Programmabegroting 2022 - 2025 (versie na raadsbehandeling)
Tekst van het document
Gerelateerde verbonden partijen -
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
72
Bedrag x €1.000
7.3
Afval
Cluster: 7. Volksgezondheid en milieu Portefeuillehouder(s): J. Schoone Onderdeel begrotingsmonitor 2022: Nee
Lasten Baten
2022 2023 2024 2025 -10.002 -10.001 -10.001 -10.000 12.088 12.337 12.575 12.574
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context van het taakveld Op basis van de Wet milieubeheer heeft de gemeente verplichtingen op het gebied van het inzamelen- en verwerken van afvalstoffen. De gemeente rekent de kosten door aan de inwoners in de vorm van de afvalstoffenheffing, die in Lelystad 100% kostendekkend is. Wat doen we binnen dit taakveld? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, de handhaving van het afvalbeleid en de inningskosten. HVC voert een belangrijk deel van deze wettelijke taken uit op het gebied van inzameling en verwerking. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de afvalstoffenheffing en de inkomsten uit waardevolle afvalstromen, zoals oud papier en plastic. Bij de berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing worden naast bovenstaande lasten (directe kosten), ook de kwijtscheldingen afvalstoffenheffing, toerekenbare BTW en bedrijfsvoeringskosten betrokken en vindt een doorbelasting plaats op het gebied van Handhaving en Reiniging. De beïnvloedbaarheid van de lasten is beperkt en de beïnvloedbaarheid van de baten wordt beperkt door de maximaal toegestane kostendekkendheid van 100%. In 2020 is eind van het jaar gestart met het Nieuwe inzamelen en de invoering zal het tweede half jaar van 2022 worden afgerond.
De invoering van het inzamelen van het plastic aan huis zal effect hebben op de inzamelresultaten en daarmee op de kosten en opbrengsten en de afvalstoffenheffing. Eind 2021 loopt het DVO met HVC af en op 1 januari 2022 zal het nieuwe contract ingaan. Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? Uitvoering geven aan de ambities als vastgelegd in het beleidskader Van Afval Naar Grondstof (VANG), die moeten leiden tot 75% afvalscheiding met maximaal 100 kg restafval per inwoner. Beoogd effect: vermindering hoeveelheid restafval en toename hoeveelheid ingezamelde grondstoffen. Gerelateerde beleidsnota's Afvalstoffenbeleidsplan 2015
Gerelateerde verbonden partijen NV HVC
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
73
7.4
Milieubeheer
Cluster: 7. Volksgezondheid en milieu Portefeuillehouder(s): J. Schoone D. de Vreede Onderdeel begrotingsmonitor 2022: Nee
Lasten Baten
2022 -4.647 -
2023 -4.372 -
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2024 -4.182 -
2025 -4.102 -
Wettelijk [ 20 % - 40 %] [0%]
Context van het taakveld De gemeente heeft diverse wettelijke verplichtingen op grond van de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet bodembescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarnaast worden binnen dit taakveld diverse activiteiten uitgevoerd op het gebied van duurzaamheid en ondersteunt de gemeente inwoners op het gebied van asbestsanering van dakbedekking. Wat doen we binnen dit taakveld? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van milieu. Daarnaast maakt de gemeentelijke inzet op het gebied van duurzaamheid en de ondersteuning van inwoners bij de sanering van asbestdaken ook onderdeel uit van dit taakveld. Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) De OFGV verzorgt sinds 1 januari 2013 milieutaken en brandveilig gebruik op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Onder de taken van de omgevingsdienst vallen: het uitvoeren van de (coördinatie van)milieutoezicht, het toezicht op brandveilig gebruik, het behandelen van milieuklachten en de toezicht op bodemkwaliteit, plus het juridisch vervolg op overtredingen.
Binnen de uitvoering van de asbestsaneringsketen is het beoordelen van sloopmeldingen met ingang van 1 januari 2022 een verplichte basistaak van de omgevingsdienst en in de kadernota 2022 - 2025 is daarop geanticipeerd door actualisatie van het beschikbare budget. Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet (2022) wordt de gemeente bevoegd gezag voor een aantal bodemtaken. Op dit moment is de Provincie bevoegd gezag en zijn de taken belegd bij de omgevingsdienst. Het is nog onduidelijk wat de bijdrage uit het gemeentefonds zal zijn voor deze 'bodemtaken' en of deze aansluit bij de kosten van de omgevingsdienst. Handhaving en toezicht Een deel van de taken die voortvloeien uit het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) maken eveneens onderdeel uit van dit taakveld. Het gaat daarbij in dit taakveld om het uitvoeren van ondermeer toezicht kamerverhuur, wet kinderopvang en woningwet. Daarnaast gaat het over bouw- en slooptoezicht in combinatie met nieuwbouw, het uitvoeren van controles op constructieve veiligheid van bouwwerken en dergelijke. Daarnaast hebben de lasten betrekking op juridische ondersteuning, bijvoorbeeld bij complexe vergunningaanvragen. Hier is ook nadrukkelijk een link met het taakveld wonen en bouwen (8.3) waar de omgevingsvergunningen worden verleend.
Naar aanleiding van de bijstelling in de kadernota 2022 - 2025 is er budget vrijgemaakt om uitvoering te geven aan de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML). Aankomend jaar zal hiervoor een meerwerkopdracht aan de omgevingsdienst worden verstrekt. Duurzaamheid In 2020 is begonnen met de uitvoering van het door het college vastgestelde Actieplan Duurzaamheid. Daaronder vallen de projecten die we uitvoeren om de doelstelling te bereiken die vastliggen in de Kadernota Duurzaamheid en daarnaast geven we invulling aan de opgaven die onder meer door het Rijk zijn opgelegd. De energietransitie, klimaatadaptatie en de overgang naar een circulaire economie vallen daaronder. Bij de energietransitie is bepaald dat deze haalbaar en betaalbaar moeten zijn voor de inwoners, maar zeker ook voor de gemeentelijke organisatie. Er zijn nog geen structurele middelen beschikbaar gesteld vanuit de landelijke overheid, maar wel is in de december circulaire van 2020 een bedrag beschikbaar gesteld. Verwacht wordt dat dit in de circulaire van 2021 herhaald wordt. Het nieuw te vormen kabinet zal dan besluiten over structurele middelen ter ondersteuning van de energietransitie.
Ook in 2021 zal er voortduren aandacht moeten zijn om voldoende capaciteit en middelen ter beschikking te hebben die past bij de huidige fase van de energietransitie, maar die ook garantie biedt voor de continuiteit die nodig is. Klimaatadaptatie en circulaire economie zijn eveneens thema's die steeds vaker op wettelijke basis uitgevoerd worden en waarbij de gevraagde inzet van capaciteit en middelen zal groeien. Asbestproblematiek De gemeente heeft de taak om inwoners te informeren over de asbestproblematiek. Hiervoor zijn er ter ondersteuning van inwoners middelen geraamd voor de dekking van advies- en ondersteuningskosten en biedt de gemeente huiseigenaren de mogelijkheid een lening af te sluiten voor de vervanging van asbesthoudende daken. De beïnvloedbaarheid van deze lasten en baten is (op het onderdeel duurzaamheid en asbestproblematiek na) vrij beperkt, aangezien het voornamelijk de uitvoering van wettelijke taken betreft.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
74
(Vervolg)
7.4
Milieubeheer
Lasten Baten
2022 -4.647 -
2023 -4.372 -
Bedrag x €1.000
2024 -4.182 -
2025 -4.102 -
Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? De energietransitie wordt ook in Lelystad steeds concreter en daarom bereiden we de overgang voor naar een aardgasvrije samenleving. De periode tot 2050 staat in het teken van het voorbereiden van woningen / bedrijven, bijvoorbeeld door naisolatie en het uiteindelijk overstappen naar een aardgasloze energievoorziening. De opgave, de mogelijkheden en de relaties met andere opgaven in de stad worden vastgelegd in de Transitievisie warmte die uit drie onderdelen bestaat: de spelregels, de volgorde der wijken en de wijkuitvoeringsplannen. Uit de wijkuitvoeringsplannen zal voor elke wijk blijken welke vorm de energietransitie krijgt en wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor bewoners en bedrijven. Naast de energietransitie wordt ook verder gebouwd aan het klimaatadaptief maken van de stad. Ook de circulaire economie zal in 2050 landelijk vorm gekregen moeten hebben. Lokaal voedsel wordt gewaardeerd en veelvuldig gebruikt. Verspilling in de keten wordt zoveel mogelijk beperkt. De opgave, de mogelijkheden en de relaties met andere opgaven in de stad worden vastgelegd in een warmtevisie. Uiteindelijk zal op wijkniveau een warmteplan worden opgesteld, waaruit zal blijken welke vorm de energietransitie zal krijgen en wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor bewoners en bedrijven.
Voor de circulaire economie zetten we in op zo min mogelijk restafval bij onze burgers, verantwoorde productie en het circulair maken van afvalstromen. Het Klimaat adaptief maken van de stad gebeurd in nauwe samenwerking met het Waterschap ZZL, gemeenten en Provincie. Samen werken we aan een Uitvoeringsagenda Klimaat Adaptatie welke eind 2020 klaar moet zijn. Hieruit volgt een Transitievisie Klimaat Adaptatie: deze visie zal o.a. beschrijven wat de rol van de gemeente is in haar beleid en uitvoerende activiteiten. Net als bij de warmtevisie zullen er uiteindelijk op wijkniveau klimaat adaptatie plannen opgesteld worden die zo veel als mogelijk samen lopen met het groot onderhoud (GO). Gerelateerde beleidsnota's Uitvoeringsplan Duurzaamheid Lelystad 2017 - 2020 Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP)
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
Cluster: 7. Volksgezondheid en milieu Portefeuillehouder(s): L. Baaten Onderdeel begrotingsmonitor 2022: Nee
Gerelateerde verbonden partijen Omgevingsdienst Flevoland, Gooi- en Vechtstreek
Lasten Baten
2022 -272 349
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
2023 -272 349
Bedrag x €1.000
2024 -272 349
2025 -272 349
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context van het taakveld Op basis van de Wet op de lijkbezorging heeft de gemeente diverse wettelijke verplichtingen, zoals het hebben van een begraafplaats. Wat doen we binnen dit taakveld? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de exploitatie van de gemeentelijke begraafplaats. Bij de berekening van de kostendekkendheid van de begraafexploitatie worden naast directe kosten, ook de toerekenbare bedrijfsvoeringskosten betrokken en vindt egalisatie plaats via de voorziening. De beïnvloedbaarheid van de lasten hangt samen met het nagestreefde kwaliteitsniveau van de begraafplaats. De beïnvloedbaarheid van de baten wordt beperkt door de maximale kostendekkendheid van 100%. Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? Een gemeentelijke begraafplaats die voldoende ruimte biedt voor het respectvol begraven van overledenen, het bijzetten van asbussen/-urnen, het verstrooien van as en het bieden van een voor de nabestaanden nette en rustige omgeving om hun overledenen te herdenken. Gerelateerde beleidsnota's Begraafplaatsexploitatie 2015 - 2035
Gerelateerde verbonden partijen -
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
75
BBV indicatoren Definitie: De hoeveelheid restafval per bewoner per jaar (kg). Bron: CBS - Statistiek Huishoudelijk afval.
Geen nieuwe cijfers beschikbaar.
Definitie: Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa. Bron: Rijkswaterstaat Klimaatmonitor Door aanscherping van de cijfers en het gebruik van extra bronnen zijn diverse waarden van de indicator ‘Hernieuwbare elektriciteit’ gewijzigd. Geen nieuwe cijfers beschikbaar.
Aanvullende lokale indicatoren Definitie: Percentage inwoners dat eigen gezondheid in het algemeen als “goed” beoordeeld. Bron: Gemeente Lelystad: Leefsituatie
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
76
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Lasten per taakveld cluster: 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing -25.000
-20.000
-15.000
-10.000
-5.000
-0 8.1 Ruimtelijke ordening
2022
2023
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en
(Bedragen x €1.000)
Lasten 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Lasten Baten 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Baten Eindtotaal
8.3 Wonen en bouwen
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen) 2024
2025
2022
2023
2024
2025
-3.219 -20.470 -3.049 -26.738
-2.763 -16.279 -2.871 -21.913
-2.549 -13.733 -2.601 -18.883
-2.335 -13.199 -2.471 -18.005
50 20.432 1.680 22.162 -4.575
50 16.242 1.620 17.912 -4.001
50 13.695 1.560 15.305 -3.577
50 13.162 1.560 14.772 -3.233
De taakvelden binnen het cluster ‘8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing’ hebben betrekking op ruimtelijke ordening, grondexploitaties van niet- bedrijventerreinen en de beleidsterreinen wonen en bouwen. In de tabel hierboven wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. In de tabellen hieronder wordt vervolgens per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2022 en/of de bij het taakveld betrokken verbonden partijen. Na de beschrijving van deze taakvelden worden de bij ministeriële regeling verplicht op te nemen beleidsindicatoren gepresenteerd, aangevuld met een aantal lokale beleidsindicatoren.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
77
8.1
Ruimtelijke ordening
Lasten Baten
2022 -3.219 50
2023 -2.763 50
Bedrag x €1.000
2024 -2.549 50
Cluster: 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en ste Aard activiteiten: Portefeuillehouder(s): J. Schoone Beinvloedbaarheid lasten Onderdeel begrotingsmonitor 2022: Nee Beinvloedbaarheid baten:
2025 -2.335 50
Wettelijk [0%] [0%]
Context van het taakveld Op basis van de Wet Ruimtelijke ordening hebben gemeenten diverse taken gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De gemeente richt zich in dit kader op onderzoeken van maatschappelijk relevante ontwikkelingen en het formuleren, monitoren en actualiseren van strategisch ruimtelijk beleid in de integrale (desgewenst intergemeentelijke) structuurvisie, bestemmingsplannen of aspecten daarvan. Per 1 juli 2022 (dit was 1 januari 2021) treedt voor zover nu bekend de Omgevingswet in werking, deze vervangt (onder meer) de Wet ruimtelijke ordening. Na inwerkingtreding wordt het strategisch ruimtelijk beleid opgenomen in de Omgevingsvisie en het omgevingsplan ter vervanging van structuurvisies en bestemmingsplannen. De invoering van de Omgevingswet gaat een grote verandering betekenen, een stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet gaat 26 wetten (o.a. op het gebied van Ruimtelijke Ordening, Wonen en Bouwen, Natuur, Milieubeheer, Cultureel Erfgoed), vier AMvB's en tien ministeriële regelingen vervangen. Daarnaast zijn aanhaakwetten zoals de natuurwet en de Wet Grondeigendom in procedure. De Omgevingswet heeft een sterk integraal karakter en introduceert nieuwe thema's in het fysieke domein zoals gezondheid en duurzaamheid.
De wet kent 6 nieuwe kerninstrumenten: de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. De wet gaat uit van het principe één overheid, één overheidsloket en één omgevingsvergunning. Dit betekent zoeken naar nieuwe samenwerkingsvormen, bestuurlijke afstemming over rollen en bevoegdheden en een andere architectuur van systemen om data overzichtelijk te houden en beschikbaar te stellen.
Wat doen we binnen dit taakveld? Tot dit taakveld behoren de lasten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken op grond van de Wet ruimtelijke ordening (na 1 juli 2022 de Omgevingswet). Het gaat hierbij om de voorbereiding- en vaststelling van structuurplannen en -visies, het opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen, gebiedsontwikkeling en het uitvoering geven aan een faciliterend grondbeleid. Ook het planologisch mogelijk maken van nieuwe initiatieven en afhandelen van bezwaar en beroep Wro (in verband met bestemmingsplannen en planschade) hoort tot dit taakveld. Daarnaast wordt gewerkt aan het voorbereiden van de gemeentelijke organisatie op de invoering van de Omgevingswet. De beïnvloedbaarheid van de lasten is zeer beperkt, aangezien hier uitvoering wordt gegeven aan een wettelijke taak en er een directe relatie bestaat met andere beleidsterreinen. Zo dienen de bestemmingsplannen op orde te zijn om leges voor omgevingsvergunningen te kunnen innen en heeft dit taakveld grote raakvlakken met de invoering van de Omgevingswet. Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? Tot 1 juli 2022 staat de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet centraal. Uitgangspunten daarvoor zijn: Koersvast Er wordt uitgegaan van een pragmatische aanpak, waarbij het bestaande en de Lelystadse situatie als uitgangspunt dient voor verdere ontwikkelingen.
Leren door te doen, waarbij de burger als gebruiker centraal staat Veel zaken zijn nog in ontwikkeling en het werken in geest van de wet zal gaandeweg vorm en inhoud moeten krijgen. Tijdige implementatie Vanuit de ambities is gekozen voor een middenpositie. Dat houdt in dat wij het minimale regelen om te kunnen werken binnen de Omgevingswet plus een extra inspanning verrichten om ons huidige gewenste dienstverleningsniveau op peil te houden. Prioriteit aan het opstellen van de Omgevingsvisie Concreet wordt ingezet op het opstellen van de Omgevingsvisie (op basis van de vastgestelde strategische hoofdopgaven), het inventariseren van de wet- en regelgeving (ofwel de gemeentelijke beleidsregels en verordeningen), het opdoen van ervaring met een omgevingsplan door een pilot uit te voeren en het opstarten van het digitale programma. De omgevingsvisie wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2021 ter vaststelling aangeboden aan de raad. Gerelateerde beleidsnota's Structuurplan Lelystad 2015 Lichte actualisatie structuurplan 2015 Nota stedelijke vernieuwing op uitnodiging 2015 - 2018 Woonvisie Lelystad 2016 - 2020 Startnota Omgevingsvisie Lelystad 2030
Gerelateerde verbonden partijen OFGV Veiligheidsregio GGD
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
78
Bedrag x €1.000
8.2
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
Lasten Baten
2022 2023 2024 2025 -20.470 -16.279 -13.733 -13.199 20.432 16.242 13.695 13.162
Cluster: 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en ste Aard activiteiten: Portefeuillehouder(s): D. de Vreede Beinvloedbaarheid lasten Onderdeel begrotingsmonitor 2022: Nee Beinvloedbaarheid baten:
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context van het taakveld Activiteiten die gericht zijn op het scheppen van fysieke condities voor woningbouw zijn, behoudens sociale woningbouw, geen wettelijke taak, maar dragen wel bij aan de (verdere) ontwikkeling van de stad. Het zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening is echter wel een wettelijke taak. De gemeente heeft in het verleden geïnvesteerd in (bouw)grondposities, die in de aankomende jaren in ontwikkeling worden genomen en verkocht moeten worden. Voor zowel grondexploitaties voor bedrijvigheid als voor woningbouw geldt dat ze zijn gebaseerd op een door de raad vastgesteld ruimtelijk en inhoudelijk programma. Dit programma wordt uitgewerkt in een bouwgrondbegroting die als basis dient voor inkomsten en uitgaven. Het resultaat van de grondexploitaties wordt naast de doorlooptijd eveneens beïnvloed door diverse andere parameters. Op grond van wettelijkek regels is een degelijke en realistische onderbouwing van alle kosten en baten en de uitgifte snelheid noodzakelijk. Wat doen we binnen dit taakveld? De gemeentelijke grondexploitatie woningbouw is in essentie gericht op de verwerving, productie en levering van bouwrijpe grond als ondersteuning van de ruimtelijke doelen op het gebied van wonen en leven. Het draagt zorg voor bedrijfseconomische optimalisatie bij het ontwikkelen van plannen en advisering over de financieel economische gevolgen.
Hierbij heeft de gemeente de taak om voor het actieve grondbeleid voldoende grond beschikbaar te hebben, waarbij er verantwoord wordt omgegaan met de risico’s die samenhangen met het exploiteren van gronden. Het grondbeleid ondersteunt de ruimtelijke doelen die de gemeenteraad heeft gesteld. De directe beïnvloedbaarheid van de gemeentelijke grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) is beperkt en verloopt via de gemeentelijke woningbouwprogrammering. Wijzigingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben op de balanspositie en risico's. De inkomsten zijn sterk afhankelijk van de marktontwikkelingen. In de afgelopen jaren zijn als gevolg van de marktomstandigheden diverse grondposities uit exploitatie genomen op grond van wettelijke regels. Hierdoor zijn forse bedragen afgeboekt cq. voorzieningen getroffen en zijn er diverse maatregelen genomen. De aan de grondexploitaties toegerekende bedrijfsvoeringkosten en de interne uren zijn gebaseerd op het door de raad vastgestelde middenscenario. Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? Conform door de raad vastgestelde MPG wordt er voor 2022 -2025 ingezet op een verkoop van circa 400 kavels voor woningen en appartementen. Voor nadere toelichting zie paragraaf 7 grondbedrijf. Gerelateerde beleidsnota's MPG Nota grondbeleid gecombineerd met uitgifte en grondprijsbeleid Verordening grond- en grondontwikkeling
Gerelateerde verbonden partijen -
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
79
8.3
Wonen en bouwen
Lasten Baten
2022 -3.049 1.680
2023 -2.871 1.620
Cluster: 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en ste Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Portefeuillehouder(s): A. Elzakalai Onderdeel begrotingsmonitor 2022: Nee Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2024 -2.601 1.560
2025 -2.471 1.560
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context van het taakveld Op basis van de Woningwet en de Huisvestingswet hebben gemeenten diverse wettelijke taken uit te voeren op het gebied van wonen en bouwen. Zo moeten gemeenten beschikken over een actueel en vastgesteld woonbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van een woonvisie. Daarnaast schrijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gemeenten voor hoe om te gaan met de omgevingsvergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De wet- en regelgeving op dit terrein is volop in beweging, zo werken het Rijk en gemeenten al enkele jaren aan een stelselherziening van het omgevingsrecht. Op dit moment wordt uitgegaan van de inwerkingstreding van de omgevingswet in 2022. Zie ook 8.1. Ruimtelijke Ordening. Het taakveld wonen en bouwen heeft relaties met diverse andere taakvelden waaronder maatwerkvoorzieningen (WMO), grondexploitatie en openbaar groen en (openlucht) recreatie. Er wordt binnen dit taakveld samengewerkt met woningcorporaties, bewoners, projectontwikkelaars, particuliere verhuurders, makelaars, institutionele beleggers, bouwbedrijven, andere gemeenten, de provincie, huurdersorganisaties etc. Wat doen we binnen dit taakveld? In dit taakveld zijn de baten en lasten opgenomen die samenhangen met de beleidsterreinen wonen en bouwen.
Wonen Er wordt binnen dit taakveld uitvoering gegeven aan het gemeentelijk woonbeleid, door middel van de woonvisie Lelystad 20162020. In 2020 en 2021 zal de huidige woonvisie geëvalueerd worden en wordt een nieuwe woonvisie opgesteld. De woonvisie vormt de basis voor het maken van nieuwe jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties en wordt onder andere gebruikt voor de totstandkoming van de woningbouwprogrammering die gebruikt wordt als onderlegger voor het Meerjaren Perspectief Grondbedrijf (MPG). De uitvoering van de woonvisie vindt plaats in nauwe samenwerking met tal van partners en het gemeentelijk handelen is erop gericht plannen en initiatieven van anderen zo goed mogelijk te ondersteunen en te stimuleren. Daarnaast verstrekt het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) diverse leningen in opdracht van de gemeente Lelystad, denk aan de starterslening en de blijverslening. Bouwen Er wordt uitvoering gegeven aan de Wabo, waarbij de gemeente diverse taken heeft op het gebied van omgevingsvergunningverlening, zoals constructieve veiligheid, ruimtelijke inpasbaarheid en rekeninghoudend met milieuaspecten. Naast deze uitvoeringskosten ontvangt de gemeente legesopbrengsten vanuit de verstrekte omgevingsvergunningen.
Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging zijn verschoven van 1 januari 2021 naar 1 juli 2022. Door de latere inwerkingtreding zal er nu geen uitwerking komen voor de programmabegroting, maar volgt er voor de kadenota 2022-2025 een definitieve uitwerking voor de programmabegroting 2022-2025. Op beide ontwikkelingen zal de legesverordening herzien moeten worden. Enerzijds zal er vanuit de diverse (pilot-)projecten en anderzijds vanuit de handreiking van de VNG op het gebied van leges duidelijkheid moeten komen. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten is vrij beperkt, aangezien het voornamelijk de uitvoering van wettelijke taken betreft.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
80
(vervolg)
8.3
Wonen en bouwen
Lasten Baten
2022 -3.049 1.680
2023 -2.871 1.620
Bedrag x €1.000
2024 -2.601 1.560
2025 -2.471 1.560
Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? Er wordt een substantiële bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit de woonvisie Lelystad 2016-2020; 'goede en betaalbare woningen voor iedereen en goede woningen in prettige en gewilde woonwijken'. In lijn met het raadsprogramma wordt op stadsniveau gestuurd op de verhouding tussen sociale huurwoningen en al het andere aanbod (koopwoningen, vrije sector huur) in de verhouding 30%/70%. Ook conform raadsprogramma maken we afspraken met de woningcorporaties over het realiseren van nieuwe sociale huurwoningen voor doelgroepen voor wie de wachttijden het langst zijn en/of om een doorstroom op gang te kunnen brengen. Binnen het marktsegment worden vooral ontwikkelingen in de middeldure huursector en koopwoningen in de categorie € 170.000-€ 270.000 gestimuleerd. Er wordt voorrang gegeven aan nieuwbouw op onafgemaakte plekken in de stad, waaronder Warande, het Stadshart en Bataviahaven. In lijn met het raadsprogramma wordt onderzocht wat nodig is om de wijken die gebouwd zijn in de jaren 70 en 80 te vitaliseren en te verduurzamen. Er wordt actief beleid gevoerd dat is gericht op de leefbaarheid in die wijken. In 2020 zal tevens verder gewerkt worden aan het terugdringen van illegale kamerverhuur. In 2020 en 2021 zal de woonvisie geëvalueerd worden en wordt een nieuwe woonvisie opgesteld.
Dit doen we in samenwerking met de raad, partners in (en buiten) de stad en onze bewoners. In 2022 zal de voorbereidingen op de Omgevingswet verder worden opgepakt, waarbij gedacht moet worden aan het opstellen van de Omgevingsvisie, het screenen van verordeningen en beleidsregels, zodat deze uiteindelijk 'Omgevingsgwet-proof' zullen zijn. Tegelijkertijd zal er in 2022 gewerkt worden aan het verder verbeteren van de dienstverlening. Gerelateerde beleidsnota's Structuurplan Lelystad 2015 Lichte actualisatie structuurplan 2015 Nota stedelijke vernieuwing op uitnodiging 2015 - 2018 Woonvisie Lelystad 2016 - 2020 Beleidsplan Wonen, Welzijn en Zorg in Lelystad 2016 - 2020
Gerelateerde verbonden partijen OFGV Veiligheidsregio
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
81
BBV indicatoren Definitie: De gemiddelde WOZ waarde van woningen. Bron: CBS - Statistiek Waarde Onroerende Zaken
Definitie: Het nieuwbouwwoningen, woningen.
per
aantal 1.000
Bron: ABF research - Systeem Woningvoorraad
Definitie: De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15 tot 65 jaar. Bron: CBS – Bevolkingsstatistiek
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
82
Definitie: Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuisouden betaalt aan activa (onroerendezaak belasting plus de afvalstoffen- en rioolheffing). Bron: COELO, Groningen
Definitie: Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten (onroerendezaak belasting plus de afvalstoffen- en rioolheffing). Bron: COELO, Groningen
Aanvullende lokale indicatoren Definitie: Gemiddelde rapportcijfer ‘leefbaarheid in de buurt’ Bron: Gemeente Lelystad, Wonen, Leefbaarheid en Veiligheid
Geen nieuwe cijfers beschikbaar.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
83
3.2
Paragrafen
1. Lokale heffingen In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de verschillende gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten die door de gemeente Lelystad worden geheven en geïnd, waarbij wordt ingegaan op de consequenties daarvan voor onze inwoners en bedrijven. De gemeentelijke belastingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Volgens artikel 10 van het BBV bevat deze paragraaf tenminste de onderstaande punten: -
-
de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Beleidsuitgangspunten In de kadernota 2022– 2025 geeft de gemeenteraad richting aan de inhoudelijke en financiële strategie van de gemeente Lelystad voor de komende jaren. De vastgestelde richtinggevende kaders zijn gebruikt bij het opstellen van de programmabegroting 2022 – 2025. De door de gemeenteraad aangegeven richting leidt tot de volgende uitgangspunten voor de verschillende tarieven: -
-
-
-
-
De OZB-opbrengst wordt gecorrigeerd met het indexpercentage van 1,4 % en een correctie voor de areaalvergroting; De tarieven voor de rioolheffing worden berekend op basis van een 100% kostendekkende rioolheffing; De tarieven voor de afvalstoffenheffing worden berekend op basis van een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing; In deze programmabegroting is besloten de hondenbelasting te halveren met ingang van 2022. Precariobelasting kon nog tot en met 2021 worden geheven. Met ingang van 2022 komt de precariobelasting voor ondergrondse infrastructuur van nutsbedrijven te vervallen; De legestarieven 2022 worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 1,4%, tenzij wettelijke voorschriften dit verhinderen of hiervan gemotiveerd wordt afgeweken. De maximale kostendekkendheid bedraagt voor de leges eveneens 100%. De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging worden nog niet in de legestabel verwerkt; De tarieven lijkbezorgingrechten worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 1,4%; De tarieven marktgelden worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 1,4%; De tarieven liggelden Bataviahaven overeenkomstig te laten zijn met de tarieven van omliggende Lelystadse havens; De Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Larserpoort wordt in 2022 met vijf jaar verlengd.
De BIZbijdrage wordt geheven van de eigenaar naar een vast bedrag per belastingobject voor een periode van 5 jaar; De reclamebelasting Stadshart Lelystad is in 2018 ingegaan. Het Ondernemersfonds wordt gevoed vanuit het instellen van een reclamebelasting, waarbij de gemeente een heffing instelt en de opbrengst, onder inhouding van de gemeentelijke kosten, als subsidie uitkeert. Met ingang van 2021 is de toeristenbelasting ingevoerd. Begin 2022 worden de eerste aanslagen over het jaar 2021 opgelegd. Daarna wordt bekeken of het begrote bedrag van € 0,3 mln. wordt behaald en worden indien nodig de tarieven, voor het eerstvolgende belastingjaar, bijgesteld. Bij de kadernota 2021 – 2024 heeft de raad besloten tot herinvoering van de OZBgebruikersbelasting niet-woningen. Deze herinvoering vindt gefaseerd plaats in vijf jaar. 2022 is jaar twee.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
84
Toelichting op de diverse gemeentelijke belastingen Binnen de gemeente kennen we verschillende soorten gemeentelijke belastingen, namelijk algemene belastingen, heffingen en rechten (leges). De algemene belastingen De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de algemene belastingen. Bij het innen van deze belastingen bestaat er geen directe relatie tussen wat de burger betaalt en de door de gemeente geleverde dienst. Tot de lokale belastingen die bij de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente horen, behoren de OZB, de parkeerbelastingen, de hondenbelasting en de precariobelasting. Collectieve dienstverlening (heffingen) De heffingen behoren niet tot de algemene dekkingsmiddelen, maar dienen ter dekking van de kosten van de algemene dienstverlening. De belangrijkste heffingen zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Individuele dienstverlening (rechten) Naast belastingen heft de gemeente rechten in de vorm van leges voor de individuele dienstverlening aan haar burgers. Leges worden geheven als vergoeding voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst, waarom de burger of het bedrijf heeft verzocht. Het verzoeken om een bepaalde individuele dienst of product is wel voorwaarde om leges te kunnen heffen.
Deze dienstverlening kan bestaan uit het verstrekken van een paspoort of een uittreksel uit het bevolkingsregister, maar ook bijvoorbeeld uit de verlening van een bouwvergunning of een gebruiksvergunning. Een aantal tarieven wordt door de Rijksoverheid voorgeschreven (wettelijk vastgestelde tarieven). In dit kader kan gedacht worden aan de te heffen leges voor het aanvragen van het eerder genoemde paspoort, een identiteitskaart, een verklaring omtrent gedrag, een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand en de leges voor het aanvragen van het Nederlanderschap. Daarnaast zijn er tarieven waaraan de Rijksoverheid een maximum gesteld heeft. De tarieven voor reisdocumenten zijn hiervan een voorbeeld. De geraamde opbrengst van de leges mag maximaal gelijk zijn de geraamde kosten ter zake. Een van de speerpunten is ook het percentage kostendekkendheid van de leges te verhogen. Op dit moment zijn de geraamde opbrengsten ten opzichte van de geraamde kosten, in de vorm van de in rekening gebrachte tarieven, niet voor alle leges kostendekkend.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
85
Geraamde inkomsten In onderstaande tabel zijn de inkomsten uit de lokale heffingen opgenomen zoals die binnen de gemeente Lelystad begroot zijn. Deze worden vervolgens per onderdeel toegelicht.
Gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten (bedragen x € 1 miljoen)
Begroting 2022
Algemene belastingen 1. Onroerende zaakbelasting 2. Parkeerbelastingen 3. Hondenbelasting 4. Toeristenbelasting Collectieve dienstverlening (heffingen) 5. Afvalstoffenheffing 6. Rioolheffing 7. Bedrijveninvesteringszone Larserpoort (1) 8. Reclamebelasting (ondernemersfonds Stadshart) (2) Individuele dienstverlening (rechten) 9. Leges 10. Lijkbezorgingrechten 11. Marktgelden Totaal 1. 2.
Procentueel 2022
26,55 2,19 0,33 0,30
52,4% 4,3% 0,7% 0,6%
11,33 6,65 0,13 0,15
22,4% 13,1% 0,3% 0,3%
2,53 0,35 0,13 50,64
5,0% 0,7% 0,3% 100%
De BIZ-opbrengst wordt als een subsidie uitgekeerd onder inhouding van de gemeentelijke kosten. De opbrengst reclamebelasting wordt als een subsidie uitgekeerd onder inhouding van de gemeentelijke kosten.
De algemene belastingen 1. Onroerende zaakbelastingen (OZB) De OZB is een belangrijke eigen inkomstenbron van de gemeente. Deze inkomsten worden onder andere gebruikt voor zaken als: wegen, cultuur, openbare verlichting, maatschappelijke dienstverlening en onderwijs. Onder de naam ‘onroerende zaakbelasting’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken de eigenarenbelasting geheven: • •
een eigenarenbelasting van degene die aan het begin van het kalenderjaar eigenaar is van een onroerende zaak (bijvoorbeeld woning en/of bedrijf); een gebruikersbelasting van degene die aan het begin van het kalenderjaar gebruiker is van een niet-woning.
Die laatste categorie wordt gefaseerd (in vijf jaar) heringevoerd, nadat deze categorie vanaf belastingjaar 2012 in vijf jaar gefaseerd werd afgeschaft. 2022 is het tweede jaar van overheveling. De OZB wordt in 2022 verhoogd met een peilaanpassing van 1,4%. Daarnaast is bij de programmabegroting 2020 - 2023 besloten de OZB met ingang van 2022 te verhogen met €0,75 miljoen in verband met het van de precariobelasting op ondergrondse infrastructuur van nutsbedrijven. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt er voor elke individuele onroerende zaak een waarde vastgesteld. Aan de hand van de waarde wordt het te betalen bedrag aan onroerende zaakbelasting berekend. Middels een aanslag wordt het te betalen bedrag aan de belastingplichtige opgelegd. 2. Parkeerbelasting In het kader van de parkeerregulering worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen op een door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
86
b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangeven plaats en wijze. De opbrengsten uit deze belastingsoort zoals in deze paragraaf weergegeven zijn gebaseerd op de huidige vastgestelde tarieven voor straatparkeren, garageparkeren en vergunningen. De vaststelling van de tarieven wordt in de tarievennota aan de raad voorgelegd. 3. Hondenbelasting Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente Lelystad. In tegenstelling tot andere algemene belastingen worden van deze opbrengst onder meer maatregelen ter bestrijding en voorkoming van hondenoverlast bekostigd, zoals het afschermen van kinderspeelplaatsen, zandbakken en speelweides, het aanbrengen van borden, uitlaatplaatsen voor honden en het maken van voorlichtingsmaterialen. Om naleving van hetgeen is gesteld in de verordening hondenbelasting om eventuele hondenoverlast zo veel mogelijk te beperken ziet de milieupolitie toe op de naleving van de door de gemeente vastgestelde regels. In deze programmabegroting 2022 – 2025 is besloten de opbrengst uit de hondenbelasting (en daarmee de tarieven) te halveren. 4. Precariobelasting Deze belasting vervalt wettelijk in 2022 voor het heffen van ondergrondse infrastructuur van nutsbedrijven.
Overige precariobelasting wordt in Lelystad niet geheven. Inkomstenderving wordt deels opgevangen door verhoging van de OZB.
Collectieve dienstverlening (heffingen) 5. Afvalstoffenheffing Vanuit de wet is de gemeente belast met de inzamelverplichting van huishoudelijk afval. Het betreft hier bijvoorbeeld de wekelijkse inzameling aan huis van rest- en gft-afval en de inzameling en verwerking van andere huishoudelijke afvalstromen zoals papier, glas, textiel, grof huishoudelijk afval, etc. De Staatsecretaris van Financiën heeft recent het standpunt ingenomen dat gemeenten voor de ontvangen vergoeding van het Afvalfonds Verpakkingen voor de btw niet handelen als overheid maar als ondernemer. Gevolg van dit standpunt is dat de btw, op de kosten die toerekenbaar zijn aan de ontvangen vergoeding van het afvalfonds, niet meer mogen worden meegerekend als kosten bij de bepaling van het tarief van de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing stijgt in 2022 door een toename van de kosten voor het verwerken van afval. 6. Rioolheffing Vanuit de wet is de gemeente belast met verschillende zorgplichten op het terrein van water. Het betreft de zorgplicht voor afvalwater en de zorgplicht voor hemel- en grondwater. Het resultaat en de doelmatigheid van de maatregelen staat voorop, niet meer de wijze waarop de gemeente haar zorgplicht nakomt. De opbrengsten van de rioolheffing dienen te worden aangewend voor de nakoming van deze zorgplichten.
Onder de naam "rioolheffing" wordt een heffing opgelegd aan, in Lelystad, gebruikers van woningen (naar het aantal personen in het huishouden) en eigenaren van niet-woningen (naar de WOZwaarde van de onroerende zaak). De kostenstijging binnen de zorgplichten kan grotendeels worden opgevangen door de areaaluitbreiding woningen en niet-woningen, zodat een tariefontwikkeling van ongeveer 1% resteert. 7. Bedrijveninvesteringszone Larserpoort (BIZ-Larserpoort) Gemeenten hebben met de Wet op de bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ) de bevoegdheid om een gebied aan te wijzen als bedrijveninvesteringszone (BIZ). Het gebruik van de BIZ is bedoeld om activiteiten en voorzieningen te realiseren op verzoek van de gezamenlijke ondernemers, maar die niet behoren tot het basisvoorzieningenniveau van de gemeente. In deze zone mag een bestemmingsbelasting (de BIZ-bijdrage) worden geheven ter financiering van door een meerderheid van de bijdrageplichtigen gewenste extra voorzieningen. De BIZ-opbrengst wordt als een subsidie uitgekeerd aan de BIZ-stichting.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
87
Voor 2022 geldt dat de raad de verordening 2022-2026 al heeft vastgesteld. Dat was noodzakelijk, omdat de oude BIZ-verordening de maximale houdbaarheid van vijf jaar had bereikt. Om de BIZ voort te zetten is dan een nieuwe verordening en draagvlakmeting noodzakelijk. Of de door de raad vastgestelde verordening ook in werking treedt hangt nu nog af van de uitkomst van de draagvlakmeting. De raad wordt daarover geïnformeerd bij de tarievennota, in december 2021. 8. Reclamebelasting (Ondernemersfonds Stadshart ) Door invoering van de reclamebelasting betalen de ondernemers in het Stadshart een specifieke belasting. De belangrijkste reden om te komen tot invoering van de reclamebelasting was de wens van de ondernemers in het centrum om zich te organiseren, financiële slagkracht te realiseren en daarmee activiteiten in het centrum uit te voeren die het economisch functioneren en de aantrekkelijkheid voor inwoners, ondernemers en bezoekers verbeteren. De opbrengst van de reclamebelasting wordt onder inhouding van de gemeentelijke kosten uitgekeerd als subsidie. Individuele dienstverlening (rechten) 9. Leges 9a. Leges omgevingsvergunning De invoering van de Omgevingswet is uitgesteld tot in ieder geval 1 juli 2022. Dat betekent dat in de huidige begroting de (mogelijke) effecten daarvan nog niet terug komen.
Als de invoering definitief is, zal zowel de begroting als de verordening leges daarop worden aangepast. 9b. Leges burgerlijke stand Dit betreffen de leges voor het sluiten van een huwelijk of geregistreerd partnerschap (burgerlijke stand). De kostendekkendheid van de leges burgerlijke stand heeft onze aandacht. 10. Lijkbezorgingrechten Op basis van de Verordening Lijkbezorgingrechten worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De tarieven zullen conform de vastgestelde inflatiecorrectie worden verhoogd. Dit leidt op begrotingsbasis tot een kostendekkendheid van 100%. 11. Marktgelden Marktgeld is een vergoeding voor het innemen van een standplaats op een plaatselijke markt. De hoogte hiervan wordt opgenomen in de verordening op de heffing en invordering van marktgelden.
Lokale lastendruk Hieronder wordt indicatief aangegeven wat de lastendruk zal zijn voor het jaar 2022. De definitieve lasten zullen de raad bij de vaststelling van de tarievennota en de belastingverordeningen worden gepresenteerd.
Belastingsoort (bedragen x €1)
Afvalstoffenheffing, 3 personen Rioolheffing, 3 personen Onroerende- zaakbelasting (1)
Lastendruk 2021 294 193 337
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
Lastendruk 2022 350 195 350
88
Lastendruk- vergelijking woonlasten 2021 De “Atlas van de lokale lasten” van het COELO is een jaarlijks overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. Het geeft onder andere een overzicht van de hoogte en ontwikkeling van de lokale belastingen. Onderstaande tabel laat de woonlasten voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens zien. De rangorde is gekoppeld aan de meerpersoonshuishoudens. Het is goed om te weten dat gemeenten met duur onroerend goed hoge woonlasten kennen, echter gemeenten met goedkoop onroerend goed hebben niet altijd navenant lagere woonlasten. Het eerste is geheel volgens verwachting, omdat gemeenten met duur onroerend goed minder geld uit het gemeentefonds ontvangen. Gemeente Bedragen x €1
Woonlasten eenpersoonshuishoudens
Woonlasten rangnummer: 1 meerpersoons= laagste huishoudens woonlasten
Flevoland
798
834
Dronten
793
793
Noordoostpolder
713
755
84
Zeew olde
785
854
220
Lelystad
691
833
189
Almere
854
854
221
Urk
899
899
283
Leidschendam - Voorburg
728
793
133
Vlaardingen
757
837
200
Roosendaal
846
881
266
135
Vergelijkbare gem eenten(1)
Laagste en hoogste w oonlasten Tilburg (goedkoopste gemeente)
571
571
1
Bloemendaal (duurste gemeente)
1.390
1.517
370
Kwijtschelding Kwijtschelding particulieren Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te kunnen voldoen, kan onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding van belasting worden verleend. De kwijtscheldingsnorm die in Lelystad wordt gehanteerd bedraagt 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben op bijstandsniveau (= gelijk aan de norm van 100%) of lager, in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding wordt alleen verleend voor de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor de overige belastingen, zoals bijvoorbeeld de hondenbelasting of de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Daarnaast bestaat binnen de Participatiewet de kostendelersnorm, deze norm houdt in dat als men een woning deelt met meer volwassenen, de bijstandsuitkering daarop wordt aangepast of wel naar beneden wordt bijgesteld. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in de woning, hoe lager uw bijstandsuitkering. De redenering hierachter is dat wanneer er meer personen in één woning wonen, de woonkosten gedeeld kunnen worden.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
89
Kwijtschelding ondernemers Net als natuurlijke personen kunnen er kleine ondernemers zijn die op een minimuminkomen uitkomen. Ze verkeren daarmee in dezelfde situatie als natuurlijke personen op bijstandsniveau. Om de kleine ondernemers die van een minimuminkomen dienen rond te komen de kans te geven om het ondernemerschap verder te ontwikkelen, zodat ze niet op een uitkering hoeven terug te vallen, is het wenselijk om kwijtschelding te kunnen verlenen. Daarnaast zou deze mogelijkheid de drempel van uitkeringsgerechtigde naar startende ondernemers kunnen verlagen en tevens de armoedeval. De uitkeringsgerechtigde geniet immers al kwijtschelding. De regels van de inkomens- en vermogenstoets voor particulieren geldt ook voor de ondernemers.
Gemeentelijke belastingen bedragen x € 1.000
1. Afvalstoffenheffing 2. Rioolheffing 3. Onroerende zaakbelasting
Begrote kwijtschelding 2022 773 334 35
Kostendekkendheid heffingen en rechten De kostendekkendheid van de heffingen/rechten verschaft inzicht in de procentuele over- of onderdekking van de diensten en producten gemeente breed. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt dat de gemeente niet meer aan inkomsten/baten geniet (in rekening brengt) dan dat zij hiervoor aan kosten/lasten maakt om de diensten en producten te verwerken/leveren. De inkomsten/baten en de kosten/lasten zijn ontleend aan de begroting. De geraamde kosten zijn conform de nieuwe BBV-regels berekend. Uitgangspunten- directe kosten en indirect toerekenbare kosten De uitgangspunten die gehanteerd worden bij de berekening van de kosten bij ieder onderdeel zijn uit te splitsen in directe- en indirect toe te rekenen kostencomponenten. Dit zijn kosten die in meer of mindere mate verbonden zijn aan het proces dat leidt tot het gewenste product of vorm van dienstverlening. Voorbeelden hiervan zijn: • • • • •
Personeelskosten; Hard- en software; Vakinhoudelijke abonnementen; Kapitaallasten; Groot- en dagelijkse onderhoudskosten.
Naast de directe kosten zijn er nog een aantal ‘indirect’ toe te rekenen kostencomponenten, die eveneens onderdeel uitmaken van de totale berekening. Dit zijn kosten die in mindere mate zijn verbonden aan het hierboven genoemde proces. Het gaat daarbij om: • • •
Toerekenbare BTW (alleen over de directe uitvoeringskosten, dit laat deze kosten met 21% toenemen); Toerekenbare concernoverhead (zie de paragraaf bedrijfsvoering); Toerekenbare overige kosten (afhankelijk van de soort heffing worden bepaalde aanpalende kostencomponenten toegerekend, zo wordt bijvoorbeeld een deel van de reinigingskosten toegerekend aan de rioolheffing (straatvegen) en wordt een deel van de kosten voor toezicht toegerekend aan de afvalstoffenheffing.
In de passage hieronder wordt op basis van bovenstaande uitgangspunten ingegaan op de kostendekkendheid van elk van de (geclusterde) terreinen.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
90
Heffingen De afvalstoffenheffing en rioolheffing mogen op begrotingsbasis maximaal 100% kostendekkend zijn. Onderstaande tabellen geven inzicht in de geraamde inkomsten, de geraamde kosten en de mate van kostendekkendheid. Riolering Lasten 172.394 9.203.207 1.075.850
Indirect toe te rekenen kosten - toerekenbare BTW - concernoverhead - overige toerekenbare kosten
1.618.530 183.461 305.000
Baten - afvalstoffenheffing - Overige opbrengsten
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
-11.333.953 -1.224.489
12.558.442 -12.558.442
100%
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
Lasten 602.943 5.030.589 340.329
Indirect toe te rekenen kosten - toerekenbare BTW - concernoverhead - overige toerekenbare kosten
963.921 621.049 151.528
Baten - Rioolheffing - ICL-Bijdrage
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Afvalstoffen
-6.651.359 -1.059.000
7.710.359
-7.710.359
100%
Leges De kostendekkendheid van de leges ligt op 43%. Mogelijkheden om dit percentage te verhogen worden voornamelijk beperkt door wettelijk vastgelegde maximum tarieven, bijvoorbeeld voor rijbewijzen en identiteitsdocumenten.
Leges kostendekkendheid 2022 Bedragen x €1.000
Titel 1 - Algemene dienstverlening Titel 2 - Dienstverlening vallende onder de fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Titel 3 - Dienstverlening vallende onder de europesche dienstenrichtlijn Totaal
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
Geraamde baten 964 1.500 201 2.665
Geraamde Kostenlasten dekkendheid 3.048 2.683 558 6.290
32% 56% 36% 42%
91
Titel 1, Hoofdstuk 1: Burgerlijke Stand Lasten 180.349 132.805 12.157
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
189.169
Baten - Leges
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
-102.950
Totaal
514.480
-102.950
20%
Titel 1, Hoofdstuk 2 t/m 6 en 9: Reisdocumenten, rijbewijzen, overige Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
Lasten 741.608 649.358 821
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
777.874
Baten - Leges - Rijksleges
362.600
-497.296 -362.600
2.532.262
-859.896
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Algemene dienstverlening (1e legestaakveld)
34%
Titel 1, Hoofdstuk 7 t/m 8 en 10 t/m 20 Lasten 710
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
652
Baten - Leges
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten
-1.047
1.362
-1.047
77%
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
92
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf gaan we in op de actuele risico’s en het weerstandsvermogen dat beschikbaar is om de gevolgen van deze risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds en de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit anderzijds. Risico’s Beschikbare weerstandcapaciteit Gewenste weerstandcapaciteit
Weerstandsvermogen
In december 2019 heeft de Raad de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Hierin is het beleid ten aanzien van risicomanagement en weerstandsvermogen terug te lezen. Leeswijzer Deze paragraaf start met een inventarisatie van de risico’s (2.1), In paragraaf 2.2 wordt op basis van de inventarisatie de gewenste weerstandscapaciteit in beeld gebracht en in paragraaf 2.3 wordt de beschikbare weerstandscapaciteit in beeld gebracht. Wanneer de gewenste weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen van de gemeente worden bepaald, dit wordt in paragraaf 2.4 in beeld gebracht.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
93
2.1 Inventarisatie risico’s In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Hierna gaan we in op financiële en niet-financiële risico’s. Bij niet-financiële risico’s gaat het om mogelijke gebeurtenissen die weliswaar geen direct financieel gevolg hebben maar die bijvoorbeeld wel de reputatie van de gemeente schaden. Of risico’s die wel een financieel gevolg hebben, maar waarvan het risicobedrag nog niet in te schatten is. Deze niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s zijn hieronder weergegeven. Daarna volgt het overzicht van financiële risico’s. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit.
Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren. Een meer dynamisch overzicht van risico’s gedurende het lopende jaar is terug te vinden in de begrotingsmonitor waarbij risico’s op overschrijding van een aantal majeure budgetten wordt weergegeven in bandbreedtes.
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025
94
Risico-inventarisatie algemeen Naam risico
Omschrijving
Beheersmaatregel
Fiscaliteiten
Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Voor de gemeente Lelystad is de huidige inschatting dat, gebaseerd op de activiteiten van de gemeente Lelystad zelf (cijfers t/m 2020) en Omala C.V. (cijfers t/m 2019) en de verwachtingen omtrent de toekomst, de gemeente per 2022 vennootschapsbelasting verschuldigd is. Bij de bepaling van de verschuldigde belasting is rekening gehouden met reclame inkomsten. Als gemeente hebben wij bij de belastingdienst bezwaar aangetekend tegen de belastbaarheid van deze activiteit. Wij zijn van mening dat het hierbij gaat om normaal vermogensbeheer en om die reden niet als belastbare activiteit in de aangifte hoort. Meerdere gemeenten hebben evenzo gehandeld. In samenwerking met de VNG zal aan de rechter de vraag worden voorgelegd of reclame een belaste activiteit betreft. Rechtszekerheid kan enkele jaren op zich laten wachten.
De gemeente Lelystad en de belastingdienst hebben voor de vennootschapsbelastingplicht een vaststellingsovereenkomst gesloten, om vooraf met de op dat moment geldende voorschriften en kennis, de gezamenlijke uitgangspunten zo goed mogelijk te bepalen. Daarnaast wordt de belastingplicht voor de gemeente in een rekenblad in Excel voor het huidige jaar en de toekomstige jaren berekend. Deze berekening wordt getoetst door een extern fiscaal bureau.
Leerlingenvervoer
Met het aanscherpen van de verordening Leerlingenvervoer beogen we de kosten binnen budget te houden. Aandachtspunten: 1. Voor de komende schooljaren moest het vervoer opnieuw aanbesteed worden. Voorwaarden van het oude contract konden niet voortgezet worden en bij de aanbesteding heeft een hoge indexatie een rol gespeeld. Op deze aanbesteding is een kort geding aanhangig gemaakt, waarvan de zitting eind september is. Door de vertraging die dit met zich meebrengt is een overbrugginsovereenkomst opgesteld om het leerlingenvervoer te kunnen continueren. Al deze factoren kunnen hogere kosten met zich meebrengen vanuit de vervoerder. 2. In verband met de kosten zoals beschreven onder punt 1, is een overschrijding van het budget niet uit te sluiten. De uitkomsten van het kort geding en dus van de algehele aanbesteding zijn op dit moment nog niet bekend. 3. De aangescherpte verordening heeft gevolgen voor burgers die gebruik maken van het leerlingenvervoer. Er zijn dan ook meer bezwaar- en beroepzaken van burgers.
Voor het jaar 2021 is door de raad ingestemd met een incidentele bijstelling van het budget voor leerlingenvervoer om de toegenomen kosten op te vangen (programmabegroting 2021-2024). Met ingang van 2021 wordt een nieuwe (strengere) verordening van kracht die naar verwachting per 2022 effect zal gaan hebben waardoor de kosten binnen budget gehouden worden.
Wmo
De vraag naar Wmo ondersteuning neemt toe als gevolg van het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering. Deze ontwikkelingen leiden tot een groter beroep op de Wmo. De betaalbaarheid komt hiermee onder druk te staan. Medio 2020 is de Aanpak Sociaal Domein vastgesteld. Inmiddels is een groot deel van de daarin opgenomen maatregelen ingevoerd. Een deel wordt in 2022 doorgevoerd. Ook de prognoses zijn geactualiseerd. Risico is dat de prognose toch anders uitvalt dan nu voorzien en/of de voorgestelde maatregelen onvoldoende effect hebben om het tekort op te kunnen vangen.
Medio 2020 is de Aanpak Sociaal domein vastgesteld met daarin opgenomen bezuinigingsmaatregelen om het geprognotiseerde tekort op te vangen.
Doordecentralisatie regionale Wmo taken Per 2022 wordt de nu nog regionale Wmo taak beschermd wonen een lokale verantwoordelijkheid. Vanaf 2023 komt er eveneens een nieuw objectief verdeelmodel welke via een overgangsregeling gedurende 10 jaar wordt ingevoerd. Dit kan aanzienlijke effecten hebben op zowel de inkomsten- als uitgavenkant van de Lelystadse Wmo- begroting. Op dit moment is er slechts de beschikking over voorlopige cijfers. Op zijn vroegst bij de septembercirculaire 2021, maar mogelijk pas later, is er definitief duidelijkheid over de beschikbare rijksbijdragen. Er zal ook bekeken moeten worden wat de effecten zijn van de “WLZ-uitname” per 01-012021. Gedurende 2021 is bepaald welke cliënten die eerder nog werden gefinancierd vanuit de regionale Wmo, onder de Wet Langdurige Zorg gaan vallen. Ex ante is per 2021 reeds een deel van het budget Beschermd Wonen overgeheveld naar de WLZ, maar de uiteindelijke financiële effecten van de uitname worden ex post bepaald. Risico is dat de doordecentralisatie voor ons negatief uitvalt waardoor er mogelijk tekorten op dit onderdeel kunnen ontstaan. Vooralsnog is de doordecentralisatie van de overige regionale Wmo taken (maatschappelijke opvang, verslavingszorg e.d.) met 4 jaar uitgesteld.