Jaarstukken 2024 def
Tekst van het document
-1.616
2.162
2.164
2.223
59
6.778
8.072
7.693
-379
WSW en beschut werk
3.368
3.710
3.696
-14
Arbeidsparticipatie
1.513
1.590
1.604
14
Maatwerkvoorziening (WMO)
1.215
1.271
1.261
-10
Hulp bij het huishouden (WMO)
3.589
4.199
4.065
-134
Begeleiding (WMO)
3.201
3.702
2.910
-792
Dagbesteding (WMO)
190
190
732
542
Jeugdhulp begeleiding
2.508
2.558
2.098
-460
Jeugdhulp behandeling
391
426
442
16
Jeugdhulp dagbesteding
628
708
798
90
Pleegzorg
425
498
506
8
Jeugdhulp met verblijf overig
998
1.801
1.820
19
Jeugdhulp behand. GGZ zonder verblijf
2.984
2.901
2.997
96
Jeugdhulp crisis/LTA/GGZverblijf Gesloten plaatsing
506
208
251
43
316
255
292
37
Beschermd wonen (WMO)
73
162
180
18
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
20
19
19
0
Jeugdbescherming
915
1.089
1.089
0
Jeugdreclassering
14
0
0
0
35.887
42.410
39.945
-2.465
Totale Lasten
62
Baten Coördinatie en beleid WMO
0
0
0
0
Coördinatie en beleid Jeugd
0
0
0
0
Jeugdhulp ambulant regionaal
0
0
0
0
Jeugdhulp met verblijf regionaal
0
0
0
0
PGB Jeugd
0
0
0
0
Jeugdhulp ambulant landelijk
0
0
0
0
Jeugdhulp met verblijf landelijk
0
0
0
0
PGB WMO
0
0
0
0
-684
-3.776
-3.954
-178
0
-5
-77
-72
-5.405
-6.211
-6.275
-64
WSW en beschut werk
0
0
0
0
Arbeidsparticipatie
0
-75
-60
15
Maatwerkvoorziening (WMO)
-11
-11
-10
1
Hulp bij het huishouden (WMO)
-220
-270
-284
-14
Begeleiding (WMO)
0
2
0
-2
Dagbesteding (WMO)
0
0
0
0
Jeugdhulp begeleiding
0
0
-13
-13
Jeugdhulp behandeling
0
0
0
0
Jeugdhulp dagbesteding
0
0
0
0
Pleegzorg
0
0
0
0
Jeugdhulp met verblijf overig
0
0
0
0
Jeugdhulp behand. GGZ zonder verblijf
0
0
0
0
Jeugdhulp crisis/LTA/GGZverblijf Gesloten plaatsing
0
0
0
0
0
0
0
0
Beschermd wonen (WMO)
-1.800
-1.850
-1.907
-57
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
-600
-610
-610
0
Jeugdbescherming
0
0
0
0
Jeugdreclassering
0
0
0
0
Totale Baten
-8.720
-12.806
-13.190
-384
Resultaat
27.168
29.604
26.757
-2.847
Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Inkomensregelingen
63
Gemeentelijk armoedebeleid De kosten zijn € 101.300 lager dan verwacht. Er is minder geld uitgegeven aan bijzondere bijstand dan begroot. De betalingen per maand fluctueren sterk waardoor een trend lastig is te herkennen. In de tweede raadsrapportage is dit budget bijgesteld, maar nu blijkt dat deze prognose te hoog was. De kwijtschelding gemeentelijke belastingen is 31.700 lager dan begroot. De begroting is gebaseerd op basis van een prognose van de BsGW. Jaarlijks bij de afrekening ontvangen we van de BsGW het daadwerkelijke bedrag aan kwijtscheldingen. WWB Er is meer BUIG subsidie ontvangen vanuit het Rijk dan verwacht. De definitieve beschikking wordt altijd in oktober ontvangen en was € 202.900 hoger dan de voorlopige beschikking. In 2024 is het uitkeringsbestand gedaald met 10 personen. Daarnaast is het aantal personen in de IOAW ook gedaald ten opzichte van 2023. Hierdoor is in totaal € 288.500 minder uitgegeven op de uitkeringen dan begroot. Per saldo is er een nadeel op de baten en lasten BBZ van € 123.700. Dit wordt voor € 132.800 veroorzaakt doordat meer terugontvangen is van zelfstandigen dan geraamd (voordeel). Hierover moet een gedeelte terugbetaald worden aan het Rijk. Doordat de ontvangsten hoger waren dient ook meer terugbetaald te worden. Dit heeft geleid tot een nadeel ten opzichte van de raming.
Tevens heeft er een afwikkeling plaatsgevonden vanuit voorgaande jaren (nadeel). Tot slot bedraagt de afrekening met het Rijk over 2022 € 43.800 nadelig. Dit bedrag moet worden terugbetaald en was niet begroot. Loonkostensubsidie In 2024 is het minimumloon omhoog gegaan. Hierdoor is er € 29.000 meer uitgegeven dan geraamd aan loonkostensubsidie. Inburgering Via de gecommitteerde reserve is het restant budget van € 99.000 voor Einde Lening, nog Inburgeringsplicht (ELIP), meegenomen naar 2025. In 2025 wordt dit ingezet voor inburgeraars uit de oude wet die onvoldoende geld hebben om de cursus af te maken. Hiervoor zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk. Versterken sociale basis Op dit onderdeel is er een onderschrijding van de uitgaven van € 172.100. Dit wordt voor € 194.700 veroorzaakt door de afrekening van de brede spuk. Met betrekking tot de brede spuk geldt dat de gemeente op vijftien middelen vanuit het rijk ontvangt. Deze thema's vallen onder de programma's 6 (sport, cultuur en recreatie), 7 (sociaal domein) en 8 (volksgezondheid en milieu). In eerste instantie worden de rijksmiddelen ingezet voor een aantal specifieke projecten. Indien op het einde van het jaar blijkt dat de rijksmiddelen niet volledig zijn besteed, wordt beoordeeld of in reguliere gemeentelijke budgetten uitgaven zijn geweest die ook toegerekend mogen worden aan de brede spuk.
Op deze manier wordt gezorgd dat de terugbetaling aan het rijk zo laag mogelijk is. In 2024 bestaat het bedrag van € 194.700 onder andere uit een deel dekking voor eigen ambtelijke inzet op de diverse projecten en het toerekenen van reguliere uitgaven aan de brede spuk. Daarnaast is er dekking voor de inhuur/salarislasten van de coördinator brede spuk.
64
Kinderopvang Het bedrag in de begroting bestaat uit enerzijds subsidies voor het peuterprogramma en anderzijds de sociaal medische indicaties (SMI) inclusief vergoedingen van eigen bijdrage. Het verschil in de begroting en de daadwerkelijke kosten bedraagt € 49.200 voordeel. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de bijdragen voor SMI een stuk lager uitvielen. Het gaat hier om een bedrag van € 29.700. Dit is te verklaren, doordat er minder SMI en vergoeding van eigen bijdrage zijn toegekend. Daarnaast is er een effect van 2023 van € 13.200 voordeel te zien. Dit komt doordat er een afrekening (terug te betalen) heeft plaatsgevonden na het opstellen van de tweede raadsrapportage. Tenslotte zijn de inspecties voor de kinderopvang € 11.900 lager uitgevallen dan vooraf ingeschat. Algemene voorzieningen lokaal In het verleden zijn incidentele middelen ontvangen naar aanleiding van Corona die zijn ingezet voor Eén tegen eenzaamheid. Het restant bedrag van € 55.100 wordt via de gecommitteerde reserve meegenomen naar 2025. De regeling loopt tot en met juli 2025. Eerstelijnsloket Wmo De inzet van sociaal medische advisering blijkt € 55.700 hoger uit te vallen dan voorzien was tijdens de tweede raadrapportage. In december 2024 zijn er nog een tweetal facturen van totaal ruim € 50.000 ontvangen. Dit was niet voorzien.
Woningaanpassingen Bij de tweede raadrapportage is de inschatting geweest dat budget voldoende zou zijn. Nu blijkt dat de uitgaven iets hoger zijn, namelijk een overschrijding van € 29.700. In het budget voor woningaanpassing is geen trend te zien. Dit komt doordat er grote verschillen zijn tussen grote en kleine aanpassingen en het aantal aanpassingen. Hulpmiddelen De uitgaven van de reguliere hulpmiddelen vallen € 43.400 lager uit dan de actuele raming. Bij de tweede raadrapportage is het budget bijgesteld met € 55.000 op basis van de uitgaven in het eerste half jaar. Dit blijkt achteraf dus een te hoge bijstelling. De maandelijkse facturatie fluctueert en in de prognose is tevens rekening gehouden met prijsstijgingen. De hulpmiddelen bestaan uit een aantal onderdelen zoals bruikleen, onderhoud, verstrekkingen, incidentele reparatie als gevolg van schade. Op elk van deze onderdelen blijkt dat de daadwerkelijke uitgaven lager zijn geweest dan verwacht. Huishoudelijke hulp Huishoudelijke hulp zorg in natura, onderschrijding van € 107.700. In de 2e rarap is er een prognose gemaakt en het budget verhoogd met € 610.000. De prognose was hoger dan de daadwerkelijke uitgaven. De prognose is gemaakt op basis van realisatie januari tot en met april 2024 + realisatie mei – december 2023 tegen gemiddelde prijs 2024.
We zien meer instroom dan is verwacht in 2024 binnen de huishoudelijke hulp. Wel zien we een afname van de PGB indicaties maar een duidelijke stijging binnen de ZIN indicaties.
65
Begeleiding en dagbesteding Wmo Begeleiding en dagbesteding zorg in natura onderschrijding van per saldo € 298.900. In de 2e Rarap is een prognose gemaakt en het budget verhoogd met € 430.000. De prognose was hoger dan daadwerkelijk. Prognose is dezelfde methode als bij Huishoudelijke hulp. Gemiddeld ontving Leudal voor 318 cliënten Wmo begeleiding een factuur. Over 2023 waren dat er gemiddeld 296. Dat is een stijging van ruim 7%. Deze stijging was al zichtbaar in de laatste twee maanden van 2023. Over het hele jaar 2024 was het aantal cliënten per maand redelijk stabiel, met als laagste aantal in juni met 314 en het hoogste aantal in maart met 324. Beschermd wonen Wmo Met betrekking tot de pilot jongeren in de knel is per saldo € 58.100 gedeclareerd bij de gemeente Venlo vanuit de IZA gelden (Integraal ZorgAkkoord). Tijdens het opstellen van de tweede raadrapportage was nog niet bekend dat dit mogelijk was. Opvang ontheemden uit Oekraïne Het restant van 2023 van € 661.500 wat via de gecommitteerde reserve was overgeheveld naar 2024, is ingezet voor aankoop en bouwrijp maken van de grond en inrichting van de nieuwe opvanglocatie in Heibloem. De aankoop van de grond is (verplicht) geactiveerd en daarom wordt voor het restant van € 454.000 een dekkingsreserve gevormd via de resultaatsbestemming 2024.
Daarnaast ontvangen we over 2024 een specifieke uitkering van het Rijk van € 1.934.100 voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Dit bedrag is voornamelijk gebaseerd op normbedragen per opvangplek. Hiervan is € 1.196.400 uitgegeven aan de opvang, zorg, onderwijs, leefgelden, buitengewone kosten van ontheemden uit Oekraïne, het meerdere van het bouwrijp maken van de grond en uitvoeringskosten bij de gemeente. Dit is inclusief € 55.900 van interne uren doorberekend aan de rijksuitkering (uitvoeringskosten). De salarissen van de medewerkers staan op de kostenverdeelstaat. Jaarlijks wordt achteraf bij de rekening bepaald wat de bestede uren zijn. Daarmee blijft in 2024 een restant bedrag van € 737.700 over. Dit bedrag valt vrij in het rekeningresultaat 2024. Jeugdzorg Op verschillende onderdelen van de segmenten en budgetten jeugdzorg zijn er over- of onderschrijdingen ten opzichte van de actuele raming. De baten zijn per saldo € 13.100 hoger dan geraamd en de lasten zijn per saldo € 2.000 lager dan geraamd. Per saldo een voordeel van € 15.100. Een aantal grotere afwijkingen in de lasten worden hierna weergegeven: • Jeugdzorg zorg in natura onderschrijding van per saldo € 111.200. In de 2e raadsrapportage
•
is op basis van de facturatie gegevens t/m juni een prognose gemaakt voor het hele jaar. Uit de realisatie 2024 blijkt dat bij bijvoorbeeld segment 4 vanaf juli het aantal jeugdigen is gedaald van ruim 400 in de eerste maanden, naar minder dan 390 vanaf september. Op het totaal van segment 4 is hierdoor een onderschrijding van € 287.500. Hier staat tegenover dat bij bijvoorbeeld LTA de eerste maanden een daling van het aantal jeugdigen was te zien, maar dat met name vanaf oktober weer meer jeugdigen zorg ontvangen. LTA is zeer specifieke zorg en kent altijd een zeer grillig verloop. Op LTA is een overschrijding van € 136.100. Jeugdzorg plus overschrijding van € 42.500. Op basis van de uitgaven tot en met juni is een
•
inschatting gemaakt van de kosten voor jeugdzorg plus. Achteraf blijkt de daadwerkelijk bijdrage hoger dan verwacht. Correctie afrekening 2023 GI’s overschrijding € 37.600. In de berekening van de afrekening subsidies 2023 is een fout gemaakt. Dit is pas in januari 2025 geconstateerd en vervolgens ook in de beschikking gecorrigeerd. Hierdoor ontstond er voor Leudal een nabetaling van € 37.600. Dit is nog in de jaarrekening 2024 verwerkt.
66
Centrum voor jeugd en gezin (CJG) De uitgaven voor praktijk ondersteuners huisartsen (POH) jeugd van € 64.200 zijn eind 2024 gedeclareerd bij de gemeente Venlo vanuit de IZA gelden (Integraal ZorgAkkoord). Tijdens het opstellen van de tweede raadsrapportage was dit nog niet inzichtelijk. De onderschrijding van de lasten van € 38.900 wordt veroorzaakt door een lagere afrekening 2023 met het CJG. Dit was pas bekend na de tweede raadsrapportage.
2.7.1 Reserves (bedrag x 1.000) T/O Reserve
I/S Omschrijving
T
I
Gecommitteerde reserve
Begroting 2024 Realisatie 2024
Verschil 2024
Overhev. budgetten
154
-154
Totaal toevoegingen
154
-154
O
Egalisatiereserve Gemeentefondstaakmutaties
I/S
Taakmutatie Energietoeslag
-148
-148
O
Gecommitteerde reserve
I
Overhev. budgetten
-169
-169
Totaal onttrekkingen
-317
-317
2.7.2 Investeringen (bedrag x 1.000) Investeringen
Begroting Realisatie
Restant
Zorgboulevard Leudal
100
34
66
Totaal investeringen
100
34
66
Afvoeren
67
2.7.3 Verplichte indicatoren Indicator
Eenheid Jaar Waarde Bron
Netto arbeidsparticipatie %
2023
Bijstandsuitkeringen
71,7
CBS Arbeidsdeelname
Beschrijving Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking. Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners.
per 2024 10.000 inw 18 jr eo Lopende per 1.000 2022 reïntegratievoorzieningen inw 1565jr
144,4 CBS - Participatie Wet
Wmo-cliënten met een maatwerkarrangement
per 10.000 inw
2024
580
CBS - Monitor Sociaal Domein WMO
% kinderen in uitkeringsgezin
%
2023
3
CBS Jeugd
% werkloze jongeren
%
2023
2
CBS Jeugd
Jongeren met jeugdhulp % van 2024 alle jongeren tot 18 jaar Jongeren met % 2024 jeugdreclassering
13,2
CBS Jeugd
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar.
x
CBS Jeugd
Het percentage jongeren (1222 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar).
Jongeren met jeugdbescherming
%
2024
1,5
CBS Jeugd
Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar.
Demografische druk
%
2024
78,4
CBS De som van het aantal Bevolkingsstatistiek personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar.
143,6 CBS - Participatie Wet
Het aantal reïntegratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten. Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar).
2.7.3 Verbonden partijen ● Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg-Noord (MGR) ● Westrom ● Omnibuzz
68
2.8 Volksgezondheid en milieu Wat hebben we bereikt? Een goed woon- en leefklimaat is opgebouwd uit een fijne woonomgeving met een divers landschap en een goede balans tussen milieu en bedrijvigheid. Het is voor inwoners steeds belangrijker om bewuster bezig te zijn met hun gezondheid. Hoe gezonder je bent, hoe beter je je voelt. De gemeente gaat niet over de individuele gezondheid van elke inwoner, maar kan wel de randvoorwaarden creëren zodat iedereen in Leudal een gezond leven kan leiden. Luchtkwaliteit, geur en verbetering van natuur en landschap, zijn daarom belangrijke thema’s in de gemeente Leudal. Concreet hebben wij het volgende bereikt. • Er is een geactualiseerd uitvoeringsplan voor het Schone Lucht Akkoord (SLA) vastgesteld en •
voor jaarschijf 2024 uitgevoerd. De beleidsregel "Intrekken omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten bij
•
veehouderijen" is vastgesteld. Verdere verduurzaming van het Leudals bebouwd gebied heeft plaatsgevonden (en vindt plaats) door: uitvoering van een communicatiecampagne, vaststelling van een isolatieplan, gericht op verschillende doelgroepen; woningbezoeken en uitvoering van verduurzamingsmaatregelen aan woningen; vaststelling en uitvoering van een Duurzaam Meerjaren Onderhouds Programma (DMJOP).
Wat hebben we ervoor gedaan? Schone Lucht Akkoord Er is een geactualiseerd uitvoeringsplan vastgesteld. De belangrijkste uitgevoerde maatregelen zijn: • Landbouw: actualisatie van omgevingsvergunningen Milieu voor Integrated Pollution Prevention •
and Control-veehouderijen (IPPC-bedrijven; de grote vergunningplichtige veehouderijen); Landbouw: vaststelling van de beleidsregel "intrekken omgevingsvergunning milieubelastende
•
activiteiten bij veehouderijen"; Houtstook: communicatie via website en social media (o.a. stookwijzer) en 40 overlastmeldingen
•
afhandelen via BOA-inzet; Algemeen: doelen en ambities uit het SLA opnemen als onderdeel van de (ontwerp) Omgevingsvisie Leudal, Natuurlijk 2025-2040.
Verduurzamen woningen en klimaat en energie • Door de Energiebespaarbrigade zijn circa 500 woningen bezocht waar advies is gegeven
•
en/of kleine maatregelen zijn aangebracht om energie te besparen en de rekening te verlagen. Er is een isolatieplan opgesteld om alle koopwoningen in Leudal met een energielabel < D
•
beter te isoleren. In RESNML-verband is samen met tien andere gemeenten een Europese aanbestedingsprocedure gestart voor het grootschalig isoleren van koopwoningen met energielabel < D. Het doel is voor 2030 ongeveer 2.000 woningen in Leudal te voorzien van één of meer isolatiemaatregelen.
69
•
Samen met de gemeenten Weert, Nederweert en Cranendonck is een expertrapport
•
opgesteld; “Het energiesysteem van de toekomst”. De centrale vraag in dat kader is: "Hoe zorgen we ervoor dat we op elk gewenst moment kunnen beschikken over voldoende en betaalbare duurzame energie om te voorzien in onze energiebehoefte?”. In de dorpen Ell en Heibloem is samen met de energiecoöperaties Leudal Energie en
•
Zuidenwind gestart met het opzetten van een energiegemeenschap. Ter ondersteuning van de voornoemde projecten is er een communicatiecampagne voor heel
Leudal voorbereid om interne en externe stakeholders te informeren en te stimuleren om deel te nemen aan lokale acties. Voor de verduurzaming van gebouwen en accommodaties verwijzen wij, om dubbelingen te voorkomen, naar paragraaf 3.3.7. Herzien Nota Ruimtelijke Kwaliteit In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit wordt de basis gelegd voor kwaliteitsverbetering en de compensatie van het verlies aan omgevingskwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, in (met name) het buitengebied. De beleidslijn vraagt om aanpassing en nieuwe vormgeving. Enerzijds om beter aan te sluiten op de nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet (het omgevingsplan, de omgevingsvisie en het programma). Anderzijds om inhoudelijk beter aan te sluiten op onze opgaven en ambities. De opgaven en ambities zijn opgenomen in de ontwerp Omgevingsvisie, die in december 2024 ter inzage is gelegd. De in 2024 uitgevoerde voorbereidingen voor de nieuwe beleidsinsteek, worden in 2025 in een programma en een beleidsregel vastgelegd. Onderzoek differentiatie kernrandzones Dit onderzoek is nog niet uitgevoerd. Afgelopen jaar is gewerkt aan de totstandkoming van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie geeft richting en bepaalt het kader waarbinnen het onderzoek uitgevoerd kan worden. Nu de Omgevingsvisie in ontwerp ter inzage heeft gelegen, is dit onderzoek verder opgepakt.
Deelname aan beëindigingsregelingen voor veehouderijen Diverse veehouderijen nemen deel aan de beëindigingsregelingen voor veehouderijen. Een aantal overweegt dit nog of wacht op besluitvorming van het Rijk om deel te kunnen nemen. Met de betrokken ondernemers worden de mogelijkheden voor beëindiging en/of herbestemming onderzocht. Van afval naar grondstof In 2022 is gestart met nieuw afvalbeleid op basis van het principe ‘de vervuiler betaalt’. Het doel was om de hoeveelheid restafval drastisch te verminderen en afvalscheiding te bevorderen. Vanaf 2023 is er niet alleen aandacht voor de hoeveelheid restafval, maar ook voor de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde afvalstromen. Daarom wordt het pmd (plastic en metalen verpakkingen en drankkartons) vanaf 2024 huis-aan-huis ingezameld. De kwaliteit van pmd is in 2024 sterk verbeterd en voldoet nu aan de norm. In het verlengde van deze nieuwe inzamelmethode zijn in 2024 tijdens het project kroonringen circa 2.000 kroonringen aan lichtmasten bevestigd. Daarnaast is in 2024 een goed beeld verkregen van het grote netwerk van vrijwilligers die structureel zwerfvuil opruimen in Leudal. Zij zijn eind 2024 extra in het zonnetje gezet. Tijdens het Dorp van de Maand werden bovendien zwerfvuilacties met basisscholen georganiseerd. Ook leerlingen van Scholengemeenschap Ursula verzorgen vanaf 2024 jaarlijks een zwerfvuilactie.
70
In 2024 was de e-waste race op de basisscholen zeer succesvol. Op scholen in Roerdalen, Maasgouw en Leudal werd twee keer zoveel e-waste - kapotte elektrische apparaten en stekkers/snoeren ingezameld dan landelijk gezien de norm was. Onder het mom 'jong geleerd is oud gedaan' leren kinderen op jonge leeftijd alles over recycling en afvalpreventie. De race krijgt in 2025 een vervolg. Steeds meer soorten afval kunnen als grondstof hergebruikt en gerecycled worden. Dit geldt ook voor de inzamelmiddelen. In 2024 zijn de eerste voormalige PMD containers gerefurbished. Nog bruikbare onderdelen zijn gebruikt om nieuwe ondergrondse containers te realiseren. Dit zijn allemaal stappen in de goede richting, namelijk naar een circulaire economie. Wat heeft dat gekost?
Volksgezondheid en milieu
(bedrag x 1.000) Primitieve Begroting na begroting wijziging 2024 2024
Geboekt 2024 t/m periode
Realisatie begroting
Lasten Volksgezondheid
1.798
1.824
1.823
-1
Riolering
3.564
3.609
3.985
376
Afval
3.946
4.282
4.777
495
Milieubeheer
1.695
1.506
2.360
854
11
36
25
-11
11.014
11.257
12.970
1.713
-204
-246
-262
-16
Riolering
-4.873
-5.009
-4.950
59
Afval
-4.432
-3.919
-4.411
-492
Milieubeheer
0
-406
-682
-276
Begraafplaatsen en crematoria
-7
-7
-6
1
Totale Baten
-9.516
-9.587
-10.311
-724
Resultaat
1.498
1.670
2.660
990
Begraafplaatsen en crematoria Totale Lasten Baten Volksgezondheid
Milieubeheer De uit te voeren taken voor milieubeheer van de RUD worden verrekend bij de deelnemers en zijn voorafgaand aan het jaar niet bekend. Per saldo zijn er in 2024 € 43.000 meer baten dan begroot door uitgeleend personeel. En € 62.000 meer lasten aan te betalen diensten. Ook is gekozen om voor complexe casussen extern advies in te winnen van specialisten. De noodzaak om over te gaan op externe specialisten wordt pas tijdens een procedure zichtbaar en is daarmee vooraf niet eenvoudig in te schatten. Valpreventie Valpreventie is één van de 15 onderdelen van de brede spuk. Ramingstechnisch is rekening gehouden met coördinatiekosten die via de kostenverdeelstaat (indirecte kosten) lopen. Realisatie technisch is dit via het budget van valpreventie verwerkt.
71
Daardoor is er een overschrijding op het budget voor valpreventie ontstaan van € 27.300 wat wegvalt door de onderschrijding op de doorbelasting vanuit de kostenverdeelstaat. Aanpak Energiearmoede Door het Rijk is een specifieke uitkering (SPUK) verstrekt voor de aanpak energiearmoede. Het restant van niet uitgegeven middelen wordt overgeheveld naar 2025 ter besteding. Een gedeelte van de kosten is verantwoordt onder de personele kosten, bedrag € 202.000. Capaciteit klimaat en energie Door het Rijk is een specifieke uitkering (SPUK) verstrekt voor capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Het restant van niet uitgegeven middelen wordt overgeheveld naar 2025 ter besteding. Er zijn nog bijdragen ontvangen op deze middelen na de 2e raadsrapportage 2024, deze mutatie is niet begroot. Ook is een gedeelte van de kosten verantwoordt onder de personele kosten, bedrag € 260.000. Lokale aanpak isolatie Door het Rijk is een specifieke uitkering (SPUK) verstrekt voor de uitvoering van de lokale isolatieaanpak. Het restant van niet uitgegeven middelen wordt overgeheveld naar 2025 ter besteding. De mutatie is budgettair neutraal. Afvalinzameling- en verwerking RD Maasland houdt bij het vaststellen van de jaarlijkse bijdrage vooraf rekening met de te verwachten inzamelvergoedingen voor PMD en glas, die achteraf door Verpact aan de gemeente worden uitgekeerd.
Na ontvangst betalen wij deze vergoedingen door aan RD Maasland. Dat betekent dat de vergoedingen bij de baten staan en de doorbetaling aan RD Maasland bij de lasten, per saldo budgettair neutraal. € 41.000 loonkosten projectleider RD Maasland. Deze zijn niet opgenomen in de begroting van 2024. Vanaf 2025 maken deze kosten onderdeel uit van de begroting. € 55.880 meer verwerkingskosten GFT, aanbod is 6,6% hoger dan in 2023. € 55.330 afwikkeling DVL kwestie RD Maasland. Dit is het aandeel van Leudal in de eerste betaling die RD Maasland niet eerder heeft doorbelast aan de gemeenten. € 28.000 meer verwerkingskosten restafval, waarvan € 7.370 betrekking heeft op 2023. Restant te weinig begroot restafval hoogbouw. € 65.000 niet begrote vergoeding zwerfvuil nabetaling Verpact over 2021 en 2022. € 46.700 meevallende papieropbrengst. De marktprijs was in 2024 relatief hoog. € 34.000 niet begrote bate ministerie prullenbakvergoeding. Per saldo is er een tekort op het taakveld afval van € 3.100 Riool Er is sprake van een overschot doordat er minder exploitatielasten waren dan geraamd en door de toerekening van extra comptabele kosten die niet worden geboekt. Doordat er minder is uitgegeven dan geraamd waren de BTW kosten ook lager. Tevens zijn er nog rioolrechten uit voorgaande jaren ontvangen die bijdragen aan het overschot (€ 55.137).
Daarentegen waren de kosten voor de overhead juist hoger dan geraamd (€ 76.000) vanwege de stijgende personeelslasten.
72
2.8.1 Reserves (bedrag x 1.000) T/O Reserve
Begroting 2024
Realisatie 2024
Afschrijvingen
-4
-4
Totaal onttrekkingen
-4
-4
I/S Omschrijving
Verschil 2024
T Totaal toevoegingen O
BMV Roggel
S
2.8.2 Investeringen (bedrag x 1.000) Investeringen Projecten regionale samenwerking (overheveling GOML)
Begroting Realisatie
Restant
Afvoeren
-2
-65
63
Uitvoering werkzaamheden riolering Roggel
450
450
Reconstructie Molenweg/Maaslandweg Horn
180
173
7
7
Reconstructie Schoolstraat Grathem
331
321
10
10
Reconstructie Maasweg-Hanssum Neer
267
217
50
50
GRP 2022-2026 raamkrediet persleiding (MIP 2023)
15
Voorbereidingskrediet diverse reconstructies 2023
100
89
11
85
56
29
Uitvoering diverse rioleringswerken Renovatie pompgemaal Aziestraat Ittervoort
15
115
115
Reconstructie Winterstraat e.o. Neer
1.325
1.149
Bijdrage DPRA impulsregeling
-202
-202
1.123
947
176
Voorbereidingskrediet diverse projecten 2024
125
117
8
GRP 2022-2026 Raamkrediet vrijverval riolen (MIP 2024)
392
392
79
79
GRP 2022-2026 Raamkrediet milieumaatregelen (MIP 2024)
128
128
GRP 2022-2026 Raamkrediet BRP (MIP 2024)
545
545
Reconstructie Neerderweg Roggel
380
390
Subsidie stimuleringsregeling
-40
-40
Reconstructie Neerderweg Roggel
340
350
Reconstructie Kasteellaan, B.v Broekstraat Haelen
200
200
Voorbereidingen Kaderrichtlijnen Water Maatregelen
160
160
Reconstructie Brigittastraat Ittervoort
887
887
DPRA Impulsregeling
-120
-120
Reconstructie Brigittastraat Ittervoort
767
767
Voorbereiding geluidsanering N 280
17
17
Bijdrage rijk
-17
Reconstructie Winterstraat e.o. Neer
GRP 2022-2026 Raamkrediet persleiding (MIP 2024)
Voorbereiding geluidsanering N 280 Totaal
5.400
176
-10
-10
-10
-17 -17
17
2.838
2.562
57
73
Voorbereiding geluidsanering N 280 De kosten van het nog op te stellen saneringsprogramma zijn nog niet bekend, maar vallen binnen het investeringsbudget.
2.8.3 Verplichte indicatoren Indicator
Eenheid
Jaar Waarde Bron
Beschrijving
Huishoudelijk restafval
kg
2022
De hoeveelheid restafval per inwoner per jaar (kg)
77
CBS
2.8.3 Verbonden partijen ● Reinigingsdienst Maasland ● Bodemzorg Limburg ● Regionale Uitvoerings Dienst (RUD) Limburg-Noord
74
2.9 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Wat hebben we bereikt? Het is fijn wonen in Leudal. Dit willen wij zo houden en verbeteren. Daarbij gaat het om versterking van groen en natuur. Het levendig houden van het (agrarische) buitengebied. Ook gaat het om milieuvriendelijke manieren voor inwoners en ondernemers om stroom en warmte op te wekken. Fijn wonen in Leudal is meer dan alleen het juiste dak boven het hoofd hebben. Het gaat ook om elkaar ontmoeten, voor elkaar zorgen en een gevoel van verbondenheid ervaren. Wij streven naar actieve gemeenschappen met een passende mix van woonvormen, voorzieningen en bedrijvigheid. Concreet hebben wij het volgende bereikt. • De eerste wijziging van het Omgevingsplan is vastgesteld. • De ontwerp Omgevingsvisie 'Leudal, Natuurlijk!' is ter inzage gelegd. • Er zijn 57 woningen gerealiseerd. • Een herstructureringsfonds is geopend en gevuld voor financiële impuls aan •
woningbouwprojecten. De mogelijkheden voor particuliere nieuw- en verbouw zijn verruimd via de
•
Versnellingsagenda Wonen. Meer starters worden gefaciliteerd via een starterslening door extra investeringskrediet voor startersleningen.
Ten aanzien van de woningbouwcijfers geven wij graag een iets uitvoerigere toelichting op het bereikte resultaat. Vertragingen in de realisaties Wij merken dat de voortgang van de bouw en de oplevering van woningen nog steeds vertraging oploopt. Dit is een landelijk probleem. Verplichte afstanden tot agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt (spuitzones) en de stikstofproblematiek bemoeilijken nieuwe ontwikkelingen. Geplande realisaties vertragen door oplopende bouwkosten, krapte op de arbeidsmarkt, lange wachttijden voor een aansluiting op het energienet en/of slepende beroepsprocedures bij de Raad van State. Hierdoor is het aantal opgeleverde woningen in 2024 lager dan verwacht. Er is veel beleidsruimte voor de bouw van nieuwe woningen. Daarbij geldt voor veel woningen zelfs een planologische mogelijkheid of realisatieovereenkomst. In lijn met landelijke problematiek, blijft de daadwerkelijke realisatie echter achter. In totaal zijn 57 woningen gerealiseerd, 42 via nieuwbouw en 15 door inpandige verbouwingen. Daarnaast zijn ook 19 onzelfstandige wooneenheden opgeleverd voor de huisvesting van internationale werknemers. Verder zijn 4 woningen gesloopt voor vervangende nieuwbouw. Het nieuwe woonzorgcentrum aan de Bergerweg in Horn is een voorbeeld van een vertraagd project, dat net na de jaarwisseling is opgeleverd.
Het gaat om 12 aanleunwoningen en 30 zorgeenheden in het huursegment. Deze woningen tellen volgend jaar mee. Per 1 januari 2025 zijn 100 woningen en 42 woonzorgeenheden vergund. Het merendeel daarvan is ook in aanbouw (zie 'start bouw in grotere projecten' hierna). Onze inspanningen om bewust te sturen op betaalbare woningbouw zijn zichtbaar. De grootste opgeleverde woningbouwplannen zijn: - 8 huurappartementen aan de Brugstraat in Grathem (transformatie kantoor naar wonen), - 20 sociale huurwoningen aan de Meijelseweg in Heibloem (tijdelijke woningen). Verder gaat het om kleine ontwikkelingen van één tot vijf woningen.
75
Start bouw in grotere projecten Hierna volgt een korte beschrijving van enkele projecten waarvan de bouw in 2024 is gestart. In het plan Vluchtpadenhof in Buggenum zijn 13 woningen in aanbouw. Hier komen in 16 levensloopbestendige koopwoningen. In CPO Grasheim in Grathem zijn 12 woningen vergund en in aanbouw. Aan de Roggelseweg in Haelen wordt een pand verbouwd tot 4 levensloopbestendige woningen. In het voormalige gemeentehuis Haelen is gestart met de transformatie naar 7 appartementen en enkele commerciële ruimten. In Hunsel wordt het voormalige gemeentehuis verbouwd tot 4 huurappartementen. Daarnaast hebben alle dorpen lopende plannen en/of zicht op nieuwe ontwikkelingen.
Wat hebben we ervoor gedaan? Het Omgevingsplan is technisch in beheer genomen en vervolgens gewijzigd Per 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. Dit brengt een aantal verplichtingen met zich mee. Zo kunnen oude instrumenten als bestemmingsplannen en structuurvisies niet meer worden vastgesteld en is het instrument omgevingsvergunning flink gewijzigd. Tot 2032 betekent dit, dat wij met uw raad werken aan de totstandkoming van nieuwe instrumenten met als doel dat Leudal een leefbare, duurzame en gezonde gemeente blijft en ruimtelijke ontwikkelingen, mits zorgvuldig tot stand gekomen, mogelijk blijven. Als eerste gemeente in Limburg namen wij ons Omgevingsplan technisch in beheer. Vervolgens heeft uw raad, met het oog op de realisatie van woningen, ons eerste Omgevingsplan vastgesteld. Daarbij behoorde Leudal tot een van de eerste gemeenten, die ook inhoudelijk hun omgevingsplan wijzigden. De wijziging geldt voor de ontwikkellocatie Beeklaan in Roggel. Inhoudelijk is dit een belangrijke stap in de gewenste opwaardering van het centrum van Roggel en de realisatie van 34 sociale huurwoningen. In procedurele zin is dit een belangrijke stap in de voorbereiding van de wijziging van het Omgevingsplan voor de woonkernen. De wijziging van het Omgevingsplan voor de woonkernen wordt verder vormgegeven in 2025 (ontwerp ter inzage) en vastgesteld in 2026.
Alle lopende verzoeken voor bestemmingsplannen zijn in 2024 afgerond. In november 2024 stelde uw raad het laatste bestemmingsplan in Leudal vast. Daarmee kwam een einde aan het tijdperk van bestemmingsplannen. Lopende aanvragen voor omgevingsvergunningen onder oud recht (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Wabo) zijn zoveel als mogelijk afgerond. Een aantal Wabo-aanvragen loopt nog vanwege de complexiteit van die aanvragen. Wij geven u nu cijfermatig inzicht in de besluitvorming op aanvragen voor vergunningen voor de fysieke leefomgeving. • 11 milieuvergunningen (het verlenen van milieuvergunningen en de afhandeling van • • • •
milieumeldingen vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de RUD LN); 6 besluiten over verzoeken om maatwerkvoorschriften; 2 hogere waarde besluiten (geluid); 54 meldingen Activiteitenbesluit / starten of wijzigen milieubelastende activiteit; 210 besluiten op aanvragen omgevingsvergunning.
De Omgevingsvisie is opgesteld Onze opgaven en ambities voor de fysieke leefomgeving hebben wij vertaald in de ontwerp Omgevingsvisie 'Leudal, Natuurlijk!'. Een omgevingsvisie raakt een aantal programma's in deze jaarrekening, maar heeft de kapstok in het taakveld 'Leefomgeving'.
76
De (ontwerp) Omgevingsvisie van Leudal geeft richting aan ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen en biedt een kader voor een leefbare, duurzame en gezonde gemeente. De Omgevingsvisie is een uitnodiging aan inwoners, ondernemers, verenigingen en andere partners om mee te bouwen aan een Leudal waarin het in 2040 nog steeds fijn wonen, werken en recreëren is. Wij hebben de visie dan ook ontwikkeld in samenspraak met deze partijen. Dit deden wij de afgelopen jaren via individuele, collectieve en expertbijeenkomsten. In de zomer van 2024 hebben wij een laatste consultatie gedaan op de visie in totaliteit. De visie biedt antwoorden op uitdagingen als de energietransitie en klimaatverandering. Tegelijkertijd bieden trends en ontwikkelingen kansen voor Leudal. De steeds verder groeiende regio Eindhoven ondersteunt onze woningbouwambitie, waarbij een treinstation in onze gemeente goed zou aansluiten. Het buitengebied geeft ruimte aan onder andere een vitale agrarische sector, uitnodigende recreatieve parels en passende zorgvoorzieningen. Bij de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen is het belangrijk dat de 16 unieke dorpen en het uitgestrekte buitengebied van Leudal hun eigen identiteit en kwaliteiten kunnen behouden. De visie wordt in 2025 vastgesteld.
Actief inzetten op grote projectlocaties Eén van de grootste opgaven in de Omgevingsvisie is een passend thuis voor iedere inwoner. Wij hebben het afgelopen jaar opnieuw belangrijke stappen gezet naar een goed gevulde portfolio met passende woningbouwplannen. Wij kiezen bewust voor een actievere aanpak. Onze focus ligt op het benutten van eigen grondposities en het ontwikkelen van prominente locaties die midden in een dorp vrijkomen. Daarnaast zetten we ambitieus in op het ontwikkelen van enkele grootschalige uitbreidingsplannen. Dit doen wij samen met (lokale) ontwikkelaars, woningcorporaties en inwoners. De Versnellingsagenda Wonen is ons afwegingskader. Zo blijft het bouwen in alle dorpen mogelijk en vooral gericht op de betaalbare segmenten, huur en koop. In 2024 hebben wij nieuwe plannen toegevoegd voor zo’n 280 woningen, verspreid over de gemeente. Deels gaat het om nieuwbouw, deels om inpandige transformaties. Voor de invulling van de voormalige voetbalvelden in Hunsel en Kelpen-Oler is een marktconsultatie doorlopen. Dit hebben we in samenspraak met een vertegenwoordiging uit het dorp uitgevoerd. Dit proces is een goed voorbeeld van een integrale aanpak vanuit betrokken inwoners, waarbij woningbouw niet alleen voorziet in de behoefte maar ook inspeelt op de leefbaarheid en een duurzame invulling van locaties voor de toekomst.
In beide plannen komt een mix van diverse woningtypen en prijsklassen (sociaal en betaalbaar). In andere dorpen waar we grondposities hebben, starten soortgelijke trajecten (Ell, Nunhem, Horn). Het totaalproject Bouwen Kleine Kernen zetten we voort via Bouwstroom Limburg. Deze gezamenlijke inkoop en gestandaardiseerde productie vergemakkelijkt de realisatie van sociale huurwoningen. Het vergroot ook de kansrijkheid en financiële haalbaarheid van kleine aantallen sociale huurwoningen per projectlocatie. Ons nieuwe Herstructureringsfonds Woningbouw is een belangrijk instrument om gewenste ontwikkelingen te stimuleren. De eerste storting van € 6,7 miljoen is gedaan. De beleidsregel voor concrete subsidieaanvragen wordt in 2025 uitgerold. Daarmee waarborgen we betaalbare woningbouw voor onze inwoners. Wij hebben in samenwerking met de Omgevingsdienst een projectorganisatie ingericht om enerzijds aanvragen sneller en efficiënter te kunnen afhandelen en anderzijds grote prioritaire locaties versneld te kunnen voorbereiden.
77
Woning- en woonkavelsplitsingen Naast de grote projecten bieden wij ook extra ruimte voor individuele plannen. Mogelijkheden voor woning- en woonkavelsplitsingen zijn verruimd en structureel verankerd in de Versnellingsagenda Wonen. Alternatieve woningbouw voor andere doelgroepen Wij zijn gestart met de voorbereidingen om onze woonwagencentra één voor één over te dragen aan de woningcorporaties. Dit proces is in 2025/2026 afgerond. Startersleningen blijven vaak nodig voor aankoop eerste woning In 2024 is € 600.000 extra investeringskrediet beschikbaar gesteld om starters te blijven ondersteunen met een starterslening van maximaal € 56.000. Dit kan voor de aankoop van een eerste woning tot € 280.000. Door de stijgende huizenprijzen wordt het aanbod woningen dat in aanmerking komt steeds beperkter. Eind 2024 hebben wij de provincie toestemming gevraagd om een hogere koopsom te mogen hanteren, namelijk € 310.000. Begin 2025 pasten we onze verordening hierop aan. Per jaar verlenen we zo’n 20-25 startersleningen. We ondersteunen niet alleen eigen starters, maar trekken ook jongeren uit de regio (terug) naar Leudal. Behoefte monitoren Wij hebben samen met de regiogemeenten een woonzorganalyse uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de behoefte aan wonen met zorg en ondersteuning. De uitkomsten geven een beeld van de huisvestingsopgave van verschillende zorgdoelgroepen.
Aanvullend zijn we gestart met een woningmarktonderzoek. De uitkomsten van beide onderzoeken gebruiken we als bouwsteen voor het (verplichte) Volkshuisvestingsprogramma, dat wij in 2025 vaststellen.
Wat heeft dat gekost?
Volkshuisv., leefomgev.+ sted. vernieuw.
(bedrag x 1.000) Primitieve Begroting na begroting wijziging 2024 2024
Geboekt 2024 t/m periode
Realisatie begroting
Lasten Ruimte en leefomgeving
2.335
3.412
2.807
-605
Grondexploitatie (nietbedrijventerrein)
103
2.952
578
-2.374
Wonen en bouwen
1.872
2.201
1.948
-253
Totale Lasten
4.311
8.565
5.333
-3.232
Ruimte en leefomgeving
-38
-286
-638
-352
Grondexploitatie (nietbedrijventerrein)
-52
-2.822
-1.043
1.779
Wonen en bouwen
-998
-1.232
-1.207
25
Totale Baten
-1.088
-4.341
-2.888
1.453
Resultaat
3.223
4.224
2.446
-1.778
Baten
78
Ruimtelijke plannen Pers saldo is € 69.000 meer ontvangen aan exploitatiebijdragen dan begroot. Deze waren met het opmaken van de 2e raadsrapportage nog niet bekend. Buitengebied Op de kostensoorten 'inhuur diensten' en 'projectkosten' zijn minder uitgaven gedaan dan begroot. Dit heeft grotendeels te maken met de gewijzigde politieke koers van het Rijk en Provincie als het gaat om de inzet van middelen voor verplaatsing of beëindiging van intensieve veehouderijen. De gebiedsgerichte aanpak is daarom nog niet gestart. Na vaststelling van de Omgevingsvisie en het Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied, wordt opnieuw ingezet op het actief inspelen op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Reden waarom het restantbedrag van € 117.000 naar de gecommitteerde reserve gaat. Omgevingswet De implementatie van de Omgevingswet duurt nog tot 2032. Afgelopen jaar is ingezet op de totstandkoming van de Omgevingsvisie, het technisch in beheer nemen van het Omgevingsplan en het ontwikkelen van de eerste wijziging van het Omgevingsplan. Dit bracht relatief geringe kosten met zich mee. De komende jaren wordt gewerkt aan de wijziging Omgevingsplan voor de Woonkernen en daarna - in vier fasen - het Buitengebied en de Bedrijventerreinen. Daarnaast verwachten we een of meer thematische wijzigingen door te voeren. De totale kosten daarvoor worden begroot op ruim € 1 miljoen.
Het is daarom wenselijk het restantbedrag van € 577.000 naar de gecommitteerde reserve te brengen. Beheer woonwagencentra Naar aanleiding van een juridisch geschil over de kwaliteit van drie door ons aangekochte woonwagens in 2020 in Heythuysen heeft de Rechtbank een expertiserapport vastgesteld. De bevindingen uit het expertiserapport zijn in Q4-2024 in opdracht van ons conform dit rapport hersteld. De gemaakte kosten hebben wij voorgefinancierd en worden in 2025 verhaald op de andere partij conform de uitspraak van de rechtbank. Het restantbedrag van € 183.000 wordt meegenomen in de gecommitteerde reserve. Grondexploitatie en faciliterend grondbeleid Voor de toelichting grondexploitatie wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid
79
2.9.1 Reserves (bedrag x 1.000) T/O Reserve
I/S Omschrijving
Begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil 2024
130
119
11
1.079
-1.079
182
-81
T
Fondsvorming Wijnaerden I
Gebiedsontwikkeling
T
Gecommitteerde reserve
I
Overheveling budgetten
T
Groenfonds
I
Kwaliteitsbijdragen
T
Grondexploitatie
I
Winstnemingen
281
-281
T
Grondexploitatie
I
Verkoop Vrm. Bevelanden
530
-530
T
Huidige woonwagens
I
Dekkingsreserve
1.155
1.155
T
Overdracht WW locaties
I
Dekkingsreserve
1.000
1.000
T
Uitbr.WW locaties Ell
I
Dekkingsreserve
100
100
T
Uitbr. WW locaties Haelen
I
Dekkingsreserve
335
335
T
Uitbr. WW locaties Roggel
I
Dekkingsreserve
100
100
Totaal toevoegingen
2.921
4.880
101
O
Algemene reserve
I
Dekkingsreserve WW
-1.155
-1.155
O
Algemene reserve
I
Dekkingsreserve WW
-1.000
-1.000
O
Algemene reserve
I
Dekkingsreserve WW
-100
-100
O
Algemene reserve
I
Dekkingsreserve WW
-335
-335
O
Algemene reserve
I
Dekkingsreserve WW
-100
-100
O
Gecommitteerde reserve
I
Overheveling budgetten
-946
-946
O
Grondexploitatie
I
Boekwaarde Op den Heuvel Neeritter
O
Grondexploitatie
I
grondwaardering
O
Huidige woonwagens
S
Afschrijvingen Totaal onttrekkingen
-1.959
-214
214
-2
2
-80
-75
-5
-3.716
-3.927
211
80
2.9.2 Investeringen (bedrag x 1.000) Investeringen
Begroting Realisatie
Restant
Uitbreiding locatie Molenzicht met 4 woonwagens
520
763
-243
Uitbreiding locatie Molenzicht met 4 standplaatsen
284
430
-146
Realisatie standplaats WWC Roggel
100
57
43
Realisatie standplaats WWC Bosrand Haelen
335
230
105
Realisatie standplaats WWC Ell
100
30
70
Overdracht woonwagenzaken
1.000
76
924
Regeling ruimte voor ruimte (HE)
197
182
15
Bijdrage provincie
-40
Regeling ruimte voor ruimte (HE)
157
182
-25
1.327
1.321
6
-88
88
Centrumvisie Heythuysen Bijdrage provincie
-40
Centrumvisie Heythuysen
1.327
1.233
94
Invoering startersleningen
1.975
1.675
300
Aflossingen leningen
-1.975
Invoering startersleningen Totaal
3.823
Afvoeren
-1.975 1.675
-1.675
4.676
-853
2.9.3 Verplichte indicatoren Indicator
Eenheid
Jaar Waarde Bron
Nieuwbouw woningen
aantal per 2023 1.000 woningen
2,9
ABF - Systeem Het aantal nieuwbouwwoningen, per Woningvoorraad 1.000 woningen.
Hernieuwbare elektriciteit
%
67,5
Rijkswaterstaat Hernieuwbare elektriciteit is Klimaatmonitor elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa.
2022
Beschrijving
2.9.3 Verbonden partijen ●
81
3 Paragrafen
82
3.1 Lokale heffingen 3.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om te bepalen welke belastingen een gemeente heft, welke heffingsmaatstaven worden gehanteerd en welke tarieven daarbij gelden. De gemeente is daarbij beperkt in de soorten belastingen die ze mag heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de gemeentewet. Naast de belastingen, heft de gemeenten rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van diensten niet overschrijden. De uitvoering van de meeste belastingen van de gemeente Leudal wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling Belasting Samenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsWG). In Leudal worden de volgende belastingen en rechten geheven: Belastingen
Rechten
Onroerendezaakbelasting
Afvalstoffenheffing
Toeristenbelasting
Rioolheffing Leges Begraafrechten
3.1.2 Beleid en tariefstelling Voor het heffen van de lokale heffingen hanteert de gemeenteraad enkele algemene uitgangspunten. De uitgangspunten hebben betrekking op: - de heffingen zijn zoveel als mogelijk 100% kostendekkend; - mutaties in de WOZ-waarden worden verrekend in het tarief; - kwijtschelding is enkel van toepassing voor de afvalstoffenheffing. (bedrag x 1.000) Begroting na wijziging 2024
Realisatie 2024
Verschil 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
OZB
-7.123
-7.127
4
-7.796
-8.334
-8.598
Rioolheffing
-4.933
-4.940
7
-4.866
-4.868
-4.869
Afvalstoffenheffing
-3.649
-3.649
0
-3.681
-4.812
-5.027
Toeristenbelasting
-1.616
-1.612
-4
-1.287
-1.485
-1.485
-4
-4
0
-4
-4
-4
-1.832
-1.822
-10
-1.816
-1.816
-1.816
-7
-6
-1
-7
-7
-7
-19.164
-19.160
-4
-19.457
-21.326
-21.806
Heffing
Baatbelasting Leges Begraafrechten Totaal
83
3.1.3 Onroerende-zaakbelastingen De onroerendezaakbelastingen (OZB) worden in Leudal geheven bij eigenaren van woningen en nietwoningen en bij gebruikers van niet-woningen. Als grondslag voor deze belastingen wordt de waarde in het economische verkeer bepaald van elke onroerende zaak (de WOZ-waarde). De WOZ-waarde wordt jaarlijks door de BsGW vastgesteld op basis van de voorhanden zijnde verkoopcijfers en marktinformatie. Jaarlijks ontvangen de belastingplichtigen een WOZ-beschikking met daarop de WOZ-waarde. Deze WOZ-waarde dient als heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelasting.
3.1.4 Rioolheffing In Leudal wordt de rioolheffing opgelegd aan de eigenaar van een perceel door middel van een vast bedrag per zelfstandig gedeelte. Er vindt een beperkte differentiatie in het tarief plaats, waarbij voor alle percelen, die onderdeel uitmaken van een omsloten terrein bestemd voor verblijfsrecreatieve doeleinden, een tariefstelling van maximaal 60% wordt toegepast. Met het vaststellen van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 (GRP) zijn ook de kaders voor de tariefstelling van de rioolheffing voor 2024 vastgesteld. Het tarief voor 2024 bedroeg € 282,51 per perceel of zelfstandige gedeelte daarvan. Voor de verblijfsrecreatieve doeleinden bedroeg dit tarief € 169,50. Voor percelen met een WOZ-waarde minder dan € 30.000 bedroeg het tarief € 141,25. Zoals vastgelegd in het gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026 worden positieve exploitatieresultaten toegevoegd aan de voorziening riolering voor de financiering van toekomstige vervangingsinvesteringen riolen. In 2024 is er sprake van een gerealiseerd exploitatie overschot van € 602.137 ten opzichte van de ramingen. Dit bedrag wordt dan ook extra gestort in de voorziening riolering.
Het overschot is te verklaren doordat er minder exploitatielasten waren dan geraamd en door de toerekening van de extra comptabele kosten; Doordat er minder is uitgegeven dan geraamd waren de BTW kosten ook lager; Tevens zijn er nog rioolrechten uit voorgaande jaren ontvangen ad € 55.137, deze zijn gestort in de voorziening riolen. Daarentegen zijn de kosten voor de overhead hoger dan geraamd (€ 76.000) vanwege de stijgende personeelslasten. (bedrag x 1.000) Rioolheffing Kosten taakveld
Begroting na Realisatie 2024 wijziging 2024 3.501
3.382
Storting voorziening
91
547
Inkomsten taakveld (excl. heffingen)
-75
-10
3.517
3.919
Overhead
304
380
Marktconforme rente
233
233
BTW
709
352
Totale kosten
4.763
4.884
Opbrengst heffingen
-4.933
-4.884
Dekking
-104%
-100%
Netto kosten Toe te rekenen kosten:
84
3.1.5 Afvalstoffenheffing Sinds 2022 wordt er op basis van een nieuwe inzamelsystematiek ingezameld. Het huishoudelijk afval binnen de 16 kernen wordt ingezameld volgens de diftar-systematiek waarbij de differentiatie bepaald wordt door het volume van de restafvalcontainer (vastrecht) in combinatie met het aantal ledigingen. De inzameling van huishoudelijk afval wordt uitgevoerd door de Reinigingsdienst Maasland. In het kader van de tariefstelling afvalstoffenheffing worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • kostendekking van 100%; • verdeling van de kosten in vaste en variabele kosten, waarbij de differentiatie plaatsvindt op • •
basis van de verwerkingskosten van het rest- en gft-afval; vastrecht wordt opgelegd in het lopende belastingjaar 2024; het aantal ledigingen wordt na afloop van het belastingjaar 2024 opgelegd, deze staan op de
belastingaanslag van belastingjaar 2025. Bij het vaststellen van de tarieven voor de afvalstoffenheffing gaan we uit van 100% kostendekkendheid. Veel factoren zijn van invloed op de werkelijke kosten in dat jaar. De gerealiseerde kostendekkendheid in 2024 bedraagt 68%. Dit percentage is lager dan de 100% kostendekkendheid door de € 60 euro korting voor alle inwoners van Leudal die via de afvalstoffenheffing loopt. De totale kosten waren in 2024 hoger dan geraamd (€ 473.000). Dit verschil is vooral te verklaren door de toerekening van extra comptabele kosten. De toerekening van overhead is hoger dan geraamd (€ 39.000) door stijgende personeelslasten. Daarnaast wordt alle btw toegerekend terwijl dit in voorgaande jaren niet altijd werd gedaan (€ 481.000). (bedrag x 1.000) Afvalstoffenheffing
Begroting na Realisatie 2024 wijziging 2024
Kosten
4.281
4.777
Inkomsten (excl. heffingen)
-270
-762
4.011
4.015
Overhead
131
170
Kwijtschelding
83
32
BTW
472
953
Totale kosten
4.697
5.170
Opbrengst heffingen
-3.535
-3.532
75%
68%
Netto kosten Toe te rekenen kosten:
Dekking 3.1.6 Toeristenbelasting
In artikel 224 van de Gemeentewet is geregeld dat toeristenbelasting kan worden geheven voor personen die niet in de gemeente wonen, maar wel hier verblijven. Deze personen zijn niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven. Het gehanteerde tarief per overnachting bedroeg in 2024 € 1,30.
85
In 2024 is een bedrag van € 1.182.000 aan toeristenbelasting ontvangen. Dit is iets minder dan begroot (€ 1.289.000). Dit is gedeeltelijk te wijten aan het regenachtige hoogseizoen in 2024, waardoor er minder boekingen zijn geweest bij de toeristische accommodaties. Daarnaast moeten de forfaits nog worden opgelegd. Deze zullen in mei 2025 worden opgelegd en staan geraamd op € 62.181. Hierdoor zal het verschil tussen begroting en realisatie nog kleiner worden.
3.1.7 Baatbelasting Er lopen nog twee baatbelastingen van geringe omvang. Het betreft de baatbelasting aardgas buitengebied sector Napoleonsweg en de baatbelasting riolering buitengebied- fase 1. De opbrengst is stabiel.
3.1.8 Leges De legesopbrengsten voor diensten die de gemeente op verzoek levert, worden verantwoord binnen diverse programma's van de begroting. De gemiddelde kostendekkendheid van alle leges is 76% (bedragen x 1.000) Berekening kostendekkendheid leges 2024
Bedrag 2024
Dekking
Kosten totaal
2.491
Baten totaal
-1.898
Kostendekkking leges Dekking titel 1 Algemene dienstverlening
86%
Dekking titel 2 Omgevingsvergunningen
71%
Dekking titel 3 Europese dienstenrichtlijn
16%
3.1.9 Begraafrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten voor de begraafplaats. (bedrag x 1.000) Begraafrechten
Begroting 2024 Realisatie 2024
Begraafrechten
Verschil
-7
-6
1
-7
-6
1
De BsGW behandelt kwijtscheldingsverzoeken. Voor 2024 zijn hiervoor de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Hantering van kwijtscheldingsnorm van 100%. • Kwijtschelding heeft alleen betrekking op de afvalstoffenheffing (basisbelastingbedrag). • Automatische kwijtschelding vindt plaats conform toetsing door Inlichtingenbureau. Over 2024 bedroeg het aantal verzoeken om kwijtschelding 406 (in 2023: 1.232). Er werd voor een bedrag van € 32.187 kwijtgescholden (in 2023: € 44.599).
86
3.1.11 Woonlasten Hieronder een overzicht van de ontwikkeling van de woonlasten in de afgelopen jaren. Jaar
OZB* Rioolheffing Afvalstoffenheffing
Totaal eigenaar
Totaal Eigenaar en gebruiker gebruiker
2019
-254,29
-282,51
-159,60
-536,80
-159,60
-696,40
2020
-259,45
-282,51
-190,20
-541,96
-190,20
-732,16
2021
-286,69
-282,51
-225,80
-569,20
-225,80
-795,00
2022
-283,02
-282,51
-233,00
-565,53
-233,00
-798,53
2023
-301,96
-282,51
-256,57
-584,47
-256,57
-841,04
2024
-309,04
-282,51
-288,94
-591,55
-288,94
-880,49
87
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2.1 Algemeen Door aandacht te hebben voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat substantiële risico's leiden tot een bijstelling van de uitvoering van programma's. We gaan zorgvuldig om met risico's en maken bewuste afwegingen bij het aangaan van risico's en nemen passende beheersmaatregelen. Als een risico's zich voordoet kunnen we dit dragen. Een gezond weerstandsvermogen is het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid stagneert. De risicobeheermatrix is het instrument om bovenstaande inzichtelijk te maken. Deze wordt twee keer per jaar geactualiseerd. Deze paragraaf geeft inzicht in de weerstandscapaciteit, weerstandsvermogen en de financiële kengetallen.
3.2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: •
De weerstandscapaciteit; dit zijn middelen en mogelijkheden waarover de gemeente
•
beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die materieel van invloed kunnen zijn op de meerjarige financiële positie.
De omvang van het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang bij een financiële tegenvaller. Door alert te zijn op het weerstandsvermogen, voorkomen we dat elke financiële tegenvaller leidt tot bezuinigingen. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking heeft/kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel betreft de weerstandscapaciteit van het vermogen, ook wel incidentele weerstandscapaciteit genoemd. Deze weerstandscapaciteit kan slechts eenmalig worden ingezet om tegenvallers op te vangen. Het tweede deel is de weerstandscapaciteit van de exploitatie, ook wel de structurele weerstandscapaciteit genoemd. Deze capaciteit kan permanent worden ingezet om tegenvallers op te vangen. Belangrijkste componenten hiervan voor Leudal zijn de post (structureel) onvoorzien en de ruimte tot 100% kostendekkendheid van leges en heffingen. Voor beiden wordt als voorwaarde gesteld dat de inzet plaatsvindt zonder dat het bestaande beleid in gevaar komt. Vooral om die laatste reden is de algemene reserve in de weerstandscapaciteit van het vermogen de belangrijkste component.
Voor de gemeente Leudal bestaat de weerstandscapaciteit uit: • de algemene reserve; • het saldo jaarrekening (bij begroting post onvoorzien en begrotingsruimte); • de stille reserves; • de onbenutte belastingcapaciteit.
88
De beschikbare weerstandscapaciteit is:
(bedrag x 1.000)
Realisatie 2023 Algemene reserve 31-12-
Begroting na wijziging 2024
Realisatie 2024
17.543
Algemene reserve 1-1Onvoorzien/saldo rekening
Primitieve begroting 2024
23.011 17.543
17.543
51
0
6.734
2.300
12.629
Begrotingsruimte
5.755
Stille reserves
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Onbenutte belastingcapaciteit
4.395
3.682
3.639
3.631
34.567
28.010
23.482
32.397
Totaal
De weerstandscapaciteit van de gemeente Leudal is € 877 per inwoner (aantal inwoners 36.108). In de begroting 2024 is deze geraamd op € 775 per inwoner (aantal inwoners 36.150).
3.2.3 Risico's Inventarisatie risico’s Voor de jaarrekening 2024 is de risicobeheermatrix opgesteld en opgenomen in de bijlage. De risico's in de risicobeheermatrix bestaan uit structurele risico's en incidentele risico's. Ook is een berekening gemaakt van het weerstandsratio voor zowel de incidentele als ook de structurele risico's. Dit is opgenomen in deze paragraaf.
3.2.4 Onderlinge relatie Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit Als een risico zich voordoet wordt het weerstandsvermogen van de organisatie aangesproken. De weerstandsratio geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde financiële risico's. In de Nota reserves en voorzieningen gemeente Leudal 2023-2026 is de ideale bandbreedte vastgesteld voor de weerstandsratio. Voor de gemeente Leudal is dit een ratio tussen 1 en de 1,4. In 2024 zijn de incidentele risico's € 2.327.000 en de structurele risico's € 2.475.000. Onderstaande tabel geeft inzicht in zowel het incidentele als het structurele weerstandsvermogen. (bedrag x 1.000)
Incidenteel weerstandsvermogen 2024
2025
2026
2027
Algemene reserve stand 1-1-
17.543
23.261
22.341
20.209
Incidentele begrotingsruimte (o.b.v.) jaarstukken 2024 en begroting 2025)
-17.306
2.048
-5.001
442
2.327 >=1,0 en <=1,4
3.005 >=1,0 en <=1,4
3.005 >=1,0 en <=1,4
3.005 >=1,0 en <=1,4
Weerstandsvermogen o.b.v. algemene reserve
0,10
8,42
5,77
6,87
Minimaal benodigde weerstandscapaciteit
2.327
3.005
3.005
3.005
Incidentele risico's Ideale bandbreedte
89
(bedrag x 1.000)
Structureel weerstandsvermogen 2024
2025
2026
2027
3.631
3.324
2.909
2.786
0
0
0
0
23.061
873
4.332
-1.167
2.475 >=1,0 en <=1,4
1.610 >=1,0 en <=1,4
1.610 >=1,0 en <=1,4
1.830 >=1,0 en <=1,4
Weerstandsvermogen o.b.v. algemene reserve
10,78
2,61
4,50
0,88
Minimaal benodigde weerstandscapaciteit
2.475
1.610
1.610
1.830
Onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien structureel Structurele begrotingsruimte (o.b.v. jaarstukken 2024 en begroting 2025) Structurele risico's Ideale bandbreedte
Inzicht in de reserves en voorzieningen Voor het meerjarige verloop van de reserves en voorzieningen wordt verwezen naar de jaarrekening.
3.2.5 Financiële kengetallen Als gemeente zijn we verplicht de onderstaande vijf financiële kengetallen op te nemen in de jaarrekening en begroting. Deze kengetallen geven samen een beeld van de financiële ontwikkelingen in de gemeente. De samenhang tussen de kengetallen hierin is belangrijk. De kengetallen en beoordeling zijn bedoeld om de financiële positie inzichtelijk te maken en kunnen daarnaast gebruikt worden als vergelijking tussen gemeenten.
Bij ultimo jaar
Netto schuldquote
Begroting na Realisatie wijziging Realisatie 2023 2024 2024 18%
26%
Bandbreedte
Cat A <90%
10% Cat B >90 < 130%
Beoordeling Leudal Realisatie jaar
Cat A
Cat C > 130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
15%
Solvabiliteitsratio
53%
24%
Cat A <90%
6% Cat B >90 < 130%
Cat A
Cat C > 130 %
56%
Cat A > 50%
56% Cat B >20 < 50%
Cat A
Cat C <20 %
Structurele exploitatieruimte
17%
16%
Cat A > 0%
18% Cat B 0%
Cat A
Cat C < 0 %
Grondexploitatie
2%
4%
Cat A <20%
1% Cat B >20 < 35%
Cat A
Cat C > 35%
Belastingcapaciteit
89%
82%
Cat A <95%
82% Cat B >95 < 105%
Cat A
Cat C > 105 %
90
In de tabel wordt per kengetal aangegeven in welke categorie de gemeente Leudal zit. Hierbij wordt alleen het kengetal in het begrotingsjaar als waarde genomen voor de toekenning van de categorie. Categorieën zijn als volgt: A = Goed B = Voldoende C = Onvoldoende
91
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de mate waarin de schuldenlast (aflossing en rente) drukt op de exploitatie, met andere woorden hoeveel schuld kan een gemeente dragen. Dit kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden te delen door de totale jaarlijkse baten en wordt uitgedrukt in een percentage van de totale jaarlijkse baten. Het kengetal is hiermee gevoelig voor schommelingen in de baten. De signaalwaarden voor de netto schuldquote zijn als volgt: • < 90% gezonde positie • > 100% Vanaf 100% blijft er te weinig leencapaciteit over om financiële tegenvallers op te vangen • > 130% Vanaf 130% is er sprake van een hoge schuld. De netto schuldquote van de gemeente Leudal voor 2024 is 10% en zit ver onder de grens van 90%. Dit betekent dat er voldoende ruimte is om leningen aan te trekken als dit nodig is. Met de te verwachten investeringen binnen onze gemeente is het gunstig dat deze indicator laag is. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Hierdoor wordt inzichtelijk wat het aandeel van verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.