E-mail namens wethouder M. Graef 7okt24 aan raadsleden
Tekst van het document
Van: Wim Cornelissen <w.cornelissen@leudal.nl> Verzonden: maandag 7 oktober 2024 17:26 Aan: Raadsleden <Raadsleden@leudal.nl> CC: Michel Graef <m.graef@leudal.nl>; Raadsgriffie <raadsgriffie@leudal.nl>; Fractie Samen Verder <FractieSamenVerder@leudal.nl>; Fractie Ronduit Open <FractieRonduitOpen@leudal.nl>; Fractie CDA <FractieCDA@leudal.nl>; Fractie D66 <FractieD66@leudal.nl>; Fractie PAL <FractiePAL@leudal.nl> Onderwerp: Extra mogelijkheid t/m zondag 27okt24 om - fractiegewijze - schriftelijk te reageren op ontwerp-omgevingsvisie en andere tijdens raadsinformatiebijeenkomst 3okt24 aan orde geweest zijnde stukken Beste raads- en commissieleden, Zie onderstaand bericht van portefeuillehouder wethouder Michel Graef waarbij jullie, als extra mogelijkheid ná de vorige week donderdag gehouden raadsinformatiebijeenkomst, fractiegewijze in de gelegenheid worden gesteld om uiterlijk zondag 27okt24 schriftelijk te reageren op de toen aan de orde geweest zijnde stukken zijnde: 1. De collegemededeling van 24sep24; 2. Het participatieverslag van de inspraak voor de Omgevingsvisie; 3. De concept-omgevingsvisie. Die drie stukken treffen jullie voor het gemak bijgevoegd nogmaals aan. De concept-omgevingsvisie kan ook digitaal worden geraadpleegd via deze hyperlink. De inhoud van beide varianten (in bijgevoegd pdf-stuk en digitaal via de webstek) is gelijk. Wim Cornelissen Griffier.
Van: Michel Graef <m.graef@leudal.nl> Verzonden: maandag 7 oktober 2024 15:51 Aan: Raadsgriffie <raadsgriffie@leudal.nl> Onderwerp: Aanvullende reacties nav Omgevingsvisie Geachte leden van de raad, beste allen, Donderdagavond hebben we raads- en commissieleden meegenomen in de concept omgevingsvisie en de eerder gevoerde partipatierondes. Gedurende de discussie ontstond de behoefte nader in te gaan op het thema 'agrarisch ondernemen / landbouw'voordat het college de ontwerpversie ter inzage legt. Bovendien was niet elke fractie in de gelegenheid de avond bij te wonen, laat staan ieder afzonderlijk raads- of commissielid. Omdat we het van belang vinden met een breed gedragen visie naar buiten te treden willen we dan ook jullie een aanvullende mogelijkheid geven te reageren. Om toch de vaart in het proces te houden doen we dat op de volgende “informele” wijze. De komende drie weken (tot en met 27 oktober 2024) stellen we jullie in de gelegenheid om schriftelijk en per fractie op de eerder gedeelde documenten te reageren. Het
gaat dan om 1) onjuistheden in de documenten en 2) voorgestelde wijzigingen in de visie voor het thema 'agrarisch ondernemen / landbouw'. We zien jullie reacties graag tegemoet. De reacties worden betrokken bij de afronding van de ontwerpversie. De ontwerpversie wordt, zoals donderdag aangegeven, daarom niet in november maar in december 2024 ter inzage gelegd. Neem bij aanvullende vragen gerust contact op. Met vriendelijke groet, Michel Graef
Met vriendelijke groeten, drs. M. (Michel) Graef Wethouder 0475 85 92 03 m.graef@leudal.nl
Van: Nicole Gerards <n.gerards@leudal.nl> Verzonden: donderdag 26 september 2024 18:06 Aan: Raadsgriffie <raadsgriffie@leudal.nl> CC: Michel Graef <m.graef@leudal.nl> Onderwerp: Raadsinformatiebrief Omgevingsvisie Leudal Beste Wim, Bijgevoegd de raadsinformatiebrief met bijlagen ter voorbereiding op de raadsinformatiebijeenkomst op 3 oktober 2024. Ik bied daarbij de volgende bijlagen aan: 1. De raadsinformatiebrief 2. Het participatieverslag van de inspraak voor de Omgevingsvisie 3. De concept Omgevingsvisie Voor raads- en commissieleden die dat wensen is er ook een digitale versie beschikbaar. Deze is raadpleegbaar via deze link. De inhoud van beide varianten (tekst en website) is gelijk. Hartelijke groeten, Nicole Gerards
Bijlage 1
Participatieverslag Omgevingsvisie Leudal
1.
Inleiding
In juni en juli 2024 hebben de participatiebijeenkomsten voor de Omgevingsvisie Leudal plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomsten zijn we met raadsleden, ketenpartners, inwoners en ondernemers in gesprek gegaan over de Omgevingsvisie. Het uitgangspunt van de visie is dat de kwaliteit van de leefomgeving behouden blijft, en liefst nog toeneemt, voor toekomstige generaties. Binnen dit kader zijn alle grote opgaven geprojecteerd in de beperkt beschikbare ruimte en worden waar mogelijk functies gecombineerd. Dit betekent dat niet alles overal kan en de visie uitgaat van verhuizende functies en transformerende gebieden. De Omgevingsvisie is opgebouwd uit een aantal bouwstenen, zoals het landschappelijk raamwerk, duurzame energie, recreatie en toerisme en wonen. De inbreng die tijdens de totstandkoming van deze bouwstenen is ontvangen van inwoners, ondernemers, ketenpartners en deskundigen is voor zover relevant verwerkt in de Omgevingsvisie. De bijeenkomsten van juni en juli 2024 hadden tot doel een laatste (informele) raadpleging te doen en informatie op te halen. In dit verslag is opgenomen hoe de participatie heeft plaatsgevonden, wie daarbij is betrokken en welke inbreng is geleverd. Daarnaast is – op hoofdlijnen – weergegeven of deze inbreng is verwerkt, op welke manier en waarom.
2.
Algemeen
Er zijn in juni en juli drie bijeenkomsten georganiseerd. Namelijk: 1. 25 juni 2024: voor (keten)partners 2. 27 juni 2024: voor raads- en commissieleden 3. 4 juli 2024: voor inwoners, ondernemers, belangenbehartigers en geïnteresseerden De bijeenkomsten zijn in totaal door ca. 150 personen bezocht. Tijdens de bijeenkomsten in juni is een toelichting gegeven op de totstandkoming en inhoud van de Omgevingsvisie. Hierbij is gebruik gemaakt van een praatplaat van de visie en een kaart van het grondgebied. De praatplaat is een hulpmiddel om onze Omgevingsvisie op een eenvoudige manier te presenteren. Het is geen exacte weergave van onze gemeente en niet geografisch accuraat, maar een schematische voorstelling van belangrijke elementen zoals woonkernen, bedrijventerreinen en het buitengebied. Het geeft een indruk van de toekomstige ontwikkelingen in de verschillende delen van onze gemeente. Het toont hoe we beeldbepalende elementen zoals molens en erfgoed willen behouden, en hoe we door bouwkranen en puzzelstukken laten zien dat er gebouwd, verbouwd en gesloopt moet worden om onze ambities te verwezenlijken. De kaart van het grondgebied geeft in grove zones weer hoe functies evenwichtig (in balans) worden toegedeeld aan locaties. Dit is gedaan vanuit het landschap als basis en in de wetenschap dat niet alles overal en tegelijkertijd kan.
De praatplaat en de kaart zijn eveneens gebruikt voor de inloopavond op 4 juli 2024. Opvallend, maar niet verwonderlijk, is dat het abstractieniveau van de Omgevingsvisie niet voor iedereen even grijpbaar is. Vooral inwoners, ondernemers en belangenorganisaties hadden veel vragen en meningen over de invloed van de visie op hun leven en onderneming. Het is ook niet verwonderlijk dat persoonlijke meningen met elkaar botsten.
Tijdens de sessies is een groot aantal vragen gesteld, opmerkingen gemaakt, voorstellen voor aanvullingen gedaan en tekortkomingen gesignaleerd. Niet alle feedback is van toepassing op de Omgevingsvisie. Zo betreft het soms een statement of heeft het betrekking op de planuitwerking. Andere feedback leidt wel tot een aanpassing of aanscherping van de Omgevingsvisie. Naast solitaire feedback is ook een aantal meer algemene zaken vaker naar voren gekomen. In zijn algemeenheid is de lijn die hieruit naar voren komt, er is: -
behoefte aan meer uitleg waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. behoefte aan uitleg over de consequenties van die keuzes. bijzondere onderwerpen die nog ontbreken zoals: o de bouw van een kerncentrale, een treinstation, duurzaamheid als extra basisuitgangspunt naast bodem en water sturend.
3.
Ondernemen en werken - algemeen
De participatie heeft relatief weinig feedback en kritische aandachtspunten opgeleverd. De gegeven feedback had vooral betrekking op uitbreiding van bedrijventerreinen, toekomstperspectief voor ondernemingen en aandacht voor duurzaamheid. Er is positief gereageerd op de visie om kleinere verouderde bedrijfsomgevingen in de toekomst te saneren en geschikt te maken voor een andere invulling passend bij de omgeving. Ook hebben ondernemers positief gereageerd op de zoekgebieden voor ontwikkelruimte van onze bedrijventerreinen. Niet persé om ruimte te bieden aan nieuwe bedrijven, maar om ruimte te kunnen bieden aan bestaande bedrijven met een verhuisopgave om te kunnen ontwikkelen.
Gelijktijdig hebben omwonenden zorgen geuit. Voor hen staat zoekgebied gelijk aan realisatie met een negatief effect op de kwaliteit van hun woonomgeving. Deze tegengestelde reacties leiden niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Niet alle zoekgebieden zullen leiden tot daadwerkelijke uitbreiding. Daarbij vindt zoals opgemerkt ook afstemming plaats met buurgemeenten. En daar waar uitbreiding een optie blijkt, worden alle belangen meegewogen en meegenomen in de planontwikkeling en besluitvormingsprocedure. Tijdens de sessie voor ondernemers en inwoners is geadviseerd om meer inzicht te vergaren in de toekomstwens en -perspectief van ondernemers en bedrijven. Dit advies krijgt geen weerslag in de Omgevingsvisie. Wel wordt de overweging en eventuele uitvoering meegenomen in de reguliere activiteitenplanning. Het laatste opvallende vraagstuk was of duurzaamheid, naast water en bodem sturend, niet het derde basisprincipe van de Omgevingsvisie en alle toekomstige ontwikkelingen zou moeten zijn? Een begrijpelijke vraag omdat Leudal duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. Toch nemen we duurzaamheid niet als basisprincipe omdat duurzaamheid slechts deels te ‘verplichten’ is via bestaande wetgeving. Daarnaast gaan we altijd met initiatiefnemers in gesprek over de wensen en mogelijkheden voor aanvullende duurzaamheidsmaatregelen in ontwikkelplannen.
4.
Ondernemen en werken - agrarische sector
Specifiek over het onderwerp “agrarische sector” onder het thema “ondernemen en werken in Leudal” is het volgende ingebracht. Een gebiedsgerichte benadering waardoor niet alles meer overal kan, is voor ondernemers en inwoners die hierdoor geraakt worden moeilijk. De gemaakte analyse van het gebied wordt in twijfel getrokken omdat eigen inwoners/ondernemers het gebied kennen en aangeven te weten welke gronden waarvoor geschikt zijn; hierdoor ontstaat het beeld dat intensieve landbouw op gronden wordt gestimuleerd die naar de mening van de ondernemers niet geschikt zijn. Ook ontbreekt een goede definitie van begrippen zoals intensief, extensief, landschaps- en natuurinclusief, zoekgebied, enz. Anderzijds is juist ingebracht dat het positief is dat het landschap als basis wordt gebruikt. De visie geeft een duidelijke basis voor wat wel en niet mogelijk is. Sommige mensen vroegen zich af waarom grondwaterbeschermingsgebieden niet op de kaart staan. Ook de grote hoeveelheid agrarische bedrijven dat stopt, leidt tot vragen als hoe gaan jullie om met de rustende boer en meer praktische als hoe houden jullie grasland in het beekdal als er geen melkveebedrijven meer zijn. Daarnaast werd gevraagd om duidelijk de mogelijke ontwikkelruimte van de gebieden aan te geven.
Hieronder is aangegeven of de gemaakte opmerkingen tot een wijziging van de Omgevingsvisie hebben geleid en wat de wijziging behelst. Een opmerking die meerdere malen terugkwam ging over de analyse die van het gebied is gemaakt en waarom we daarvoor niet de mensen in het gebied hebben gevraagd. We zijn het ermee eens dat de gebruikers over het algemeen kennis van de kwaliteit van de grond hebben. De gebiedsindeling die door ons gemaakt is, is echter een andere kwalificatie dan de kwaliteit van de grond en welk gewas er het beste op geteeld kan worden. Bij de gebiedsindeling is gekeken naar de ontstaansgeschiedenis en de structuren die terug te vinden zijn in het landschap. Daarnaast hebben we in de visie het uitgangspunt dat bodem- en water sturend zijn. Hierdoor zetten we in het ene gebied meer in op de bescherming van de beekdalen en is in het andere gebied een intensieve vorm van landbouw mogelijk. Het grondgebied van de gemeente is groot en uitgestrekt en de gronden hebben veel verschillende eigenaren en gebruikers. Het is voor ons niet werkbaar om eerst met alle ondernemers in gesprek te gaan en daarna een visie op te stellen. Daarom hebben we eerst een totaalplan opgesteld en zijn we daarna gestart met de participatierondes. De opgehaalde informatie wordt gebruikt om de visie te verfijnen en waar nodig te veranderen.
Na de visie wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld. Een van de onderdelen is een uitgangpuntennotitie voor het Omgevingsplan voor het buitengebied. Als deze is vastgesteld, vindt een inventarisatie van bedrijven en andere functies in het buitengebied plaats. Een gesprek met de ondernemers over hun toekomstplannen maakt hiervan deel uit. Door landbouwers is ingebracht dat ze door de gebiedsgerichte benadering geen perspectief hebben voor de toekomst. Zij geven aan dat niet gewerkt moet worden met generiek beleid maar dat alleen maatwerk toegepast moet worden. Daarnaast geven zij aan dat niet is gekeken naar de feitelijke situatie en dat ontwikkelruimte moet blijven bestaan met mogelijkheden voor innovatie. Het is al langere tijd duidelijk dat de kwaliteit van de natuur, de bodem en het water zwaar onder druk staat. Dit betekent dat het noodzakelijk is om een andere koers te gaan varen. Het principe bodem- en watersturend is hierbij een belangrijk (landelijk) uitgangspunt. Dit betekent niet dat opeens alles anders moet, het betekent wel dat niet alles meer overal kan. Daarbij is gekeken naar de feitelijke situatie en ook naar de gewenste situatie in de toekomst. Het toekomstbeeld is opgenomen in de visie. Daarbij behouden bestaande bedrijven hun rechten.
En op het moment dat een bedrijf uitbreidingsplannen heeft en/of een wijziging van de bedrijfsvoering wil doorvoeren stimuleren we een omslag naar de landbouw zoals die op de kaart is aangegeven. In de visie is aangegeven waar ontwikkelruimte is. Die ruimte bestaat op verschillende plekken binnen de gemeente. Ruimte voor innovatie blijft dus, maar dit moet wel passen bij het doel van het gebied waarop de innovatie betrekking heeft. Als een situatie erom vraagt en de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de visie is het mogelijk om maatwerk toe te passen. Generiek beleid voor de diverse gebieden blijft echter ook nodig om de hoofdlijnen voor de toekomst uit te zetten en helderheid en duidelijkheid voor ondernemers en inwoners te scheppen. De overgang van het ene naar het andere gebied is niet keihard. Daarom is er ruimte tussen de gebiedsaanduidingen gelaten. Hierdoor is het mogelijk om maatwerk te leveren bij de bedrijven in de overgangsgebieden. Verder is aangegeven dat de gebruikte begrippen niet voldoende duidelijk zijn. Deze opmerking is aanleiding geweest om de begrippen nog eens goed onder de loep te nemen en een begrippenlijst bij de visie op te nemen. Ook zijn de gebieden op de kaart gewijzigd van “stimuleren extensieve landbouw” naar geïntegreerde landbouw.
Het uitgangspunt van geïntegreerde landbouw is dat de landbouw in balans moet zijn met de draagkracht van het gebied. Geïntegreerde landbouw is een productiesysteem waarbij rekening gehouden wordt met het landschap en geen uitputting van de bodem / omgeving ontstaat. Bodemkwaliteit, biodiversiteit en de natuurlijke weerstand van gewassen zijn van belang bij de productiesystemen. De geïntegreerde landbouw biedt meer mogelijkheden en doet meer recht aan de diversiteit van de landbouw die nu al aanwezig is in het buitengebied. Voor de agrarische sector zijn veel zaken landelijk geregeld, de gemeente ondersteunt het landschap daar waar mogelijk middels regelingen voor o.a. groenblauwe dooradering en landschapselementen vanuit het nader uit te werken programma buitengebied. Door een ondernemer met een akkerbouwbedrijf met een opvolger is uitgesproken dat ze hopen dat hun zoon nog een goede toekomst heeft in de landbouw. Wij gunnen ondernemers een goede toekomst en zijn blij met bedrijven die een opvolger hebben. Op sommige plekken betekent dit ook dat je met de inzichten van nu op een andere manier gaat werken. Dat hoeft niet per direct. Een geleidelijke omslag naar landbouw in balans met de draagkracht van de aarde is wel van belang zodat ook komende generaties nog kunnen leven, werken en genieten van ons mooie buitengebied.
Er is gevraagd waarom er geen landbouwontwikkelingsgebieden (LOG) meer op de kaarten staan. Het systeem van de LOG’s is achterhaald en 10 jaar geleden verlaten.
Er werd ons meegegeven dat slopen nodig is om een nieuwe invulling met staarten of ondermijning te voorkomen. In de visie wordt ervan uitgegaan dat niet voor alle vrijkomende agrarische bedrijven een nieuwe invulling kan worden gevonden en dat sloop inderdaad noodzakelijk is. Een uitwerking hiervan komt in het programma buitengebied. Alle ingebrachte punten zijn gewogen. Waar nodig is een verheldering, verandering en aanvulling in de visie aangebracht. Tot slot zijn nog een aantal opmerkingen ingebracht die betrekking hebben op individuele bedrijven of woningbouwplannen, teeltondersteunende voorzieningen, paardenhouderijen, de kosten van het volgen van een planologische procedure, een uitleg over de huidige regels over de kernrandzone of het inrichten van bijvoorbeeld een landbouwsluis. Deze vragen en opmerkingen hebben geen betrekking op de visie en zijn daarom niet beoordeeld of verder uitgewerkt.
5.
Wonen en leven – passend wonen
Bij dit thema denken mensen logischerwijs vaak als eerste aan de nieuwbouw van woningen. De meeste vragen en inbreng waren daarop gericht, vaak vanuit een persoonlijk belang of over een specifiek dorp. Er is positief gereageerd op onze ambitie om in alle dorpen te bouwen. Inbreng daarop was soms wel tegenstrijdig. Zo vroegen enkele aanwezigen om meer verdichting en extra woningen, terwijl anderen juist opriepen om niet alles vol te bouwen (oog houden voor groen en ruimte). Ook is opgemerkt dat het nu vaak nog (te) traditionele bouw- en woonvormen betreft. In de Omgevingsvisie staat kwaliteit centraal. In de tekst is opgenomen dat nieuwe bouwmogelijkheden passen binnen de demografische en economische ontwikkelingen en worden uitgevoerd met respect voor de kenmerkende karakteristiek en omgeving in het betreffende dorp. Met de Omgevingsvisie zetten wij in op een gevarieerd en toekomstbestendig woningaanbod in onze dorpen. Liefst op plekken die vragen om kwaliteitsverbetering of waarvan de functie vervalt. Dat kan via nieuwbouw maar ook verbouw, duurzame bebouwing is uitgangspunt. De Omgevingsvisie biedt ruimte voor diverse woon(zorg)vormen en een mix van typologieën zodat er gemengde wijken ontstaan voor jong en oud. Ook houden wij oog voor een groene omgeving (voorkomen hittestress, uitnodigen tot bewegen). Dit sluit aan bij de geleverde inbreng.
In een uitvoeringsprogramma / verordening kan desgewenst nader worden gestuurd op een wenselijke uitwerking daarvan. Tijdens de bijeenkomsten zijn verschillende vragen gesteld hoe/of we inspelen op de kansen vanuit regio Brainport. Bijvoorbeeld door meer te bouwen in dorpen langs de A2 of waar aanwezige voorzieningen onder druk staan (school, supermarkt, verenigingen). De meeste betrokkenen begrijpen dat niet alle voorzieningen meer in elk dorp bestaansrecht hebben. Ze vinden het belangrijk dat wij daar keuzes in maken. Dat aanwezige voorzieningen goed zijn, toegankelijk en bereikbaar. In dat kader is specifiek aandacht gevraagd voor Leudal-West, met relatief veel kleine dorpen. In de Omgevingsvisie is nu opgenomen om extra groei-/woningbouwambitie gericht in te zetten om het bestaande voorzieningenniveau in bepaalde dorpen kracht bij te zetten, ook vanwege het belang voor de omliggende dorpen. Daarnaast is een goede ontsluiting langs de A2 of een station belangrijk als basis voor de extra ambitie. Voorstel is daarom de woningbouwambitie te richten op Heythuysen (onze centrumkern), Baexem, Ell, Ittervoort, Haelen, Horn, Neer en Roggel. En in onze kleinere woondorpen te bouwen voor de autonome groei. Dat zijn Buggenum, Grathem, Haler, Heibloem, Hunsel, Kelpen-Oler, Neeritter en Nunhem.
Dit is een bestuurlijke afweging en wordt in de vervolgbijeenkomst met raads- en commissieleden besproken en mogelijk verwerkt in de Omgevingsvisie.
6.
Wonen en leven – mobiliteit
Er was veel aandacht voor een verkeersveilige leefomgeving en met name voor de plek van de auto in het straatbeeld. Op diverse momenten tijdens de bijeenkomsten is de wens uitgesproken de auto in de woonstraten ‘te gast’ te laten zijn of gebieden zelfs autoluw te maken en de openbare ruimte aantrekkelijker in te richten. Daarmee willen onze inwoners de auto niet in zijn geheel weren (deze is ook nodig), maar laten zien dat voetgangers en fietsers zich op een veilige manier kunnen verplaatsen. Zeker rondom scholen en speelpleinen zou meer aandacht moeten zijn voor een verkeersveilige situatie. Door wegbrengen en ophalen van kinderen bij scholen ontstaan onveilige situaties; voetgangers, fietsers, stoppende en manoeuvrerende auto’s. Ook voor het buitengebied is een aantal keren geopperd verkeersstromen te scheiden. Landbouwroutestructuren en fietsroutes liggen vaak samen. Het is gevaarlijk dat op landbouwroutes fietsknooppunten zijn. Het zijn functies die niet goed samengaan. Er wordt gecontroleerd waar en hoe verbeteringen in de routestructuren kunnen worden aangebracht. De inbreng tijdens de participatiebijeenkomsten sluit daarmee goed aan op de (ontwerp) visie. Waarbij wel van belang is, dat de inrichting van de openbare ruimte steeds per project en per gebied wordt bekeken. Daarnaast speelt gedrag een belangrijke rol in de verkeersveiligheid en de beleving ervan.
De Omgevingsvisie verandert dit niet. Een goede bereikbaarheid van voorzieningen is eveneens meerdere keren aan de orde gekomen. Daarbij gaat het ook om goede Openbaar Vervoer voorzieningen voor zowel jongeren als ouderen. In het kader van OV is eveneens station Baexem een keer aan de orde gekomen. Een treinstation kan meerwaarde hebben voor de gemeente Leudal. Dit vraagt dan om een totaalaanpak waarbij gekozen wordt voor een integrale gebiedsontwikkeling, waarbinnen dat station een meerwaarde heeft. Het sec opnemen van een treinstation is onvoldoende voor een sterke lobby daarvoor. Voorgesteld wordt hierop voor de lange termijn in te zetten en te onderzoeken of en zo ja op welke manier een treinstation meerwaarde kan genereren voor de gemeente Leudal (en eventuele omliggende gemeenten, bijv. Maasgouw). Dit is een bestuurlijke afweging en wordt in de vervolgbijeenkomst met raads- en commissieleden besproken en mogelijk verwerkt in de Omgevingsvisie. Daarnaast is aandacht gevraagd voor de mogelijkheden van deelmobiliteit, alternatief vervoer en scootmobiels. Deze vormen van vervoer zijn mogelijk en worden ook in de Omgevingsvisie beschreven. Desalniettemin is de Omgevingsvisie niet het kader voor de verdere uitwerking hiervan. Hiervoor geldt het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit.
7.
Wonen en leven - voorzieningen
Tijdens alle sessies is het belang van sociale verbinding aan de orde gekomen. Ontmoetingsplekken hoeven niet altijd formeel geregeld te worden, informeel in diverse vormen is ook waardevol voor inwoners. Ook wordt de suggestie gedaan om bepaalde functies (privaat en publiek) slim te koppelen. Voor de zelfredzaamheid van ouderen wordt nabuurschap en mantelzorg steeds belangrijker. De suggestie is gedaan om ons juist op de jongeren te richten, als mantelzorgers van de toekomst. De Omgevingsvisie biedt de algemene ruimtelijke kaders voor verschillende nieuwe ontwikkelingen. In een uitvoeringsprogramma / verordening kan desgewenst nader worden gestuurd op een wenselijke uitwerking daarvan.
8.
Genieten en recreëren
De deelnemers aan de participatiesessies lijken eensgezind. Een belangrijk deel van de reacties gaat over kwaliteit. Enerzijds is aandacht gevraagd voor de fysieke kwaliteit van de routestructuren, maar er is ook aandacht gevraagd voor het versterken van de belevingswaarde. Ook vonden bezoekers het belangrijk dat ontwikkelingen, activiteiten, evenementen, enz. bij de kwaliteit van de omgeving en bij draagkracht van de omgeving passen. Niet alles kan overal en soms alleen in beperkte mate. Deze reacties sluiten aan bij de ingezette ontwikkelkoers van Leudal. Daarin staat centraal: kwaliteitstoerisme, omgevingskwaliteit en het ontsluiten van het lokale natuurlijk, cultureel en monumentaal erfgoed op een beleveniswaardige wijze. Verder is aandacht gevraagd voor het behoud van monumenten en veilig gebruik van de routestructuren. Deze feedback is meegenomen in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie en of het bijbehorende kaartmateriaal. Dit geldt ook de voor suggesties om ruimte te bieden aan een grotere dag-attractie passend bij de kwaliteiten van de gemeente Leudal.
9.
Natuurlijk Leudal
Tijdens de participatie zijn er zeer wisselende reacties gekomen op het thema Natuurlijk Leudal. Het is een breed thema dat verbonden is met vrijwel alle andere thema’s omdat die zich allemaal in het landschap begeven. Er was duidelijk een groep participanten die de visie helemaal deelt en die het erg kan waarderen dat we als gemeente de indeling hebben gemaakt naar 4 landschapstypen en ook gebiedsgericht willen gaan sturen op het landschap. Er kwamen veel vragen wat in welke zone wordt toegestaan en gestimuleerd. Vanuit, met name, de meer agrarische gerichte participanten kwamen er opmerkingen dat de kaart veel te groen ziet en dat we geen goede afweging hebben gemaakt. Dit heeft betrekking op een aantal gebieden die vanuit het principe water en bodem sturend een meer natuurlijk karakter zullen krijgen terwijl het nu landbouwgrond is. Dit kan in de vorm van grasland, want er blijven in deze regio dieren die gras eten ook al neemt misschien de hoeveelheid koeien af. Eveneens is er aandacht gevraagd voor water vragende functies in droogte gevoelige gebieden. Vanuit het principe water en bodem sturend willen we hier ook naar gaan kijken. We gaan als uitwerking van de participatie verder werken aan het landschap en landschappelijke kwaliteit. Dit doen we omdat helder is dat nieuwe ontwikkelingen in het landschap een kwalitatieve toevoeging hebben voor het landschap.
In de uitwerking van de visie, middels het programma, zal een nota kwaliteit worden opgesteld. Kwaliteitsregels zijn er voor particulieren en bedrijfsmatige initiatieven. Tijdens de participatie wordt gesteld dat men er geen nieuwe natuurgebieden in Leudal bij wilt hebben. Dit is ook nergens in de visie opgenomen, we gaan geen nieuwe gebieden aanwijzen. Waar nodig versterken we structuren en zorgen we voor betere overgangen naar gevoelige terreinen.
10.
Duurzaam en toekomstbestendig
In het kader van duurzaamheid is de inbreng grofweg in drie hoofdcategorieën te verdelen: 1) energieopwekking 2) een duurzame woon- en leefomgeving en 3) duurzaam ontwikkelen. De meeste opmerkingen en reacties passen in de eerste categorie. Daarbij is de tegenstrijdigheid zeker aanwezig. Enerzijds is gevraagd om geen toename van windmolens mogelijk te maken en anderzijds is aangegeven dat de huidige zonnepanelen en windmolens richting de toekomst niet voldoende zijn. Daarbij is ook opgemerkt dat er ruimte zou moeten zijn voor groen gas. De tegenstrijdigheid in de belangen van de inbrengers, maakt het meer dan voorheen nodig om vanuit deskundigheid een goede belangenafweging te maken.
Dit is in de Omgevingsvisie gedaan, door enerzijds uit te gaan van zoveel mogelijk energiebesparing, dan te kijken naar de toekomstige behoefte en vervolgens naar de plekken en wijzen waarop dit het beste kan worden gerealiseerd. Hierbij zullen beide kanten van het spectrum (er is genoeg, er is te weinig) zich onvoldoende gesterkt voelen. Het is dan ook écht een afweging van belangen. Een duurzame woon- en leefomgeving is belangrijk. Er is gevraagd meer gebruik te maken van de hittestresskaarten en dorps- en schoolpleinen te vergroenen. Dit is wenselijk vanuit de Omgevingsvisie, maar is niet in de Omgevingsvisie uitgewerkt. Dit betreft uitvoering.
11.
Gezond en veilig
Specifiek over het thema gezondheid en veiligheid zijn enkele reacties ingebracht tijdens de verschillende informatiebijeenkomsten. Gezondheid wordt erg belangrijk gevonden zowel vanuit gezond leven maar vooral vanuit milieu: Er is o.a. aangegeven dat de luchtkwaliteit erg belangrijk is en niet mag verslechteren, dat het schone lucht akkoord uitgevoerd moet worden. Maar ook zijn er reacties ingebracht waaruit blijkt dat men wel vindt dat gegeven rechten/vergunningen behouden moeten blijven – ook al voldoen die niet (meer) aan de gezondheidseisen. Daarbij geldt ook dat niet iedereen zich kan vinden in strenge(re) normen op gezondheid en milieu omdat dat de bedrijfsvoering kan belemmeren en er geen duidelijk zicht is op wat er dan wel mag/kan. Voor het onderwerp veiligheid wordt er aandacht gevraagd voor ondermijning. Bovenstaande onderwerpen komen terug in de teksten bij de Omgevingsvisie en hebben geen aanleiding gegeven om op dit moment aanpassingen te doen.
12.
Overige opmerkingen
In het bijzonder is naar voren gekomen dat de behoefte bestaat aan meer uitleg over de keuzes en de gevolgen van de keuzes. Het is niet verwonderlijk dat hieraan behoefte bestaat en dat deze behoefte tijdens de bijeenkomsten niet of niet geheel kon worden weggenomen. De Omgevingsvisie bevat een omschrijving van de thema’s en kwaliteiten van Leudal en geeft ook aan welke opgaven of uitdagingen op ons afkomen. De keuzes die naar aanleiding daarvan gemaakt worden, worden nader toegelicht. Omdat de visie veel tekst bevat, is ervoor gekozen te werken met een praatplaat. De praatplaat zoals gebruikt tijdens de bijeenkomsten zal worden omgevormd naar een website. Door onderdelen van de plaat aan te klikken, verschijnt meer informatie over dat onderwerp en de gemaakte keuzes. In het verlengde van deze opmerking ontstonden vragen over de gebruikte begrippen. Wij hebben ervoor gekozen een begrippenlijst toe te voegen aan de visie. De toelichting omschrijft wat wij onder een bepaald begrip verstaan binnen Leudal. Tot slot gaan wij nog in op de opmerkingen over de visie als instrument. Wat doen wij hiermee? De Omgevingsvisie bevat de lange termijn visie voor de leefomgeving van Leudal. Wij kijken naar de periode tot 2040. De visie is de basis voor bijvoorbeeld het Omgevingsplan (de opvolger van de bestemmingsplannen), uitvoeringsplannen en concrete maatregelen.
Het is ook een belangrijke basis voor onze communicatie en samenwerking. Doelen bereiken we samen beter. Ook gebruiken wij de visie om te toetsen of een ruimtelijke ontwikkeling op een bepaalde plek wenselijk is. Het vormt daarmee een toetsingskader voor de gemeente. De visie heeft geen rechtstreekse doorwerking naar eigenaren of exploitanten. Dit betekent dat wanneer een bepaald gebied in de toekomst mogelijk verandert, dit altijd gepaard gaat met gesprekken, processen of besluiten.
13.
Conclusie
De participatiebijeenkomst heeft waardevolle toevoegingen, verheldering, en ook wijzigingen gebracht. Dit alles is in de tekst van de visie verwerkt en wordt nu verder in procedure gebracht. Na vaststelling krijgt deze Omgevingsvisie een doorvertaling in een programma buitengebied. Daarna wordt het Omgevingsplan opgesteld. In het Omgevingsplan staan de regels waarin concreet staat wat op een specifieke locatie mag.
Leudal, natuurlijk! Omgevingsvisie gemeente Leudal September 2024
Inhoud Voorwoord ……………………………………………………………………………………………………………4 Inleiding ………………………………………………………………………………………………………………5 Leeswijzer ………………………………..………………………………………………………………………….5 Samenvatting / Leudal nu en in de toekomst ...................................................................6 Waar staan we nu? .......................................................................................................6 Wat komt er op ons af? .................................................................................................6 Wat willen we?.............................................................................................................7 Hoofdstuk 1
Kwaliteit als basis ...................................................................................10
Hoofdstuk 2
Wonen en leven in Leudal .......................................................................15
Paragraaf 2.1 Passende woningen ..............................................................................15 Waar staan we nu? .....................................................................................................15 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................15 Wat willen we? ...........................................................................................................16 Paragraaf 2.2 Mobiliteit...............................................................................................18 Waar staan we nu? .....................................................................................................18 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................18 Wat willen we? ...........................................................................................................18 Paragraaf 2.3 Voorzieningen .......................................................................................20 Waar staan we nu? .....................................................................................................20 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................20 Wat willen we?
...........................................................................................................20 Hoofdstuk 3
Ondernemen en werken in Leudal ..........................................................22
Paragraaf 3.1 Ondernemen en werken (algemeen) .....................................................22 Waar staan we nu? .....................................................................................................22 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................22 Wat willen we? ...........................................................................................................22 Paragraaf 3.2 Ondernemen en werken (agrarische sector) .........................................24 Waar staan we nu? .....................................................................................................24 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................25 Wat willen we? ...........................................................................................................25 Hoofdstuk 4
Genieten en recreëren in Leudal ............................................................28
Waar staan we nu? .....................................................................................................28 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................28 Wat willen we? ...........................................................................................................28 Hoofdstuk 5
Natuurlijk Leudal ....................................................................................31
Waar staan we nu? .....................................................................................................31 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................32 Wat willen wij? ...........................................................................................................33
Pagina 2 van 55
Hoofdstuk 6
Duurzaam Leudal ...................................................................................36
Waar staan we nu? .....................................................................................................36 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................36 Wat willen wij? ...........................................................................................................37 Hoofdstuk 7
Gezond en veilig Leudal .........................................................................39
Paragraaf 7.1 Gezonde leefomgeving ........................................................................39 Waar staan we nu? .....................................................................................................39 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................40 Wat willen we? ...........................................................................................................40 Paragraaf 7.2 Goede gezondheid en veiligheid ...........................................................42 Waar staan we nu? .....................................................................................................42 Wat komt er op ons af? ...............................................................................................43 Wat willen we? ...........................................................................................................43 Hoofdstuk 8
De Omgevingsvisie in de praktijk ...........................................................46
Paragraaf 8.1 Wat mag er en waarom? .......................................................................46 Wij kiezen ervoor om: .................................................................................................46 Paragraaf 8.2 Welke kosten en bijdragen betalen initiatiefnemers? ............................47 Wij kiezen ervoor om: .................................................................................................47 Paragraaf 8.3 Wat doen wij aan onze fysieke leefomgeving? ......................................48 Wij kiezen ervoor om: .................................................................................................48 Paragraaf 8.4 Wat is het vervolg? ...............................................................................49 Paragraaf 8.5 Wij blijven in beweging.........................................................................50 Begrippen …………………………………………………………………………………………………………..51 Bijlagen ……………………………………………………………………………………………………………..55
Pagina 3 van 55
Voorwoord Voor u ligt de Omgevingsvisie van de gemeente Leudal. In dit beeldende document laten wij u zien hoe, wij als Leudal, denken wat onze gemeente in het jaar 2040 uniek maakt. Samen werken we aan de opgaven; Rust, Ruimte en Groen. Natuurlijk gaan we dat samen doen. Samen bereik je meer dan alleen, door het samen te doen ontstaat er draagvlak voor de wensen en ideeën. En “natuurlijk” kun je op twee manieren benaderen; vanzelfsprekend/natuurlijk doen we het samen én vanuit de gedachte water en bodem sturend werken we aan een buitengebied waar de natuurlijke balans weer in evenwicht is. Onze digitale visualisatie, maakt onderdeel uit van de visie, en laat zien hoe onze gezamenlijke ideale leefomgeving er uit ziet in 2040. De visualisatie daagt ons allemaal uit om initiatieven te nemen en te realiseren. De samenleving verandert en onze gemeente verandert mee. Deze omgevingsvisie is daar een voorbeeld van: een brede en integrale visie op de toekomst en een raamwerk voor allerlei ontwikkelingen. Dit document laat kort, bondig en beeldend zien waar wij samen met u aan willen werken om in 2040 te kunnen zeggen dat Leudal nog steeds een prachtige gemeente met een vitaal buitengebied is. Met de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we getracht van de gebaande paden af te wijken waar het gaat om het betrekken van u, onze inwoners bij deze visie.
Want deze Omgevingsvisie is van en voor iedereen. “Ja, Leudal is in 2040 een hartstikke gezonde gemeente. We pakken nog vaker de fiets, kinderen sporten en spelen in de openbare ruimte en kernrandzones nodigen nog meer uit om spontaan in beweging te komen.” In de omgevingsvisie gaat het niet alleen om stenen, wegen, natuur en waar we dat juist wel of niet willen, maar gaat het ook over wat we doen op die plekken. Dat iedereen mee moet kunnen doen, dat we respect hebben voor onze geschiedenis en tradities in stand houden en boven al dat we dat allemaal gezamenlijk met elkaar doen. De omgevingsvisie is meer dus dan alleen een fysieke kaart van de gemeente en hoe die gemeente er in 2040 uit ziet. Het mooie van de omgevingsvisie is dat het juist ook gaat over sociale, culturele en maatschappelijke waarden. Namens het hele college wensen wij u veel leesplezier in deze Omgevingsvisie.
Pagina 4 van 55
Inleiding Voor u ligt de Omgevingsvisie van de gemeente Leudal. Onze Omgevingsvisie is geschreven met het oog op de fysieke leefomgeving van Leudal in 2040. De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 van kracht, waarbij verantwoordelijkheden van het Rijk zijn overgedragen aan ons als gemeente. Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is het opstellen van een Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie geven we aan wat we belangrijk vinden in de fysieke leefomgeving. We geven hierbij een ruimtelijke vertaling van de Strategische Visie en de daarin opgenomen strategische kernwaarden: rust, ruimte en groen. We beschrijven wat we gaan doen om de huidige manier van leven in onze gemeente ook in de toekomst mogelijk te maken zoals we dat nu gewend zijn. Door de komst van de Omgevingswet is het mogelijk om (meer dan voorheen) zelf invulling te geven aan onze doelen. De Omgevingsvisie hebben wij met inbreng van onze inwoners, ondernemers, partners en deskundigen opgesteld. In de bijlage ‘Participatieverslag’ geven wij op hoofdlijnen inzicht in de momenten waarop wij in gesprek zijn gegaan met ……. en welke inzichten en reacties dit heeft opgeleverd. Ook laten we zien of, en op welke manier deze inzichten of reacties zijn verwerkt in deze Omgevingsvisie. Hierbij is met name van belang dat een visie een toekomstbeeld op hoofdlijnen is.
Dit betekent dat verdere uitwerking nodig is in bijvoorbeeld Uitvoeringsprogramma’s, het Omgevingsplan of plannen en projecten. De Omgevingsvisie geeft richting aan deze uitwerking. Dit betekent dan ook dat wij vanuit onze bevoegdheid en deskundigheid een zorgvuldige afweging van de belangen van inwoners, ondernemers en partners hebben gemaakt. Dit kan niet anders dan door keuzes te maken tussen tegengestelde belangen. Desalniettemin vertrouwen wij erop dat wij een visie hebben ontwikkeld die ruimte biedt aan ontwikkelingen en bescherming biedt voor een prettige woon- en leefomgeving. Op die manier is en blijft het ‘mooi leven in Leudal’.
Leeswijzer Onze Omgevingsvisie is opgebouwd uit een aantal hoofdstukken. Allereerst leest u een samenvatting van de gehele visie. Daarna volgt een beschrijving van het Leudal van nu en hoe wij onze gemeente in de toekomst zien. Vervolgens is onze visie opgedeeld in zes verschillende hoofdstukken, waarbij de volgende thema’s aan bod komen: • Wonen en leven in Leudal • Ondernemen en werken in Leudal • Genieten in Leudal • Natuurlijk Leudal • Duurzaam en toekomstbestendig Leudal • Gezond en veilig Leudal Wij hebben in onze visie de gemeente Leudal onderverdeeld in zeven deelgebieden. Ieder hoofdstuk is vervolgens opgebouwd aan de hand van deze zeven deelgebieden / gebiedstypen. De vier deelgebieden zijn: het Beekdalenlandschap, Leudal en omgeving, Jong ontginningslandschap en het Maasdallandschap. Daarnaast onderscheiden wij drie andere delen binnen de gemeente: 1) de kernen, 2) de kernrandzones en 3) de bedrijventerreinen. Aan de hand van deze deelgebieden worden de mogelijkheden en de toekomstbeelden geschetst zoals wij deze zien voor Leudal. Om helderheid te geven aan gebruikte begrippen, verwijzen we u graag naar de begrippenlijst die wij achteraan onze visie hebben opgenomen. Onze Omgevingsvisie zal bijdragen aan het leefbaar maken en houden van onze prachtige gemeente met al haar unieke elementen.
Pagina 5 van 55
Samenvatting / Leudal nu en in de toekomst Waar staan we nu? We hebben een mooie en unieke gemeente met 16 prachtige dorpen en een uitgestrekt buitengebied met veel diversiteit. Denk aan akkerbouw, rundveebedrijven, volle grond tuinbouw en intensieve veehouderijen. Het is hier fijn om te wonen, te leven en te werken. We zorgen voor elkaar, genieten met elkaar en zetten ons in voor een bruisend verenigingsleven. Elk dorp is uniek en heeft bijzondere en soms verborgen parels waar we iedere dag trots op zijn. De mix van diversiteit in de kernen en het uitgestrekte en unieke buitengebied willen we ook in de toekomst behouden.
Wat komt er op ons af? Demografische ontwikkelingen vormen een uitdaging voor het wonen en leven in Leudal. De bevolkingsgroei wordt langzaam minder. Daarnaast verandert ook de samenstelling van de bevolking. Onze inwoners vergrijzen (in 2024 is bijna een kwart 65+) en ouderen leven langer, de zogenaamde dubbele vergrijzing. Het aantal mensen in de werkzame beroepsbevolking neemt af. Nieuwe inwoners (jonge professionals, internationale werknemers) zijn nodig voor een meer evenwichtige verdeling van de bevolking en om onze lokale economie draaiende te houden. Daarnaast zijn zij nodig als werknemers, als leden bij verenigingen, als mantelzorgers etc. Deze veranderingen in de opbouw van de bevolking hebben gevolgen voor de woonopgave (soorten en aantallen woningen) en de vraag naar zorg en ondersteuning. Er komen steeds meer kleinere één- en tweepersoons huishoudens en minder gezinnen. In de toekomst zijn er steeds minder zorgplekken beschikbaar. Daardoor zijn mensen meer en meer aangewezen op hun netwerk bij een eventuele zorg- en ondersteuningsvraag. Dit geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor andere zorgvragers. Het aantal nieuwe kwetsbare inwoners neemt toe. Denk bijvoorbeeld aan oorlogsvluchtelingen, asielzoekers of internationale werknemers die zich al dan niet tijdelijk in onze gemeente vestigen.
Zij vragen niet alleen om een woonoplossing, maar ook om ondersteuning en begeleiding ter bevordering van de integratie. De woonwensen van inwoners veranderen. Die wensen zijn heel breed: door de mogelijkheid van het hybride werken is een langere reistijd tot het werk minder vaak een probleem. En vinden mensen het prima om verder van het werk af te wonen. Andere woonwensen zijn bijvoorbeeld maatregelen om langer zelfstandig thuis te wonen en energetische verbeteringen aan de woning zoals isolatie en of de vermindering van het gebruik van gas. Ook de woon- en leefomgeving verandert. De gevolgen van klimaatverandering kunnen leiden tot lange en hevige periodes van droogte of vernatting of extreme temperaturen. Om bestand te zijn tegen deze klimaatverandering introduceerde het Rijk in 2022 het beleid “water en bodem sturend”. Dit wil zeggen dat het bodem-watersysteem een doorslaggevende rol speelt bij de inrichting van het land en daarmee ook van onze gemeente. Het bodem-watersysteem is een samengesteld geheel van verschillende onderdelen die elkaar beïnvloeden. Keuzes op de ene plek, hebben gevolgen voor een andere plek of activiteit. Het is belangrijk dat we zorgvuldige keuzes maken vanuit het samenstel van water en bodem. Anders daalt de waterkwaliteit, de bodemkwaliteit en de grondwaterstand. Het buitengebied maakt al jaren een enorme transitie door.
Deze wordt enerzijds gekenmerkt door de veranderingen in de agrarische sectoren anderzijds door de energietransitie en noodzakelijk natuurherstel. Deze transities worden ingegeven vanuit natuurdoelstellingen, het belang van een goede gezondheid voor inwoners en de noodzaak voor
Pagina 6 van 55
een schonere en meer toekomstbestendige leefomgeving. De druk op het buitengebied is groot en deze druk neemt toe. Meer gebruikers hebben een groter wordende ruimtevraag. Het rijk legt steeds meer verantwoordelijkheden bij lagere overheden, onder andere gemeenten, om (mede) regie te voeren op de energietransitie, de landbouwtransitie, het natuurherstel, het woningaanbod, het zorgaanbod, de huisvesting van kwetsbaren etc. Dit vraagt om een andere – actievere - rol als gemeente dan in de afgelopen jaren. Voor u ligt daarom een Omgevingsvisie die is gericht op 2040 en keuzes bevat die noodzakelijk zijn om deze regie te kunnen voeren. Hierbij is het vertrekpunt dat niet alles, overal en tegelijk kan.
Wat willen we? In deze Omgevingsvisie benoemen we onze ambities voor 2040. Voor ieder inhoudelijk hoofdstuk wordt hieronder puntsgewijs inzichtelijk welke keuzes we maken en wat we willen bereiken.
Wonen en leven in Leudal Passend wonen • In alle dorpen bieden wij (ver)bouwmogelijkheden, afgestemd op de behoefte, waarbij inbreiding voor uitbreiding gaat. • Vrijkomende (transformatie)locaties worden benut, zo voorkomen we leegstand. • Wij sturen op kwaliteit: betaalbare en toekomstbestendige woningen in een groene omgeving. • Wij zetten in op meer variatie in (woon)zorgvoorzieningen, afgestemd op specifieke doelgroepen. • Verduurzaming van bestaande woningen vinden wij belangrijk, wij nemen ook energievoorzieningen op wijkniveau. Mobiliteit • Inwoners zien de (traditionele) auto niet langer als uitgangspunt. • Onze voorzieningen zijn veilig bereikbaar en (vervoers)toegankelijk. Daarbij besteden we extra aandacht aan ruimte voor voetgangers en fietsers. Voorzieningen • Niet alle voorzieningen zijn altijd meer fysiek in elk dorp aanwezig, door slimme combinaties en clustering houden we een goed en toegankelijk aanbod. • Ieder dorp heeft minimaal één gezamenlijke ontmoetingsplek. We stimuleren ook vormen van informeel ontmoeten en bewegen. Inwoners kijken naar elkaar om.
Ondernemen en werken in Leudal Ondernemen en werken (algemeen) • Economische vitaliteit en leefbaarheid gaan altijd hand in hand. Als nodig geven we ruimte aan gecombineerde bedrijfs- en verdienmodellen. • Bakkers, slagers, fysiotherapeuten, horecagelegenheden etc. voorzien in onze dagelijkse levens- en zorgbehoeften. Daarom zien wij die graag in onze kernen. • Voor bedrijven met zakelijke aanloop, aanloop op afspraak of met abonnement (kantoren, sportaccommodaties, garagebedrijven, etc.) is ruimte aan de randen van de kernen.
Pagina 7 van 55
•
We ambiëren moderne en duurzame bedrijventerreinen met ruimte voor groene gevels en daken, energiehubs en versteend waar nodig en waterdoorlatend waar mogelijk.
Ondernemen en werken (agrarische sector) • Wij bieden ruimte aan agrarische bedrijven passend bij de kwaliteiten van de diverse gebieden, niet alles kan overal. • Niet meer maar beter is de nieuwe norm, dus innovatie en verduurzaming in plaats van meer dieren/schaalvergroting. • Bij nieuwe initiatieven zijn water en bodem sturend voor het bepalen van een locatie en niet het eigendom.
Genieten en recreëren in Leudal • • • • • •
We versterken de leefbaarheid met groene aantrekkelijke horecapleinen met een gevarieerd aanbod van eet- en drinkgelegenheden. Er is ruimte voor bijzondere slaapgelegenheden in erfgoedgebouwen. Zo stimuleren we de belevingswaarde en dragen we bij aan het behoud van het erfgoed. We zetten in op natuurlijke speelterreinen waar kinderen actief in de buitenlucht kunnen genieten van sport en spel. We ontsluiten ons uitgebreide wandel-, fiets- en ruiternetwerk vanaf start- en rustpunten met hoog voorzieningenniveau. Verhalen en bijzonderheden van ons erfgoed (natuur, cultuur, gebouwen, enz.) worden ontsloten op een belevende manier. We realiseren ontmoetingsplekken met ruimte voor kleinschalige natuur-inclusieve recreatie, cultuur en events.
Natuurlijk Leudal • • • •
•
We versterken het landschap en de natuurlijke elementen en zorgen voor een gezonde waterhuishouding. Onze stiltegebieden zijn waardevol, we beschermen daar de rust, groen en ruimte. We respecteren de aanwezige landschapselementen zoals de terrasranden en oude Maasmeanders waarbij we trots zijn op de karakteristieke hoogteverschillen. We versterken ons beekdalenstructuur door in te zetten op de afwisseling van kleinschaligheid direct nabij de beek en meer openheid op de bolle akkers. Vanuit het concept water en bodem sturend werken we aan natuurherstel en het herkenbaar maken van de randen van het beekdal met beplanting. Cultuurhistorische elementen hebben betekenis in ons landschap en deze willen we daarom behouden voor de toekomst.
Duurzaam Leudal • • •
Het vertrekpunt voor een duurzame toekomst is dat we zoveel mogelijk energie besparen en de energie die we (toch) nodig hebben op een hernieuwbare manier opwekken. Lokale energiegemeenschappen zijn in meerdere kernen aanwezig. We stimuleren een duurzame levensstijl, die uitgaat van het anders kijken naar consumptie (zoals streek- en seizoensproducten) en het verminderen van afval.
Pagina 8 van 55
•
•
In nieuwe plannen is klimaatadaptatie en duurzame bebouwing het uitgangspunt. Een duurzame materiaalkeuze en een energie neutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. We bieden ruimte voor klimaatbuffers en vergroening (in- en om de kernen) om hittestress tegen te gaan en biodiversiteit te stimuleren.
Gezond en veilig Leudal Gezonde leefomgeving • We verbeteren de kwaliteit van onze leefomgeving op het gebied van geluid, geur en luchtkwaliteit. Een betere scheiding tussen mens en dier en tussen wonen en werken helpt daarbij. • Niet alles kan overal, de kwaliteiten van gebieden bepalen welke activiteiten zijn toegestaan. Goede gezondheid en veiligheid • We versterken de woonomgeving met activiteiten die een gezonde leefstijl stimuleren. • We zetten ons in voor een omgeving die uitnodigt om te ontmoeten, te sporten en te ontwikkelen. • Criminaliteit (zoals ondermijning, drugshandel) krijgt geen kans door herbestemmen en/of sloop van leegstaande locaties en goede sociale controle. • We zorgen voor goed toegankelijke en veilige gebouwen en openbare ruimte. • Elke inwoner heeft recht op een veilige leefomgeving.
Deze Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst van de gemeente Leudal. De visie is een eerste begin om te komen tot een wenselijk toekomstbeeld. De combinatie van onze opgaven, ambities, kenmerken, waarden en keuzes vormen het integraal afwegingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Via concrete programma’s, het Omgevingsplan, projecten en processen zorgen wij dat passende ontwikkelingen van inwoners, ondernemers en partners tot realisatie kunnen komen. De Omgevingsvisie is een dynamisch instrument. Om de vier jaar (bij een nieuwe raadsperiode) bekijken wij of bijstelling nodig is.
Pagina 9 van 55
Hoofdstuk 1
Kwaliteit als basis
Het is mooi leven in Leudal! Dat willen we graag zo houden en zelfs verbeteren. Strategische waarden Belangrijke kwaliteiten die inwoners en bezoekers noemen als ze denken aan “mooi leven in Leudal” zijn de aantrekkelijke Rust, Ruimte en het Groen dat de gemeente Leudal te bieden heeft. Deze strategische waarden komen voort uit het natuur- en cultuurlandschap en zijn op verschillende manieren in onze gemeente aanwezig en te beleven. Hiermee biedt het landschap houvast voor de gemeente Leudal. Ruimtelijke kwaliteit Onze visie is dat (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen niet alleen moeten passen in het landschap maar juist de kernkwaliteiten van dit landschap moet versterken. Daarmee wordt het principe van de inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap omgevormd naar het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen in het daarvoor meest geschikte gebied(stype). Dit betekent dat grondposities niet langer de bepalende factor zijn voor de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen. Met het versterken van de kernkwaliteiten versterken we ook de eigen identiteit van de gebieden. Dit doen we door het treffen van maatregelen die we uitwerken in een Uitvoeringsprogramma landelijk gebied. Landschappen en gebiedstypen De landschappen zorgen voor unieke identiteit en samenhang. Dit biedt een goede basis als fundament voor de toekomst van Leudal.
Er zijn 4 landschapstypen te onderscheiden.. Samen vullen zij het gehele grondgebied van Leudal. Op de visiekaart (bijlage 1, pagina 55) staan de landschappen op hoofdlijnen weergegeven. Door middel van het kwaliteitskader wordt per landschapstype het huidige unieke karakter en de samenhang van beschreven. Verder wordt aangegeven hoe ontwikkelingen de landschapstypes versterken. Ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen voor de versterking van een duurzaam landschap en zorgen voor dynamiek waarmee onze kernen leefbaar blijven. Binnen de landschappen liggen nog 3 aparte deelgebieden. Dit zijn de kernen, de kernrandzones en de bedrijventerreinen. Deze worden als afzonderlijk gebiedstype beschreven. Landschappen Leudal is een uitgestrekte gemeente met een gevarieerd landschap. Onze inwoners voelen zich thuis in dit landschap en ontlenen hieraan hun identiteit. Per landschap kijken we naar de unieke en karakteristieke elementen van het landschap op dit moment. Dit doen we vanuit de natuurlijke basis en cultuurhistorisch perspectief. Hierdoor is het landschap beter leesbaar. Verdere verdieping van de analyse op het landschap leidt tot het inzicht dat de gemeente Leudal in de basis vier typen gebieden kent. 1. Beekdalenlandschap 2. Leudal en omgeving 3. Jong ontginningslandschap 4. Maasdallandschap
Pagina 10 van 55
De indeling van deze landschappen is weergegeven in figuur 1. De omschrijving van de gebieden en hun kenmerken is hieronder omschreven. De dorpen worden bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in het programma uitgeschreven.
Figuur 1: landschappelijk raamwerk, inclusief de vier landschappelijke deelgebieden
Beekdalenlandschap Het Beekdalenlandschap ligt in het zuidwesten van de gemeente. In dit gebied liggen de 7 dorpen Ell, Grathem, Haler, Hunsel, Ittervoort, Kelpen-Oler, en Neeritter. De dorpen worden bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in het programma uitgeschreven. Een beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. Met daartussen de oude bolle akkercomplexen met weinig structurerende beplanting. Deze kleine landschapselementen in de vorm van erfbeplanting of bosjes en houtstructuren bevinden zich bij de kernen.
Pagina 11 van 55
In het Beekdalenlandschap bevinden zich veelal ook de cultuurhistorische objecten, zoals watermolens, schansen, boerderijen, kerken en archeologische monumenten. De oude bebouwing en de bebouwingslinten zijn ook nu nog duidelijk herkenbaar in de oude dorpskernen en langs de bouwlanden. De oude bouwlanden bevonden zich op de dekzandruggen in de nabijheid van de beekdalen. Ze zijn ontstaan door eeuwenlange bemesting met heideplaggen vermengd met mest uit de potstallen. Deze bouwlanden zijn nu nog als velden en kampen herkenbaar door het bolle profiel en de donkere, rijke bodem. Velden daarentegen ontstonden door gezamenlijke ontginning door meerdere boerderijen. Velden zijn dan ook groter dan kampen die meestal maar aan één boerderij toebehoorden. Momenteel zijn de kampen vaak niet meer herkenbaar als gevolg van ruilverkavelingen of doordat ze bebouwd zijn met woonwijken of bedrijventerreinen. In de directe omgeving van de oude kernen liggen grenzend aan de velden en kampen de weides voor het vee en de hooilanden hadden voornamelijk hun plaats op de nattere beekdalgronden. Door de betrekkelijk ongeorganiseerde ingebruikname van het land, op basis van een grillige natuurlijke ondergrond, is het ontginningspatroon dat daar uit is voortgekomen kronkelig. Dit is nu nog vooral te zien aan het patroon van de oudere wegen van voor 1806.
Daar waar het landschap gespaard is gebleven van ruilverkaveling zijn op de natte gedeelte nog broekbossen te vinden. De beekdalen zijn de basis voor verbindingen en fijnmazige netwerken. Dit gebied is uniek voor de gemeente Leudal. Via de beekdalen loopt ook de ecologische verbinding van en naar de buurgemeenten. De beekdalen zijn letterlijk de verbindende factor voor Leudal en haar omgeving. Leudal en omgeving Het gebied Leudal en omgeving ligt centraal in onze gemeente. In dit gebied liggen Heythuysen, Roggel, Haelen, Horn (gedeeltelijk), Baexem, Nunhem en het centraal gelegen natuurgebied “het Leudal”. Het natuurgebied (N-2000 Leudal) bestaat uit een waardevol beekdal complex in de dalen van de Roerdalslenk veroorzaakt door 2 diep uitgesneden beken met veel verval. De Roggelsebeek en de Leubeek komen samen in het Leudal. Rondom de beken is de vegetatie zeer gevarieerd. Er komt moerasvegetatie voor in de afgesneden meanders. Daarnaast zijn er kenmerkende beekbegeleidende vochtige (berken) broekbossen met galgenstruwelen. Op de flanken bestaan eiken-beukenbossen en voedselrijke graslanden afgewisseld met heide. Aan de zuidkant van het deelgebied komen nog zandverstuivingen voor, door te intensief gebruik van de heide gronden in het verleden. Grote delen van het N-2000 gebied ‘Het Leudal’ is voormalig houtwingebied.