CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

Raadsvergadering 21 maart 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Markt 8(a) te Grathem’21.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6

Natuur

4.6.1 Soortenbescherming De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Om kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wnb enkele verbodsbepalingen, zoals het verbod op het doden of verontrusten van dieren, en het beschadigen van voorplantings- of rustplaatsen. Dit houdt concreet in, dat voor bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen zoals het verwijderen van bebouwing en beplanting en het bouwen dient te worden vastgesteld of daarin, of in de directe nabijheid beschermde soorten aanwezig zijn. Bij de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is onderzocht of in het plangebied beschermde soorten aanwezig zijn, of dat het plangebied voor deze soorten een essentiële functie heeft. In dit kader is een quickscan flora en fauna (project N210047, d.d. 23 december 2021) uitgevoerd. De conclusies en bevindingen uit de quickscan zijn in onderstaande overgenomen. De onderzoeksrapportage is tevens toegevoegd als Bijlage 7 bij deze toelichting. Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Markt 8a te Grathem, kan niet worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden. Niet uit te sluiten valt dat er vleermuizen in de spouw van de bebouwing verblijven.

Om uit te sluiten dat er sprake is van vleermuisverblijfplaatsen wordt een nader onderzoek aanbevolen. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (NNL/Natura 2000). Door tijdens de ontwerpfase te denken aan 'natuurinclusief' bouwen kunnen de nieuwe huizen meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen, huismussen of gierzwaluwen, maar ook aan het plaatsen van nestkasten in het plangebied voor meer algemene soorten. 4.6.2

Gebiedsbescherming

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

35

Beoordeling effecten Natura2000-gebieden, Natuur Netwerk Nederland en houtopstanden Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, zodat er uitsluitend sprake is van externe werking. Gezien de kleinschalige aard van het planvoornemen en de grote afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Leudal, 6,3 km / Roerdal, 7,7 km / Belgische Natura 2000-gebieden, 3,7 km), is geen sprake van verstoring door licht, trilling, optische verstoring of verstoring door mechanische effecten. Ook is de locatie niet gelegen in de directe nabijheid van het Natuur Netwerk Nederland dan wel houtopstanden. Stikstofdepositie De uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 heeft bepaald dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis gebruikt mag worden voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wnb en dat de “standaard grenswaarde” uit het PAS niet meer gebruikt mag worden. Dit houdt in dat voor planologische procedures en bij de verlening van een omgevingsvergunning een stikstofbeoordeling en, afhankelijk van een stikstofberekening en/of voortoets, mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming nodig is. Voor elke toename in stikstofneerslag boven de 0,00 mol/ha/jaar, hoe klein dan ook, is een onderbouwing nodig. Na het wegvallen van het PAS is er gewerkt aan nieuwe wettelijke kaders.

In de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel (juli 2021) was een partiële vrijstelling opgenomen met betrekking tot de bouwactiviteiten van een plan of project. Dat betekent dat deze fase buiten beschouwing diende te blijven en enkel de effecten ten aanzien van de gebruiksfase beoordeeld dienen te worden. Op 2 november 2022 is door de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak betreffende het ondergrondse CO2 -opslagproject Porthos waarin de vrijstelling van deze bouwactiviteiten ter beoordeling voor lag. De Raad van State heeft in haar uitspraak geoordeeld dat de stikstof die in de bouwfase vrijkomt niet buiten beschouwing mag worden gelaten. Concreet betekent dit dat de bouwvrijstelling geschrapt is en de juridische situatie teruggedraaid is naar het wettelijk kader vóór 1 juli 2021. Dit houdt in dat voor alle plannen en projecten zowel de tijdelijke bouwfase alsook de permanente gebruiksfase beoordeeld dient te worden. Voor het onderhavige plan is daarom een beoordeling van zowel de bouwactiviteiten als de gebruiksfase aan de orde. Bij de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is onderzocht of het planvoornemen leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit kader is een notitie beoordeling stikstof opgesteld op basis van een AERIUS-berekening (projectnr. J202007 d.d. 30 januari 2023, Bijlage 8) uitgevoerd.

Realisatiefase Voor de bouw van de woningen is aangesloten bij de kengetallen. Hierbij is aangesloten bij het kengetal van 3 kg NOx/ per woning op basis van de Handreiking woningbouw en Aerius van het Rijk (zie bijlage 1 in Bijlage 8). Met het planvoornemen worden 10 woningen gerealiseerd. Conform de kengetallen genereert het plan tijdens de bouwfase een totale emissievracht van (10 * 3) 30 kg NOx. Er is aangenomen dat de bouwfase 1 jaar in beslag neemt. Daarnaast is er ook sprake van een sloopfase van de bestaande panden. Er wordt aangenomen dat bij de sloop van de bestaande loods iets minder NOx vrij komt dan bij de bouw van een woning. Derhalve is met 2 kg NOx/jaar gerekend. De totale emissievracht is daarmee voor de realisatiefase (sloop en bouw) 32 kg NOx. De verkeersbewegingen tijdens de bouw en sloop zijn ingeschat op 100 lichte bewegingen, 50 middelzware en 150 zware verkeersbewegingen per bouwjaar. De emissies ten gevolge van de bouwfase zijn doorgerekend met de Aerius calculator. Hierbij is uitgegaan van rekenjaar 2023. Uit de berekening van de bouwfase volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op de ingevoerde rekenpunten groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Deze berekening is bijgevoegd in bijlage 2 bij Bijlage 8. Gebruiksfase Er wordt uitgegaan dat het project gasloos zal worden uitgevoerd.

In de gebruiksfase is derhalve alleen sprake van een verkeersgeneratie. De bestaande bedrijfswoning is reeds bestaand gebruik. Met het planvoornemen worden derhalve 8 nieuwe twee- onder – een kap woningen en 1 vrijstaande woning gebouwd.

36

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

Op basis van de CROW normen geldt dat een norm van 8 bewegingen per twee-onder-een kap woning per etmaal in een weinig stedelijk gebied in het centrum. Voor een vrijstaande woning geldt een norm van 8,3 verkeersbewegingen per etmaal. Het planvoornemen genereert daarmee 73 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Ten aanzien van het modelleren van verkeerstromen in de Aerius calculator is de vraag aan de orde op welk moment het verkeer op gaat in het heersende verkeersbeeld en dus niet meer onderscheidend is door het planvoornemen. De afwikkeling van het verkeer is verondersteld vanaf de markt evenredig in drie richtingen af te wikkelen over de Baexemerweg, Bosstraat en de Dorpstraat. Het verkeer is hier 200 meter gemodelleerd. Vervolgens zal het verkeer op gaan in het heersende verkeersbeeld. Er wordt aangenomen dat het verkeer een gemiddelde stagnatie van 10% ervaart op dit traject. Uit de berekening van de gebruiksfase volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op de ingevoerde rekenpunten groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Deze berekening is bijgevoegd in bijlage 3 bij Bijlage 8.

Conclusie Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen op basis van het voorgaande met zekerheid worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. 4.6.3 Aanvullend ecologisch onderzoek Naar aanleiding van de resultaten c.q. bevindingen uit de quickscan flora en fauna (zie paragraaf 4.6.1) is een aanvullende ecologisch onderzoek naar vleermuizen (project 2022-130, d.d. 27 oktober 2022) uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is tevens toegevoegd als Bijlage 9 bij deze toelichting. Tijdens dit aanvullende onderzoek zijn 4 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Hierbij zijn in de bebouwing binnen het plangebied 1 zomer- en 1 paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis vastgesteld. Deze verblijfplaatsen worden bij de beoogde ingreep weggenomen. In de directe omgeving zijn tevens 2 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis vastgesteld. In dit kader zijn alleen de twee vastgestelde verblijfplaatsen bij de te slopen loods relevant. De vastgestelde verblijfplaatsen bij de woning zijn niet relevant aangezien deze voormalige bedrijfswoning gewoon als woning in gebruik blijft. Voor de zorgvuldigheid worden deze wel meegenomen mocht de woning op termijn worden gerenoveerd.

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

37

Vastgestelde vleermuisverblijfplaatsen De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen 2 verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de bebouwing met vleermuisverblijfplaatsen gesloopt kunnen worden. Om dit te borgen is een sloopregeling opgenomen zodat het verboden is om zondere of in afwijking van een omgevingsvergunning een gebouw te slopten. Een dergelijke ontheffingsaanraag zal in combinatie met een activiteitenplan worden voorbereid en worden ingediend bij het bevoegd gezag zijnde de provincie Limburg.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

4.7.1 Archeologie De gemeente heeft voor het gehele grondgebied een archeologische verwachtingenkaart vastgesteld. Op deze kaart is te zien aan welke gebieden archeologische waarden en archeologische verwachtingswaarden (hoog, middelhoog en laag) zijn toegekend. Ook is hierop het provinciaal aandachtsgebied aangegeven. Gevolgen planvoornemen Op grond van deze verwachtingenkaart is het plangebied in het geldend bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 4' en 'Waarde – Archeologie 5'. Op basis van deze dubbelbestemmingen geldt, dat bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen waarbij de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van meer dan 250 m2 (archeologie 4) dan wel 1.000 m2 (archeologie 5) en de bodem voor meer dan 0,4 beneden het maaiveld wordt verstoord, een rapport dient te worden overlegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld (artikel 28.2 en 29.2). Omdat het bouwplan voorziet in een oppervlakte aan verharding en bouwwerken die de maximale verstoringsoppervlakte overschrijdt en ook sprake is van een overschrijding van de verstoringsdiepte, is ervoor gekozen om archeologisch bureauonderzoek te laten uitvoeren om de archeologische verwachtingswaarde nader te specificeren (rapportnummer 17707.001, versienummer 1.1.

20 december

38

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

2021). De conclusies van dit onderzoek worden hieronder kort weergegeven. Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 10. Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit alle perioden van het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde hoge archeologische verwachtingswaarde is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Vanwege de gedeeltelijke ligging van het plangebied in een historische kern is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de grote kans op het voorkomen van puinlagen die aan historische bebouwing toegeschreven kunnen worden. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Omdat het plangebied momenteel voor een groot deel verhard en bebouwd is, is een alternatieve optie van vervolgonderzoek een opgraving - variant archeologische begeleiding.

Hierbij begeleidt de archeoloog de civieltechnische graafwerkzaamheden waarbij archeologische waarden bij het aantreffen direct geborgen worden en daarmee ex situ worden behouden. Ook voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Geadviseerd wordt om wanneer de logistieke planning van de ingrepen in het plangebied (dus zowel de sloop van de huidige bebouwing en verharding als in een later stadium de realisatie van de geplande nieuwbouw en infrastructuur) duidelijk is in overleg met de bevoegde overheid (gemeente Leudal) een definitieve keuze te maken welke optie voor deze locatie het meest geschikt is. Vooralsnog is er voor gekozen om nog geen vervolgonderzoek uit te voeren. Derhalve blijven de vigende dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie' overeenkomstig het geldende bestemmingsplan gehandhaafd. Op basis van het archeologisch bureau onderzoek is aanvullend bepaald dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is indien de verstoring zich beperkt tot 0 cm onder het oppervlak. 4.7.2 Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te worden gehouden met cultuurhistorische belangen.

Gevolgen planvoornemen Op grond van de cultuurhistorische waardenkaart is te zien dat het plangebied is gelegen aan de rand van de historische kern. Er is verder geen sprake van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of cultuurhistorisch waardevolle elementen binnen het plangebied. Het plangebied zelf betreft een oude locatie voor een transportbedrijf en heeft derhalve geen enkele cultuurhistorische waarde. Het dichtstbijzijnde object met cultuurhistorische waarde betreft het Rijksmonument Heilig Hart Kapel aan de Markt. Met het transformeren van het plangebied naar een woonbestemming wordt de uitstraling van de Markt als dorpskern juist versterkt, en daarmee ook de cultuurhistorische waarden van deze locatie. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

39

Afbeelding 22: Uitsnede verbeelding Cultuurhistorische Waardenkaart. Plangebied indicatief blauw omcirkeld

40

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

4.8

Verkeer en parkeren

4.8.1 Verkeersgeneratie Bij de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is onderzocht in hoeverre het planvoornemen leidt tot een aanvaardbare verkeersgeneratie. Om de effecten van het planvoornemen op de verkeersgeneratie te beoordelen is op basis van de verkeersgeneratiecijfers uit de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig Parkeren', publicatie 381 (december 2018) de verkeersgeneratie van het huidige gebruik van de locatie (transportbedrijf) met die van het beoogd gebruik (woningen) vergeleken. Gevolgen planvoornemen Vooropgesteld dient te worden vermeld dat met het onderhavig bestemmingsplan een bedrijfsbestemming met functieaanduiding 'transportbedrijf' wordt omgezet naar een woonbestemming. Hiermee wordt de planologische mogelijkheid voor het vestigen van een transportbedrijf in het plangebied beëindigd. Voor een transportbedrijf in rest bebouwde kom in niet stedelijk gebied (Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) geldt een verkeersgeneratie van gemiddeld 4,8 per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte. Het bedrijfsvloeroppervlakte van de bedrijfsbebouwing bedraagt in totaal 520 m2. Voor een transportbedrijf kan dientengevolge worden uitgegaan van een verkeersgeneratie van 25 verkeersbewegingen per etmaal, waaronder zwaar transportverkeer. De bestaande bedrijfswoning is reeds bestaand gebruik.

Met het planvoornemen worden derhalve 8 nieuwe twee-onder-een-kapwoningen en 1 vrijstaande woning (levensloopbestendig) gebouwd. Op basis van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381) geldt in een niet stedelijk gebied in rest bebouwde kom een norm van 8,2 bewegingen per twee- onder-een kap woning per etmaal. Voor een vrijstaande woning geldt een norm van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Het planvoornemen genereert daarmee 82 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de verkeersgeneratie van de locatie weliswaar in getal toeneemt, maar dat het zware vrachtverkeer hiermee uit het plangebied verdwijnt. De verkeersgeneratie ten behoeve van woningen zal opgaan in het algemene verkeer in de kern Grathem. De huidige ontsluiting van het plangebied op de Markt is voldoende om deze verkeersgeneratie af te wikkelen. 4.8.2 Parkeren Voldoende parkeergelegenheid is een randvoorwaarde voor bijna elke ruimtelijke ontwikkeling. Daarom dient getoetst te worden of er bij een bouwplan of ontwikkeling op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen en ruimte voor laden en lossen wordt voorzien. Deze eis is ook op genomen in de regels van onderhavig bestemmingsplan.

Aan de gestelde eis van voldoende parkeergelegenheid wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen opgenomen in de Nota Parkeernormen Leudal 2016 worden nageleefd. Uiteraard dient voldoende parkeergelegenheid in stand te worden gehouden. Gevolgen planvoornemen Om de effecten van het planvoornemen op de parkeerbehoefte te beoordelen is op basis van de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen Leudal 2016 de parkeerbehoefte van het toekomstige gebruik berekend. Het planvoornemen betreft de realisatie van 8 nieuwe twee-onder-een-kap woningen en 1 vrijstaande woning (levensloopbestendig). De bestaande bedrijfswoning wordt als reguliere vrijstaande woning gehandhaafd. Derhalve voorziet het planvoornemen in 10 woningen. Op basis van de omgevingsadressendichtheid kan de gemeente Leudal worden aangemerkt als weinig stedelijk gebied. Daarnaast is het plangebied gelegen in het gebiedstype 'centrum'. Ten aanzien van niet stedelijk gebied geldt voor twee-onder-een-kapwoningen in rest kom een parkeerbehoefte

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

41

van 2,6 parkeerplaatsen per woning. Voor deze 8 woningen dienen dus 20,8 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Voor vrijstaande woningen geldt een parkeerbehoefte van 2,7 parkeerplaatsen per woning. Voor de twee vrijstaande woningen geldt dus een parkeerbehoefte van 5,4 parkeerplaatsen. De voormalige bedrijfswoning is reeds bestaand hoeft hoeft dan ook niet meegeteld te worden. Op basis van de parkeerkencijfers kan dientengevolge worden uitgegaan van een totale parkeerbehoefte van 23,5 parkeerplaatsen. In de huidige situatie vindt het parkeren op eigen terrein plaats (1 parkeerplaats per woning) maar ook in de openbare ruimte door middel van parkeervakken (10 stuks) aan de nieuwe ontsluitingsweg. In totaal wordt daarmee voorzien in 19 parkeerplaatsen voor de 9 nieuwe woningen. Aan de parkeerbehoefte van het planvoornemen wordt dientengevolge niet voldaan. Echter kan gesteld worden dat het hier kleinere levensloopbestendige woningen betreft waarvoor uitgegaan kan worden van een lagere norm waardoor van eventuele parkeeroverlast geen sprake is.

4.9

Waterhuishouding

Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Belangrijke thema’s zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toelichting aan te geven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Deze paragraaf kan als waterparagraaf worden beschouwd. 4.9.1 Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.

Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: Integraal waterbeheer: Het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet) water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen. Afwenteling voorkomen: Het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Om afwenteling te voorkomen, maken beheerders onderling afspraken over acceptabele hoeveelheden en de kwaliteit van het te ontvangen water. Om afwenteling te voorkomen gelden ook de volgende tritsen: 1. vasthouden-bergen-afvoeren 2. schoonhouden-scheiden-schoonmaken Ruimte en water verbinden: Bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Het doel is dat de scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of elkaar versterken. Met deze aanpak is het vaak mogelijk het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten.

42

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

4.9.2 Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Per 1 april 2019 is de gewijzigde Keur van het Waterschap Limburg in werking getreden. Sindsdien dienen alle plannen te worden voorgelegd aan het waterschap (hierbij is ook de ondergrens van 2.000 m2 niet meer van toepassing). Bij nieuwe plannen is het vooral van belang dat het hemelwater afkomstig van het nieuw te verharden oppervlakte gebufferd/geïnfiltreerd zal worden volgens de norm van 100 mm per m2 in 24 uur.

Hierbij worden de volgende toetsingspunten gehanteerd: Circa 10% van het plangebied reserveren voor water; Rekening houden met hoogteverschillen in het plangebied en omgeving; Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand; Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit; Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit; Toepassen voorkeurstabel afkoppelen; Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur; Beheer en onderhoud regelen; Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan. 4.9.3

Gevolgen planvoornemen

Huidige situatie waterhuishouding Hemelwater Het plangebied is momenteel grotendeels verhard ten behoeve van de bedrijfsvoering als transportbedrijf. Het betreft de bestaande bebouwing en de wasplaats. Daarnaast zijn ook delen van het perceel bij de bedrijfswoning verhard. De overige onbebouwde delen van het terrein zijn voorzien van een halfverharding door middel van grind, waardoor infiltratie van hemelwater in de huidige situatie mogelijk is. De totale oppervlakte van verharding bedraagt momenteel 1.232 m2.

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

43

Afbeelding 23: Huidige situatie verharding perceel Markt 8 en 8a Oppervlaktewater Binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan zijn geen oppervlaktewateren aanwezig. Natuurwaarden Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van beschermde natuurgebieden (Natura 2000, NNN) of binnen hydrologische beschermingszones, zoals waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied.

toekomstige situatie waterhuishouding Hemelwater Het planvoornemen ziet toe op de verwijdering van bedrijfsbebouwing en de realisatie van 9 nieuwe levensloopbestendige woningen en een ontsluitingsweg. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden als reguliere woning. De totale oppervlakte van verharding zal met het planvoornemen 2.397 m2 bedragen. Het verhard oppervlak binnen het plangebied neemt daarmee in de toekomstige situatie toe met 1.165 m2 ten opzichte van de huidige situatie (1232 m2). Indien de toename aan verhard oppervlak als gevolg van de planontwikkeling meer dan 500 m2 in het stedelijk gebied of meer dan 1.500 m2 in het landelijk gebied bedraagt, dan is het plan op grond van het waterschapsbeleid compensatieplichtig.

44

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

Afbeelding 24: Toekomstige situatie verharding perceel Markt 8 en 8a op basis van stedenbouwkundig plan

Afkoppeling en waterberging In het kader van het bevorderen van het duurzaam omgaan met water is het beleid van de gemeente en het waterschap erop gericht om schoon hemelwater af te koppelen van het gemengde rioolstelsel (of niet aan te koppelen). Hemelwater dat van de daken en verharding af stroomt is aan te merken als schoon. Het (schone) hemelwater van de nieuwe levensloopbestendige woning en verhardingen zal worden afgekoppeld en niet op de riolering worden aangesloten, maar in de bodem worden geïnfiltreerd. Het hemelwater zal direct op eigen terrein worden geïnfiltreerd. Hiervoor wordt een norm gehanteerd van 100 mm per m2 in 24 uur. Uitgaande van een verhard oppervlak van ca. 2.397 m2, dient de capaciteit van de bergingsvoorziening minimaal (2397 x 0,1 =) 239,7 m3 te bedragen. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Het hemelwater dient daarom zoveel mogelijk te worden afgekoppeld van het rioleringsstelsel en op eigen terrein worden verwerkt. Hierin zal worden voorzien middels de aanleg van infiltratiekratten in overleg met de gemeente Leudal. Het hemelwater hemelwater vanuit de openbare ruimte c.q. infrastructuur wordt geinfiltreerd in het openbaar gebied. Het hemelwater afkomstig van de woning wordt op eigen terrein geinfiltreerd. Hiervoor worde de noodzakelijke infiltratiekratten aangelegd onder de oprit dan wel terras bij de woningen.

De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan de gestelde eisen. Van belang is dat zo min

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

45

mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan het grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de bodem en/of het oppervlaktewater. De nieuwe levensloopbestendige woningen worden dan ook voorzien van een gescheiden rioolstelsel. Het hemelwater van het de woningen en de nieuwe verhardingen worden volledig afgekoppeld. Hiervoor worden de nodige maatregelen getroffen en noodzakelijke voorzieningen aangelegd met voldoende bergingscapaciteit onder de aan te leggen infrastructuur. Het gescheiden rioolstelsel binnen het plangebied wordt aangesloten op het bestaande gemengde rioolstelsel zoals aanwezig ter plaatse van de bestaande infrastructuur ter hoogte van de Markt. Het vuilwater wordt via dit stelsel afgevoerd naar de dichtbijzijnde rioolwaterzuivering. De reguliere woning (voormalige bedrijfswoning) blijft op dezelfde wijze aangesloten op het bestaande gemengde rioolstelsel zoals aanwezig ter hoogte van het plangebied. 4.9.4 Conclusie Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Onderhavig plan wordt voorgelegd aan het waterschap ter beoordeling.

4.10

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.10.1 Algemeen In de Wet milieubeheer (Wm) en het bijbehorende Besluit m.e.r. zijn activiteiten genoemd waarvoor een milieueffectrapportage (MER) dient te worden opgesteld. Op basis van het Besluit m.e.r. wordt getoetst of een bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (C-lijst) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (D-lijst). In die lijst is per categorie een drempelwaarde opgenomen. Deze drempelwaarden hebben een indicatief karakter, hetgeen inhoudt dat in bepaalde gevallen – ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden – een beoordeling dient plaats te vinden of het planvoornemen kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen. Deze beoordeling dient te geschieden aan de hand van de onderstaande selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU).

4.10.2 Gevolgen planvoornemen De beoogde ontwikkeling omvat de transformatie van een voormalige transportbedrijfslocatie naar een woongebied met 9 levensloopbestendige woningen en de herbestemming van de voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woning. Deze ontwikkeling komt in de lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport (Besluit m.e.r.) het volgende opgenomen: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' De voorgenomen ontwikkeling kan worden aangeduid als een dergelijke stedelijke ontwikkeling, maar deze ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd, omdat sprake is van een besluit uit de vierde kolom van onderdeel D.

46

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij': een m.e.r.-procedure is alleen nodig als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. Op grond van de Wm houdt het bevoegd gezag bij haar besluit rekening met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: Kenmerken van het project; Locatie van het project; Kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 4.000 m2 en richt zich op de transformatie/herstructurering van een bedrijfslocatie in het centrum van Grathem naar een woonbestemming, waarbij 9 nieuwe woningen worden gerealiseerd en de voormalige bedrijfswoning wordt herbestemd tot reguliere woning. In totaal gaat het om slechts 10 woningen. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten en bij de ontwikkeling van het planvoornemen wordt niet permanent gebruik gemaakt van naruurlijke hulpbronnen. Naast het regulier afval van de toekomstige woning zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. Tijdens de aanlegfase zal eventueel mogelijk sprake zijn van tijdelijke hinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden, maar dit betreft geen hinder groter dan bij regulier bouwwerkzaamheden.

Na realisatie van de woningen zal sprake zijn van een verbetering van de situatie ter plaatse omdat geen sprake meer is van een bedrijfsbestemming met hinder op de directe omgeving. Met de realisatie van de woning is geen sprake van de realisatie van een nieuwe risicobron. Verder ligt het plangebied niet binnen de invloedsfeer van door Wet natuurbescherming beschermende gebieden. Gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom van de kern Grathem is geen sprake van een gevoelig gebied en zijn er in de directe omgeving en binnen het plangebied geen monumenten aanwezig. Ten aanzien van de kernmerken van het potentiële effect wordt gemakshalve verwezen naar hoofdstuk 4 van deze toelichting. Hierin is het planvoornemen getoetst aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten.en zijn de noodzakelijke onderzoeken uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er geen sprake is van significantie milieueffecten. Daarnaast is er sprake van permanente woningbouw, waarbij de effecten blijven zijn. Zoals echter al aangegevn zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de beschrijving van omgevingsaspecten in deze bestemmingsplantoelichting, is een verdere beschouwing van potentiële effecten niet aan de orde.

Hieruit blijkt immers dat er geen (significante) milieueffecten te verwachten zijn die aanleiding geven tot een m.e.r.-procedure. Gelet op de voorgaande gebruik van het plangebied als locatie voor een transportbedrijf betekent het planvoornemen juist een positieve ontwikkeling gelet op de milieusituatie in het plangebied en de directe omgeving. Er is immers sprake van een kwaliteitsverbetering voor de omgeving door het herstructureren c.q. transformeren van het plangebied van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. Gezien het vorenstaande en indien het planvoornemen wordt vergeleken met de drempelwaarden uit

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

47

onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk planvoornemen is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn zodanig beperkt van aard en omvang dat dit geen significante milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

48

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

Hoofdstuk 5 5.1

Juridisch plan

Algemeen

Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven voor de transformatie van een voormalige locatie voor een transportbedrijf naar een woonlocatie. Hiervoor is aansluiting gezocht bij het vigerend bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017'. De planregels en verbeelding sluiten aan bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012).

5.2

Systematiek

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan en dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Voor de opbouw van een bestemmingsplan is een standaard ontwikkeld, de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden gebruik gemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. De hoofdstukindeling van de regels bestaat uit: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

5.2.1 Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart opgebouwd uit (dubbel)bestemmingen (in kleurvlakken) en aanduidingen. De bestemming wordt voornamelijk ingegeven door de gewenste mogelijkheden in het plan met als randvoorwaarde een goede ruimtelijke ordening. De dubbelbestemmingen overlappen bestemmingen en geven eigen aanvullende regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Aanduidingen worden ten slotte gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties voor het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. De verbeelding moet voldoen aan de landelijke standaarden (SVBP). In deze standaarden zijn afspraken vastgelegd over standaardbestemmingen en de weergave van bestemmingen en aanduidingen (zoals kleurgebruik, lijnen/vlakken, etc.). De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale BGT en BRK ondergrond, schaal 1:1000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hierbij dient te worden aangetekend dat de BGT en BRK ondergrond geen juridische status heeft.

5.2.2 Regels De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouwen gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem’ zijn opgebouwd conform de door de SVBP2012 voorgeschreven systematiek en zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017'. De regels omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels, en ten slotte de overgangs- en slotregels.

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

49

5.2.2.1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.2.2.2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer De bestemming 'Verkeer' is voorzover relevant overgenomen uit het bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017'. Deze bestemming is opgenomen ten behoeve van de te realiseren ontsluitingsweg naar de Markt met daarbij behorende parkeer-, groen en watervoorzieningen. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd, en bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals lantaarns voor straatverlichting. Artikel 4 Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en erven. Onder deze bestemming worden grondgebonden vrijstaande en twee-aaneen gebouwde woningen toegestaan. Bij deze bestemming is de situering van het hoofdgebouw (de woning) toegestaan binnen een bouwvlak.

In de bouwregels zijn onder meer de maximale goot- en bouwhoogte voor de woning en bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen, carports en erkers) opgenomen. In de gebruiksregels wordt beschreven welk gebruik als strijdig met het plan wordt aangemerkt, en zijn de randvoorwaarden genoemd waarbinnen aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven zijn toegestaan. Artikel 5 Waarde - Archeologie 4 In het plangebied zijn eventueel aanwezige archeologische waarden beschermd door deze dubbelbestemming. Voor deze gebieden geldt een vergunningsverplichting bij werkzaamheden waarbij de grond wordt verstoord dieper dan 40 cm en groter dan 250 m². Uitgezonderd als de verstoring zich beperkt tot 0 cm onder het oppervlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 0'. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat er geen sprake is van archeologische waarden in het plangebied. Indien dit wel het geval is kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de voorschriften verbinden, zoals het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden, de verplichting tot het doen van opgravingen of het laten begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige.

Artikel 6 Waarde - Archeologie 5 In het plangebied zijn eventueel aanwezige archeologische waarden beschermd door deze dubbelbestemming. Voor deze gebieden geldt een vergunningsverplichting bij werkzaamheden waarbij de grond wordt verstoord dieper dan 40 cm en groter dan 1000 m². Uitgezonderd als de verstoring zich beperkt tot 0 cm onder het oppervlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 0'. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat er geen sprake is van archeologische waarden in het plangebied. Indien dit wel het geval is kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de voorschriften verbinden, zoals het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden, de verplichting tot het doen van opgravingen of het laten begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige.

50

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

5.2.2.3 Algemene regels De algemene regels bevatten regels die in beginsel op meerdere bestemmingen van toepassing zijn. Naast de wettelijk verplichte anti-dubbeltelregel die onder de algemene regels moet worden geplaatst, zijn in dit bestemmingsplan algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels opgenomen. Bij de algemene afwijkingsregels is sprake van een bevoegdheid en dus geen plicht van het bevoegd gezag om daar aan mee te werken. 5.2.2.4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk van de regels is het overgangsrecht ten aanzien van bestaande legale situaties opgenomen. De slotregels geeft aan hoe naar de regels van dit plan dient te worden verwezen.

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

51

52

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Economische aanvaardbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarnaast is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening voor de gemeente de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten) deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer. Als er met een initiatiefnemer geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. 6.1.1 Anterieure overeenkomst De gemeenteraad kan besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Bro, of indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Tussen de gemeente Leudal en initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn de afspraken over de plankosten, planschade, soort woningen (levensloopbestendig), inrichting openbaar gebied, inclusief het bouwrijp en woonrijp maken, overdracht openbaar gebied e.d. neergelegd.

Het aangaan van de overeenkomst is een voorwaarde om het ontwerpbestemmingsplan in procedure te brengen. Door middel van deze anterieure overeenkomst is het kostenverhaal (anderszins) verzekerd. Het plan is derhalve economisch uitvoerbaar. 6.1.2 Planschade Op grond van artikel 6.1 Wro kennen burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden ten gevolge van onder meer een wijziging van het bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming in die schade toe. Daarbij geldt dat het moet gaan om schade die redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en die niet reeds voldoende anderszins is verzekerd. Degenen die schade lijden door planologische wijzigingen krijgen de schade slechts vergoed voor zover deze niet binnen het normaal maatschappelijk risico valt. De schade die minder bedraagt dan 2% van de waarde van de onroerende zaak of het inkomen van de aanvrager voorafgaand aan de planologische wijzigingen blijft in ieder geval voor rekening van de aanvrager. Deze forfaitregeling geldt niet voor schade in de vorm van waardevermindering indien de planologische wijziging ziet op het eigen perceel van de benadeelde, de zogenaamde 'directe' planschade.

Het planvoornemen voorziet in de transformatie van de voormalige locatie van een transportbedrijf naar een woonlocatie door middel van de realisatie van 9 nieuw te bouwen (levensloopbestendige) woningen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning. De afwenteling van eventuele planschade als gevolg van deze ruimtelijke ontwikkeling maakt deel uit van de anterieure overeenkomst.

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

53

6.2

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Het plangebied betreft de voormalige locatie van een transportbedrijf. Met de herontwikkeling van deze locatie wordt de huidige bedrijfsbestemming temidden van de woonwijk omgezet naar een woonbestemming, waarmee nieuwe mogelijk hinder veroorzakende functies niet meer mogelijk zijn. Hiermee kan ter plaatse van de bestaande woonwijk worden gesproken van een forse verbetering van het woon- en leefklimaat in de vorm van het wegnemen van in het verleden ervaren geluidsoverlast van dit bedrijf en verbetering van de luchtkwaliteit. Daarnaast heeft voorafgaand aan het principeakkoord een omgevingsdialoog (Bijlage 1) plaatsgevonden. Uit deze dialoog is de wens naar voren gekomen om de privacy van omwonenden zo veel mogelijk te beschermen. Daarom wordt gevraagd op de verdieping richting de perceelgrenzen, geen daglichtopeningen te maken. Aan dit verzoek wordt bij de realisatie van het bouwplan voor de levensloopbestendige woningen tegemoet gekomen. Tevens heeft het college besloten dat op de perceelgrens ter plaatse van de tuin van de Markt 2a een gemetselde afscheiding moet komen met een hoogte van 2.5 meter. Dit is met een voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd. Initiatiefnemer heeft omwonenden de gelegenheid geboden om ook op het aangepaste plan te reageren. Hieruit zijn verder geen bezwaren meer naar voren gekomen.

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande naar alle waarschijnlijkheid niet op zwaarwegende planologische bezwaren uit de omgeving stuiten. Dit bestemmingsplan wordt ten slotte conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.

54

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

Te volgen procedure

Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure, te weten: a.

Ontwerp: 1. ter inzage legging (ontwerp bestemmingsplan) 2. Zienswijzen b. Vaststelling door de Raad c. Beroep: 1. (Gedeeltelijk) onherroepelijk bestemmingsplan 2. Reactieve aanwijzing 3. Beroep bij Raad van State In het kader van deze procedure kunnen gedurende de ter inzageligging van het ontwerp bestemmingsplan (fase b) zienswijzen worden ingesteld. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen wordt daarvan steeds melding gemaakt. Uiteindelijk besluit de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, indien nodig, over het plan in zijn onherroepelijke vorm.

7.2

Vooroverleg met instanties

Onderhavig planvoornemen heeft betrekking op de transformatie van een voormalige locatie van een transportbedrijf in het bestaand bebouwd gebied naar een woonlocatie in het 'centrum' van de kern Grathem. Hiervoor wordt de nu geldende bedrijfsbestemming (waar specifiek ook een transportbedrijf is toegestaan) omgezet in een woonbestemming. Het planvoornemen draagt daarmee bij aan de gewenste transformatie van bedrijfsbestemmingen binnen de kern Grathem, en zorgt ervoor dat het plangebied een logische aansluiting vormt bij de directe omgeving. Het planvoornemen voldoet hiermee aan rijks-, provinciale, waterschaps- en gemeentelijke belangen. Om deze reden is er geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De vooroverlegpartners zijn wel geinformeerd over de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan.

7.3

Ontwerp en vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 15 december 2022 tot en met 25 januari 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze kenbaar te maken. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Er zijn geen zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Het bestemmingsplan is in de raadsvergadering van 21 maart 2023 ongewijzigd vastgesteld.

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

55

Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -

Markt 8(a) te Grathem Gemeente Leudal

BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -

Markt 8(a) te Grathem Gemeente Leudal

IDN-nummer:

NL.IMRO.1640.BP22GrMarkt8-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

21 maart 2023

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Verslag omgevingsdialoog

6

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

22

Bijlage 3

Briefrapportage aanvullend bodemonderzoek

142

Bijlage 4

Evaluatierapport bodemsanering

181

Bijlage 5

Historisch bodemonderzoek

208

Bijlage 6

Advies Veiligheidsregio Limburg-Noord

211

Bijlage 7

Quickscan Flora & Fauna

214

Bijlage 8

Notitie beoordeling stikstof

265

Bijlage 9

Aanvullend onderzoek ecologie (vleermuizen)

290

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek

306

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

3

4

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

5

Bijlage 1

6

Verslag omgevingsdialoog

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

Bijlage 2

22

Verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Locatie Markt 8 (a) te Grathem 18542.BKK

Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem

Colofon BKK Bodemadvies bv Bezoekadres:

Kruisstraat 6 5768 RW MEIJEL

Postadres:

Postbus 55 5768 ZH MEIJEL

tel: e-mail:

077-4661141 info@bkk-advies.nl

Projectgegevens Projectnummer: Projectlocatie: Datum rapport:

18542 Grathem, Markt 8 (a) 7 november 2018

In opdracht van:

Gemeente Leudal t.a.v. de heer A. van Heesewijk Leudalplein 1 6093 HE Heythuysen

Het veldwerk is onder certificaat EC-SIK-20261 en onafhankelijk van de opdrachtgever conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001, 2002 en 2018, uitgevoerd door de heren B. Abbink en J. Wilms.

Auteur (projectleider): Ing. B.E.G.G. Verhoeve

Interne controle: Ing. P.W.H. Kessels

Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij BKK Bodemadvies bv een hoge prioriteit. BKK Bodemadvies hanteert daartoe een kwaliteitssysteem volgens de NEN-EN-ISO 9001: 2008, certificaatnummer nr. EC-KWA-00050. Indien u een klacht heeft over de uitvoering van de werkzaamheden binnen de reikwijdte van dit certificatieschema, vernemen wij dat graag zo snel mogelijk van u. Mocht dit niet tot tevredenheid leiden, kunt u zich in tweede instantie wenden tot onze certificerende instelling, Normec Certification b.v. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of BKK Bodemadvies bv.

18542.BKK / BV

Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................2

2.

VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET......................................................3 2.1. Algemeen ..................................................................................................3 2.2. Vooronderzoek ...........................................................................................3 2.2.1. Ligging onderzoekslocatie en omgeving.........................................................3 2.2.2. Terreininspectie .........................................................................................4 2.2.3. Historie onderzoekslocatie en omgeving ........................................................5 2.2.4. Bouw- milieuvergunningen ..........................................................................5 2.2.5. Boven- en ondergrondse tanks.....................................................................6 2.2.6. Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten............................................6 2.3. Eerder verricht bodemonderzoek ..................................................................6 2.4. Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................6 2.4.1 Bodemopbouw ...........................................................................................6 2.4.2. Geohydrologische gegevens.........................................................................7 2.4.3.

Grondwaterbeschermingsgebied...................................................................7 2.5. Achtergrondwaarden grondwater..................................................................7 2.6. Nota bodembeheer / bodemkwaliteitskaart Leudal ..........................................8 2.7. Conclusies vooronderzoek ...........................................................................8

3.

ONDERZOEKSPROGRAMMA ............................................................................9 3.1. 3.2. 3.3.

4.

UITVOERING VAN HET ONDERZOEK .............................................................. 11 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

5.

Inleiding.................................................................................................. 11 Maaiveldinspectie ..................................................................................... 11 Veldwerkzaamheden ................................................................................. 11 Veldwaarnemingen ................................................................................... 12 Bemonstering .......................................................................................... 12 Laboratoriumonderzoek............................................................................. 13 ONDERZOEKSRESULTATEN .......................................................................... 16

5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 6.

Hypothese .................................................................................................9 Strategie van het onderzoek ........................................................................9 Asbest .................................................................................................... 10

Toetsingskader en resultaten asbest ........................................................... 16 Toetsingskader algemeen .......................................................................... 16 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit ........................................................ 17 Toetsing en interpretatie analyseresultaten.................................................. 18 Interpretatie analyseresultaten .................................................................. 20 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................ 22

BIJLAGEN Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V Bijlage VI Bijlage VII Bijlage VIII 18542.BKK / BV

Topografische situatie Kadastrale gegevens Overzichtstekening Boorprofielen met beschrijvingen Analysecertificaten Toetsingsoverzichten analyseresultaten Foto’s onderzoekslocatie KIWA certificaat

1

Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem

1.

INLEIDING

In opdracht van de gemeente Leudal is door BKK Bodemadvies bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de percelen sectie C, nummers 2154, 2396* en 2397, behorende bij de locatie Markt 8 (a) te Grathem. *

Perceel 2396 was in eerste instantie niet in de onderzoeksopzet opgenomen, echter is naderhand op verzoek van de gemeente Leudal in het onderzoek betrokken, aangezien dit perceel ook bi, de aankoop van het terrein behoort. Daarnaast zou – op basis van achteraf verkregen informatie – binnen dit perceel een ondergrondse HBO-tank hebben gelegen.

Het verkennend bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om de bodemkwaliteit vast te kunnen stellen in het kader van de aankoop van de onderzoekslocatie. In het onderzoek wordt vastgesteld of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen bevat die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en/of het milieu in het algemeen en zodoende een belemmering of beperking kunnen vormen voor de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie. Er wordt een globaal inzicht gegeven in de aard, de omvang en de gehalten, c.q. concentraties van mogelijke verontreinigende stoffen in de bodem. Op grond hiervan kan een milieukundige beoordeling van de bodem worden gegeven. Ook kan een uitspraak worden gedaan over de noodzakelijkheid van een aanvullend of een nader onderzoek. Referentiekader Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse norm "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5740). Het veldwerk is uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000: “Beoordelingsrichtlijn voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” met toepassing van de protocollen 2001 en 2002 (plaatsen van boringen / peilbuizen en het nemen van grondwatermonsters) en protocol 2018 (onderzoek naar asbest in bodem). BKK Bodemadvies bv is gecertificeerd voor deze protocollen met het certificaatnummer EC-SIK-20261.

Aan de hand van het uitgevoerde vooronderzoek conform NEN 5725 is de hypothese vastgesteld met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteit. Hieruit volgt met behulp van de NEN 5740/A1 de te volgen onderzoeksstrategie. De opdrachtnemer “BKK Bodemadvies bv” waarborgt dat aan de functionele scheiding, zoals bedoeld in paragraaf 3.2.7 van BRL SIKB 2000 (versie vigerend) wordt voldaan en dat er geen opdrachten worden uitgevoerd indien de eigenaar van de onderzoekslocatie tot de organisatie van de opdrachtnemer behoort. Afbakening van het onderzoek Hoewel tijdens het onderzoek naar een zo groot mogelijke representativiteit wordt gestreefd, is steeds het risico aanwezig dat eventuele locale afwijkingen in het te bemonsteren materiaal niet worden gedetecteerd. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een beperkt aantal proefgaten, boringen en chemische analyses. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Aan de resultaten van het onderzoek kunnen derhalve geen absolute waarden worden toegekend. Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport worden de bevindingen van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Hoofdstuk 1 betreft de inleiding en in hoofdstuk 2 worden nadere gegevens omtrent de onderzoekslocatie weergegeven. Hoofdstuk 3 geeft het onderzoeksprogramma weer en in hoofdstuk 4 wordt de uitvoering van het onderzoek beschreven.

In hoofdstuk 5 zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd en in hoofdstuk 6 zijn tenslotte de conclusies en aanbevelingen weergegeven. 18542.BKK / BV

2

Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem

2.

VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET

2.1.

Algemeen

Hieronder staan de meest relevante algemene locatiekenmerken vermeld. Voor de regionale situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage I en voor de eigendomsgegevens en een kadastrale tekening naar bijlage II. Eigendomssituatie Eigenaar: Adres: Postcode en woonplaats:

Holding Huskens En Zn B.V. Prinses Margrietstaat 15 6096 AX Grathem

Locatieadres: Oppervlakte (onderzoeks)locatie: Kadastrale gegevens: Omschrijving object: Coördinaten:

Markt 8 (a), Grathem 2.457 m2 gemeente Grathem, sectie C, nummers 2396, 2397 en 2154 Wonen-Erf-Tuin/Parkeren X = 188.009 en Y = 356.148

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=c275b86d-4429-4139-86ad-7f666db9a9c9