Collegemededeling 2mrt21
Tekst van het document
Aanpassingen beleid Géén concentratie van kamerbewoning in woonkernen Het is niet wenselijk om een grote concentratie van kamerbewoning in woonkernen te realiseren, zowel voor tijdelijke werknemers als overige woonurgenten. Tot op heden heeft dit niet tot problemen geleid, echter gezien de ontwikkelingen die volgen uit het economische profiel kan dit in de nabije toekomst wel ontstaan. Door meerdere dicht bij elkaar liggende woningen te gebruiken voor kamerbewoning, kan het woonklimaat verstoord raken (denk bijvoorbeeld aan studentenwoningen in steden, parkeeroverlast e.d.). Hiertoe wordt een regel opgenomen die bepaalt dat maximaal 10% van de panden in een postcodegebied benut mag worden voor kamerbewoning, met dien verstande dat niet meer dan 2 panden naast elkaar voor kamerbewoning gebruikt mogen worden en hiertussen minimaal 3 reguliere woningen/panden, die niet gebruikt worden voor kamerbewoning, liggen.
Aanpassing van definities short stay Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de definitiebepaling in Noord-Limburg. Onder short stay wordt verstaan: “De groep tijdelijke werknemers die (nog) niet de intentie heeft om voor een langere tijd te blijven in Leudal”. Dit kunnen dus ook tijdelijke werknemers zijn die hier jaar rond werken maar nog geen keuze hebben gemaakt of ze hier definitief willen gaan wonen (en veelal enkel in de vakanties naar huis terug gaan). Het beeld van de tijdelijke werknemer, die hier enkel in het seizoen werkt, is voor een deel achterhaald. We zien dat werknemers niet enkel meer werkzaam zijn in de agrarische sector maar ook in de logistiek, zorg, bouw en maakindustrie. Dit betekent dat de behoefte aan werknemers en dus ook huisvesting niet meer seizoensgebonden is maar vaak 24/7 is en dat het hele jaar door. Bovenstaande geldt ook voor de overige woonurgenten. Short-stay huisvesting is niet geschikt voor gezinnen met kinderen jonger dan 18 of werknemers jonger dan 18 jaar.
Minimaal verblijf kamerbewoning in de woonkernen In de woonkernen wordt de regel opgenomen dat kamerbewoning enkel mogelijk is voor tijdelijke werknemers en woonurgenten die hier minimaal 6 maanden per jaar verblijven. Deze regel wordt opgenomen om een groot verloop van mensen in een huisvesting in de woonkernen te voorkomen. Beheerplan Een belangrijke pijler van het beleid is het beheerplan dat de initiatiefnemer moet overleggen, waarin hij aangeeft hoe hij de huisvesting gaat beheren, toezicht houdt, overlast gaat voorkomen, hoe omgegaan wordt met klachten en hoe de registratie van de bewoners plaatsvindt. Het beheerplan maakt deel uit van de vergunning en bij het niet nakomen van de vergunning (bijvoorbeeld bij aanhoudende overlast), kan de gemeente de vergunning intrekken en wordt de kamerbewoning beëindigd. De verhuurder wordt verplicht een register bij te houden van de huurders. Het digitale nachtregister moet gebruikt worden voor het registreren van de huurders. Hierdoor kan inzicht verkregen worden voor de daartoe bevoegde instanties. Omdat de huisvesting in de kernen enkel nog bedoeld is voor personen die hier langer dan 6 maanden verblijven, dienen alle personen zich verplicht in te schrijven in het BRP.
Indien een huurder de verhuurder niet kan (of wil) aantonen dat hij zich heeft laten inschrijven in het BRP, is de verhuurder verplicht hiervan melding te doen aan de gemeente Leudal. In het beheerplan moet vooraf worden aangegeven hoe de verhuurder dit organiseert. Voor toezicht, belastingen en de werknemers van het BRP is het belangrijk om goed inzicht te hebben in het verblijf van de bewoners. Daarnaast is het beheersplan een stok achter de deur voor de verhuurder om de gemaakte afspraken t.a.v. het beheer ook na te komen. Indien beschikbaar, wordt voor het beheerplan gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd model. Bouwkundige eisen Ten aanzien van de bouwkundige inrichten gelden de eisen uit het Bouwbesluit 2012. Bij huisvesting in de woonkernen gelden de eisen m.b.t. de woonfunctie (kamerbewoning), aangevuld met specifieke eisen ten aanzien van kamergewijze verhuur. Voor huisvesting op agrarische bedrijven en grootschalige huisvestingen, waar het verblijf veelal van kortere duur is, gelden de eisen van een logiesfunctie. Géén nieuwe woningen De huisvesting mag niet leiden tot nieuwe zelfstandige wooneenheden. Parkeerregels Ten aanzien van de parkeerregels wordt verwezen naar de meest actuele nota Parkeernormen. Op dit moment is dit de Nota Parkeernormen 2016.
Conflicterende regelingen In het bestemmingsplan buitengebied staan conflicterende regelingen (bijvoorbeeld op onderdelen tegenstrijdige regeling voor kamerbewoning en huisvesting tijdelijke werknemers). Om één eenduidige regeling te hebben, moeten deze regelingen op elkaar afgestemd worden. Kleinschalige huisvesting bedrijventerreinen Het huidige beleid laat huisvesting op bedrijventerreinen niet toe. Voor grootschalige huisvestingen wordt dit aangepast. Er is echter ook behoefte voor kleinschalige huisvesting op bedrijventerreinen, bijvoorbeeld voor het huisvesten van chauffeurs van transportbedrijven op of in de nabijheid van het bedrijf. Het voorstel is dit mogelijk te maken, mits de locatie dit kan dragen (het ‘woon’ klimaat moet evenredig zijn en er mag geen belemmering ontstaan voor omliggende bedrijven) en er geen zelfstandige (bedrijfs)woning ontstaat. De huisvesting geldt enkel voor tijdelijke werknemers, niet voor overige woonurgenten. Voor de overige regels wordt aangesloten bij de regels voor het huisvesten van tijdelijke werknemers in gebouwen in de kernen.
Definitie ‘wonen’ opnemen In het bestemmingsplan buitengebied is géén definitie opgenomen van ‘wonen’. Gelet op recente jurisprudentie van de RvS, betekent dit het verhuren van kamers in het eigen huis niet zonder meer verboden is als het bestemmingsplan het begrip ‘wonen’ niet nader definieert. Om onduidelijkheden te voorkomen, wordt deze definitie opgenomen in de regels van het beleid en bestemmingsplan. Omgevingsdialoog Om draagvlak voor de huisvesting te krijgen, dient een omgevingsdialoog conform de beleidsregel ‘indieningsvereisten bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan 2019’ te worden gevoerd.
Bijlage 5 Bouwstenen grootschalige huisvesting tijdelijke werknemers Het realiseren van grootschalige huisvestingen is maatwerk. Naast de algemene regels van de goede ruimtelijke ordening moet tevens voldaan worden aan onderstaande uitgangspunten en ‘bouwstenen’.
Uitgangspunten 1. 2.
2. 3.
4. 5.
6. 7. 8. 9. 10.
Grootschalige huisvesting binnen de woonkernen is niet toegestaan. Van grootschalige huisvestingsconcepten is sprake bij het huisvesten van meer dan 30 personen. Voor het huisvesten van minder dan 30 tijdelijke werknemers of overige woonurgenten gelden de regels zoals opgenomen in de huidige bestemmingsplannen. Het realiseren van grootschalige huisvesting voor tijdelijke werknemers is maatwerk en valt niet binnen de binnenplanse ontheffingsmogelijkheid van de bestemmingsplannen Tijdelijk of niet? Per aanvraag wordt bezien of de huisvesting tijdelijk dan wel definitief vergund wordt. Als de noodzaak tot huisvesten komt te vervallen moet de bebouwing worden verwijderd. Het aantal te huisvesten personen is gerelateerd aan de locatie met een maximum van 225. In grootschalige huisvestingen mogen géén gezinnen met kinderen onder de 18 worden gehuisvest. Hiervoor is deze vorm van huisvesting niet geschikt. Deze huisvesting moet plaatsvinden in reguliere woningen bestemt voor eengezin huishoudens. Per persoon is minimaal 10 m² verblijfsgebied aanwezig. Huisvesting in woonunits, (sta)caravans, tenten, auto's en vergelijkbaar niet is toegestaan. Er mogen maximaal 2 personen per (slaap)kamer gehuisvest worden. Per vier personen moet een toilet en badruimte aanwezig zijn. De huisvesting moet voorzien in voldoende kookgelegenheid.
Bouwstenen Locatiecriteria voor huisvestingsinitiatieven Grootschalige huisvesting of een grootschalige huisvestingsgelegenheid voor tijdelijke werknemers kan enkel gerealiseerd worden op een hiervoor geschikte locatie. In beginsel worden geen locaties uitgesloten, behoudens binnen de woonkernen van Leudal. Naast de gebruikelijke criteria om te bepalen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening worden aanvullende eisen gesteld aan de ontsluiting, bereikbaarheid, parkeren, ruimtelijke uitstraling, landschappelijke inpassing, goed woon- en leefklimaat en draagvlak van de omgeving. Bij de locatiebeoordeling van een initiatief dient rekening gehouden te worden met de draagkracht van de omgeving. Qua locatie moet gedacht worden aan de randen van kernen (kernrandzone, niet direct aangrenzend bij woonwijken), waarbij de omvang van de huisvesting afgestemd moet worden met de omvang van de kern (draagkracht van de kern in het kader van de sociale cohesie) en (randen van) bedrijventerreinen, op eigen terrein van bedrijven die huisvesting nodig hebben voor de eigen werknemers etc..
De volgende locatiecriteria gelden: Nieuwe locaties, niet zijnde huisvesting op agrarische bedrijven, liggen bij voorkeur in de kernrandzone (niet direct aangrenzend aan woonwijken), conform definitie bestemmingsplan buitengebied en de randen van bedrijventerreinen, in de nabijheid van de werkgelegenheidsgebieden. De locatie moet voorzien in goed verblijfsklimaat voor de tijdelijke werknemers. De bestemming van de huisvestingen krijgt geen generieke woonbestemming. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. het openbare gebied moet de voorziening op een goede wijze kunnen ontsluiten. De gebouwen en bouwwerken hebben een goede ruimtelijke-stedenbouwkundige inpassing en een goede esthetische kwaliteit (ter beoordeling van de commissie
Pagina 1 van 4
-
-
ruimtelijke kwaliteit, ook al ligt de bebouwing in een welstandsvrij gebied). De regels van de nota Kwaliteit zijn ook van toepassing (landschappelijke inpassingkwaliteitsbijdrage) De grote van de huisvesting (aantal personen) en de aantallen moet zijn afgestemd op de omgeving en de omliggende woonkern(en). Er mag geen ontwrichting ontstaan van het woon- en leefklimaat. Dit betekent dat er een maximum gesteld kan worden aan het aantal huisvestingen, als hierdoor de belasting op een woonkern of de omgeving te groot wordt. Bij huisvesting bij het eigen bedrijf, moet de bebouwing binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. Indien dit niet mogelijk is, kan de bebouwing buiten het bouwblok plaatsvinden, mits dit direct aangrenzend is én het bestemmingsplan de mogelijkheid geeft dit te doen.
Voorbeelden kwalitatieve huisvesting (Katwijk en Hollands Kroon)
Bestaande bebouwing voor nieuwbouw en sanering In beginsel gaat het huisvesten van tijdelijke werknemers in bestaande complexen vóór nieuwbouw van huisvesting. Dit om leegstand en verloedering te voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan een leegstaand klooster, leegstaande stallen e.d.. Is een leegstand gebouw niet geschikt te maken voor huisvesting, dan gaat sloop én nieuwbouw op een locatie vóór op nieuwbouw op een nieuwe ‘braakliggende’ locatie. Indien dit niet mogelijk is, zal sanering van oude gebouwen die hun functie hebben verloren, als voorwaarde gelden voor de huisvesting van tijdelijke werknemers. Dit geldt niet als huisvesting op eigen terrein nieuw wordt gerealiseerd, binnen de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Huisvesting op eigen bedrijf Sommige bedrijven hebben de behoefte om tijdelijke werknemers te huisvesten op het eigen bedrijf voor de eigen bedrijfsvoering. In Leudal geldt dit vooral bij de agrarische bedrijven met arbeidsintensief werk. Dit heeft voordelen voor zowel de ondernemer als de werknemer zelf (bijvoorbeeld minder reistijd, goed beheer, goed toezicht, binding werkgever en werknemer). In het verleden heeft de vrees bestaan dat deze situatie kan leiden tot uitbuiting. In deze tijd van een ‘tekort aan tijdelijke werknemers’ is dit minder waarschijnlijk.
De tijdelijke werknemers hebben snel een andere werkgever gevonden als ze minder tevreden zijn over de huisvesting. Desalniettemin wordt enkel meegewerkt aan grootschalige huisvesting als een ondernemer voldoende aannemelijk maakt dat de huisvesting voldoende kwaliteit heeft. Tevens zal hij, via een accountantsverklaring of vergelijkbaar, duidelijkheid moeten geven over huurprijs en op welke wijze deze betaald dient te worden. De huisvesting op eigen terrein moet afgestemd zijn op de behoefte van de eigen bedrijfsactiviteiten zijn en de omgeving moet deze huisvesting kunnen dragen. De huisvesting op eigen terrein is enkel bedoeld voor eigen werknemers, die daadwerkelijk bij het betreffende bedrijf werken, aan te tonen middels een accountantsverklaring of vergelijkbaar. Voorzieningen mogen, bij leegstand, gedeeld worden met andere agrarische bedrijven, bijvoorbeeld als er sprake is van seizoensarbeid en verschillende behoefte in tijden aan huisvesting.
Pagina 2 van 4
Omgevingsdialoog Wanneer het college en raad positief staan tegenover een initiatief, moet de initiatiefnemer zelf het gesprek aangegaan met de omgeving, de zogenaamde omgevingsdialoog. De regels hiervoor zijn beschreven in de beleidsregel ‘indieningsvereisten bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan 2019’. De regels in deze nota zijn de basis voor het voeren van een omgevingsdialoog. Via deze dialoog wordt de omgeving gevraagd mee te denken over hoe het initiatief het beste ingevuld kan worden. Dat genereert betrokkenheid en het gevoel ook daadwerkelijk bij te kunnen dragen aan de oplossing en de kwaliteit van de eigen leefomgeving. Het is daarbij van belang dat helder geschetst wordt binnen welke kaders de dialoog gevoerd kan worden. De verantwoordelijkheid van de omgevingsdialoog ligt bij de initiatiefnemer. Het college en de raad nemen een definitief besluit nadat de omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. De 8 stappen in communicatie en besluitvorming zijn: 1.
Een locatie is communiceerbaar als: - de initiatiefnemer(s) een plan heeft gemaakt dat door de gemeente globaal beoordeeld is dat het plan in beginsel kansrijk is; - de initiatiefnemer(s) aantoont aan de gemeente dat het plan haalbaar is; - de initiatiefnemer(s) de zeggenschap over grond heeft of kan krijgen; - de gemeente en initiatiefnemer(s) goede afspraken hebben gemaakt over de communicatie gedurende het hele proces en goede beheerafspraken tijdens de exploitatie. 2. De gemeente en de initiatiefnemer(s) stellen gezamenlijk een communicatieplan per locatie op, waarin zij afspraken maken over hóe en door wie direct omwonden en andere belanghebbenden worden betrokken (informatie per brief, uitnodiging tot het bijwonen van een of meer informatieavonden, e.a. rechtstreekse communicatiemiddelen). 3. De initiatiefnemer(s) starten de communicatie met de direct omwonenden. Het heeft de voorkeur het eerste contactmoment met hen zo persoonlijk mogelijk te maken. Dit houdt in dat initiatiefnemer(s) direct contact met hen zoeken. 4. De initiatiefnemer nodigen direct omwonenden uit voor een informatiebijeenkomst over het initiatief. De gemeente kan hierbij ondersteunen. De bijeenkomst wordt zo georganiseerd dat er zoveel mogelijk ruimte is voor individuele vragen en zorgen. Ook raadsleden worden actief uitgenodigd voor deze bijeenkomst. 5.
Schriftelijke reacties na de informatiebijeenkomst worden door de initiatiefnemer gebundeld, beoordeeld door de gemeente en aangegeven wordt wat er van de reactie verwerkt kan worden in het definitieve plan en/of afspraken over exploitatie en beheer. Direct omwonenden en andere belanghebbenden worden opnieuw actief benaderd en geïnformeerd over de verwerking. 6. Initiatiefnemer dient het definitieve plan in door een aanvraag omgevingsvergunning en/of het wijzigen van het bestemmingsplan. Het college informeert de gemeenteraad, direct omwonenden en andere belanghebbenden op de gebruikelijke wijze over de procedure aanvraag omgevingsvergunning. 7. Het college neemt een formeel besluit over de omgevingsvergunning. Hierna start de wettelijk vastgelegde mogelijkheid tot formeel bezwaar dan wel beroep (afhankelijk van de procedure). Bovenstaande stappen vormen het vaste spoorboekje voor de dialoog met college, raad en Belanghebbenden. Per locatie wordt voor de specifieke communicatieaanpak een maatwerkopzet gemaakt. Dit is nadrukkelijk een coproductie van initiatiefnemer(s) en de gemeente. Onderdelen als klankbordgroepen voor de planperiode en de verhuurperiode, goede digitale informatie, informatie en bezichtiging van reeds functionerende grootschalige complexen, kennismaking met de bewoners, kunnen ingezet worden als onderdeel van de aanpak.
Goede communicatie blijft steeds maatwerk. Normen voor huisvesting Nieuwe huisvestingsinitiatieven dienen minimaal te voldoen aan de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF-normen), met dien verstande dat in Leudal op onderdelen zwaardere eisen gelden om de woonkwaliteit beter te kunnen garanderen. Hierbij wordt aangehaakt bij het
Pagina 3 van 4
vigerende beleid. De norm stelt eisen aan ruimte en privacy, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening en overige eisen en brandveiligheid. In Leudal gelden aanvullende voorwaarden, om het verblijfsklimaat te bevorderen. In Leudal geldt de voorwaarde dat iedere werknemers minimaal 10 m² aan verblijfgebied beschikbaar heeft, in plaats van 10 m² gebruiksoppervlak. Per slaapkamer mogen maximaal 2 personen slapen. Tijdelijke werknemers die langer dan 6 maanden verblijven in de huisvesting, dienen een eigen slaapkamer te krijgen. Lokale behoefte De huisvester moet aantonen dat hij hoofdzakelijk de lokale behoefte bedient. Dit om te voorkomen dat in Leudal huisvesting wordt gerealiseerd voor bedrijven die niet in Leudal gevestigd zijn dan wel voor tijdelijke werknemers die niet in Leudal werkzaam zijn. Beheer en Registratie Een belangrijke pijler van het beleid is het beheersplan dat de initiatiefnemer moet overleggen. In dit beheersplan heeft hij aan hoe hij de huisvesting gaat beheren, mogelijke overlast voorkomen wordt en hoe de registratie van de bewoners gaat plaatsvinden. Het beheerplan maakt deel uit van de vergunning en bij het niet nakomen van de vergunning (bijvoorbeeld bij aanhoudende overlast) kan de gemeente de vergunning intrekken en moet de huisvesting beëindigd worden.
Tevens is de verhuurder verplicht een registratie bij te houden van zijn huurders. Dit moet via het digitale nachtregister dat door de gemeente Leudal wordt voorgeschreven (artikel 2:37 Algemene Plaatselijke Verordening Leudal). Tevens dient de verhuurder de verplichte afdracht van toeristenbelasting aan de gemeente te voldoen. Als de bewoner de intentie heeft langer dan 4 maanden te verblijven in de huisvesting en/of Leudal en de bewoner de verhuurder niet kan (of wil) aantonen dat hij zich heeft laten inschrijven in het BRP, is de verhuurder verplicht hiervan melding te doen aan de gemeente Leudal. In het beheerplan moet vooraf worden aangegeven hoe de verhuurder dit organiseert. Indien beschikbaar, wordt voor het beheerplan gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd model. Bij grootschalige huisvestingen kan tevens de voorwaarde opgelegd worden dat er 24/7 een beheerder aanwezig moet zijn. Bij huisvesting bij het eigen terrein kan dit de eigenaar zijn. Bij andere huisvesting zal een daarvoor bevoegde beheerder aanwezig moeten zijn. Na een periode van 1 jaar wordt het beheer geëvalueerd en kan worden bezien of de fysieke aanwezigheid van een beheerder verminderd kan worden en het toezicht op een andere wijze kan worden geregeld.
Per locatie wordt door de initiatiefnemer een sociale kaart gemaakt van de voorzieningen (winkels, apotheek, horeca, etc.) in de taal van de werknemers. Bij voorkeur biedt de werkgever ook taalles aan, om zo de integratie te bevorderen. Toezicht en handhaving Toezicht en handhaving is een essentieel middel in de aanpak om de ambitie en doelen van het huisvestingsbeleid te bereiken. De toezichthouders zullen regelmatig controles uitvoeren op vergunde huisvestingslocaties, zowel aangekondigd als onaangekondigd. Bij onregelmatigheden en overlast en het niet nakomen van de beheerovereenkomst en registratieplicht kan in het uiterste geval de vergunning worden ingetrokken.
Pagina 4 van 4
Bijlage 5
Beleidsnotitie Huisvesting Arbeidsmigranten 2016
Inhoudsopgave 1. Inleiding
1
1.1 Aanleiding
1
1.2 Ambitie
1
1.3 Reikwijdte
2
1.4 Doelgroep
2
2. Beleidsvisie
4
2.1 Algemene uitgangspunten
4
2.2 Prioritering huisvestingsmogelijkheden
4
2.3 Huisvestingsvormen en –voorwaarden
5
2.3.1 Huisvesting binnen de bestaande woningvoorraad
5
2.3.2 Huisvesting binnen bestaande bebouwing
5
2.3.3 Huisvesting op bestaande recreatieterreinen
6
2.3.4 Huisvesting in tijdelijke woonunits
7
3. Overgangsbepalingen
8
1.Inleiding 1.1 Aanleiding In Nederland werken veel arbeidsmigranten. Zij leveren een bijdrage aan de Nederlandse economie door het verhogen van het bruto nationaal product en verhogen daarmee ook onze welvaart. Wanneer arbeidsmigranten uit België en Duitsland buiten beschouwing worden gelaten, blijkt dat er in 2012 ruim 32.000 geregistreerde EU-arbeidsmigranten werkzaam en/of woonachtig waren in Limburg. Het merendeel van deze arbeidsmigranten (ca. 70%) is afkomstig uit Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen). Gezien de ligging, de afnemende bevolking en tekorten aan arbeidskrachten profiteert de Limburgse economie van een stevige bijdrage van arbeidsmigranten: gezamenlijk vormen zij 4% van het totale aantal werkenden in de provincie. Met name voor de sectoren landbouw, industrie en vervoer zijn arbeidsmigranten van belang. De economische bijdrage van arbeidsmigranten is niet evenredig verdeeld over de regio’s. In Noord-Limburg werkten in 2012 12.640 geregistreerde arbeidsmigranten, oftewel 8% van het totaal aantal werkenden in de regio. In Midden-Limburg en Zuid-Limburg waren dat respectievelijk 3.930 personen (3,5%) en 5.050 personen (1,9%).
1 Daarbij moet worden aangetekend dat deze cijfers in werkelijkheid mogelijk naar boven toe afwijken, aangezien niet alle arbeidsmigranten ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) of inkomstenbelasting betalen en daarom niet als dusdanig in beeld zijn. Het is van belang deze groep werknemers passende huisvesting te bieden. In deze beleidsnotitie wordt de vraag beantwoord welke huisvestingsvormen voor arbeidsmigranten gerealiseerd kunnen worden, op welke locaties en onder welke voorwaarden. 1.2 Ambitie De ambitie van de Provincie is dat de Limburgse woningmarkt voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek biedt. Iedereen moet uiteindelijk passende huisvesting kunnen vinden binnen de reguliere woningmarkt. Huisvesting op recreatieterreinen, zoals nu (nog) veel voorkomt, valt hier bijvoorbeeld niet onder. In dat licht is in Omgevingsverordening Limburg 2014 een verbod opgenomen om via een bestemmingsplan wonen in recreatieverblijven mogelijk te maken. Arbeidsmigranten die voor een beperkte tijd in Limburg verblijven en daarom behoefte hebben aan een tijdelijke woonvoorziening, kunnen daarvoor nu vaak nog niet terugvallen op de reguliere woningmarkt.
In lijn met het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 en Omgevingsverordening Limburg 2014 is via de toelichting op de Omgevingsverordening Limburg 2014 (PS 11-11-2016) daarom ook aangegeven dat er naast dit verbod ruimte moet zijn voor uitzonderingen, zoals het – onder
voorwaarden-
tijdelijk
voorzien
in
geschikte
huisvesting
voor
arbeidsmigranten
op
recreatieterreinen.
1 Rapport ‘Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt’. E’til, ROA. 2015
1
In deze beleidsnotitie worden in de volle breedte de provinciale beleidsopvattingen met betrekking tot deze en andere huisvestingsvormen voor short-stay arbeidsmigranten gedeeld. 1.3 Reikwijdte In deze beleidsnotitie worden algemene uitgangspunten benoemd voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten in de provincie Limburg. Het provinciaal standpunt met betrekking tot het scheppen van mogelijkheden voor huisvesting op bestaande en nieuwe locaties wordt verwoord. Als onderdeel daarvan zijn de randvoorwaarden voor huisvesting per locatie verder uitgewerkt. De beleidsnotitie Huisvesting Arbeidsmigranten 2016 geeft daarmee een brede provinciale visie weer op de huisvesting van tijdelijk in Limburg verblijvende arbeidsmigranten en vormt een handreiking voor gemeenten en overige belanghebbenden. Deze beleidsnotitie is tot stand gekomen na afstemming met diverse stakeholders. De regeling rondom tijdelijke huisvesting op recreatieterreinen (zie subparagraaf 2.3.3) is geborgd in Omgevingsverordening Limburg 2014 en betreft een beleidskader waarbinnen regio’s en gemeenten hun eigen beleid kunnen formuleren, welk is afgestemd op de aard en omvang van de ter plaatse aanwezige huisvestingsproblematiek. Regio’s en gemeenten kunnen daarbij het aangereikte beleidskader
beperken,
maar
niet
verruimen.
Gezien
de
regionale
uitstraling
van
het
huisvestingsvraagstuk, verzoeken wij gemeenten hun beleid regionaal af te stemmen. Deze regeling is van toepassing op het gehele Limburgse grondgebied. 1.4 Doelgroep Afhankelijk van het toekomstbeeld van de arbeidsmigrant is er behoefte aan een bepaald soort huisvesting. Arbeidsmigranten die voor een langere tijd in Limburg willen verblijven of zich hier willen vestigen (de zogenaamde long-stayers), kunnen terecht op de reguliere woningmarkt. Deze groep onderscheidt zich niet van reguliere woningzoekenden en om deze reden worden er geen specifieke beleidsopvattingen
verwoord
met
betrekking
tot
long-stay
arbeidsmigranten.
De
groep
arbeidsmigranten die echter niet de intentie heeft om voor een langere tijd te blijven (short-stayers), heeft behoefte aan een tijdelijke woonvoorziening en kan daarvoor nu vaak nog niet terugvallen op de reguliere woningmarkt. Naast deze twee groepen arbeidsmigranten is er een groep die overweegt zich voor langere tijd in Limburg te vestigen, maar hier nog geen beslissing over heeft genomen. Arbeidsmigranten uit deze groep worden vaak aangeduid als ‘mid-stayers’. Deze term is echter verwarrend, omdat deze gekoppeld lijkt te zijn aan een middellange verblijfsduur in plaats van aan de intentie waarmee men hier verblijft. Afhankelijk van de intentie kan deze groep arbeidsmigranten zowel in tijdelijke woonvoorzieningen als in reguliere woningen gehuisvest worden. Vanuit het oogpunt van huisvesting onderscheiden we daarom slechts twee groepen arbeidsmigranten: de groep die de intentie heeft om langere tijd in Limburg te verblijven en/of zich hier te vestigen (long-stay, dus reguliere huisvesting) en 2
de groep die slechts voor een korte periode in Limburg wil verblijven (short-stay, dus alternatieve huisvesting). Deze beleidsnotitie richt zich op arbeidsmigranten die voor een relatief korte periode in Limburg willen verblijven (short-stay), aangezien zij in veel gevallen nog niet via de huidige reguliere woningmarkt in hun huisvestingsbehoefte kunnen voorzien. Waar in het vervolg van
deze notitie over
arbeidsmigranten wordt gesproken, wordt dan ook expliciet de short-stayers bedoeld. Wij beseffen daarbij dat er op dit moment niet overal voldoende reguliere huisvesting voorhanden is, waardoor ook long-stay arbeidsmigranten vaak langer dan noodzakelijk in short-stay huisvesting verblijven. Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij andere woonurgenten zoals statushouders, studenten en gescheiden mensen. Samenvattend kan gesteld worden dat deze beleidsnotitie zich richt op short-stay arbeidsmigranten in de provincie Limburg (conform Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014: verblijfsduur maximaal 9 maanden) en de daarvoor geschikte woonvormen buiten de reguliere woningmarkt. Deze notitie richt zich dus niet op andere woonurgenten; deze mensen zijn weliswaar geholpen met tijdelijke huisvesting, maar hebben de intentie om permanent in Limburg te blijven en moeten dus gehuisvest worden via de reguliere woningmarkt.
3
2. Beleidsvisie 2.1.Algemene uitgangspunten De beleidsnotitie huisvesting arbeidsmigranten kent een aantal algemene uitgangpunten. Kort en bondig zijn dit de volgende:
Als algemeen uitgangspunt geldt het provinciale beleid zoals verwoord in het Provinciaal Omgevingsplan 2014.
Voor alle huisvestingsvormen geldt als basisvereiste dat tenminste wordt voldaan aan de eisen zoals opgenomen in het Bouwbesluit. Het is wenselijk dat bij plannen voor huisvesting van arbeidsmigranten ook een huisvestingsnorm gehanteerd wordt, zoals de uniforme huisvestingsnorm geformuleerd door Stichting Normering Flexwerken (SNF).
Met betrekking tot het beheer van huisvestingslocaties dienen afspraken gemaakt en geborgd te worden tussen de gemeente en verhuurder.
Huisvesting van arbeidsmigranten moet zoveel mogelijk plaatsvinden in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden of dorpen.
Nieuwbouw buiten de reguliere woningvoorraad ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten is uitgesloten, tenzij het gaat om transformatie van bestaande bebouwing (sloop en vervolgens nieuwbouw op dezelfde plek).
Huisvesting op recreatieterreinen is conform Omgevingsverordening Limburg 2014 niet toegestaan. Uitzondering hierop is huisvesting van arbeidsmigranten voor de duur van maximaal 10 jaar op óf te saneren recreatieterreinen óf te revitaliseren recreatieterreinen2. Dit is tijdelijk mogelijk onder voorwaarde dat een deel van de inkomsten wordt gebruikt om de sanering
of
revitalisering
te
bekostigen.
Deze
voorwaarde
is
geborgd
in
Omgevingsverordening Limburg 2014. Zie voor een nadere uitwerking van dit uitgangspunt subparagraaf 2.3.3 van deze beleidsnotitie. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de provinciale visie op huisvestingsmogelijkheden zoals uitgewerkt in de volgende paragrafen. 2.2. Prioritering huisvestingsmogelijkheden
Zoals aangegeven in de voorgaande paragraaf, is een uitgangspunt van deze beleidsnotitie dat de huisvesting van arbeidsmigranten zoveel mogelijk plaatsvindt in bestaande bebouwing in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen. Daarin brengen wij onderstaande prioritering aan, welke aansluit bij de filosofie voor stedelijke ontwikkelingen zoals vastgelegd in de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
2 Aansluitend bij bevindingen uit Rapport Vitaliteit Verblijfsrecreatie Limburg, ZKA, 2015
4
Huisvesting van arbeidsmigranten kent de volgende prioritering:
1. Huisvesting binnen de reguliere woningvoorraad in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen. 2. Huisvesting binnen de bestaande (eventueel te saneren of transformeren) bebouwing in of nabij bestaand gebouwd gebied van steden en dorpen, indien optie 1 niet binnen de regio voorhanden is. 3. Huisvesting op bestaande (te saneren of te revitaliseren) recreatieterreinen, indien optie 1 en 2 binnen de regio niet voorhanden zijn. 4. Bij uitzondering huisvesting in tijdelijke woonunits, indien optie 1, 2 en 3 binnen de regio niet voorhanden zijn. Indien huisvesting in de reguliere woningvoorraad niet mogelijk blijkt, moet onderzocht worden of er bestaande bebouwing in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen beschikbaar is die geschikt gemaakt kan worden voor bewoning. Pas als blijkt dat dit ook geen mogelijkheden biedt, kan onder goede motivering per specifiek geval uitgeweken worden naar (te saneren of te revitaliseren) recreatieterreinen. Als blijkt dat huisvestingsmogelijkheden zoals beschreven in optie 1, 2 en 3 binnen de regio niet voorhanden zijn, kan bij uitzondering uitgeweken worden naar tijdelijke woonunits. Nieuwbouw ten behoeve van arbeidsmigranten buiten de reguliere woningvoorraad is uitgesloten. 2.3. Huisvestingsvormen en -voorwaarden In deze paragraaf worden de mogelijke huisvestingsvormen en bijbehorende uitgangspunten toegelicht.
De verschillende huisvestingsvormen komen aan de orde in volgorde van de prioritering. 2.3.1. Huisvesting binnen de reguliere woningvoorraad Uitgangspunt:
Verhuur of verkoop van reguliere woningen in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen door particulieren of woningbouwverenigingen ten behoeve van arbeidsmigranten is mogelijk, mits dit past (of passend gemaakt wordt) binnen het (aangepaste) bestemmingsplan of via een omgevingsvergunning.
2.3.2. Huisvesting binnen bestaande bebouwing Bestaande complexen Uitgangspunten
De bestaande bebouwing moet gelegen zijn in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen.
5
Voor bestaande complexen zoals kloosters, asielzoekerscentra, zorgcomplexen of daarmee gelijk te stellen bebouwing geldt de capaciteit waarvoor het gebouw van origine is ontworpen (behoudens de aanwezigheid van specifieke wet- of regelgeving waaruit nadere beperkingen voortvloeien).
Als gevolg van het veranderende gebruik van het complex mogen geen belemmeringen ontstaan voor omliggende functies.
Huisvesting binnen de planologische bestemming bedrijventerrein is niet toegestaan.
Transformatie van bestaande bebouwing in de vorm van sloop en vervolgens nieuwbouw op dezelfde locatie is toegestaan.
Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) Uitgangspunt:
Huisvesting in een VAB is mogelijk indien de VAB gelegen is in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen.
Indien de VAB niet gelegen is in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen, is huisvesting van arbeidsmigranten alleen toegestaan onder voorwaarde dat een deel van de inkomsten wordt gebruikt om sanering te bekostigen. Het tijdelijk toestaan van huisvesting van arbeidsmigranten kan geregeld worden via een tijdelijke omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik voor de duur van maximaal 10 jaar.
Logiesvoorzieningen op agrarische bedrijven Uitgangspunten:
Het aantal te huisvesten personen moet worden afgestemd op de eigen behoefte aan werknemers van het betreffende agrarisch bedrijf, bereikbaarheid en parkeervoorzieningen
2.3.3
Geen nieuwbouw ten behoeve van of als gevolg van de logiesvoorziening.
Huisvesting op bestaande recreatieterreinen
Huisvesting op recreatieterreinen is ongewenst en wordt in principe niet toegestaan. Campings en bungalowparken zijn opgezet en bestemd voor toerisme en recreatie. De tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op recreatieterreinen maakt een verblijf voor toeristen minder aantrekkelijk. Een uitzondering hierop is alleen denkbaar indien het huisvesting op een óf te saneren óf te revitaliseren recreatieterrein betreft; dit is tijdelijk mogelijk onder voorwaarde dat een deel van de inkomsten wordt gebruikt om de sanering of revitalisering van het betreffende recreatieterrein te bekostigen. Zowel bij sanering als revitalisering is het van belang dat de planologische medewerking aan huisvesting van arbeidsmigranten aan een duidelijke termijn wordt verbonden. Het combineren van huisvesting van arbeidsmigranten en recreatieve gasten op een bedrijf is uitgesloten. Dit geeft imagoschade voor het betreffende bedrijf en de regio. Gedurende de periode dat 6
arbeidsmigranten gehuisvest worden op een recreatieterrein, is verblijf van recreanten op dat terrein niet mogelijk. Daar waar op termijn omzetting van recreatieterreinen voor huisvesting van arbeidsmigranten naar recreatie geen reële optie meer is, moet met de eigenaar afspraken worden gemaakt over sanering. Via planologische medewerking voor een bepaalde termijn wordt eindigheid gecreëerd en kan de eigenaar gedurende de termijn van huisvesting gelden generen voor de uiteindelijke sanering van het terrein. Voor uitzonderingssituaties in het kader van revitalisering of sanering kan er gebruikt worden gemaakt van het instrument van de tijdelijke omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik. Deze kan voor een maximale termijn van 10 jaar worden verleend. Bovenstaande is geborgd in Omgevingsverordening Limburg 2014, paragraaf 2.5 Bewoning van recreatieverblijven. 2.3.4
Huisvesting in tijdelijke woonunits
Uitgangspunten:
Huisvesting in tijdelijke woonunits is bij uitzondering mogelijk onder voorwaarde van een goede motivering van het feit dat opties 1, 2 en 3 binnen de regio niet voorhanden zijn.
Tussen gemeente en eigenaar dienen afspraken gemaakt te worden om de tijdelijkheid van de woonunits te garanderen.
Voorkomen moet worden dat tijdelijke woonunits het landschap ontsieren. Voor tijdelijke woonunits in het buitengebied is landschappelijke inpassing dan ook gewenst.
7
3. Overgangsbepalingen Deze beleidsnotitie geeft een brede provinciale visie weer op de huisvesting van short-stay arbeidsmigranten en vormt daarmee een handreiking voor gemeenten en overige belanghebbenden. Deze handreiking kan na bekendmaking meegenomen worden in de advisering en besluitvorming rondom nieuwe plannen en initiatieven.
8
Kleinschalige huisvesting tijdelijke werknemers en overige woonurgenten in Leudal De gemeente Leudal heeft een notitie opgesteld om het huidige beleid voor de huisvesting van tijdelijke werknemers en overige CONCEPT woonurgenten te wijzigen. De huisvesting is in twee categorieën te verdelen: kleinschalige huisvesting en grootschalige huisvesting. In deze infographic informeren wij u over de toekomstige mogelijkheden voor het realiseren van kleinschalige huisvesting van tijdelijke werknemers en overige woonurgenten. Huisvesting van kamerbewoning of logiesfuncties bij bedrijven is niet rechtstreeks toegestaan. Het college dient altijd af te wijken van het bestemmingsplan. Naast de algemene regels van de goede ruimtelijke ordening moet tevens rekening worden gehouden met de in deze infographic aangegeven uitgangspunten. Kleinschalige huisvesting is op de volgende manieren mogelijk: 1. In reguliere woningen 2. In overige gebouwen (kantoren, kloosters, bedrijfsgebouwen e.d.) in de kernen 3. Op bedrijventerreinen 4. Op agrarische bedrijven Algemene regels geldend voor elke soort huisvesting -
de huisvesting is niet geschikt voor gezinnen met kinderen jonger dan 18 jaar. Deze huisvesting moet plaatsvinden in reguliere woningen vóór vergunningverlening moet een beheersplan worden opgesteld en goedgekeurd door de gemeente. Het beheersplan maakt onderdeel uit van de vergunning de omgevingsdialoog moet gevoerd worden conform de beleidsregel ‘indieningsvereisten bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan 2019’ parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden, conform de nota ‘parkeernormen Leudal’ per vier personen moet een toilet en badruimte aanwezig zijn er mogen geen zelfstandige wooneenheden ontstaan en de huisvesting mag, behoudens bij een woonbestemming, niet voor reguliere bewoning gebruikt worden voor verblijf langer dan 6 maanden moet iedere persoon minimaal 12 m² verblijfsgebied tot zijn beschikking hebben. Voor korter verblijf geldt 10 m² verblijfsgebied per persoon er moet ten alle tijden een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zijn
1. Huisvesting in reguliere woningen -
per woning mag maximaal één huishouden met maximaal 3 personen kamergwijs gehuisvest worden of maximaal 4 personen, indien de gehele woning kamergewijs wordt bewoont minimale verblijfsduur 6 maanden per jaar maximaal van reguliere woningen/panden mag gebruikt worden voor kamergewijze bewoning niet meer dan 2 gebouwen met kamergewijze bewoning naast elkaar. Hiertussen moeten minimaal 3 reguliere woningen/panden liggen de huisvesting dient te voldoen aan de bouwkundige eisen van het Bouwbesluit 2012; ‘woonfunctie’ Iedere bewoner heeft een eigen slaapkamer. Mensen die samen een ‘huishouden’ vormen, mogen met twee personen op één kamer
2. Huisvesting in overige gebouwen in de kernen -
maximaal 12 personen per gebouw minimale verblijfsduur 6 maanden per jaar niet meer dan 2 gebouwen met kamergewijze bewoning naast elkaar. Hiertussen moeten minimaal 3 reguliere woningen/panden liggen de huisvesting dient te voldoen aan de bouwkundige eisen van Bouwbesluit 2012; ‘woonfunctie’ iedere bewoner heeft een eigen slaapkamer. Mensen die samen een ‘huishouden’ vormen, mogen met twee personen op één kamer regels gelden ook voor gebouwen buiten de kerncontour maar binnen de kernrandzone zoals gedefinieerd in het bestemmingsplan
3. Huisvesting op bedrijventerreinen -
locatie moet de huisvesting kunnen dragen de huisvesting is bedoeld voor de eigen medewerkers maximaal 12 personen per gebouw, maximaal 4 in een bedrijfswoning. Totaal per bedrijf niet meer dan 12 maximale verblijfsduur 6 maanden per jaar de huisvesting dient te voldoen aan de bouwkundige eisen van Bouwbesluit 2012; ‘logiesfunctie’ maximaal 2 personen per slaapkamer niet in woonunits, (sta)caravans, tenten e.d. indien de huisvesting niet meer nodig is, moet een passende herbestemming gezocht worden dan wel moet de huisvesting verwijderd worden
4. Huisvesting op agrarisch bedrijf -
de agrariër heeft arbeidsmigranten nodig voor zijn bedrijfsvoering maximaal 30 personen per bedrijf Huisvesting vindt plaats binnen het bouwvlak de agrariër/exploitant woont bij het bedrijf en is beheerder géén eisen t.a.v. minimale verblijfsduur de huisvesting dient te voldoen aan de bouwkundige eisen van Bouwbesluit ‘logiesfunctie’ maximaal 2 personen per slaapkamer niet in woonunits, (sta)caravans, tenten e.d. indien de huisvesting niet meer nodig is, moet een passende herbestemming gezocht worden dan wel moet de huisvesting verwijderd worden landschappelijke inpassing kan van toepassing zijn (indien bepaald in het bestemmingsplan)
Deze infographic is een samenvatting van de notitie ‘huisvesting tijdelijke werknemers in Leudal’. Hieraan kunnen geen rechten kunnen worden ontleend. Voor de volledige inhoud verwijzen we u naar de notitie en bijbehorende bijlagen
Grootschalige huisvesting tijdelijke werknemers in Leudal
CONCEPT De gemeente Leudal heeft een notitie opgesteld om het huidige beleid voor de huisvesting van tijdelijke werknemers en overige woonurgenten te wijzigen. De huisvesting is in twee categorieën te verdelen: kleinschalige huisvesting en grootschalige huisvesting. In deze infographic informeren wij u over de toekomstige mogelijkheden voor het realiseren van grootschalige huisvesting van tijdelijke werknemers. Grootschalige huisvesting is niet rechtstreeks toegestaan. Het college dient altijd af te wijken van het bestemmingsplan. Het realiseren van grootschalige huisvestingen is maatwerk. Naast de algemene regels van de goede ruimtelijke ordening moet tevens rekening worden gehouden met de in deze infographic aangegeven uitgangspunten en ‘bouwstenen’. Uitgangspunten grootschalige huisvesting tijdelijke werknemers 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Grootschalige huisvesting binnen de woonkernen is niet toegestaan Van grootschalige huisvestingsconcepten is sprake bij het huisvesten van meer dan 30 personen. Bij minder dan 30 personen gelden de regels van kleinschalige huisvesting Het aantal te huisvesten personen is gerelateerd aan de locatie met een maximum van 225. de huisvesting is niet geschikt voor gezinnen met kinderen jonger dan 18 jaar. Deze huisvesting moet plaatsvinden in reguliere woningen Parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden, conform de nota parkeernormen Leudal Er mogen geen zelfstandige wooneenheden ontstaan en de huisvesting mag niet voor reguliere bewoning gebruikt worden De huisvester moet aantonen dat hij hoofdzakelijk de lokale behoefte van Leudal bedient. De huisvesting is enkel bedoeld voor tijdelijke werknemers
Bouwstenen 1.
Locatiecriteria
-
nieuwe locaties, niet zijnde huisvesting op agrarische bedrijven, liggen bij voorkeur in de kernrandzone (niet direct aangrenzend aan woonwijken) en de randen van bedrijventerreinen, in de nabijheid van de werkgelegenheidsgebieden de locatie moet voorzien in goed verblijfsklimaat voor de tijdelijke werknemers parkeren vindt plaats op eigen terrein het openbare gebied moet de voorziening op een goede wijze kunnen ontsluiten. de gebouwen en bouwwerken hebben een goede ruimtelijke-stedenbouwkundige inpassing en een goede esthetische kwaliteit (ter beoordeling van de commissie ruimtelijke kwaliteit) de regels van de nota Kwaliteit zijn van toepassing (landschappelijke inpassing kan van toepassing zijn de grootte van de huisvesting (aantal personen) en de aantallen moet zijn afgestemd op de omgeving en de omliggende woonkern(en). Er mag geen ontwrichting ontstaan van het woon- en leefklimaat
-
2.
Soort huisvesting en sanering
-
huisvesting in bestaande complexen heeft de voorkeur boven nieuwbouw Indien huisvesting in bestaande gebouwen niet mogelijk is, gaat sloop én nieuwbouw op de locatie vóór op nieuwbouw op een nieuwe ‘braakliggende’ locatie. indien dit niet mogelijk is, zal sanering van oude gebouwen die hun functie hebben verloren als voorwaarde gelden voor de huisvesting van tijdelijke werknemers. bovenstaande geldt niet voor huisvesting op eigen terrein die nieuw wordt gerealiseerd, binnen de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.
-
3.
Huisvesting op het eigen agrarische bedrijf
-
-
de bebouwing moet binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. Realisatie van huisvesting buiten het bouwvlak is enkel mogelijk mits dit direct grenst aan het bouwvlak én het bestemmingsplan hiervoor mogelijkheden biedt. via een accountantsverklaring of vergelijkbaar, moet blijken dat de verhuurder voldoet aan de regels m.b.t. de huurprijs en op welke wijze de huur geïnd wordt. de huisvesting en het aantal personen moet afgestemd zijn op de behoefte van de eigen bedrijfsactiviteiten, aan te tonen middels een accountantsverklaring en de omgeving moet deze huisvesting kunnen dragen. voorzieningen mogen, bij leegstand, gedeeld worden met andere (agrarische) bedrijven
4.
Omgevingsdialoog
-
het voeren van een omgevingsdialoog is verplicht een omgevingsdialoog is nodig voor het creëren van draagvlak in de omgeving. Het genereert betrokkenheid en het gevoel ook daadwerkelijk bij te kunnen dragen aan de oplossing en de kwaliteit van de eigen leefomgeving de regels voor het voeren van een omgevingsdialoog zijn aangegeven in de beleidsregel ‘indieningsvereisten bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan 2019’ de verantwoordelijkheid van de omgevingsdialoog ligt bij de initiatiefnemer per locatie wordt een maatwerkopzet voor de communicatieaanpak gemaakt het college en de raad nemen een definitief besluit nadat de omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden
-
-
5.
Normen voor huisvesting
-
de huisvesting moet minimaal voldoen aan de SNF normering met dien verstande dat op onderdelen zwaardere eisen gelden de woningen dient te voldoen aan de bouwkundige eisen van Bouwbesluit 2012; ‘logiesfunctie’ maximaal 2 personen per slaapkamer niet in (sta)caravans, tenten e.d. Op (agrarische) bedrijven ook niet in woonunits indien de huisvesting niet meer nodig is, moet een passende herbestemming gezocht worden dan wel moet de huisvesting verwijderd worden de huisvesting moet voorzien in minimaal 10 m² verblijfsgebied per persoon per vier personen moet een toilet en badruimte aanwezig zijn de huisvesting moet voorzien in voldoende kookgelegenheid
-
CONCEPT
6.
Beheer, registratie, toezicht en handhaving
-
vóór vergunningverlening moet een beheersplan worden opgesteld en goedgekeurd door de gemeente. Het beheersplan maakt onderdeel uit van de vergunning In het beheersplan worden afspraken gemaakt over het beheer van de locatie, registratie van de personen (nachtregister), afdracht van toeristenbelasting, registratie in de basisregistratie personen (BRP), klachtenafhandeling en fysieke aanwezigheid van een beheerder De toezichthouders zullen regelmatig controles uitvoeren op vergunde huisvestingslocaties, zowel aangekondigd als onaangekondigd. Bij onregelmatigheden en overlast en het niet nakomen van de beheerovereenkomst en registratieplicht kan in het uiterste geval de vergunning worden ingetrokken en moet de huisvesting beëindigd dan wel verwijderd worden
-
-
Deze infographic is een samenvatting van de notitie ‘huisvesting tijdelijke werknemers in Leudal’. Hieraan kunnen geen rechten kunnen worden ontleend. Voor de volledige inhoud verwijzen we u naar de notitie en bijbehorende bijlagen
UITTREKSEL Besluitenlijst vergadering presidium 17 september 2019 Aanwezig:
de leden: D. Schmalschläger (burgemeester; voorzitter), M. Graef (SV), J. Custers (RO), R. Flinsenberg (i.p.v. H. van Helden; CDA; t/m 20.48 uur; t/m agendapunt 19.3), D. Voermans (D66), J. van der Stappen (PAL), R. Thomassen (VVD) en R. Verheul (LS), alsmede W. Cornelissen (griffier).
Mede aanwezig: L. Jeurninck (waarnemend algemeen directeur).
13.
Beleggen raadsinformatiebijeenkomst opstellen beleid huisvesting tijdelijke werknemers bij bedrijven
Het presidium besluit om op voorstel van het college een raadsinformatiebijeenkomst te beleggen over het opstellen van beleid voor de huisvesting van tijdelijke werknemers bij bedrijven. De bijeenkomst: a.
vindt plaats op dinsdag 8okt19;
b.
vangt aan om 19.30 uur;
c.
wordt gehouden in de raadzaal;
d.
is openbaar;
e.
wordt waarschijnlijk technisch voorgezeten door een externe gespreksleider.
Het presidium ondersteunt het voorstel van de heer J. van der Stappen om het bij e-mail van 6sep19 aan de raadsleden aangereikte visiedocument ‘Huisvesting arbeidsmigranten in Leudal volgens het CDA’ (zie in iBabs ingekomen raadsstukken, raadsvergadering 24sep19, stuk nummer 79) mede onderwerp van bespreking te maken in deze raadsinformatiebijeenkomst van 8okt19.
Conceptbesluitenlijst presidiumvergadering d.d. 17sep19; versie 2 van 18sep19; vaststelling van de tekst is voorzien in de presidiumvergadering van 29okt19.
Van: Wim Cornelissen Verzonden: vrijdag 6 september 2019 23:37 Aan: Raadsleden; College; Commissie Fysiek CC: Marlies Leenders Onderwerp: Visiedocument fractie CDA 6sep19 'Huisvesting arbeidsmigranten in Leudal volgens het CDA' Beste raadsleden, collegeleden en commissieleden fysiek, Op verzoek van CDA-fractievoorzitter H. van Helden stuur ik jullie, met verwijzing naar zijn onderstaande aanbiedingstekst, een pdf-bijlage toe. Daar het geen initiatiefraadsvoorstel betreft (waarvoor in het ‘Reglement van orde raadsvergaderingen Leudal 2015’ een aparte procedure is neergelegd) neem ik het stuk in dit geval (voor zover het is gericht aan de gemeenteraad) op in de lijst van ingekomen stukken van de raadsvergadering van 24sep19. M’n afhandelingsvoorstel zal luiden ‘Voor kennisgeving aannemen’. Wim Cornelissen Griffier.
Aanbiedingstekst van raadslid H. van Helden d.d. 6sep19: Beste collega leden van de Raad, leden College van Burgemeester en wethouders en leden van de Commissie Fysiek Ondanks de prachtige zomer hebben wij gedurende het zomerreces niet stilgezeten. Wij hebben deze pauze gebruikt om ons gedachtengoed omtrent de uitdagingen, die er binnen onze gemeente bestaan op het gebied van de problematiek rondom de huisvesting van arbeidsmigranten, in een visie document te bundelen. Wij vertrouwen er op hiermee een bijdrage te kunnen leveren aan de spoedige totstandkoming van door ons samen te ontwikkelen en vast te stellen beleid dat het hoofd kan bieden aan de oplossing van deze problematiek. Wij wensen u allen veel leesplezier. Huub van Helden Fractievoorzitter CDA
Huisvesting arbeidsmigranten in Leudal volgens het CDA Het huidige beleid van de Gemeente Leudal schiet tekort daar waar het gaat om de huisvesting van arbeidsmigranten. Deze nota levert een bijdrage aan het verrijken en bespreekbaar maken van het onderwerp huisvesting arbeidsmigranten. Het huisvesten van arbeidsmigranten vormt een belangrijke uitdaging binnen de gemeente Leudal. Momenteel is er reeds een te kort aan huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten en naar de toekomst toe zal het aantal arbeidsmigranten verder moeten toenemen teneinde onze welvaart op peil te houden en de uitstroom door vergrijzing op te vangen. Daarnaast is er reeds een tekort aan (huur)woningen voor jongeren en statushouders. Iedereen is er van overtuigd dat arbeidsmigranten nodig zijn, echter liever niet in mijn "achtertuin”. Het is daarom noodzakelijk om belanghebbenden in een vroeg stadium te betrekken bij het afwegen van belangen en het scheppen van beleidskaders voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Allereerst beschrijven we de problematiek rondom het onderwerp huisvesting arbeidsmigranten in het algemeen. Daarna diepen we deze problematiek verder uit en vergelijken het beleid van de Gemeente Leudal met dat van de Provincie Limburg. Vervolgens formuleren we nieuw beleid en uitgangspunten en behandelen we specifieke sectoren waarop dat betrekking kan hebben.
Tenslotte vatten we op hoofdlijnen samen.
CDA Leudal, Nota huisvesting arbeidsmigranten
Pagina 1
Inhoud Beleid huisvesting arbeidsmigranten in Leudal .................................................................................. 1 1. Algemeen............................................................................................................................................. 3 2. Probleemstelling.................................................................................................................................. 4 3. Huidig Beleid........................................................................................................................................ 6 4. Nieuw beleid........................................................................................................................................ 9 4.1 Beleidsuitgangspunten .................................................................................................................. 9 4.2 Industrie ........................................................................................................................................ 9 4.3 Agrarisch ...................................................................................................................................... 10 4.4 Recreatie......................................................................................................................................
10 4.5 Woonunits ................................................................................................................................... 11 5.Samenvattend ................................................................................................................................... 12
CDA Leudal, Nota huisvesting arbeidsmigranten
Pagina 2
1. Algemeen Anno 2019 hebben we te maken met een groeiende welvaart. Deze zorgt voor spanning op de arbeidsmarkt. Naast de welvaart spelen ook de vergrijzing en uitstroom van werknemers een rol bij het arbeidsmarktvraagstuk. Arbeidsmigranten zijn onmisbaar bij de oplossing van dit vraagstuk en zijn inmiddels niet meer weg te denken uit onze lokale samenleving. Daar waar arbeidsmigranten in het begin voornamelijk werden ingezet in de agrarische sector zijn ze nu ook steeds vaker actief in de logistieke sector, de bouw, (maak)industrie en in de zorg. Ook de verblijfsduur van arbeidsmigranten neemt toe. Sommigen besluiten zelfs om zich permanent te vestigen in de gemeente. Het permanent vestigen van arbeidsmigranten kan positief bijdragen aan de demografische ontwikkelingen, meer specifiek op het vlak van leefbaarheid in kleine kernen en 0voorkomt leegstand van woningen. Het economisch profiel Leudal concludeert dat tot 2025 de toenemende welvaart 400 werknemers extra vraagt. Daarnaast zijn er extra werknemers nodig als gevolg van de uitstroom van arbeid. Totaal zijn 4200 werkplekken beschikbaar die mede ingevuld zullen moeten worden door arbeidsmigranten. “Buitengebied in beweging” en het beleidskader “Werklocaties Midden Limburg” geven aan dat er in de toekomst veel leegstand in het buitengebied gaat ontstaan.
Food 2030 spreekt van 230.000m2 leegstand van agrarische bebouwing in 2030. Mogelijk kan die leegstand worden ingezet ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. Dat vraagt om actualisatie van het huidige beleid rondom huisvesting van arbeidsmigranten ten einde vanuit een belangenafweging door alle betrokkenen te komen tot mogelijke oplossingen bij dit vraagstuk.
CDA Leudal, Nota huisvesting arbeidsmigranten
Pagina 3
2. Probleemstelling Het huidig beleid voorziet nog onvoldoende in oplossingen ten behoeve van het huisvestingsvraagstuk. In Leudal streven we ernaar om de huisvesting van arbeidsmigranten plaats te laten vinden op de reguliere woningmarkt en daarnaast in gebouwen of complexen aan de rand van een kern. Momenteel is er al een te kort aan huizen op de woningmarkt. Vooral jongeren, statushouders en ouderen worden daarmee geconfronteerd. De druk op de woningmarkt is reeds hoog en de behoeften van arbeidsmigranten op de reguliere woningmarkt verhoogt die druk verder. Het huidige reguliere woningmarktbeleid ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten staat maximaal één huishouden of één huishouden met maximaal 3 gasten toe. Voor de korte termijn huisvesting van arbeidsmigranten biedt de reguliere woningmarkt in Leudal geen toereikende oplossing. Voor tijdelijk verblijvende arbeidsmigranten blijkt het economisch niet haalbaar om een woning te kopen of te huren. De huurperiode bedraagt minimaal één jaar. Arbeidsmigranten die tijdelijk verblijven zoeken meestal een (huur)woning met lage woonlasten. Het onlangs verschenen rapport van ABN AMRO Bank meldt, dat de economie flink aantrekt en de vraag naar arbeidsmigranten toeneemt. Arbeidsmigranten kiezen echter steeds minder voor ons land. Arbeidsmigranten vanuit het buitenland aantrekken is daarom niet langer vanzelf sprekend.
Een tekort aan passende huisvesting maakt deze uitdaging alleen maar groter. Bedrijven merken op hun beurt de gevolgen van een beperking in huisvestingsmogelijkheden van arbeidsmigranten en schakelen daarom vaak de hulp van een uitzendbureau in. Echter uitzendbureaus beschikken evenmin over (voldoende) huisvestigingsmogelijkheden. Om die reden worden ook in de gemeente Leudal arbeidsmigranten buiten de gemeentegrenzen gehuisvest. Mogelijkerwijs kan dit er toe leiden dat bedrijven mee verhuizen of voor bedrijven met voldoende huisvestingsmogelijkheden een concurrentie voordeel ontstaat. Naast het feit dat arbeidsmigranten deels buiten de grenzen van de gemeente Leudal woonachtig zijn kan dit ook een invloed hebben op de leefbaarheid van de 'kleine' dorpskernen. 'Kleinere' kernen lopen langzaam leeg doordat de jeugd eerder in een groter dorp wil wonen of in of nabij een stad. Arbeidsmigranten die in de samenleving integreren kunnen leegstand van woningen voorkomen. Het huidige beleid zowel gemeentelijk als provinciaal geeft de voorkeur aan huisvesting van arbeidsmigranten in dorpskernen of aan de rand van het dorp opdat inburgering gemakkelijk kan verlopen en verstening in het buitengebied wordt tegen gegaan. Er is echter momenteel relatief veel verzet tegen het huisvesting van groepen arbeidsmigranten in woonwijken.
Daarom is het te overwegen om groepen arbeidsmigranten aan de rand van een dorp of daar buiten te huisvesten in bijvoorbeeld leegstaande gebouwen, kantoren, complexen of bij agrariërs. Het huidige beleid maakt onderscheid tussen arbeidsmigranten die voor een korte termijn in Leudal willen verblijven (short-stay) en arbeidsmigranten die voor langere termijn willen verblijven (long-stay). Het vergemakkelijkt de beleidsvorming om vooraf de verblijfsduur te categoriseren. Echter deze is vooraf lastig te bepalen. Arbeidsmigranten zijn afkomstig uit andere landen en culturen en zij moeten eerst wennen aan de nieuwe Leudalse samenleving. Elke arbeidsmigrant maakt daarna daarin zijn eigen keuze op een door hem gekozen moment. Persoonlijke omstandigheden zoals financiële draagkracht , familiaire omstandigheden en de verbondenheid met het thuisland spelen daarbij een rol. De huidige definitie van korte termijn/tijdelijk huisvesten (ofwel short-stay genoemd) is niet meer passend; Ze spreekt van een verblijf korter dan 4 maanden terwijl in werkelijkheid de huisvestingsduur toeneemt. Steeds vaker is er sprake van een langere periode. Bedrijven komen in moeilijkheden indien arbeidsmigranten niet langer dan 6 maanden mogen blijven. Zij moeten dientengevolge telkens nieuwe arbeidsmigranten opleiden. De huidige definities van de termen shortstay, mid-stay en long-stay zijn dus achterhaald.
Een betere onderscheid als het gaat om verblijf en dus huisvestingsduur is dat tussen enerzijds permanent in Nederland verblijvende migranten (thuisadres in Nederland) en tijdelijk verblijvende migranten (thuisadres in een ander land). Zo zijn er bijvoorbeeld arbeidsmigranten die reeds jaren in Nederland werken en steeds na 6 weken, 2 weken in hun thuisland verblijven. Ervaringen leren dat het niet lukt om alle arbeidsmigranten en zeker de tijdelijk verblijvende in reguliere woningen in dorpskernen te huisvesten. Derhalve werd er in het verleden reeds gezocht naar alternatieve huisvesting elders.