Ontwerp programmabegroting 2026 - 2029
Tekst van het document
Gerelateerde verbonden partijen GR - GGD Flevoland
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 61
7.2
Riolering
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -6.980 8.869
2027 -6.998 8.869
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -6.998 8.869
2029 -6.998 8.869
Wettelijk [0%] [0%]
Context Op basis van de Wet Milieubeheer hebben gemeenten een afvalwaterzorgplicht en op basis van de Waterwet hebben gemeenten een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. De uitwerking van deze zorgplichten dient iedere gemeente uit te werken in een zogeheten Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), waarin de bijbehorende kosten inzichtelijk worden gemaakt evenals de dekking (in de vorm van rioolheffing). Wat willen we bereiken? Voldoen aan de wettelijke zorgplichten op gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater zonder dat er overlast ontstaat voor bewoners en gebruikers. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die samenhangen met de taken op het gebied van afvalwater en waterhuishouding. Het gaat hierbij om de opvang, transport en verwerking van afval- en hemelwater, de inzameling en het transport van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en het voorkomen van grondwaterproblemen, onder meer door afvoer van overtollig grondwater. Naast het dagelijks onderhoud en het uitvoeren van inspecties gaat het hierbij ook om het voorzien van kosten die horen bij het groot onderhoud. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de rioolheffing, die geheven wordt bij particulieren. De bijdrage voor het riool vanuit de bedrijven c.q. de niet-woningen ontvangt de gemeente via de ozb.
Bij de berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing worden naast bovenstaande directe kosten, ook de indirecte kosten zoals kwijtscheldingen rioolheffing, de toerekenbare BTW, een deel van de reinigingskosten en de bedrijfsvoeringskosten betrokken. Op basis van het GRP 2022 zal jaarlijks een actualisatie van de tarieven worden doorgevoerd waarin, minus de ICLbijdrage op dit taakveld, 100% kostendekkendheid het uitgangspunt is. Gerelateerde beleidsnota's Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022 Rioolbeheerplan 2020 - 2025 Integraal Grootonderhoud Openbare Ruimte (IGOR)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 62
7.3
Afval
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -13.116 16.885
2027 -13.131 16.884
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -13.131 16.883
2029 -13.131 16.883
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, de handhaving van het afvalbeleid en de inningskosten. HVC voert een belangrijk deel van deze wettelijke taken uit op het gebied van inzameling en verwerking. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de afvalstoffenheffing en de inkomsten uit waardevolle afvalstromen, zoals oud papier en plastic. Wat willen we bereiken? Uitvoering geven aan de ambities als vastgelegd in het beleidskader Van Afval Naar Grondstof (VANG), dat er in 2030 60% van al het huishoudelijk afval moet worden gerecycled. In 2035 moet dit 65% zijn. Beoogd effect: vermindering hoeveelheid restafval en toename hoeveelheid ingezamelde grondstoffen. Omdat nog niet alle fases van het Nieuwe Inzamelen uitgevoerd zijn is de doelstelling nog niet behaald. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, de handhaving van het afvalbeleid en de inningskosten. HVC voert een belangrijk deel van deze wettelijke taken uit op het gebied van inzameling en verwerking. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de afvalstoffenheffing en de inkomsten uit waardevolle afvalstromen, zoals oud papier en plastic.
Bij de berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing worden naast bovenstaande lasten (directe kosten), ook de kwijtscheldingen afvalstoffenheffing, toerekenbare BTW en bedrijfsvoering kosten betrokken en vindt een doorbelasting plaats op het gebied van Handhaving en Reiniging. De beïnvloedbaarheid van de lasten is beperkt en de beïnvloedbaarheid van de baten wordt beperkt door de maximaal toegestane kostendekkendheid van 100%. In 2022 is de evaluatie over het beleid met de raad opgestart en deze zal dienen als basis voor actualisatie van het beleid. Dit proces wordt in 2026 afgerond. Vanaf 1 januari 2025 is er een verplichting om ook bij hoogbouw GFT afval gescheiden in te zamelen. Als gevolg van vertraging in de aanloopfase zal dit in 2026 door middel van het plaatsen van bovengrondse verzamelcontainers worden ingevoerd. Gerelateerde beleidsnota's Afvalstoffenbeleidsplan 2015
Gerelateerde verbonden partijen N.V. - HVC
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 63
7.4
Milieubeheer
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -5.492 323
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
2027 -4.963 -
Bedragen x €1.000
2028 -4.780 -
2029 -4.780 -
Wettelijk [ 20 % - 40 %] [0%]
Context De gemeente heeft diverse wettelijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet, onder meer met betrekking tot milieu en duurzaamheid. Daarnaast worden binnen dit taakveld diverse activiteiten uitgevoerd op het gebied van duurzaamheid (met als hoofddoelen in willekeurige volgorde de energie- en warmtetransitie, het bereiken van een circulaire economie en bewerkstelligen van een klimaatadaptieve stad) en ondersteunt de gemeente inwoners op het gebied van asbestsanering van dakbedekking. Wat willen we bereiken? Omgevingswet: Met de komst van de Omgevingswet (2024) is de gemeente bevoegd gezag geworden voor een aantal bodemtaken. Tot voor kort was de Provincie bevoegd gezag en zijn waren de taken belegd bij de omgevingsdienst. Dit waren en zijn basistaken die de Omgevingsdienst uitvoert, nu namens de gemeente. Het is nog onduidelijk wat de bijdrage uit het gemeentefonds zal zijn voor deze 'bodemtaken' en of deze aansluit bij de kosten van de Omgevingsdienst. We ontwikkelen, zo mogelijk provinciebreed, goed, passend en werkbaar beleid voor bodemgerelateerde onderwerpen zoals grondverzet, bodemenergie, water en bodem sturend, bodemgezondheid. Daarnaast werken we aan goed, passend en werkbaar beleid voor behoud van archeologische waarden in situ en zo nodig ex situ. Beleid wordt verwerkt in Omgevingsplannen en projecten.
Asbestproblematiek: De gemeente heeft de taak om inwoners te informeren over de asbestproblematiek. Hiervoor zijn er ter ondersteuning van inwoners middelen geraamd voor de dekking van advies- en ondersteuningskosten en biedt de gemeente huiseigenaren de mogelijkheid een lening af te sluiten en subsidie aan te vragen voor de vervanging van asbesthoudende daken. Handhaving en toezicht: Een deel van de taken die voortvloeien uit het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) maken eveneens onderdeel uit van dit taakveld. Het gaat daarbij in dit taakveld om het uitvoeren van onder meer toezicht kamerverhuur, wet kinderopvang en woningwet. Daarnaast gaat het over bouw- en slooptoezicht in combinatie met nieuwbouw, het uitvoeren van controles op constructieve veiligheid van bouwwerken en dergelijke. Daarnaast hebben de lasten betrekking op juridische ondersteuning, bijvoorbeeld bij complexe vergunningaanvragen. Hier is ook nadrukkelijk een link met het taakveld wonen en bouwen (8.3) waar de omgevingsvergunningen worden verleend. Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV): De OFGV verzorgt sinds 1 januari 2013 milieutaken en brandveilig gebruik op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Onder de taken van de Omgevingsdienst vallen: het uitvoeren van de (coördinatie van)milieutoezicht, het toezicht op brandveilig gebruik en asbestverwijdering, het behandelen van milieuklachten en de toezicht op bodemkwaliteit, plus het juridisch vervolg op overtredingen. De OFGV is gemandateerd het Risicoregister gevaarlijke stoffen (Rrgs) te beheren namens de gemeente. Daarnaast voert de OFGV de controle en handhaving uit op de energiebespaarplicht van bedrijven en de minimale kantoorlabel C verplichting. Duurzaamheid: In 2020 is begonnen met de uitvoering van het door het college vastgestelde Actieplan Duurzaamheid. Daaronder vallen de projecten die we uitvoeren om de doelstelling te bereiken die vastliggen in de Kadernota Duurzaamheid en daarnaast geven we invulling aan de opgaven die onder meer door het Rijk zijn opgelegd. De energie- en warmtetransitie, klimaatadaptatie en de overgang naar een circulaire economie vallen daaronder. Warmtetransitie: Bij de warmtetransitie is bepaald dat deze haalbaar en betaalbaar moeten zijn voor de inwoners, maar zeker ook voor de gemeentelijke organisatie. Door de raad zijn kaders en doelstellingen vastgesteld in de Kadernota Op weg naar nieuwe energie, en de Volgorde der wijken.
Er is inmiddels een start gemaakt met het op meer structurele basis beschikbaar stellen van middelen vanuit de landelijke overheid via Specifieke Uitkeringen inzake energiearmoede bestrijding, bemensing en isolatieacties. Met deze middelen en de bestaande middelen uit de gemeentebegroting is een programmatische aanpak en -aansturing opgezet waarmee een start is gemaakt met de uitvoeringsorganisatie van de warmtetransitie. In 2025 zal er verder gewerkt worden aan het opstellen van wijkuitvoeringsplannen in nauwe participatie met eigenaren en andere stakeholde
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 64
7.4
Milieubeheer (vervolg)
Lasten Baten
2026 -5.492 323
2027 -4.963 -
Bedragen x €1.000
2028 -4.780 -
2029 -4.780 -
Wat gaan we daarvoor doen? Omgevingswet: Voor onderwerpen in de leefomgeving (bodem, archeologie, geluid, veiligheid, energie etc) worden waar nodig beleidskaders ontwikkeld die aan de raad worden voorgelegd. Een deel hiervan zal uiteindelijk in het Omgevingsplan worden opgenomen. Asbestproblematiek: Door de procesbegeleider worden eigenaren geholpen bij de vervanging van hun asbestdak en/of -gevel. Hierbij kunnen eigenaren een lening en/of een subsidie aanvragen. Duurzaamheid: De energie- en warmtetransitie wordt ook in Lelystad steeds concreter en daarom bereiden we de overgang voor naar een aardgasvrije samenleving. De periode tot 2050 staat in het teken van het voorbereiden van woningen / bedrijven, bijvoorbeeld door na-isolatie en het uiteindelijk overstappen naar een aardgasloze energievoorziening. De opgave, de mogelijkheden en de relaties met andere opgaven in de stad zijn vastgelegd in de Transitievisie warmte die uit drie onderdelen bestaat: de spelregels (kadernota), de volgorde der wijken en de wijkuitvoeringsplannen. Uit de wijkuitvoeringsplannen zal voor elke wijk blijken welke vorm de energietransitie krijgt en wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor bewoners en bedrijven. De programmaorganisatie is groeiende en zal in de eerste wijken verder gaan met het gezamenlijk opstellen van Wijkuitvoeringsplannen.
Deze plannen worden, na raadsconsultatie, door het college vastgesteld. Op de bedrijventerreinen worden maatwerkgesprekken gevoerd met de grootste energieverbruikers om tot besparing en transitie over te gaan. Voor de netcongestieproblematiek werken we samen met netbeheerders en provincie aan oplossingen om de schaarse energiebeschikbaarheid zorgvuldig in te zetten. Tegelijkertijd worden voor de wijken die nog niet aan de beurt zijn collectieve inkoopacties georganiseerd voor gevel- en vloerisolatie en HR++ glas. Bewoners kunnen voor vragen over de energietransitie terecht bij het Energieloket Lelystad. Het isoleren van gebouwen (woningen, bedrijven, maatschappelijk vastgoed) wordt door middel van subsidie en leningen gestimuleerd. Hiervoor is naast de gemeentebegroting ook geld beschikbaar vanuit het Rijk en gebiedsgebonden bijdrage uit de windplannen. Aanpalend zijn de RES-doelstellingen (Regionale Energiestrategie) en de raadsdoelstelling Energieneutraal. Daartoe wordt onderzoek gedaan naar de opwek- en opslag van duurzame energie in het buitengebied in Lelystad. Eén van de uitgangspunten/kaders hierbij is het Regioplan Windenergie. Windplan West is het laatste plan dat nog ontwikkeld kan worden. In verband met de netcongestie onderzoeken we de mogelijkheden van een energiehub ten behoeve van bedrijventerreinen.
Naast de energietransitie wordt ook verder gebouwd aan het klimaatadaptief maken van de stad. De Lelystadse Adaptatie Strategie is hier een belangrijke spil in. Deze is vastgesteld in maart 2023 en beschrijft wat de rol van de gemeente is in haar beleid en uitvoerende activiteiten. Net als bij de warmtevisie worden er op wijkniveau klimaatadaptieve maatregelen voorgesteld die zo veel als mogelijk samen lopen met GO. Ook de circulaire economie zal in 2030 (50% reductie van primaire abiotische grondstoffen) en 2050 landelijk vorm gekregen moeten hebben. De gemeente zet daarin in op de eigen verantwoordelijkheid in het hoofdstuk economie. Lokaal voedsel wordt daarnaast meer gewaardeerd en veelvuldig gebruikt. Verspilling in de keten wordt zoveel mogelijk beperkt en ook in de productie daarvan vinden transities plaats en worden kringlopen gesloten. Gerelateerde beleidsnota's Kadernota duurzaamheid Actieplan duurzaamheid 2021-2024 Kadernota Op weg naar nieuwe energie, en besluit Volgorde der Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS) Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP)
Gerelateerde verbonden partijen GR - OFGV
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 65
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -325 401
2027 -328 401
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -328 401
2029 -328 401
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context Op basis van de Wet op de lijkbezorging heeft de gemeente diverse wettelijke verplichtingen, zoals het hebben van een begraafplaats. Wat willen we bereiken? Een gemeentelijke begraafplaats die voldoende ruimte biedt voor het respectvol begraven van overledenen, het bijzetten van asbussen/-urnen, het verstrooien van as en het bieden van een voor de nabestaanden nette en rustige omgeving om hun overledenen te herdenken. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de exploitatie van de gemeentelijke begraafplaats. Bij de berekening van de kostendekkendheid van de begraafexploitatie worden naast directe kosten, ook de toerekenbare bedrijfsvoeringskosten betrokken. In 2026 zal een grafveld, planmatig worden geruimd en wordt het bedrijfsgebouw gerenoveerd. Gerelateerde beleidsnota's Begraafplaatsexploitatie 2015 - 2035
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 66
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing De taakvelden binnen het cluster ‘8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing’ hebben betrekking op ruimtelijke ordening, grondexploitaties van niet- bedrijventerreinen en de beleidsterreinen wonen en bouwen. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2026 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
8. Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (bedragen x €1.000) Lasten 8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Lasten Baten 8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Baten Eindtotaal
2026
2027
2028
2029
-4.444 -31.102 -10.081 -45.628
-4.322 -22.759 -8.899 -35.980
-4.172 -15.802 -8.203 -28.177
-4.072 -13.935 -6.952 -24.959
50 30.041 8.671 38.762 -6.865
50 21.979 7.502 29.531 -6.448
50 15.022 6.812 21.884 -6.293
50 13.155 6.812 20.017 -4.942
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 67
8.1
Ruimte en leefomgeving
Lasten Baten
2026 -4.444 50
2027 -4.322 50
Hoofdopgave raadsakkoord: 3. Natuur & 7. Stedelijke Vernieuwin Aard activiteiten: Portefeuillehouder(s): Beinvloedbaarheid lasten P. van Dijk Portefeuillehouder(s): Beinvloedbaarheid baten: Onderdeel begrotingsmonitor 2026: Nee
Bedragen x €1.000
2028 -4.172 50
2029 -4.072 50
Wettelijk [0%] [0%]
Context Op basis van de Omgevingswet hebben gemeenten diverse taken gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De gemeente richt zich in dit kader op onderzoeken van maatschappelijk relevante ontwikkelingen en het formuleren, monitoren en actualiseren van strategisch ruimtelijk beleid in de omgevingsvisie, het wijzigen van het omgevingsplan of aspecten daarvan. Wat willen we bereiken? Tot dit taakveld behoren de lasten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken op grond van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om de voorbereiding- en vaststelling van visies, wijzigingen van het omgevingsplan, gebiedsgerichte programma's en het uitvoering geven aan een faciliterend grondbeleid. Ook het planologisch mogelijk maken van nieuwe initiatieven en afhandelen van bezwaar en beroep (in verband met het omgevingsplan en nadeelcompensatie) hoort tot dit taakveld. Het beoogde effect van de werkzaamheden is het creëren, behouden en het verder verbeteren van een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doen we door het zogenaamd evenwichtig toedelen van functies aan locaties. De beïnvloedbaarheid van de lasten is zeer beperkt, aangezien hier uitvoering wordt gegeven aan een wettelijke taak en er een directe relatie bestaat met andere beleidsterreinen.
Wat gaan we daarvoor doen? In het komende jaar wordt gewerkt aan de afronding van de omgevingsvisie 2050. De verwachting is dat deze in Q1 2026 wordt vastgesteld. De transitie van het omgevingsplan is een meerjarig project en zal daarom ook het hele jaar 2026 en daarna in beslag nemen. De gebiedsprogramma's Waterfront, Hart van de Stad en Zuiderhage zijn inmiddels opgestart en zullen 2026 de werkzaamheden continueren. Daarnaast wordt op strategisch niveau nagedacht en gesproken met Rijk, Provincie en regio over bovenlokale ontwikkelingen en hun effect op de leefomgeving en ontwikkeling van Lelystad. Gerelateerde beleidsnota's Structuurplan Lelystad 2015 Lichte actualisatie structuurplan 2015 Nota stedelijke vernieuwing op uitnodiging 2015 - 2018 Woonvisie Lelystad 2022 - 2027 Omgevingsvisie Lelystad 2040, Startnota Doorontwikkeling Omgevingsvisie Lelystad
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 68
8.2
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
Lasten Baten
2026 -31.102 30.041
2027 -22.759 21.979
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen & 7. Stedelijke Vernieuwi Aard activiteiten: Portefeuillehouder(s): Beinvloedbaarheid lasten S. Kruis Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Beinvloedbaarheid baten: Onderdeel begrotingsmonitor 2026: Nee
Bedragen x €1.000
2028 -15.802 15.022
2029 -13.935 13.155
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context De gemeente heeft in het verleden geïnvesteerd in (bouw)grondposities die in de komende jaren worden ontwikkeld en verkocht. Dit taakveld heeft betrekking op grondexploitaties voor voornamelijk woningbouw waar de gemeente zelf grondeigenaar is. Deze grondexploitaties zijn gebaseerd op een door de raad vastgesteld ruimtelijk en inhoudelijk programma. Dit programma wordt financieel vertaald in een grondexploitatie waar de inkomsten en uitgaven inzichtelijk worden gemaakt. De baten en lasten die in de jaarschijven van dit taakveld zijn weergegeven, hebben betrekking op de jaarschijven van de meerjarige projectbegroting die door de raad zijn vastgesteld. Het zijn daarom ook niet de resultaten van de grondexploitaties. Over de financiële resultaten van de grondexploitaties wordt gerapporteerd in de paragraaf grondbeleid. Op grond van wettelijke regels is een degelijke en realistische onderbouwing noodzakelijk van alle kosten, baten en de looptijd van de exploitatie. Wat willen we bereiken? Activiteiten die gericht zijn op het scheppen van fysieke condities voor woningbouw zijn - behoudens sociale woningbouw - geen wettelijke taak. Zij dragen wel bij aan de (verdere) ontwikkeling van de stad. Het zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening is daarentegen wel een wettelijke taak.
Wat gaan we daarvoor doen? De gemeentelijke grondexploitatie woningbouw is in essentie gericht op de verwerving, productie en levering van bouwrijpe grond als ondersteuning van de ruimtelijke doelen op het gebied van wonen en leven. Het draagt zorg voor bedrijfseconomische optimalisatie bij het ontwikkelen van plannen en advisering over de financieel-economische gevolgen. Hierbij heeft de gemeente de taak om in het kader van actief grondbeleid voldoende grond beschikbaar te hebben, waarbij er verantwoord wordt omgegaan met de risico’s die samenhangen met het exploiteren van gronden. In 2023 heeft de raad de nota grondbeleid 2023-2030 vastgesteld. Het grondbeleid ondersteunt de ruimtelijke doelen die de gemeenteraad heeft gesteld. Na vaststelling van de grondexploitaties kunnen zich ontwikkelingen voordoen op bijvoorbeeld het gebied van wetgeving en economie. Deze invloeden worden zo goed als mogelijk gemanaged en wordt er gestuurd op gewenste uitkomsten. Wijzigingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor de balanspositie en risico's. De inkomsten zijn sterk afhankelijk van de marktontwikkelingen. De nieuwbouw van woningen in Lelystad is er op gericht om de komende jaren voldoende woningen te bouwen voor eigen inwoners en aanvullend woningen toe te voegen voor het opvangen van het regionale en landelijke woningtekort.
Zuiderhage (voormalig Warande 2.0/ ZuiderC) in Lelystad Zuid biedt mogelijkheden om te voldoen aan een verhoogde en versnelde vraag om bouwgrond. Verder dragen de bestaande stad en de kust locaties bij aan de verdere invulling van de woningbouwopgave. Bij inbreidingslocaties is de doorlooptijd doorgaans langer dan bij uitleglocaties in verband met de participatie van omwonenden. De huidige productiecapaciteit (gronden in voorraad) is gebaseerd op 350 woningen per jaar. De verhoging van de productiedoelstellingen vraagt dan ook om vergroting van de productiecapaciteit. Verder vindt er woningbouw plaats op gronden van derden. Gezamenlijk moet dit de woningbouw opleveren waar behoefte aan is. Onze opgaven zijn groot en complex en er worden hoge eisen gesteld aan ambities op het gebied van de kwaliteit van ontwikkelingen. Daarmee wordt beoogd te bereiken dat de ontwikkelingen een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van het welzijn in Lelystad. Tegelijkertijd moeten ontwikkelingen enerzijds betaalbaar blijven voor de eindgebruiker en tevens financieel haalbaar zijn voor de gemeente. Dat vraagt om maatwerk in de ontwikkelingen om zodoende een optimale combinatie van haalbare maatschappelijke ambities binnen een acceptabel financieel kader te bepalen. Het maatschappelijk grondbeleid biedt de mogelijkheden om de afwegingen te maken die daarvoor nodig zijn.
Er wordt niet gegaan voor de hoogst haalbare verkoopprijs bij een gronduitgifte, maar te streven naar het hoogst haalbare integrale resultaat. Het is belangrijk dat mede door inzet van het maatschappelijk grondbeleid regie blijft te worden gevoerd om de woningbouwopgave zowel kwantitatief als kwalitatief mogelijk te maken. Gerelateerde beleidsnota's Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) Nota grondbeleid gecombineerd met uitgifte en grondprijsbeleid Verordening grond- en grondontwikkeling
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 69
8.3
Wonen en bouwen
Lasten Baten
2026 -10.081 8.671
2027 -8.899 7.502
Bedragen x €1.000
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen & 7. Stedelijke Vernieuwi Aard activiteiten: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Beinvloedbaarheid lasten Portefeuillehouder(s): Beinvloedbaarheid baten: Onderdeel begrotingsmonitor 2026: Ja
2028 -8.203 6.812
2029 -6.952 6.812
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van o.a. de Woningwet, de Huisvestingswet, Wet goed verhuurderschap, Wet betaalbare huur en het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting hebben gemeenten diverse wettelijke taken uit te voeren op het gebied van wonen en bouwen. Zo moeten gemeenten beschikken over een actueel en vastgesteld woonbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van een woonvisie. Daarnaast schrijft de Omgevingswet (OW) gemeenten voor hoe om te gaan met de omgevingsvergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Het taakveld wonen en bouwen heeft relaties met diverse andere taakvelden waaronder maatwerkvoorzieningen (WMO), grondexploitatie en openbaar groen en (openlucht) recreatie. Er wordt binnen dit taakveld samengewerkt met woningcorporaties, bewoners, projectontwikkelaars, particuliere verhuurders, makelaars, institutionele beleggers, bouwbedrijven, andere gemeenten, de provincie, huurdersorganisaties etc. Het raadsakkoord is vastgesteld door de gemeenteraad en is de overkoepelende opdracht waarmee de raad, het college en de ambtelijke organisatie in de raadsperiode 2022 – 2026 aan de slag gaan. Wonen is één van de negen hoofdopgaven van de gemeente, daarnaast heeft Wonen een regierol op het fysieke aspect van de hoofdopgave stedelijke vernieuwing. In dit taakveld zijn de baten en lasten opgenomen die samenhangen met de beleidsterreinen wonen en bouwen.
Wonen Er wordt binnen dit taakveld uitvoering gegeven aan het gemeentelijk woonbeleid, door middel van de woonvisie Lelystad 20222027. De woonvisie vormt samen met de Woondeal, de verordening Betaalbaar bouwen en bewonen en het collegebesluit om te bouwen in de mix, de basis voor het maken van nieuwe jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties en wordt onder andere gebruikt voor de totstandkoming van de woningbouwprogrammering die gebruikt wordt als onderlegger voor het Meerjaren Perspectief Grondbedrijf (MPG). De uitvoering van de woonvisie vindt plaats in nauwe samenwerking met tal van partners en het gemeentelijk handelen is erop gericht plannen en initiatieven van anderen zo goed mogelijk te ondersteunen en te stimuleren. Daarnaast verstrekt het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) diverse leningen in opdracht van de gemeente Lelystad, denk aan de starterslening en de lening toekomstbestendig wonen. Bouwen Er wordt uitvoering gegeven aan de Ow, waarbij de gemeente diverse taken heeft op het gebied van omgevingsvergunningverlening, zoals constructieve veiligheid, ruimtelijke inpasbaarheid en rekeninghoudend met milieuaspecten. Naast deze uitvoeringskosten ontvangt de gemeente legesopbrengsten vanuit de verstrekte omgevingsvergunningen.
De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten is vrij beperkt, aangezien het voornamelijk de uitvoering van wettelijke taken betreft. Wat willen we bereiken? De Woonvisie 2022-2027 is in 2024, conform raadsafspraak herijkt. In 2 jaar tijd is er weer veel veranderd waardoor actualisering noodzakelijk was. Grootste veranderingen zijn de manier van hoe we bouwen (volgens de Lelystadse mix), hoe de woningbouw wordt geprogrammeerd en onze groeistrategie op basis van het RIGO woononderzoek. We geven uitvoering aan het in 2024 vastgestelde Woonwagenbeleid. De belangrijkste opgave hierin is het mogelijk maken van geschikte huisvesting voor woonwagenbewoners. We beschermen en steunen hiermee de identiteit en de levensstijl van de woonwagenbewoner. Dit houdt onder meer in dat de rechten van woonwagenbewoners moeten kunnen worden uitgeoefend, dat zij hun ‘mensenrecht’ moeten kunnen uitoefenen. Wat gaan we daarvoor doen? In 2026 gaan we verder werken aan het versnellen van de woningbouw. We geven verder vorm aan de versnelingstafels waarin we samenwerken met projectontwikkelaars, we versnellen onze processen voor initiatieven en tenders en we gaan stapelen van ambites tegen. Gerelateerde beleidsnota's Woonvisie 2022-2027 Beleidskaders huisvesting arbeidsmigranten Woonwagen- en standplaatsenbeleid 2024 Woondeal MRA Prestatieafspraken 2024-2027
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 70
3.2
Paragrafen
1. Lokale heffingen In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de verschillende gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten die door de gemeente Lelystad worden geheven en geïnd, waarbij wordt ingegaan op de consequenties daarvan voor onze inwoners en bedrijven. De gemeentelijke belastingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Volgens artikel 10 van het BBV bevat deze paragraaf tenminste de onderstaande punten: -
-
de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Beleidsuitgangspunten In deze programmabegroting 2026 – 2029 geeft de gemeenteraad richting aan de inhoudelijke en financiële strategie van de gemeente Lelystad voor de komende jaren. De eerder door de gemeenteraad aangegeven richting leidt tot de volgende uitgangspunten voor de verschillende tarieven: -
-
-
De OZB-opbrengst wordt gecorrigeerd met het indexpercentage van 3% en een correctie voor de areaalvergroting; De tarieven voor de rioolheffing worden berekend op basis van een 100% kostendekkende rioolheffing; De tarieven voor de afvalstoffenheffing worden berekend op basis van een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing; In deze programmabegroting wordt de hondenbelasting niet verder verhoogd; De legestarieven 2026 worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 3%, tenzij wettelijke voorschriften dit verhinderen of hiervan gemotiveerd wordt afgeweken. De maximale kostendekkendheid bedraagt voor de leges eveneens 100%; De tarieven lijkbezorgingrechten worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 3% tot maximaal kostendekkend; De tarieven marktgelden worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 3% tot maximaal kostendekkend; De tarieven liggelden Bataviahaven overeenkomstig te laten zijn met de tarieven van omliggende Lelystadse havens; De Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Larserpoort is in 2022 met vijf jaar verlengd. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar naar een vast bedrag per belastingobject voor een periode van 5 jaar. De verordening wordt in 2026 niet gewijzigd; De tarieven toeristenbelasting worden niet gewijzigd;
Toelichting op de diverse gemeentelijke belastingen Binnen de gemeente kennen we verschillende soorten gemeentelijke belastingen, namelijk algemene belastingen, heffingen en rechten (leges). De algemene belastingen De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de algemene belastingen. Bij het innen van deze belastingen bestaat er geen directe relatie tussen wat de burger betaalt en de door de gemeente geleverde dienst. Tot de lokale belastingen die bij de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente horen, behoren de OZB, de parkeerbelastingen, de hondenbelasting en de precariobelasting.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 71
Collectieve dienstverlening (heffingen) De heffingen behoren niet tot de algemene dekkingsmiddelen, maar dienen ter dekking van de kosten van de algemene dienstverlening. De belangrijkste heffingen zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Individuele dienstverlening (rechten) Naast belastingen heft de gemeente rechten in de vorm van leges voor de individuele dienstverlening aan haar burgers. Leges worden geheven als vergoeding voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst, waarom de burger of het bedrijf heeft verzocht. Het verzoeken om een bepaalde individuele dienst of product is wel voorwaarde om leges te kunnen heffen. Deze dienstverlening kan bestaan uit het verstrekken van een paspoort of een uittreksel uit het bevolkingsregister, maar ook bijvoorbeeld uit de verlening van een bouwvergunning of een gebruiksvergunning. Een aantal tarieven wordt door de Rijksoverheid voorgeschreven (wettelijk vastgestelde tarieven). In dit kader kan gedacht worden aan de te heffen leges voor het aanvragen van het eerder genoemde paspoort, een identiteitskaart, een verklaring omtrent gedrag, een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand en de leges voor het aanvragen van het Nederlanderschap. Daarnaast zijn er tarieven waaraan de Rijksoverheid een maximum gesteld heeft. De tarieven voor reisdocumenten zijn hiervan een voorbeeld.
De geraamde opbrengst van de leges mag maximaal gelijk zijn de geraamde kosten ter zake. Een van de speerpunten is ook het percentage kostendekkendheid van de leges te verhogen. Op dit moment zijn de geraamde opbrengsten ten opzichte van de geraamde kosten, in de vorm van de in rekening gebrachte tarieven, niet voor alle leges kostendekkend.
Geraamde inkomsten In onderstaande tabel zijn de inkomsten uit de lokale heffingen opgenomen zoals die binnen de gemeente Lelystad begroot zijn. Deze worden vervolgens per onderdeel toegelicht.
Gemeentelijke belastingen (bedragen x € 1 miljoen)
Begroting 2026
Procentueel 2026
Algemene belastingen 1. Onroerende zaakbelasting 35,58 50,4% 2. Parkeerbelastingen 2,49 3,5% 3. Hondenbelasting 0,59 0,8% 4. Toeristenbelasting 0,40 0,6% Collectieve dienstverlening (heffingen) 5. Afvalstoffenheffing 16,81 23,8% 6. Rioolheffing 9,18 13,0% 7. Bedrijveninvesteringszone Larserpoort (1) 0,13 0,2% Individuele dienstverlening (rechten) 9. Leges 4,81 6,8% 10. Lijkbezorgingrechten 0,46 0,7% 11. Marktgelden 0,13 0,2% Totaal 70,58 100% 1. De BIZ-opbrengst wordt als een subsidie uitgekeerd onder inhouding van de gemeentelijke kosten
De algemene belastingen 1. Onroerende zaakbelastingen (OZB) De OZB is een belangrijke eigen inkomstenbron van de gemeente. Deze inkomsten worden onder andere gebruikt voor zaken als: wegen, cultuur, openbare verlichting, maatschappelijke dienstverlening en onderwijs. Onder de naam ‘onroerende zaakbelasting’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken de eigenarenbelasting geheven:
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 72
• •
een eigenarenbelasting van degene die aan het begin van het kalenderjaar eigenaar is van een onroerende zaak (bijvoorbeeld woning en/of bedrijf); een gebruikersbelasting van degene die aan het begin van het kalenderjaar gebruiker is van een niet-woning.
De OZB wordt in 2026 verhoogd met een peilaanpassing van 3%. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt er voor elke individuele onroerende zaak een waarde vastgesteld. Aan de hand van de waarde wordt het te betalen bedrag aan onroerende zaakbelasting berekend. Middels een aanslag wordt het te betalen bedrag aan de belastingplichtige opgelegd. 2. Parkeerbelasting In het kader van de parkeerregulering worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen op een door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangeven plaats en wijze. De opbrengsten uit deze belastingsoort zoals in deze paragraaf weergegeven zijn gebaseerd op de huidige vastgestelde tarieven voor straatparkeren, garageparkeren en vergunningen. De vaststelling van de tarieven wordt in de tarievennota aan de raad voorgelegd. 3. Hondenbelasting Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente Lelystad. Het betreft een algemene belasting waarvan de inkomsten toevallen aan de algemene middelen.
In deze programmabegroting 2025 – 2028 worden geen voorstellen gedaan om de begrote opbrengsten of de gehanteerde tarieven aan te passen. 4. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is in 2021 ingevoerd. Het is een algemene belasting waarvan de inkomsten toevallen aan de algemene middelen. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot overnachten tegen betaling aan personen die niet in de Basisregistratie personen in Lelystad zijn ingeschreven. De tarieven zoals die gelden voor 2025 volstaan om ook voor 2026 de geraamde opbrengst te generen. Daarom worden er geen wijzigingsvoorstellen gedaan. Collectieve dienstverlening (heffingen) 5. Afvalstoffenheffing Vanuit de wet is de gemeente belast met de inzamelverplichting en verwerking van huishoudelijk afval. Het betreft hier de inzameling aan huis of vanuit verzamelcontainers van rest- en gft-afval en van andere huishoudelijke afvalstromen zoals papier, glas, textiel, grof huishoudelijk afval, etc. De afvalstoffenheffing stijgt in 2026 als gevolg van indexering van uitvoerings- en verwerkingskosten, door toename van het aantal huisaansluitingen, door de invoering van GFT inzameling bij hoogbouw en daar aan gerelateerde toerekenbare BTW en te verlenen kwijtschelding. Het gaat per saldo om een bedrag van zo’n €0,9 mln. Dat leidt tot een stijging van de tarieven.
Voor een opbouw van de kostenbasis verwijzen wij u naar het hoofdstuk ‘Kostendekkenheid heffingen en rechten’ in deze paragraaf. 6. Rioolheffing Vanuit de wet is de gemeente belast met verschillende zorgplichten op het terrein van water: afvalwater, hemelwater en grondwater. Het resultaat en de doelmatigheid van de maatregelen staat voorop, niet de wijze waarop de gemeente haar zorgplicht nakomt. De opbrengsten van de rioolheffing dienen te worden aangewend voor de nakoming van deze zorgplichten. Onder de naam "rioolheffing" wordt een heffing opgelegd aan, in Lelystad, gebruikers van woningen (naar het aantal personen in het huishouden) en eigenaren van niet-woningen (naar de WOZ-waarde van de onroerende zaak). De kosten voor de gemeentelijke zorgplichten nemen in 2026, als gevolg van indexering en daaraan gerelateerde kosten zoals BTW toe. Daarnaast neemt de ICL-bijdrage af. Dat resulteert in een tariefsverhoging. Voor een
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 73
opbouw van de kostenbasis verwijzen wij u naar het hoofdstuk ‘Kostendekkenheid heffingen en rechten’ in de paragraaf. 7. Bedrijveninvesteringszone Larserpoort (BIZ-Larserpoort) Gemeenten hebben met de Wet op de bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ) de bevoegdheid om een gebied aan te wijzen als bedrijveninvesteringszone (BIZ). Het gebruik van de BIZ is bedoeld om activiteiten en voorzieningen te realiseren op verzoek van de gezamenlijke ondernemers, maar die niet behoren tot het basisvoorzieningenniveau van de gemeente. In deze zone mag een bestemmingsbelasting (de BIZ-bijdrage) worden geheven ter financiering van door een meerderheid van de bijdrageplichtigen gewenste extra voorzieningen. De BIZ-opbrengst wordt als een subsidie uitgekeerd aan de BIZ-stichting. Voor 2026 hoeft geen wijziging van de verordening plaats te vinden, omdat deze voor 5 jaar is vastgesteld. De verordening loopt nog door tot en met 2026. Individuele dienstverlening (rechten) 8. Leges 8a. Leges omgevingsvergunning De leges voor een omgevingsvergunning zijn kosten die de gemeente in rekening brengt voor het in behandeling nemen van aanvragen omgevingsvergunning. Deze vergunning is nodig voor activiteiten zoals bouwen, slopen, milieuveranderingen, kappen van bomen, en andere zaken die invloed hebben op de fysieke leefomgeving.
In oktober wordt een besluit voorgelegd aan de gemeenteraad ten behoeve van het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan waarmee de vergunningen, ontheffingen en meldingen op grond van de Verordening Fysieke Leefomgeving omgevingsplanactiviteiten worden en verhuizen van hoofdstuk 1 naar hoofdstuk 2 van de legesverordening. 8b. Leges burgerlijke stand Dit betreffen de leges voor het sluiten van een huwelijk of geregistreerd partnerschap (burgerlijke stand). De kostendekkendheid van de leges burgerlijke stand heeft onze aandacht. 9. Lijkbezorgingrechten Op basis van de Verordening Lijkbezorgingrechten worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De tarieven zullen conform de vastgestelde inflatiecorrectie worden verhoogd. Dit leidt op begrotingsbasis tot een kostendekkendheid van 100%. 10. Marktgelden Marktgeld is een vergoeding voor het innemen van een standplaats op een plaatselijke markt. De hoogte hiervan wordt opgenomen in de verordening op de heffing en invordering van marktgelden.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 74
Lokale lastendruk Hieronder wordt indicatief aangegeven wat de lastendruk zal zijn voor het jaar 2026. De definitieve lasten zullen de raad bij de vaststelling van de tarievennota en de belastingverordeningen worden gepresenteerd.
Belastingsoort
Lastendruk 2025
(bedragen x €1) Afvalstoffenheffing, 3 personen Rioolheffing, 3 personen Onroerende- zaakbelasting
Lastendruk 2026 465 509 237 244 397 408
Lastendruk- vergelijking woonlasten 2025 De “Atlas van de lokale lasten” van het COELO is een jaarlijks overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. Het geeft onder andere een overzicht van de hoogte en ontwikkeling van de lokale belastingen. Onderstaande tabel laat de woonlasten voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens zien. De rangorde is gekoppeld aan de meerpersoonshuishoudens. Het is goed om te weten dat gemeenten met duur onroerend goed hoge woonlasten kennen, echter gemeenten met goedkoop onroerend goed hebben niet altijd navenant lagere woonlasten. Het eerste is geheel volgens verwachting, omdat gemeenten met duur onroerend goed minder geld uit het gemeentefonds ontvangen. Woonlasten eenpersoons huishoudens 2025
Woonlasten eenpersoons huishoudens 2024
Flevoland Dronten Dronten
1087 1012 1012
1003 943 943
Noordoostpolder
952
886
1030
964
172
132
Zeew olde
114
1132
1206
1226
296
315
Lelystad
1001
934
1195
1110
291
280
Almere
1162
1056
1186
1078
285
263
Urk
1052
994
1052
994
194
186
Leidschendam-Voorburg
1007
924
1085
995
225
187
Vlaardingen
977
940
1066
1028
207
222
Roosendaal
978
922
1014
957
156
141
Gemeente
(bedragen x €1)
Woonlasten Woonlasten meerpersoons- meerpersoonshuishoudens huishoudens 2025 2024 1160 1110 1110
1068 1000 1000
rangnummer: 1 = laagste woonlasten 2025
rangnummer: 1 = laagste woonlasten 2024
248 248
192 192
Vergelijkbare gem eenten(1)
Kwijtschelding Kwijtschelding particulieren Indien een belastingschuldige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te kunnen voldoen, kan onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding van belasting worden verleend. De kwijtscheldingsnorm die in Lelystad wordt gehanteerd bedraagt 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben op bijstandsniveau (= gelijk aan de norm van 100%) of lager, in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding wordt alleen verleend voor de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor de overige belastingen, zoals bijvoorbeeld de hondenbelasting of de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Daarnaast bestaat binnen de Participatiewet de kostendelersnorm, deze norm houdt in dat als men een woning deelt met meer volwassenen, de bijstandsuitkering daarop wordt aangepast ofwel naar beneden wordt bijgesteld. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in de woning, hoe lager de bijstandsuitkering. De redenering hierachter is dat wanneer er meer personen in één woning wonen, de woonkosten gedeeld kunnen worden. Kwijtschelding ondernemers Net als natuurlijke personen kunnen er kleine ondernemers zijn die op een minimuminkomen uitkomen. Ze verkeren daarmee in dezelfde situatie als natuurlijke personen op bijstandsniveau.
Om de kleine ondernemers die van een minimuminkomen dienen rond te komen de kans te geven om het ondernemerschap verder te ontwikkelen, zodat ze niet op een uitkering hoeven terug te vallen, is het
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 75
wenselijk om kwijtschelding te kunnen verlenen. Daarnaast zou deze mogelijkheid de drempel van uitkeringsgerechtigde naar startende ondernemers kunnen verlagen en tevens de armoedeval. De uitkeringsgerechtigde geniet immers al kwijtschelding. De regels van de inkomens- en vermogenstoets voor particulieren geldt ook voor de ondernemers.
Gemeentelijke belastingen bedragen x € 1.000
1. Afvalstoffenheffing 2. Rioolheffing 3. Onroerende zaakbelasting
Begrote kwijtschelding 2026 1.226 559 35
Kostendekkendheid heffingen en rechten De kostendekkendheid van de heffingen/rechten verschaft inzicht in de procentuele over- of onderdekking van de diensten en producten gemeente breed. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt dat de gemeente niet meer aan inkomsten/baten geniet (in rekening brengt) dan dat zij hiervoor aan kosten/lasten maakt om de diensten en producten te verwerken/leveren. De inkomsten/baten en de kosten/lasten zijn ontleend aan de begroting. De geraamde kosten zijn conform de nieuwe BBV-regels berekend. Uitgangspunten- directe kosten en indirect toerekenbare kosten De uitgangspunten die gehanteerd worden bij de berekening van de kosten bij ieder onderdeel zijn uit te splitsen in directe- en indirect toe te rekenen kostencomponenten. Dit zijn kosten die in meer of mindere mate verbonden zijn aan het proces dat leidt tot het gewenste product of vorm van dienstverlening. Voorbeelden hiervan zijn: • • • • •
Personeelskosten; Hard- en software; Vakinhoudelijke abonnementen; Kapitaallasten; Groot- en dagelijkse onderhoudskosten.
Naast de directe kosten is er nog een aantal ‘indirect’ toe te rekenen kostencomponenten, die eveneens onderdeel uitmaken van de totale berekening. Dit zijn kosten die in mindere mate zijn verbonden aan het hierboven genoemde proces. Het gaat daarbij om: • • •
Toerekenbare BTW (alleen over de directe uitvoeringskosten, dit laat deze kosten met 21% toenemen); Toerekenbare concernoverhead (zie de paragraaf bedrijfsvoering); Toerekenbare overige kosten (afhankelijk van de soort heffing worden bepaalde aanpalende kostencomponenten toegerekend, zo wordt bijvoorbeeld een deel van de reinigingskosten toegerekend aan de rioolheffing (straatvegen) en wordt een deel van de kosten voor toezicht toegerekend aan de afvalstoffenheffing.
In de passage hieronder wordt op basis van bovenstaande uitgangspunten ingegaan op de kostendekkendheid van elk van de (geclusterde) terreinen. Heffingen De afvalstoffenheffing en rioolheffing mogen op begrotingsbasis maximaal 100% kostendekkend zijn. Onderstaande tabellen geven inzicht in de geraamde inkomsten, de geraamde kosten en de mate van kostendekkendheid.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 76
Riolering Lasten 378.878 12.709.580 1.553.642
Indirect toe te rekenen kosten - toerekenbare BTW - concernoverhead - overige toerekenbare kosten
2.219.636 297.962 657.770
Baten - afvalstoffenheffing - Overige opbrengsten
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
Lasten 773.623 6.383.021 577.849
Indirect toe te rekenen kosten - toerekenbare BTW - concernoverhead - overige toerekenbare kosten
1.186.714 664.177 468.723
Baten - Rioolheffing - ICL-Bijdrage
-16.813.925 -1.003.543 0 17.817.468 -17.817.468
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
100%
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Afvalstoffen
-9.181.733 -872.374 10.054.107 -10.054.107
100%
Leges De kostendekkendheid van de leges ligt op 56%. Mogelijkheden om dit percentage te verhogen worden voornamelijk beperkt door wettelijk vastgelegde maximum tarieven, bijvoorbeeld voor rijbewijzen en reisen identiteitsdocumenten. Leges kostendekkendheid 2025 Bedragen x €1.000
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 2 Omgevingswet Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Totaal
Geraamde baten 1.726 2.932 149 4.806
Geraamde Kostenlasten dekkendheid 3.881 3.696 946 8.523
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 77
44% 79% 16% 56%
Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening Paragraaf 2 t/m 7: Reisdocumenten, rijbewijzen, overige dienstverlening Lasten 232.788 200.118 2.000
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
209.915
Baten - Leges
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
-98.065
644.822
-98.065
15%
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
Lasten 957.272 45.639 43.138
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
863.213
Baten - Leges - Rijksleges
554.220
-762.181 -554.220
2.463.482
-1.316.401
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Paragraaf 1: Burgerlijke Stand
53%
Paragraaf 8 t/m 11 Gemeentearchief, bijz.wetten, beschikkingen APV en VFL, diversen Lasten 375.076 76.668
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
321.130
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten
Baten - Leges
-
-311.169
Totaal
772.874
-311.169
40%
Hoofdstuk 2, Dienstverlening vallende onder de fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen Paragraaf 1 t/m 14: Omgevingsvergunningen
- Toerekenbare BTW - Concernoverhead
- Leges
Totaal
2.026.861 92.768 45.382 0 0 29.012 1.501.764
-
3.695.786
Percentage kostendekkendheid
- Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
-2.932.000
-2.932.000
79%
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 78
Hoofdstuk 3, Dienstverlening vallende onder de Europese dienstenrichtlijn.
64.694
- Concernoverhead
49.878
- Leges
Totaal
Percentage kostendekkendheid
- Personeelskosten
-21.863
308.741 64.096 32.885
- Concernoverhead
247.429
- Leges evenementen - Baten/leges marktgelden - Overige baten markt
-21.863
114.572
- Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
19%
Totaal
Percentage kostendekkendheid
Paragraaf 2: Organiseren evenementen, markten
Paragraaf 1: Toezicht op openbare inrichtingen
-21.654 -99.503 -33.354 653.151
-121.157
- Personeelskosten
100.914
- Concernoverhead
77.802
Percentage kostendekkendheid
Paragraaf 3, Overige hoofdstukken
- Leges
-
-5.819
Totaal
178.716
-5.819
3%
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 79
19%
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf gaan we in op de actuele risico’s en het weerstandsvermogen dat beschikbaar is om de gevolgen van deze risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds en de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit anderzijds. Risico’s Beschikbare weerstandcapaciteit Gewenste weerstandcapaciteit
Weerstandsvermogen
In april 2024 heeft de Raad de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Hierin is het beleid ten aanzien van het omgaan met risico’s terug te lezen. Leeswijzer Deze paragraaf start met een inventarisatie van de risico’s (2.1), In paragraaf 2.2 wordt op basis van de inventarisatie de gewenste weerstandscapaciteit in beeld gebracht en in paragraaf 2.3 wordt de beschikbare weerstandscapaciteit getoond. Wanneer de gewenste weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen van de gemeente worden bepaald (2.4).
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 80
2.1 Inventarisatie risico’s In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2024. Hierna gaan we in op financiële en niet-financiële risico’s. Bij niet-financiële risico’s gaat het om mogelijke gebeurtenissen die weliswaar geen direct financieel gevolg hebben maar die bijvoorbeeld wel de reputatie van de gemeente schaden. Of risico’s die wel een financieel gevolg hebben, maar waarvan het risicobedrag nog niet in te schatten is. Deze niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s zijn hieronder weergegeven. Daarna volgt het overzicht met de top 10 van financiële risico’s. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit.
Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren. Een meer dynamisch overzicht van risico’s gedurende het lopende jaar is terug te vinden in de begrotingsmonitor waarbij risico’s op overschrijding van een aantal majeure budgetten wordt weergegeven in bandbreedtes.
Niet financieel of niet te kwantificeren risico's
Culturele instellingen
Omschrijving risico Vanwege opeenlopende taakstellingen in de voorgaande jaren hadden de grote gesubsidieerde culturele instellingen reeds voor de coronacrisis moeite om een sluitende exploitatie te realiseren. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke krimp in het eigen vermogen. Met steunmaatregelen hebben de instellingen de coronaperiode uiteindelijk goed doorstaan. Na een aanvankelijke grote daling van het bezoek aan de podiuminstellingen, zijn de bezoekers en gebruikers gelukkig weer teruggekeerd. Al blijkt het bezoek soms wel volatiel. Maar dit zorgt er niet voor dat de exploitatie eenvoudiger is geworden. Er zijn incidentele financiele meevallers. Maar al enkele jaren hebben de cultuurorganisaties te maken met hogere lasten door de inflatie, energielasten en cao-ontwikkelingen en prijsstijgingen door het landelijke Fair Pay beleid - dit is een inhaalslag voor de honorering van cultuurmakers en medewerkers in de sector - . en de strengere controle op de wet DBA. Het volledig doorberekenen van de kostenstijging op tickets, lidmaatschap en cursusprijzen heeft direct een negatief effect op de vraag en de mogelijkheden tot cultuurdeelname bij een grote groep inwoners en is daarmee niet volledig mogelijk.
De financiële positie van de gesubsidieerde instellingen wordt op basis van de subsidievoorwaarden aan de hand van halfjaarrapportages en de jaarrekeningen structureel gemonitord. De kostenstijging heeft een duidelijk gevolg voor het exploitatieresultaat. Door het beperkte eigen vermogen en reserves hebben de instellingen maar zeer beperkte mogelijkheden om financiële tegenvallers zelf op te vangen. De mate waarin het risico aanwezig is verschilt wel per instelling, het risico is het hoogst bij de podia. De taakstelling op de subsidie voor de cultuurinstellingen in het kader van de Programmabegroting 2025 is een extra factor die de exploitatie van de instellingen nadelig beinvloedt. Beheersmaatregel De instellingen hebben hun maatschappelijke output gereduceerd en kosten zoveel mogelijk beperkt. Waar de mogelijkheid bestond is door de instellingen gebruik gemaakt van compensatiemaatregelen van zowel het rijk als van de gemeente. Hiervoor is door de gemeente ook in 2022 een tijdelijke subsidieregeling ingesteld. De hoge inflatie kan niet of slechts beperkt worden doorberekend in de prijzen omdat dit de toegankelijkheid tot cultuur direct beperkt voor veel inwoners.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 81
Niet financieel of niet te kwantificeren risico's Omschrijving risico Landelijk worden door diverse gemeenten, in opdracht van het Rijk via de regeling Gemeentelijke Opvang Oekraïners (GOO), sinds 2022 vluchtelingen opgevangen uit Oekraïne. Binnen de gemeente Lelystad worden vanuit deze regeling +/- 400 vluchtelingen opgevangen. Gemeenten ontvangen van het Rijk voor de opvang twee soorten vergoedingen. Een vergoeding voor het geschikt maken of realiseren van gebouwen voor de opvang, de zogenaamde transitiekostenvergoeding, en een vergoeding per opvangplek. De transitiekosten worden in principe volledig vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten. De vergoeding per opvangplek betreft een vast bedrag per dag op basis van feitelijk aantal gerealiseerde opvangplekken. Indien bij het opvangdeel op jaarbasis een overschot ontstaat, dan hoeft volgens de huidige regeling het overschot niet te worden terugbetaald. Mocht sprake zijn van een Opvang Oekraïners tekort, dan kan de gemeente een verzoek indienen voor een aanvullende vergoeding. De vraag is of dit ook zo blijft. Daarnaast is sinds de start van de opvang in 2022 de vergoeding per opvangplek een aantal keren naar beneden bijgesteld. Tot 2023 was de vergoeding afdoende, echter nu de vergoeding op 44,- per bed per dag is gesteld, komen we niet meer uit.
Het Rijk heeft in de regeling opgenomen gemeenten schadeloos te stellen via de SISA, maar wel ná goedkeuring vooraf. Dat maakt de 100% dekking onzeker en daarmee een risico. Beheersmaatregel Nieuwe ontwikkelingen rond de regeling Gemeentelijke Opvang Oekraïners zullen worden gemonitord. Diverse bezuinigingen zijn doorgevoerd zoals minder personeel.
Werkeiland
Omgevingsplan opstellen
Omschrijving risico Vanwege een raadsbesluit (na amendering) inzake Werkeiland heeft onderzoek plaatsgevonden met een ontwikkelaar (Levago) naar laagbouw in plaats van hoogbouw en/of andere oplossingen. In maart 2022 heeft de ontwikkelaar aangegeven de onderhandelingen niet verder door te willen zetten en te starten met de verkoop en de realisatie van de appartementen. De gemeente heeft vervolgens opnieuw onderzocht welke mogelijkheden er zijn om alsnog tot overeenstemming en een ander plan te komen. Eind 2022 leek dit niet te hebben geleid tot gewijzigde inzichten en hield de ontwikkelaar vast aan het starten met de verkoop en realisatie van de appartementen. Vanuit de gemeenteraad is in 2023 opnieuw een oproep gedaan aan het college om een laatste poging te doen het voorgenomen bouwplan en de bouwhoogten te wijzigen in samenspraak met de ontwikkelaar. Het college heeft hieraan gevolg gegeven. Gedurende 2023 en 2024 hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden met de ontwikkelaar. De ontwikkelaar heeft ieder aanbod van de gemeente steeds afgeslagen. De ontwikkelaar is tot op heden nog niet overgegaan tot de verkoop van de appartementen. Ook is nog altijd geen omgevingsvergunning aangevraagd door de ontwikkelaar. De, met de gemeente, gesloten privaatrechtelijke overeenkomst rond de verkoop van grond is onverminderd van kracht.