CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidsnota verdieping accommodatiebeleid

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Raadsvoorstel Verdieping accommodatiebeleid (Referentiebeeld accommodaties en uitvoeringsnotitie accommodatiebeleid)22.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarbij zijn de volgende aanvullende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Kapitaallasten zijn alleen doorberekend en meegeteld voor accommodaties die ouder zijn dan 40 jaar, of langer dan 25 jaar geleden zijn gerenoveerd; ▪ Jaarlijkse kosten voor groot onderhoud en reservering voor vervanging zijn berekend voor alle niet-gemeentelijke gemeenschapshuizen; ▪ Jaarlijkse kosten voor belastingen en heffingen zijn eveneens berekend voor alle nietgemeentelijke gemeenschapshuizen.

48

Tabel 11: overzicht instandhoudingskosten van de niet-gemeentelijke gemeenschapshuizen. Instandhoudingskosten niet-gemeentelijke gemeenschapshuizen Kapitaallasten Groot onderhoud & Belastingen en Totale jaarlijkse kosten vervangingen heffingen € 251.000 € 207.000 € 60.000 € 518.000 Dezelfde berekening is uitgevoerd voor de gemeenschapshuizen die in eigendom zijn van de gemeente. Daarbij zijn de volgende aanvullende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Nieuwe kapitaallasten zijn berekend voor accommodaties ouder dan 40 jaar, of langer dan 25 jaar geleden gerenoveerd, aangevuld met de resterende kapitaallasten uit de huidige begroting voor panden die jonger zijn dan 40 jaar; ▪ Jaarlijkse kosten voor groot onderhoud en vervanging zijn berekend voor alle gemeentelijke gemeenschapshuizen; ▪ Jaarlijkse kosten voor belastingen en heffingen zijn eveneens berekend voor alle gemeentelijke gemeenschapshuizen. Tabel 12: overzicht instandhoudingskosten van de gemeentelijke gemeenschapshuizen. Instandhoudingskosten gemeentelijke gemeenschapshuizen Kapitaallasten Groot onderhoud & Belastingen en vervangingen heffingen €736.000 € 445.000 € 129.000

Totale jaarlijkse kosten € 1.310.000

Ongeacht de eigendomssituatie ziet het totale beeld er als volgt uit. Daarbij is ook een variant in beeld gebracht waarin wordt uitgegaan van 40% minder (grove schatting) benodigde vierkante meters in de toekomst. Tabel 13: overzicht totale instandhoudingskosten van de gemeenschapshuizen. Totale instandhoudingskosten gemeenschapshuizen Kapitaallasten Groot onderhoud & Belastingen en vervangingen heffingen € 987.000 € 652.000 € 189.000 Variant 40% minder € 592.000 € 391.000 € 113.000

Totale jaarlijkse kosten € 1.828.000 € 1.096.000

Uit de berekeningen blijkt dat, op basis van de gehanteerde financiële uitgangspunten en de beleidskaders voor een geharmoniseerd speelveld waarin de kosten voor de ‘stenen’ voor de gemeente zijn, er aanzienlijke jaarlijkse lasten voor de gemeente zijn. Een directe vergelijking met de huidige situatie is lastig, omdat gemeenschapshuizen in niet-gemeentelijk eigendom hun eigen financiële huishouding voeren en incidenteel een beroep doen op gemeentelijke middelen voor groot onderhoud. Voor de gemeentelijke gemeenschapshuizen is wél een vergelijking mogelijk. In de gemeentelijke boekhouding van 2024 staat hiervoor ruim € 1.000.000 opgenomen, inclusief incidentele onderhoudskosten.

49

9.2. Binnensport accommodaties In de gemeente Leudal bestaat het binnensportaanbod uit gymzalen, sportzalen en sporthallen, zowel in gemeentelijk eigendom als in eigendom van derden. Het merendeel van deze accommodaties is ouder dan 40 jaar. Dit betekent dat veel gebouwen het einde van hun technische levensduur naderen en dat de gemeente op korte termijn voor grote vervangingsinvesteringen staat. In het kader van een geharmoniseerd speelveld en de vervangingsopgave is inzichtelijk gemaakt welke jaarlijkse lasten er op de gemeente afkomen als de gemeente verantwoordelijk is voor de ‘stenen’. Hierbij maken we het verschil inzichtelijk tussen accommodaties in gemeentelijk eigendom en accommodaties van derden. De berekening is uitgevoerd op basis van kengetallen voor investeringen, groot onderhoud en vervangingen en belastingen en heffingen. Tabel 14: overzicht kengetallen binnensportaccommodaties voor oppervlakte, investeringskosten, bouwkosten, klein en groot onderhoud & vervangen per jaar en belastingen & heffingen per jaar. Type acc Gymzaal Sportzaal Sporthal

Oppervlakte in m² 450 1.100 2.200

Investeringskosten € 1.500.000 € 3.600.000 € 7.000.000

Bouwkosten € 1.050.000 € 2.520.000 € 4.900.000

Groot onderhoud & vervangingen p/j € 13.125 € 31.500 € 61.250

Klein onderhoud € 4.500 € 10.800 € 21.000

Belastingen & heffingen p/j € 4.950 € 12.100 € 24.200

Om te bepalen wat er op korte termijn op de gemeente afkomt is net als bij de gemeenschapshuizen gekeken naar de sportaccommodaties die ouder dan 40 jaar zijn, of langer dan 25 jaar geleden zijn gerenoveerd. Daarnaast hanteren we een afschrijvingstermijn van 45 jaar en een rentepercentage van 2%. In de volgende tabel is de vervangingsopgave vertaalt naar de globale toekomstige jaarlasten. Tabel 15: overzicht jaarlijkse instandhoudingskosten gemeentelijke en niet -gemeentelijke binnensportaccommodaties, afgerond op duizendtallen. Jaarlijkse instandhoudingskosten gemeentelijke binnensportaccommodaties Type acc. Aantal Kapitaallasten Groot Klein Belastingen & onderhoud & onderhoud heffingen vervangingen Gymzaal 6 € 305.000 € 79.000 € 27.000 € 30.000 Sportzaal 2 € 244.000 € 63.000 € 22.000 € 24.000 Sporthal 1 € 237.000 € 61.000 € 21.000 € 24.000 Jaarlijkse instandhoudingskosten niet-gemeentelijke binnensportaccommodaties Gymzaal 2 € 102.000 € 26.000 € 9.000 € 10.000 Sportzaal 0 €0 €0 €0 €0 Sporthal 4 € 950.000 € 245.000 € 84.000 € 97.000 Subtotaal € 1.838.000 € 474.000 € 163.000 € 185.000 Exploitatiebijdrage* Totaal

Totale jaarlijkse kosten € 441.000 € 353.000 € 343.000 € 147.000 €0 € 1.376.000 € 2.660.000 € 250.000 € 2.910.000

50

*Zoals toegelicht in paragraaf 6.4 zijn de gebruiker inkomsten niet toereikend voor een sluitende exploitatie. Op basis van een theoretische benadering van exploitatiekengetallen ramen wij een aanvullende last van afgerond € 250.000 per jaar voor de instandhouding van de binnensportaccommodaties. Denk onder andere aan administratiekosten, energiekosten en schoonmaakkosten. Uit bovenstaande tabellen blijkt dat de jaarlijkse lasten voor het totale binnensportareaal in gemeente Leudal circa € 2,9 miljoen bedragen wanneer de gemeente verantwoordelijk is voor kapitaallasten, groot onderhoud en vervangingen, en belastingen/heffingen. De grootste kostenpost wordt gevormd door twee sporthallen van derden en twee sporthallen in eigendom van twee VOscholen. Deze analyse biedt de gemeente een financieel referentiekader voor de vervangingsopgave. Nader onderzoek is nodig om te bepalen in welke mate het aantal zaaldelen kan worden verminderd en hoe de resterende capaciteit overdag intensiever kan worden benut voor bewegingsonderwijs en ’s avonds voor verenigingen. Dergelijke optimalisaties kunnen de toekomstige lasten aanzienlijk verlagen.

9.3. Buitensport accommodaties Ook voor de buitensport geldt een aanzienlijke vervangingsopgave, zowel voor de velden en banen als voor de bijbehorende opstallen. Onder opstallen verstaan we uitsluitend de primaire voorzieningen van het clubgebouw, zoals kleed- en wasruimten en opslag. Voor voetbal en tennis is, voor de opstallen, een realistisch aantal vierkante meters primaire voorziening gehanteerd, gekoppeld aan het benodigde aantal velden of banen conform bondsnormen. De berekening is gemaakt voor alle verenigingen gezamenlijk. Belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn: ▪ Afschrijvingstermijn kapitaallasten: 45 jaar ▪ Rentepercentage: 2% ▪ Prijs vervangingsinvestering: circa € 2.550 per m² In de praktijk zullen de toekomstige instandhoudingskosten lager uitvallen, omdat enkele accommodaties recent zijn gebouwd of gerenoveerd. In de volgende tabel zijn de globale toekomstige jaarlijkse instandhoudingskosten voor de primaire voorzieningen weergegeven. Tabel 16: overzicht kengetallen buitensportaccommodaties voor oppervlakte, investeringskosten, bouwkosten, groot onderhoud & vervangen per jaar en belastingen & heffingen per jaar. Sport Voetbal Tennis Atletiek

Aantal kleedkamers 34 16 2

Oppervlakte in m² 1.720 680 120

Kapitaallasten € 149.000 € 59.000 € 10.400

Groot onderhoud & vervangingen € 51.200 € 20.300 € 3.600

Belastingen & heffingen € 18.300 € 7.200 € 1.300

Totaal per jaar € 218.500 € 86.500 € 15.300

De totale jaarlijkse lasten voor de drie grote buitensporten - die op dit moment een relatie met de gemeente hebben als het gaat om de instandhouding van de primaire voorzieningen – bedragen

51

ongeveer € 320.000. Het opnemen van kantines en eventueel bestuurskamers – wat nadrukkelijk niet gezien wordt als primaire voorziening – voor voetbal, atletiek en tennis zou resulteren in ongeveer het dubbele bedrag (€ 640.000) voor de jaarlijkse instandhouding van het complete clubgebouw. De velden/banen Voor de velden en banen geldt dat de reserveringen voor groot onderhoud en vervanging zijn berekend op basis van de gemiddelde levensduur van de verschillende veldonderdelen. Zoals eerder beschreven in paragraaf 5.3 (kostprijsberekening buitensportvelden) zijn in de bedragen voor velden en banen géén afzonderlijke kapitaallasten opgenomen. De bedragen bestaan uit een jaarlijkse reservering voor toekomstige vervangingen en de jaarlijkse onderhoudskosten. Daarbij worden naast toplagen ook onderbouw en drainage meegenomen (met langere vervangingscycli). Deze systematiek sluit aan bij de beleidslijn om structureel te sparen voor toekomstige investeringen. In de implementatiefase wordt vastgesteld welke investeringen op de korte termijn nodig zijn om een goed vertrekpunt te creëren. Daarna moeten de jaarlijkse reserveringen toereikend zijn en kunnen nieuwe vervangingen rechtstreeks uit deze middelen worden betaald. Zo stabiliseren de jaarlijkse lasten en ontstaat een uitlegbaar en voorspelbaar financieel kader, zonder telkens nieuwe kapitaallasten bij vervangingsmomenten.

Verschil met gebouwen Voor gebouwen geldt een andere systematiek. Hoewel (D)MJOP’s ook daar grote vervangingen in beeld brengen, heeft het casco een eindige levensduur. Op enig moment is (ver)nieuwbouw of een ingrijpende renovatie nodig. Zulke ingrepen kunnen niet volledig uit jaarlijkse reserveringen worden gedekt en leiden onvermijdelijk tot nieuwe kapitaallasten (rente en afschrijving). Dit verklaart waarom bij velden/banen kapitaallasten op termijn grotendeels kunnen worden vermeden, terwijl bij gebouwen altijd een zekere kapitaallast terugkomt. In de volgende tabellen staan de globale jaarlijkse instandhoudingskosten voor voetbal, tennis en atletiek weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de huidige veldcapaciteit en een situatie waarin overcapaciteit wordt teruggedrongen. Voor met name de voetbalaccommodaties geldt dat de werkelijk benodigde capaciteit per vereniging nog nader moet worden bepaald aan de hand van de in hoofdstuk 3.3 beschreven capaciteitsberekening. Tabel 17: overzicht instandhoudingskosten voetbalvelden, huidige en benodigde capaciteit.

Instandhoudingskosten voetbalvelden – huidige capaciteit Jaarlijkse onderhoud Reservering vervangingen Totale jaarlijkse kosten € 494.500 € 411.000 € 905.500 Instandhoudingskosten voetbalvelden – benodigde capaciteit Jaarlijkse onderhoud Reservering vervangingen Totale jaarlijkse kosten € 316.000 € 304.500 € 620.500

52

Tabel 18: overzicht instandhoudingskosten tennisbanen, huidige en benodigde capaciteit. Instandhoudingskosten tennisbanen – huidige capaciteit Jaarlijkse onderhoud Reservering vervangingen Totale jaarlijkse kosten € 68.000 € 148.000 € 216.000 Instandhoudingskosten tennisbanen – benodigde capaciteit Jaarlijkse onderhoud Reservering vervangingen Totale jaarlijkse kosten € 40.000 € 87.000 € 127.000 Tabel 19: overzicht instandhoudingskosten atletiekbaan, huidige en benodigde capaciteit. Instandhoudingskosten atletiekbaan – huidige en benodigde configuratie Jaarlijkse onderhoud Reservering vervangingen Totale jaarlijkse kosten € 8.000 € 79.500 € 87.500 Deze berekeningen geven de gemeente een helder financieel referentiekader voor toekomstige keuzes. Door in te zetten op clustering, multifunctioneel gebruik en het afbouwen van overcapaciteit kan de instandhoudingsopgave voor de buitensport aanzienlijk worden verlaagd.

9.4. Samenvattend Dat er een forse vervangingsopgave aan komt, moge duidelijk zijn. De inventarisatie in deze verdiepingsslag laat zien dat de gemeente in de komende decennia te maken krijgt met aanzienlijke investeringen in sport-, sociaal-culturele- en buitensportaccommodaties, inclusief de bijbehorende opstallen. Gezien de omvang van de benodigde investeringen en de daaruit voortvloeiende jaarlijkse lasten is het des te belangrijker dat er met de nieuwe beleidskaders transparante en uitlegbare keuzes worden gemaakt. Niet alles zal tegelijk kunnen. Het maken van slimme keuzes – gericht op clustering, multifunctionaliteit, het voorkomen van overcapaciteit en het optimaal benutten van bestaande capaciteit – is cruciaal om de lasten beheersbaar te houden. Extra onderzoeken en scenarioafwegingen zullen nodig zijn voordat grote nieuwe investeringen worden gedaan, zoals ook in het implementatiehoofdstuk beschreven. Daarbij wordt steeds gekeken naar de verhouding tussen de maatschappelijke meerwaarde, de technische en functionele levensduur en de financiële consequenties. Om de impact van deze opgave inzichtelijk te maken, is in de onderstaande figuren weergegeven hoe de toekomstige jaarlijkse instandhoudingslasten zijn opgebouwd per type accommodatie, en hoe dit zich verhoudt tot de huidige situatie. Deze visuele vergelijking maakt duidelijk waar de grootste financiële druk ligt.

53

Figuur 1.

Totale jaarlijkse instandhoudingskosten € 3.200.000 – financiën 2024

€780.000 €1.070.000

€470.000

€900.000 Binnensport

Buitensport opstallen

Buitensport velden

Sociaal culturele accommodaties

Huidige situatie De figuur van de huidige situatie laat zien dat de jaarlijkse gemeentelijke lasten voor instandhouding (binnensport, buitensport en sociaal-cultureel, inclusief gemeenschapshuizen) rond de € 3,2 miljoen liggen. Het betreft grotendeels een optelsom van bestaande kapitaallasten, groot en klein onderhoud en belastingen, waarbij veel accommodaties inmiddels zijn afgeschreven. In de € 780.000 voor binnensport zitten ook de exploitatiebijdragen. De lasten zijn relatief laag doordat er op veel accommodaties geen kapitaallasten meer rusten, maar dit geeft een tijdelijk beeld. De bedragen zijn gebaseerd op de gemeentelijke boekhouding van 2024. Kosten voor onderhoud kunnen van jaar tot jaar fluctueren. Bovendien geldt dat accommodaties in niet-gemeentelijk eigendom incidenteel een subsidieaanvraag indienen voor groot onderhoud of vervanging. Dergelijke aanvragen komen niet jaarlijks in dezelfde omvang terug, waardoor de lasten in de praktijk schommelen. Figuur 2.

Globale toekomstige jaarlijkse instandhoudingskosten € 5.160.000

€1.090.000

€840.000

€2.910.000

€320.000

Binnensport

Buitensport opstallen

Buitensport velden

Sociaal culturele accommodaties

54

Toekomstige situatie De tweede figuur laat zien hoe de lasten zich ontwikkelen bij een vervangingsopgave. Hierbij houden we rekening met het afbouwen van overcapaciteit* (sociaal-cultureel en buitensport). De jaarlijkse lasten stijgen naar circa € 5,2 miljoen. In deze raming zitten de kosten van nieuwe investeringen, kapitaallasten en een structureel niveau van groot onderhoud en vervanging. Voor de binnensportaccommodaties is ook een post voor klein onderhoud geraamd, evenals een exploitatiebijdrage van € 250.000. Dit is nodig omdat, zoals eerder beschreven, de gebruikersinkomsten niet voldoende zijn om de exploitatie sluitend te krijgen. Deze stijging komt vooral voort uit de noodzakelijke vervangingen en renovaties die de komende decennia op de gemeente afkomen. De grote verschillen in eigendom, rolverdeling en mate van vrijwillige inzet maken het onmogelijk toekomstige lasten rechtstreeks te koppelen aan de huidige (financiële) situatie. Daarom kiezen we er voor om te werken met kengetallen. Voor sociaal-culturele accommodaties en buitensportvoorzieningen zijn hierin géén kosten voor klein onderhoud opgenomen; conform deze beleidsnota en het huidige accommodatiebeleid vallen die onder de ‘exploitatie voor de gemeenschap’.

*Gemeenschapshuizen – 40% minder m² Bij toepassing van het beleidsuitgangspunt dat de benodigde vierkante meters gemeenschapshuizen met circa 40% (grove schatting) worden teruggebracht, door clustering en het afbouwen van overcapaciteit, dalen de lasten aanzienlijk. De instandhoudingskosten van gemeenschapshuizen nemen dan af van ruim € 1,8 miljoen naar circa € 1,1 miljoen per jaar. Dit laat zien dat beleidskeuzes over het terugbrengen van overcapaciteit substantieel bijdragen aan het beheersbaar houden van de financiële opgave. *Buitensportvelden Ook voor de buitensportvoorzieningen is in de raming een reductie doorgevoerd, gekoppeld aan de normen zoals in hoofdstuk 3 beschreven. Voor voetbal dalen de lasten van circa € 905.000 naar € 621.000 per jaar. Dit betreft nadrukkelijk een inschatting, omdat voor voetbal nog een nieuwe exercitie moet plaatsvinden om de werkelijke capaciteitsbehoefte vast te stellen. Voor tennis dalen de lasten van circa € 216.000 naar € 127.000 per jaar. Reduceren binnensportaccommodaties Het aantal zaaldelen voor de binnensport hebben wij in deze berekening nog niet naar beneden bijgesteld. De huidige bezettingsgraad wijst er echter op dat, in samenhang met vervangingsopgaven en gebiedsontwikkelingen, een vermindering van het aantal zaaldelen realistisch is.

Dat betekent dat de toekomstige kosten in de praktijk lager kunnen uitvallen dan in deze berekening is geraamd. Daarnaast kunnen toekomstige keuzes in de organisatie van beheer en exploitatie invloed hebben op de lasten. Zoals toegelicht in paragraaf 6.4 is het huidige beheer versnipperd en bestaan er verschillen in afspraken en kostenniveaus. Afhankelijk van de richting die hierin wordt gekozen, kan dit leiden tot een ander financieel plaatje.

55

9.5. Financieel ijkpunt en beheersing van lasten Op basis van alle informatie en gestelde uitgangspunten in dit hoofdstuk en de samenvattende toekomstige jaarlijkse lasten introduceren we een plafondsystematiek voor de toekomstige jaarlijkse lasten van maatschappelijke accommodaties. Dit plafond vormt het ijkpunt waarbinnen de gemeentelijke uitgaven voor instandhouding, groot onderhoud en vervangingen zich moeten bewegen. Het totaalbeeld zoals geschetst in dit beleid – circa € 5,2 miljoen (figuur 2) per jaar – geldt als maximaal toekomstig niveau. Om de lasten beheerst te laten groeien, wordt het plafond jaarlijks met 10% opgebouwd ten opzichte van het uitgangsniveau, totdat het geraamde plafond van € 5,2 miljoen is bereikt. Daarnaast wordt het bedrag jaarlijks geïndexeerd met 2% om rekening te houden met reguliere kostenstijgingen. Deze opbouwsystematiek zorgt ervoor dat de lasten voorspelbaar toenemen en er financiële ruimte is om investeringen en vervangingen gefaseerd op te vangen. Indien in enig jaar blijkt dat de lasten boven het vastgestelde plafond dreigen uit te komen, wordt dit een besluitmoment: de gemeente beoordeelt dan of het totaalplaatje moet worden aangepast (bijvoorbeeld aanpassing van de rol van de gemeente en het ambitieniveau) of dat bewust wordt gekozen om hogere lasten te accepteren. In beide gevallen vindt een expliciete politieke afweging plaats.

Deze aanpak borgt dat de gemeente grip houdt op de financiële consequenties van de vervangingsopgave, terwijl tegelijk ruimte wordt gecreëerd om stapsgewijs naar het toekomstige kostenniveau toe te groeien. Omdat veel accommodaties momenteel zijn afgeschreven en pas op langere termijn nieuwe kapitaallasten ontstaan, blijft de feitelijke uitgave in de eerste jaren ruim onder het uiteindelijke plafond. In de volgende tabel hebben wij de fasering van de plafondontwikkeling weergegeven. Tabel 20: fasering van de plafondontwikkeling. Jaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031*

Plafondontwikkeling €3.200.000 €3.584.000 €4.014.000 €4.496.000 €5.035.000 €5.639.000 €5.811.000

Plafond met index 2% per jaar €5.160.000 €5.236.000 €5.368.000 €5.476.000 €5.585.000 €5.697.000 €5.811.000

Uit de tabel blijkt dat de gefaseerde plafondontwikkeling rond 2031 het niveau van het geraamde plafond bereikt (ca. € 5,8 miljoen). *Vanaf dit moment beweegt de plafondontwikkeling niet verder omhoog, maar groeit uitsluitend mee met de jaarlijkse index. Dit markeert het omslagpunt waarop de opbouwfase is afgerond en de gemeente structureel uitgaat van een stabiel plafondniveau dat alleen nog gecorrigeerd wordt voor reguliere kostenstijgingen.

56

10. Samenvatting van keuzes inhoudelijke keuzes: ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪

▪

▪

▪ ▪

▪

▪

Gemeentelijke ondersteuning is gericht op accommodaties die aantoonbaar bijdragen aan de maatschappelijke behoefte én aan het versterken van de sociale basis; De gemeente stuurt op basis van kaders, maar blijft faciliterend aan initiatieven die maatschappelijk waardevol en haalbaar zijn; Gemeentelijke bijdragen richten zich uitsluitend op primaire voorzieningen: dat wil zeggen de ruimten en onderdelen die nodig zijn voor het uitoefenen van de maatschappelijke activiteiten waarvoor de accommodatie bedoeld is; We werken toe naar een gelijk speelveld, waarin vergelijkbare voorzieningen op vergelijkbare wijze worden behandeld – ongeacht eigendom, locatie of historisch gegroeide afspraken; We bouwen overcapaciteit af, waarbij clustering, multifunctioneel gebruik, functiewijziging of beëindiging reële opties zijn; Om de verdeling van verantwoordelijkheden – uitgaande van het principe stenen voor de gemeente en exploitatie voor de gemeenschap – duidelijk te maken, bieden we per type accommodatie drie standaardscenario’s aan (“menukaart”) waarbij we keuzes vastleggen in geactualiseerde overeenkomsten; Met het uitvoeringsinstrument ‘afwegingskader’ beoordelen we inhoudelijke keuzes – of het nu gaat om een gemeentelijke bijdrage voor renovatie, nieuwbouw of instandhouding –, begeleiden we initiatieven en bepalen we de financiële bijdrage van de gemeente; De gemeente neemt zelf

initiatief door planmatig te werken aan de vervangingsopgave van maatschappelijke accommodaties op basis van verdiepende onderzoeken op specifieke ontwikkelingen We stellen kostprijsdekkende tarieven per type maatschappelijke accommodatie vast (gemiddelde m2-prijs) en voor buitensportvelden hanteren we een gemiddelde kostprijs per veldtype; Voor de onderdelen van de maatschappelijke accommodaties die positief zijn getoetst aan het afwegingskader werken we stapsgewijs toe naar maatschappelijke tarieven; Voor (onderdelen van) maatschappelijke accommodaties die niet positief door het afwegingskader worden getoetst hanteren we het volledige kostprijsdekkende tarief voor het type maatschappelijke accommodatie; Bij sociaal-culturele voorzieningen brengen we geen huur in rekening voor maatschappelijke ruimtes en voor commerciële ruimtes brengen we de volledige kostprijs dekkende huur in rekening; Bij sociaal-culturele voorzieningen stellen we een maximum maatschappelijk huurtarief dat mag worden doorgerekend aan verenigingen / maatschappelijke gebruikers van €0,18 per uur per m2 ;

Tarieven en kostendekkingspercentages ▪ ▪ ▪

De maatschappelijke tarieven van de gebruikers van binnensportaccommodaties stapsgewijs verhogen zodat bij een goede bezetting circa 25% van de kosten van de stenen gedekt zijn; De maatschappelijke tarieven voor voetbal en atletiek stapsgewijs verhogen naar 10% van de kostprijsdekkende huur; De maatschappelijke tarieven voor tennis stapsgewijs verhogen naar 50% van de kostprijsdekkende huur;

57

▪

Maatschappelijke tarieven jaarlijks indexeren volgens de consumentenprijsindex (CPI, alle huishoudens) van het CBS;

Financiële kader ▪

Vaststellen van de maximale financiële groeiruimte 2025 – 2031 van maatschappelijke accommodaties weergegeven in jaarlijkse lasten

58

Bijlage 1: Demarcatielijsten Buitensport Voetbal Voor voetbalaccommodaties geldt dat wordt bijgedragen aan de primaire voorzieningen, dat zijn: Velden ▪ Het aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor trainingen en competities, conform de norm zoals gesteld in hoofdstuk 3 en uitgewerkt in bijlage 3. ▪

Afmeting: 64 x 100 meter of 69 x 105 meter voor het hoofdveld, leunhekken rondom wedstrijdvelden, 4 meter uitloop rondom de velden.

▪

Voorzieningen per veld: Ballenvangers (2 stuks 25 x 5 meter), 2 seniorendoelen, 4 Hoekvlaggen met grondkokers, paden rondom velden (1,5 m breed), beregeningsinstallatie, verlichting (6 masten, 8 armaturen voor trainingsvelden) en 2 dug-outs per wedstrijdveld en 1 extra verplaatsbaar trainingsdoel per veld.

Parkinfrastructuur ▪ Paden (1,8 m breed), toegangspoort, werktoegangspoort (5 m breed), afvalbakken, hekwerk rondom het park, groen, parkeerplaats (aantal parkeerplaatsen volgens CROW-normen, afmeting per parkeerplek 2,5 x 5 meter (regulier) of 3,5 x 5 meter (Miva) en fietsenstalling. Kleed-/clubgebouw ▪ Aantal kleed- en wasruimten cf KNVB/VNG/VSG-norm. ▪

Overige voorzieningen: Opslag en wasruimte, EHBO/massage, scheidsrechtersruimten, teamlockers (bij dubbel gebruik van kleed- en wasruimten), wedstrijdsecretariaat, werkkast en sanitair sporters.

Kwaliteit en afwerkingsniveau De bonden maken onderscheid naar eisen/normen en aanbevelingen. De bijdrage in de gemeente Leudal bevat uitsluitend de eisen/normen en niet de aanbevelingen. Geen bijdrage (niet- primaire voorziening) De volgende accommodatiedelen wordt niet aan bijgedragen (geen uitputtende opsomming): ▪ Extra velden (meer velden dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). ▪ Grotere afmeting bijvelden en trainingsvelden dan 64 x 100 meter. ▪ Tribune, kassahokje. ▪ Extra kleed- en wasruimten (meer dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). ▪ De kantine inclusief keuken, opslagruimte voor keuken/kantine en sanitair. ▪ Bestuurskamer/vergaderruimten. ▪ Meubilair/inrichting. ▪ Alle sportattributen zoals ballen, hesjes, pionnen en overig trainingsmateriaal. ▪ Onderhoudsmaterialen.

59

Atletiek Voor de atletiekaccommodatie geldt dat wordt bijgedragen aan de primaire voorzieningen, dat zijn: Velden Atletiek 4-laans kunststof atletiekbaan met binnenveld en technische onderdelen ▪ Kunststof atletiekbaan, met 4 lanen en 6 sprintbanen, belijning en goten ▪ Natuurgras middenterrein ▪ Technisch elementen vaste inrichting ▪ Verspringen ▪ Aanloop (kunststof met belijning) ▪ Afzetbalk ▪ Landingsbak ▪ Hinkstapspringen ▪ Aanloop (kunststof met belijning) ▪ Afzetbalk ▪ Landingsbak ▪ Hoogspringen (2maal) ▪ Aanloop (kunststof met belijning) ▪ 2 staanders ▪ Mat ▪ Polsstokhoogspringen ▪ Aanloop (kunststof met belijning) ▪ Insteekbak polsstok ▪ 2 staanders ▪ Mat ▪ Discuswerpen ▪ Werpcirkel ▪ Kooi ▪ Landingssector ▪ Kogelstoten ▪ Afwerpcirkel ▪ Stootbalk ▪ Landingssector ▪ Leunhekwerk ▪ Sportveldverlichting Kleed-/clubgebouw ▪ Aantal kleed- en wasruimten cf KNGU ▪ Overige voorzieningen: Opslag, werkkast en sanitair sporters Parkinfrastructuur, kwaliteit en afwerkingsniveau en ‘geen bijdrage’ ▪ Gelijk aan voetbal Geen bijdrage (niet- primaire voorziening) ▪ Gelijk aan voetbal

60

Tennis Voor de tennisaccommodaties geldt dat wordt bijgedragen aan de primaire voorzieningen, dat zijn: Velden ▪ Aantal banen en afmetingen conform KNLTB-normen (gemiddelde van de bandbreedte): 75 leden per verlichte baan. ▪ Afrastering: Hekwerk rondom de banen 3 meter, toegangspoort. ▪ Voorzieningen: netpalen, tennisnet, scheidsrechtersstoel, beregeningsinstallatie, baanverlichting. Parkinfrastructuur ▪ Gelijk aan voetbal Kwaliteit en afwerkingsniveau ▪ Gelijk aan voetbal Geen bijdrage (niet- primaire voorziening) ▪ Gelijk aan voetbal

61

Bijlage 2: Ruimtenormen Sociaal-culturele activiteiten Type activiteit

m²

Ruimtenormen sociaal-culturele activiteiten per/voor

Aerobics-steps Bejaardengym Bridge Biljarten

3-4 3-4 2-2,5 32 37,5 62 1,5 0,5 1,5 2-2,5 0,8 3-4 3-4,5 2,5-4 1 2,5-3 2,5 2 1-1,5 3-4 2 1,5 1,5-2 2-2,5 8 1,5-2 2-3 3-4,5 1,5 2 2 2 2 40,5 0,8 2-2,5 1,75 20 3-4 2,5-3

persoon persoon persoon 1 tafel (recreatief) 1 tafel (volgens NSF) 2 tafels (volgens NSF) persoon persoon (staand) persoon (opstelling met zitjes) persoon persoon (toeschouwersruimte) persoon persoon (min. 3 m² pp) persoon persoon persoon (i.v.m.akoestiek en grote instrumenten) persoon persoon persoon persoon persoon persoon (+ 12 m² voor spreker) persoon persoon 1 tafel persoon persoon persoon (min. 3 m² pp) persoon (+ 12 m²) persoon persoon persoon persoon per tafel persoon (toeschouwersruimte) persoon persoon persoon persoon persoon (i.v.m. akoestiek)

Bruiloften Carnaval/grote feesten Feestelijke bijeenkomsten Cursus Concerten Creativiteit/handenarbeid Crèche, peuterspel Dans(les), ballet Disco Drumband/fanfare EHBO Examens Foyer Handenarbeid/creativiteit Handwerken Info-avonden/lezingen/film Jeugdclub/soos Kaarten (recreatief) (wedstrijd) Kienen Kinderactiviteiten (crea-beweging) Kinderopvang Ledenvergaderingen Ontmoeting Ouderensoos Persoonlijk gesprek Schaken Tafeltennis Toneel/theater Vergaderen Wachten Wijkzuster Yoga/dansen Zangvereniging, koor

Handboog: We gaan uit van de minimale bondsnormen voor omvang en afmetingen.

62

Bijlage 3: Capaciteitsberekening voetbalvelden De capaciteitsbepaling gebeurt op jaarbasis (uren/jaar per veld). Dit geeft een objectieve maat of het totale trainings- en wedstrijdvolume past binnen de beschikbare velduren.

Leeftijdscategorie O7 t/m O11 (pupillen) O13 t/m O17 (junioren) O19 & senioren

Trainingen per week 2

Duur per training 1 uur

Velddeel

2

1,5 uur

1/2 veld

2

1,5 uur

1/2 veld

1/4 veld

Wedstrijden per week 0,5

Duur incl. warming-up 1,25 uur

Velddeel

0,5

1,5 uur

1/2 veld

0,5

2 uur

heel veld

1/4 veld

Piektoets Naast de jaarnorm passen we ook een piektoets toe: we toetsen of de wekelijkse trainingsvraag past binnen de gebruikelijke avondvensters (maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 16:30–22:30 uur, en woensdag van 14:30–22:30 uur). Als binnen deze vensters knelpunten ontstaan – ondanks dat het jaartotaal aan speeluren toereikend is – wordt eerst gekeken naar optimalisatie van het rooster, het clusteren van teams en een efficiëntere veldverdeling. Pas wanneer deze maatregelen onvoldoende soelaas bieden, wordt extra capaciteit overwogen. Wanneer verlichting ontbreekt maar nodig is om de piekbelasting op te vangen, krijgt het aanbrengen van verlichting voorrang boven het toevoegen van een extra veld. Dit is niet alleen functioneel, maar ook kostentechnisch gunstiger: de investering en het onderhoud van veldverlichting zijn doorgaans aanzienlijk lager dan het in stand houden van een extra veld. Aanvullende uitgangspunten: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Trainingsweken per jaar: 40 weken (geen trainingen in zomer- en winterstop). Wedstrijdweken per jaar: 30 weken (seizoen inclusief bekerwedstrijden). Berekening gebeurt in equivalenten heel veld per uur (4 × 1/4 veld = 1 heel veld). Extra trainingen voor selecties, keeperstrainingen e.d. worden niet meegenomen in de basisberekening. Bespeelbare uren: 400 uur/jaar voor natuurgras, 1.500 uur/jaar voor kunstgras

63

Bijlage 4: Regeling voor over- en ondercapaciteit buitensport ▪

▪ ▪

▪

▪

▪

▪

Voor het vaststellen van de benodigde capaciteit aan velden en kleedlokalen wordt uitgegaan van de bondsnormen. Een uitzondering is de capaciteitsbepaling van het aantal voetbalvelden, omdat de KNVB-rekentool wat achterhaald is. Om de drie jaar geven de verenigingen het aantal leden en het aantal teams door aan de gemeente. De gemeente maakt vervolgens een capaciteitsberekening op basis van de genoemde normen. Die berekening geeft uitsluitsel over het aantal velden en banen waar een vereniging recht op heeft en het aantal kleed- en wasruimten. Als deze berekening als uitkomst heeft dat een vereniging over te veel of te weinig velden/ kleedlokalen beschikt, dan start de telling van het aantal jaren (het startmoment). Daarbij geldt dat een marge van 0,25 wordt aangehouden. Daarmee wordt bedoeld: ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar de behoefte heeft aan bijvoorbeeld 2,3 velden, heeft een tekort van 1 veld (immers het tekort bedraagt 0,3 veld, wat hoger is dan de marge van 0,25). ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar slechts behoefte heeft aan bijvoorbeeld 1,2 velden, heeft een overschot van 1 veld (immers de behoefte is lager (1,2) dan de marge (1,25)). Als is gebleken dat een vereniging over- of ondercapaciteit heeft worden vervolgens jaarlijks gegevens opgevraagd over leden/teams/deelnemers.

De eerste drie seizoenen na de vaststelling van de over- of ondercapaciteit verandert er nog weinig tot niets. De vereniging blijft – telkens aan het begin van het seizoen – de ledenaantallen en aantal teams indienen bij de gemeente. Het enige wat zou kunnen veranderen is dat de gemeente de vereniging helpt om trainingen of wedstrijden op een andere accommodatie te huisvesten (in het geval er een tekort is). Voorafgaande aan het vierde seizoen wordt vastgesteld of de over- of ondercapaciteit structureel is (door middel van toetsing aan de bevolkingsprognoses en de landelijke en regionale ontwikkeling van de betreffende sport). Als dat het geval is ontstaan er twee mogelijkheden: ▪ Structurele overcapaciteit: In deze situatie is de gemeente niet meer verantwoordelijk oor het in stand houden van de overcapaciteit. ▪ Structureel tekort: In dat geval dient de vereniging een aanvraag in voor een extra veld of kleedlokaal. Deze aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het afwegingskader. Daarbij geldt dat de daadwerkelijke aanpassingen, ingeval het een gemeentelijke accommodatie betreft, zoveel mogelijk zullen samenvallen met momenten waarop groot onderhoud is gepland. In geval van overcapaciteit (veld te veel) wordt per situatie bekeken of het overbodige veld een andere invulling kan krijgen, indien dit ook wenselijk is vanuit de vereniging of stichting.

Mogelijk wil een vereniging de overcapaciteit wel aanhouden ondanks dat ze dan zelf aan de lat staat voor de totale instandhouding. (Er wordt voor de overcapaciteit dan ook geen huur meer in rekening gebracht).

64

Bijlage 5: Startnotitie Separaat bijgevoegd.

65

Bijlage 6: Referentiebeeld Binnensport Accommodatie Sporthal Van Hornehal Sportzaal (Burg. Hannehal) Sportzaal Neer (De Kwiebus) Gymzaal Ell Gymzaal Hunsel Gymzaal Ittervoort Gymzaal Neeritter Gymzaal Haelen Gymzaal Servaas Gymzaal Grathem (in BMV ) Gymzaal Roggel La Rochelle Gymzaal Kelpen-Oler Gymzaal Buggenum Sporthal 't Maasveld Sporthal LACO Gymzaal BS de Neerakker Sporthal St. Ursula VO Gymzaal Latasteschool Sporthal St. Ursula VO Gymzaal Widdonckschool

Dorp Heythuysen Grathem Roggel Haelen Nunhem Neer Horn Baexem Kelpen-Oler Buggenum Heibloem*** Hunsel Haler Ell Ittervoort Neeritter***

Type

Dorp

Sporthal Sportzaal Sportzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Sporthal Sporthal Gymzaal Sporthal Gymzaal Sporthal Gymzaal

Horn

Gemeenschapshuis De Bombardon BMV Grathem La Rochelle Aldenghoor St. Servaas D'n Haammaeker De Postkoets Baexheimerhof Kelpen-Oler De Roffert MFA Heibloem Hunsel Ons Dorpshuis Ellenhof De Mortel Neeritter

M2 2.161 360 685 1.619 283 1.231 978 1.466 620 985 493 649 555 553

Neer Ell Hunsel Ittervoort Neeritter Haelen Nunhem Grathem Roggel Kelpen-Oler Buggenum Heythuysen Neer Heythuysen Horn

Inwon -ers 6.585 1.665 4.275 4.380 680 3.330 3.765 2.645 1.200 925 730 975 490 1.455 1.655 1.250

Bezetting ochtend Matig Goed Matig Voldoende Matig Matig Slecht Slecht Matig Goed Goed Slecht Slecht Voldoende Voldoende Goed

M2 per inwoner 0,33 0,22 0,17 0,37 0,42 0,37 0,29 0,59 0,52 1,06 0,51 1,32 0,38 0,41

Bezetting avond Goed Voldoende Voldoende Goed Matig Matig Slecht Voldoende Matig Voldoende Voldoende Goed Goed Slecht Slecht Slecht

Landelijk gemid* 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18 0,18

Vervangingsopgave termijn** Middel Middel Kort Kort Kort Kort Kort Kort Kort Lang Lang Kort Middel Lang Kort Middel Kort Middel Kort Lang

Theoretisch overschot 0,15 0,04 -0,01 0,19 0,24 0,19 0,11 0,41 0,34 0,88 0,33 1,14 0,20 0,23

Vervangings -opgave** Lang Lang Lang Middel Kort Middel Middel Kort Kort Lang Lang Kort Kort Lang Kort Lang

Gearceerd betekent gerenoveerd. Baexheimerhof is al twee keer gerenoveerd.

66

*Benchmark Hospitality-Group: landelijk gemiddelde plattelandsgemeente is 0,18 m2 per inwoner. ** Vervangingsopgave termijn indien niet gerenoveerd: kort = vanaf 45 jaar oud | middel = tot 45 jaar oud | lang = tot 25 jaar oud Vervangingsopgave termijn indien gerenoveerd: kort = vanaf 25 jaar na renovatie | middel = tot 25 jaar na renovatie | lang = tot 12 jaar na renovatie *** In ontwikkeling. Voetbal De inventarisatie van 2025 leggen we vast als ‘jaar 1’ binnen een jaarlijkse cyclus van capaciteitsmonitoring. Dit is het ijkpunt op basis waarvan we toekomstige ontwikkelingen in gebruik, bezetting en behoefte volgen. De in paragraaf 3.3 beschreven benadering voor voetbalverenigingen is nog niet toegepast als vast ijkpunt voor de capaciteitsberekening. Dat gebeurt na vaststelling van deze beleidsnota. Dorp en club

Voetbalveld Voetbalvelden Benodigd Vervanging Vervangingsen huidig huidig s-opgave opgave Natuurgras kunstgras veld* opstallen** RKVB Baexem 3,5 Kort RKVV Haelen 4,5 Lang SVVH Heibloem 2 Middel SV Heythuysen 4 Middel KSV Horn 2,5 Middel DFO’20 Kelpen-Oler 3,5 1 Lang RKSVN Neer 1,5 1 Lang RKVV Veritas Neeritter 3,5 Kort SV Roggel 4 Middel *Er bestaan grote verschillen per veldonderdeel. Deze zijn nu onvoldoende in beeld; hiervoor zijn MJOP’s nodig, die onderdeel vormen van de implementatie van deze beleidsnota. **gelijk aan binnensportaccommodaties en gemeenschapshuizen Tennis Dorp en club

Tennisbanen huidig

Benodigd conform norm

Vervangingsopgave veld*

Vervangingsopgave opstallen** TC Rulec Heythuysen 6 3 Middel TC De Koel Grathem 3 2 Middel TV Wimbledonck Roggel 4 2 Kort TV Napoleon Haelen 8 3 Lang Lawn Neer*** 4 2 *** TC Baexem 4 3 Kort TC Kelpen-Oler 2 1 Middel TC Ell 2 1 Kort **Er bestaan grote verschillen per veldonderdeel. Deze zijn nu onvoldoende in beeld; hiervoor zijn MJOP’s nodig, die onderdeel vormen van de implementatie van deze beleidsnota. **gelijk aan binnensportaccommodaties en gemeenschapshuizen *** Nieuwe ontwikkeling Maasveld

67

Atletiek Dorp

Atletiek 4Benodigd VervangingsVervangingslaans conform norm opgave veld* opgave rondbaan opstallen* Heythuysen 1 1 Middel **Er bestaan grote verschillen per veldonderdeel. Deze zijn nu onvoldoende in beeld; hiervoor zijn MJOP’s nodig, die onderdeel vormen van de implementatie van deze beleidsnota. **gelijk aan binnensportaccommodaties en gemeenschapshuizen

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=640cee3a-adbb-4cb2-8287-6c78ed6c7d79