Bijlage 1 Beleidsnota verdieping accommodatiebeleid
Tekst van het document
24
Tarieven voor zakelijk recht In de gemeente Leudal komt de uitgifte van grond aan maatschappelijke instellingen vooral voor bij ‘clubgebouwen’ waarbij de gemeente de grond in bruikleen geeft. Hierbij zijn opstalrechten gevestigd. Hoewel we de meeste sportvelden verhuren, zijn ook voor enkele sportvelden een opstalrecht verleend. Wanneer een vereniging of stichting (waarbij er geen sprake is van winstoogmerk als hoofddoel) een clubgebouw op gemeentegrond in eigendom heeft of wenst op te richten, dan is of wordt hiervoor een zakelijk recht van opstal gevestigd (menukaartoptie 1). Daarmee is (of wordt) het clubgebouw eigendom van de vereniging of stichting en blijft de ondergrond hiervan in eigendom van de gemeente. De opstalrechten zijn onder verschillende condities aangegaan. Daardoor verschilt de vergoeding die verenigingen of stichtingen jaarlijks betalen voor het in eigendom hebben van een clubgebouw op gemeentegrond. Net als bij de huurprijzen streeft de gemeente naar harmonisatie van afspraken over de jaarlijkse vergoeding voor een opstalrecht die maatschappelijke instellingen aan de gemeente moeten betalen. Op hoofdlijnen betekent dit het volgende.
Indien de beherende instelling: ▪ een commerciële partij is: we brengen een marktconform tarief* in rekening; ▪ een stichting of vereniging is**: hiervoor geldt een maatschappelijk tarief van 0 euro***; Stichtingen en verenigingen dragen in menukaartoptie 1 alle lasten van de gebouwen die zij in eigendom hebben. Afhankelijk van de toetsing door het afwegingskader doen zij dit met of zonder een financiële bijdrage van de gemeente Leudal. Om deze verenigingen en stichtingen tegemoet te komen in de verantwoordelijkheden die zij dragen voor de gemeenschap rekenen we voor het hebben van een opstalrecht geen jaarlijkse lasten door aan de vereniging. * Het marktconforme tarief volgt uit het vastgestelde grond- en vastgoedbeleid 2023. Met marktconform bedoelen we: de prijs die tot stand komt in een open en onbevooroordeelde markt, vergelijkbaar met wat een particuliere investeerder zou betalen. Dit wordt vastgesteld door middel van een taxatie door een onafhankelijke deskundige, een vergelijkende analyse van soortgelijke grondtransacties, of de residuele methode, waarbij de waarde van de grond wordt afgeleid uit de commerciële waarde van het onroerend goed minus alle kosten. ** Op basis van de statuten bepaalt de gemeente of er sprake is van een stichting of vereniging of niet. Het gaat hierbij om de partij waaraan de gemeente een opstalrecht verstrekt.
*** De manier waarop we dit inrichten volgt in de implementatie (zie in de volgende paragraaf). Programmatische subsidies De subsidie(s) of financiële ondersteuning waarover we in dit accommodatiebeleid spreken gaat nadrukkelijk over de maatschappelijke accommodatie zelf en niet over de inhoudelijke programmering van activiteiten. Hiervoor kent de gemeente Leudal subsidieregelingen die aan inhoudelijk beleid zijn gekoppeld, zoals de subsidieregeling Kunst en Cultuur, Sport en Gezondheid en Jeugd.
25
Praktisch uitvoerbare en realistische werkwijze Met bovengenoemde richtinggevende juridische kaders, uitgangspunten uit het grond- en vastgoedbeleid én het principe van harmonisatie (zie volgende hoofdstuk) introduceren we de volgende praktisch uitvoerbare werkwijze: 1. Bepaling van het kostendekkende tarief De systematiek van kostendekkende huur houdt in dat de huurprijs wordt opgebouwd uit alle relevante kostenelementen van een accommodatie. De gemeente hanteert hierbij één uniforme rekenmethode, zodat voor alle maatschappelijke accommodaties op dezelfde wijze wordt gerekend. De methodiek is als volgt: Gebouwen De uniforme rekenmethode houdt in dat we de kostendekkende huur vaststellen door de volgende elementen op te tellen en te herleiden naar een prijs per m²: ▪ Kapitaallasten: De kosten van het gebouw zelf, waaronder afschrijving (waardevermindering over de levensduur) en rente over het geïnvesteerde kapitaal. Bij einde technische levensduur is grootschalige renovatie of (ver)nieuwbouw aan de orde en ontstaan op dat moment nieuwe kapitaallasten. ▪ Onderhoud en vervangingen: De kosten voor het onderhoud van het pand. Dit betreft een dotatie (reserve) voor groot onderhoud en vervangingen op middellange- en lange termijn, volgens een (D)MJOP. Denk bijvoorbeeld aan het periodiek vervangen van dak of installaties.
▪ Verzekeringen en belastingen: De verplichte lasten die de eigenaar betaalt, zoals verzekeringspremies voor het gebouw, onroerendezaakbelasting en overige heffingen. ▪ Beheer en overhead: De kosten voor beheer en administratie van de accommodatie. Hieronder vallen bijvoorbeeld de kosten voor gemeentelijk personeel en ondersteunende diensten die nodig zijn om het vastgoed te verhuren en te onderhouden (ook wel apparaatskosten genoemd). Dit totaalbedrag gedeeld door het aantal m² van de accommodatie vormt de jaarlijkse kostendekkende huur per m². Buitensport velden Voor buitensportvelden geldt een andere systematiek. In plaats van een prijs per m², rekent de gemeente per type veld op basis van landelijke kengetallen voor kapitaallasten en onderhoud. Belastingen, heffingen en overhead blijven hierbij buiten beschouwing. Deze methodiek zorgt voor een geharmoniseerd speelveld: vergelijkbare accommodaties kennen vergelijkbare huurprijzen, ongeacht locatie, historie of technische staat. Voor gebouwen worden hiervoor kengetallen per type accommodatie gehanteerd (op basis van gemiddelde jaarlijkse kosten en bestaande MJOP’s), terwijl voor buitensportvelden kengetallen per type veld als uitgangspunt gelden. In de volgende tabellen zijn de instandhoudingskosten (ook wel kostprijs dekkende huur) weergegeven per type accommodatie (bedragen in euro per m² per jaar).
De uitgangspunten, die hieraan ten grondslag liggen zijn verwerkt in hoofdstuk 9. Het betreft alleen de instandhoudingskosten van de primaire voorzieningen:
26
Tabel 1: overzicht instandhoudingskosten per type accommodatie. Type accommodatie
Kapitaallasten
Binnensport Buitensport* Sociaal-Cultureel
€97 €87 €108
Groot Onderhoud en vervanging €41 €30 €51
Type veld/baan
Reservering vervangingen Natuurgras voetbalveld €10.000 Kunstgras voetbalveld €61.000 Kunstgras tennisbaan €4.300 Gravel tennisbaan €4.300 4-laans atletiekbaan € 79.500 De genoemde kosten zijn Exclusief BTW.
Verzekeringen en belastingen
Beheer en overhead
Huurprijs per m2
€11 €11 €14
€5 €5 €5
€154 €132 €178
Jaarlijks onderhoud €17.000 €5.000 €2.000 €2.700 € 8.000
Totaal per jaar €27.000 €66.000 €6.300 €7.000 € 87.500
2. Toetsing door het afwegingskader Op het moment dat een (deel van) een maatschappelijke accommodatie positief is beoordeeld op basis van het afwegingskader, brengt de gemeente voor dat deel van de maatschappelijke accommodatie geen kostendekkend tarief in rekening, maar een maatschappelijk tarief (zie hoofdstuk 7.2). Voor de onderdelen van de maatschappelijke accommodatie die niet door het afwegingskader komen brengt de gemeente een kostendekkend tarief in rekening. Op hoofdlijnen betekent dit het volgende. Indien de beherende instelling: ▪ een commerciële partij is: we brengen een marktcomform tarief in rekening; ▪ een stichting of vereniging is: we brengen voor de ruimtes en de velden die niet door het afwegingskader komen een kostendekkend tarief in rekening; ▪ een stichting of vereniging is: we brengen voor de ruimtes en de velden die wel door het afwegingskader komen een maatschappelijk tarief in rekening. In de implementatie werken we de uitvoeringsmethode uit: Zoals toegelicht wil de gemeente Leudal op een transparante en uitlegbare manier keuzes maken. Ook wanneer het gaat over de kostprijs van een accommodatie, de financiële bijdrage daaraan van de gemeente Leudal en de financiële bijdrage van de vereniging of beherende instellingen. Juridisch gezien zijn er twee manieren om dit uit te werken: 1.
de voorgestelde manier in het grond- en vastgoedbeleid waarbij enerzijds een kostendekkende huurprijs in een rekening wordt gebracht en anderzijds een subsidie wordt verstrekt; 2. via een algemeen belang besluit waarbij we een maatschappelijk tarief in rekening wordt gebracht;
27
De beleidsnota is geschreven vanuit het oogpunt van optie 2. Nadat de inhoudelijke kaders van het verdiepende accommodatiebeleid zijn vastgesteld richten we in de implementatiefase de exacte uitvoering in waarbij de financiële impact voor de vereniging niet wijzigt. *Definitie uit het grond- en vastgoedbeleid 2023 Het gemeentelijk vastgoed in gemeente Leudal omvat een aantal categorieën vastgoed, waarvan maatschappelijk vastgoed er één is, welke weer drie subcategorieën kent, te weten: 1. Huisvesting voor de eigen organisatie en diensten; 2. Onderwijsgebouwen (primair, voortgezet en speciaal); 3. Maatschappelijk vastgoed: ▪ Culturele accommodaties, ▪ Welzijns accommodaties, ▪ Sport en recreatie (gebouwen en terreinen).
Paracommercie Voorgenoemde juridische kaders hebben betrekking op de reikwijdte van deze beleidsnota: het duurzaam in stand houden van maatschappelijke accommodaties. Hierbij hanteren we onder andere het principe stenen voor de gemeente en exploitatie voor de gemeenschap. Verder bepalen we op basis van de activiteiten die in een ruimte plaatsvinden of een maatschappelijk of een kostendekkend tarief geldt voor de desbetreffende ruimte. In het kader van de Alcoholwet moet de gemeente regels vaststellen om oneerlijke concurrentie bij de verstrekking van alcohol te voorkomen. Dit betekent dat bij de aanvraag van een vergunning voor het schenken van alcohol de regels van de Alcoholwet gelden (bij commerciële uitbaters, bij stichtingen en verenigingen) met daarbovenop de regels voor paracommercie (bij een stichtingen en verenigingen). De regels voor paracommercie zijn vastgelegd in de Algemene verordening van de gemeente Leudal. Verenigingen en stichtingen nemen de exploitatie – namens de gemeenschap – op zich. Het is aan de gemeenschap om te bepalen hoe zij dit doen. De keuze voor de rechtsvorm die hierin door de gemeenschap wordt gemaakt geeft richting aan de regels die gelden in het kader van het schenken van alcohol.
Bij het toetsen van een aanvraag in het kader van de Alcoholwet wordt dus gekeken naar de rechtsvorm van de aanvrager, los van de activiteiten die plaatsvinden in de maatschappelijke accommodatie. De belangrijkste uitgangspunten voor paracommercie zijn: ▪ Schenktijden: de schenktijden van alcoholische dranken zijn gekoppeld aan de activiteiten van de vereniging/stichting. Dit wil zeggen dat er één uur voor de activiteit en twee uur ná de beëindiging van de activiteit alcoholische dranken geschonken mogen worden. ▪ Geen alcoholverstrekking: Het is verboden in de inrichting bijeenkomsten van persoonlijke aard te houden, waarbij alcoholhoudende dranken worden verstrekt. Hieronder vallen in elk geval bruiloften en partijen. ▪ Uitzonderingen: Er zijn activiteiten die wel georganiseerd mogen worden waarbij wel alcohol verstrekt mag worden. Deze zijn te vinden in artikel 2.5.4.2 lid 3 van de Algemene verordening van de gemeente Leudal2. Activiteiten die niet voorkomen in de lijst kunnen ter beoordeling aan de burgemeester worden voorgelegd.
2
Algemene verordening gemeente Leudal | Lokale wet- en regelgeving
28
▪
Verbod om te verhuren: Het is verder verboden de paracommerciële inrichting (bv kantine) en inventaris aan derden (particulieren) te verhuren ten behoeve van activiteiten waarbij alcohol geschonken wordt.
29
6. Harmonisatie en menukaart 6.1. Inleiding In dit hoofdstuk staat het principe ‘harmonisatie’ centraal en presenteren we de menukaart per type accommodatie. Allereerst leggen we uit wat we bedoelen met harmoniseren en waarom dit essentieel is voor een eerlijke en efficiënte inzet van gemeenschapsgeld. Vervolgens beschrijven we de principes van harmonisatie – nadrukkelijk niet bedoeld als starre uniformering, maar als gelijke behandeling van vergelijkbare accommodaties. Vervolgens presenteren we per accommodatietype (binnensport, buitensport en sociaal-cultureel) drie opties met mogelijke eigendomsvormen en bijbehorende rolverdelingen voor het groot onderhoud en vervangingen. Dit schept duidelijkheid over keuzemogelijkheden en de kaders waarbinnen we verschillende maatschappelijke accommodaties ondersteunen en beheren.
6.2. Principes van harmonisatie In het accommodatiebeleid van de gemeente Leudal hanteren we het principe dat we vergelijkbare accommodaties op gelijke wijze behandelen en ondersteunen. Dat betekent: voor hetzelfde type accommodatie bieden we dezelfde gemeentelijke bijdrage, ongeacht verschillen in eigendom, ligging of historisch gegroeide afspraken. Zo creëren we een gelijk speelveld waarin de kostenverdeling tussen gemeente en gebruikers duidelijke en uitlegbaar is. Alleen accommodaties die positief zijn beoordeeld via het afwegingskader komen in aanmerking voor deze ondersteuning, passend bij het type accommodatie en de gemeentelijke verantwoordelijkheid die daarbij hoort. We streven naar harmonisatie, maar niet naar uniformiteit. We dwingen geen standaardmodel op. Verschillen in eigendom en organisatie kunnen blijven bestaan. Wat we wél gelijktrekken, zijn de financiële uitgangspunten: vergelijkbare accommodaties krijgen vergelijkbare bijdragen, ongeacht wie het eigendom heeft of het beheer van het grote onderhoud uitvoert. Daarmee zetten we gemeenschapsgeld in op een uitlegbare manier – zonder willekeur. Om deze aanpak praktisch te maken, hebben we een menukaart ontwikkeld. Daarmee kunnen we per accommodatie een passende beheer- en eigendomsvorm kiezen, binnen duidelijke en geharmoniseerde financiële kaders.
In de volgende paragraaf lichten we de menukaart toe, inclusief de taken, verantwoordelijkheden en bijbehorende voor- en nadelen.
6.3. Menukaart per type accommodatie In deze paragraaf presenteren we de menukaart met drie opties voor de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden voor het groot onderhoud en vervangingen. Zoals eerder beschreven is het dagelijks en klein onderhoud onderdeel van de exploitatie. Dit geldt zowel voor gebouwen als voor velden. De beherende instelling is, ongeacht de gekozen optie, verantwoordelijk en er wordt hiervoor geen gemeentelijke bijdrage verstrekt. Voor de verdere verdeling van taken sluiten we aan bij bestaande landelijke modellen en gangbare normen.
30
Sociaal-culturele accommodaties Voor sociaal-culturele accommodaties geldt het ROZ-model als uitgangspunt, waarbij in hoofdlijnen geldt: ▪ Gemeente: verantwoordelijk voor groot onderhoud en vervangingen van constructieve en bouwkundige onderdelen (o.a. funderingen, gevels, daken, hoofdinstallaties, buitenschilderwerk). ▪ Beherende instelling: verantwoordelijk voor dagelijks en klein onderhoud (o.a. hang- en sluitwerk, verlichting, schoonmaak, groenwerkzaamheden, periodieke keuringen). Een volledige uitwerking van deze verdeling volgt in de implementatiefase. Binnensportaccommodaties Bij binnensportaccommodaties geldt dezelfde systematiek, zoals bij Sociaal-culturele accommodaties. Buitensportaccommodaties (gebouwen) en buitensportvelden Voor buitensportaccommodaties is de verdeling van verantwoordelijkheden uitgewerkt in bijlage 1. Voor de clubgebouwen geldt eenzelfde systematiek zoals bij de sociaal-culturele accommodaties, met het ROZ-model als uitgangspunt*. Het betreft hier alleen de primaire voorzieningen binnen het clubgebouw. *het precieze ROZ-model wordt in de implementatiefase bepaald. Voor de buitensportvelden en banen, waaraan de gemeente financieel bijdraagt, geldt als basisprincipe dat het eigendom en de verantwoordelijkheid voor vervangingen in beginsel bij de gemeente liggen. Het dagelijks en klein onderhoud is de verantwoordelijkheid van de vereniging.
Voor het jaarlijks onderhoud is mogelijk dat verenigingen of stichtingen, onder voorwaarden, een vergoeding ontvangen voor het uitvoeren van het onderhoud aan velden en banen. Deze praktijk wordt in de huidige situatie soms al toegepast. De voorwaarden hebben betrekking op de kwaliteit van het onderhoud (conform bestek en onder gemeentelijke controle). De bijdragen worden vastgesteld op basis van MJOP’s. Daarbij gaat de gemeente uit van 75% van de normbedragen (zoals opgenomen in de MJOP’s), omdat verenigingen door zelfwerkzaamheid het onderhoud doorgaans goedkoper kunnen uitvoeren. Rolverdeling primaire voorzieningen (gebouwen) Elke optie laat zien hoe de rolverdeling tussen de gemeente en de beherende partij eruit ziet: wie is eigenaar, wie is verantwoordelijk voor het groot onderhoud, en welke gemeentelijke bijdrage of afspraken horen hierbij. Dit biedt ruimte voor de beherende instellingen om een passende keuze te maken, binnen geharmoniseerde financiële kaders. Daarbij geldt een opbouw van veel verantwoordelijkheid bij de gemeenschap, optie 1 tot weinig verantwoordelijkheid bij de gemeenschap, optie 3. Let op: Zodra een beherende partij gemeentelijke middelen ontvangt voor groot onderhoud, vervangingen en/of andere eigenaarslasten (zoals verzekeringen en belastingen), geldt een formele plicht tot verantwoording richting de gemeente.
Dit betekent dat de partij inzichtelijk en aantoonbaar moet maken hoe middelen zijn besteed, welke reserveringen zijn gedaan en hoe het
31
onderhoud is uitgevoerd. De gemeente legt dit vast in overeenkomsten en kan bij niet-naleving maatregelen treffen, waaronder terugvordering of contractuele sancties. Optie 1 – De gemeenschap is eigenaar van de maatschappelijke accommodatie De beherende instelling is eigenaar van de maatschappelijke accommodatie en draagt alle lasten . Dit betekent dat zij zelf verantwoordelijk is voor het totale onderhoud (zowel dagelijks als groot onderhoud en vervangingen) én voor alle eigenaarslasten zoals kapitaalslasten, verzekeringen, belastingen en heffingen. De gemeente verstrekt in dit model géén jaarlijkse bijdrage voor reserveringen voor groot onderhoud en vervangingen rechtstreeks aan de eigenaar, maar houdt voor deze accommodaties een gemeentelijk reservefonds aan. Uit dit fonds worden middelen beschikbaar gesteld voor groot onderhoud en vervangingen. Hiermee voorkomen we dat grote publieke middelen langdurig op de rekening van beherende instellingen staan. Uiteraard moet de beherende partij de ontvangen onderhoudsbijdragen doelmatig besteden en hierover verantwoording afleggen aan de gemeente. De gemeente toetst in deze optie de gemaakte afspraken en monitort deze. Voordelen Volledig lokaal eigenaarschap en zeggenschap over de accommodatie stimuleert initiatief en verantwoordelijkheid in de gemeenschap.
Besluiten over gebruik en aanpassingen kunnen snel en flexibel lokaal worden genomen, zonder lange gemeentelijke procedures. Gebruikers voelen zich mede-eigenaar en tonen daardoor een sterke betrokkenheid bij het behoud en de exploitatie van de voorziening. De rol van de gemeente blijft beperkt tot faciliteren (financiële bijdrage), waardoor de bestuurlijke en organisatorische lasten voor de gemeente afnemen. De controlerende taak van de gemeente neemt toe. De beherende instelling kan maatwerkoplossingen doorvoeren, zodat de accommodatie optimaal aansluit bij de behoeften en identiteit van het dorp.
Nadelen / Aandachtspunten Lokale vrijwilligers/bestuurders dragen een zware verantwoordelijkheid, omdat zij alle aspecten van beheer, onderhoud en exploitatie moeten organiseren. Continuïteit is kwetsbaar: bij een tekort aan vrijwilligers of expertise komt het beheer en voortbestaan van de accommodatie in het gedrang. De gemeente heeft nauwelijks sturingsmogelijkheden en kan moeilijk ingrijpen als er problemen ontstaan met de exploitatie of instandhouding. Ook bij volledig lokaal eigendom moet voor gemeentelijke steun verantwoording worden afgelegd, wat extra administratie betekent.
Zonder actieve afspraken en monitoring door de gemeente ontstaat het risico op kwaliteitsverschillen en achterstallig onderhoud bij extern eigendom.
Variatie binnen optie 1: In sommige situaties is de beherende instelling zowel eigenaar van de opstallen als van de grond, in andere situaties is de beherende instelling alleen eigenaar van de opstallen en is er sprake van een verleent opstelrecht van de gemeente Leudal aan de beherende instelling. Hoe we hiermee omgaan staat in hoofdstuk 8 beschreven. Optie 2 – De gemeenschap is geen eigenaar, wél verantwoordelijk voor groot onderhoud en vervangingen: De gemeente is eigenaar van de maatschappelijke accommodatie, maar de beherende partij is verantwoordelijk voor het totale onderhoud (zowel dagelijks als groot
32
onderhoud en vervangingen). Net zoals bij optie 1, verstrekt de gemeente in dit model géén jaarlijkse bijdrage voor reserveringen voor groot onderhoud en vervangingen rechtstreeks aan de eigenaar, maar houdt voor deze accommodaties een gemeentelijk reservefonds aan. De bijdrage is verhoudingsgewijs hetzelfde is als bij optie 1, maar gecorrigeerd voor de lasten die de gemeente als eigenaar blijft dragen, zoals kapitaallasten, verzekeringen en belastingen. De gemeente hoeft zelf minder uitvoerend bezig te zijn met onderhoud, maar behoudt via afspraken (zoals een beheersovereenkomst) wel grip op het beheer. Ook bij optie 2 moet de beherende partij de ontvangen onderhoudsbijdragen doelmatig besteden en hierover verantwoording afleggen aan de gemeente. Voordelen De beherende partij heeft eigenaarschap over de instandhouding en kan onderhoudsplannen afstemmen op het dagelijks gebruik. Gemeentelijke lasten (organisatorische kosten voor onderhoud) nemen af. De exploitatie én instandhouding liggen in één hand, wat efficiëntie en betrokkenheid kan vergroten. De gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op objectieve kosten, maar de uitvoering ligt bij een lokale partij met maatwerkruimte. Grip op maatschappelijke functies blijft bestaan via prestatieafspraken en verantwoording over onderhoud en besteding van middelen.
Nadelen / Aandachtspunten De beherende partij draagt een zware verantwoordelijkheid voor groot onderhoud en vervanging, zonder zelf eigenaar te zijn van het vastgoed. Juridisch eigendom en feitelijke onderhoudsplicht liggen uit elkaar, wat duidelijke afspraken en toezicht vereist. De beherende partij moet zelf investeren in planmatig onderhoud en reserveringen opbouwen, wat organisatorisch uitdagend is. Vrijwilligers of kleine stichtingen kunnen overbelast raken door de combinatie van exploitatie- én onderhoudstaken. Zonder actieve afspraken en monitoring door de gemeente ontstaat het risico op kwaliteitsverschillen en achterstallig onderhoud.
Optie 3 – Gemeenschap is geen eigenaar, en niet verantwoordelijk voor groot onderhoud en vervangingen: De gemeente is eigenaar en draagt zelf zorg voor al het groot onderhoud en vervangingen van de accommodatie. De beherende partij is in dit scenario uitsluitend verantwoordelijk voor de dagelijkse exploitatie – het gebruik, de programmering en het klein dagelijks onderhoud, inclusief schoonmaak. Dit scenario ontlast de beherende organisatie qua onderhoudslasten en legt alleen de volle exploitatie bij hen neer. De gemeente houdt de accommodatie in eigen hand en heeft daarmee directe zeggenschap over het vastgoed. Voordelen De gemeente houdt volledige controle over de kwaliteit van onderhoud en investeringen, waardoor consistent beheer gewaarborgd is. Professioneel gemeentelijk beheer ontlast vrijwilligers en borgt continuïteit van de exploitatie. Verenigingen en stichtingen hoeven zich niet te belasten met complexe beheertaken en kunnen zich richten op hun kernactiviteiten.
Nadelen / Aandachtspunten De gemeente draagt ook de organisatorische lasten voor de instandhouding. Lokaal eigenaarschap en betrokkenheid zijn beperkt. Minder flexibiliteit en maatwerk ter plaatse, omdat besluiten over aanpassingen via gemeentelijke procedures verlopen.
33
Verantwoording ligt intern bij de gemeente, zonder extra administratieve druk voor externe partijen. Uniforme gemeentelijke aanpak van onderhoud en veiligheid garandeert naleving van alle wettelijke eisen. Voordeel in uitvoeren van opdracht voor de gemeente door schaalvoordeel, dezelfde opdracht voor meerdere maatschappelijke accommodaties gelijktijdig uitzetten Door te werken met deze opties geven we de inzet van gemeenschapsgeld op een financieel vergelijkbare wijze vorm (geharmoniseerd). De rolverdeling verschilt afhankelijk van de gekozen optie. Zo ontstaat een uitlegbaar speelveld, met ruimte voor lokale maatwerkoplossingen. Zie de opties in onderstaande tabel samengevat. Samenvatting van de menukaartopties:
Eigendom gebouw Eigendom grond Verantwoordelijkheid voor eigenaarslasten Financiële bijdrage eigenaarslasten Verantwoordelijk voor groot onderhoud en vervangingen Financiële bijdrage groot onderhoud en vervangingen Voorwaarden
Optie 1a Beherende instelling Beherende instelling Beherende instelling Ja
Optie 1b Beherende instelling Gemeente
Optie 2 Gemeente
Optie 3 Gemeente
Gemeente
Gemeente
Beherende instelling Ja
Gemeente
Gemeente
Nee
Nee
Beherende instelling
Beherende instelling
Beherende instelling
Gemeente
Ja
Ja
Ja
Nee
Strikte verantwoording over de inzet van financiële bijdrage & inzicht maatschappelijke bezetting en benutting
Strikte verantwoording over de inzet van financiële bijdrage & inzicht maatschappelijke bezetting en benutting
Doelmatige besteding en verantwoording aan gemeente & inzicht maatschappelijke bezetting en benutting
Inzicht maatschappelijke bezetting en benutting
Meer verantwoordelijkheid bij gemeenschap
minder verantwoordelijkheid bij gemeenschap
34
Aanvullende uitgangspunten bij investeringen, groot onderhoud en vervangingen Bij de uitvoering van investeringen en onderhoudswerkzaamheden gelden enkele aanvullende uitgangspunten: ▪
BTW en compensatie: wanneer werkzaamheden worden uitbesteed aan derden (bijvoorbeeld een stichting die namens de gemeente investeert of onderhoud uitvoert aan onroerend goed), is het van belang dat duidelijk is wie formeel opdrachtgever is. Indien de gemeente zelf recht zou hebben op BTW-compensatie, moet de factuur op naam van de gemeente Leudal staan. Alleen dan kan het aftrek- of compensatierecht worden uitgeoefend. In samenwerkingsovereenkomsten met derden kan daarom worden opgenomen dat zij “op naam en voor rekening van de gemeente Leudal” handelen.
Kanttekening exploitatie binnensport Voor binnensportaccommodaties geldt dat de menukaart leidend is voor eigendom en instandhouding. Landelijk zien we dat, zelfs bij een goede bezetting, een sluitende exploitatie moeizaam haalbaar is. Daarbij geldt bovendien dat binnensportaccommodaties ook noodzakelijk zijn om te voorzien in de wettelijke taak van de gemeente om bewegingsonderwijs adequaat te huisvesten. Daarom wordt in de implementatiefase gekeken naar een verdere uitwerking van de gemeentelijke exploitatiebijdrage, zodat de kaders van dit accommodatiebeleid in balans blijven met de wettelijke huisvestigingstaak voor bewegingsonderwijs. Een harmonisatie van bijdragen is op korte termijn niet mogelijk, omdat er binnen de binnensport zowel commerciële exploitanten als stichtingen zonder winstoogmerk actief zijn. Om tot een efficiëntere en evenwichtiger exploitatie, benutting van uren en lastenverdeling te komen, verkennen we of een overkoepelende beheervorm haalbaar is.
35
7. Tarieven 7.1. Inleiding De verdieping van het accommodatiebeleid in gemeente Leudal vraagt niet alleen om heldere beleidskeuzes, maar ook om een duidelijke vertaling naar de praktijk. Dat betekent: tariefstelling die uitlegbaar is, beheerafspraken die passen bij de verantwoordelijkheden, onderhoud dat tijdig en realistisch wordt uitgevoerd en investeringen die aansluiten op de maatschappelijke behoefte. In dit hoofdstuk beschrijven we de aangepaste tarievenstructuur voor de binnen- en buitensport en de uitgangspunten voor sociaal-culturele accommodaties. Bij sportaccommodaties werken we met kostendekkingspercentages per type accommodatie, zodat er een transparante en evenwichtige verdeling ontstaat tussen gemeentelijke bijdragen en gebruikersbijdragen. Voor sociaal-culturele accommodaties geldt een andere benadering, die aansluit bij hun maatschappelijke functie en het streven naar betaalbaarheid en breed toegankelijk gebruik.
7.2. Tarievenstructuur Op dit moment verschilt de manier waarop huur in rekening wordt gebracht voor gemeentelijke accommodaties. Waar bij sportaccommodaties doorgaans sprake is van vaste huurtarieven, geldt dat bij sociaal-culturele accommodaties een andere systematiek wordt gehanteerd. Voor gemeenschapshuizen geldt op dit moment een huurbedrag van 0 euro. In alle gevallen is het uitgangspunt dat gemeentelijke bijdragen duidelijk en uitlegbaar zijn. Een uniforme benadering is dus niet altijd passend. In deze paragraaf beschrijven we per cluster de tariefstelling voor de toekomst.
Binnensport De huidige tarieven voor het gebruik van gemeentelijke binnensportaccommodaties (sporthallen, sportzalen en gymzalen) dekken ongeveer 10% van de werkelijke instandhoudingskosten. Daarmee ligt de kostendekkingsgraad in gemeente Leudal fors onder het landelijke gemiddelde. Uit onderzoek van het Mulier Instituut (2019) blijkt dat slechts 1 op de 5 Nederlandse gemeenten een kostendekking van minder dan 20% realiseert. Daarbij benadrukken we dat dit percentage gebaseerd is op een theoretisch kostenniveau waarin zowel onderhoud, vervangingen als exploitatie zijn meegenomen. Uit de factsheet van het Mulier Instituut blijkt dat veel gemeenten zelf ook niet exact definiëren welke kosten en inkomsten in hun berekening worden opgenomen. Vergelijkingen met landelijke gemiddelden kent daarom kanttekeningen, maar geeft wel een gevoel bij de verhouding tussen inkomsten en kosten bij maatschappelijke accommodaties. In onderstaande grafiek is de landelijke verdeling weergegeven.
36
Tabel 2: kostendekkendheid van binnensportaccommodaties.
Kostendekkendheid van binnensportaccommodaties Sporthallen
20%
38%
20%
13%
9%
Sportzalen
18%
42%
19%
14%
7%
Gymzalen
24% 0%
Minder dan 20%
37% 20% 20% - 40%
40% 40% - 60%
14% 60% 60% - 80%
16% 80%
9% 100%
80% of meer
Bron: Mulier Instituut 2019 Deze landelijke vergelijking visualiseert dat gemeente Leudal momenteel tot de gemeenten met de laagste kostendekkingsgraad behoort. Zeker omdat bij toekomstige investeringen — zoals renovaties of vervangingen van gymzalen, sportzalen en sporthallen — nieuwe kapitaalslasten ontstaan die de kosten verhogen in vergelijking met nu, omdat veel bestaande accommodaties inmiddels zijn afgeschreven. Het financiële gat tussen inkomsten en werkelijke kosten wordt hiermee groter. De lage kostendekkingsgraad hangt niet alleen samen met de hoogte van de tarieven, maar ook met de beperkte bezetting. Met name sporthallen kennen een lage overdagbezetting doordat zij maar in beperkte mate worden gebruikt door het onderwijs. Er zijn — relatief gezien — teveel zaaldelen beschikbaar ten opzichte van de structurele behoefte, waarbij er besef is over de wettelijke taak voor het huisvesten van het bewegingsonderwijs met bijbehorende afstandsnormen. De tarieven vormen dan ook één van de knoppen waaraan gedraaid kan worden. Tegelijkertijd draagt een betere benutting van de bestaande zalen bij aan een hogere opbrengst, waardoor het minder noodzakelijk is om de tarieven sterk te verhogen. Met name overdag ligt er nog ruimte, zeker bij sporthallen die beperkt worden gebruikt door het onderwijs.
Een hogere bezettingsgraad helpt daarmee om de gewenste kostendekkingspercentages te realiseren zonder dat dit leidt tot een onevenredige stijging van de huurtarieven. Voor de gemeente Leudal geldt dat wij primair sturen op een goede bezetting van de bestaande binnensportaccommodaties. De inkomsten die voortkomen uit deze bezetting koppelen wij aan de kosten voor “de stenen” (onderhoud en vervanging van gebouwen). Op die basis streven wij naar een kostendekkingspercentage van circa 25%. Dit percentage staat dus los van de exploitatie, die de werkelijke instandhoudingskosten verder verhoogt. In de onderstaande tabel is de tariefstelling in gemeente Leudal vergeleken met die in omliggende gemeenten en het landelijke gemiddelde van niet/weinig stedelijke gemeentes.
37
Tabel 3: vergelijking tariefstelling binnensportaccommodaties van de gemeente Leudal, omliggende gemeente en landelijk gemiddelde van niet /weinig stedelijke gemeentes. Verenigingstarieven 2025 Gymzalen Sportzalen Sporthallen
Gemeente Leudal € 12,50 € 17,50 € 30,00
Omgeving gemiddeld € 13,44 € 28,26 € 39,88
Landelijk gemiddeld* € 14,02 € 24,54 € 42,61
*Bron: Mulier Instituut, databestand huurtarieven gemeentelijke sportaccommodaties, type weinig stedelijk, 2023. Geïndexeerd naar 2025. Uit de tabel blijkt dat de huurprijzen per uur voor de binnensportverenigingen in de gemeente Leudal een stuk lager liggen dan het gemiddelde uit omliggende gemeenten en het landelijk gemiddelde. Op basis hiervan herzien we het huidige tariefstelsel en werken we toe naar een realistischer dekkingspercentage. Hoe we dat gaan doen en welke termijnen we voor ogen hebben volgt in hoofdstuk 8.
Buitensport Voetbalvelden en opstallen In de huidige situatie dekken de tarieven die gebruikers (verenigingen, stichtingen e.d.) betalen voor gemeentelijke accommodaties slechts een klein deel van de werkelijke kosten. Met name bij de voetbalaccommodaties is het dekkingspercentage in de gemeente Leudal laag – ongeveer 7% voor de voetbalvelden en ongeveer 2% voor de primaire voorzieningen binnen het kleed- en clubgebouw. Dit houdt voor gemeente Leudal in dat circa 95% van de instandhoudingskosten (onderhoud, beheer en afschrijving) van voetbalvelden en bijbehorende primaire voorzieningen in het clubgebouw op dit moment voor rekening van de gemeente komt. Het genoemde dekkingspercentage is berekend door de huidige huurtarieven te relateren aan de normatieve instandhoudingskosten van velden en bijbehorende primaire voorzieningen in het clubgebouw. Met normatief bedoelen we dat gebruik gemaakt is van landelijke kengetallen voor groot onderhoud, vervanging en afschrijving. In de praktijk wordt binnen de gemeente Leudal momenteel echter niet structureel gereserveerd voor toekomstige vervanging en zijn de feitelijke onderhoudsuitgaven mogelijk lager dan de realistische kostenniveaus. Dit betekent dat het werkelijke kostenniveau op termijn hoger zal uitvallen, zeker als wordt gestuurd op een toekomstbestendig onderhouds- en vervangingsbeleid.
Op basis hiervan is de huidige tariefstelling in gemeente Leudal – in verhouding tot de normatieve lasten én in vergelijking met andere gemeenten – zeer laag. In de volgende tabel is de verhouding ten opzichte van omliggende gemeenten inzichtelijk gemaakt.
38
Tabel 4: vergelijking tariefstelling buitensportaccommodaties van de gemeente Leudal, omliggende gemeente en landelijk gemiddelde van niet /weinig stedelijke gemeentes. Huurtarieven voetbal 2025 Natuurgrasveld Kunstgrasveld
Gemeente Leudal € 2.000 € 4.000
Omgeving gemiddeld € 4.200 € 8.300
Landelijk gemiddeld* € 3.975 € 7.806
*Bron: Mulier Instituut 2022, geïndexeerd met CPI. Om het realiteitsgehalte van het streefpercentage van 10% voor de voetbalaccommodaties verder te onderbouwen, is ook gekeken naar de landelijke spreiding van de kostendekkingsgraad van voetbalvelden in gemeentelijk eigendom. Onderstaande grafiek, op basis van gegevens van het Mulier Instituut (2019), laat zien dat de gemeente Leudal zich momenteel aan de onderkant van dit spectrum bevindt. Een verhoging naar 10% betekent dat gemeente Leudal nog steeds ruim onder het landelijke gemiddelde blijft, maar wel een stap zet richting een meer evenwichtige verdeling van de lasten tussen gemeente en gebruikers. Tabel 5: kostendekkendheid van voetbalaccommodaties.
Kostendekkendheid voetbalaccommodaties Voetbalaccommodaties
31% 0%
Minder dan 20%
10%
20% 20% - 40%
42% 30%
40% 40% - 60%
50%
60%
70%
60% - 80%
14%
10% 3%
80%
90%
100%
80% of meer
Bron: Mulier Instituut/VSG: VSG-panel, december 2019. Op basis hiervan verhoogt de gemeente Leudal het dekkingspercentage geleidelijk naar een niveau van 10% voor de voetbalaccommodaties. Dat geldt zowel voor de kosten van de velden als voor de primaire voorzieningen in het clubgebouw. Dit betekent dat de verenigingen in de toekomst een hogere huur betalen. We passen de tarieven gefaseerd aan, zodat clubs tijd hebben zich hierop in te stellen en desgewenst hun exploitatie of contributies aan te passen. Net zoals bij de binnensport geldt: hoe we dat gaan doen en welke termijnen we voor ogen hebben volgt in hoofdstuk 8. Atletiekbaan en opstallen In de huidige situatie dekken de tarieven die de atletiekvereniging betaalt voor het gebruik van de gemeentelijke atletiekbaan en bijbehorende voorzieningen slechts een deel van de werkelijke kosten. Het dekkingspercentage voor de atletiekbaan zelf ligt in de gemeente Leudal al rond het streefpercentage van 10%. Dit betekent dat voor het gebruik van de baan – in vergelijking met de voetbalvelden – al een relatief groter deel van de instandhoudingskosten (groot onderhoud, vervangingen en afschrijving) door de gebruiker wordt gedekt.
39
Tabel 6: is een vergelijking opgenomen met gemeente Leudal en omliggende gemeenten. Huurtarieven atletiek 2025 6-laans rondbaan 4-laans rondbaan
Gemeente Leudal €
9.755
Landelijk gemiddeld € 11.810* € 12.272
*Bron: Mulier Instituut (2018-2019), bedragen geïndexeerd met CPI en gecorrigeerd (-20%) voor de 4laanssituatie in gemeente Leudal. De vereniging maakt gebruik van de kleed- en clubaccommodatie van een voetbalclub. Tennisbanen en opstallen In de huidige situatie dekken de tarieven die tennisverenigingen betalen voor gemeentelijke tennisaccommodaties – alleen de velden – circa 19% bij kunstgras en 24% bij gravel van de theoretische instandhoudingskosten. Dit is exclusief de primaire voorzieningen binnen het kleed- en clubgebouw. Net zoals bij de voetbal betekent dit dat het genoemde percentage is gebaseerd op een vergelijking tussen de huidige huurtarieven en normatieve instandhoudingskosten (volgens landelijke kengetallen). Dat betekent dat ruim driekwart van de kosten voor groot onderhoud, vervanging en afschrijvingen momenteel voor rekening van de gemeente komt. De huidige tariefstelling voor tennis in gemeente Leudal ligt daarmee iets hoger dan bij voetbal, maar blijft laag in verhouding tot de werkelijke lasten én tot landelijke trends, waarin steeds meer tennisverenigingen zelf verantwoordelijk zijn voor (een deel van) hun accommodatie. Net zoals bij de voetbalaccommodaties geldt dat op dit moment niet structureel wordt gereserveerd voor toekomstige vervanging en dat het feitelijke onderhoudsniveau mogelijk lager ligt dan realistisch noodzakelijk is.
Dit betekent dat de werkelijke kostenniveaus op termijn hoger zullen uitvallen, zeker wanneer gestuurd wordt op een toekomstbestendig onderhouds- en vervangingsbeleid. Tabel 7: is een vergelijking opgenomen met gemeente Leudal en omliggende gemeenten. Huurtarieven tennis 2025 Type veld gravel Type veld kunstgras
Gemeente Leudal € 1.200 € 1.700
Omgeving gemiddeld € 4.000 € 4.000
Uit de tabel blijkt dat de huurtarieven voor gemeentelijke tennisaccommodaties in de gemeente Leudal laag zijn in vergelijking met omliggende gemeenten. Een landelijk gemiddeld tarief is niet beschikbaar, omdat tennisaccommodaties in veel gemeenten (deels) geprivatiseerd zijn en de organisatievorm sterk verschilt. Om toch een beleidsmatige vergelijking te kunnen maken, is in de onderstaande grafiek de kostendekkingsgraad van tennisaccommodaties in gemeentelijk eigendom weergegeven (Mulier Instituut 2019). Daaruit blijkt dat de gemeente Leudal met een dekkingsgraad van 19% tot 24% (exclusief de kosten voor de primaire voorzieningen van het kleed- en clubgebouw) aan de onderkant van het landelijke spectrum zit.
40
Tabel 8: kostendekkendheid tennisaccommodaties.
Kostendekkendheid tennisaccommodaties Tennisaccommodaties
22% 0%
Minder dan 20%
22% 20%
20% - 40%
10%
40% 40% - 60%
16%
31%
60%
80%
100%
60% - 80%
80% of meer
Bron: Mulier Instituut/VSG: VSG-panel, december 2019. Op basis hiervan voeren we het huidige dekkingspercentage op te voeren naar 50%. Dit betekent dat tennisverenigingen een groter deel van de kosten zelf gaan dragen. De verhoging gebeurt gefaseerd, zodat verenigingen hierop kunnen anticiperen en eventueel hun contributies of exploitatiestrategie kunnen aanpassen. Net zoals bij de binnensport en voetbal geldt: hoe we dat gaan doen en welke termijnen we voor ogen hebben volgt in het volgende hoofdstuk. De gemeente blijft wel verantwoordelijk voor de kosten van het groot onderhoud en vervangingen.
Sociaal-cultureel Voor sociaal-culturele accommodaties – waaronder gemeenschapshuizen, jeugd- en jongerenaccommodaties, schutterijen, handboogaccommodaties, bibliotheken en heemkundeverenigingen – geldt één uniforme benadering. Na een positieve beoordeling via het afwegingskader vallen deze accommodaties onder hetzelfde regime. Dat betekent dat de beherende instelling € 0 huur betaalt voor de maatschappelijke vierkante meters die direct nodig zijn voor de uitvoering van maatschappelijke activiteiten. Voor eventuele commerciële ruimtes binnen de accommodatie geldt wél een kostprijsdekkend huurtarief. De beherende instelling bepaalt vervolgens zelf de gebruikstarieven voor de maatschappelijke ruimtes. De gemeente stelt alleen een maximum tarief vast. Dit borgt de betaalbaarheid voor lokale verenigingen en maatschappelijke initiatieven, terwijl commerciële benutting van de accommodatie een eerlijke bijdrage levert aan de exploitatie. Als richtlijn voor deze maxima hanteert de gemeente een maatschappelijk tariefplafond op basis van een normatieve kostprijs van € 178 per m² per jaar. Bij een realistische verhuurcapaciteit van gemiddeld 48 weken per jaar en 12 uur per dag (ruim 25% bezetting op jaarbasis) betekent dit een maximale huurprijs van € 0,18 per uur per m². Dit zorgt voor een transparant, uitlegbaar en betaalbaar huurniveau.
41
8. Implementatie -aanpak 8.1. Inleiding Na vaststelling van de uitvoeringsgerichte kaders uit deze beleidsnota stelt het college een uitvoeringsprogramma vast met een vertaling van de verdiepende kaders in concrete activiteiten. In dit hoofdstuk schetsen wij de hoofdlijnen van deze implementatie om te zorgen voor een stapsgewijze, volgordelijke invoering met oog voor uitvoerbaarheid, bestuurlijke keuzes en de verschillende posities van betrokken instellingen. De snelheid van de implementatie van dit beleid is mede-afhankelijk van de beschikbare ambtelijke capaciteit. Om deze reden beschrijven we in dit hoofdstuk de aanpak op hoofdlijnen.
8.2. Aanpak van beleid naar praktijk Toepassen afwegingskader Het afwegingskader, zoals beschreven in hoofdstuk 4, wordt leidend bij het beoordelen van verzoeken om ondersteuning van maatschappelijke accommodaties. Het kader biedt een objectieve, uitlegbare manier om voorstellen voor renovatie, nieuwbouw of instandhouding te wegen, op basis van inhoudelijke criteria. Daarmee wordt toegewerkt naar een duidelijk en uitlegbaar beleid. Dit geldt zowel voor sportaccommodaties als voor sociaal-culturele accommodaties. Blik vooruit: In het verleden zijn accommodaties of specifieke ruimtes binnen accommodaties gerealiseerd waarvan de kosten of verdeling van verantwoordelijkheden niet (meer) past binnen de huidige beleidslijn. Wij accepteren de situaties zoals ze zijn. Dit betekent dat we het nieuwe beleid volgens de hierna beschreven type gaan toepassen zonder terugwerkende kracht of verrekening van eerdere investeringen. In principe is het mogelijk om een algehele 0-meting te doen: hierbij worden alle bestaande maatschappelijke accommodaties doorgelicht op basis van het afwegingskader. Dit vraagt aanzienlijke ambtelijke capaciteit en gaat gepaard met hoge uitvoeringskosten. Om deze reden passen we het afwegingskader gefaseerd toe. Hierbij maken we onderscheid tussen drie typen aanvragen: 1.
Aanvragen voor totstandkoming Voor nieuwe initiatieven of uitbreidingen van bestaande maatschappelijke accommodaties geldt dat aanvragen vanaf de inwerkingtreding van dit beleid getoetst worden aan het afwegingskader. Alleen aanvragen die voldoende scoren op de drie thema’s: maatschappelijke functie, accommodatie en beheer en financiering, kunnen in aanmerking komen voor gemeentelijke ondersteuning. In de implementatiefase worden deze drie thema’s verder uitgewerkt. Hiermee sturen we bij dit type aanvragen vanaf de start op het versterken van de sociale basis met inzet van alleen die vierkante meters die functioneel noodzakelijk en beleidsmatig uitlegbaar zijn. 2. Aanvragen voor renovatie of vernieuwbouw Ook bij grootschalige renovatie- of vernieuwbouwtrajecten passen we het afwegingskader toe. Dat betekent dat het plan wordt beoordeeld op de drie hoofdthema’s uit het afwegingskader. Daarbij geldt dat het feit dat een maatschappelijke accommodatie ooit op andere normen of beleid is
42
gerealiseerd, geen recht geeft op herinvestering. Voor dit type aanvragen gelden daarnaast enkele specifieke randvoorwaarden die in het plan moeten worden onderbouwd: ▪ het gebouw, en of buitensportveld, technisch of functioneel is afgeschreven; ▪ er geen redelijke mogelijkheden zijn om met kleinere ingrepen te voldoen aan de huidige eisen. 3. Aanvragen voor instandhouding Voor de instandhouding van maatschappelijke accommodaties maken we onderscheid tussen twee groepen: ▪ Beherende instellingen, waarbij de gemeente nu al verantwoordelijk is voor groot onderhoud en vervangingen van hun accommodaties, hoeven geen volledige nieuwe aanvraag in te dienen. Wel worden bestaande bedragen en afspraken geharmoniseerd en wordt beoordeeld of sprake is van over- of ondercapaciteit. Bij structurele overcapaciteit kan dit leiden tot afbouw van ondersteuning of het stimuleren van clustering. ▪ Instellingen die nu nog geen structurele ondersteuning ontvangen, maar wel een aantoonbare rol vervullen binnen de sociale basis, kunnen op basis van het afwegingskader een aanvraag indienen. Het betreft dan een volledige afweging. We kennen nieuwe instandhoudingsbijdragen alleen toe wanneer de maatschappelijke accommodatie voldoende scoort op de beoordelingscriteria. 4.
Aanpassen huidige subsidieregelingen Naast het toetsen van nieuwe aanvragen is het noodzakelijk om de bestaande subsidieregelingen te actualiseren. De huidige regelingen sluiten niet altijd aan bij de uitgangspunten van deze beleidsnota en leiden daardoor soms tot verschillen in behandeling. Daarom worden alle lopende subsidieregelingen voor maatschappelijke accommodaties systematisch getoetst aan de uitgangspunten van dit beleid. Waar nodig worden regelingen aangepast of samengevoegd.
Vervangingsopgave sportaccommodaties en gemeenschapshuizen Naast de drie typen aanvragen die de gemeente van initiatiefnemers kan ontvangen, neemt de gemeente zelf ook initiatief om te komen tot een transparant, toekomstgericht en betaalbaar accommodatie-aanbod, dat aansluit bij de maatschappelijke opgaven en de leefbaarheid in de dorpen ondersteunt. We werken daarom met een samenhangende aanpak bij locaties met een aanstaande vervangingsopgave: Planvorming vervanging en vernieuwing accommodaties We werken niet met een vooraf vaststaand tijdpad, maar met een integrale benadering op het moment dat een accommodatie het einde van de technische of functionele levensduur nadert. Per locatie kijken we in samenhang naar: ▪ Ontwikkelingen in het gebied (kan ook dorpskern overstijgend) – bijvoorbeeld demografische trends, woningbouwplannen of veranderingen in de sociale infrastructuur. ▪ Ontwikkelingen binnen een cluster – zoals de actuele en toekomstige gebruiksbehoefte, mogelijkheden voor clustering en multifunctionaliteit, en de aansluiting bij andere beleidsterreinen (onderwijs, jeugd, welzijn). ▪ Ontwikkelingen technische staat – bijvoorbeeld constateringen uit technische keuringen of inspecties, signalen van achterstallig onderhoud, of situaties waarin de veiligheid of toegankelijkheid van de accommodatie niet meer voldoet aan de geldende normen.
43
▪
Aflopend contract – natuurlijke momenten zoals het aflopen van een huur-, gebruiks-, beheercontract of opstalrecht. Dit zijn logische momenten om de rolverdeling, verantwoordelijkheden en eventuele investeringen opnieuw te bezien.
Op basis hiervan bepalen we of renovatie doelmatig is of dat nieuwbouw meer toekomstwaarde biedt. We hanteren daarbij het uitgangspunt dat alleen het functioneel noodzakelijke aantal vierkante meters wordt gerealiseerd en overcapaciteit wordt vermeden. Aanvullend onderzoek en scenariostudies Aanvullend onderzoek is nodig bij concrete vervangingsopgaves. Denk aan een haalbaarheidsstudie naar clustering van functies, een financiële doorrekening van renovatie versus nieuwbouw of een scenario voor het samenvoegen van accommodaties. Onderzoeken starten altijd met een heldere vraag, gebaseerd op het referentiebeeld (hoofdstuk 3) en het afwegingskader (hoofdstuk 4). DMJOP’s en onderhoudsinzicht bij niet-gemeentelijk eigendom Voor accommodaties die niet in eigendom zijn van de gemeente, maar wel via het afwegingskader en de menukaart in aanmerking komen voor een bijdrage, geldt dat de gemeente zorgt voor een actueel (D)MJOP. De instandhoudingsbijdrage voor groot onderhoud en vervangingen wordt afgestemd op de gemiddelde jaarlijkse kosten uit deze plannen, zodat sprake is van een geharmoniseerd speelveld.
Toepassen van de menukaart Met alle betrokken beherende instellingen gaan we het gesprek voeren over de keuzes die volgen uit de menukaart: wie wordt eigenaar, wie is verantwoordelijk voor de instandhouding en wat betekent dit voor exploitatie, financiering en verantwoording? Deze gesprekken zijn het startpunt voor het harmoniseren van afspraken en het vastleggen van de bijbehorende verantwoordelijkheden. Alle lopende overeenkomsten worden hierbij geactualiseerd op basis van de nieuwe beleidskaders. Bestaande afspraken die niet langer passen binnen het geharmoniseerde speelveld of die afwijken van het nieuwe afwegingskader, worden herzien. Indien een beherende instelling nog geen keuze wil maken uit de scenario’s vanuit de menukaart, wordt dat gerespecteerd totdat een natuurlijk moment zich voordoet, zoals het aflopen van contracten, wijzigingen in de beheerstructuur, aanpassingen aan de accommodatie of een aanvraag voor onderhoudsbijdrage. Nieuwe afspraken worden vastgelegd in overeenkomsten, met duidelijke bepalingen over eigendom, verantwoordelijkheden, onderhouds- en gebruiksverplichtingen, verantwoording en financiële bijdragen.
Structurele behoeftebepaling en capaciteitsmonitoring De huidige inventarisatie in het kader van deze verdiepingsslag geeft een scherp beeld van het huidige gebruik, de spreiding en bezetting van maatschappelijke accommodaties in gemeente Leudal. Deze inzichten vormen input voor de vervangingsopgave en de noodzakelijke ruimtebehoefte. De inventarisatie van 2025 leggen we vast als ‘jaar 1’ binnen een jaarlijkse cyclus van capaciteitsmonitoring. Dit is het ijkpunt op basis waarvan we toekomstige ontwikkelingen in
44
gebruik, bezetting en behoefte volgen. De in paragraaf 3.3 beschreven benadering voor voetbalverenigingen is nog niet toegepast als vast ijkpunt voor de capaciteitsberekening. Dat gebeurt na vaststelling van deze beleidsnota. Met jaarlijkse actualisatie signaleren we trends op het gebied van over- of ondercapaciteit tijdig en kunnen we beleidsmatige keuzes goed onderbouwen. We gaan zorgvuldig om met de informatievraag aan verenigingen en instellingen. Waar mogelijk maken we gebruik van reeds aangeleverde gegevens, om dubbele uitvragen en onnodige belasting te voorkomen.
8.3. Stapsgewijze tariefaanpassing De nieuwe tarievenstructuur uit hoofdstuk 7 wordt niet in één keer, maar stapsgewijs ingevoerd. Zo krijgen gebruikers de tijd om zich aan te passen en blijft de tariefontwikkeling uitlegbaar en beheersbaar. Binnensport Voor binnensportaccommodaties (gymzalen, sportzalen en sporthallen) werken we toe naar een kostendekkingspercentage van 25% van de ‘stenen’. Daarbij houden we nadrukkelijk rekening met het feit dat de huidige lage bezetting – met name overdag – niet is toe te rekenen aan de verenigingen en gebruikers. Het kostendekkingspercentage kan dus niet uitsluitend worden gehaald door forse tariefsverhogingen. Wel brengen we de tarieven geleidelijk in lijn met de gemiddelde tarieven in omliggende gemeenten en het landelijke gemiddelde voor vergelijkbare accommodaties. Deze stap draagt al bij aan een hogere kostendekking, zonder dat dit leidt tot disproportionele lastenverzwaring. Tegelijkertijd verbeteren we de benutting van de zalen, in samenhang met de aanpak vervangingsopgave binnensport. Denk aan intensiever gebruik overdag, het combineren van functies met onderwijs, kinderopvang of andere maatschappelijke activiteiten, en het clusteren van gebruik waar dat past. Zo ontstaat meer opbrengst uit bestaande capaciteit, waardoor het gewenste kostendekkingspercentage haalbaar wordt.
Tabel 9: overzicht stapsgewijze tariefaanpassing binnensport, exclusief CPI index. Verenigingstarieven Gymzalen Sportzalen Sporthallen
2025 €12,50 €17,50 €30,00
2026 €12,75 €19,50 €32,50
2027 €13,00 €21,50 €35,00
2028 €13,25 €23,50 €37,50
2029 €13,50 €25,00 €40,00
Bovenop de jaarlijkse tariefstap indexeren we het tarief volgens de consumentenprijsindex (CPI, alle huishoudens) van het CBS. Zo blijven de tarieven in lijn met de algemene kostenontwikkeling. Vanaf 2029 is het streefniveau bereikt; vanaf dat moment passen we alleen nog de jaarlijkse CPIindexering toe. Buitensport Voor buitensportaccommodaties geldt voor voetbal en atletiek een ander taakstellend dekkingspercentage, dan voor tennis. ▪ Voetbal en atletiek: verhoging van de kostendekking naar 10% ▪ Tennis: verhoging van de kostendekking naar 50%
45
Deze verhogingen voeren we gefaseerd in. Daarmee ontstaat voor verenigingen een voorspelbaar groeipad in de lasten en voldoende voorbereidingstijd om hun contributies of exploitatie hierop aan te passen. De in deze tariefstructuur opgenomen bedragen hebben niet alleen betrekking op het gebruik van de velden of banen zelf, maar omvatten ook de noodzakelijke voorzieningen binnen het kleed- en clubgebouw. Hierbij gaat het om de primaire ruimten, zoals kleedkamers en douches, volgens de bondsnormen (bijlage 1). Deze voorzieningen maken integraal onderdeel uit van de instandhoudingskosten die door de gemeente gedragen worden en zijn daarom verwerkt in de tarieven om toe te werken naar het dekkingspercentage. Tabel 10: overzicht stapsgewijze tariefaanpassing buitensport, exclusief CPI index. Huurtarieven per veld Natuurgras voetbalvel Kunstgras voetbalveld Atletiekbaan (4-laans)* Kunstgras tennisbaan Gravel tennisbaan
2025 €2.000 €4.000 €9.755 €1.200 €1.700
2026 €2.500 €5.000 €10.350 €1.850 €2.400
2027 €3.000 €6.000 €10.950 €2.500 €3.100
2028 €3.500 €7.000 €11.550 €3.150 €3.800
2029 €4.000 €8.000 €12.200 €3.800 €4.500
*zoals de huidige configuratie Net zoals bij de binnensport geldt hier ook dat we de jaarlijkse tariefstap indexeren volgens de consumentenprijsindex (CPI, alle huishoudens) van het CBS. Zo blijven de tarieven in lijn met de algemene kostenontwikkeling. Vanaf 2029 is het streefniveau bereikt; vanaf dat moment passen we alleen nog de jaarlijkse CPI-indexering toe. Sociaal-cultureel Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, geldt voor sociaal-culturele accommodaties een uniforme benadering met een kostendekkend huurtarief voor commerciële ruimtes (€ 178 per m² per jaar) en een maximaal maatschappelijk huurtarief van € 0,18 per uur per m². Voor de verdere toepassing gelden twee regels: ▪ Leegstand en commerciële invulling: voor ruimten die in 2028 onder de bezettingsnorm vallen – door structurele leegstand of een overwegend commerciële invulling (zoals toegelicht in hoofdstuk 3.3) – geldt het kostendekkend huurtarief van € 178 per m² per jaar. ▪ Gebruikerstarief in relatie tot plafondbedrag: indien beherende instellingen momenteel maatschappelijke organisaties een hoger tarief in rekening brengen dan het plafond van € 0,18 per uur per m², moet dit uiterlijk in 2028 zijn teruggebracht tot dat maximum.
De beherende instelling bepaalt zelf op welke wijze deze aanpassing wordt doorgevoerd Voor de indexering van de tarieven sluiten we aan bij de normatieve kostprijs per m² (€ 178 per m² per jaar). Deze kostprijs indexering we jaarlijks en rekenen we vervolgens om naar een uurtarief per m². Daarmee voorkomen we dat het uurtarief door afronding op twee decimalen langdurig op € 0,18 blijft.
46
Overgang en communicatie In alle gevallen worden clubs en instellingen tijdig geïnformeerd over de beoogde financiële aanpassingen, de termijn waarbinnen deze worden doorgevoerd en de onderliggende systematiek. Zo kunnen zij hun exploitatie tijdig bijstellen en wordt het risico op plotselinge lastenstijgingen beperkt. Transparantie Zoals toegelicht in paragraaf 5.3 wil de gemeente Leudal op een transparante en uitlegbare manier keuzes maken. Ook wanneer het gaat over de kostprijs van een accommodatie, de financiële bijdrage daaraan van de gemeente Leudal en de financiële bijdrage van de vereniging of beherende instellingen. In de implementatiefase werken we dit uit. Structureel reserveren voor groot onderhoud en vervanging
8.4. Structureel reserveren voor groot onderhoud en vervanging Voor zowel gemeentelijke accommodaties (gebouwen en velden) als voor niet-gemeentelijke accommodaties (gebouwen en velden) die eveneens positief getoetst zijn aan het afwegingskader, werken we toe naar een duurzaam meerjarig onderhoudsplan én investeringsplan voor renovatie en/of nieuwbouw binnen het gestelde maximum (zie hoofdstuk 9). Voor bovengenoemde accommodaties reserveert de gemeente de financiële middelen voor groot onderhoud of vervanging. Daarmee wordt voorkomen dat grote publieke bedragen langdurig op de rekening van een beheerstichting of vereniging staan. Beherende instellingen kunnen, met een deugdelijke onderbouwing en verantwoording, aanspraak maken op de gemeentelijke reservering. Uiteraard blijft de beherende partij verantwoordelijk voor een doelmatige besteding van de middelen die zij ontvangt en legt zij hierover verantwoording af aan de gemeente. Met deze kaders richten we de financiële uitvoering in de implementatiefase in.
8.5. Opstellen uitvoeringsprogramma Om de implementatie van dit verdiepende accommodatiebeleid gestructureerd en realistisch vorm te geven, stelt het college een uitvoeringsprogramma vast. Hierin staat bovenbeschreven aanpak uitgewerkt in een fasering en prioritering, passend bij de beschikbare capaciteit, financiële ruimte en bestuurlijke keuzes.
47
9. Globale financiële gevolgen vervangingsopgave De komende jaren staat de gemeente Leudal voor aanzienlijke vervangingsopgaven binnen het maatschappelijk vastgoed. Veel binnensportaccommodaties, gemeenschapshuizen en buitensportaccommodaties naderen het einde van hun technische of functionele levensduur. Ook bij de overige sociaal-culturele accommodaties is sprake van veroudering. Omdat de gemeente bij deze voorzieningen geen verantwoordelijkheid draagt voor groot onderhoud, vervangingen en kapitaallasten, zijn hiervoor geen financiële gevolgen in kaart gebracht. Tegelijkertijd vragen veranderende eisen op het gebied van duurzaamheid, functionaliteit en gebruiksintensiteit om eigentijdse, toekomstbestendige oplossingen. Dit roept de vraag op: welke accommodaties moeten op termijn worden gerenoveerd of vervangen en welke financiële inspanning is daarmee gemoeid? In deze paragraaf geven we – op hoofdlijnen – een doorkijk naar de verwachte investeringsbehoefte per type accommodatie. Waar mogelijk houden we rekening met het verminderen van vierkante meters door clustering of afbouw van overcapaciteit.
9.1. Sociaal-culturele accommodaties In de gemeente Leudal zijn gemeenschapshuizen deels in eigendom van de gemeente, deels in eigendom van beherende (maatschappelijke) instellingen en één in particulier (commercieel) eigendom. In het kader van zowel de harmonisatie van het speelveld als de vervangingsopgave, hebben we berekend welke jaarlijkse kosten – op hoofdlijnen – voor de gemeente te verwachten zijn. Daarbij maken we onderscheid tussen gemeenschapshuizen in gemeentelijk eigendom en die in eigendom van derden. Momenteel is deze exercitie alleen voor gemeenschapshuizen gedaan, omdat hier al een financiële relatie bestaat. Algemene uitgangspunten instandhoudingskosten (stenen voor de gemeente): ▪ Vervangingsinvestering op basis van kengetal per m²: € 3.192; ▪ Kapitaallasten: afschrijving over 45 jaar tegen een rente van 2%; ▪ Reservering groot onderhoud & vervangingen op basis van een gemiddelde per m² uit de recentelijke (D)MJOP’s; ▪ Belastingen en heffingen op basis van kengetal per m²: € 14. De onderstaande tabel toont de jaarlijkse instandhoudingskosten van de niet-gemeentelijke gemeenschapshuizen.