E-mail namens wethouder M. Graef 7okt24 aan raadsleden
Tekst van het document
Hier werd in het verleden hout geoogst door de aanwezige zandboeren. Deze boeren lieten hun kuddes grazen in het gebied waardoor ook open vegetatiestructuren en heide zijn ontstaan. Aan de noordzijde, ten zuiden van Roggel, zijn in het dal van de Roggelsebeek nog fraaie voorbeelden van een coulissenlandschap zichtbaar. In het N-2000 gebied ligt ook klooster Elisabeth. Met de komst en ontwikkeling van klooster Elisabeth ontstaat een typisch kamerlandschap met daarin akkers en laanstructuren. Deze cultuurhistorische elementen vormen nu een meerwaarde voor het N2000 gebied. Ten westen van het N-2000 gebied ‘Het Leudal’ gaan bos- en natuurgebieden, flankerend aan de beken, als groene linten door het landschap. Hierin liggen enkele fraaie monumenten. Zoals
Pagina 12 van 55
voormalige kloosters en landgoed Beylshof. Dit is een goed voorbeeld van een oude hoeveboerderij in een kleinschalig kampenlandschap. Jong ontginningslandschap Dit gebied ligt in het noorden van Leudal. In dit deelgebied ligt alleen het dorp Heibloem. Na de ontginning is hier het voornaamste landbouwgebied van de gemeente ontstaan, met grootschalige productie. Dit is mede ontstaan door de efficiënte verkaveling en de intensieve bemesting en ontwatering. Dit werd gedaan om een zo hoog mogelijke voedselproductie tegen een zo laag mogelijke kostprijs te realiseren. Hierdoor zijn bestaande hoogteverschillen in het landschap rechtgetrokken en is niet de natuurlijke ondergrond gevolgd. Zo heeft de mens het afwateringskanaal gegraven, dat uitmondt in de Roggelsebeek, en het Afwateringskanaal MeijelNeer aan de Maas, dat ten noorden van Heibloem loopt. Dit zorgt voor een optimale ontwatering met verdroging tot gevolg. Maasdallandschap Het Maasdal ligt in het oostelijk deel van de gemeente, gelegen aan de Maas. In dit gebied liggen de dorpen Buggenum, Neer en Horn (gedeeltelijk). De Maas is de grootste structuurvormer van het landschap. Het glooiend Maasterras wordt gekenmerkt door oude bouwlanden met onregelmatig verkavelingspatroon. De openheid van het gebied is kenmerkend. Door de Maasafzettingen is de bodem structuurrijk en van goede kwaliteit voor landbouw.
Het zijn cultuurhistorisch weinig veranderde, waardevolle landschappen. In dit gebied vinden ontgrondingen plaats voor de winning van grind. Dit gebeurt direct aan de rivier. De Maasdorpen zijn van oudsher gelegen op de scheiding tussen Maasvallei en hoger gelegen gebieden, hier is later de Romeinse verbindingsweg aangelegd. Gebiedstypen Kernen: De 16 dorpen zijn zeer verschillend. Het zijn hechte gemeenschappen met een geheel eigen identiteit. In verschillende dorpen zorgt men voor elkaar, bloeit het verenigingsleven en worden tradities zoals carnaval en schutterij groots gevierd. Verschillende dorpen hebben actieve inwoners (verenigd of niet) om zaken zelf voor elkaar te krijgen of te ontwikkelen. De verschillende dorpsvisies zoals die er op dit moment liggen, laten dat goed zien. De grotere dorpen hebben centraal voorzieningen voor het omliggende gebied. Kernrandzones: De kernrandzone is een door ons toegevoegd gebied. Het komt niet uit de analyse. Er is namelijk behoefte aan een overgangszone tussen stedelijk gebied en buitengebied. De zone is ontwikkeld om mens en dier concentraties van elkaar te scheiden met als doel een goed woon- en leefklimaat in de dorpen. De functie van de kernrandzone hebben wij in deze visie verbreed.
In deze zone worden kleinschalige (agrarische) bedrijfsactiviteiten toegelaten en vergroening door boomgaarden, voedselbossen en landschapselementen etc. gestimuleerd. Ook maatregelen die nodig zijn door klimaatverandering worden in dit gebied gerealiseerd. Bedrijventerreinen: De bedrijventerreinen van Leudal verschillen zeer in omvang, ligging, inrichting en ‘eigentijdsheid’. Over het algemeen genomen zijn bedrijventerreinen sterk versteend en met robuuste gebouwen ingericht. Ze bieden ruimte aan bedrijven die vanwege de omgevingsdruk niet in of te dichtbij een woonkern passen. Het zijn functionele werkomgevingen en dat willen we ook zou houden. De terreinen Ittervoort en het cluster Windmolenbos en Zevenellen bestrijken samen ca. 75% van het totaal aan bedrijventerreinoppervlakte. Deze zijn het meest modern qua inrichting, uitstraling en organisatiegraad. Ook zijn ze samen met het cluster Ellerweg en Kelperheide (10%) goed
Pagina 13 van 55
ontsloten via de A2, N273 (Napoleonsbaan) en de Maas. Hierdoor bieden deze terreinen een aantrekkelijk vestigingsklimaat aan grotere bedrijven met een bovenregionaal werkgebied. De terreinen aan de randen van Roggel, Heythuysen en Neer zijn meer bescheiden in omvang en geschikt voor bedrijvigheid die voorziet in een lokale/regionale behoefte. In alle gevallen is er, in meer of mindere mate, een opgave voor modernisatie, verduurzaming en vergroening in en rondom de terreinen. Daardoor blijven de terreinen aantrekkelijk, passen ze beter in het landschap en worden ze klimaat-adaptiever.
Pagina 14 van 55
Hoofdstuk 2
Wonen en leven in Leudal
Wonen en leven in Leudal gaat over veel meer dan de woonruimte waarin onze inwoners wonen. Wonen en leven gaat over je thuis kunnen voelen. Een passende (betaalbare) woning, in een mooie en verzorgde omgeving, die goed en veilig bereikbaar is en toegang biedt tot (basis)voorzieningen. Waar je kunt genieten van rust en groen of juist van beweging en dynamiek. Lid zijn van een vereniging of club. Het ontmoeten van vrienden en familie, zonder dat dit moeite hoeft te kosten. In dit hoofdstuk laten wij zien hoe een passende woonomgeving eruit ziet. Dit doen wij voor passende woningen, mobiliteit en voorzieningen.
Paragraaf 2.1 Passende woningen Waar staan we nu? Leudal is een prachtige plek om te wonen. Op 1 januari 2024 telde onze gemeente zo’n 36.000 inwoners. Zij wonen in 16.000 woningen. Ongeveer 80% is een koopwoning, de rest zijn particuliere of sociale huurwoningen. De woningvoorraad in Leudal kenmerkt zich vooral door grondgebonden woningen, slechts 10% is een appartement. Woningcorporaties zijn voor ons een belangrijke partner om diverse aandachtsgroepen en woonurgenten te huisvesten. Verschillende zorgaanbieders voorzien ook in woonruimte voor kwetsbare doelgroepen. De meeste woningen liggen in onze dorpen, die in omvang variëren. Haler is met circa 200 woningen ons kleinste dorp en Heythuysen met circa 3.000 woningen de grootste. Van oudsher liggen er verspreid in het buitengebied ook woningen / (voormalige) agrarische bedrijfswoningen. Onze karakteristieke plattelandsdorpen bieden inwoners een aantrekkelijke woonomgeving omringd door natuur en ruimte. Woongebieden zijn over het algemeen ruim van opzet met veel groen. Woningen zijn relatief groot en in goede staat, waarbij eigenaren steeds bewuster investeren in verduurzamingsmaatregelen (zoals energetische verbeteringen of aanpassingen om langer thuis te blijven wonen). Bij nieuwbouwplannen sturen wij actief op levensloopbestendigheid. Daarmee zijn woningen geschikt voor verschillende levensfasen, jong en oud.
Het woon- en leefklimaat in Leudal is over het algemeen goed. Op sommige plekken wordt overlast ervaren door aanwezige (agrarische) bedrijvigheid. Als bedrijven worden verplaatst (of ophouden te bestaan), ontstaat in en om het dorp ruimte voor andere functies zoals wonen.
Wat komt er op ons af? • • • • •
De bevolkingsgroei daalt en de samenstelling van de bevolking verandert (dubbele vergrijzing, kleinere huishoudens). Het aantal kwetsbare inwoners stijgt. Verenigingen en scholen worden samengevoegd, waardoor locaties vrijkomen. De wensen van onze inwoners op het gebied van vervoer veranderen. Mensen werken meer thuis en accepteren daarom een langere reisafstand. Door de groei in de Brainport-regio trekken werkenden (naar het zuiden, vanwege de beschikbaarheid van kwalitatieve betaalbare woningen, waaronder naar Leudal. Er zijn steeds minder zorgplekken beschikbaar, waardoor inwoners langer (alleen, zelfstandig) thuis (moeten) wonen.
Pagina 15 van 55
• •
De gevolgen van klimaatverandering (verdroging, vernatting, hoogwater, stijgende temperaturen). De klimaatdoelstellingen vragen om aanpassingen aan bestaande woningen en stellen hoge eisen aan nieuwe woningen (van het gas af, energiezuinig).
Wat willen we? Leudal heeft levendige dorpen waar het voor alle inwoners fijn wonen is. Fijn wonen betekent niet alleen een dak boven het hoofd, maar ook dat er bedrijvigheid is en mensen elkaar kunnen ontmoeten. Elk dorp heeft daarin zijn eigen karakter. Dit koesteren wij en nieuwe ontwikkelingen of slimme combinaties dragen daar aan bij. Niet alle voorzieningen zijn in elk dorp op dezelfde manier aanwezig, maar ze zijn wel voor iedereen bereikbaar. Leudal biedt een aantrekkelijke woonomgeving voor (nieuwe) inwoners, waarbij bewust wordt omgegaan met de vrijkomende (bebouwde en onbebouwde) ruimte. In alle dorpen is ruimte voor passende woning(ver)bouw. Inwoners doorlopen binnen Leudal hun wooncarrière. Het woningaanbod is gevarieerd en biedt mogelijkheden voor jong en oud. Voor zover dit in onze macht ligt en haalbaar is, zijn woningen betaalbaar en toekomstbestendig (energetisch, levensloopbestendig). De grens tussen (regulier) wonen en zorg vervaagt voor een groot deel. Op het gebied van zorg bieden wij mogelijkheden voor een breder aanbod aan woonvormen tussen zelfstandig wonen, geclusterd of begeleid wonen en volledig verzorgd wonen (inclusief passende ondersteuning). Hierna gaan wij per deelgebied in op het toekomstbeeld, voor zover dit afwijkt of meer specifiek is dan hiervoor omschreven.
Kernen Wonen en leven in Leudal concentreert zich binnen de dorpskernen, waar flink is en wordt gebouwd. De dorpen kennen een kwalitatieve en goede ruimtelijke opzet met veel groen, (basis)voorzieningen zijn aanwezig en ieder dorp heeft plekken die uitnodigen tot ontmoeting en beweging. Zo blijven onze dorpen leefbaar en onze inwoners langer vitaal. Inbreiden gaat voor uitbreiden. Dit betekent dat nieuwe woningen zo veel mogelijk binnen de grenzen van de bestaande dorpskernen worden gebouwd. Meestal gaat het om plekken die vragen om kwaliteitsverbetering of waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan vrijkomende school- of sportlocaties (door fusie), het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerk of het slopen van oude woningen. Niet alle lege plekken in de kern vinden wij geschikt voor woningbouw. Wij kijken naar geschikte uitbreidingsmogelijkheden aan de rand van het dorp, als er binnen een dorp onvoldoende ruimte is. Dit kan alleen als de ontwikkeling past in de landschappelijke en ecologische structuur. Hierbij zetten wij bij voorkeur in op het creëren van een vliegwiel, waarbij de woningbouwopgave wordt gebruikt om minder wenselijke (agrarische) bedrijvigheid om te vormen. Het belang van (tijdelijk) extra woningen gaat niet ten koste van andere functies, zoals aanwezige (agrarische) bedrijvigheid of ons Natura 2000-gebied.
Pagina 16 van 55
Wij zetten onze extra groei-/woningbouwambitie gericht in om het bestaande voorzieningenniveau in bepaalde dorpen kracht bij te zetten, ook vanwege het belang voor de omliggende dorpen. Dit doen wij in Heythuysen (onze centrumkern), Baexem, Ell, Ittervoort, Haelen, Horn, Neer en Roggel. In onze kleinere woondorpen bouwen wij alleen voor de autonome groei. Dat zijn Buggenum, Grathem, Haler, Heibloem, Hunsel, Kelpen-Oler, Neeritter en Nunhem. Nieuwe bouwmogelijkheden zijn afgestemd op de demografische en economische ontwikkeling en met respect voor de kenmerkende karakteristiek en omgeving in de betreffende kern. In het hart van onze dorpskernen is de bebouwing over het algemeen meer verdicht en soms ook middelhoog. Richting de rand van het dorp waaiert dit uit en vormt laagbouw met veel groen een passende overgang naar de weidsheid van het buitengebied. Qua ruimtelijke opzet dragen nieuwe woningbouwontwikkelingen bij aan het verminderen van hittestress en voorkomen van wateroverlast. Levensloopbestendig en (bijna) energieneutraal bouwen is voor ons uitgangspunt, evenals de inzet op een mix aan woningtypen en prijsklassen, met specifieke aandacht voor betaalbaarheid. Op het gebied van zorg bieden wij in de kernen mogelijkheden voor een breder aanbod aan woonvormen tussen zelfstandig wonen, geclusterd of begeleid wonen en volledig verzorgd wonen (inclusief passende ondersteuning).
Kernrandzone De kernrandzone vormt een groene jas voor de kernen. Een zone om het woongebied, bedoeld om mens- en dierconcentraties te scheiden, ruimte te bieden voor spel en beweging en de belevingswaarde te vergroten door groene structuren en een mooie overgang naar de buitengebieden. Wanneer woongebieden worden uitgebreid, verschuift de kernrandzone om recht te doen aan de overgang tussen kern en buitengebied.
Buitengebied In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het deelgebied. ➢
In het belang van een goede en gezonde woonomgeving gaan wij zeer terughoudend om met de toevoeging van woningen in het buitengebied. Van oudsher liggen er verspreid in ons buitengebied (bedrijfs-)woningen. Dit geldt voor alle vier de deelgebieden. Toevoeging van woningen in het buitengebied ontstaat enkel uit maatwerk. In het buitengebied benutten wij de beschikbare ruimte liever voor functies, die op andere plekken (binnen bebouwd gebied) niet wenselijk of mogelijk zijn.
➢
In het buitengebied werken wij niet mee aan nieuwe woningen/wooneenheden, behalve voor: Het (tijdelijk) huisvesten van internationale werknemers; Woonconcepten die het landschap ondersteunen en versterken; Het behoud van monumenten / erfgoederen; Inpandige woningsplitsing; Mantelzorg.
Pagina 17 van 55
Bedrijventerreinen ➢
Bedrijventerreinen zijn bedoeld voor bedrijfsmatige / industriële / logistieke functies. Daarom laten wij in Leudal op bedrijventerreinen geen nieuwe (bedrijfs-)woningen toe. Bij bedrijfsbeëindiging mag daar niet regulier worden gewoond.
Paragraaf 2.2 Mobiliteit Waar staan we nu? Onze inwoners zijn nu nog voor een groot deel van hun vervoersbewegingen afhankelijk van de auto. Dit komt door een gebrek aan aantrekkelijke alternatieven voor de auto en de grote afstanden die moeten worden overbrugd. Het is niet vanzelfsprekend dat ieder dorp alle (basis) voorzieningen behoudt. De beschikbaarheid van openbaar vervoer verandert omdat bussen steeds vaker enkel aan de kernranden of aan doorgaande wegen stoppen. Niet iedereen is in staat van alle vervoersvormen gebruik te maken. Voor een inwoner met een mobiele beperking is het gebruik van fiets of openbaar vervoer niet vanzelfsprekend. Een goede bereikbaarheid van voorzieningen, familie of vrienden wordt hierdoor een steeds grotere uitdaging. Niet iedere inwoner van Leudal werkt ook in de gemeente. Inwoners van Leudal werken ook in naburige gemeenten of in de Brainport Regio. De verbindingen over de rijks- en provinciale wegen zijn of worden verbeterd. De actieve vormen van vervoer, zoals te voet of met de fiets, voldoen nog niet altijd en overal aan de gewenste maatstaven. Zonder station in de gemeente Leudal zijn deze inwoners aangewezen op de stations in Roermond of Weert als zij van het Openbaar Vervoer gebruik willen maken. Snelfietsverbindingen zijn in ontwikkeling, maar nog niet gereed.
Wat komt er op ons af? • • •
• •
De laatste jaren neemt het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden toe. Jongeren tussen de 16 en 24 jaar zijn gemiddeld vaak betrokken bij ongevallen. De wensen van onze inwoners op het gebied van vervoer veranderen. Mensen werken meer thuis, hebben of willen (vaker) een elektrische auto en kiezen vaker bewust voor een gezonde vervoersvorm (te voet, met de fiets). Omdat jongeren lang(er) ‘thuis’ wonen, groeit de parkeerbehoefte bij woningen (tijdelijk). Vanuit het klimaatakkoord ‘Van Parijs naar Praktijk’ moet de CO2-uitstoot worden gereduceerd. CO2-uitstoot wordt in belangrijke mate veroorzaakt binnen de gebouwde omgeving en het wegverkeer. Hierop heeft de gemeente slechts beperkt invloed. De A2, provinciale wegen worden immers aan Leudal toegerekend.
Wat willen we? Een fossiel aangedreven en/of voor iedereen een eigen auto is niet langer het uitgangspunt. Wij nemen verkeer, vervoer en parkeren daarom in een vroeg stadium mee in de ontwikkeling van ruimtelijk plannen. Hierbij is bewust ruimte voor voetgangers en fietsers, scheiding van langzameen landbouwverkeersstromen en elektrische en toekomstbestendige vervoersvormen (laadpalen, deelmobiliteit).
Pagina 18 van 55
Onze voorzieningen zijn veilig bereikbaar en toegankelijk. Dit kan gaan om feitelijke bereikbaarheid of digitale bereikbaarheid. Ons openbaar gebied sluit hierop passend aan. Hierbij is extra aandacht voor de veiligheid van kinderen, jongeren en minder mobiele verkeersdeelnemers. Hierna gaan wij per deelgebied in op het toekomstbeeld, voor zover dit afwijkt of meer specifiek is dan hiervoor omschreven.
Kernen
➢ ➢
Nieuwe plannen zijn ingericht vanuit het STOP-principe (stappen, trappen, ov en personenauto). Deelmobiliteit is in (enkele) dorpen en wijken beschikbaar. De (openbare) laadinfrastructuur is op orde.
➢
Er is flexibele parkeerruimte aanwezig in het openbaar gebied.
➢
Kernrandzones ➢
➢
Er zijn mobiliteitshubs aanwezig, in ieder geval in kernen aan uitvalswegen. Hier komen meerdere vervoersbewegingen bij elkaar en ‘overstappen’ is mogelijk. Er is ruimte voor het (veilig) stallen van fietsen en het parkeren van de auto. Na stalling of parkeren wordt overgestapt op bus of om samen te reizen. Nieuwe plannen zijn ingericht vanuit het STOP-principe (stappen, trappen, ov en personenauto).
Buitengebied In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het deelgebied. ➢ ➢
Verkeersstromen (langzaam en gemotoriseerd) zijn gescheiden om de recreatieve versterking van het gebied veilig te laten plaatsvinden. Er zijn mobiliteitshubs aanwezig, in ieder geval in kernen aan uitvalswegen; hier komen meerdere vervoersbewegingen bij elkaar en ‘overstappen’ is mogelijk. Er is ruimte voor het (veilig) stallen van fietsen en het parkeren van de auto. Na stalling of parkeren wordt overgestapt op bus of om samen te reizen. Zo bereiken we een onder andere goede aansluiting met A2 en provinciale wegen.
Leudal en omgeving Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen in het buitengebied een extra doelstelling: ➢ Er is voldoende kwalitatieve, groene en veilige parkeergelegenheid bij en rondom het natuurgebied ‘Het Leudal’. Maasdallandschap ➢
De verbinding tussen het Maasdallandschap (en de rest van Leudal) en Leeuwen (de overzijde van de Maas) wordt gelegd door een nieuwe verkeersverbinding. Hierbij zetten wij, in de basis, in op een fietsbrug ter versterking van de recreatieve en utilitaire verbindingen tussen Leudal, Roermond en Roerdalen.
Bedrijventerreinen
Pagina 19 van 55
➢ ➢
Ondernemers werken samen en daarbij is deelmobiliteit een van de speerpunten. Verkeersstromen (langzaam en gemotoriseerd / vrachtverkeer) zijn gescheiden om het woon- werkverkeer en het bezoek aan de bedrijven veilig te laten plaatsvinden.
Paragraaf 2.3 Voorzieningen Waar staan we nu? In een fijne woonomgeving zijn sociale contacten (nabijheid van familie en vrienden) onmisbaar. Dat is wat mensen bindt aan wijken, dorpen, de gemeente. Leudal heeft betrokken inwoners die naar elkaar omkijken en kent een rijk verenigingsleven. De leefbaarheid staat wel onder druk. Niet alle voorzieningen hebben in elk dorp nog bestaansrecht. Onze 16 dorpen verschillen in omvang, identiteit en behoeften. Dit vraagt om doordachte keuzes zodat belangrijke voorzieningen (zorg, onderwijs, ruimte voor ontmoeting) voor alle inwoners toegankelijk blijven.
Wat komt er op ons af? • • • • •
De bevolkingsgroei neemt af, waardoor scholen minder leerlingen krijgen en verenigingen minder leden. Meer kwetsbare inwoners wonen langer (alleen) zelfstandig. De noodzaak voor sterke sociale netwerken stijgt, als vereiste om langer (alleen, zelfstandig) thuis te kunnen wonen. Het voorzieningenniveau wijzigt, door andere winkelformules. Inwoners zijn minder vaak lid van een club of vereniging.
Wat willen we? Wij willen dat onze inwoners een veilige en passende woonomgeving hebben. Hierbinnen genieten zij van de mogelijkheid vrienden en familie te ontmoeten, te bewegen en de (preventieve) zorg te kunnen aanspreken waar dat nodig is. Inwoners hebben toegang tot voorzieningen, zonder dat deze voorzieningen altijd fysiek of in ieder dorp aanwezig zijn. Kernen ➢ ➢ ➢
Niet alle voorzieningen bevinden zich noodzakelijkerwijs binnen ieder dorp, maar ze zijn wel voor iedere inwoner (vervoers)toegankelijk. Alledaagse basisvoorzieningen blijven makkelijk bereikbaar in dorpen met voorzieningen. Dit kunnen ook (dorpen of steden met) voorzieningen zijn buiten de gemeente Leudal. Ieder dorp heeft minimaal één gezamenlijke ontmoetingsplek. De vorm en invulling daarvan kan en zal verschillen.
Kernrandzones ➢
Het verenigingsleven, de sportclubs en andere collectieve vormen van vrijetijdsbesteding maken gebruik van elkaars kwaliteiten.
Pagina 20 van 55
➢ ➢
Concentratie van voorzieningen zorgt voor een verhoogde kwaliteit en een sterk, robuust en vitaal aanbod. Voorzieningen worden goed ontsloten met oog voor het landschap, de gebruikers en de omwonenden.
Buitengebied Het buitengebied (ongeacht het voorzieningenniveau van de inwoners.
deelgebied)
wordt
niet
primair
ingezet
voor
het
Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen worden niet primair ingezet voor het voorzieningenniveau van de inwoners.
Pagina 21 van 55
Hoofdstuk 3
Ondernemen en werken in Leudal
Ondernemen en werken in Leudal gebeurt op verschillende plekken en op verschillende manieren. In de kernen, de kernrandzones, het buitengebied en de bedrijventerreinen. En in de maakindustrie, agribusiness, detailhandel, zorg en vrijetijdseconomie. Wij kiezen er daarom voor dit hoofdstuk op te delen in twee paragrafen: 1) ondernemen en werken in algemene zin en 2) ondernemen en werken in het buitengebied.
Paragraaf 3.1 Ondernemen en werken (algemeen) Waar staan we nu? Onze economie omvat een keur aan vooral kleinschalige tot middelgrote bedrijven met een aantal zeer innovatieve bedrijven en wereldspelers. Samen zijn de circa 3.800 bedrijven die Leudal rijk is, goed voor zo’n 15.230 banen (Leudal in cijfers, 2022). Het aantal banen per 1.000 inwoners ligt in Leudal circa 17% onder het landelijk gemiddelde en gelijktijdig heeft Leudal een relatief lage werkeloosheid (2,9% t.o.v. Nederland 3,5%). De meest stuwende clusters zijn de maakindustrie, agribusiness, groot- en detailhandel, zorg en de vrijetijdseconomie. Leudal beschikt over zo’n 260 hectare aan bedrijventerreinen waaronder het duurzaam multifunctioneel bedrijvenpark Zevenellen en Bedrijventerrein Ittervoort. Vanwege de centrale ligging ten opzichte van de Brainportregio, de Limburgse campussen, België en Duitsland en de snelle ontsluiting op de A2, zijn onze bedrijventerreinen in trek en is de beschikbaarheid van vrije kavels beperkt. In de kleinere kernen is het winkelaanbod afnemend. Het aanbod concentreert zich vooral in en rondom de centra van Heythuysen en Roggel. De toeristisch-recreatieve en agrarische bedrijvigheid zijn alom in de gemeente aanwezig.
Om (aanstaande) uitdagingen het hoofd te bieden werkt de gemeente samen met haar buurgemeenten, ketenpartners, het bedrijfsleven en de onderwijspartijen aan de uitvoering van de Economische Agenda Leudal. Overall is Leudal economisch vitaal en dat willen we ook zo houden. Wat komt er op ons af? •
• • •
De economische ontwikkeling wordt beïnvloed door de impact van de grote transitieopgaven op onze stuwende sectoren zoals energiecongestie, reductie stikstof, afvang CO2 en schaarste van grondstoffen. Daarnaast daalt de potentiële beroepsbevolking in Leudal sterk door vergrijzing en ontgroening. Andere uitdagingen die de ontwikkeling remmen zijn de beperkte ruimte voor noodzakelijke en gewenste uitbreiding van onze bedrijven op met name bedrijventerreinen. Het ondernemingsklimaat voor kleine en ambachtelijke retailers in kleine kernen zet door in het komende decennium.
Al deze uitdagingen hebben een effect op de economische vitaliteit van Leudal en daarmee ook op de leefbaarheid, aantrekkelijkheid van woon- en leefomgeving, en het onderwijs. Wat willen we? Wij kiezen voor een duurzame ontwikkeling als basis voor een vitale toekomstbestendige economie. Niet alles kan en niet alles kan overal. In 2040 is onze economie in balans met de
Pagina 22 van 55
omgeving en regionale arbeidsmarkt. Hiertoe ondersteunen wij ondernemend Leudal de arbeidsparticipatie te optimaliseren en nieuw gekwalificeerde medewerkers aan te trekken. Bedrijven zijn duurzaam: groen, energiezuinig, klimaat-adaptief en circulair. En ze zijn vitaal omdat ondernemers kunnen omgaan met toekomstige bedreigingen en kansen herkennen en adopteren. Leudal faciliteert bedrijven met focus op lange termijn bestaansrecht, samenwerken en actief sociaal-maatschappelijk betrokken zijn. We wensen schone, moderne en duurzame bedrijfsomgevingen en bedrijventerreinen. Wanneer nodig en mogelijk ondersteunen we bedrijven met een wens of noodzaak om te verhuizen naar een geschiktere locatie om te kunnen innoveren of groeien ter versterking van hun vitaliteit. Samen met onze partners houden wij onze dynamische routekaart “Economische Agenda Leudal” actueel. Hand in hand werken wij in verschillende coalities samen aan innovatieve oplossingen om een goed ondernemingsklimaat voor deze bedrijven te bestendigen. Wanneer nodig helpen we kleine bedrijven bij het verkrijgen en houden van inzicht in hun toekomstperspectief én het versterken daarvan.
Kernen ➢
In alle kernen is ruimte voor bedrijven die voorzien in een dagelijkse zorg- en levensbehoefte, aan huis gebonden ondernemerschap en voor horeca en gebouw gebonden verblijfsrecreatie. Aanvullend winkelaanbod concentreert zich vooral in levendige winkelstraten met horecapleinen in Heythuysen dat als aantrekkelijke centrumdorp een groter verzorgingsgebied bediend.
Kernrandzones ➢
Bedrijven met zakelijke aanloop zoals kantoren, aanloop op afspraak zoals garagebedrijven en aanloop op basis van een abonnement zoals sportaccommodaties faciliteren wij in de kernrandzones. Daar is ook ruimte voor natuur-inclusieve landbouw en voor kleinschalige bedrijvigheid met een geringe invloed op de (woon)omgeving.
Buitengebied In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het deelgebied. ➢
➢
In het buitengebied gaan economische vitaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid hand in hand. Waar mogelijk zijn multifunctioneel gebruik van het landschap en gecombineerde bedrijfs- en verdienmodellen welkom, mits passend bij de kernwaarden van Leudal: rust, groen en ruimte. Ruimte voor andersoortige bedrijvigheid, of bedrijven met een gebiedsrelatie, is er op de daarvoor aangewezen buitengebied locaties.
Beekdalenlandschap ➢
Ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema gebiedseigen erfgoeden natuurrecreatie.
Pagina 23 van 55
Maasdallandschap ➢
Groen blauwe recreatieparel met ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema water, natuur en gebiedseigen natuur- en erfgoedrecreatie.
Bedrijventerreinen ➢
➢ ➢ ➢
In 2040 zijn onze bedrijventerreinen modern en goed bereikbaar met de fiets, OV en auto. Zowel de private als publieke gronden zijn klimaatadaptief: versteend waar nodig, groen en waterdoorlatend waar mogelijk. Om bedrijvigheid te clusteren zoeken we ontwikkelruimte aansluitend op bestaande bedrijventerreinen. Onze bedrijventerreinen worden niet ingezet of ontwikkeld voor de logistieke sector (verstening en verdozing willen we niet). Nieuwbouw of verbouw gebeurt met duurzame materialen en met ruimte voor groene daken en gevels en voor opwekking van energie voor het eigen bedrijf en het collectief. Om opslag en verdeling te faciliteren zijn onze bedrijventerreinen uitgerust met een energiehub.
Paragraaf 3.2 Ondernemen en werken (agrarische sector) Waar staan we nu? Leudal is een agrarische plattelandsgemeente. Een kenmerk van het buitengebied is de diversiteit; er is akkerbouw, rundvee, volle grondstuinbouw en intensieve veehouderij aanwezig. In het buitengebied zijn ook burgerwoningen te vinden. Daarnaast is er een beperkt aantal niet agrarische bedrijven. Het grondgebruik is intensief agrarisch. De agrarische sector is een belangrijke economische drager.
Veel agrarische bedrijven stoppen, zijn gestopt of overwegen te stoppen. Dit is een autonome ontwikkeling die al circa 20 jaar gaande is. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de vergrijzing. Anderzijds heeft het ook te maken met de landelijke regelingen die zijn ingesteld om agrarische bedrijven te beëindigen om daarmee de natuur, het klimaat en de waterkwaliteit te verbeteren. De eisen die aan agrarische bedrijven worden gesteld, worden steeds strenger. In het beekdallandschap is sprake van structurele droogte en diverse beken voldoen niet aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Door klimaatverandering zullen vaker extreem natte, maar ook extreem droge perioden voorkomen. Allerlei functies zoals landbouw, natuur, industrie en drinkwatervoorziening ondervinden hier nadelige gevolgen van. Er is een tendens gaande waarbij consumenten meer aandacht vragen voor dierwelzijn. Ook is er een afnemend draagvlak voor de invloed van veebedrijven op het gebied van geur en fijnstof. Deze ontwikkeling levert allerlei vraagstukken op met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, waterkwaliteit en kwantiteit, ecologie, sociale (leefbaarheid) en economische vitaliteit.
Pagina 24 van 55
Andere ontwikkelingen leggen ruimteclaims op de beschikbare gronden in het buitengebied. Bijvoorbeeld voor uitbreiding van bedrijventerreinen, grootschalige of collectieve opwekking van hernieuwbare energie, een nieuwe hoogspanningsverbinding, waterveiligheid, zorginitiatieven, nieuwe natuur en recreatie en toerisme. Soms schuren de nieuwe activiteiten met de bestaande en zorgt een nieuwe ontwikkeling voor onrust onder de bestaande bewoners en gebruikers van het buitengebied.
Wat komt er op ons af? • • • • •
Steeds groter wordende aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving: strengere normen voor luchtkwaliteit, fijnstof, pfas, spuitzones etc. Onder invloed van landelijke beëindigingsregelingen stoppen, in versneld tempo, nog meer agrarische bedrijven. De ruimtevraag voor nieuwe ontwikkelingen wordt groter. Toename van criminaliteit en ondermijning (drugs etc). Klimaatverandering met daardoor groter wordende risico’s op natuurrampen.
Wat willen we? Wij zetten in algemene zin in op de volgende punten. Een gebiedsgerichte vertaling (naar de vier deelgebieden in het buitengebied, de kernrandzones en in mindere mate de kernen en de bedrijventerreinen) volgt daarna. Wij zetten in op: ➢ Het behoud van de agrarische sector. Hier zijn we trots op. De agrarische sector blijft een belangrijke economische pijler. We bieden ruimte aan (vitale) agrarische bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit betekent dat ze inzicht hebben in en rekening houden met de invloed van hun bedrijf op de omgeving, deze invloed zo klein mogelijk maken, bedrijfsprocessen verduurzamen en bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Om dit te bereiken/behouden zetten we in op landbouw die past bij de gebiedskenmerken van de diverse gebieden. Leudal kiest hier bewust voor. ➢
Kwalitatieve groei van bedrijven.
Niet meer maar beter is de nieuwe norm (innovatie / duurzaamheid in plaats van dieren / schaalvergroting). Ten aanzien van de intensieve veehouderij wordt een ontmoedigingsbeleid gevoerd. Niet groeien om het groeien maar via andere vormen van uitbreiding/verbreding/ innovatie/verduurzaming komen tot een duurzame ontwikkeling van bedrijven. Dit betekent niet dat veehouderijen helemaal verdwijnen maar wel dat ze een beweging maken naar combinatiebedrijven en extensivering. De systeemopgaven (natuur, water, bodem) zijn dusdanig dat de beweging naar gecombineerd ruimtegebruik echt nodig is om de milieudruk te verlagen. ➢ Niet alles kan overal. We passen een gebiedsgerichte aanpak met een lokale benadering toe. Een concrete uitwerking vindt plaats in het uitvoeringsprogramma landelijk gebied.
Pagina 25 van 55
➢ Aansluiting bij landelijke ontwikkelingen Voor de toekomst van het landelijk gebied zijn we deels afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen die vertaald worden in een Limburgs Programma Landelijk Gebied (hierna LPLG). Deze ontwikkelingen hebben invloed op onze beleidskeuzes in de toekomst omdat landelijke en provinciale regelingen doorwerken in ons beleid. ➢ Kwalitatieve benadering In alle deelgebieden geldt dat we bij nieuwe ontwikkelingen inzetten op een kwalitatieve benadering. Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan het afwegingskader. Een concrete uitwerking vindt plaats in het uitvoeringsprogramma landelijk gebied. Ontwikkelingen die aansluiten bij de kernwaarden van deze deelgebieden waarbij als uitgangspunt water en bodem sturend wordt gehanteerd. Vanuit dit principe zijn landschappelijke structuren bepalend voor de draagkracht van het landschap. ➢
Voor alle deelgebieden geldt dat we niet alleen oog hebben voor de kernwaarden maar dat altijd sprake is van een bepaalde diversiteit in activiteiten. Wonen, werken en recreëren gaan hand in hand. Focus op de ene activiteit sluit een andere niet uit. De hoofdkoers wordt echter bepaald door een versterking van de kernwaarden van het betreffende gebied. Door te focussen op de kernwaarden geef je op de ene plaats ruimte aan water en op de andere om te ondernemen of te wonen. ➢ Omgevingsbewustzijn bij onze ondernemers. Onze ondernemers zijn zich bewust van de effecten van de bedrijfsexploitatie (en eventuele uitbreidingswensen) op en voor de omgeving. In het belang van een goede balans in de omgeving kiezen zij voor een passende bedrijfsexploitatie. Bij eventuele bedrijfsuitbreiding wordt het belang van de omgeving en de omwonenden intrinsiek meegewogen. ➢ Agrarische bedrijvigheid op duurzame locaties. Bij verplaatsing vestigen onze ondernemers zich op een bestaande duurzame locatie. Aan verplaatsing naar een andere locatie om de kwaliteit van een gebied te verbeteren op het gebied van natuur en/of verbetering van het leefklimaat/gezondheid wordt meegewerkt. ➢ herbestemming naar andere bedrijvigheid op passende locaties.
We houden het welvaartsniveau in stand of verbeteren dit door nieuwe economische dragers toe te laten in de kernrandzones en in gebieden of gebouwen waar dit passend is. Aan herbestemming wordt meegewerkt mits het om kleinschalige activiteiten gaat met een geringe invloed op de omgeving zoals startende nieuwe bedrijven of nieuwe concepten. Grootschalige (industriële) bedrijvigheid hoort thuis op een bedrijventerrein. ➢ Water en bodem is sturend. Het principe water en bodem sturend is leidend bij aanvragen voor het wijzigen van de bedrijfsvoering of nieuwe ontwikkelingen. We zetten in op bij het gebied passende landbouw en faciliteren ondernemers die daar een bijdrage aan leveren. Dit kan bijvoorbeeld gaan om landschapsinclusieve landbouw of geïntegreerde landbouw. In beide varianten produceren agrariërs voedsel en gewassen in harmonie met milieu, natuur en landschap door natuurlijke processen in de bedrijfsvoering te integreren. Ook zorgen zij voor een gezond bodem- en watersysteem, een aantrekkelijk landschap en meer biodiversiteit, passend binnen een economisch rendabele bedrijfsvoering. Steeds meer agrarische ondernemers voelen zich ➢
Pagina 26 van 55
verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. Ze willen meer aandacht schenken aan de kwaliteit van bodem en water, minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruiken en meer ruimte geven aan planten en dieren. Een landschapsinclusieve of geïntegreerde werkwijze maakt dat in meer of mindere mate mogelijk. De omslag naar anders ondernemen kan grondgebonden veehouderijbedrijven nieuw economisch perspectief en meer maatschappelijke waardering bieden. ➢ De maatschappelijke winst van een initiatief wordt meegewogen De maatschappelijke winst kan op diverse manieren tot uitdrukking komen bijvoorbeeld door extra werkgelegenheid, versterken recreatieve routestructuren maar ook grote maatschappelijke opgaven zoals het tegengaan van wateroverlast/verdroging, energietransitie en dergelijke. Een concrete uitwerking vindt plaats in het uitvoeringsprogramma landelijk gebied. ➢
Het verplaatsen van bestaande (industriële) niet gebiedseigen bedrijven.
Bedrijven die naar aard en omvang niet gebiedseigen zijn mogen niet verder uitbreiden. We faciliteren deze bedrijven bij het verplaatsen naar een bedrijventerrein.
Beekdalenlandschap ➢ ➢
Ruimte voor intensievere agrarische activiteiten (veehouderijen en akkerbouw) is beperkt tot het middendeel van het Beekdallandschap. De kernkwaliteiten/het landschap rondom Neeritter en het Leudal zijn zo belangrijk dat we inzetten op geïntegreerde landbouw in natuurlijke overgangszones. Andere intensieve agrarische activiteiten worden ontmoedigd. Daar waar sprake is van een bestaande situatie , accepteren we die.
Jong ontginningslandschap ➢
Op enkele plaatsen is ruimte voor intensievere agrarische activiteiten w.o. veehouderij en akkerbouw.
Kernrandzones Voor Leudal willen we dat in 2040 alle plattelandskernen leefbaar en duurzaam met elkaar verbonden zijn en omringd door een groene jas. Ons buitengebied zorgt voor een groene en ruime uitvalsbasis voor onze inwoners en onze bezoekers. De kernrandzones zorgen daarbij voor een passende overgang tussen kern en buitengebied, waarmee kwaliteit aan de kern wordt toegevoegd.
Pagina 27 van 55
Hoofdstuk 4
Genieten en recreëren in Leudal
Leudal is een plattelandsgemeente met een uitgestrekt vrijetijdslandschap. Inwoners en bezoekers die willen genieten van rust, groen en ruimte in de vrije natuur, kunnen overal in de gemeente gebruik maken van een uitgebreid aanbod van wandel-, fiets- en ruiterpaden in een gevarieerd landschap. Kenmerkend voor Leudal is ook de aanwezigheid van veel en divers erfgoed. Dit is in veel gevallen nog onvoldoende inzichtelijk en beleefbaar.
Waar staan we nu? Het verblijfs-, horeca- en attractieaanbod is kleinschalig en extensief, met uitzondering van Recreatiepark De Leistert. Dit vertaalt zich in de aanwezigheid van bijzondere pareltjes passend bij de kernkwaliteiten van Leudal. Daarentegen beschikt Leudal over relatief weinig attractieaanbod voor inwoners en verblijfsgasten met een behoefte aan intensievere vormen van vrijetijdsbesteding. Wel heeft Leudal in de basis een cultuurrijke omgeving en verenigingsleven met veel ruimte om dit breder te etaleren en uit te dragen. Route-gebonden recreatie is gemeentegrens-overstijgend en vanuit Leudal zijn tal van toeristische trekpleisters met de auto bereikbaar, ook over de landsgrens heen. Om de kwaliteit van de recreatieomgeving, en daarmee ook de leefomgeving, te bestendigen geeft de gemeente samen met haar lokale en regionale partners uitvoering aan het beleidsplan Recreatie en Toerisme Leudal en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma.
Wat komt er op ons af? •
• •
• •
De grote nationale en regionale opgaven en transities zoals klimaatadaptatie, duurzame energie, transitie agro-sector, natuurontwikkeling en -bescherming, claimen ruimte en hebben een effect op de landschappelijke omgeving. Het borgen van de kwaliteit van het vrijetijdslandschap is een aandachtspunt bij de (her-)inrichting van het landschap. Sinds corona is er een sterke toename in natuurrecreatie (blijvende trend). Hierdoor is de druk op natuurgebieden, inclusief kwetsbare gebieden, toegenomen. Een blijvende trend is de groeiende behoefte aan het opdoen van belevingen. Recreanten willen diepgaander inzicht in de achtergronden en bijzonderheden van de omgeving en omgevingselementen waarin zij recreëren, zodat de belevingswaarde toeneemt. Meer diversiteit in het recreatieaanbod is nodig om te kunnen voorzien in de verschillende recreatiebehoeftes van (toekomstige) inwoners en bezoekers. De economische levensvatbaarheid van publieke recreatieaccommodaties staat onder druk. In de toekomst kan niet meer alles overal.
Wat willen we? We streven naar een divers vrijetijdslandschap met aanbod dat invulling geeft aan de behoeftes van onze inwoners en bezoekers en past bij de omgevingskwaliteiten van Leudal. Het recreatieen cultuuraanbod is verspreid en, waar mogelijk, gecombineerd met andere hoofdfuncties in de omgeving (cross-overs).
Pagina 28 van 55
Ons uitgebreide routenetwerk is een spinnenweb dat beleveniswaardige “points-of-interest”, pleisterplaatsen en horecagelegenheden met elkaar verbindt. Het netwerk is goed bewegwijzerd en grotendeels toegankelijk voor mensen met een beperking. De verhalen en bijzonderheden van aan het routenetwerk gelegen recreatie- en natuurgebieden en erfgoedlocaties zijn ontsloten voor specifieke doelgroepen, zodat zij bijzondere ervaringen kunnen opdoen in Leudal. Ook ambiëren wij één beeldbepalende attractie met een bovenregionale uitstraling, passend bij de identiteit van Leudal. Naast het kwalitatieve route-gebonden recreatieaanbod kunnen inwoners, en bezoekers, jaarrond genieten van een divers aanbod van culturele events. Samen sporten kan bij een aantal sportaccommodaties die voor alle inwoners op fietsafstand bereikbaar zijn.
Kernen ➢ ➢ ➢
➢ ➢
Er is ruimte voor een gevarieerd aanbod van eet, drink- en slaapgelegenheden. Horeca concentreert zich het liefst in winkelgebieden, op locaties met ruimte voor een terras en geclusterd rondom aantrekkelijke en groene ‘horecapleinen’. Eet-, drink- en slaapgelegenheden zijn bij voorkeur gevestigd in leegstaand of vrijkomend erfgoed, zodat het behoud daarvan beter is geborgd en een bijzondere belevingswaarde wordt gecreëerd. Er is voldoende binnen- en buitenruimte voor culturele activiteiten. In kernen met bijzonder erfgoed wordt dit op een beleefbare wijze geëtaleerd voor bezoekers.
Kernrandzones ➢ ➢
Kinderen kunnen spelen op nabij gelegen natuurlijke speelterreinen. Sport- en recreatieaccommodaties zijn voor iedereen bereikbaar op fietsafstand.
Buitengebied In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het deelgebied. ➢ ➢
➢
Het buitengebied wordt toegankelijk vanaf een aantal strategisch gelegen start- en eindpunten uitgerust met kwalitatieve voorzieningen voor fietsers, wandelaars en ruiters. De start- en eindpunten zijn onderling verbonden door een langeafstand wandel- en fietsroute met ontsluiting op de ‘groene’ (natuur, water) en ‘rode’ recreatiegebieden (kernen, attracties). Horeca in het buitengebied kan, mits gelegen in de directe nabijheid van het routenetwerk en gedurende het seizoen (april t/m oktober) minimaal 5 dagen per week geopend en tenminste op zon- en feestdagen.
Beekdalenlandschap ➢ ➢
In noord oostelijk deel ligt de nadruk op natuur-inclusieve recreatie dat qua omvang en inhoud past bij de kenmerken en hoofdfuncties in het gebied. Op een aantal locaties is ruimte voor kleinschalige recreatieconcepten waarbij het concept, ter versterking van de belevingswaarde, een connectie maakt met de (natuurlijke) omgeving.
Pagina 29 van 55
➢
Het zuidelijk deel biedt ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema gebiedseigen erfgoed- en natuurrecreatie.
Jong ontginningslandschap ➢ ➢ ➢
Kwetsbare natuurgebieden worden ontzien en in stiltegebieden is er alleen ruimte voor extensieve recreatie. De nadruk ligt op natuur-inclusieve en stilte recreatie qua omvang en inhoud passend bij de kenmerken en hoofdfuncties in het gebied. Op een aantal locaties is ruimte voor kleinschalige recreatieconcepten waarbij het concept, ter versterking van de belevingswaarde, een connectie maakt met de (natuurlijke) omgeving.
Leudal en omgeving ➢ ➢
➢
Kwaliteit gaat voor kwantiteit. We beschermen de meest kwetsbare gebieden van onze natuurparel. In Het Leudal zetten we in op: o kwaliteitsverbetering en stimuleren van bewustwording voor natuurontwikkeling en natuurbehoud door bezoekers op een licht educatieve en vermakelijke wijze mee te nemen in het belang daarvan en o het verbeteren van de toegankelijkheid en natuurbelevingswaarde voor mensen met een beperking. Aan de randen van Het Leudal is ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten, mits deze bijdragen aan een optimale natuurervaring.
Het Maasdallandschap ➢
➢
➢ ➢ ➢
We stimuleren ontwikkelingen die leiden tot een bio-divers en natuur-inclusief vrijetijdslandschap met een hoge belevingswaarde rondom de thema’s water en gebiedseigen natuur- en erfgoedrecreatie. Daarvoor zetten we in op de ontwikkeling en duurzaam beheer van sterke crossovers waarin de unieke kenmerken en primaire functies van het gebied centraal staan: akkerbouw, natuur, recreatie en water(bescherming). We ontsluiten de bijzondere wetenswaardigheden van het gebied op een zintuigprikkelende wijze (belevingswaarde). Ook versterken we de recreatieve functies van de havens in Neer en Buggenum die tevens dienen als toegangspoort naar het vrijetijdslandschap. Met nieuwe fiets- en wandelverbindingen via een fietsbrug over de Maas verbinden we het Maasdal en Het Leudal met Roermond en Nationaal Park De Meinweg.
Pagina 30 van 55
Hoofdstuk 5
Natuurlijk Leudal
Toen de Maas in haar huidige dal ging stromen was het landschap een vrij vlak plateau waarin de rivier een bochtige bedding heeft uitgeslepen. Door de opheffing van de Ardennen en de Eifel werden ook Zuid- en in beperkte mate ook Midden-Limburg opgetild waardoor de rivier zich kon insnijden in het landschap. Dit gebeurde in enkele stappen waardoor de rivier terrassen heeft gevormd die op verschillende hoogten boven de huidige bedding liggen. Doordat de Maas op een lager niveau kwam te liggen konden ook de zijrivieren en –beken zich insnijden, zoals de Leubeek. Vandaar dat het midden terras van de Maas door de zijbeekjes als de Uffelsebeek en de Rijdtbeek is aangesneden. De eerste bewoning in Leudal centreerde zich met name op het midden terras van de Maas, hier is de originele verkaveling structuur nog op plekken waarneembaar. Door toename van de bevolkingsgroei en intensivering van de landbouw, mede door de ruilverkaveling, zijn perceelstructuren en beeklopen door de tijd aangepast. De hoger gelegen zandgronden, nu bekend als de jonge ontginningsgronden, zijn het meest recent ontgonnen. Dit heeft plaatsgevonden als gevolg van de schaalvergroting en de komst van de kunstmest. Het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal’, heeft door het hoogteverschil diep ingesneden beekdalen en de stroomsnelheid van het water in de beek is hoog.
De kern van het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal wordt gevormd door twee meanderende beken. De vegetatie rondom de beken is zeer gevarieerd. De afgesneden meanders van de beken herbergen moerasvegetaties. De natte tot vochtige bossen behoren tot het elzenbos, vogelkers-essenbos en haagbeukenbos. Lokaal komen gagelstruwelen en berkenbroekbossen voor. Hoger op de flanken van de beekdalen, bestaan de bossen uit eikenbeukenbossen, eiken-berkenbossen en naaldbossen. Plaatselijk komen matig voedselrijke tot voedselrijke graslanden voor en zijn enkele heideterreintjes aanwezig.
Waar staan we nu? Er zijn veel verschillende landschapstypen met natuurlijke kwaliteiten binnen de gemeente. Op de plaatsen waar de minste verstoring is ontstaan, zien we dat de aanwezige natuurkwaliteit het hoogst is. Dit zijn de natuurlijke laagtes en hoogte verschillen waar het landschap ecologische systeem niet is aangetast omdat landbouw niet rendabel was /is. Overal zien we dat verdroging, slechte (grond)waterkwaliteit, stikstofbelasting vanuit de atmosfeer en vanuit grond- en oppervlaktewater, aanwezigheid van exoten, genetische depressie, recreatiedruk en een beperkt areaal zorgen voor een verslechtering van de kwaliteit van de landschappen. Beekdalenlandschap Het Beekdalenlandschap kent beekdalen als glooiende lijnen door een kleinschalig gevarieerd landschap van akkers tot weilanden met koeien. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. Juist de structuur zit in de afwisseling, de akkercomplexen hebben relatief weinig structurerende beplanting. Deze kleine landschapselementen in de vorm van erfbeplanting of bosjes en houtstructuren bevinden zich bij de kernen. Leudal en omgeving In de omgeving van ‘Het Leudal’ staat de natuur en het wonen centraal. Hier is de omgevingskwaliteit bovengemiddeld.
De voorzieningen zijn met name in dit deel geconcentreerd.
Pagina 31 van 55
Door goede verbindingen met de buurgemeente Roermond is dit gebied aantrekkelijk voor inwoners die willen profiteren van de rust, ruimte en hoogwaardige kwaliteit van de woningen. Het Leudal is momenteel al een populair gebied om te wandelen, te fietsen, te paardrijden. Het gebied heeft vier centrale toegangspunten, deze poorten zijn uitvalsbases met parkeren, startpunten van wandelroutes, horeca en informatie over het gebied. Aandachtspunt/uitdaging voor dit gebied met Natura 2000 status is de zonering. Sommige gebieden moeten rustig blijven en elders mag het weer wat drukker. De rustige gebieden liggen vooral langs de beek (Neerbeek, Leubeek, Tungelroyse Beek). Zij verdienen extra bescherming.
Jong ontginningslandschap De ontginningsgebieden hebben een sterk landbouw gedreven karakter. Er wordt in dit gebied ingezet op de energietransitie. Hier bevinden zich concentratiegebieden voor de agribusiness (Boerderijweg, Hollander). Deze uitgestrekte gebieden hebben een lage bevolkingsdichtheid en beperkte toeristische aantrekkelijkheid. Dit betekent niet dat deze gebieden geen (voor toerisme relevante) kernkwaliteiten kennen, deze gebieden worden hier echter niet door getypeerd. Met uitzondering van een gebied tussen Roggel en de gemeente Peel en Maas en het gebied rondom de Asbroekerheide, hier wordt ingezet op de kernwaarde Rust.
Maasdallandschap Het Maasdal heeft alle ingrediënten voor inspirerende toeristisch recreatieve voorzieningen. Bij voorkeur gaat het hier om thematische (water gerelateerde) initiatieven die bijdragen aan de (lokale) kernkwaliteiten. Dit hoeft niet beperkt te zijn tot kleinschalige, lokale initiatieven, maar kan een bredere afzetmarkt voorzien. Belangrijk is dat de initiatieven complementair zijn aan elkaar en het gebied.
Wat komt er op ons af? •
•
• •
• • • • • • •
Water en bodem sturend; dit is het huidige Rijks uitgangspunt voor de ontwikkeling van het landelijk gebied. Nieuwe ontwikkelingen moeten een positieve bijdrage leveren aan deze doelstelling. Voor het tegengaan van biodiversiteitsverlies is een groenblauwe dooradering (water) van het landelijk gebied buiten het Natuur Netwerk Nederland (NNN) netwerk van 10% voorzien. Rijks- en provinciale doelstellingen; NOVEX, Ontwerpend Onderzoek, LPLG; We zien dat er een afname is van het aantal kleine landschapselementen in het buitengebied. Deze verschraling van het landschap versterkt de negatieve spiraal van biodiversiteit. Opgaven voor stikstof, water en uitstoot hebben grote invloed op de inrichting van het buitengebied. De transitie van stikstof producerende locaties. Veranderende vraag voor energie, zowel wind als zon en de opkomst van energiehubs. Ruimtelijke initiatieven en woningbouw opgave vragen ruimte. Ruimtelijke initiatieven van burgers en bedrijven die invloed hebben op het buitengebied. Steeds groter wordende aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving. Transitie van de agrarische sector (Van IV naar andere sectoren), waardoor we leegstand krijgen in agrarische bebouwing en een verandering van gewassen. Meer leegstand in het agrarisch gebied, met mogelijk een toename van criminaliteit en ondermijning.
Pagina 32 van 55
• • • • • •
Steeds meer aandacht voor goede gezondheid (meer bewegen, gezonder eten, sociale contacten in relatie tot eenzaamheid). Verstening van tuinen en privé-gronden die zorgen voor meer hitte en afwateringsproblemen. Veranderende relatie tussen samenleving en overheid en binnen de samenleving onderling. Klimaatverandering; met daardoor groter wordende risico’s op natuurrampen. En een vermindering van het leefklimaat door hittestress. Toename van regionale recreatie en ruimtegebruik. Kader Richtlijn Water (KRW) opgave om de kwaliteit van het beekwater te verhogen voor 2027.
Wat willen wij? We streven naar een gevarieerd landschap dat bijdraagt aan de natuurlijke kwaliteiten. Water en bodem zijn sturend bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven. Het natuurlijke landschap met zijn uit verschillende perioden stammende cultuurhistorische elementen, wordt gerespecteerd en beschermd. Erfgoed wordt behouden en is veel meer dan de uiterlijke verschijning. Het gaat om uitleg over de ontstaansgeschiedenis, het herstellen van oorspronkelijke functies of de beleving van de elementen.
Beekdalenlandschap Dit gebied is uniek voor de gemeente Leudal en heeft veel (lokale en regionale) toeristische potentie. Het gaat daarbij om initiatieven die naar maat en schaal passen in het landschap en de kernkwaliteiten versterken. Hierbij wordt met name aangesloten bij de kenmerken en de (cultuur)historie van het gebied. In dit landschapstype komen alle 4 de vormen van agrarisch ondernemen voor die het landschap haar uiterlijk meegeven. Centraal gelegen is het gebied op de akkercomplexen. Hier stimuleren we intensieve landbouw, dit is zowel akkerbouw als veeteelt. De zichtbaarheid van stallen en intensieve gewassen, met teelt ondersteunende voorzieningen, met name in de concentratiegebieden voor zacht-fruit. In de beekdalen en gebieden met meer cultuurhistorische waarde stimuleren we geïntegreerde landbouw en landschapsinclusieve landbouw in de natuurlijke overgangszones. De beken en de beekdalen vragen om natuurherstel. Wij streven naar een gevarieerd beekdalensysteem dat in staat is water vast te houden in de laagtes, zodanig dat andere functies hier een voordeel van hebben. Het landschap heeft een natuurlijke verkavelingsstructuur waarin landschapselementen zorgen voor het groene raamwerk waarlangs diersoorten hun weg vinden.
Op de (bolle) akkercomplexen is ruimte voor een economisch florerende natuur-inclusieve landbouw die gebruik maakt van de kwaliteiten uit de bodem. De kernen liggen in een groene jas, waar ruimte is voor bewegen en recreatie Dit is ook de plek voor voedselbossen en het ontwikkelen van duurzame lokale initiatieven. In dit landschapstype zien we fraai ontwikkelde (cultuur) historische elementen die de geschiedenis van het gebied accentueren. De samenhang tussen natuur en cultuur komt hier goed in beeld waardoor het gebied aantrekkelijk is voor wandelaars en fietsers die rust, ruimte en groen zoeken.
Pagina 33 van 55
➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Wij streven naar aantrekkelijke mozaïeklandschappen in combinatie met bos en natuurgebieden. Halfopen ontginningslandschappen, kleinschalig door bebouwing. Wij stimuleren een (geïntegreerde) grondgebonden landbouw als mede-drager van het aanwezige landschap. Wij versterken de openheid van het gebied en verminderen de hoeveelheid bebouwing in het beekdal. We maken versteende gebieden open door sanering van bebouwing. We versterken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek (hoge en lage waterstanden, meandering, natuurvriendelijke oevers) in het beekdal. Maak de randen van het beekdal herkenbaar met beplanting en maak de beek (weer) zichtbaar. Draag bij aan ontbrekende schakels in het wandel- en fietsnetwerk door de rivier- en beekdalen en maak het landschap beleefbaar.
Leudal en omgeving Het hart van dit gebied ligt in het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal’. Dit gebied is een oase van rust en ruimte voor de aanwezige dier- en plantensoorten. Het omliggende gebied van ‘Het Leudal’ is zo ingericht dat het een zowel kwalitatieve als kwantitatieve bijdrage levert aan de waterhuishouding in het gebied. Ruimtelijk betekent dit een natuurlijke overgangszone waar landschap en kleinschalige verkaveling worden gestimuleerd. De bijzondere kwaliteiten van het cultuurlandschap die voortbouwen op de natuurlijke condities van de bodem worden hier gestimuleerd. Aan de randen van dit landschapstype is lokaal geïntegreerde landbouw gewenst. De watertoevoer uit de beken is van een goede kwaliteit en wordt binnen de gemeente vastgehouden in de beekdalen. ➢
➢
➢ ➢
We streven naar een optimale balans in het Natura 2000-gebied. De beschreven natuurdoelen gaan niet langer achteruit en hebben zelfs een lichte groei in omvang en kwaliteit. Omliggende bossen vormen een buffer voor toerisme zodat belangrijke natuurdoelen geen negatieve effecten ondervinden. Het Natura 2000-gebied ligt centraal in onze gemeente. Om de (water) kwaliteit binnen dit gebied te verbeteren willen we in de bovenstrooms gelegen landbouwgebieden beperkingen opleggen voor bemesting. Dit kan alleen bij wijziging, en verdere extensivering, van het grondgebruik (meer natuurinclusieve teelten). Het uit de productie nemen van landbouwgrond en deze omzetten naar natuur is een instrument met grote gevolgen. De nutriëntenbelasting van de beekbodem zal onverminderd hoog blijven zolang er niets aan de bemesting in de omliggende landbouwgebieden wordt gedaan. We willen een herstel van de regionale grondwatersituatie door beekbodemophoging en regulering van de grondwateronttrekkingen door de landbouw. Het woonklimaat rondom het Natura 2000-gebied zal door deze ingrepen een positieve ontwikkeling ervaren op het gebied van rust, fijnstof en geur.
Jong ontginningslandschap Wij zetten gedeeltelijk in op een open en leesbaar landschap en gedeeltelijk op het versterken en verbinden van de aanwezige boscomplexen. In deze intensieve landbouwconcentratie-gebieden krijgt de landbouwsector door innovatieve wijzigingen van de technische systemen een duurzame toekomst. Het rechte verkavelingspatroon staat ten dienste van de bereikbaarheid van percelen. Daar waar waterlopen of natuurontwikkeling nodig zijn voor een goede ecologische balans is er ruimte voor natuurlijke overgangszones en stimuleren we geïntegreerde landbouw. De openbosstructuur wordt als verbindingszone gewaardeerd en ontwikkeld. Het aanwezige stilte gebied wordt gerespecteerd en verder ontwikkeld als waarde in dit gebied.
Pagina 34 van 55
➢
➢ ➢
We stimuleren in dit gebied een levendige en intensieve landbouw die is afgestemd op de vraag van het moment. Het systeem is zo ontwikkeld en geoptimaliseerd dat het kan functioneren binnen de draagkracht van het gebied. We versterken het tussenliggende half open bosmozaïeklandschap dat een ecologische zone vormt waar waardevolle natuur tot ontwikkeling kan komen. We streven er naar om het stilte gebied van de Asbroekerheide te versterken met de kernwaarden van rust, ruimte en groen. Het gebied vormt een rustige en donkere oase in dit door de mens gedomineerde landschap.
Maasdallandschap In het Maasdal herleven de kernkwaliteiten door de thema’s toerisme en recreatie hier de ruimte te bieden. Dit gebeurt door de kernkwaliteiten niet alleen te respecteren maar juist te benutten. We stimuleren geïntegreerde landbouw in de open agrarische gebieden en natuurinclusieve recreatie aan de Maas. Binnen het Maasdal is daarnaast ruimte voor niche-initiatieven uit de agribusiness die een meer intensief karakter hebben. We zetten in op beleving van de Maas en een hoogwaardige recreatie gebonden aan het gebied. ➢ ➢ ➢
We stimuleren (geïntegreerde) grondgebonden landbouw als mede-drager van het aanwezige landschap. We koesteren het onbedijkte karakter van de Maasvallei maar hebben ook het besef dat hoogwaterbescherming in sommige gevallen soms vraagt om dijken. We respecteren de aanwezige landschapselementen zoals de terrasranden en oude Maasmeanders die worden geaccentueerd door lijnvormige elementen op de hoogte verschillen en aan de randen van percelen.
Kernrandzones De leefbaarheid in de dorpen wordt in de kernrandzones versterkt. ➢ We zetten in op een vergroening van de kernrandzones waardoor de beleving van het gebied verhoogd wordt. Kernen De kernen zijn niet primair bedoeld voor doelstellingen op het thema Natuurlijk Leudal.
Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen zijn niet primair bedoeld voor doelstellingen op het thema Natuurlijk Leudal.
Pagina 35 van 55
Hoofdstuk 6
Duurzaam Leudal
‘Duurzaamheid’ is misschien wel het grootste containerbegrip in deze tijd. Binnen dit hoofdstuk richten wij ons op ‘energie’, ‘circulariteit’ (hergebruik van afval, waardoor nieuwe grondstoffen ontstaan) en klimaatadaptatie.