CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2021 - 2024 (na raadsbehandeling)

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 361. Terugkoppeling aangenomen moties en amendementen PB 202137.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

op het gebied van Ruimtelijke Ordening, Wonen en Bouwen, Natuur, Milieubeheer, Cultureel Erfgoed), vier AMvB's en tien ministeriële regelingen vervangen. Daarnaast zijn aanhaakwetten zoals de natuurwet en de Wet Grondeigendom in procedure. De Omgevingswet heeft een sterk integraal karakter en introduceert nieuwe thema's in het fysieke domein zoals gezondheid en duurzaamheid. De wet kent 6 nieuwe kerninstrumenten: de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. De wet gaat uit van het principe één overheid, één overheidsloket en één omgevingsvergunning. Dit betekent zoeken naar nieuwe samenwerkingsvormen, bestuurlijke afstemming over rollen en bevoegdheden en een andere architectuur van systemen om data overzichtelijk te houden en beschikbaar te stellen. De invoering van de Omgevingswet staat nu gepland voor 1 januari 2022. Wat doen we binnen dit taakveld? Tot dit taakveld behoren de lasten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken op grond van de Wet ruimtelijke ordening (na 1 januari 2022 de Omgevingswet). Het gaat hierbij om de voorbereiding- en vaststelling van structuurplannen en visies, het opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen, gebiedsontwikkeling en het uitvoering geven aan een faciliterend grondbeleid.

Ook het planologisch mogelijk maken van nieuwe initiatieven en afhandelen van bezwaar en beroep Wro (in verband met bestemmingsplannen en planschade) hoort tot dit taakveld. Daarnaast wordt gewerkt aan het voorbereiden van de gemeentelijke organisatie op de invoering van de Omgevingswet. Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? Tot 1 januari 2022 staat de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet centraal. Uitgangspunten daarvoor zijn: Koersvast Er wordt uitgegaan van een pragmatische aanpak, waarbij het bestaande en de Lelystadse situatie als uitgangspunt dient voor verdere ontwikkelingen. Leren door te doen, waarbij de burger als gebruiker centraal staat Veel zaken zijn nog in ontwikkeling en het werken in geest van de wet zal gaande weg vorm en inhoud moeten krijgen. Tijdige implementatie Vanuit de ambities is gekozen voor een middenpositie. Dat houdt in dat wij het minimale regelen om te kunnen werken binnen de Omgevingswet plus een extra inspanning verrichten om ons huidige gewenste dienstverleningsniveau op peil te houden.

Prioriteit aan het opstellen van de Omgevingsvisie Concreet wordt ingezet op het opstellen van de Omgevingsvisie (op basis van de vastgestelde strategische hoofdopgaven), het inventariseren van de wet- en regelgeving (ofwel de gemeentelijke beleidsregels en verordeningen), het op doen van ervaring met een omgevingsplan door een pilot uit te voeren en het opstarten van het digitale programma. De omgevingsvisie wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2021 ter vaststelling aangeboden aan de raad. Gerelateerde beleidsnota's Structuurplan Lelystad 2015 Lichte actualisatie structuurplan 2015 Nota stedelijke vernieuwing op uitnodiging 2015 - 2018 Woonvisie Lelystad 2016 - 2020 Startnota Omgevingsvisie Lelystad 2030

Gerelateerde verbonden partijen OFGV Veiligheidsregio GGD

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

75

Bedrag x €1.000

8.2

Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

Lasten Baten

2021 2022 2023 2024 -16.389 -19.641 -16.274 -13.727 16.357 19.609 16.242 13.695

Cluster: 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke Aard vernieuwing activiteiten: Portefeuillehouder(s): D. de Vreede Beinvloedbaarheid lasten Onderdeel begrotingsmonitor 2021: Nee Beinvloedbaarheid baten:

Gemeentelijk [0%] [0%]

Context van het taakveld Activiteiten die gericht zijn op het scheppen van fysieke condities voor woningbouw zijn, behoudens sociale woningbouw, geen wettelijke taak, maar dragen wel bij aan de (verdere) ontwikkeling van de stad. Het zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening is echter wel een wettelijke taak. Wat doen we binnen dit taakveld? De gemeentelijke grondexploitatie woningbouw is in essentie gericht op de verwerving, productie en levering van bouwrijpe grond als ondersteuning van de ruimtelijke doelen op het gebied van wonen en leven. Het draagt zorg voor bedrijfseconomische optimalisatie bij het ontwikkelen van plannen en advisering over de financieel economische gevolgen. Hierbij heeft de gemeente de taak om voor het actieve grondbeleid voldoende grond beschikbaar te hebben, waarbij er verantwoord wordt omgegaan met de risico’s die samenhangen met het exploiteren van gronden. Het grondbeleid ondersteunt de ruimtelijke doelen die de gemeenteraad heeft gesteld. De directe beïnvloedbaarheid van de gemeentelijke grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) is beperkt en verloopt via de gemeentelijke woningbouwprogrammering. Wijzigingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben op de balanspositie en risico's. De inkomsten zijn sterk afhankelijk van de marktontwikkelingen.

In de afgelopen jaren zijn als gevolg van de marktomstandigheden diverse grondposities uit exploitatie genomen op grond van wettelijke regels. Hierdoor zijn forse bedragen afgeboekt cq. voorzieningen getroffen en zijn er diverse maatregelen genomen. De aan de grondexploitaties toegerekende bedrijfsvoeringkosten en de interne uren zijn gebaseerd op het door de raad vastgestelde middenscenario. Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? Conform het door de raad vastgestelde MPG wordt er voor 2020 ingezet op een verkoop van circa 400 kavels voor woningen en appartementen. Gerelateerde beleidsnota's MPG 2020 Nota grondbeleid gecombineerd met uitgifte en grondprijsbeleid Verordening grond- en grondontwikkeling

Gerelateerde verbonden partijen -

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

76

Bedrag x €1.000

8.3

Wonen en bouwen

Lasten Baten

2021 -2.204 1.800

2022 -1.424 1.150

Cluster: 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke Aard vernieuwing activiteiten: Portefeuillehouder(s): J. Sparreboom Beinvloedbaarheid lasten Onderdeel begrotingsmonitor 2021: Nee Beinvloedbaarheid baten:

2023 -1.436 1.150

2024 -1.406 1.150

Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]

Context van het taakveld Op basis van de Woningwet en de Huisvestingswet hebben gemeenten diverse wettelijke taken uit te voeren op het gebied van wonen en bouwen. Zo moeten gemeenten beschikken over een actueel en vastgesteld woonbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van een woonvisie. Daarnaast schrijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gemeenten voor hoe om te gaan met de omgevingsvergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De wet- en regelgeving op dit terrein is volop in beweging, zo werken het Rijk en gemeenten al enkele jaren aan een stelselherziening van het omgevingsrecht. Op dit moment wordt uitgegaan van de inwerkingstreding van de omgevingswet in 2022. Zie ook 8.1. Ruimtelijke Ordening. Het taakveld wonen en bouwen heeft relaties met diverse andere taakvelden waaronder maatwerkvoorzieningen (WMO), grondexploitatie en openbaar groen en (openlucht) recreatie. Er wordt binnen dit taakveld samengewerkt met woningcorporaties, bewoners, projectontwikkelaars, particuliere verhuurders, makelaars, institutionele beleggers, bouwbedrijven, andere gemeenten, de provincie, huurdersorganisaties etc. Wat doen we binnen dit taakveld? In dit taakveld zijn de baten en lasten opgenomen die samenhangen met de beleidsterreinen wonen en bouwen.

Wonen Er wordt binnen dit taakveld uitvoering gegeven aan het gemeentelijk woonbeleid, door middel van de woonvisie Lelystad 20162020. In 2020 en 2021 zal de huidige woonvisie geëvalueerd worden en wordt een nieuwe woonvisie opgesteld. De woonvisie vormt de basis voor het maken van nieuwe jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties en wordt onder andere gebruikt voor de totstandkoming van de woningbouwprogrammering die gebruikt wordt als onderlegger voor het Meerjaren Perspectief Grondbedrijf (MPG). De uitvoering van de woonvisie vindt plaats in nauwe samenwerking met tal van partners en het gemeentelijk handelen is erop gericht plannen en initiatieven van anderen zo goed mogelijk te ondersteunen en te stimuleren. Daarnaast verstrekt het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) diverse leningen in opdracht van de gemeente Lelystad, denk aan de starterslening en de blijverslening. Bouwen Er wordt uitvoering gegeven aan de Wabo, waarbij de gemeente diverse taken heeft op het gebied van omgevingsvergunningverlening, zoals constructieve veiligheid, ruimtelijke inpasbaarheid en rekeninghoudend met milieuaspecten. Naast deze uitvoeringskosten ontvangt de gemeente legesopbrengsten vanuit de verstrekte omgevingsvergunningen.

Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging zijn verschoven van 1 januari 2021 naar 2022. Door de latere inwerkingtreding zal er nu geen uitwerking komen voor de programmabegroting, maar volgt er voor de kadenota 2022-2025 een definitieve uitwerking voor de programmabegroting 2022-2025. Op beide ontwikkelingen zal de legesverordening herzien moeten worden. Enerzijds zal er vanuit de diverse (pilot-)projecten en anderzijds vanuit de handreiking van de VNG op het gebied van leges duidelijkheid moeten komen. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten is vrij beperkt, aangezien het voornamelijk de uitvoering van wettelijke taken betreft.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

77

Bedrag x €1.000

8.3

Wonen en bouwen (vervolg)

Lasten Baten

2021 -2.204 1.800

2022 -1.424 1.150

Cluster: 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke Aard vernieuwing activiteiten: Portefeuillehouder(s): J. Sparreboom Beinvloedbaarheid lasten Onderdeel begrotingsmonitor 2021: Nee Beinvloedbaarheid baten:

2023 -1.436 1.150

2024 -1.406 1.150

Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]

Wat willen we bereiken binnen dit taakveld? Er wordt een substantiële bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit de woonvisie Lelystad 2016-2020; 'goede en betaalbare woningen voor iedereen en goede woningen in prettige en gewilde woonwijken'. In lijn met het raadsprogramma wordt op stadsniveau gestuurd op de verhouding tussen sociale huurwoningen en al het andere aanbod (koopwoningen, vrije sector huur) in de verhouding 30%/70%. Ook conform raadsprogramma maken we afspraken met de woningcorporaties over het realiseren van nieuwe sociale huurwoningen voor doelgroepen voor wie de wachttijden het langst zijn en/of om een doorstroom op gang te kunnen brengen. Binnen het marktsegment worden vooral ontwikkelingen in de middeldure huursector en koopwoningen in de categorie € 170.000-€ 270.000 gestimuleerd. Er wordt voorrang gegeven aan nieuwbouw op onafgemaakte plekken in de stad, waaronder Warande, het Stadshart en Bataviahaven. In lijn met het raadsprogramma wordt onderzocht wat nodig is om de wijken die gebouwd zijn in de jaren 70 en 80 te vitaliseren en te verduurzamen. Er wordt actief beleid gevoerd dat is gericht op de leefbaarheid in die wijken. In 2020 zal tevens verder gewerkt worden aan het terugdringen van illegale kamerverhuur. In 2020 en 2021 zal de woonvisie geëvalueerd worden en wordt een nieuwe woonvisie opgesteld.

Dit doen we in samenwerking met de raad, partners in (en buiten) de stad en onze bewoners. In 2020 zal de voorbereidingen op de Omgevingswet verder worden opgepakt, waarbij gedacht moet worden aan het opstellen van de Omgevingsvisie, het screenen van verordeningen en beleidsregels, zodat deze uiteindelijk 'Omgevingsgwet-proof' zullen zijn. Tegelijkertijd zal er in 2020 gewerkt worden aan het verder verbeteren van de dienstverlening. Gerelateerde beleidsnota's Structuurplan Lelystad 2015 Lichte actualisatie structuurplan 2015 Nota stedelijke vernieuwing op uitnodiging 2015 - 2018 Woonvisie Lelystad 2016 - 2020 Beleidsplan Wonen, Welzijn en Zorg in Lelystad 2016 - 2020

Gerelateerde verbonden partijen OFGV Veiligheidsregio

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

78

BBV indicatoren Definitie: De gemiddelde WOZ waarde van woningen. Bron: CBS - Statistiek Waarde Onroerende Zaken

Definitie: Het nieuwbouwwoningen, woningen.

per

aantal 1.000

Bron: ABF research - Systeem Woningvoorraad

Definitie: De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15 tot 65 jaar. Bron: CBS – Bevolkingsstatistiek

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

79

Definitie: Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuisouden betaalt aan activa (onroerendezaak belasting plus de afvalstoffen- en rioolheffing). Bron: COELO, Groningen

Definitie: Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten (onroerendezaak belasting plus de afvalstoffen- en rioolheffing). Bron: COELO, Groningen

Aanvullende lokale indicatoren Definitie: Gemiddelde rapportcijfer ‘leefbaarheid in de buurt’ Bron: Gemeente Lelystad, Wonen, Leefbaarheid en Veiligheid

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

80

3.2 Scenario’s doorwerking coronacrisis Inleiding In het afgelopen half jaar is de wereld ingrijpend veranderd. Scenario’s die een paar maanden geleden nog actueel waren, zijn inmiddels al weer verouderd. Hoe de crisis zich gaat ontwikkelen is nog steeds lastig te overzien. Er is nog veel onduidelijk, en de gevolgen voor de wat langere termijn zijn nog steeds niet eenduidig te kwantificeren. Met behulp van een viertal beleidsmatige- en een tweetal economische scenario’s is er in de afgelopen periode geïnventariseerd wat de mogelijke gevolgen voor Lelystad zouden kunnen zijn. In de paragrafen hieronder wordt allereerst stilgestaan bij de financiële uitgangspositie van de gemeente, voor het uitbreken van de coronacrisis. Vervolgens zijn de gebruikte beleidsmatige- en economische scenario’s nog eens uiteengezet en geactualiseerd naar aanleiding van de laatste inzichten. Tot slot wordt er ingezoomd op de diverse taakvelden in de gemeentebegroting en wordt inzicht geboden in de doorwerking van de coronacrisis bij elk van de beschreven scenario’s.

Uitgangspositie Sinds de start van deze bestuursperiode zijn de financiële vooruitzichten aanzienlijk verslechterd: de neerwaartse bijstelling van de algemene uitkering die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds en de stijgende kostenniveaus binnen het sociaal domein zijn hiervan de voornaamste oorzaken. Om die reden moeten er ingrijpende keuzes gemaakt worden in de programmabegroting 2020. Ook in de kadernota 2021 – 2024 stond beschreven dat er opnieuw bezuinigd moet worden. Met het vaststellen van de ‘Aanpak Sociaal Domein’ heeft de raad deze keuzes voor een groot deel reeds gemaakt, vooruitlopend op deze programmabegroting 2021 – 2024. Doordat er in de afgelopen jaren bezuinigingen zijn doorgevoerd is de financiële positie van de gemeente niet veel gewijzigd en eigenlijk nog steeds te typeren als ‘mager maar gezond’. Dit beeld wordt ook bevestigd uit de BDO Benchmark Nederlandse Gemeenten 2020. De realiteit is dat de speelruimte beperkt is in de aankomende jaren en het financieel perspectief onder druk zal blijven staan. Dit was al het beeld nog voor de coronacrisis en het vooruitzicht wordt er met de coronacrisis in ieder geval niet gunstiger op. Dit terwijl de gemeente zich geconfronteerd ziet met grote maatschappelijke opgaven en graag fors wil investeren om de volgende stap te kunnen zetten en op termijn door te groeien naar 100.000 inwoners.

Het is een opgave om ieder jaar een gemeentebegroting op te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. Om daar bovenop de gewenste investeringen te kunnen doen om als stad de volgende stap te maken is lastig. Dit beeld is zichtbaar bij het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten: er vindt verdringing plaats van de gemeentelijke investeringen, door de lopende uitgaven binnen de begroting. Vanuit bovenstaande uitgangspositie zal Lelystad geconfronteerd worden met de doorwerking van de coronacrisis. Stukje bij beetje ontstaat er meer duidelijkheid over het verdere verloop van de pandemie. Langzaamaan wordt duidelijk wat de economische gevolgen van de coronacrisis zullen zijn op de langere termijn. Inmiddels zijn er met het Rijk al afspraken gemaakt over de compensatie van de directe effecten van de coronacrisis voor 2020 – deels doorlopend in 2021. De opgestelde scenario’s bieden een hulpmiddel om na te denken over de toekomst, zowel in beleidsmatige- als in financiële zin.

Beleidsmatige scenario’s Scenario’s zijn voorstellingen van hoe de toekomst er uit zou kunnen zien en zijn vooral bedoeld om handelingsperspectieven te kunnen schetsen. Het zijn nadrukkelijk geen voorspellingen, het zijn mogelijke verhalen over een nog onbekende toekomst. Het werken met scenario’s biedt ons de kans om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op de toekomst. In de afgelopen periode is er binnen de diverse taakvelden van de gemeentebegroting gekeken naar mogelijke gevolgen bij een viertal beleidsmatige scenario’s. Deze vier scenario’s zijn ontstaan door de volgende ‘assen van onzekerheden’:

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

81

As 1 - Beheersbaarheid virus Op de horizontale as staat de ontwikkeling van het virus. Krijgen we het virus onder controle bijvoorbeeld door de ontwikkeling van medicatie of een vaccin? Of krijgen we het virus de komende jaren niet onder controle en blijft het telkens oplaaien waardoor de beperkende maatregelen blijven of steeds terugkeren? As 2 - Maatschappelijke verandering Op de verticale as staat of de coronacrisis leidt tot een nieuwe maatschappij waarbij door de crisis zaken substantieel veranderen; bijv. thuiswerken blijft de norm en daardoor zijn er minder files, er is veel innovatie o.a. in de zorg en er wordt in rap tempo gedigitaliseerd. Of blijft de wereld zoals deze was; innovaties komen niet van de grond en als het enigszins kan gaat iedereen weer naar kantoor. Hierna werken we de scenario’s uit.

Scenario 1. Nieuwe werkelijkheid Het virus blijft rondwaren doordat er geen vaccin beschikbaar komt of het virus muteert waardoor uitbraken blijven voorkomen. Maar we weten onze maatschappij hierop in te richten door technologische ontwikkelingen en creatieve oplossingen. Grote evenementen zijn niet meer mogelijk, sommige voorzieningen in de stad zullen definitief sluiten. Wel komen er andersoortige kleinschalige evenementen voor terug. Digitaal overleggen neemt een hoge vlucht en ook in de zorg vindt een grote digitaliseringsslag plaats om ook de reguliere zorg zoveel mogelijk doorgang te laten vinden. Het onderwijs op afstand wordt de norm. Economie en voedselproductie worden lokaler en duurzamer. In eerste instantie is de werkloosheid hoog, maar de uiteindelijke transformatie van de economie werpt vruchten af. De openbare ruimte wordt belangrijker voor sporten en recreatie. De fysieke dienstverlening in het stadhuis wordt nagenoeg volledig vervangen door digitale dienstverlening. Scenario 2. Sterker uit de crisis Het virus dooft uit of er komt een vaccin of geneesmiddel op de markt. We hebben geleerd van de moeilijke periode. Thuis werken blijft de norm. De filedruk is blijvend teruggebracht. Gemeentelijke dienstverlening gaat nagenoeg geheel digitaal. De zorg is sterk gedigitaliseerd. De horeca bloeit na een moeilijke periode weer op.

Voorzieningen op gebied van sport en cultuur pakken de draad wel weer op, maar niet alle bedrijven en instellingen hebben de crisis overleefd. Er is een blijvende tendens naar kleinschaligheid. Rust en ruimte worden weer gewaardeerd. Dit is terug te zien in de woningmarkt, waarbij nieuwbouwwijken zoals Warande de voorkeur krijgen boven het wonen in appartementen in de binnenstad. Lelystad als hoofdstad van de Nieuwe Natuur past eveneens goed in de nieuwe waardering van rust en ruimte. De structuur van de economie is veranderd; digitaler en duurzamer, hierdoor wordt het economisch herstel bevorderd.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

82

Scenario 3. Vastklampen aan het oude We krijgen het virus maar niet onder controle. We proberen wel weer terug te gaan naar de oude situatie. Maar doordat iedereen weer de drukte opzoekt leidt iedere versoepeling tot een sterke opleving van het virus en zijn nieuwe contactbeperkende maatregelen nodig. Het maatschappelijk leven ligt stil en de problemen voor de horeca, cultuur, en andere voorzieningen stapelen zich op. De impact op de economie is groot, er komt een langdurige recessie. In dit scenario brokkelt de zekerheid voor inwoners en bedrijven af omdat er geen fundamentele veranderingen in de economie worden doorgevoerd. De werkloosheid is hoog evenals het aantal faillissementen. In dit scenario slaat de crisis ook door naar de woningmarkt. Woningverkopen komen stil te liggen. Nieuwbouw ook. Gemeenten hebben te weinig middelen om hulp te bieden aan inwoners. Er is alleen een vangnet voor de allerzwaksten in de samenleving. Scenario 4. Alles wordt weer zoals het was Er komt op korte termijn een oplossing voor het virus, of het dooft wereldwijd uit. De samenleving gaat weer terug naar hoe het was. Er wordt weer op kantoor gewerkt. Er wordt weer gevlogen. De files zijn terug en het OV is volledig bezet. De horeca draait weer en festivals en evenementen zijn weer mogelijk. Wel is er aanzienlijke schade aan de economie, de werkloosheid is flink opgelopen.

Door de regelingen vanuit het Rijk is grootschalige uitval van bedrijven en banen beperkt gebleven. Op gebied van zorg is er nog een golf van aanvragen voor de gemeente te verwachten als gevolg van tijdelijke uitstel van zorg. Dankzij landelijke garanties voor zorgcontinuïteit komen aanbieders niet in de problemen. Effecten op woningmarkt is beperkt. We zien een versnelling van de digitalisering van de dienstverlening aan burgers en in de gemeentelijke organisatie.

In elk van de vier scenario’s – aandacht houden voor kansen De gevolgen van de coronacrisis bieden ook kansen. Zo maakt de ruimtelijke opzet van onze stad het makkelijker om de 1,5 meter samenleving vorm te geven. We hebben veel openbare ruimte die door de crisis ook meer gewaardeerd wordt. Er is een herwaardering van suburbane leefmilieus. De positionering van Lelystad als hoofdstad van de nieuwe natuur biedt juist nu mensen vakantie dichtbij huis houden kansen. En nu mensen meer tijd in en om huis door brengen is inzetten op verduurzaming van woningen een kans. Ook de digitalisering van gemeentelijke dienstverlening zet nu door. Elk van de vier scenario’s biedt kansen waar pro actief op ingespeeld kan worden, al dan niet door samen op te trekken met Almere of als onderdeel binnen het grotere MRA verband. Samen sterker door de crisis. Dit is nadrukkelijk ook iets waar we aandacht voor moeten blijven houden.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

83

Economische scenario’s Het CPB heeft bij het uitbreken van de coronacrisis scenario’s opgesteld om de mogelijke impact op macro-economisch niveau in beeld te brengen. Deze scenario’s worden bij het uitkomen van nieuwe ramingen geactualiseerd. Bij het opstellen van dit hoofdstuk is de meest actuele raming van het CPB gebruikt; de macro-economische verkenning. De macro-economische verkenning (MEV) is met Prinsjesdag verschenen. De MEV, gaat uit van 2 scenario’s. Het eerste scenario is de basisraming waarbij uitgegaan wordt van ‘matig herstel’. Daarbij valt op dat dit scenario licht positiever uitpakt dan eerdere ramingen. Het tweede scenario gaat uit van een tweede golf waarbij na de initiële opleving van de economie in het derde of vierde kwartaal van 2020 een nieuwe grote uitbraak van het virus zorgt voor herinvoering op grote schaal van contactbeperkende maatregelen. Hierna bekijken we de gevolgen van deze scenario’s voor de Lelystadse economie en de mogelijke gevolgen voor het financieel perspectief van de gemeente. Scenario ‘Matig herstel’ In dit scenario gaat het CPB uit van herstel vanaf het derde kwartaal van 2020, maar dit herstel is niet volledig (ten opzichte van ramingen begin dit jaar). De werkloosheid loopt op van 4,5 procent in juli 2020 naar 6 procent in 2021. Hiermee blijft de werkloosheid onder het niveau van de vorige financiële crisis.

De economie krimpt met 5 procent in 2020, en groeit in 2021 met ruim 3 procent. Lelystadse economie De Lelystadse economie is sterk conjunctuurgevoelig. De gevolgen van de krimp op de economische activiteit is groter en de werkloosheid stijgt in Lelystad doorgaans harder dan gemiddeld. Voor 2020 is het effect beperkt, en stijgen vooral het aantal WW-aanvragen. Maar in 2021 zien we in dit scenario een forse stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. Vestiging van nieuwe bedrijven komen in dit scenario voorlopig stil te liggen, maar trekken in de loop van 2021 wel weer aan. Hetzelfde geldt voor de woningmarkt, na een periode waarin de verkopen stagneren, worden er in 2021 weer volop huizen gekocht en verkocht. Lelystad Airport zal openen, al dan niet met enige vertraging. Mogelijke gevolgen voor financieel perspectief gemeente Voor de programmabegroting 2021 gaan we er in dit scenario van uit dat het Rijk de al eerder aangekondigde compensatiemaatregelen continueert zolang de beperkingen voort duren. Het uitgangspunt van het Rijk is tot nu toe dat gemeenten er niet slechter voor mogen komen te staan dan voor de coronacrisis. Alhoewel niet uit te sluiten valt dat de gemeenten graag meer zouden willen doen dan waar het Rijk compensatie voor biedt. Daarnaast kan vooral de stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden in 2021 mogelijk een beslag gaan leggen op de begroting.

Dit is afhankelijk van nader te maken afspraken met het Rijk. Daarnaast is het van belang dat Lelystad goed blijft presteren bij de toeleiding naar werk, zodat Lelystad een zogeheten ‘voordeelgemeente’ kan blijven / worden (zie ook de Aanpak Sociaal Domein). Scenario ‘Tweede golf’ In het scenario ‘tweede golf’ wordt uitgegaan van een nieuwe coronagolf aan het eind van dit jaar die zal leiden tot herinvoering op grote schaal van contactbeperkende maatregelen en tot nog meer voorzichtigheid bij consumenten en bedrijven. Verminderde productie gaat dan opnieuw samen met vraaguitval. De economie krimpt dan opnieuw na de initiële opleving in het derde kwartaal. In dit scenario krimpt de economie ook nog in 2021 en loopt de werkloosheid op tot richting 10 procent. Dit ligt hoger dan de bijna 8% werkloosheid in 2014 bij de financiële crisis. In dit scenario gaat het CPB er vanuit dat er ook een doorwerking is naar de huizenmarkt en de kredietverlening. Lelystadse economie Voor de Lelystade economie betekent dit een nog grotere economische terugslag. Dus nog meer werkloosheid. Woningverkopen en nieuwbouw komen stil te liggen. Er gaan meer bedrijven failliet en Lelystad Airport gaat niet open. Vestiging van nieuwe bedrijven komt stil te liggen. Verdere toename ongelijkheid in de maatschappij.

Mogelijke gevolgen voor financieel perspectief gemeente De vraag is of in dit scenario het Rijk nog steeds de gemeenten zal compenseren. De gesprekken die er met het Rijk lopen over de tekorten binnen het sociaal domein zullen er niet gemakkelijker op worden. Compensatie voor de gevolgen van de coronacrisis zal worden versoberd en wellicht zullen gemeenten

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

84

een bijdrage moeten leveren aan de totale bezuinigingsopgave om de Rijksfinanciën op orde te brengen. Er zullen in dat geval moeilijke keuzes gemaakt moeten gaan worden. Behalve de toename van de uitkeringen zoals gesteld in het vorige scenario, geldt voor de begroting dat er in dit scenario ook gekeken moet worden naar afboeking van grondexploitaties zowel voor woningbouw als voor bedrijventerreinen. De bouwleges vallen sterk terug, het beroep op kwijtschelding van gemeentelijke heffingen nemen toe, parkeerinkomsten nemen af (et cetera).

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

85

Doorwerking scenario’s op de taakvelden Op de langere termijn is er sprake van een grote onzekerheid voor wat betreft de indirecte gevolgen van de coronacrisis. De gemeente wordt geconfronteerd met een economische recessie, die afhankelijk van het verdere verloop van de crisis zelfs om zou kunnen slaan in een depressie. Gemeenten zijn in grote mate afhankelijk van de middelen die door het Rijk beschikbaar worden gesteld. De grootste onzekere factor is daarmee dan ook de rijksoverheid zelf. Worden gemeenten afdoende gecompenseerd voor de nadelige effecten of niet? Voor de wat langere termijn is van belang om te monitoren hoe de economische crisis zich verder ontwikkelt. In onderstaande passages wordt er op clusterniveau inzicht geboden in de beleidsmatige- en economische scenario’s.

0. Bestuur en ondersteuning – beleidsmatige scenario’s De onderwerpen binnen dit cluster zijn veelal technisch- of financieel van aard en bevatten over het algemeen minder beleidsmatige aspecten. In de alinea’s hieronder wordt er daarom ingegaan op de voornaamste aspecten waar rekening mee gehouden moet worden - in elk van de vier scenario’s. Op het gebied van bestuur en ondersteuning hebben de scenario's vooral invloed op de wijze van vergaderen. In hoeverre blijft het noodzakelijk om ook in de toekomst digitaal te blijven vergaderen? Wat betekent dit voor de afstand tot de inwoner en wat zijn manieren om deze afstand te verkleinen? De vier scenario's hebben elk implicaties voor de wijze waarop college en raad tot besluitvorming komen, bijvoorbeeld meer of minder digitaal. Het verdere verloop van de crisis kan ook zorgen voor meer onvrede in de samenleving. Het blijft in elk van de vier scenario’s van groot belang om als gemeentelijke overheid tot goede besluitvorming te komen. Op het gebied van burgerzaken wordt reeds ingezet op digitalisering. De burgerzakenapplicatie is inmiddels gegund en in de tweede helft van 2020 wordt gestart met het digitaliseren van zo'n 25 producten. De medewerkers worden hiervoor opgeleid, waarbij in de periode 2020 - 2022 wordt ingezet op een (door)ontwikkeling van taken aan de frontoffice (de fysieke balie) naar de backoffice.

Het is hierbij van belang dat de inwoners niet worden vergeten: de ervaring leert dat inwoners betrokken moeten worden bij het digitaliseringstraject en dat er inzet plaats moet vinden om inwoners digivaardiger te maken. In elk van de vier scenario's is deze doorontwikkeling belangrijk. De fasering en het tempo van de doorontwikkeling hangt wel deels af van welk scenario straks het meest waarschijnlijk wordt. Op het gebied van beheer gebouwen en gronden wordt ingeschat dat de gevolgen in elk van de vier scenario's te overzien zullen zijn. 1. langlopende overeenkomsten (erfpachten en opstalrechten) Bij een eventueel faillissement in de eerste categorie zijn inkomsten van zgn. erfpachtcanons en retributie veilig gesteld doordat deze door de opvolgende kopende partij alsnog aan de gemeente betaald moeten worden. Deze categorie is beperkt conjunctuur gevoelig. 2. overeenkomsten met een flexibele looptijd (huur en gebruik) en Deze categorie is wel conjunctuur gevoelig, maar is in financiële zin beperkt in omvang. Binnen scenario 3 'vastklampen aan het oude' zal wellicht meer ambtelijke capaciteit nodig zijn is in geval van (dreigende) faillissementen en het beëindigen van flexibele overeenkomsten (inzet rentmeester, jurist grondzaken). 3.

pacht en agrarische exploitatie Deze categorie heeft een directe relatie met akkerbouw (voedselproductie) en de beschikbare hoeveelheid pachtgrond vanuit de gemeente. De vraag naar pachtgrond in Flevoland is jaar op jaar hoog en ook in de laatste diepe crisis is gebleken dat pachtprijzen gestaag jaar op jaar stijgen en in die zin beperkt conjunctuur gevoelig. Op het gebied van de overhead heeft de coronacrisis in eerste instantie veel effect gehad op de wijze waarop het werk wordt vormgegeven. Thuiswerken is op dit moment nog steeds de norm, op kantoor werken de uitzondering. In hoeverre er op termijn weer sprake is van een terugkeer naar kantoor hangt

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

86

af van het verdere verloop van de pandemie. In vergelijking met voor de crisis zal er naar verwachting in elk van de vier scenario's meer thuisgewerkt gaan worden. Afhankelijk van het scenario waarin we terecht komen zal digitalisering van bedrijfsprocessen een verdere vlucht nemen. Ondersteuning zal meer plaatsvinden vanuit data-analyse en er wordt deels of zelfs volledig ingezet op video-vergaderingen. In plaats van het inrichten van een werkplek op kantoor, wordt de focus verlegd op de werkplek thuis. Het stadhuis zal nog steeds een ontmoetingsplek zijn voor de inwoners en werknemers. Er moet echter wel nagedacht worden over de inrichting, zodat het aansluit bij wat er nodig is in de toekomst. Voor wat betreft de inning van de onroerende zaakbelasting (OZB) geldt dat de gevolgen redelijk te overzien zijn voor wat betreft de eigenarenbelasting op woningen en niet-woningen. Wellicht dat er op termijn sprake zal zijn van oninbaarheid bij een deel van de eigenaren. Ervaring uit het verleden leert dat dit effect relatief beperkt is. Het eventueel stilvallen van nieuwbouw zou er op termijn voor kunnen zorgen dat de geplande areaaluitbreiding geen doorgang vindt - en de reeds ingeboekte belastingopbrengsten niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Wat daarnaast waarschijnlijk wel een effect zal hebben is de gefaseerde herinvoering van de gebruikersbelasting OZB niet-woningen.

Iedere niet-woning heeft een eigenaar en daarom kan er ook voor iedere niet-woning een aanslag worden opgelegd. Niet-woningen hebben echter lang niet altijd een gebruiker. Voor panden die op 1 januari van het belastingjaar leeg staan kan derhalve geen gebruikersaanslag worden opgelegd. Daarnaast zijn gebruikers van niet-woningen doorgaans vatbaarder voor faillissementen. Bij scenario’s waarin er sprake is van een toenemend aantal faillissementen zal de gebruikersbelasting op niet-woningen leiden tot een groter percentage oninbaarheid en een toenemend leegstandsrisico. Het uitgangspunt is dat de totaal geraamde opbrengst gerealiseerd moet worden, wat inhoudt dat de resterende groep belastingplichtigen geconfronteerd zal worden met stijgende tarieven.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

87

0. Bestuur en ondersteuning – economische scenario’s Cluster 0 . Bestuur en ondersteuning

Scenario matig herstel

Scenario tweede golf

Inkomsten parkeerbelasting

Het valt niet uit te sluiten dat er op termijn sprake Minder parkeerinkomsten zijn zeer waarschijnlijk. zal zijn van minder parkeerinkomsten. Er wordt Er wordt niet op kantoor gewerkt en meer winkels meer vanuit huis gewerkt en minder gebruik en ondernemingen in het Stadshart zullen failliet gemaakt van de parkeergarages. Effect is op dit gaan. Aantal parkeerbewegingen zal blijvend moment lastig in te schatten, net zoals het zicht op afnemen. Effect is op dit moment lastig in te eventuele compensatie vanuit het Rijk. schatten, net zoals het zicht op eventuele compensatie vanuit het Rijk.

Beheer onroerend goed

Er is sprake van een aantal (flexibele) In dit scenario zal er wel een effect optreden in het overeenkomsten met partijen die gebruik maken geval van gedeeltelijke of gehele kwijtschelding van gemeentelijke panden. In dit scenario wordt van betalingsverplichtingen - en in geval van niet op voorhand verwacht dat er sprake zal zijn faillissement. Inschatting van het mogelijke nadeel van nadelige effecten ten opzichte van de voor de gemeente is €50.000. geraamde inkomsten.

Onroerende zaak belasting (OZB)

Het is op voorhand niet de verwachting dat er De geplande areaaluitbreiding en de daarmee financiële nadelen zullen ontstaan, mede op basis gepaard gaande aanvullende belastingopbrengst van ervaringen met de vorige financiële crisis. zal in dit scenario niet gerealiseerd worden. Voor de niet-woningen zorgt de verergering van de criris tot financiële problemen bij de eigenaren en gebruikers. Het percentage oninbaarheid zal toenemen. Leegstandsrisico zal significant toenemen.

Rentelasten

Een stijging van de rente op korte termijn ligt in dit Een tweede golf zal een sterk negatieve uitwerking scenario niet in de lijn der verwachting. Er worden hebben op de wereldeconomie. De gemeentelijke geen financiële effecten verwacht. leningenportefeuille kent een spreiding met verschillende looptijden. De risico's van een eventuele rentestijging zijn daarmee deels opgevangen. Naar verwachting zullen de centrale banken er bovendien alles aan doen om de rente laag te houden. Zeker in de aankomende jaren zijn deze risico's te overzien.

Algemene uitkering gemeentefonds

De omvang van de algemene uitkering die de In dit scenario zal de begroting van het Rijk onder gemeente uit het gemeentefonds ontvangt hangt af grote druk komen te staan. Iedereen zal het voelen van keuzes die door het Rijk worden gemaakt. In en gemeenten blijven niet buiten schot. Er zal dit scenario zal het Rijk gemeenten waarschijnlijk bezuinigd moeten worden om de rijksfinanciën op voor een groot deel tegemoet komen met termijn weer in evenwicht te brengen. Het is compensatie. Een nieuw kabinet moet besluiten denkbaar dat gemeenten extra worden gekort op nemen over eventuele bezuinigingen - het is de algemene uitkering uit het gemeentefonds. afwachten in hoeverre gemeenten hierdoor geraakt worden.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

88

1. Openbare orde en veiligheid – beleidsmatige scenario’s Scenario 1. Nieuwe werkelijkheid In een scenario waarbij er sprake is van een lage beheersbaarheid van het virus zal de werkdruk bij de veiligheidsregio zo hoog blijven dat er extra capaciteit noodzakelijk is. Uitval van medewerkers binnen de veiligheidsregio en hulpdiensten is niet meer op te vangen met de huidige capaciteit. Het aantal betogingen en demonstraties neemt toe. Ook de escalaties (door o.a. polarisatie en handhaving op de regels) ten tijden van demonstraties en betogingen nemen komende jaren verder toe. Hierdoor is er o.a. meer operationele capaciteit bij de brandweer noodzakelijk. Er is landelijk een sterke behoefte aan informatiemanagers, nieuwe soft en hardware om snel te kunnen anticiperen op wat speelt in de maatschappij. Tijdens de crisis is het niet meer mogelijk in zijn geheel fysiek te vergaderen. Hybride werken (combinatie van vergaderen in een ruimte met medewerkers/bestuurders die vanuit huis werken) wordt de norm. Crisis(vergader)ruimten binnen de gemeenten worden aangepast op nieuwe vorm van werken en vergaderen. Doordat het virus muteert en er diverse uitbraken blijven ontstaan in Lelystad, blijft het crisisteam binnen de gemeente operationeel.

Medewerkers die normaliter zich bezig houden met hun eigen (beleids)taken, worden nu structureel (deels) doorlopend ingezet om de crisis te bedwingen. In dit scenario ontstaat een structurele wijziging in de verschijningsvormen van criminaliteit. Diverse projecten en activiteiten onder het Integraal veiligheidsbeleid weten zich echter aan te passen aan de nieuwe situatie. Onze aanpak op gebied van sociale overlast in de wijken, ondermijning, jeugdoverlast, horeca, winkelgebieden, crisisbeheersing en polarisatie is in de nieuwe vorm nog steeds effectief. Er zijn wel zorgen over de toenemende vereenzaming en de gevolgen voor jongeren. Onderwijs op afstand is voor de LVB populatie lastig: extra inzet op preventief jeugdbeleid nodig. Het thema digitale veiligheid wordt een nieuw speerpunt. Er is sprake van een ietwat veranderende maar nog steeds goede samenwerking tussen bewoners, ondernemers en tal van instanties. De coronacrisis heeft in dit scenario het belang laten zien van lokale coalities, zoals met winkeliers en buurtverenigingen. De nieuwe werkelijkheid biedt mogelijkheden om andere relaties te leggen tussen de overheid en de Lelystadse samenleving. In dit scenario zien we het belang om als overheid en samenleving weerbaar te zijn tegen criminelen die misbruik willen maken van deze voortdurende crisissituatie.

Signalen kunnen aanleiding zijn tot een integrale controle, om beter en breder zicht te krijgen op de situatie. Dit geeft een goede impuls aan de samenwerking binnen de overheid, zoals tussen boa's en de politie. Onze bestaande budgetten en capaciteit op taakveld Veiligheid zijn in dit scenario grosso modo toereikend. Er zal meer ingezet moeten worden op de (digitale) meldingsbereidheid van de bewoners en bedrijven, maar ook op het versterken van het vertrouwen van overheidshandelen en verantwoordelijkheid van bewoners (houd rekening met elkaar!). Naar verwachting zal er een verschuiving plaatsvinden van prioritering van toezicht en handhaving door toename van sociale- en jeugdoverlast. Boa’s zullen in dit scenario moeten worden opgeleid om met deze fenomenen om te kunnen gaan. Scenario 2. Sterker uit de crisis Er vindt de eerste komende tijd nog evaluatie plaats, aanbeveling uit de evaluatie Covid19 / infectieziekten worden geïmplementeerd. De veiligheidsregio heeft meer ervaring met haar coördinerende rol. Dit is goed toe te passen gedurende ander soortige crisissituaties. Voor de toekomst brengt dit sneller en effectiever handelen tijdens uitbraken van virussen met zich mee. Digitaal afstemmen is sterk verbeterd. Hulpdiensten hebben afspraken over welke vorm van digitaal vergaderen ze gebruiken. Opleiden en oefenen worden zowel fysiek als digitaal georganiseerd.

Maatschappelijk gezien houden mensen meer afstand doordat ze gedurende de coronacrisis dermate goed geïnformeerd zijn. Het toepassen van de coronaregels is een automatisme geworden. De kansen op de uitbreiding van infectieziekten en zelfs een griepgolf is daarmee feitelijk afgenomen. Het ziekteverzuim neemt hierdoor wereldwijd af. Dit zorgt voor meer inzetbare uren van arbeidscapaciteit. Preparatie op dit thema is minder noodzakelijk, waardoor er meer ruimte is om andere scenario's uit te werken/oefenen. Er wordt weer optimaal geoefend door de gezamenlijke hulpdiensten. Ook alle bestuurlijke oefeningen, bevolkingszorg vinden weer doorgang. Iedereen met een taak en rol in de crisisbeheersing is opgeleid. Branden en crisissen kunnen met goed en effectief bestreden worden. Taken en rollen binnen de veiligheidsregio zijn helder en duidelijk.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

89

In dit scenario zijn er diverse veranderingen, maar kunnen we doorgaan met onze aanpak. De druk op het sociaal domein blijft bestaan, tenzij er structureel wat is veranderd in de geldstroom vanuit het Rijk. Jongerenwerkers, jeugdagenten en boa's reageren snel en effectief op problematische jeugdgroepen en individuele casuïstiek, zowel in het fysieke domein als op digitale platformen. We krijgen meer grip op woonoverlast en er ontstaat ruimte voor pilotprojecten op gebied van digitale veiligheid en preventie bij ondermijning. Er is een toegenomen vertrouwen in de daadkracht van de gemeente en onze samenwerkingsprojecten met bewoners worden uitgebouwd. De Whatsappgroepen, wijkpreventieteams e.d. leiden tot nieuwe vormen van bewonersparticipatie. De wijkboa's zijn goed aangehaakt bij deze samenwerking. De knelpunten rond illegale kamerverhuur zijn opgelost. Polarisatie en discriminatie in de samenleving is fors verminderd, wat goed te zien is aan het aantal gevallen bij Bureau gelijke behandeling. Door een toename van het aantal horecabedrijven maar ook van evenementen, neemt de druk bij het team veiligheidsvergunningen en BIBOB toe. Samenwerking tussen horeca, stadstoezicht en politie zal verder verstrekt moeten worden. Scenario 3. Vastklampen aan het oude Ook in dit scenario is er sprake van een lage beheersbaarheid van het virus.

Er zal steeds meer sprake zijn van landelijke sturing. De bevoegdheden / mandaat van het lokale gezag inclusief die van de burgemeester nemen steeds verder af. Landelijk wordt steeds meer veiligheidsbeleid bepaald. De informatiepositie van de hulpdiensten vraagt om een andere manier van werken. In het derde scenario 'vastklampen aan het oude' zal de sociale cohesie in Lelystad verslechteren en komt er een grotere tweedeling in de samenleving. De meest kansarme groepen in Lelystad betalen de hoogste prijs. Vooral de geestelijke gezondheid krijgt een opdonder, onder meer doorn een toename van depressies en een oplopend aantal suïcides. Naar verwachting stijgt dan ook het aantal meldingen van burenoverlast en huiselijk geweld. De overheid signaleert ook minder omdat mensen veel thuis zitten. De spanningen in gezinnen kunnen oplopen door werkloosheid, geldzorgen, thuis op elkaar aangewezen zijn, met grotere risico's op escalatie tot huiselijk geweld en meer benodigde inzet. Aandacht is nodig om de signaleringsstructuur voor huiselijk geweld en kindermishandeling overeind te houden. Gedetineerden hebben na vrijlating in dit scenario meer problemen met hun re-integratie en schaarse huisvesting, waardoor zij een grotere kans hebben op terugval in de criminaliteit. Het ontstaan van nieuwe kwetsbare groepen biedt mogelijkheden voor nieuwe rekruteringsprocessen voor criminelen.

We zien we dat de georganiseerde criminaliteit zich razendsnel aanpast aan de omstandigheden en nieuwe manieren ontdekt om snel en makkelijk geld te verdienen. De drugsproductie gaat gewoon door en in dit scenario neemt ook het gebruik van GHB, hennep en synthetische drugs toe. De kans op milieucriminaliteit neemt toe vanwege verminderd toezicht, denk aan illegale dumpingen van vervuilde stoffen en afval van drugsproductie. Een toename van hennepkwekerijen in woningen en bedrijfspanden in Lelystad is gaande. De illegale prostitutie krijgt ook een impuls. De coronacrisis leidt ook tot een verdere toename in het aantal geregistreerde cybercrime-incidenten. Illegale kamerverhuur neemt toe en de overlast door dak- en thuislozen. Boosheid, polarisatie en spanningen in de samenleving nemen toe en het vertrouwen in de overheid slaat om in wantrouwen. De noodverordeningen betekenen een inperking van individuele rechten en dat leidt tot een aantasting van de rechtsstaat. Jongeren vervelen zich en hangen veel op straat omdat lessen online gaan en veel activiteiten niet doorgaan. Criminelen ronselen uit die kweekvijver vaker kwetsbare jongeren. Scenario 4. Alles wordt weer zoals het was De veiligheidsregio en gemeenten starten in deze scenario's weer met de reguliere werkzaamheden. Gezag na de coronacrisis is weer lokaal komen te liggen.

Verder blijven de problemen van voorgaande jaren zichtbaar. Voorbeelden zijn de schaarste bij de politie, de toename van jeugdoverlast, illegale kamerverhuur en het probleem van mensen met verward gedrag. Veiligheid zal hierdoor meer te maken gaan krijgen met kwetsbare inwoners met een GGZ achtergrond. De sociale tegenstellingen van de laatste jaren gaan door, zichtbaar in de boerenprotesten, Kick out Zware Piet en betogingen bij de Oostvaarderplassen.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

90

De doorontwikkeling van de boa's bij Stadstoezicht heeft een extra impuls gekregen door de coronacrisis en de samenwerking met de politie wordt verder vormgegeven. De georganiseerde criminaliteit zal gebruik maken van de kwetsbaren in de samenleving. Leegstaande panden zullen gebruikt worden voor criminele activiteiten. Er is meer aandacht voor het toezicht en de handhaving in de wijken en op bedrijventerreinen. De coronacrisis heeft laten zien dat thuiswerken en internet belangrijke onderdelen zijn van onze samenleving. De aanpak rond cybercrime en digitale criminaliteit krijgt meer aandacht.

1. Openbare orde en veiligheid – economische scenario’s Cluster 1. Veiligheid

Scenario matig herstel

Scenario tweede golf

Crisisbeheersing en brandweer Op voorhand waarschijnlijk geen grote gevolgen Hoge werkdruk bij de veiligheidsregio, waardoor voor de gemeentelijke financiën. Op termijn zal de extra capaciteit noodzakelijk is. Uitval van uitvoering weer plaatsvinden binnen de begroting. medewerkers binnen de veiligheidsregio en hulpdiensten is niet meer op te vangen met de huidige capaciteit. De extra kosten worden doorberekend aan de gemeenten. Discussie met het Rijk over compenstie volgt. Openbare orde en veiligheid

Op voorhand waarschijnlijk geen grote gevolgen Daarnaast zal de behoefte aan inzet van voor de gemeentelijke financiën. Alleen aan de handhavers vermoedelijk toenemen. En de inkomstenkant lagere leges voor evenementen en gevraagde inzet op tal van projecten zoals andere vergunningen. Dit nadeel blijft beperkt. Veiligheidshuis, Nazorg ex-gedetineerden, PGA, huisuitzettingen en ondermijning zal eerder toedan afnemen.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

91

2. Verkeer, vervoer en waterstaat – beleidsmatige scenario’s Scenario 1. Nieuwe werkelijkheid De scenario’s hebben met name effect op de benodigde infrastructurele investeringen qua omvang en moment. Dit hangt vooral samen met de invloed die de scenario’s hebben op het thuis werken, het gebruik van individueel of collectief vervoer en economische groei. In dit scenario wordt er veelal gekozen voor veilig individueel vervoer, omdat het lastig is het OV veilig te maken. Het gebruik van het OV blijft zeer laag, waardoor OV-lijnen opgeheven worden of veel meer subsidie vergen. Het autobezit en -gebruik nemen fors toe, evenals het aantal fietsen en scooters. Mensen bestellen meer via internet, waardoor er meer pakketdiensten rijden. Lelystad Airport ontwikkelt zich voor vakantievluchten. In dit scenario zijn investeringen in wegen en fietspaden versneld nodig, en minder in OV. Doordat mensen kiezen voor individueel vervoer zal het autogebruik en -bezit toenemen ten koste van OV. Er is meer behoefte aan parkeerplaatsen in woongebieden, minder bij werk- en winkelgebieden. De parkeeropbrengsten blijven lager. Door lager OV-gebruik is uitbreiding van de fietsenstallingen bij het station niet nodig, tenzij het busgebruik naar het treinstation vervangen wordt door fietsgebruik. De bedrijfsvoering van Bataviahaven zal financieel worden geraakt, doordat minder schepen de haven aandoen.

Nieuwe inkomsten worden gevonden in bijvoorbeeld winterstalling van riviercruiseschepen. Ook de charterschepen en riviercruiseschepen worden geraakt en vervoeren minder passagiers. Grote evenementen zullen in aangepaste vorm en met minder bezoekers plaatvinden. Scenario 2. Sterker uit de crisis Ook in dit scenario worden er naar verwachting minder woon-werk- en woon-school-ritten gemaakt. Mensen reizen meer op rustige momenten. De pieken in het autoverkeer en OV worden minder groot waardoor het wegennet en OV efficiënter wordt gebruikt. Per saldo wordt het OV-aanbod wel minder door het lagere aantal reizigers. Warande wordt ontwikkeld met station Lelystad-Zuid. Er is minder verkeersgroei van personen, maar groei van goederen en recreatief verkeer nemen fors toe. Ook Lelystad Airport gaat open voor vakantievluchten. Er zijn minder investeringen nodig om piekknelpunten op te lossen of op andere locaties (recreatiegebieden). Wel blijven investeringen nodig die te maken hebben met de groei van de stad. Tegelijkertijd is er minder behoefte aan parkeerplaatsen in werkgebieden met veel kantoren. Mensen gaan 'ontmoeten' wel meer waarderen, wat leidt tot toenemend bezoek aan het stadshart. Lang bezoek (werknemers met abonnementen) wordt hier meer vervangen door kort bezoek. De parkeerdruk daalt, maar de parkeeropbrengsten blijven gelijk.

Een toenemend bezoek aan evenementen en recreatiegebieden leidt daar tot meer parkeerdruk. Er is behoefte aan meer fietsparkeerplaatsen bij ontmoetingscentra. Er zullen meer schepen naar Bataviahaven komen en tegelijkertijd zijn er mogelijkheden om aanvullend in te zetten op nieuwe inkomsten, zoals winterstalling van riviercruiseschepen. De bedrijfsvoering van charterschepen en riviercruiseschepen blijft geraakt, doordat de passagiersaantallen langzaam stijgen. Grote evenementen, zoals de Hiswa te water, zullen in aangepaste vorm plaatsvinden. Scenario 3. Vastklampen aan het oude Het veilig maken van het OV zal in dit scenario niet echt mogelijk blijken. Het gebruik van het OV blijft in dit scenario op een dusdanig laag niveau dat bepaalde OV-lijnen opgeheven worden. De recessie en hoge werkloosheid leiden tot minder vervoer, maar dat is vooral minder OV-gebruik. Er is geen compensatie voor de sterk gedaalde reizigersinkomsten en het grootste deel van het OV (busvervoer) verdwijnt. De allersterkste lijnen (spoor en langeafstandsbussen) blijven over met een ingekrompen vervoeraanbod en hogere tarieven. Mensen moeten met de fiets grotere afstanden afleggen naar een halte of station. Geld voor verduurzaming van het OV is er niet. Mensen bestellen meer via internet, waardoor er meer pakketdiensten rijden. Bezoek aan recreatieve voorzieningen die geld kosten is er veel minder.

Er zijn te weinig klanten voor recreatieve vluchten op Lelystad Airport. Vervoerarmoede wordt een probleem voor grote groepen in de samenleving. De overheid investeert niet meer in extra wegcapaciteit of betere fietspaden, waardoor meer files ontstaan. Parkeerinkomsten dalen.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

92

Het autogebruik en -bezit neemt toe ten koste van het OV. Veel mensen kunnen zich geen auto veroorloven. In woonwijken met veel werkenden neemt de parkeerdruk toe; in wijken met veel werklozen af. In gebieden met veel kantoren en winkels neemt de parkeerdruk af. De parkeeropbrengsten blijven lager. Er is geen behoefte aan extra fietsparkeerplaatsen bij het station en in het stadshart. In dit scenario blijkt de bedrijfsvoering van de Bataviahaven lastig te veranderen. Door een lager aantal bezoekers zal de bijdrage vanuit de gemeente verhoogd moeten worden om de exploitatie rond te krijgen. Grote evenementen, zoals de HISWA te water, kunnen niet meer worden gehouden in de Bataviahaven. Scenario 4. Alles wordt weer zoals het was De mobiliteitsopgave is in dit scenario het grootst, onder meer door de drukke spitsen. Lelystad ontwikkelt zich verder met de opening van Lelystad Airport tot 45.000 vliegbewegingen, groei tot 100.000+ inwoners en door de groei van nieuwe bedrijven. Recreatieve voorzieningen aan de kust en Nationaal park nieuw land trekken miljoenen bezoekers, die vooral met de auto blijven komen. Het wordt drukker op de weg en naast de verbreding van de A6, de aanleg van de Verlengde Westerdreef zijn er op korte termijn aanvullende investeringen nodig voor de Larserdreef, fietsenstallingen bij het station en realisatie station Lelystad-Zuid.

In dit scenario zal het aantal OV-reizigers weer groeien als vanouds. Investeringen in extra capaciteit zijn nodig. De bus krijgt last van congestie waardoor extra investeringen in doorstromingsmaatregelen nodig zijn. Er wordt ingezet op elektrificatie van het OV, waarvoor laadlocaties nodig zijn. De toename in het autobezit was de trend van de afgelopen jaren en dat zal in dit scenario weer worden voortgezet. Er is behoefte aan meer parkeerplaatsen in woon-, werk- en recreatiegebieden. De parkeerinkomsten herstellen zich. Er is behoefte aan meer fietsparkeerplaatsen bij het station en in het stadshart. De bedrijfsvoering van de Bataviahaven zal zich herstellen en de charter- en riviercruiseschepen zullen weer opkrabbelen. Wel duurt het meerdere jaren voor de bezoekersaantallen terug zijn op het niveau van voor de coronapandemie. Wellicht is een verhoogde financiële bijdrage van de gemeente noodzakelijk om de exploitatie rond te krijgen, als alternatieve inkomsten onhaalbaar blijken.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

93

2. Verkeer, vervoer en waterstaat – economische scenario’s Cluster 2. Verkeer, vervoer en waterstaat

Scenario matig herstel

Scenario tweede golf

Verkeer en vervoer

Investeringen in capaciteitsuitbreidingen en Indien er in het scenario ‘tweede golf’ sprake zou ontsluiting van nieuwe woon- werk- en zijn van een nieuwe lockdown zal de mobiliteit recreatiegebieden blijven nodig. Een recessie afnemen, en zijn geen investeringen nodig in leidt over het algemeen tot een afvlakking van de capaciteitsuitbreidingen. Bij dergelijke mobiliteitsgroei, een zware recessie zelfs tot een maatregelen zijn wel capaciteitsuitbreidingen voor beperkte krimp van de mobiliteit, maar de ervaring het wegverkeer nodig, maar niet voor het OV. leert dat met het aantrekken van de economie de Ontsluiting van nieuwe woon- en werkgebieden is groei weer extra hard gaat ('inhaalslag'). De niet nodig. investeringen in capaciteitsuitbreidingen en ontsluiting van nieuwe woon-, werk- en recreatiegebieden blijven nodig.

Parkeren

Op termijn zal er sprake zijn van een (gedeeltelijk) Er zal sprake zijn van langdurig lagere herstel van de parkeeropbrengsten, zoals ook parkeeropbrengsten. Investering in binnen cluster 0 beschreven staat. De uitbreiding capaciteitsuitbreidingen fietsparkeren is in dit van de fietsparkeercapaciteit bij het station blijft scenario niet nodig. nodig, en afhankelijk van de precieze ontwikkelingen ook in het stadshart (Theaterkwartier).

Recreatieve havens

Door de afname en het matige herstel van de Voor het scenario ‘tweede golf’ geldt dat van recreatie (pleziervaart, chartervaart en belang is wanneer deze golf plaats vindt. Het riviercruisevaart) in de Bataviahaven staat de vaarseizoen start nl. op 1 april. Dat is hopelijk na exploitatie onder druk. De Bataviahaven heeft de de tweede coronagolf. Maar ook hier geldt dat vereiste maatregelen getroffen om binnen de door de winterstalling van riviercruiseschepen er richtlijnen van het RIVM de haven operationeel te voldoende inkomsten kunnen worden houden. Door de winterstalling van gegenereerd. riviercruiseschepen kunnen voldoende inkomsten worden gegenereerd, zodat geen extra bijdrage vanuit de gemeente benodigd is.

Openbaar vervoer

Het is de vraag of de OV-reizigers in 2021 Ook in dit scenario is het de vraag in hoeverre er terugkeren naar het OV, of dat ze blijven kiezen nog gebruik gemaakt wordt - of kan worden - van voor individueel vervoer. De OV-sector verwacht het openbaar vervoer. Bij een tweede golf is ook zelf jaren nodig te hebben om weer op het oude een faillissement van OV-bedrijven mogelijk. niveau te komen. Het is nog niet duidelijk of het rijk de steun voor de OV-sector in 2021 voortzet. Indien niet, komt de concessie van Arriva onder forse financiële druk te staan. In dat geval zal er een afweging gemaakt moeten worden tussen meer subsidie en fors minder vervoeraanbod.

Programmabegroting 2021 – 2024 (ná raadsbehandeling)

94

3. Economie – beleidsmatige scenario’s Scenario 1. Nieuwe werkelijkheid Het toerisme kent binnen dit scenario fundamenteel andere doelen en waarden. Toerisme wordt ‘regeneratief’. Bijvoorbeeld toerisme dat gericht op herstel van zowel lokale economieën als de natuur. Het aandeel binnenlandse toeristen is groot maar het totaal aantal bezoekers neemt af, waardoor de rol van de overheid in exploitatie toeneemt. De Lelystadse bedrijventerreinen bestaan voor een groot deel uit maakindustrie en logistiek. Afgezien van de (tijdelijke) gevolgen van een recessie is het heel wel mogelijk dat de maakindustrie zich veerkrachtig zal tonen en zich zal aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid. Voor logistiek geldt dat deze mogelijkheden zich al voordoen omdat er blijvend meer via bezorgdiensten wordt besteld. Indien de economie lokaler wordt kunnen er wel negatieve effecten zijn op de Europese distributie centra. Het virus zal blijven rondwaren in dit scenario en dit zal een effect hebben op de economische productie als geheel en daarmee op banen en de welvaart. De noodzakelijk blijvende maatregelen hebben gevolgen die ongelijk verdeeld zijn over de verschillende economische sectoren. Scenario 2. Sterker uit de crisis Het toerisme zal ook binnen dit scenario te maken krijgen met andere doelen en waarden.

Door de herwaardering van natuur dichtbij huis ontstaat er een herwaardering van de eigen leefomgeving en eigen land als vakantieland. Consumenten kiezen voor betekenisvol en ‘dichtbij’, dit zorgt ervoor dat de groei van internationaal toerisme wordt getemperd. Er voornamelijk sprake van binnenlands toerisme en dagrecreatie en deze is qua omvang relatief groot. In dit scenario richt Lelystad zich op de goederengerichte sectoren van de economie. Wanneer het virus is uitgedoofd of wanneer er een vaccin op de markt is, zal dit deel van de economie doordraaien. Scenario 3. Vastklampen aan het oude De behoefte aan reizen blijft onverminderd groot, maar men zoekt het om financiële redenen dichterbij huis (reizen is een luxe goed). Concurrentie vindt plaats op prijs in plaats van kwaliteit. Aanbod is afgenomen door faillissementen en beperkt investeringsruimte, werkloosheid neemt toe. De rol van de overheid is groter geworden vanwege de noodzaak om sanering te voorkomen, versnippering tegen te gaan en minimaal aanbod voor inwoners in stand te houden. Een langdurige crisis is denkbaar binnen dit scenario. In dat geval zal er een aanzienlijke voorraad moeilijk te verkopen bedrijfsgrond blijven bestaan. Het break-even punt zal naar een later tijdstip verschuiven, waardoor de rentelasten steeds zwaarder gaan wegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e3084caf-2fdb-4e31-ae25-e75260c523f3