CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegemededeling 14sep21 provinciaal 'Financieel verdiepingsonderzoek'

Raadsvergadering 2 november 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Bestuurlijke besluiten, afspraken en stukken38.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Aan het einde van deze paragraaf vatten we onder de kop ‘conclusie’ samen in hoeverre Leudal aan de eisen voldoet en zetten we de scores van de stuurinformatie op de verschillende niveaus uiteen. BBV In het BBV is bepaald dat in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ten minste moet worden ingegaan op:  wegen, riolering, water, groen en gebouwen;  het voor deze kapitaalgoederen geldende beleidskader, de financiële gevolgen van die beleidskaders en de vertaling van de financiële gevolgen in ramingen voor onderhoud in de begroting. Financiële verordening In de financiële verordening (2018) heeft de raad van Leudal bepaald dat:  het college aan de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aanbiedt. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast;  het college aan de raad ten minste eens in de vijf jaar een rioleringsplan aanbiedt. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast;  het college aan de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan gebouwen aanbiedt.

Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast. Bepalingen in Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Voor het onderhoud aan kapitaalgoederen verwijzen we in deze paragraaf specifiek naar het gemeenschappelijk financieel toezichtkader 2020 waarin alle provincies gezamenlijk uitgangspunten hebben bepaald voor de begrotingen van gemeenten. Dit kader is met ingang van het begrotingsjaar 63

2020 geactualiseerd. De bepalingen rondom het onderhoud aan kapitaalgoederen zijn gewijzigd en zijn op onderdelen aangescherpt. Een bezuiniging op het regulier en groot onderhoud van kapitaalgoederen wordt alleen als reëel aangemerkt, als voldoende aannemelijk is gemaakt dat de verlaging van het kwaliteitsniveau van het onderhoud niet zal leiden tot achterstallig onderhoud, kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daarnaast zal actualisatie van het beheerplan, op basis van de door de raad vastgestelde verlaging van het kwaliteitsniveau, noodzakelijk zijn. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is bij uitstek de plaats om inzicht te geven in de aanwezige en geldende beheerplannen. Daarbij kan aangegeven worden:  wat de geldende beheerplannen zijn;  of de beheerplannen recent zijn (wanneer vastgesteld, looptijd);  hoe de financiële vertaling in de begroting is;  of er wel of geen sprake is van achterstallig onderhoud. Een beheerplan dient ten minste elke vijf jaar geactualiseerd te worden. Deze vijf jaar moet worden gehanteerd als richtlijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’.

Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht als er een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud. In geval van achterstallig onderhoud dient er volgens het BBV een voorziening te worden gevormd. Deze voorziening kan gevoed worden met een onttrekking aan de algemene reserve, als deze daartoe de mogelijkheid biedt. De voorziening die hiervoor is genoemd (artikel 44 lid 1c BBV) moet altijd gevoed worden vanuit de exploitatie. Wanneer een gemeente over onvoldoende middelen beschikt om een voorziening te vormen, wordt het achterstallig onderhoud, daadwerkelijk en financieel, binnen een termijn van maximaal vier jaar ingelopen. Strategische visie In de strategische visie gaat Leudal in op onderwerpen die het onderhoud van kapitaalgoederen raken. De strategische visie wordt op korte termijn geactualiseerd en door de raad vastgesteld. In deze paragraaf gaan we niet verder in op de strategische visie van 2013. Coalitieakkoord 2018-2022 In het coalitieakkoord is een expliciete relatie met het gemeentelijk vastgoed gelegd. Er is beschreven dat Leudal veel accommodaties kent: gemeenschapshuizen en binnen- en buitensportaccommodaties. Ook wordt aangegeven dat de laatste jaren een achterstand is ontstaan in het onderhoud vanwege de bezuinigingen.

Vermeld is dat Leudal het principe hanteerde: ‘stenen voor de gemeente, exploitatie voor de gemeenschap en dat gezien de hoge kosten daarvan dit uitgangspunt niet meer haalbaar is. Deze coalitie zet in op het behoud van de accommodaties die een toekomstbestendige exploitatie willen en kunnen realiseren. Genoemd zijn maatregelen op het gebied van duurzaamheid. Accommodaties die niet toekomstbestendig blijken, doordat er te weinig behoefte aan is zullen niet meer ondersteunt worden en zullen mogelijk gesloten worden. Samenwerking van verenigingen zal gestimuleerd worden.

64

Accommodatiebeleid De raad heeft in februari 2020 de ‘Nota Accommodatiebeleid gemeente Leudal 2019’ vastgesteld. Voorafgaand aan dit beleid is de startnotitie accommodatiebeleid vastgesteld in juni 2019. Deze notitie bevat kaders en uitgangspunten die leidend zijn voor het accommodatiebeleid. In ieder dorp dienen de functies ontmoeten en zorg aanwezig te zijn. Voor overige functies wordt rekening gehouden met geografische spreiding, waarbij maatwerk per dorp noodzakelijk is. Daarnaast streeft Leudal naar toegankelijke en betaalbare accommodaties. Maatschappelijke organisaties zijn van en voor de gemeenschap. Leudal streeft ernaar om de accommodaties over te dragen aan een stichting, gebruiker of commerciële partij, waarbij de gemeenschap verantwoordelijk is voor het onderhoud. Er zijn vier hoofduitgangspunten geformuleerd. Verder zijn per dorp ontwikkelopgaven geformuleerd. Per dorp zijn acties beschreven, zoals het afstoten en slopen van accommodaties of het terugbrengen van de bijdrage in exploitatie van zwembaden, die structurele besparingen opleveren. Voor de toekomstbestendigheid van de accommodaties zijn drie pijlers bepaald: inhoud en functies (maatschappelijke functie en betekenis van de accommodatie), beheer (bestuurskracht en exploitatie) en gebouw (kwaliteit van de accommodatie en de multifunctionaliteit).

In het accommodatiebeleid is aangegeven dat geen onderhoud wordt gepleegd aan een gebouw als er een gebouw wordt afgestoten. De gemeente heeft aanvullend aangegeven dat noodzakelijk onderhoud altijd wordt uitgevoerd. In 2024 wordt het accommodatiebeleid geëvalueerd. In de memo zijn doelstellingen opgenomen. Uit de tabel met doelstellingen blijkt dat met name het aantal tennisbanen waarin Leudal investeert, zullen gaan afnemen. Ook is aangegeven dat Leudal aan de slag gaat met het vastgoedbeleid en het duurzaamheidsbeleid. Voor duurzaamheid is reeds een visie vastgesteld met doelstellingen: ‘Duurzaam Leudal 2030 . Voor de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma is structureel een bedrag van € 50.000 geraamd in de begroting en meerjarenraming. Met ingang van de begroting 2020 is dit bedrag structureel verhoogd naar € 100.000. Taakstelling gemeentelijk vastgoed en taakstelling accommodaties Bij de vaststelling van de begroting 2015 in november 2014 is besloten om vastgoed af te stoten. In de kadernota 2017 is bepaald dat een ombuiging van € 1,6 miljoen gerealiseerd moet worden. In de begroting 2017 is besloten tot het verlagen van het onderhoudsniveau 4, afschrijvingstermijnen te verlengen en op leegstaande panden niet meer af te schrijven. In de brief over de toezichtvorm 2017 is aangegeven dat voorkomen moet worden dat lasten naar de toekomst worden verschoven.

De resterende taakstelling voor vastgoed bedraagt € 175.000 in 2021 en € 175.000 in 2022. Voor accommodaties bedraagt de taakstelling € 175.000 voor de afzonderlijke jaren 2021 tot en met 2024. In paragraaf 3.1 is ingegaan op de actuele stand van zaken medio juni 2021. Inhoud paragraaf In de paragraaf is een gecomprimeerde tabel opgenomen waarin de plannen zijn genoemd met het jaar van vaststelling door de raad, de frequentie van actualisering, het jaar waarin het nieuwe plan wordt vastgesteld, de financiële vertaling van de plannen en of er sprake is van achterstallig onderhoud. Uit de tabel blijkt dat bij geen enkel kapitaalgoed achterstallig onderhoud aanwezig is.

65

In de paragraaf is verwezen naar de eisen die het BBV stelt. In een tabel zijn de gemeentelijke kapitaalgoederen wegen, Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), Kunstwerken, Openbare verlichting, Groen en Gemeentelijke vastgoed genoemd. Per plan is inzicht gegeven in: jaar van vaststelling plan door raad, frequentie van actualisatie, jaar waarin volgende actualisatie is voorzien, of er een voorziening is gevormd, of het plan financieel is vertaald in de begroting en of er sprake is van achterstallig onderhoud. Uit de tabel blijkt dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud bij de gemeentelijke kapitaalgoederen. In het coalitieakkoord daarentegen is aangegeven dat bij het gemeentelijk vastgoed achterstallig onderhoud is ontstaan. Deze achterstand is opgelopen als gevolg van de bezuinigingen die hebben plaatsgevonden. Leudal heeft aanvullend aangegeven dat in de kadernota 2018 en 2019 extra middelen beschikbaar zijn gesteld voor het onderhoud aan vastgoed. De achterstand is ingelopen. Leudal geeft aan op dit moment aan het minimale noodzakelijk onderhoud te voldoen. Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen (2014) en actualisatie meerjarenonderhoudsplannen in 2021 Voor het onderhoud aan gebouwen werkt Leudal met de meerjarenonderhoudsplannen uit 2014 (‘Bremen’). Deze plannen zijn niet door de raad vastgesteld, maar zijn wel financieel vertaald in de begroting 2021 en meerjarenraming.

In deze rapporten is gekozen voor onderhoudsniveau 4 (volgens NEN) waarmee een bedrag van € 460.000 is gemoed. Voor de jaren 2023 en 2024 zijn deze bedragen genoemd in de paragraaf. Voor de jaren 2021 en 2022 is elk jaar een bedrag opgenomen van € 413.000 voor ‘onderhoud gebouwen groot’. In de paragraaf zijn naast ‘onderhoud gebouwen groot’ ook bedragen opgenomen voor ‘herijking MJOP’ en MJOP kaders 2019-2022’. In totaliteit is voor het onderhoud aan gebouwen afgerond € 1,760 miljoen opgenomen in 2021 oplopend naar € 1,810 miljoen in 2022. Vanaf 2023 is voor het onderhoud een bedrag van € 1,7 miljoen geraamd. De gemeente heeft aanvullend toegelicht dat het laatstgenoemd bedrag overeenkomt met de oorspronkelijke plannen van 2014. Op dit moment vindt actualisatie van onderhoudsplannen voor gebouwen plaats. De actuele onderhoudstoestand van de gebouwen wordt op dit moment in beeld gebracht. Leudal gaat werken met een onderhoudsvoorziening groot onderhoud. De raad zal uiterlijk in het derde kwartaal de Meerjarenonderhoudsplannen vaststellen, het kwaliteitsniveau bepalen zodat financiële vertaling plaatsvindt in de begroting 2022 en meerjarenraming. We benadrukken het belang van het blijven werken met actuele beheerplannen en het hierin kiezen van een niveau waarbij geen kapitaalvernietiging optreedt.

Leudal heeft aangegeven dat naar ver Wegen en Groen Het Beheerplan groen en wegen 2019-2022 is door de vastgesteld in september 2018. De raad heeft voor beide kapitaalgoederen gekozen voor kwaliteitsniveau B. Op 25 juni 2019 heeft de raad een aanvullend besluit genomen voor het wegen- en groenonderhoud en de bijbehorende vervangingsinvesteringen. Voor wegen blijft het kwaliteitsniveau B, voor groen is eveneens kwaliteitsniveau B bepaald, met uitzondering van de buitenwegen waaraan kwaliteitsniveau C is toegekend. Bij de vaststelling van de begroting 2021 in november 2020 is het kwaliteitsniveau van groen voor het buitengebied weer teruggebracht naar kwaliteitsniveau B. Leudal geeft aan dat er bij wegen en groen geen sprake is van achterstallig onderhoud. Voor vervangingsinvesteringen heeft Leudal bedragen vermeld in het raadsvoorstel van 25 juni 2019. De gemeente heeft de verschillen in bedragen in de paragraaf en de afzonderlijke plannen toegelicht. We vragen aandacht om in de toekomst in de paragraaf te verwijzen naar de (aanvullende) besluiten van de gekozen kwaliteitsniveaus en de besluiten over vervangingsinvesteringen. 66

Voor wegen worden in 10-jaren tranches investeringsbedragen beschikbaar gesteld. De piek komt over 30-50 jaar. Voor de jaren 2020-2030 is jaarlijks een bedrag van € 1,4 miljoen nodig voor de vervanging van wegen. Dit loopt op naar € 2,7 miljoen voor de periode 2030-2040 en € 4 miljoen voor de periode 2040-2050. Voor groen is in de periode 2020-2030 jaarlijks een bedrag nodig van € 138.000. Ook voor groen is de piek in de jaren € 2030-2050. In de jaren 2030-2040 is een bedrag nodig van € 171.000 en voor de jaren 2040-2050 is € 305.000 nodig. Op basis van de beschikbare gegevens is niet na te gaan of plan vertaald is. We bevelen aan om in de paragraaf in te gaan als en in hoeverre wordt afgeweken van het plan. Voor wegen is er een dekkingsreserve infrastructuur beschikbaar. Deze heeft een omvang van € 2,8 miljoen per 1-1-2021 oplopend naar 2,3 miljoen per 1-1-2023. Gemeentelijke rioleringsplan 2017-2021 Het onderhoud aan riolering vindt plaats op basis van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 dat in 2016 door de raad is vastgesteld. Het GRP betreft een Verbreed Rioleringsplan waarin het traditionele GRP is uitgebreid met de grondwater- en hemelwatertaken. Leudal neemt deel in een Samenwerkingsverband Limburgse Peelen.

Leudal werkt hierin samen met de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Peel en Maas, Weert, de Waterschap Limburg, Waterschapsbedrijf Limburg en Waterleidingmaatschappijen. In het Waterketenplan Limburgse Peelen 2017-2021 zijn gezamenlijke uitgangspunten en actie opgenomen. Leudal heeft in het raadsvoorstel bij het GRP aangegeven dat een andere vervangingsstrategie wordt gehanteerd dan de andere deelnemende Limburgse gemeenten. Aangegeven is het riool over het algemeen in goede staat verkeert. De vervangingsinvesteringen zijn voor een deel naar de toekomst geschoven. Het vervangingsbudget is lager. Dat geldt ook voor pompen en gemalen. Bij de vaststelling van het GRP is aanvullend besloten tot een tarief van € 282,51, ook voor 2021. In de begroting 2021 is eveneens besloten tot dit tarief. Jaarlijks is in de begroting 2021-2024 een bedrag opgenomen van € 966.000 voor Vrijvervalrioleringen. Deze investeringen worden afgeschreven met een termijn van 50 jaar. Voor gemalen zijn eveneens jaarlijkse investeringen opgenomen van jaarlijks € 101.000 aflopend naar € 60.000 in 2024. Openbare verlichting Het plan van openbare verlichting 2018-2022 is door de raad vastgesteld in december 2017. Leudal heeft een reserve openbare verlichting beschikbaar voor het onderhoud aan verlichting. Deze is in 2016 ingesteld.

De reserve is in 2016 gevormd als gevolg van een opmerking van de accountant dat het niet meer is toegestaan om energiekosten en reguliere onderhoudskosten uit een voorziening te dekken. Uit de voorziening is in 2016 een bedrag van € 539.000 gehaald en toegevoegd aan de instelde reserve openbare verlichting. In het raadsvoorstel behorend bij plan is ingegaan op de energiekosten, onderhoudskosten en de vervangingskosten. Uit het raadsvoorstel blijkt dat in de begroting 2018 meer energiekosten, meer onderhoudskosten en meer vervangingskosten zijn opgenomen dat volgens het plan is becijferd. Voor de vervangingsinvesteringen haalt Leudal in de jaren 2018 tot en met 2022 een bedrag uit de reserve Essent. De bedragen zijn respectievelijk € 218.000 in 2018, € 211.500 in 2019, € 218.000 in

67

2020, € 203.000 in 2021 en € 204.000 in 2022. Deze bedragen zijn de bedragen zie nodig zijn voor de investeringen, niet de afschrijvingsbedragen. De bestemmingsreserve Openbare Verlichting heeft een omvang van € 1,7 miljoen per 1-1-2021 en loopt op naar € 2,2 miljoen per 1-1-2024. Aanvullend is in 2019 besloten om in de jaren 2019 tot en met 2022 een bedrag uit de reserve Essent te halen ten behoeve van vervangingsinvesteringen. Bij alle kapitaalgoederen zit de vervanging in de exploitatie. Alleen bij openbare verlichting is dit nog niet het geval. In de paragraaf is aangegeven dat geen sprake is van achterstallig onderhoud. Civieltechnische kunstwerken De raad heeft in 2016 het beheerplan civieltechnische kunstwerken 2017-2021 vastgesteld. Het plan omvat het onderhoud aan bruggen/duikerbruggen. In begroting en meerjarenraming is jaarlijks een bedrag van € 94.000 opgenomen voor het onderhoud. In de paragraaf is aangegeven dat geen sprake is van achterstallig onderhoud. Conclusie paragraaf onderhoud kapitaalgoederen In de paragraaf is voor alle kapitaalgoederen aangegeven dat de plannen financieel zijn vertaald en er geen achterstallig onderhoud is. Na een samenvattende tabel komt in de paragraaf elk kapitaalgoed afzonderlijk aan bod.

Per plan is een onderscheid gemaakt in bedrag voor regulier onderhoud en het bedrag dat aan vervangingsinvesteringen is opgenomen voor de afzonderlijke jaren 2021-2024. Het onderhoud aan kapitaalgoederen komt in het coalitieakkoord expliciet naar voren. In het accommodatiebeleid zijn ontwikkelopgaven voor de gemeentelijke accommodaties beschreven. Het onderhoud aan gemeentelijke gebouwen wordt op dit moment geactualiseerd. We benadrukken het belang ervan en om de plannen financieel te vertalen uiterlijk in de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 of in een 1e begrotingswijziging 2022 bij de vaststelling van de begroting 2022. Leudal gaat geen onderhoud plegen aan gebouwen die worden afgestoten. Risico is dat er achterstallig onderhoud ontstaat. Als er nog een boekwaarde rust op de af te stoten panden, dient rekening te worden gehouden met afwaardering van de panden. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering als gevolg van bestemmingswijziging (zoals leegstand), dient het verlies direct te worden genomen. Indien een gebouw is bestemd voor de verkoop, dient afwaardering plaats te vinden als de marktwaarde lager is dan de boekwaarde. In programma 2.3 Voorzieningen is een relatie gelegd met de maatschappelijke voorzieningen en accommodaties. Leudal scoort met de stuurinformatie op strategisch niveau gemiddeld voldoende.

Aan het begin van de paragraaf zijn de BBV bepalingen en de bepalingen uit de financiële verordening uiteengezet. Het BBV eist actuele plannen. Met uitzondering van gebouwen zijn alle plannen actueel. Ook op tactisch niveau scoort Leudal gemiddeld voldoende. De financiële verordening vereist een integraal onderhoudsplan voor groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair, een gemeentelijke rioleringsplan en een onderhoudsplan gebouwen. We zien dat Leudal voor wegen en groen een integraal plan heeft, maar dat er voor de overige kapitaalgoederen afzonderlijke plannen zijn. Van belang is om in de paragraaf in te gaan op de financiële consequenties van de gekozen kwaliteitsniveaus. Bij wegen en groen is dit gedaan. Als er van afgeweken wordt, dient dit te worden 68

toegelicht. In de paragraaf zijn op onderdelen financiële cijfers opgenomen, maar het beeld kan verder worden aangevuld door expliciet aan te geven of de door de raad gekozen kwaliteitsniveaus financieel zijn vertaald. In de paragraaf dient toegelicht te zijn of van de plannen wordt afgeweken en wat de financiële omvang is van de afwijking. Indien er in de toekomst achterstallig onderhoud ontstaat, dient dit becijferd te worden. Voor de bepalingen voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud verwijzen wij naar de bepalingen in het GTK. Het verlengen van afschrijvingstermijnen dient altijd onderbouwd te worden. Voorkomen moet worden dat lasten naar de toekomst worden verschoven. Ten aanzien van het onderhoud aan kapitaalgoederen onderstrepen wij het belang om kapitaalvernietiging bij alle kapitaalgoederen te voorkomen en om minimaal het niveau te handhaven waarbij géén kapitaalvernietiging optreedt. De stuurinformatie op operationeel niveau scoort voldoende.

69

4.4.

Financiering

Onderzoek

Begroting

Meerjaren-

Strategisch

Tactisch

Operationeel

raming Financiering

Algemeen

Ontwikkeling

oordeel Goed

Goed

Goed

Conclusie De raad van Leudal heeft de huidige beleidsregels voor de financiering vastgelegd in de financiële verordening (2018). In de financiële verordening is bepaald dat het college het treasurystatuut vaststelt. Het college heeft de specifieke beleidsuitgangspunten voor het financiële beleid vastgelegd in het Treasurystatuut gemeente Leudal 2017’. Hiermee is voldaan aan de financiële verordening. Belangrijk uitgangspunt is het beheersen van de risico’s. Leudal heeft bij de uitvoering van de financiering voldaan aan de eisen die het BBV stelt. De paragraaf kent een gestructureerde opzet. Cijfermatig heeft Leudal inzicht geboden in een aantal aspecten van de financiering. Meerjarig zijn de langlopende leningen in beeld gebracht, waarbij het vreemd vermogen een afname laat zien. De paragraaf kan worden aangevuld met het geven van een meerjarige vooruitblik van geplande investeringen, de hiervoor benodigde financiering en de verwachte invulling van de financiering. De informatiewaarde van de paragraaf kan op dit onderdeel verbeterd worden. Leudal scoort met de stuurinformatie op alle niveaus gemiddeld goed. Op enkele onderdelen kunnen verbeteringen worden aangebracht.

Op basis van onze analyse de volgende aanbevelingen  actualiseer het treasurystatuut periodiek;  ga in de paragraaf meer in op meerjarige ontwikkelingen van de liquiditeitspositie in relatie tot het meerjareninvesteringsplan;

Waarom onderzoek naar financiering? Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente zo adequaat mogelijk omgaat met de financieringsbehoefte en hoe daarin zo goed mogelijk kan worden voorzien. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet Financiering Decentrale Overheden en Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden, maar ook interne richtlijnen zoals vastgelegd in een Treasurystatuut. Oftewel: hoe staat het met de gemeentelijke financieringsportefeuille? Deze moet adequaat worden beheerd om (ermee verbonden) kosten en risico’s te beperken.

70

Onderzoek en bevindingen In deze paragraaf bekijken we of de bepalingen van het BBV en de eigen kaders uit de financiële verordening ten aanzien van de financiering zijn nageleefd. Tevens gaan we na wat Leudal verder opneemt in de paragraaf ten aanzien van financiering. Welk beeld ontstaat er na het lezen van de paragraaf over financiering, wat betekent dit voor de financiële positie en zijn er specifieke risico’s? Volgens het BBV dient in de paragraaf Financiering ten minste te worden ingegaan op de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Vanaf de begroting 2017 zijn de bepalingen uitgebreid. Er dient inzicht te zijn in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. In een Notitie rente 2017, juli 2016, heeft de Commissie BBV aangegeven wat zij met de wijzigingen van het BBV op het punt van rente en rentetoerekening beoogt. In de Notitie komt de Commissie met drie stellige uitspraken en twee aanbevelingen. Stellige uitspraken moeten in principe worden gevolgd. Bij een afwijking van een stellige uitspraak moet de gemeente expliciet motiveren, waarom zij van de stellige uitspraak afwijkt. De eerste stellige uitspraak luidt dat alle externe rentelasten en -baten op het taakveld treasury moeten worden geboekt.

De tweede stellige uitspraak gaat over bespaarde rente. De derde stellige uitspraak gaat over de berekening van de omslagrente. In de Notitie rente geeft de Commissie ook aan dat de paragraaf inzicht moet geven in (…) de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. De rentekosten moeten via een renteomslag aan de desbetreffende taakvelden worden toegerekend. Omdat onderlinge vergelijking het uitgangspunt is voor de aanpassingen van het BBV heeft de Commissie dit in een stellige uitspraak vastgelegd. Om de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en een rentetoerekening goed duidelijk te maken, heeft de commissie een renteschema in de notitie opgenomen en gemeenten aanbevolen deze in de paragraaf op te nemen. Leudal heeft dit renteschema in de paragraaf opgenomen. In het BBV zijn voor de begroting ook eisen opgenomen over het EMU saldo. Voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming dient een geprognosticeerde balans te worden opgenomen met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU saldo. Hiermee krijgt de raad meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsfunctie. In het BBV is aangegeven dat de geprognosticeerde balans ten minste de posten moet bevatten die nodig zijn om het EMU saldo af te kunnen leiden.

Bepaald is dat ook voor alle afzonderlijke jaren van de meerjarenraming inzicht dient te worden geboden in de berekening van het EMU saldo. Leudal heeft meerjarig inzicht geboden in het EMU saldo. Een geprognosticeerde balans is voor alle jaren opgenomen. Leudal voldoet aan de eisen die het BBV stelt. In de financiële verordening is bepaald dat alle zaken met betrekking tot de financieringsfunctie zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Dit statuut wordt, indien dit noodzakelijk geacht wordt, geëvalueerd, herzien en door de raad vastgesteld. Belangrijk uitgangspunt in het treasurystatuut is het beheersen van de risico’s. Ook zijn er in het statuut richtlijnen opgenomen voor het college bij de uitvoering van het geldmiddelenbeheer. Deze gaan onder meer in op het beperken van de kosten. 71

In het treasurystatuut is aangegeven dat Leudal haar interne liquiditeitsrisico’s beperkt door haar treasury activiteiten te baseren op een meerjarige liquiditeitenplanning welke een looptijd van vier jaar kent. Deze planning wordt jaarlijks geactualiseerd bij het opstellen van de meerjarenbegroting waarbij tevens rekening wordt gehouden met het meerjarige investeringsprogramma, de bestaande leningenportefeuille en de grondexploitaties. Landelijk zijn er verschillende regelgevingen die voor deze paragraaf relevant zijn. De landelijke regelgeving op het gebied van financiering is steeds verder aangescherpt als gevolg van landelijke en zelfs mondiale ontwikkelingen en crises. De Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) zijn naast het al genoemde artikel 212 van de Gemeentewet de belangrijkste. Hierdoor zijn er voor gemeenten regels over de kasgeldlimiet (kort geld) en de renterisiconorm (lang geld). Het gebruik van derivaten is geregeld in het schatkistbankieren en is verplicht gesteld met de daarvoor geldende regels en er zijn regels en afspraken over het EMU-tekort van gemeenten.

Informatie in paragraaf In de paragraaf verwijst Leudal naar de wettelijke kaders in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), de Wet Houdbare gemeentefinanciën (HOF), het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de specifieke kaders in de financiële verordening (2018) en het Treasurystatuut (2017). Leudal gaat verder in op het risicobeheer (renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s). In beschrijvende zin komen de risico’s in de paragraaf aan bod. Het renterisico op de vlottende schuld en het renterisico op de vaste schuld zijn naast een tekstuele toelichting cijfermatig berekend. Om het renterisico op de netto vlottende schuld te beheersen, mogen gemeenten voor hun financieringsbehoefte niet onbeperkt kort geld aantrekken. De kasgeldlimiet stelt hier een grens aan. In de financieringsbehoefte wordt zo veel als mogelijk voorzien met kort geld, omdat de rente voor kort geld lager is en nu zelfs soms negatief is. Uit de paragraaf blijkt dat de kasgeldlimiet in het 3e en 4e kwartaal 2019 en het 1e en 2e kwartaal 2020 niet wordt overschreden. De paragraaf biedt ook inzicht in de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden.

Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie van wijzigingen in de te betalen rente plaatsvindt door aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Leudal voldoet voor alle jaren (2020 tot en met 2023) aan de norm. In de paragraaf schetst Leudal dat de financieringsbehoefte wordt gebaseerd op een meerjaren liquiditeitenplanning. Deze planning wordt twee keer per jaar in de twee raadsrapportages geactualiseerd. In de meerjarenbegroting wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met nieuwe vaste financieringsmiddelen en de rentelasten van deze financieringsmiddelen De langlopende leningen laten een afname zien. De omvang bedraagt afgerond € 58 miljoen per 1 januari 2021 en loopt af naar € 39 miljoen per 1-1-2024. De algemene reserve, als grootste onderdeel van het eigen vermogen, neemt ook af (paragraaf 3.2).

72

De solvabiliteitsratio laat de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen zien en geeft daarmee aan of de gemeente aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De ratio bedraagt 38% in 2021 en neemt toe tot 42% vanaf 2023, hetgeen een verbetering van de financiële weerbaarheid laat zien. Naast de opgenomen geldleningen gaat Leudal in op de uitgezette middelen. Leudal heeft een bedrag van € 33,7 miljoen aan leningen en garantstellingen verstrekt aan derden. Van dit bedrag is € 32 miljoen uitgeleend aan woningbouwcorporaties. De leningen dateren van voor 2000. In de paragraaf is beschreven dat na 2000 woningbouwcorporaties rechtstreeks bij banken leningen afsluiten. Leudal geeft aan geen risico te lopen bij de uitgezette bedragen. Het EMU saldo De meeste gemeenten gebruiken de paragraaf Financiering om de door het BBV gevraagde informatie over het EMU-saldo te presenteren. Die plaats is echter niet voorgeschreven. Leudal laat de EMU-saldi ook in de paragraaf zien. Voor 2021 wordt een EMU-overschot verwacht van € 539.000. Voor de jaren 2022 en 2024 bedragen overschotten respectievelijk € 3,7 miljoen, € 4,1 miljoen en € 392.000. Het EMU-saldo van elke overheid telt mee bij de bepaling van het EMU-saldo van de totale collectieve sector in Nederland. Voor dat landelijke EMU-saldo gelden de regels van de euro-landen, zoals een maximaal tekort van 3% van het BBP.

Met het overzicht van het EMU-saldo voor de jaren 2021-2024 voldoet de gemeente aan de voorschriften met betrekking tot het EMU-saldo. Voorafgaand aan de tabel heeft Leudal een korte tekstuele toelichting opgenomen over het EMU-saldo. N.B. Door de coronacrisis zal het EMU-saldo 2021 van Nederland sterk wijzigen. In lijn met de opmerking in paragraaf 3.1 over het niet meenemen van de gevolgen van de coronacrisis voor dit rapport gaan we daar niet op in. Leudal scoort met de stuurinformatie op alle niveaus gemiddeld goed.

73

4.5.

Bedrijfsvoering

Onderzoek

Begroting

Meerjaren-

Strategisch

Tactisch

Operationeel

raming Bedrijfsvoering

Algemeen

Ontwikkeling

oordeel Voldoende

Goed

Voldoende

Conclusie Leudal gaat in de paragraaf in op de prioriteiten voor 2021 op het terrein van Organisatieontwikkeling en Personeel en Organisatie. Er zijn voor personeel en organisatie een zestal prioriteiten genoemd. De zes beschreven speerpunten inzake personeel en organisatie zullen gerealiseerd moeten worden met inachtneming van een financiële taakstelling op personeel. Deze taakstelling is al een aantal jaren in de begroting ogenomen. De totale taakstelling heeft een omvang van € 1.404.000 in 2021 en loopt op naar € 1.852.000. Er dient nog een bedrag ingevuld te worden van € 104.000 (eind 2024) oplopend naar € 552.000 in 2024 (eind 2024). In de paragraaf is ook ingegaan op de motie Sturing, een structurele taakstelling van € 200.000 vanaf 2022 waartoe besloten is bij de vaststelling van de begroting 2021. In de paragraaf wordt naast Personeel en Organisatie verder ingegaan op de onderdelen Communicatie, Informatievoorziening en Financiën. In de financiële verordening zijn geen specifieke eisen gesteld ten aanzien van bedrijfsvoering. In de verordening 213a (2008) is bepaald dat Leudal in deze paragraaf rapporteert over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid. In de paragraaf geeft Leudal aan dat in 2021 wederom een onderzoek conform artikel 213a wordt gevoerd.

Er is in de paragraaf geen inhoudelijke toelichting opgenomen over de voortgang van de onderzoeken en de opvolging hiervan. De afgelopen jaren heeft Leudal telkens een goedkeurende controleverklaring ontvangen op het gebied van rechtmatigheid. Een goedkeurende verklaring is een indicator dat de bedrijfsvoering op orde is. Op basis van onze analyse de volgende aanbevelingen  actualiseer periodiek de verordening 213a;  ga in de paragraaf in op de voortgang van de onderzoeken van doeltreffendheid en doelmatigheid zoals voorgeschreven in de verordening 213a;  neem in de paragraaf meer cijfermatige informatie op rondom bedrijfsvoering of leg een relatie met overhead.

74

Waarom onderzoek naar bedrijfsvoering? Bedrijfsvoering is van belang voor het slagen van de gemeentelijke programma’s. In de paragraaf moet de gemeente volgens artikel 14 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten ten minste de stand van zaken en de beleidsvoornemens rondom de bedrijfsvoering aangeven. Bedrijfsvoering bestaat traditioneel uit de onderdelen personeel, automatisering, communicatie, organisatie, financieel beheer (waaronder de administratieve organisatie en de interne controle) en huisvesting. Onderzoek en bevindingen In het coalitieakkoord is aangegeven dat voor bedrijfsvoering wordt ingezet op samenwerking op het gebied van het Sociaal Domein, onderwijs, cultuur en gemeentelijke bedrijfsvoering. Ook de coalitie wenst dat er in Midden-Limburg minder vrijblijvendheid en meer gezamenlijkheid in de samenwerking komt, waarbij uitgangspunt is dat dan wel alle zeven gemeenten dienen aan te sluiten. De strategische visie wordt binnen afzienbare tijd geactualiseerd. In de huidige strategische visie ‘Leven in Leudal’ (2013) zijn beleidsuitgangspunten voor de organisatie beschreven. Bepaald is dat er een klantgerichte benadering en een actieve samenwerking moet plaatsvinden met burgers, lokale gemeenschappen en regionale partners. Een voorbeeld van actieve samenwerking vindt plaats binnen het sociaal domein.

Leudal werkt hierin samen met de gemeenten Weert en Nederweert. De deelnemende gemeenten werken samen middels het gesloten uitvoeringsconvenant ‘Samenwerking sociaal domein Midden-Limburg West’. Het betreft een bundeling van kennis en expertise. In de begroting 2021 lezen we niets over dit convenant terug. Leudal kan in de paragraaf bedrijfsvoering of in de paragraaf verbonden partijen ingaan op belangrijke samenwerkingsvormen, in aanvulling op de categorie-indeling van het BBV. De gemeente kan volstaan met het kort noemen van belangrijke samenwerkingsvormen. Het BBV vraagt beleidsvoornemens te formuleren en een relatie te leggen met de programma’s uit het programmaplan. Leudal gaat in de paragraaf in op de prioriteiten voor 2021 op het terrein van Organisatieontwikkeling en Personeel en Organisatie. De gevolgen van Covid-19 zoals het op afstand werken, brengt kansen met zich mee in de vorm van versnelling van digitaal werken. Er zijn voor personeel en organisatie een zestal prioriteiten genoemd. Er is onder meer aangegeven dat een Organisatievisie en Dienstverleningsvisie in 2021 worden vastgesteld. In de Organisatievisie zal worden ingegaan op kernwaarden, visie over het gewenste gedrag en de bijbehorende competenties die cruciaal zijn om succesvol te functioneren als organisatie en als medewerker.

In de nieuwe organisatievisie zal plaats- en tijdsonafhankelijk werken een belangrijk uitgangspunt zijn. Er is verder genoemd welke stappen er zijn gezet om een strakke regie op de uitvoering van het college te houden. Ook gaat Leudal in op duurzame inzetbaarheid, opleiding en ontwikkeling, het project ‘Goed en tijdig antwoorden krijgen’ en de verdere implementatie van de strategische personeelsplanning. De zes beschreven speerpunten inzake personeel en organisatie zullen gerealiseerd moeten worden met inachtneming van een financiële taakstelling op personeel. Deze taakstelling is al een aantal jaren in de begroting ogenomen. De totale taakstelling heeft een omvang van € 1.404.000 in 2021 en loopt op naar € 1.852.000. Er dient nog een bedrag ingevuld te worden van € 104.000 (eind 2021) oplopend naar € 552.000 in 2024 (eind 2024). In de paragraaf is ook de motie Sturing genoemd waartoe besloten is bij de vaststelling van de begroting 75

2021. Er dient met ingang van het begrotingsjaar 2022 een bedrag van € 200.000 extra bezuinigd te worden. Invulling van dit laatste bedrag kan gevonden worden binnen de gehele begroting. In de paragraaf is naast Personeel en Organisatie ook ingegaan op de onderdelen Communicatie, Informatievoorziening en Financiën. In de financiële verordening zijn geen specifieke eisen gesteld ten aanzien van bedrijfsvoering. In de verordening 213a (2008) is bepaald dat Leudal in deze paragraaf rapporteert over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid. In de paragraaf geeft Leudal aan dat in 2021 wederom een onderzoek conform artikel 213a gevoerd wordt uitgevoerd en dat het onderwerp later wordt bepaald. Er is in de paragraaf geen inhoudelijke toelichting opgenomen over de voortgang van de onderzoeken en de opvolging hiervan. Aangezien de verordening 213a ex artikel 213a Gemeentewet dateert van 2008, vragen wij om deze verordening te actualiseren. De afgelopen jaren heeft Leudal telkens een goedkeurende controleverklaring ontvangen op het gebied van rechtmatigheid. Een goedkeurende verklaring is een indicator dat de bedrijfsvoering op orde is. Er zijn in het verslag van bevindingen geen opmerkingen gemaakt over de administratieve organisatie en de business control. De rechtmatigheidsverklaring komt in de nabije toekomst te vervallen.

De in control verklaring komt in de plaats van de rechtmatigheidsverklaring die de accountant normaliter geeft als onderdeel van haar controle. Vanaf 2021 zullen gemeentebesturen verantwoording gaan afleggen over de rechtmatige uitvoering van de begroting. De verantwoording van het college zal dan deel gaan uitmaken van de jaarrekening. Tot 2021 blijft de rechtmatigheidscontrole tot het takenpakket van de externe accountant behoren. Leudal scoort op strategisch niveau gemiddeld voldoende, op tactisch niveau gemiddeld goed en op operationeel niveau gemiddeld voldoende.

76

4.6.

Verbonden partijen

Onderzoek

Begroting

Meerjaren-

Strategisch

Tactisch

Operationeel

raming Verbonden partijen

Algemeen

Ontwikkeling

oordeel Voldoende

Voldoende

Goed

Conclusie Leudal heeft uitgangspunten over verbonden partijen opgenomen in de nota verbonden partijen (2011). Deze nota bestaat inmiddels tien jaar. In de nu nog geldende strategische visie (2014) wordt ingezet op samenwerking. Ook in het coalitieakkoord wordt ingezet op samenwerking in Midden-Limburg en in regionaal verband. In de paragraaf heeft Leudal een relatie gelegd met deze nota en de strategische visie. De nota verbonden partijen biedt kaders en handvaten voor de samenwerking met verbonden partijen. In de financiële verordening zijn geen eisen gesteld ten aanzien van verbonden partijen. Leudal kiest er toch voor om de beleidsuitgangspunten van verbonden partijen in een separate nota op te nemen. Leudal had het voornemen om de nota in 2017 te actualiseren. Actualisatie is niet gebeurd. In de paragraaf is de cijfermatige informatie over verbonden partijen opgenomen, die onderverdeeld is in de vier genoemde categorieën van het BBV: besloten vennootschap/naamloze vennootschap, gemeenschappelijke regeling, stichting/vereniging en overig. Leudal voldoet in voldoende mate aan de eisen die het BBV stelt, maar verdere verbeteringen zijn nodig om volledig aan de eisen te voldoen. Op basis van de informatie in de paragraaf loopt Leudal geen grote risico’s bij verbonden partijen.

Uit de toelichting van de afzonderlijke verbonden partijen blijkt dat een aantal verbonden partijen heeft besloten om geen weerstandsvermogen op te bouwen. Dat betekent dat mogelijke verliesbijdragen naar rato van het inwonertal door de gemeente worden gedragen. Leudal kan hierdoor, samen met de andere deelnemende gemeenten, voor onverwachte tegenvallers komen te staan. Op basis van onze analyse de volgende aanbevelingen  actualiseer de nota verbonden partijen elke vier/vijf jaar, bekijk of de uitgangspunten nog actueel zijn, actualiseer de wettelijke bepalingen die opgenomen zijn in de nota en leg de nota ter vaststelling aan de raad voor;  neem in de financiële verordening de nota verbonden partijen op indien in de praktijk de beleidsuitgangspunten voor verbonden partijen in een nota worden opgenomen;  geef per verbonden partij specifiek aan of sprake is van een bestuurlijk en/of een financieel belang;  voldoe aan alle eisen die het BBV stelt ten aanzien van verbonden partijen;  geef meerjarig inzicht in (financiële) ontwikkelingen en risico’s bij verbonden partijen.

77

Waarom onderzoek naar verbonden partijen? Verbonden partijen dragen bij aan uitvoering van gemeentelijk beleid. Ze zijn daarom van belang bij het uitvoeren van programma’s. Vanuit financieel perspectief is met name van belang: - het financiële belang4 van de gemeente in de verbonden partij; - te verwachten resultaten van de verbonden partij; - inzicht in de samenhangende risico’s en in de weerstandspositie van de verbonden partij. Praktijkvoorbeelden hebben laten zien dat er grote risico’s kunnen vastzitten aan verbonden partijen, zoals sociale werkvoorzieningschappen. Onderzoek en bevindingen De beleidskaders voor verbonden partijen zijn opgenomen in de nota verbonden partijen (2011). De gemeente heeft in het vorige financieel verdiepingsonderzoek (2017) aangegeven dat een nieuwe nota verbonden partijen in 2017 aan de raad ter vaststelling zou worden voorgelegd. Deze herziening heeft niet plaatsgevonden. De nota van 2011 bevat op dit moment nog steeds de geldige beleidskaders ten aanzien van verbonden partijen. In de paragraaf is naar de nota van 2011 verwezen. In de paragraaf worden de begrippen bestuurlijk belang en financieel belang kort uitgelegd.

Na de algemene toelichting is ingegaan op de diverse verbonden partijen waarbij de indeling in categorieën is gehanteerd die het BBV vraagt, namelijk: besloten vennootschap/naamloze vennootschap, gemeenschappelijke regeling, stichting/vereniging en overig. Naast de verwijzing naar de nota verbonden partijen, legt Leudal in de paragraaf ook een relatie met de strategische visie. Een relatie met het coalitieakkoord ontbreekt. In het akkoord is eveneens aandacht voor samenwerking op allerlei terreinen. Specifiek is hierbij de brede samenwerking op Regioniveau genoemd. Leudal geeft in het coalitieakkoord aan meer grip te willen krijgen op verbonden partijen, door deze kritisch te volgen. Reeds eerder is er een regiegroep opgericht met enkele werkgroepen, waarin ook Leudalse afgevaardigden namens de raad actief zitting hebben. Eerder beschikbare informatie ten aanzien van verbonden partijen wordt met de raad gedeeld om de raad eerder in stelling te kunnen brengen. In het coalitieakkoord zijn taken genoemd die in regionaal verband opgepakt gaan worden. Uit aanvullende informatie blijkt als gevolg van corona dat de werkgroepen stil liggen. In de financiële verordening is het opstellen en door de raad vaststellen van een nota verbonden partijen geen vereiste. Desondanks kiest de raad er voor om de beleidsuitgangspunten van verbonden partijen in een separate nota op te nemen.

In de paragraaf wordt naar de nota verwezen. We dringen er op aan om de nota periodiek, elk vier/vijf jaar, opnieuw aan de raad voor te leggen zodat in elke raadsperiode bezien kan worden of de uitgangspunten aanpassingen behoeven.

4

Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente.

78

Indien in de praktijk de gemeente blijft werken met een nota, dient de financiële verordening hierop aangepast te worden. Indien de werkwijze met een nota wordt losgelaten, dienen alle beleidsuitgangspunten in de paragraaf van de begroting te worden opgenomen. Doel van de nota verbonden partijen is kaders en handvaten scheppen in de samenwerking met verbonden partijen. In de nota is het begrip verbonden partijen toegelicht, is het wettelijk kader tot het oprichten of deelnemen in een verbonden partij uiteengezet en zijn de kaders genoemd die nodig zijn bij de evaluatie en de uittreding. Daarnaast zijn uitgangspunten opgenomen tot het aanwijzen van gemeentelijke vertegenwoordigers bij gemeenschappelijke regelingen en privaatrechtelijke organisaties. Verder is in de nota stilgestaan bij de regiefunctie rondom verbonden partijen die handvatten aan de ambtelijke organisatie moet bieden bij het samenwerken met verbonden partijen. Ook is in de nota separaat aandacht gewijd aan de financiële positie van verbonden partijen. Bepaald is dat een risico bij een verbonden partij groter dan € 300.000 door Leudal wordt meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Leudal heeft hier invulling aan gegeven. Uit de risicobeheermatrix behorend bij de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing blijkt dat twee verbonden partijen zijn opgenomen bij de risico’s.

Het risico bij Ontwikkelingsmaatschappij MiddenLimburg (OML) is geraamd voor een bedrag van € 432.000. Een tweede verbonden partij die opgenomen is, betreft de Regionale Samenwerking Midden-Limburg (SML). Het risico is becijferd op € 0. Deze verbonden partij hoeft niet in de matrix opgenomen te worden. Leudal heeft aangegeven dat deze verbonden partij in de jaarrekening 2020 niet meer is opgenomen. In de nota verbonden partijen is ook vermeld hoe invulling is gegeven aan de aanbevelingen van de rekenkamer. In de nota is bij het wettelijk kader aangegeven dat goedkeuring nodig is van Gedeputeerde Staten. De wet- en regelgeving is op dit onderdeel aangepast. Voor deelname in een privaatrechtelijke rechtsvorm is geen toestemming meer nodig van Gedeputeerde Staten. De voorschriften voor verbonden partijen zijn de afgelopen jaren een aantal keren gewijzigd. Het BBV eist, gelet op de risico´s, meer financiële informatie in de programmabegroting. Voorheen werd de financiële informatie hoofdzakelijk opgenomen in de productenraming en -realisatie. Volgens de huidige voorschriften dient de paragraaf van de begroting te bestaan uit:  de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;  de lijst van verbonden partijen, die onderverdeeld is in gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen.

Verder geven de voorschriften aan dat in de lijst van verbonden partijen ten minste de volgende informatie wordt opgenomen:  de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;  het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;  de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;  de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; de eventuele risico’s van de verbonden partij. In de paragraaf verbonden partijen gaat Leudal in op de afzonderlijke verbonden partijen. Aan een aantal onderdelen van het BBV wordt niet voldaan. Een aantal van onze aanbevelingen is reeds ook in het 79

financieel verdiepingsonderzoek van 2017 aan de orde gekomen. Om meer aansluiting te zoeken bij de eisen die het BBV stelt, dient in te worden gegaan op:  de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee wordt gediend. We adviseren om het belang in de diverse verbonden partijen duidelijker weer te geven door expliciet aan te geven of sprake is van een bestuurlijk en/of financieel belang;  het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar. De kopjes bestuurlijk en financieel belang is bij een groot aantal verbonden partijen niet ingevuld. Bij het merendeel van de verbonden partijen zijn voor de omvang van het eigen vermogen en vreemd vermogen de jaarrekeningcijfers opgenomen. Het is van belang dat, zo veel als mogelijk wordt ingegaan op de begrotingscijfers van het begrotingsjaar. De termijnen voor inzending van de begroting zullen wijzigen, waardoor meer actuele informatie in de begroting kan worden opgenomen;  het resultaat van de desbetreffende verbonden partijen. Leudal gaat per verbonden partij in op de ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2021. Ook is een aparte kolom risicobeheer opgenomen. Per verbonden partij geeft Leudal een toelichting op de risico’s. Meerjarige ontwikkelingen en risico’s zijn niet genoemd.

Daar waar mogelijk adviseren wij om ook hiervoor informatie op te nemen. Uit de toelichting bij de afzonderlijke verbonden partijen blijkt dat een aantal verbonden partijen heeft besloten om geen weerstandsvermogen op te bouwen. Dat betekent dat mogelijke verliesbijdragen naar rato van het inwonertal door de gemeente worden gedragen. Leudal kan hierdoor, samen met de andere deelnemende gemeenten, voor onverwachte tegenvallers komen te staan. De Commissie BBV heeft in 2016 de geactualiseerde notitie Verbonden Partijen gepresenteerd. Bij actualisering van de nota verbonden partijen kan de inhoud van deze notitie ter harte worden genomen. Leudal kan het uitvoeringsconvenant Samenwerking Sociaal Domein gemeenten ML-West’ ook kort noemen in de paragraaf verbonden partijen of in de paragraaf bedrijfsvoering. De gemeente kan volstaan door belangrijke samenwerkingsverbanden kort aan te halen in de paragraaf. Leudal werkt met een centraal register waarin afspraken met verbonden partijen worden vastgelegd. Als gevolg van samenwerkingsverbanden met gemeenten en/of partners kan het aandeel in verbonden partijen veranderen. Uit navraag blijkt dat Leudal 10,2% van het begrotingstotaal bijdraagt aan verbonden partijen en professionele instellingen. Leudal scoort op strategisch en tactisch niveau voldoende. Op operationeel niveaus scoort Leudal goed.

80

4.7.

Grondbeleid

Onderzoek

Begroting

Meerjaren-

Strategisch

Tactisch

Operationeel

raming Grondbeleid

Algemeen

Ontwikkeling

oordeel Voldoende

Voldoende

Goed

Conclusie Specifieke beleidsuitgangspunten voor het Grondbeleid heeft Leudal opgenomen in de nota grondbeleid (2010). Deze nota is echter niet meer actueel. In de paragraaf is aangegeven dat de nieuwe nota in 2020 aan de raad ter vaststelling zou worden voorgelegd. Aanvullend is toegelicht dat dit niet haalbaar is gebleken en op dit moment geen zicht is of in 2021 wel actualisatie kan plaatsvinden als gevolg van capaciteitsproblemen. Leudal geeft aan dat de nieuwe nota een combinatie is van een grond- en vastgoednota. In de paragraaf grondbeleid is reeds vooruitgeblikt naar de nieuwe nog vast te stellen nota en zijn nieuwe nog vast te stellen uitgangspunten uitgewerkt. Het beleid van Leudal zal veranderen van een actief en faciliterend grondbeleid naar beleid met een beheerfunctie. Leudal zal gaan inbreiden in plaats van uitbreiden, met het doel de leefbaarheid en duurzaamheid in kernen te behouden. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende behoefte in herstructurering van gebieden. Leudal wil streven naar een zo gunstig mogelijk maatschappelijk en financieel eindresultaat. Leudal noemt verderop in de paragraaf dat door economische en demografische ontwikkelingen uitbreidingsplannen nauwelijks mogelijk zijn. Leudal heeft teveel bouwplannen en dient het aantal te beperken. Vrijwel alle kernen hebben overcapaciteit.

Leudal geeft aan dat voor nieuwe, nog te ontwikkelen grondexploitaties een keuze gemaakt dient te worden. Per kern dienen plannen te worden heroverwogen. Aan de andere kant is in de paragraaf genoemd dat de vraag naar kavels toeneemt en dat in bepaalde gevallen wél een actief grondbeleid dient te worden heroverwogen. In de paragraaf is een relatie gelegd met het nieuwe accommodatiebeleid. Er zullen, als gevolg van (vrijwillige) fusies tussen verenigingen, gronden en accommodaties vrijkomen. Afhankelijk van de locatie kan het wenselijk of noodzakelijk zijn om locaties toch actief te herontwikkelen en te herbestemmen. Leudal heeft een reserve grondexploitatie beschikbaar. Doel van de reserve is het verrekenen van winsten en verliezen van de exploitaties, het afdekken van risico’s, de buffer voor het voeren van een actieve grondpolitiek en de grens bepalen voor het voeren van een actieve grondpolitiek. De reserve is uitsluitend voor de grondexploitatie beschikbaar. Leudal noemt in de paragraaf dat de bestemmingsreserve onderdeel uitmaakt van het weerstandsvermogen. Dit is echter niet in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing weergegeven. Bovendien merken wij op dat in het GTK bestemmingsreserves geen deel uitmaken van de weerstandscapaciteit. De reserve grondexploitatie betreft een reserve die (uitsluitend) de risico’s van de grondexploitatie dekt.

Aanvullend heeft Leudal toegelicht dat de reserve grondexploitatie buiten de bepaling weerstandsvermogen blijft. De risico’s van vier panden binnen het vastgoed worden gedekt door de in 2020 gevormde reserve vastgoed. Uit een aanvullend toelichting blijkt dat inmiddels twee panden zijn verkocht. Leudal geeft in de paragraaf cijfermatig inzicht in het de woningbouwplannen, bedrijventerreinen en de 81

exploitaties door derden. Bij de woningbouw verwacht Leudal een winst van afgerond € 736.000 (eindwaarde) en bij bedrijven is een winstverwachting van afgerond € 1.750.000 (eindwaarde) geraamd. Bij de exploitaties door derden verwacht Leudal op basis van de gegevens in de paragraaf nog een bijdrage te moeten doen van € 227.000. De paragraaf grondbeleid is uitvoerig en gestructureerd van opzet. Op basis van onze analyse de volgende aanbevelingen  voldoe volledig aan de eisen van het BBV door, zoals voorgenomen, de nieuwe grond- en vastgoednota vast te stellen in 2021, de uitgangspunten periodiek te actualiseren en een relatie te leggen met de programma’s;  leg in de paragraaf relaties met de strategische visie en het coalitieakkoord;  pas de financiële verordening aan, indien de kaders voor het grondbeleid wederom worden opgenomen in een nota;  leg een relatie tussen de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing en de paragraaf grondbeleid voor wat betreft de risico’s.

Waarom onderzoek naar grondbeleid? Grondexploitatie is het proces waarbij grond wordt aangekocht, bouwrijp wordt gemaakt en rioleringen en wegen worden aangelegd om vervolgens grond te verkopen voor de bouw van woningen en/of bedrijven. Grondbeleid is voor de raad van belang vanwege de relatie met de programmadoelstellingen. Via grondbeleid kan een gemeente nadere invulling geven aan het uitvoeren van programma's. Denk aan: groen, water, wonen, werken en recreëren. Verder is grondbeleid van belang vanwege de financiële betekenis en de risico's. Grondbeleid kan leiden tot extra lasten, maar ook tot extra baten. Deze kunnen een significante invloed hebben op de gemeentelijke financiële positie. Onderzoek en bevindingen Specifieke beleidsuitgangspunten voor het Grondbeleid heeft Leudal opgenomen in de nota grondbeleid (2010). Deze nota is echter niet meer actueel. In de paragraaf is aangegeven dat de nieuwe nota in 2020 herzien aan de raad ter vaststelling voorgelegd. Aanvullend is toegelicht dat dit niet haalbaar is gebleken en op dit moment geen zicht is of in 2021 wel actualisatie kan plaatsvinden. In de paragraaf grondbeleid is reeds vooruitgeblikt naar de nieuwe nog vast te stellen nota en zijn uitgangspunten uitgewerkt. Uit aanvullende informatie blijkt dat actualisatie opnieuw vertraging heeft opgelopen als gevolg van capaciteitsproblemen.

In de paragraaf is geschetst dat het grondbeleid anders wordt ingestoken. Het beleid van Leudal zal veranderen van een actief en faciliterend grondbeleid naar beleid met een beheerfunctie. Leudal zal gaan inbreiden in plaats van uitbreiden, met het doel de leefbaarheid en duurzaamheid in kernen te behouden. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende behoefte in herstructurering van gebieden. Leudal wil streven naar een zo gunstig mogelijk maatschappelijk en financieel eindresultaat. Leudal noemt verderop in de paragraaf dat er door economische en demografische ontwikkelingen uitbreidingsplannen nauwelijks mogelijk zijn. Leudal heeft te veel bouwplannen en dient het aantal te beperken. Vrijwel alle kernen hebben overcapaciteit. Leudal geeft aan dat voor nieuw te ontwikkelingen plannen een keuze gemaakt dient te worden. Per kern dienen plannen te worden heroverwogen. Aan de 82

andere kant is in de paragraaf genoemd dat de vraag naar kavels toeneemt en dat in bepaalde gevallen wél een actief grondbeleid dient te worden heroverwogen. In de paragraaf is een relatie gelegd met de Omgevingswet en de omgevingsvisie die Leudal, in samenspraak met burgers en bedrijven, aan het opstellen is. In de omgevingsvisie wordt een integrale visie op de gevraagde ontwikkeling en kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente vastgesteld. Verder gaat Leudal in op de structuurvisie Wonen Midden-Limburg. De uitgangspunten uit de structuurvisie worden meegenomen in de nog te actualiseren grondnota. Leudal licht toe dat er een gezamenlijke nota Grond- en vastgoedbeleid wordt opgesteld. In de paragraaf is een relatie gelegd met het nieuwe accommodatiebeleid. Er zullen, als gevolg van fusies tussen verenigingen, gronden en accommodaties vrijkomen. Afhankelijk van de locatie kan het wenselijk of noodzakelijk zijn om locaties te herontwikkelen en te herbestemmen. Het nieuwe accommodatiebeleid landt in de nota grond- en vastgoedbeleid. Leudal schetst dat de vraag voor uitgifte van kavels weer aangetrokken is en dat in sommige gevallen een actief grondbeleid dient te worden heroverwegen. In de grondnota 2010 en in de paragraaf legt Leudal een relatie gelegd met risicomanagement. De gemeente licht in de grondnota en in de paragraaf toe hoe zij een actief risicomanagement voert.

Leudal heeft een reserve grondexploitatie beschikbaar. De Reserve grondexploitatie heeft de volgende functies:  het verrekenen van winsten en verliezen van de exploitaties;  het afdekken van risico’s;  de buffer voor het voeren van een actieve grondpolitiek;  de grens bepalen voor het voeren van een actieve grondpolitiek. In de nota is aangegeven dat het plafond van de reserve jaarlijks wordt bepaald bij de vaststelling van de jaarrekening. Leudal heeft in 2010 een methodiek ontwikkeld om de gewenste omvang/plafond van de reserve grondexploitatie te berekenen. Per investering en per exploitatie wordt aan de hand van risico’s en/of de hoogte van de investering bepaald hoeveel reserve aanwezig moet zijn als buffer voor een risico en/of een investering. De risico’s tezamen bepalen de hoogte van de reserve grondexploitatie. Jaarlijks wordt het college van burgemeester en wethouders separaat geïnformeerd over de risico’s van de grondexploitatie en de reserve grondexploitatie als het proces van winst- en verliesnemingen voor de jaarrekening is afgerond. De meerjarenplanning van de grondexploitaties wordt eveneens jaarlijks bij de jaarrekening geactualiseerd en door het college van burgemeester en wethouders aangeboden aan de gemeenteraad. Leudal memoreert in de paragraaf dat het weerstandsvermogen, naast de algemene reserve ook bestaat uit de reserve grondexploitatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=50499142-25a8-45fc-80ba-5f2fe8682dbe