Stukken begroting voor zienswijzen
Tekst van het document
Daarnaast zal in 2022 ook de nodige tijd en energie gestoken moeten worden in de aanscherping van (regionale) werkprocessen, de doorontwikkeling van de OFGV-rol aan omgevingstafels en het adequaat gebruiken van informatie uit de uitvoeringspraktijk bij het maken van nieuwe visies, programma’s en plannen (sluiten beleidscyclus). Het DSO is essentieel voor de uitvoering van de Omgevingswet. Tot nu blijkt de landelijke voorziening DSO nog niet stabiel. Voor vergunningverlening bijvoorbeeld dienen deelnemers de OFGV aan te wijzen als behandeldienst zodat vergunningaanvragen via het DSO bij de OFGV binnenkomen in het zaaksysteem. Het is onbekend wanneer de deelnemers zo ver zijn dat de OFGV als behandeldienst kan worden aangewezen. De OFGV is, net als een aantal andere diensten met hetzelfde zaaksysteem, aangesloten op het DSO en zijn we gestart met de inrichting van de productieomgeving. Echter, zolang we geen behandeldienst zijn, komen er geen aanvragen binnen en kan er niet worden getest. Het is onzeker of alle deelnemers er tijdig in slagen de OFGV als behandeldienst aan te wijzen. Als dat niet lukt moet er tijdelijk een workaround worden ingericht. De landelijke problemen bij de ontwikkeling van het DSO, de moeilijkheden die ICT-leveranciers aangeven te hebben en de telkens teruggeschroefde functionaliteiten (ambities), maken het DSO tot een onzekere ontwikkeling.
De invoering van de Omgevingswet kent daarnaast een nadrukkelijke juridische dimensie. Juristen zullen na inwerkingtreding meer vragen krijgen over waar en hoe bepaalde zaken precies geregeld zijn en op welke manier de nieuwe Omgevingswet- en regelgeving geïnterpreteerd moet worden, ook in het licht van het ‘oude’ omgevingsrecht. Er zal nieuwe jurisprudentie ontstaan over nieuwe begrippen en de werking daarvan. Te denken valt aan de begrippen milieubelastende activiteit, functioneel ondersteunende activiteiten en de algemene en specifieke zorgplicht. Tot slot valt er rond de invoeringsdatum van de Omgevingswet een piek in vergunningaanvragen en meldingen te verwachten. Net zoals bij de invoering van de Wabo is het de verwachting dat initiatiefnemers ofwel een aanvraag of melding nog net ‘naar voren trekken’ om nog onder het oude recht te vallen of juist een
9
initiatief uitstellen om onder de nieuwe regelgeving te vallen. Beide gedragingen leveren naar verwachting meer werk op in 2022. De OFGV trekt nauw samen op met de deelnemers in de voorbereiding op de Omgevingswet. Niettemin zal deze wetswijziging van ons allen ook na 2021 nog veel ‘learning on the job’ vragen. Voor deze extra inzet wordt ruimte en tijd in de begroting van 2022 gereserveerd. Vergeleken met de jaren voorafgaand aan inwerkingtreding is de gereserveerde ruimte en tijd minder omvangrijk. De verdere implementatie en ontwikkeling van de Omgevingswet hoeft in 2022 naar verwachting niet meer naast het ‘oude’ stelsel plaats te vinden, maar zal meer en meer onderdeel uitmaken van het reguliere uitvoerende werk. A.2.3. Bodemtaken Inleiding In ons gebied zijn er zoals overal in Nederland locaties waar de bodem verontreinigd is. In veel gevallen moet een melding worden gedaan of een vergunning worden aangevraagd bij de provincie wanneer men gaat graven in verontreinigde grond of wanneer men deze gaat saneren. Op dit moment is de werkwijze rondom het graven en saneren van verontreinigde grond vastgelegd in de Wet bodembescherming. De bedoeling hiervan is om nadelige gevolgen voor de volksgezondheid zoveel mogelijk te voorkomen. Veranderingen door de Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet gaat vanaf 1 januari 2022 veel veranderen op bodemgebied.
De regels voor bodem in de huidige Wet bodembescherming worden vervangen door bodemregels onder de Omgevingswet. Gemeenten zijn straks primair verantwoordelijk voor de volgende drie pijlers van het bodembeleid: 1. voorkomen van nieuwe verontreiniging (preventie); 2. bij het toedelen van functies rekening houden met de kwaliteiten van de bodem; 3. duurzaam en doelmatig beheren van resterende historische verontreinigingen. Nieuwe taken voor de gemeente Gemeenten worden verantwoordelijk voor het vaststellen van beleid, vergunningverlening en toezicht en handhaving. Heel concreet betekent dit dat gemeenten vanaf januari 2022 meldingen binnen kunnen krijgen voor het graven in of het saneren van verontreinigde grond. De gemeente is straks bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de afhandeling. Gemeenten krijgen er in 2022 dus nieuwe bodemtaken bij. Dit zijn complexe taken waar specialistische bodemkennis voor nodig is. Wat blijft achter bij de provincie? De provincie blijft verantwoordelijk voor locaties waar sprake is van grondwaterverontreiniging. Ook blijft de provincie verantwoordelijk voor zaken die onder het overgangsrecht vallen. Het gaat daarbij om procedures die al voor 1 januari 2022 in gang zijn gezet. De Wbb blijft voor die zaken van toepassing totdat er is ingestemd met een evaluatieverslag of nazorgplan.
Warme overdracht In het kader van de voorbereiding van de overdracht van bodemtaken overleggen gemeenten, provincies en omgevingsdiensten over deze overdracht; de zogenaamde warme 10
overdracht bodemtaken. Onderdeel van de warme overdracht is de screening Bodeminformatiesysteem (BIS-screening). De bedoeling van de BIS-screening is om in de eerste helft van 2021 duidelijk te krijgen welke dossiers op basis van overgangsrecht achterblijven bij de provincies en welke dossiers overgaan naar gemeenten. Financiële consequenties Om te bereiken dat de taken die de provincie nu uitvoert ook na 1 januari 2022 op adequaat niveau uitgevoerd blijven worden, is het van belang dat gemeenten zich hier tijdig op voorbereiden. Zo is het van belang om tijdig financiële middelen te reserveren en te beslissen hoe deze taken uitgevoerd gaan worden. Alle provinciale taken op dit gebied worden, zowel voor de provincie Noord-Holland als voor Flevoland tot aan 2022, uitgevoerd door de OFGV. De bekostiging daarvoor gebeurt dan ook vanuit de provincies. Op dit moment bestaat er nog geen duidelijkheid over hoeveel budget er van de provincies naar de gemeenten via het Rijk overgaat voor de uitvoering van bodemtaken. De koepels (VNG, IPO, unie van Waterschappen) en twee ministeries (I&W en BzK) zijn al lange tijd met elkaar in onderhandeling hierover. Vanuit provincie Noord-Holland is eind 2020 een brief naar beide ministers gestuurd waarin is aangedrongen op voldoende middelen voor een adequate uitvoering van bodemtaken.
De verwachting is dat in maart 2021 meer bekend wordt over de financiële consequenties. In deze kadernota geeft de OFGV een indicatie van de met deze bodemtaken gepaardgaande kosten; ‘de waarde’. Ook wordt een voorstel voor de mogelijke herverdeling gegeven. De voorlopige indicatie van ‘de waarde’ van de bodemtaken in de OFGV begroting De waarde is berekend op basis van de formatie, ingebracht bij de OFGV door Flevoland en Noord-Holland voor bodemtaken waar de gemeenten straks verantwoordelijk voor worden. Het verlagen van de bodemtaak door provincie Flevoland in 2016, de taakstelling van 5% en de taken die achterblijven (circa 10%) zijn in mindering gebracht. De overhead (personeel en materieel) en personele budgetten maken onderdeel uit van de berekening. Omschrijving Aantal ingebrachte fte's bodemtaken (bedrijfsplan) Teruggetrokken taak Flevoland 2016 Correctie 10% taken die achterblijven Subtotaal Personele overhead Correctie taakstelling 5% Totaal fte's incl personele overhead Totale kosten directe personeel incl. personele overhead Personele budgetten Materiele overhead Totaal
Flevoland Fte's Euro's 2,40
Noord-Holland Fte's Euro's 5,23
-0,66
0,00
-0,17
-0,52
1,57
4,71
0,50
1,51
-0,10
-0,31
1,96
5,90 164.367 16.437
494.047 49.405
32.052
96.339
212.856
639.791
Mogelijke herverdeling op basis van bodemlocaties boven de Interventiewaarde Het bodeminformatiesysteem bevat informatie over verontreinigde locaties waar de provincie bevoegd gezag voor is. Deze locaties kunnen ingedeeld worden per gemeente. Van elke gemeente is dus bekend hoeveel bodemlocaties er zijn met een verontreingingsgraad boven de interventiewaarde. De interventiewaarde zegt iets over de ernst van de verontreiniging. Wanneer de interventiewaarde wordt overschreden is sprake van een geval van ernstige verontreiniging. 11
Het aantal locaties boven de interventiewaarde zegt iets over de omvang van de bodemtaak van een gemeente en lijkt daarmee een goed uitgangspunt voor een verdeelsleutel. In de onderstaande tabel zijn de bodemlocaties per gemeente weergegeven. De totale kosten van € 852.646 zijn verdeeld over de gemeenten op basis van het aantal bodemlocaties per gemeente.
Hele gebied
Almere Dronten Lelystad Noordoostpolder Urk Zeewolde Huizen Gooise Meren Weesp Wijdemeren Hilversum Blaricum Laren
Aantal bodemloc aties
% van totaal
Kosten
32 33 32 101 12 9 28 114 47 65 135 10 16
5% 5% 5% 16% 2% 1% 4% 18% 7% 10% 21% 2% 3%
43.036 44.381 43.036 135.832 16.138 12.104 37.656 153.315 63.209 87.416 181.557 13.449 21.518
634
100%
852.646
A.2.4. PFAS De OFGV beoordeelt meldingen van voorgenomen grondverzet en houdt toezicht hierop. Het tijdelijk handelingskader PFAS is hierbij het toetsingskader. Dit landelijke handelingskader heeft als doel stagnatie bij grondverzet waar mogelijk op te heffen. Uitgangspunt bij het opstellen van het handelingskader is dat het verspreiden van grond en baggerspecie met PFAS naar niet of minder belaste gebieden wordt tegengegaan. Dit zodat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens en het ecosysteem worden voorkomen. Omdat er nog een aantal belangrijke onderzoeken in uitvoering zijn naar de schadelijkheid van PFAS, is het nog niet mogelijk om een definitief kader op te stellen. Dit verschijnt naar verwachting in 2021. Naast een wettelijke taak heeft de OFGV ook een adviserende taak. Landelijk zijn mogelijke bronnen van PFAS in beeld gebracht. Voor het werkgebied van de OFGV heeft de OFGV deze data aangeschaft. De resultaten zijn opgenomen in een interactieve website voor het Grondstromenbeleid in het werkgebied van de OFGV (https://ofgv-bbkweb.lievense.com/).
12
De OFGV heeft een adviesrol bij het opstellen van bodemkwaliteitskaarten. De OFGV ondersteunt de Flevolandse gemeenten bij het bepalen van de bodemkwaliteit voor PFAS. De gemeenschappelijke bodemkwaliteitskaart van de Flevolandse gemeenten is eind 2019 aangevuld met PFAS. De gemeenten Lelystad, Noordoostpolder en Urk hebben in 2020 de bodemkwaliteitskaart inclusief de aanvulling met PFAS vastgesteld. Hierdoor kan de OFGV voor de zes Flevolandse gemeenten bij de beoordeling van grondverzet gebruikmaken van een uniform toetsingskader. Bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS) voor de gemeente Gooise Meren heeft de OFGV geadviseerd. Inmiddels is deze kaart door de gemeente vastgesteld. Momenteel wordt de gemeente Gooise Meren ondersteund bij het opstellen van een nieuwe nota bodembeheer. Als deze nota bodembeheer is vastgesteld zullen de meldingen grondverzet op basis daarvan beoordeeld worden. De bodemkwaliteitskaart inclusief de nota bodembeheer zullen ook worden opgenomen in de interactieve website voor grondverzet voor het werkgebied van de OFGV. In 2020 heeft de OGFV een aantal voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van een gemeenschappelijke bodemkwaliteitskaart PFAS voor de Gooi- en Vechtstreekgemeenten. Het plan van aanpak is ingediend bij de betreffende gemeenten.
Afhankelijk van de reactie van de Gooi- en Vechtstreekgemeenten krijgt dit al dan niet in 2021 een vervolg. De uiteindelijke kaders voor PFAS bepaalt mede in 2022 de werklast op dit gebied. A.2.5. Externe veiligheid Op het gebied van externe veiligheid staan we aan de vooravond van een aantal grote veranderingen: beginnende bij de naam. ‘Externe Veiligheid’ gaat onder de Omgevingswet verder onder de naam ‘Omgevingsveiligheid’. Een van de belangrijke ontwikkelingen is een verandering van de invulling en de verantwoording van het groepsrisico. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden aandachtsgebieden en 13
voorschriftengebieden geïntroduceerd. Dit vraagt een andere manier van werken, denken en beoordelen van risico’s en effecten van incidenten. Dit geldt zowel voor de OFGV als voor de partners. In de aanloop naar de Omgevingswet is de OFGV intensief bezig met de voorbereidingen hierop. Zo investeert de OFGV in opleiding en training van specialisten en in de samenwerking met (keten)partners. Ook investeert de OFGV in de benodigde (aanpassing van) systemen, bijvoorbeeld in het kader van de overgang van het RRGS (Register risicosituaties gevaarlijke stoffen) naar het REV (Register externe veiligheid). De OFGV gaat hiervoor onder meer participeren in een (landelijke) pilot om aan te gaan sluiten bij het REV. Naast de aandachtsgebieden ondersteunt de OFGV gemeenten om invulling te geven aan het thema Omgevingsveiligheid in Omgevingsvisies en Omgevingsplannen. De verwachting is dat hulpvragen bij dergelijke trajecten vanuit gemeenten gaan toenemen. Iets wat een inzet vraagt van de OFGV. Op het gebied van de financiering van ‘omgevingsveiligheid’ gaat tevens een verschuiving plaatsvinden. De taken van de gemeenten op het gebied van Externe Veiligheid zijn nu grotendeels belegd bij de OFGV. De financiering hiervoor komt in de vorm van een subsidieregeling die vanaf 2015 is vormgegeven in een interbestuurlijk programma op het gebied van externe veiligheid (Impuls Omgevingsveiligheid).
Dit programma wordt vanaf 2021 stopgezet. Vanaf 2021 gaat de financiering via het gemeentefonds. De gemeenten ontvangen voor omgevingsveiligheid een bijdrage van het Rijk. Om de diensten van de OFGV te kunnen continueren is het van belang dat met de gemeenten afspraken worden gemaakt over de wijze van financiering en de taken die hiervoor (kunnen) worden uitgevoerd. Om als OFGV duurzaam invulling te kunnen blijven geven aan taken, is de komende jaren samenwerking met partners en het continueren van de financiering essentieel. De basis hiervoor is in 2020 gelegd toen de dialoog is gestart met de gemeenten om hier invulling aan te gaan geven. A.2.6. Uittreden Weesp Als gevolg van de bestuurlijk fusie met de gemeente Amsterdam heeft de gemeente Weesp aangegeven met ingang van 1 januari 2022 uit de Gemeenschappelijke regeling te willen treden. Dat heeft de gemeente Weesp in haar brief van 17 december 2020 definitief bevestigd. Het uittreden uit de gemeenschappelijke regeling OFGV is een bestuurlijk onderwerp. In artikel 33 van de Gemeenschappelijke regeling is voorzien in een uittreedregeling waarin het Algemeen Bestuur OFGV een voorstel doet tot het regelen van de gevolgen. Uittreden van één van de deelnemers zal namelijk effect hebben op de ander 14 deelnemers waarmee de regeling is aangegaan.
Het OFGV-bestuur zal bij het afspreken van de voorwaarden waaronder Weesp zal uittreden de Spelregels terugtrekken en toevoegen nieuwe taken hanteren. Deze spelregels zijn na een voorgenomen besluit hierover in het Algemeen Bestuur van de OFGV van kracht geworden bij de publicatie van de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling op 8 april 2020. In het voorstel tot regeling van de gevolgen van de uittreding worden zowel de gevolgen voor het personeel als de financiële gevolgen inclusief de frictiekosten vastgelegd. De financiële gevolgen van de uittreding worden in overeenstemming met de 14
Gemeenschappelijke Regeling door de uittredende deelnemer gedragen. De OFGV draagt er samen met de gemeente Weesp zorg voor dat de kosten van uittreding zo beperkt mogelijk blijven. Op dit moment worden daarvoor de voorbereidingen getroffen. Het takenpakket van de gemeente Weesp is vrij gevarieerd waarbij het grootste deel milieucontroles betreft. Er wordt nagedacht over zowel het personeel, de financiën als over de inhoudelijke overdracht van taken en dossiers. Op het moment van het opstellen van deze kadernota is er nog geen zicht op wat de uittreding voor de begroting 2022 betekent. Het voorstel tot regeling van de gevolgen van de uittreding van de gemeente Weesp zal naar verwachting en desgewenst in de AB-vergadering van 16 juni worden voorgelegd. A.2.7. Doorontwikkeling organisatie De coronacrisis en de voortdurende veranderingen in beperkende maatregelen en perspectieven hebben tot een nieuwe werkelijkheid geleid. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt van de organisatie flexibiliteit en aanpassingsvermogen. De OFGV is er tijdens de coronacrisis in geslaagd om de uitvoering van de taken op afstand te continueren. De informatievoorziening van de organisatie heeft mede mogelijk gemaakt dat medewerkers op afstand het werk kunnen blijven doen. De medewerkers krijgen de nodige aandacht en worden gefaciliteerd in thuiswerken.
Nieuwe medewerkers worden op afstand (digitaal) ingewerkt en er wordt gezorgd dat zij, zonder één dag op kantoor te hebben gewerkt, toch het gevoel krijgen dat ze bij de OFGV horen. Om deze flexibiliteit te continueren dan wel te versterken werkt de OFGV aan de doorontwikkeling van de organisatie. De belangrijke componenten in de organisatie zoals sturing en leidinggeven op afstand, samenwerken, thuiswerken en het gebruik van kantoorruimte worden onder de loep genomen. Daarin wordt bekeken welke componenten vanuit de nieuwe werkelijkheid wenselijk zijn om te continueren na de coronacrisis. Te denken valt aan sturen op afstand, thuiswerken en het gebruik van kantoor. De daarin gemaakte keuzes worden vervolgens vertaald naar de effecten op het personeelsbeleid en de financiën voor het jaar 2022 en verder. De verwachting is dat het kan leiden tot structurele verschuivingen binnen de begroting. Daarnaast is de OFGV actief bezig met de kwaliteit van de eigen dienstverlening en het leveren van meerwaarde aan de deelnemende partijen. Dat wordt gedaan op basis van het gedachtegoed van het EFQM-model. EFQM is een kwaliteitsmanagementsysteem dat het INK-model vervangt en dat voor de OFGV een degelijk toetsingskader is om de meerwaarde voor de fysieke leefomgeving aan af te meten.
Het model ondersteunt bij het ‘van buiten naar binnen’ organiseren van het werk en de organisatie zodat de organisatiedoelstellingen worden gerealiseerd.
15
Het model bestaat uit drie elementen, zie de figuur hierboven: • Richting: met als aandachtsgebieden bestaansreden, visie & strategie en organisatiecultuur en leiderschap; • Uitvoering: met als aandachtsgebieden het betrekken van belanghebbenden, het scheppen van duurzame waarde en het aanjagen van prestaties en transformatie; • Resultaten: met als aandachtsgebieden percepties van belanghebbenden en strategische en operationele prestaties. Door elk aandachtsgebied afzonderlijk en in relatie tot de andere gebieden na te lopen ontwikkelt de OFGV het nieuwe referentiekader van het nieuwe kwaliteitsdenken.
16
B. Financiële kaders 2022 B.1. Uitgangspunten De OFGV neemt maatregelen om de begroting structureel in evenwicht te brengen én de mogelijke frictiekosten tot een minimum te beperken. Dit volgens de bestuurlijk afgesproken spelregels. Uitgangspunten bij de financiële kaders: •
De Kadernota is opgesteld met de bijdragen van de deelnemers doorberekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2021 voor de periode 2021-2022-2023 en verhoogd met de jaarlijkse indexatie.
•
Conform de vigerende Gemeenschappelijke Regeling worden salarissen en kosten van inhuur (ongeveer 80% van het begrotingstotaal) verhoogd met de Loonvoet sector overheid en de overige kosten (circa 20% van het begrotingstotaal) met de prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze prijsindexen in de septembercirculaire gemeentefonds zijn voor 2022 nagenoeg gelijk en bedragen beiden 1,5%.
•
De gemeente Almere heeft met ingang van 2021 het toezicht van de lichte milieucategorie bedrijven bij de OFGV belegd voor het totaalbedrag van € 345.965. De omvang van de financiële bijdrage is bepaald conform de principes van de vigerende Kostenverdeelsystematiek (KVS) die voor alle vijftien deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling OFGV leidend zijn. Het bedrag is als volgt verwerkt in de begroting: - in de begroting 2021 is het deel van € 250.000 van het totaal bedrag € 345.965 opgenomen als gevolg van de opstartfase in 2021. Hetgeen in 2021 het uitvoeren van circa 70% van het totale aantal controles betekent. Dat is verwerkt in het jaar 2021 via de eerste begrotingswijzing 2021 die samen met deze kadernota ter vaststelling is voorgelegd. Deze begrotingswijziging werkt door in de Kadernota 2022; - in de begroting 2022 is het resterende deel ad € 95.965 van het totaal bedrag van € 345.965 opgenomen. De totale bijdrage is verhoogd met de indexatie 2022 van 1.5%. Daarmee is deze wijziging in evenwicht met de begroting.
•
De kosten voor informatiemanagement (informatievoorzieningen) vallen, mede door de coronacrisis en het gedwongen thuiswerken, in 2020 hoger uit dan begroot. In deze Kadernota is daarom voorgesteld het budget voor het informatiemanagement structureel te verhogen met € 50.000. De aansluiting van het VTH-systeem op het digitale stelsel van de Omgevingswet vraagt om aanvullende koppelingen en om aanpassingen in de systemen. Daarnaast zijn, in het VTH-systeem, benodigde aanpassingen gedaan voor het bedrijfsvoeringdeel van de OFGV. Alles bij elkaar heeft dat tot structureel hogere kosten geleid.
17
•
Voor de begrotingsjaren 2020 en 2021 heeft de OFGV incidenteel een financiering voor de kosten voor de voorbereiding op de Omgevingswet ad € 575.000,-, vermeerderd met de indexatie, ontvangen. In de tussentijd is de invoeringsdatum uitgesteld naar 1 januari 2022. Om de effecten van de Omgevingswet in 2022 in de organisatie op te vangen heeft de OFGV voor het jaar 2022 een incidentele verhoging van de begroting nodig ter hoogte van € 287.500. Het bedrag is lager dan de jaren daarvoor omdat in de oorspronkelijke financiering een groot deel is bedoeld voor de opleidingen voor de Omgevingswet. De meeste opleidingen zijn en worden in 2020 en 2021 gerealiseerd. In 2022 komt de focus te liggen op het inbedden van de aangepaste processen in de organisatie, het DSO en het verder doorontwikkelen van de bij de Omgevingswet vereiste competenties van de medewerkers. Ongetwijfeld zijn er daarnaast nog ‘losse eindjes af te hechten’ bij de start van het werken met de Omgevingswet.
•
Het totaal aandeel van de gemeente Weesp in de OFGV begroting bedraagt in 2022 € 325.650 inclusief indexatie in de begroting. De financiële gevolgen voor het uitreden van de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke Regeling worden in de begroting 2022 verwerkt via een begrotingswijziging. Dit kan pas als alle consequenties van de uittreding zijn bepaald en doorgerekend en als de OFGV daarvoor in samenwerking met Weesp tot een voorstel voor het AB komt. De verwachting is dat in de AB-vergadering van 16 juni 2021 deze inzichten gepresenteerd worden bij de bespreking van het voorstel tot regeling van de gevolgen van de uittreding. Voor het doorrekenen van de incidentele en structurele verhoging van de begroting voor het jaar 2022 is de bijdrage van Weesp niet meegerekend. Met als doel om de fluctuatie van de bijdragen van de andere partners te minimaliseren.
•
Met ingang van 1 januari 2022 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de bodemtaken in plaats van de provincies. Hoewel er intensief wordt gewerkt aan de voorbereiding van de overdracht van bodemtaken, de zogenaamde warme overdracht, zijn de met deze bodemtaken gepaard gaande kosten alleen indicatief weer te geven, zie hiervoor paragraaf A.2.3 van deze kadernota. De verwachting is dat in maart 2021 het Rijk informatie verschaft over de omvang van de financiering voor de bodemtaken voor de gemeenten. Daarnaast dienen de gemeenten nog te overwegen of ze deze taken zelf zullen uitvoeren of dat zij de uitvoering van deze taken door de OFGV willen laten voortzetten. Om het bestaande werk voort te kunnen zetten heeft de OFGV een nieuwe opdracht van de gemeenten nodig.
•
De taken van de gemeenten op het gebied van de Omgevingsveiligheid zijn nu grotendeels belegd bij de OFGV. Voor het jaar 2021 zijn deze taken gesubsidieerd via de provincies. Met ingang van 1 januari 2021 vindt een verschuiving in de financiering van ‘omgevingsveiligheid’ plaats: de gemeenten ontvangen zelf een bijdrage van het Rijk en dienen een overweging te maken of ze deze taken zelf zullen uitvoeren of dat ze de uitvoering van deze taken door de OFGV willen laten voortzetten. Als de gemeenten deze taken door de OFGV willen laten doen, moeten er nog afspraken over gemaakt worden. Het in deze kadernota geraamde bedrag voor de subsidies van € 200.000 is bedoeld voor de diverse subsidies waaronder vroeger de subsidie voor de Omgevingsveiligheid viel. 18
•
In de loop van 2021 zal blijken of de coronacrisis invloed zal hebben op de structurele begroting van de OFGV. Mocht hier sprake van zijn, dan zal de begroting via een begrotingswijziging worden gewijzigd. Het bestuur zal hier tijdig over geïnformeerd worden.
19
B.2. Financiële doorwerking 2021 In 2021 worden een aantal structurele wijzigingen doorgevoerd die een financiële doorwerking hebben op de begroting 2022. Deze structurele begrotingswijziging gaat voor zienswijzen naar de raden en Staten en voor een besluit naar het AB samen met de ontwerpbegroting 2022 in maart 2021. Dat betekent dat op het moment van het opstellen van deze Kadernota, deze wijziging nog geen formele procedure gevolgd heeft. Om een zo actueel mogelijk beeld te geven over het begrotingsjaar 2022 zijn deze wijzigingen onder voorbehoud verwerkt in deze Kadernota: • • •
De wijziging van de bijdrage van Almere van € 250.000 in verband met de uitvoering van het toezicht lichte milieucategorie bedrijven; De wijziging van de bijdrage van Lelystad van € 58.095 in verband met de uitvoering van het toezicht op asbestsanering; De hierboven genoemde wijzigingen in de bijdragen van de partners zijn ontstaan in 2021 en in de kadernota 2022 zijn conform afspraken verhoogd met de indexatie 2022 van 1.5%. Daarmee zijn deze wijzigingen in evenwicht met de eerder vastgestelde begroting.
In de tabel hieronder zijn de wijzigingen in 2021 weergegeven. Het financiële kader 2022 is op de volgende pagina weergegeven.
20
B.3. Overzicht 1ste Begrotingswijziging 2021 3.1 Baten reguliere begroting Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2021 zijn de bijdragen van de partners door de nieuwe bijdragen van de gemeenten Almere en Lelystad als volgt veranderd, zie tabel hieronder. De incidentele bijdrage voor de voorbereiding op de Omgevingswet is daardoor voor alle partners gewijzigd. Vastgestelde begroting BATEN REGULIERE BUDGET Exclusief OW OW Inclusief OW Nummer Post 2021 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS EXCL. DPK € 1.313.866 € 62.716 € 1.376.583 1.1 Almere 1.2 Lelystad € 1.223.837 € 58.419 € 1.282.256 1.3 Zeewolde € 620.705 € 29.629 € 650.334 1.4 Flevoland € 3.553.385 € 169.617 € 3.723.002 1.5 Urk € 337.904 € 16.129 € 354.033 1.6 Dronten € 1.183.192 € 56.478 € 1.239.670 1.7 Noordoostpolder € 1.322.181 € 63.113 € 1.385.294 1.8 Noord Holland € 557.005 € 26.588 € 583.593 1.9 Gooise Meren € 888.396 € 42.407 € 930.803 1.10 Hilversum € 580.580 € 27.713 € 608.293 1.11 Weesp € 316.897 € 15.127 € 332.024 1.12 Huizen € 231.219 € 11.037 € 242.256 1.13 Wijdemeren € 524.651 € 25.044 € 549.694 1.14 Blaricum € 119.926 € 5.724 € 125.650 1.15 Laren € 109.903 € 5.246 € 115.149 Subtotaal € 12.883.645 € 614.987 € 13.498.632 2 ANDERE BIJDRAGE 2.6 Overige opbrengsten € 328.182 0 € 328.182 Totaal reguliere baten € 13.211.827 € 614.987 € 13.826.814
1e BW AB Almere
€
Lelystad
250.000
Begroting na BW excl. OW 2021
€
250.000
€
58.095
€ € € € € € € € € € € € € € € €
€
250.000
€
58.095
€ €
€
58.095
na 1e BW Begroting
OW
1.563.866 1.281.932 620.705 3.553.385 337.904 1.183.192 1.322.181 557.005 888.396 580.580 316.897 231.219 524.651 119.926 109.903 13.191.740
€ € € € € € € € € € € € € € € €
72.906 59.762 28.937 165.656 15.753 55.159 61.639 25.967 41.416 27.066 14.773 10.779 24.459 5.591 5.124 614.987
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.636.772 1.341.694 649.642 3.719.040 353.657 1.238.351 1.383.820 582.972 929.812 607.646 331.670 241.998 549.109 125.516 115.027 13.806.727
328.182 13.519.922
€
614.987
€ €
328.182 14.134.909
21
3.2 Lasten reguliere begroting De bijdragen van de gemeenten Almere en Lelystad aan de lastenkant zijn als volgt verdeeld:
Vastgestelde begroting LASTEN REGULIERE BUDGET Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele sc hil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afsc hrijving ICT 3.2 Afsc hrijving Meubilair 3.3 Afsc hrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Ac c ountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal reguliere lasten
Exclusief OW
€ € € € € € €
10.317.222 35.283 105.035 10.457.540 378.833 513.345
€ € €
OW 2021 €
614.987
€
614.987
1e BW AB
Inclusief OW
10.932.209 35.283 105.035 11.072.527 378.833 513.345
119.144 33.097 45.009
€ € €
€ € € € € € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ € € € € € €
€ €
55.160 13.211.827
614.987
Lelystad
Begroting na BW excl. OW
na 1e BW
OW
Begroting
2021 € € € € € € €
€
Almere
€ € € € € € €
10.597.308 35.283 107.836 10.740.428 392.837 524.549
119.144 33.097 45.009
€ € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ 55.160 € 13.826.814
€ € € € € € €
€
227.273 2.273 229.546 11.363 9.091
250.000
€ € € € € € €
€
52.813 528 53.341 2.641 2.113
58.095
€ € € € € € €
€ € € € € € €
11.212.295 35.283 107.836 11.355.415 392.837 524.549
119.144 33.097 45.009
€ € €
119.144 33.097 45.009
€ € € € € € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ € € € € € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ €
55.160 13.519.922
€ €
55.160 14.134.909
€
614.987 614.987 -
614.987
22
B.4. Overzicht van baten en lasten 2022 4.1 Baten reguliere begroting BATEN REGULIERE BUDGET
Begroting na 1e BW excl. OW
Nummer Post 2021 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS EXCL. DPK 1.1 Almere € 1.563.866 1.2 Lelystad € 1.281.932 1.3 Zeewolde € 620.705 1.4 Flevoland € 3.553.385 1.5 Urk € 337.904 1.6 Dronten € 1.183.192 1.7 Noordoostpolder € 1.322.181 1.8 Noord Holland € 557.005 1.9 Gooise Meren € 888.396 € 580.580 1.10 Hilversum 1.11 Weesp € 316.897 1.12 Huizen € 231.219 1.13 Wijdemeren € 524.651 1.14 Blaricum € 119.926 1.15 Laren € 109.903 Subtotaal reguliere bijdrage deelnemers € 13.191.740 2 ANDERE BIJDRAGE 2.6 Overige opbrengsten € 328.182 Totaal reguliere baten € 13.519.922
Wijzigingen structureel
Kader voor wijzigingen
Almere 2022
2022 € € € € € € € € € € € € € € € €
1.563.866 1.281.932 620.705 3.553.385 337.904 1.183.192 1.322.181 557.005 888.396 580.580 316.897 231.219 524.651 119.926 109.903 13.191.740
€ €
328.182 13.519.922
€
95.965
€
€
Overig 2022
Wijziging OW incidenteel 2022
Kader excl. index en incl. wijzigingen 2022
Index
Kader incl. index
2022
2022
95.965
€ € € € € € € € € € € € € € € €
6.398 4.942 2.393 13.698 1.303 4.561 5.097 2.147 3.425 2.238 891 2.022 462 424 50.000
€ € € € € € € € € € € € € € € €
36.790 28.414 13.758 78.761 7.490 26.226 29.306 12.346 19.691 12.869 5.125 11.629 2.658 2.436 287.500
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.703.020 1.315.287 636.856 3.645.843 346.696 1.213.979 1.356.584 571.498 911.512 595.687 316.897 237.235 538.302 123.046 112.763 13.625.205
€ € € € € € € € € € € € € € € €
25.545 19.729 9.553 54.688 5.200 18.210 20.349 8.572 13.673 8.935 4.753 3.559 8.075 1.846 1.691 204.378
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.728.565 1.335.017 646.409 3.700.531 351.897 1.232.188 1.376.933 580.071 925.185 604.622 321.650 240.794 546.376 124.892 114.454 13.829.583
95.965
€
50.000
€ €
287.500
€ €
328.182 13.953.387
€ €
4.923 209.301
€ €
333.105 14.162.687
23
4.2 Lasten reguliere begroting
LASTEN REGULIERE BUDGET Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal reguliere lasten
Begroting na 1e BW excl. OW
Kader voor wijzigingen
2021
2022
€ € € € € € €
10.597.308 35.283 107.836 10.740.428 392.837 524.549
€ € € € € € €
10.597.308 35.283 107.836 10.740.428 392.837 524.549
€ € €
119.144 33.097 45.009
€ € €
€ € € € € € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ €
55.160 13.519.922
Wijzigingen structureel Almere
Overig
2022
2022
€
87.241
€ € € €
872 88.113 4.362 3.490
Wijziging OW incidenteel
Kader excl. index en incl. wijzigingen
Index
Kader incl. index
2022
2022
2022
2022
€ € € € € € €
10.972.049 35.283 108.709 11.116.041 397.199 528.038
€
164.581
€ € € € €
119.144 33.097 45.009
€ € €
119.144 33.097 45.009
€ € € € € € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ € € € € € €
€ €
55.160 13.519.922
€ €
€
95.965
€
€
-
€
50.000
€
50.000
€
€
287.500
287.500
287.500
529 1.631 166.741 5.958 7.921
€ € € € € € €
11.136.630 35.812 110.339 11.282.781 403.157 535.959
€ € €
1.787 496 675
€ € €
120.931 33.593 45.684
336.474 143.414 760.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ € € € € € €
5.047 2.151 11.411 1.820 2.977 414 1.076
€ € € € € € €
341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783
55.160 13.953.387
€ €
827 209.301
€ €
55.988 14.162.687
4.3 Baten en lasten directe productiekosten DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Direc te produc tiekosten Flevoland 1.1 Direc te produc tiekosten Almere 1.9 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 1.8 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 LASTEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Direc te produc tiekosten Flevoland 6.2 Direc te produc tiekosten Almere 6.3 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 6.4 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten
Begroting na wijzigingen
Kader excl. index
Index
Kader incl. index
2021
2022
2022
2022
€ € € € €
210.048 1.309 12.633 8.507 232.497
€ € € € €
210.048 1.309 12.633 8.507 232.497
€ € € € €
3.151 20 190 128 3.487
€ € € € €
213.199 1.329 12.823 8.634 235.984
€ € € € €
210.048 1.309 12.633 8.507 232.497
€ € € € €
210.048 1.309 12.633 8.507 232.497
€ € € € €
3.151 20 190 128 3.487
€ € € € €
213.199 1.329 12.823 8.634 235.984
24
4.4 Baten en lasten subsidies Begroting na wijzigingen 2021
SUBSIDIES Nummer Post 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.2 Omgevingsveiligheid 2.7 Diverse subsidies Totaal baten subsidies 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.2 Omgevingsveiligheid 7.5 Diverse subsidies Totaal lasten subsidies
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
Kader excl. index 2022
€
€
-
-
€
€
Index
Kader incl. index
2022
2022
-
€ € €
200.000 200.000
-
€ € €
200.000 200.000
25
Gemeenteraad van de gemeente Lelystad Postbus 91 8200 AB LELYSTAD
Verzenddatum 12-03-2021
Bijlagen 1
Kenmerk 2021 OFGV mdu01
Onderwerp: Voorlopige jaarrekening 2020
Geachte heer, mevrouw, Conform artikel 34b van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen ontvangt u hierbij de voorlopige jaarrekening over het boekjaar 2020 van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek. Hiermee beschikt u tijdig over informatie van deze ‘verbonden partij’ om in de eigen financiële stukken op te nemen. Wij vermelden hierbij nadrukkelijk dat dit de cijfers vóór accountantscontrole zijn. U kunt dus geen rechten ontlenen aan deze cijfers. De officiële stukken volgen de onderstaande route/planning: 19 april 2021 19 mei 2021 16 juni 2021 15 juli 2021 26 september 2021 27 oktober 2021 24 november 2021
Accountantscontrole Definitieve jaarstukken en voorstel resultaatbestemming in DB Definitieve jaarstukken en voorstel resultaatbestemming in AB Verzenden definitieve jaarstukken en voorstel resultaatbestemming voor zienswijze aan raden en Staten Sluitingstermijn zienswijzen resultaatbestemming Definitieve resultaatbestemming in DB Definitieve resultaatbestemming in AB
Een gelijkluidende brief is gezonden aan de gemeenteraden van alle 13 deelnemende gemeenten en aan Provinciale Staten van de 2 deelnemende provincies. De colleges van deze 15 partijen ontvangen een afschrift van deze brief.
Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
mw. C.W. Smelik Voorzitter Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
KENMERK
PAGINA
2021 OFGV MDU01
2
Bijlage: Voorlopige jaarrekening 2020
1. Resultaat 2020 vóór accountantscontrole Het voorlopig rekeningresultaat 2020 is positief en bestaat uit meerdere componenten die hieronder per component worden toegelicht. a. Voordelig resultaat op de reguliere budgetten: € 304.052. Het positieve resultaat op de reguliere lasten is in belangrijke mate gerelateerd aan de coronapandemie. Het volledige thuiswerken sinds halverwege maart heeft geresulteerd in een aanzienlijke onderuitputting van de begrotingspost reiskosten woon-werkverkeer inclusief de daarmee samenhangende eindheffing voor de werkkostenregeling. Daarnaast zijn minder huisvesting gerelateerde kosten gemaakt omdat het kantoor nauwelijks is gebruikt. Minder kortdurend ziekteverzuim heeft geleid tot onderbesteding bij de lonen en sociale lasten. In totaal is sprake van een incidenteel overschot van € 304.052. Verschillenanalyse lasten
2020
Lagere lonen en sociale lasten
193.085
Hogere flexibele schil personeel Lagere inhuur bij ziekte
-197.853 80.036
Hogere opleidingskosten
-115.382
Lagere afschrijvingen
27.670
Lagere huur en servicekosten
28.591
Lagere overige huisvestingskosten
17.476
Hogere kosten informatiemanagement
-7.534
Lagere kosten wagenpark
21.123
Lagere besteding uit de post onvoorzien
25.742
Lagere overige lasten Totaal
231.098 € 304.052
Korte toelichting Incidentele ruimte in het salarisbudget is aangewend voor de inzet van de flexibele schil bij het niet kunnen invullen van de vacatures en de noodzaak in specifieke kennis. Lagere inhuur bij ziekte door minder kortdurend ziekteverzuim. Bij de lasten van het reguliere opleidingsbudget zijn de lasten van het Kenniscentrum opgeteld. De hogere opleidingskosten worden gedekt door de hogere inkomsten van het Kenniscentrum. Het saldo op het reguliere opleidingsbudget bedraagt € 47.501 positief. In 2020 is aanvullend geïnvesteerd in ICT hardware om de medewerkers op afstand het werk te laten doen (vervanging van de verouderde hardware en aanvullend aanschaf van hardware om alle medewerkers thuis te kunnen laten werken). De investeringen zijn in de loop van het jaar gedaan. Omdat de afschrijving wordt berekend vanaf het moment dat de hardware in gebruik zijn genomen, vallen de afschrijvingskosten voor 2020 lager uit. Lagere huur- en huisvestingskosten zijn veroorzaakt door lagere service- en onderhoudskosten. Deels als gevolg van de investeringen van de provincie Flevoland in het verduurzamen van het provinciehuis. En deels als gevolg van het wegvallen van de variabele kosten die rechtstreeks aan de kantoorbezetting gerelateerd zijn. De informatiemanagementkosten vallen hoger uit dan het beschikbaar budget.
Dat is al inclusief incidentele verhoging van het budget met € 58.000 bij de 2de Begrotingswijziging. Dat heeft te maken met de eenmalige incidentele uitgaven in het kader van de aansluiting van het VTH-systeem op het digitale stelsel van de Omgevingswet inclusief de structurele inzet van de daarmee samenhangende aanvullende koppelingen. En met de stijging van de structurele informatiemanagement kosten gerelateerd aan het doorvoeren van de benodigde aanpassingen in het VTH-systeem voor het bedrijfsvoeringdeel van de OFGV. Besparing op leasevoertuigen wegens het verdere verlengen van het huidige leasecontract. De post onvoorzien is aangewend voor resterende advieskosten van PROOFadvies rondom de DVO en het huren van de meubilair ten behoeve van thuiswerken. Incidenteel overschot op diverse budgetten met als belangrijkste reden de coronapandemie en de beperkende maatregelen. Voornamelijk gaat het om minder kosten voor woon-werkverkeer en de daarmee samenhangende eindheffing voor de werkkostenregeling. Verschil ten opzichte van de begroting
b. Voordelig resultaat door extra baten: € 167.507. De extra baten bestaan uit: - meerwerkopdrachten voor de deelnemende partijen; - opbrengsten uit de opleidingen georganiseerd voor derden; - afwikkelingsverschillen.
KENMERK
PAGINA
2021 OFGV MDU01
3
De opbrengsten in 2020 zijn lager dan het voorgaande jaar maar alsnog meer dan voldoende om de post ‘overige opbrengsten’ te kunnen dekken. Het voordelig saldo op deze post, na invulling van de reguliere taakstelling 1 en de taakstelling n.a.v. het terugtrekken van taken door Lelystad 2 bedraagt € 167.507. Verschillenanalyse baten
2020
Hogere omzet opleidingsc entrum
186.255
Hogere overige inkomsten
475.778
Lager ingevulde taakstelling
-319.620
Lager ingevulde taakstelling Totaal
-174.906 € 167.507
Korte toelichting Inkomsten van het opleidingsc entrum die opleidingen voor eigen medewerkers, maar ook voor partners en andere overheden verzorgt. Inkomsten uit meerwerkopdrac hten van de deelnemende partijen en voordelige afwikkelingsversc hillen. Bestuurlijke beslissing om de reguliere taakstelling in te vullen met het behalen van hogere inkomsten. Vanaf 2021 is het begrote bedrag bij begrotingspost 'taakstelling ' gewijzigd naar begrotingspost 'overige opbrengsten '. De taakstelling als gevolg van het terugtrekken van de taken nog voor het jaar 2020 in te vullen met het behalen van hogere inkomsten. Vanaf 2021 is deze taakstelling ingevuld door het verlagen van het salarisbudget. Verschil ten opzichte van de begroting
c. Voordelig resultaat op de directe productie budgetten: € 84.044 De legesopbrengsten vielen in 2020 lager uit dan geraamd. De kosten voor beheer grondwatermeetnet ook lager. Dat heeft geresulteerd in een voordelig resultaat op de directe productiekosten voor Flevoland. Het budget van Gooise Meren hoefde in 2020 niet te worden aangesproken. Verschillenanalyse lasten
Lagere direc te produc tiekosten Flevoland Lagere direc te produc tiekosten Gooise Meren Lagere direc te produc tiekosten NoordHolland Totaal
2020
Korte toelichting Besparing op direc te produc tiekosten door lagere legesopbrengsten, lagere kosten voor beheer grondwatermeetnet en aanvullende financ iering van de provinc ie 65.783 voor aantal projec ten.
€
12.410 Geen kosten gemaakt in het kader van dit budget. De advertentiekosten zijn lager uitgevallen dan het besc hikbare 5.851 budget. 84.044 Verschil ten opzichte van de begroting
d. Het resultaat uit reservemutaties is nihil. De onttrekking aan de Bestemmingsreserves Innovatie en Ontwikkeling is lager dan geraamd omdat de looptijd van de projecten niet gelijk is aan de looptijd van het kalenderjaar. Aan de reserves worden alleen de werkelijke gemaakte kosten binnen één kalenderjaar onttrokken. Die vallen dus voor 2020 lager uit dan geraamd. De activiteiten en bijbehorende kosten worden naar latere momenten verschoven. Verschillenanalyse reserves
2020
Lagere innovatieprojec ten Lagere mutatie reserves Totaal
€
Korte toelichting De werkelijke uitgaven van de reserves vallen lager uit dan geraamd. Doordat ac tiviteiten naar een later moment in de tijd 88.548 versc huiven, versc huiven ook de uitgaven. Door de lagere uitgaven wordt er minder aan de reserves -88.548 onttrokken. Verschil ten opzichte van de begroting
e. Het resultaat uit subsidie is nihil. Er is € 7.069 aan hoger subsidiebedrag voor Omgevingsveiligheid ontvangen en ingezet voor het project. Verschillenanalyse subsidies Lagere lasten subsidies Lagere inkomsten subsidies Totaal
1
2020 Korte toelichting 7.069 Hogere subsidie Omgevingsveiligheid ontvangen en ingezet voor -7.069 het projec t. €
-0 Verschil ten opzichte van de begroting
Met ingang van 2021 is de begrotingspost ‘Taakstellende inkomsten’ gewijzigd in begrotingspost ‘Overige opbrengsten’. 2 Met ingang van 2021 is de taakstelling als gevolg van het terugtrekken van de brandveiligheidstaken door Lelystad structureel ingevuld door het verlagen van het salarisbudget.
KENMERK
PAGINA
2021 OFGV MDU01
4
2. Balans 31-12-2020 vóór accountantscontrole De voorlopige balans is als volgt: ACTIVA Investeringen met een economisch nut MATERIËLE VASTE ACTIVA
31-12-2020 872.750
TOTAAL VASTE ACTIVA
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Banksaldi LIQUIDE MIDDELEN De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen OVERLOPENDE ACTIVA
31-12-2019 941.354
872.750
941.354
872.750
941.354
2.991.869
2.190.219
2.181.402 18.122
3.268.257 57 5.191.392
199.964
5.458.533 200.000
199.964
13.649
200.000
15.884
174.268
168.400 187.917
184.284
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
5.579.272
5.842.817
TOTAAL ACTIVA
6.452.022
6.784.171
31-12-2020
31-12-2019
PASSIVA Algemene reserve Bestemmingsreserves
619.000 156.263
619.000 261.256
Resultaat reguliere budgetten Resultaat directe productiekosten Overig resultaat Cumulatief resultaat
304.052 84.044 167.507 555.603
9.332 82.622 547.586 639.540
EIGEN VERMOGEN
1.330.865
1.519.795
TOTAAL VASTE PASSIVA
1.330.865
€ 1.519.795
Overige schulden NETTO-VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen OVERLOPENDE PASSIVA
222.281
310.138 222.281
1.337.785
310.138
1.410.821
-
-
3.561.092
3.543.417 4.898.876
4.954.237
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
5.121.157
€ 5.264.376
TOTAAL PASSIVA
6.452.022
€ 6.784.171
KENMERK
PAGINA
2021 OFGV MDU01
5
3. Baten en lasten 2020 vóór accountantscontrole Het voorlopig overzicht van baten en lasten is als volgt: a. Reguliere budget
1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren Subtotaal reguliere bijdrage deelnemers 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten 3 REGULIERE TAAKSTELLING* 3.1 Taakstellende inkomsten 3 TAAKSTELLING LELYSTAD** 3.2 Taakstelling terugtrekken taken Lelystad Totaal reguliere baten
Begroting na wijziging
Begroting voor wijziging
€ € € € € € € € € € € € € € € €
870.274 1.495.187 745.866 3.541.345 269.315 986.704 1.432.664 924.833 884.289 553.010 373.215 300.351 473.623 154.187 141.577 13.146.440
€ € € € € € € € € € € € € € € €
€ 821.442 € 1.495.187 € 745.866 € 3.541.345 € 269.315 € 986.704 € 1.222.368 € 924.833 € 884.289 € 553.010 € 373.215 € 300.351 € 473.623 € 154.187 € 141.577 € 12.887.312
€ € € € € € € € € € € € € € € €
-
€
662.033
€
-
€
-
€
-662.033
€
€
-
€
319.620
€
319.620
€
319.620
€
13.808.473
€ €
174.906 13.640.966
€ 174.906 € 13.381.838
€ €
174.906 -167.507
Realisatie 2020
Begroting na wijziging
Begroting voor wijziging
€ €
LASTEN REGULIERE BUDGET 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal reguliere lasten
Verschil realisatie en begroting
Realisatie 2020
BATEN REGULIERE BUDGET
870.274 1.495.187 745.866 3.541.345 269.315 986.704 1.432.664 924.833 884.289 553.010 373.215 300.351 473.623 154.187 141.577 13.146.440
Realisatie 2019 € 753.654 € 1.371.798 € 684.314 € 3.249.099 € 247.090 € 905.277 € 1.121.493 € 848.512 € 811.314 € 507.374 € 342.416 € 275.565 € 434.537 € 141.463 € 129.894 € 11.823.799 1.023.366 -
€ € 12.847.166
Verschil realisatie en begroting
Realisatie 2019
€ € € € € € €
9.590.030 97.397 1.134.745 23.629 10.845.802 495.467 276.134
€ € € € € € €
9.783.115 90.000 944.289 103.665 10.921.069 380.085 452.629
€ € € € € € €
10.547.544 34.289 101.309 10.683.143 368.306 501.206
€ € € € € € €
193.085 -7.397 -190.456 80.036 75.267 -115.382 176.495
€ € € € € € €
8.476.499 94.092 860.254 79.990 9.510.834 570.588 479.199
€ € €
96.256 30.018 39.819
€ € €
117.037 32.512 44.214
€ € €
117.037 32.512 44.214
€ € €
20.781 2.494 4.395
€ € €
128.678 30.018 39.819
€ € € € € € €
301.933 123.402 763.696 98.083 155.641 33.386 48.834
€ € € € € € €
330.524 140.879 756.162 119.206 194.935 27.091 70.439
€ € € € € € €
330.524 140.879 698.162 119.206 194.935 27.091 70.439
€ € € € € € €
28.591 17.476 -7.534 21.123 39.294 -6.295 21.605
€ € € € € € €
309.522 123.801 758.772 73.853 151.141 27.150 80.571
€ €
28.443 13.336.915
€ €
54.185 13.640.966
€ 54.185 € 13.381.838
€ €
25.742 304.052
Realisatie 2020
Begroting na wijziging
Begroting voor wijziging
€ 6.304 € 12.290.248
b. Directe productiekosten DIRECTE PRUDUCTIEKOSTEN 6 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Directe productiekosten Flevoland 6.2 Directe productiekosten Almere 6.3 Directe productiekosten Gooise Meren 6.4 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 LASTEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Directe productiekosten Flevoland 6.2 Directe productiekosten Almere 6.3 Directe productiekosten Gooise Meren 6.4 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten
Verschil realisatie en begroting
Realisatie 2019
€ € € € €
241.425 1.286 12.410 8.356 263.477
€ € € € €
206.334 1.286 12.410 8.356 228.386
€ € € € €
206.334 1.286 12.410 8.356 228.386
€ € € € €
-35.091 -35.091
€ € € € €
198.512 1.237 11.940 8.039 219.728
€ € € € €
175.642 1.286 2.505 179.433
€ € € € €
206.334 1.286 12.410 8.356 228.386
€ € € € €
206.334 1.286 12.410 8.356 228.386
€ € € € €
30.692 12.410 5.851 48.953
€ € € € €
135.870 1.237 137.107
KENMERK
PAGINA
2021 OFGV MDU01
c.
6
Subsidies SUBSIDIES 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.2 Prov. bijdrage Omgevingsveiligheid € 2.7 Diverse subsidies € Totaal baten subsidies € 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.2 Omgevingsveiligheid € 7.5 Diverse subsidies € Totaal lasten subsidies €
Realisatie 2020
Verschil realisatie en begroting
Begroting na wijziging
Begroting voor wijziging
Realisatie 2019
107.316 107.316
€ € €
100.247 100.247
€ € €
200.000 200.000
€ € €
-7.069 -7.069
€ € €
121.242 121.242
107.316 107.316
€ € €
100.247 100.247
€ € €
200.000 200.000
€ € €
-7.069 -7.069
€ € €
121.242 121.242
d. Reserves Mutaties bestemmingsreserves Innovatie en Ontwikkeling 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN RESERVES 2.2 Diverse innovatieprojecten € 2.7 Omgevingswet € Totaal baten reserves € 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN RESERVES 7.8 Diverse innovatieprojecten € 7.10 Omgevingswet € Totaal lasten reserves €
Realisatie 2020
Verschil realisatie en begroting
Begroting na wijziging
Begroting voor wijziging
Realisatie 2019
104.993 104.993
€ € €
193.541 193.541
€ € €
-
€ € €
88.548 88.548
€ € €
300.225 311.749 611.974
104.993 104.993
€ € €
193.541 193.541
€ € €
-
€ € €
88.548 88.548
€ € €
300.225 311.749 611.974
Gemeenteraad van de gemeente Lelystad Postbus 91 8200 AB LELYSTAD
Verzenddatum 12-03-2021
Bijlagen 3
Kenmerk 2021 OFGV mdu02
Onderwerp: 1e begrotingswijziging 2021 en Ontwerpbegroting 2022 OFGV
Geachte heer, mevrouw, Gelet op artikel 23 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (de GR-OFGV) vraagt het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst met deze brief om uw zienswijze op: • de 1e begrotingswijziging 2021; • de ontwerpbegroting 2022. U heeft tot uiterlijk 10 mei 2021 de gelegenheid uw zienswijze aan ons kenbaar te maken. Dit is de uiterste datum om er voor zorg te kunnen dragen dat de begroting en begrotingswijziging inclusief zienswijzen tijdig worden geagendeerd voor de vergadering van het Algemeen Bestuur. De zienswijzetermijn is in overeenstemming met artikel 35 van de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen. Hierin is gesteld dat de zienswijzetermijn minimaal 8 weken is. De zienswijze kunt u richten aan Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek, postbus 2341, 8203 AH LELYSTAD. U kunt deze ook digitaal indienen via info@ofgv.nl. 1e begrotingswijziging 2021 Aan uw raden en Staten wordt voor zienswijze voorgelegd de financiële gevolgen van de structurele takeninbreng door de gemeenten Almere en Lelystad. De wijzigingen zijn in de bijlage toegelicht en zijn opgenomen in de begroting 2022 die gelijktijdig aan u is verzonden. Omdat door de begrotingswijziging de bijdrage van de partners veranderen, veranderen ook de onderlinge stempercentages in het AB.
Ook deze wijziging is in de bijlage weergegeven. Ontwerpbegroting 2022 Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2022, welke is bijgesloten, is uitgegaan van de kaders die het Algemeen Bestuur op 3 februari 2021 heeft vastgesteld. De Kadernota 2022 is ter informatie bij deze brief gevoegd.
KENMERK
2021 OFGV mdu02
PAGINA
2
Een gelijkluidende brief is gezonden aan de gemeenteraden van alle 13 deelnemende gemeenten en aan Provinciale Staten van de twee deelnemende provincies. De colleges van deze 15 partijen ontvangen een afschrift van deze brief.
Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
mw. C.W. Smelik Voorzitter Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
Betreft
1ste Begrotingswijziging 2021 Beslispunt
1
Wijziging
Conform de huidige GR en de Financiële Verordening dienen begrotingswijzigingen waardoor de bijdragen van de partners wijzigen voor zienswijzen naar raden en Staten te worden gestuurd en voor een besluit aan het AB te worden voorgelegd. De wijzigingen betreffen: a) de structurele verhoging van de bijdrage van Almere in verband met de uitvoering van het toezicht lichte milieucategorie bedrijven; b) de structurele verhoging van de bijdrage van Lelystad in verband met de uitvoering van het toezicht op asbestsanering.
1a
Wijziging
Toelichting
1b
Wijziging
Toelichting
2
Beslispunt Argument
Kanttekening
De ingangsdatum voor de wijzigingen is 1 januari 2021. Kennis te nemen van de wijze van verwerking in de begroting van de structurele verhoging van de bijdrage van Almere met € 250.000 in verband met de uitvoering van het toezicht lichte milieucategorie bedrijven. De bijdrage van Almere te verdelen aan de lastenkant tussen budgetten: • € 227.273 – salarissen (directe personeelskosten en personele overhead) • € 2.273 – inhuur bij ziekte (1%) • € 11.363 – opleidingen (5%) • € 9.091 - algemene personeelskosten (4%) Kennis te nemen van de wijze van verwerking in de begroting van de structurele verhoging van de bijdrage van Lelystad met € 58.095 in verband met de uitvoering van het toezicht op asbestsanering. De bijdrage van Almere te verdelen aan de lastenkant tussen budgetten: • € 52.813 – salarissen (directe personeelskosten en personele overhead) • € 528 – inhuur bij ziekte (1%) • € 2.641 – opleidingen (5%) • € 2.113 - algemene personeelskosten (4%) Kennis te nemen van de gevolgen voor de stemverdeling van deze voorgestelde begrotingswijziging. Op basis van artikel 7 lid 3 van de GR kan het AB er toe besluiten lopende het jaar de stemverdeling aan te passen als de financiële bijdrage ten opzichte van elkaar substantieel wijzigt.
Een technisch gevolg van deze wijziging is de aanpassing van de incidentele bijdrage voor de voorbereiding op de Omgevingswet van 2021 conform het nieuwe stempercentage.
Bijlage 1. 1ste Begrotingswijziging 2021 1.1 Baten reguliere begroting Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2021 zijn de bijdragen van de partners door de nieuwe bijdragen van de gemeenten Almere en Lelystad als volgt veranderd, zie tabel hieronder. De incidentele bijdrage voor de voorbereiding op de Omgevingswet is daardoor voor alle partners gewijzigd. Vastgestelde begroting BATEN REGULIERE BUDGET Exclusief OW OW Inclusief OW Nummer Post 2021 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS EXCL. DPK € 1.313.866 € 62.716 € 1.376.583 1.1 Almere € 1.223.837 € 58.419 € 1.282.256 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde € 620.705 € 29.629 € 650.334 € 3.553.385 € 169.617 € 3.723.002 1.4 Flevoland € 337.904 € 16.129 € 354.033 1.5 Urk 1.6 Dronten € 1.183.192 € 56.478 € 1.239.670 € 1.322.181 € 63.113 € 1.385.294 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland € 557.005 € 26.588 € 583.593 1.9 Gooise Meren € 888.396 € 42.407 € 930.803 1.10 Hilversum € 580.580 € 27.713 € 608.293 1.11 Weesp € 316.897 € 15.127 € 332.024 1.12 Huizen € 231.219 € 11.037 € 242.256 1.13 Wijdemeren € 524.651 € 25.044 € 549.694 1.14 Blaricum € 119.926 € 5.724 € 125.650 1.15 Laren € 109.903 € 5.246 € 115.149 Subtotaal € 12.883.645 € 614.987 € 13.498.632 2 ANDERE BIJDRAGE 2.6 Overige opbrengsten € 328.182 0 € 328.182 Totaal reguliere baten € 13.211.827 € 614.987 € 13.826.814
1e BW AB Almere
€
Lelystad
250.000
Begroting na BW excl. OW 2021
€
250.000
€
58.095
€ € € € € € € € € € € € € € € €
€
250.000
€
58.095
€ €
€
58.095
na 1e BW Begroting
OW
1.563.866 1.281.932 620.705 3.553.385 337.904 1.183.192 1.322.181 557.005 888.396 580.580 316.897 231.219 524.651 119.926 109.903 13.191.740
€ € € € € € € € € € € € € € € €
72.906 59.762 28.937 165.656 15.753 55.159 61.639 25.967 41.416 27.066 14.773 10.779 24.459 5.591 5.124 614.987
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.636.772 1.341.694 649.642 3.719.040 353.657 1.238.351 1.383.820 582.972 929.812 607.646 331.670 241.998 549.109 125.516 115.027 13.806.727
328.182 13.519.922
€
614.987
€ €
328.182 14.134.909
1.2 Lasten reguliere begroting De bijdragen van de gemeenten Almere en Lelystad aan de lastenkant zijn als volgt verdeeld: Vastgestelde begroting LASTEN REGULIERE BUDGET Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal reguliere lasten
Exclusief OW
€ € € € € € €
10.317.222 35.283 105.035 10.457.540 378.833 513.345
€ € €
OW 2021 €
614.987
€
614.987
1e BW AB
Inclusief OW
10.932.209 35.283 105.035 11.072.527 378.833 513.345
119.144 33.097 45.009
€ € €
€ € € € € € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ € € € € € €
€ €
55.160 13.211.827
614.987
Lelystad
Begroting na BW excl. OW
na 1e BW
OW
Begroting
2021 € € € € € € €
€
Almere
€ € € € € € €
10.597.308 35.283 107.836 10.740.428 392.837 524.549
119.144 33.097 45.009
€ € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ 55.160 € 13.826.814
€ € € € € € €
€
227.273 2.273 229.546 11.363 9.091
250.000
€ € € € € € €
€
52.813 528 53.341 2.641 2.113
58.095
€ € € € € € €
€ € € € € € €
11.212.295 35.283 107.836 11.355.415 392.837 524.549
119.144 33.097 45.009
€ € €
119.144 33.097 45.009
€ € € € € € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ € € € € € €
336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707
€ €
55.160 13.519.922
€ €
55.160 14.134.909
€
614.987 614.987 -
614.987
Bijlage 2. Stemverdeling na 1ste Begrotingswijziging 2021 Deelnemer Almere Lelystad Zeewolde Flevoland Urk Dronten Noordoostpolder Noord Holland Gooise Meren Hilversum Weesp Huizen Wijdemeren Blaricum Laren Totaal
Nieuwe verdeling bijdragen partners na 1ste BW 2021 % Subtotaal Directe kosten Totaal 11,85% 1.636.772 1.309 1.638.081 9,72% 1.341.694 1.341.694 4,71% 649.642 649.642 26,94% 3.719.040 210.048 3.929.088 2,56% 353.657 353.657 8,97% 1.238.351 1.238.351 10,02% 1.383.820 1.383.820 4,22% 582.972 8.507 591.479 6,73% 929.812 12.633 942.445 4,40% 607.646 607.646 2,40% 331.670 331.670 1,75% 241.998 241.998 3,98% 549.109 549.109 0,91% 125.516 125.516 0,83% 115.027 115.027 100% € 13.806.727 € 232.497 € 14.039.224