CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidsnota verdieping accommodatiebeleid

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Raadsvoorstel Verdieping accommodatiebeleid (Referentiebeeld accommodaties en uitvoeringsnotitie accommodatiebeleid)22.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verdieping accommodatiebeleid gemeente Leudal 2025-2050 Eindrapport

Aan

Gemeente Leudal Leudalplein 1 6093 HE Heythuysen T.a.v. Anoek Aertssen

Van

Hospitality Group Nijverheidsweg-Noord 78 Postbus 2186 3800 CD Amersfoort Auteurs

Ruud Manenschijn Robin Reverda

Project

Verdieping Accommodatiebeleid gemeente Leudal 2025-2050 Betreft

Eindrapport Ons kenmerk

250309.D01/RM/RR/LS Datum

30-09-2025

© 2025 Hospitality Group

Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld mag, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de rechthebbenden c.q. door de rechthebbenden gemachtigden, niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking.

2

Inhoud Managementsamenvatting

5

1.

Inleiding en context

8

1.1.

Aanleiding en opdracht

8

1.2.

Werkwijze

8

1.3.

Leeswijzer

9

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Uitgangspunten en opgaven

10

2.1.

Inleiding

10

2.2.

Verschillende type accommodaties en gebruikers

10

2.3.

Naar een duidelijk en uitlegbaar speelveld

10

2.4.

Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en beleidsopgaven

11

2.5.

Samenvattende beleidsrichtingen

12

Referentiebeeld en overcapaciteit

13

3.1.

Inleiding

13

3.2.

Het referentiebeeld op hoofdlijnen

13

3.3.

Capaciteitsberekeningen en bezettingsnormen per accommodatietype

14

Afwegingskader: hoe maken we keuzes?

19

4.1.

Inleiding

19

4.2.

Doel, doelgroep en toepassing

19

4.3.

Thema’s en beoordeling

20

De gemeentelijke rol

23

5.1.

Inleiding

23

5.2.

Totstandkoming en instandhouding

23

5.3.

De juridische kaders

24

Harmonisatie en menukaart

30

6.1.

Inleiding

30

6.2.

Principes van harmonisatie

30

6.3.

Menukaart per type accommodatie

30

Tarieven

36

7.1.

Inleiding

36

7.2.

Tarievenstructuur

36

3

8.

Implementatie -aanpak

42

8.1.

Inleiding

42

8.2.

Aanpak van beleid naar praktijk

42

8.3.

Stapsgewijze tariefaanpassing

45

8.4.

Structureel reserveren voor groot onderhoud en vervanging

47

8.5.

Opstellen uitvoeringsprogramma

47

9.

Globale financiële gevolgen vervangingsopgave

48

9.1.

Sociaal-culturele accommodaties

48

9.2.

Binnensport accommodaties

50

9.3.

Buitensport accommodaties

51

9.4.

Samenvattend

53

9.5.

Financieel ijkpunt en beheersing van lasten

56

10. Samenvatting van keuzes

57

Bijlage 1: Demarcatielijsten Buitensport

59

Bijlage 2: Ruimtenormen Sociaal-culturele activiteiten

62

Bijlage 3: Capaciteitsberekening voetbalvelden

63

Bijlage 4: Regeling voor over- en ondercapaciteit buitensport

64

Bijlage 5: Startnotitie

65

Bijlage 6: Referentiebeeld

66

4

Managementsamenvatting In 2020 stelde de gemeente Leudal het accommodatiebeleid vast met als doel te komen tot toekomstgerichte accommodaties die bijdragen aan een vitale samenleving en zijn afgestemd op de behoeften van inwoners. Een accommodatiebeleid dat zorgt voor duidelijkheid, transparantie en samenhang. Deze basis vroeg om verdere uitwerking, onder meer op het gebied van eigendom, beheer, tarieven, capaciteit en de rol van de gemeente. Daarom is in 2025 een verdiepingsslag gemaakt. Deze beleidsnota vormt daarvan het resultaat. De kern van deze verdiepingsslag is het formuleren van duidelijke beleidsregels voor ondersteuning van sport- en sociaal-culturele accommodaties. Daarbij is het streven naar een gelijk speelveld, waarin vergelijkbare voorzieningen op vergelijkbare wijze worden behandeld – ongeacht eigendom, locatie of historisch gegroeide afspraken. Deze verdiepingsslag vormt ook het kader voor het zogenaamde ‘flankerend subsidiebeleid’ in relatie tot het vastgestelde grond- en vastgoedbeleid in 2023. We stemmen de financiële ondersteuning door de gemeente voortaan af op de inhoudelijke keuzes in het accommodatiebeleid. Gemeentelijke bijdragen voor renovatie, nieuwbouw of instandhouding zijn uitsluitend mogelijk voor maatschappelijke accommodaties die passen binnen de verdiepende beleidskaders.

Daarbij geldt dat alleen de ruimten die nodig zijn voor de maatschappelijke activiteit zelf, voor ondersteuning in aanmerking komen. We noemen dit de primaire voorzieningen. Hiermee wordt niet langer ad hoc, maar op transparante en uitlegbare wijze besloten over de inzet van gemeenschapsgeld. Deze beleidsnota is tot stand gekomen in nauwe afstemming met het veld. Via vragenlijsten en klankbordgroepen zijn verenigingen, stichtingen en andere betrokkenen geconsulteerd. De inzichten hieruit zijn verwerkt in deze beleidsnota.

Nieuwe beleidskaders Deze verdiepingsslag bevat zes volgordelijke hoofdingrediënten: 1. Objectief afwegingskader Alle nieuwe aanvragen voor gemeentelijke bijdragen – of het nu gaat om renovatie, nieuwbouw of instandhouding – worden voortaan beoordeeld aan de hand van een duidelijk afwegingskader. Dit kader kijkt naar: ▪ de maatschappelijke functie: Draagt een accommodatie (bestaand of nieuw) in voldoende mate bij aan de maatschappelijke behoefte in het verzorgingsgebied? ▪ de accommodatie: Is er sprake van een accommodatie die op het gebied van capaciteit, kwaliteit en multifunctionaliteit past bij het beoogde gebruik? ▪ beheer en financiën: Is er sprake van een toekomstbestendige opzet van beheer, exploitatie en financiering? Alleen aanvragen die positief worden beoordeeld, komen in aanmerking voor gemeentelijke ondersteuning. Zo ontstaat een duidelijk beleid en wordt willekeur voorkomen. Het afwegingskader heeft echter niet de bedoeling aanvragen van stichtingen en verenigingen op een kille of afstandelijke manier simpelweg goed- of af te keuren. Het is juist bedoeld als hulpmiddel, voor

5

zowel gemeente als initiatiefnemers, om in gesprek te komen, plannen te verbeteren en keuzes op een transparante en uitlegbare manier te onderbouwen. 2. Afbakening gemeentelijk aandeel Indien een aanvraag positief door voorgenoemd afwegingskader komt, ondersteunt de gemeente uitsluitend de primaire voorzieningen voor het uitoefenen van de maatschappelijke activiteiten waarvoor het gebouw is bedoeld. Niet-essentiële onderdelen komen niet voor (financiële) ondersteuning in aanmerking. Zo sturen we op doelmatigheid, uitlegbaarheid en beheersing van kosten. 3. Menukaart voor beheer en eigendom Om de verdeling van verantwoordelijkheden duidelijk te maken, bieden we per type accommodatie drie standaardscenario’s aan (“menukaart”). Per scenario is uitgewerkt wie eigenaar is, wie onderhoudt en welke gemeentelijke bijdrage daarbij hoort. Beherende instellingen kiezen – in overleg met de gemeente – het scenario dat het beste past bij hun organisatie en bij de beleidskaders. Dit voorkomt versnippering en creëert transparantie. 4. Harmonisatie van tarieven We constateren dat de gemeente Leudal lagere vergoedingen vraagt voor binnen- en buitensport dan regionaal en/of landelijk gebruikelijker is. We werken daarom per type accommodatie toe naar een vergelijkbaar niveau, waarbij we per type accommodatie gebruikelijke kostendekkingspercentages als leidraad gebruiken.

Hierdoor is inzichtelijk welk deel via huurinkomsten wordt gedekt en welk deel de gemeente bijdraagt. We verhogen de tarieven van de gebruikers bij binnensportaccommodaties en bij een goede bezetting dekt dit in theorie circa 25% van de kosten voor ‘de stenen’. Bij voetbal en atletiek werken we toe naar 10% en bij tennis naar 50% van de kostprijs dekkende huur. Bij sociaal-culturele voorzieningen wordt geen huur in rekening gebracht voor maatschappelijke ruimtes. Voor de commerciële ruimtes wordt een kostprijs dekkende huur in rekening gebracht. Tarieven (zie paragraaf 8.3) worden stapsgewijs ingevoerd, met oog voor draagkracht en voorbereidingstijd voor verenigingen. De onderbouwing en nadere duiding zijn te vinden in paragraaf 7.2 Tarievenstructuur. Belangrijkste conclusie daaruit is dat de huidige tarieven voor alle sportaccommodaties – zowel binnen- als buitensport – onder de landelijke en regionale gemiddelden liggen. Daarmee liggen ook de dekkingspercentages van de huurprijs ten opzichte van de werkelijke instandhoudingskosten lager. Dit rechtvaardigt de ingezette harmonisatie en stapsgewijze verhoging van de tarieven, zodat op termijn een evenwichtiger en uitlegbaar kostenniveau wordt bereikt. 5. Planmatige vervangingsopgave Veel accommodaties zijn verouderd (aan het einde van de technische levensduur).

Daarom bepalen we per locatie of renovatie nog doelmatig is of (vervangende) nieuwbouw wenselijker, mede in het licht van de spreiding van voorzieningen over de gemeente. Bij vervanging wordt uitgegaan van functionele noodzaak van primaire voorzieningen en niet van behoud van overcapaciteit. Ook wordt per locatie gekeken of clustering of multifunctionaliteit mogelijk is. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het sociaal domein, onderwijs, sport en andere beleidsterreinen.

6

6. Structurele reserveringen Voor alle accommodaties die positief zijn getoetst aan het afwegingskader worden jaarlijks bedragen gereserveerd of beschikbaar gesteld voor groot onderhoud en vervanging. Deze bedragen zijn gebaseerd op duurzame meerjaren onderhoudsplannen (afgekort DMJOP’s). Voor gemeentelijke accommodaties worden deze reserveringen opgenomen in de gemeentelijke meerjarenbegroting. Voor niet-gemeentelijke accommodaties die eveneens positief getoetst zijn aan het afwegingskader en recht hebben op een bijdrage, geldt dat een actueel DMJOP verplicht is. De gemeente draagt zorg voor het opstellen van een actueel (D)MJOP. De hoogte van de bijdrage wordt afgestemd op de gemiddelde jaarlijkse kosten uit dit onderhoudsplan. Zo ontstaat een gelijk speelveld.

Implementatie en vervolgstappen Het beleid wordt stapsgewijs ingevoerd. Er wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin de acties worden geprioriteerd en afgestemd op ambtelijke capaciteit en financiële ruimte. Concrete stappen zijn onder meer: ▪ gesprekken met beherende instellingen over menukaartkeuzes; ▪ het opstellen van vervangingsplannen en onderhoudsreserveringen; ▪ actualisatie van contracten; ▪ monitoring van gebruik, capaciteit en bezetting op basis van een nulmeting (“jaar 1”); ▪ tariefaanpassingen worden gefaseerd ingevoerd, met waarborgen voor tijdige communicatie richting gebruikers.

Financiële implicaties De financiële gevolgen richten zich op onderstaande onderdelen: 1. Structurele reserveringen voor onderhoud en vervanging, (DMJOP) om toekomstige investeringspieken op te vangen; 2. Gefaseerde tariefaanpassing, zodat gebruikers iets meer bijdragen om het gewenste dekkingspercentage te realiseren, waarbij de gemeente het grootste deel blijft betalen; 3. Financiële bewustwording: gerichte investeringen in noodzakelijke voorzieningen, met afbouw van overcapaciteit en uitsluiting van niet-noodzakelijke functies ná verdiepende onderzoeken op specifieke ontwikkelingen. De gemeente blijft investeren in maatschappelijke voorzieningen, maar doet dit gerichter, transparanter en toekomstbestendiger.

7

1. Inleiding en context 1.1. Aanleiding en opdracht In 2020 heeft de gemeente Leudal accommodatiebeleid vastgesteld dat de kaders schetste voor het beheer, gebruik en de ondersteuning van maatschappelijke voorzieningen. Dit beleid legde de basis voor een meer samenhangende en toekomstgerichte benadering van sportaccommodaties, sociaalculturele voorzieningen en jeugd- en ontmoetingsplekken. In de afgelopen periode werd duidelijk dat verdere uitwerking nodig was op onderdelen als eigendom en beheer, spreiding en clustering, het creëren van een gelijk speelveld en het formuleren van toetsingscriteria voor gemeentelijke ondersteuning. Om deze reden is – na een participatieproces - in juni 2025 een startnotitie vastgesteld door het college en besproken met commissie- en raadsleden (zie bijlage 5). In deze startnotitie zijn de bouwstenen vastgelegd voor een verdiepingsslag: uitvoeringsgericht beleid met een heldere financiële en inhoudelijke onderbouwing. De startnotitie vormt daarmee het vertrekpunt voor deze verdiepende beleidsnota. Een belangrijk onderdeel van deze verdiepingsslag is de ontwikkeling van het zogenaamde ‘flankerend subsidiebeleid’, in samenhang met het in 2023 vastgestelde grond- en vastgoedbeleid. Aanvragen voor gemeentelijke steun – of het nu gaat om renovatie, nieuwbouw of instandhouding – worden voortaan beoordeeld op drie thema’s: 1.

Draagt de accommodatie in voldoende mate bij aan de maatschappelijke opgave in het verzorgingsgebied? 2. Sluiten capaciteit, kwaliteit en multifunctionaliteit aan bij het beoogde gebruik? 3. Is sprake van een toekomstbestendige opzet voor beheer, exploitatie en financiering? Pas wanneer een initiatief op deze punten overtuigend is, komt het in aanmerking voor financiële ondersteuning. Dit voorkomt willekeur, vergroot de voorspelbaarheid van gemeentelijk handelen en versterkt het gelijkheidsbeginsel.

1.2. Werkwijze Voor de totstandkoming van deze beleidsnota is een zorgvuldig traject doorlopen met betrokkenheid van onze maatschappelijke partners. Allereerst is een inventarisatie uitgevoerd via een uitgebreide vragenlijst onder alle beherende organisaties van accommodaties, stichtingen, verenigingen en overige gebruikers. Deze vragenlijst heeft waardevolle informatie opgeleverd over het huidige gebruik, de staat van de voorzieningen, de financiën en de behoeften per accommodatie. Daarnaast zijn drie klankbordgroepen ingericht met vertegenwoordigers uit het veld (uitgesplitst in binnen- en buitensport, sociaal culturele partijen en specifiek de gemeenschapshuizen). Deze klankbordgroepen zijn in drie rondes geconsulteerd gedurende het proces: een eerste ronde om de context en uitdagingen te bespreken, een tweede ronde bij de behandeling van de startnotitie, en een derde ronde om te reflecteren op het conceptrapport. Verder hebben we advies ingewonnen bij de Adviesraad Sociaal Domein en de jongerenraad. Op- en aanmerkingen van alle gesproken partners zijn meegenomen in de uitwerking.

8

Tevens zijn verdiepende gesprekken gevoerd met OOG (Overleg Organisatie Gemeenschapshuizen) om specifiek inzicht te krijgen in de situatie en behoeften van gemeenschapshuizen en nieuwe beleidslijnen en bevindingen bij hen te toetsen. De inzichten en feedback uit al deze stappen waren zeer waardevol en vormen de basis voor de keuzes en beleidslijnen in deze beleidsnota.

1.3. Leeswijzer Deze beleidsnota is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten van het verdiepende beleid en de belangrijkste maatschappelijke opgaven geschetst. Deze dienen als fundament van deze beleidsnota. Vervolgens brengt hoofdstuk 3 het referentiebeeld van het huidige accommodatielandschap in kaart en wordt duidelijk waar eventuele overcapaciteit bestaat of gaat ontstaan in de gemeente. In hoofdstuk 4 presenteren we het afwegingskader: dit hoofdstuk laat zien hoe de gemeente op basis van criteria besluiten neemt over (financiële) ondersteuning aan voorzieningen. Hoofdstuk 5 gaat in op de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeente en exploitanten en bevat de bijbehorende beleidsregels. In hoofdstuk 6 introduceren we de zogenoemde menukaart per type accommodatie en zetten we uiteen hoe harmonisatie van bestaande regelingen plaatsvindt. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 de beoogde uitvoering van het beleid en de financiële implicaties daarvan. Hiermee schetsen we wat de voorgestelde veranderingen betekenen in de praktijk en wat op hoofdlijnen de effecten voor de gemeentelijke begroting zijn.

Begrippenlijst: ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Totstandkoming: de realisatie of uitbreiding van een maatschappelijke accommodatie, zoals nieuwbouw, vernieuwbouw of een haalbaarheidsonderzoek daartoe. Instandhouding: het in stand houden van een bestaande accommodatie op de lange termijn: beheer, onderhoud en exploitatie, inclusief groot onderhoud en vervanging. Vervangingsopgave: de opgave om verouderde accommodaties te renoveren of te vervangen zodra zij het einde van hun technische of functionele levensduur hebben bereikt. Primaire voorzieningen: de functioneel noodzakelijke ruimten en onderdelen van een accommodatie die direct bijdragen aan de maatschappelijke activiteit (zoals sportzalen, velden of ontmoetingsruimtes). Beherende instelling: de vereniging, stichting of organisatie die verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer, de exploitatie en het klein onderhoud van een accommodatie. Klein/dagelijks onderhoud: regulier onderhoud dat vaak door gebruikers of beheerders zelf wordt uitgevoerd, zoals schoonmaak, kleine reparaties of tuinwerkzaamheden. Groot onderhoud: planmatig, periodiek onderhoud aan bouwkundige en installatietechnische onderdelen van een accommodatie, zoals vervanging van daken of installaties. Eigenaarslasten: kosten die samenhangen met het eigendom van een gebouw, zoals kapitaallasten, belastingen, verzekeringen en heffingen.

Exploitatie: het dagelijks gebruik en beheer van een accommodatie, inclusief programmering, verhuur, inkomsten en uitgaven. Dekkingspercentage: het percentage van de totale instandhoudingskosten dat wordt gedekt door de inkomsten uit huur of gebruiksbijdragen.

9

2. Uitgangspunten en opgaven 2.1. Inleiding Gemeente Leudal beschikt over een historisch gegroeid netwerk van maatschappelijke accommodaties. In de startnotitie is deze situatie in beeld gebracht, inclusief de eerste contouren voor de verdieping op het bestaande accommodatiebeleid. Op basis van een nadere analyse van het huidige aanbod, gebruik, beheer en financiële inzet beschrijft deze beleidsnota de inhoudelijke koers en beleidsmatige kaders voor de komende jaren. De urgentie is helder. Verschillen tussen dorpen, maatschappelijke accommodaties en gebruikers zijn te groot geworden om nog langer als ‘toevallig’ of historisch verklaarbaar te worden geaccepteerd. Tegelijkertijd groeit het besef dat de inzet van gemeentelijke middelen en ondersteuning opnieuw moet worden afgewogen: duidelijker en beter uitlegbaar. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en beleidsopgaven geformuleerd die dienen als fundamant van deze beleidsnota.

2.2. Verschillende type accommodaties en gebruikers Het accommodatiebeleid van de gemeente Leudal richt zich op maatschappelijke accommodaties die bijdragen aan ontmoeten, leren, sporten, cultuur en (ver)zorgen. De volgende typen accommodaties zijn onderdeel van deze beleidsnota: ▪ Binnensportaccommodaties ▪ Buitensportaccommodaties ▪ Sociaal-culturele accommodaties ▪ Gemeenschapshuizen ▪ Jeugd- en jongerenaccommodaties ▪ Schutterijen (cultuur) ▪ Bibliotheken (cultuur) ▪ Heemkundevereniging (cultuur) De buiten(speel)ruimte en buiten ontmoetingsplekken voor jongeren vallen buiten de scope van deze beleidsnota. De reikwijdte van het beleid is breed. Dit betekent echter niet dat de gemeente automatisch (financiële) ondersteuning biedt aan elk type accommodatie of initiatief binnen deze clusters. De afweging óf en in welke mate de gemeente bijdraagt, wordt in latere hoofdstukken verder uitgewerkt aan de hand van een afwegingskader. Grijze gebieden zoals horeca of hybride functies (bijvoorbeeld een dorpshuis met commerciële verhuur) worden in volgende hoofdstukken beleidsmatig ingekaderd.

2.3. Naar een duidelijk en uitlegbaar speelveld Het nieuwe beleid is gebaseerd op een aantal centrale uitgangspunten. Deze vormen de inhoudelijke basis van waaruit keuzes worden gemaakt. 1. Gelijk speelveld tussen accommodaties Er is momenteel sprake van een mate van ongelijkheid in financiële bijdragen, beheervormen, eigendomsconstructies en ondersteuning vanuit de gemeente. Het streven is om te groeien naar een situatie, waarin gelijke accommodaties op gelijke wijze worden behandeld.

10

2. Duidelijke en uitlegbare inzet van middelen Gemeentelijke inzet (financieel of anderszins) moet herleidbaar zijn tot de wettelijke kaders en beleidsdoelen. Er worden geen gemeenschapsgelden ingezet voor accommodaties waarvan het gebruik of de functie grotendeels ten goede komt aan private belangen, zoals commerciële verhuur, besloten bijeenkomsten of activiteiten die niet bijdragen aan de sociale of publieke taak van een accommodatie. De inzet wordt selectiever en meer resultaatgericht. 3. Terugdringen van overcapaciteit Er is op verschillende plekken sprake van (structurele) overcapaciteit. Die leidt tot versnippering van middelen, onbenutte vierkante meters en onnodige druk op vrijwilligers. Het beleid richt zich op het verminderen van overaanbod, onder andere door clustering, herbestemming of het beëindigen van gemeentelijke bijdragen aan overbodige accommodaties of onderdelen van accommodaties. 4. Regie bij de gemeente, initiatief bij het veld De gemeente stelt kaders, toetst op maatschappelijke behoefte en bewaakt de rechtvaardigheid van de gemeentelijke inzet. Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt dat het veld – verenigingen, stichtingen, bewonersinitiatieven – primair verantwoordelijk is voor het nemen van initiatief en het creëren én realiseren van draagvlak. 5.

Rolverdeling en verantwoordelijkheden: Er is behoefte aan duidelijkheid over eigendom, beheer, exploitatie en onderhoud. Deze verantwoordelijkheden zijn nu vaak impliciet of versnipperd geregeld. Het nieuwe beleid zorgt voor eenduidigheid in rollen, aansluitend bij wat wettelijk, bestuurlijk en praktisch wenselijk is.

2.4. Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en beleidsopgaven De opgaven rond maatschappelijke accommodaties staan niet op zichzelf. Ze worden beïnvloed door bredere sociaal-demografische, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. Voor Gemeente Leudal zijn de volgende trends bepalend: 1. Vergrijzing en bevolkingskrimp Het aantal inwoners daalt licht, terwijl het aandeel ouderen toeneemt. Dit heeft invloed op gebruikspatronen van accommodaties, de bereikbaarheidseisen en de inzetbaarheid van vrijwilligers. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan laagdrempelige ontmoetingsplekken in de buurt. Daarnaast geldt dat bevolkingsontwikkelingen niet alleen binnen Gemeente Leudal spelen. Ook de groei van grotere omliggende gemeenten kan effect hebben op de vraag naar voorzieningen in de regio. Voorzieningenniveau en bereikbaarheid zijn belangrijke factoren die worden meegewogen in woon- en leef keuzes. 2. Druk op het vrijwilligerskader Veel accommodaties draaien op vrijwillige inzet, maar het vinden en behouden van bestuursleden, beheerders en actieve (jeugd)leden wordt steeds moeilijker. Dat zet de houdbaarheid van sommige accommodaties onder druk. 3. Energietransitie en verduurzaming Verduurzaming van maatschappelijk vastgoed is noodzakelijk, maar leidt tot hoge kosten en

11

spanningen rond eigenaarschap en verantwoordelijkheden. Het accommodatiebeleid moet randvoorwaarden en prioriteiten helder maken. 4. Veranderend gebruik en andere verwachtingen Uit de inventarisatie en vragenlijsten blijkt dat veel beherende instellingen en gebruikers in de praktijk tevreden zijn met de huidige ruimten. Tegelijkertijd geldt dat veel accommodaties technisch verouderd zijn en niet meer voldoen aan hedendaagse kwaliteitseisen. Ook wordt steeds minder intensief gebruik gemaakt van veel vierkante meters. Dat vraagt om meer flexibiliteit, multifunctionaliteit, samenwerking en clustering. 5. Beleidsintegratie De inzet op maatschappelijke accommodaties moet aansluiten op de integrale beleidsdoelen en ambities van de gemeente Leudal. Daarbij staat centraal in hoeverre de voorziening voorziet in een herkenbare behoefte binnen de lokale gemeenschap én aansluit bij de gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van leefbaarheid, vitaliteit, participatie, gezondheid en duurzaamheid.

2.5. Samenvattende beleidsrichtingen De volledige inventarisatie is weergegeven in de startnotitie, waarin de belangrijkste uitgangspunten en beleidsrichtingen uitgebreid staan beschreven. Samenvattend komt het neer op: ▪ Gemeentelijke ondersteuning is gericht op accommodaties die aantoonbaar bijdragen aan de maatschappelijke behoefte én aan het versterken van de sociale basis1. Daarbij ligt het initiatief bij het veld, binnen de kaders van een duidelijk en uitlegbaar beleid. ▪ Gemeentelijke bijdragen richten zich uitsluitend op primaire voorzieningen: dat wil zeggen de ruimten en onderdelen die nodig zijn voor het uitoefenen van de maatschappelijke activiteiten waarvoor de accommodatie bedoeld is. ▪ Gelijke situaties worden gelijk behandeld, met ruimte voor nuance waar relevant, maar zonder willekeur. ▪ De rollen van eigenaar en beheerder worden helder verdeeld, beschreven en vastgelegd, zodat geen onduidelijkheid bestaat over wie waarvoor verantwoordelijk is. ▪ De gemeente stuurt op basis van kaders, maar blijft faciliterend aan initiatieven die maatschappelijk waardevol en haalbaar zijn. ▪ Overcapaciteit wordt actief afgebouwd, waarbij clustering, multifunctioneel gebruik, functiewijziging of beëindiging reële opties zijn. Deze beleidsrichtingen vragen om een gestructureerde aanpak.

In het volgende hoofdstuk vertalen we de beleidsrichtingen naar het referentiebeeld, een indeling naar accommodatie-typen en de mate waarin sprake is van overcapaciteit.

1

Regionaal beleidsplan sociaal domein 2024-2027 - Sociaal Domein MLW

12

3. Referentiebeeld en overcapaciteit 3.1. Inleiding Gemeente Leudal beschikt over een historisch gegroeid netwerk aan accommodaties. De opgaven rond vergrijzing, vrijwillige inzet, verduurzaming, het streven naar een ontmoetingspunt per dorp, en betaalbaarheid vragen om een slimme inzet van vierkante meters. Het referentiebeeld geeft inzicht in het benodigde aantal accommodaties nu en in de toekomst, met ruimte voor maatwerk per kern. Indien er veel vierkante meters aan maatschappelijke accommodaties (of velden/banen in geval van buitensport) zijn, hoeft dat niet te betekenen dat dit slecht is. Dat hangt sterk af van de bezetting en benutting van deze accommodaties. Daarom beschrijven we in dit hoofdstuk ook het algemene beeld van de bezetting en hoe capaciteitsberekeningen gedaan worden. Ook wordt duidelijk welke normen we hanteren om te bepalen of er sprake is van over- of ondercapaciteit.

3.2. Het referentiebeeld op hoofdlijnen Het referentiebeeld is een kompas (géén blauwdruk) om keuzes te onderbouwen over spreiding, omvang en benutting van accommodaties. Met het referentiebeeld maken we zichtbaar waar capaciteit en gebruik uit balans zijn en waar op korte termijn renovaties of vervangingen nodig zijn. Dit vormt daarmee een belangrijk onderdeel voor het afwegingskader dat verderop in dit rapport wordt geïntroduceerd. Dit kader helpt om keuzes over spreiding, omvang en benutting daadwerkelijk te wegen en te prioriteren. Per type accommodatie geven we een beknopte weergave van de omvang gerelateerd aan het aantal inwoners binnen het verzorgingsgebied en of het einde van de technische levensduur in zicht is. In bijlage 6 is dit gedetailleerder weergegeven. Per type accommodatie geven we op hoofdlijnen de omvang, benutting en vervangingsopgave weer. De tabellen in de bijlage werken dit verder uit per dorp. Binnensport (gymzalen, sportzalen en sporthallen): De gemeente beschikt over een breed netwerk van binnensportaccommodaties. ▪ Een gymzaal bestaat uit één zaaldeel (ca. 5 m hoog). ▪ Een sportzaal telt twee zaaldelen en kent een minimale hoogte van 7 m. ▪ Een sporthal omvat drie of meer zaaldelen en wordt vaak gebruikt voor wedstrijdsport op regionaal niveau. Het aanbod is ruim, maar veel gebouwen zijn verouderd (jaren ’70/’80) en technisch afgeschreven.

Sporthallen zijn ’s avonds goed bezet (75–95%), maar overdag grotendeels leeg. Gymzalen blijven zowel overdag als in de avonduren vaak onder de norm voor doelmatige benutting (streefwaarde ca. 60%). Dit betekent dat de binnensportaccommodaties in omvang voldoende zijn, maar dat sprake is van structurele onderbenutting en een aanzienlijke vervangingsopgave op korte en middellange termijn. Buitensport: Voor voetbal, tennis en enkele andere sporten (zoals atletiek en beachvolleybal) is er gemeentebreed sprake van ruime capaciteit. De vraag-aanbodanalyse laat zien dat er in vrijwel alle

13

dorpen een overschot aan velden en banen is ten opzichte van de feitelijke behoefte volgens KNVBen KNLTB-normen. Een groot deel van de infrastructuur (velden, kleed- en clubgebouwen) is verouderd en aan renovatie of vervanging toe, maar de bezetting conform bondsnormen is beperkt. Dit vergroot de urgentie om bij toekomstige investeringen strakker te sturen op nut, noodzaak en clustering. Sociaal-cultureel: Het aanbod aan gemeenschapshuizen, bibliotheken, jeugd- en jongerenruimten en schutterijen is omvangrijk en bovengemiddeld groot in vergelijking met landelijke benchmarks van plattelandsgemeenten. Dat betekent dat gemeente Leudal relatief veel vierkante meters sociaalcultureel vastgoed per inwoner heeft. Met alleen de gemeenschapshuizen komen we al uit op 0,37 m² per inwoner tegenover een benchmark van 0,18 m² (bron: Hospitality-Group). Op basis van de aangeleverde bezettingsoverzichten is de bezetting overwegend voldoende. Hetzelfde geldt voor bezetting van overige sociaal-culturele accommodaties. De technische staat van de gebouwen is minder positief: vrijwel alle gemeenschapshuizen hebben het einde van de technische levensduur bereikt. Ook hier ligt een duidelijke vervangingsopgave. Toekomstige ontwikkelingen Het referentiebeeld kijkt niet alleen naar de huidige situatie, maar schetst ook een doorkijk naar de toekomst.

Demografisch gezien krimpt de bevolking van gemeente Leudal licht, met een groeiend aandeel senioren. Deze demografische ontwikkeling wordt niet beïnvloed door nieuwe woningbouwplannen, omdat die gering zijn. Voor het referentiebeeld betekent dit dat de totale vraag naar sport- en ontmoetingsruimte in de komende decennia niet substantieel zal groeien. Wel verandert de aard van de programmering. Bij sport en bewegen zet de landelijke trend door: deelname aan binnensport neemt licht af, buitensport blijft stabiel en er is een verschuiving van verenigingssport naar individuele en commerciële vormen van bewegen. Voor sociaal-culturele voorzieningen geldt dat jongeren buurthuizen minder gebruiken, terwijl ouderen dat juist meer doen. Ook groeit de behoefte aan multifunctionele centra die verschillende domeinen verbinden en overdag toegankelijk zijn voor welzijn, ontmoeting en zorg. Daarnaast geldt dat de groei van grotere omliggende gemeenten effect kan hebben op de vraag naar voorzieningen in de regio. Samenvattend: het is niet waarschijnlijk dat de bezetting van accommodaties in kwantitatieve zin toeneemt. De kwalitatieve vraag – naar andere soorten activiteiten, flexibele inzet en multifunctioneel gebruik – zal daarentegen sterker gaan meespelen.

De combinatie van ruime capaciteit, demografische krimp en verouderde gebouwen betekent dat vervangingsbeslissingen niet automatisch één-op-één genomen kunnen worden. Bij renovaties en of vervangingen wordt rekening gehouden met deze verschuiving.

3.3. Capaciteitsberekeningen en bezettingsnormen per accommodatietype Om te beoordelen waar over- of ondercapaciteit speelt, hanteert de gemeente Leudal referentiewaarden voor de benutting van maatschappelijke accommodaties. Per cluster – binnensport, buitensport (voetbal en tennis) en sociaal-cultureel – gelden beleidsmatige normen voor de capaciteit (hoeveel gebruik kan een accommodatie aan) en de bezettingsgraad (in welke mate wordt die capaciteit daadwerkelijk benut). Hieronder lichten we per categorie toe wat we als

14

een gewenste of minimaal acceptabele bezettingsgraad zien en hoe we de capaciteit bepalen. Binnensportaccommodaties: Voor binnensportaccommodaties beoordelen we de capaciteit op basis van het gebruik tijdens doordeweekse dagen, uitgesplitst in twee tijdsblokken: overdag en in de avond. De maximale beschikbare capaciteit wordt als volgt gedefinieerd: ▪ Overdag: 08:30 tot 12:00 uur en 13:00 tot 17:00 uur – in totaal 7,5 uur per dag. ▪ Avond: 18:00 tot 22:00 uur – 4 uur per dag. Per dag zijn dus 11,5 uur beschikbaar voor gebruik. We beoordelen de bezetting op deze beschikbare capaciteit (in uren). Voor het bepalen van de totale bezettingsgraad nemen we het gemiddelde van de dag- en avondbezetting over vijf doordeweekse dagen (maandag t/m vrijdag). De gemeente Leudal beschouwt de volgende normen ‘als een goede bezetting’: ▪ Gymzalen: minimaal 60% bezetting overdag. Omdat gymzalen minder vaak intensief in de avonduren worden gebruikt, ligt de nadruk op een gezonde dagbezetting (vooral voor onderwijs). Gymzalen zijn vanwege hun beperkte afmetingen in zowel vloeroppervlak als hoogte doorgaans niet geschikt voor het merendeel van de sportverenigingen. Hierdoor is het gebruik in de avonduren vaak beperkt tot kleinschalige binnensporten of incidentele activiteiten. ▪ Sportzalen en sporthallen: minimaal 60% bezetting overdag én minimaal 80% bezetting in de avond.

Sporthallen hebben doorgaans een breder gebruiksprofiel dan gymzalen en worden intensiever benut in de avonduren, met name door sportverenigingen. Buitensportaccommodaties: Voetbal: Voor de bepaling van de capaciteit van voetbalaccommodaties hanteert de gemeente een vaste rekenmethodiek. Deze methodiek brengt het aantal benodigde speeluren in beeld op basis van het aantal teams per leeftijdscategorie, de standaard trainings- en wedstrijdfrequentie, en het deel van het veld dat per activiteit wordt gebruikt. Hierbij geldt één uniforme set uitgangspunten, zonder rekening te houden met extra trainingen voor selectieteams of andere vereniging specifieke keuzes. Dit zorgt voor een sobere en objectieve basis waarmee verenigingen onderling vergeleken kunnen worden. Het totaal aantal benodigde uren wordt afgezet tegen de bespeelbaarheid van de beschikbare velden: voor natuurgrasvelden wordt uitgegaan van 400 uur per jaar, voor kunstgrasvelden van 1.500 uur per jaar. Deze waarden zijn gebaseerd op landelijke kengetallen en sluiten aan bij de gemiddelde onderhoudsniveaus in gemeente Leudal. De volledige normenset voor trainings- en wedstrijdcapaciteit is opgenomen in de bijlage 3. Tennis: Bij tennis hanteert de tennisbond KNLTB richtgetallen voor het aantal leden per baan als indicatie van de benodigde capaciteit.

Een gezonde bezettingsgraad ligt gemiddeld rond 75 leden per buitentennisbaan met verlichting, met een bandbreedte van circa 60 tot 90 leden per baan. Binnen die marge kunnen leden doorgaans voldoende speelmomenten vinden, mits er sprake is van een gevarieerd gebruik en een goede spreiding over de week.

15

Zoals vastgesteld in het accommodatiebeleid 2020 gebruikt de gemeente Leudal deze richtlijn als basis om te bepalen of het aantal tennisbanen bij een vereniging in verhouding staat tot het ledenaantal. Hiermee bepalen we ook voor hoeveel banen een gesubsidieerd huurtarief gerechtvaardigd is. Tegelijkertijd erkennen we dat het gebruiksprofiel van een vereniging kan verschillen: intensief gebruik door jeugd, toename door gebruik senioren, veel competitie- of toernooiteams, of specifieke doelgroepen (zoals AZC-bewoners) kunnen leiden tot hogere baandruk. Echter, extra banen bovenop de normatieve behoefte vallen niet binnen de subsidieruimte van de gemeente (voor uitzonderlijke doelgroepen, zoals AZC-bewoners is een uitzondering uitlegbaar). Verenigingen die meer capaciteit wensen vanwege intensief gebruik, kunnen daarin worden gefaciliteerd mits zij bereid zijn om voor die extra banen de volledige kostprijs te dragen. Atletiek: De capaciteits- en behoeftebepaling bij atletiek is complex vanwege de verschillende disciplines en het gewenste competitie- en toernooiniveau. De Atletiekunie hanteert globaal als richtlijn circa 1.600 leden per 8–10-lanen rondbaan. Dat betekent per baan gemiddeld 160 tot 200 leden. De beperking in de capaciteit van een atletiekaccommodatie ligt vrijwel altijd bij de capaciteit van de rondbaan, niet bij de technische nummers.

Bij verenigingen met meer dan circa 800 leden ontstaat het rechtvaardigingsvraagstuk om te overwegen de baanconfiguratie uit te breiden — bijvoorbeeld naar een 6-lanen (of meer) situatie. Sociaal-culturele accommodaties: Voor sociaal-culturele accommodaties is het lastiger om één harde norm voor bezetting te hanteren. Het gebruik verschilt sterk per locatie en hangt af van lokale factoren zoals de omvang van de kern, het aantal ruimten en het type activiteiten. Landelijk bestaan er dan ook geen eenduidige richtlijnen voor de bezetting van deze accommodaties. Om toch op een duidelijke een uitlegbare manier uitspraken te doen over benutting en capaciteit, hanteert de gemeente Leudal een beoordelingssystematiek op basis van dagdelen en jaarlijkse frequentie. De gehanteerde bezettingssystematiek is daarom primair gebaseerd op gemeenschapshuizen, omdat dit multifunctionele accommodaties zijn waarin uiteenlopende maatschappelijke activiteiten plaatsvinden. Voor de overige sociaal-culturele accommodaties geldt vaak een meer monofunctionele benadering. Bij scouting en schutterijen is het gebruik bijvoorbeeld sterker verenigingsgebonden en seizoensafhankelijk. Voor de handboogsport geldt dezelfde systematiek. Bijlage 2 geeft een overzicht van ruimtenormen voor sociaal-culturele activiteiten, dat houvast biedt voor de benodigde ruimten in sociaal-culturele accommodaties.

We bepalen de bezetting per zaal of ruimte aan de hand van het daadwerkelijke gebruik per dagdeel (ochtend, middag, avond), over een heel kalenderjaar. Van elke activiteit wordt gekeken hoe vaak deze plaatsvindt per week en hoeveel weken per jaar. Die frequentie wordt gedeeld door 365 dagen om tot een bezettingspercentage te komen per dagdeel. Het gemiddelde van de drie dagdelen bepaalt het totale bezettingspercentage van de ruimte.

16

Rekenvoorbeeld: Zaal A wordt iedere maandag-, woensdag- en vrijdagochtend gebruikt voor de activiteit ‘Meer Bewegen voor Ouderen’, 46 weken per jaar. Verder is de zaal niet in gebruik. Dat betekent 138 ochtenden per jaar (3×46), oftewel 138/365 ≈ 38% ochtendbezetting. Omdat de ruimte ’s middags en ’s avonds niet benut wordt, is het gemiddelde bezettingspercentage voor deze ruimte 12,7%. Toetsing De gemeente hanteert de volgende beoordeling: ▪ onderbenut ligt onder de 15%, ▪ een voldoende bezetting start bij 20%, ▪ een goede bezetting ligt boven de 30%. Deze beoordeling is geen exacte normering, maar een beleidsmatige benadering die aansluit bij de gebruikelijke praktijk, zoals die in meerdere gemeenten wordt toegepast. Bij deze beoordeling wordt uitsluitend gekeken naar maatschappelijke activiteiten: dus activiteiten, zonder winstoogmerk, die bijdragen aan ontmoeten, leren, sporten, cultuur, en (ver)zorgen. Commerciële verhuur – bijvoorbeeld aan een ondernemer, zorgpraktijk of voor besloten feesten – tellen niet mee voor de bezettingsgraad. Dat wil overigens niet zeggen dat commerciële invulling ongewenst is. In tegendeel: het is goed en zelfs gewenst dat ruimtes die anders leeg zouden staan worden verhuurd tegen een marktconforme huur. Dat helpt de beherende partij om de exploitatie rond te krijgen en vermindert de afhankelijkheid van gemeentelijke subsidies.

Maar in de beleidsmatige beoordeling van nut en noodzaak van een maatschappelijke accommodatie tellen uitsluitend de maatschappelijke activiteiten mee. Een ruimte waarvan de maatschappelijke bezetting onder de 15% blijft, wordt als structureel onderbenut gezien – ook als er daarnaast wél commerciële verhuur plaatsvindt. Bij structurele onderbenutting beoordeelt de gemeente of accommodaties geconcentreerd kunnen worden, bijvoorbeeld door meerdere activiteiten samen te brengen in één goed bezette locatie. Onderbenutte accommodaties of ruimten in accommodaties kunnen dan worden afgestoten of herbestemd, waardoor versnippering wordt voorkomen en middelen efficiënter worden ingezet. Omgekeerd geldt dat bij structurele overbezetting sprake is van ondercapaciteit. Dit is het geval wanneer er geen ruimte meer is om nieuwe activiteiten met een wekelijks terugkerend karakter te huisvesten, binnen een redelijk tijdsbestek (bijvoorbeeld in de avonden tussen 18.00 en 22.00 uur). Het feit dat een gewenste dag of een specifiek tijdsblok (bijv. alleen 20.00–21.00 uur) al volgeboekt is, betekent niet automatisch dat een accommodatie ‘vol’ zit. Overbezetting is pas aan de orde wanneer de beschikbare dagdelen structureel ontoereikend zijn om nieuwe maatschappelijke initiatieven een plek te geven.

Bij de beoordeling van over- of ondercapaciteit wordt steeds uitgegaan van maatschappelijke activiteiten. Het structureel bezet houden van ruimten door commerciële gebruikers kan nooit de reden zijn dat maatschappelijke activiteiten geen plek meer vinden. Hoewel de beleidsmatige toetsing zich primair richt op maatschappelijke accommodaties, kijken wij bij onder- of overbezetting ook naar de aanwezigheid van commerciële accommodaties met zaalruimte in de kern of regio. Dit doen we om de beschikbare vierkante meters in de samenleving zo efficiënt mogelijk in te zetten en te voorkomen dat er onnodig wordt geïnvesteerd in extra

17

capaciteit terwijl er elders nog ruimte beschikbaar is. Dit betekent niet dat maatschappelijke organisaties dan ook opdraaien voor eventuele hogere huurkosten. De gemeente gebruikt deze bezettingsanalyse nadrukkelijk als beleidsinstrument én als startpunt voor gesprekken met beherende instellingen over mogelijke aanpassingen in het netwerk van maatschappelijke accommodaties. Let op: onderbezetting leidt niet direct tot gemeentelijke actie Een bezetting onder de norm (15%) betekent níet dat de gemeente direct ondersteuning beëindigt of een accommodatie sluit. We werken bewust met een monitoringstermijn: het gaat erom of de onderbenutting tijdelijk of structureel is. Daarom wordt bij een lage bezettingsgraad in principe gedurende drie jaar de ontwikkeling gevolgd. De beherende partij levert jaarlijks gegevens aan over het ruimtegebruik, per dagdeel. Indien zich echter ernstige problemen voordoen of wanneer er sprake is van samenhangende ontwikkelingen in de kern of regio, kan de gemeente gemotiveerd afwijken van deze termijn. In de monitoringperiode kan de gemeente daarnaast actief meedenken over versterking van het gebruik, bijvoorbeeld door het stimuleren van samenwerking, het aanjagen van nieuw aanbod of het heroverwegen van de ruimte-indeling.

Indien er geen sprake is geweest van de afwijking zoals beschreven in voorgaande alinea, beoordelen we voorafgaand aan het vierde jaar of de onderbezetting structureel is. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de cijfers, maar ook naar bredere ontwikkelingen in het dorp, zoals demografie, vitaliteit, zelfredzaamheid van de inwoners, en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Alleen als ook dan blijkt dat de bezetting structureel laag blijft én dat er geen reële kansen zijn op verbetering, kan overwogen worden om het accommodatienetwerk aan te passen. Deze aanpak biedt beheerstichtingen en dorpen duidelijkheid en rust: signalen van lage bezetting leiden eerst tot gesprek en ondersteuning – pas daarna, en alleen op basis van structurele analyse, volgt eventueel herpositionering. Ook bij grootschalige renovatie of nieuwbouw worden de bezettingsgegevens van maatschappelijke activiteiten nadrukkelijk meegewogen. Investeringen in gebouwen zijn alleen uitlegbaar en verantwoord wanneer de thema’s uit het afwegingskader positief zijn beoordeeld. Bij een maatschappelijke accommodatie met zeer lage bezetting zal dus eerst gekeken worden of investeringen echt noodzakelijk zijn – of dat clustering, heroriëntatie of afbouw passender is. Deze werkwijze geldt voor alle typen accommodaties, dus ook voor buitensportaccommodaties zoals voetbal- en tennisaccommodaties.

Voor deze sportaccommodaties is in bijlage 4 een specifieke regeling voor over- en ondercapaciteit opgenomen, waarin wordt beschreven hoe de gemeente omgaat met structureel te veel of te weinig capaciteit en welke stappen en termijnen daarbij worden gehanteerd.

18

4. Afwegingskader: hoe maken we keuzes? 4.1. Inleiding Een van de kernambities van deze verdieping op het accommodatiebeleid is het creëren van een duidelijk en uitlegbaar systeem voor het toekennen van gemeentelijke bijdragen aan maatschappelijke accommodaties. Op dit moment is het speelveld versnipperd: vergelijkbare accommodaties worden op uiteenlopende manieren ondersteund en het is vaak onduidelijk waarom de ene aanvraag wel wordt gehonoreerd en de andere niet. Met de introductie van een objectief afwegingskader doorbreken we deze situatie. Dit afwegingskader helpt de gemeente én initiatiefnemers om aanvragen voor renovatie, nieuwbouw of instandhouding van accommodaties te beoordelen aan de hand van inhoudelijke criteria. We baseren een besluit op basis van: ▪ de maatschappelijke functie: Draagt een accommodatie (bestaand of nieuw) in voldoende mate bij aan de maatschappelijke behoefte in het verzorgingsgebied? ▪ de accommodatie: Is er sprake van een accommodatie die op het gebied van capaciteit, kwaliteit en multifunctionaliteit past bij het beoogde gebruik? ▪ beheer en financiën: Is er sprake van een toekomstbestendige opzet van beheer, exploitatie en financiering? Het afwegingskader ondersteunt zo de transitie naar een duidelijk en uitlegbaarder beleid.

Het huidige accommodatiebeleid van de gemeente Leudal bevatte al een toetsingsinstrument, bedoeld om aanvragen voor renovatie, nieuwbouw en instandhouding van accommodaties te beoordelen. Dit instrument introduceerde belangrijke beoordelingsdimensies, zoals maatschappelijke betekenis, fysieke kwaliteit van de accommodatie en de organisatiekracht van de beheerder. Deze pijlers vormden een waardevolle basis, maar boden in de praktijk onvoldoende houvast voor duidelijke en uitlegbare besluitvorming. Het nieuwe afwegingskader bouwt voort op die basis, maar vervangt het bestaande toetsingsinstrument. De beoordelingscriteria zijn concreter uitgewerkt, breder toepasbaar en voorzien van een systematische beoordelingsmethodiek. Dit afwegingskader wordt leidend voor alle toekomstige aanvragen. Initiatiefnemers worden hierbij actief begeleid: hun plannen kunnen in een vroeg stadium worden getoetst, bijgestuurd en onderbouwd. Daarmee ontstaat een transparant proces waarin de kwaliteit van initiatieven wordt versterkt en de aansluiting bij de beleidskaders wordt geborgd. In dit hoofdstuk leggen we het afwegingskader uit. Eerst gaan we in op het doel, de doelgroep en de toepassing (paragraaf 4.2). Daarna lichten we het beoordelingskader zelf toe, bestaande uit drie thema’s: maatschappelijke functie, accommodatie en beheer/financiering (paragraaf 4.3).

Deze thema’s vormen samen de kern van het nieuwe beoordelingsinstrument.

4.2. Doel, doelgroep en toepassing Het afwegingskader is in de eerste plaats een beleidsinstrument: het helpt de gemeente Leudal bij het nemen van onderbouwde en uitlegbare beslissingen over het al dan niet verlenen van (financiële) steun aan maatschappelijke accommodaties. Daarnaast dient het als hulpmiddel voor initiatiefnemers om hun plannen scherp te formuleren en af te stemmen op gemeentelijke kaders.

19

Het voorkomt willekeur, vergroot de voorspelbaarheid van gemeentelijk handelen en versterkt het gelijkheidsbeginsel. Voor wie is het afwegingskader bedoeld? Het afwegingskader geldt voor maatschappelijke initiatieven die betrekking hebben op het renoveren, vernieuwen of in stand houden van accommodaties binnen het accommodatiebeleid. Het is nadrukkelijk bedoeld voor organisaties zonder winstoogmerk, zoals stichtingen en verenigingen, die gevestigd zijn in de gemeente Leudal en die zich inzetten op het vlak van ontmoeten, leren, sporten, cultuur, en (ver)zorgen. Voor sportorganisaties geldt dat zij moeten zijn aangesloten bij een erkende sportbond. Commerciële instellingen vallen buiten het toepassingsbereik. Ook instellingen zonder lokale binding of zonder maatschappelijk doel komen niet in aanmerking. Wanneer en hoe wordt het toegepast? Het afwegingskader wordt toegepast bij drie soorten aanvragen: ▪ Nieuwbouw: nieuwe accommodaties of uitbreiding van bestaande accommodaties; ▪ Renovatie/vervangingsinvesteringen: aanpassingen aan verouderde of niet-toereikende accommodaties, daaronder vallen ook duurzaamheidsinvesteringen; ▪ Instandhouding: structurele bijdragen voor onderhoud en vervangingen. Bij nieuwe aanvragen wordt het afwegingskader toegepast. Voor bestaande accommodaties die al gemeentelijke steun ontvangen, geldt een overgangsregime.

Het afwegingskader biedt in deze situaties een toetsingsbasis om bestaande bijdragen te heroverwegen of te harmoniseren. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar over- of ondercapaciteit. De basisinsteek van het afwegingskader is om: ▪ Verenigingen en instellingen een handreiking te bieden bij het onderbouwen van hun aanvragen en hen daarbij te ondersteunen. ▪ Een compleet en genuanceerd beeld te krijgen over maatschappelijke functie, accommodatie en beheer en exploitatie. Op basis hiervan kunnen plannen bijgesteld en of verbeterd worden. Het afwegingskader heeft het gevaar in zich dat de gemeente aanvragen van stichtingen en verenigingen op een kille en afstandelijke manier zou beoordelen en eenvoudigweg goed- of afkeuren. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling. Het afwegingskader is juist bedoeld als hulpmiddel voor zowel gemeente als initiatiefnemers: om in gesprek te komen, plannen te verbeteren en keuzes op een transparante en uitlegbare manier te onderbouwen.

4.3. Thema’s en beoordeling Het afwegingskader bestaat uit drie beoordelingsthema’s, die samen de maatschappelijke waarde en houdbaarheid van een accommodatieplan bepalen. Elk thema is onderverdeeld in concrete beoordelingscriteria die individueel worden gescoord. De scoremethodiek zorgt voor consistentie en objectiviteit, zonder ruimte te verliezen voor inhoudelijke beoordeling en lokale nuance. 1. Maatschappelijke functie Het eerste beoordelingsthema betreft de maatschappelijke functie van het initiatief. Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre de voorziening voorziet in een herkenbare behoefte binnen de lokale

20

gemeenschap en of het initiatief aansluit bij de beleidsdoelen van de gemeente Leudal op het gebied van leefbaarheid, vitaliteit, participatie of gezondheid. Beoordelingscriteria binnen dit thema zijn onder andere: ▪ Aansluiting op maatschappelijke behoeften en/of beleidsdoelen; ▪ Bereik en toegankelijkheid voor verschillende doelgroepen; ▪ Samenwerking met andere partijen of initiatieven; ▪ Duurzaamheid en toekomstgerichtheid van het initiatief; ▪ Toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande aanbod. We verwachten van initiatiefnemers dat zij inzichtelijk maken voor wie de maatschappelijke accommodatie bedoeld is, hoe deze past in het lokale krachtenveld en op welke wijze het initiatief maatschappelijke betekenis heeft. Daarbij geldt dat we de maatschappelijke waarde niet uitsluitend bepalen op basis van gemeentelijke beleidsdoelen, maar ook tot uiting kan komen in de wijze waarop een initiatief lokaal wordt gedragen en als betekenisvol wordt ervaren. 2. Accommodatie Het tweede thema betreft de aard, kwaliteit en positionering van de maatschappelijke accommodatie zelf.

De centrale vraag is: is deze accommodatie passend, nodig en realistisch in uitvoering? Beoordelingscriteria zijn bijvoorbeeld: ▪ Capaciteit in relatie tot behoefte en spreiding; ▪ Locatie en bereikbaarheid (zowel functioneel als geografisch); ▪ Multifunctionaliteit en gedeeld gebruik; ▪ Clustering met andere maatschappelijke functies; ▪ Toegankelijkheid voor brede doelgroepen (inclusie); ▪ Duurzaamheid en toekomstbestendigheid van het gebouw. Hiermee voorkomt het afwegingskader onnodige uitbreiding, versnippering of onnodige concurrentie met bestaande accommodaties. 3. Beheer, exploitatie en financiering Tot slot toetsen we de uitvoerbaarheid van het initiatief op langere termijn. Wie gaat het beheren? Is er voldoende bestuurlijke capaciteit? En is de exploitatie realistisch en houdbaar? Beoordelingscriteria zijn onder meer: ▪ Bestuurskracht en beschikbaarheid van vrijwilligers; ▪ Samenwerking met andere gebruikers of beheerders; ▪ Gezonde financiële basis en zelfwerkzaamheid; ▪ Noodzaak en onderbouwing van gemeentelijke bijdrage; ▪ Risico’s bij wegvallen van inkomsten of vrijwilligers (afbreukrisico); ▪ Aanspraak op andere fondsen of subsidies. Het kader stimuleert een robuuste opzet en voorkomt dat initiatieven financieel of organisatorisch wankel starten of voortbestaan.

Let op! De volgende onderwerpen zijn dermate belangrijk dat hiervoor een afzonderlijke ondergrens geldt: ▪ Noodzaak gemeentelijke bijdrage: De gemeente Leudal beoordeelt of een financiële bijdrage noodzakelijk is voor het behoud en de ontwikkeling van de maatschappelijke accommodatie en

21

▪ ▪

haar functie(s). Dit betekent dat er een duidelijke motivatie moet zijn waarom een gemeentelijke bijdrage onmisbaar is. De gemeente kijkt ook of het merendeel van de Nederlandse gemeenten bijdraagt aan soortgelijke accommodaties, wat de relevantie en noodzaak van dergelijke steun kan bevestigen. Bereik en omvang: De aanvrager moet aantonen dat tenminste 50% van de leden/deelnemers woonachtig is in de gemeente Leudal. Passende huisvesting: De aanvrager moet inzichtelijk maken of het initiatief niet binnen redelijke afstand kan worden ondergebracht in bestaande accommodaties binnen de gemeente. Hierbij houden we rekening met het incidentele of structurele karakter van een gewenste activiteit of initiatief en de specifieke mogelijkheden van de doelgroep. Het belang van verschillende beoordelingscriteria in het afwegingskader kan variëren afhankelijk van het type aanvraag, de aard van de maatschappelijke accommodatie en het verzorgingsgebied. Aanvragers moeten zich allereerst afvragen of er een noodzaak is voor een gemeentelijke bijdrage en of het gebruikelijk is dat gemeenten dergelijke verzoeken ondersteunen.

Hardheidsclausule Hoewel het afwegingskader richtinggevend is voor besluitvorming, kan er in uitzonderlijke gevallen aanleiding zijn om gemotiveerd af te wijken van de uitkomst. Daarvoor is een hardheidsclausule opgenomen. Deze biedt het college de mogelijkheid om, ondanks een positieve beoordeling, tijdelijk of onder voorwaarden af te zien van gemeentelijke ondersteuning. Evenzo kan het college, ondanks een negatieve beoordeling, toch besluiten (tijdelijk of onder voorwaarden) gemeentelijke ondersteuning toe te kennen. Een dergelijke situatie kan zich voordoen bij bijvoorbeeld forse financiële tegenwind, beleidsmatige onzekerheden of geplande ontwikkelingen in een gebied (in geval van afwijking na een positieve beoordeling), of juist bij bijzondere maatschappelijke urgentie, unieke kansen, samenloop met andere investeringen of strategisch belang voor de gemeente (in geval van afwijking na een negatieve beoordeling). De hardheidsclausule is nadrukkelijk géén vrijbrief voor willekeur of gemak. Afwijken van het afwegingskader is alleen mogelijk op basis van een onderbouwde afweging en wordt expliciet gemotiveerd in de besluitvorming. Zo blijft het proces transparant en navolgbaar, ook in situaties waarin het afwegingskader niet volledig leidend is.

22

5. De gemeentelijke rol 5.1. Inleiding In dit hoofdstuk zetten we de rol van de gemeente rondom accommodaties uiteen. We beschrijven waar de gemeentelijke verantwoordelijkheid begint en waar deze stopt, zodat voor alle betrokkenen duidelijk is welke taken en kosten de gemeente op zich neemt en welke bij de verenigingen of stichtingen zelf liggen. We doen dit vanuit het vastgestelde principe ‘’stenen voor de gemeente en exploitatie voor de gemeenschap’’ uit het accommodatiebeleid 2020. We behandelen in dit hoofdstuk eerst hoe accommodaties tot stand komen en in stand worden gehouden. We lichten toe welke financiële rol de gemeente daarbij speelt. Daarna beschrijven we de juridische kaders (zoals de Wet Markt en Overheid). Deze onderwerpen vormen een verdiepingsslag op het huidige accommodatiebeleid en het grond- en vastgoedbeleid 2023 en zijn belangrijk om te begrijpen omdat ze richting geven aan de uitvoering: ze bepalen of en hoe de gemeente initiatieven kan (blijven) ondersteunen zonder in conflict te komen met wetgeving of met het principe van harmonisatie, waarover in het volgende hoofdstuk meer. Daarbij proberen/willen we duidelijke kaders te scheppen: accommodaties moeten voorzien in een herkenbare behoefte van de samenleving, maar er moet ook voldoende draagkracht in de gemeenschap aanwezig zijn om het gebruik en de exploitatie duurzaam draaiende te houden.

5.2. Totstandkoming en instandhouding In dit onderdeel wordt toegelicht wat de gemeente onder totstandkoming en instandhouding van maatschappelijke accommodaties verstaat, en wat dit betekent voor de financiële rol van de gemeente. Onder totstandkoming wordt verstaan: de realisatie of uitbreiding van een maatschappelijke accommodatie, zoals nieuwbouw, vernieuwbouw of een haalbaarheidsonderzoek daartoe. Instandhouding betreft het in stand houden van een bestaande accommodatie op de lange termijn: het beheer, het onderhoud en de exploitatie. Beide categorieën vragen om verschillende gemeentelijke afwegingen en vormen van ondersteuning. De gemeente Leudal neemt in beginsel verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van de primaire voorziening: de onderdelen van een accommodatie die functioneel noodzakelijk zijn voor het vervullen van de maatschappelijke functie. Denk aan een sportzaal die nodig is voor bewegingsonderwijs, een voetbalveld voor breedtesport, of een dorpsruimte als ontmoetingsplek. Voorzieningen die buiten deze primaire functie vallen – zoals extra vergaderruimten, horecavoorzieningen of luxe afwerkingen – vallen in beginsel buiten het gemeentelijk aandeel.

Ook voor de instandhouding van maatschappelijke accommodaties neemt de gemeente verantwoordelijkheid, maar uitsluitend voor het deel dat betrekking heeft op groot onderhoud en vervangingen van deze primaire voorzieningen. De dagelijkse exploitatie, het gebruiksbeheer en het reguliere onderhoud zijn en blijven de verantwoordelijkheid van de beherende instellingen. Dit uitgangspunt geldt zowel voor accommodaties in gemeentelijk eigendom als voor accommodaties die eigendom zijn van verenigingen of stichtingen. In het laatste geval kan de gemeente – mits de voorziening positief is beoordeeld op basis van het afwegingskader – een bijdrage verstrekken voor groot onderhoud en vervangingen, op basis van een actueel

23

onderhoudsplan (DMJOP). Daarmee wordt een gelijkwaardig en uitlegbaar speelveld nagestreefd, ongeacht de eigendomsstructuur. Wat precies onder primaire voorzieningen wordt verstaan, verschilt per type accommodatie. Op hoofdlijnen is dit opgenomen in deze beleidsnota en in detail uitgewerkt in de demarcatieoverzichten in de bijlage 1. De precieze verdeling van eigendom, verantwoordelijkheden en financiële bijdragen wordt in het volgende hoofdstuk uitgewerkt aan de hand van menukaart, die verschillende beheer- en eigendomsscenario’s beschrijven.

5.3. De juridische kaders Naast boven beschreven gemeentelijke rol bij de totstandkoming en instandhouding van maatschappelijke accommodaties heeft de gemeente ook een (financiële) rol bij het bepalen van huurprijzen. Deze paragraaf beschrijft het juridische kader bij het bepalen van huurprijzen door de gemeente. In hoofdstuk 7 werken we uit welke tarievenstructuur we hanteren en hoe we deze implementeren staat in hoofdstuk 8.

Juridisch kader en grond- en vastgoedbeleid (2023) Uitgangspunt is dat de gemeente bij verhuur van vastgoed in eigendom van de gemeente een marktconforme huurprijs overeenkomt (ter voorkoming van staatssteun) of de integrale kosten doorberekend in de huurprijs (ter voorkoming van strijd met Wet Markt & Overheid). Voor maatschappelijke accommodaties die een bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgave van de gemeente Leudal is dit onwenselijk. Onder andere om deze redenen heeft de gemeente Leudal in het grond- en vastgoedbeleid (2023) de volgende uitgangspunten vastgesteld voor gemeentelijk maatschappelijk vastgoed*: ▪ ''Verhuur vindt plaats tegen tenminste kostendekkende tarieven; ▪

Commerciële partijen betalen een marktconform, commercieel tarief;

▪

Scheiding tussen huur en subsidie (in het kader van transparantie);

Op grond van de Wet Markt en Overheid en staatsteunregels dienen commerciële partijen een marktconforme huur te betalen. Dit geldt niet voor maatschappelijke instellingen (die geen onderneming zijn), wel dient in dat geval op basis van de Wet Markt en Overheid minimaal een kostprijsdekkende huur in rekening te worden gebracht. Gemeenten kunnen besluiten activiteiten met een groot maatschappelijk belang vrij te stellen van de invloedssfeer van de Wet Markt en Overheid door een zogenaamd Algemeen Belang Besluit (bron: grond- en vastgoedbeleid 2023).'' Dit heeft de gemeenteraad van de gemeente Leudal in 2014 gedaan: de Wet Markt en Overheid is buiten toepassing verklaard op de volgende activiteiten, door te besluiten dat deze activiteiten plaatsvinden in het algemeen belang: 1. Verhuur en exploitatie van sportaccommodaties 2. Verhuur maatschappelijk vastgoed en 3. Verhuur vastgoed om kraken te voorkomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=640cee3a-adbb-4cb2-8287-6c78ed6c7d79