Kadernota 2022 - 2025 (versie voor raadsbehandeling)
Tekst van het document
KADERNOTA 2022 - 2025
April 2021
Kadernota 2022 - 2025 1. 2. 3.
BESTUURLIJKE BOODSCHAP ............................................................................. 2 KADERS EN UITGANGSPUNTEN .......................................................................... 5 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF 2022 - 2025 ........................................ 7 3.1 ONONTKOOMBAAR / ACTUALISATIES ........................................................... 9 3.2 LONEN EN PRIJZEN................................................................................... 24 3.3 GEMEENTEFONDS .................................................................................... 28 3.4 ZOEKRICHTINGEN SLUITENDE BEGROTING .................................................. 29 3.5 WENSELIJKE VOORSTELLEN ..................................................................... 30 4. RESERVE ONTWIKKELING STAD ....................................................................... 36 4.1 BESTEMMING JAARREKENINGRESULTAAT 2020 ......................................... 36 4.2 BIJSTELLINGEN MET INCIDENTEEL KARAKTER ............................................ 37 5. RISICO’S EN ONZEKERHEDEN RICHTING BEGROTING .......................................... 39 5.1 RISICO’S EN ONZEKERHEDEN .................................................................... 39 5.2 OP WEG NAAR DE PROGRAMMABEGROTING 2022 - 2025 ............................
41 BIJLAGE 1: NIET OPGENOMEN WENSELIJKE VOORSTELLEN ................................. 42 BIJLAGE 2: VARIANTEN STADSMARKETING ........................................................ 49
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
1
1.
Bestuurlijke boodschap
Sinds de start van deze bestuursperiode is het raadsprogramma een constante factor gebleken. Het raadsprogramma kan rekenen op een breed draagvlak binnen de raad en Inleiding het college zal zich dan ook met veel enthousiasme en ambitie blijven inzetten voor de toekomst van de stad. Deze kadernota 2022 – 2025 gaat over het volgende begrotingsjaar en de drie jaren daarna. Daarin komt naar voren dat de structurele financiële speelruimte de komende jaren beperkt is. Na het bijstellen van het financieel perspectief op basis van onontkoombare ontwikkelingen en actualisaties, is sprake van een beperkt tekort. Dit betekent dat alleen ruimte is voor nieuw beleid als hier bezuinigingen tegenover staan. Om die reden kiest het college ervoor in deze kadernota geen wenselijke voorstellen met een structureel karakter aan de raad voor te leggen. Wel is een aantal wenselijke voorstellen in beeld gebracht, dat eventueel bij de programmabegroting 2022 – 2025 alsnog aan de raad kan worden voorgelegd. Echter, alleen als de financiële middelen daarvoor op dat moment ruimte bieden. Deze terughoudendheid maakt dat een nieuwe omvangrijke bezuinigingsoperatie op dit moment niet nodig is. Om als stad echt de volgende stap te kunnen zetten moet het potentieel van Lelystad volledig worden benut.
Binnen de (financiële) mogelijkheden die er zijn is er gekeken naar belangrijke ontwikkelingen voor het Lelystad van de toekomst. De ambities en doelstellingen uit het raadsprogramma blijven onverkort van kracht. De ambitie om Lelystad de komende jaren fors te laten groeien onderschrijft het college volledig. In lijn met het raadsprogramma wordt een volgende stap gezet binnen het samenwerkingsverband Lelystad Next Level (LNL). De gezamenlijke ambitie vanuit Lelystad Next Level is om 15.000 woningen te realiseren en naar 100.000 inwoners te groeien. Gezien het enorme woningtekort en het door de raad aangenomen amendement, wordt verder gekeken dan deze 15.000 woningen. Het gaat dan op termijn in totaal over een groei van 40.000 woningen.
Ambities en groei van de stad
Het uitvoeringsprogramma LNL voor 2021 en 2022, is het vertrekpunt. Hierin wordt de focus gelegd op de volgende drie gebieden: 1. Kustontwikkeling 2. Bestaande stad 3. Lelystad Zuid Dit uitvoeringsprogramma wordt separaat in de raad besproken. Voor wat betreft de benodigde financiële middelen ter grootte van €5,3 miljoen, wordt voorgesteld een beroep te doen op de Reserve ontwikkeling stad (ROS). In het uitvoeringsprogramma LNL wordt binnen het gebied ‘Bestaande stad’ gerefereerd aan de transformatie van het stationsgebied, onder andere in relatie tot wonen en verstedelijking. Hiervoor geldt dat gewerkt wordt aan een separaat besluitvormingstraject voor de raad, om zo in aanmerking te komen voor een bijdrage vanuit de woningbouwimpuls. Om van hieruit te kijken wat nodig is aan financiële middelen en daaraan gekoppelde cofinanciering. Gelet op de huidige situatie – in combinatie met deze toekomstige groeiopgave – wordt de komende maanden een extern onderzoek uitgevoerd naar de wendbaarheid van de gemeentelijke organisatie. In de praktijk merken we dat de organisatie op diverse punten steeds verder onder druk is komen te staan. Het onderzoek moet duidelijkheid geven over de capaciteit die nodig is om op korte en lange termijn invulling te kunnen geven aan een versnelling van de groeiambities.
Dit onderzoek moet afgerond zijn vóór de programmabegroting 2022 – 2025, zodat de uitkomsten daarvan meegenomen kunnen worden in de begrotingsbehandeling. Normaal gesproken is al sprake van financiële onzekerheid als het gaat om de gemeentefinanciën. In het afgelopen coronajaar Jaarrekeningresultaat 2020 was dat al helemaal het geval. Er waren veel vragen waar niet direct een antwoord op was. Wat zijn de inkomsten die gemeenten mis gaan lopen? Welke kosten komen op de gemeente af? Wat wordt wel of niet gecompenseerd door de Rijksoverheid? Gelijktijdig met het opstellen van deze kadernota 2022 – 2025 wordt de jaarrekening over 2020 opgemaakt. Alles overziend
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
2
kan worden geconcludeerd dat de Rijksoverheid gemeenten over 2020 afdoende heeft gecompenseerd voor wegvallende opbrengsten en toenemende kosten. Op onderdelen is er binnen de reguliere gemeentebegroting sprake geweest van incidentele onderbesteding op de budgetten, met name veroorzaakt door de coronamaatregelen. Daarnaast is er sprake van een aantal incidentele meevallers van aanzienlijke omvang. Het verwachte resultaat over 2020 - voor accountantscontrole - komt uit op €5,7 miljoen. Het verwachte resultaat van de grondexploitaties over 2020 – voor accountantscontrole - komt naar verwachting uit op €4,4 miljoen. Dit positieve resultaat zal bij het vaststellen van de jaarstukken 2020 worden toegevoegd aan de Reserve ontwikkeling stad. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan, waarbij het college een aantal voorstellen doet om deze voor middelen voor vrij te maken. Naast het vrijmaken van dekking voor het uitvoeringsprogramma LNL stelt het college voor incidentele middelen beschikbaar te stellen voor de noodzakelijke doorontwikkeling van de Omgevingsvisie. Daarnaast stelt het college voor om incidentele middelen beschikbaar te stellen om de overgang naar de Omgevingswet en de doorwerking van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op een goede manier vorm te kunnen geven. Het afgelopen jaar werd getekend door de coronacrisis.
Het belangrijkste was dat inwoners en bedrijven zijn ondersteund door de gemeente. Bijvoorbeeld door het verstrekken van goede informatie, de vertaling van landelijke maatregelen, de uitvoering van landelijke regels en de ondersteuning aan kleine zelfstandigen en ZZP’ers. Bepaalde werkzaamheden kwamen (deels) stil te liggen en op andere terreinen steeg de werkdruk enorm. In de zomerperiode leek de situatie zich te verbeteren en was er de hoop dat dit zo zou blijven. Aan het einde van de zomer en het begin van de herfst werd duidelijk dat de besmettingscijfers weer opliepen. Bij het opstellen van deze kadernota zit Nederland al enkele maanden in een lockdown en is er zelfs een avondklok van kracht.
Coronacrisis
In de tussentijd wordt er hard doorgewerkt om inwoners ondersteuning te bieden. Het uitvoering geven aan de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) is daarbij een recent voorbeeld. Ook op diverse andere terreinen worden dit jaar middelen beschikbaar gesteld door het Rijk. Denk aan de begeleiding van kwetsbare groepen, de bestrijding van eenzaamheid onder ouderen en aanvullende inzet op re-integratie en schulddienstverlening. Daarnaast worden er ook middelen beschikbaar gesteld voor diverse initiatieven ter verbetering van het toekomstperspectief voor jongeren. In de programmabegroting 2021 – 2024 heeft het college al aangegeven deze bedragen die vanuit de Rijksoverheid beschikbaar komen als compensatie leidend zullen zijn. In het tweede kwartaal van dit jaar zal de raad gevraagd worden deze middelen beschikbaar te stellen voor uitvoering in het lopende begrotingsjaar. Er lijkt gelukkig licht te zijn aan het einde van de tunnel. Ondanks de tweede en derde golf zijn de doemscenario’s zoals beschreven in de programmabegroting 2021 – 2024 niet uitgekomen. Er is vooralsnog geen sprake van massale faillissementen, de werkloosheid loopt niet hard op en de woningmarkt doet het nog steeds boven verwachting goed.
In het op 31 maart gepubliceerde Centraal Economisch Plan spreekt het CPB de verwachting uit dat het economisch herstel in het tweede kwartaal geleidelijk op gang zal komen. Deze groei zal waarschijnlijk versnellen in het tweede halfjaar, waardoor het bruto binnenlands product eind 2021 weer uit zal komen boven het niveau van eind 2019. Nog meer dan in eerdere jaren is er sprake van Onzekerheden richting programmabegroting 2022 - 2025 onzekerheden op het gebied van de gemeentefinanciën. De actualisatie van het financiële perspectief binnen deze kadernota 2022 – 2025 laat onder aan de streep een beperkt structureel tekort zien met ingang van 2023. Of er bij de programmabegroting 2022 – 2025 ook daadwerkelijk een tekort resteert dat moet worden opgelost is nog de vraag. Op dit moment is er sprake van een grote onzekerheid. Veel hangt af van de kabinetsformatie en de onderhandelende partijen zullen afspraken moeten maken over een aantal onderwerpen. Het gaat dan primair om de voorgestelde herijking van het gemeentefonds en het al dan niet verruimen van de omvang van het totale gemeentefonds. Bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van aanvullend budget voor de Jeugdzorg, of het afschaffen van de zogeheten ‘opschalingskorting’. Deze onzekerheden worden uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 5.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
3
Het uitgangspunt is dat er een programmabegroting 2022 – 2025 aan de raad wordt voorgelegd die structureel en reëel in evenwicht is. Deze kadernota 2022 – 2025 is taakstellend sluitend gemaakt met een aantal zoekrichtingen tot bezuinigingen. Een voorbeeld zijn de huisvestingskosten van de bibliotheek, na afloop van het huidige huurcontract. Wellicht dat huisvesting elders de huidige hoge huurlasten kan terugbrengen. Een ander voorbeeld is het beheer van de openbare ruimte wordt, waarbij er wordt gekeken naar mogelijkheden het bermbeheer in het buitengebied efficiënter in te richten. Bij de riolering en de afvalstoffenheffing zal nog worden gekeken naar onbenutte doorbelastingsmogelijkheden in relatie tot de kostendekkendheid. Ook zal inzichtelijk gemaakt worden in hoeverre er sprake is van structurele onderbesteding op een aantal specifieke budgetten binnen iedere portefeuille. Het budget ‘college onvoorzien’ is hierbij een voorbeeld: dit budget ter grootte van €100.000 is het afgelopen jaar niet ingezet. Ook zal er in de kadernota nadrukkelijk worden gekeken naar de verstrekking van subsidies, in relatie tot de te realiseren maatschappelijke effecten.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
4
2.
Kaders en uitgangspunten
Het raadsprogramma ‘Lelystad, een sprong voorwaarts’ vormt de basis van deze kadernota. Naast de in dit document opgenomen financiële kaders zijn ook de inhoudelijke uitgangspunten van het raadsprogramma leidend geweest bij het opstellen van deze kadernota.
Financiële kaders Het huishoudboekje van de gemeente moet op orde zijn en met belastinggeld wordt zinnig en zuinig omgegaan. Dit betekent dat de gemeentebegroting structureel in evenwicht moet zijn en dat, bij dreigende tekorten, primair gekeken wordt naar bezuinigingsmogelijkheden. De gemeentelijke belastinginkomsten worden niet verhoogd, behoudens de jaarlijkse correctie voor inflatie en areaaluitbreiding. Het uitgangspunt is een degelijk en solide financieel beleid, simpel en overzichtelijk ingericht. Om dit te bereiken zijn in het raadsprogramma een zestal financiële kaders vastgelegd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De begroting en meerjarenraming zijn structureel en reëel in evenwicht; Bij een dreigend begrotingstekort wordt gekeken naar het takenpakket; Geen lastenverzwaring inwoners, behoudens jaarlijkse correctie voor inflatie en areaal; De decentralisaties worden uitgevoerd binnen de beschikbare rijksmiddelen; Incidentele intensiveringen worden gedekt vanuit incidentele middelen; Bestemmen van het jaarrekeningresultaat via de watervalsystematiek.
De bezuinigingen die zijn doorgevoerd in de programmabegroting 2020 – 2023 en de programmabegroting 2021 - 2024 hebben ervoor gezorgd dat het gros van deze afspraken nog steeds nagekomen kan worden. Met het doorvoeren van de bezuinigingsmaatregelen uit de aanpak sociaal domein zijn / worden de uitgaven meer in lijn gebracht met de beschikbare rijksmiddelen. Dat neemt echter niet weg dat er nog steeds een aanzienlijk bedrag aan ‘algemene middelen’ wordt ingezet binnen het sociaal domein, bovenop de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan het vierde hierboven beschreven financiële kader. Om alsnog aan dit uitgangspunt te voldoen moeten er nog verdergaande bezuinigingen worden doorgevoerd, bovenop de bezuinigingen die al door de raad zijn vastgesteld in de ‘Aanpak sociaal domein’. In 2021 wordt vol ingezet op het zorgvuldig implementeren van deze bezuinigingen, wat maakt dat het college verdergaande bezuinigingen – in dit stadium – als niet opportuun beschouwt. In het geval een nieuw kabinet besluit om aanvullend budget beschikbaar te stellen om bijvoorbeeld de tekorten binnen de Jeugdzorg te verkleinen betekent dit een positieve bijstelling van het gemeentelijk begrotingssaldo.
Het betekent nadrukkelijk niet dat de budgetten voor uitvoering van de Jeugdzorg worden opgehoogd, aangezien dit zou betekenen dat de disbalans blijft voortbestaan.
Uitgangspunten Indexatiepercentage aankomend begrotingsjaar 2022 Het indexpercentage komt uit op 1,4% (als zijnde de gemiddelde consumentenprijsindex - over 2020, 2021 en 2022). Deze percentages zijn eind maart 2021 door het CPB gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan. Intern rentepercentage Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat regels omtrent de berekening van het te hanteren interne rentepercentage. Het interne rentepercentage dat gehanteerd wordt bij de rentetoerekening aan de taakvelden is momenteel vastgesteld op 1%. Op basis van de huidige inzichten is wijziging van dit percentage naar 0,5% noodzakelijk. Intern rentepercentage ‘bouwgrond in exploitatie (BIE)’ Het interne rentepercentage dat gehanteerd wordt bij de rentetoerekening aan de bouwgronden in exploitatie (BIE) is momenteel vastgesteld op 1,5%. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor hoe dit percentage berekend moet worden. Factoren die een rol spelen
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
5
in de berekening zijn onder andere de verhouding vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen en het gemiddelde rentepercentage van de gemeentelijke leningenportefeuille. Op basis van de huidige inzichten dient het rentepercentage te worden bijgesteld naar 1,25%. Terugkoppeling M4 – van subsidie naar samenwerking Bij de behandeling van de programmabegroting 2021 – 2024 heeft de raad een motie aangenomen, waarin het college werd opgedragen een inventarisatie op te stellen van mogelijke alternatieve samenwerkingsmodellen. Dit zodat in de eerstvolgende kadernota een beargumenteerd voorstel opgenomen kan worden voor de manier waarop de gemeente langdurige samenwerkingspartners van financiering voorziet. In de motie wordt verder uitgesproken ‘te willen overwegen om in de toekomst minder te gaan werken met eenjarige subsidies, en meer met meerjarige samenwerkingsovereenkomsten’. De inventarisatie naar mogelijke alternatieve samenwerkingsmodellen is uitgevoerd met deze – in de toekomst te maken – overweging in het achterhoofd. De raad is inmiddels geïnformeerd over de uitkomsten van deze inventarisatie via een informatienota. Hierbij is aangegeven dat het college in de kadernota 2022 – 2025 een beargumenteerd voorstel zal opnemen, over hoe hier in de toekomst mee omgegaan kan worden. Dit ook in relatie met de op 26 januari aangenomen motie ‘Governance verbonden instellingen’.
In de motie wordt het college opgedragen een inventarisatie op te stellen van mogelijke alternatieve samenwerkingsmodellen. Deze formulering impliceert dat er een breed scala aan samenwerkingsmodellen bestaat, waarbij subsidieverlening niet aan de orde is. De uitgevoerde inventarisatie laat zien dat dit in de praktijk niet het geval is. Ook bij gemeenten die werken met meerjarige financiering van instellingen gaat het ofwel om het verlenen van een subsidie ofwel het verstrekken van een overheidsopdracht. Dit neemt niet weg dat er een keuze gemaakt kan worden om met meerjarige subsidieverlening te werken bij bepaalde subsidieontvangers. Daar zijn voor- en nadelen aan verbonden die in de informatienota worden toegelicht. Op dit moment lopen er nog meer discussies op dit vlak, denk bijvoorbeeld aan de discussie die is gevoerd voorafgaand aan de op 26 januari aangenomen motie ‘Governance verbonden instellingen’. Alles overziend doet het college de raad nu geen voorstel om voor bepaalde instellingen te gaan werken met meerjarige subsidieverlening. Deze discussie kan wat het college betreft beter gevoerd worden na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022, wanneer partijen afspraken zullen maken voor de nieuwe bestuursperiode. Voorgesteld besluit: 0. Op basis van bovenstaande uitgangspunten: - Het indexpercentage voor 2022 vast te stellen op 1,4%.
- Het intern rentepercentage voor 2022 vast te stellen op 0,5%. - Het intern rentepercentage BIE voor 2022 vast te stellen op 1,25%. - In deze kadernota geen voorstel te doen om te gaan werken met meerjarige subsidieverlening, maar afspraken hierover te betrekken bij de te maken afspraken voor een nieuwe bestuursperiode.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
6
3.
Actualisatie financieel perspectief 2022 - 2025
Het financieel perspectief 2022 – 2025 beperkt zich tot de onontkoombare ontwikkelingen / actualisaties, aangevuld met bijstellingen gerelateerd aan de loon- en prijsontwikkeling. Bij de inventarisatie van deze bijstellingen is er terughoudend omgegaan met het aanleveren van onontkoombare bijstellingen. Dat er sprake is van financiële krapte is breed in de organisatie bekend. De opdracht is om zoveel mogelijk intern tot bijsturing of oplossingen te komen. Onderaan de streep laat het perspectief nu een beperkt structureel tekort zien met ingang van 2023. Op de pagina’s na deze overzichtstabel staat de onderbouwing van de afzonderlijke bijstellingen. Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
Bijstelling
Taakveld
Beginstand kadernota 2022 - 2025 (= eindstand programmabegroting 2021 - 2024)
A. Onontkoombaar / actualisaties
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26
0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.4 0.4 0.5 0.8 0.11 1.2 2.1 2.1 2.5 2.5 4.2 6.3 6.3 6.3 6.5 6.71 6.72 6.81 7.3 7.4 7.4
Actualiseren vergoeding fractieassistenten Budget voor verkiezingsactiviteiten Herijking functieprofielen Griffie Verhogen raadsbudgetten i.v.m. toename aantal raadsleden Afschaffen verplicht commissievoorzitterschap Actualisatie vervangingsinvestering ICT 2022-2025 Capaciteitsbehoefte in relatie tot groeiopgave Actualisatie treasury Actualisatie kapitaallasten Storten vrije ruimte begrotingssaldo 2022 in de Reserve ontwikkeling stad Schaarse vergunningen Bermverhardingen polderwegen Afronding ontsluiting Theaterkwartier Reconstructie Middendreef Afrekening subsidie Arriva Actualisatie IHP Actualisatie budget bijzondere bijstand BUIG bijstandsbudgetten Individuele studietoeslag Participatiewet BTW voordeel re-integratie Wmo Jeugdzorg Maatschappelijke opvang Huisvuilinzameling Handhaving Erkende Maatregelenlijst energiebesparing Basisniveau natuurwet- en regelgeving
27 28 29 30 31
0.4 1.1 7.1 7.4 7.4
32 33
8.3 8.3
235
33
-6
-89
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
-43 -40 -51 -49 -28 PM 1.485 847 -1.000 -41 550 -75 -69 -500 PM -110 150 PM PM 43 -290 -450 -80
-43 -51 -49 -28 -6 PM 1.517 -83 -41 -38 -8 -46 34 -500 PM -110 150 PM PM 43 -290 -450 -40
-43 -51 -49 -28 -55 PM 1.360 -25 -41 -38 -8 -45 65 -500 PM -110 150 PM PM 43 -290 -300 -
-43 -51 -49 -28 -5 PM 1.191 -49 -41 -38 -8 -45 -19 -500 PM -110 150 PM PM 43 -290 -300 -
Gerelateerd aan gemeenschappelijke regelingen Actualisatie bijdrage GR het Flevolands Archief Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio Actualisatie bijdrage GR GGD Flevoland Actualisatie bijdrage GR OFGV Actualisatie bijdrage GR OFGV - sloopmeldingen
-10 -69 -34 187 -137
-10 -69 -34 187 -137
-10 -69 -34 187 -137
-10 -69 -34 187 -137
Gerelateerd aan Omgevingswet Inkomsten bouwleges VTH software Omgevingswet
350 -55
350 -55
350 -55
350 -55
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
481
193
267
40
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
7
Taakveld
Bijstelling
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
B. Lonen en prijzen
34 0.61 / 0.62 Actualisatie OZB inkomsten - indexatie en areaal 35 0.61 Groeigerelateerde kosten belastingen 36 0.7 Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds 37 0.8 Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2022) 38 0.8 Compensatie inflatie - materiële budgetten (tranche 2022) 39 0.8 Compensatie inflatie - taken sociaal domein (tranche 2022) 40 0.8 Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten
B. Financieel effect lonen en prijzen
958 -381 1.808 -350 -770 -770 -900
958 -381 1.808 -350 -770 -770 -900
958 -381 1.808 -350 -770 -770 -900
958 -381 1.808 -350 -770 -770 -900
-405
-405
-405
-405
Bijstelling
Taakveld
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
C. Doorwerking gemeentefonds
41 42
0.7 0.7
Herijking verdeelmodel algemene uitkering Ontwikkeling algemene uitkering
Bijstelling
Taakveld
C. Financieel effect gemeentefonds
D. Zoekrichtingen sluitende begroting
43
0.8
Taakstellende bezuinigingdopdracht - uit te werken in programmabegroting
PM
PM PM
PM PM
PM PM
-
-
-
-
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
-
179
144
454
-
179
144
454
- Huisvesting bibliotheek - Bermbeheer buitengebied - Doorbelastingsmogelijkheden rioolheffing en afvalstoffenheffing - Analyse structurele onderbesteding budgetten vanuit jaarrekening 2020 - College onvoorzien - Subsidieverstrekking in relatie tot de te realiseren maatschappelijke effecten
D. Financieel effect zoekrichtingen sluitende begroting
Bijstelling
Taakveld
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
E. Wenselijke voorstellen
44
0.8
Wenselijke voorstellen afhankelijk van financiële ruimte bij programmabegroting
-
-
-
-
E. Financieel effect wenselijke voorstellen
-
-
-
-
Meerjarenraming 2022 - 2025
Recapitulatie
2022
2023
2024
2025
Beginstand kadernota 2022 - 2025 (= eindstand programmabegroting 2021 - 2024)
235
33
-6
-89
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
481
193
267
40
B. Financieel effect lonen en prijzen
-405
-405
-405
-405
C. Financieel effect gemeentefonds
-
-
-
-
D. Financieel effect zoekrichtingen sluitende begroting
-
179
144
454
E. Financieel effect wenselijke voorstellen
-
-
-
-
Subtotaal effect op beginstand
76
-33
6
89
Eindstand kadernota 2022 - 2025 (vóór raadsbehandeling)
311
-
-
-
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
8
3.1 Onontkoombaar / actualisaties 1
Bijstelling
0.1
Actualiseren vergoeding fractieassistenten
Bedragen x € 1.000
2022 -43
2023 -43
2024 -43
2025 -43
In 2020 stond er een bedrag van €43.000 in de kadernota opgenomen voor een vaste maandelijkse vergoeding voor fractie-assistenten. De raad heeft destijds bij amendement dit bedrag laten vervallen, waarbij in de toelichting werd aangegeven dat een dergelijke vergoeding per raadsperiode geregeld dient te worden. Indien de raad wenst dat de fractie-assistenten dit per nieuwe raadsperiode 2022 - 2026 krijgen, dan is het noodzaak om dat in deze kadernota te besluiten. Uitgangspunt hierbij is €104,31 vergoeding per maand per fractie-assistent, twee assistenten per fractie, gerekend over 17 fracties. Voorgesteld besluit: 1. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualiseren vergoeding fractieassistenten’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€43.000.
Bijstelling
Bedragen x € 1.000
0.1
2022 2023 2024 2025 Budget voor verkiezingsactiviteiten -40 In 2022 worden er gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Activiteiten die hieromtrent georganiseerd worden kosten geld, daarvoor is € 40.000 nodig. De exacte invulling van verkiezingsactiviteiten worden na de zomer met het presidium besproken. Te denken valt aan onder andere activiteiten omtrent het bevorderen van de opkomst, kieswijzer, organiseren van debatten, afscheidsactiviteiten, scholing en dergelijke.
2
Voorgesteld besluit: 2. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Budget voor verkiezingsactiviteiten’ de begroting 2022 bij te stellen met -€40.000.
3
Bijstelling
0.1
Herijking functieprofielen Griffie
Bedragen x € 1.000
2022 -51
2023 -51
2024 -51
2025 -51
De functieprofielen bij de griffie zijn opnieuw gewaardeerd, wat heeft geresulteerd in een herwaardering van de functies van griffier, adjunct-griffier, raadsadviseur controlerende taak en raadsadviseur volksvertegenwoordiging en vakmanschap. De werkgeverscommissie heeft hiermee ingestemd. Dit resulteert in een structurele verhoging personeelskosten van €51.000. Voorgesteld besluit: 3. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Herijking functieprofielen Griffie’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€51.000.
Bijstelling
0.1
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Verhogen raadsbudgetten i.v.m. toename aantal raadsleden -49 -49 -49 -49 Met de toename van het aantal inwoners van de gemeente Lelystad naar meer dan 80.000, stijgt het aantal raadsleden conform art. 8 van de gemeentewet van 35 naar 37 per april 2022. Hiervoor is namens de raad een aanvraag ingediend bij het CBS, om de peildatum te verschuiven naar oktober 2021. De reguliere peildatum was 1 januari 2021. De bijkomende kosten betreffen in het totaal € 49.000 structureel.
4
Voorgesteld besluit: 4. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Verhogen raadsbudgetten i.v.m. toename aantal raadsleden’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€49.000.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
9
Bijstelling
Bedragen x € 1.000
0.1
2022 2023 2024 2025 Afschaffen verplicht commissievoorzitterschap -28 -28 -28 -28 Het wetsvoorstel voor externe voorzitters is aan de Eerste Kamer aangeboden. De fractievoorzitters hebben dit eerder besproken en aangegeven de wens voor vaste externe voorzitters te hebben die tegen een maandelijkse vergoeding voorzitten en via een vacature door de raad worden benoemd. Dit budget regelt dat de raad per nieuwe raadsperiode externe voorzitter heeft, die geschoold kunnen worden.
5
Voorgesteld besluit: 5. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Afschaffen verplicht commissievoorzitterschap’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€28.000.
Bijstelling
Bedragen x € 1.000
0.4
2022 2023 2024 2025 Actualisatie vervangingsinvestering ICT 2022-2025 -6 -55 -5 De ICT bedrijfsmiddelen worden vervangen op basis van vastgestelde bedrijfseconomische afschrijvingstermijnen. Wanneer blijkt dat de bedrijfsmiddelen technisch gezien nog langer mee kunnen vindt vervanging later plaats. De investeringen in ICT bedrijfsmiddelen zijn noodzakelijk om de beschikbaarheid van informatiesystemen plaats- en tijd onafhankelijk te kunnen blijven waarborgen. Dit op de diverse servers, werkplekken en mobiele platformen die ondersteund worden. Het meerjareninvesteringsplan ICT wordt ieder jaar geactualiseerd.
6
Voor 2022 en 2023 is het noodzakelijk het beschikbare krediet te verhogen met respectievelijk €11.815 en €212.807. In 2024 is er €247.854 minder krediet benodigd en in 2025 is er €293.000 meer krediet benodigd. Het effect op de kapitaallasten wordt zoals gebruikelijk verwerkt in kadernota. Het betreft hier nadrukkelijk geen 'extra' investeringen. Het is slechts een actualisatie van de reeds geplande noodzakelijk geachte vervangingsinvesteringen. Het niet vervangen van onderdelen van de ICT-infrastructuur (servers, opslagcapaciteit, werkplekken, mobiele devices, laptops, telefoons en applicaties) zal onherroepelijk leiden tot uitval, verstoring, performance verlies en het niet kunnen actualiseren van systemen. Voorgesteld besluit: 6. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie vervangingsinvesteringen ICT 2022 - 2025’ de meerjarenraming 2023 – 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: -€6.000 in 2023; -€55.000 in 2024 en -€5.000 met ingang van 2025.
7
Bijstelling Capaciteitsbehoefte in relatie tot groeiopgave
0.4
Bedragen x € 1.000
2022 PM
2023 PM
2024 PM
2025 PM
De stad is in de laatste jaren gegroeid qua bebouwing en inwoneraantal. Ook is het takenpakket van de gemeente uitgebreid met de decentralisaties in het sociaal domein. De omvang van de formatie schommelde in de afgelopen jaren rond de 600 fte en is niet wezenlijk aangepast aan de groei van de stad en de uitbreiding van het takenpakket. Gegeven de financiële ontwikkelingen van de gemeente heeft de organisatie diverse bezuinigingen doorgevoerd, zo is het aantal leidinggevenden inmiddels meer dan gehalveerd. Tegelijkertijd liggen er ambities om de stad in de aankomende jaren fors te laten doorgroeien. Gelet op de huidige situatie - in combinatie met deze toekomstige groeiopgave – zal dit een effect gaan hebben op de gemeentelijke organisatie. In de praktijk voelen we en merken we dat de organisatie op diverse punten steeds verder onder druk is komen te staan. Om te beoordelen in hoeverre dit terecht is wordt er in aanloop naar de zomer 2021 een objectieve toetst uitgevoerd door een externe partij. De uitkomsten van dit onderzoek zijn een kwalitatieve- en kwantitatieve analyse van de organisatie gerelateerd aan de opgaven van de stad, waarbij ook een vergelijking zal worden gemaakt met gemeenten van gelijke omvang.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
10
Op deze wijze kan in kaart gebracht worden welke capaciteit noodzakelijk is om op korte termijn invulling te kunnen geven aan een versnelling van de groeiambities van de stad. Daarnaast kan er met dit onderzoek worden gekeken naar welke capaciteit intern verschoven kan worden. Ook kan worden gekeken in hoeverre er een bredere capaciteitsbehoefte zal ontstaan bij de groeiambities van de stad, bijvoorbeeld rond de bouwopgave. Dit onderzoek moet afgerond zijn vóór de programmabegroting 2022 – 2025, zodat de uitkomsten daarvan meegenomen kunnen worden in de begrotingsbehandeling. Voorgesteld besluit: 7. De uitkomsten van bovengenoemd onderzoek ‘Capaciteitsbehoefte in relatie tot groeiopgave’ te betrekken bij de programmabegroting 2022 - 2025.
Bijstelling
0.5
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Actualisatie treasury 1.485 1.517 1.360 1.191 Er is in Lelystad de afgelopen tientallen jaren geïnvesteerd in voorzieningen en de aankoop van grond. Om dat te kunnen financieren is een lening portefeuille opgebouwd. Om renterisico’s te spreiden kent die portefeuille deelleningen met verschillende looptijden en rentepercentages. De manier waarop die renterisico’s moeten worden beperkt is veel wet en regelgeving van toepassing. Op basis van de liquiditeitsbehoefte en het vervallen van een aantal deelleningen ontstaat een aanzienlijke (her) financieringsbehoefte.
8
Dit (her)financieren vindt momenteel plaats tegen uitermate gunstige rentetarieven. Dit levert een aanzienlijk voordeel op in de begroting en meerjarenraming. De leningen die aflopen zijn jaren geleden afgesloten tegen 3% rente, daar waar er momenteel wordt geleend tegen percentages ruim onder de 1%, afhankelijk van de looptijd. De (her)financieringsbehoefte voor 2021 wordt ingeschat op €75 miljoen en zal worden ingevuld door leningen af te sluiten met verschillende langere looptijden, zodat het renterisico wordt gespreid. Daarnaast wordt in deze kadernota voorgesteld het rentepercentage dat gehanteerd wordt voor de rentetoerekening aan de bouwgronden in exploitatie (de rente BIE) van 1,5% naar 1,25% bij te stellen op basis van de wettelijk voorgeschreven richtlijnen. Dit zorgt voor een beperkt nadelig effect, dat eveneens onderdeel uitmaakt van dit totale voorstel. Voorgesteld besluit: 8. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie treasury’ de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 – 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: €1.485.000 in 2022; €1.517.000 in 2023; €1.360.000 in 2024 en €1.191.000 met ingang van 2025.
Bijstelling
0.8
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025 Actualisatie kapitaallasten 847 -83 -25 -49 In de afgelopen jaren zijn er diverse besluiten genomen met een effect op de kapitaallasten. Zo is er een switch gemaakt van annuïtair afschrijven naar linear afschrijven, is het interne rentepercentage aangepast en zijn de richtlijnen met betrekking tot het activeren en afschrijven geactualiseerd. De kapitaallasten die in de begroting staan opgenomen zijn herrekend op basis van deze inzichten. Dit resulteert voor 2022 in een voordeel ten opzichte van de begroting en met ingang van 2023 tot een beperkt nadeel ten opzichte van de begroting.
9
Voorgesteld besluit: 9. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie kapitaallasten’ de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 – 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: €847.000 in 2021; -€83.000 in 2023; -€25.000 in 2024 en -€49.000 met ingang van 2025.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
11
10
Bijstelling
0.11
Storten vrije ruimte begrotingssaldo 2022 in de Reserve ontwikkeling stad
Bedragen x € 1.000
2022 -1.000
2023 -
2024 -
2025 -
Voorgesteld wordt de vrije ruimte binnen het begrotingssaldo 2022 toe te voegen aan de Reserve ontwikkeling stad, zodat deze middelen beschikbaar komen om in te zetten als incidentele dekking. Voorgesteld besluit: 10. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Storten vrije ruimte begrotingssaldo 2022 in Reserve ontwikkeling stad’ de begroting 2022 bij te stellen met -€1.000.000.
11
Bijstelling
1.2
Schaarse vergunningen
Bedragen x € 1.000
2022 -41
2023 -41
2024 -41
2025 -41
Mede vanwege Europese regelgeving wordt de vergunningverlening in ons land steeds meer getoetst aan eisen in verband met mededinging. Dit betekent dat in gevallen waar een beperkt aantal vergunningen kunnen worden verleend, waar dus sprake van schaarse vergunningen is, ook aan andere initiatiefnemers gelegenheid moet worden geboden om mee te dingen naar de te verlenen vergunning(en). Deze nieuwe wettelijke eisen spelen in de praktijk direct een rol voor de gemeente Lelystad, voornamelijk op het vlak van de procedures rondom casino's / speelautomatenhallen. Dit proces is afgelopen jaar op gang gekomen: er lopen diverse bezwaar- en beroepsprocedures die tot nu toe positieve uitkomsten hebben gehad. Echter is de juridische ondersteuning die hiervoor benodigd is niet beschikbaar in de reguliere begroting. Op dit moment wordt geïnventariseerd welke vergunningen, naast die met betrekking tot casino’s/speelautomaten, ook als schaars kunnen worden aangemerkt. In ieder geval betreft dit circussen, plaatsen reclameborden, marktstandplaatsen et cetera. Het niet adequaat uitvoeren van deze wettelijk verplichte taak leidt tot klachten, bezwaar- en beroepsprocedures die zullen leiden tot hoge herstelkosten en imagoverlies op landelijk niveau. Daarmee is deze voorgestelde formatie uitbreiding van 0,5 fte absoluut noodzakelijk. Voorgesteld besluit: 11.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Schaarse vergunningen’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€41.000.
12
Bijstelling Bermverhardingen polderwegen
2.1
Bedragen x € 1.000
2022 550
2023 -38
2024 -38
2025 -38
Met LTO-Noord heeft afgelopen jaren afstemming plaatsgevonden over de inzet van OZB-compensatie, van €550.000. Uiteindelijk heeft deze afstemming geleid tot een afspraak waarbij dit bedrag besteed gaat worden aan het verbeteren van de bereikbaarheid van de bedrijven in het buitengebied en dan met name in het toepassen van bermverhardingen en het uitbreiden- en vergroten van de passeerstroken. Uit een eerste inventarisatie komt naar voren dat een groot deel van de polderwegen niet voldoet aan CROW normering en de mobiliteitsdoelen zoals deze door de raad zijn vastgesteld. In de Mobiliteitsvisie is vastgesteld dat ‘Lelystad beschikt over een veilig wegennetwerk; binnen en buiten de bebouwde kom’. Om de meest kritische punten, zijnde de smalste wegen, aan te pakken is er een investering noodzakelijk van €1,1 miljoen. De middelen vanuit de OZB-compensatie zijn in een eerder stadium al voor dit doel in de voorziening ‘Groot Onderhoud Bovengronds’ gestort. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten om investeringen in maatschappelijk nut te activeren en de kapitaallasten meerjarig op te nemen in de begroting. Dit houdt in dat de reservering van €550.000 vanuit de voorziening vrij kan vallen ten gunste van het begrotingssaldo 2022.
Daarvoor in de plaats komt een investering van €1,1 miljoen, die over een periode van 40 jaar wordt afgeschreven en waarvan de daaruit afgeleide kapitaallasten met ingang van 2023 in de begroting worden opgenomen.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
12
LTO-Noord staat als vertegenwoordiger van de bedrijven ook positief tegenover deze investering om de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van bedrijven in het buitengebied te vergroten. Voorgesteld besluit: 12. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Bermverharding polderwegen’ een krediet van €1.100.000 ter beschikking te stellen en op basis daarvan de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 – 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: €550.000 in 2022 en -€38.000 met ingang van 2023.
13
Bijstelling
2.1
Afronding ontsluiting Theaterkwartier
Bedragen x € 1.000
2022 -
2023 -8
2024 -8
2025 -8
In het kader van het Theaterkwartier wordt de ontsluiting van parkeergarage De Waag naar de Stationsweg verlegd. Deze nieuwe ontsluiting wordt vanuit de grondexploitatie gedekt. Door de autonome mobiliteitsgroei en de nieuwe ontsluiting van De Waag wordt de Stationsweg drukker. Het is noodzakelijk hiervoor afslagvakken te realiseren, verkeerslichten te plaatsen en de inrit naar het laad- en losdok van de Jumbo te verplaatsen. Daarnaast is mogelijk aanpassing van de direct naastgelegen rotonde Rigastraat nodig; dit wordt nog onderzocht en indien nodig meegenomen in de maatregelen ten behoeve van de visie stationsgebied. De kosten van de aanpassing van de Stationsweg kunnen niet volledig gedekt worden uit de grondexploitatie. Het betreft hier immers aanpassing van de stedelijke hoofdinfrastructuur. Daarom wordt van de investering van €480.000 de helft gedekt uit de grondexploitatie Theaterkwartier en is voor de overige 50% dekking nodig uit de algemene middelen. De investering wordt over 40 jaar afgeschreven en de daaruit afgeleide kapitaallast wordt met ingang van 2023 in de begroting opgenomen. Voorgesteld besluit: 13. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Afronding ontsluiting Theaterkwartier’ een aanvullend krediet van €240.000 beschikbaar te stellen en op basis daarvan de meerjarenraming 2023 – 2025 bij te stellen met -€8.000.
14
Bijstelling Reconstructie Middendreef
2.5
Bedragen x € 1.000
2022 -
2023 -46
2024 -45
2025 -45
De gemeente kan voor de periode 2022 t/m 2025 subsidie verkeer en vervoer bij de provincie aanvragen. Deze subsidie vergt 50% cofinanciering door de gemeente. Voorstel is het budget in te zetten om de afspraken na te komen die de gemeente gemaakt heeft met het Rijk en de provincie in het convenant landzijdige bereikbaarheid luchthaven Lelystad over de realisatie van OV-doorstromingsmaatregelen. Uit onderzoek is gebleken dat de 12 minuten rijtijd voor de Airport Express alleen behaald kan worden door infrastructurele aanpassingen langs de route. Deze aanpassingen zijn nog sterker van belang voor het overige stads- en streekvervoer. De buslijnen 1, 8 en 148 rijden via deze route, en beoogd wordt met de opening van Porteum ook de lijnen 6/16 hierlangs te laten rijden en op langere termijn een extra buslijn naar het te ontwikkelen oostelijke deel van Warande. Door hogere betrouwbaarheid en kortere rijtijd wordt de exploitatie van het stads- en streekvervoer gunstiger. Voor hetzelfde geld, kan meer vervoer geboden worden. Dit heeft een positief effect op de biedingen die de provincie zal ontvangen voor de nieuwe concessie IJssel-Vecht. Het past ook in de ambitie uit het regionale OV toekomstbeeld 2040 waarin gestreeft wordt lijn 148 naar Harderwijk op te waarderen naar HOV-lijn.
De reconstructie van de Middendreef met een busbaan inclusief ombouw van de rotonde Ziekenhuisweg wordt geraamd op een taakstellend budget van €2,6 miljoen. De gemeentelijke bijdrage van €1,3 miljoen - na aftrek van de provinciale subsidie - wordt afgeschreven over een periode van 40 jaar en de daaruit afgeleide kapitaallast wordt met ingang van 2021 in de begroting opgenomen. De gemeente is verplicht de afspraken over de OV-doorstromingsmaatregelen na te komen; het Rijk en de provincie zijn hun aandeel in de afspraken - zoals de aanleg van aansluiting 9 van de A6 en de A. Fokkerweg inmiddels nagekomen. Ook heeft de provincie de exploitatie van de Airport Express aanbesteed en voor 10 jaar aan Arriva gegund. Verwacht wordt dat bij 10.000 vliegbewegingen 500-750
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
13
reizigers per dag van deze busdienst gebruik maken; bij de doorgroei van de luchthaven na 2023 loopt dat aantal geleidelijk verder op tot enkele duizenden per dag. Voorgesteld besluit: 14. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Reconstructie Middendreef’ een krediet van €1.300.000 te beschikking te stellen en op basis daarvan de meerjarenraming 2023 – 2025 bij te stellen met -€46.000.
15
Bijstelling
2.5
Afrekening subsidie Arriva
Bedragen x € 1.000
2022 -75
2023 -
2024 -
2025 -
Arriva krijgt jaarlijks de subsidie als voorschot vergoed. Dit voorschot wordt vanuit behoedzaamheid conform de concessiebepalingen altijd iets lager vastgesteld dan het bedrag waarop Arriva uiteindelijk recht heeft. Na afloop van een kalenderjaar wordt de subsidie vastgesteld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de landelijk vastgestelde indexatie. Dit leidt ieder jaar tot een nabetaling aan Arriva. Door het vervallen van de delegatie per 4 september 2021 zal Lelystad vanaf die datum ook geen bijdrage meer ontvangen van de provincie. Op basis van de geldende systematiek zal de subsidie voor Arriva over het jaar 2021 in het jaar 2022 vastgesteld worden, waarbij ook de gebruikelijke nabetaling volgt. Deze kan in 2022 niet meer uit de provinciale bijdrage gedekt worden. Omdat bijvoorbeeld de indexatie nog niet bekend is - de indexatie voor het openbaar vervoer over 2021 wordt landelijk in december 2021 vastgesteld op basis van de dieselprijs en CAO-ontwikkelingen - is niet bekend hoeveel de nabetaling in 2022 precies zal zijn. Op basis van ervaringen op voorgaande jaren wordt deze tussen de €50.000 en €100.000 ingeschat. Deze nabetaling voor verricht werk is op basis van de concessie onontkoombaar. Voorgesteld besluit: 15. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Afrekening subsidie Arriva’ de begroting 2022 bij te stellen met -€75.000.
16
Bijstelling Actualisatie IHP
4.2
Bedragen x € 1.000
2022 -69
2023 34
2024 65
2025 -19
Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) geeft concrete uitwerking aan de wettelijke zorgplicht van de gemeente voor ‘voldoende en adequate’ huisvesting voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs in de stad. De huisvestingsvoorzieningen die nodig of gewenst zijn voor het onderwijs worden in dit plan aangegeven, getoetst aan de vastgestelde kaders en voorzien van een (globale) planning, zowel als het gaat om de uitvoering, als voor wat betreft de er mee gepaard gaande financiële consequenties. Het IHP wordt, in overleg met de onderwijsbesturen, jaarlijks geactualiseerd op basis van leerlingenprognoses, verschuivingen in huisvestingsbehoefte en andere gewijzigde omstandigheden. De nu voorgestelde bijstelling vloeit voort uit het IHP Jaarprogramma 2021 - 2022. Dit jaarprogramma omvat de actualisering van de geplande voorzieningen voor de korte termijn, uitgesplitst in exploitatielasten enerzijds en investeringen met bijbehorende kapitaallasten anderzijds. De voorgestelde bijstelling van de exploitatielasten is negatief voor de jaren 2022 en 2023. Voor deze jaren zijn extra middelen nodig voor de kosten van het busvervoer bewegingsonderwijs.
Als gevolg van de sloop en herbouw van gymzalen in Havendiep, Atolwijk en de Schouw in het kader van de uitvoering van het IHP meerjarenperspectief, dienen de leerlingen van de basisscholen in deze wijken tijdelijk vervoerd te worden naar gymzalen elders in de stad. De bijstelling van de exploitatielasten in positieve zin vanaf 2023 volgt uit de verwachte verdere daling van de leerlingenaantallen in de Landerijen. Als gevolg hiervan kan de huur van twee schoolwoningen worden beëindigd. De bijstelling van de kapitaallasten levert voor 2023 eenmalig een voordeel op als gevolg van een verwachte latere oplevering van de nieuwe gebouwen voor basisscholen De Regenboog en De Wingerd. Een negatieve bijstelling in de kapitaallasten vanaf 2024 vloeit voort uit de verwachte benodigde extra onderwijs- en gymcapaciteit in Warande en het voorstel om – onder voorbehoud - het schoolgebouw van basisschool Het Mozaïek uit te breiden. Tegenover deze laatste uitgave staan overigens verwachte extra huurinkomsten.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
14
Een gedetailleerde toelichting op deze voorstellen en een onderbouwing van de bedragen is opgenomen in het concept IHP Jaarprogramma 2021 - 2022. Voorgesteld besluit: 16. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie IHP’ de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 – 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: -€69.000 in 2021; €43.000 in 2023; €65.000 in 2024 en -€19.000 met ingang van 2025.
17
Bijstelling
6.3
Actualisatie budget bijzondere bijstand
Bedragen x € 1.000
2022 -500
2023 -500
2024 -500
2025 -500
De bijzondere bijstand is een wettelijke open einde regeling, wat inhoudt dat de ontwikkeling van het kostenniveau samenhangt met de ontwikkeling van de vraag. De sturingsmogelijkheden zijn beperkt. Sinds 2013 zien we een toename van kosten (enerzijds door prijsindexaties, anderzijds door een toename van cliënten). De begroting is de afgelopen jaren niet bijgesteld en een actualisatie is op dit moment onontkoombaar. Er zijn twee kostenposten die het huidige tekort veroorzaken. Enerzijds zijn dit de bewindvoeringskosten die zijn toegenomen (circa 60% van de totale kosten). Jaarlijks worden de bewindvoeringstarieven geïndexeerd - ten aanzien daarvan heeft de gemeente geen keuzeruimte. Bovendien is het aantal klanten in beschermingsbewind ook toegenomen. Zowel de instroom als de uitstroom van beschermingsbewind is voor de gemeente slechts zeer beperkt beïnvloedbaar. Anderzijds zien we een stijging in de Individuele Inkomenstoeslag (IIT), voorheen de langdurigheidstoeslag (circa 15% van de totale kosten). Een steeds groter deel van het klantenbestand heeft recht op een IIT en we weten als gemeente die groep, conform vastgesteld beleid, ook steeds beter te bereiken. Voorgesteld besluit: 17. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie budget bijzondere bijstand’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€500.000.
18
Bijstelling BUIG bijstandsbudgetten
6.3
Bedragen x € 1.000
2022 PM
2023 PM
2024 PM
2025 PM
Bijstandsuitkeringen worden verstrekt aan inwoners die recht hebben op een inkomen in het kader van de Participatiewet en de IOAW, gedurende de periode waarin zij nog niet in staat zijn om (volledig) in eigen onderhoud te voorzien. Daarnaast zijn er klanten die een loonkostensubsidie ontvangen (de loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen loonwaarde en minimumloon en is bedoeld voor werknemers die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak). De gemeente ontvangt een specifieke rijksbijdrage voor de uitvoering van deze wettelijke taken, waarbij het bedrag wordt bepaald op basis van een zogeheten objectief verdeelmodel. Dat de instroom in de bijstand naar verwachting toe zal nemen is een afgeleide van de coronacrisis. In de begroting 2021 is uitgegaan van een totale uitkeringslast ter grootte van €35.293.000, inclusief Loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van €701.843. Deze raming komt neer op een gemiddeld klantaantal van 2.363 bij een gemiddelde prijs per uitkering van €14.639. In hoeverre deze aantallen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden is afhankelijk van diverse factoren en omgeven door onzekerheid. Het exacte moment waarop de lokale instroom in de bijstand toe zal nemen is in de praktijk namelijk erg moeilijk in te schatten.
Dit hangt onder andere af van verdere continuering en omvang van steunmaatregelen van het Rijk; de instroom in de WW en vervolgens de gemiddelde duur van deze WW uitkeringen. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de rijksbijdrage dit jaar gelijke tred zal houden met de ontwikkeling van de uitkeringslasten. Er is hierbij sprake van aanzienlijke bandbreedtes, die zowel voor- als nadelig kunnen uitpakken. Naar verwachting is er uiterlijk begin oktober 2021 meer duidelijkheid over de
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
15
definitieve rijksbijdragen over 2021. Afhankelijk van het economisch herstel zal het financieel effect van de hogere instroom vooral in de loop van 2021 alsnog merkbaar gaan worden. Voorgesteld besluit: 18. Op basis van bovenstaand voorstel ‘BUIG bijstandsbudgetten’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 niet bij te stellen en op basis van actuele informatie bij de programmabegroting 2022 – 2025 een bijstelling tegemoet te zien (indien noodzakelijk).
19
Bijstelling
6.3
Individuele studietoeslag Participatiewet
Bedragen x € 1.000
2022 -110
2023 -110
2024 -110
2025 -110
De individuele studietoeslag (IST) is in 2015 in de Participatiewet geïntroduceerd om studerende jongeren met een arbeidsbeperking financieel te ondersteunen tijdens de studieperiode. Het rijk heeft hiervoor vanaf 2015 middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Omdat de gemeente Lelystad de Wet Studiefinanciering als een adequate voorliggende voorziening zag heeft de raad in de in de programmabegroting 2015 - 2018 besloten deze rijksmiddelen in te zetten om de betreffende groep jongeren na hun studie te ondersteunen in de toegang tot en het behoud van betaalde arbeid. Om deze reden zijn de structurele middelen ter grootte van €174.000 beschikbaar gekomen voor het Werkbedrijf Lelystad voor de toeleiding naar werk. Per 1 januari 2021 is een wetswijziging van kracht die gemeenten verplicht vanuit de bijstand een studietoeslag van €300 per maand beschikbaar te stellen aan studenten die door hun medische beperking structureel niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen. Gemeenten hebben tot 1 juli 2021 de ruimte om deze wetswijziging binnen de gemeentelijke organisatie in te richten. Er is dus geen beleidsvrijheid meer voor de gemeente. Het aantal afgewezen aanvragen schommelde de afgelopen jaren tussen de 5 en 10 per jaar. Omdat aanvragen nu wel toegekend gaan worden is de inschatting dat het aantal toekenningen hoger gaat uitkomen op circa 30.
De kosten voor deze wettelijke taak komen hiermee op €110.000 structureel. Op het moment dat de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen nu alsnog worden overgeheveld voor de uitvoering van de IST ontstaat een tekort op de benodigde middelen voor re-integratie door het Werkbedrijf. De raad heeft met de besluitvorming aanpak sociaal domein een taakstelling geformuleerd om Lelystad voordeelgemeente te maken. Dat houdt in dat met Werkbedrijf meerjarige afspraken zijn gemaakt om meer mensen uit de uitkering te begeleiden naar werk en hiermee uiteindelijk structureel €1 miljoen te besparen op de uitkeringslasten. Hiervoor heeft het Werkbedrijf een begroting opgesteld en zijn prestatieafspraken gemaakt, met een daar tegenoverstaande vergoeding voor de kosten van arbeidstoeleiding, waarbij de toekomstige besparingen op de uitkeringslasten alvast taakstellend zijn ingeboekt. Wanneer we deze middelen weer weg zouden halen bij het Werkbedrijf kan deze ambitie niet worden gerealiseerd. Het zou bovendien een tegengestelde beweging zijn, omdat we in de aankomende jaren juist een aanzienlijke stijging verwachten van het aantal bijstandsklanten. Iedere euro om mensen uit de bijstand te kunnen laten stromen is hard nodig.
Om te voorkomen dat deze taakstelling niet wordt gehaald wordt daarom voorgesteld om de benodigde middelen voor de individuele studietoeslag beschikbaar te stellen vanuit het begrotingssaldo. Voorgesteld besluit: 19. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Individuele studietoeslag Participatiewet’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met -€110.000.
20
Bijstelling BTW voordeel re-integratie
6.5
Bedragen x € 1.000
2022 150
2023 150
2024 150
2025 150
De Hoge Raad heeft vorig jaar uitspraak gedaan over de btw die drukt op re-integratietrajecten. In deze uitspraak staat dat er bij re-integratietrajecten sprake is van een collectief belang, wat inhoudt dat de btw op re-integratietrajecten volledig voor compensatie in aanmerking komt via het BTW- compensatiefonds.
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
16
Op basis van deze uitspraak kan de gemeente alsnog de volledige btw claimen op de re-integratie trajecten vanaf 1 januari 2015. Over de periode 2015 t/m 2019 wordt een bedrag van ruim €1 miljoen teruggevraagd, wat als een voordelige afwijking terugkomt in de jaarrekening van 2020. De inschatting in structurele zin is dat op re-integratie een jaarlijks BTW voordeel zal ontstaan ter grootte van €150.000. Dit houdt in dat de jaarlijkse vergoeding voor het Werkbedrijf met ditzelfde bedrag kan worden verlaagd. Voorgesteld besluit: 20. Op basis van bovenstaand voorstel ‘BTW voordeel re-integratie’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met €150.000.
21
Bijstelling Wmo
6.71
Bedragen x € 1.000
2022 PM
2023 PM
2024 PM
2025 PM
De gemeente is op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners zodat zij zoveel mogelijk meedoen en zelfstandig kunnen (blijven) participeren in de maatschappij. Belangrijke aandachtsgroepen binnen de Wmo zijn kwetsbare ouderen, inwoners met fysieke of verstandelijke beperking en inwoners met psychische problematiek. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het kostenniveau binnen de Wmo ieder jaar oploopt. De vergrijzing, de ingezette trend van extramuralisering en de aanzuigende werking van het abonnementstarief zorgen voor een sterk stijgend kostenniveau waardoor budgetten ontoereikend worden. Met ingang van 2021 is mede om deze reden 'Het Nieuw Lelystads Peil' geïntroduceerd. Het betekent een noodzakelijke koerswijziging waarbij meer focus wordt aangebracht in de basisvoorzieningen en maatwerkvoorzieningen worden versoberd. Enkele activiteiten binnen de basisvoorzieningen worden per 2021 op een andere wijze ingevuld en een aantal subsidies is stopgezet of verlaagd. Maatwerkvoorzieningen blijven beschikbaar voor inwoners voor wie het gebruik noodzakelijk is. De activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Wmo 2020 dat, met inachtneming van de door de raad vastgestelde Aanpak Sociaal Domein, ook in 2021 van toepassing is.
De genoemde aanpassingen zijn opgestart en zullen in 2021 tot een besparing van €2,45 miljoen moeten leiden binnen de Wmo inclusief enkele aanpalende gebieden. Hiertoe heeft de raad besloten middels het vaststellen van de Aanpak Sociaal Domein. De (eerste) effecten van de maatregelen worden in de loop van 2021 zichtbaar. Het is duidelijk dat de realisatie van de bezuinigingen door diverse factoren complex blijft. Er is binnen de Wmo sprake van een aantal open einde regelingen, zodat de ontwikkeling van het kostenniveau afhangt van de ontwikkeling van de vraag. Daarnaast is het effect van de coronapandemie en de bijbehorende lockdown niet exact in te schatten. Ook de volumegroei als gevolg van de (dubbele) vergrijzing is zo goed als mogelijk ingeschat, maar blijft lastig te prognosticeren. Wij monitoren actief de realisatie van de eerdergenoemde besparingen en de ontwikkeling van de vraag. Wij zullen medio 2021 - wanneer meer informatie beschikbaar is over het lopende jaar - een actueel overzicht maken. Op grond van dit totaaloverzicht kan er dan een actuele doorkijk worden gegeven die bij de programmabegroting 2022 - 2025 ingebracht wordt. Vooralsnog gaan wij uit van budgetneutraliteit in deze actualisatie. De doordecentralisatie van beschermd wonen zal hierin naar verwachting nog niet meegenomen worden.
Deze doordecentralisatie kan aanzienlijke effecten hebben op zowel de inkomsten- als de uitgavenkant, maar op dit moment hebben wij slechts de beschikking over eerste voorlopige cijfers. Op zijn vroegst is bij de septembercirculaire 2021 definitief duidelijkheid over de beschikbare rijksbijdragen inclusief een ingroeipad voor dit onderdeel van de Wmo. Indien deze informatie voldoende tijdig beschikbaar is en vertaalbaar naar lokale effecten, wordt deze informatie ook bij de programmabegroting 2022 - 2025 ingebracht. Voorgesteld besluit: 21. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Wmo’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 niet bij te stellen en op basis van actuele informatie bij de programmabegroting 2022 – 2025 een bijstelling tegemoet te zien (indien noodzakelijk).
Kadernota 2022 – 2025 vóór raadsbehandeling
Gemeente Lelystad
17
22
Bijstelling
6.72
Jeugdzorg
Bedragen x € 1.000
2022 PM
2023 PM
2024 PM
2025 PM
Met de Aanpak Sociaal Domein heeft de raad maatregelen vastgesteld om de kosten in het sociaal domein te verminderen. Voor de jeugdhulp wordt de basis versterkt en gaat per 1 juli 2021 een nieuwe toegang en regie jeugdzorg van start. Ook treden op 1 juli 2021 de nieuwe contracten lokale jeugdhulp in. In het Transitieplan Jeugdzorg is aangegeven dat de geplande besparingen van in totaal €5,9 miljoen te realiseren van 2021 tot en met 2024 - naar verwachting haalbaar zijn. De realisatie van de bezuinigingen blijft door diverse factoren complex. Er geldt binnen de Jeugdwet een Jeugdhulpplicht, zodat de ontwikkeling van het kostenniveau afhangt van de ontwikkeling van de vraag. Op dit moment is niet in te schatten wat het effect van de coronapandemie en de bijbehorende lockdown is op de instroom. Ook is nog onbekend hoe de nieuwe Woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 ingevoerd wordt precies uitpakt. Voorgesteld besluit: 22. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Jeugdzorg’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 niet bij te stellen en op basis van actuele informatie bij de programmabegroting 2022 – 2025 een bijstelling tegemoet te zien (indien noodzakelijk).
23
Bijstelling
6.81
Maatschappelijke opvang
Bedragen x € 1.000
2022 43
2023 43
2024 43
2025 43
Aan het Bureau Gelijke Behandeling Flevoland wordt jaarlijkse een begrotingssubsidie verstrekt voor onder andere LHTBI-beleid en WGZ taken. Binnen enkele onderdelen van de gemeentelijke begroting is daarvoor budget gereserveerd. Bij een actualisatie van de meerjarenbegroting blijkt dat er binnen de budgetten van maatschappelijke opvang eveneens budget voor staat gereserveerd, zonder dat daar een directe verplichting tegenover staat. Dit maakt dat deze middelen vrij kunnen vallen ten gunste van het begrotingssaldo. Voorgesteld besluit: 23. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Maatschappelijke opvang’ de begroting 2022 en de meerjarenraming met ingang van 2023 bij te stellen met €43.000.