Kadernota 2022 - 2025 (versie voor raadsbehandeling)
Tekst van het document
24
Bijstelling Huisvuilinzameling
7.3
Bedragen x € 1.000
2022 -290
2023 -290
2024 -290
2025 -290
Op het gebied van de afvalstoffen is het uitgangspunt dat de afvalstoffenheffing maximaal 100% kostendekkend is. Jaarlijks worden de lasten en baten geactualiseerd naar aanleiding van de laatste inzichten. De berekening voor kostendekkendheid wordt bepaald aan de hand van vaste kosten en kosten die op basis van deze vaste kosten mogen worden doorbelast. De gehele inzameling van huishoudelijk afval werd gezien als overheidstaak. De btw op de inkoop mocht om die reden volledig worden meegerekend bij de bepaling van de kostendekkendheid van het tarief van de afvalstoffenheffing. De Staatsecretaris van Financiën heeft recent het standpunt ingenomen dat gemeenten voor de ontvangen vergoeding van het Afvalfonds Verpakkingen voor de btw niet handelen als overheid maar als ondernemer. Gevolg van dit standpunt is dat de btw, op de kosten die toerekenbaar zijn aan de ontvangen vergoeding van het afvalfonds, niet meer mogen worden meegerekend als kosten bij de bepaling van het tarief van de afvalstoffenheffing. Hierdoor komt nog ongeveer 80% van de uitvoeringskosten, afhankelijk van het volume van de verschillende afvalstromen, in aanmerking voor doorbelasting met btw voor het bepalen van de heffing en mate van kostendekkendheid. Per saldo resulteert deze ontwikkelingen in een kostendekkendheid van 103%. Om te komen tot een kostendekkendheid van 100% dienen de tarieven naar beneden toe
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
18
bijgesteld te worden. Dit levert een lastenverlichting op voor de inwoners, maar tegelijkertijd ook een nadeel ten opzichte van de begroting ter grootte van €290.000. Voorgesteld besluit: 24. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Huisvuilinzameling’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€290.000.
25
Bijstelling
7.4
Handhaving Erkende Maatregelenlijst energiebesparing
Bedragen x € 1.000
2022 -450
2023 -450
2024 -300
2025 -300
Energiebesparing is een forse eerste stap op weg naar de doelen voor CO2 reductie. Informeren en adviseren van het lokale bedrijfsleven onder ander via het Energie Expertise Centrum (EEF) is hierbij cruciaal. Aanvullend hierop is toezicht en handhaving nodig; de wortel en de stok. Een grote groep ondernemingen (schatting ca. 825 bedrijven in Lelystad) zijn wettelijk verplicht te voldoen aan de Informatieplicht energiebesparing en moeten alle maatregelen treffen op het gebied van energiebesparing die binnen 5 jaar terugverdienbaar zijn. De wettelijke basis wordt gevormd door hoofdstuk 18 van de Wet Milieubeheer, wat vervolgens nog eens is herbevestigd bij het vaststellen van het Klimaatakkoord onder besluitpunt C1.10 lid g tot lid j. De Wet milieubeheer kent sinds 1993 een energiebesparingsplicht voor bedrijven. Op 1 januari 2008 is deze energiebesparingsplicht gedefinieerd als de plicht voor organisaties om alle energiebesparingsmaatregelen te nemen die zich binnen 5 jaar of minder terugverdienen. Dit geldt voor bedrijven én instellingen die meer dan 50.000kWh stroom of meer dan 25.000 m³ aardgas verbruiken. In 2019 is de laatste wijziging gemaakt in de wetgeving en is gesteld dat bedrijven elke vier jaar aan het bevoegd gezag aangeven hoe het staat met het doorvoeren van deze maatregelen. In 2023 moeten bedrijven dit dus uiterlijk gemeld hebben.
Het bevoegd gezag (provincie en gemeenten) kunnen deze taken mandateren aan de omgevingsdienst. Tot op heden is deze taak nog niet gemandateerd aan de OFGV. Momenteel werkt de OFGV in RES verband aan een eenvoudigere manier van informeren, toezicht houden en daarna eventueel handhaven op basis van de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML). Dit zijn standaard maatregelen voor een aantal sectoren die afhankelijk van de situatie ter plaatse een terugverdientijd kennen van 5 jaar. Naast de energiebesparingseis moeten vanaf 2023 alle kantoorgebouwen in Nederland voldoen aan een minimaal energielabel C. Deze regeling is nagenoeg onbekend bij kantooreigenen/gebruikers. In de aanpak kan deze energielabel C voorwaarde meegenomen worden in de informatievoorziening richting de betreffende ondernemers. Op basis van de aanpak van andere omgevingsdiensten en haar eigen ontwikkelde aanpak komt er een gemiddeld bedrag van circa € 1.500 per bedrijf/instelling naar voren. In Lelystad zijn afgelopen jaar met een (eenmalige) rijkssubsidie al een aantal bedrijven geholpen om te voldoen aan deze plicht. Wel blijven er nog circa 650 bedrijven over die nog door de gemeente/OFGV moeten worden gecontroleerd. Bij een controle voor het einde van 2023 komt dit uit op een benodigd extra budget voor toezicht en handhaving van circa €450.000 per jaar. Voorgesteld besluit: 25.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Handhaving Erkende Maatregelenlijst energiebesparing’ de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 en verder bij te stellen met de volgende bedragen: €450.000 in 2022 en 2023 en -€300.000 met ingang van 2024.
26
Bijstelling Basisniveau natuurwet- en regelgeving
7.4
Bedragen x € 1.000
2022 -80
2023 -40
2024 -
2025 -
Lelystad als Hoofdstad van de nieuwe Natuur heeft nog een inhaalslag te maken in het voldoen aan het basisniveau van het natuurwet- en regelgeving. Daarbij hoort een stevige agenda op Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Dit zijn topprioriteiten voor Lelystad om deze titel 'Hoofdstad Nieuwe Natuur' waardig te
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
19
worden/zijn. De Lelystadse agenda voor deze thema’s is momenteel onvoldoende uitgewerkt zowel op inhoud als financieel. Korte omschrijving van de inspanning: Uitwerken koersdocument stand van de Natuur: - Verwerken reacties 'stand van de natuur'; Besluit college voor de richting, ter kennisname raad (2021) - Bijeenkomst met raad/inwoners/bedrijfsleven/belangenorganisaties; wat is stads- en nieuwe natuur in Lelystad; een korte verkenning met als doel om te kaderen wat Lelystad nodig heeft om toekomstbestendig te kunnen ontwikkelen en beheren (€ 20.000 in 2022). - Uitwerken van een natuur inclusieve verstedelijkings- en beheerkader naar de beleidsvelden van de organisatie in spelregels en afspraken: opstellen van spelregels alle betrokken collega's; betrekken raad; vaststellen raad. In combinatie met uitwerking van de inspanning natuurinclusief en klimaatadaptief verstedelijkingskader (€40.000 in 2022 en €10.000 in 2023). - Uitwerken en toepassen natuur-inclusief bouwen en klimaatadaptatief ontwikkelen; ontwikkelen puntensysteem (Lelystad model, voorbeeld Den Haag), implementatie toolbox Biodiversiteit en klimaatadaptatie (€20.000 in 2022). - Participatie en bewustwording; Er gebeurt al veel in Lelystad op het gebied van natuur. De Lelystadse inwoners , ondernemers en belangenorganisiaties zijn echter nog niet in verbinding.
Het opbouwen van een stevig natuurnetwerk waar deze samenkomen is nodig. Onze inwoners als ambassadeurs van de 'Hoofdstad van de Nieuwe Natuur' (€30.000 in 2023). Voorgesteld besluit: 26. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Basisniveau natuurwet- en regelgeving’ de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 bij te stellen met de volgende bedragen: -€80.000 in 2022 en -€40.000 in 2023.
27
Bijstelling
1.1
Actualisatie bijdrage GR het Flevolands Archief
Bedragen x € 1.000
2022 -10
2023 -10
2024 -10
2025 -10
De begroting van het HFA wordt geïndexeerd op basis van de loon en prijs indexatie volgens afspraken binnen de gemeenschappelijke regeling. Dit resulteert in een structurele verhoging van de bijdrage aan het HFA. Voorgesteld besluit: 27. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR het Flevolands Archief’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€10.000.
28
Bijstelling Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio
7.1
Bedragen x € 1.000
2022 -69
2023 -69
2024 -69
2025 -69
Jaarlijks vinden er structurele bijstelling van de begroting van de Veiligheidsregio plaats conform de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen uitgangspunten zoals volumegroei, loonaanpassing en prijsindexatie. In het totaal betekent deze bijstelling een groei van de begroting van de Veiligheidsregio Flevoland van €558.000, wat voor Lelystad een structurele verhoging van de bijdrage betekent ter grootte van €69.000. Voorgesteld besluit: 28. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€69.000.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
20
29
Bijstelling
7.1
Actualisatie bijdrage GR GGD Flevoland
Bedragen x € 1.000
2022 -34
2023 -34
2024 -34
2025 -34
De jaarlijkse bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling wordt geactualiseerd op basis van het inwoneraantal en een prijsindex. In deze bijstelling zijn de daaraan verbonden hogere kosten opgenomen ter grootte van €34.000 structureel. Voorgesteld besluit: 29. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR GGD Flevoland’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€34.000.
30
Bijstelling
7.4
Actualisatie bijdrage GR OFGV
Bedragen x € 1.000
2022 187
2023 187
2024 187
2025 187
Begin februari heeft het Algemeen Bestuur van de OFGV de Kadernota 2022 vastgesteld. Als gevolg hiervan moet de bijdrage aan de omgevingsdienst OFGV worden bijgesteld, enerzijds in verband met de indexering van de salarissen en materiële budgetten, anderzijds in verband met de nieuwe kostprijsberekening. Deze berekening is gebaseerd op de uitvoering in 2018 en 2019 en de prognose voor 2020. Daarnaast stijgt de bijdrage van de gemeente in verband met het onderbrengen van de uitvoering van het toezicht op de asbestsanering bij de OFGV. Deze taken waren al eerder aangemerkt als verplichte basistaak. Ten opzichte van de huidige begroting levert deze bijstelling voor de komende jaren per saldo een voordeel op. Er spelen echter wel de nodige onzekerheden, bijvoorbeeld op het vlak van de bodemtaken - welke worden overgeheveld van de provincie naar de gemeenten (inclusief een overheveling van middelen van het provinciefonds naar het gemeentefonds). Op het moment dat daar meer duidelijkheid over is zal een eventueel voor- of nadelig effect betrokken worden bij de jaarlijkse p&c cyclus. Voorgesteld besluit: 30. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR OFGV’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met €187.000.
31
Bijstelling Actualisatie bijdrage GR OFGV - sloopmeldingen
7.4
Bedragen x € 1.000
2022 -137
2023 -137
2024 -137
2025 -137
Op basis van de wet VTH en de invoering van de Omgevingswet in 2022 wordt het beoordelen van sloopmeldingen met ingang van 1 januari 2022 een verplichte basistaak van de omgevingsdienst. De uitvoering van de asbestsaneringsketen is een taak van de OFGV en dit betekent dat deze wettelijke taken ingebracht moeten worden bij de OFGV. De gedeputeerde heeft de gemeenten voor het overbrengen een overgangstermijn gegeven. Vanaf 2022 wordt dit door provincie Flevoland betrokken in het IBT. De raad heeft op 6 april – vooruitlopend op de verplichte uitbesteding met ingang van volgend jaar – besloten ook in 2021 deze taak al uit te besteden aan de OFGV. Voor het niet meer afhandelen van de meldingen zal een deel van de formatieruimte verdwijnen. De omvang van het formatiedeel dat verdwijnt zal het komende jaar duidelijk worden, na het maken van werkafspraken met OFGV. De gemeente kan namelijk niet alle (proces)taken overdragen. Na de overgangstermijn in 2021 wordt gekeken naar de precieze hoeveelheid meldingen en het kostenniveau van het structureel onderbrengen van deze wettelijke taken naar de OFGV met ingang van 2022. Voorgesteld besluit: 31. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR OFGV – sloopmeldingen’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€137.000.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
21
Bijstelling
8.3
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Inkomsten bouwleges 350 350 350 350 Met de komt van de Omgevingswet zal het vergunningstelsel veranderen. De belangrijkste veranderingen doen zich voor in de vergunning die benodigd is voor het uitvoeren van een bouwactiviteit. De vergunning in de huidige situatie wordt met de invoering van de Omgevingswet gesplitst naar twee vergunningen. Met de ene vergunning zal getoetst worden of de activiteiten passen binnen het omgevingsplan (omgevingsplanactiviteit), met de andere vergunning worden alleen de bouwtechnische aspecten getoetst (alleen voor de hogere gevolgklassen CC2 en CC3). Deze zogenoemde ‘knip’ maakt dat het huidige legessysteem moet worden herzien. In de uitwerking wordt ervoor gekozen aan te sluiten bij de insteek die naar verwachting door de VNG zal worden geadviseerd.
32
Vast tarief – voor toets aan het omgevingsplan De werkzaamheden voor het omgevingsplan zijn qua tijdsbesteding gelijk bij deze activiteit, wat inhoudt dat de omvang van de bouw dus nauwelijks tot geen relatie met de tijdsbesteding van de toets heeft. Dit maakt dat het hanteren van een vast tarief het meest voor de hand ligt. Percentage van de bouwsom als tarief – voor toets op bouwkundige aspecten Voor het bouwkundige deel van de vergunning blijft de relatie met de bouwsom wel logisch. Een hogere bouwsom betekent in de praktijk een groter bouwwerk, wat logischerwijs betekent dat er op meer bouwkundige aspecten getoetst moet worden. Uit de eerste doorrekeningen blijkt een terugloop aan legesinkomsten te verwachten. Hierop is reeds geanticipeerd in de meerjarenraming, doordat er met ingang van 2022 nog maar €1,15 miljoen aan legesinkomsten staan begroot. Ter vergelijking: in 2019 en 2020 schommelde de legesinkomsten rond de €3 miljoen en op het dieptepunt van de kredietcrisis lagen de inkomsten rond de €0,65 miljoen. De Wet Kwaliteitsborging maakt dat er in minder gevallen een bouwtechnische vergunning nodig zal zijn. Het wegvallen van deze bouwtechnische vergunningen heeft tot gevolg dat een aanzienlijk deel van de legesinkomsten zal wegvallen. Voor deze categorie wordt namelijk gewerkt met een tarief dat is ingestoken als een percentage van de bouwsom.
De impact is aanzienlijk, juist omdat op dit moment de grootste projecten het grootste deel van de legesinkomsten genereren. Anders gezegd: de grotere projecten ‘financieren’ de kleine projecten. Om de impact te kunnen duiden is het nieuwe legessysteem geprojecteerd op de jaren 2019 en 2020. De conclusie is dat de legesinkomsten inderdaad lager dan wat gebruikelijk was in voorgaande jaren. Naar verwachting zullen de inkomsten in het nieuwe systeem waarschijnlijk wel hoger uitvallen dan de €1,15 miljoen die nu in de meerjarenraming staat opgenomen. Er is een impactanalyse uitgevoerd om een inschatting te kunnen maken van de legesinkomsten in de nieuwe situatie. Ingeschat wordt dat een opbrengst van €1,5 miljoen per jaar mogelijk moet zijn. Kantekening hierbij is wel dat de realisatie in sterke mate afhankelijk is van de realisatie van de wat grotere projecten. De invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen heeft ook incidentele gevolgen, welke worden benoemd in bijstelling 46 van deze kadernota. Voorgesteld besluit: 32. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Inkomsten bouwleges’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met €350.000.
Bijstelling
8.3
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 VTH software Omgevingswet -55 -55 -55 -55 Met de invoering van de Omgevingswet zullen gemeenten in staat moeten zijn via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) aanvragen voor vergunningen te kunnen ontvangen. Om te kunnen voldoen aan deze eis is gestart met de aanbesteding van nieuwe software. De aanbesteding van de software is ook noodzakelijk omdat de ondersteuning vanuit de leverancier voor de huidige VTH-applicatie (vergunningen, toezicht en handhaving) zal worden gestopt doordat de leverancier overgaat op levering van software die geschikt is voor het aansluiten op het DSO.
33
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
22
De structurele kosten voor de software zullen zeer waarschijnlijk hoger uitvallen dan de kosten voor de huidige software; de omvang zal na de aanbesteding duidelijk worden. De uiteindelijke structurele kosten worden geschat op een bedrag tussen de €5.000 en €55.000 extra. Bij de programma begroting zal dit bekend zijn en daarin zal een eventuele aanpassing worden meegenomen. De structurele kosten zullen middels een verdeelsleutel verdeeld worden over de taakvelden 1.2 (openbare orde en veiligheid), 7.4 (milieubeheer), 8.1 (ruimtelijke ordening) en 8.3 (wonen en bouwen). Voorgesteld besluit: 33. Op basis van bovenstaand voorstel ‘VTH software Omgevingswet’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€55.000.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
23
3.2 Lonen en prijzen Het indexpercentage voor 2022 komt uit op 1,4% (= berekend op basis van de gemiddelde consumentenprijsindex - over 2020, 2021 en 2022). Dit percentage is berekend op basis van de percentages zoals die begin maart door het CPB zijn gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan 2021.
Bijstelling
0.61 / 0.62
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Actualisatie OZB inkomsten - indexatie en areaal 958 958 958 958 Indexatie van de gemeentelijke OZB opbrengsten met 1,4% resulteert in een positieve bijstelling van €347.803 (1,4% van €11.888.567 woningen en €12.954.478 niet-woningen). De totale inkomsten komen daarmee uit op €25.190.848.
34
Op basis van de vastgestelde woningbouwprognose worden de extra inkomsten voor de OZB woningen geraamd op € 201.000 (taakveld 0.61). De extra inkomsten voor de OZB niet-woningen worden op basis van de verwachte vergunningaanvragen geraamd op € 409.000 (taakveld 0.62). De totale bijstelling resulteert in een positief effect van per saldo € 958.000. Toedeling opbrengsten in verband met afschaffing precariobelasting In de programmabegroting 2020 heeft de raad besloten het wegvallen van de precariobelasting met ingang van 2022 op te vangen via een verhoging van de OZB inkomsten ter grootte van €750.000 structureel. Deze opbrengsten maken al onderdeel uit van het meerjarige begrotingstotaal. Waar de raad nog een uitspraak over moet doen is de verdeling van deze €750.000 tussen woningen en niet-woningen. Voorgesteld wordt deze verhoging evenredig te verdelen tussen de OZB woningen en de OZB nietwoningen. Voorgesteld besluit: 34a. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie OZB inkomsten – indexatie en areaal’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met €958.000. 34b. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie OZB inkomsten – indexatie en areaal’ uit te gaan van een evenredige verdeling tussen de OZB woningen en de OZB niet-woningen bij het toedelen van de eerder vastgestelde verhoging van de OZB inkomsten ter grootte van €750.000.
35
Bijstelling Groeigerelateerde kosten belastingen
0.61
Bedragen x € 1.000
2022 -381
2023 -381
2024 -381
2025 -381
Jaarlijks worden de inkomsten gemeentelijke belastingen bijgesteld/verhoogd middels inflatiecorrectie en areaalvergroting. Deze aanpassing brengt met zich mee dat ook het beschikbare budget dubieuze debiteuren bijgesteld moet worden. Daarnaast brengt de invoering van de gebruikersbelasting een verhoogd risico met zich mee op het oninbaar leiden van belastingschulden. Het betreft hier belastingschulden die niet geïnd kunnen worden omdat er bijvoorbeeld sprake is van een faillissement. De totale inkomsten OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting bedragen €41.500.000. Bijstelling van het beschikbaar budget met €53.000 is noodzakelijk. In 2020 is besloten om de gebruikersbelasting voor niet-woningen in te voeren. Zoals in de informatienota aan de raad is aangeven zullen daarmee de uitvoeringskosten met €50.000 toenemen. Het besluit tot invoering van de gebruikersbelasting is genomen, wat maat dat bijstelling van het beschikbare budget noodzakelijk is. De afgelopen jaren steeg het aantal bezwaar- en beroepschriften dat door no cure no pay-bedrijven is ingediend tegen de bepaling van de Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Het opstrijken van een kostenvergoeding, die gemeenten vergoeden, lijkt het verdienmodel van deze bedrijven te zijn. Deze kostenvergoedingen zijn gestegen van €30.000 in 2018 naar €178.000 in 2020. Hiervoor is geen budget opgenomen in de begroting.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
24
Jaarlijks nemen de inkomsten van de gemeentelijke belastingen toe door de groei van de stad. Het aantal woningen en bedrijfspanden neemt toe. Daarmee nemen ook de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden toe. Om deze werkzaamheden te kunnen blijven uitvoeren zal het uitvoeringsbudget met €100.000 moeten worden verhoogd. Voorgesteld besluit: 35. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Groeigerelateerde kosten belastingen’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€381.000.
Bijstelling
0.7
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds 1.808 1.808 1.808 1.808 De gemeentebegroting is opgesteld op basis van constante prijzen. Zowel aan de lasten- alsook aan de batenkant van de begroting wordt er op dezelfde wijze gekeken naar de te verwachten effecten op het gebied van lonen en prijzen. Dit effect voor het aankomende begrotingsjaar (in dit geval 2022) wordt vervolgens structureel in doorgetrokken in de meerjarenraming.
36
De algemene uitkering die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds wordt uiteraard ook geraamd in constante prijzen. De ontwikkeling van lonen en prijzen heeft een opwaarts effect op de hoogte van de algemene uitkering, via de trap op- / trap af systematiek. In de septembercirculaire 2020 wordt dit effect ingeschat op 21 punten uitkeringsfactor, zijnde een bedrag van €1.808.000 structureel (dit is het effect wanneer de algemene uitkering wordt geraamd op basis van het ingeschatte prijspeil voor het nieuwe begrotingsjaar 2022, in vergelijking met het huidige basisjaar 2021). Dit structurele bedrag zal, naast de indexatie en areaaluitbreiding van de OZB (zie een van de bijstellingen hiervoor), dienen ter - gedeeltelijke - dekking voor de compensatie van lonen en sociale lasten, materiële budgetten (incl. het sociaal domein) en de gesubsidieerde instellingen. Voorgesteld besluit: 36. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met €1.808.000.
Bijstelling
0.8
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2022) -350 -350 -350 -350 Gesubsidieerde instellingen worden eveneens geconfronteerd met stijgende prijzen en afgesloten CAO’s. Dit maakt het jaarlijks indexeren van de instellingen noodzakelijk. In de afgelopen jaren zijn de gesubsidieerde instellingen in beperkte mate geïndexeerd (tranche 2016 is voor de helft geïndexeerd, tranche 2017 is volledig geïndexeerd en voor tranche 2018 is er op incidentele basis een bedrag toegekend voor knelpunten). Tranche 2019 is weer volledig geïndexeerd, maar tranche 2020 vervolgens weer niet. Tranche 2021 is wel volledig geïndexeerd.
37
Een indexpercentage van 1,4% resulteert in een bedrag van afgerond €350.000 structureel (gerekend over een subsidiebedrag van afgerond €25.000.000). Subsidies die gekoppeld zijn aan een specifieke rijksbijdrage worden niet via deze bijstelling gecorrigeerd voor inflatie. Subsidies die worden verstrekt in het kader van de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein worden eveneens niet via deze weg geïndexeerd (deze subsidies maken onderdeel uit van de vorige bijstelling - 'compensatie inflatie – taken sociaal domein'). Voorgesteld besluit: 37. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – gesubsidieerde instellingen (tranche 2022)’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€350.000.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
25
Bijstelling
0.8
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Compensatie inflatie - materiële budgetten (tranche 2022) -770 -770 -770 -770 De materiële budgetten in de gemeentebegroting zijn reeds diverse jaren achtereen niet gecorrigeerd voor inflatie. Dit heeft er toe geleid dat er, indirect via de kaasschaafmethode, over de gehele begroting bezuinigingen zijn doorgevoerd. Bij een stijgend prijspeil betekent dit dat er met dezelfde middelen steeds minder kan worden gedaan. Het niet indexeren van de budgetten in de begroting heeft echter een grens. Om die reden is er in de afgelopen kadernota - voor het eerst in jaren - weer budget toegekend om de effecten van inflatie in 2021 te kunnen opvangen. Ook in 2022 zal er sprake zijn van een stijgend kostenniveau.
38
Een indexpercentage van 1,4% resulteert in een bedrag van afgerond €770.000 structureel (gerekend over een bedrag van €55.000.000 aan materiële budgetten, exclusief de budgetten behorende bij de gedecentraliseerde taken binnen het sociaal domein). Voorgesteld besluit: 38. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – materiële budgetten (tranche 2022)’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€770.000.
Bijstelling
0.8
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Compensatie inflatie - taken sociaal domein (tranche 2022) -770 -770 -770 -770 Met ingang van 2019 is daarnaast de Wmo en een aanzienlijk deel van de Jeugdhulp en re-integratie als onderdeel van de Participatiewet overgeheveld naar de algemene uitkering. Deze zaken lopen mee in de algemene systematiek 'samen de trap op en samen de trap af'.
39
Tot en met 2019 was indexatie van deze beleidsterreinen afhankelijk van bestuurlijke afspraken in het voorjaar, die al dan niet resulteerden in een separate toevoeging aan de integratie uitkeringen (die vervolgens binnen de gemeentebegroting beschikbaar werden gemaakt voor de uitvoering). Met ingang van 2020 dient deze afweging gemaakt te worden op lokaal niveau. Doordat de rijksuitgaven zijn verbreed (nu inclusief zorg en sociale zekerheid) is de omvang van de algemene uitkering toegenomen. Aangezien deze beleidsterreinen traditiegetrouw relatief fors groeien is het de aanname dat gemeenten dekking voor een stijgend prijspeil deels kunnen opvangen vanuit de groei van de algemene uitkering. In hoeverre dit op langere termijn uitwerkt is nog niet met zekerheid te zeggen en is van meerdere factoren afhankelijk. Een indexpercentage van 1,4 % resulteert in een bedrag van afgerond €770.000 structureel (gerekend over een bedrag van afgerond €55.000.000 aan budgetten behorende bij de gedecentraliseerde taken binnen het sociaal domein). Voorgesteld besluit: 39. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – taken sociaal domein (tranche 2022)’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€770.000.
Bijstelling
0.8
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten -900 -900 -900 -900 De CAO voor gemeenteambtenaren heeft een looptijd tot en met 31 december 2020 en onderhandelingen over een nieuwe CAO - met als ingangsdatum 1 januari 2021 - zijn op dit moment bezig. Binnen de huidige begroting 2021 en meerjarenraming 2022 - 2025 is er dekking aanwezig om een structurele stijging van de lonen en sociale lasten met ingang van 2021 op te vangen. Na het opvangen van de gestegen pensioenpremies is deze ruimte becijferd op iets meer dan 2%.
40
Afhankelijk van de looptijd van de nieuwe CAO zullen er op termijn ook afspraken gemaakt worden voor een structurele loonstijging in 2022. Ook staan de dekkingsgraad van het ABP pensioenfonds blijvend onder druk, wat een verdere stijging van de pensioenpremies aannemelijk maakt. Met deze bijstelling wordt geanticipeerd op een structurele loonstijging ter grootte van maximaal 3,5% voor de jaren 2021 en 2022 samen. Afgerond betekent dit dat er in deze kadernota een bedrag ter grootte van zo'n €650.000
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
26
moet worden vrijgemaakt voor de CAO afspraken. Met deze bijstelling wordt daarnaast rekening gehouden met een structurele stijging van de sociale lasten ter grootte van afgerond €250.000 - met ingang van 1 januari 2022. Voorgesteld besluit: 40. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€900.000.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
27
3.3 Gemeentefonds Bijstelling
Bedragen x € 1.000
0.7
2022 2023 2024 2025 Herijking verdeelmodel algemene uitkering PM PM PM In februari 2021 hebben de beheerders van het gemeentefonds een adviesaanvraag gedaan bij de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Het herijkte verdeelmodel dat in moet gaan per 1 januari 2023 laat op basis van concept uitkomsten – op basis van cijfers uit 2017 - een nadeel zien voor Lelystad van op termijn €1,75 miljoen structureel. Deze adviesaanvraag is nog niet afgerond en in een tussentijds bericht eind maart geeft de ROB aan dat de uitkomsten van de herverdeelvoorstellen onvoldoende lijken aan te sluiten bij de ervaren kosten van gemeenten. Onduidelijk is in hoeverre de oorzaak ligt in de methode, de gehanteerde veronderstellingen of dat het beeld van de werkelijke kosten is vertekend. Het beeld dat ontstaat is dat relatief ‘arme’ gemeenten met een sociaal zwakkere structuur geconfronteerd worden met de nadelige herverdeeleffecten. De ROB heeft inmiddels aanvullende vragen gesteld aan de minister.
41
Nadat de ROB een advies heeft uitgebracht zal de VNG om advies worden gevraagd, waarbij gebruik zal worden gemaakt van cijfers uit 2019 in plaats van 2017. Vanuit de VNG zijn ook al kritische geluiden merkbaar ten aanzien van deze nieuwe verdeling. Los van inhoudelijke kritiek op onderdelen van de voorgestelde herijking heeft de VNG het standpunt ingenomen dat er éérst middelen bij moeten, alvorens er tot herverdeling overgegaan kan worden. De kans bestaat dat het herijkte verdeelmodel nog wordt aangepast naar aanleiding van de adviezen vanuit de ROB en de VNG. Wat het uiteindelijke effect is voor de gemeente Lelystad is op dit moment nog niet met zekerheid te zeggen. De herverdeeleffecten kunnen nog wijzigen, maar ook de totale omvang van het te verdelen bedrag kan nog wijzigen. In afwachting van meer informatie wordt er niet op voorhand gerekend met een structureel nadelig effect. Voorgesteld besluit: 41. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Herijking verdeelmodel algemene uitkering’ de meerjarenraming met ingang van 2023 vooralsnog niet bij te stellen en op basis van actuele informatie bij de programmabegroting 2022 – 2025 een bijstelling tegemoet te zien.
42
Bijstelling Ontwikkeling algemene uitkering
0.7
Bedragen x € 1.000
2022 PM
2023 PM
2024 PM
2025 PM
Naast de ontwikkelingen die in de vorige bijstelling staan beschreven spelen diverse andere factoren een rol bij het inschatten van de hoogte van de algemene uitkering in 2022 en verder. Zo zal het nieuwe kabinet een keuze moeten maken over de tegemoetkoming van gemeenten op diverse terreinen. In hoofdstuk 5 wordt hier nadrukkelijker op ingegaan. In afwachting van meer informatie wordt er niet op voorhand gerekend met een structureel voordelig effect. Voorgesteld besluit: 42. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Ontwikkeling algemene uitkering’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 vooralsnog niet bij te stellen en op basis van actuele informatie bij de programmabegroting 2022 – 2025 een bijstelling tegemoet te zien.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
28
3.4 Zoekrichtingen sluitende begroting 43
Bijstelling Zoekrichtingen sluitende begroting
0.8
Bedragen x € 1.000
2022 -
2023 179
2024 144
2025 454
Zoals gezegd laat het huidig financieel perspectief 2022 – 2025 een beperkt structureel tekort zien met ingang van 2023. In hoeverre het noodzakelijk zal zijn om bezuinigingen door te voeren in de programmabegroting 2022 - 2025 is op dit moment nog niet te zeggen. Veel zal afhangen van de kabinetsformatie en de besluiten die daar genomen worden – zie toelichting in hoofdstuk 5. Het uitgangspunt is dat er een programmabegroting 2022 – 2025 aan de raad wordt voorgelegd die structureel en reëel in evenwicht is. Deze kadernota 2022 – 2025 is taakstellend sluitend gemaakt met een aantal zoekrichtingen tot bezuinigingen. Een voorbeeld is de huisvestingskosten van de bibliotheek, na afloop van het huidige huurcontract. Wellicht dat huisvesting elders een de huidige hoge huurlasten kan terugbrengen. Een ander voorbeeld is het beheer van de openbare ruimte wordt, waarbij er wordt gekeken naar mogelijkheden het bermbeheer in het buitengebied efficiënter in te richten. Bij de riolering en de afvalstoffenheffing zal nog worden gekeken naar onbenutte doorbelastingsmogelijkheden. Ook zal inzichtelijk gemaakt worden in hoeverre er sprake is van structurele onderbesteding op een aantal specifieke budgetten binnen iedere portefeuille. Het budget ‘college onvoorzien’ is hierbij een voorbeeld: dit budget ter grootte van €100.000 is het afgelopen jaar niet ingezet.
Ook zal er in de kadernota nadrukkelijk worden gekeken naar de verstrekking van subsidies, in relatie tot de te realiseren maatschappelijke effecten. Voorgesteld besluit: 43. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Zoekrichting sluitende begroting’ de meerjarenraming met ingang van 2023 taakstellend sluitend te maken aan de hand van de volgende uit te werken zoekrichtingen: -
Huisvesting bibliotheek Bermbeheer buitengebied Doorbelastingsmogelijkheden rioolheffing en afvalstoffenheffing Analyse structurele onderbesteding budgetten vanuit jaarrekening 2020 College onvoorzien Subsidieverstrekking in relatie tot de te realiseren maatschappelijke effecten
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
29
3.5 Wenselijke voorstellen 44
Bijstelling
0.8
Wenselijke voorstellen afhankelijk van financiële ruimte programmabegroting
Bedragen x € 1.000
2022 -
2023 -
2024 -
2025 -
Zoals op de pagina hiervoor uiteen is gezet laat het financieel perspectief 2022 – 2025 een beperkt structureel tekort ziet met ingang van 2023. In hoeverre er daadwerkelijk bezuinigd moet worden om dit tekort op te lossen is op dit moment – gezien alle onzekerheden die in hoofdstuk 5 worden beschreven – nog niet met volle zekerheid te zeggen. Financiële ruimte zou eventueel kunnen ontstaan in het geval er door het Rijk besloten wordt gemeenten tegemoet te komen. Een andere mogelijkheid is dat de uitgewerkte bezuinigingsrichtingen genoeg aanknopingspunten bieden om de benodigde dekking vrij te spelen. In de afgelopen programmabegroting 2021 – 2024 heeft de raad ingrijpende keuzes moeten maken binnen onder andere het sociaal domein. Wat het college betreft is het doorvoeren van nieuwe ingrijpende bezuinigingsronde op dit moment niet opportuun. Op onderdelen is het college echter van mening dat er wel degelijk beleidsvelden zijn waarop (aanvullende) inzet wenselijk is. Onzekerheden maken dat er op dit moment echter geen duidelijkheid is over de financiële ruimte die er zal zijn om wenselijke voorstellen met een structureel karakter te honoreren en van dekking te voorzien. In de voorbereiding op deze kadernota heeft het college daarom kritisch gekeken naar de wenselijke voorstellen en besloten daar een knip in te maken.
In bijlage 1 staan de wenselijke voorstellen opgenomen waar, wat betreft het college, geen dekking voor beschikbaar is.
Volgorde
Taakveld
In de tabel hieronder staan de wenselijke voorstellen, waar op dit moment ook geen dekking voor is, maar die in de prioritering door het college als ‘meest wenselijk’ worden beschouwd. Mocht de financiële ruimte richting de programmabegroting 2022 – 2025 aanwezig zijn zullen bijgaande wenselijke voorstellen ter besluitvorming - in de hieronder getoonde volgorde - aan de raad worden voorgelegd. De omvang van de financiële ruimte bepaalt vervolgens het niveau van ‘de zaaglijn’.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
1.2 1.2 8.3 2.1 2.1 5.1 3.1 3.4 6.1 3.1 3.4
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
E. Wenselijke voorstellen Formatieuitbreiding team stadstoezicht Inzet extra handhavers tijdens jaarwisseling Wijkvisies Bestaande Stad, onderzoek en analyse Fietspad Polderdreef Stationsplein BinckBank Tour Nieuwe periode Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie Lelystad 2022-2026 Ondersteuning evenementen Juridische ondersteuning statushouders Versterking Stadshart Stadsmarketing Lelystad E. Financieel effect wenselijk
-106 -15 -50 -50 -100 -100 -40 -140 -290 -891
-106 -15 -50 -18 -53 -50 -250 -100 -40 -140 -290 -1.112
-106 -15 -17 -52 -250 -100 -140 -290 -970
-106 -15 -17 -52 -250 -100 -140 -290 -970
Voorgesteld besluit: 44a. Op basis van bovenstaand voorstel de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 vooralsnog niet bij te stellen voor wenselijke voorstellen in verband met de beschreven financiële onzekerheden. 44b. Op het moment dat er in de komende maanden financiële ruimte ontstaat om wenselijke voorstellen van dekking te voorzien, de raad daartoe bij de programmabegroting 2022 – 2025 een voorstel te doen op basis van onderstaande volgorde: 1. Formatie-uitbreiding team stadstoezicht 2. Inzet extra handhavers tijdens jaarwisseling 3. Wijkvisies Bestaande Stad, onderzoek en analyse 4. Fietspad Polderdreef 5. Stationsplein 6. BinckBank Tour 7. Nieuwe periode Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie Lelystad 2022 – 2026 8. Ondersteuning evenementen 9. Juridische ondersteuning statushouders 10. Versterking Stadshart 11. Stadsmarketing Lelystad
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
30
Voor de volledigheid worden de wenselijke voorstellen die op de vorige pagina worden genoemd hieronder van een toelichting voorzien.
1
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor
1.2
Formatieuitbreiding team stadstoezicht
Bedragen x € 1.000
2022 -106
2023 -106
2024 -106
2025 -106
Er zijn het afgelopen jaar achterstanden ontstaan bij de reguliere werkzaamheden (denk aan handhaving afval, handhaving openbare ruimte, toezicht en handhaving asbestverwijdering bij particulieren) en projecten zoals het project illegale kamerverhuur, project gevelpanelen Jol (gevaarlijke gevelpanelen), project onderzoek en brandveiligheid gevels. Er is gebleken dat er sprake is van een structureel tekort bij het oppakken en afhandelen van deze taken – los van de incidentele extra inzet in verband met de coronacrisis. Genoemde projecten waarbij veiligheid een belangrijke rol speelt worden uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen inspecteurs en juristen. Dit lopende jaar kunnen de achterstanden nog - onder de voorwaarde dat de coronamaatregelen de buitencontroles weer mogelijk maken - grotendeels worden weggewerkt. De taakuitvoering projecten is echter structureel, omdat onder andere de veiligheid bij voortduring in het geding is. Denk bijvoorbeeld aan het project brandgevaar wijk Atol (een nieuw project dat nog niet in het VTHUP is opgenomen). Uitbreiding van de formatie met 0,5 fte juridisch medewerker en een inspecteur 1,0 fte is absoluut noodzakelijk om het werk goed en adequaat op te kunnen pakken.
Wordt hier niet voldoende op ingezet dan zal - meer nog dan voorheen - geprioriteerd moeten worden, waardoor bijvoorbeeld minder uren beschikbaar zullen zijn voor bouwtoezicht, handhaving buitenruimte (afval, verrommeling, verwaarloosde vaartuigen etc.). Naar verwachting zullen de verzoeken om handhaving en het aantal klachten hierover fors gaan toenemen, hetgeen weer tot extra werk en kosten zal leiden. Hier is grotendeels sprake van gebonden taakuitvoering. Sommige werkzaamheden kunnen niet meer worden uitgevoerd. Het zal betekenen dat niet aan de gestelde beleidsafspraken kan worden voldaan, zoals deze in het uitvoeringsprogramma VTH zijn afgesproken.
2
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor
1.2
Inzet extra handhavers tijdens jaarwisseling
Bedragen x € 1.000
2022 -15
2023 -15
2024 -15
2025 -15
De jaarwisseling geldt in Nederland als het gevaarlijkste moment van het jaar: honderden mensen moeten met verwondingen naar de spoedeisende hulp, onder meer met beschadigde ogen. Het zorgt het voor grote materiële schade en veel agressie tegen hulpverleners. Veel mensen hebben ook te maken met angstige of gestreste huisdieren. Illegaal vuurwerk een belangrijke oorzaak van overlast, letsel, incidenten met dodelijke afloop en gevaarzetting voor anderen. Daarom wordt de jaarwisseling dan ook gezien als een speciaal project binnen het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente Lelystad. In 2020 is een motie aangenomen om extra in te zetten op de handhaving van het vuurwerkbesluit. Bij de jaarwisseling 2020-2021 zijn de extra handhavers ingezet, in goede samenwerking met de politie. Uit de evaluatie blijkt dat de extra boa's veel inzet hebben gepleegd op meldingen van vuurwerkoverlast, vernielingen en brandgevaarlijke situaties. Ook zijn ze op risicolocaties druk geweest om onrust te voorkomen. De inzet in 2020 is incidenteel gedekt uit de formatiepost personeel handhavers omdat daar vanwege vacatures nog wat ruimte zat. Voor de komende jaren is het gewenst om niet afhankelijk te zijn van toeval op de begroting, maar om het gegarandeerd beschikbaar te hebben.
Met het gevraagde bedrag kan in de laatste week van december het zogenaamde vuurwerkteam (boa's, politie en extra inhuur) voldoende worden ingezet in de buurten en wijken van Lelystad.
3
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor Wijkvisies Bestaande Stad, onderzoek en analyse
8.3
Bedragen x € 1.000
2022 -50
2023 -50
2024 -
2025 -
In de startnota van de Woonvisie 2021-2030 is de revitalisering van de '70/'80 wijken als hoofdthema opgenomen. In de prestatieafspraken met Centrada is afgesproken om hiervoor wijkvisies met uitvoeringsplannen op te stellen. Voorafgaan aan het opstellen van deze wijkvisies en uitvoeringsplannen
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
31
is onderzoek en analyse noodzakelijk. Op basis hiervan worden per wijk kansenkaarten opgesteld die worden vertaald naar wijkvisies en uitvoeringsplannen. De Boswijk zal hierin als eerste pilot dienen.
4
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor
2.1
Fietspad Polderdreef
Bedragen x € 1.000
2022 -
2023 -18
2024 -17
2025 -17
Sinds begin 2018 wordt uitvoering gegeven aan het, door de gemeenteraad, vastgestelde gebiedsplan Lelycentre. Naast de transformatie van leegstaande kantoren is een belangrijk uitgangspunt dat langzaam verkeer gestimuleerd wordt ten opzichte van autoverkeer. Om dit te realiseren ontbreekt nog een belangrijke schakel, namelijk een fietspad langs de Polderdreef. Doorgaand fietsverkeer moet nu nog dwars door het Lelycentre heen en dat zorgt voor onveilige situaties, onder meer bij de oversteek aan de Parkdreef. Dit fietspad is als ontbrekende schakel aangeduid in de vastgestelde visie fietsen. In de praktijk fietsen veel fietsers nu over de dreef of het voetpad, wat onveilig is. In het verleden zijn over het aanleggen van een fietspad verwachtingen gewekt bij bewoners en ook de Fietsersbond heeft over onveilige situaties aan de bel getrokken. Voorgesteld wordt om dit fietspad nu te realiseren. Gecombineerd met onderhoud dat in de rest van het gebied zal worden uitgevoerd kan aanleg efficiënt plaatsvinden. De aanlegkosten worden geraamd op €900.000. Voor de aanleg van dit fietspad zal een subsidieaanvraag gedaan worden bij het Rijk voor de subsidie SPV verkeersveiligheid. Voor deze subsidie is 50% cofinanciering nodig; bovendien zullen niet alle onderdelen van het project voor subsidie in aanmerking komen. Als gemeentelijk aandeel in de kosten wordt gerekend met €500.000.
Deze investering wordt over 40 jaar afgeschreven en de resulterende kapitaallast wordt vanaf 2023 in de begroting opgenomen.
5
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor
2.1
Stationsplein
Bedragen x € 1.000
2022 -
2023 -53
2024 -52
2025 -52
Als onderdeel van de met het Rijk en de provincie afgesproken doorstromingsmaatregelen voor het OV (convenant landzijdige bereikbaarheid luchthaven Lelystad) wordt een nieuw busstation gerealiseerd. Hiervoor is op basis van de gemaakte afspraken budget beschikbaar. De oude onderdoorgang voor bussen vanaf het busstation wordt betrokken bij de uitbreiding van de fietsenstalling van het station. In het kader van het fietsparkeren wordt tevens onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor het architectonisch opwaarderen van de gevel van het station, aansluitend bij de uitstraling van de overkapping. Het is wenselijk om het plein tussen het treinstation en Dukaatplein gelijktijdig aan te pakken als onderdeel van deze maatregelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verwijderen van de oude busroute en het vergroenen van het plein, rekening houdend met gehandicapten. Hierdoor ontstaat een hoogwaardige entree tot het stadshart, maar ook een visitekaartje voor de stad voor bijvoorbeeld OV-reizigers die naar de luchthaven of het nationaal park reizen. Onderdeel van de visie op het stationsgebied is de realisatie van een hoogwaardige voetgangersroute van Dukaatplein via de stationshal naar de rechtbank. Hierbij wordt ook het eerder op basis van een motie van de raad gerealiseerde regenboogpad op duurzame wijze betrokken. De hiervoor benodigde investering wordt geraamd op circa €1.500.000.
Deze investering wordt over 40 jaar afgeschreven en de resulterende kapitaallast wordt vanaf 2023 in de begroting opgenomen.
6
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor BinckBank Tour
5.1
Bedragen x € 1.000
2022 -50
2023 -50
2024 -
2025 -
De Binckbank Tour is de enige meerdaagse UCI WorldTour wedstrijd in die in Nederland en Belgie plaats vindt. Aan de tour doen de UCI World Tour topploegen mee. De wielerwedstrijd heeft een groot mediabereik, waardoor de etappeplaatsen visueel goed over het voetlicht worden gebracht. Door CML
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
32
en de organisatie van de Binckbanktour zijn principeafspraken gemaakt over de organisatie van een etappe van de BinckBank Tour (BBT) in Lelystad in 2021 (tijdrit), 2022 (startplaats) en 2023 (Grand depart). Hierbij zijn door CML en de organisatie o.a afspraken gemaakt over de fee die CML aan de organisatie betaalt voor deze etappes, onder voorbehoud dat de gemeente de kosten draagt voor de benodigde faciliteiten voor het parcours zoals afzettingen en verkeersbegeleiders, e.d. De dekking voor de additionele kosten die de gemeente moet maken voor de edities in 2022 en 2023 kunnen niet uit de reguliere middelen voor het sport- en beweegbeleid worden gedekt.
7
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor
3.1
Nieuwe periode Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie Lelystad 2022-2026
Bedragen x € 1.000
2022 -100
2023 -250
2024 -250
2025 -250
In het raadsprogramma, het Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie Lelystad 2016-2026 (UVP VE), het Koersdocument en in het programmaplan van Lelystad Next Level zijn de ambities voor de stad vastgesteld: De ontwikkeling van Lelystad als toeristische bestemming. Deze investering levert een belangrijke bijdrage aan de aantrekkelijkheid van de stad om er te wonen, te recreëren en als vestigingslocatie voor bedrijven. Vrijetijdseconomie draagt bij aan de economische groei. Dit blijkt ook uit de evaluatie van de afgelopen jaren, zoals meer nieuwe vestigingen, meer werkgelegenheid, imagoverbetering en meer overnachtingen. In 2021 wordt het UVP VE samen met de sector herijkt om de koers te bepalen voor de komende vijf jaar. De aanleiding is: nieuwe ontwikkelingen, vastgestelde kaders en nieuwe inzichten. Met het investeringsbudget zijn de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet, maar het budget loopt dit jaar af. Het UVP VE bevat personele inzet en investeringen op de thema's: bereikbaarheid, beschikbaarheid van aanbod en producten, bekendheid van Lelystad als aantrekkelijke plek om te recreëren en te verblijven, de beleving vergroten van het bijzondere verhaal van Lelystad, onderwijs, samenwerking & organisatie. Bovendien is er een directe relatie met de doelstellingen van LNL bij het bepalen van de focus en prioritering. Nu is het moment voor Lelystad dat het er op aankomt.
Toerisme is een belangrijke katalysator om mensen te trekken. We moeten inspelen op de (nieuwe) recreatiebehoeften, zoals het op vakantie gaan in eigen land. Lelystad, kuststad en hoofdstad van de nieuwe natuur, heeft hiervoor sterke troeven in handen. Maar daar is wel budget voor nodig. Indien er geen middelen beschikbaar komen, kunnen we op de vrijetijdseconomie nauwelijks of geen inzet meer plegen. Verschillende ontwikkelingen hebben een groot effect en zijn nog niet helemaal te overzien. Hierbij spelen de veranderende behoeften in relatie tot de coronacrisis een grote rol. Het levert kansrijke mogelijkheden op, waarbij investeringsruimte en flexibiliteit van handelen nodig is om van Lelystad de aantrekkelijke toeristische bestemming te maken die we voor ogen hebben. Het UVP VE is in 2016 vastgesteld door het college en ter kennisgenomen door de raad. De raad heeft hiervoor tot en met jaarschijf 2021 middelen voor beschikbaar gesteld. Inmiddels is door de nodige inspanningen veel aandacht voor de toeristische ontwikkeling van de stad. Er is dus een nauwe samenhang tussen toeristisch beleid, het UVP VE en projecten zoals Nationaal Park Nieuw Land, kust ontwikkelingen en LNL.
Bij de gebiedsontwikkelingen gaat het vooral om de ontwikkeling van een specifieke plek of grootschalige projecten, maar niet over het verbinden van de gebieden bijvoorbeeld middels routeontwikkeling of over overkoepelende marketing, toeristische informatievoorziening, data, productontwikkeling, relevante netwerken en ander onderwerpen die op beleidsmatig niveau spelen. Daarnaast lopen er processen in de MRA en bij de provincie waar kansen liggen om op aan te haken. Het perspectief bestemming Flevoland 2030 krijgt meerdere uitvoeringsagenda's waar Lelystad kernpartner in is. Randvoorwaarde om hier bij aan te haken is wel dat de gemeente moet kunnen blijven investeren.
8
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor Ondersteuning evenementen
3.4
Bedragen x € 1.000
2022 -100
2023 -100
2024 -100
2025 -100
Gemeente Lelystad heeft de ambitie om te groeien naar 100.000 inwoners. Evenementen zijn belangrijk voor Lelystad en brengen meer levendigheid in de stad. Het verbetert het imago en het vestigingsklimaat.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
33
Immers een levendige stad nodigt uit er te komen wonen en werken. Daarnaast dragen evenementen bij aan sociale cohesie en onderlinge verbondenheid in de stad én aan het vergroten van de trots van de Lelystedeling op hun stad. Vanuit economisch oogpunt zorgen evenementen ervoor dat er (meer) mensen naar de stad komen en daarvan profiteren lokale ondernemers. Door amendement A8 zal de positie van CML wijzigen. Binnen de partnerovereenkomst ging circa €80.000 - €100.000 op jaarbasis naar de ondersteuning (marketing en advies) van evenementen. Omdat evenementen een positieve bijdrage aan de stad leveren, is ook voor de komende jaren ondersteuning van evenementen noodzakelijk. In 2021 wordt het evenementenbeleid herijkt. Hierin kunnen de doelen, criteria en organisatie van de marketing/financiële ondersteuning een plek krijgen. Hierbij kan bijvoorbeeld aansluiting worden gezocht bij hoofdstad van de nieuwe natuur, zodat onze identiteit verder kan worden versterkt. Waar 2021 gezien moet worden als een ‘tussenjaar’ met vooral de focus op zorgen dat te behouden evenementen voor de stad niet financieel omvallen vanwege de veranderde positie van CML, zal er vanaf 2022 middelen moeten worden gevoteerd om Lelystad als evenementenstad voor te zetten. Hiervoor zijn middelen nodig, die niet zullen passen in het taakstellende budget dat in amendement A8 is meegegeven.
Het keuzepakket van evenementen bevat verschillende bouwstenen van type ondersteuning. Dit varieert van geen ondersteuning, tot ondersteuning van evenementen die op eenvoudige wijze met promotie werden ondersteund, ondersteuning van evenementen met een partnership (gericht op stimuleren van stadstrots), mede(organisator) en ondersteuning van nieuwe evenementen. Het combineren van de verschillende bouwstenen leidt tot een bedrag van circa €100.000.
9
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor
6.1
Juridische ondersteuning statushouders
Bedragen x € 1.000
2022 -40
2023 -40
2024 -
2025 -
De statushouders die in Lelystad wonen maken gebruik van juridische ondersteuning bij verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, of nadat zij hebben voldaan aan de Inburgeringsplicht voor het aanvragen van een vergunning voor bepaalde tijd. Dit is nu aan de orde bij de statushouders die in 2015 in Lelystad zijn geplaatst, maar geldt ook bij het verkrijgen van de papieren waardoor zij mogen werken wanner nog niet aan de Inburgeringsplicht is voldaan. Om hen te kunnen voorzien van goed juridisch advies en het bewaken van allerlei termijnen is in 2021 een incidentele subsidie verstrekt waarvan Vluchtelingenwerk Midden Nederland is ingehuurd om deze juridische ondersteuning te bieden. Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden is specifieke kennis nodig die niet voorhanden is bij de organisaties in Lelystad. De procedures zijn strak ingericht en hebben gelijk consequenties wanneer er niet aan wordt voldaan. Dit kan voor veel stress zorgen bij de statushouders. De duur van deze ondersteuning wisselt en ligt ergens tussen de 1 en 2 jaar. Het ondersteunen van de statushouders zorgt ervoor dat zij zich kunnen focussen op de inburgering en participatie in Lelystad. In de nieuwe Wet Inburgering is niets opgenomen over juridische ondersteuning. Voor de komende jaren is budget nodig om dit te kunnen blijven bieden.
De gemeente is niet verplicht om de statushouders juridisch bij te staan maar gelet op de geringe kennis van het Nederlandse rechtssysteem is het wel nodig de statushouders hierbij te helpen. Om toch deze ondersteuning te blijven bieden is €40.000 per jaar nodig om 16 uur ondersteuning per week in te kunnen zetten.
10
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor Versterking Stadshart
3.1
Bedragen x € 1.000
2022 -140
2023 -140
2024 -140
2025 -140
Een van de speerpunten uit het raadsprogramma is de verdere doorontwikkeling van het Stadshart. Verschillende oorzaken (corona, internet, consumentengedrag) maken dat de functie van het centrum verandert en dat de urgentie om hier inzet op te plegen een blijvende is. Dit uitgangspunt wordt onderstreept in het Koersdocument waarin Lelystad kiest voor een sterk en florerend Stadshart, omdat dit een belangrijke bijdrage levert aan de aantrekkelijkheid van een stad en daarmee een belangrijke voorwaarde is om tot de gewenste groei te komen.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
34
De transitie van 'place to buy' naar 'place to be' is een gezamenlijke opgave en vereist inzet van diverse partijen. Deze stakeholders pakken deze handschoen sneller op wanneer ze zich gesteund weten door de overheid: faciliterend voor initiatiefnemers, uitnodigend om partijen tot elkaar te brengen, initiërend op het moment dat er kansen zijn en leidend als de verantwoordelijkheid bij haar zelf ligt. Naast invulling van de publiekrechtelijke functie moet de gemeente voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven van derden te steunen die de belevingswaarde van het centrum versterken. Hiervoor is in het verleden meerjarig een budget van €76.000 (€1 per inwoner) beschikbaar gesteld. Hiermee zijn onder andere initiatieven als de Lichtjesparade, Sinterklaas, Halloween en de kerstverlichting ondersteunt. Naast het ondersteunen van dergelijke initiatieven van derden is het van belang dat de gemeente zelf ook kan beschikken over budget om proactief zaken te kunnen initiëren. Hierbij moet gedacht worden aan relevante onderzoeken ten behoeve van de ontwikkeling van het centrum alsmede versterkende acties of projecten die op ons pad komen passend in het programmaplan positionering dat is opgesteld. Hiervoor is voor 2021 eenmalig €40.000 beschikbaar gesteld.
Omdat het ook de komende periode van belang is om op momenten te kunnen en zowel initiatieven te kunnen faciliteren - alsmede zelf te initiëren - wordt voorgesteld om de eerder beschikbaar gestelde budgetten te consolideren en iets op te hogen zodat dit passend is bij de groeiambitie die Lelystad als stad heeft. Op basis van de groeiambitie naar 100.000 inwoners wordt voorgesteld de komende periode een bedrag van €140.000 ter beschikking te stellen voor zowel de ondersteuning als het zelf initiëren van initiatieven ter versterking van het centrum.
11
Wenselijk voorstel - nog geen dekking voor Stadsmarketing Lelystad
3.4
Bedragen x € 1.000
2022 -290
2023 -290
2024 -290
2025 -290
Recent heeft de raad besloten de groeiambitie van de stad naar boven bij te stellen. Uiterlijk in 2040 moet Lelystad zijn gegroeid met 40.000 woningen en een bijpassend inwoneraantal. Om deze forse ambitie waar te maken, is promotie van de stad van groot belang. De raad heeft ook recent besloten de samenwerking met City Marketing Lelystad te beëindigen. Het college is in gesprek met CML om deze beëindiging op een behoorlijke wijze vorm te geven. De jaarlijkse partnerbijdrage ter grootte van €580.000 heeft een andere bestemming gekregen en er resteert nog zo’n €160.000 aan budget vanuit het amendement ter uitvoering van de noodzakelijke taken. Het imago van de stad sluit op dit moment niet aan op de groeiambitie. Kijkend naar de doelen van Lelystad Next Level en de groeiambitie van de stad ziet het college dan ook dat een ambitieus marketingplan nodig is, inclusief bijbehorende mensen en middelen. In aanvulling op de €160.000 vanuit het amendement wordt een bedrag van €290.000 structureel aangevraagd, zodat er een totaalbudget beschikbaar komt van €450.000. Het college wil het basisniveau van marketingactiviteiten overeind houden en laten aansluiten bij de ambities van de raad. Het exacte bedrag dat uit de ambitie voortvloeit is onderwerp van onderzoek en vraagt nog om uitwerking.
In bijlage 2 is aan de hand van een viertal varianten inzichtelijk gemaakt wat er bij benadering voor welk budget kan worden uitgevoerd.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
35
4.
Reserve ontwikkeling stad
In de afgelopen jaren is er sterk ingezet op het terugdringen van de hoeveelheid verschillende bestemmingsreserves. Het in stand houden van een grote hoeveelheid kleinere bestemmingsreserves leidt in de praktijk namelijk tot ondoorzichtigheid, ingewikkelde discussies over bestedingscriteria, maar ook tot aanzienlijke administratieve lasten met daarbij een grote kans op fouten. Het ‘vormen van potjes’ belemmert ook het maken van een integrale afweging in de raad. De Reserve ontwikkeling stad wordt sinds 2017 gebruikt als dekkingsbron voor het dekken van intensiveringen met een incidenteel karakter. Dit is met het vaststellen van het raadsprogramma opnieuw bekrachtigd, waarbij eveneens is bepaald dat de bestemming van het jaarrekeningresultaat wordt uitgevoerd via de ‘watervalsystematiek’. In de nota reserves en voorzieningen 2019 heeft de raad daar nadere spelregels voor vastgesteld: De bestemming van het resultaat vindt plaats aan de hand van een waterval via twee afzonderlijke stappen: Stap 1 – Aanzuiveren algemene reserve tot maximaal de ratio 1,8 (= verhouding tussen beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s). Stap 2 – Aanzuiveren Reserve Ontwikkeling Stad, indien de algemene reserve het maximum heeft bereikt. Op dit moment bedraagt de onbeklemde ruimte binnen de Reserve Ontwikkeling Stad zo’n €725.000.
Vanuit de bestemming van het positieve jaarrekeningresultaat 2020 komt daar nog een aanzienlijk bedrag bij, aangezien de algemene reserve niet aangezuiverd hoeft te worden (de ratio bedraagt op dit moment afgerond 1,8).
4.1 Bestemming jaarrekeningresultaat 2020 Het resultaat van de jaarrekening 2020 komt naar verwachting uit op €5,7 miljoen. Het resultaat van de grondexploitaties 2020 komt naar verwachting uit op €4,4 miljoen. Dit totale resultaat van €10,1 miljoen kan alleen nog wijzigen naar aanleiding van de accountantscontrole. Het is niet de verwachting dat het uiteindelijke resultaat sterk af zal wijken van dit bedrag. Wanneer dit bedrag via resultaatbestemming wordt toegevoegd aan de Reserve ontwikkeling stad zal de onbeklemde ruimte binnen deze reserve uitkomen op zo’n €10,8 miljoen. Daarnaast wordt in deze kadernota het voorstel gedaan om €1 miljoen vanuit het begrotingssaldo 2022 toe te voegen aan de Reserve ontwikkeling stad, waarmee het totaal aan onbeklemde ruimte uitkomt op afgerond €11,8 miljoen. Deze middelen kunnen aangewend worden als incidentele bestedingsruimte zoals voorgesteld. In de volgende paragraaf worden een drietal voorstellen gedaan voor inzet van een deel van deze middelen. Na effectuering van deze voorstellen bedraagt het onbeklemde deel van de reserve afgerond zo’n €3,9 miljoen. Deze middelen kunnen in de toekomst worden ingezet, bijvoorbeeld als cofinanciering om een bijdrage uit de woningbouwimpuls te kunnen ontvangen in het kader van de transformatie van het stationsgebied.