CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Poppodium Lelystad-eindrapport definitief AH incl. bbn

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 350. Informatienota onderzoek locaties poppodium31.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

aantal activiteiten 2016

bezoeken 2016

28

5.961

gemiddeld

aantal activiteiten 2017

bezoeken 2017

31

5.605

213

Dance

22

6.441

2

1.236

18

1.125

gemiddeld gemiddeld

23

6.459

2

1.461

gemiddeld

18

1.165

Totaal aantal eigen culturele activiteiten

70

14.763

Presentaties popschool

11.800

39

13.650

0

0

15

975

211 350

731

63

Gemiddeld aantal bezoeken per eigen culturele activiteiten

56

281

618

Overige podiumactiviteiten

prognose lagroup bezoeken

181

293

Concerten Kubus

prognose lagroup aantal activiteiten

65

74

14.690

211

65

110

26.425

199

240

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

4

400

4

506

2

393

6

750

3

578

6

1.286

9

1.575

77

15.847

82

16.369

125

29.150

gemiddeld

100

Cultuureducatie onderwijs (PO en VO) gemiddeld

127

Verhuringen commercieel gemiddeld

197

193

Totaal

125

214

175

Bron cijfers: Corneel voor historische cijfers. Opgesteld, bewerkt en prognose door la group, oktober 2018

De bezoekersaantallen 2017 zijn inclusief gratis toegang en gratis toegangsactiviteiten. In de prognose exclusief.

soort

aantal

gemiddeld bezoek

totaal bezoek

concerten groot iedere maand

10

500

5.000

andere concerten popzaal

26

200

5.200

concerten café/kleine zaal

20

80

1.600

dance iedere week popzaal

39

350

13.650

Totaal (bezoeken afgerond)

95

268

25.450

De prognose-aantallen concerten en dance in huis zijn in de tabel hiernaast nader gespecificeerd. Het totaalgemiddelde van het aantal bezoeken per eigen culturele activiteiten stijgt in absolute zin van 199 naar 247 bezoekers. Dat is een relatief lagere toename dan de capaciteitsvergroting van 400 naar 600-650, maar plausibel. Er komt immers in het nieuwe poppodium ook een kleine zaal, waar het gemiddeld aantal bezoekers veel lager zal liggen dan het totaalgemiddelde van straks 247 (en dan 199 nu). En in de nieuwe grotere popzaal zal het gemiddeld aantal bezoekers veel meer toenemen dan tot het totaalgemiddelde van 247.

| 44

Hoofdstuk 5 Ruimtelijke uitwerking en investeringsramingen

Foto: Jan Dirk van der Burg, website Volkskrant: Kim Wilde in Kubus/Corneel december 2018

| 45

5.1

Ruimtelijk programma van eisen buitenruimte nieuwe poppodium

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het fysieke huisvestingsvraagstuk uitgewerkt. We vertalen het in het vorige hoofdstuk voorgestelde inhoudelijk concept naar de ruimtelijke consequenties in de vorm van een opgesteld globaal ruimtelijk programma van eisen (RPvE). Uitgaande van dit RPvE zijn daarna de investeringsramingen voor het gebouw en de inrichting van het beoogde nieuwe poppodium gemaakt.

5.2

m2

Opstelruimte bezoekers voor entree

20

Terras van café

p.m.

Voorziening fietsparkeren medewerkers

8

Totaal buitenruimte in m2

28

Bron: bbn adviseurs, december 2018

Opstelruimten bandbussen en bevoorrading is intern voorzien. Autoparkeerplekken voor bezoekers en medewerkers moeten in de omgeving worden gevonden.

Ruimtelijk programma van eisen (RPvE)

In hoofdstuk 4 hebben we het inhoudelijk concept van het nieuwe poppodium gedefinieerd. In deze paragraaf vertalen we deze functies in ruimtelijke consequenties, die we zichtbaar maken met een in samenwerking met Corneel opgesteld globaal RPvE of ruimtestaat. Het RPvE is een van de onderleggers voor de ramingen van de investeringskosten en van de gebouwexploitatiekosten. In de tabel hieronder is het ruimtebeslag per ruimte/gebouwdeel opgenomen. De vermelde m2 zijn in bruto-vloeroppervlakte (bvo). Het volledige RPvE is als nadere specificatie opgenomen in bijlage B. Ruimtelijk programma van eisen gebouw nieuwe poppodium Ruimte/gebouwdeel

Buitenruimte

bvo m2

Entree/publieksvoorzieningen (geïntegreerd/open verbinding café/kleine zaal)

325

Café/kleine zaal (inclusief podium en backstage)

409

Popzaal (inclusief horeca)

792

Backstage

687

Oefenruimten

184

(Les)ruimtes popschool Kubus

Vlekkenplan In bijlage B hebben wij een zogenaamd vlekkenplan opgenomen waaruit blijkt op welke wijze de ruimten/functies uit het RPvE globaal in het gebouw zijn gepositioneerd. Ook blijkt hieruit het aantal benodigde verdiepingen en hoe groot de footprint/bouwkavel moet zijn.

5.3

Investeringsramingen en kapitaallasten

In deze paragraaf komen de investeringsramingen en de kapitaallasten voor het beoogde poppodium aan de orde. Wij hebben de investeringsramingen opgesteld met als uitgangspunt het in de vorige paragraaf behandelde ruimtelijke programma van eisen. Bij het ramen van de bedragen zijn kengetallen en normen gebruikt die gebaseerd zijn op ervaringscijfers van de bouw van soortgelijke voorzieningen. De opgestelde investeringsramingen zijn vermeld in de tabel hierna. De nadere specificaties van deze investeringsramingen zijn opgenomen in bijlage B van dit rapport. Investeringsramingen

bedragen

Gebouw en vaste installaties

€

9.362.000

p.m.

Oefenruimten

€

515.000

Kantoor en dienstruimtes

293

(Les)ruimtes popschool

€

p.m.

Totaal in m2 bruto vloeroppervlak (bvo) gebouw

2.690

Roerende zaken en vaste inrichting

€

943.000

Totaal investeringsramingen

€ 10.820.000

Bron: bbn adviseurs, december 2018

Het gebouw vereist een footprint/bouwkavel van 1.071 m2 bvo.

Bron: bbn adviseurs, december 2018

| 46

Wij merken bij de tabel het volgende op: • De bouwkosten en bijkomende kosten als honoraria adviseurs en inrichtingskosten, zijn de afgelopen twee jaar fors gestegen met zo’n 20%. Ook de komende jaren wordt rekening gehouden met een toename van geschat nog eens 3% per jaar. Met al deze prijsstijgingen is rekening gehouden bij de investeringsramingen zoals in de tabel vermeld, en belopen dan al snel ruim € 2 miljoen. Verder is bij de investeringsramingen rekening gehouden met actuele eisen van duurzaamheid. • De investeringskosten (gebouw, installaties en bijkomende kosten) per m2 bvo bedragen een kleine € 3.700. Dit zijn relatief gezien hoge investeringskosten per m2. Deze hoge investeringskosten per m2 worden veroorzaakt door het type gebouw – een podiumkunstgebouw. Gezien aard en functie van dit gebouw moeten er verschillende specifieke en relatief kostbare investeringen worden gedaan die bij de meer standaard gebouwtypes als kantoren en scholen niet voorkomen; zoals grotere verdiepingshoogte in verschillende ruimtes (zaal, de andere publieksruimten, laad- en losruimte) en specifieke akoestische maatregelen zoals de doos-in-doos-constructie voor de zaal en de oefenruimten.

• Bij een lagere zaalcapaciteit dan de popzaal van 600-650 staplaatsen – bijvoorbeeld de huidige 400 – zal de vermindering van de capaciteit niet leiden tot een evenredige besparing op de investeringskosten. Dus bij een capaciteit van 400, 36% lager, zullen de investeringskosten flink minder dan 36% dalen. • De investeringsbedragen zijn exclusief btw. Bij investeren door de gemeente is het onder voorwaarden mogelijk de te betalen btw over de investeringskosten terug te vorderen. Wij adviseren hiervoor fiscaal advies in te winnen. • De roerende zaken betreffen losse inventaris, meubilair, losse theatertechniek, geluid-, licht- en audioapparatuur en overige losse inrichtingen. De vaste inrichtingen zijn onder meer de balie, kassa en garderobe. Er is geen rekening mee gehouden dat de bestaande geluids- en lichtinstallaties en overige roerende zaken van het huidige Corneel zullen meeverhuizen naar het nieuwe poppodium. Mogelijk zijn deze ten tijde van de verhuizing nog bruikbaar in het nieuwe gebouw, en hoeft er minder te worden geïnvesteerd. • De investeringsramingen zijn exclusief eventuele boekwinsten of -verliezen van bestaande onroerende en roerende zaken die afgeboekt moeten worden.

• De investeringsramingen zijn exclusief verwervingskosten van eventueel aan te kopen (en te slopen) gebouwen, exclusief (inbreng van) grondkosten en boekwaarden van onroerende zaken die in eigendom van de gemeente zijn. • De financiële dekking van de investering valt buiten de kaders van onze opdracht. Het is echter waarschijnlijk dat de gemeente Lelystad, als meest in aanmerking komende eigenaar van het gebouw, de gehele aanvangsinvestering zou moeten financieren, inclusief de roerende zaken die eigendom zouden moeten worden van gebruiker Corneel. De financiering van de toekomstige vervangingsinvesteringen voor de roerende zaken en vaste inrichting komt verder aan de orde bij de toelichting op de kapitaallasten hierna, en in paragraaf 6.2 van het volgende hoofdstuk over de financiële exploitatie. Jaarlijkse kapitaal- en eigenaarslasten gebouw en roerende zaken De investeringsramingen uit de vorige paragraaf zijn in de tabel hierna vertaald in jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving). Kapitaallasten 1e jaar (afschrijving en rente)

jaarbedragen

Gebouw en vaste installaties

€

555.000

Oefenruimten

€

30.300

(Les)ruimtes popschool

€

p.m.

Roerende zaken en vaste inrichting

€

136.500

Totaal kapitaallasten 1e jaar

€

721.800

Wij merken bij de tabel hierboven het volgende op: • De kapitaallasten zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: – afschrijvingsmethode lineair – rente 3 % per jaar – afschrijvingstermijn gebouw 40 jaar – afschrijvingstermijn vaste installaties 20 jaar – afschrijvingstermijn roerende en vaste inrichting 8 jaar gemiddeld

| 47

• •

•

•

Het lineaire afschrijvingssysteem heeft tot gevolg dat de kapitaallasten het eerste jaar het hoogst zijn, en daarna jaarlijks dalen (met het rentebedrag over de afschrijving van het voorgaande jaar). Een andere afschrijvingsmethode is op annuïteitenbasis. Deze methode geeft jaarlijks gedurende de hele looptijd hetzelfde bedrag aan kapitaallast. Over de hele looptijd gerekend is de annuïteitenmethode duurder. De lasten in de aanvangsjaren van het annuïteitensysteem zijn echter weer lager dan bij lineaire aflossing. De overige huisvestingskosten voor rekening van de eigenaar – eigenaarsonderhoud, verzekeringen, heffingen en belastingen – bedragen € 89.000 per jaar. Het gebruikersdeel van de huisvestingskosten – onderhoud, energie, schoonmaak, beveiliging, verzekeringen en belastingen – komt voor rekening van Corneel en komt aan de orde bij de financiële exploitatieprognose van het poppodium in paragraaf 6.2 van het volgende hoofdstuk. De gemeente kan deze kapitaallasten van de gebouwinvestering en het eigenaarsdeel van de huisvestingskosten doorberekenen aan Corneel in de vorm van een huur. Binnen de financiële exploitatie van het nieuwe poppodium – in het volgende hoofdstuk komt die aan de orde – is geen ruimte om deze huur te betalen; het ontbreekt aan een voldoende verdiencapaciteit.

Wanneer de gemeente een dergelijke huur wil vragen, dan zal zij Corneel moeten compenseren met een verhoging van de exploitatiesubsidie voor hetzelfde bedrag. Dat is weliswaar binnen de gemeente een ‘vestzak/broekzak-constructie’, maar de kosten en baten drukken dan wel op de afdelingen binnen de gemeente waar ze thuishoren; de huurbaat komt de afdeling vastgoed ten goede, de extra exploitatiesubsidie drukt op de afdeling cultuur. Onderdeel van de jaarlijkse kapitaallasten zijn de afschrijvingskosten voor de roerende zaken en vaste inrichting. Die jaarlijkse afschrijvingskosten bedragen € 110.000, en zijn in de exploitatieprognose van het nieuwe poppodium opgenomen om de toekomstige vervangingsinvesteringen te kunnen financieren. Zie het onderdeel financiële exploitatie in paragraaf 6.2 van het volgende hoofdstuk.

| 48

Hoofdstuk 6 Personele organisatie en financiële exploitatie

| 49

6.1 (Personele) organisatie Poppodium Corneel is onderdeel van Kubus. Al het betaalde vaste personeel is formeel in loondienst bij Kubus. In de praktijk is er onderscheid: de directe personeelsfuncties zijn organisatorisch ingedeeld bij de ‘afdeling’, Corneel onder directe leiding van de Corneel-manager. De indirecte personeelsfuncties, zoals het centrale management en de backofficefuncties, zijn van de centrale organisatie van Kubus. Hierna gaan we in op de consequenties voor de directe formaties van (betaalde en vrijwillige) medewerkers als gevolg van de schaalsprong in het nieuwe poppodium. Ook gaan we in op de vraag of de organisatievorm van Corneel – nu als afdeling van Kubus – in de nieuwe situatie nog passend is. Betaalde formatie Corneel De directe personeelsfuncties bij Corneel staan in een een-op-een-relatie met het aantal activiteiten. Nagenoeg alle personeelsfuncties – op de managersfunctie na – zijn direct gekoppeld aan de activiteiten en, in mindere mate, aan de publiekshandling. Dit betekent dat bij de beoogde toename van het aantal activiteiten in het nieuwe poppodium de formatie-uren van deze directe personeelsfuncties recht evenredig zouden moeten toenemen. Het aantal activiteiten in het nieuwe Corneel neemt met ongeveer 50% toe. Dit percentage is als vertrekpunt gehanteerd voor uitbreiding van de betaalde personeelsfuncties bij Corneel.

Dit zou moeten leiden tot een vaste formatie in loondienst zoals vermeld in de tabel hierna bij de kolom ‘Prognose LAgroup’.

Personeelsformatie poppodium Corneel Formatie in fte, 1 fte is 36 uur per week

2016

2017

1-9-2018

0,94

0,99

1,00

0,58 0,63 0,35 0,70 0,40 0,20 0,40 4,20

0,63 0,63 0,35 0,70 0,40 0,20 0,40 4,30

0,63 0,63 0,35 0,70 0,40 0,20 0,40 4,31

prognose lagroup

Betaalde formatie in loondienst manager/programmeur programmeur(s) marketing en publiciteit projectmedewerker (preproductie/verhuur) avondcoördinatoren medewerker facilitair en horeca techniek (t/m 2018 vanuit Kubus) administratie (t/m 2018 vanuit Kubus) vrijwilligerscoördinator Totaal betaald Bron: Corneel/Kubus. Opgesteld en bewerkt la group, oktober/november 2018

1,00 0,50 1,30 0,90 0,55 0,70 1,40 0,35 0,60 7,30

Bij deze tabel merken wij het volgende op. • De manager/programmeur zal in het grotere nieuwe Corneel meer tijd moeten besteden aan de managersfunctie. Waar de verhouding manager/programmeur nu ligt op ongeveer 50%/50%, zal dat in het nieuwe Corneel naar verwachting 60%/40% zijn, misschien iets meer. • De programmeursfunctie is met circa 90% uitgebreid, meer dan het basisuitgangspunt van 50%. Want er wordt in het nieuwe Corneel meer verwacht van de programmeurs, namelijk met name het bereiken van nieuwe doelgroepen met een nieuw vraaggericht programma-aanbod, en – met de grotere capaciteit – grotere acts naar Lelystad proberen te halen (zie verder paragraaf 4.2). • Wat voor de programmeursfunctie geldt, gaat ook op voor de marketing en publiciteit. Ook deze functie heeft een flinke taakstelling om de beoogde nieuwe doelgroepen en een groter publiek te bereiken. De uitbreiding is hier circa 65% (in de tabel is het verdubbeld, maar de functie is per 1 december 2018 al uitgebreid van de 0,63 fte uit de tabel, naar 0,80 fte). • Het gebouw van het nieuwe poppodium wordt groter en meer ‘gecompliceerd’ dan de huidige huisvesting. Voor het gebouwbeheer zal daarom meer tijd, ‘kwaliteit’ en dagelijkse aandacht nodig zijn.

Deels zal Kubus zijn inzet voor het algemene gebouwbeheer moeten verhogen, waarvoor de financiële doorbelasting aan Corneel is verhoogd (zie de exploitatieprognose van de volgende paragraaf). Voor het intensievere ‘dagelijks’ beheer zal Corneel zorgen. Daarvoor is de formatie techniek uitgebreid om ook dagelijkse beheertaken te kunnen uitvoeren. • De techniekfunctie wordt daarnaast ook meer dan evenredig uitgebreid om een beperkte professionaliseringsslag te maken; de beoogde grotere acts vragen meer professionaliteit. Naast een vaste betaalde basis en onveranderd de inzet van vrijwilligers op techniektaken, zal – als naar gelang de behoefte en net als nu – per activiteit een flexibel deel extern worden ingehuurd . • Bij commerciële verhuringen vraagt de markt om een kwaliteitslat die hoog ligt. Professionele betaalde horecamedewerkers zijn hier gewenst, waarvoor een poule van vaste oproepmedewerkers gewenst is. De extra loonkosten die dit met zich meebrengt, moeten met de (meer)opbrengsten van de verhuringen worden terugverdiend. De belangrijke acquisitie is centraal bij Kubus te regelen,

| 50

zodat het totaalaanbod van accommodaties en faciliteiten van Kubus en Corneel gezamenlijk in de markt kan worden gezet. • Het op bepaalde activiteiten noodzakelijke securitypersoneel zal net als nu extern worden ingehuurd per activiteit. Door de veranderende omvang en aard van de programmering zullen de kosten hiervan toenemen (zie exploitatieprognose in de volgende paragraaf). • Bij de vertaling van de extra formatie fte’s naar extra loonkosten in de exploitatieprognose hebben we per fte een (gemiddeld) bedrag aangehouden van € 50.000. Dat is lager dan het gemiddelde loonkostenbedrag per fte nu, omdat we ervan uitgaan dat er bij voorkeur jonge(re) medewerkers worden aangetrokken, die een lager dan gemiddeld salaris hebben. Vrijwillige medewerkers De vrijwillige medewerkers hebben vooral uitvoerende taken op de activiteiten zelf en zullen die behouden in het nieuwe poppodium. Daarnaast zouden vrijwillige medewerkers kunnen ondersteunen bij bepaalde ‘dagelijkse’ werkzaamheden buiten de activiteiten om. Bijvoorbeeld bij de distributie van promotiemateriaal. Gezien de beoogde toename van het aantal activiteiten in het nieuwe Corneel is ook de formatie vrijwilligers uit te breiden. Bij de huidige frequentie van werken van (minimaal) twee keer per maand zou het aantal vrijwilligers moeten worden uitgebreide van 35 naar rond de 55.

Meer vrijwilligers betekent ook een groter draagvlak en meer ambassadeurs voor Corneel, en ook dat bevordert het popklimaat. Voor de financiële vertaling naar de kostenbudgetten voor de vrijwilligers verwijzen wij naar paragraaf 6.2 over de exploitatieprognose.

afgeleide backofficetaken zijn ondergebracht bij het grotere en professionele Kubus. Ook in de nieuwe situatie blijft Corneel een kleine en kwetsbare organisatie. Dit alles zou tot de conclusie kunnen leiden dat de huidige organisatievorm van Corneel voortgezet zou moeten worden. Het is in onze visie belangrijk dat Corneel ook in de toekomst zijn eigen koers moet kunnen (blijven) varen. Dat zou tot de volgende belangrijkste randvoorwaarden moeten leiden, waarvan verschillende reeds bestaande (mogelijk aan te scherpen) praktijk zijn: • een eigen en zelf geformuleerd inhoudelijk beleid; • een eigen identiteit als poppodium, los van de identiteit van Kubus; • in het algemeen voldoende eigen bevoegdheden om die eigen koers te kunnen (blijven) varen. Hieronder staat op onderdelen een nadere duiding; • zelfstandige uitvoering van alle ‘dagelijkse’ taken. Dit betekent ook passende, maar ruime bevoegdheden om in de dynamische en snelle wereld van het kunnen krijgen van (schaars maar groot en populair) popaanbod adequaat, snel en flexibel te kunnen acquireren en besluiten; • voor Corneel geoormerkte exploitatie- en programmasubsidies; • eigenstandige uitvoering van vervangingsinvesteringen roerende (waarvoor de financiering ingaande het nieuwe poppodium structureel geregeld zou moeten worden. Zie de exploitatieprognose in de volgende paragraaf).

Een adequate structurele regeling voor ‘kleine’ investeringen; • eigenstandige/beslissende stem in profiel en aanname van (betaalde en onbetaalde) medewerkers; • de ook op Corneel van toepassing zijnde CAO Kunsteducatie – die niet is gemaakt voor de poppodiumfunctie – die in de uitvoering zo min mogelijk belemmeringen voor Corneel met zich meebrengt.

Organisatievorm Corneel Corneel is nu als ‘afdeling’ onderdeel van Kubus. Het plan voor een nieuwe huisvesting is bij uitstek geschikt om te kijken of deze organisatievorm nog past bij de nieuwe situatie. Zonder nader onderzoek te hebben gedaan – dat past niet binnen de kaders van de huidige opdracht – lijkt deze organisatievorm voor Corneel in het algemeen naar tevredenheid te functioneren. Corneel kan zich als kleine organisatie vooral bezig houden met zijn primaire doelstelling van poppodium, terwijl de

6.2 Financiële exploitatieprognose In deze paragraaf stellen we de exploitatieprognose voor het nieuwe poppodium op. Dit is de financiële vertaling van het inhoudelijk concept uit hoofdstuk 4 en de ruimtelijke en investeringsconsequenties daarvan uit hoofdstuk 5. Verder is bij het opstellen van de exploitatieprognose uiteraard rekening gehouden met de (financiële) prestaties van het huidige Corneel, de geïnventariseerde contextinformatie en sector-/branche-informatie.

| 51

De door ons opgestelde exploitatieprognose is een zogenaamde doelprognose, wat betekent dat er geen rekening is gehouden met de aanloopperiode, en dat de taakstellende prognose na de aanloopperiode wordt bereikt. Wij hebben twee doelexploitatieprognoses opgesteld vanuit de volgende overwegingen. Zoals eerder geconstateerd kent Lelystad een ‘moeilijke’ popmarkt met als belangrijkste kenmerken een beperkt popklimaat en een (bij landelijke en benchmarkgemiddelden) achterblijvende publieke belangstelling. Mede daardoor is Lelystad nu een minder populaire bestemming voor bands en dj’s. Het huidige Corneel heeft de afgelopen tien jaar een op zich positieve rol gespeeld in Lelystad bij het bevorderen van het popklimaat – waarvan een goed poppodium de belangrijkste schakel is. Maar meer resultaten zijn nodig om het popklimaat in Lelystad te bevorderen richting het niveau in vergelijkbare steden en van landelijke gemiddelden. Ook om een groter draagvlak te creëren. Een nieuwe stap en een voortgaande lange adem zijn ook hier nodig om dit te kunnen bereiken. Dat lukt niet met het huidige poppodium. Een nieuw poppodium met nieuwe mogelijkheden is nodig. Een poppodium met een eigentijds gezicht en goede voorzieningen. En vooral een grotere capaciteit om grote(re) (populaire mainstream) acts te kunnen aantrekken.

Zo’n podium is nodig om de grote publieksgroepen te bereiken die nu nog niet (of nauwelijks) naar Corneel komen, waaronder die uit de lagere maatschappelijke milieus en die met een migratieachtergrond. De eerste doelexploitatieprognose met de basisambitie is waar het bij de besluitvorming over het al of niet realiseren van een nieuw poppodium primair om zou moeten gaan. De daarin opgenomen ambitie zou redelijkerwijs haalbaar moeten zijn. De andere is een doelexploitatieprognose met een lange termijnambitie. Die prognose laat zien wat Corneel misschien zou kunnen worden, wanneer de basisambitie is gelukt en mede op basis daarvan een verdere groei richting benchmarkgemiddelden wellicht in het verschiet ligt. Een lange termijn met een lange adem en onzekerheden over realisatie kenmerken deze prognose. De doelexploitatieprognoses van beide scenario’s zien eruit als in de tabel hierna vermeld. Een toelichting op relevante posten volgt daarna.

In bijlage B zijn onze belangrijkste cijfermatige uitgangspunten voor en onderbouwingen van de exploitatieprognoses opgenomen, waaronder gespecificeerde aantallen activiteiten en publiek, artiestengages, gemiddelde bestedingen van bezoekers (omzetten kaartverkoop en horeca), oefenruimten, commerciële verhuringen.

| 52

6.3.2

Exploitatierekening poppodium Corneel cijfers x € 1.000 en exclusief btw

2015

2016

2017

103 117 -14

138 129 9

133 135 -2

doelprognose doelprognose lagroup lagroup basisambitie LT-ambitie 1)

Opbrengsten Opbrengst kaartverkopen Inhuur artiesten (directe kosten artiesten) Dekkingsresultaat culturele activiteiten Financieel dekkingsresultaat programmering in % 2 )

Horeca-omzet culturele activiteiten en verhuur Inkoop horeca Brutowinst horeca

88%

113 31 82

Brutowinst horeca in %

Garderobe-opbrengst Overige opbrengsten programmering Opbrengsten LelySTART Projectsubsidie LelySTART Kosten LelySTART Resultaat LelySTART Huuropbrengst oefenruimten Huuropbrengst commerciële verhuringen Exploitatiesubsidie basis Extra exploitatiesubsidie basis hogere huisvestingskosten Exploitatiesubsidie huur Exploitatiesubsidie vervangingsinvesteringen roerend Programmasubsidies fondsen Sponsorbijdragen: businessclub/vrienden Overige opbrengsten Bruto marge opbrengsten

107%

126 35 91 73%

274 343 -69 99%

123 37 86 72%

320 337 -17 80%

269 81 188 70%

95%

292 87 204 70%

70%

14 25 68 16 89 -5

15 25 68 16 89 -5

4 7

11 7

540

516 95 p.m. 110 15 7 2 909

448 95 p.m. 110 15 10 2 905

16 5 23 239 41 31 311 11 6

25 5 40 389 50 35 474 29 15

25 5 36 389 50 35 474 29 15

13

20

31

67 13 81 -1

68 16 78 6

68 16 89 -5

14

10

9

343 0 60 0 18 0 0

345 0 60 0 10 0 1

347 0 60 0 14 0 0

515

552

18 8 24

22 5 28 251 36 27 314 15 10

Andere kosten Overige directe kosten programmering Huur apparatuur Kosten marketing/pr en publiciteit Loonkosten personeel in loondienst Doorbelaste loonkosten staf/backoffice Kubus Kosten extern ingehuurd personeel Totaal loonkosten personeel en extern ingehuurd Overige personeelskosten Kosten vrijwilligers Afschrijvingen t/m 2017- prognoses is (reservering) vervangingsinvesteringen roerende zaken Huur gebouw Huisvestingskosten Kantoorkosten Overige kosten Onvoorzien prognose Afrondingen Totaal kosten

Exploitatieresultaat

266 28 294 13 7 22

32

21

110

110

60 34 17 9

60 28 15 15

60 26 24 15

p.m. 121 30 20 40

p.m. 121 30 20 40

4 510

2 546

2 520

909

905

5

6

20

0

0

Bron: jaarrekeningen Kubus/Corneel. Opgesteld, bewerkt en prognoses la group, oktober/november 2018

Toelichting op de exploitatieprognose Ontwikkeling eigen opbrengsten, kosten en exploitatiesubsidie • De exploitatieomvang neemt circa 82% toe tot rond € 1.420.000 bij beide ambities. • De eigen opbrengsten nemen toe van € 364.000 in 2017 tot € 670.000 bij de basisambitie, tot € 750.000 in de LT-ambitie (langetermijnambitie). Ofwel een toename van 84% respectievelijk 98%. • De kosten nemen bij beide ambities toe met circa 82%. • De basisexploitatiesubsidie in % van de totale opbrengsten neemt af van 51% in 2017, tot 43% bij de basisambitie respectievelijk 38% in de LT-ambitie (geen rekening gehouden met de exploitatiesubsidie vervangingsinvesteringen om te kunnen vergelijken; deze subsidie wordt nu niet verstrekt in de exploitatie, maar wel als incidentele investeringssubsidie). Dekkingsresultaat programmering Het financieel dekkingsresultaat geeft aan in hoeverre de directe programmakosten (met name de gages) worden gedekt door de opbrengst kaartverkoop. Bij 100% zijn de directe programmakosten gelijk aan de opbrengst kaartverkoop. Bij 80% wordt 20% van de directe programmakosten niet gedekt door de opbrengst kaartverkoop. Corneel had in 2016 en 2017 een dekkingsresultaat van 107% en 99%. Dat is voor een poppodium als Corneel een goed resultaat.

In de exploitatieprognose met de basisambitie hebben wij voor de concerten en dance een gemiddeld dekkingsresultaat van 80% aangehouden. Dat is beduidend minder dan de huidige realisatiepercentages. Enerzijds omdat Corneel zich met het nieuwe poppodium gaat begeven in een segment grotere acts, die met partagedeals een hoger aandeel van de opbrengst kaartverkoop verlangen. Maar vooral zijn we voorzichtig door voorlopig rekening te houden met de huidige structureel relatief tegenvallende publieksopkomst in Lelystad. Die zou weliswaar in de goede richting moeten worden omgebogen met het nieuwe poppodium, maar dat zal – komend vanuit het huidige popklimaat – in tijd niet direct mogelijk zijn. Doorgroei van het dekkingsresultaat

1) LT-ambitie = Lange Termijn ambitie 2) Het financieel dekkingsresultaat programmering is hier de mate waarin de opbrengst kaartverkopen de directe artiestenkosten dekt. Alle bedragen zijn exclusief btw. Corneel is volledig btw-plichtig.

| 53

naar een niveau dat past bij de aard en omvang van het nieuwe Corneel is na realisatie van de basisambitie aan de orde. Horeca Het betreft hier de aan de activiteiten ondersteunende horeca, die open is als er activiteiten zijn. Het is geen zelfstandige horeca met eigen openingstijden die zich ook richt op extern publiek, waardoor er ook geen rekening is gehouden met bijvoorbeeld een zomerterras. Zie ook hoofdstuk 4. Het directe financiële resultaat van de horeca is deels uit de exploitatieprognoses af te leiden; de bruto winst op de horeca-exploitatie stijgt aanmerkelijk met € 102.000 ofwel 119%, van € 86.000 in 2017 naar € 188.000 bij de basisambitie. Dit is nog niet het nettoresultaat horeca, want daarbij zou ook het aandeel van overige directe kosten horeca en de indirecte kosten horeca – aandeel huisvesting, overhead(personeel) et cetera – in de beschouwing meegenomen moeten worden. De overige directe kosten horeca zijn niet apart voorhanden omdat deze zijn opgenomen op verzamelrekeningen. Toerekening van indirecte kosten horeca vindt bij Kubus/Corneel niet plaats. De horecaomzet is berekend op basis van het aantal bezoekers en rekening houdend met de gemiddelde horecabesteding bij de benchmarkpoppodia. Corneel boekt een brancheconform brutowinstpercentage.

Een horecavergunning zonder belemmeringen – bijvoorbeeld een beperking voor commerciële verhuur of openingstijden (in de nacht) – is nodig. Belemmeringen zullen een negatieve invloed hebben op de financiële resultaten van de horeca (en in het geval van genoemd voorbeeld ook voor de huuropbrengsten commerciële verhuringen). Sponsorbijdragen: businessclub/vriendenclub Deze initiatieven zijn niet alleen financieel aantrekkelijk, maar ook goed voor de relatiebinding en het draagvlak voor Corneel. Wij hebben in de exploitatieprognose van de basisambitie een stelpost opgenomen van jaarlijks € 7.000 netto – de kosten van tegenprestaties zijn hier al af – voor de twee onderstaande vormen.

Businessclub Het nieuwe poppodium zal in beperkte mate aantrekkelijk kunnen zijn voor sponsors. Gedacht kan worden aan de oprichting van een businessclub, waarvan lokale bedrijven lid kunnen worden. Als tegenprestatie voor hun lidmaatschapsgeld biedt het podium de leden van de businessclub allerlei faciliteiten, zoals kortingen op de ticketprijzen, relatiebijeenkomsten et cetera. Ook de businessclub zelf kan allerlei activiteiten voor zichzelf en voor de stichting organiseren (en betalen). Vriendenclub Voor particuliere bezoekers kan gedacht worden aan de oprichting van een vriendenclub. Voor de lidmaatschapsbijdrage worden (in beperkte mate) faciliteiten geboden, met name kortingen op de activiteiten. Enerzijds bieden de leden steun, anderzijds krijgen zij iets terug. Per saldo steunen ze het poppodium. Er zou uitgegaan kunnen worden van een vriendenprijs van € 30, waarvan het poppodium na de kosten voor tegenprestaties netto € 20 zou kunnen overhouden. Kosten algemeen Voor de ramingen van de directe kosten – kosten die direct afhankelijk zijn van het aantal activiteiten – hebben we als basisuitgangspunt aangehouden een toename van 50% ten opzichte van 2017, analoog aan de toename van het aantal activiteiten. Dat geldt overigens niet voor alle directe kostenposten. Als het om relevante afwijkingen gaat, hebben we dat vermeld in het vervolg van de toelichtingen hieronder.

De personeelsformatie en de kosten daarvan hebben we al in paragraaf 6.1 behandeld. Huisvestingskosten De raming van het gebruikersdeel van de jaarlijkse huisvestingskosten is gespecificeerd in de tabel hierna. Bij het ramen zijn kengetallen en normen gebruikt die gebaseerd zijn op ervaringscijfers. De huisvestingskosten zijn exclusief huur, die in de prognoses als p.m. is opgenomen (zie paragraaf 5.3 in het vorige hoofdstuk).

| 54

Huisvestingskosten Kostenposten

2017

prognose basisen LT-ambitie

Gebruikersdeel onderhoud (incl. eventueel uitbesteden)

€

16.000

Energiekosten (gas, elektra, water)

€

38.000

Schoonmaakkosten (eigen beheer of uitbesteden) Overige kosten (beveiliging/bewaking, heffingen, belastingen, verzekeringen, et cetera)

€ €

38.000 29.000

Totaal huisvestingskosten

€ 26.000

€ 121.000

Bron: bbn adviseurs, november 2018

De huisvestingskosten van het nieuwe poppodium zijn dus met € 95.000 fors hoger dan die van het huidige gebouw van Corneel (bijna vier keer zo hoog). Als dekking van deze voor Corneel niet-beïnvloedbare hogere kosten hebben wij extra basisexploitatiesubsidie opgenomen in de exploitatieprognose. Het is gebruikelijk bij nieuwbouwpodia dat de huisvestingskosten flink hoger worden. Dat heeft vooral te maken met de grotere gebouwen en dito oppervlakten, en meer activiteiten, die meer onderhoud, energie en schoonmaak vragen. Voorts meer hightech installaties en apparatuur (inclusief voor sommige noodzakelijke dure 24-uurs servicecontracten), die meer onderhoud en energie vragen et cetera. Daarnaast worden bij de nieuwbouwpoppodia alle huisvestingskosten in aanmerking genomen (met name onderhoud, ook reservering voor meerjaren onderhoud door de gebruiker), en wordt aan de kwaliteit van de huisvesting (terecht) meer waarde gehecht, hetgeen kostenverhogend werkt. Tot slot zijn in dit geval de huisvestingskosten bij Corneel met € 26.000 in 2017 wel erg laag. Veel nieuwbouwpoppodia zijn in de financiële problemen geraakt door onder meer deze fors hogere huisvestingskosten die niet adequaat waren (bij)gefinancierd.

Reservering voor vervangingsinvesteringen roerende zaken Het gaat hier over alle roerende zaken zoals losse inventaris, meubilair, losse theatertechniek, geluid-, licht- en audioapparatuur en overige losse inrichtingen. Daarnaast horen hier ook bij de vaste inrichtingen als balie en garderobe. In paragraaf 5.3 van het vorige hoofdstuk zijn de investeringsramingen en kapitaallasten hiervoor al aan de orde geweest. Het eigendom en de kapitaallasten van de

investering horen thuis bij het poppodium als gebruiker. Dat kan daarmee zelf voor de aanvangsinvestering zorgen, en de vervangingsinvesteringen in de toekomst financieren. Deze constructie is voor de voortgang van de bedrijfsvoering van Corneel van belang. Het zal echter voor het nieuwe poppodium als gebruiker niet mogelijk zijn deze investeringskosten en de kapitaallasten ervan voor de vervangingsinvesteringen zelf te financieren. De eigen (extra) verdiencapaciteit is daarvoor te beperkt. De gemeente zou daarom de kapitaallasten voor de aanvangs- en toekomstige vervangingsinvesteringen in de roerende zaken jaarlijks moeten subsidiëren. Daarnaast zou de gemeente aan Corneel een geldlening moeten verstrekken voor de aanvangsinvestering. In alle gevallen zou het poppodium eigenaar van de roerende zaken moeten zijn. In paragraaf 5.3 is vermeld dat het geïnvesteerd vermogen in de roerende zaken € 943.000 is. De daarbij behorende afschrijvingslasten zijn € 110.000 per jaar (bij een gemiddelde afschrijvingstermijn van 8 jaar). Dit laatste bedrag hebben wij als jaarlijkse reservering voor toekomstige vervangingsinvesteringen in de exploitatieprognoses opgenomen, gefinancierd door een extra en gelabelde exploitatiesubsidie van de gemeente tot hetzelfde bedrag.

Ook de aanvangsinvestering van de aan te kopen roerende zaken komt uiteindelijk en onvermijdelijk voor rekening van de gemeente. De gemeente kan kiezen uit twee constructies: 1. Corneel financiert die zelf uit de jaarlijkse extra en gelabelde exploitatiesubsidie. In dat geval moet de gemeente een geldlening verstrekken aan het podium ter grootte van het investeringsbedrag van € 943.000. Met een rente- en aflossingssystematiek die parallel loopt aan de hoogte van de jaarlijkse extra te verstrekken en gelabelde exploitatiesubsidie. In plaats van een geldlening zelf te verstrekken, kan de gemeente er ook voor kiezen het podium bij een bank te laten lenen, waarvoor dan een gemeentegarantie aan de bank moet worden afgegeven. In deze eerste variant zou de gemeente ook voor de rente van de geldlening jaarlijks een extra en gelabelde exploitatiesubsidie moeten verstrekken. De rente van de geldlening bedraagt het eerste jaar € 26.000. Deze rente en de exploitatiesubsidie daarvoor hebben wij vooralsnog niet in de exploitatie-

| 55

prognose opgenomen omdat ook gekozen kan worden voor variant 2 waar deze niet in voorkomen. Hiermee komen in deze variant de jaarlijkse kapitaallasten voor Corneel en de daarvoor jaarlijks te verstrekken extra en gelabelde exploitatiesubsidie op € 136.000. 2. In deze tweede variant financiert de gemeente de aanvangsinvestering van € 943.000 zelf (en doet de roerende zaken daarna om niet over aan Corneel). Het poppodium betaalt vervolgens zelf de jaarlijkse (reservering voor) toekomstige vervangingsinvesteringen van € 110.000 uit de jaarlijkse extra te verstrekken en gelabelde exploitatiesubsidie van hetzelfde bedrag. Een geldlening en rentesubsidie zijn dan niet nodig. Beide constructies kosten de gemeente uiteindelijk evenveel, gerekend over de gehele levensduur van het poppodium. In geval van de tweede variant betaalt de gemeente aan het begin van de levensduur van het podium het totale investeringsbedrag in roerende zaken, welk bedrag het bij variant 1 ‘bespaart’ aan het eind van de levensduur van het podium.

Exploitatieresultaat Een positief exploitatieresultaat zou in het algemeen nodig zijn. Onder meer voor de opbouw van reserves om risico’s te kunnen opvangen en bijvoorbeeld investeringen in nieuwe programmering te kunnen doen. Corneel is onderdeel van Kubus en daarmee is ‘de moeder’ verantwoordelijk voor deze reservevorming (de reserves van Kubus waren ultimo 2017 overigens laag). Wanneer Kubus wil dat ook Corneel voor zijn aandeel bijdraagt aan de reservevorming, dan zou de basisexploitatiesubsidie moeten worden verhoogd om een positief resultaat te kunnen realiseren. Tenzij blijkt dat de Corneelbijdrage de reservevorming kan betalen door een positievere exploitatie dan de exploitatieprognose toont. Van deze laatste situatie zijn wij niet uitgegaan. Benodigde exploitatiesubsidies gemeente Lelystad De jaarlijkse exploitatiesubsidies die nodig zijn om de financiële exploitatie sluitend te maken, zijn gespecificeerd in de tabel hierna. Exploitatiesubsidie

Kosten vrijwillige medewerkers In de huidige situatie worden de vrijwilligers niet betaald voor hun basisverplichting van twee keer per maanden werken. Ieder die meer werkt, krijgt voor iedere extra dienst een vrijwilligersvergoeding conform de fiscale regeling daarvoor. Wij vinden dat vrijwilligers niet betaald zouden moeten worden. Iemand wordt immers vrijwilliger uit andere, ideële overwegingen, niet om geldelijke redenen. Bovendien worden deze medewerkers door de betaling zowel vrijwilliger als personeel, waarmee conflicterende situaties kunnen ontstaan. Wel moeten voor de vrijwilligers faciliteiten beschikbaar worden gesteld om hun werkzaamheden aantrekkelijker te maken, zoals een (gelimiteerd) aantal consumpties per dienst, periodieke feestelijkheden om de binding te versterken en andere faciliteiten in natura. Wij hebben in de exploitatieprognose een bedrag opgenomen € 15.000 per jaar, flink hoger dan de € 6.000 nu, om het vrijwilligerschap aantrekkelijker te maken en de werving van de benodigde 20 extra vrijwilligers te vergemakkelijken.

Soort subsidie 2017

doelprognose LAgroup basisambitie

doelprognose LAgroup LT-ambitie

€ 516.000

€ 448.000

p.m. 95.000

€

p.m. 95.000

Exploitatiesubsidie basis

€ 347.000

Exploitatiesubsidie voor huur Extra exploitatiesubsidie basis voor hogere huisvestingskosten Exploitatiesubsidie (reservering voor) vervangingsinvesteringen roerende zaken

€

0

€ 110.000

€

110.000

Totaal

€ 407.000

€ 721.000

€

653.000

€

60.000 n.v.t.

€

Opgesteld door lagroup, november 2018

Het nieuwe poppodium leidt tot een structurele toename van de jaarlijkse exploitatiesubsidie van € 264.000 in de basisambitie en € 196.000 in de LTambitie (exclusief vervangingsinvesteringen omdat die feitelijk en op de lange termijn geen extra subsidie betekenen, en exclusief huursubsidie om een vergelijking mogelijk te maken).

| 56

De hogere jaarlijkse subsidie in de basisambitie van € 264.000 kan worden verklaard door: • hogere huisvestingskosten € 95.000 • afname programmaresultaat € 67.000 • 63% van de hogere loonkosten € 103.000 De subsidieverhoging wordt dus voor circa 60% veroorzaakt door zaken die Corneel niet direct kan beïnvloeden – huisvestingskosten voor door het terughoudende publieksgedrag in Lelystad – hopelijk is dat laatste tijdelijk. De rest omdat van de door de schaalsprong van programmering en publieksbereik ook onvermijdelijke loonkostenstijging niet het volledige bedrag uit de nieuwe exploitatie kan worden betaald (zoals in de poppodiumsector gebruikelijk).

Algemeen: post onvoorzien ter dekking tegenvallers Er is een post onvoorzien in de exploitatieprognose opgenomen van 3% van de kosten, ofwel van ruim € 40.000. Deze ‘reserve’ kan generiek worden ingezet om tegenvallende opbrengsten of hogere kosten op te vangen. Overigens zijn reserves natuurlijk geen oplossing om structurele tegenvallers op te vangen, maar wel een mogelijkheid om ‘tijd te kopen’ om een structurele oplossing te zoeken.

De hogere jaarlijkse subsidie in de LT-ambitie van € 196.000 kan worden verklaard door: • hogere huisvestingskosten € 95.000 • afname programmaresultaat € 15.000 • 53% van de hogere loonkosten € 86.000

Maatregelen ter beheersing/beperking risico In de exploitatieprognose van de basisambitie is al rekening gehouden met voorlopig voortgaand terughoudend bezoekgedrag in Lelystad door een lagere raming van het financiële dekkingsresultaat programmering (dat is de mate waarin de opbrengst kaartverkoop de directe kosten van de artiesten dekt). In 2017 was dat dekkingsresultaat bij Corneel 99%, bij de benchmarktheaters (in 2016) 118%, in de exploitatieprognose houden we rekening met een worst case-scenario van 80%. Daarmee is bij het programmaresultaat ten opzichte van 2017 en de benchmarkpoppodia een financiële buffer gecreëerd voor tegenvallend bezoek van ruim € 50.000, een flink bedrag op een totaal geraamde programma-inkoop van circa € 350.000. De LT-ambitie gaat ervan uit dat het terughoudende bezoekgedrag in Lelystad weg is als de nieuwe programmering is ‘geland’, en dat er dan in Lelystad sprake is van een meer gemiddeld popklimaat en publieksbereik. Bij de LT-ambitie zou mede daardoor de basisexploitatiesubsidie met € 69.000 omlaag kunnen.

Tijdelijke aanloopsubsidie Het nieuwe poppodium Corneel heeft de ambitie om een schaalsprong te maken bij de programmering en het publieksbereik. Dat impliceert ook een schaalsprong in de (personele) organisatie. Omdat deze schaalspong meestal niet van de ene op de andere dag de geraamde opbrengsten genereert maar wel de kosten al gemaakt moeten worden, zal het nieuwe poppodium mogelijk te maken krijgen met een aanloopperiode en de daarbij behorende aanloopverliezen. Naast de hiervoor genoemde reguliere exploitatiesubsidies heeft het nieuwe poppodium daarom mogelijk aanloopsubsidie nodig. Ten dele is hierin bij de prognose met de basisambitie al voorzien door de ingebouwde buffer voor tegenvallend bezoek.

6.3

Financiële risico’s in de exploitatieprognose

De belangrijkste risico’s in de exploitatieprognose zijn hierna vermeld.

Programmaresultaat Risico Het programmaresultaat kan tegenvallen, met name door lagere bezoekersaantallen dan op basis waarvan de act was ingekocht.

Resultaat horeca Risico’s • de gemiddelde horecabesteding van het publiek is lager, ten tijde van een economische crisis bijvoorbeeld gebruikelijk; • het aantal bezoekers valt tegen; • een lagere brutowinst horeca.

| 57

Maatregelen ter beheersing/beperking risico’s Er is in de exploitatieprognose rekening gehouden met een gemiddelde horecabesteding per bezoeker van € 9,00. Bij Corneel was die in 2016 € 8,22 en in 2017 € 7,68, bij de benchmarktheaters in 2016 € 8,73 en bij alle poppodia in 2016 € 9,51 en 2017 € 9,89. Er is in de branche dus sprake van een toenemend horecagebruik. Een bij Corneel € 1,00 tegenvallende gemiddelde besteding, tot onder de branchegemiddelden, betekent netto een financiële tegenvaller van circa € 20.000. Anders dan maatregelen ter bevordering van de consumptie die mogelijk enig resultaat zullen hebben, zijn er weinig mogelijkheden. Er zal ingeteerd moeten worden op de reserves (van Kubus).

LelySTART Risico Verliezen bij LelySTART.

10% minder bezoekers betekent netto een financiële tegenvaller van € 18.000. Mogelijk is er ruimte om dit risico te dekken vanuit de hiervoor behandelde flinke buffer voor een tegenvallend programmaresultaat.

Subsidies Risico Korting op subsidies.

Een lagere brutowinst kan ontstaan omdat het eigen of artiestengebruik uit de hand loopt, en/of er te duur wordt ingekocht, dan wel de korting op inkoop in het brouwerijcontract wordt verlaagd. Per procent lagere brutowinst betekent netto een financiële tegenvaller van circa € 3.000. In de exploitatieprognose is een brutowinst aangehouden van 70%, net zoveel als in 2017 bij Corneel. Het is iets lager dan het branchegemiddelde horeca, mede omdat Corneel met vrijwilligers werkt in de horeca en er door minder professionaliteit het risico kan zijn van hogere tapverliezen. Het risico van bederf van goederen is er nauwelijks bij ‘natte’ horeca als bij Corneel het geval is. In het algemeen is in ieder geval een goede bewaking van het brutowinstpercentage nodig, met name controle op het eigen en artiestengebruik dat binnen de daarvoor gestelde budgetten moet blijven, en op tapverlies. Daarnaast is permanente aandacht voor scherp inkopen en (eigen) opleiding/ scholing van vrijwilligers een mogelijkheid ter bevordering van professionaliteit. Een verlaging van de kortingsregeling door de brouwerij zou kunnen worden geweerd door andere brouwerijen uit te nodigen een voorstel te doen.

Maatregelen ter beheersing/beperking risico’s • beperken verlieslatende activiteiten – meestal instroomacts aan de onderkant, talent en artistiek interessante acts met in het algemeen een relatief laag publieksbereik; • minder activiteiten onder gelijke inperking van de formatie betaald personeel; • taken betaald personeel overhevelen naar vrijwilligers en daarmee inkrimpen personeelsformatie en besparing personeelskosten (de grootste kostenpost). Inkrimpen van de personeelsformatie zal niet zomaar en niet direct mogelijk zijn. Daarnaast zijn de mogelijkheden beperkt om ‘dagelijkse’ taken bij vrijwilligers te leggen; • kaasschaafmethode: een generieke korting op de kostenposten; • uitstel gepland onderhoud en vervangingsinvesteringen als de korting plaatsvindt op de exploitatiesubsidies die voor deze doeleinden worden verstrekt.

Maatregelen ter beheersing/beperking risico’s De risico’s zullen zich met name voordoen bij de horeca. De overige onderdelen zijn min of meer geborgd door vaste budgetten en afgedekt met subsidies. De aard van de risico’s bij de horeca hebben we hiervoor al geschetst. Wij nemen aan dat de financiële risico’s van LelySTART gedeeld worden met alle partners, waarmee het risico voor Corneel te overzien is.

| 58

Kosten algemeen Risico Overschrijdingen kosten. Maatregelen ter beheersing/beperking risico’s Allereerst is het risico van overschrijding van veruit de grootste kostenpost, personeelskosten, beperkt. Verder zijn de risico’s in de andere grote kostenposten programma-inkoop en horecakosten hiervoor al in beeld gebracht en maatregelen voorgesteld ter beheersing/beperking van de financiële risico’s. Verder is de ook grote post huisvestingskosten realistisch geraamd op basis van ervaringscijfers, zodat het risico van hogere kosten beperkt is. Daarbij is wel een goede organisatie nodig ter beperking van onnodig energieverbruik en ‘te veel’ schoonmaak. Resteren de andere kostenposten, die tezamen een relatief klein aandeel van de totale kosten uitmaken, waarmee ook het financiële risico beperkt is. Reserves Risico Beperkte reserves bij Kubus om tegenvallers op te vangen. Maatregelen ter beheersing/beperking risico’s Kubus heeft op dit moment inderdaad beperkte reserves. Het zal binnen de bestaande financiële kaders waarschijnlijk niet eenvoudig zijn de reserves te verhogen (anders was dit waarschijnlijk al gebeurd). Samen met de gemeente zou bijvoorbeeld een programma kunnen worden opgesteld om de reserves op peil te brengen, waarbij zowel Kubus als de gemeente een (financiële) bijdrage leveren.

Zoals al eerder vermeld zijn reserves natuurlijk geen oplossing om structurele tegenvallers op te vangen, maar wel een mogelijkheid om ‘tijd te kopen’ om een structurele oplossing te zoeken.

| 59

Bijlagen

Foto: website Doornroosje Nijmegen

| 60

Bijlage A lagroup en de adviseur Over LAgroup lagroup is een adviesbureau in de volle breedte van de vrijetijdssector. lagroup staat voor samen; binnen het adviesteam en met de opdrachtgever, maar altijd met behoud van onze oprechtheid, onafhankelijkheid en objectiviteit. Combinatie van leisure & arts lagroup is een specialist op het gebied van vrije tijd én cultuur, vaak in relatie tot gebiedsontwikkeling. De grenzen tussen deze twee werelden vervagen; denk bijvoorbeeld aan toprestaurants die zich in musea vestigen, hotels die luxe wellness ontwikkelen of een theater dat congresfaciliteiten aanbiedt. Omdat lagroup thuis is in het hele spectrum van de vrijetijds- en cultuursectoren kunt u met uw vraagstelling bij één bureau terecht. En mocht uw vraag toch onze expertise overstijgen, dan schakelen we een van onze vaste samenwerkingspartners in.

beurs- & evenementensector. In gebiedsontwikkeling en in regio-marketing komen deze aandachtsvelden vaak samen. We werken in opdracht van overheden, brancheorganisaties, projectontwikkelaars, ondernemers en instellingen. Onze opdrachten variëren van concept- en beleidsontwikkeling, marketing en organisatievraagstukken tot impact- en haalbaarheidsstudies. Bij opdrachten is groot of klein voor ons niet relevant; wij bieden altijd maatwerk aan dat naadloos aansluit bij het belang, het budget en de urgentie van een project. Van kindertheater of familiehotel tot megabioscoop of museum met internationale allure. Van G4 tot krimpgemeente. Ze zijn ons even lief. Voor meer informatie over lagroup zie www.lagroup.nl.

Eigenzinnig en kennisgedreven lagroup werkt met een vaste kring van gedreven adviseurs. Geen klonen van elkaar, maar eigenzinnige individuen die de ins & outs kennen van de sectoren waarin wij opereren. Adviseurs die kunnen meedenken én afstand nemen. Elk project krijgt een adviesteam dat past bij de vraagstelling. De adviseurs spreken de taal van de organisaties in onze sectoren en voelen zich persoonlijk betrokken bij de kwaliteit van deze sectoren – ze zijn dus goed ingevoerde gesprekspartners. Opdrachtgevers en opdrachten lagroup adviseert over kunst & cultuur, toerisme & recreatie, commerciële leisure, horeca & logiesaccommodaties, stedelijke & gebiedsontwikkeling en de congres-,

| 61

Over adviseur Peter Koppen Peter (1957) is sinds begin jaren 80 actief in de culturele sector. Na een loopbaan bij de Rabobank in o.a. de organisatieontwikkeling en zakelijke kredietverlening, werd hij in 1996 directeur van poppodium Patronaat in Haarlem. Dat was in 1984 mede door hem opgericht en hij was er jarenlang bestuurslid. Zijn missie van groei, professionalisering en nieuwbouw was gerealiseerd bij de opening van de nieuwbouw in 2005, waarna hij volgens plan afscheid nam van een poppodium met jaarlijks ruim 400 activiteiten, 120.000 bezoeken en zo'n 150 betaalde en vrijwillige medewerkers. Bij branchevereniging voor poppodia VNPF, waarvan hij medeoprichter was en jarenlang bestuurslid, is hij in 2006 enige tijd waarnemend directeur geweest. Vanaf 2007 werkt Peter als cultuuradviseur samen met LAgroup. Naast zijn advieswerkzaamheden had en heeft hij zitting (gehad) in vele besturen en commissies. Onder meer in de (voorheen Rijkscommissie en inmiddels opgeheven) Raad van Advies voor de Bouw van Podia van de VSCD, als lid van de beoordelingscommissie voor subsidies aan theaters en concertzalen van het Fonds Podiumkunsten, en commissielid van Erfgoedvereniging Heemschut.

Peter heeft voor LAgroup in alle culturele sectoren vele adviesopdrachten uitgevoerd, van podiumkunsten theater en poppodia, tot filmhuizen, musea en bibliotheken en centra voor de kunsten, van conceptontwikkeling en ondersteuning bij beleid tot haalbaarheidsstudies en organisatorische en financiële vraagstukken, doorlichtingen en verzelfstandigingen. Voor meer achtergrondinformatie over de adviseur, zie www.lagroup.nl.

| 62

Bijlage B Specificaties ruimtelijke en financiële uitwerking b1 Ruimtelijk en investeringen In hoofdstuk 5 zijn de ruimtelijke uitwerking en de investeringsramingen behandeld. Voor een specificatie van de diverse cijfers wordt in het hoofdstuk verwezen naar diverse specificaties. Deze specificaties zijn opgenomen in deze bijlage B, te weten achtereenvolgens: • het ruimtelijk programma van eisen (RPvE) • het vlekkenplan met twee positioneringsvarianten • de specificatie van de investeringsramingen en de huisvestingskosten

| 63

Globaal Ruimtelijk Programma van Eisen, Ruimtestaat

10790 Corneel Lelystad versie: 20181205

Globaal RPvE ruimte Nr

Ruimteomschrijving

aantal [stuks]

[m2]

Publieksvoorzieningen pub.01 pub.02 pub.03 pub.04 pub.05a pub.05b pub.06

entrée (tochtportaal) ontvangstruimte kassabalie garderobe bezoekers toiletten bezoekers miva toilet lift

totaal

bvo

op begane grond (indicatie benodigde 1e verd. indicatief 2e verd. Indicatief footprint) fno bvo fno bvo fno bvo

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

225

325

175

253

30

43

20

29

benodigde m2 (fno)

30 60 8 52 2,5 5 in verkeersopp.

1 1 1 1 26 2

Café/ kleine zaal

30 60 8 52 65 10

283

30 60 8 52 20 5

409

283

café zitruimte podium opstelruimte mixpositie (geluid, licht) opstelruimte bar

70 40 4 16

1 1 1 1

70 40 4 16

70 40 4 16

caf.11 caf.12 caf.13 caf.14 caf.15 caf.16

keuken afwaskeuken magazijn biertankruimte/fustruimte emballage wasmachineruimte

16 16 16 14 14 6

1 1 1 1 1 1

16 16 16 14 14 6

16 16 16 14 14 6

caf.21 caf.22 caf.23

kleedruimte medewerkers toiletten medewerkers opslag stoelen, tafels

6 2,5 16

2 2 1

12 5 16

12 5 16

caf.31 caf.32 caf.33 caf.34

opslag techniek podium change-over ruimte versterkerruimte dimmerruimte

10 20 4 4

1 1 1 1

10 20 4 4

10 20 4 4

1/4

gekoppeld aan café, open verbinding

25 5

409

caf.01 caf.02 caf.03 caf.04

Opmerkingen

0

650 jassen voor zaal en café

20

0

0

0 40 à 50 zitplaatsen of 125 à 150 staplaatsen, vrije hoogte min. 4,5 m bxd8x5m

ook voor bars zaal ook voor bars zaal ook voor bars zaal

Globaal Ruimtelijk Programma van Eisen, Ruimtestaat

10790 Corneel Lelystad versie: 20181205

Globaal RPvE ruimte Nr

Ruimteomschrijving

aantal [stuks]

[m2]

Zaalruimte za.01 za.02a za.02b za.03 za.04 za.05 za.06 za.07

popzaal opstelruimte bezoekers zaal opstelruimte bezoekers balkon opstelruimte bezoekers balkon (reserveruimte) mixpositie (bedieningspaneel geluid/licht) podium opstelruimte bar opstelruimte trap naar galerij/balkon opstelruimte ingeschoven tribune

za.11 za.12 za.13 za.14

zaalsluizen achterruimte bar versterkerruimte dimmerruimte

totaal

bvo

op begane grond (indicatie benodigde 1e verd. indicatief 2e verd. Indicatief footprint) fno bvo fno bvo fno bvo

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

549

792

0

0

390

563

159

229

benodigde m2 (fno)

495 180 90 23 16 128 14 8

1 1 1 1 1 3 2

180 90 23 16 128 42 16

180

6 8 10 8

2 3 1 1

12 24 10 8

6 16

inwendige vrije hoogte min. 9 m 400 staplaatsen 200 staplaatsen 50 staplaatsen

90 23 16 128 28 16

Opmerkingen

b x d 16 x 8 m 14

PM

Backstage

475

686

238

344

bkst.01 bkst.02 bkst.03 bkst.04 bkst.05 bkst.06

kleedruimte artiesten werkruimte tourmanager huiskamer bands/artiesten/crewleden pantry/keuken douches toiletten

20 10 40 10 3 2,5

3 1 1 1 6 8

60 10 40 10 18 20

20

bkst.11 bkst.12 bkst.13 bkst.14 bkst.15

laad- en losruimte inpandig opslag podium change-over ruimte werkplaats podiumtechniek controlroom beveiliging/ehbo ruimte

90 40 40 30 12

2 1 1 1 1

180 40 40 30 12

180

bkst.21

goederenlift

15

1

15

15

6 5

237

6 8 10 8

342 40 10 40 10 12 15

0

0 ook voor podium café/kleine zaal

20 x 4,5 m, vrije hoogte min. 4,5 m 40 40 30

12

2/4

3 x 5 m; afhankelijk van ligging ruimtes op verdieping

Globaal Ruimtelijk Programma van Eisen, Ruimtestaat

10790 Corneel Lelystad versie: 20181205

Globaal RPvE

totaal

bvo

op begane grond (indicatie benodigde 1e verd. indicatief 2e verd. Indicatief footprint) fno bvo fno bvo fno bvo

[m2]

[m2]

[m2]

183

6

benodigde m2 (fno) ruimte

aantal [stuks]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

9

121

175

0

0

6

129

Nr

Ruimteomschrijving

oefb.00 oefb.01 oefb.02

Oefenruimtes bands entrée (tochtportaal) oefenruimte bands/ lesruimte popschool opslagruimte instrumenten bands

6 24 3

1 2 10

6 48 30

oefb.03 oefb.04

huiskamer bands/popschool pantry

30 8

1 1

30 8

30 8

oefb.05

toiletten

2,5

2

5

5

127

Kantoor- en dienstruimtes

203

Opmerkingen

6 48 30

293

70

101

4

186

facil.01 facil.02 facil.03

kantoorruimte spreek/overleg/vergader/workshopruimte ruimte printer/copier

16 30 4

3 1 1

48 30 4

48 30 4

facil.11 facil.12 facil.13

huiskamer/lunch/eetruimte medewerkers/vrijwilligers pantry toiletten medewerkers

30 8 2,5

1 1 2

30 8 5

30 8 5

facil.21 facil.22 facil.23 facil.24 facil.25

opslagruimte (pr-materiaal, archief, aankleding etc.) opslag schoonmaakmiddelen e.d. werkkasten afvalberging/ containeropslag goedereningang/bevoorrading horeca

32 10 4 12 12

1 1 3 1 1

32 10 12 12 12

32 10 4 12 12

3/4

4

4

6 à 8 werkplekken medew/stage/vrijwill. ook voor verhuur

Globaal Ruimtelijk Programma van Eisen, Ruimtestaat

10790 Corneel Lelystad versie: 20181205

Globaal RPvE ruimte Nr

Ruimteomschrijving

totaal

bvo

op begane grond (indicatie benodigde 1e verd. indicatief 2e verd. Indicatief footprint) fno bvo fno bvo fno bvo

[m2]

[m2]

[m2]

benodigde m2 (fno) aantal [stuks]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

[m2]

Opmerkingen

Totalen [m2 fno] 225 283 549 475 127 203

Publieksvoorzieningen Café/ kleine zaal Zaalruimte Backstage Oefenruimtes bands Kantoor- en dienstruimtes

1.862 [m2 fno]

Functioneel Nuttig oppervlak (fno) Verkeersruimte Ruimten voor gebouw installaties Indelingsverliezen

20% 9% PM

Bruto Vloer Oppervlak (BVO)

372 168 -

2.402 [m2 nvo]

Netto Vloer Oppervlak (NVO) Oppervlak voor constructie en niet dragende scheidingswanden conform NEN 2580

Opmerkingen

12%

288

autoparkeerplekken bezoekers fietsparkeerplekken bezoekers

20 0 159 0 0 129

772 [m2 fno]

782 [m2 fno]

308 [m2 fno]

154 30

156 2

62 136

956

940

506

112 2

2.690 m bvo

1.071 m bvo

2

1.071 m footprint

1,44

Buitenruimte opstelruimte bezoekers voor entrée/(rookplek?) opstelruimte vrachtwagen band (apparatuur) parkeerplekken bandleden/medewerkers (laadpaal?) fietsparkeerplekken medewerkers opstelruimte opnamewagen lokale omroep

30 0 390 237 121 4

115 2

vide zaal vide goederenlift backstage totaal factor bvo/fno

175 283 0 238 6 70

20 m2 pm ntb 8 m2

ca . 6 fietsen

ntb in nabije omgeving in nabije omgeving

4/4

61 2

1.052 m bvo

567 m2 bvo

18 1.070 m2

311 18 896 m2

Corneel Lelystad situering 20181205

Corneel Variant 1

Variant 2

Corneel

Corneel Lelystad Globaal vlekkenplan variant 1 20181205

oefenruimtes bands

backstage

p v

grote zaal

1e verdieping

laad/los ruimte

lift

bs

dienstr.

techn.install.

kantoorruimtes

balkon gr.zaal

p v

2e verdieping

café/ kleine zaal

keukenr. horeca opslag , techniek kleine zaal

ca. 30 m publieksvoorz.

schaal ca 1:500 (A4)

begane grond

publieksvoorzieningen café/ kleine zaal keukenruimtes/techniekruimtes

grote zaal backstage/laad-los dienstruimtes

oefenruimtes/popschool kantoorruimtes technische installatieruimte

Corneel Lelystad Globaal vlekkenplan variant 2 20181205

publieksvoorz.

publieksvoorz.

kantoor ruimtes

oefenruimtes bands

grote zaal

balkon grote zaal

techn. install.

l

backstage

1e verdieping

2e verdieping

publieksvoorzieningen

café/ kleine zaal

keukenruimtes, horeca opslag, techniek kz

backstage

ca. 36 m

dienstruimtes laad/losruimte

lift

begane grond

publieksvoorzieningen café/ kleine zaal keukenruimtes/techniekruimtes

schaal ca 1:500 (A4)

grote zaal backstage/laad-los dienstruimtes

oefenruimtes/popschool kantoorruimtes technische installatieruimte

Bouwkostenmanagement Poppodium Corneel Lelystad onderdeel: projectfase: rapportnummer: status: datum: opdrachtgever:

Vestigingen: Houten - Amsterdam - Rotterdam Telefoon: 088 - 226 74 00 Internet: www.bbn.nl

Exploitatiekosten Programma van Eisen 10790.A.2.PVE.EXPL.D Definitief 7 december 2018 Gemeente Lelystad / LAgroup

PROJECTGEGEVENS ALGEMEEN projectnaam: plaats: werknummer: rapportnummer: omschrijving: onderdeel: projectfase: status: versie: variant: datum: opgesteld door: gezien door:

Poppodium Corneel Lelystad 10790 10790.A.2.PVE.EXPL.D Bouwkostenmanagement Exploitatiekosten Programma van Eisen Definitief A 2 7 december 2018 ing. M. (Micky) Zondag ing. M. (Mark) Bruin

BOUWPARTNERS opdrachtgever: architect: constructeur: installatieadviseur: bouwfysisch adviseur: aannemer: bouwkostenmanagement:

Gemeente Lelystad / LAgroup n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. bbn adviseurs

INHOUDSOPGAVE projectgegevens gehanteerde gegevens en uitgangspunten vormanalyse overzicht exploitatiekosten totaal investeringskosten onderbouwing investeringskosten totaalblad bouwkosten onderbouwing bouwkosten

M.Zondag@bbn.nl M.Bruin@bbn.nl

06 -13 97 53 37 06 - 51 51 31 02

pagina 2 3 4 5 6 7 9 10

pagina 2 van 13

GEHANTEERDE GEGEVENS EN ALGEMENE UITGANGSPUNTEN GEHANTEERDE GEGEVENS Globaal ruimtelijk programma van Eisen, bbn adviseurs Vlekkenplan, bbn adviseurs

d.d. 5 december 2018 d.d. 5 december 2018

Algemene uitgangspunten Alle bedragen exclusief BTW (alleen investeringskosten ook inclusief BTW aangegeven) Prijspeil begroting is november 2018 Exclusief eventuele asbestsanering Inclusief losse en gebruikersspecifieke vaste inrichting

Exploitatiekosten Exclusief kapitaallasten huidige situatie Exclusief kosten opgenomen voor de aankoop van grond en gebouw Afschrijving bouwkundig 40 jaar Afschrijving installaties 20 jaar Afschrijving inrichting 8 jaar Rente 3% aangehouden Inclusief onderhoud, energieverbruik, water, schoonmaak, beveiliging & bewaking, heffingen, belastingen en verzekeringen. (voor demarcatie eigenaar / gebruiker zie overzicht op pagina 5) Exclusief opbrengsten vanuit verkoop / verhuur Exploitatiekosten exclusief BTW gerekend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e048738a-2c96-415c-8f9a-8cd554a93afc