CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Stukken begroting voor zienswijzen

Raadsvergadering 18 mei 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 124. Zienswijzen begroting OFGV 2021 en 202234.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Netto schuld quote en netto schuld quote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuld quote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de OFGV ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De tabel presenteert hiernaast ook de schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de OFGV heeft uitstaan (deze middelen vloeien immers op termijn terug). Op beide indicatoren scoort de OFGV goed. Dit omdat de OFGV geen leningen heeft en dus ook geen rente en aflossingen betaalt. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit 14

eigen middelen (eigen vermogen). Dit geeft inzicht in de mate waarin de OFGV in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De OFGV scoort op begrotingsbasis 16% op deze indicator. Volgens de VNG-norm is 50% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat de helft van de balans uit eigen middelen bestaat. De OFGV scoort lager omdat de OFGV conform het door het AB vastgestelde risicobeleid beperkt is in het aanhouden van reserves. Hetgeen direct invloed heeft op het percentage. Grondexploitatie Het financiële kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de investeringen in grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen grondposities heeft. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de partnerbijdragen. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten en kapitaallasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

De indicator 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is. Dit laat zien in hoeverre de OFGV in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Volgens de VNG-norm is 0,6% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat er structureel 'geld over' is op de begroting. De OFGV scoort nihil omdat de bijdragen van de deelnemende partijen en die uit overige opbrengsten gelijk zijn aan de structurele uitgaven. Belastingcapaciteit Het financiële kengetal 'belastingcapaciteit' geeft aan hoe belastingtarieven zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen belastingen heft. A.2.3. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van het BBV in ieder geval de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de OFGV is geen van deze onderdelen van toepassing. Het gebouw waarin de OFGV is gevestigd wordt gehuurd. Voor de activa van de OFGV en de steunpunten groene handhaving is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld. A.2.4. Financiering Gegeven de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke overheid of Gemeenschappelijke Regeling (GR) verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen.

Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente-risiconorm, de verwachte toeen/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader zoals gesteld door de Wet FIDO. Het treasurystatuut is aangepast naar het wettelijk verplichte schatkistbankieren: overtollige middelen tot € 200.000 worden aangehouden in rekening-courant bij de BNG, het meerdere wordt aangehouden bij de schatkist. Rentevisie Tijdens het opstellen van deze conceptbegroting heeft de OFGV geen leningen lopen en 15

worden geen leningen voorzien. Mochten die in 2022 toch nodig blijken voor bijvoorbeeld investeringen, dan wordt voorzichtigheidshalve een lange termijn rente van 2,0% gehanteerd. Risicobeheer Deze paragraaf geeft een inschatting van de risico’s die de OFGV gedurende de begroting kan lopen. Onder risico’s worden verstaan koers- en valutarisico’s en de risico’s ten aanzien van rente. Koers -en valutarisico Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De OFGV bezit geen derivaten, daardoor is er geen sprake van koersrisico. Valutarisicobeheer is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van wat er verwacht werd op het beslissingsmoment. De OFGV bezit geen vreemde valuta, daardoor is er geen sprake van valutarisico. Renterisico’s Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de rentelasten van het vreemd vermogen hoger en/of de renteopbrengsten van activa lager zijn dan geraamd. De Wet FIDO hanteert voor de beheersing van het renterisico de kasgeldlimiet en de rente risiconorm.

De wet normeert via percentages het maximale risico dat een gemeenschappelijke regeling mag lopen op de vaste (de rente risiconorm) en de vlottende schuld (de kasgeldlimiet). Rente-risiconorm Aangezien de OFGV geen langlopende schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk risico. Uit de liquiditeitenplanning blijkt dat de OFGV het hele jaar een positief banksaldo heeft. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft tot doel de renterisico’s op kortlopende (opgenomen) geldleningen te beperken. Jaarlijks wordt door het ministerie aangegeven, welk bedrag een overheid mag financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage van het totaal van de begroting. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar in principe niet overschreden worden. Als deze kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld omgezet worden in een langlopende schuld. De toegestane kasgeldlimiet 2022 is als volgt: Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage 8,2% * het begrotingstotaal ad € 14.598.672 = € 1.197.091. Dit betekent dat de omvang van de vlottende korte schuld min de vlottende middelen dit bedrag niet mag overschrijden. Aangezien de OFGV geen kortlopende schulden heeft, wordt de norm niet overschreden.

Financieringssystematiek Deze begroting is opgesteld met de bijdrage van de deelnemers berekend op basis van de herijkte Kostenverdeelsystematiek (KVS). De KVS geldt voor de partnerbijdragen in de jaren 2021-2023.

16

A.2.5. Bedrijfsvoering 

Voor 2022 is de verwachting dat ook voor de Interne Dienstverlening de implementatie van de Omgevingswet dominant zal zijn, vooral v.w.b. het inregelen en aanscherpen van werkprocessen op deze nieuwe wetgeving maar ook het verder uitbouwen van de kennis van de medewerkers op dit vakgebied.

In 2022 staat HRM opnieuw voor een aanzienlijke arbeidsmarktuitdaging. Economische en demografische ontwikkelingen zorgen voorlopig nog voor krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor blijft het aantrekken van deskundig personeel voorlopig nog een behoorlijke uitdaging. Met behulp van Strategische Personeelsplanning krijgen we zowel een beter beeld van de kennis en kunde waarover kandidaat-werknemers moeten beschikken als van de noodzakelijke ontwikkeling van medewerkers die reeds in dienst zijn. De benodigde kennis, kunde en competenties worden getoetst aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria en aan de in het kader van de Omgevingswet ontwikkelde competentie set.

Interne Dienstverlening zal de behoeften van onze (interne en externe) klanten in kaart brengen en zorgen we dat we daar efficiënt en effectief op inspelen. Dat betekent zicht hebben op wensen, prioriteiten, mogelijkheden en middelen. Vanuit een gezamenlijk te ontwikkelen Visie op Dienstverlening zal daaraan invulling worden gegeven.

De coronapandemie en de voortdurend veranderende beperkende maatregelen en perspectieven hebben tot een nieuwe werkelijkheid geleid. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt van de organisatie flexibiliteit en aanpassingsvermogen. De OFGV is er tijdens de coronapandemie in geslaagd om de uitvoering van de taken op afstand te continueren. Om deze flexibiliteit te continueren dan wel te versterken werkt de OFGV aan de doorontwikkeling van de organisatie. De belangrijke componenten in de organisatie zoals sturing en leidinggeven op afstand, samenwerken, thuiswerken en het gebruik van kantoorruimte worden onder de loep genomen. Daarin wordt bekeken welke componenten vanuit de nieuwe werkelijkheid wenselijk zijn om te continueren na de coronapandemie. De daarin gemaakte keuzes worden vervolgens vertaald naar de effecten op het personeelsbeleid en de financiën voor het jaar 2022 en verder.

Nadat de eerste ervaringen met de Omgevingswet wordt opgedaan, wordt het Bedrijfsplan van de OFGV geactualiseerd. Daarin wordt een relatie gelegd met het kwaliteitsmanagementsysteem (EFQM). EFQM dient voor de OFGV als een degelijk toetsingskader om de meerwaarde voor de fysieke leefomgeving aan af te meten. De fundamentele aandachtsgebieden van de organisatie zoals bestaansreden, visie, strategie, organisatiecultuur, leiderschap, het betrekken van belanghebbenden, het scheppen van duurzame waarde en het aanjagen van prestaties en transformatie, de percepties van belanghebbenden en strategische en operationele prestaties worden daarin afzonderlijk en in relatie tot de andere gebieden nagelopen. De uitkomsten daarvan zullen dergelijke basis vormen voor de actualisatie van het Bedrijfsplan.

Het huidige VTH-beleidskader, waarin de deelnemers aangeven hoe de OFGV de taken op een uniforme manier in het werkgebied kan uitvoeren, loopt in 2022 af en dient te worden geëvalueerd.

A.2.6. Verbonden partijen De Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Almere, Blaricum, Dronten, Gooise Meren, 17

Hilversum, Huizen, Laren, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Wijdemeren en Zeewolde, de provincie Flevoland en de provincie Noord-Holland. De OFGV heeft zelf geen verbonden partijen. A.2.7. Grondbeleid Het grondbeleid omvat het instrumentarium dat een gemeente of provincie ter beschikking heeft om de vastgestelde ruimtelijke en deels ook economische doelstellingen te realiseren. De OFGV is niet bevoegd om een (eigen) grondbeleid op te stellen.

18

B. Financiële begroting 2022 B.1. Overzicht van baten en lasten en de toelichting B.1.1. Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 a. Reguliere budget BATEN REGULIER BUDGET

Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren Subtotaal 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten Totaal baten regulier budget

€ € € € € € € € € € € € € € €

Realisatie

Begroting incl. OW na 1ste BW

Kader excl. index

Wijziging structureel Almere

Bodemtaken 50% bodemlocaties

Bodemtaken 50% stempercentage

Wijziging structureel overig

Wijziging OW incidenteel

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

2020

2021

2022

2022

2022

2022

2022

2022

2022

2022

870.274 1.495.187 745.866 3.541.345 269.315 986.704 1.432.664 924.833 884.289 553.010 373.215 300.351 473.623 154.187 141.577

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.636.772 1.341.694 649.642 3.719.040 353.657 1.238.351 1.383.820 582.972 929.812 607.646 331.670 241.998 549.109 125.516 115.027

€ 13.146.440

€

€ 662.033 € 13.808.473

€ €

€ € € € € € € € € € € € € € €

Meerjarenraming

2023

1.563.866 1.281.932 620.705 3.553.385 337.904 1.183.192 1.322.181 557.005 888.396 580.580 316.897 231.219 524.651 119.926 109.903

€

95.965

€ € € € € € € € € € € € € € €

19.253 19.253 5.415 -138.160 7.220 19.855 60.768 -243.294 68.589 81.224 28.278 16.847 39.108 6.017 9.627

€ € € € € € € € € € € € € € €

68.990 53.283 25.799 -138.160 14.045 49.179 54.956 -243.294 36.926 24.132 13.172 9.611 21.807 4.985 4.568

€ € € € € € € € € € € € € € €

6.760 5.238 2.521 12.673 1.389 4.843 5.561 272 3.844 2.653 996 2.264 506 480

€ € € € € € € € € € € € € € €

38.871 30.118 14.496 72.870 7.987 27.845 31.974 1.566 22.101 15.253 5.730 13.021 2.911 2.759

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.793.705 1.389.824 668.937 3.362.608 368.544 1.284.913 1.475.439 72.256 1.019.856 703.841 358.347 264.402 600.851 134.344 127.337

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.820.611 1.410.671 678.971 3.413.047 374.073 1.304.187 1.497.571 73.340 1.035.154 714.399 363.722 268.368 609.863 136.360 129.247

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.813.520 1.405.177 676.326 3.399.754 372.616 1.299.107 1.491.738 73.054 1.031.122 711.616 370.330 267.323 607.488 135.828 128.744

13.806.727

€ 13.191.740

€

95.965

€

0

€

0

€

50.000

€

287.500

€

13.625.205

€ 328.182 € 13.519.922

287.500

€ €

328.182 13.953.387

€ € € €

13.829.583 333.105 14.162.687

€

328.182 14.134.909

€ €

€

95.965

€

0

€

0

€

50.000

€

2024 € € € € € € € € € € € € € € €

2025

1.846.475 1.430.712 688.617 3.461.535 379.387 1.322.715 1.518.846 74.382 1.049.860 724.548 377.060 272.181 618.527 138.297 131.083

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.884.431 1.460.122 702.772 3.532.689 387.185 1.349.904 1.550.067 75.911 1.071.440 739.441 384.811 277.775 631.242 141.140 133.778

13.783.745

€ 14.034.224

€

14.322.707

339.157 14.122.902

€ 345.320 € 14.379.545

€ €

352.419 14.675.126

19

LASTEN REGULIER BUDGET

Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal lasten regulier budget

Realisatie

Begroting incl. OW na 1ste BW

2020

2021

Kader excl. index Wijziging Wijziging voor wijzigingen structureel Almere structureel overig

2022

€ € € € € € €

9.590.030 97.397 1.134.745 23.629 10.845.802 495.467 276.134

€ € € € € € €

11.212.295 35.283 107.836 11.355.415 392.837 524.549

€ € € € € € €

10.597.308 35.283 107.836 10.740.428 392.837 524.549

€ € €

96.256 30.018 39.819

€ € €

119.144 33.097 45.009

€ € €

119.144 33.097 45.009

€ € € € € € €

301.933 123.402 763.696 98.083 155.641 33.386 48.834

€ € € € € € €

336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707

€ € € € € € €

336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707

€

28.443

€

55.160

€

55.160

€ 13.336.915

€

14.134.909

€

13.519.922

Realisatie

T otaal baten T otaal direc te lasten T otaal overhead T otaal onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

2022

€ € € € € € €

2020 14.179.266 9.221.629 4.478.585 28.443 450.610 104.993 555.603

€

87.241

€ € € €

872 88.113 4.362 3.490

€

95.965

Begroting na 1ste BW € € € € € € €

2021 14.567.406 9.703.725 4.808.521 55.160 -0 -0

Wijziging OW incidenteel

2022

€

2022

-

€

50.000

€

50.000

287.500

€

287.500

287.500

2023

2024

2025

10.972.049 35.283 108.709 11.116.041 397.199 528.038

€ € € € € € €

11.136.630 35.812 110.339 11.282.781 403.157 535.959

€ € € € € € €

11.050.869 36.493 112.436 11.199.797 409.204 543.998

€ € € € € € €

11.260.835 37.186 114.572 11.412.593 415.342 552.158

€ € € € € € €

11.508.574 38.004 117.092 11.663.670 421.572 560.440

€ € €

119.144 33.097 45.009

€ € €

120.931 33.593 45.684

€ € €

122.745 34.097 46.369

€ € €

124.586 34.609 47.065

€ € €

126.455 35.128 47.771

€ € € € € € €

336.474 143.414 760.729 121.352 198.444 27.579 71.707

€ € € € € € €

341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783

€ € € € € € €

346.644 147.749 783.722 125.020 204.442 28.413 73.874

€ € € € € € €

351.844 149.965 795.478 126.895 207.509 28.839 74.982

€ € € € € € €

357.121 152.214 807.410 128.799 210.621 29.271 76.107

€

55.160

€

55.988

€

56.827

€

57.680

€

58.545

€

13.953.387

€

14.162.687

€

14.122.902

€

14.379.545

€

14.675.126

Begroting incl. index

2022 14.385.884 9.464.351 4.866.373 55.160 -0 -0

2022 14.598.672 9.603.316 4.939.368 55.988 0 0

€ € € € € € €

Meerjarenraming

2022

€ € € € € € €

Kader excl. index en incl. wijzigingen

€ € € € € € €

Begroting incl. index

2022

€

€

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Meerjarenraming

€ € € € € € €

2023 14.562.426 9.483.195 5.022.404 56.827 0 0

€ € € € € € €

2024 14.822.662 9.658.126 5.106.856 57.680 0 0

€ € € € € € €

2025 15.121.890 9.863.631 5.199.714 58.545 0 0

20

b. Directe productiekosten DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Direc te produc tiekosten Flevoland 1.1 Direc te produc tiekosten Almere 1.9 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 1.8 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Direc te produc tiekosten Flevoland 6.2 Direc te produc tiekosten Almere 6.3 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 6.4 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten

c.

Realisatie

Begroting na 1ste BW

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

2020

2021

2022

2022

Meerjarenraming 2023

2024

2025

€ € € € €

241.425 1.286 12.410 8.356 263.477

€ € € € €

210.048 1.309 12.633 8.507 232.497

€ € € € €

210.048 1.309 12.633 8.507 232.497

€ € € € €

213.199 1.329 12.822 8.635 235.984

€ € € € €

216.397 1.349 13.015 8.764 239.524

€ € € € €

219.643 1.369 13.210 8.896 243.117

€ € € € €

222.937 1.389 13.408 9.029 246.764

€ € € € €

175.642 1.286 2.505 179.433

€ € € € €

210.048 1.309 12.633 8.507 232.497

€ € € € €

210.048 1.309 12.633 8.507 232.497

€ € € € €

213.199 1.329 12.822 8.635 235.984

€ € € € €

216.397 1.349 13.015 8.764 239.524

€ € € € €

219.643 1.369 13.210 8.896 243.117

€ € € € €

222.937 1.389 13.408 9.029 246.764

Subsidies

SUBSIDIES Nummer Post 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.2 Omgevingsveiligheid 7.5 Diverse subsidies Totaal lasten subsidies 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.2 Omgevingsveiligheid 2.7 Diverse subsidies Totaal baten subsidies

Realisatie

Begroting na 1ste BW

Kader excl. index en incl. wijzigingen

2021

2022

2020 € € €

107.316 107.316

€ € €

200.000 200.000

€ €

€ € €

107.316 107.316

€ € €

200.000 200.000

€ €

Begroting incl. index

Meerjarenraming

2022

2023

2024

2025

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

d. Innovatieprojecten Mutaties bestemmingsreserves Innovatie en Ontwikkeling Nummer Post 2 OVERIGE BIJDRAGEN - BATEN RESERVES 2.1 Diverse innovatieprojec ten 2.2 Omgevingswet Totaal lasten innovatieprojecten 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN RESERVES 7.8 Diverse innovatieprojec ten 7.10 Omgevingswet Totaal baten innovatieprojecten

Realisatie

Begroting na 1ste BW

2020

Kader excl. index en incl. wijzigingen

2021

Begroting incl. index

2022

Meerjarenraming

2022

2023

2024

2025

€ € €

104.993 104.993

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

104.993 104.993

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

21

Bij het opstellen van de begroting 2022 is onder meer uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 

Deze begroting is opgesteld met de bijdragen van de deelnemers doorberekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2021 voor de periode 2021-2022-2023 en verhoogd met de jaarlijkse indexatie.

Het begrotingstotaal in 2022 wordt geïndexeerd conform de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling. Salarissen en kosten van inhuur (ongeveer 80% van het begrotingstotaal) worden verhoogd met de Loonvoet sector overheid en de overige kosten (circa 20% van het begrotingstotaal) met de prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze prijsindexen in de septembercirculaire gemeentefonds zijn voor 2022 nagenoeg gelijk en bedragen beiden 1,5%.

De basis voor de begroting 2022 is de begroting 2021 na 1ste begrotingswijziging. Deze structurele begrotingswijziging 2021 gaat voor zienswijzen naar de raden en Staten en voor een besluit naar het AB samen met deze ontwerpbegroting en is onder voorbehoud alvast daarin verwerkt. Dat met als doel om een zo actueel mogelijk beeld te geven over het begrotingsjaar 2022. De wijzigingen gaan in per 1 januari 2021 en hebben betrekking op: a. de structurele verhoging van de bijdrage van Almere van € 250.00 naar aanleiding van de uitvoering van het toezicht lichte milieucategorie bedrijven. € 250.000 is het deel van de totale waarde van de overgedragen taken ad € 345.965 opgenomen als gevolg van de opstartfase in 2021. Hetgeen in 2021 het uitvoeren van circa 70% van het totale aantal controles betekent; b. de structurele verhoging van de bijdrage van Lelystad van € 58.095 naar aanleiding van de uitvoering van het toezicht op asbestsanering.

In de begroting 2022 is het resterende deel ad € 95.965 van het totaalbedrag van € 345.965 opgenomen voor de uitvoering van het toezicht van de lichte milieucategorie bedrijven bij de OFGV voor de gemeente Almere. De omvang van de financiële bijdrage is bepaald conform de principes van de vigerende Kostenverdeelsystematiek (KVS) die voor alle vijftien deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling OFGV leidend zijn. De totale bijdrage van € 345.965 (het deel € 250.000 ingevoerd met ingang van 1 januari 2021 en het deel € 95.965 ingevoerd met ingang van 1 januari 2022) is verhoogd met de indexatie 2022 van 1.5%. Daarmee is deze wijziging in evenwicht met de begroting.

De kosten voor informatiemanagement (informatievoorzieningen) vallen structureel hoger uit dan het beschikbare budget. Dat is deels het gevolg van de coronapandemie en het gedwongen thuiswerken. En deels zijn de kosten gestegen door de aansluiting van het VTH-systeem op het digitale stelsel van de Omgevingswet waarbij de aanvullende koppelingen is aangeschaft en de aanpassingen in de systemen zijn gerealiseerd. Daarnaast zijn, in het VTH-systeem, benodigde aanpassingen gedaan voor het bedrijfsvoeringdeel van de OFGV. Alles bij elkaar heeft dat tot structureel hogere kosten geleid. In deze begroting is daarom voorgesteld het budget voor het informatiemanagement structureel te verhogen met € 50.000.

Voor de begrotingsjaren 2020 en 2021 heeft de OFGV incidenteel een financiering voor de kosten voor de voorbereiding op de Omgevingswet ad € 575.000,-, vermeerderd met de indexatie, ontvangen. In de tussentijd is de invoeringsdatum uitgesteld naar 1 januari 2022. Om de effecten van de Omgevingswet in 2022 in de organisatie op te vangen heeft de OFGV voor het jaar 2022 een incidentele verhoging van de begroting nodig ter hoogte van € 287.500. Het bedrag is lager dan de jaren daarvoor omdat in de oorspronkelijke 22

financiering een groot deel is bedoeld voor de opleidingen voor de Omgevingswet. De meeste opleidingen zijn en worden in 2020 en 2021 gerealiseerd. In 2022 komt de focus te liggen op het inbedden van de aangepaste processen in de organisatie, het DSO en het verder doorontwikkelen van de bij de Omgevingswet vereiste competenties van de medewerkers. 

Met ingang van 1 januari 2022 treedt de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke regeling van de OFGV. Het totaalaandeel van de gemeente Weesp in de OFGV begroting bedraagt in 2022 € 363.722 inclusief indexatie. De financiële gevolgen voor het uitreden van de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke Regeling worden in de begroting 2022 verwerkt via een begrotingswijziging. Dit kan pas als alle consequenties van de uittreding zijn bepaald en doorgerekend en als de OFGV daarvoor in samenwerking met Weesp tot een voorstel voor het AB komt. De verwachting is dat in de AB-vergadering van 16 juni 2021 deze inzichten gepresenteerd worden bij de bespreking van het voorstel tot regeling van de gevolgen van de uittreding. Voor het doorrekenen van de incidentele en structurele verhoging van de begroting voor het jaar 2022 is de bijdrage van Weesp niet meegerekend. Met als doel om de fluctuatie van de bijdragen van de andere partners te minimaliseren.

De taken van de gemeenten op het gebied van de Omgevingsveiligheid zijn nu grotendeels belegd bij de OFGV. Voor het jaar 2021 zijn deze taken gesubsidieerd via de provincies. Met ingang van 1 januari 2021 vindt een verschuiving in de financiering van ‘omgevingsveiligheid’ plaats: de gemeenten ontvangen zelf een bijdrage van het Rijk en dienen een overweging te maken of ze deze taken zelf zullen uitvoeren of dat ze de uitvoering van deze taken door de OFGV willen laten voortzetten. Als de gemeenten deze taken door de OFGV willen laten doen, moeten er nog afspraken over gemaakt worden.

Kostenverdeling bodemtaken Met ingang van 1 januari 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een deel van de bodemtaken waarvoor de verantwoordelijkheid nu nog bij provincies ligt. Ervan uitgaande dat de OFGV deze bodemtaken voor de gemeenten zal gaan uitvoeren, betekent dit een verschuiving van de financiering van de provincie naar de gemeenten. Om een reëel en evenwichtig beeld te geven over de baten van de begroting en een sluitende begroting te presenteren is deze verschuiving verwerkt in de ontwerpbegroting 2022. De voorlopige indicatie van de, met deze bodemtaken gepaard gaande kosten, gepresenteerd bij de Kadernota 2022, is bijgesteld op basis van de huidige Kostenverdeelsystematiek geldend voor de periode 2021-2023. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat 10% van de bodemtaken bij de provincies achterblijven. De verdeling van de kosten voor de decentralisatie van de bodemtaken als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet in deze ontwerpbegroting is een voorlopige keuze en bedoeld om tijdig een sluitende begroting vast te kunnen stellen. Een definitief besluit over de verdeling van de kosten voor de bodemtaak over gemeenten en provincies wordt later genomen en door middel van een begrotingswijziging geregeld. Ook deze begrotingswijziging zal voor zienswijzen aan raden en Staten worden voorgelegd.

Bij de definitieve besluitvorming over de kostenverdeling bodemtaken kunnen dan ook de resultaten van het landelijk overleg over de herverdeling provincie- en gemeentefonds als gevolg van deze decentralisatie worden betrokken. Op het moment van het opstellen van deze ontwerpbegroting heeft dit landelijk overleg nog geen resultaat opgeleverd. Ook als een besluit over de herverdeling provincie- en gemeentebudgetten op landelijk niveau uitblijft zullen de consequenties van die uitkomst worden betrokken in de definitieve besluitvorming in het Algemeen Bestuur over de herverdeling kosten bodemtaken. 23

In de voorlopige berekening in deze ontwerpbegroting zijn de totale kosten voor de bodemtaak afgezonderd uit de begroting (KVS) systematiek en als volgt verdeeld:  10% van de totale kosten blijven voor rekening van de provincies komen; een deel van de bodemtaken blijven achter bij provincies, deze worden nu op 10% van het totaal geschat. De overige kosten voor gemeenten (totale kosten minus deel provincies) zijn als volgt verdeeld:  50% van de overige kosten zijn verdeeld op basis van het stempercentage (percentuele bijdrage aan de totale begroting) van de gemeentelijke deelnemers; een voor deelnemers herkenbare en goed terugrekenbare verdeling;  50% van de overige kosten zijn verdeeld op basis van de bodemlocaties (uitdraai uit het OFGV-informatiesysteem met bodemlocaties waar een verontreiniging boven de interventiewaarde aanwezig is); met deze verdeling probeert de OFGV een relatie te leggen met de verwachte werkomvang per gemeente vanaf 2022. In de onderstaande tabel zijn de bodemlocaties per gemeente weergegeven.

Met deze theoretische verdeling wordt zo min mogelijk voorgesorteerd op een te nemen definitief besluit over deze kosten. Daarnaast is de verwachting dat de afwijking van deze gemiddelde verdeling minder groot is als dat voor één van de verdelingswijze wordt gekozen bij de definitieve besluitvorming (minder schommelingen). Door een voorlopige verdeling vast te leggen kunnen gemeenten hiervoor alvast een bedrag opnemen in de eigen begroting.

24

B.1.2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten Lasten reguliere begroting Personeelskosten Het begrotingsbedrag voor salarissen bedraagt in 2022 € 11.282.800. Dit bedrag wordt aangewend voor de salarissen van vast personeel, de kosten voor flexibele schil en inhuur bij ziekte. Ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenschijf uit de begroting 2021 is het bedrag met € 563.800 gestegen. Dat wordt veroorzaakt door:  de structurele uitbreiding van het takenpakket door de gemeenten Almere en Lelystad;  de incidentele ophoging van het salarisbudget voor de Omgevingswet;  de indexering. Opleidingskosten Het budget voor opleidingskosten is nodig voor de noodzakelijke kwaliteitsverbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook het bijhouden van bestaande kennis in het kader van aanpassingen in wet- en regelgeving drukken op dit budget. De raming voor 2022 bedraagt € 403.160. Dit is ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenschijf uit de begroting 2021 verhoogd met € 17.884 in verband met de taakwijzigingen en indexering. Algemene personeelskosten Het budget voor algemene personeelskosten bedraagt € 535.960 en is verhoogd met € 13.900 in verband met de taakwijzigingen en indexering.

Het budget is bestemd voor de vergoedingen aan personeel zoals reiskosten, piket en overwerk, en voor personeelsgerelateerde kosten zoals werkkleding, OR/GO en de personeelsvereniging. Afschrijvingen De raming van de afschrijvingen is als volgt: Activa

Geraamde Investering

Verbouwing pand

€

456.841 10 jaar

€

Meubilair

€

335.935 10 jaar

€

33.593

ICT hardware (c omputers, laptops, tablets)

€

220.293 3 jaar

€

73.431

ICT hardware (TV+TC+deurdisplay)

€

50.000 5 jaar

€

10.000

Telefoons

€

75.000 2 jaar

€

37.500

Totaal afschrijvingen

Termijn

Afschrijving 45.684

€ 200.209

De afschrijvingskosten voor de handhavingsschepen van de provincie Flevoland zijn verwerkt in de directe productiekosten. Deze kosten worden niet door overige deelnemers betaald en zijn daarom niet opgenomen onder de reguliere kapitaallasten. Huur en services De pandgebonden huisvestingslasten zijn de huurlasten zoals overeengekomen met de verhuurder. Het huidige huurcontract wordt jaarlijks verhoogd met de CBS-index huurprijzen. Ook bevat deze post andere lasten verbonden aan de huisvesting zoals gas-water-licht, verzekering, belasting, schoonmaak en beveiliging. Het begrotingsbedrag bedraagt € 341.500. Huisvesting (niet-pandgebonden) De dienstgebonden huisvestingslasten betreffen het budget van € 145.600 voor meubilair, inrichting, catering en dergelijke. Informatiemanagement De kosten voor informatiemanagement betreffen de kosten voor hardware, software, onderhoud en dergelijke. Het budget bedraagt € 772.140. Dit budget is ten opzichte van de

25

oorspronkelijke meerjarenschijf uit de begroting 2021 verhoogd met € 50.000 in verband met de stijging van de structurele informatiemanagementkosten. Wagenpark Het budget voor het wagenpark van € 123.200 is bestemd voor de leasekosten van handhavingsvoertuigen. Diverse kosten Het budget voor diverse kosten bedraagt € 201.400 en is bestemd voor kosten zoals porti, kantoorartikelen, telefoonkosten, verzekeringen en dergelijke. Accountant Het budget is bestemd voor de accountantscontrole en bedraagt € 28.000. HRM Het budget van € 72.800 is bestemd voor diverse kosten op het gebied van HRM zoals arbo en integriteit. Onvoorzien Het bedrag voor onvoorzien bedraagt in 2022 € 56.000. Het budget onvoorzien maakt deel uit van het weerstandsvermogen en is bestemd voor risico’s in de bedrijfsvoering. Baten reguliere begroting Bijdragen partners De bijdragen van de deelnemende partijen aan de begroting van 2022 zijn berekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2021 voor de periode 2021-2022-2023 en verhoogd met:  de structurele uitbreiding van het takenpakket;  de structurele ophoging van het budget informatiemanagement;  de incidentele ophoging van het salarisbudget voor de Omgevingswet;  de indexering. De bijdragen van de partners voor 2022 zijn als volgt: Wijziging structureel Almere

Kader excl. index

BATEN REGULIER BUDGET

Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren

€ € € € € € € € € € € € € € €

2022

Subtotaal 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten Totaal baten regulier budget

€ 328.182 € 13.519.922

Bodemtaken 50% bodemlocaties

2022

Bodemtaken 50% stempercentage

2022

Wijziging structureel overig

2022

Wijziging OW incidenteel

2022

Kader excl. index en incl. wijzigingen

2022

2022

1.563.866 1.281.932 620.705 3.553.385 337.904 1.183.192 1.322.181 557.005 888.396 580.580 316.897 231.219 524.651 119.926 109.903

€

95.965

€ € € € € € € € € € € € € € €

19.253 19.253 5.415 -138.160 7.220 19.855 60.768 -243.294 68.589 81.224 28.278 16.847 39.108 6.017 9.627

€ € € € € € € € € € € € € € €

68.990 53.283 25.799 -138.160 14.045 49.179 54.956 -243.294 36.926 24.132 13.172 9.611 21.807 4.985 4.568

€ € € € € € € € € € € € € € €

6.760 5.238 2.521 12.673 1.389 4.843 5.561 272 3.844 2.653 996 2.264 506 480

€ € € € € € € € € € € € € € €

38.871 30.118 14.496 72.870 7.987 27.845 31.974 1.566 22.101 15.253 5.730 13.021 2.911 2.759

€ 13.191.740

€

95.965

€

0

€

0

€

50.000

€

287.500

€ 13.625.205

287.500

€ 328.182 € 13.953.387

€

95.965

€

0

€

0

€

50.000

€

Begroting incl. index

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.793.705 1.389.824 668.937 3.362.608 368.544 1.284.913 1.475.439 72.256 1.019.856 703.841 358.347 264.402 600.851 134.344 127.337

2022 € € € € € € € € € € € € € € €

1.820.611 1.410.671 678.971 3.413.047 374.073 1.304.187 1.497.571 73.340 1.035.154 714.399 363.722 268.368 609.863 136.360 129.247

€ 13.829.583 € € 333.105 € 14.162.687

De financiële bijdrage per deelnemer (exclusief de bijdrage voor directe productiekosten) is van belang voor het stemrecht in het Algemeen Bestuur. Het stemrechtpercentage voor 2022 is weergegeven in de volgende tabel.

26

2022 Deelnemer Almere Lelystad Zeewolde Flevoland Urk Dronten Noordoostpolder Noord Holland Gooise Meren Hilversum Weesp Huizen Wijdemeren Blaricum Laren

% 13,16% 10,20% 4,91% 24,68% 2,70% 9,43% 10,83% 0,53% 7,49% 5,17% 2,63% 1,94% 4,41% 0,99% 0,93%

Totaal

100% €

Nieuwe verdeling bijdragen partners Subtotaal Directe kosten 1.820.611 1.329 1.410.671 678.971 3.413.047 213.199 374.073 1.304.187 1.497.571 73.340 8.635 1.035.154 12.822 714.399 363.722 268.368 609.863 136.360 129.247 -

Totaal 1.821.939 1.410.671 678.971 3.626.246 374.073 1.304.187 1.497.571 81.975 1.047.976 714.399 363.722 268.368 609.863 136.360 129.247

€

14.065.567

13.829.583

€

235.984

Overige inkomsten De post overige inkomsten is het deel van de OFGV begroting dat niet gedekt wordt door de structurele partnerbijdragen, maar wordt gedekt met de overige inkomsten. Dit bedrag van € 333.100 wordt gerealiseerd door het uitvoeren van extra opdrachten, de uren van eigen medewerkers te dekken middels subsidies en door het aanbieden van opleidingen aan andere overheden. Directe productiekosten Directe productiekosten zijn budgetten van deelnemers die nodig zijn voor het uitvoeren van specifieke taken. Deze directe productiekosten worden niet procentueel verdeeld over alle deelnemers maar worden door de specifieke deelnemers overgedragen aan de Omgevingsdienst. De specificatie is als volgt: DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN PROVINCIE FLEVOLAND Groene handhaving kapitaallasten vaartuigen Groene handhaving vaartuigen Groene handhaving services Groene handhaving steunpunten Advertenties milieuwetten Extern advies vergunningverlening Extern advies handhaving Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden Beheer grondwatermeetnet Subtotaal Legesheffing vergunningen Vergoeding groene handhaving randmeren Totaal Provincie Flevoland

€ € € € € € € € € € € € €

33.209 60.661 7.749 46.492 38.744 19.814 19.814 22.139 114.016 362.637 143.904 5.535 213.199

DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN GEMEENTE ALMERE Geluidsmeter Totaal Gemeente Almere

€ €

1.329 1.329

DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN GEMEENTE GOOISE MEREN Algemeen uitbesteed werk Totaal Gemeente Gooise Meren

€ €

12.822 12.822

DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN PROVINCIE NOORD-HOLLAND Advertentie-, onderzoek en kadasterkosten Totaal Provincie Noord-Holland

€ €

8.635 8.635

Deze budgetten worden verhoogd met de prijs overheidsconsumptie, netto materieel. Subsidies In deze begroting is een schatting opgenomen van de subsidies die in 2022 worden ontvangen en die tot uitgaven leiden. Het in deze begroting geraamde bedrag voor de subsidies van € 200.000 is bedoeld voor de diverse subsidies waaronder vroeger de subsidie voor de Omgevingsveiligheid viel. De uitgaven worden pas gedaan als er beschikkingen worden ontvangen. Daarom vormt deze stelpost geen risico voor de reguliere begroting. 27

Innovatieprojecten De kosten van innovatieprojecten worden gedekt uit de bestemmingsreserve Innovatie en Ontwikkeling. Op het moment van het opstellen van deze begroting is nog niet zeker vast te stellen of en welke innovatieprojecten naar het jaar 2022 zullen doorlopen. Dat kan pas in de loop van het jaar 2021 opgemaakt worden. Daarnaast worden in de loop van het jaar 2021 nieuwe ideeën ontwikkeld voor nieuwe innovatieprojecten en ter goedkeuring voorgelegd aan het Dagelijks Bestuur. B.1.3. Algemene dekkingsmiddelen De OFGV ontvangt geen algemene dekkingsmiddelen. B.1.4. Kosten van overhead De specificatie van de overhead is als volgt: Specificatie overhead Personele lasten overhead personeel Overige personeelskosten Afschrijvingen Facilitair ICT Financiën Totaal

Realisatie 2020 2.132.433 820.435 166.093 679.060 647.178 33.386 4.478.585

Begroting 2021 2.203.318 989.092 197.250 799.684 591.598 27.579 4.808.521

Begroting 2022 2.236.368 1.011.898 200.209 811.679 651.222 27.993 4.939.368

Meerjarenraming 2023 2024 2025 2.278.859 2.322.157 2.373.244 1.027.076 1.042.483 1.058.120 203.212 206.260 209.354 823.854 836.212 848.755 660.990 670.905 680.969 28.413 28.839 29.271 5.022.404 5.106.856 5.199.714

De personele overhead mag maximaal 24% bedragen. De OFGV blijft hier onder. In 2020, 2021 en 2022 zijn de personele lasten verhoogd in verband met de Omgevingswet. In de meerjarenraming vanaf 2023 is het percentage overhead stabiel. Percentage personele overhead Personele lasten overhead personeel Personele lasten direct personeel % personele overhead

Realisatie 2020 2.132.433 8.713.369 19,7%

Begroting 2021 2.203.318 9.152.097 19,4%

Begroting 2022 2.236.368 9.046.414 19,8%

Meerjarenraming 2023 2024 2.278.859 2.322.157 8.920.939 9.090.436 20,3% 20,3%

2025 2.373.244 9.290.426 20,3%

B.1.5. Stelposten, vennootschapsbelasting en onvoorzien De OFGV heeft geen stelposten in de begroting 2022. Het bedrag voor onvoorzien bedraagt € 56.000 en is toegelicht op pagina 25. De OFGV hoeft geen vennootschapsbelasting te betalen, omdat resultaten behaald worden als gevolg van de wettelijke taak of zonder winstopslag. B.1.6. Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten betreffen posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden en dus een tijdelijk karakter hebben. De begroting 2022 is incidenteel verhoogd met de voorbereidings-en invoeringskosten van de Omgevingswet € 287.500. Aan de lastenkant is deze verhoging verwerkt in het salarisbudget en aan de batenkant in de bijdrage van de deelnemende partijen. Dat geldt alleen nog voor het jaar 2022. Vanaf 2023 wordt de begroting weer verlaagd tot het normale niveau.

28

B.2. Financiële positie en toelichting B.2.1. Uitgangspunten en ontwikkelingen ten opzichte van 2021 De wijzigingen ten opzichte van de meerjarenschijf 2022 in de begroting 2021 hebben betrekking op de structurele uitbreiding van de taken van de gemeente Almere met de uitvoering van het toezicht lichte milieucategorie bedrijven, de taken van de gemeente Lelystad met de uitvoering van het toezicht op asbestsanering en met de incidentele ophoging van het salarisbudget voor de Omgevingswet. B.2.2. Geprognosticeerde eindbalans De balansprognose tot en met 2025 is als volgt: 31-12-2020

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

Materiële vaste ac tiva

Balans

872.750

963.504

963.504

963.504

963.504

963.504

Financ iële vaste ac tiva

-

-

-

-

-

-

Vlottende ac tiva

5.579.273

4.895.615

4.895.615

4.895.615

4.895.615

4.895.615

Balanstotaal activa

5.859.119

6.452.022

5.859.119

5.859.119

5.859.119

5.859.119

Algemene reserve

619.000

619.000

619.000

619.000

619.000

619.000

Bestemmingsreserves

156.263

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

Vlottende passiva

5.676.760

4.940.119

4.940.119

4.940.119

4.940.119

4.940.119

Balanstotaal passiva

6.452.022

5.859.119

5.859.119

5.859.119

5.859.119

5.859.119

Voor de raming van de vaste activa en vlottende passiva is gebruikgemaakt van het gemiddelde van de jaarrekeningcijfers van de drie voorafgaande jaren. Het eigen vermogen is gebaseerd op bekende reservemutaties en een nihil rekeningresultaat. B.2.3. Jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen De formatie bedraagt begin 2021 148,26 fte. Ruimte in het salarisbudget wordt ingezet voor de flexibele schil en samenwerking op de bedrijfsvoering. B.2.4. Investeringen in vaste activa De OFGV heeft geen investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Investering

Afschrijvingstermijn

Verbouwing pand

10 jaar - 2023

Meubilair

10 jaar - 2023

2021

€

ICT hardware (c omputers, laptops, tablets) 3 jaar - 2022 ICT hardware (TV+TC+deurdisplay) Telefoons

2 jaar - 2021 30 jaar - 2045

€

75.000

€

75.000

2023 €

463.694

€

340.974

€

50.000

€

77.267

€

931.934

2024

220.293

5 jaar - 2023

Handhavingssc hepen Totaal investeringen

2022

€ 220.293

€

-

2025

€

230.356

€

79.602

€

309.958

De OFGV vervangt de activa pas op het moment dat het nodig is. Dit betekent dat bijvoorbeeld ICT hardware niet na de afschrijvingstermijn van 3 jaar vervangen wordt, maar soms langer mee gaat. De niet uitgegeven kredieten schuiven daarom door naar latere jaren. Op basis van de afschrijvingstermijn mag in 2022 de ICT hardware vervangen worden. Of dit ook werkelijk nodig is, blijkt bij een schouw van de activa in 2021. De hierboven in de tabel aangegeven bedragen voor de ICT hardware en telefoons zijn omhoog bijgesteld om alle medewerkers van de hardware te kunnen voorzien. De afschrijvingskosten als gevolg van deze investering passen binnen het bestaande budget. De afschrijvingstermijn van de verbouwingskosten is gelijk aan de duur van het huurcontract. Voor de overige afschrijvingstermijnen is veelal de economische levensduur als uitgangspunt genomen. Deze stemmen overeen met de afschrijvingstermijnen in de Financiële Verordening. Alle kosten als gevolg van de afschrijving op genoemde investeringen zijn structureel in de begroting verankerd. B.2.5. Financiering De begroting van de OFGV wordt grotendeels gedekt uit de bijdragen van de deelnemers. De OFGV stuurt voorafgaand aan elk kwartaal een voorschotnota van 25% van deze bijdrage aan de deelnemer. Daarom heeft de OFGV geen leningen nodig voor haar reguliere 29

taakuitvoering. De OFGV neemt deel aan het wettelijk verplichte schatkistbankieren: overtollige middelen tot € 200.000 worden aangehouden in rekening-courant bij de BNG, het meerdere wordt aangehouden in de schatkist. B.2.6. Reserves en voorzieningen Algemene Reserve De omvang van de algemene reserve bedraagt begin 2021 € 619.000. In 2022 zijn geen onttrekkingen aan de reserve voorzien. Eventuele rekeningresultaten worden in eerste instantie afgewikkeld met de algemene reserve. Die heeft een ondergrens van € 0 en een bovengrens van 5% van de omzet. Het maximum van de algemene reserve van deze begroting is € 730.000. Een positief rekeningresultaat wordt, na aanvulling of vorming van reserves, teruggegeven aan de deelnemers. Innovatiereserve De bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling wordt gevoed vanuit rekeningresultaten van boekjaren waarin meer inkomsten zijn ontvangen dan de taakstelling. Met betrekking tot de bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling heeft het AB in juni 2017 de spelregels van de bestemmingsreserve bepaald: de reserve wordt aangevuld vanuit het overschot op de overige inkomsten. Hierbij wordt een plafond van maximaal € 300.000 gehanteerd met als een peildatum van 31 december om te monitoren of dat plafond al dan niet wordt overschreden.

Als op 31 december blijkt dat daarmee het plafond van € 300.000 wordt overschreden, dan wordt het meerdere alsnog direct uitbetaald aan de partners. In februari 2020 heeft het AB in de spelregels van de bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling geëxpliciteerd dat het plafond van € 300.000 betrekking heeft op onbestemde middelen. Dat betekent dat er op 31-12 een bedrag hoger dan € 300.000 kan resteren in de reserves en dus geen teruggave aan de partners plaatsvindt indien de middelen al zijn bestemd. De uitgaven worden dan in de volgende boekjaren gedaan. Op basis van deze spelregels is in de begroting 2022 aangenomen dat het gemiddelde saldo van de innovatiereserve ongeveer € 300.000 bedraagt. Reserves Algemene Reserve Bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling Totaal reserves

2022 € 619.000 € 300.000 € 919.000

Voorzieningen De OFGV heeft geen voorzieningen. B.2.7. EMU-saldo Het EMU-saldo is het totaal van inkomsten minus uitgaven. Conform het Europese stabiliteitsen groeipact is de macronorm voor lidstaat Nederland een maximaal EMU-saldo van -0,5% van het bruto binnenlands product. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Alle gemeenten, provincies en waterschappen moeten deze informatie aanleveren bij het CBS. Bij gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie van € 20 mln of meer hebben. De OFGV valt hier buiten. Realisatie Berekening EMU saldo Exploitatiesaldo + afsc hrijvingen + dotatie voorziening - investering ac tiva + bijdragen andere overheden + desinvestering ac tiva - aankoop grond + baten bouwexploitatie - onttrekking voorziening - onttrekking reserve - boekwinst aandelen EMU saldo

€ € € € € € € € € € € €

2020 450.610 187.950 119.345 104.993 414.222

Begroting na 1ste BW

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

2021

2022

2022

€ € € € € € € € € € € €

-0 219.500 219.500

€ € € € € € € € € € € €

-0 219.500 219.500

€ € € € € € € € € € € €

0 222.793 222.793

Meerjarenraming 2023 € € € € € € € € € € € €

0 226.135 226.135

2024 € € € € € € € € € € € €

0 229.527 229.527

2025 € € € € € € € € € € € €

0 232.970 232.970

30

Kadernota 2022

1

Colofon Auteur:

Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek

Botter 14-15 Postbus 2341 8203 AH LELYSTAD T. 088-6333 000 E. info@ofgv.nl W. www.ofgv.nl

Opdracht:

Kadernota OFGV 2022

Versie: Datum:

Vastgesteld door het AB 3 februari 2021 2

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................... 4 A. Bestuurlijke context ............................................................................................... 5 A.1. Visie.................................................................................................................. 5 A.1.1. Doelstellingen en activiteiten ................................................................... 5 A.1.2. Kwaliteit................................................................................................ 5 A.2. Ontwikkelingen ................................................................................................... 7 A.2.1. Klimaat en energie ................................................................................. 7 A.2.2. Omgevingswet ....................................................................................... 8 A.2.3. Bodemtaken ......................................................................................... 10 A.2.4. PFAS ................................................................................................... 12 A.2.5. Externe veiligheid.................................................................................. 13 A.2.6. Uittreden Weesp ...................................................................................

14 A.2.7. Doorontwikkeling organisatie .................................................................. 15 B. Financiële kaders 2022 .......................................................................................... 17 B.1. Uitgangspunten ....................................................................................... 17 B.2. Financiële doorwerking 2021 ..................................................................... 20 B.3. Overzicht 1ste Begrotingswijziging 2021 ..................................................... 21 B.4. Overzicht van baten en lasten 2022 ........................................................... 23

3

Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2022 van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). In deze nota wordt het Algemeen Bestuur (hierna AB genoemd) inzicht geboden in de ontwikkelingen die de begroting van de OFGV op korte en/of middellange termijn beïnvloeden. Afgesproken is dat het AB kaders meegeeft aan het Dagelijks Bestuur (hierna DB genoemd) voor het opstellen van een sluitende meerjarenbegroting. Leeswijzer De kadernota bevat de volgende onderdelen: Hoofdstuk A1: Visie In dit hoofdstuk is beschreven hoe de OFGV invulling geeft aan haar doelstellingen en activiteiten. Hoofdstuk A2: Externe ontwikkelingen Dit hoofdstuk maakt inzichtelijk welke ontwikkelingen op zowel korte als lange termijn invloed hebben op het beleid en de organisatie. Hoofdstuk B: Financiële kaders voor 2022 Dit hoofdstuk bevat de spelregels en de financiële kaders die het AB vaststelt. Proces van kader naar begroting De door het AB geformuleerde kaders zijn richtinggevend voor het DB bij het opstellen van de conceptbegroting 2022. Deze conceptbegroting wordt na 15 maart 2021 aan de raden en Staten gestuurd. Zij hebben, volgens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) en de vigerende Gemeenschappelijke Regeling OFGV (GR), acht weken de tijd om zienswijzen in te dienen. In het DB van 19 mei 2021 worden de binnengekomen zienswijzen en de mogelijke wijzigingen van de begroting besproken.

De begroting 2022 wordt vervolgens, inclusief zienswijzen en een reactie van het DB, op 16 juni 2021 ter vaststelling voorgelegd aan het AB. Lelystad, 3 februari 2021

4

A. Bestuurlijke context A.1. Visie De OFGV verzorgt milieu- en leefomgevingstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit geldt voor groene wetten, geluid, bodemsanering, luchtvaart, vuurwerk, toezicht op zwemwater/zwembaden, Wabo en het omgevingsrecht. Deze taken voert de OFGV uit voor alle gemeenten in Flevoland, de gemeenten in Gooi en Vechtstreek en voor de provincies Flevoland en Noord-Holland. In dit hoofdstuk is beschreven hoe de OFGV invulling geeft aan zijn taken, doelstellingen en activiteiten. A.1.1. Doelstellingen en activiteiten Samen met de deelnemers werkt de OFGV aan een duurzame en veilige leefomgeving. De kernwaarden van de OFGV ‘duurzaam Ondernemen en Verbinden’ staan hierbij centraal. Bij het uit te voeren werk streeft de OFGV naar kwaliteit en efficiency. Volgens de jaaropdrachten van de 15 deelnemers zijn het afhandelen van vergunningen en meldingen en het uitvoeren van risicogericht toezicht en handhaving de belangrijkste doelstellingen. Daarnaast adviseren de experts van de OFGV met regelmaat over vakinhoudelijke onderwerpen op het gebied van geluid, bodem, lucht, asbest, natuur, grondwater, zwemwater, brandveiligheid en omgevingsveiligheid en ook op beleidsinhoudelijke onderwerpen. A.1.2.

Kwaliteit Kwaliteitscriteria OFGV Kwaliteitscriteria zijn bedoeld als toetsingskader om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-taken) verder te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. Reeds in haar vergadering van 13 november 2019 heeft het AB geconstateerd dat de OFGV aan de kwaliteistcriteria 2.2 voldoet. De kwaliteitscriteria geven o.a. criteria voor het opleidingsniveau en de frequentie van taakuitvoering. De OFGV voldoet aan de opleidingscriteria en blijft in 2021 medewerkers opleiden en bijscholen op veranderende wet- en regelgeving. Gelet op de komst van de Omgevingswet, wordt ook de komende jaren de nodige aandacht besteed aan de verdere ontwikkeling van iedereen die werkzaam is op het brede vakgebied van het omgevingsrecht. IBT deelnemende partijen In het kader van het Interbestuurlijk toezicht krijgen gemeenten vragen en opmerkingen over het voldoen aan de kwaliteitscriteria VTH-milieutaken (wet VTH). Deze taken worden (voor een deel) uitgevoerd door de OFGV. Om aan te tonen dat gemeenten aan de kwaliteitscriteria voldoen is informatie van de OFGV nodig. Een pragmatische oplossing zal 5

hiervoor worden geboden via de OFGV-rapportages voor zover het punten betreft die voor alle gemeenten gelden. Daarnaast is het goed om in het bestuur IBT als instrument en de werking daarvan richting Omgevingsdiensten in principiële zin te bespreken, mede gelet op de dubbelrol van de provincies; enerzijds als toezichthouder IBT en anderzijds als deelnemer in dezelfde gemeenschappelijke regeling. Procescriteria De procescriteria zijn richtinggevend voor de vormgeving van de beleidscyclus in de vorm van de Big 8. Het gaat er om dat de verschillende analyses, strategieën, prioriteiten en doelstellingen transparant zijn, dat ze worden vastgesteld en dat de organisatie hier aantoonbaar naar handelt. In het VTH-beleidskader geven de deelnemers aan hoe de OFGV de taken op een uniforme manier in het werkgebied kan uitvoeren.

Bij het invullen van de strategische beleidscyclus staat de deelnemer centraal. Welke doelen wil de betreffende deelnemer bereiken? Hoe kan de OFGV hierbij ondersteuning bieden? Hoe geeft de OFGV uitvoering aan de door de deelnemers gewenste prestaties? Onder de operationele cyclus valt het beschrijven van uniforme werkprocessen en het uitvoeren van controles met een integraal toezichtsprotocol. De OFGV legt hierover vervolgens verantwoording af. In het model vervult de OFGV een rol bij het vertalen van beleid en strategieën van de deelnemers naar daadwerkelijke uitvoering. Daarbij wordt door de OFGV kennis, informatie en praktijkervaring in de beleidscyclus ingebracht.

6

A.2. Ontwikkelingen In dit hoofdstuk zijn macro-economische invloeden en bestuurlijke keuzes benoemd. Opvallend is dat er relatief veel ontwikkelingen zijn waarvan de effecten nog niet geheel te voorzien zijn. In de begroting 2022 worden de mogelijke hieruit voortvloeiende risico’s geanalyseerd en zo nodig beschreven. A.2.1. Klimaat en energie Op 11 december 2020 deed EU-president Charles Michel de volgende uitspraak: ‘Europa is de leider in de strijd tegen klimaatverandering. We hebben besloten de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met tenminste 55% te verminderen ten opzichte van 1990.” Hiermee geeft Europa aan dat het menens is om het klimaatbeleid op te schalen. Het zal niet lang duren of deze doelstelling is ook terug te vinden in het Nederlandse overheidsbeleid. Dit betekent een grotere inzet van provinciale en lokale overheden op CO 2 reductie. Immers, de nationale doelstelling was een vermindering van 49% CO 2 in 2030. Dat dit doel al lastig te bereiken is, blijkt uit de Klimaat- en Energieverkenning van 2020 (Planbureau voor de Leefomgeving). Het rapport zegt dat de jaarlijkse emissiereductie moet verdubbelen in de periode 2020 tot 2030 om in de buurt te komen van het doel. Daarboven komt nog een extra doelstelling van de EU. Kortom, het tempo van de energietransitie moet de komende jaren omhoog. Klimaatbeleid blijft daardoor een speerpunt, ook in 2022.

Alle ogen van de samenleving zijn gericht op CO 2 reductie. Op sommige onderdelen maakt Nederland zelfs een inhaalslag. De Klimaatwet en het Klimaatakkoord zijn hiervan voorbeelden. Daarbinnen is ruimte voor versnelling. Zoals de huidige energiebesparingsplicht bij bedrijven. Deze wordt de komende jaren gecontinueerd en aangevuld met de verplichting om ook andere CO 2 -reducerende maatregelen te treffen. Bovendien bestaat het plan om de energiebesparingsplicht op te leggen aan alle vergunningplichtige bedrijven. Het beheer en onderhoud, dat ervoor zorgt dat de maatregelen blijven werken, wordt ook duidelijker in de regelgeving opgenomen. Al met al betekent dit ook een intensivering van het toezicht, de handhaving en de vergunningverlening. Daarom is het belangrijk dat de OFGV meebeweegt. Onder andere door de ontwikkeling van innovatieve toezichtstrategieën. Stimulerend Toezicht is zo’n strategie. De methode draagt bij aan de versnelling van de energietransitie en won in 2020 de juryprijs van de Verkiezingen Toezicht en Handhaving. Zoals het er nu naar uitziet wordt het jaar 2022 een belangrijke mijlpaal. De verbreding van de energiebesparingsplicht is dan doorgevoerd, het label C voor kantoorgebouwen is in werking en de inpassing van de energiebesparingsplicht in de Omgevingswet is een feit.

De komst van de Omgevingswet zorgt daarnaast voor integratie van duurzaamheid met ruimtelijke ordening. De energietransitie moet dan in samenhang met andere vraagstukken in de fysieke leefomgeving worden opgepakt. Een enorme klus, ook voor de OFGV. Samenwerking, kennis delen, transparantie en innovatie zijn de succesfactoren om de energietransitie verder te brengen. Kijkend naar de opgaven uit de Regionale Energie Transitie Flevoland en Gooi en Vechtstreek zal ook de OFGV tempo moeten maken. Die uitdaging gaat de OFGV samen met de partners aan.

7

A.2.2. Omgevingswet In 2020 bleek de invoeringsdatum van de Omgevingswet een jaar opgeschoven te moeten worden naar 1 januari 2022. Lokale overheden, omgevingsdiensten en ketenpartners bereiden zich voor om op die datum klaar te zijn voor de Omgevingswet. Het jaar extra voorbereiding gebruikt de OFGV om nog beter voorbereid te zijn op de komst van de Omgevingswet. Dit gebeurt volgens het programma ‘fit voor de Omgevingswet’ met aandacht voor opleiding en ontwikkeling, het DSO, kwaliteit van dienstverlening en werkprocessen, regionale samenwerking en het maken van afspraken met de deelnemers over bijvoorbeeld het heffen van leges en het aanpassen van mandaten. E.e.a. is hieronder schematisch weergegeven.

Het doel is dat de OFGV op 1 januari 2022 fit aan de start van de Omgevingswet begint. Fit om te starten met het werken volgens de Omgevingswet. Dit betekent niet dat de implementatie van de Omgevingswet op de datum van inwerkingtreding is afgerond. De regulering van de fysieke leefomgeving is een transitie die zeker tot 2029 zal duren. Pas bij daadwerkelijk uitvoering geven aan het werken volgens de Omgevingswet gaat blijken welke (door)ontwikkelpunten er zijn en waar bijgestuurd moet worden. Ontwikkelpunten die op voorhand worden gezien hebben betrekking op de werking en doorontwikkeling van het DSO, het kunnen werken met de (tijdelijke) omgevingsplannen waar ruimtelijke ordening en milieu in samenkomen en het ontsluiten van VTH-informatie ten behoeve van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Om tijdig gereed te zijn voor het werken met de Omgevingswet is er een wederzijdse afhankelijkheid tussen de OFGV, de deelnemers en het Rijk (DSO, financiering bodemtaken etc.). Deze wederzijdse afhankelijkheid vraagt om duidelijkheid over de uit te voeren taken, bijbehorende mandaten, veranderende werkprocessen etc. Daarnaast staan participatie, omgevingstafels, het opstellen (en toetsen op uitvoerbaarheid) van omgevingsplannen en – verordeningen met toepasbare regels en het daarbij cruciale DSO nog in de kinderschoenen.

8

De OFGV gaat er van uit dat de huidige taken bij de OFGV blijven. Het uitgangspunt om de beschikbare kennis, expertise en informatie van de dienst blijvend in te zetten voor de deelnemers is vanzelfsprekend. In de Omgevingswet zijn geen fundamentele wijzigingen in het takenpakket van Omgevingsdiensten voorzien. Extra aandacht is er voor de bodemtaken die van provincies overgaan naar gemeenten. Het proces ‘warme overdracht bodemtaken’ in beide regio’s is er weliswaar op gericht bevoegdheden over te dragen en de taken te laten waar ze liggen maar door het uitblijven van duidelijkheid over de financiering van deze taken vanuit het Rijk schuiven definitieve besluiten hierover telkens op de lange(re) baan. Ook blijkt pas na inwerkingtreding welke andere of nieuwe taken de OFGV gaat uitvoeren onder het regime van de Omgevingswet. Dit zal volop in ontwikkeling zijn de komende jaren. De advisering op de milieuthema’s bij omgevingsvisies en omgevingsplannen is daar een concreet voorbeeld van. Naast deze adviserende rol geeft het omgevingsplan sowieso een andere dimensie aan het uitvoeren van de huidige VTH-taken op milieugebied vanwege de decentralisatie van milieubelastende activiteiten met lokale effecten en het feit dat milieuaspecten zoals geluid, geur en bodem onder de Omgevingswet in het omgevingsplan worden geregeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=469e86ec-c70f-49ec-a2d4-ed0b9fe16549