CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapd05-Toel 29-04 jalien.

Raadsvergadering 21 september 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 253. Besluitvorming vaststelling bestemmingsplan Herinrichting locaties Edelhertweg27.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De volgende (onderzoek)projecten zijn onder andere voorzien op het vergrote bouwvlak aan Edelhertweg 1 en 3: - een biomassa project; - het ‘toepassingscentrum duurzame energie en grondstoffen’ wordt verder ontwikkeld; - een project met 6 kleine onderzoek-windmolens voor simulatie van windparken op land en op zee waarbij de overtollige energie zal worden omgezet in waterstof. Waterstof en zonnepanelen zullen onder andere ingezet worden voor onderzoek en als demo in een representatieve praktijksituatie voor: - klimaatregeling kantoorgebouw; - bewaargebouw met drooginstallaties voor agrarisch product; - een eerste aanzet ter vervanging van brandstoffen voor trekkers en heftruck. Voorafgaand aan de bouw van de nieuwe gebouwen en activiteiten die deel uitmaken van bovengenoemde projecten, vindt toetsing plaats aan de vergunde activiteiten in de vigerende milieuvergunning. Indien de nieuwe activiteiten nog niet vergund zijn, zal hiervoor een nieuwe vergunningaanvraag worden gedaan.

29 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

Verder is er een bassin van 15.000 m3 voorzien voor circulaire opvang van al het regenwater dat op de locatie valt. Voorgenomen plan is in lijn met en draagt actief bij aan het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Lelystad omdat het bijdraagt aan de kennisontwikkeling van duurzame energie, grondstoffen en brandstoffen. Het aspect ‘duurzaamheid’ levert hiermee geen belemmering op voor het bestemmingsplan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en gaat om het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De gevaarlijke stoffen kennen 2 verschillende bronnen: - stationaire bronnen, zoals een fabriek of een LPG-vulpunt; - mobiele bronnen, zoals transport van gevaarlijke stoffen over wegen en door leidingen. Voor inrichtingen (bedrijven) is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' van belang. In dit besluit wordt externe veiligheid omschreven als 'de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waar een gevaarlijke stof bij betrokken is'. Voor transport is de 'Wet vervoer gevaarlijke stoffen' van belang. Daarnaast is er een aantal besluiten en regelingen vastgesteld waarin het beleid verder uitgewerkt is, waaronder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt tussen een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren.

Er geldt een contour waarbinnen die kans 10 -5 (1 op 100.000) en een contour waarbinnen deze kans 10 -6 (1 op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Voor de contour van het groepsrisico geldt in ieder geval dat het niet wenselijk is om hier kwetsbare bestemmingen toe te staan. Het streven moet zijn om het aantal personen binnen het invloed gebied onder de oriëntatiewaarde en waar mogelijk zo laag mogelijk te houden. In het kader van het omgevingsaspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd (zie afbeelding 4.3). De 2 locaties van het plangebied zijn met paarse contouren aangegeven in afbeelding 4.3. De locatie Edelhertweg 14, 16 en 18 ligt links op de afbeelding en de locatie Edelhertweg 1 en 3 ligt rechts op de afbeelding. Uit het raadplegen van risicokaart blijkt dat het plangebied zich niet binnen de zones van risicovolle verkeersroutes of verkeersroutes bevindt.

Ter plaatse van het plangebied, locatie Edelhertweg 1 en 3, worden gevaarlijke stoffen opgeslagen. De terreingrens op afbeelding 4.3 is de buitenste rand om het bedrijf en geeft het eigen bedrijfsterrein aan. De rode stip geeft de inrichting (Wageningen Plant Research) aan waar ongevallen met gevaarlijke stoffen kunnen plaatsvinden. Binnen de terreingrens is het bedrijf verantwoordelijk voor de veiligheid. Ook liggen in de omgeving enkele agrarische bedrijven waarbij de opslag van brandstoffen plaatsvindt. De zwarte onderbroken lijn in afbeelding 4.3 geeft de transport risicocontour aan. Tot slot ligt er evenwijdig aan de Edelhertweg een buisleiding van de Gasunie (rood gestreepte lijn in afbeelding 4.3). De leiding ligt weliswaar buiten het plangebied, echter een klein deel van de bijbehorende belemmeringenstrook (circa 1,5 meter) ligt wel binnen het plangebied aan de Edelhertweg 1 en 3. Om de hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie te beschermen en externe veiligheid risico’s te voorkomen, is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ opgenomen. De regeling voorziet in de bescherming van de leiding. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen kwetsbare objecten of

30 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

bestemmingen mogelijk. Hiermee treedt er geen wijziging op wat betreft externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

Afbeelding 4.3 Uitsnede risicokaart (plangebieden weergegeven met paarse contour (links Edelhertweg 14, 16 en 18, rechts Edelhertweg 1 en 3))

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft 2 doelen: - het zoveel mogelijk beperken of voorkomen van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; - het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven zodat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen verrichten. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie veelal de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd. In deze uitgave zijn richtafstanden opgenomen over de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De bestaande milieubelastende activiteiten die plaatsvinden op Edelhertweg 1 en 3 zijn momenteel vergund in een milieuvergunning.

In deze vergunning is aangegeven welke activiteiten een bedrijf mag uitvoeren en aan welke voorwaarden het bedrijf moet voldoen. Indien er in de toekomst nieuwe bedrijfsgebouwen worden gebouwd op de locatie van Edelhertweg 1 en 3 moet er getoetst worden of er wordt voldaan aan de vergunde activiteiten in de milieuvergunning. Indien er niet wordt voldaan aan de vigerende milieuvergunning dient deze gewijzigd te worden door middel van een nieuwe vergunningaanvraag Op deze wijze wordt geborgd dat voorgenomen plan geen negatief effect heeft op de omgeving. Naar verwachting zal een nieuwe vergunning verkregen kunnen worden. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor voorgenomen plan.

31 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

4.7

Bodem

Bij een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat de bodemkwaliteit op de locatie geschikt is in relatie tot de boogde functie. Ten behoeve van onderhavig plan is een vooronderzoek bodem uitgevoerd (bijlage VII). Er is onderzoek gedaan naar de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem. Het te vergroten bouwvlak heeft altijd een agrarisch gebruik gehad. Ook zijn er geen andere bodembelastende activiteiten bekend, dan agrarisch. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek in relatie tot het voorgenomen plan worden ter plaatse van de vergroting van het bouwvlak geen tot hooguit licht verhoogde gehalten verwacht. In verband met voorgenomen plan is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk, omdat er in deze fase nog geen grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden. Echter is voorafgaand aan het realiseren van nieuwbouw op het te vergroten bouwvlak aan Edelhertweg 1 en 3 wel een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk om de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen (vanwege de hooguit licht verhoogde gehalten). In het kader van de omgevingsvergunning bouwen, welke aangevraagd dient te worden voorafgaand aan het bouwen van nieuwe gebouwen, dient een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Afhankelijk van de uitkomst van het verkennend bodemonderzoek dient al dan niet gesaneerd te worden.

Het saneren van de bodem voorafgaand het bouwen van nieuwe gebouwen kan als voorschrift in de omgevingsvergunning worden opgenomen. Op deze wijze wordt geborgd dat er met betrekking tot bodem geen significante effecten zullen optreden. In het bestemmingsplan is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat er voorafgaand aan de sloop van de gebouwen op Edelhertweg 14, 16 en 18 bodemonderzoek uitgevoerd wordt. Indien er ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18 sprake is van bodemverontreiniging dient deze gesaneerd te worden. Het aspect bodem is geen belemmering voor voorgenomen plan.

4.8

Niet-gesprongen explosieven

Na de Tweede Wereldoorlog zijn op diverse plekken in Nederland niet-gesprongen explosieven (NGE’s) achtergebleven. Deze NGE’s vormen een risico op het moment dat in de nabijheid van deze explosieven activiteiten in de bodem worden uitgevoerd, zoals graven. Het oostelijk deel van Flevoland is tussen 1950 en 1957 aangelegd, dus na de Tweede Wereldoorlog, en was voordien nog water. Om deze reden bestaat er geen concrete verwachting voor de aanwezigheid van NGE’s. Desondanks kan het altijd voorkomen dat er NGE’s in de bodem aanwezig zijn. Voorafgaand aan de bodemroerende werkzaamheden dient de aanwezigheid van deze NGE’s uitgesloten te worden middels onderzoek en dienen, indien deze aanwezig blijken, eventuele NGE’s verwijderd te worden. Het aspect NGE’s is hiermee geen belemmering voor voorgenomen plan.

4.9

Archeologie

De Erfgoedwet regelt onder andere de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Vanwege de hoge archeologische verwachtingswaarde in het geldende bestemmingsplan is in het plangebied archeologisch onderzoek (bijlage VIII) uitgevoerd. Dit onderzoek moet uitsluitsel geven of er sprake is van een archeologische trefkans. Archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek). In het bureauonderzoek is onderzoek gedaan naar mogelijk aanwezige archeologische waarden ter plaatse van Edelhertweg 1 en 3 en Edelhertweg 14, 16 en 18.

32 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

Edelhertweg 1 en 3 Uit het bureauonderzoek blijkt dat ter plaatse van Edelhertweg 1 en 3 de archeologische verwachting laag is. Recent booronderzoek heeft aangetoond dat de top van het dekzand verspoeld en geërodeerd is. In deze toplaag zijn geen sporen van bodemvorming (podzoling) aangetroffen. De grens tussen het zand en het daarboven aanwezige veen is hier scherp; het materiaal is niet doorworteld. De daarboven (zeer beperkt) voorkomende komafzettingen van het Laagpakket van Wormer, zijn niet gerijpt. Gezien de relatief lage en natte ligging van deze komafzettingen heeft dit niveau een zeer lage verwachting voor het aantreffen van archeologische resten. Op het Laagpakket van Wormer is weer veen aanwezig (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop) met daarbovenop een dik pakket gyttja (Flevomeer Laag, Formatie van Nieuwkoop). De Flevomeer Laag is weer afgedekt door de jongere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. In deze ondiepe ondergrond van het plangebied zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van scheepswrakken of -resten. Uit het archeologisch onderzoek komt naar voren het plangebied ter plaatse van Edelhertweg 1 en 3 een lage trefkans kent voor archeologische waarden. Hierdoor is er geen planologische bescherming nodig op deze locatie.

Op basis van het archeologisch bureauonderzoek zijn er ter plaatse van Edelhertweg 1 en 3 geen vervolgstappen nodig in het kader van de Archeologische Monumentenzorg. Edelhertweg 14, 16 en 18 Uit het bureauonderzoek blijkt dat ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18 een onverstoorde dekzandrug verwacht wordt op een diepte van NAP -8,8 tot -9,9 meter (4,5 tot 5,6 meter beneden maaiveld). Hier kunnen archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum worden aangetroffen. De dekzandrug lag hoger dan het omringende landschap en was in deze periode een aantrekkelijke locatie voor bewoning en menselijke activiteit. De archeologische verwachting voor deze periode is daarom hoog. De archeologische resten en sporen kunnen bestaan uit haardkuilen, paalkuilen, houtskoolconcentraties, (vuur)stenen werktuigen, productieafval en aardewerk. De omvang van dergelijke vindplaatsen kan uiteenlopen van enkele honderden vierkante meters tot enkele hectaren (verspreid over de hoger gelegen langgerekte dekzandrug waarbinnen het plangebied zich bevindt). Uit latere periodes is de archeologische verwachting laag omdat het plangebied verdronk. In de bovenste lagen binnen het plangebied ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18 (de Flevo-, Zuiderzeeen Almere-afzettingen) kunnen van vlak onder tot circa 2 meter beneden maaiveld scheepswrakken of -wrakresten worden aangetroffen.

Hoewel altijd een kans bestaat om hele scheepswrakken aan te treffen of losse scheepsonderdelen, is de archeologische verwachting hiervan voor wat betreft het plangebied niet hoger dan elders in de provincie Flevoland (middelhoog). In de praktijk worden scheepswrakken of losse onderdelen van schepen voornamelijk bij toeval tijdens grondverzet gevonden omdat ze met de gebruikelijke archeologische opsporingstechnieken nog niet van te voren kostenefficiënt in kaart zijn te brengen. Bodemingrepen ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18 moeten worden uitgevoerd volgens het Meldprotocol scheeps- en vliegtuigwrakken. Bodemingrepen ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18 die niet dieper zijn dan 4,5 m-mv zullen geen bedreiging voor archeologische waarden vormen. Naar waarschijnlijkheid vinden er in de toekomst weinig tot geen bodemingrepen plaats ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18 die dieper zijn dan 4,5 m-mv. Indien toch er in de toekomst bodemingrepen plaatsvinden die dieper zijn dan 4,5 m-mv dient er een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd te worden. Het archeologisch onderzoek is ter toetsing voorgelegd aan de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland. De gemeente Lelystad en de provincie Flevoland zijn akkoord met het archeologisch onderzoek.

Het aspect archeologie vormt naar verwachting geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

33 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

4.10

Cultuurhistorie en landschap

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet in de planvorming rekening worden gehouden met het aspect cultuurhistorie en landschap. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht om in een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de manier waarop er rekening is gehouden met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden (gebouwd erfgoed, cultuurlandschap en archeologie). Hierbij gaat het om zowel beschermde objecten en structuren, als niet beschermde objecten en structuren. Ten aanzien van landschap moet rekening worden gehouden met onder andere kenmerkende ruimtelijke patronen/structuren, karakteristieke beplantingsvormen en gebruikte soorten, de ruimtelijke opbouw van bebouwing in een gebied en de natuurwaarden in de omgeving. Ten behoeve van het planvoornemen is een landschappelijk schetsontwerp opgesteld. Het landschappelijk schetsontwerp is opgenomen in bijlage IX. Cultuurhistorie De bescherming van archeologisch en cultureel erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet, die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt.

Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2021 een overgangsregeling opgenomen. Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is om het binnen een plangebied aanwezige cultuurhistorische erfgoed te behouden. Dit houdt in dat bescherming moet worden geboden aan de aanwezige Rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten. Met als doel cultuurhistorische belangen te laten meewegen in de ruimtelijke ordening is per 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Daarmee zijn gemeenten verplicht in een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Dat betekent dat een analyse moet worden verricht naar de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en dat daar conclusies aan moeten worden verbonden die in een bestemmingsplan verankerd worden. In de ondergrond van de provincie Flevoland bevinden zich sporen van zeer oude, fossiele landschappen. Voorgenomen plan is in het Omgevingsprogramma Flevoland aangewezen als een aardkundig waardevol gebied en wordt beschreven als ‘complex van versneden dekzand, oude stroomgeulen, mariene klei en rivierduinen’. In de grond ter plaatse van voorgenomen plan bevinden zich sporen van zeer oude, fossiele landschappen.

Bescherming van de aardkundige waarden is geregeld via vergunningverlening in het kader van de Ontgrondingenwet en de Omgevingsverordening Flevoland. In verband met voorgenomen plan is het uitvoeren een inventariserend en waarderend onderzoek niet nodig, omdat er in deze fase nog geen grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden. Echter moeten de gevolgen van de te realiseren nieuwbouw op het te vergroten bouwvlak aan Edelhertweg 1 en 3 wel vroegtijdig worden beschouwd. Waar nodig, is inventariserend en waarderend onderzoek nodig, moeten behoudsmaatregelen worden getroffen en moet een vergunning worden aangevraagd. Voorgenomen plan raakt geen cultuurhistorische waarden. Het aspect cultuurhistorie is hiermee geen belemmering voor voorgenomen plan. Landschap In de Welstandsnota van de gemeente Lelystad wordt genoemd dat het half open landschap karakteriserend is voor de omgeving van het plangebied. Erven worden gezien als groene eilanden in dit open, rechtlijnige landschap. Gelegen aan lineaire ontsluiting, staat geclusterde bebouwing vaak dicht op de weg. Passend in dit gedachtengoed wordt de toekomstige bebouwing op de locatie Edelhertweg 1 en 3 op het uit te breiden bouwvlak achter bestaande bebouwing ingepast, met behoud van de oost-west georiënteerde zichtlijn over het terrein. Er is daardoor geen sprake van een wezenlijke verslechtering van de landschappelijke inpassing.

De grond op de locatie op Edelhertweg 14, 16 en 18 wordt in de toekomst weer cultuurgrond. Zichtlijnen in

34 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

het (half) open landschap komen hierdoor terug en worden door de lineaire beplantingsstructuur benadrukt. De ruimtelijke kwaliteit op deze locatie verbetert hierdoor. De Wageningen Universiteit vindt het belangrijk dat het onderzoek wat er op deze locatie wordt uitgevoerd, niet verstopt ligt voor passanten. De zonne-energie opstelling die aan de locatie Edelhertweg 1 en 3 grenst, is een uitgelezen kans om een korte blik op het terrein te werpen. In de tijdelijke situatie wordt de houtwal hier niet doorgezet om het zicht niet te belemmeren. Het groene karakter van het terrein wordt extra benadrukt door een biodiversiteitsmengsel in te zaaien rondom deze opstelling. Echter, met het te zijner tijd opdoeken van deze opstelling, wordt alsnog de houtwal doorgezet als groen kader om de gehele locatie aan de Edelhertweg 1 en 3. Erfsingels zijn passend bij dit type landschap gezien de cultuurhistorie van Flevoland. De uitbreiding van het bouwvlak gaat gepaard met het aanvullen van deze singels/houtwallen. Het ontwerp zet de singel aan de Edelhertweg door, vult de houtwal ten oosten van het plangebied aan en introduceert nieuwe houtwallen aan de west- en zuidzijde van het plangebied. Alle functies vallen hierdoor binnen de erfsingel. Waar de ruimte voor de houtwal beperkt is, voldoen heesters in een smallere groenstrook om het groene karakter van de erfsingel door te zetten.

In de tijdelijke situatie worden de niet-permanente windturbines en de nietpermanente zonne-energieopstelling opgenomen in de houtwal. Vanaf 2030 worden de tijdelijke windturbines verwijderd en worden boomvormers toegevoegd aan de houtwal om de erfsingel aan te vullen op de locaties waar de tijdelijke windturbines hebben gestaan. Vanaf 2033 wordt de zonne-energie opstelling verwijderd en worden boomvormers toegevoegd aan de houtwal om de erfsingel te voltooien. De houtwallen worden optimaal ingepast door de keuze in gebiedseigen soorten heesters, boomvormers en onderbegroeiing. In het landschappelijk schetsontwerp (bijlage VII) is onderscheid gemaakt tussen de tijdelijke landschappelijke situatie, de landschappelijke situatie in 2030 en de definitieve landschappelijke situatie (na 2033). Ook is in het landschappelijk schetsontwerp een principeprofiel van de houtwal opgenomen. Tot slot wordt de biodiversiteit in en rondom het plangebied gestimuleerd op diverse manieren. Allereerst zorgen de voornamelijk inheemse soorten in de houtwallen voor voedsel en nestgelegenheden voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Ook de Boerderij van de Toekomst van de WUR draagt bij aan de stimulans van biodiversiteit om een gezond systeem te evenaren. Een bloemrijke akkerrand ten zuiden van het bouwvlak omzoomt het perceel en draagt tevens bij aan de biodiversiteit op deze plek.

Het aspect landschap is geen belemmering voor voorgenomen plan.

4.11

Verkeer en parkeren

Verkeer In de toekomst worden door de uitbreiding van gebouwen op het bouwvlak meer voertuigbewegingen verwacht naar de locatie aan Edelhertweg 1 en 3. Om inzicht te geven in de mogelijke extra verkeersgeneratie is een worst-case berekening gemaakt van hoeveel ritten (personenauto’s en vrachtverkeer) een dergelijke locatie met een oppervlakte van 6,507 hectare genereert per etmaal. Dit is gedaan met behulp van de ASVV richtlijnen waarbij de locatie is gecategoriseerd als arbeidsintensief/ bezoekersextensief en rekening is gehouden met de ligging. Hierbij is geen rekening gehouden met de afname van voertuigbewegingen van en naar Edelhertweg 14, 16 en 18 als gevolg van de toekomstige verwijdering van de bebouwing. Bij de categorisering als arbeidsintensief/bezoekersextensief zal een locatie als de Edelhertweg 1 en 3 tussen de 590 en 710 ritten per weekdag genereren. Maximaal 5 % van deze ritten zal vrachtverkeer bedragen. Gezien beperkte toename van de hoeveelheid verkeer is er geen aanleiding om voor de directe omgeving verkeersproblemen te verwachten. Naar verwachting zullen verkeersbewegingen zich redelijk verdelen over de omliggende wegen waardoor per saldo op iedere weg in de spitsuren hooguit enkele tientallen voertuigen extra zullen kunnen komen.

35 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

Parkeren Ten behoeve van dit bestemmingsplan is bepaald hoeveel parkeerplekken er nodig zijn om het gegenereerde verkeer te faciliteren. Hiervoor is ook gebruik gemaakt van de ASVV-richtlijnen, waarbij dezelfde categorisering en ligging zijn gebruikt. Een dergelijke locatie van deze oppervlakte zal dan tussen de 135 en 170 (extra) parkeerplaatsen nodig hebben. Hierbij zijn vrachtwagenparkeerplaatsen niet meegenomen. De locatie van de Wageningen University and Research aan de Edelhertweg 1 en 3 biedt voldoende ruimte om in de toekomst voldoende parkeervoorzieningen te realiseren indien dit nodig is. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen plan.

4.12

Luchtkwaliteit

Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur: ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Om te bepalen of een project niet in betekende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging is de NIBM-tool ontwikkeld. Deze tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan luchtkwaliteit vastgesteld kan worden. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de NIBM-tool. Afbeelding 4.4 laat zien dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate is. Nader onderzoek is niet nodig. Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen plan.

Afbeelding 4.4 NIBM-tool

4.13

Geluid

Industrielawaai Voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer gelden voor het aspect geluid regels uit het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit bevat standaard waarden die van toepassing zijn voor de meeste

36 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

inrichtingen. Voor het toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en maximale geluidsniveau (LAmax) geldt het standaard toetsingskader uit tabel 3.17a van het Activiteitenbesluit. Wageningen Plant Research te Lelystad is een type C-inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. In de vigerende complexvergunning van de inrichting zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van geluid. Bij toekomstige ontwikkelingen dient aan deze voorschriften getoetst te worden. Indien er in de toekomst nieuwe bedrijfsgebouwen worden gebouwd die meer geluidbelasting veroorzaken op de locatie van Edelhertweg 1 en 3, moet er middels een akoestisch onderzoek getoetst worden of er wordt voldaan aan de milieuvergunning. Indien er door toekomstige uitbereiding van Wageningen Plant Research op de locatie aan Edelhertweg 1 en 3 niet wordt voldaan aan de vigerende milieuvergunning dient deze gewijzigd te worden. Op deze wijze wordt geborgd dat voorgenomen plan geen negatief effect heeft op de omgeving. Wegverkeerlawaai De Wet geluidhinder biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen wegverkeerlawaai. Voor verschillende geluidsbronnen, waaronder wegverkeer, is een voorkeursgrenswaarde opgenomen en een maximaal toelaatbare geluidbelasting als bovengrens. Voorgenomen plan zal leiden tot een geringe verkeersaantrekkende werking.

Het verkeer van en naar het plangebied wordt afgewikkeld via verschillende wegen. Geluidhinder door wegverkeer zal minimaal zijn. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor voorgenomen plan.

4.14

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen en verbindingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. De leidingen en verbindingen zijn te verdelen in 3 typen: 1 buisleidingen met een externe veiligheidszone; 2 bovengrondse hoogspanningslijnen; 3 overige leidingen. De eerste 2 type leidingen zijn in ieder geval planologisch relevant. Voor de overige leidingen bepaalt het bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. Voorbeelden van planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: - gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen en goederen; - aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; - defensiebrandstoffen; - warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Voor elk van de 3 typen leidingen en verbindingen is het wettelijk gezien anders geregeld: 1 voor buisleidingen geldt een wettelijke verplichting. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van belang; 2 voor bovengrondse hoogspanningsleidingen geldt een advies van het Rijk.

Hoe omgegaan moet worden met bovengrondse hoogspanningslijnen bij ruimtelijke plannen heeft het rijk aangegeven in haar ‘Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen’ uit 2005 met kenmerk SAS/2005183118; 3 voor de overige leidingen bepaalt het bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. Gewone nutsleidingen zijn meestal niet relevant. Maar voor sommige leidingen is het toch wenselijk deze in het bestemmingsplan op te nemen. Bijvoorbeeld omdat ze van groot maatschappelijk belang zijn en er grote problemen ontstaan als de leiding niet meer werkt. Evenwijdig aan de Edelhertweg, net buiten het plangebied, ligt een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie. Het gaat hier om een leiding met een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijde, van de

37 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

leiding. De leiding ligt weliswaar buiten het plangebied, echter een klein deel van de bijbehorende belemmeringenstrook (circa 1,5 meter) ligt wel binnen het plangebied aan de Edelhertweg 1 en 3. Om de hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie te beschermen is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ opgenomen. De regeling voorziet in de bescherming van de leiding. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen (bebouwingsvrije en/of veiligheidszone). Voor het uitvoeren van werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leidingen is een omgevingsvergunning noodzakelijk.

38 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk volgt een toelichting op de juridische regeling. Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De verbeelding en de regels moeten in samenhang met elkaar worden gezien. De verbeelding en de regels zijn opgesteld volgens de landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Dit zijn de standaardregels zoals voorgeschreven op grond van de Wet ruimtelijke ordening en overeenkomstig de wettelijke regels ten aanzien van het digitaal raadpleegbaar zijn van ruimtelijke plannen.

5.2

Planregels

Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt in alfabetische volgorde een definitie gegeven van een aantal begrippen dat in de regels wordt gebruikt. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven hoe er bij toepassing van de planregels wordt gemeten. Artikel 3 Agrarisch - Science Het gehele plangebied krijgt de bestemming ‘Agrarisch - science’. Binnen deze bestemming zijn innovatieen researchbedrijven, instellingen voor (agrarisch) wetenschappelijk onderzoek, biogasinstallaties, een bedrijfswoning en bijbehorende voorzieningen waaronder parkeerplaatsen en tuinen toegestaan. De sloop van bestaande bebouwing op Edelhertweg 14, 16 en 18 is in de planregels als voorwaardelijke verplichting opgenomen, evenals het uitvoeren van ecologisch onderzoek en bodemonderzoek voorafgaand aan de sloop van de bestaande bebouwing op Edelhertweg 14, 16 en 18. Artikel 4 Waarde - Archeologie hoge verwachting Dit artikel geeft regels voor ‘Waarde - Archeologie hoge verwachting’ aangewezen gronden. Bodemingrepen die niet dieper zijn dan 4,5 meter onder het maaiveld (afgekort: m-mv) zullen geen bedreiging voor archeologische waarden vormen. Naar waarschijnlijkheid vinden er in de toekomst weinig tot geen bodemingrepen plaats die dieper zijn dan 4,5 m-mv.

Voor bodemingrepen die dieper zijn dan 4,5 m-mv dient een omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden aangevraagd te worden. Artikel 5 Leiding - Gas Dit artikel geeft regels voor de met dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ aangewezen gronden. Net buiten het plangebied van het bestemmingsplan ligt een leiding van Gasunie. Het gaat hier om een leiding met een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding. De leiding ligt weliswaar buiten het plangebied, echter een klein deel van de bijbehorende belemmeringenstrook (circa 1,5 meter) ligt wel binnen het plangebied. De regeling voorziet in de bescherming van de leidingen. Binnen een zone van

39 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

5 meter aan weerszijden van de as van de leidingen mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen (bebouwingsvrije en/of veiligheidszone). Voor het uitvoeren van werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leiding is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Dit is een standaardbepaling uit het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro) die verplicht moet worden opgenomen in het bestemmingsplan, bedoeld om te voorkomen dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij de beoordeling van een bouwplan niet nog een keer kan worden meegeteld bij de beoordeling van een volgend bouwplan. Artikel 7 Algemene bouwregels Dit artikel bevat algemene bouwregels. Artikel 8 Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat een regeling omtrent strijdig gebruik. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Dit artikel bevat de juridische uitwerking van de op de verbeelding aangegeven gebiedsaanduiding, weergegeven als ‘testlocatie windturbines’, ‘geluidzone - industrie’ en ‘geluidzone - vliegverkeer 1’. Artikel 10 Overgangsrecht Dit artikel bevat 2 standaardbepalingen uit het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 en 3.2.2 Bro) die verplicht moeten worden opgenomen in het bestemmingsplan. Artikel 10.1 heeft betrekking op bouwwerken en artikel 10.2 op gebruik.

Met het overgangsrecht wordt gewaarborgd dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande bouwwerken en bestaand gebruik, welke met dit bestemmingsplan in strijd zijn, mag worden voortgezet. Tevens is in artikel 10.1 lid d bepaald dat, voor de kleine windturbines die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in het plangebied aanwezig zijn waarvoor een omgevingsvergunning tijdelijk afwijken bestemmingsplan is verleend voor een termijn van maximaal 10 jaar, het overgangsrecht uit dit plan niet van toepassing is na afloop van de termijn waarvoor de afwijking is verleend. Artikel 11 Slotregel Met dit artikel wordt de naam van het bestemmingsplan vastgelegd.

40 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

6 UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid van het plan.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van vooroverleg is het voorontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan de (wettelijke) vooroverlegpartners, te weten: provincie Flevoland, waterschap Zuiderzeeland en Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland. Verder kan een ieder in het kader van de bestemmingsplanprocedure een zienswijze indienen en kunnen belanghebbenden beroep in stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn in afdeling 6.4 grondexploitatie bepalingen opgenomen gericht op het verhalen van kosten door de overheid op particuliere initiatiefnemers. Hierdoor is het voor de overheid mogelijk om afspraken over kostenverhaal af te dwingen binnen de limitatieve bepalingen van de kostensoortenlijst (artikel 6.2.3 tot en met 6.2.6 Bro) zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De vrijwillige overeenkomst (anterieure overeenkomst) staat in de wet voorop. De kosten voor de realisatie van het plan zijn voor Wageningen University and Research. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor sluit de gemeente een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer. Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en uitvoerbaar geacht.

41 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

7 PROCEDURE In de volgende alinea’s wordt de procedure tot vaststelling van het bestemmingsplan toegelicht.

7.1

Vooroverleg

Ter voorbereiding van het bestemmingsplan is uitvoering gegeven aan het vooroverleg met instanties als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), voor zover belangen van de genoemde instanties in het plan in het geding zouden kunnen zijn.

7.2

Ontwerpfase

Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder de gelegenheid geboden een zienswijze naar voren te brengen. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn er 2 zienswijzen ingekomen. Beide zienswijzen hebben aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. De Nota van beantwoording zienswijzen gaat hierop in.

7.3

Vaststellingsfase

Na de periode waarin het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen stelt de gemeenteraad het plan vast. Na vaststelling wordt het plan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de dag dat het bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd, beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wanneer geen beroep wordt ingesteld, is het bestemmingsplan na die 6 weken onherroepelijk.

42 | 42

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Definitief 05

Bijlage(n)

I BIJLAGE: VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

Witteveen+Bos | 116975/21-006.847 | Bijlage I | Definitief 05

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Vormvrije m.e.r.-beoordeling BP-wijziging Edelhertweg Lelystad Wageningen Universiteit en Research 116975 Definitief 03 6 april 2021 116975/21-005.463 J.B. Oegema MSc M.J. Ruiter, MSc, drs. T. Klumper drs. T. Klumper

Paraaf

Bijlage(n)

-

Aan

Wageningen University & Research

J. Schuijt, T.A. Brouwer

Kopie

1

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING HERINRICHTING LOCATIES EDELHERTWEG

In het kader van het bestemmingsplan ‘Herinrichting locaties Edelhertweg 1 en 3 en Edelhertweg 14, 16 en 18’ is het noodzakelijk om een vormvrije m.e.r.-beoordeling te doorlopen. De wens om via een bestemmingsplan het bouwvlak aan Edelhertweg 1 en 3 te Lelystad te vergroten ter grootte van het bouwvlak aan de Edelhertweg 14, 16 en 18 Lelystad (en het weg bestemmen van Edelhertweg 14, 16 en 18), is een besluit dat toe ziet op activiteiten die voorkomen op de D-lijst uit de milieueffectrapportage. Aangezien het initiatief onder de drempelwaarden ligt, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. In tabel 1 wordt achtereenvolgens ingegaan op: kenmerken van het project, plaats van het project, kenmerken van het potentiële effect en de conclusie.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Hoogoorddreef 15 | Postbus 12205 | 1100 AE Amsterdam | +31 (0)20 312 55 55 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

Tabel 1 Kenmerken, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect en de conclusie Project

Herinrichting locaties Edelhertweg

1. kenmerken van het project omvang van het project (relatie met drempel D-lijst)

Wageningen Plant Research Lelystad (business unit Open Teelten) is één van de tien locaties van Wageningen Plant Research. Wageningen Plant Research is een onderdeel van Wageningen University & Research. Bij Wageningen Plant Research in Lelystad wordt onderzoek gedaan naar akkerbouw, groene ruimte en vollegrondsgroenten. Tevens heeft het landelijke praktijkcentrum voor duurzame energie en groene grondstoffen (ACRES) er diverse onderzoeksopstellingen staan, onder meer voor bewaarcellen en loodsen. Wageningen Plant Research voorziet de komende vijf tot tien jaar een groei in haar activiteit in Lelystad. Wageningen Plant Research wil daarom haar bouwvlak aan Edelhertweg 1 en 3 te Lelystad vergroten om toekomstige groei mogelijk te maken. Het bouwvlak aan Edelhertweg 14, 16 en 18 Lelystad wordt hiervoor weg bestemd. Hiervoor wordt een bestemmingsplan opgesteld een vormvrije m.e.r.-beoordeling is nodig als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst uit de milieueffectrapportage en die onder de drempelwaarden liggen. In lijst D9 wordt gesproken over een ‘landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan’.

De drempelwaarde van kolom 2 van D9 luidt als volgt: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1 een functiewijziging met een oppervlakte van 125 ha of meer van water, natuur, recreatie of landbouw; of 2 vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 ha of meer de grootte van onderhavig project ligt onder de bovengenoemde drempelwaarden van kolom 2 van D9. Ten behoeve van de gemeentelijke besluitvorming wordt hierom onderhavige vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld. Met betrekking tot de inhoud wordt aandacht besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij de Europese richtlijn 'Betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten', waarbij ook rekening wordt gehouden met de nieuwe bepalingen voor de m.e.r.-beoordelingsprocedure (wijzigingen in artikelen 7.16 tot en met 7.19 Wm)

cumulatie met andere projecten

het plan is gelegen in een open landschap met weinig bedrijvigheid in de directe omgeving. Ook zijn er geen andere (nieuwe) plannen/initiatieven bekend in de omgeving. Om deze reden treedt er geen cumulatie met andere projecten op

gebruik natuurlijke hulpbronnen

niet van toepassing

productie afvalstoffen

niet van toepassing

verontreiniging en hinder

het plan maakt geen activiteiten mogelijk die hinder of verontreiniging veroorzaken

risico voor ongevallen

niet van toepassing

2. plaats van het project huidige grondgebruik

2|6

in de huidige situatie zijn de gronden in agrarisch gebruik en worden ze gebruikt voor bedrijvigheid. Op onderstaande afbeelding zijn de locaties van het plangebied met rode contouren weergegeven, links is Edelhertweg 14, 16 en 18, rechts is Edelhertweg 1 en 3

Witteveen+Bos | 116975/21-005.463 | Definitief 03

Project

Herinrichting locaties Edelhertweg

rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

het plangebied heeft geen rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Het aanwezige groen zal zoveel mogelijk aanwezig blijven

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor kwetsbare gebieden

in de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van wetlands, kust- of berggebieden, reservaten, natuurparken, Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000gebieden. Gezien het bereik van eventuele effecten is er geen invloed op het opnamevermogen van dit gebied

milieueffecten van het project

ter onderbouwing van de milieueffecten zijn er verschillende effectonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan (referentie 111125/19-016.904, d.d. 18 oktober 2019). De onderzoeken zijn tevens als bijlage opgenomen bij de ruimtelijke onderbouwing bodem: ten behoeve van onderhavig plan is een vooronderzoek bodem uitgevoerd. Naar de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem is onderzoek gedaan. Het te vergroten bouwvlak heeft altijd een agrarisch gebruik gehad. Ook zijn geen bodem belastende activiteiten bekend. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek in relatie tot het voorgenomen plan worden ter plaatse van de vergroting van het bouwvlak geen tot hooguit licht verhoogde gehalten verwacht. In het kader van dit bestemmingsplan is geen nader onderzoek benodigd. Indien in de toekomst nieuwbouw gerealiseerd wordt is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk om de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. In het kader van de omgevingsvergunning bouwen, welke aangevraagd dient te worden voorafgaand aan het bouwen van nieuwe gebouwen, dient een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Afhankelijk van de uitkomst van het verkennend bodemonderzoek dient al dan niet gesaneerd te worden.

Het saneren van de bodem voorafgaand aan het bouwen van nieuwe gebouwen kan als voorschrift in de omgevingsvergunning worden opgenomen in het bestemmingsplan is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat er voorafgaand aan de sloop van de gebouwen op Edelhertweg 14, 16 en 18 bodemonderzoek uitgevoerd wordt. Indien er ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18 sprake is van bodemverontreiniging dient deze gesaneerd te worden op deze wijze wordt geborgd dat met betrekking tot bodem geen significante effecten zullen optreden cultuurhistorie en landschap: voorgenomen plan heeft geen effect op cultuurhistorie. Wat betreft landschap wordt de toekomstige bebouwing op Edelhertweg 1 en 3 achter de bestaande bebouwing gebouwd. Ook wordt een groene erfsingel aangelegd om het plan landschappelijk in te passen waardoor een groen eiland ontstaat in het open uitgestrekte landschap. Op Edelhertweg 14, 16 en 18 wordt in de toekomst de bebouwing verwijderd en de grond weer in gebruik genomen als cultuurgrond. Zichtlijnen in het (half) open landschap komen hierdoor weer terug. Er zijn met betrekking tot landschappelijke inpassing en cultuurhistorie geen significante effecten

3|6

Witteveen+Bos | 116975/21-005.463 | Definitief 03

Project

Herinrichting locaties Edelhertweg archeologie: ten behoeve van voorgenomen plan is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het plangebied ter plaatse van Edelhertweg 1 en 3 een lage archeologische trefkans kent en er geen vervolgstappen nodig zijn in het kader van de Archeologische Monumentenzorg. Uit het archeologisch onderzoek blijkt tevens dat ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18 archeologische waardevolle elementen in de ondergrond worden verwacht. Deze archeologische waardevolle elementen bevinden zich op een diepte van dieper dan 4,5 m-mv. Bodemingrepen die niet dieper zijn dan 4,5 m-mv zullen geen effecten hebben op archeologie. Naar verwachting worden er geen bodemingrepen uitgevoerd die dieper zijn dan 4,5 m-mv. Indien in de toekomst toch bodemingrepen dieper dan 4,5 m-mv plaats zullen vinden op Edelhertweg 14, 16 en 18, dient voorafgaand aan de bodemingrepen verkennend booronderzoek plaats te vinden. Op deze wijze wordt geborgd dat met betrekking tot het aspect archeologie geen significante effecten optreden ter plaatse van Edelhertweg 14, 16 en 18. Ter plaatse van Edelhertweg 1 en 3 zijn geen significante effecten met betrekking tot het aspect archeologie akoestiek: Wageningen Plant Research te Lelystad is een type C-inrichting in de zin van de Wet milieubeheer.

In de vigerende complexvergunning van de inrichting zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van geluid. Bij toekomstige ontwikkelingen dient aan deze voorschriften getoetst te worden. Mogelijk dient er uitbreiding van bebouwing op het plangebied. Indien er in de toekomst nieuwe bedrijfsgebouwen worden gebouwd die meer geluidbelasting veroorzaken op de locatie van Edelhertweg 1 en 3 moet er getoetst worden of er wordt voldaan aan de milieuvergunning. Indien er niet wordt voldaan aan de vigerende milieuvergunning dient deze gewijzigd te worden. Op deze wijze wordt geborgd dat voorgenomen plan geen negatief effect heeft op de omgeving. Naar verwachting wordt deze eventuele wijziging van de vergunning verkregen. Verder leidt het plan tot een geringe verkeer aantrekkende werking. Geluidhinder van wegverkeer zal beperkt zijn. Er zijn met betrekking tot akoestiek geen significante effecten flora en fauna: ten behoeve van het plan zijn een Quickscan natuur en stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd. In het kader van het bestemmingsplan zijn de mogelijke effecten van de ingebruikname van het bouwvlak aan Edelhertweg 1 en 3 op de in de omgeving aanwezige beschermde natuurwaarden onderzocht en getoetst. Voorgenomen ontwikkeling heeft geen direct effect op gebiedsbescherming.

Er is geen sprake van ruimtebeslag en ook overige directe effecten (door geluid, licht en trillingen) van het plan op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. In het kader van voorgenomen ontwikkeling zijn stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd. Uit de stikstofdepositieberekeningen blijkt, dat als gevolg van zowel de aanlegfase als gebruiksfase van voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van deposities op nabij gelegen Natura 2000-gebieden van 0,005 mol/ha/jaar of meer en dit derhalve niet zal leiden tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Indirecte effecten zijn ook uitgesloten.

Het plangebied en de directe omgeving bevatten geen geschikte (essentiële) leefgebieden voor soorten met een instandhoudingsdoelstelling tevens heeft voorgenomen ontwikkeling geen direct of indirect effect op soortenbescherming mits bij de uitvoering de volgende mitigerende maatregelen in acht worden genomen: om directe en indirecte effecten voor de soortgroep vogels te voorkomen, gelden de volgende drie mogelijke maatregelen: · werken buiten het broedseizoen; · vlak voor het broedseizoen inzetten en vervolgens continu doorwerken, zodat vogels niet gaan broeden; · het plangebied in het broedseizoen ongeschikt maken voor vogels; het puindepot langs de westzijde van het plangebied van Edelhertweg 1 dient voor aanvang van het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden of afgedekt te worden. Op deze wijze kan geen mogelijkheid tot nestelen ontstaan. Zodra er genesteld wordt mag de locatie niet meer gestoord worden

4|6

Witteveen+Bos | 116975/21-005.463 | Definitief 03

Project

Herinrichting locaties Edelhertweg daarnaast geldt te allen tijde de algemene zorgplicht, wat betekent dat er tijdens de werkzaamheden gedaan moet worden wat redelijkerwijs mogelijk is om schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk te voorkomen in het bestemmingsplan is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat er voorafgaand aan de sloop van de gebouwen op Edelhertweg 14, 16 en 18 ecologisch onderzoek plaatsvindt er zijn met betrekking tot flora en fauna - indien bovengenoemde maatregelen opgevolgd worden - geen significante effecten water: in het kader van het bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd. Wanneer door uitbreiding van het bouwvlak verhard oppervlak ter plaatse van het nieuwe deel van het bouwvlak groter wordt dan 2.500 m2, dient er extra waterberging aangelegd te worden. Van elke toename van verhard oppervlak boven de 2.500 m2 moet 5 % van de totale extra verharding gecompenseerd worden. De watercompensatie vindt plaats in het plangebied. Indien dit niet mogelijk is of niet wenselijk is in relatie tot de gewenste bebouwing, wordt in overleg met het waterschap Zuiderzeeland naar een andere compensatielocatie binnen hetzelfde peilgebied, of eventueel benedenstrooms, gezocht. De vereiste compensatie moet gerealiseerd zijn voordat gestart wordt met de aanleg van de verharding.

Er zijn met betrekking tot het aspect water geen significante effecten verkeer en parkeren: voorgenomen plan leidt tot een beperkte toename van verkeer. Er is geen aanleiding om voor de directe omgeving verkeersproblemen te verwachten. Naar verwachting zullen verkeersbewegingen zich redelijk verdelen over de omliggende wegen waardoor per saldo op iedere weg in de spitsuren hooguit enkele tientallen voertuigen extra zullen kunnen komen. Mogelijk zijn er in de toekomst door de uitbreiding van de onderzoek locatie aan Edelhertweg 1 en 3 meer parkeerplaatsen nodig. De locatie aan Edelhertweg 1 en 3 biedt voldoende ruimte om parkeervoorzieningen te realiseren indien dit nodig is. Er zijn met betrekking tot het aspect verkeer en parkeren geen significante negatieve effecten luchtkwaliteit: om te bepalen of een project niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging is de NIBM-tool ontwikkeld. Deze tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan luchtkwaliteit vastgesteld kan worden. Ten behoeve van dit plan is gebruik gemaakt van de NIBM-tool. Uit de NIBM-tool blijkt dat het plan in niet betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Er zijn met betrekking tot luchtkwaliteit geen significante effecten externe veiligheid: ter plaatse van het plangebied locatie Edelhertweg 1 en 3 worden gevaarlijke stoffen opgeslagen.

Wageningen Plant Research is verantwoordelijkheid voor de veiligheid binnen de terreingrens. Verder maakt onderhavig bestemmingsplan geen kwetsbare objecten of bestemmingen mogelijk. Er zijn met betrekking tot externe veiligheid geen significante effecten niet-gesprongen explosieven (NGE): het oostelijk deel van Flevoland is tussen 1950 en 1957 aangelegd, dus na de Tweede Wereldoorlog, en was voordien nog water. Om deze reden bestaat er geen concrete verwachting voor de aanwezigheid van NGE. Desondanks kan het altijd voorkomen dat er NGE in de bodem aanwezig zijn. Voorafgaand aan de bodemroerende werkzaamheden dient de aanwezigheid van deze NGE uitgesloten te worden middels onderzoek en dienen, indien deze aanwezig blijken, eventuele NGE verwijderd te worden. Er zijn met betrekking tot NGE geen significante effecten te verwachten bedrijven en milieuzonering: de bestaande milieubelastende activiteiten die plaatsvinden op Edelhertweg 1 en 3 zijn momenteel vergund in een milieuvergunning. In deze vergunning is aangegeven welke activiteiten een bedrijf mag uitvoeren en aan welke voorwaarden het bedrijf moet voldoen. Indien er in de toekomst nieuwe bedrijfsgebouwen worden gebouwd op de locatie van Edelhertweg 1 en 3 moet er getoetst worden of er wordt voldaan aan de vergunde activiteiten in de milieuvergunning.

Indien er niet wordt voldaan aan de vigerende milieuvergunning dient deze gewijzigd te worden. Naar verwachting zal de aanvraag

5|6

Witteveen+Bos | 116975/21-005.463 | Definitief 03

Project

Herinrichting locaties Edelhertweg tot wijzigen van de vergunning verkregen worden. Op deze wijze wordt geborgd dat voorgenomen plan geen negatief effect heeft op de omgeving. Er zijn met betrekking tot bedrijven en milieuzonering geen significante effecten

3. Kenmerken van het potentiële effect bereik van het effect

de effecten die als gevolg van het plan mogelijk optreden hebben betrekking op ecologie. De initiatiefnemer is voornemens om bij de uitvoering mitigerende maatregelen te nemen waardoor de mogelijke directe of indirecte ecologische effecten op de soortgroepen vogels en vleermuizen niet zullen optreden

grensoverschrijdend karakter

gezien de kleinschalige aard van de het plan, het betreft een bouwvlakvergroting van 6,7 ha, en de lokale aard van eventuele effecten, is er geen sprake van een grensoverschrijdend karakter

orde van grootte en complexiteit project

gezien de beperkte complexiteit en grootte van het plan zijn er nauwelijks effecten te verwachten. De optredende effecten worden middels maatregelen gemitigeerd dan wel gecompenseerd en zijn lokaal van aard

waarschijnlijkheid effect

het optreden van de effecten is niet waarschijnlijk. Directe en indirecte effecten worden gemitigeerd dan wel gecompenseerd door het uitvoeren van maatregelen. Overige effecten zijn niet waarschijnlijk

duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

de mogelijke effecten zijn permanent. Gezien de omvang van de effecten en de te treffen maatregelen wordt geen hinder verwacht

4. conclusie

de toetsing van de potentiële effecten van de voorgenomen ontwikkeling maakt duidelijk dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. Er is geen noodzaak tot het opstellen van een MER.

6|6

Witteveen+Bos | 116975/21-005.463 | Definitief 03

II BIJLAGE: VORMVRIJE M.E.R.-AANMELDNOTITIE

Witteveen+Bos | 126975/21-006.847 | Bijlage II | Definitief 05

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

Edelhertweg 1 8219 PH LELYSTAD 13 mei 2020 en 28 oktober 2020

1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER

Initiatiefnemer: WPR Praktijkonderzoek AVG Contactpersoon: de heer S. (Sjaak) van Brugge Correspondentieadres: Edelhertweg 1 8219 PH LELYSTAD 0317481035 Telefoon: sjaak.vanbrugge@wur.nl e-mail: Bedrijfslocatie: Kadastrale ligging: Soort activiteit:

Edelhertweg 1 8219 PH LELYSTAD kadastrale gemeente Lelystad, sectie H, nummer 1188 Het plaatsen van kleine onderzoeksturbines

Adviseur / opsteller: VanWestreenen B.V., de heer J.G.P. (Sjaak) van Schaik Correspondentieadres: Anthonie Fokkerstraat 1a 3772 MP LELYSTAD Telefoon: 0342 474 255 e-mail: schaik@vanwestreenen.nl

1

2.

OMVANG EN WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN VERGUND

Hoewel er op 20 november 2019 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend is voor 4 kleine onderzoeksturbines op deze locatie, is de melding op grond van het Activiteitenbesluit voor deze kleine onderzoeksturbines nog niet geaccepteerd. Op de plattegrondtekening worden deze onderzoeksturbines aangeduid met WT 1 t/m 4. Inmiddels zijn er 2 extra kleine onderzoeksturbines en een meetstation op de locatie gewenst, op de plattegrondtekening worden de onderzoeksturbines aangeduid met WT 5 en WT6 en het meetstation met WT0. In de eindsituatie staan er dus 6 kleine onderzoeksturbines. Deze onderzoeksturbines hebben allen een ashoogte van 10,5 meter en een rotordiameter van 7,6 meter. De onderzoeksturbines hebben een vermogensopbrengst van 10 kW per stuk. Ze worden geplaatst op betonnen sokkels van 3,1 bij 3,1 meter. Het meetstation heeft een hoogte van 12 meter.

3.

PRODUCTIEPROCES

Op Edelhertweg 1 wordt een onderwijs- en onderzoekslocatie van Wageningen University geëxploiteerd gericht op dierhouderij en diervoeding (runderen). Daarnaast worden, samen met TNO, alternatieve energiebronnen onderzocht, deels gelinkt aan de agrarische sector. Het initiatief behelst 6 kleine onderzoeksturbines en een meetstation. Hiermee kunnen windparken op zee gesimuleerd worden. De kleine onderzoeksturbines zetten wind om in elektriciteit en leveren dat rechtstreeks op het elektriciteitsnetwerk. Naast de kleine onderzoeksturbines wenst initiatiefnemer nu ook een meetstation van 12 meter op het perceel te plaatsen, gesitueerd in lijn met de kleine onderzoeksturbines. Op deze manier kunnen zij de werking van de kleine onderzoeksturbines in relatie tot de windkracht en windrichting meten en daarmee de windproductie en voorspellingsmodellen verifiëren.

4.

TIJDSBEPALING

Initiatiefnemer wenst zo spoedig mogelijk na vergunningverlening de twee extra kleine onderzoeksturbines en het weerstation te plaatsen. Het betreft een tijdelijke omgevingsvergunning voor maximaal 10 jaar.

2

5.

MER EN JURIDISCHE ASPECTEN

In de beoogde situatie zijn er totaal 6 kleine onderzoeksturbines. Daardoor valt de activiteit onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Voor de gevraagde opzet is voor de eerste 4 kleine onderzoeksturbines reeds een melding op grond van het Activiteitenbesluit ingediend. Deze is nog niet afgehandeld, omdat het bevoegd gezag eerst een vormvrij mer-beoordelingsbesluit wil nemen. De melding zal derhalve vervangen worden voor een melding waarop ook de twee nieuwe kleine onderzoeksturbines worden vermeld evenals het weerstation. Op dit moment is ook een aanvraag om een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in behandeling. In deze vergunning zullen de volgende activiteiten zitten: • Overig bouwwerk bouwen; • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, in verband met de strijd met het bestemmingsplan. Het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Lelystad is het bevoegd gezag voor het beoordelen en in behandeling nemen van deze aanvraag om een omgevingsvergunning. In het Besluit Milieu-effectrapportage is de activiteit “windturbinepark” opgenomen in bijlagen onder categorie 22. Uit deze categorie kan worden afgeleid dat bij het oprichten van meer dan 20 windturbines MER-plicht geldt en dat er vanaf 10 windturbines een MER-beoordelingsplicht geldt (of gezamenlijk vermogen van 15 megawatt of meer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=4a1d627c-fe11-4738-a84b-280dbbf9dac8