Bijlage 2 Nota van Zienswijzen
Tekst van het document
2.5.9. Hoog intensieve bedrijven Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat er moet ruimte blijven voor hoogproductieve bedrijven. Extensivering moet geen doel op zich zijn.
Standpunt op deze zienswijze(n) Er blijft ruimte voor hoogproductieve bedrijven.
Kenmerk zienswijze:#112 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen. Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
25/71
2.5.10. Energie opwek agrarische bedrijven Samenvatting zienswijze(n) Agrarische bedrijven moeten voldoende mogelijkheden krijgen om energie op te wekken en op te slaan. Dit moet expliciet genoemd worden in de Omgevingsvisie.
Standpunt op deze zienswijze(n) In Leudal is het beleidskader duurzame energie van toepassing. Op de daarvoor bestemde plekken mag energie opgewekt worden. In dit kader is in 2023 besloten, dat op bestaande agrarische bouwvlakken na beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteiten en sloop van de overtollige bebouwing zonnevelden mogen worden aangelegd en geëxploiteerd. Aan de Omgevingsvisie wordt toegevoegd dat de opslag en energie en het gebruik van batterijen wordt uitgewerkt in het programma.
Kenmerk zienswijze: #4+5, 53, 122 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.5.11. Middendeel van het beekdalenlandschap Samenvatting zienswijze(n) Indiener vraagt zich af wat wordt bedoeld met het middendeel van het beekdalenlandschap?
Standpunt op deze zienswijze(n) Het gaat hier niet om een zienswijze, maar om een vraag. Deze wordt als volgt beantwoord. Het betreft grofweg het gebied tussen Baexem, Ell en Hunsel.
Kenmerk zienswijze:#24+27, 56, 74, 75, 77, 113, 114, 115, 116 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.12. Landschapsinclusieve landbouw in natuurlijke overgangszones Samenvatting zienswijze(n) Wat is landschapsinclusieve landbouw in natuurlijke overgangszones?
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
26/71
Standpunt op deze zienswijze(n) Het gaat hier niet om een zienswijze, maar om een vraag. Deze wordt als volgt beantwoord. Landschap is veel meer dan alleen landbouw. Met de overgangszones creëren we zachte overgangen tussen gevoelige (bos, natuur, wonen) en agrarische bestemmingen. In deze zone houdt de landbouw rekening met de omgeving, de natuur, en de mensen die er wonen en werken. Verschillen in bodem en landschap zijn zichtbaar in hoe voedsel wordt verbouwd en beïnvloeden elkaar. Er zijn vele manieren om landschapsinclusieve landbouw vorm te geven, dit zijn niet alleen kleine landschapselementen (KLE’s) het kan eveneens openheid stimuleren. Om meer helderheid te geven hebben we de benamingen in de kaart aangepast.
Kenmerk zienswijze: #17+18, 77, 113 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. Wij hebben de benamingen voor de gebieden gewijzigd. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.5.13. Teeltondersteunende voorzieningen Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat permanente teeltondersteunende voorzieningen moeten worden toegestaan voor (zacht)fruitteelt, voor asperges, voor Nunhems Zaden.
Standpunt op deze zienswijze(n) Of en waar teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan wordt niet in de Omgevingsvisie geregeld. Bij de uitwerking van het (uitvoerings)programma Landelijk gebied en het Omgevingsplan zal dit onderwerp worden meegenomen. Daar zal worden bekeken of de huidige regels nog voldoen, of dat de ontwikkelingen nieuwe regels en een ander afwegingskader vragen.
Kenmerk zienswijze:#20+29, 14, 11, 12, 17+18, 25, 33, 52, 54, 55, 61, 62, 67, 68, 71, 72, 73, 74, 75, 76, 77, 78, 80, 81, 83, 84, 85, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 95, 97, 100, 106, 107, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 126, 127, 128, 129, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.14. Strikter dan landelijk beleid Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat gemeente niet strikter/strenger dient te zijn dan de normen van de landelijke overheid. Agrariërs staan al onder druk door landelijk beleid. Het is niet aan de gemeente om te bepalen waar welke bedrijfsvoering wordt gehanteerd. Er moet rekening worden gehouden met de eigendomssituatie en het moet aan de boeren worden overgelaten wat nodig is voor de bedrijfsvoering (bijv. qua beregening) en hoe ze zich aan de eisen houden.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
27/71
Standpunt op deze zienswijze(n) Het is aan de gemeente om in de Omgevingsvisie aan te geven welke aspecten belangrijk zijn voor onze gemeente en op welke wijze we ontwikkelingen beoordelen die deze aspecten raken. Wij vinden dat het landschap en de omgeving de ruimtelijke ontwikkeling moeten kunnen dragen. De visie geeft dus het kader aan waar ontwikkelingen rekening mee moeten houden. Het Rijk houdt geen rekening met de lokale specifieke landschappelijke waarden. Dit doen wij in de visie wel. Binnen het kader van de visie is het aan de ondernemer/initiatiefnemer om daar haar/zijn bedrijfsvoering op te voeren. In de visie zijn geen regels opgenomen over beregening en bemesting. Hierin volgen wij de landelijke ontwikkelingen.
Kenmerk zienswijze:#9, 12, 14, 17+18, 20+29, 24+27, 25, 28, 32, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 59, 61, 62, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 80, 81, 83, 84, 85, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 97, 100, 106, 107, 112, 117, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 126, 127, 128, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.15. Visiekaart klopt niet met huidige situatie Samenvatting zienswijze(n) Op perceelsniveau ziet indiener dat de visie niet overeenkomt met de huidige situatie.
Standpunt op deze zienswijze(n) De visie is het toekomstige streefbeeld voor de gemeente en is gericht op het beeld in 2040. Dit betekent dat het huidige gebruik of de huidige bebouwing af kan wijken van het toekomstbeeld. Huidig, vergund, gebruik of bebouwing wordt niet aangetast door vaststelling van deze Omgevingsvisie. Het geeft geen (nieuwe) normen of (nieuwe) regels voor de activiteiten op percelen. Regels op perceelsniveau zijn opgenomen in het Omgevingsplan.
Kenmerk zienswijze:# 6, 7, 30, 11, 12, 14, 15+19, 16, 17+18, 30, 33, 35, 71, 73, 78 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.16. Toekomst specifieke teelten zoals hard-/ en zachtfruit Samenvatting zienswijze(n) Indiener vraagt wat de gemeentelijke visie is op de toekomst van hard-/ zachtfruit en waarom dat niet in de visie staat.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
28/71
Standpunt op deze zienswijze(n) Het is correct dat wij geen visie hebben opgenomen over specifieke teelten. Op de kaart staat op diverse plekken een aanduiding zachtfruit. Omdat de insteek van de visiekaart is gewijzigd en er bovendien geen relatie met het icoon ‘zachtfruit’ van de oude kaart met de tekst is, is de aanduiding verwijderd van de visiekaart. Dit is een eerste Omgevingsvisie. Daarbij hebben we ons gericht op een basis voor de hele gemeente en de hele fysieke leefomgeving. Een verdere uitwerking en van diverse specifieke onderwerpen komt in een volgende versie van de Omgevingsvisie of het programma.
Kenmerk zienswijze: #11, 12, 33, 32, 54, 65, 71, 72, 73, 74, 75, 97, 114, 116 Dit betekent dat wij de kaart bij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.5.17. Concentratiegebieden zachtfruit Samenvatting zienswijze(n) Indiener wil weten wat verstaan wordt onder concentratiegebieden voor zachtfruit?
Standpunt op deze zienswijze(n) Concentratiegebieden voor zachtfruit zijn gebieden waar de teelt van zachtfruit zich (in de toekomst) concentreert. Deze liggen niet alleen in het beekdalenlandschap, al doet de tekst in de visie anders vermoeden. Ook zijn de gebieden niet overal goed op de kaart aangeduid. De tekst en de kaart worden aangepast, en uitgewerkt in het programma.
Kenmerk zienswijze: #12, 54, 57, 71, 73, 95, 97, 20+29 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.5.18. Specifieke teelten Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de gemeente in de visie geen specifieke uitspraken doet over tuinbouw en specifieke teelten in de tuinbouw.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
29/71
Standpunt op deze zienswijze(n) Het is correct dat wij geen visie hebben opgenomen over deze specifieke teelten. Dit is een eerste Omgevingsvisie. Daarbij hebben we ons gericht op een basis voor de hele gemeente en de hele fysieke leefomgeving. Een verdere uitwerking en van diverse specifieke onderwerpen komt in een volgende versie van de Omgevingsvisie of het programma. Kenmerk zienswijze: #12, 54, 55, 57, 69, 71, 72, 73, 78 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.19. Water en bodem sturend Samenvatting zienswijze(n) Indiener wil weten of water en bodem een sturend principe is bij de Omgevingsvisie. Maatregelen die grondwater verhogen leiden tot schade ten nadeel van de voedsel productie.
Standpunt op deze zienswijze(n) Uitgangspunt van de visie is dat water en bodem belangrijke factoren zijn bij de afweging van ruimtelijke initiatieven. Dit betekent dat we streven naar een klimaatrobuust watersysteem waar indien nodig water wordt vastgehouden in de bodem. Het is natuurlijk niet de bedoeling het grondwaterpeil in agrarische gebieden zo te verhogen dat voedselproductie niet meer mogelijk is.
Kenmerk zienswijze: #14, 25, 65, 77, 113, 114, 115, 116 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.20. Beschermingszone beken Samenvatting zienswijze(n) Indiener vraagt of er een beschermingszone van 250 meter rondom beken komt met deze visie.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij gaan in deze visie geen zone van 250 meter rondom beken instellen als onderdeel van deze visie.
Kenmerk zienswijze:#87 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
30/71
2.5.21. Financiële onderbouwing Samenvatting zienswijze(n) Indiener concludeert dat er geen financiële onderbouwing in de visie zit en vraagt naar de bedrijfs(economische) gevolgen voor bestaande agrariërs. Er dient uitdrukkelijker aandacht te worden gegeven aan de (bedrijfs)economische gevolgen van deze visie.
Standpunt op deze zienswijze(n) Het klopt dat er geen financiële onderbouwing staat in de visie. Dit is niet opgenomen omdat bestaande vergunde activiteiten mogen worden voortgezet. De visie is een streefbeeld en geeft een toekomstrichting voor ontwikkelingen. De uitwerking hoe de ambities verder locatie specifiek worden vormgegeven en op welke manier deze haalbaar zijn wordt uitgewerkt en onderzocht in het programma en vindt vertaling in het Omgevingsplan.
Kenmerk zienswijze:#35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 65, 66, 68, 69, 70, 72, 81, 87, 107, 117, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.22. Niet wachten op programma Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de visie te weinig duidelijkheid geeft. Er wordt verzocht niet te wachten op het programma en Omgevingsplan maar nu al duidelijkheid te bieden (flankerend beleid hoort er bij).
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij begrijpen het verzoek om duidelijkheid. De visie is een streefbeeld en geeft een toekomstrichting en wordt gebruikt als sturingsinstrument voor toekomstige ontwikkelingen. De vertaalslag op perceelsniveau/bedrijfsniveau wordt gemaakt in het Omgevingsplan. Dit is een uitgebreid en zorgvuldig proces wat tijd nodig heeft. Om dit proces te starten is wel een toekomstvisie nodig voor onze gemeente. Daarom is eerst de Omgevingsvisie opgesteld.
Kenmerk zienswijze:#39, 65, 68, Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
31/71
2.5.23. Beperking gebruiksmogelijkheden Samenvatting zienswijze(n) Indiener vraagt of de visie leidt tot nadelige effecten door wijziging of beperking gebruiksmogelijkheden op bedrijfsniveau.
Standpunt op deze zienswijze(n) De visie is een streefbeeld en geeft een toekomstrichting en wordt gebruikt als sturingsinstrument voor toekomstige ontwikkelingen, dit heeft geen invloed op bestaande rechten en vergunde activiteiten. De vertaalslag op perceelsniveau wordt gemaakt in het Omgevingsplan en zou op dat moment tot beperkingen kunnen leiden. Mocht dat het geval zijn en mocht dit tot verhaalbare schade leiden, dan kan via de weg van nadeelcompensatie de schade verhaald worden.
Kenmerk zienswijze:#28, 33, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 62, 74, 75, 76, 77, 84, 85, 99, 100, 105, 113, 114, 115, 116, 123 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.24. Tegenstrijdigheden ontginningslandschap Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van menig dat er onduidelijke en tegenstrijdige doelen en ambities staan beschreven in het Jong Ontginningslandschap.
Standpunt op deze zienswijze(n) In Leudal hebben we gekozen voor een gebiedsgerichte benadering. Door deze benadering wordt het draagvermogen en de kernwaarden van een gebied (landschap) en de omgeving (woon- en leefklimaat) centraal gesteld. Met deze aanpak wordt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bereikt. In de Jonge Ontginningen is sprake van een diversiteit aan kernwaarden en voor de diverse kernwaarden zijn diverse ambities geformuleerd. Zoals aangegeven vinden we het landschap een belangrijke waarde. Dit botst op sommige plekken met andere aspecten zoals de (agrarische) bedrijfsvoeringen. De visie doet geen afbreuk aan het voortzetten van de bestaande vergunde activiteiten. Deze kunnen gewoon doorgaan. Bij de doorontwikkeling van het bedrijf dient men rekening te houden met de richting die de Omgevingsvisie voor een gebied aangeeft (de visie geeft het kader aan). We hebben de teksten per landschap mede op basis van uw zienswijze aangepast om meer helderheid te creëren over het gewenste toekomst perspectief.
Kenmerk zienswijze:#34, 35, 94, 101
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
32/71
Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.5.25. Bouwvlak en toekomstige uitbereidingen Samenvatting zienswijze(n) Indiener vraagt of het bouwvlak van het bedrijf behouden wordt en hoe toekomstige uitbreiding kan plaatsvinden.
Standpunt op deze zienswijze(n) De Omgevingsvisie wijzigt de planologische mogelijkheden van de bestaande vergunde activiteiten niet. Deze kunnen gewoon doorgaan. Bij de doorontwikkeling van het bedrijf dient men rekening te houden met de richting die de omgevingsvisie voor een gebied aangeeft (de visie geeft het kader aan).
Kenmerk zienswijze: #11, 12, 30, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 61, 82, 95, 99, 100, 108, 109, 112, 113, 124, 126 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.26. Bemesting en beregening Samenvatting zienswijze(n) Indiener is tegen het opleggen van extra regels met betrekking voor beregening en bemesting.
Standpunt op deze zienswijze(n) In de visie worden geen regels opgelegd over beregening en bemesting. Hierin volgen wij de landelijke ontwikkelingen.
Kenmerk zienswijze: #14, 17+18, 28, 56, 57, 59, 61, 83, 85, 86, 87, 89, 90, 91, 94, 100, 107, 108, 109, 114, 115, 116, 117, 119, 120, 123, 126, 129, 130, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
33/71
2.5.27. Vrije keuze ondernemer Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat het niet aan de gemeente is om te sturen op bedrijfstypes (zoals biologische landbouw, natuur inclusief of voedselbossen). Dit moet een vrije keuze zijn van ondernemers.
Standpunt op deze zienswijze(n) In Leudal hebben we gekozen voor een gebiedsgerichte benadering. Door deze benadering wordt het draagvermogen en de kernwaarden van een gebied centraal gesteld. Het is aan de gemeente om in de Omgevingsvisie aan te geven welke aspecten belangrijk zijn voor onze gemeente en op welke wijze we ontwikkelingen beoordelen die deze aspecten raken. De visie geeft het kader aan waar bij ontwikkelingen rekening mee moeten houden. De gemeente bepaalt niet welk bedrijfsmodel een ondernemer moet voeren. De ondernemers maken zelf de keuze en bestaande bedrijven behouden hun rechten. En op het moment dat een bedrijf uitbreidingsplannen heeft en/of een wijziging van de bedrijfsvoering wil doorvoeren stimuleren we een omslag naar de landbouw zoals die op de kaart en in de tekst is aangegeven.
Kenmerk zienswijze: #17+18, 25, 84, 85, 99, 100, 105, 108, 109, 113, 107, 119, 120, 123 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.28. Bevestiging van bestaande activiteiten Samenvatting zienswijze(n) Indiener wenst bevestiging dat bestaand bedrijf passend is in de visie op de bestaande locatie.
Standpunt op deze zienswijze(n) De gemeente bepaalt niet welk bedrijfsmodel een ondernemer moet voeren. De ondernemers maken zelf deze keuze. Bestaande vergunde bedrijven behouden hun rechten. En op het moment dat een bedrijf uitbreidingsplannen heeft en/of een wijziging van de bedrijfsvoering wil doorvoeren stimuleren we een omslag naar de landbouw die de waarden die wij willen beschermen, niet aantasten.
Kenmerk zienswijze: #12, 48, 78, 94, 114, 124 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
34/71
2.5.29. Verkeersroutes voor landbouw voertuigen Samenvatting zienswijze(n) De indiener is van mening dat een visie mist voor landbouwvoertuigen, passend bij het detailniveau. Indien uit de visie blijkt dat indiener door het scheiden van verkeerstromen moet omrijden kost dit extra tijd en kilometers.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij zijn van mening dat een visie op landbouwvoertuigen niet hoort bij een omgevingsvisie. De visie is een document op hoofdlijnen. Dit is niet het niveau waarop een verkeerstromenplan wordt gemaakt. Er is reeds een Mobiliteitsplan vastgesteld. Dit plan wijzigt door deze Omgevingsvisie niet.
Kenmerk zienswijze:#9, 33, 35, 82 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.30. 4 landschappen niet passend voor de agrarische sector Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat door de indeling in vier landschappen onderscheid wordt gemaakt tussen bestaande agrarische ondernemingen en hun locatie met als gevolg een beperkte bedrijfsvoering.
Standpunt op deze zienswijze(n) De Omgevingsvisie is het streefbeeld van onze gemeente. Er zijn vier duidelijk andere landschappelijke deelgebieden in Leudal te vinden. Elk deelgebied heeft andere kwaliteiten en daarom wordt in de Omgevingsvisie per gebied en per landschap beschreven hoe de ambities op de verschillende thema’s het best passen in dit gebied of landschap. Dat kan inderdaad inhouden dat er verschillen zijn tussen de gebieden en dat het door deze verschillen mogelijk is dat niet alle ontwikkelingen overal meer kunnen. Bestaande vergunde activiteiten kunnen gewoon worden voortgezet. Bij nieuwe ontwikkelingen zullen we toetsen aan de visie en afwegen of de nieuwe ontwikkeling passend is op de beoogde locatie. Hierbij beoordelen wij of waarden die wij willen beschermen worden gerespecteerd. Wanneer dit zo is, geeft dit een goede basis voor de doorontwikkeling van het initiatief.
Kenmerk zienswijze: #17+18, 24+27, 56, 59, 61, 62, 100, 105, 126 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen. Met dien verstande dat wij de gebieden wel een andere naam hebben gegeven om zodoende onderscheid te maken tussen het landschapstype en het gebied waarbinnen dit ligt. Daarnaast zijn de te beschermen waarden beter omschreven.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
35/71
2.5.31. Uitleg landschappen Samenvatting zienswijze(n) Indiener wil graag uitleg over de gebiedsindeling in relatie tot de gebiedstypen en waarom is het buitengebied geen apart gebiedstype?
Standpunt op deze zienswijze(n)
Er zijn vier landschappelijke deelgebieden te onderscheiden. Samen vullen zij het gehele grondgebied van Leudal: 1. Cultuurgronden van westelijk Leudal 2. Leudal en omgeving 3. Ontginningsgronden van noordelijk Leudal 4. Het Maasdal Binnen de landschappen liggen nog drie aparte deelgebieden. Dat noemen we gebiedstypen. Het gaat hierbij om de kernen, het buitengebied inclusief de kernrandzones en de bedrijventerreinen. Wij hebben dit verduidelijkt in de visie.
Kenmerk zienswijze: #11, 12, 116 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.5.32. Gebiedsgericht beleid Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat gebiedsgericht beleid voor sommige ondernemers betekent dat ze niet meer verder kunnen ontwikkelen. Indiener heeft de suggestie dat met mitigerende maatregelen het wel mogelijk is om te ontwikkelen. De indiener roept op: sluit geen gebieden uit.
Standpunt op deze zienswijze(n) Gezond wonen en leven is een van onze prioriteiten. Daarbij hoort duurzaam ondernemerschap. En dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden bij nieuwe ontwikkelingen. Niet alles kan overal. Uiteraard denken wij mee in oplossingen bij uitbreiding van bestaande situaties.
Kenmerk zienswijze:#20+29, 67, 80, 81, 83, 84, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 95, 97, 100, 106, 107, 118, 121, 122, 124, 126, 127, 128, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
36/71
2.5.33. Vitale bedrijven Samenvatting zienswijze(n) Indiener vraagt om het behoud van vitale agrarische bedrijven in de gemeente Leudal.
Standpunt op deze zienswijze(n) In deze visie laten wij de lange termijn doelstellingen zien, daarbij staan we (nog) niet stil bij hoe we deze beweging in specifieke gevallen gaan maken. Van belang is dat we ondernemers waarderen en ondersteunen, waarbij wij het belang van een goede leefomgeving voor onze inwoners en de versterking van onze natuur ook benadrukken. Het is onze zorg in het toekomstbeeld en toekomstig beleid en regelgeving deze perspectieven in balans te brengen en te houden. Dit betekent dat wij keuzes moeten maken, die niet altijd het belang van alle partijen dienen. Wij zullen dit steeds zorgvuldig en transparant doen.
Kenmerk zienswijze:#20+29, 33, 43, 67, 80, 81, 83, 84, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 97, 106, 118, 121, 122, 124, 126, 127, 128, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.34. Bedrijfsverplaatsing Samenvatting zienswijze(n) Indiener stelt dat bedrijfsverplaatsing naar duurzame locaties mogelijk moet zijn.
Standpunt op deze zienswijze(n) De visie is een toekomstig streefbeeld. We werken naar een duurzame toekomst voor Leudal en haar ondernemers. Maatwerk is en blijft mogelijk om een optimale situatie te creëren indien hiervoor noodzaak is. Bedrijfsverplaatsingen zijn een uitzonderlijk intensieve aangelegenheid maar we zien dat dit soms wenselijk of noodzakelijk is. Een concreet verplaatsingplan en het uitvoeren van de onderzoeken ten behoeve van de verplaatsing moet door ondernemer (of de adviseur) zelf worden uitgewerkt. De zinsnede dat bedrijven dan gaan naar een locatie waar ze minder overlast veroorzaken is ongelukkig gekozen, wij wijzigen dit.
Kenmerk zienswijze:#20+29, 32, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 56, 67, 80, 81, 83, 84, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 95, 97, 106, 114, 124, 126, 127, 128, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
37/71
2.5.35. Intensieve landbouw in beekdalenlandschap Samenvatting zienswijze(n) Indiener stelt dat met de Omgevingsvisie in het beekdalenlandschap maar beperkte ruimte is voor intensieve landbouw.
Standpunt op deze zienswijze(n) In Leudal hebben we gekozen voor een gebiedsgerichte benadering. Door deze benadering wordt het draagvermogen en de kernwaarden van een gebied (landschap) en de omgeving (goed woon- en leefklimaat) centraal gesteld. Met deze aanpak wordt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bereikt. Soms is het beter om bepaalde functies van elkaar te scheiden zodat een goed woonwerk- en leefklimaat bereikt wordt. Dit betekent inderdaad dat op sommige plekken minder ruimte is voor intensieve landbouw, dit geldt niet voor het totale deelgebied. Er wordt gekeken naar het landschapstype en de te beschermen waarden in de directe omgeving.
Kenmerk zienswijze: #12, 24+27, 32, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 56, 59, 66, 68, 71, 72, 74, 75, 76, 77, 82, 84, 91, 92, 99, 108, 109, 113, 114, 115, 116, 132 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.36. Haalbaarheid ambities Samenvatting zienswijze(n) Indiener van de zienswijze vraagt zich af of bij de realisatie van de ambities rekening wordt gehouden met belangen van bestaande bedrijven en op welke wijze de ruimteclaims tegen elkaar worden afgewogen. En of deze ambities en doelen wel haalbaar zijn gezien de financiële consequenties die daar mee samenhangen.
Standpunt op deze zienswijze(n) In Leudal hebben we gekozen voor een gebiedsgerichte benadering. Door deze benadering wordt het draagvermogen en de kernwaarden (landschapskwaliteit, bodemkwaliteiten, gezondheid van inwoners etc.) van een gebied centraal gesteld. Met deze aanpak wordt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bereikt. Soms is het beter om op een locatie bepaalde functies van elkaar te scheiden zodat bijvoorbeeld een verbetering van de kernwaarde wordt bereikt. Dit betekent dat niet alles overal kan. Een voorbeeld hiervan is dat een vrijkomende agrarische locatie niet herbestemd kan worden tot een reguliere woning als dit een belemmering vormt voor een agrarisch bedrijf in de omgeving van het voormalig bedrijf. Er bestaat geen bezwaar tegen het voortzetten van de bestaande vergunde activiteiten, deze kunnen gewoon doorgaan. Bij de doorontwikkeling van het bedrijf dient men rekening te houden met de richting die de Omgevingsvisie voor een gebied aangeeft (de visie geeft het kader aan) en te onderzoeken hoe de doorontwikkeling vormgegeven kan worden.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
38/71
Kenmerk zienswijze:#35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 66, 68, 69, 70, 79, 95, 119, 120 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.5.37. Grote versus kleine bedrijven Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de Omgevingsvisie niet alleen opgehangen is aan de historische geologische oorsprong maar dat ook aansluiting is gezocht bij de aanwezige grote bedrijven. En dat is niet eerlijk ten opzichte van kleinere bedrijven met dezelfde bedrijfstak/teelt. Zij worden zo uitgesloten van een toekomstperspectief.
Standpunt op deze zienswijze(n) De Omgevingsvisie Leudal heeft een gebiedsindeling in vier gebieden juist omdat de historische geologische opbouw van onze gemeente niet overal gelijk is. Wij hebben de gebieden naar aanleiding van de zienswijze verder uitgeschreven. Alle reeds bestaande bedrijven mogen reeds vergunde activiteiten blijven uitvoeren, dit heeft niet te maken met de bedrijfsomvang. Hier maken wij geen verschil in.
Kenmerk zienswijze:#100, 107 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen op de gebiedsbeschrijving. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.5.38. Stimuleren biologisch voedsel Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat we in plaats van de landbouw te concentreren op plekken waar ze geen overlast bezorgen, moeten stimuleren dat meer voedsel biologisch wordt geteeld zodat landbouw een positieve kwaliteit wordt voor gezondheid en het milieu.
Standpunt op deze zienswijze(n) Dit is een standpunt waar wij als gemeente niet op tegen zijn, het is echter aan de ondernemers zelf om hun bedrijfsmodel te bepalen.
Kenmerk zienswijze: #56, 59 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
39/71
2.5.39. Grondpositie Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de zinsnede dat ‘grondposities niet langer het belangrijkste zijn voor ontwikkelingen’ uit de visie moet worden gehaald.
Standpunt op deze zienswijze(n) We begrijpen dat deze zin tot enige onrust leid en we hebben de tekst in de visie aangepast om meer helderheid te geven.
Kenmerk zienswijze: #56, 59 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.5.40. Geen landbouw op offeren voor natuur Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de visie beschrijft dat de gemeente Leudal landbouwgrond gaat omvormen naar natuur.
Standpunt op deze zienswijze(n) Dit staat niet in de Omgevingsvisie. We zeggen overigens ook niet dat in de toekomst geen enkel perceel wordt omgevormd naar natuur.
Kenmerk zienswijze: #17+18, 80, 99, 117, 119, 123 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
40/71
2.5.41. Schaamgroen Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de gemeente doet aan schaamgroen bij inpassing en vraagt om mooie bedrijven te laten zien.
Standpunt op deze zienswijze(n) Het is niet de bedoeling van landschappelijke inpassing van bouwvlakken om bedrijven te verstoppen. Het doel is de percelen goed in te passen in het landschap. Per locatie wordt bezien of en op welke wijze inpassing en compensatie vorm krijgen.
Kenmerk zienswijze:#112, 117, 123 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
41/71
2.6. Genieten en recreëren in Leudal 2.6.1. Buitenactiviteiten Roggelseweg 55 Haelen Samenvatting zienswijze(n) De indiener van deze zienswijze verzoekt om de activiteiten van de jeugd op het perceel Roggelseweg 55 in Haelen aan te merken als extensieve recreatie.
Standpunt op deze zienswijze(n) De gemeente Leudal heeft met de Omgevingsvisie een streefbeeld geschetst voor ontwikkelingen. Een goed woon- en leefklimaat in Leudal staat centraal in de visie waarbij we aandacht hebben voor: Rust, Ruimte, Groen. Het actief buiten verblijven van kinderen past binnen die gedachten.
Kenmerk zienswijze: #6 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.6.2. Wandel- en fietsroutes Samenvatting zienswijze(n) Wandel- en fietsroutes door het buitengebied zorgen voor onveiligheid op smalle landwegen. Realisatie van start- en eindpunten voor wandel- en fietsroutes zorgt voor meer onveilige situaties/ontmoetingen tussen (groepen) fietsers en landbouwverkeer op smalle landwegen.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wandelen en fietsen zijn de meest populaire vrije tijd activiteiten. Ook door inwoners in de eigen leefomgeving. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van openbare infrastructuur in natuurrijke omgevingen. De start- en eindpunten dragen niet bij aan meer onveiligheid. Ze leiden niet tot uitbreiding van het routenetwerk en zijn niet bedoeld om het aantal recreanten te laten groeien. Ze dienen een kwalitatief doel (versterken belevingswaarde) en om de economische spin-off in de directe omgeving te versterken.
Kenmerk zienswijze:#20+29, 56, 59, 67, 80, 81, 82, 83, 84, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 96, 97, 106, 118, 121, 122, 124, 126, 127, 128, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
42/71
2.6.3. Relatie recreatie & toerisme en erfgoed Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de visie meer moet ingaan op de relatie tussen recreatie en toerisme met erfgoed.
Standpunt op deze zienswijze(n) In de visie komt deze relatie tussen kwalitatieve recreatie en erfgoed nog niet geheel naar voren. We delen de mening dat dit een meerwaarde heeft en zullen in de uitwerking van het programma hier nader op ingaan.
Kenmerk zienswijze: #15+19, 16, 22, 103 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.6.4. Bereikbaarheid erfgoed voor burgers Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat niet al het erfgoed ingezet moet worden voor authentieke slaapgelegenheden en luxueuze resorts. Erfgoed moet ook bereikbaar blijven voor gewone burger.
Standpunt op deze zienswijze(n) In de visie beschrijven we inderdaad mogelijkheden voor het recreatie in het hogere segment in erfgoed, dit mede voor de betaalbaarheid van restauratie. Veel van onze cultuurhistorische waarde liggen in het landschap en zijn beleefbaar vanaf de openbare ruimte.
Kenmerk zienswijze:#22 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
43/71
2.6.5. Toeristisch recreatieve activiteiten Samenvatting zienswijze(n) Ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema gebiedseigen erfgoed- en natuurrecreatie. Indiener vraagt aandacht voor de gewone burger en de mogelijkheid om cultuurhistorisch erfgoed te beleven.
Standpunt op deze zienswijze(n) De visie geeft een streefbeeld voor de toekomst van onze gemeente en is voor alle inwoners. Wij beseffen, dat het restaureren van erfgoed kostbaar is en dat heeft tot gevolg dat niet meer alle toekomstige ontwikkelingen mogelijk zijn om de kosten te dragen. Visueel erfgoed beleven is wel mogelijk.
Kenmerk zienswijze:#15+19, 16, 88 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.6.6. Fietsbrug Samenvatting zienswijze(n) Indieners van deze zienswijze zijn van mening, dat een fietsbrug niet realistisch is. De meerwaarde wordt niet gezien en de onderzoeken naar nut en noodzaak worden in twijfel getrokken. Fietsbrug is een utopie.
Standpunt op deze zienswijze(n) De visie bevat een streefbeeld in 2040. In dat beeld past wat ons betreft een fietsbrug die van recreatieve meerwaarde is tussen de weerszijden van de Maas. De visie stelt niet dat de fietsbrug er zonder onderzoek en zonder deugdelijke afweging van belangen komt. De afweging van belangen en de afweging of afdoende financiële middelen voor handen zijn en in dit project worden geïnvesteerd, vallen buiten de scope van deze visie.
Kenmerk zienswijze:#22, 23 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
44/71
2.6.7. Tekstuele aanpassingen Samenvatting zienswijze(n) Door indiener van deze zienswijze worden ten aanzien van recreatie en toerisme enkele praktische tekstvoorstellen gedaan.
Standpunt op deze zienswijze(n) Daar waar de tekstvoorstellen aansluiten bij enerzijds de inhoud van de visie en anderzijds het detailniveau van de visie, worden de tekstvoorstellen overgenomen.
Kenmerk zienswijze:#46, 79 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie, voor wat betreft de visietekst, naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.6.8. Beeldbepalende attractie Samenvatting zienswijze(n) Door indiener wordt aangedragen: Wat betekent één beeldbepalende attractie? Wordt daarmee gedoeld op de uitkijktoren van 80 meter aan de Roermondseweg? Dat doet geen recht aan/afbreuk aan omgeving Kasteel Horn.
Standpunt op deze zienswijze(n) Met één beeldbepalende attractie wordt bedoeld dat in het gebied ruimte is voor een attractie met een bovenregionale uitstraling. De ambitie betreft een attractie die voorziet in een behoefte van groepen inwoners en bezoekers die nu (nog) niet wordt ingevuld. Mochten zich concrete ontwikkelplannen voor doen, dan doorlopen deze de reguliere intake, aanvraag- en vergunningenprocedure. Er wordt niet gedoeld op de uitkijktoren. De uitkijktoren waarop wordt gedoeld, houdt voor initiatiefnemer van die toren verband met grondstofwinning in de gemeente Leudal. In dit kader wordt andermaal bevestigd, dat geen medewerking wordt verleend aan verdere ontgrondingen in de gemeente Leudal.
Kenmerk zienswijze:#63, 88 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
45/71
2.6.9. Zonnering van recreatiebedrijf Samenvatting zienswijze(n) Voor indiener van de zienswijze is het onduidelijk onder welke aanduidingen het landgoed hoort: “Genieten en recreëren” of “Natuurlijk Leudal”.
Standpunt op deze zienswijze(n) Dit recreatiebedrijf vindt zijn basis in beiden. Eventuele ontwikkelingen dienen zo goed als mogelijk aan te sluiten bij de ambities uit beide hoofdstukken.
Kenmerk zienswijze:#92 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.6.10. Recreatie in zijn algemeenheid Samenvatting zienswijze(n) Door indiener van deze zienswijze worden de volgende elementen ingebracht: • Begrip ‘recreatie’ niet duidelijk. Soms gebruikt voor wandelen of fietsen, andere keer gebruikt voor bedrijven met verblijfs- of dagrecreatie. • Er moet ruimte worden geboden aan recreatie, maar nergens een voorbehoud dat hiervoor wel marktruimte aanwezig moet zijn. Een van de manieren om ondermijnende criminaliteit en het voorkomen van leegstand is om niet te bouwen als er geen marktruimte is. Zie artikel 12.6 van Omgevingsverordening Limburg voor de instructieregel. • Onduidelijk of er een hard criterium geldt of dat het een voorkeur is om voor bepaalde deelgebieden ruimte wordt geboden voor ‘kleinschalige-natuur-inclusieve recreatie’, ‘toeristischrecreatieve activiteiten rondom het thema water’ of ‘toeristische-recreatieve activiteiten rondom het thema gebiedseigen erfgoed- en natuurrecreatie’. • Wij willen u erop wijzen dat recreatie en toerisme, gezien de verzadigde markt, in het algemeen geen herbestemming kan zijn voor vrijkomend agrarisch vastgoed in het kader van ondermijning.
Standpunt op deze zienswijze(n) In het dagelijks taalgebruik worden vrijetijdsactiviteiten, dagrecreatie en verblijfsrecreatie vaak afgekort tot “recreatie”. Om verwarring te vermijden is het begrip recreatie waar nodig in de omgevingsvisie verduidelijkt. In de begrippenlijst is onze interpretatie van deze begrippen ‘(dag)recreatie’, ‘toerisme’, ‘verblijfsrecreatie’ en ‘vrijetijdslandschap’ opgenomen. Daar waar we ruimte bieden aan recreatie, bedoelen we vooral ruimte voor (dag)recreatie in de zin van vrijetijdsactiviteiten van enkele uren tot maximaal één dag. In veel gevallen is hiervoor geen bebouwing. In geval van nieuw verblijfsrecreatieaanbod stellen wij dat kwaliteit boven kwantiteit gaat. Initiatiefnemers dienen ons hiervan te overtuigen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
46/71
Wij vinden de relatie tussen dag- en verblijfsrecreatie enerzijds en de kwaliteiten en draagkracht van het landschap anderzijds belangrijk. De mate waarin initiatieven en het landschap elkaar versterken, is een criterium waaraan wij initiatieven beoordelen. Er is geen sprake van een volledig verzadigde markt. Ook kunnen bijzondere concepten ook nieuwe markten aantrekken, daarom stellen wij kwaliteit boven kwantiteit. Herbestemmen van (bijvoorbeeld) vrijkomende agrarisch vastgoed naar recreatie en toerisme kan dan een optie zijn, maar dit wordt altijd zorgvuldig afgewogen op basis van meerdere criteria.
Kenmerk zienswijze: #75, 114, 134+135 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
47/71
2.7. Natuurlijk Leudal
2.7.1. Stiltegebieden Samenvatting zienswijze(n) Indiener vraagt naar de gevolgen van het stiltegebied, voor activiteiten in de omgeving. Eveneens wil indiener weten waar de stiltegebieden van Leudal liggen.
Standpunt op deze zienswijze(n) Stiltegebieden zijn geen nieuw begrip in de Omgevingsvisie, dit is reeds beleid dat door de provincie is vastgelegd. Er komen geen gebieden bij en regels veranderen niet door de Omgevingsvisie.
Kenmerk zienswijze:#20+29, 62, 67, 80, 81, 83, 84, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 97, 106, 118, 121, 122, 124, 126, 127, 128, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.2. Te weinig aandacht voor natuur Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de visie niet voldoende aandacht geeft aan de natuurwaarde en biodiversiteit in de gemeente.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij onderschrijven dit punt en hebben de teksten aangepast per gebied.
Kenmerk zienswijze: #15+19, 16, 22, 23, 46, 53, 59, 79 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.3. Burgers in het buitengebied Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat we te weinig aandacht hebben voor inwoners die in het buitengebied wonen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
48/71
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij beschermen de inwoners in het buitengebied tegen hinder van o.a. geur en geluid conform de nationaal geldende richtlijnen. Reeds bestaande, vergunde activiteiten, in het buitengebied worden niet beperkt door deze visie. Dit kan en mag ook niet. Voor de spuitzones geldt inderdaad dat reeds aanwezige reguliere / burgerwoningen in het buitengebied meestal niet beschikken over de afstand van 50 meter tot een agrarisch perceel. Dit komt doordat deze woningen er al waren voordat de 50 meter lijn tot stand is gekomen. Bij nieuwe verzoeken voor het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning wordt de afstand van 50 meter aangehouden. Dit is reeds geldend beleid en wijzigt niet door de visie.
Kenmerk zienswijze:#53, 63, 96 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.4. Gebiedsindeling niet correct Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat Horn in zijn geheel in het deelgebied Maasdal hoort en niet gedeeltelijk in Leudal en omgeving.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij begrijpen deze opmerking wat betreft het Kloppeven. In de Omgevingsvisie voor het gedeelte Leudal en omgeving wordt opgenomen dat het Kloppeven een oude Maasarm is en dat dit hoort bij het Maasdal. Het volledige landschapstype komt echter beter tot zijn recht in Leudal en omgeving. Daarom wijzigen we de kaart niet. We passen de visie tekstueel aan.
Kenmerk zienswijze: #15+19, 16, 90, 91 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.5. Behoud cultuur historische elementen Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat in de visie te beperkt rekening gehouden wordt met cultuurhistorische elementen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
49/71
Standpunt op deze zienswijze(n) Het gaat in de visie zeker niet alleen om het element maar om het gehele ensemble en de werking van het ensemble in zijn omgeving. Alleen op die wijze kunnen we cultuurhistorische waarden in onze gemeente behouden. Wij werken de verschillende cultuurhistorische waarden uit in het programma.
Kenmerk zienswijze: #15+19, 16, 22, 88 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.6. Kleine landschapselementen Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat gemeente in de visie niet concreet genoeg zegt welke waarden kleine landschapselementen (KLE’s) hebben voor Leudal en wat de gemeente gaat doen om de KLE’s te behouden en de versterken.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij zijn van mening dat dit correct is en wij hebben de hoofdstukken 2 en 6 aangepast om de KLE’s en de biodiversiteit in de gemeente beter te beschrijven, verder werken we dit in het programma uit. Wij zijn ons er van bewust dat het landschap al veel verschraling kent, dit is niet iets wat op ons afkomt.
Kenmerk zienswijze: #15+19, 16, 63 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.7. Randen beekdalen Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de zin in hoofdstuk 6 geen recht doet aan de diversiteit van een laaglandbeek.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij hebben de teksten in hoofdstuk 6 gewijzigd om meer recht te doen aan de natuurwaarden en biodiversiteit van de verschillende deelgebieden. Kenmerk zienswijze: #22 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4. Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
50/71
2.7.8. Nieuwe initiatieven versterken de kwaliteit van het landschap Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat nieuwe ontwikkelingen niet alleen moeten passen in het landschap, maar worden geacht de kernkwaliteiten van het landschap te versterken.
Standpunt op deze zienswijze(n) De visie is een toekomstig streefbeeld. We werken gebiedsgericht aan de toekomst voor Leudal. Landschappelijke kwaliteiten zijn daar van belang, kwaliteit ontstaat als abiotische basis zoals water en bodem op orde is. Dit is het uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen, bestaande rechten blijven gehandhaafd.
Kenmerk zienswijze: #7 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.9. Participatie voor cultuurhistorie Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat wij niet voldoende aandacht hebben besteed aan participatie en de belangen van erfgoed / bond heemschut niet hebben meegenomen.
Standpunt op deze zienswijze(n) De ontwerp Omgevingsvisie is een langlopend project geweest met diversie momenten voor overleg en meningen van inwoners, ondernemers en betrokkenen. Deze bijeenkomsten zijn openbaar toegankelijk. Bovendien hebben wij voor de visie ook geput uit bestaande overlegstructuren, overlegmomenten en bijeenkomsten. Relevante inbreng tijdens deze momenten is eveneens betrokken in de visie. Voorgaande wil niet zeggen dat wij alles overnemen. Een gebiedsgerichte aanpak omvat een zorgvuldige afweging van veel verschillende belangen. Wij onderkennen dat erfgoed in welke vorm dan ook bijdraagt aan de identiteit en kwaliteit van de leefomgeving. In het kader van het programma zullen eveneens participatie- of overlegmomenten plaatsvinden.
Kenmerk zienswijze: #15+19, 16 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
51/71
2.7.10. Gemeentelijke monumenten Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat in de visie nieuwe gemeentelijke monumenten dienen te worden opgenomen.
Standpunt op deze zienswijze(n) Het detailniveau van de visie is abstract en niet op perceel of objectniveau. Afzonderlijke erfgoedelementen en hun directe omgeving kunnen worden opgenomen in het programma of de bijhorende kaart. Gemeentelijke monumenten zijn onderwerp van een Omgevingsplan en niet van een visie.
Kenmerk zienswijze: #15+19, 16 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.11. Verarming buitengebied door komst monoculturen Samenvatting zienswijze(n) Indiener vraagt aandacht voor wat er gebeurt als het aantal agrarische bedrijven afneemt door maatregelen en beperkingen: dit levert meer gronden voor andere landbouw waardoor monocultuur ontstaat met daar weer bij behorende nadelen voor verarming van het landschap en verlies aan biodiversiteit.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij onderschrijven de risico’s voor verarming van het landschap als kleinere lokale agrarische ondernemingen verdwijnen door de diverse stoppersregelingen. Maar wij zijn van mening dat deze Omgevingsvisie dit proces niet kan stoppen. De visie biedt een toekomstbeeld voor de gewenste landschappelijke situatie.
Kenmerk zienswijze:#53 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
52/71
2.7.12. Tekstuele aanpassingen natuur en landschap Samenvatting zienswijze(n) Indiener heeft diverse tekstuele verscherpingen op het gebied van landschap en natuur aangegeven in zijn zienswijze.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij hebben teksten overgenomen daar waar het een toevoeging is voor de visie.
Kenmerk zienswijze:#53, 99 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.13. Meanderende beken hebben nadelige gevolgen voor boeren Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat door het meanderen van beken zijn gewassen onder water komen staan en verzuipen.
Standpunt op deze zienswijze(n) Het meanderen van beken is geen doel op zich en is zeker niet bedoeld om op agrarische percelen voor overlast te zorgen. Water en bodem zijn belangrijke factoren voor het functioneren van het landschap en maatregelen op dit vlak dragen bij om water langer vast te houden in het gebied. Dit doen we ook ten gunste van de landbouw.
Kenmerk zienswijze: #6, 14, 24+27, 25, 56, 59, 74, 75, 113, 114 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.14. Privé tuinen vergroenen in plaats van kernrandzones Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat ommetjes in het groen goed zijn voor inwoners maar wil dit afzetten tegen de verstening in de kernen. Waarom landbouwgrond in de kernrandzones inzetten als inwoners eigen tuinen ook kunnen vergroenen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
53/71
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij onderschrijven het idee dat veel meer tuinen in de kernen vergroend kunnen worden en wij zetten ook onze eigen gronden in voor meer vergroening. Een vergroening van de kernrandzone gebeurt ook alleen indien daarvoor draagvlak is bij de grondeigenaren en men vrijwillig gebruik wil maken van vergroeningsregels.
Kenmerk zienswijze:#59 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.15. Kenmerkende elementen in deelgebied beekdalen Samenvatting zienswijze(n) Indiener merkt op dat in de tekst bij beekdalen staat dat de kenmerkende elementen nabij de kernen liggen. Dit klopt niet naar de mening van de indiener. Deze liggen door het hele gebied en worden ook gerespecteerd en onderhouden door de agrarische sector in het gebied. Indiener doet de suggestie indien we meer robuustheid willen geven aan Kleine Landschaps Elementen (KLE’s) mogelijk boeren met de gemeente in gesprek willen om hieraan mee te werken tegen de juiste vergoeding.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij hebben in de visie niet bedoeld te zeggen dat er alleen maar kleine landschapselementen voorkomen nabij de kernen. Rondom kernen en beken komt dit meer voor. Van oudsher zijn de tussen gelegen velden meer open. Wij hebben de teksten van de verschillende landschappen verder uitgeschreven om dit ver verduidelijken. Wij gaan in de toekomst de suggestie voor het beheer van KLE’s meenemen in de gesprekken over het omgevingsprogramma.
Kenmerk zienswijze:#59 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.16. Cultuurhistorische waardenkaart Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat cultuurhistorie en erfgoed te beperkt is meegenomen in de Omgevingsvisie. Dit geldt ook voor een cultuurhistorische waardenkaart.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
54/71
Standpunt op deze zienswijze(n) De Omgevingsvisie geeft het gewenste streefbeeld voor onze hele gemeente, dit is nog op abstract en globaal niveau. In de uitwerking in het programma zullen wij de relevante erfgoed onderwerpen nader uitwerken en hier ook een kaart van maken.
Kenmerk zienswijze:#15+19, 16, 22 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.17. Stikstof en natuur Samenvatting zienswijze(n) Gezien de huidige situatie met stikstof acht de indiener het niet realistisch dat we inzetten op veel toekomstperspectief van de natuursector. Er is de vraag of we die moeten prioriteren.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij kunnen binnen de gemeente Leudal de stikstofproblematiek niet oplossen. We weten daarmee ook dat sommige natuurgebieden niet de gewenste biodiversiteit hebben. Echter blijven wij juist daarom wel werken aan natuur en landschap binnen onze gemeente om het meest optimale woon- en leefklimaat te behouden voor onze inwoners.
Kenmerk zienswijze: #20+29, 67, 80, 81, 83, 84, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 97, 106, 118, 121, 122, 124, 126, 127, 128, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.18. Stikstof en de crisis voor Natura-2000 Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat de visie niets zegt over stikstof en de crisis voor de gezondheid van mensen en Natura-2000.
Standpunt op deze zienswijze(n) Dit is juist. De visie gaat hier niet over. Dit is landelijk beleid en wij volgen de landelijke normen en richtlijnen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
55/71
Kenmerk zienswijze:#20+29, 21+26, 23, 31, 63, 64, 67, 80, 81, 83, 84, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 97, 106, 118, 121, 122, 124, 125, 126, 127, 128, 130, 132, 133 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.19. Sterke groene agenda mist Samenvatting zienswijze(n) Indiener mist een sterke groene agenda in de visie. Er is geringe aandacht voor natuur.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij onderkennen deze zienswijze en hebben de teksten in hoofdstuk twee en zes hier op aangepast. Per gebied zullen we verder in het programma ingaan op de beschrijving van het huidige landschap en natuurwaarden en een uitwerking maken voor de benodigde ontwikkelingen. Hiervoor zal een participatietraject worden gestart.
Kenmerk zienswijze:#23 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.20. Meer aandacht voor landgoederen en historische buitenplaatsen Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat er meer aandacht moet zijn voor de landgoederen en historische buitenplaatsen zoals Kasteel Horn. Dit moet beschermd worden.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij onderkennen deze zienswijze en hebben de teksten in hoofdstuk twee en zes hier op aangepast. Het natuurlijke landschap met zijn uit verschillende perioden stammende cultuurhistorische elementen, wordt gerespecteerd en beschermd. Erfgoed wordt behouden en is veel meer dan de uiterlijke verschijning. Het gaat om uitleg over de ontstaansgeschiedenis, het herstellen van oorspronkelijke functies of de beleving van de elementen. Zoals aangegeven onder hoofdstuk 9 worden diverse onderdelen van de Omgevingsvisie uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma onder de Omgevingswet. Voor dit onderdeel werken we een uitvoeringsprogramma Landelijk gebied uit, gericht op de ontwikkelingen in het buitengebied, het landschap en de cultuurhistorie. Hiervoor zal een participatietraject worden gestart.
Kenmerk zienswijze: #15+19, 16, 88
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
56/71
Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
2.7.21. Hoogwater veiligheid Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat er onvoldoende en niet samenhangend aandacht is voor de noodzaak tot bescherming van inwoners, gebouwen en de natuur tegen de gevolgen van het langer vasthouden van het overstromend Maaswater in een retentiebekken. Hierdoor worden Rijksmonumentale gebouwen en het kasteelpark van Horn bedreigd.
Standpunt op deze zienswijze(n) Hoogwaterveiligheid wordt niet in deze visie geregeld. Daarvoor is in Nederland Rijkswaterstaat het bevoegd gezag. Zij hebben al een groot aantal maatregelen getroffen om de inwoners te beschermen tegen overstromingen zoals verbreden en verdiepen van de rivier, verlagen van uiterwaarden, aanleggen hoogwatergeulen en retentiegebieden, versterken kades en dijken, verhogen bruggen en verbreden Julianakanaal. Daar waar wij als gemeente een bijdrage kunnen leveren, al dan niet als tijdelijke of beschermende voorziening, spannen wij ons hiervoor in.
Kenmerk zienswijze:#15+19, 88 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.22. Natuur Parels Samenvatting zienswijze(n) Er wordt in de visie gesproken over het Leudal als natuurparel. Daarmee worden andere bijzondere natuurgebieden tekortgedaan o.a. de Kleine Moost.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij herkennen ons in deze zienswijze. In de conceptvisie hebben wij te weinig aandacht geschonken aan alle natuurkwaliteiten binnen onze gemeente, wij hebben de hoofdstukken twee en zes hierop aangepast.
Kenmerk zienswijze:#96, 15+19 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze wel aanpassen. De wijze waarop leest u in hoofdstuk 4.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
57/71
2.7.23. Beylshof Samenvatting zienswijze(n) Indiener merkt op dat Beylshof op de visiekaart natuurgrond is. Gevraagd wordt dit te wijzigen naar natuurinclusieve landbouw omdat het meer passend is bij het landgoed en de toekomstige plannen.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij hebben inderdaad ook gezien dat dit op de kaart natuurgebied is, echter natuur op onze kaart komt uit het Natuur Netwerk Nederland en de begrenzing daarvan ligt bij provincie Limburg.
Kenmerk zienswijze:#111 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.7.24. Zorgen rondom Bouxweerd Samenvatting zienswijze(n) Indiener maakt zich zorgen over de graslanden rondom Bouxweerd en het behoud van de agrarische bestemming.
Standpunt op deze zienswijze(n) Wij hebben in de visie geen belemmeringen beschreven voor melkveehouderijen rondom Bouxweerd. De melkveehouderij in dit gebied versterkt de kenmerkende waarden van het Maasdal. De Omgevingsvisie legt geen belemmeringen op aan bestaande vergunde agrarische bedrijven.
Kenmerk zienswijze:#127 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
58/71
2.8. Duurzaam en toekomstbestendig Leudal
2.8.1. Inpassing transformatorhuisjes Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat in de visie is opgenomen dat de mogelijkheden voor een verdichting of verzwaring van transportverdeelstations en transformatorhuisjes worden geboden. Indiener verzoekt gemeente om de landschappelijke inpassing zorgvuldig te doen.
Standpunt op deze zienswijze(n) In de visie staat beschreven dat een verzwaring van het stroomnet noodzakelijk is binnen de gemeente. Het aantal trafohuisjes zal daarmee substantieel toenemen. Nieuwe leidingen en transformatorhuisjes zullen waar mogelijk zorgvuldig ingepast worden in de omgeving.
Kenmerk zienswijze: #10, 15+19, 16 Dit betekent dat wij de Omgevingsvisie naar aanleiding van deze zienswijze niet aanpassen.
2.8.2. Grootschalige zon en wind projecten Samenvatting zienswijze(n) Indiener is van mening dat het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten volgens de ontwerp Omgevingsvisie mogelijk wordt gemaakt.