Ontwerp programmabegroting 2026 - 2029
Tekst van het document
Wanneer afgeweken wordt van de gesloten overeenkomst en besloten wordt tot een ander bouwplan met laagbouw heeft dit financiële consequenties. Het project blijft daarom onzeker. Een ander deelproject (Sluisstraat) heeft vertraging opgelopen als gevolg van een landelijk BIBOB-onderzoek. Inmiddels is er een potentiele koper en wordt gekeken naar de mogelijkheden om dit deelproject alsnog te realiseren. Beheersmaatregel Er wordt gestudeerd op een zo optimale mogelijke invulling van het gebied. Omschrijving risico Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten tijdens de overgangsfase (tot 2032) alle oude wro plannen (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, etc.) omgezet worden in één nieuw omgevingsplan. Dit kan niet één op één overgenomen worden en daarmee is uniformering noodzakelijk. Met uniformering moet er rekening worden gehouden dat er als gevolg hiervan burgers nadeelcompensatie zullen claimen als door uniformering regels op locatie afwijken van het oude systeem. Het is nu nog niet te zeggen hoe groot het risico is, omdat dit in de loop van de overgangsfase duidelijk moet worden. Beheersmaatregel Wij starten met een "technische" transitie, waarin wij wel zo dicht als mogelijk bij de bestaande regels blijven en zo min mogelijk hiervan afwijken, maar dit is niet 100%.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 82
Risico-inventarisatie financieel Van de totale risico-inventarisatie nemen we hier de top 10 van de grootste financiële risico’s op. Deze zijn in de tabel hieronder weergegeven. Daarna geven we een toelichting op deze risico’s inclusief beheersmaatregelen.
Top 10 grootste financiële risico's Verstrekte leningen Garantstellingen Jeugdzorg Informatiebeveiliging en privacy Ontwikkelingen Veiligheidsregio Convenant aansluiting 9 op A6 Voormalig personeel Uitkering gemeentefonds Participatiebudget uitkeringen Wmo Totaal top 10 grootste financiële risico's
Schadebedrag 42.226.000 30.701.000 4.500.000 6.300.000 1.500.000 3.434.181 800.000 2.000.000 2.000.000 3.000.000
Kans
Omvang risico 10% 10% 50% 25% 70% 25% 75% 25% 20% 10%
4.222.600 3.070.100 2.250.000 1.575.000 1.050.000 858.545 600.000 500.000 400.000 300.000 14.826.245
Toelichting top 10 grootste financiële risico's Omschrijving risico De gemeente Lelystad heeft voor een bedrag van ca. € 42,2 miljoen euro (stand 31-12-24 ) leningen verstrekt aan diverse partijen. Het risico bestaat dat deze partijen op enig moment niet in staat zijn om aan hun aflossingsverplichtingen te voldoen, danwel failliet gaan waarmee het gehele restant leningbedrag wellicht niet teruggehaald kan worden. Het risico dat alle partijen tegelijk in Verstrekte leningen betalingsproblemen geraken en het volledige uitstaande bedrag niet verhaald kan worden is klein, maar niet nihil. We nemen daarom een kans op van 10%. Beheersmaatregel De financiële situatie van de partijen waaraan de leningen verstrekt zijn monitoren, en waar nodig afspraken aanpassen of een voorziening instellen.
Garantstellingen
Jeugdzorg
Omschrijving risico De gemeente Lelystad heeft voor ca. € 30,7 miljoen euro (stand per 31-12-24) aan garantstellingen verstrekt. Een aantal van de grotere garanties is verstrekt aan verbonden partijen. Een garantstelling wordt ingeroepen op het moment dat een partij niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen. Doorgaans is dat pas het geval bij faillissement of surseance van betaling. De kans dat dit gebeurt is niet heel groot, zeker niet in het geval van verbonden partijen, daarbij zal in een eerder stadium gestuurd worden op het bijstellen van de koers, danwel dat er vanuit de gemeente tijdelijke aanvullende maatregelen worden genomen. In de afgelopen 15 jaar is er één keer een borgstelling ingeroepen (faillissement Aviodrome). Het voorgaande in aanmerking nemend schatten wij de kans dat dit risico zich voordoet op 10%. Beheersmaatregel Een garantstelling wordt doorgaans zonder voorwaarden of met beperkte voorwaarden verstrekt, immers dat is juist de zekerheid die een garantstelling geeft voor de financier of andere begunstigde. Als wij een garantstelling verstrekken aan een partij waarin wij geen juridisch belang hebben, is er dus ook geen mogelijkheid om bij te sturen op de koers van die organisatie of instelling. Het risico is dan lastig te beheersen. Het is vooral zaak om vooraf goed na te denken over de mogelijke risico's.
Omschrijving risico Het toekomstig financieel jaarresultaat decentralisatie jeugdzorg wordt beïnvloed door een aantal belangrijke onzekerheden: - Uitwerking nieuwe contracten 24u-zorg en crisiszorg met ingang van 2025 (wat gaat de impact zijn van Inflatie, stijgende loonkosten en krappe arbeidsmarkt?) - Hoger beroep op specialistische GGZ door toename complexe problematiek en wegnemen administratieve belemmeringen; - Hogere kosten door (landelijke) ontwikkeling naar kleinere groepen in de residentiële jeugdhulp, lagere caseload en landelijke tarieven in de jeugdbescherming en jeugdreclassering; - Stijgende tarieven door toename van m.n. energie- en loonkosten; - De impact van de Hervormingsagenda Jeugd is nog niet bekend. Onzeker is of de maatregelen de geschatte kostenbesparing opleveren en hoe realistisch tijdige realisatie is. Een overschrijding van het budget van 10% wordt als meest negatieve scenario gezien. We nemen daarom een risico op van € 4.500.000,-. De kans dat dit scenario zich voordoet is niet nihil, maar ook niet 100% zeker. We nemen daarom een kans op van 50%. Beheersmaatregel Via het Knoppenplan Jeugdzorg Lelystad (door raad vastgesteld op 15 oktober 2024) is richting gegeven aan maatregelen om de jeugdzorg voor de toekomst houdbaar en betaalbaar in te richten (WAT).
Deze maatregelen zijn verder uitgewerkt (HOE) in een Uitvoeringsprogramma Samen voor de jeugd Lelystad 2025-2028, dat door het college op 25 maart 2025 is vastgesteld.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 83
Toelichting top 10 grootste financiële risico's Omschrijving risico De gemeente werkt veel met vertrouwelijke gegevens die beslist niet openbaar mogen worden zoals persoonsgegevens. Als gemeente moeten we weerbaar en alert zijn op cyber-aanvallen. Met de toenemende, steeds professionelere dreiging van aanvallers in combinatie met het steeds grotere ‘aanvalsoppervlak’, kan dit leiden tot meer incidenten op gebied van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de data. De toenemende dreiging is ook terug te zien in het door de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) opgestelde dreigingsbeeld. Daarnaast kost het dichten van beveiligingslekken in systemen en het aantoonbaar voldoen aan steeds strenger wordende wet- en regelgeving, zoals de ‘cyberbeveiligingswet’ die voortvloeit uit de Europese richtlijn NIS2, wel steeds meer capaciteit. Hierdoor bestaat het risico dat de extra werkzaamheden ten koste gaan van andere geplande (ICT-)activiteiten. Als er toch een incident (bijvoorbeeld een datalek of dataencryptie) zou plaatsvinden, kan de impact daarvan hoog zijn. De exacte hoogte van de financiële schade is op voorhand lastig te kwantificeren. Bij de ransomware aanval bij Hof van Twente in 2021 bedroeg de financiële schade ca. €4,2 miljoen. Als een incident zich bij Lelystad voordoet is een dergelijke schade een reëel scenario.
Rekening houdend met de inflatie van afgelopen jaren komt de inschatting van de financiële schade uit op €6 miljoen. De kans dat een incident zich voordoet is gebaseerd op het Gartner-rapport en wordt geschat op 25%. Naast het risico op een incident kunnen er door Rijksinspectie digitale infrastructuur (RDI) op basis van de cyberbeveiligingswet en door Autoriteit Persoonsgegevens op basis van de AVG, boetes worden opgelegd. Hoewel het in gemeenteland tot nu toe weinig is voorgekomen kunnen de boetes (resp €30.000,- gemeente Voorschoten en €600.000,- gemeente Enschede) aanzienlijk zijn. Op grond van opgelegde boetes wordt het schadebedrag geschat op €320.000,-. Totaal risicobedrag €6 mln. + €0,32 mln. is €6,32 miljoen. Informatiebeveiliging Beheersmaatregel en privacy Om de beveiliging van informatie te waarborgen, beschikt de gemeente over informatiebeveiligingsbeleid. De CISO heeft hierin een adviserende en controlerende rol bij de invulling van dit beleid. Naast eigen (ICT-)beheersmaatregelen is de gemeente aangesloten bij de Informatiebeveiligingsdienst. Deze dienst voorziet aangesloten gemeenten van dreigingsbeelden, adviezen en factsheets die helpen de kans op incidenten te verkleinen. Om gestructureerd mee te groeien met de toenemende dreigingen, worden verbeterpunten planmatig in kaart gebracht en opgepakt — bijvoorbeeld via risicoanalyses en de ENSIA-zelfevaluatie.
Deze werkwijze vormt de basis voor de structurele borging van digitale weerbaarheid binnen de organisatie. Met de komst van de Cyberbeveiligingswet in 2026 (voortvloeiend uit de Europese NIS2-richtlijn) wordt deze basis verder aangescherpt. De wet legt strengere eisen op aan de weerbaarheid en verantwoordingsplicht van gemeenten. Om hier tijdig aan te voldoen, zijn in 2024 de noodzakelijke stappen in kaart gebracht. In 2025 is een deel van de bijbehorende activiteiten uitgevoerd; de resterende acties worden in 2026 geprioriteerd ten uitvoer gebracht. In het kader van informatiebeveiliging geldt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als norm, zowel voor de eigen ICTomgeving als voor clouddiensten. Voor privacy is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) de leidraad. Onder leiding van de Functionaris Gegevensbescherming (FG) is veel aandacht besteed aan bewustwording. Daarnaast worden doorlopend adviezen gegeven over het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens. De kans op incidenten wordt daarmee verkleind als direct gevolg van het gevoerde beleid en de bijbehorende maatregelen. Tevens voert de FG periodiek IT-audits uit.
Ontwikkelingen Veiligheidsregio
Omschrijving risico Er zijn veel ontwikkelingen die zowel een negatief als positief effect kunnen hebben op de bijdrage die wij als gemeente moeten betalen aan de veiligheidsregio. - Verplichtend karakter - 10% korting BDuR - Erkenning van PTSS bij brandweerpersoneel landelijk - Bevolkingsgroei Flevoland Het grootste risico dat door de Veiligheidsregio wordt aangemerkt is de ontwikkeling inzake verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) bij de brandweer, welke ontstaat door de Europese wetgeving en een uitspraak van het Europese hof. Uitgangspunt is wel dat het Rijk deze kosten betaalt. Maar het besluit hierover is inmiddels vier keer uitgesteld. Door het uitstellen door de jaren heen, wordt het risico steeds groter. Daarom nemen we een risico op voor een bedrag van €1.500.000,- met een kans van 70%. Beheersmaatregel Ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd. Het ministerie was voornemens om in 2023 een besluit te nemen. Echter deze besluitvorming is uitgesteld. Voor de frictiekosten heeft de Veiligheidsregio de begroting en gemeentelijke bijdragen voor 2026 bijgesteld.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 84
Toelichting top 10 grootste financiële risico's
Convenant aansluiting 9 op A6
Omschrijving risico Op 18 januari 2024 is de Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Grootschalige Woningbouw ZuiderC (BOK) door de partijen ondertekend. Hierin is met betrekking tot aansluiting 9 op snelweg A6 het volgende opgenomen: “Aansluiting 9 van de A6 is in 2021 uitgevoerd als halve aansluiting (één van de twee rijrichtingen beschikt over een aansluiting). In het convenant “Landzijdige bereikbaarheid Lelystad Airport” (2014) tussen de Gemeente, de Provincie en het Ministerie van IenW is met artikel 5 lid 8 afgesproken dat als de Warandedreef (nu Laan van Nieuw Land) wordt aangesloten op aansluiting 9, er door de Gemeente een deel van de kosten voor de realisatie van de bestaande halve aansluiting (aansluiting 9) moet worden terugbetaald aan het Ministerie van IenW.” De hoogte van het bedrag is afhankelijk van het moment waarop de rondweg wordt aangesloten op aansluiting 9. Ervan uitgaande dat de Rondweg Lelystad Zuid in 2029 is gerealiseerd, bedraagt deze zogeheten convenantbijdrage € 2,24 mln. inclusief BTW en exclusief indexering vanaf 2017. In de BOK is voorts overeengekomen dat “de grootschalige woningbouw en de komst van de EBZ aanleiding geven om opnieuw naar deze afspraak te kijken.” Tot het moment dat hierover duidelijkheid is, is er voor de gemeente Lelystad sprake van een risico van ca. €2,24 mln. exclusief indexering vanaf 2017.
Dit kan betekenen dat de gemeente Lelystad, naar verwachting in 2029, eenmalig in de dekking van €2,24 mln. plus indexering vanaf 2017 (ca. € 1,2 mln) moet voorzien als het ministerie van IenW vasthoudt aan de afspraak in het convenant met betrekking tot de bijdrage van de gemeente. We nemen daarom een risico op van €2,24 mln. plus €1,2 mln. is €3,4 mln. Beheersmaatregel In de BOK van ZuiderC die mede is ondertekend door het ministerie van IenW, is over de convenantsbijdrage afgesproken dat de grootschalige woningbouw en de komst van de EBZ aanleiding zijn om de afspraak m.b.t. de convenantsbijdrage opnieuw te bekijken. Het streven en de voorkeur van de gemeente Lelystad en het ministerie van BZK is dat het ministerie van IenW de aanspraak op de convenantsbijdrage laat vervallen (kans 50%). Als dat niet lukt, dan heeft het de voorkeur van de gemeente Lelystad om de convenantsbijdrage uit de gebiedsontwikkeling Zuiderhage te dekken (kans 50%). Als blijkt dat ook dat niet mogelijk is, dan rest niets anders dan de convenantsbijdrage ten laste van de gemeente Lelystad te laten komen (kans 50%x50%=25%).
Omschrijving risico De gemeente Lelystad loopt als werkgever een risico met betrekking tot vergoedingen voor voormalig personeel. Het gaat om: - De WGA; de gemeente is 10 jaar eigen risicodrager voor verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsongeschiktheid van (ex)medewerkers. - De transitievergoeding (en eventueel een billijke vergoeding) moet betaald worden aan ex-medewerkers die op initiatief van de Gemeente uit dienst gaan. - RVU; in de CAO is de regeling vervroegd uittreden opgenomen waarbij medewerkers onder bepaalde voorwaarden maximaal 3 jaar eerder met pensioen kunnen met een aanvullende vergoeding vanuit de gemeente. Voormalig personeel Voor bovenstaande regelingen geldt dat de mate waarin een beroep gedaan wordt op de regelingen én de hoogte van de vergoedingen onzeker is ten opzichte van de bestaande budgetten. Daarom nemen we hier een risico voor op van € 800.000,-. Dit risico bestaat uit verschillende onderdelen, waarbij de kans dat het risico zich voordoet bij het ene onderdeel groter is dan bij het andere. We gaan uit van een gemiddelde kans van 75%. Beheersmaatregel Leidinggevenden worden ondersteund in het uitvoeren van hun verantwoordelijke taken op gebied van bovenstaande regelingen door P&O. Daarnaast geldt dat P&O monitort op instroom en hoogte vergoedingen.
Op het moment dat bijstelling van de budgetten noodzakelijk blijkt wordt dit betrokken bij het opstellen van toekomstige begrotingen.
Uitkering gemeentefonds
Omschrijving risico De gemeente ontvangt ieder jaar een uitkering uit het gemeentefonds. Het gaat hierbij om de algemene uitkering, de ICL uitkering en diverse decentralisatie- en integratieuitkeringen. De hoogte van deze uitkeringen wordt jaarlijks begroot op basis van de informatie uit de septembercirculaire. De bijdrage die iedere gemeente ontvangt hangt af van diverse variabelen, die in bepaalde gevallen ook van elkaar afhankelijk zijn. Relatief gezien gaat het dan misschien niet om grote afwijkingen, maar in absolute zin gaat het dan om grote bedragen. Een eventuele afwijking kan voor- of nadelig uitpakken, waarbij geldt dat de onzekerheid toeneemt richting de toekomst. Voornaamste risico is de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds, welke jaarlijks wordt toegevoegd aan de algemene uitkering. Gemeenten mogen deze ruimte in de begroting ramen en dat doet Lelystad dan ook. Het risico bestaat echter dat er op realisatiebasis minder ruimte onder het plafond is dan wat eerder door het Rijk als inschatting is afgegeven. In dat geval leidt dat tot een nadelig effect ten opzichte van de begroting. Op dit moment wordt het effect ingeschat op +€2.000.000 en -€2.000.000. De kans op een negatieve afwijking wordt op basis van kennis en ervaring ingeschat op 25%.
Beheersmaatregel Geen; de algemene uitkering wordt eenzijdig vastgesteld door het ministerie en gemeenten hebben hier geen invloed op.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 85
Toelichting top 10 grootste financiële risico's
Participatiebudget uitkeringen
Omschrijving risico De gemeente Lelystad ontvangt vanuit het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het verstrekken van uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz en het inzetten van loonkostensubsidie. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast, dat vervolgens via een vastgestelde verdeelsystematiek over de gemeenten wordt verdeeld. Het macrobudget wijzigt door conjuncturele ontwikkelingen, effecten van rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling. In het voor- en najaar ontvangen gemeenten vanuit het ministerie van SZW informatie omtrent de (verwachte) rijksbijdrage. De gemeentelijke begroting wordt ieder jaar geactualiseerd, zowel voor wat betreft de ontwikkeling van de uitkeringslasten, alsook voor wat betreft de ontwikkeling van de rijksbijdrage. De precieze hoogte van de rijksbijdrage wordt pas definitief vastgesteld in het najaar van het lopende begrotingsjaar. Het gaat om een aanzienlijk bedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van diverse externe variabelen. Het risico bestaat dat de ontwikkeling van het rijksbudget gedurende het jaar uit de pas loopt met de ontwikkeling van de uitkeringslasten. Dit risico wordt ingeschat op €2.000.000,- (zowel voor- als nadelig), waarbij de kans dat zich het meest nadelig effect voordoet ingeschat wordt als klein, en daarom nemen we een kans op van 20%.
Beheersmaatregel Door in te blijven zetten op het activeren en participeren van klanten in de bijstand (re-integratie en arbeidstoeleiding) wordt ingezet om binnen het beschikbare budget de regeling uit te voeren.
Wmo
Omschrijving risico De vraag naar Wmo ondersteuning neemt toe als gevolg van bevolkingsgroei, het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering. Deze ontwikkelingen leiden tot een groter beroep op de Wmo waarmee de betaalbaarheid onder druk kan komen te staan. Het gebruik van en het kostenniveau van de Wmo wordt voortdurend gemonitord in verband met diverse onzekerheden die van kracht zijn. Er blijven diverse onzekerheden waardoor er een risico is dat de prognose toch anders uitvalt dan nu voorzien. Onzeker is bijvoorbeeld hoe groot het extra beroep op de Wmo door bevolkingsgroei en (dubbele) vergrijzing exact wordt. Een andere onzekerheid is het effect van de invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage inclusief samenhangende korting op de rijksbijdrage naar verwachting per 2027. Ook de doordecentralisatie regionale Wmo taken is een onzekerheid. Het woonplaatsbeginsel en een nieuw financieel objectief verdeelmodel (doordecentralisatie) voor Beschermd Wonen zou al eerder van kracht worden, maar is verder uitgesteld. De gemeenten zullen op dat moment (via een ingroeipad) lokaal bijbehorende financiële middelen ontvangen via het nieuwe financieel verdeelmodel. Het toekomstig objectieve verdeelmodel heeft een ingroeipad van 10 jaar.
Bij het financieel verantwoordelijk worden voor Beschermd Wonen heeft effect op zowel de inkomsten- als uitgavenkant van de Lelystadse Wmo- begroting. Risico is dat de doordecentralisatie voor ons negatief uitvalt waardoor er mogelijk tekorten op dit onderdeel kunnen ontstaan. Er is nog geen duidelijkheid over de hoogte van het besteedbare bedrag, maar in eerdere voorlopige cijfers werd uitgegaan van een forse korting op het regionale budget Beschermd Wonen voor Flevoland. Daarnaast is er regionaal een financieel tekort voor de Maatschappelijke Opvang, Vrouwenopvang en Veilig Thuis, welke medegefinancierd worden uit de middelen Beschermd Wonen. Vooralsnog is onbekend wanneer de doordecentralisatie van de overige regionale Wmo taken (maatschappelijke opvang, verslavingszorg e.d.) zal plaatsvinden. In 2023 werd duidelijk dat de instroom van mensen in de Wlz Ggz veel hoger is dan VWS had verwacht. Landelijk is de ambitie om de totale instroom in de Wlz met twintig procent te reduceren. Daarbij wordt onder andere gekeken naar oplossingen vanuit de Wmo, hetgeen zou betekenen dat de Wmo kosten zullen stijgen. De gestegen inflatie en nieuwe CAO’s zorgen ervoor dat uitvoerders van Wmo voorzieningen steeds moeilijker uitkomen met de gecontracteerde budgetten. Nieuwe aanbestedingen brengen eveneens onzekerheden met zich mee als het gaat om hogere marktprijzen.
Bovenstaande ontwikkelingen worden in totaal geschat op een mogelijk nadelig effect van € 3.000.000,- waarbij we de kans dat alle geschetste ontwikkelingen zich gelijktijdig en in volle omvang voordoen als klein inschatten. We houden daarom een kans aan van 10%. Beheersmaatregel Elk jaar vindt een actualisatie van Wmo budgetten plaats op basis van beschikbare informatie. De actualisatie is gestoeld op de prognose groei Wmo voorzieningen op basis van bevolkingsgroei en vergrijzing.
Vervallen risico’s Als risico’s zich voordoen of afgewend kunnen worden zijn ze niet langer actueel en worden ze niet meer opgenomen in de inventarisatie van de risico’s. Er zijn geen risico’s uit de top 10 risico’s van de vorige paragraaf weerstandsvermogen (jaarrekening 2024) komen te vervallen.
2.2 Gewenste weerstandscapaciteit Zoals gezegd bestaat een risico uit de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het mogelijke gevolg wat dit met zich meebrengt. Op basis van het product ‘kans maal gevolg’ dient een aanpak gekozen te worden om met het risico om te gaan. Deze aanpak kan betrekking hebben op het verkleinen van de kans op een gebeurtenis of op het beperken van de gevolgen van een gebeurtenis. Het aanwenden van weerstandscapaciteit is gericht op het laatste. Het totaal risicobedrag van de top 10 van grootste risico’s, plus de overige risico’s uit de risicoinventarisatie en de risico’s voor het grondbedrijf, vormen samen de gewenste weerstandscapaciteit. Dit is in de tabel hieronder weergegeven:
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 86
Gewenste weerstands capaciteit
Omvang risico
Totaal Top 10 grootste financiële risico's Overige risico's Risico's grondexploitaties Totaal gewenste weerstands capaciteit
14.826.245 1.424.025 8.236.516 24.486.787
In het volgende onderdeel wordt ingegaan op de beschikbare weerstandscapaciteit.
2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit Het beleid met betrekking tot de beschikbare weerstandscapaciteit is vastgelegd in de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van de algemene reserve.
2.4 Bepaling weerstandsvermogen De raad heeft de norm vastgesteld voor het weerstandsvermogen op 1,5 maal het totaal van het benodigd risicobedrag, met een ondergrens van 1,2 en een bovengrens van 1,8. In de tabel hieronder wordt de norm van het weerstandsvermogen weergegeven.
Risicobedrag
Norm
24.486.787 24.486.787 24.486.787
1,2 1,5 1,8
Ondergrens weerstandsvermogen 1,2 Vastgestelde norm weerstandsvermogen 1,5 Bovengrens weerstandsvermogen 1,8
Weerstandsvermogen 29.384.144 36.730.180 44.076.216
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt €43.837.000. Dit houdt in dat er voldoende weerstandsvermogen aanwezig is om aan de norm van 1,5 keer het risicobedrag (€36.730.180,-) te voldoen. Daarnaast blijft de beschikbare weerstandscapaciteit bijna tussen de bandbreedte van 1,2 en 1,8. Dit wordt in onderstaande tabel grafisch weergegeven.
Verloop weerstandsvermogen 50.000 45.000 40.000 35.000 30.000
Beschikbare weerstandscapaciteit
25.000
Bovengrens
20.000
Norm risicobedrag
15.000
Ondergrens
10.000 5.000 0 februari
september
2020
Maart
september 2021
Maart
september 2022
Maart
september 2023
Maart
september 2024
Maart
september 2025
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 87
3. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt conform de artikelen 9 en 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) inzicht gegeven in ‘het onderhoud van de kapitaalgoederen’. Deze kapitaalgoederen vormen de infrastructuur van de openbare ruimte: gebouwen, wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, water en riolering (infrastructuur), openbaar groen en sportfaciliteiten (voorzieningen). Na aanleg vergen deze kapitaalgoederen regelmatig onderhoud om de openbare ruimte aantrekkelijk te houden, de veiligheid te garanderen en de functionaliteit van deze kapitaalgoederen actueel te houden, zodat deze zoveel mogelijk blijven aansluiten op de veranderingen in en de wensen en behoeften vanuit de samenleving. Kerncijfers Lelystad is ruim 76.000 ha. groot. Hiervan bestaat 24.000 ha. uit land en het overige uit water.
Areaal openbare ruimte
Eenheden
Lichtmasten Speeltoestellen Civiele kunstwerken Bomen Verkeersregelinstallaties Bussluis installaties (Verkeers)meubilair/ bebordingen Riolering (DWA/ RWA/ Blusriool) Riolering (Persleidingen) Watergangen Verharding Groen Bossen/ ecozone Strand en recreatief gebied Valondergronden; speelvoorzieningen Totaal m2 openbare ruimte
26.479 Stuks 1.731 Stuks 295 Stuks 44.510 Stuks 10 Stuks 3 stuks 30.893 stuks 722.878 m1 82.627 m1 60.824 m1 6.324.100 m2 9.267.900 m2 4.845.354 m2 334.000 m2 34.954 m2 20.806.308 m2
Openbare ruimte (Wegen, Riolering, Water en Groen) De kaders voor het onderhoud van de openbare ruimte zijn vastgelegd in het „Kwaliteitsstructuurplan Lelystad” (KSP) met een bijbehorende kostenraming, door de raad vastgesteld op 14 februari 2003. Een belangrijk onderdeel van het KSP is het Beleidsplan Openbare Ruimte (BOR) waarin de visie op de openbare ruimte wordt verwoord. Er is geen standaardeenheid van kwaliteit, maar er kan per gebied en per onderdeel gevarieerd worden. In het KSP is dit in de vorm van matrixoverzichten nader uitgewerkt. De meerjarenraming openbare ruimte, die regelmatig wordt geactualiseerd (2015), geeft een onderbouwing dat de openbare ruimte van Lelystad ook op lange termijn - mits sober en doelmatig - te onderhouden is met inzet van de beschikbare middelen, inclusief de ICL-uitkering. Hierbij wordt uitgegaan van onderstaande kwaliteitsambitie, door de raad vastgesteld op 28 april 2020.
Deze bijgestelde kwaliteitsambitie zal als basis dienen voor de herijking van de meerjarenraming openbare ruimte. Voor het onderdeel ‘riolering’ is een uitzondering gemaakt en wordt de doorkijk genomen tot het jaar 2065. Het onderdeel ‘riolering’ is separaat uitgewerkt in het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP 2022-2031) en op 1 november 2022 door de raad vastgesteld.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 88
De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten, waarvoor financiële middelen moeten worden vrijgemaakt. Het onderhoud wordt door middel van Dagelijks Onderhoud (DO) en Groot Onderhoud (GO) uitgevoerd. Het DO betreft jaarlijks terugkerende werkzaamheden die zoveel als mogelijk planmatig worden uitgevoerd en onderdeel uitmaken van de reguliere begroting. In het GO vinden periodiek terugkerende werkzaamheden plaats die worden uitgevoerd op basis van inspectie naar de onderhoudstoestand van het kapitaalgoed. Het GO wordt bekostigd uit de grootonderhoudsvoorzieningen omdat de kosten over de jaren heen kunnen fluctueren. Zijn de DO- en GO-ingrepen niet voldoende om de functionele kwaliteit te waarborgen, dan worden bij de voorbereiding van GO, aanvullende maatregelen voorgesteld. Dit is het geval bij functieveranderingen, onder andere door gewijzigd beleid (bijvoorbeeld duurzaam veilig verkeer, invoeren politiekeurmerk veilig wonen). De werkzaamheden in het GO worden opgenomen in het voortschrijdend integrale meerjarenprogramma Groot Onderhoud (IGOR) waarin naast wegen, straten, pleinen (WSP) ook groen, openbare verlichting, watergangen, civiele kunstwerken, spelen en riolering zijn opgenomen. Het IGOR wordt jaarlijks geactualiseerd en na besluitvorming budgetneutraal verwerkt in de begroting.
Gebouwen De gemeente heeft gebouwen in eigendom zoals scholen, MFA’s, Agora, Kubus, parkeergarages, brandweerkazerne, Stadhuis, de werf aan de Wigstraat, etc. Voor het onderhoud van deze gebouwen is een Meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) opgesteld, dat jaarlijks wordt geactualiseerd op basis van inspecties. Met het MJOP als basis wordt jaarlijks het werkprogramma voor het daaropvolgende jaar voorbereid. De bekostiging is deels onderdeel van de reguliere begroting (DO) en loopt deels via de onderhoudsvoorziening (GO). Kunstobjecten (cultureel) In de Auteurswet van 1912 is vastgelegd dat eigenaren van een kunstwerk de verplichting hebben dit werk naar behoren te beheren. Als eigenaar van een groot aantal kunstwerken draagt ook de gemeente deze verantwoordelijkheid. Voor de kunstwerken in de openbare ruimte in gemeentelijk bezit is in 2006 een systematische meerjarig onderhoudsprogramma geïntroduceerd. Vanaf 2006 vindt het onderhoud van de beeldende kunst conform dit programma plaats. De ‘Zuil van Lely’ ondergaat om de vijf jaar een uitvoerige technische inspectie naar de constructie. Deze inspectie heeft in 2023 plaats gevonden, waarbij op grond van de bevindingen in 2024 noodzakelijk onderhoud aan dit kunstwerk is uitgevoerd.
Onderhoudsvoorzieningen Voor het in stand houden van de kapitaalgoederen zijn er voor het uitvoeren van groot onderhoud verschillende onderhoudsvoorzieningen. De stand van deze voorzieningen en het verloop daarvan als gevolg van stortingen en onttrekkingen in een jaar is opgenomen in hoofdstuk 4.5 van deze begroting. Stortingen vinden plaats op basis van vastgestelde meerjarenramingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van vastgestelde onderhoudsplannen en incidenteel op basis van separate besluitvorming. Onderhoudsplannen: -
Meerjarenonderhoudsprogramma Gebouwen (MJOP) Integraal Grootonderhoud Openbare Ruimte (IGOR)
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 89
4. Financiering De basis voor het handelen van de gemeente op het gebied van financiering is de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van gemeenten. Voor Lelystad is deze regelgeving vertaald in het treasurystatuut. Het belangrijkste uitgangspunt van deze wet is het beheersen van de uit de treasuryfunctie voortvloeiende risico’s. Dat blijkt uit de volgende twee randvoorwaarden: • •
Het aangaan en verstrekken van leningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak; Uitzettingen (het verstrekken van leningen en het eventueel uitzetten van deposito’s) moeten een prudent karakter hebben en mogen niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatige risico’s.
Risicobeheer financieringsportefeuille Renterisico Dit is het risico dat de gemeente wordt geconfronteerd met sterke rentestijgingen voor haar lopende geldleningen. In het algemeen wordt dit risico beperkt door het gespreid over de lopende jaren afsluiten van langlopende geldleningen met een vast rentepercentage. Kredietrisico Dit is het risico dat de gemeente loopt bij het verstrekken van geldleningen aan rechtspersonen die in financiële problemen kunnen komen. Vanwege de invoering van het schatkistbankieren moeten decentrale overheden de liquiditeitsoverschotten verplicht beleggen bij de Staat der Nederlanden. Eind 2013 is de wet FIDO op dit punt aangepast. Liquiditeitsrisico Het risico dat de gemeente op de korte termijn niet genoeg geld beschikbaar heeft of kan krijgen om aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen, wordt het liquiditeitsrisico genoemd. De afgelopen jaren was er steeds sprake van een liquiditeitsoverschot door substantiële grondverkopen. Om een goed inzicht te krijgen in de vraag hoeveel moet worden geleend en met welke looptijd, zal aandacht worden geschonken aan de liquiditeitsprognose. Debiteurenrisico Er bestaat een risico dat gemeentelijke debiteuren hun rekeningen niet (op tijd) betalen.
Dit risico wordt beperkt door debiteuren vooraf te laten betalen, opbrengsten tijdig te innen en het monitoren van de dubieusheid van vorderingen en tegenpartijen conform de richtlijnen op dit gebied. Eisen wet FIDO Publieke taak en prudent beleggen Conform het treasurystatuut komen leningen, uitzettingen en garanties alleen tot stand indien zij een publieke taak dienen en de uitzettingen een prudent karakter kennen. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico is in de wet FIDO een norm opgenomen ten aanzien van de maximale omvang van de kortlopende schulden (korter dan 1 jaar), de zogenaamde kasgeldlimiet. Deze limiet wordt berekend naar een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende jaar. Voor 2026 bedraagt deze limiet circa €38,0 miljoen. Bij dreigende overschrijding van de kasgeldlimiet, wordt een deel van de kortlopende schuld omgezet in een langlopende schuld (geldlening langer dan 1 jaar).
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 90
Kasgeldlimiet
3e kw 2024
4e kw 2024
1e kw 2025
2e kw 2025
401.382
401.382
435.302
401.382
In procenten van de grondslag
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
In bedrag
34.117
34.117
37.001
34.117
Opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
Schuld in rekening-courant
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
Derivaten contracten
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
Totaal vlottende korte schuld
-
-
-
-
-
-
-
-
410
360
608
444
86.943
93.723
85.823
73.286
-
-
-
-
Totaal netto vlottende schuld
-87.353
-94.082
-86.431
-73.731
Toegestane kasgeldlimiet (1)
34.117
34.117
37.001
34.117
Ruimte (+)/ Overschrijding (-)
121.470
128.200
123.432
107.848
(bedragen x €1.000)
Grondslag Omvang begroting per 1 januari 2024/2025 (1) Toegestane kasgeldlimiet
(2) Omvang vlottende korte schuld
(3) Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Derivatencontracten (4) Toets kasgeldlimiet
Renterisiconorm De renterisiconorm ziet vooruit en is direct gerelateerd aan het budgettaire risico. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De rente risiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Verder wordt voor het renterisico uitgegaan van het bedrag van de te betalen aflossingen. Onderstaand is het renterisico t.o.v. de renterisiconorm in beeld gebracht. Renterisico vaste schuld (bedragen x €1.000) -1 Rente herzieningen -2 Aflossingen -3 Renterisico (1+2) -4 Renterisiconorm -5 Ruimte onder risiconorm (3-4) Berekening renterisiconorm (4a) Begrotingstotaal 2026 (4b) Percentage regeling -4 Renterisiconorm
2026
2027
2028
2029
3.167 3.167 89.462 86.295
2.417 2.417 89.462 87.045
2.417 2.417 89.462 87.045
2.417 2.417 89.462 87.045
447.308 20% 89.462
447.308 20% 89.462
447.308 20% 89.462
447.308 20% 89.462
Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de periode 2026 tot en met 2029 het maximale renterisico lager is dan de renterisiconorm. Dit betekent dat de renterisiconorm, op basis van deze cijfers, niet overschreden zal worden. Bij het aantrekken van nieuwe langlopende leningen wordt ervoor gezorgd dat zodanige modaliteiten worden gekozen, dat de renterisiconorm niet overschreden wordt. Het blijft echter mogelijk dat in een bepaald jaar meer langlopende leningen moeten worden aangetrokken dan voorzien (meer dan maximaal nodig is om binnen de norm te blijven). In dat geval vindt vooroverleg met de provincie plaats.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 91
Eisen BBV Met ingang van begrotingsjaar 2018 is voorgeschreven dat de totaal doorberekende interne rente (op basis van een omslagrente) gelijk moet zijn aan de totale rentelasten, waardoor niet (of nauwelijks) meer sprake is van een renteresultaat. Doel is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en jaarstukken, en het eenduidig inzichtelijk maken van hoe de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). We voldoen met ingang van de begroting 2018 aan de gewijzigde systematiek van de rente omslagmethode. De omslagrente voor 2026 is ongewijzigd 0,25%. In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.
Bij Af Af Af
Bij
Bij Bij
Af
Rentetoerekening a De externe rentelasten over de korte en lange financiering b De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten (a - b) c1 De rente die aan de facilitaire grondexploitatie moet worden doorberekend c2 De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (voorbeeld: riolering) De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Saldo doorberekende rente (c) Aan taakvelden toe te rekenen externe rente (a - b) + (c) d1 Rente over eigen vermogen d2 Rente over voorzieningen Totaal geraamde / werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente (a - b) + (c) + d1 + d2 e De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)* f Renteresultaat op het taakveld Treasury (a - b + c + d1 + d2 - e)
(Im)matteriële en financiële VA en BIE integraal gefinancierd Berekende renteomslag o.b.v. aan taakvelden toe te rekenen externe rente Berekende renteomslag o.b.v. aan taakvelden toegerekende rente(omslag)
2025 Begroot 487 1.614 -1.127
2026 Begroot 277 989 -712
-1.127 -1.127
-712 -712
-222 -222
-61 -61
-70 -70
-719 -409
-832 120
-1.008 786
-862 800
-893 822
244.138 -0,46% -0,29%
263.016 -0,27% -0,32%
297.716 -0,07% -0,34%
319.061 -0,02% -0,27%
308.407 -0,02% -0,29%
2027 2028 2029 Begroot Begroot Begroot 242 228 132 464 289 202 -222 -61 -70
Financieringsbehoefte De behoefte aan nieuwe externe financieringsmiddelen is afhankelijk van een aantal zaken: de gemeentelijke vaste activa en voorraden bouwgrond, ontwikkeling van de interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen), ontwikkeling van de bestaande schuldpositie en de mutaties in het gemeentelijk werkkapitaal. Op basis van de balansprognose is het financieringstekort 2026 geraamd op circa €203 miljoen. Voor 2026 wordt er geen langlopende financieringsbehoefte verwacht. Financieringsbehoefte bedragen x €1.000 Vaste activa Vlottende activa Te financieren boekwaarde Reserves Voorzieningen Vaste geldleningen Aflossingen vaste geldleningen Beschikbare vaste financieringsmiddelen Financieringstekort Benodigde financieringsmiddelen Vlottende passiva Beschikbaar kortlopende middelen (kasgeldlimiet) Op te nemen vaste geldleningen
2026
2027
2028
2029
336.098 162.014 498.113 120.172 143.685 44.833 -13.167 295.523
344.649 135.364 480.013 116.634 151.289 41.666 -3.167 306.423
369.234 111.937 481.171 110.705 156.579 39.250 -2.417 304.118
394.326 111.531 505.856 107.513 166.534 36.833 -2.417 308.463
202.590 191.881 30.000 -
173.591 194.600 30.000 -
177.053 214.411 30.000 -
197.393 233.678 30.000 -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 92
Rentevisie Korte rente kenmerkt zich door sterke fluctuaties. Wanneer de inflatie laag blijft, zal de korte rente zich op een laag niveau begeven. Tot medio 2022 waren de korte rentes zeer laag met een niveau van rond de -0,40%. Als gevolg de sterk oplopende inflatie is het ruime monetaire beleid van de ECB afgebouwd. De ECB heeft sinds juli 2022 de herfinancieringsrente verhoogd naar 4,25%. Door de dalende inflatie is de ECB in 2024 en 2025 is de herfinancieringsrente verlaagd naar 2,15%. De verwachting is dat deze stabiel zal zijn in 2026. De lange rentes zijn in 2025 stabiel gebleven. De verwachting voor 2026 is dat de lange rente tussen de 3,00% en 4,00% zal bewegen. Onderstaande grafiek laat zien dat de rentes enorm kunnen fluctueren. In de rentestrategie moet de gemeente hier prudent mee omgaan.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 93
5. Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkelingen die van invloed zijn op de gemeentelijke bedrijfsvoering. Deze bedrijfsvoering omvat de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen binnen de gemeente en is faciliterend aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen uit de verschillende taakvelden. In deze paragraaf zullen de diverse aspecten per thema worden behandeld, waarbij in voorkomende gevallen ingegaan zal worden op een aantal meerjarige ontwikkelingen. Strategische doelen voor de stad – een ambitieuze organisatie Lelystad heeft grote ambities en een organisatie nodig die deze waarmaakt. In het Raadsakkoord en het Verhaal van Lelystad is vastgelegd welke koers we samen willen varen. Daarom zijn we in 2025 gestart met de uitvoering van het organisatieplan 2025-2030. Dit plan vormt de basis voor een sterke, wendbare en toekomstgerichte organisatie. Centraal hierin staan onze nieuwe kernwaarden: nieuwsgierig, daadkrachtig, teamspeler en dienstverlenend. Deze waarden geven richting aan ons dagelijks handelen en maken zichtbaar wat we van elkaar en van de organisatie mogen verwachten. Daarbij zijn onze strategische doelen direct verbonden met het Raadsakkoord en het Verhaal van Lelystad. Zo zorgen we voor een duidelijke lijn van bestuurlijke ambities naar uitvoering in de praktijk.
We investeren in onze medewerkers door strategische personeelsplanning en ontwikkeling. Ook benutten we technologische innovatie om slimmer, sneller en eigentijdser te werken. Dat doen we altijd vanuit de overtuiging dat de organisatie dienend moet zijn aan de groei van de stad. Daarnaast versterken we de uitstraling van Lelystad met de merkwaarden Gedurfd, Groei en Genieten. Daarmee laten we zien waar de stad voor staat, bouwen we aan trots en vergroten we de herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van Lelystad. Zo maken we elke dag zichtbaar dat onze organisatie bijdraagt aan de vooruitgang van inwoners, ondernemers en bezoekers. Digitale transformatie Lelystad staat voor grote opgaven, zoals een forse woningbouwambitie en de positionering binnen de regio als Provinciehoofdstad. Tegelijkertijd vraagt een snel veranderende wereld om een sterke digitale basis. Digitalisering, kunstmatige intelligentie en data-analyse worden steeds bepalender voor onze dienstverlening en bedrijfsvoering. Daarom zetten we stevig in op digitale soevereiniteit: we willen eigenaar blijven van onze data, keuzes maken binnen de mogelijkheden die er zijn, en samenwerken met Rijk, provincie en collega-gemeenten. We durven daarbij actief het gesprek aan te gaan, partners op te zoeken en waar nodig ook het voortouw te nemen.
Het gaat ons niet alleen om IT, maar ook om het versterken van onze bestuurlijke en strategische onderhandelingspositie, zodat Lelystad vanuit kracht en wendbaarheid kan handelen. Digitale transformatie zien we als een primair proces: zonder een robuuste digitale infrastructuur komt de continuïteit van onze dienstverlening direct in het gedrang. Investeringen in informatievoorziening, infrastructuur en digitaal vakmanschap zijn daarom onmisbaar. Onze koers sluit aan op het Rijksbeleid, waaronder de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en landelijke voorzieningen. Zo bouwen we aan een veilige, datagedreven en eigentijdse organisatie die inwoners en ondernemers centraal stelt. Digitale soevereiniteit is daarmee een essentiële bouwsteen voor de toekomst van Lelystad én voor de realisatie van onze brede maatschappelijke en economische ambities. Informatiebeveiliging en privacy Lelystad wil een betrouwbare en veilige digitale overheid zijn. We beheren naast openbare informatie ook veel privacygevoelige gegevens, en het is onze verantwoordelijkheid om deze te beschermen binnen de geldende kaders. Daarom werken we volgens de AVG, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en bereiden we ons actief voor op nieuwe Europese regels zoals NIS2, de Digital Services Act en de Data Act. Informatiebeveiliging is een primair onderdeel van onze bedrijfsvoering.
Met een actueel beleid, investeringen in systemen en blijvende aandacht voor kennis en bewustwording bij medewerkers versterken we onze digitale weerbaarheid. Ook privacy en gegevensbescherming staan centraal:
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 94
inwoners en ondernemers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun data veilig zijn en alleen worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. Deze inzet vormt een kern van onze ambitie op digitale soevereiniteit. Door zorgvuldig en veilig met data om te gaan, blijven we eigenaar van onze informatie, vergroten we onze onderhandelingspositie en bouwen we samen met partners aan een sterke digitale toekomst voor Lelystad. Concernbrede bedrijfsvoering De kosten voor de concernbrede bedrijfsvoering zijn bijeengebracht op taakveld 0.4 ‘Overhead’. De in de overige taakvelden opgenomen lasten beperken zich tot de direct aan de activiteiten toe te rekenen kosten. Door deze systematiek toe te passen is het makkelijker een beeld te vormen van de directe financiële consequenties van een gemeentelijke activiteit. In de tabel hieronder worden de bedrijfsvoeringskosten binnen taakveld 0.4 nader gespecificeerd. Voor het vaststellen van het bedrijfsvoeringstarief worden alle kosten binnen taakveld 0.4 meegenomen. Een en ander conform de rekenregels in de BBV.
Overheadkosten (Taakveld 0.4) (bedragen x €1.000) Bedijfsvoeringskosten ICT Centrale ondersteuning Directie en management Administratie en ondersteuning Huisvesting Overhead primaire afdelingen Totaal Bedijfsvoeringskosten Overige kosten taakveld 0.4 overhead Gemeentelijke gebouwen Primaire productie Totaal Overige kosten taakveld 0.4 overhead Eindtotaal
2026
2027
2028
2029
9.912 7.648 5.751 2.686 4.198 686 30.881
9.054 7.920 5.878 2.738 4.083 689 30.361
8.989 7.927 5.878 2.738 4.125 689 30.346
8.956 7.927 5.878 2.738 4.183 689 30.370
4.010 2.672 6.682 37.563
4.004 2.731 6.736 37.097
3.999 2.731 6.730 37.076
3.993 2.731 6.725 37.095
In uitzonderingsgevallen kan het nodig zijn een volledig integrale kostprijs weer te geven, bijvoorbeeld bij subsidieregelingen en de berekening van kostendekkendheid van heffingen en legestarieven. Bij het bepalen van de bedrijfsvoering kosten wordt het hele taakveld 0.4 (baten en lasten gesaldeerd) meegenomen in het tarief. Hierbij wordt voor de productieve formatie (uitgaande van 1250 uur per fte) een bedrijfsvoeringsopslag van €60,31 per uur gehanteerd (was €57,67). Voorgesteld besluit: 0. De bedrijfsvoeringsopslag 2026 vast te stellen op €60,31.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 95
6. Verbonden partijen De gemeente Lelystad voert verschillende taken uit. Veel taken voeren we als gemeente zelf uit, maar er zijn ook taken die op afstand gezet zijn en door externe organisaties worden uitgevoerd. Er zijn verschillende manieren om zo’n taak of gemeentelijke doelstelling op afstand te zetten. De gemeente kan een taak uitbesteden door bijvoorbeeld subsidie te geven, een taak in te kopen of een taak samen met andere partijen uit te voeren. Een verbonden partij is een manier om een samenwerkingsverband vorm te geven. In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de verbonden partijen waar de gemeente Lelystad aan deelneemt. Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) definieert een verbonden partij in artikel 1, lid b, c en d: b) verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft; c) financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. d) bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Volgens deze definitie heeft de gemeente dus een bestuurlijk en financieel belang in een verbonden partij. Van een bestuurlijk belang is sprake indien de gemeente rechtstreeks invloed heeft op de besluitvorming binnen de verbonden partij. Een financieel belang is aan de orde als de gemeente financieel kan worden aangesproken wegens het functioneren van de verbonden partij of wanneer de gemeente geld kan kwijtraken bij een faillissement van een verbonden partij. Participaties in naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen en gemeenschappelijke regelingen vallen onder het begrip verbonden partij. Stichtingen en verenigingen kunnen ook als verbonden partij worden aangemerkt. Een stichting of vereniging die jaarlijks subsidie ontvangt, maar waaraan geen andere financiële verplichtingen zitten met een juridische afdwingbaarheid door derden, is echter geen verbonden partij. Eveneens is geen sprake van een verbonden partij als er een lening of garantstelling verstrekt is aan een partij waar we geen bestuurlijk belang in hebben. Meer informatie over het beleid omtrent verbonden partijen is te vinden in de Nota verbonden partijen. Toelichting bij het overzicht In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de verbonden partijen die de gemeente Lelystad heeft.
Alle verbonden partijen dragen bij aan de doelstellingen van de gemeente en inhoudelijke informatie over de verbonden partijen is daarom terug te vinden bij de taakvelden. Verbonden partijen met een financieel belang kleiner dan €10.000 worden niet opgenomen in de paragraaf. Per verbonden partij wordt in het overzicht hierna de volgende informatie opgenomen: • de naam en de rechtsvorm; • het taakveld waaraan wordt bijgedragen; • het publiek belang dat op deze wijze behartigd wordt; • het bestuurlijk belang voor het begrotingsjaar; • het financieel belang voor het begrotingsjaar; • mogelijke financiële risico’s die voortvloeien uit de deelname in de verbonden partij; mocht de kans op tekorten die door ons moeten worden aangevuld als groot worden beoordeeld, dan zal tevens een risico opgenomen worden in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing; • de verwachte financiële resultaten voor het begrotingsjaar indien beschikbaar; • de financiële kerngegevens uit de laatst vastgestelde jaarrekening.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 96
GGD Flevoland
GR
Taakveld Publiek belang
7.1 Volksgezondheid Beschermen en bevorderen van de publieke gezondheid.
Bestuurlijk belang
Lelystad is één van de 6 deelnemende gemeenten aan de GR GGD Flevoland.
Financieel belang
Over de begroting 2026 van de GGD moet nog besluitvorming plaats vinden, de bijdrage voor 2025 bedraagt €2.399.000,-.
Financiele risico's
De begroting van de GGD bestaat grotendeels uit markttaken die niet door de gemeenten gefinancierd worden. Wanneer deze markttaken flink afnemen dan zal de gemeentelijke bijdrage behoorlijk moeten toenemen om de GGD in stand te houden. Daarnaast is de GGD momenteel bezig met het inzichtelijker maken van de financien en het opstellen van een IHP, dit kan ook resulteren in een toename van de gemeentelijke bijdrage.
Toelichting op de verwachte financiële resultaten 2026 Het verwachte eigen vermogen per 1-1-2026 bedraagt €7.052.000,- en Eigen vermogen per 31-12-2026 eveneens €7.052.000,-. Vreemd vermogen
Het verwachte vreemd vermogen per 1-1-2026 bedraagt €28.492.000,en per 31-12-2026 €28.466.000,-.
Financieel resultaat
Verwacht resultaat is €0,-.
Kerngegevens jaarrekening 2024 (bedragen x €1.000)
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat
01-01-2024
31-12-2024
7.057 25.554
7.074 22.034 11
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 97
Het Flevolands Archief (HFA)
GR
Taakveld Publiek belang
0.4 Overhead Archiefbeheer.
Bestuurlijk belang
Lelystad is één van de zeven deelnemers aan de regeling en heeft voor 14,28% stemrecht. De deelnemersbijdrage bedraagt €265.986,- en de bijdrage aan het edepot bedraagt €115.610,-.
Financieel belang Financiele risico's
Op dit moment speelt de ontwikkeling van de uittreding van het Rijk uit de Regionale Historische Centra. De datum van uittreden is gesteld op 1 januari 2027. En hoewel nog niet exact duidelijk is onder welke voorwaarden de uittreding plaatsvindt, is het wel duidelijk dat de financiële bijdrage van het Rijk zal worden voortgezet, waarbij de bijdrage wordt omgezet in een Specifieke uitkering (SPuk). De GR HFA wordt aan de hand van de indicatoren als financieel gezond gezien.
Toelichting op de verwachte financiële resultaten 2026 Het verwacht eigen vermogen per 1-1-26 bedraagt €226.777,- en Eigen vermogen bedraagt per 31-12-26 €318.484,-. Vreemd vermogen
Het verwacht vreemd vermogen per 1-1-2026 bedraagt €124.880,- en bedraagt per 31-12-2026 €314.151,-.
Financieel resultaat
Het verwacht resultaat voor 2026 bedraagt na onttrekking uit de reserves € 0.
Kerngegevens jaarrekening 2024 (bedragen x €1.000)
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat
01-01-2024
31-12-2024
384 124
299 329 -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 98
OFGV
GR
Taakveld Publiek belang
7.4 Milieubeheer Vergunningverlening, toezicht en handhaving en milieu.
Bestuurlijk belang
Het stemrecht in 2025 is vastgesteld op 12,15 procent.
Financieel belang
De financiële bijdrage aan de OFGV voor 2026 bedraagt €1.742.810,-.
Financiele risico's
De OFGV staat er financieel goed voor, er zijn geen risico's met een substantiële impact op de gemeentelijke positie te verwachten.
Toelichting op de verwachte financiële resultaten 2026 Eigen vermogen Het verwacht eigen vermogen per 1-1-26 bedraagt €1.850.268,- en per 31-12-26 €1.395.268,-. Vreemd vermogen
Het vreemd vermogen per 1-1-26 en per 31-12-26 bedraagt €4.712.291,-
Financieel resultaat
De begroting voor 2026 is sluitend.
Kerngegevens jaarrekening 2024 (bedragen x €1.000)
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat
01-01-2024
31-12-2024
3.173 4.693
2.782 3.695 144
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 99