Bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Markt 8(a) te Grathem Gemeente Leudal
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Markt 8(a) te Grathem Gemeente Leudal
IDN-nummer:
NL.IMRO.1640.BP22GrMarkt8-VG01
Status:
vastgesteld
Datum:
21 maart 2023
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 7 8
Aanleiding en doel Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en planbeschrijving
9
2.1 2.2
Huidige situatie Planvoornemen
9 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader
15
3.1 3.2 3.3 3.4
15 17 21 22
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
25
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
25 27 28 32 34 35 38 41 42 46
Bodem Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid Natuur Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Waterhuishouding Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Hoofdstuk 5 Juridisch plan
49
5.1 5.2
49 49
Algemeen Systematiek
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
53
6.1 6.2
53 54
Economische aanvaardbaarheid Maatschappelijke aanvaardbaarheid
Hoofdstuk 7 Procedure
55
7.1 7.2 7.3
55 55 55
Te volgen procedure Vooroverleg met instanties Ontwerp en vaststelling
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
3
Toelichting
4
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Aan de Markt 8 en 8a in Grathem is de voormalige locatie van een transportbedrijf gelegen. Deze locatie is door de gemeente Leudal opgekocht met het oog op herontwikkeling, waarbij als uitgangspunt geldt dat de nieuwe invulling geen overlast mag veroorzaken richting de bestaande woonomgeving. Op 9 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal, naar aanleiding van een marktconsultatie, besloten om te kiezen voor onderhavig planvoornemen. Het betreft een transformatie en herontwikkeling van het plangebied naar een woonlocatie met maximaal 9 levensloopbestendige woningen en de voormalige bedrijfswoning herbestemd wordt als reguliere woning, waarmee de nieuwe functie van de locatie aansluit op de bestaande omgeving, die overwegend uit woningen bestaat. Het bouwen van nieuwe woningen en het voorgenomen gebruik als woonlocatie is strijdig met het geldende bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017'. Om het planvoornemen planologisch-juridisch mogelijk te maken is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de herziening van het vigerend bestemmingsplan, waarmee de voorgenomen bouw van de nieuwe woningen en het gebruik van de bedrijfswoning als reguliere woning planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Markt 8 en 8a te Grathem en betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Grathem, sectie C, nrs. 1770 (deels), 2154, 2396 en 2397. Het plangebied grenst aan de noorzijde aan de woonpercelen aan de Prinses Margrietstraat (nrs. 7 t/m 15) en aan de zuidzijde aan het woonperceel Markt 6. Aan de westzijde van het plangebied zijn een gemeenschapshuis en basisschool (De Klink) gelegen. In de navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied in de Kern Grathem globaal weergegeven.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
5
Afbeelding 1: Globale ligging plangebied in de kern Grathem
6
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Afbeelding 2: Plangebied met kadastrale gegevens
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017' zoals vastgesteld door de gemeente Leudal op 14 november 2017. Conform het geldend bestemmingsplan is voor het plangebied de bestemming 'Bedrijf' (perceel 2396 en 2397) met functieaanduiding 'transportbedrijf' en de bestemming 'Wonen' (perceel 2154 en 1770) van kracht. Een groot deel van het plangebied is daarnaast voorzien van de aanduiding 'bouwvlak', zowel binnen de bestemming 'Bedrijf' als binnen de bestemming 'Wonen'. De bestaande bedrijfswoning is ten slotte voorzien van de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Tevens zijn ter plekke van het plangebied de archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde Archeologie 5' opgenomen en van toepassing.
Afbeelding 3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017' Binnen de bestemming 'Bedrijf' is (reguliere) woningbouw planologisch-juridisch gezien niet mogelijk, omdat op gronden met deze bestemming slechts reguliere woningen mogen worden gerealiseerd indien er sprake is van een aanduiding 'wonen'. Van een dergelijke aanduiding is in het plangebied geen sprake. Daarnaast is reguliere bewoning van de bestaande bedrijfswoning op grond van de specifieke gebruiksregels niet toegestaan. Ter plaatse van de woonbestemming zijn geen nieuwe woningen toegestaan. Om de realisatie van de nieuwe woningen en het gebruik van de voormalige bedrijfswoning als woning mogelijk te maken en het plangebied als woonlocatie in gebruik te nemen dient derhalve het bestemmingsplan te worden herzien. Daarnaast zijn ook twee paraplubestemmingsplannen 'Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners' (vastgesteld 13 juli 2021) en 'Duurzame energie' (vastgesteld 27 april 2020) van kracht. Echter deze paraplubestemmingsplan zijn verder niet van toepassing op onderhavig planvoornemen aangezien regelingen uit het bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017 komen te vervallen. De paraplubestemmingsplan hierdoor dan ook geen belemmering aangezien deze regelingen in onderhavig bestemmingsplan niet meer zijn opgenomen.
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de herziening van het vigerend bestemmingsplan waarmee de
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
7
voorgenomen bouw van 9 levensloopbestendige woningen en de herbestemming van de voormalige bedrijfswoning als reguliere woning planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen in samenhang het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting dient ter verduidelijking van de regels en ter onderbouwing van het uitgangspunt dat het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Deze toelichting is als volgt opgebouwd: in Hoofdstuk 2 worden de bestaande situatie en de voorgenomen ontwikkeling beschreven; in Hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in Hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in Hoofdstuk 5 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in Hoofdstuk 6 komt de uitvoerbaarheid aan bod; in Hoofdstuk 7 wordt ten slotte de te doorlopen procedure voor de vaststelling van dit bestemmingplan toegelicht.
8
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en planbeschrijving 2.1
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen in het 'centrum' van de kern Grathem. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door grondgebonden woningen. De woningen aan de Markt variëren sterk qua aantal bouwlagen (goot-/bouwhoogte) en kap vorm. De woningen aan de Prinses Margrietlaan bestaan uit 1 bouwlaag en zijn overwegend plat afgedekt. Aan de voorzijde grenst het plangebied een 'plein' (Markt) met aan de overzijde een horecagelegenheid in de vorm van een restaurant/café. Aan de achtzijde is het gemeenschapshuis met een basisschool De Klink gelegen.
Afbeelding 4: Woningen Markt
Afbeelding 5: Woningen Prinses Magrietlaan
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
9
Afbeelding 6: Markt met recht het restaurant aan de Markt
Afbeelding 7: Gemeenschapshuis en basisschool De Klink Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit drie kadastrale percelen (Gemeente Grathem, sectie C, nrs. 1770 (deels), 2154, 2396 en 2397). Het terrein is grotendeels onbebouwd. Aan de voorzijde van het perceel nr. 2397 (naast de ontsluiting van het perceel naar de Markt) is een bestaande bedrijfswoning (Markt 8) gelegen. Op het westelijke gedeelte van het plangebied (percelen nrs. 2154 en 2397) en aangrenzend aan de achterzijde van het woonperceel Markt 6 is bedrijfsbebouwing (stallingsloods en wasplaats) gelegen. Daarnaast zal een deel van het woonperceel Markt 4 (perceel nr. 1770) onderdeel van het plangebied gaan uitmaken. Op het betreffende deel van dit perceel is momenteel een bijgebouw gelegen. Het perceel van het voormalig transportbedrijf is in de huidige situatie zowel naar de Markt als de Prinses Margrietstraat ontsloten.
10
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Afbeelding 8: Overzichtsfoto huidige situatie plangebied. Plangebied aangeduid met rode lijn. Bestaande bebouwing ten behoeve van wonen geel aangeduid. Bestaande bedrijfsbebouwing met paars aangeduid.
2.2
Planvoornemen
2.2.1 Stedenbouwkundig plan Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van maximaal negen grondgebonden levensloopbestendige woningen. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden en zal worden getransformeerd naar een reguliere vrijstaande woning. Van de negen nieuw te bouwen levensloopbestendige woningen worden er acht als twee-aaneen gebouwde woning gerealiseerd. Daarnaast wordt er nog een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. Elke woning is voorzien van een bijgebouw en eigen oprit c.q. parkeervoorziening. Tevens wordt op de perceelsgrens aan de achterzijde een uniforme erfafscheiding geplaatst in de vorm van een tuinmuur (hoogte 2,5 meter). Dit is in de regels door middel van een voorwaardelijke verplichting geborgd. Daarnaast worden er in het openbaar gebied aanvullende parkeervoorzieningen gerealiseerd.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
11
Afbeelding 9: Inrichtingstekening planvoornemen 2.2.2 Stedenbouwkundige inpasbaarheid Het planvoornemen is voorgelegd aan de commissie ruimtelijk kwaliteit. Deze commissie het plan beoordeelt en vindt dat het plan, mede door het betrekken van het perceel 4, stedenbouwkundig gezien een goede opzet heeft en adiseert er positief over. De commissie is van oordeel dat het plan voldoende openheid heeft in het openbare gebied, wat het woon- en leefklimaat ten goede komt. Door de lage bouwmassa (maximaal 1 bouwlaag met kap), is de impact op de omgeving gering.en is het planvoornemen stedenbouwkundig inpasbaar. Wel wordt door de commissie bij de definitieve inrichting nog aandacht gevraagd voor een goede materialisatie vna het openbare gebied en de toepassing van voldoende groen. 2.2.3 Bouwplan De nieuwe levensloopbestendige woningen (zowel vrijstaand als twee-aaneengebouwd) bestaan uit één bouwlaag en zijn afgedekt met een kap met een dakhelling van 45 graden. De goothoogte van de eerste bouwlaag en het bijgebouw bedraagt respectievelijk 3,30 meter en 3,15 meter. De maximale bouwhoogte bedraagt 8 meter. De zijgevel van de woning moet minimaal 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrens worden gesitueerd. Bijgebouwen mogen tot in de zijdelingse perceelsgrens worden opgericht.
Bij het ontwerp is rekening gehouden met levensloopbestendigheid in de vorm van een bad- en slaapkamer op de begane grond. Op de verdieping (onder de kap) is ruimte voor een extra slaapkamer en is de technische ruimte voorzien.
12
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Afbeelding 10: Vooraanzicht van de nieuw te bouwen woningen
Afbeelding 11:Plattegrond van de nieuw te bouwen woningen: begane grond (links) en verdieping onder de kap (rechts) 2.2.4 Verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten via een insteek vanaf de Markt ter hoogte van de bestaande inrit van het voormalige transport bedrijf. Hierdoor blijft de verkeerssituatie ongewijzigd en is er zelfs sprake van verbetering omdat de transport bewegingen van het voormalige transportbedrijf komen te vervallen.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
13
Er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid (zie voor berekening paragraaf 4.8 Verkeer en parkeren) in de vorm van een garage en oprit. Daarnaast wordt in de openbare ruimte voorzien in 8 extra parkeerplaatsen.
14
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt. In de NOVI is een langetermijnvisie neergelegd over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het Rijk wil daarbij sturen en richting geven op enkele nationale belangen. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Met de NOVI wordt gebouwd aan een sterke, aantrekkelijke en gezonde fysieke leefomgeving, waarbij onder meer nadruk ligt op het verbeteren van de kwaliteit van overgangsgebieden tussen stad en land door gebruik te maken van de kansen die in deze gebieden liggen voor verbetering van landschappelijke kwaliteiten en functiemenging.
Gevolgen voor planontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de tranformatie van een voormalige bedrijfslocatie van een transportbedrijf in het bestaand bebouwd gebied (kern Grathem) naar een woonlocatie met 10 woningen (9 levensloopbestendige woningen en 1 reguliere woning). Door deze ontwikkeling wordt het plangebied beter aangesloten op het omliggende woongebied en voorzieningen van de kern Grathem, waardoor de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd. Daarnaast voorziet het planvoornemen in een bijdrage aan de woningbouwopgave waarvoor Nederland staat gezien het grote tekort aan woningen. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat met het planvoornemen een bijdrage wordt geleverd aan de ambities voor het landelijk gebied en een aantrekkelijke leefomgeving, alsmede wordt bijgedragen aan de woningbouwopgave. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. 2. 3. 4. 5. 6.
project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer;
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
15
7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Gevolgen voor planontwikkeling Het plangebied valt binnen een gebied dat door de Rarro is aangeduid als een beperkingengebied rondom een radarstation, als bedoeld in artikel 2.6.9 Barro. Voor die gronden mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van dusdanig hoge bouwwerken mogelijk maken, dat deze onaanvaardbare gevolgen hebben voor de werking van de radar. De maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Rarro. Ter plaatse van het plangebied bedraagt de maximale bouwhoogte binnen het radarverstoringsgebied 114 meter ten opzichte van NAP.
Afbeelding 12: Radarverstoringsgebied Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de gemiddelde hoogte van het plangebied ten aanzien van NAP 28 tot 29 meter. Dit houdt in dat, rekening houdend met de werking van de radar, in theorie een bouwhoogte van ongeveer 85-86 meter zou kunnen worden toegestaan. De toegestane maximum goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 3,5 meter en 7 meter. Omdat de maximale goot- en bouwhoogte binnen het plangebied echter ruim onder het maximaal toelaatbare liggen, vormen de regels ten aanzien van het radarverstoringsgebied geen belemmering voor het planvoornemen. Voor het overige is onderhavig plangebied niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang
16
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
heeft aangewezen. Gevolgen voor planontwikkeling De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor onderhavige ontwikkeling en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' (voormalige ladder) opgenomen. Dit stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Gevolgen voor planontwikkeling Onderhavig planvoornemen betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie met maximaal 9 levensloopbestendige woningen en de herbestemming van de voormalige bedrijfswoning als reguliere woning. Conform jurisprudentie kan worden gesteld dat met de oprichting van minder dan 12 woning geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Onderhavig planvoornemen voorziet in de toevoeging van 10 woningen (9 + 1) aan het plangebied, waarmee geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Derhalve kan een nadere toets aan de motivering duurzame verstedelijking achterwege blijven.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) De nieuwe Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. De Provincie Limburg moet dan beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie Limburg (vastgesteld 1 oktober 2021) richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft de langetermijndoelen met betrekking tot onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In de landelijke kernen heeft dit met name te maken met het behoud van de leefbaarheid. Er zijn onder meer uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de (9 +1)voorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
17
Afbeelding 13:Uitsnede POVI (limburgse principes) Gevolgen voor planontwikkeling Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestaand bebouwd gebied. Het planvoornemen draagt bij aan de leefbaarheid in de kern Grathem door een voormalige locatie voor bedrijvigheid (en specifiek een transportbedrijf) weg te nemen uit het bestaand woongebied en te transformeren naar een woonlocatie. De kwaliteit voor de omgeving wordt verbetert met betrekking tot geluidsoverlast en luchtkwaliteit. Daarnaast wordt met het planvoornemen voldaan aan de opgave om de woningvoorraad te verduurzamen en verbeteren. Zo worden de nieuwe woningen gasloos gebouwd, en levensloopbestendig uitgevoerd, waarmee wordt voldaan aan een kwalitatieve woonbehoefte. Het planvoornemen is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid dat is opgenomen in de POVI. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Daarin heeft de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid uit het POL2014 plaatsgevonden. Hoewel in oktober 2021 inmiddels de nieuwe Omgevingsvisie Limburg is vastgesteld en voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in januari 2023 ook al de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is vastgesteld, geldt vooralsnog de Omgevingsverordening Limburg 2014.
De nieuwe verordening treedt pas in werking na bekendmaking, hetgeen wordt gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op dat moment vervalt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Het beleid zoals opgenomen in het POL 2014 is meer geconcretiseerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014. De Omgevingsverordening voorziet in de borging van provinciale belangen die voortvloeide uit het POL en in de juridische borging van de eerder met de Limburgse gemeenten gemaakte bestuursafspraken over c.q. de regionale structuurvisies voor de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Gevolgen voor planontwikkeling
18
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
In paragraaf 3.1 van de POVI is onder de noemer van 'Limburgse principes' een aantal algemene principes voor de duurzame verstedelijking benoemd. Het zijn principes die de provincie aanhoudt waar het gaat om het zelf initiëren van ruimtelijke ontwikkelingen, maar die ook gemeenten geacht worden mee te nemen in hun ruimtelijke plannen met betrekking tot toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In dat kader dient in de toelichting op een bestemmingsplan te worden beschreven dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en, daar waar deze buiten stedelijk gebied is voorzien, waarom deze niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Hiermee wordt in de Omgevingsverordening aangesloten bij de ladder voor duurzame verstedelijking Ladder duurzame verstedelijking uit het Bor. Uitgangspunt van de Ladder blijft dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, in beginsel binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Het plangebied is in de Omgevingsverordening aangewezen als 'Bebouwd gebied', dus is voorzien binnen bestaand stedelijk gebied.
Bovendien kan op grond van de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden geconcludeerd dat het bouwplan, dat voorziet in 9 levensloopbestendige woningen en de herbestemmings van de voormalige bedrijfswoning als reguliere woning, niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Dit punt staat dus niet in de weg van de realisering van het planvoornemen. Wel wordt met het planvoornemen voorzien in de transformatie van de woningvoorraad binnen Grathem door het realiseren van levensloopbestendige woningen passend in de ruimtelijke structuur en het 'centrum' van Grathem in de directe nabijheid van enige voorzieningen (horecagelegenheden, gemeenschapshuis, basisschool). Tevens voorziet het planvoornemen in het transformeren van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie, welke beter passend is in de ruimtelijke structuur, waarbij de kwaliteit voor de omgeving wordt verbeterd.
Afbeelding 14: Uitsnede verbeelding Omgevingsverordening Limburg 2014, themakaart 'Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 Het plangebied is daarnaast aangewezen als 'Grondwaterbeschermingsgebied' en 'Boringsvrije zone Roerdalslenk III'.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
19
Afbeelding 15: Uitsnede verbeelding Omgevingsverordening Limburg 2014, themakaart 'Milieubeschermingsgebieden' Ten aanzien van gronden met de aanduiding 'Grondwaterbeschermingsgebied' zijn regels gesteld ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater, waaronder het verbod op het vestigen van bepaalde inrichtingen en het verbod op toepassing of opslag van bepaalde stoffen. Het planvoornemen betreft het realiseren van 9 nieuwe levensloopbestendige woningen en transformeren van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning. Van de betreffende inrichtingen of gebruik en opslag van gevaarlijke of mogelijk milieuverontreinigende stoffen is geen sprake. De regels ten aanzien van het grondwaterbeschermingsgebied staan het planvoornemen in de weg. Aan het werkingsgebied 'Boringsvrije zone Roerdalslenk III' zijn regels verbonden met betrekking tot bescherming van de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei-laag. Het is binnen deze gebieden in beginsel verboden om boorputten, bodemenergiesystemen of aardwarmtesystemen te maken of de grond te roeren dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 9 nieuwe levensloopbestendige woningen en transformeren van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning.
Voor de realisatie hiervan is geen sprake van het aanbrengen van boorputten of bodemenergiesystemen dan wel het diep roeren van de gronden. Op de kaart bij de verordening is ten slotte de norm aangegeven waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moeten zijn ingericht. Het plangebied is in dat kader aangewezen als 'Regionale wateroverlast - normering 1:100'. Dit houdt in, dat het bij nieuwe plannen van belang is dat het hemelwater, afkomstig van het nieuw te verharden oppervlak gebufferd/geïnfiltreerd zal worden volgens de norm van 100 mm per m2 in 24 uur. De onderbouwing van het aspect waterhuishouding is nader beschreven en onderbouwd in paragraaf 4.9. Hieruit blijkt dat aan deze norm wordt voldaan.
20
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Afbeelding 16: Uitsnede verbeelding Omgevingsverordening Limburg 2014, themakaart 'Normering regionale wateroverlast' Gevolgen voor planontwikkeling Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen in overeenstemming is met de provinciale regelgeving die is opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 In deze Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (verder: Structuurvisie Wonen) wordt ruimte gemaakt om te bouwen voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment. Daarnaast is er aandacht voor transformatie/herstructurering. Zo wordt beoogd de leefbaarheid op peil te houden en te anticiperen op ontwikkelingen in de kwantitatieve en kwalitatieve de woonbehoefte. Op basis van de meest recente huishoudenprognose wordt in Midden-Limburg de komende jaren, op basis van de huidige bevolking, nog een groei van het aantal huishoudens verwacht van 5.387 met een top in 2034. Als gevolg van deze ontwikkeling zijn er regionaal meer woningen nodig. Voor de gemeente Leudal betekent dit voor de periode 2021-2025 een groei van 603 woningen, waarvan de ambitie bestaat om jaarlijks 125-150 woningen te realiseren. De toevoeging van 9 woning in dit plangebied past binnen de aangegeven kwantitatieve ambitie. Het betreft nieuwbouw van 9 levensloopbestendige woningen en herbestemming van de bestaande bedrijfswoning tot reguliere woning. Dit plan is op de planlijst met woningbouwplannen dat onderdeel uitmaakt van de structuurvisie en daarmee regionaal bekend.
Naast deze kwantitatieve vraag zal het beleid de aankomende vier jaar vooral gericht zijn op het bouwen van kwalitatief de juiste woningen, aansluitend bij de lokale en regionale behoefte. Aandachtspunten hierbij zijn de beschikbaarheid en bereikbaarheid van woningen. Voor de regio Midden-Limburg zijn vooral het vergroten van het aandeel huurwoningen, starterswoningen en passende woonvormen voor ouderen een
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
21
aandachtspunt. Het aantal oudere huishoudens (65+) zal tot de periode 2030 immers naar verwachting fors toenemen (30%), terwijl het aantal jongere en midden huishoudens afnemen. Een belangrijke opgave is daarnaast om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen, onder meer door deze aardgasvrij te maken, maar ook door deze levensloopbestendig uit te voeren, zodat ook wordt voorzien in de toekomstige woonbehoefte. Het in de Structuurvisie Wonen opgenomen beleid is door de gemeente Leudal verder lokaal uitgewerkt in een Versnellingsagenda Wonen (zie paragraaf 3.4.1) Gevolgen voor planontwikkeling Met het onderhavig planvoornemen wordt bijgedragen aan de beleidsdoelstellingen uit de structuurvisie. Niet alleen past de toevoeging van 9 levensloopbestendige woningen en één reguliere woning (voormalige bedrijfswoning) binnen de kern Grathem binnen de kwantitatieve opgave, ook sluit de typologie van de woningen aan bij de kwalitatieve woningbehoefte van de groeiende groep senioren in Grathem. De levensloopbestendige indeling en energetische uitvoering van de woningen dragen bij aan een toekomstbestendige woningvoorraad in Grathem. Daarnaast voorziet het planvoornemen in het transformeren/herstructureren van een bedrijfsbesteming naar een woonbestemming waardoor de kwaliteit voor de omgeving wordt verbeterd.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 VersnellingsagendaWonen 2022 De gemeente Leudal heeft vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025, binnen de algemene regionale kaders, een lokale uitwerking vastgesteld. Door bewust te kiezen voor een gerichte aanpak voor nieuwe bouwmogelijkheden, is het effect op de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen en de positie van specifieke doelgroepen op de woningmarkt het grootst. Het onderdeel ‘Uitvoeringsprogramma Wonen’ spitst zich toe op ontwikkelmogelijkheden voor woningbouw in vrijkomend of leegstaand vastgoed in de kernen. Vanuit de wens om te bouwen voor én door inwoners zet het onderdeel ‘Projectmatige woningbouw’ in op (collectieve) burgerinitiatieven en samenlevingsvormen met een conceptgedachte. De gemeenteraad van Leudal heeft op 14 december 2021 de Versnellingsagenda Wonen vastgesteld en voor 2022 concrete criteria benoemd waarvoor deze nieuwe bouwmogelijkheden gelden, zoals indieningstermijn, locatie en kwaliteitseisen. De Versnellingsagenda Wonen zet in op drie hoofdonderdelen. 1.
Ontwikkelen van vrijkomend of leegstaand vastgoed op projectmatige wijze (grote(re) (sloop en) nieuwbouwplannen). 2. Transformeren van vrijkomend of leegstaand vastgoed met een publieksfunctie, waarbij de publieksfunctie nu of in de toekomst het bestaansrecht verliest. 3. Bouwen/realiseren wat in de planvoorraad zit (afronden van bestaande plannen en projecten). Bij de totstandkoming van de versnellingsagenda zijn de volgende (algemene) uitgangspunten gehanteerd: de strekking van en (regionale) afspraken uit de Structuurvisie Wonen 2018 i.c.m. het woningbehoefteonderzoek; nieuwe inzichten voor extra ruimte en ambitie uit de in voorbereiding zijnde Structuurvisie Wonen 2022, mede gebaseerd op prognose Etil 2021; het effect van het woonbeleid voor de leefbaarheid in de kernen; de keuzes voor het woonbeleid gelet op de onderlinge verschillen tussen de kernen. Gevolgen voor planontwikkeling Onderhavig plangvoornemen is ontwikkeld vooruitlopend op dit specifieke lokale beleid. Met het planvoornemen voldoet primaire aan het eerste hoofdonderdeel van de versnellingsagenda. Er is imersprake van sloop en nieuwebouwplannen. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de leefbaarheid van
22
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
de kern doordat een bestaande bedrijfsbestemming (transportbedrijf) in het centrum van Grathem omgezet wordt in een woonbestemming. Er is daardoor sprake van een kwaliteitsverbetering. Daarnaast worden levensloopbestendige en betaalbae woningen voor de eigen bewoners in het bijzonder ouderen gerealiseerd. 3.4.2 Structuurvisie Leudal Met de structuurvisie Leudal wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Voor sommige ontwikkelingen zal ze daarbij zelfs initiatiefnemer willen zijn. Voor andere ontwikkelingen is zij ook afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen, en burgers. Ontwikkelingen die afbreuk doen aan de toekomst van Leudal wil de gemeente waar mogelijk voorkomen. In deze structuurvisie ligt bewust de nadruk op de visie van de gemeente op de functionele ontwikkelingen van de diverse, ruimtelijk relevante onderwerpen. Waar liggen voor de gemeente plichten, wat zijn de ambities, waar ziet de gemeente kansen en bedreigingen? En onder welke criteria zijn ontwikkelingen mogelijk? Hiermee is de structuurvisie een regie-instrument voor de dagelijkse gang van zaken.
Bij grote projecten is steeds sprake van projectcondities gerelateerde, integrale, complexe afwegingen Uitgangspunt voor het beleid ten aanzien van wonen is dat, in het kader van de leefbaarheid, de veranderingen in de aard en omvang van de woningvoorraad niet geënt worden op de kwantiteit van de voorraad, maar op de kwaliteit van de voorraad. Door in te zetten op kwaliteit wil de gemeente een woningvoorraad bieden die bijdraagt aan de sociale binding van mensen met de gemeente, maar die ook afgestemd is op en bijdraagt aan de verschillende ruimtelijke karakteristieken van de afzonderlijke kernen en het buitengebied. Gevolgen voor planontwikkeling Met het onderhavig planvoornemen wordt bijgedragen aan de beleidsdoelstellingen uit de structuurvisie Leudal. Niet alleen past de toevoeging van 9 levensloopbestendige woningen en de herbestemming van de voormalige bedrijfswoning als reguliere woning binnen de kern Grathem binnen de kwantitatieve opgave, ook sluit deze aan bij de kwalitatieve doelstelling om de woningvoorraad te verduurzamen (gasloos bouwen) en levensloopbestendig uit te oefenen. Hiermee wordt enerzijds de gemeentelijke basisverantwoordelijkheid voor een passende woningvoorraad bij de veranderende vraag ingevuld, en tegelijkertijd ook een kans benut om de woningvoorraad te verduurzamen.
Tevens draagt het planvoornemen bij aan de kwaliteit voor de omgeving doordat een bedrijfsbestemming omgezet wordt in een woonbestemming.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
23
24
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Bodem
4.1.1 Algemeen Bij de voorbereiding en ontwikkeling van een bestemmingsplan geldt een onderzoeksplicht naar verschillende aspecten die bij de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan een rol (kunnen) spelen, waaronder een bodemonderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten toetst de gemeente voor bestemmingsplannen of de bodem milieuhygiënisch geschikt is voor de geplande vorm van bodemgebruik. Door middel van een verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen bevat die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en/of het milieu in het algemeen en zodoende een belemmering pof beperking kunnen vormen voor de uitvoering van het planvoornemen. 4.1.2 Verkennend bodemonderzoek In opdracht van de gemeente Leudal is door BKK Bodemadvies in het plangebied (percelen 2154, 2396 en 2397) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd volgens de norm 'Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' (NEN5740). Het onderzoeksrapport (d.d. 7 november 2018, projectnummer 18542) is als Bijlage 2 toegevoegd. Voor deze percelen is voor het buitenterrein inclusief de OBAS de strategie 'heterogeen verdacht' aangehouden en voor wasplaats, dieselpomp 'verdacht' aangehouden. De onderzoekslocatie is tevens als verdacht voor asbest onderzocht.
Asbest Ter plaatse van deze percelen is zowel visueel als analytisch in het bodemmateriaal geen asbest aangetoond. De hypothese 'asbest verdacht' wordt voor deze percelen verworpen. De funderingslaag en bodem kunnen als asbest onverdacht worden beschouwd. Loods In de bovengrond en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Volgens de Regeling bodemkwaliteit voldoen de boven- en ondergrond indicatief aan de klasse Achtergrondwaarde. Wasplaats en dieselpomp In de bovengrond en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Volgens de Regeling bodemkwaliteit voldoen de boven- en ondergrond indicatief aan de klasse Achtergrondwaarde. Overig buitenterrein De bovengrond is licht verontreinigd met kobalt, koper, zink, lood en minerale olie. Plaatselijk is de bovengrond van boring 01 (voormalige ondergrondse tank) sterk verontreinigd met minerale olie. De minerale olieverontreiniging is mogelijk te relaterne aan voormalige bedrijfsactiviteiten binnen de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de OBAS (boring 2) is in de bovengrond tevens een lichte minerale olieverontreiniging aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit voldoet de bovengrond - behoudens ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank naast de loods en de OBAS - indicatief aan de klasse Achtergrondwaarde.
De bovengrond ter plaatse van de voormalige tank en de OBAS is indicatief niet toepasbaar.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
25
In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Volgens de Regeling bodemkwaliteit voldoet de ondergrond indicatief aan de klasse Achtergrondwaarde. HBO-tank In de ondergrond is geen verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Mocht er op deze locatie een ondergrondse HBO-tank hebben gelegen, dan heeft de voormalige opslag van huisbrandolie de bodemkwaliteit op deze locatie niet nadelig beïnvloed. Toetsing hypothese De hypothese 'heterogeen verdacht' wordt voor het buitenterrein en OBAS aanvaard. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank (boring 01) is een sterke minerale olieverontreiniging aangetoond. De hypothese 'heterogeen verdacht' wordt voor de loods , wasplaats en dieselpomp verworpen. Ten aanzien van de voormalige werkzaamheden in de loods, het gebruik van de wasplaats en opslag en tankplaats van diesel is de bodemkwaliteit binnen de onderzoekslocatie niet nadelig beïnvloed. Slotsom De bodemkwaliteit is ter plaatse van het buitenterrein niet in overstemming met de huidige en toekomstige bestemming van de onderzoekslocatie. De verontreinigingssituatie met minerale olie is dusdanig dat volgens de Wet bodembescherming een nader bodemonderzoek noodzakelijk is om de ernst en de omvang vast te kunnen stellen.
Binnen het gebied dat verdacht is voor een sterke bodemverontreiniging mogen geen graafwerkzaamheden plaatsvinden. Aanbevelingen In een nader bodemonderzoek wordt aan de hand van de resultaten vastgesteld of de sterke bodemverontreiniging groter of kleiner is dan 25 m³. De omvang van 25 m³ vormt in de Wet Bodembescherming de grens voor het vaststellen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvoor een saneringsnoodzaak zou kunnen gelden. In dit kader wordt dan ook aanbevolen om het nader bodemonderzoek uit te voeren, zodat de risico's (humaan, ecologie en verspreiding) kunnen worden vastgesteld. In geval er geen risico's aanwezig zijn is een bodemsanering niet verplicht. Een verplichting wordt pas opgelegd op het moment dat er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden of als uit de risicoafleiding wordt vastgesteld dat sanering met 'spoed' dient plaats te vinden. Vooralsnog kunnen er geen graafwerkzaamheden in de directe omgeving van de boven- en ondergrond van boring 01 plaatsvinden. 4.1.3 Aanvullend bodemonderzoek Alvorens de grond door de gemeente wordt verkocht aan de initiatiefnemer is aanvullend bodemonderzoek (d.d.
16 december 2021, pojectnummer 210793.BKK, Bijlage 3) uitgevoerd om voldoende nauwkeurig vast te stellen of de sterke bodemverontreiniging groter of kleiner is dan 25 m³, en er sprake is van een saneringsnoodzaak op grond van de Wet bodembescherming. Op basis van dit aanvullend bodemonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Ter plaatse van boring 01 is de bovengrond sterk verontreinigd met minerale olie. Er is sprake van een spotverontreiniging met 7 m3; Ter plaatse van boring 02 is de bovengrond licht verontreinigd met minerale olie, waarbij sprake is van NT-grond. Er is sprake van een spotverontreiniging met 3 m3; Naar aanleiding hiervan kan gesteld worden dat er volgens de Wet bodembe- scherming geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het criterium van meer dan 25 m3 wordt niet overschreden; Uit het PFAS-onderzoek partij blijkt dat er geen verhoogde gehalten aan PFOA, PFOS en overige PFAS zijn
26
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
aangetoond ten opzichte van de toepassingsnormen voor de bodemfunctie Landbouw/ natuur; Met voorliggende resultaten dient de sterk verontreinigde grond en de NT-grond te worden aangeboden aan een BRL 7500 erkende acceptant. Het is aan te bevelen om de bodemsanering milieukundig te begeleiden en te evalueren, opdat wordt vastgesteld dat alle bodemverontreiniging is ontgraven en afgevoerd. Dit betekent dat na sanering van de verontreinigende grond de bodemkwaliteit geen belemmering meer vormt voor de beoogde woonfunctie ter plaatse van deze percelen. De verontreinigende grond is op 16 mei 2022 gesaneerd. Hiervan is een evaluatierapportage (d.d. 19 mei 2022, projectnummer 220110.BKK, Bijlage 4) opgesteld. In totaal is 22,88 ton (cica 14 m3) verontreinigende grond ontgraven en afgevoerd. Na de ontgraving is de betreffende ontgravingsput met geschikt zand aangevuld. In totaal is weer 26,05 ton zan aangevoerd. Voordst de ontgravingsput is aangevuld zijn controle monsters samengesteld van de putbodem en putwanden van de gesaneerdee contouren. Uit de analyseresultaten van deze controle monsters kan worden geconcludeerd dat deze na saneren helemaal voldoen aan de terugsaneerwaarde voor minerale olie. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de saneringsdoelstellig is behaald en de verontreinigingen met minerale olie zijn verwijderd.
4.1.4 Historisch bodemonderzoek Om het plangebied dekken te krijgen qua bodemonderzoek, is voor het perceel 1770 aanvullend enkel een historisch bodemonderzoek (NEN5725) uitgevoerd omdat hier al sprake is van een woonbestemming. Het onderzoeksrapport (d.d. 22 december 2021, kenmerk N210048.002) is als Bijlage 5 toegevoegd. In dit historisch boden onderzoek wordt geconcludeerd dat op basis van de aangeleverde historische informatie het perceel 1770, beschouwd wordt als zijnde onverdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. De uitvoering van een verkennend bodemonderzoek is niet zinvol. Tegen voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning zijn dan ook geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. 4.1.5 Conclusie Het aspect bodem staat niets in de weg aan de realisatie van het planvoornemen.
4.2
Geluid
4.2.1 Algemeen Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een omgevingsvergunning een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien de ontwikkeling een nieuwe geluidsbron of wijziging van een bestaande geluidsbron (aanpassing weg) mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van de ruimtelijke onderbouwing.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
27
4.2.2 Conclusie Met het voornemen worden 10 geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. De locatie Markt 8 en 8a is echter niet gelegen in de nabijheid van een spoorweg of gezoneerd industrieterrein. Een plan is ook niet vergunningplichtig conform de Wet geluidhinder met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai wanneer woningen worden gerealiseerd buiten de onderzoekszone van zoneplichtige wegen. De (doorgaande) wegen waarlangs de woningen gerealiseerd worden betreffen allemaal wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u (De nieuwe ontsluitingsweg voor de woningen, Markt, Dorpstraat, Prinses Margrietstraat en Schoolstraat) en zijn dientengevolge niet zoneplichtig. De locatie bevindt zich tevens buiten de onderzoekszone van de Lindestraat (> 200 meter).
4.3
Bedrijven en milieuzonering
4.3.1 Algemeen Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies en gevoelige functies op een verantwoorde afstand van elkaar gesitueerd worden. Dit dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor gevoelige functies zoals woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Bij het planvoornemen dient derhalve rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven, om de kwaliteit van het leefmilieu te garanderen en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde handreiking Bedrijven en milieuzonering. Hierin wordt per bedrijfstype aangegeven wat de milieu-invloed op de omgeving is en welke indicatieve afstand hierbij minimaal in acht moet worden genomen. Van deze indicatieve afstand kan worden afgeweken indien op basis van een onderzoek de daadwerkelijke afstand kan worden bepaald. Daarnaast geldt voor inrichtingen waar dieren worden gehuisvest geurspecifieke regelgeving, waarin milieuafstanden zijn bepaald. 4.3.2 Toetsing planvoornemen In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere bedrijven c.q. functies gelegen.
28
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Afbeelding 17: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017' Horeca Markt 5 Aan de overzijde van de Markt (nummer 5) is op grond van het geldend bestemmingsplan horeca van de categorie 2 toegestaan. Hier is een restaurant/café gevestigd. Voor horeca van categorie 2 (middelzware horeca) geldt op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' een richtafstand voor geluid van 10 meter. De afstand van het plangebied tot de horecabestemming bedraagt 29 meter (en 28 meter tot de bestaande bedrijfswoning die in de toekomstige situatie de voorste woning in het plangebied zal vormen). Aan de richtafstand van horeca tot gevoelige functies wordt dientengevolge voldaan. Achter het café aan de Markt 5 is aan de Bosstraat een terrein gelegen dat ook is voorzien van een horecabestemming. Dit perceel wordt gebruikt als parkeerterrein voor het café aan de Markt 5. Aangezien dit terrein verder weg ligt wordt ook ten aanzien van dit perceel aan de richtafstand voldaan. Bovendien is het uitgesloten dat hier in de toekomst horeca-activiteiten zullen worden uitgeoefend, omdat hier geen bouwvlak en aanduiding 'horeca van categorie 2' is opgenomen. Loods Bosstraat Aan de Bosstraat is naast de horecabestemming een loods gelegen die is voorzien van een bedrijfsbestemming.
Hier zijn bedrijfsmatige activiteiten toegestaan, die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen'. Voor deze categorieën geldt een maximale richtafstand van 30 meter. Aangezien de afstand van de bedrijfsbestemming tot het plangebied 50 meter bedraagt (en 58 meter tot de bestaande bedrijfswoning die in de toekomstige situatie de voorste woning in het plangebied zal vormen) wordt aan deze richtafstand voldaan. Gemeenschapshuis en basisschool Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een gemeenschapshuis en basisschool (De Klink). Het gemeenschapshuis is voorzien van een horecabestemming met de aanduiding 'gemeenschapshuis'. Ter plaatse van deze aanduiding is op grond van de regels van het geldende bestemmingsplan uitsluitend horeca in de vorm van een cafe, croissanterie, koffiebar, lunchroom, restaurant (zonder bezorg- en afhaalservice), tearoom en zalenverhuur mogelijk. Voor deze vormen van horeca geldt een maximale richtafstand van 10
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
29
meter ten aanzien van geluid. De naar het plangebied gerichte gevel van het gemeenschapshuis en de basisschool is grotendeels niet voorzien van gevelopeningen. Ter hoogte van het gemeenschapshuis is wel een gevelopening (glazen wand met deuren) aanwezig. De betreffende gevel met gevelopening is echter op een afstand van minimaal 10 meter van de dichtstbijzijnde woningen gelegen. De ruimte tusssen de gevel en het plangebied wordt niet (als buitenruimte bij het gemeenschapshuis) gebruikt. Aan de zijde van het plangebied voorziet het planvoornemen in een verkeersbestemming. Derhalve wordt aan de richtafstanden voldaan. Daarnaast wordt op de achterste perceelsgrens voorzien in een erfafscheiding in de vorm een tuinmuur van 2,5 meter zodat hiermee sprake is van voldoende afscherming, ondanks dat voldaan wordt aan de richafstand, om het woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid te waarborgen. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
Afbeelding 18: Naar plangebied gerichte gevel van het gemeenschapshuis en basisschool. Glazen wand met deuren van gemeenschapshuis aangeduid met rode cirkel
30
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
Afbeelding 19: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Markt 8 (a) te Grathem met inrichtingsplan
Ten aanzien van de basisschool (milieucategorie 2, richtafstand op basis van geluid 30 meter) grenst het plangebied direct aan het schoolterrein. De richtafstand van 30 meter is hierbij gebaseerd op buitenspelende kinderen. Ook hiervoor geldt, net als bij het gemeenschapschapshuis, dat het deel van het terrein dat tegen het plangebied aan ligt afgeschermd is door de bebouwing van de school zelf en dat de ruimte tussen de bebouwing en het plangebied niet als buitenruimte wordt gebruikt. Deze ruimte is afgesloten door middel van een poort en maakt dientengevolge geen deel uit van het schoolplein dat toegankelijk is voor leerlingen. Het schoolplein is aan de west- en zuidzijde van de school gelegen en ligt daarmee feitelijk op een afstand van ongeveer 5 meter van het plangebied. Aan de zijde van het schoolplein wordt op de meest zuidelijke percelen echter een erfafscheiding in de vorm van een tuinmuur van 2,5 meter hoog geplaatst. Deze vervult een afschermende werking ten aanzien van het geluid dat afkomstig is van het schoolplein. Door de afschermende werking van het schoolgebouw wordt bovendien het geluid dat afkomstig is van het grootste deel van het schoolplein geweerd.
Dientengevolge is het woon- en leefklimaat van de te realiseren woningen in voldoende mate gewaarborgd en kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van de geprojecteerde woningen. De erfafscheiding wordt in de regels door middel van een voorwaardelijke verplichting gewaarborgd.
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
31
4.3.3 Conclusie Het plangebied is voor wat betreft bedrijvigheid en horeca aan de Markt en Bosstraat op grotere afstand gelegen dan de minimale richtafstanden. Ten aanzien van deze bedrijven kan worden geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ook zal het planvoornemen geen belemmering van de bedrijfsvoering opleveren, aangezien dichterbijgelegen bestaande woningen als maatgevend zullen gelden. Ten aanzien van het gemeenschapshuis wordt ook voldaan aan de richtafstand, doordat de woonbestemmingen zich feitelijk op minimaal 10 meter van de gevelopening aan de naar het plangebied gekeerde gevel bevinden. Ten aanzien van de basisschool wordt strikt genomen niet voldaan aan de richtafstand omdat de woonbestemming grenst aan de maatschappelijke bestemming. Op grond van de feitelijke situatie kan echter worden geconcludeerd dat in de beoogde situatie sprake is van een goed woon- en leefklimaat, aangezien feitelijk sprake is van een afgesloten deel van het schoolterrein dat niet toegankelijk is voor leerlingen, en de bestaande bebouwing een afschermende werking heeft voor geluid vanaf het schoolterrein. Bovendien wordt op de zuidelijke perceelsgrens van de dichtstbijzijnde woningen een tuinmuur met een hoogte van 2,5 meter gebouwd, die een geluidafschermende werking zal hebben, waarmee het woon- en leefklimaat van de te realiseren woningen wordt gewaarborgd.
Het aspect bedrijven en milieuzonering staat derhalve niet in de weg aan de realisatie van het planvoornemen.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1 Algemeen De regelgeving omtrent de luchtkwaliteit is opgenomen in de Wet milieubeheer (Wm). De belangrijkste aspecten ten aanzien van de (Europese) luchtkwaliteitseisen zijn vernoemd in de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet maakt onderdeel uit van de Wm; hoofdstuk 5, titel 5.2. Rijk, provincies en gemeenten werken samen om de Europese eisen en doelstellingen voor het verbeteren van de luchtkwaliteit te realiseren. Overheidsinstanties zijn verplicht om bij (ruimtelijke) ingrepen en ontwikkelingen de mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld te brengen. Het opstellen en vaststellen van een bestemmingsplan behoort tot deze categorie, daarom is het noodzakelijk dat de eventuele gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld worden gebracht. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden, bestuursorganen bepaalde bevoegdheden mogen uitoefenen. Wanneer bij de planvorming sprake is van één van de volgende punten vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering; 1. 2. 3. 4. 5.
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit het NSL. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, waaronder voor woningbouw: 1.500
32
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen. 4.4.2 Gevolgen planvoornemen Onderhavig plan betreft het realiseren van 9 levensloopbestendige woningen en de transformatie van een bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning. In totaal betreft het planvoornemen daarmee de toevoeging van negen woningen in het plangebied. Het mogelijk maken van negen extra woning valt binnen het niet in betekenende mate criterium van de Wet milieubeheer (<1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg). Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Daarnaast kan gesteld worden dat het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied afneemt door het 'verdwijnen' van het transportbedrijf, waarbij ook het aandeel vrachtverkeer aanzienlijk afneemt. Dit komt de luchtkwaliteit ten goede. In het kader van de goede ruimtelijke ordening is voorts gekeken naar de achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Deze zijn ter plaatse van het plangebied dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden van hieronder afgebeelde Grootschalige concentratiekaart Nederland van RIVM. De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied bedraagt 15.55 µg/m3, de norm bedraagt 40 µg/m3.
De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied bedraagt 12.65 µg/m3, de norm bedraagt 40 µg/m3.
Afbeelding 20: Kaart achtergrondconcentratie PM1 0 met waarden in plangebied (indicatief weergegeven met rode cirkel), bron: https://geodata.rivm.nl/gcn/
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
33
Afbeelding 21: Kaart achtergrondconcentratie NO2 met waarden in plangebied (indicatief weergegeven met rode cirkel), bron: https://geodata.rivm.nl/gcn/ 4.4.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat niet in de weg aan realisatie van het planvoornemen.
4.5
Externe veiligheid
4.5.1 Algemeen Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het enerzijds om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen, waarmee men het volgende wil bereiken: bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven; bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijk ongeval met een groot aantal slachtoffers.
34
bestemmingsplan Markt 8(a) te Grathem
4.5.2 Gevolgen planvoornemen Met onderhavig planvoornemen worden in het plangebied nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd in de vorm van woningen. In de omgeving van de locatie zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook vindt er in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over (water- en/of spoor)wegen. De locatie is daardoor niet gelegen binnen een invloedsgebied in het kader van externe veiligheid. Door de kleinschalige omvang van het planvoornemen neemt de personendichtheid niet significant toe. Ten slotte worden met onderhavig planvoornemen geen nieuwe risicovolle inrichtingen of activiteiten toegevoegd aan het plangebied. Het aspect externe veiligheid staat dientengevolge niet aan het planvoornemen in de weg. 4.5.3 Advies Veiligheidsregio Limburg-Noord Het planvoornemen isop 11 juli 2022 voor advies voorgelegd aan aan de Veiligheidsregio Noord-Limburg. Op 13 juli 2022 heeft de veiligeheidsregio (Bijlage 6) haar advies uitgebracht. In dit advies wordt geadviseerd dat rekening gehouden moet worden met een aantal beheersmaatregelen voor zowel de initaitefnemer, gebruiker van het gebouw en de gemeente ter verbetering van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
Voor onderhavig bestemmingsplan is relevant dat het binnen de woningen mogelijk moet zijn om de mechanische ventilatie met een noodknop in één keer uit te kunnen zetten, zodat er geen ventilatie lucht meer van buitenaf wordt ingebracht bij eventuele toxische gassen. Daarnaast moet worden gezorgd voor de aanleg van een brandkraan met een debiet van tenminzte 30 m3/uur, die centraal in het plangebied gerealiseerd wordt.