E-mail namens wethouder M. Graef 7okt24 aan raadsleden
Tekst van het document
Waar staan we nu? Leudal is goed op weg als het gaat om de opwek van hernieuwbare energie. Als eerste gemeente in Limburg zijn windmolens gerealiseerd. Ook op onze daken wordt via zonne-energie elektriciteit opgewekt. Met name in de bebouwde omgeving en binnen de industrie zijn nog flinke slagen te maken als het gaat om energiebesparing, schone energie en een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Ook is circulaire economie een bekend begrip in onze gemeente waar we op vele gebieden aan werken. Circulariteit in de landbouw en groenreststromen. Voor ondernemers en bewoners is circulair gericht op van afval naar grondstof. Vanuit bedrijvigheid is circulair werken de insteek. Het klimaat verandert overal. Ook in Leudal ondervinden we hier de gevolgen van. We zijn een plattelandsgemeente maar zien toch verstening in onze kernen en op onze bedrijventerreinen. Dit kan en moet anders om het woon- en leefklimaat te optimaliseren. We moeten overal rekening houden met de effecten van klimaatverandering. Het ene gebied is soms te droog is en op een ander moment lopen onze straten en huizen onder. Aanpassingen aan klimaatverandering vragen om een intensieve samenwerking tussen overheden onderling. Burgers hebben daar ook een rol in. Dit maken we duidelijk in hittestresskaarten. Dit zijn kaarten waarop te zien waar kansen en risico’s zich voordoen. Wat komt er op ons af? •
• •
• • • • •
Het uitvoeren van het klimaatakkoord van ‘Parijs naar Praktijk’. Dit betekent dat wij in 2050 een klimaat neutrale gemeente zijn. Dit houdt oa in: een flinke CO2 reductie en het terugbrengen van aardgasverbruik in de bebouwde omgeving 2050 tot 0 m³. De elektriciteitsvraag en het elektriciteitsaanbod stijgen flink. De huidige infrastructuur is hier binnen de bebouwde omgeving onvoldoende op ingericht. Een steeds groter wordende vraag naar het opwekken van hernieuwbare energie. Binnen de bebouwde omgeving, met name binnen de bedrijventerreinen, zijn energiegemeenschappen en energyhubs de toekomst. Verzoeken voor veranderende energiebehoefte. Zon- en windenergie opwekking zichtbaar in het landschap. Dit geldt ook voor energie-infrastructuur en -opslagsystemen. Het vestigingsbeleid van het bedrijfsleven word afhankelijk van de beschikbare energie. Klimaat verandering met als gevolg mee extreme weer situaties. Wateroverlast of watertekorten Hittestress in stedelijke omgeving met als gevolg vermindering van de leefkwaliteit.
Pagina 36 van 55
Wat willen wij? Het begrip ‘consuminderen’ is een levensstijl, die past bij onze inwoners. Door een duurzame levensstijl leveren we allemaal samen een positieve bijdrage aan het verminderen van afval en het minimaliseren van onze ecologische voetafdruk. Onze inwoners, ondernemers en partners denken anders over en kijken anders naar afval: kan het nog een keer mee? Kan het gerepareerd worden? Kan het worden verwerkt of hergebruikt (geheel of in onderdelen)? Is energie terug te winnen uit materialen? Wat niet gemaakt hoeft te worden eindigt ook niet op de afvalberg. Waar mogelijk wordt voedsel lokaal geproduceerd, met korte vervoersafstanden en een transparant productieproces. Onze inwoners zetten zich actief in voor een duurzame leefomgeving en zijn trots op het kleinschalige landschap met de levende bodem die de basis vormt voor ons gezond voedsel. Verduurzaming van de gebouwde omgeving begint bij een optimale energiebesparing, de warmtetransitie en de kleinschalige opwek van duurzame elektriciteit (richtinggevend: 25% meer in 2030 ten opzichte van 2015). Wij verminderen het aardgasverbruik van woningen met 20% in 2030 ten opzichte van 2021. Samen met de gemeenten in de RES regio wekken wij in 2030 met grootschalige zon- en windprojecten (richtinggevend) 1.200 Gigawatt uur (GWh) duurzame energie op.
Voor 2050 hebben wij een CO2-neutrale energievoorziening, waarbij alle energie die op het eigen grondgebied wordt gebruikt, duurzaam wordt opgewekt en alle woningen en gebouwen duurzaam worden verwarmd. Wij bieden de ruimte voor netuitbreiding van het hoogspanningscircuit, waarbij de kwaliteit van het landschap gerespecteerd moet worden. Eveneens bieden wij de mogelijkheden voor een verdichting of verzwaring van transportverdeelstations en transformatorhuisjes. Bij de situering en het ontwerp wordt ruimte gelaten voor vlinderstruiken, hagen of andere vormen van aankleding. Hierdoor vervullen deze voorzieningen niet alleen een functionele behoefte, maar wordt de beleving in de woon- en leefomgeving gecompenseerd of versterkt. We ontwerpen de buitenruimte klimaatneutraal met ruimte voor groen en biodiversiteit. We vangen water waar nodig op. Het uitgangspunt in het buitengebied is water en bodem sturend. In de buitenruimte van de bebouwde omgeving heeft verstening en verharding plaatsgemaakt voor groen en biodiversiteit. Dit helpt tegen hittestress en het heeft een positieve invloed op de leefbaarheid in kernen. 36.000 bomen (voor iedere inwoner één) stimuleren vergroening van tuinen, openbare ruimte en kernrandzones. Juist bij en voor onze inwoners, die zelf beperkte mogelijkheden hebben dit te realiseren.
Kernen ➢ ➢
➢ ➢
Lokale energiegemeenschappen zijn in meerdere kernen aanwezig, zodat lokaal opgewekte energie ook lokaal wordt gebruikt. In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame bebouwing. Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. Klimaatbuffers en wadi’s worden aangelegd en dusdanig beheerd dat ze een klimaat adaptieve functie krijgen. Onze woonstraten bieden ruimte, groen en biodiversiteit, in tuinen of de openbare ruimte.
Pagina 37 van 55
Kernrandzones ➢
➢ ➢ ➢ ➢
In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame bebouwing. Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. Kleinschalige zonne-energieprojecten worden gestimuleerd. Voedselbossen en gezamenlijke dorpsgaarden / groenteproducties zijn aanwezig nabij diverse dorpen. Boomgaarden en houtsingels versterken de zones rondom de dorpen. Groenblauwe dooradering rondom de dorpen in de vorm van landschapselementen en verbindingen tussen bestaande groen objecten en beken versterken de landschappelijke kwaliteit en verhogen de belevingswaarde.
Buitengebied In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het deelgebied. ➢ ➢ ➢
Klimaatadaptatie vindt plaats in de vorm van landschapselementen en waterberging waar het passend is in of versterkend werkt voor het landschap (ongeacht het deelgebied). Binnen de zones waar we intensieve landbouw of geïntegreerde landbouw toestaan is de opwek van groen gas onder voorwaarden mogelijk (ongeacht het deelgebied). Hernieuwbare energieprojecten vinden hun plaats (in aanvulling op de bestaande windmolens in het belang van een duurzaam ruimtegebruik), hierdoor kan een kwalitatief energielandschap ontstaan.
Bedrijventerreinen ➢ ➢ ➢
Energy-hubs worden op bedrijventerreinen gestimuleerd en gefaciliteerd. Binnen daarvoor geschikte bedrijventerreinen is de opwek van groengas onder voorwaarden mogelijk. Vergroening en ontstening van bedrijventerreinen is een gezamenlijke ambitie om hitte stress te voorkomen en een prettige werkomgeving te stimuleren.
Pagina 38 van 55
Hoofdstuk 7
Gezond en veilig Leudal
Gezondheid in het kader van de Omgevingswet richt zich op drie perspectieven: het beschermen, het bevorderen en het faciliteren. • Het beschermen van de gezondheid (en het creëren van een veilige omgeving) heeft te maken met de leefomgevingskwaliteit, zoals bijvoorbeeld geluid, fijnstof, geur en gevaarlijke situaties. Dit richt zich dus op de milieu-ambities. • Gezondheid bevorderen is gericht op de leefomgeving die gezondheid stimuleert. Denk aan een omgeving die uitnodigt om te bewegen. Dit wordt ook vaak een goede gezondheid genoemd. • Gezondheid en veiligheid faciliteren gaat vooral over het zorgen dat een omgeving zelfen ‘samenredzaam’ is. Onder andere onderwerpen als toegankelijkheid van gebouwen en de omgeving en de veiligheid van vooral het openbare gebied en de samenleving komen hierbij aan bod. In dit hoofdstuk gaat het over een gezonde leefomgeving (milieu), een goede gezondheid en veiligheid.
Paragraaf 7.1
Gezonde leefomgeving
Waar staan we nu? Milieufactoren hebben een grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit van een gebied en vormen daarom ook een belangrijk onderwerp in de Omgevingswet. Het gaat om de milieufactoren luchtkwaliteit (fijnstof, geur en stikstof), geluid, straling en omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid). Onder milieu vallen de kenmerken van onze omgeving, die belangrijk zijn om ergens gezond en veilig te kunnen leven. Als we het hebben over het beschermen van de gezondheid binnen de Omgevingsvisie, dan gaat het in Leudal vooral over het buitengebied. Hier staat de kwaliteit van de leefomgeving (vooral bij woningen en natuur) onder druk, met name door de overschrijding van de geurnormen en zorgen over fijnstof. Dat milieu er toe doet, blijkt uit het feit dat meer dan 80% van de bevolking zich zorgen maakt over de gezondheids- en milieuproblemen. Een recente analyse van ingediende overlast meldingen en uitgevoerde milieuonderzoeken in de gemeente Leudal heeft aangetoond dat lucht, geur en geluid de meeste overlast en overbelasting veroorzaken. Op hoofdlijnen is de huidige milieukwaliteit in de gemeente Leudal goed en aanvaardbaar te noemen. Dit blijkt uit onder andere de Atlas Leefomgeving (luchtkwaliteit), de gemeentelijke bodemkwaliteitsen geurbelastingkaarten, referentiemetingen van het achtergrond omgevingsgeluid en het Register externe veiligheid.
Desondanks heeft de gemeente Leudal relatief te maken met veel overlast meldingen. Zoals hierboven vermeld gaat het hierbij in hoofdzaak over lucht, geluid en geur. Dat is ook de reden dat voor geur en geluid momenteel al lokale gebiedsgerichte beleidsregels van kracht zijn, die strenger zijn dan de landelijke regelgeving.
Pagina 39 van 55
Leudal heeft als een van de eerste overheden in Limburg in 2020 het Schone Lucht Akkoord ondertekend. In de gemeente Leudal wordt de luchtkwaliteit hoofdzakelijk bepaald door de veehouderijen, houtstook en verkeer (drukke wegen). Dit blijkt uit de Rapportage Luchtkwaliteit en gezondheid in Limburg (november 2022). Onlangs is Leudal in het landelijke Besluit kwaliteit leefomgeving aangeduid als aandachtsgebied fijnstof.
Wat komt er op ons af? •
•
Steeds groter wordende aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving: strengere normen voor luchtkwaliteit, fijnstof, pfas, spuitzones etc. Doordat we steeds vaker te maken hebben met hogere temperaturen en een vergrijzende bevolking, is aandacht voor hittebestrijding van belang. Transitie van de agrarische sector (Van IV naar andere sectoren) en daarbij ook horend.
• •
Meer leegstand in het agrarisch gebied. Klimaatdoelen die vragen om een versnelling van de reductie van CO2.
•
Wat willen we? We willen een goede balans tussen fijn en gezond wonen in Leudal en het bieden aan ruimte voor (agrarische) bedrijven om hun activiteiten te ontplooien, zich te vestigen of uit te breiden. We gaan uit van de vier milieubeginselen van de Omgevingswet. Dit zijn: 1. het voorzorgsbeginsel, 2. het beginsel van preventief handelen, 3. het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en 4. het beginsel dat de vervuiler betaalt. Waar van toepassing nemen wij gebiedsgerichte) beleidsvoorstellen.
de
algemene
milieubeginselen
op
in
(thematische
én
Ook gaan we uit van de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat niet alleen wij (de overheid), maar ook onze ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en hiernaar handelen. We voorkomen of beperken risico’s door het treffen van maatregelen aan de bron, het beschermen van de omgeving (met nadruk op kwetsbare groepen) en het verhogen van de zelfredzaamheid. Indien nodig, stellen we algemene regels of maatwerkvoorschriften aan bedrijven. ➢
We verbeteren de kwaliteit van onze leefomgeving op het gebied van geluid, geur en luchtkwaliteit: o Met het moderniseren van het bestaande lokale gebiedsgericht geluidbeleid wordt hieraan een nadere uitwerking gegeven door per gebied geluidsvoorschriften ‘op maat’ vast te leggen. Ook een betere bescherming van de 3 bestaande stiltegebieden krijgt hierbij aandacht. Dit betekent dat er op bepaalde plekken ook strengere normen kunnen gaan gelden dan de landelijke normen. o
Het thema geur speelt in Leudal met name bij agrarische bedrijven. Hoewel de huidige lokale geurnormen, ten opzichte van de landelijke normen, al behoorlijk zijn aangescherpt, heeft Leudal toch nog diverse (cumulatief) overbelaste gebieden en zijn er klachtmeldingen van geuroverlast. Het blijft daarom zaak om op lokaal niveau
Pagina 40 van 55
nieuwe situaties met een onaanvaardbare geurbelasting te voorkomen en de bestaande overlast te verminderen. De gebiedsindeling van deze Omgevingsvisie is de basis voor gebiedsgerichte toepassing van de nieuwe geurnormen. Dit betekent dat er op bepaalde plekken ook strengere normen kunnen gaan gelden dan de landelijke normen. o
In ons lokale uitvoeringsplan Schone Lucht Akkoord (SLA) benoemen we maatregelen op gebied van landbouw, industrie, mobiliteit, mobiele werktuigen en houtstook. Wij hebben (in aansluiting bij het Rijk) de ambitie om in 2030 gezamenlijk 50% gezondheidswinst te realiseren ten opzichte van 2016. Het uitvoeringsplan actualiseren we elk jaar. Hierdoor spelen we jaarlijks in op de mogelijkheden en verbeteringen die voor onze gemeente nodig zijn.
Kernen ➢ In kernen is het uitgangspunt dat overal een gezond woon- en leefklimaat aanwezig is. Op het gebied van geluid is het gebiedsgericht geluidbeleid al toegespitst op een goed geluidsniveau passend bij wonen. (Milieu)overlastsituaties in kernen spelen vooral nog op het gebied van geur en fijnstof. De keuzes die we maken in het buitengebied ambiëren in elk geval een verbetering van het woon- en leefklimaat in de kernen.
Kernrandzones We zorgen voor een betere scheiding tussen mens en dier en mens en agrarische activiteiten (gebruik bestrijdingsmiddelen) De milieukwaliteit in een gebied sluit aan bij de functie van een gebied. Het is belangrijk dat bedrijven zich duurzaam kunnen ontwikkelen op locaties waar ze de minste overlast veroorzaken voor de omgeving. Het reeds ingezette beleid om te komen tot scheiding van mens en dier wordt doorgezet. Het gaat hier om locaties waar heel veel dieren op een intensieve manier gehouden worden. De kernkwaliteiten van een gebied bepalen aan wat het gebied aan kan qua milieubelasting. Ook in het gebied kunnen er meerdere zones zijn bijvoorbeeld spuitvrije zones. Er wordt gestreefd naar een goede afweging tussen mogelijke en gewenste functies en de omgeving, onder andere door op een slimme manier scheiding toe te passen tussen mens en dier. ➢
➢ We inventariseren de kernrandzones en richten hierbij passende activiteiten opnieuw in De kernrandzones zijn de overgangszone tussen wonen en werken (buitengebied). In de huidige bestemmingsplannen zijn kernrandzones aangegeven rondom elke kern. We onderzoeken of een differentiatie aangebracht kan worden in de grootte van de zones maar de bestaande zone van 200 meter blijft minimaal gehandhaafd. Binnen de kernrandzones accepteren we dat het leefklimaat wat minder goed kan zijn dan in de kernen, maar nog altijd voldoende om fijn te kunnen wonen. We stemmen de activiteiten die hier mogelijk zijn af op een acceptabel ‘woon- en leefklimaat’. Waar zich kansen voordoen om bedrijven te verplaatsen of te stoppen, springen wij hier op in.
Buitengebied In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het deelgebied.
Pagina 41 van 55
We zetten in op het verlagen van de emissie bij bedrijven en het voorkomen van benutting van oude rechten op slechte locaties Verbetering van de luchtkwaliteit van bestaande agrarische bedrijven wordt gestimuleerd. We focussen hierbij ook op het wegnemen van de latente ruimte (verschil tussen vergund en feitelijk gebruik). Dit wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma Landelijk gebied. ➢
We verminderen overlastsituaties door de ontwikkeling van de juiste (bedrijfs-) initiatieven op de juiste plek We willen de negatieve effecten van bedrijvigheid op de gezondheid van inwoners en op de kwaliteit van natuur verminderen. Dit doen wij door de toepassing van een gebiedsgerichte aanpak met een lokale benadering, waarbij wij diverse opgaven tegelijkertijd én samen met de betrokkenen oppakken. Dit vraagt om een fundamenteel andere werkwijze dan we tot nu deden; we verdelen Leudal nu in 4 gebieden gebaseerd op het landschap en bijbehorende kenmerken. Daarom kunnen er per gebied andere keuzes worden gemaakt. We geven richting aan de aanpak van initiatieven waarbij een analyse van het landschap leidend is. Deze aanpak kan overigens niet los staan van de opdracht van de hogere overheden aan de gemeente om gebiedsgericht invulling te geven aan het landelijk gebied (Limburgs Programma Landelijk Gebied). ➢
We concentreren (intensieve) landbouw zodat elders in het buitengebied de kwaliteiten rust, ruimte en groen verder versterkt worden. We vinden het belangrijk dat bedrijven zich duurzaam kunnen ontwikkelen op locaties waar ze de minste overlast veroorzaken voor de omgeving. Agrarische bedrijven moeten zich vestigen en ontwikkelen op de juiste locatie in het agrarisch gebied. Concreet houdt dit in dat in de deelgebieden Leudal en omgeving en het Maasdallandschap weinig tot geen ruimte meer is voor (intensieve) landbouw. In de gebieden Jong ontginningslandschap en Beekdalenlandschap is de landschappelijke afweging van nieuwe initiatieven belangrijk; ontwikkelingen zijn mogelijk mits passend bij de (al aanwezige) functies en landschappelijke, ecologische en natuurlijke kwaliteiten. ➢
Bedrijventerreinen ➢ We zorgen voor een scheiding tussen wonen en werken Bedrijvigheid hoort in basis op het bedrijventerrein thuis. Alleen kleinschalige ondergeschikte bedrijvigheid kan ook in het buitengebied. Bedrijvigheid in kernen beperkt zich tot oudsher bestaande bedrijven, zij hebben geen ontwikkelruimte meer. Nieuwe ontwikkelingen op die plekken zijn voor woningbouw en voorzieningen. Hierdoor ontstaat er een duidelijke scheiding tussen wonen en werken, waardoor de overlast door bedrijvigheid verminderd.
Paragraaf 7.2 Goede gezondheid en veiligheid Waar staan we nu? Bij het thema goede gezondheid gaat het om de keuzes en mogelijkheden van inwoners zelf (genoeg bewegen, gezond eten) en de inrichting van de ruimte (voldoende parken, groen en speelplekken). Als we het hebben over gezondheid binnen de Omgevingsvisie, dan praten we juist over de delen die zich buiten afspelen. Het bevorderen en faciliteren van gezondheid en veiligheid gaat voornamelijk over het hebben van voldoende en goed bereikbare voorzieningen buiten en het kunnen beheren van een veilig buitenklimaat. Denk daarbij aan voldoende ruimte om te kunnen spelen, sporten en bewegen.
Pagina 42 van 55
Hiervoor is voldoende ruimte in de buitenlucht nodig, bijvoorbeeld in parken, natuur en het agrarisch gebied. Ook goede zorg, lekker in je vel zitten en mee kunnen doen horen hierbij. Naast aandacht voor gezondheid in de woonomgeving richten wij ons ook op de sociale veiligheid. Sociale veiligheid houdt in dat men zich beschermd voelt in de openbare ruimte. Dus samenvattend gaat het om voldoende plekken om te kunnen bewegen, maar wel op plaatsen waar genoeg overzicht en sociale controle is. Leudal is een groene gemeente. De afstand vanuit alle kernen tot recreatieve voorzieningen en tot de natuur is klein. In het buitengebied is de afstand tot de voorzieningen voor sport en spelen groter. En door deze grotere afstand is de toegankelijkheid en (sociale) veiligheid naar deze voorzieningen minder.
Wat komt er op ons af? •
• • • •
•
Vergrijzing en ontgroening van de bevolking; de groep mensen ouder dan 65 groeit gestaag, terwijl het aantal jongeren afneemt. Dit betekent dat we op een andere manier naar de fysieke behoeften, voorzieningen en bereikbaarheid en toegankelijkheid moeten gaan kijken. Steeds meer aandacht voor goede gezondheid (meer bewegen, gezonder eten, sociale contacten in relatie tot eenzaamheid). Een landelijk programma voor het stimuleren en verbeteren van vitaliteit en langer zelfstandig thuis wonen. Toename van criminaliteit en ondermijning (drugs etc.). Veranderende relatie tussen samenleving en overheid en binnen de samenleving onderling. Veiligheid is gebaat bij een zekere mate van sociale samenhang. Door de grotere afstand tussen mensen en tussen mens en overheid ontstaat er verharding en onrust in de samenleving. Hierdoor ontstaat er meer agressiviteit en ontstaan onveilige situaties. Klimaatverandering met daardoor groter wordende risico’s op natuurrampen.
Wat willen we? Algemeen gelden voor onze hele gemeente deze doelstellingen op dit thema: ➢ Verbetering van vitaliteit: Meer inwoners hebben een gezonde leefstijl Inwoners blijven zo lang mogelijk in ‘goede gezondheid’. We stimuleren inwoners actief een gezonde leefstijl aan te houden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden gezondheidsaspecten vroegtijdig in de planvorming meegenomen. We vinden het daarbij belangrijk dat er een gezonde omgeving in de openbare ruimte is en dat iedere inwoner voldoende mogelijkheid heeft om te bewegen in de openbare ruimte. We zetten ons in voor een omgeving die uitnodigt om te ontmoeten, te sporten en te ontwikkelen We vinden het belangrijk dat overal binnen de gemeente Leudal ruimte is voor ontmoeting, sport en ontwikkeling. Daarom investeren we in voldoende en toekomstkomstbestendig aanbod aan onderwijs, bibliotheken, sportvoorzieningen, (multifunctionele) gemeenschapsaccommodaties met ruimte voor kunst en cultuur en veilige speelplekken. Inwoners van alle leeftijden moeten voldoende mogelijkheden geboden worden om deel te kunnen nemen aan het sociaalmaatschappelijke leven en er moet voldoende aanbod zijn waarvan zij gebruik kunnen maken. Daarin zoeken we de samenwerking met onze lokale en regionale partners. ➢
Pagina 43 van 55
➢ Criminaliteit (oa. ondermijning, drugshandel) krijgt geen kans We doen dit door in te zetten op: Geen leegstand: Vrijkomende agrarische bebouwing kan gevoelig zijn voor ondermijning. We willen de criminaliteit tegengaan door herbestemming van vrijkomend agrarisch vastgoed te stimuleren, passend bij de kernkwaliteiten van Leudal, bijv. in de vorm van recreatie en toerisme. Herbestemming is echter niet overal mogelijk bijvoorbeeld door nog actieve agrarische bedrijven in de omgeving of door de ligging van het bedrijfsgebouw. Daarom zetten we naast herbestemming ook in op het slopen van vrijkomende agrarische bebouwing. (Blijvend) leegstaande bebouwing wordt gecontroleerd en bij overtredingen wordt gehandhaafd. Zo gaan we ondermijning tegen en verbeteren we het aanzicht van het buitengebied. Goede sociale controle: Ook zetten we meer in op sociale controle: de veiligheid en zichtbaarheid van speelplekken en van bebouwing is een belangrijk stedenbouwkundig uitgangspunt bij nieuwe plannen. Zo worden kavelsplitsingen niet toegestaan wanneer er geen goed zicht is op de nieuwe woning. Oplettende samenleving: We stimuleren de gemeenschap om goed op te letten en vreemde situaties te melden. We nodigen inwoners uit om met elkaar in gesprek te gaan over en initiatieven te ontplooien op het terrein van een gezonde en veilige leefomgeving.
➢ We zorgen voor goed toegankelijke en veilige gebouwen en openbare ruimte Onze inwoners worden steeds ouder en hebben steeds meer behoefte aan toegankelijke (inclusieve) voorzieningen. Ook de zelfredzaamheid van mensen wordt minder. Daar gaan we verder op sturen bij onze plannen. We vertalen de ontwerpprincipes uit de landelijke bouwsteen Omgevingsveiligheid in onze instrumenten. Op basis van risicobepalingen werken we aan maatregelen om incidenten te kunnen bestrijden en zorgcontinuïteit te borgen om inwoners te beschermen. ➢ Elke inwoner heeft recht op een veilige leefomgeving We houden bij ontwikkelingen rekening met de ontwerpprincipes voor de omgevingsveiligheid: a) Voorkomen of beperking van risico’s vergroot de veiligheid b) Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid c) Bouwwerken en omgeving bieden bescherming d) Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten e) De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk f) Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg Dit houdt onder andere in dat we aandacht hebben voor het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crisis. Specifiek in het gebied Maasdallandschap is de hoogwaterveiligheid van extra belang.
Kernen ➢ In elke kern in Leudal komt een centrale buitenvoorziening met groen en natuurlijk karakter. We streven ernaar om in elke dorpskern één centrale voorziening te realiseren (bewegen, spelen) die ook fungeert als sociale ontmoetingsplaats voor de buurt. Inwoners die elkaar beter kennen ervaren minder gauw overlast van anderen. De ontmoetingsplekken bevorderen de sociale cohesie, waardoor er minder gauw overlast optreedt. Groenere beweegplekken zijn niet alleen duurzamer en klimaatvriendelijker (o.a. betere afwatering), maar dragen ook bij aan een aantrekkelijkere woonomgeving. Ook passen de groenere beweegplekken met meer schaduw binnen een klimaatadaptieve aanpak.
Pagina 44 van 55
Kernrandzones ➢ De herinrichting van kernrandzones biedt ruimte voor een goede gezondheid De kernrandzones vormen een groene jas rondom de kernen. We zetten in op een herinrichting met passende activiteiten met een groen natuurlijk karakter. Passende activiteiten in de kernrandzones richten zich op bewegen en gezond leven. Te denken valt aan ommetjes die vanuit de kern de kernrandzone in gaan en weer terug, kleinschalige biologische boomgaarden of kleinschalige recreatieve en/of educatieve agrarische bedrijven die een assortiment van streek- en seizoensgebonden producten vers van het land aanbieden.
Buitengebied In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het deelgebied. We concentreren (intensieve) landbouw zodat elders in het buitengebied de kwaliteiten rust, ruimte en groen verder versterkt worden. We vinden het belangrijk dat bedrijven zich duurzaam kunnen ontwikkelen op locaties waar ze de minste overlast veroorzaken voor de omgeving. Agrarische bedrijven moeten zich vestigen en ontwikkelen op de juiste locatie in het agrarisch gebied. Concreet houdt dit in dat in de deelgebieden Leudal en omgeving en het Maasdallandschap weinig tot geen ruimte meer is voor (intensieve) landbouw. In de gebieden Jong ontginningslandschap en Beekdalenlandschap is de landschappelijke afweging van nieuwe initiatieven belangrijk; ontwikkelingen zijn mogelijk mits passend bij de (al aanwezige) functies en landschappelijk, ecologische en natuurlijke kwaliteiten. ➢
➢ We pakken leegstand in het buitengebied actief aan om criminaliteit te ontmoedigen. Specifiek in het buitengebied is leegstand vastgoed een plek waar criminaliteit (zoals drugshandel) goed gedijd. We stimuleren herbestemming en sturen waar nodig op slopen van overtollige bebouwing.
Bedrijventerreinen ➢ We verbeteren sociale veiligheid op bedrijventerreinen: Voor een goed veiligheidsgevoel is het vooral belangrijk dat de omgeving overzichtelijk, beheersbaar, voorspelbaar en aantrekkelijk is.
Pagina 45 van 55
Hoofdstuk 8
De Omgevingsvisie in de praktijk
Deze Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst van de gemeente Leudal. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden hieraan getoetst. Daarnaast biedt het handvatten om nieuwe projecten te starten of maatregelen in te voeren. In deze Uitvoeringsparagraaf leggen wij uit hoe wij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen afwegen. Ook leggen wij uit hoe wij de fysieke leefomgeving willen behouden en zelfs kunnen versterken. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de vervolgstappen.
Paragraaf 8.1 Wat mag er en waarom? De Omgevingsvisie bestaat uit een algemene visie, een visie per thema en een gebiedsgerichte aanpak. Per thema omschrijven wij wat wij willen bereiken (onze opgaven en ambities). Ook beschrijven wij per deelgebied de kernkwaliteiten en identiteit (onze kenmerken en waarden) en omschrijven wij thematisch hoe wij dit willen behouden en kunnen versterken (onze keuzes). De combinatie van onze opgaven, ambities, kenmerken, waarden en keuzes vormen het integraal afwegingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Wij beantwoorden steeds de vraag: hoe draagt deze ruimtelijke ontwikkeling bij aan deze uitgangspunten? Met andere woorden, sluit de ruimtelijke ontwikkeling aan bij het toekomstbeeld van Leudal. Wordt het mooier leven in Leudal?
Wij kiezen ervoor om: ➢ ➢
➢
➢
➢
de wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan onze opgaven, ambities, kenmerken, waarden en beleidskeuzes. gebiedsgericht te werken, waardoor niet iedere wenselijke ruimtelijke ontwikkeling overal kan worden uitgevoerd of gerealiseerd (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). De gewenste ruimtelijke ontwikkeling moet passend zijn in de omgeving en het landschap. wenselijke ruimtelijke ontwikkelingen, op daarvoor geschikte locaties, in te passen in de omgeving en het landschap, waarbij rekening wordt gehouden met het laadvermogen van en de ontwerpopgaven voor die locatie. enkel die ontwikkelingen toe te staan die waarde toevoegen aan het geheel van onze visie (een initiatief heeft niet alleen meerwaarde voor de initiatiefnemer, maar ook voor het landschap, de gemeenschap, de beleving en de toekomst van Leudal). bij iedere ruimtelijke ontwikkeling een omgevingsdialoog te (laten) voeren. Op die manier krijgt de initiatiefnemer inzicht in de behoeften uit de directe omgeving, de omwonenden inzicht in de wensen van de initiatiefnemer en wij inzicht in hoe de behoeften en wensen van de betrokkenen zich tot elkaar verhouden. De omgevingsdialoog wordt aangepast aan de soort ontwikkeling (grotere ontwikkelingen en kleinere ontwikkelingen) en vinden in verschillende fasen van een ruimtelijke ontwikkeling plaats.
In de volgende paragraaf leggen wij uit welke kosten en bijdragen door een initiatiefnemer moeten worden betaald in verband met de realisatie van een ruimtelijke ontwikkeling.
Pagina 46 van 55
Paragraaf 8.2 Welke kosten en bijdragen betalen initiatiefnemers? Iedere initiatiefnemer betaalt voor het behandelen van een aanvraag omgevingsvergunning, een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit of verzoek tot wijziging van het Omgevingsplan. Dit gebeurt door het betalen van leges. Daarnaast of in plaats daarvan betaalt een initiatiefnemer voor de (aanvullende) kosten die wij (moeten) maken om de ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken (het kostenverhaal). De manier waarop wij de kosten verhalen is omschreven in de Nota Grond- en vastgoedbeleid. Deze Nota biedt de handvatten voor het verhaal van kosten. Voor de berekening van het kostenverhaal gebruiken wij als vertrekpunt de landelijk beschikbaar gestelde rekentool ‘Plankostenregels bij kostenverhaal’ of de opvolger daarvan. In het hoofdstuk ‘Landschap als basis’ hebben wij omschreven hoe ons landschap is opgebouwd, wat daarvan de huidige staat is en hoe wij dit in de toekomst willen versterken. Deze versterking willen wij mogelijk maken (financieel haalbaar maken) door ruimtelijke bijdragen te vragen voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied die het landschap aantasten. Deze ruimtelijke bijdrage vindt ‘in natura’ plaats door herstelmaatregelen te treffen of ‘in geld’ door een financiële bijdrage te betalen. De financiële bijdragen worden gebruikt om het landschap te herstellen en te verbeteren.
Ook hebben wij omschreven hoe onze bebouwde omgeving is ingericht en welke opgaven daarin binnen de planperiode moeten worden gerealiseerd. De herstructurering van de bebouwde omgeving willen wij mogelijk maken (financieel haalbaar maken) door ruimtelijke bijdragen te vragen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deze ruimtelijke bijdrage vindt plaats ‘in natura’ door herstructureringsmaatregelen in het plan op te nemen of ‘in geld’ door een financiële bijdrage te betalen. De financiële bijdragen worden gebruikt om de herstructurering van de bebouwde omgeving mogelijk te maken. Wij kiezen ervoor om: ➢ ➢ ➢
➢
Kosten die de gemeente moet maken voor het mogelijk maken van een ruimtelijke ontwikkeling, te verhalen op (door te belasten aan) de initiatiefnemer. Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers, zodat het gewenst landschappelijk raamwerk kan worden gerealiseerd. Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen, waarmee sloop of herstructurering in de bebouwde omgeving (gericht op de woningbouwopgave in het betaalbare segment) wordt gefaciliteerd. Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen, waarmee sloop of herstructurering in de bebouwde omgeving (gericht op de bedrijventerreinen) wordt gefaciliteerd.
Pagina 47 van 55
Paragraaf 8.3 Wat doen wij aan onze fysieke leefomgeving? Met de Omgevingsvisie alleen komen wij er niet. De visie is een eerste begin om te komen tot een wenselijk toekomstbeeld. In de paragrafen hiervoor hebben wij uitgelegd hoe nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door derden mogelijk worden gemaakt. In deze en de volgende paragraaf gaan wij in op onze rol, die ervoor moet zorgen dat onze opgaven, ambities en wensen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Wij zullen via programma’s, omgevingsplan, projecten en processen doelen formuleren en uiteindelijk realiseren. Wij kiezen ervoor om: ➢
➢
➢
➢
De veranderende rol van de overheid, en daarmee ook die van de gemeente, zo in te vullen dat wij regie houden op de uitvoering van onze opgaven, ambities en wensen. Dit doen wij door te sturen op de gewenste effecten. Wij benoemen en stimuleren wat kan én wij geven aan wat niet kan en welke mogelijkheden er wel zijn. Op die manier geven wij duidelijkheid. Per opgave, project, proces of plan te bepalen welke rol we pakken. Niet voor ieder project neemt de gemeente dus de regie. Wij zijn regisseur en verbinder in de realisatie van onze opgaven, ambities en wensen. Samenwerking te stimuleren binnen netwerken en met verschillende partners om onze opgaven, ambities en wensen te realiseren. Wij kunnen de gestelde doelen immers niet alleen realiseren en doen dit daarom samen met inwoners, ondernemers en organisaties. Projecten, processen of plannen te realiseren die rechtstreeks onze bevoegdheid of (kern)taak raken óf waarvoor wij hebben gekozen een actieve rol te nemen. o Wij voeren projecten en maatregelen uit, die eraan bijdragen het gewenst landschappelijk raamwerk te realiseren. o Wij richten de openbare ruimte in de kernen en kernrandzones zo in, dat inwoners en bezoekers zich veilig voelen en een gezonde leefstijl wordt gestimuleerd.
Uitnodigend vormgeven van de openbare ruimte voor wandel- en fietsverkeer, sport en spel en groen is wenselijk, maar gaat ten koste van verhard oppervlak, zoals asfalt en parkeerplaatsen of de primaire functie. Desalniettemin zien wij juist deze inrichting als randvoorwaarde voor een toekomstige ontwikkeling. o Wij kiezen situationeel voor een actieve rol bij de realisatie van woningen, bedrijfslocaties, energiegemeenschappen of maatschappelijke voorzieningen. o Wij voeren regie op de transitie van het landelijk gebied, voor zover dit binnen onze bevoegdheid valt. o Wij zetten onze publiekrechtelijke bevoegdheid in om bestaand landschap, bestaande natuur en bestaand (cultureel) erfgoed te behouden. Wij stimuleren projecten waarmee de waarde en de beleving van ons landschap, onze natuur en ons (cultureel) erfgoed wordt versterkt. o
o
o
Wij treffen (tijdig) maatregelen, die de gevolgen van klimaatverandering, voornamelijk op het gebied van hittestress, hevige regenval en overstromingsrisico’s van de Maas, beperken. Wij adviseren inwoners op gebied van energiebesparing en isolatiemogelijkheden en ontzorgen (bepaalde doelgroepen) inwoners door kleine maatregelen zelf uit te voeren. Wij passen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties toe in het belang van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving.
Pagina 48 van 55
Tot slot willen wij de relatie tussen ons (lokale overheid, gemeente) en onze inwoners, ondernemers, verenigingen en partners verbeteren. Hierbij kijken wij kritisch naar onze werkwijze. Wij willen inwoners en partners betrekken bij de keuzes over de inrichting, het gebruik en het beheer van de leefomgeving. Dit bevordert dat de keuzes aansluiten op de leefstijl van inwoners (als samenleving, collectief) en tegemoet komen aan hun wensen op het gebied van hun woonomgeving, gezondheid en veiligheid.
Paragraaf 8.4 Wat is het vervolg? In aanvulling op paragraaf 8.3 is het noodzakelijk en wenselijk de Omgevingsvisie verder door te vertalen in de overige (richtinggevende) instrumenten van de Omgevingswet, namelijk de omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan. Diverse onderdelen van de Omgevingsvisie worden of zijn uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma onder de Omgevingswet. Dit zijn in ieder geval (maar niet uitsluitend): een nog op te stellen programma Landelijk Gebied, gericht op de ontwikkelingen in het buitengebied, het landschap en de cultuurhistorie; een programma Volkshuisvesting (waarvan de Versnellingsagenda Wonen onderdeel is), gericht op de woningvoorraad al dan niet voorzien van een kader voor herstructurering (apart of geïntegreerd programma); het uitvoeringsprogramma mobiliteit; een kwaliteitskader (opvolger van de Nota Kwaliteit), gericht op de versterking van het landschappelijk raamwerk; het bomenbeleid; een duurzaamheidsprogramma; het Rioleringsprogramma; het Schone Lucht Akkoord. De Omgevingsvisie wordt daarnaast vertaald in het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan is de rechtsopvolger van de bestemmingsplannen en bevat daarnaast een zogenaamde bruidsschat (rijksregels, waarop gemeenten lokaal maatwerk kunnen toepassen) en lokale verordeningen. Het Omgevingsplan geeft meer richting aan de (on)mogelijkheden van functies en activiteiten op een perceel.
Denk bijvoorbeeld aan de oppervlakte van bebouwing, de gebruiksmogelijkheden van terreinen en gebouwen en de wijze waarop activiteiten zijn toegestaan (altijd, nadat een melding is gedaan of alleen met een vergunning). Het Omgevingsplan wordt na vaststelling van de Omgevingsvisie in delen verder uitgewerkt. Wij vertalen de opgaven, ambities en doelen naar (toepasbare) regels. Hierbij geven wij nu alvast aan dat niet alle opgaven, ambities en doelen kunnen worden omgezet in regels in het Omgevingsplan. Sommige opgaven, ambities en doelen zullen op een andere wijze worden bereikt. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van projecten. Het Omgevingsplan moet voor 1 januari 2032 voor het gehele grondgebied zijn vastgesteld.
Pagina 49 van 55
Paragraaf 8.5 Wij blijven in beweging De wereld staat niet stil. Als de wereld om ons heen verandert, moeten wij hierop anticiperen (wendbaar zijn). Dit doen wij steeds vanuit de hoofdgedachte dat ‘rust’, ‘ruimte’ en ‘groen’ en een goede kwaliteit van onze fysieke leefomgeving onze drijfveren zijn. Bij nieuwe (beleids)opgaven gaan we uit van deze waarden en de voorliggende Omgevingsvisie. Deze houden wij daarom actueel. Als nieuwe inzichten ontstaan, bekijken we of, en zo ja op welke manier, wij de Omgevingsvisie moeten aanpassen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij: 1. Nieuwe inzichten in de uitvoeringsprogramma’s rondom thema’s of kwaliteiten. 2. Nieuwe opgaven die nog niet in de Omgevingsvisie staan, maar de fysieke leefomgeving wel vanuit een strategisch perspectief beïnvloeden. Wij volgen in dit kader de beleidscyclus uit de Omgevingswet.
Figuur 2: Beleidscyclus Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)
Daarbij nemen wij ten minste een keer per raadsperiode (indicatief iedere vier jaar) de verplichting op ons te besluiten over de wenselijkheid van de actualisatie van de omgevingsvisie.
Pagina 50 van 55
Begrippen Deelgebied
Gedeelte van het grondgebied van Leudal, dat naar aard of omvang onderscheidend is ten opzichte van de andere delen van Leudal. Wij kennen de volgende deelgebieden: kernen (onze dorpen), kernrandzones, bedrijventerreinen, Leudal en omgeving, Maasdallandschap, Beekdalenlandschap en Jong ontginningslandschap.
Dekzandruggen
Een dekzandrug is een opgestoven hoogte van dekzand. Het merendeel van deze hoogtes is ontstaan in de laatste ijstijd, het Weichselien.
Duurzaam(heid)
Een aanpak of ontwikkeling die voorziet in de behoeften van nu (de huidige generatie), zonder de behoeften voor de toekomst (van toekomstige generaties) in gevaar te brengen.
Energiegemeenschap
Een groep energienetgebruikers in de gebouwde omgeving die besluit energie uit te wisselen of collectieve energieactiviteiten te organiseren via een open en democratisch systeem. Het kan gaan om individuele inwoners, eventueel in samenwerking met lokale overheden of kleine ondernemingen.
Energyhub
Een lokale samenwerking tussen gebruikers en producenten van energie, waarin energieopwek, -transport, -opslag, -conversie en -verbruik op elkaar worden afgestemd.
Gebiedseigen
De functie/ het gebruik sluit aan bij het gebruik van de grond.
Goede gezondheid
Gezondheid gaat over meer dan ‘het wel of niet hebben van een aandoening’. Goede (of positieve) gezondheid gaat over lichamelijk welbevinden, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren.
Hernieuwbare energie
Energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. Dit is energie uit wind, water, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa.
Inzijggebied
Gebied waar de neerslag van nature de grond intrekt, daarmee het grondwater aanvult en dus niet via waterlopen wordt afgevoerd
Kampen
Het kampenlandschap kent een onregelmatige verkaveling. Het is een kleinschalig landschap waarbij houtwallen, houtsingels en (knot)bomenrijen het beeld langs de wegen en kavelgrenzen bepalen. De bebouwing, veelal met een historisch karakter, ligt verspreid in het landschap.
Kernrandzone
Een zone van minimaal 200 meter rond het dorp waar woongebied en bedrijvigheid wordt gescheiden en als het
Pagina 51 van 55
ware een overgangsgebied vormt tussen dorp en buitengebied. Dit doen we voor: o Het verbeteren van het woon- en leefklimaat van de inwoners in de dorpen (daar waar de meeste mensen wonen). o (milieutechnische) bescherming voor een goede gezondheid -> scheiding mens en dier, spuitvrije zone, fijnstof, geur o Het verhogen van de belevingswaarde verhogen door de aanleg van meer groen o Ruimte te bieden voor maatregelen die het woon- en leefklimaat verbeteren o Ruimte te bieden voor klimaatadaptieve maatregelen
Klimaatadaptatie
Het voorbereiden op en aanpassen aan de verandering van het klimaat. De klimaatverandering is zichtbaar door hittestress, droogte, wateroverlast en overstromingen.
Landbouw
Het totaal aan agrarische activiteiten tuinbouw, akkerbouw en intensieve veeteelt. •
waaronder
Geïntegreerde landbouw
Het uitgangspunt van geïntegreerde landbouw is dat de landbouw in balans moet zijn met de draagkracht van het gebied. Geïntegreerde landbouw is een productiesysteem waarbij rekening gehouden wordt met het landschap en geen uitputting van de bodem/ omgeving ontstaat. Bodemkwaliteit, biodiversiteit en de natuurlijke weerstand van gewassen zijn van belang bij de productiesystemen. De geïntegreerde landbouw biedt meer mogelijkheden en doet meer recht aan de diversiteit van de landbouw die nu al aanwezig is in het buitengebied. • Intensieve landbouw Intensieve landbouw is ingericht op efficiency en optimale opbrengst met andere woorden gericht op hoge productie en lage kosten. Met behulp van machines, robuuste gewassen, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Hieronder valt ook het bedrijfsmatig houden van dieren zonder dat het bedrijf hoeft te beschikken over grond bestemd voor de voerproductie van deze dieren. De dieren worden in stallen of hokken gehouden. Onder het begrip intensieve veehouderij vallen onder andere varkens, kippen, vleeskuikens, vleeskalveren, vleesstieren, (vlees)geiten, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen of parelhoenders of een combinatie daarvan.
• Extensieve landbouw/veeteelt De extensieve landbouw is erop gericht om te voedsel te produceren op meer hectare grond (productieruimte) met minder input van buiten, zoals kunstmest, veevoer en gewasbeschermingsmiddelen. Zo wordt per hectare landbouwgrond vaak minder geproduceerd dan in de intensieve akkerbouw. Natuurinclusieve landbouw en biologische landbouw zijn voorbeelden van extensieve landbouw.
Pagina 52 van 55
Een vorm van veehouderij waarbij kleine groepen dieren gevoed worden op grote oppervlaktes land concreet betekent dit 5 koeien of 9 varkens per ha. Landschapsinclusieve landbouw
Een minder intensieve vorm van landbouw, waarbij de productie van voedsel bijdraagt aan een rijk, biodivers en toegankelijk landschap waarin aandacht is voor erfgoed, schoonheid en voor de mensen die er in wonen, leven en werken. Deze vorm gaat uit van natuurlijke processen en een gezonde bodem. De diversiteit in de bodem- en landschapstypes is zichtbaar in de voedselproductie en omgekeerd.
Landschappelijk raamwerk
De op kaart vertaalde landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Leudal, opgebouwd vanuit de historie, de kenmerken, de waardevolle eigenschappen en de ontwikkelingen van het landschap.
Landschapstype
Een samenstel van eigenschappen en kenmerken van gronden (reliëf, bodem en water) met een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis.
Mobiliteit
Het geheel van vervoersmiddelen en infrastructuur dat bedoeld is om je te kunnen verplaatsen. Dit kan met (fiets, ov, auto) of zonder hulpmiddel (te voet).
Mobiliteitshub
Een plek waar verschillende vervoersvormen samen komen (overstappunt), waar mogelijk ondersteund door voorzieningen zoals een fietsenstalling, ov-opstappunt of (carpool)parkeerplaats.
Natuurinclusieve recreatie
Vorm van recreatie waarin de belevingswaarde van de natuur en landschapselementen centraal staat.
Teeltondersteunende voorziening
Voorzieningen/constructies (inclusief containervelden) met als doel het gewas te forceren tot meer groei en of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlaten ten opzichte van normale open teelt en/of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen wat leidt tot een beter kwaliteit product. Afdekfolie alléén, dus zonder enige constructie, wordt in het kader van het omgevingssplan niet gezien als een teeltondersteunende voorziening waarvoor de regelingen zoals opgenomen gelden.
Water en bodem sturend
Om Nederland zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat, moet het water- en bodemsysteem een sturende rol krijgen bij de ruimtelijke ordening. Dit is een nationaal uitgangspunt. Hiervoor gaan we: Niet afwentelen: niet op toekomstige generaties, andere gebieden of functies en ook niet afwentelen van privaat naar publiek.
Pagina 53 van 55
Meer rekening houden met extremen: extreme weersituaties die nog niet eerder zijn voorgekomen zijn door het veranderende klimaat veel vanzelfsprekender geworden. Daar moeten we ons nog beter op voorbereiden. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem: Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Niet meer zo snel mogelijk al het water afvoeren, maar het vasthouden en bergen. Dit biedt ook kansen voor de kwaliteit van water en bodem. Meerlaagsveiligheid: naast dijken en keringen aanleggen, wil het Rijk ook meer aandacht voor de ruimtelijke inrichting om gevolgen van een overstroming te beperken en voor crisisbeheersing en herstel van schade. Bodem minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen: zo worden bodems beter bestand tegen verdroging, slaan ze CO2 beter op en helpen ze ook om stikstof vast te leggen. Integrale aanpak in de leefomgeving: de water- en bodemopgaven hangen samen met alle andere opgaven in de leefomgeving. Daarom is het heel belangrijk om deze opgaven integraal aan te pakken, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. Comply or explain: Als er van een structurerende keuze wordt afgeweken, moet dat expliciet uitlegbaar en toetsbaar zijn. En doelen moeten hierbij nog steeds wel gehaald worden. `
Pagina 54 van 55
Bijlagen Bijlage 1 - Visiekaart
Pagina 55 van 55