Bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Tekst van het document
2.2.
Vooronderzoek
Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn gegevens verzameld die van belang zijn in het vooronderzoek en voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. De informatie in het vooronderzoek over de onderzoekslocatie zijn onder andere verkregen uit de volgende bronnen: Kadaster:
- kadastertekening; - kadastraal bericht;
DINO loket TNO-NITG:
- Geohydrologie onderzoekslocatie;
Gemeente Leudal:
- Bodemkwaliteitskaart;
Overig:
- Grote Historisch Provincie atlas Limburg (1837-1844); Topografische atlas van provincie; - Limburg, 1:25.000, 2005, 2e druk; - www.topotijdreis.nl; - Google Earth 2017. - Gemeentelijke archieven.
Gemeente Leudal (De heer A. Heesewijk): 2.2.1. Ligging onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van Grathem. Grathem is een NederlandsLimburgs kerkdorp aan de Uffelse Beek in de gemeente Leudal. Ten zuiden van Grathem loopt de Uffelse Beek. Ten westen bevindt zich het in 1929 geopende Kanaal WessemNederweert. Ten zuidoosten van Grathem liggen uitgestrekte plassen, die ontstaan zijn door grindwinning. Deze worden van Grathem gescheiden door de Napoleonsweg (N-273). Op de volgende pagina is de ligging van onderzoekslocatie (rood omcirkeld) en de directe omgeving weergegeven.
18542.BKK / BV
3
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
Luchtfoto (bron Google Maps, 2017)
2.2.2. Terreininspectie In bijlage III is een tekening van de onderzoekslocatie opgenomen en in bijlage VII zijn enkele locatiefoto’s opgenomen. Ten tijde van de terreininspectie op 16 juli 2018 zijn de volgende waarnemingen gedaan: Op de locatie is sprake van een woonhuis met loods. Op de locatie heeft in het verleden een transportbedrijf gezeten waarbij de locatie hoofdzakelijk diende als stalling en onderhoud voor de vrachtwagens. Aan de voorzijde, zijkant en achterzijde van de woning bevindt zich een oprit die is verhard met grind en puinverhardingen. Aan de achterzijde van de woning is de locatie voorzien van een loods waarlangs een wasplaats is gepositioneerd met een betonverharding en voor deze wasplaats ligt een OBAS (olie-benzine afscheider). Ter plaatse van deze wasplaats is een bovengrondse dieseltank en pomp aanwezig. In de loods bevindt zich een smeerput die gediend heeft voor het onderhoud van vrachtwagens. Deze loods is eveneens voorzien van een betonverharding. Naast de loods en aan de zijkant van het huis hebben twee voormalige ondergrondse HBO tanks gelegen die reeds gesaneerd zijn volgens de eigenaar, echter is hier geen Kiwa certificaat van aanwezig. Er is bij de gemeente een KIWA certificaat (zie bijlage VIII) aanwezig echter is niet duidelijk op welke tank dit certificaat betrekking heeft van de twee voormalige bovengrondse tanks.
Tijdens de terreininspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.
18542.BKK / BV
4
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
2.2.3. Historie onderzoekslocatie en omgeving Op het kaartmateriaal hieronder is te zien dat op de eerste bekende kaart (uit 1850) Grathem al prominent aanwezig is. De omgeving van Grathem bestond voornamelijk uit akkers en bosgronden. Begin negentiende eeuw vinden er uitbreidingen plaats waarbij meerdere woongemeenschappen ontstaan. Op de laatste historische kaart (2000) is de woning met loods duidelijk zichtbaar Onderstaand is een selectie met een aantal historische kaarten weergegeven (locatie blauw omcirkeld).
1850
1900
1980
2000
2.2.4. Bouw- milieuvergunningen Er zijn geen nadere gegevens hieromtrent bekend bij de gemeente Leudal. Uit informatie van het kadaster is bekend dat het huis gebouwd is in 1937 en dat de loods omstreeks 1994 is gebouwd.
18542.BKK / BV
5
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
2.2.5. Boven- en ondergrondse tanks Er heeft volgens de opdrachtgever opslag van huisbrandolie (HBO) in twee ondergrondse opslagtanks ter hoogte van de loods en naast het huis plaatsgevonden. Deze tanks zijn reeds verwijderd volgens informatie van de eigenaar, waarbij vervolgens de omschakeling heeft plaatsgevonden naar gas. Er zijn KIWA-certificaten van tanksaneringen bekend bij de gemeente, echter hebben deze betrekking op 1 bovengrondse tanks van 13.000 liter, en als bijlage VIII toegevoegd. Ter hoogte van de wasplaats en in een hok achter de wasplaats zijn nog diverse bovengrondse tanks aanwezig, met als inhoud diesel, motorolie, afgewerkte olie en gasolie wat tijdens de terreininspectie is vastgesteld. 2.2.6. Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten Volgens de opdrachtgever is er op het gehele terrein een puinlaag met grind aangelegd. Verder is geen informatie bekend over stortingen en of calamiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie in het gemeentelijke archief. 2.3.
Eerder verricht bodemonderzoek
Bij de gemeente Leudal zijn gegevens bekend omtrent een onderzoeksvoorstel voor een nulsituatie onderzoek dat uitgevoerd zou worden door TAUW (kenmerk 117LV92.HuG/023) op de onderzoekslocatie. Echter is bij de gemeente Leudal geen rapportage voorhanden en is niet vast te stellen of het onderzoek ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. 2.4.
Bodemopbouw en geohydrologie
Enig inzicht omtrent de bodemsoort en –opbouw is van belang bij het beoordelen van de aangetoonde stoffen in relatie tot het natuurlijk voorkomen ter plaatse en de mogelijkheid van het doordringen van de aangetoonde stoffen in diepere lagen. De geohydrologische situatie bepaalt in hoge mate de verspreidingskansen van de aangetoonde stoffen naar de omgeving en is, samen met de aard van de bodem en de mobiliteit van de aangetoonde stoffen, belangrijk bij het verkrijgen van een indruk van de omvang van het beïnvloedingsgebied van mogelijke verontreinigingen. 2.4.1
Bodemopbouw
De onderzoekslocatie ligt geologisch gezien in de Roerdalslenk die ten noordoosten wordt begrensd door de Peelrandbreuk en ten zuidwesten door de Feldbiss. Beide breuken zijn noordwestelijk gericht. De deklaag heeft in de omgeving van het onderzoeksterrein een dikte van circa 15 meter en bestaat uit een jonge dekzandafzetting (Formatie van Boxtel). Aan de onderkant van deze laag komt de formatie van Beegden voor. Deze laag bestaat uit lemige en grindige zandgronden. Daaronder zit een goed doorlatende laag bestaand uit grof zandig grind. Dit is de formatie van Sterksel hierin bevindt zich ook het eerste watervoerend pakket vanaf een diepte van ongeveer circa 38 m-mv. Onder het eerste watervoerende pakket bevindt zich een scheidende laag bestaande uit kleiige afzettingen (formatie van Stramproy).
18542.BKK / BV
6
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
Figuur: Bodemkaart van Nederland
2.4.2. Geohydrologische gegevens Uit de isohypsenkaarten van het betreffende gebied (Dienst Grondwaterverkenning van TNO) valt af te leiden dat het grondwater in het eerste watervoerende pakket als freatisch mag worden beschouwd. De stijghoogte van het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bedraagt circa NAP + 24,0 meter. Het maaiveld ligt op circa NAP + 28 meter, zodat de grondwaterspiegel zich ongeveer op een diepte van circa 4,2 m-mv bevindt. De regionale grondwaterstroming van het freatisch grondwater stroomt in zuidoostelijke richting. 2.4.3. Grondwaterbeschermingsgebied Er is een pomp aanwezig binnen de onderzoekslocatie. Die heeft echter geen invloed op de grondwaterstroming ter plaatse. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. 2.5.
Achtergrondwaarden grondwater
Uit onderzoek dat in het kader van het Grondwaterbeschermingsplan Limburg is uitgevoerd alsmede uit de vele Indicatieve Bodemonderzoeken is gebleken dat in een aantal regio's in Noord- en Midden-Limburg veelvuldig verhoogde gehaltes aan zware metalen in het grondwater worden aangetroffen zonder dat de bovenliggende bodem ter plekke verontreinigd is. Tevens kan veelal geen verontreinigende bron in de nabijheid worden opgespoord. Deze verhoogde metaalgehaltes gaan over het algemeen samen met een lage pH van het grondwater. Met name zink en cadmium worden vaak in verhoogde concentraties
18542.BKK / BV
7
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
aangetroffen. In een klein aantal gevallen worden ook verhoogde concentraties aan lood en nikkel aangetroffen. Bovenstaande problematiek doet zich met name voor in zandgebieden met een relatief lage grondwaterstand (1 à 2 m-mv) in Noord- en Midden-Limburg met als bodemgebruik bossen, droge natuurterreinen, braakliggend terrein en in gebieden stroomafwaarts hiervan. Oorzaak hiervan is de depositie van verzurende stoffen op de bodem en het ontbreken van zuurbuffering door bijvoorbeeld bekalking, waardoor zware metalen die zich van nature in vastgelegde vorm in de bodem bevinden, in oplossing kunnen gaan. 2.6.
Nota bodembeheer / bodemkwaliteitskaart Leudal
Binnen de regio Maas en Oever, waar de gemeente Leudal onder valt, is een regionale bodembeheernota opgesteld voor de periode van 2011 tot en met 2021. In deze bodembeheernota zijn een bodemkwaliteitskaart en een bodemfunctieklassenkaart opgenomen waarin deelgebieden tot een bepaalde zone worden benoemd met daarbij de vermoedelijke bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemkwaliteitszone “overige woonbebouwingen”. Volgens de ontgravingskaart bovengrond (0-0,5 m-mv) wordt voor de onderzoekslocatie de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde aangehouden en voor de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) geldt eveneens de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. 2.7.
Conclusies vooronderzoek
Uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat: - de te onderzoeken locatie – naar opgave van de huidige gebruiker/eigenaar, alsook de gemeentelijke informatie– in het verleden altijd is gebruikt als bedrijfslocatie en als woonhuis met tuin; - tijdens de terreininspectie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld zijn aangetroffen; - de onderzoekslocatie is geheeld verhard met een puin en grind laag; - gebaseerd op het gebruik mag worden aangenomen dat er sprake is van een verdachte situatie op het voorkomen van asbest in de bodem. - op het perceel voormalige ondergrondse tanks aanwezig zijn geweest; - op het perceel bovengrondse diesel, motorolie, afgewerkte olie en gasolie tanks aanwezig zijn; - op het perceel een wasplaats met een OBAS aanwezig is; - er kan niet vastgesteld worden of er eerder bodemonderzoeken is verricht binnen de onderzoekslocatie; - het gebied waarin de onderzoekslocatie is gesitueerd, volgens de bodemkwaliteitskaart voor de boven- en de ondergrond voldoet aan klasse “Achtergrondwaarde” ; - binnen de onderzoekslocatie het freatisch grondwater binnen 5 m-mv is te verwachten.
18542.BKK / BV
8
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
3.
ONDERZOEKSPROGRAMMA
3.1.
Hypothese
Behoudens het feit dat er binnen de onderzoekslocatie sprake is van tankactiviteiten de aanwezigheid van een dieseltank, bovengrondse opslag van vloeibare brandstoffen en een OBAS, is uit het vooronderzoek niet gebleken dat er binnen de onderzoekslocatie bodem verontreinigende (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden, met bekende liggingen. Naar aanleiding van het terreingebruik – stalling / onderhoud voor vrachtwagens – wordt de bodem van de onderzoekslocatie als heterogeen verdachte beschouwd, dit geldt eveneens voor asbest dit vanwege de aanwezige verhardingslaag met puin op het terrein. De loods, wasplaats+ dieselpomp en OBAS worden als plaatselijk verdachte deellocaties beschouwd. 3.2.
Strategie van het onderzoek
De uitvoering van het bodemonderzoek is gebaseerd op de onderzoeksprotocollen zoals vermeldt in de NEN 5740/A1 “Bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek en in de NEN 5707 (2015) “Bodem – inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”. In tabel 1 staat de onderzoeksopzet vermeldt. Het aantal boringen en proefgaten is afgeleid uit de protocollen VED-HE en VEP, rekening houdend met de oppervlakte van de onderzoekslocatie en drie afzonderlijke deellocaties. Tabel 1: Onderzoeksstrategie. Veldwerk
Chemisch onderzoek b+c)
Deellocaties
Boringen
Verharding
Grond / grondwater (NEN 5740)
1. Loods: Ca. 500 m2
3 tot 1,0 m-mv én 2 tot 2,0 m-mv
Beton
3x stand. grondpakket, incl. H / L 1x asbest NEN 5707 e)
3 proefgaten a) 2. Wasplaats + dieselpomp/tank: Ca. 200 m2
3. Overig buitenterrein + OBAS: Ca. 1.800 m2
a) b) c) d) e)
3 tot 1,0 m-mv én 2 tot 2,0 m-mv
Beton + klinkers
3 proefgaten a)
10 tot 1,0 m-mv én 2 tot 2,0 m-mv én 2 peilbuizen d) 10 proefgaten a)
3x stand. grondpakket, incl. H / L 1x stand. grondwaterpakket 1x asbest NEN 5707 e)
Klinkers
4x stand. grondpakket, incl. H / L 1x minerale olie 1x stand. grondwaterpakket 2x asbest NEN 5897 e)
Conform NEN 5707 worden 16 boringen voor wat de bovengrond betreft, vergroot tot een proefgat van 0,3m*0,3m*0,5m voor het onderzoek asbest in bodem. Analyses worden uitgevoerd door een door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Tevens zullen de monsters conform AS 3000 worden voorbewerkt. Indien tijdens de monstername significante zintuiglijke verontreinigingen worden aangetroffen, dan dienen deze grondmonsters separaat geanalyseerd te worden. Er wordt 1 peilbuis geplaatst t.h.v. de OBAS en 1 peilbuis t.p.v. de voormalige ondergrondse tank. Dit in combinatie met het overige verdachte buitenterrein. Voor een verdachte locatie zijn in de NEN 5707 (2015) asbestanalyses voorgeschreven. In geval dat de locatie bodemvreemde bijmengingen met puin bevat, is de bodem per definitie verdacht voor asbest.
18542.BKK / BV
9
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
3.3.
Asbest
Vooraf wordt het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt het uitkomend boormateriaal visueel onderzocht op de mogelijke aanwezigheid van asbesthoudende fragmenten. Indien bij de maaiveldinspectie asbestverdachte materialen worden aangetroffen dient de hypothese en onderzoeksstrategie te worden aangepast.
18542.BKK / BV
10
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
4.
UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
4.1.
Inleiding
De veldwerkzaamheden zijn op 17, 18 juli en 1 november 2018 conform de BRL-SIKB 2000, en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018, uitgevoerd door BKK Bodemadvies BV. De veldmedewerkers, de heer B. Abbink en J. Wilms zijn hiervoor in dit kader geregistreerd onder certificaat EC-SIK-20261 en derhalve verantwoordelijk voor het uitgevoerde veldwerk. 4.2.
Maaiveldinspectie
Een maaiveldinspectie, als is voorgeschreven in het SIKB protocol 2018, waarbij het maaiveld in banen van ongeveer 1,5 meter breed op de aanwezigheid van asbest is gecontroleerd, heeft voor de onderzoeklocatie niet geheel kunnen plaats vinden omdat deze s voorzien van een betonnen verhardingslaag en klinkers. Tijdens de maaiveldinspectie zijn er geen asbestverdachte materialen op het maaiveld van de onderzoekslocatie aangetroffen. 4.3.
Veldwerkzaamheden
Overig buitenterrein + OBAS Conform de in tabel 1 vermelde onderzoeksstrategie zijn de proefgaten 03 t/m 12, 14, 15, 18, 19, 20 en 22 met behulp van een slaghamer en/of schop verricht. De overige boringen zijn eveneens met behulp van slaghamer verricht vanwege de aanwezigheid van een laag grind met daaronder een stol-, baksteen-en betonhoudende puinlaag. De boringen 01 t/m 22, zijn voor de bemonstering van de ondergrond doorgezet tot 1 m-mv. De proefgaten / boringen zijn gelijkmatig over de onderzoekslocatie verdeeld en gecombineerd uitgevoerd. Boring 02 en 05 zijn verricht ter plaatse van de olie-waterafscheider (OBAS). Boring 01, 04 en 24 zijn ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tanks verricht. Wasplaats+ dieselpomp Boring 23 en 22 zijn verricht binnen de wasplaats en boring 20 en 21 zijn eveneens verricht op de wasplaats in combinatie met de bovengrondse dieseltank en pomp. Loods Boring 14 t/m 19 zijn verricht in de vloeistofdichte vloer van de loods waarbij boring 16 is verricht ter plaatse van de smeerput en boring 19 ter plaatse van de bovengrondse tanks met motorolie, afgewerkte olie en gasolie. Voor het vaststellen van de bodemkwaliteit van de ondergrond zijn 6 boringen (boring 03, 04, 05, 16, 17, 20 en 21) doorgezet tot 2 m-mv.
Boring 01 en 02 is verder doorgezet tot 5 m-mv om aan te tonen dat er binnen deze diepte geen freatisch hang / grondwater wordt aangetroffen. De locaties van de boringen zijn opgenomen in de overzichtstekening in bijlage III. Enkele foto’s van de onderzoekslocatie en de uitgevoerde werkzaamheden zijn opgenomen in bijlage VII. HBO-tank Tijdens het opstellen van de koopakte in oktober 2018 is vastgesteld dat er ten noordwesten van huisnummer 8 een voormalige HBO-tank was gelegen. Er is aanvullend op 1 november 2018 een extra boring 24 verricht bij ter plaatse van de locatie van de vermeende voormalige HBO-tank binnen perceel C- 2396. Perceel C-2396 was vooralsnog niet opgenomen in de onderzoeksopzet.
18542.BKK / BV
11
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
4.4.
Veldwaarnemingen
Asbest Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Van de uitkomende grond en/of fundatiemateriaal zijn, in trajecten van maximaal 0,5 meter, fundatie- en grondmonsters samengesteld. Visueel verontreinigde bodemtrajecten zijn separaat bemonsterd. Buitenterrein De funderingslaag is divers van samenstelling. Deels wordt een uiterst tot volledige grindlaag met plaatselijk matige tot sterke beton- en baksteen bijmengingen – aangetroffen met een dikte tot ca. 0,7 m-mv cm. Onder deze funderingslaag is de bodemsamenstelling eveneens zeer divers. Direct onder funderingslaag en plaatselijk in de ondergrond bestaat de grond uit sterk zandige leem. Vanaf 1,50 m-mv bestaat de ondergrond hoofdzakelijk uit matig fijn, matig tot sterk siltig zand. Plaatselijk komen in de ondergrond laagjes sterk zandige klei voor. Visueel zijn er in de ondergrond geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Loods Onder de vloeistofdichte betonvloer is een zeer tot matig fijn, zwak tot matige siltig zandlaag aangetroffen van 22 t/m 90 cm. De ondergrond bestaat sterkzandige leem. Visueel zijn er in de boven-en ondergrond geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Wasplaats Onder de vloeistofdichte betonvloer is ter plaatse van boring 20 en 21 een zeer tot matig fijne, zwak siltig zandlaag aangetroffen.
De ondergrond van boring 20 en 21 bestaat uit sterk zandige leem, sterk zandige klei en matig fijn, matig siltig zand. Onder de betonvloer van boring 22 en 23 is een zwak zandige leem aangetroffen e in de boven-en ondergrond een zeer tot matig fijn, zwak tot matige siltig zandlaag aangetroffen van 22 t/m 90 cm. De ondergrond bestaat sterkzandige leem. Visueel zijn er in de boven-en ondergrond geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. HBO-tank Onder de klinkers bevindt zich ter plaatse van boring 24 zeer fijn, sterk siltig zand. De ondergrond betreft tot 1,5 m-mv zeer tot matig fijn, matig tot sterk siltig zand. Vanaf 1,5 mmv bevindt zich op deze locatie sterk zandige leem. Een ondergrondse HBO-tank is tijdens het veldwerk niet aangetroffen. Ook zijn er geen bovengrondse kenmerken – ontluchting / vulpunt – meer aanwezig. Met behulp van de oliewaterreacties zijn visueel geen waarnemingen gedaan van een potentiele olieverontreiniging. Een aantal foto’s van het bodemmateriaal uit de proefgaten zijn opgenomen in bijlage VII. Tijdens het veldonderzoek is van iedere boring een profielbeschrijving gemaakt en zijn eventuele zintuiglijk waargenomen bodemvreemde kenmerken genoteerd (zie de boorbeschrijvingen in bijlage IV). Grondwater Boring 01 en 02 zijn tot 5 m-mv verricht, echter er is binnen deze diepte geen freatisch hang- / grondwater wordt aangetroffen. 4.5.
Bemonstering
Asbest Van de uitkomende bovengrond en puin van de proefgaten zijn drie meng(puin)monsters (ASB 01 t/m ASB 03) van de gezeefde fractie samengesteld conform NEN 5707 en NEN 5897.
18542.BKK / BV
12
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
Grond In trajecten van maximaal 0,5 meter zijn de grondmonsters samengesteld. De grondmonsters zijn na monstername gekoeld bewaard in glazen potten en voor analytisch onderzoek aangeboden aan een geaccrediteerd (conform EN-ISO 17025) laboratorium. 4.6.
Laboratoriumonderzoek
Asbest De samenstelling van de analysemonsters zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Samenstelling analysemonsters asbestonderzoek. Onderdeel
Analysemonster
Proefgat(en)
Traject (m-mv)
Deellocatie: buitenterrein + OBAS
Puinlaag
ASB 01 (NEN 5897)
03, 04, 08, 09
0,15-0,70
puinlaag
ASB 02 (NEN 5897)
05, 07, 06, 10
0,20-0,50
Bovengrond
ASB 03 (NEN 5707)
13
0-0,50
Toelichting bij de tabel: AV Asbestverdacht verzamelmonster ASB (meng)monster asbestverdacht materiaal (puin of grond) NEN 5897 > 50 % bodemvreemd materiaal, monstergewicht minimaal 28 kg NEN 5707 < 50 % bodemvreemd materiaal, monstergewicht minimaal 12,5 kg
De analysemonsters zijn in het laboratorium gedroogd en gezeefd volgens NEN 5707 (Q). Vervolgens is de asbestanalyse met de polarisatiemicroscoop conform NEN 5707 (Q) uitgevoerd door Eurofins Omegam BV. Grond Op basis van de plaatselijk aangetroffen bodemopbouw, alsmede de onderzoeksopzet, is een laboratoriumopdracht opgesteld voor het samenstellen van mengmonsters en de chemische analyses van de betreffende mengmonsters. De samenstelling van de grondmengmonsters is in tabel 3 weergegeven. Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. Monstercode (waarnemingen) Boring (diepte cm-mv) Deellocatie: Loods 01: BG, zand visueel schoon
15 (22-55) 19 (12-50)
02: BG, zand visueel schoon
14 (22-55) 16 (20-60) 17 (22-55) 18 (22-55)
03: OG, leem visueel schoon
14 (55-100) 15 (55-100) 16 (90-130) 17 (150-200) 19 (50-100)
Deellocatie: Wasplaats + dieselpomp 04: BG, zand visueel schoon
20 (20-40) 21 (20-50)
05: BG, leem visueel schoon
22 (20-30) 23 (20-50)
06: OG, leem visueel schoon
20 (90-140) 21 (50-100) 22 (30-80) 23 (50-100)
18542.BKK / BV
13
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
Vervolg tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. Deellocatie: Overig buitenterrein + OBAS 07: OG, zand visueel schoon
02 (150-200) 05 (180-230)
08: BG, zand visueel schoon
11 (8-20) 12 (0-50)
09: OG, zand visueel schoon
01 (200-250) 03 (160-200) 04 (160-200) 11 (60-100)
10: BG, leem visueel schoon
01 (50-100) 02 (25-55) 03 (60-110) 04 (60-110) 13 (50-100)
11: OG, klei visueel schoon
02 (100-150) 02 (250-300) 20 (140-160) 21 (130-160)
12: BG, zand matig baksteenhoudend, sterk betonhoudend, resten asfalt
01 (0-50) 02 (0-25) 13 (0-50)
13: BG, sterk baksteenhoudend zwak betonhoudend, zwak grindhoudend
03 (30-60) 04 (30-60) 05 (30-80) 06 (30-70)
14 BG, sterk basteenhoudend, uiterst dakpanhoudend, zwak grindhoudendend Toelichting bij de tabel: BG Bovengrond OG Ondergrond
07 (30-70) 09 (20-70) 10 (20-70)
De samenstelling van de (meng)monsters heeft conform de richtlijnen uit de NEN 5740 in het laboratorium plaatsgevonden. De (meng)monsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket grond bestaande uit de volgende parameters: Organisch stof-, droge stof- en lutumgehalte; Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); Minerale olie (GC); Polychloorbifenylen (PCB). Uitsplitsing mengmonster 12 De resultaten uit de eerste analysefase tonen aan dat grondmengmonster 12 matig verontreinigd is met minerale olie (gehalte 1.700 mg/kgds) en licht verontreinigd is met kobalt, koper, zink en lood. Middels een uitsplitsing van mengmonster 12 is vastgesteld of er sprake is van een spotverontreiniging of een heterogeen verdeelde verontreiniging met minerale olie. De deelmonsters van grondmengmonster 12 zijn separaat in onderzoek genomen en geanalyseerd op de parameter minerale olie. De separate (deel)monsters zijn in tabel 4 weergegeven. Tabel 4: Separate (deel)monsters.
Monstercode
Boring (traject cm-mv)
Parameter
15
Bovengrond
01 (0-50)
Minerale olie
16
Bovengrond
02 (0-25)
Minerale olie
17
Bovengrond
13 (0-50)
Minerale olie
18542.BKK / BV
14
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
Extra boring ter plaatse van de voormalige HBO-tank binnen perceel C-2396 In een later stadium is geconstateerd dat ten noordwesten van huisnummer 8 een voormalige HBO-tank aanwezig is geweest. Binnen deze locatie is boring 24 verricht en is de verdachte bodemlaag in onderzoek genomen voor een analyse op de parameter minerale olie. Het separate grondmonster is in tabel 5 weergegeven. Tabel 5: Separate grondmonster.
Monstercode
Boring (traject cm-mv)
Parameter
18: OG, zand visueel schoon
24 (150-200)
Minerale olie
18542.BKK / BV
15
Verkennend bodemonderzoek Markt 8 (a) te Grathem
5.
ONDERZOEKSRESULTATEN
5.1.
Toetsingskader en resultaten asbest
Voor de toetswaarden van asbest geeft noch de Circulaire bodemsanering, noch de Regeling bodemkwaliteit een achtergrondwaarde voor asbest. Beide documenten geven alleen een maximale waarde. De interventiewaarde uit de circulaire voor asbest in de bodem bedraagt 100 mg/kgds gewogen asbest. Dit houdt in dat de concentratie van asbest wordt berekend als de totale concentratie aan serpentijn asbest (chrysotiel, of witte asbest) vermeerderd met tienmaal de amfibool asbesten (b.v. crocidoliet, amosiet, anthophyliet, actinoliet en tremoliet). De Circulaire bodemsanering 2009 (vigerend) geeft in bijlage 3 (saneringscriterium, protocol asbest) uitdrukkelijk aan, dat indien de gewogen asbestconcentratie meer dan 100 mg/kgds bedraagt er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervoor geldt geen volumecriterium. Indien de concentratie asbest meer dan 100 mg/kgds bedraagt dient een risicobeoordeling te worden uitgevoerd om te bepalen of er onaanvaardbare risico’s zijn. Bij lagere concentraties wordt niet van een verontreiniging met asbest gesproken. In de Regeling bodemkwaliteit is in bijlage B aangegeven dat de Maximale waarde voor de bodemfunctieklasse Wonen en Industrie 100 mg/kgds gewogen asbest bedraagt. In tabel 6 is een overzicht van het toetsingsresultaat van de mengmonsters weergegeven. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV.
Tabel 6: Toetsingsresultaat asbest (gehalten in mg/kgds). Monsternummer ASB 01 (puin) Proefgaten 03, 04, 08, 09 Van min. (m-mv) 0,15 Tot max. (m-mv) 0,7
ASB 02 (puin) 05, 07, 06, 10 0,2 0,5
ASB 03 (grond) 13 0 0,5
Totaal serpentijnasbest Totaal aan amfiboolasbest
<1,7 mg/kgds 0 mg/kgds
<1,6 mg/kgds 0 mg/kgds
<0,1 mg/kgds 0 mg/kgds
Totaal asbest
<1,7
#
mg/kgds
<1,6
#
mg/kgds
<0,1
#
mg/kgds
# CROW detectielimiet is 2,0 mg/kgds.
5.2.
Toetsingskader algemeen
In de Wbb en de Circulaire bodemsanering is geregeld hoe om te gaan met ernstig verontreinigde bodems (grond en/of grondwater). Het betreft een landelijk toetsingskader, waaraan altijd getoetst dient te worden om vast te kunnen stellen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (art. 29 Wbb) en of er met spoed gesaneerd moet worden om onaanvaardbare risico’s weg te nemen (art. 37 Wbb en bijlage 2 Circulaire en bijlage 3 voor het protocol asbest). In de Circulaire bodemsanering worden interventiewaarden voor grond en streef- en interventiewaarden voor grondwater onderscheiden welke de volgende betekenis hebben: Streefwaarden (S): De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000) en zijn in het algemeen risico-onderbouwd.
18542.BKK / BV
16