoordelen bij het uitvoeren van hun wettelijke taken zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving. Aandachtspunten Onze gemeente is door de relatief hoge fijnstof concentratie door veehouderijen in 2024 vanuit landelijke wetgeving aangewezen als aandachtsgebied voor fijnstof. Tegelijkertijd is onze gemeente naast een mooie woongemeente ook een plek waar mensen ondernemen en werken om de basis te leggen voor onze gezamenlijke welvaart. Toezicht en handhaving op onze ruimtelijke ontwikkeling alsmede op overbelasting en overlast aangaande luchtkwaliteit (inclusief geur) en geluid zijn derhalve aandachtspunten voor onze gemeente. Daarbij horen ook de effecten op de gezondheid en het woon- en leefklimaat van onze inwoners. Een verder aandachtspunt is de doorontwikkeling van Zevenellen en de position paper, waarin aandacht geschonken wordt aan de rol van de gemeente in toezicht, handhaving en de verkeersontsluiting. Wat willen wij bereiken? 1. De basis van een gezonde en veilige leefomgeving is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; niet alles kan overal en niet tegelijkertijd.

Wij maken keuzes over wenselijkheid en haalbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor enerzijds een duurzaam en toekomstbestendig initiatief kan worden gerealiseerd en anderzijds de omgeving (mens en natuur) daarvan niet de nadelige effecten ervaart. 2. Verbeteren en gezonder maken van de leefomgeving door emissies van geluid- en lucht (inclusief geur) te verminderen. Dit geldt met name voor de huidige overbelaste situaties en extra overlast door cumulatie van emissies. 3. Vanuit het Schone Lucht Akkoord in 2030 50% gezondheidswinst realiseren ten opzichte van 2016. 4. Onze beleidsregels actualiseren om te voldoen aan de bepalingen van de Omgevingswet.

41

Wat gaan wij daar voor doen? Geluidsproductieplafond Wij stellen geluidproductieplafonds (GPP) op voor bedrijventerrein Haelen (Windmolenbos en Zevenellen). Het huidige zonebeheersplan en de zonegrens voor het geluid gezoneerde bedrijventerrein Haelen moeten (wettelijke plicht) worden aangepast aan de bepalingen van de Omgevingswet. Dit gaat door de huidige geluidreferentiepunten van het omgevingsplan te vervangen door zogenaamde GPP’s en deze als omgevingswaarde vast te stellen. GPP’s zijn referentiepunten rondom de begrenzing van het industrieterrein in het omgevingsplan, die door het bevoegd gezag worden bewaakt. Bij overschrijding van het GPP moet het bevoegd gezag maatregelen nemen. Schone Lucht Akkoord Wij geven uitvoering aan de jaarlijkse uitvoeringsplannen van het Schone Lucht Akkoord. Grenzeloos meten In 2025 is aangesloten bij Grenzeloos meten, een bestaand burgermeetnet van luchtkwaliteit in Noord-Limburg. Samen met inwoners gaan we meten en meer inzicht en bewustwording krijgen in de lokale luchtkwaliteit. Verder leidt een regionaal dekkend meetnetwerk tot een beter inzicht in de lokale luchtkwaliteit. Inwoners en ondernemers, maar ook de gemeente, kunnen handelen en het gesprek aangaan op basis van de meetresultaten. Position Paper Zevenellen Bedrijvenpark Zevenellen wordt gerealiseerd conform het tijdelijke omgevingsplan.

Het realiseren van een bedrijventerrein dat een balans bewaart tussen economische voordelen en de levenskwaliteit van onze gemeenschap is essentieel. Het ideaalbeeld in de ontwikkeling is daarbij dat er een win-win situatie ontstaat voor beide aspecten. Zevenellen wordt ontwikkeld met aandacht voor duurzaamheid, circulariteit en ook voor het samenwerkingspotentieel tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Zo willen wij komen tot een bijdrage op welvaart, werkgelegenheid en ontwikkeling voor de regio die een netto bijdrage levert aan de gemeenschappelijk ‘brede welvaart’. We gaan verder dan wettelijk verplicht. Wij actualiseren en passen waar nodig het industrieel geurbeleid Zevenellen aan. In 2026 starten met het aanpassen en actualiseren van het huidige industrieel geurbeleid Zevenellen via het wijzigen van het omgevingsplan op het thema 'geur'. De huidige beleidsregels, die specifiek zijn gericht op bio-based activiteiten, zijn na aanpassing ook voor alle beoogde geurrelevante milieubelastende activiteiten toepasbaar. Verder worden tegelijkertijd de huidige beleidsregels zodanig aangepast dat voldaan wordt aan de bepalingen in de Omgevingswet. In de Position Paper Zevenellen wordt aandacht geschonken aan de rol van de gemeente in toezicht, handhaving en de verkeersontsluiting.

De 3 belangrijkste actiepunten die voortvloeien uit deze notitie zijn: • Opzetten van een specifiek meetprogramma rondom Zevenellen;

42

•

Onderzoek naar een optimale ontsluiting van het bedrijvenpark op provinciaal wegennetwerk;

•

Risicomanagement op bedrijvenpark Zevenellen.

Wat mag dat kosten? Volksgezondheid en milieu

(bedrag x 1.000)

Realisatie Begroting Primitieve Begroting Begroting Begroting 2024 na begroting 2027 2028 2029 wijziging 2026 2025 Lasten Volksgezondheid

1.823

1.928

2.157

2.136

2.132

2.132

Riolering

3.985

3.829

3.965

3.952

4.026

4.072

Afval

4.777

4.344

5.251

5.397

5.530

5.668

Milieubeheer

2.360

2.317

3.154

3.738

3.859

3.979

25

108

155

157

157

157

12.970

12.526

14.683

15.381

15.704

16.009

-262

-212

-149

-1

-1

-1

Riolering

-4.950

-4.981

-5.031

-5.031

-5.031

-5.176

Afval

-4.411

-3.837

-6.477

-6.660

-6.822

-6.988

-682

-806

0

0

0

0

-6

-7

-7

-7

-7

-7

-10.310

-9.843

-11.664

-11.699

-11.860

-12.172

-4

-4

-4

0

0

0

2.656

2.679

3.015

3.683

3.844

3.837

Begraafplaatsen en crematoria Totale lasten Baten Volksgezondheid

Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria Totale baten Mutatie reserves Resultaat

Verbonden partijen Reinigingsdienst Maasland Bodemzorg Limburg Regionale Uitvoerings Dienst (RUD) Limburg-Noord

43

2.9 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Visie Leudal is een mooie en unieke gemeente met 16 prachtige dorpen en een uitgestrekt buitengebied met veel diversiteit. Het is hier fijn wonen, leven en werken. We zorgen voor elkaar, genieten met elkaar en zetten ons in voor een bruisend verenigingsleven. Elk dorp is uniek en heeft bijzondere en soms verborgen parels waar we iedere dag trots op zijn. De mix van diversiteit in de dorpen en het uitgestrekte en unieke buitengebied willen we ook in de toekomst behouden met als ambitie een woongemeente te zijn. Wat willen wij bereiken? Passende woningbouw in al onze dorpen Wij spelen een actieve rol bij het creëren van substantiële woningbouwplannen. Dit kan niet in één keer en vergt voorbereiding, een zorgvuldige procedure en gefaseerde uitvoering. Wij kiezen bewust voor aansluiting bij hoofdinfrastructuur, zoals de A2, de N280 en een nieuw station. Wij blijven inzetten op betaalbare woningen, voor jong en oud. Dat zijn (sociale) huurwoningen en goedkope koopwoningen. Nieuwe woningen zijn levensloopbestendig en geschikt voor verschillende levensfasen. Wij bieden nieuwe bouwmogelijkheden voor de projectmatige ontwikkeling van strategische locaties, transformatie van bestaand vastgoed en particuliere (ver)nieuwbouw.

De veranderende woningbehoefte is niet alleen met nieuwbouw te vervullen en wordt deels met aanpassingen van bestaande woningen bereikt. Alternatieve woningbouw voor andere doelgroepen Wij zetten niet alleen in op bouwmogelijkheden voor de behoefte van huidige inwoners. Wij hebben ruimere ambities, want Leudal is een aantrekkelijke woongemeente. Bijvoorbeeld voor mensen die werken in de regio Zuidoost-Brabant. Vooral de jongere beroepsbevolking willen wij aan ons binden. Zij zijn belangrijk voor de leefbaarheid van onze dorpen. Ook internationale werknemers zijn al jaren onmisbaar voor onze lokale economie. Om hen op een goede manier tijdelijk te huisvesten hebben wij specifiek beleid. Door het aanbod van sociale huurwoningen en goedkope koopwoningen te vergroten, maken we het voor deze groep ook makkelijker om zich permanent in Leudal te vestigen en hier een leven op te bouwen. De woningcorporaties zijn daarbij een belangrijke samenwerkingspartner. Dat geldt ook voor hun deelname aan gebiedsontwikkelingen en (collectieve) burgerinitiatieven. Een passende wooncarrière voor alle (bestaande en nieuwe) inwoners Wij vinden het belangrijk dat onze senioren en andere kwetsbare doelgroepen zo lang mogelijk actief deelnemen aan de samenleving. Het zelfstandig wonen in hun vertrouwde omgeving is daar een belangrijk onderdeel van.

De nabijheid van familie en vrienden heeft een positief effect op hun zelfredzaamheid. Als ouderen naar een passende woning verhuizen, ontstaat er doorstroom op de woningmarkt. Hierdoor krijgen vele anderen binnen Leudal ook een kans om een gewenste stap in hun wooncarrière te maken. Starters bijvoorbeeld profiteren hier van, omdat zij vaak woningen kopen of huren uit de bestaande woningvoorraad en zo de ontstane verhuisketens compleet maken. Leefbare dorpen en een vitaal buitengebied Leudal kent net als de rest van Nederland een aantal grote ruimtelijke en andere opgaven die om een oplossing vragen, elkaar beïnvloeden en ruimte vragen. In de Omgevingsvisie hebben we gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak. Deze wordt de komen de jaren per gebied verder uitgewerkt en verfijnd.

44

Voor alle gebiedstypen geldt dat we bij nieuwe ontwikkelingen niet alleen oog hebben voor de kernwaarden maar dat altijd sprake is van een bepaalde diversiteit in activiteiten. Wonen, werken en recreëren gaan hand in hand. Focus op de ene activiteit sluit een andere niet uit. De hoofdkoers wordt bepaald door een versterking van de kernwaarden van het betreffende gebied. Door te focussen op de kernwaarden geef je op de ene plaats ruimte aan water en op de andere om te ondernemen of te wonen. Ruimte voor ontwikkeling, waarborg voor kwaliteit De Omgevingswet geeft inwoners, ondernemers en de gemeente meer ruimte om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Het motto van de wet is ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborg voor kwaliteit’. Dat proberen wij vanuit verschillende programma’s ook te bereiken. Bij de afweging van nieuwe ontwikkelingen is de juiste kwaliteit voor ons leidend. De transitie van het landelijk gebied De transitie van de landbouw wordt voortgezet. Ook de andere ruimtelijke opgaven op het gebied van energie en klimaatadaptatie blijven actueel. De zoektocht naar een nieuw evenwicht in het buitengebied tussen natuur, landschap, landbouw, recreatie en toerisme, ruimte om te wonen en leefbaarheid wordt voortgezet. Dit vraagt bestuurlijke keuzes, want niet alles kan overal en niet alles kan meer op de manier die we gewend zijn.

Wat gaan wij daar voor doen? Woningbouw faciliteren en versnellen In een nieuw en uitvoeringsgericht Volkshuisvestingsprogramma leggen wij de door ons gewenste woningbouwontwikkelingen en woon(zorg)opgaven vast. We bouwen daarmee door op de ingezette koers uit de Versnellingsagenda Wonen en vullen deze aan met mogelijkheden voor een breder aanbod aan woonvormen met zorg en ondersteuning. Wij blijven sturen op kwaliteit, zodat nieuwe bouwontwikkelingen ook bijdragen aan het versterken van de leefbaarheid en onderlinge betrokkenheid. Daarnaast besteden wij aandacht ruimte en groen om hittestress te voorkomen en de kans op wateroverlast te verminderen. Wij hebben plannen voor meer dan duizend woningen in de pijplijn. Voor ongeveer 200 woningen geldt een rechtstreekse bouwtitel en voor 300 woningen is al principemedewerking verleend. Voor de andere plannen en nieuwe plannen worden plannen uitgewerkt en planologische procedures doorlopen met het doel dat initiatiefnemers de bouw kunnen starten. Nog meer concreet betekent dit dat we in 2026 de planologische procedures hebben doorlopen of zijn gestart voor onder andere de sportvelden in Kelpen-Oler, de sportvelden in Ell, de uitbreidingsplannen Salmenhofweg in Baexem en Kikveld in Roggel. De woningen aan de Beeklaan in Roggel zijn gebouwd en op de sportvelden in Hunsel zijn de woningen in aanbouw.

Daarnaast starten wij nieuwe projecten om stedenbouwkundige uitgangspunten en kaders uit te werken, quickscans op de haalbaarheid uit te voeren en verkavelingsmogelijkheden en onderzoeken te verrichten. Voor onze eigen grondposities doorlopen wij marktconsultaties vanwege het Didamarrest. Wij voeren deze projecten uit in projectteams om het proces van ruimtelijke ontwikkeling en vergunningverlening te borgen en te versnellen. Wij gaan aan de slag met een nieuwe invulling voor de locatie Ortholaan in Heythuysen, een gebiedsvisie voor de herontwikkeling voor de vrijkomende schoollocatie en het naastgelegen jeugdzorgcomplex in Horn en een gebiedsvisie voor het centrum van Ittervoort. Vanuit het project Bouwen Kleine Kernen en de Bouwstroom Limburg werken wij samen met Wonen Limburg de ontwikkelmogelijkheden uit in onder andere Heibloem en Nunhem. Naast het inzetten op het in ontwikkeling brengen van locaties die eigendom zijn van de gemeente, blijven wij ook projectmatige woningbouwontwikkelingen faciliteren en kansen van derden benutten.

45

Corporaties en zorgpartijen zijn voor ons belangrijke partners voor het huisvesten van diverse aandachtsgroepen en urgent woningzoekenden. Samen werken wij toe naar de verplichte urgentieverordening (vanuit de nieuwe Wet versterking regie op de volkshuisvesting) en geven we uitvoering aan een eerlijkere verdeling van sociale en betaalbare woningen. Betaalbare woningbouw stimuleren Het realiseren van kwalitatieve en betaalbare (huur)woningen kent veel uitdagingen. Met ons herstructureringsfonds woningbouw geven wij een financiële impuls om gewenste bouwprojecten betaalbaar te maken. Denk hierbij aan het faciliteren van sloop of het afdekken van een onrendabele top bij herstructurering door sociale partners. Ook het rijk wil de bouw van betaalbare woningen de komende jaren extra stimuleren en komt in 2026 met een nieuwe regeling. Deze zogenaamde Realisatiestimulans ontvangen gemeenten vanaf het najaar van 2026. Het gaat om een verwachte bijdrage van €7.000 voor elke betaalbare woning waarvan de bouw het jaar daarvoor (in dit geval 2025) is gestart. De jaarlijkse bijdrage vanuit de Realisatiestimulans is afhankelijk van de daadwerkelijke bouwactiviteiten in de juiste segmenten. Het gaat daarbij om woningen met een sociale huur, middenhuur of betaalbare koopprijs.

Wij gebruiken de ontvangen Realisatiestimulans als periodieke aanvulling van ons herstructureringsfonds woningbouw, naast bijdragen die wij krijgen van ontwikkelende partijen op grond van het programma omgevingskwaliteit. Zo kunnen wij gericht bouwprojecten blijven ondersteunen met betaalbare woningen voor onze inwoners. Startersleningen blijven wij verstrekken in Leudal. Zo geven wij starters die dat nodig hebben een extra steuntje in de rug om hun eerste woning te kunnen kopen. De cofinanciering met de provincie verandert vanaf 2026. Voortaan betalen wij ieder de helft van elke starterslening. De afgelopen jaren betaalde de provincie 75% en de gemeente 25%. Voorlopig hebben wij voldoende budget beschikbaar in ons fonds bij Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) om de startersregeling voort te zetten. Verduurzaming Duurzaamheid is een rode draad door diverse thema’s. Wij zetten verder in op de verduurzaming van de bestaande voorraad. Dit blijven wij doen door: subsidies te verlenen aan woningeigenaren die dit het hardste nodig hebben, advies te geven en volledig te ontzorgen. Als dat nodig is laten we kleine aanpassingen aan woningen doen door de Energiebespaarbrigade. De verduurzaming van de bebouwde omgeving is een van de grootste opgaven in de energietransitie.

Dit pakken wij wijkof dorpsgericht aan door te werken aan de ontwikkeling van energiegemeenschappen. Dit doen wij samen met onze partners (o.a. woningcorporaties en energiecoöperaties). Daarnaast geven we komend jaar verder uitvoering aan het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Omgevingsplan Wij vertalen de Omgevingsvisie in een nieuw Omgevingsplan. Dit doen wij in delen. Vorig jaar hebben we een pilot aan de Beeklaan in Roggel uitgevoerd, gevolgd door een plan voor de woonkernen. In 2026 wordt een start gemaakt met een inventarisatie van het buitengebied. Daarnaast gaan we themagericht het Omgevingsplan vormen, bijvoorbeeld door het thema 'geluid' nader uit te werken en in het Omgevingsplan op te nemen. De Omgevingsvisie en het Omgevingsplan vormen het toetsingskader voor nieuwe initiatieven.

46

Groenblauwe netwerk optimaliseren Vorig jaar zijn middelen vrijgemaakt voor het instellen van een garantiefonds voor agrarisch natuur en landschapsbeheer. Dit is inmiddels vanuit het Europese Grootschalig LandbouwBeleid (GLB) voorzien. De vrijkomende middelen worden ingezet om de kwaliteit van het groenblauwe netwerk te versterken door het invullen van ontbrekende stukken in de ecologische verbindingszones. Het differentiëren van de kernrandzones De kernrandzone is een zone van 200 meter rondom dorpen om mens- en dierconcentraties van elkaar te scheiden. De functie van de huidige kernrandzone is het borgen van een gezonde leefomgeving. Dit is voor alle dorpen hetzelfde namelijk 200 meter; dit verandert niet. Door de toenemende druk op het buitengebied willen we deze zones ook gaan inzetten voor meer beleving, ontmoeten, bewegen en het verbinden van het dorp met het agrarische gebied. De zone vormt zo een groene omlijsting rond het dorp, waar mensen kunnen wandelen, fietsen, kunnen genieten van de natuur en zien waar hun voedsel vandaan komt. Een groene omgeving is goed voor onze inwoners. Onze ambitie is dat elke inwoner binnen 300 meter van zijn of haar woonhuis in het groen kan zijn. Door de groene jas worden kernen niet aan elkaar gebouwd en blijven landschapskwaliteiten aanwezig.

Wij zijn in 2025 gestart met de projectverkenning om de kansen en mogelijkheden van de differentiatie in beeld te krijgen en te toetsen. In 2026 starten we met twee pilots. We breiden het onderzoek vervolgens - op basis van de ervaringen in deze kernen - verder uit. Hierbij betrekken we eveneens het vorige punt de verbetering en het behoud van de beekdalen. Klimaatverandering De kwaliteit van het buitengebied verandert door de snel ontwikkelende klimaatverandering. Het buitengebied moet weerbaar gemaakt worden voor hoge temperaturen, lange periodes van droogte, extreme neerslag en hoog water. Vanuit de gedachte dat water en bodem hierin belangrijke sturende elementen zijn, moeten er structurerende keuzes gemaakt worden welke functies in de toekomst mogelijk zijn in de verschillende deelgebieden. Dit doen we enerzijds door een verdere uitwerking van de Omgevingsvisie en anderzijds via een gebiedsgerichte aanpak van de kernrandzones, aanpak van de beekdalen en passende locaties voor ruimtelijke ontwikkelingen.

47

Wat mag dat kosten? Volkshuisv., leefomgev.+ sted. vernieuw.

(bedrag x 1.000)

Realisatie Begroting Primitieve Begroting Begroting Begroting 2024 na begroting 2027 2028 2029 wijziging 2026 2025 Lasten Ruimte en leefomgeving

2.807

3.830

2.698

2.566

2.566

2.566

Grondexploitatie (nietbedrijventerrein) Wonen en bouwen

578

1.476

328

332

331

331

1.948

1.898

1.869

1.993

1.980

1.978

Totale lasten

5.333

7.203

4.895

4.891

4.877

4.874

Ruimte en leefomgeving

-638

-174

-38

-38

-38

-38

Grondexploitatie (nietbedrijventerrein) Wonen en bouwen

-1.043

-1.377

-52

-52

-52

-52

-1.207

-1.103

-1.002

-1.002

-1.002

-1.002

Totale baten

-2.887

-2.654

-1.092

-1.092

-1.092

-1.092

953

-1.072

-87

-156

-154

-152

3.399

3.477

3.716

3.643

3.632

3.631

Baten

Mutatie reserves Resultaat

Verbonden partijen ICT Noord- en Midden-Limburg

48

3 Paragrafen

49

3.1 Lokale heffingen 3.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft de bevoegdheid te bepalen welke belastingen een gemeente heft, welke heffingsmaatstaven worden gehanteerd en welke tarieven daarbij gelden. De gemeente is daarbij beperkt in de soorten belastingen / heffingen die ze mag heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de Gemeentewet. Naast de belastingen heft de gemeenten rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar inwoners. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van diensten niet overschrijden. De heffing en inning van de belastingen van de gemeente Leudal is grotendeels ondergebracht bij de gemeenschappelijke regeling Belasting Samenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). In Leudal worden de volgende belastingen en rechten geheven: Belastingen

Rechten

Onroerende-zaakbelasting

Afvalstoffenheffing

Toeristenbelasting

Rioolheffing Leges Begraafrechten

3.1.2 Beleid en tariefstelling Voor het heffen van de lokale heffingen hanteren wij enkele algemene uitgangspunten. Uitgangspunt blijft om zoveel mogelijk met kostendekkende tarieven te werken. In de volgende paragrafen gaan we nader in op de tarieven. Onderstaand een overzicht van gerealiseerde en geraamde opbrengsten: Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

OZB

-7.127

-7.792

-8.838

-9.241

-9.671

-10.111

Rioolheffing

-4.940

-4.873

-4.873

-4.873

-4.873

-4.873

Afvalstoffenheffing

-3.649

-3.656

-5.844

-6.028

-6.189

-6.356

Toeristenbelasting

-1.612

-1.310

-1.489

-1.489

-1.737

-1.737

-4

-4

-4

-4

-4

-4

-1.822

-1.817

-1.959

-1.959

-1.959

-1.959

-6

-7

-7

-7

-7

-7

-19.160

-19.459

-23.014

-23.601

-24.440

-25.047

Heffing

Baatbelasting Leges Begraafrechten Totaal

50

3.1.3 Onroerende-zaakbelasting De onroerende-zaakbelasting (OZB) worden in Leudal geheven bij eigenaren van woningen en nietwoningen en bij gebruikers van niet-woningen. Als grondslag voor deze belastingen wordt de waarde in het economische verkeer (WOZ-waarde) bepaald van elke onroerende zaak. Leudal hanteert tariefdifferentiatie bij het woningen en niet-woning tarief. De verwachte OZB per huishouden in 2026 bedraagt ongeveer € 366,92 en is gebaseerd op gegevens die bekend zijn per augustus 2025. Wanneer de definitieve cijfers van BsGW in november 2025 bekend worden gemaakt kunnen er nog aanpassingen plaatsvinden. De OZB opbrengsten worden jaarlijks verhoogd met de in de meicirculaire gepubliceerde indexatie prijs nationale bestedingen (pNB). Daarnaast wordt de korting van het Rijk op het Gemeentefonds verrekend als gevolg van een lager dan landelijk gemiddeld OZB tarief (normalisatie). (bedrag x 1.000) OZB belasting

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

OZB woningen

-5.832

-6.098

-6.381

-6.672

OZB niet woningen eigenaar

-1.731

-1.809

-1.893

-1.980

OZB niet woningen gebruiker

-1.276

-1.334

-1.396

-1.459

Totaal

-8.839

-9.241

-9.670

-10.111

3.1.4 Rioolheffing De rioolheffing wordt opgelegd aan de eigenaar van een perceel door middel van een vast bedrag per zelfstandig gedeelte conform de vastgestelde “Notitie omtrent gemeentelijke belastingen”. Uit deze notitie volgt onder meer dat er beperkte differentiatie plaatsvindt. Voor percelen die onderdeel uitmaken van een omsloten terrein bestemd voor verblijfsrecreatieve doeleinden wordt een tariefstelling van maximaal 60% toegepast. Met het vaststellen van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 (GRP) zijn ook de kaders voor de tariefstelling van de rioolheffing voor 2026 vastgesteld. Het tarief voor 2026 bedraagt € 282,51 per perceel of zelfstandige gedeelte daarvan. Voor de verblijfsrecreatieve doeleinden bedraagt het tarief € 169,50 en percelen met een WOZ-waarde minder dan € 30.000 bedraagt het tarief € 141,25. Door de stijgende kosten binnen de gemeentelijke begroting, staat de kostendekkendheid onder druk. Vooralsnog is de voorziening rioolheffing voldoende op peil om de onderdekking op te vangen. Mocht de noodzaak er zijn, dan kan het GRP tussentijds herrekend worden. In 2026 wordt een nieuw GRP vastgesteld.

51

(bedrag x 1.000) Berekening kostendekkendheid rioolheffing 2026 Kosten taakveld Storting voorziening Riolering

Bedrag

Dekking

3.834 99

Inkomsten taakveld (excl. heffingen) Netto kosten taakveld 7.2

3.933

Toe te rekenen kosten: Overhead

572

Marktconforme rente

47

BTW

321

Totale kosten

4.873

Opbrengst heffingen

-4.873

Dekking

100%

3.1.5 Afvalstoffenheffing Vanaf 2022 wordt er op basis van een nieuwe inzamelsystematiek ingezameld. Het huishoudelijk afval binnen de 16 kernen wordt ingezameld volgens de diftar-systematiek waarbij de differentiatie bepaald wordt door het volume van de restafvalcontainer (vastrecht) in combinatie met het aantal ledigingen. De inzameling van huishoudelijk afval wordt uitgevoerd door de Reinigingsdienst Maasland. In het kader van de tariefstelling afvalstoffenheffing worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • kostendekking van 100%; •

verdeling van de kosten in vaste en variabele kosten, waarbij de differentiatie plaatsvindt op basis van de verwerkingskosten van het rest- en gft-afval;

• •

vastrecht wordt opgelegd in het lopende belastingjaar 2026; het aantal ledigingen wordt na afloop van het belastingjaar 2026 opgelegd, deze staan op de belastingaanslag van belastingjaar 2027.

Kostenontwikkeling afval De belangrijkste financiële wijzigingen in 2026 zijn: • •

De korting van € 60 verdwijnt; Vanwege de nieuwe kostenverdeelmethode zal de bijdrage voor de gemeente Leudal

•

stijgen; Rekening houden met de volledige toerekenbare btw, niet slechts een deel;

Vanwege het wegvallen van de korting van € 60 in 2026 zal het tarief voor de afvalstoffenheffing met 20% stijgen. Naast de stijging van € 60, zullen de overige genoemde aspecten een stijging van ongeveer € 20 (6,6%) veroorzaken. In totaal zal de heffing in 2026, rekening houdend met de huidige aantallen, met ongeveer € 80 (26,6%) stijgen. In 2026 is er geen korting op de afvalstoffenheffing voorzien. Bovendien is de verwachting dat in 2026 de CO-2 heffing op het verbranden van restafval aan gemeenten wordt doorbelast door de afvalverwerkers. Het blijft dus van belang om gescheiden afvalinzameling te stimuleren en aandacht te houden voor circulariteit, hergebruik en consuminderen.

52

Onderstaand is de conceptopbouw van de kostendekkendheid te zien. De bedragen zijn gebaseerd op de nu bekende gegevens en kunnen nog afwijken bij definitieve vaststelling van de tarieven. Eventuele afwijkingen zullen worden meegenomen in het raadsvoorstel aangaande de afvalstoffenheffing. (bedrag x 1.000) Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2026

Bedrag

Kosten taakveld

Dekking

4.619

Inkomsten taakveld (excl. heffingen) Netto kosten taakveld 7.3

4.619

Toe te rekenen kosten: Overhead

281

Kwijtschelding

88

BTW

856

Totale kosten

5.844

te realiseren opbrengst

5.844

Opbrengst heffingen

-5.844

Dekking

100%

3.1.6 Toeristenbelasting Op grond van artikel 224 Gemeentewet kan toeristenbelasting worden geheven voor personen die niet in de gemeente wonen, maar wel hier verblijven. Deze personen zijn niet als ingezetene in de basisregistratie personen ingeschreven. Hetgeen anders dan de naam doet vermoeden, alle overnachtingen (recreatief of beroepsmatig) tegen een vergoeding tot een belastingplicht leiden. Voor de gemeente Leudal wordt het tarief voor 2026 vastgesteld op € 1,50 per persoon per nacht. In 2028 zal een tariefsverhoging plaatsvinden naar € 1,75. (bedrag x 1.000) Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Toeristenbelasting

-1.489

-1.489

-1.737

-1.737

Totaal

-1.489

-1.489

-1.737

-1.737

Toeristenbelasting

3.1.7 Leges De legesopbrengsten voor diensten die de gemeente op verzoek levert mogen, op basis van artikel 229 van de Gemeentewet, maximaal 100% kostendekkend zijn. Fiscaal gezien wordt daaraan voldaan wanneer de totale baten de totale lasten op verordening (macro) niveau niet overschrijden. De eisen van het BBV gaan een stuk verder dan de fiscale eisen. Er dient cijfermatig inzicht te worden gegeven met betrekking tot de kostendekkendheid van afzonderlijke onderdelen van de verordening.

53

In 2024 is de Omgevingswet ingevoerd. De gevolgen van deze wet zijn doorgevoerd in onderstaand overzicht. In december worden de tarieven ter definitieve vaststelling aan de raad aangeboden. De legestarieven van titel 1, titel 2 en titel 3 zijn pas bekend na de definitieve vaststelling De baten voor titel 1 zijn niet kostendekkend (89%). Dit komt vooral door de kosteloze huwelijken die de gemeente moet aanbieden. Daarnaast worden er hogere kosten gemaakt voor reisdocumenten, rijbewijzen en bijzondere wetten, waarvoor wettelijke maximum tarieven gelden. De baten voor titel 3 zijn tevens niet kostendekkend (47%). Veel gemeenten kiezen ervoor om de tarieven in deze titel niet te hoog vast te stellen vanwege de gedachte dat hoge tarieven voor deze diensten ertoe zou kunnen leiden dat potentiële horeca zich niet in de gemeente wil vestigen of dat er minder evenementen worden georganiseerd. (bedrag x 1.000) Berekening kostendekkendheid leges 2026 Kosten totaal

Bedrag

Dekking

1.650

Toe te rekenen kosten: overhead

456

Kosten totaal

2.106

Baten titel 1

-1.142

89%

Baten titel 2

-800

100%

Baten titel 3

-17

47%

Baten totaal

-1.959

93%

3.1.8 Begraafrechten In het kader van de tariefstelling begraafrechten wordt het volgende uitgangspunt gehanteerd: •

Streven naar een zo goed mogelijke onderhoudstoestand van de begraafplaatsen.

De kosten voor het onderhoud en groenvoorziening stijgen, echter worden deze niet doorbelast via de heffing. (bedrag x 1.000) Berekening kostendekkendheid begraafrechten 2026

Bedrag

Kosten totaal

115

Kosten totaal

115

Opbrengst heffingen

Dekking

-7

Dekking

3.1.9 Kwijtschelding Bij de overgang van de uitvoering van de belastingen naar BsGW is de uitvoering op een aantal beleidsvlakken geharmoniseerd. Bij de kwijtschelding betekende de overgang naar BsGW feitelijk een verruiming van het beleid bij de verlening van automatische kwijtschelding.

54

6%

Ook voor 2026 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

hantering kwijtscheldingsnormen van 100%; kwijtschelding heeft betrekking op de afvalstoffenheffing (vastrecht), en de ledigingen

•

automatische kwijtschelding vindt plaats conform toetsing door Inlichtingenbureau.

De verwachte kwijtschelding voor 2026 bedraagt € 88.000.

3.1.10 Woonlasten Onder woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Onderstaand overzicht geeft de effecten van de concept tarieven weer voor 2026. Tevens geeft dit overzicht de tariefontwikkeling van de drie belangrijkste gemeentelijke belastingen.

Jaar

OZB Rioolheffing

Afvalstoffenheffing

Totaal eigenaar

Totaal Eigenaar en gebruiker gebruiker

2024

-302,75

-282,51

-288,94

-585,26

-288,94

-874,20

2025

-315,60

-282,51

-299,73

-598,11

-299,73

-897,84

2026

-366,92

-282,51

-379,38

-649,43

-379,38

-1028,81

In 2025 hanteren de omliggende gemeenten de volgende tarieven bij een gemiddeld huishouden: OZB

Rioolheffing

Afvalstoffenheffing

Totaal

Leudal

315,60

282,51

299,73

897,84

Weert

336,24

231,12

362,88

930,24

Nederweert

435,47

313,03

238,11

986,61

Roermond

378,50

201,94

347,48

927,92

Maasgouw

279,37

295,30

302,50

877,17

Echt-Susteren

333,15

298,35

283,00

914,50

Roerdalen

382,36

242,00

342,00

966,36

Peel en Maas

286,86

306,60

250,00

843,46

Horst aan de Maas

445,99

280,00

272,62

998,61

Gemiddeld

372,28

248,44

326,92

926,97

Gemeente

Bron: belastingoverzicht Limburgse gemeenten 2025 Provincie Limburg.

55

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2.1 Algemeen Door aandacht te hebben voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat substantiële risico's leiden tot een bijstelling van de uitvoering van programma's. We gaan zorgvuldig om met risico's en maken bewuste afwegingen bij het aangaan van risico's en nemen passende beheersmaatregelen. Als een risico's zich voordoet kunnen we dit dragen. Een gezond weerstandsvermogen is het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid stagneert. De risicobeheermatrix is het instrument om bovenstaande inzichtelijk te maken. Deze wordt twee keer per jaar geactualiseerd. Op 18 maart 2025 is de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2025 vastgesteld. Deze paragraaf geeft inzicht in de weerstandscapaciteit, weerstandsvermogen en de financiële kengetallen.

3.2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: •

De weerstandscapaciteit: dit zijn middelen en mogelijkheden waarover de gemeente

•

beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die materieel van invloed kunnen zijn op de meerjarige financiële positie.

De omvang van het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang bij een financiële tegenvaller. Door alert te zijn op het weerstandsvermogen, voorkomen we dat elke financiële tegenvaller leidt tot bezuinigingen. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-voorziene financiële tegenvallers te bekostigen. Het gaat om buffers in het eigen vermogen respectievelijk in de exploitatie, die kunnen worden vrijgemaakt om niet-begrote kosten van optredende risico’s die onverwachts en substantieel zijn te dekken, zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid en de uitvoering van taken. De weerstandscapaciteit en de daarmee samenhangende risico’s worden uitgedrukt in geld. Er is onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De gemeente Leudal gebruikt in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit (begrotingssaldo, budget onvoorzien en algemene reserve) om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Vervolgens zal hiervoor bij de eerstvolgende begroting dekking gezocht worden. Lukt dit niet, dan rest de structurele weerstandscapaciteit (de onbenutte belastingcapaciteit) als dekkingsmiddel. De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om calamiteiten eenmalig op te vangen.

Het zijn de direct aan te wenden middelen voor tegenvallers. De volgende reserves kunnen worden gerekend tot de incidentele weerstandscapaciteit: 1. algemene reserve 2. post onvoorzien Met name de algemene reserve bepaalt de weerstandspositie van de gemeente Leudal.

56

De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: 1. de structurele exploitatieruimte 2. de beïnvloedbare ruimte binnen de begroting 3. de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is:

(bedrag x 1.000) Realisatie 2024 Algemene reserve 31-12-

Begroting na Primitieve wijziging 2025 begroting 2026

23.011

Algemene reserve 1-1-

23.011

26.654

1

1

5.755

3.388

2.758

28.766

26.399

29.413

Onvoorzien Saldo rekening/begrotingssaldo Totaal

De weerstandscapaciteit van de gemeente Leudal is € 813 per inwoner (aantal inwoners 36.187).

3.2.3 Risico's Inventarisatie risico’s Voor de begroting 2026 is de risicobeheermatrix opgesteld en opgenomen in de bijlage. De risico's in de risicobeheermatrix bestaan uit structurele risico's en incidentele risico's. Ook is een berekening gemaakt van het weerstandsratio voor zowel de incidentele als ook de structurele risico's. Dit is opgenomen in deze paragraaf.

3.2.4 Onderlinge relatie Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente Leudal in staat is negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen. Achterliggend doel hiervan is dat er gestuurd wordt op een weerstandsvermogen dat voldoende dekking geeft voor de risico’s. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen (BBV art. 11 lid 1): a) de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b) alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Deze relatie komt tot uitdrukking in een ratio die wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (de financiële risico's). Wanneer de ratio minder is dan 1, dan zijn er theoretisch niet genoeg middelen beschikbaar om de risico's af te dekken. Daarom wordt minimaal gestreefd naar een ratio van 1,5. Indien de ratio lager uitvalt dan 1 wordt er uiterlijk binnen één jaar een voorstel aan de raad voorgelegd om de beschikbare weerstandscapaciteit te vergroten en/of de benodigde weerstandscapaciteit te verlagen.

57

Onderstaande tabel geeft inzicht in zowel het incidentele als het structurele weerstandsvermogen.

Incidenteel weerstandsvermogen

2026

Algemene reserve stand 1-1-

26.654

Incidentele begrotingssaldo

-326

Incidentele risico's

3.299

Ideale bandbreedte

>=1,0 en <=1,4

Weerstandsvermogen o.b.v. algemene reserve

7,98

Minimaal benodigde weerstandscapaciteit

3.299

Structureel weerstandsvermogen

2026

Onvoorzien structureel

1

Structurele begrotingssaldo

3.084

Structurele risico's

1.650

Ideale bandbreedte

>=1,0 en <=1,4

Weerstandsvermogen o.b.v. algemene reserve

1,87

Minimaal benodigde weerstandscapaciteit

1.650

3.2.5 Financiële kengetallen Als gemeente zijn we verplicht de onderstaande vijf financiële kengetallen op te nemen in de jaarrekening en begroting. Deze kengetallen geven samen een beeld van de financiële ontwikkelingen in de gemeente. De samenhang tussen de kengetallen hierin is belangrijk. De kengetallen en beoordeling zijn bedoeld om de financiële positie inzichtelijk te maken en kunnen daarnaast gebruikt worden als vergelijking tussen gemeenten.

58

Bij ultimo jaar

Beoordeli Begroti ng Leudal ng na begroting Realisat wijzigin Begroti Begroti Begroti Begroti Bandbreed s jaar ie 2024 g 2025 ng 2026 ng 2027 ng 2028 ng 2029 te (2026)

Netto schuldquote

10%

30%

64%

73%

91%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

6%

26%

59%

68%

86%

Solvabiliteitsrat io

56%

57%

48%

44%

38%

Structurele exploitatieruim te

18%

1%

3%

1%

-3%

Grondexploitati e

1%

0%

7%

2%

0%

Belastingcapaci teit

82%

85%

95%

95%

95%

Cat A <90% Cat B >90 < 136% 130% Cat C > 130 % Cat A <90% Cat B >90 < 131% 130% Cat C > 130 % Cat A > 50% Cat B >20 < 28% 50% Cat C <20 % Cat A > 0% -2% Cat B 0% Cat C < 0 % Cat A <20% Cat B >20 < 0% 35% Cat C > 35% Cat A <95% Cat B >95 < 95% 105% Cat C > 105 %

Cat A

Cat A

Cat B

Cat A

Cat A

Cat B

In de tabel wordt per kengetal aangegeven in welke categorie de gemeente Leudal zit. Hierbij wordt alleen het kengetal in het begrotingsjaar als waarde genomen voor de toekenning van de categorie. Categorieën zijn als volgt: A = Goed B = Voldoende C = Onvoldoende

59

Bron: Afbeelding is overgenomen uit de 'Notitie meerjarig financieel inzicht voor de raad' van september 2020 van de commissie BBV. Hierin wordt op een duidelijke en eenvoudige wijze uitgelegd hoe de kengetallen inzicht geven in de financiële positie van een gemeente/provincie.

60

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de mate waarin de schuldenlast (aflossing en rente) drukt op de exploitatie, met andere woorden hoeveel schuld kan een gemeente dragen. Dit kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden te delen door de totale jaarlijkse baten en wordt uitgedrukt in een percentage van de totale jaarlijkse baten. Het kengetal is hiermee gevoelig voor schommelingen in de baten. De signaalwaarden voor de netto schuldquote zijn als volgt: •

< 90% gezonde positie

•

> 100% Vanaf 100% blijft er te weinig leencapaciteit over om financiële tegenvallers op te vangen

•

> 130% Vanaf 130% is er sprake van een hoge schuld.

De netto schuldquote van de gemeente Leudal voor 2026 is 64% en zit onder de grens van 90% Dit betekent dat er voldoende ruimte is om leningen aan te trekken als dit nodig is. Met de te verwachten investeringen binnen onze gemeente is het gunstig dat deze indicator laag is. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Hierdoor wordt inzichtelijk wat het aandeel van verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen van de gemeente Leudal voor 2026 is 59% en zit onder de grens van 90%. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële termijn verplichtingen op lange termijn te voldoen. Dit kengetal geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. De uitkomst van het kengetal geeft aan welk deel van het gemeentebezit is afbetaald doordat er geen schuld op rust. Hoe lager de ratio hoe meer het bezit met schulden is belast. Gemeenten hebben een vermogensbuffer nodig voor het opvangen van tegenvallers. De maat voor een voldoende solvabiliteit is een ratio groter dan 20% (VNG).

In de Nota Reserves en Voorzieningen gemeente Leudal 2023-2026 wordt een gewenst solvabiliteitsrisico benoemd van circa 40%. Voor 2026 is dit 48% en daarmee voldoende. We zijn in staat om aan onze lange termijn verplichtingen te voldoen vanuit het eigen vermogen. Met het oog op toekomstige grote investeringen is het belangrijk dit kengetal te beoordelen, deze zal dan gaan dalen maar blijft ook in 2029 voldoende (boven de 20%). Structurele exploitatieruimte Om vast te kunnen stellen of er sprake is van een structureel en reëel begrotingsevenwicht wordt er onderscheid gemaakt in structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves te delen door de totale baten. Dit wordt uitgedrukt in een percentage. Een percentage waarmee beoordeeld kan worden welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten en lasten zijn baten en lasten die jaarlijks in de begroting, meerjarenraming en jaarrekening zijn opgenomen. Incidentele baten en lasten zijn posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden.

61

Voor de gemeente Leudal is de ratio in 2026 3% en daarmee positief; de structurele lasten zijn ruim gedekt door structurele baten. Grondexploitatie Het financiële kengetal grondexploitatie geeft in een percentage weer hoe de waarde van de grond zicht verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. Binnen onze gemeente hebben we relatief weinig grote grondexploitaties. Hierdoor lopen we minder risico op grote tekorten als grondposities in waarde dalen. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen en wordt bepaald door de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen in de gemeente. De onbenutte belastingcapaciteit geeft aan hoeveel ruimte de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale extra inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Voor de gemeente Leudal is de belastingcapaciteit in 2026 95% en daarmee is er voldoende ruimte om mogelijke toekomstige tekorten op te vangen binnen de begroting. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) presenteert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde.

3.2.6 Indexering In Leudal maken wij in de begroting gebruik van "lopende prijzen" in de berekening van de inkomsten uit het gemeentefonds. Dit betekent dat we aan de batenkant rekening houden met toekomstige indexeringen. Hierdoor is het verplicht om ook aan de lastenkant indexatie toe te passen. De eenvoudigste methode voor indexering is werken met een stelpost voor indexering. Bij deze methode wordt op het moment dat de daadwerkelijke indexering bekend is dat bedrag vanuit de stelpost toegevoegd aan dat betreffende budget. Een eventueel restant valt jaarlijks standaard vrij bij de 2e Raadsrapportage ten gunste van het begrotingssaldo. Jaarlijks worden de budgetten die onderhevig zijn aan eventuele indexatie beoordeeld. Afhankelijk van de soort kosten wordt bekeken welke indexeringspercentage het best passend is. We maken onderscheid in de volgende indexeringen: • Loonvoet sector overheid (Lvo) • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=ebcea286-af4f-4acc-b5e6-1d4918c6359e