IHP Meerjarenperspectief 2027-2042 en Beleidskader OHV compleet 150126
Tekst van het document
Een duurzaam gebouwd en ingericht schoolgebouw kan bijdragen aan de versterking van het bewustzijn van het belang van het zuinig omgaan met onze planeet. In het gemeentelijk beleid zijn, aanvullend op het Bouwbesluit, kaders voor duurzaamheid opgenomen. De belangrijkste, voor onderwijshuisvesting geldende, kaders zijn: • Kadernota Duurzaamheid: Hierin zijn de gemeentelijk ambities ten aanzien van duurzaamheid vastgelegd; • Kadernota Transitievisie Warmte: Hierin zijn de gemeentelijke ambities ten aanzien van nieuwe energie vastgelegd; Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
Daarnaast wordt aangesloten op landelijke kaders zoals: • PvE Frisse Scholen: Hierin zijn ambitieniveaus, met bijbehorende (gebouw) vereisten, opgenomen met betrekking tot het binnenklimaat en energieprestaties van schoolgebouwen. • Klimaatakkoord: Hierin zijn de landelijke ambities vastgelegd, waaronder de doelstelling dat in 2050 alle gebouwen van gasloos en circulair zijn; Groen en onderscheidend Met de vaststelling van het beleidskader onderwijshuisvesting in 2019 heeft de gemeente zich uitgesproken om bij grootschalige investeringen in het kader van het meerjarenperspectief onderwijshuisvesting uit te gaan van het ambitieniveau “Groen en onderscheidend”. Hiermee wordt aangesloten op bovengenoemde kaders voor duurzaamheid en de richtlijnen voor toekomstbestendige onderwijshuisvesting conform het Kwaliteitskader Huisvesting. In dit kwaliteitskader zijn door het kenniscentrum Ruimte-OK, in samenwerking met de PO-raad, VO-raad en VNG, kwaliteitscriteria opgesteld voor onderwijshuisvesting voor het Funderend Onderwijs. Het scenario ‘groen en onderscheidend’ gaat uit van een hoger ambitieniveau dan het Bouwbesluit op het gebied van duurzaamheid en daarmee de landelijke standaard. Bij (vervangende) nieuwbouw is ENG (Energie Neutraal Gebouw) het uitgangspunt.
Afhankelijk van de mogelijkheden - blijkend uit een casestudie per gebouw - kan worden gestreefd naar nul-op-de-meter en/of hergebruik van materialen. Het scenario is daarnaast gericht op een hogere functionaliteit en kwaliteit van schoolgebouwen en een fraaiere architectonische uitstraling. Daarmee kunnen het onderwijsconcept en -kwaliteit nog beter worden ondersteund, wordt de toekomstwaarde van de gebouwen versterkt als ook de bijdrage aan de aantrekkelijkheid van wijken en de stad. Klimaatadaptief Klimaatadaptief bouwen houdt rekening met het veranderende klimaat: Het pleegt minder aanslag op onze natuur, zorgt voor lagere energiekosten en bovenal voor een gezonder leefklimaat 24
Om schoolgebouwen te kunnen realiseren die optimaal bestand zijn tegen de verwachte gevolgen van klimaatverandering, zoals extreem weer, hitte en wateroverlast, zijn aanvullende maatregelen nodig. In de plannen voor nieuwe schoolgebouwen wordt rekening gehouden met klimaatadaptief bouwen, voor zover dit binnen het beschikbare budget past. Dit betekent dat er rekening wordt gehouden met (het voorkomen of beperken van) hittestress en wateroverlast. Dit vertaalt zich in de huidige projecten vooral tot het strategisch positioneren van het gebouw en groen-voorzieningen. Waar mogelijk wordt ook gekeken naar de uitgangspunten voor passiefbouw. Maatregelen om het schoolgebouw en -terrein klimaatadaptief te maken zijn onderling aan elkaar verbonden, soms versterkend en soms in tegenstrijd met maatregelen om energie te besparen. Bomen kunnen de inkomende zonnestraling met een factor 10 beperken en daarmee de warmtelast en de noodzaak tot koelen aanzienlijk beperken. Tegelijkertijd kan de schaduwwerking van bomen het rendement van zonnepanelen beïnvloeden. Op hun beurt beïnvloeden zonnepanelen de mogelijkheden voor wateropslag op het dak. Maatregelen in het terrein zijn relatief goedkoper dan de maatregelen in het gebouw.
Voor maatregelen in of op het gebouw, zoals bijvoorbeeld een blauw/groen dak of het plaatsen van zonnepanelen, moet namelijk vaak de constructie van het gebouw worden verzwaard. In de bestaande stedelijke structuur zullen waarschijnlijk de meeste maatregelen in het gebouw worden uitgevoerd. De benodigde investeringen zullen daarom in de bestaande stedelijke structuur waarschijnlijk hoger uitvallen dan in de uitbreidingsgebieden. Daar staat tegenover dat de verwachting is dat de investeringen in de bestaande structuur een hogere bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van leefklimaat door hittestress te verlagen en wateroverlast te beperken. Met het oog op het beperken van wateroverlast en schade bij een bui van 70 mm in 1 uur (maatgevende neerslaggebeurtenis met een frequentie van 1x per 100 jaar in het klimaat van 2050) is een buffering van 60 liter per m² verhard oppervlak nodig. Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
Hiervoor is een aanvullende investering van ongeveer € 260,- per m² nodig voor een kleinschalig (maximaal 1.500 m² bvo), binnenstedelijk project, waarbij de buffering in het gebouw moet worden opgenomen (exclusief aanvullende kosten voor een zwaardere constructie). Bij grootschalige projecten in uitbreidingsgebieden, waarbij de maatregelen grotendeels in het terrein kunnen worden opgenomen, bedraagt de aanvullende investering € 199,- per m² bvo.. 5.2 Renovatie volwaardig alternatief voor nieuwbouw Renovatie is tot nu toe een grijs gebied in de verdeling van de verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting tussen gemeente en schoolbesturen. Omdat renovatie een volwaardig – en soms beter of duurzamer – alternatief kan zijn voor nieuwbouw is renovatie, in de beoogde nieuwe wet “planmatige aanpak onderwijshuisvesting”, als een expliciete voorziening opgenomen.2 Naar verwachting wordt deze nieuwe wet in 2026 ingevoerd. Renovatie wordt in de nieuwe wet als volwaardig alternatief gezien voor nieuwbouw, bestaande uit vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvan door een samenhangend geheel van maatregelen, dat gericht is op het verlengen van de levensduur van het gebouw of het gedeelte daarvan. Hoewel het wetsvoorstel nog niet is aangenomen, heeft de gemeente Lelystad deze opvatting van renovatie overgenomen in het Beleidskader 2019.
Het biedt daarmee duidelijkheid over de status van renovatie. Renovatie in plaats van vervangende nieuwbouw kan ook bijdragen aan de ontwikkeling van de cultuur-historische waarde van Lelystad. Bij de afweging van renovatie versus vervangende nieuwbouw wordt per situatie een afweging gemaakt en een businesscase doorgerekend. Of een gebouw geschikt is voor renovatie is van verschillende factoren afhankelijk. De wijze van bouwen, de leeftijd van het gebouw en de mogelijkheden tot het beha2 Het wetsvoorstel treft enkele voorzieningen om de investeringen door gemeenten en schoolbesturen in onderwijshuisvesting voor het funderend onderwijs beter op elkaar af te stemmen. 25
len van het gewenste kwaliteitsniveau spelen hierbij allemaal een rol. Bij sommige gebouwen is het financieel voordeliger om deze te slopen en nieuw te bouwen. Ook de resterende boekwaarde op een gebouw moet worden meegenomen in de afweging tussen renovatie en nieuwbouw. Bij de afweging renovatie versus vervangende nieuwbouw wordt onder meer betrokken: • De hoogte van de nieuwbouwkosten ten opzichte van de renovatiekosten; • De restant boekwaarde van het gebouw (richtlijn: minder dan 25% van de nieuwbouwkosten); • De cofinanciering van het schoolbestuur, rekening houdend met de geplande (MOP) uitgaven en terugverdieneffecten, rekening houdend met het nu nog geldende investeringsverbod; 3 • Het “Afwegingskader renovatie / nieuwbouw” van de PO-raad en Bouwstenen voor Sociaal wordt als leidraad gebruikt. Bij deze afweging wordt uitgegaan van dezelfde norm voor renovatie als voor (vervangende) nieuwbouw, zoals in de beoogde nieuwe wet. Om de gebouwen, die in een andere tijd met andere kwaliteits- en duurzaamheidseisen zijn gebouwd, op hetzelfde niveau te brengen als nieuwbouw, moet rekening worden gehouden met dezelfde investeringsniveaus. 5.3 (Co)financiering Basis stichtingskosten De stichtingskosten voor de scholen worden bepaald op basis een standaardbedrag per m² bvo om de schoolgebouwen aan de ambities ten aanzien van groen en onderscheidend te laten voldoen.
De uitgangspunten en financiële consequenties wor3 In de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) is vastgelegd waaraan schoolbesturen de Rijksvergoeding mogen besteden. Momenteel mogen basisschoolbesturen in principe niet investeren in de nieuwbouw of (grootschalige) renovatie van hun schoolgebouwen. Ze mogen van deze wet slechts beperkt investeren in onderwijshuisvesting. Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
den in de bijlage D, de financiële planning, van voorliggend document opgenomen. Basis materiele instandhouding Schoolbesturen ontvangen voor het beheer en onderhoud van schoolgebouwen, inclusief energiekosten, een vergoeding vanuit de Rijksoverheid. De zogenaamde Materiele Instandhoudingsvergoeding (MI-vergoeding). Deze werd tot voor kort apart uitgekeerd, maar is tegenwoordig onderdeel van de lumpsumvergoeding die schoolbesturen ontvangen. De MI-vergoeding is echter niet toereikend voor het dekken van de kosten waarvoor ze bedoeld is. Schoolbesturen zijn in de praktijk dus meer geld kwijt aan het beheer, onderhoud en energiekosten. Dit zijn de daadwerkelijke kosten. Wanneer een school gehuisvest is in een gebouw dat eigendom is van gemeente Lelystad, dan betaalt het schoolbestuur de kosten voor energie, beheer en onderhoud van het gebouw aan de gemeente: de gebruiksvergoeding. Uitgangspunt bij deze vergoeding is dat het schoolbestuur de daadwerkelijke kosten voor energie, beheer en onderhoud van het deel van het gebouw dat de school in gebruik heeft, vergoedt (zoals de kosten bij schoolgebouwen die in eigendom van het schoolbestuur zijn). De gemeente berekent de gebruiksvergoeding op basis van de daadwerkelijke kosten voor instandhouding van het gebouw.
Uitgangspunten die van nieuwbouw of renovatieprojecten kosten worden meegenomen bij de uitwerking van het project binnen de daarvoor reeds bestaande organisatiestructuur. Hiervoor wordt een standaard rekenmodel gebruikt vergelijkbaar met het model dat door de PO-Raad is ontwikkeld. 4 Wanneer de gemeente bouwheer is en eigenaar van het gebouw, worden de schoolbesturen betrokken bij het voorbereidings-, ontwerp-, en bouwproces. Het streven van zowel de gemeente als de schoolbesturen is om de kosten voor energie, beheer en onderhoud over de gehele gebruiksperiode zo laag mogelijk te houden. Dit wordt op meerdere momenten tijdens het realisatieproces getoetst en overlegd. 4 Handreiking medegebruik en verhuur 2023 en Model exploitatievergoeding medegebruik en verhuur 2023, PO-Raad
26
Gezamenlijke verantwoording Onderdeel van het wetsvoorstel planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en financiering bij grootschalige investeringen. Dit betekent dat het schoolbestuur voortaan mag investeren in het schoolgebouw als er een overschot is op de besteding van de onderwijsmiddelen. Een schoolbestuur van scholen in het primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs zal daardoor ook kunnen bijdragen aan voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zoals nu alleen geldt voor het voortgezet onderwijs. Dit voorstel biedt in de toekomst de mogelijkheid om financieringsstromen te combineren. Zo is er is bij opgaven voor vervangende nieuwbouw en renovatie altijd een besparing op de component ‘onderhoud’ aanwezig, grofweg de laatste vijf jaar voor de ingreep en de vijf jaar erna. Ook is er voor de schoolbesturen een voordeel in de energiekosten, uitgaande van het nieuwbouwniveau, dus ENG. Met het Beleidskader 2019 is een duidelijke en ambitieuze keuze gemaakt voor de kwaliteitsverbetering van de onderwijshuisvesting in de stad. Met de eerste tranche van het IHP Meerjarenperspectief 2019 is en wordt hierin al een flinke slag geslagen. Evenwel kunnen niet alle gebouwen in één keer worden vernieuwd.
De consequentie is dat verschillende schoolgebouwen pas later voor vernieuwing in aanmerking komen. Een aantal van deze gebouwen vraagt echter wel om aanpassingen en maatregelen die noodzakelijk zijn om ze adequaat in stand te houden gedurende de periode totdat vernieuwing aan de orde is. Ook vanuit onderwijskundige ontwikkelingen gezien, zijn soms inpandige aanpassingen nodig om de gewenste onderwijskwaliteit in de ‘overbruggingsperiode’ te kunnen realiseren. Met de schoolbesturen is besproken hoe hiermee om te gaan, mede in relatie tot het, in voorgaande alinea’s genoemde, investeringsverbod. Dit heeft geleid tot het gezamenlijk voorstel dat de benodigde investeringen in kwaliteitsverbetering en verduurzaming van de schoolgebouwen die op korte termijn niet voor vernieuwing in aanmerking komen, door de schoolbesturen zelf Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
worden uitgevoerd en gefinancierd. Dit is vastgesteld in het gemeentelijke Beleidskader onderwijshuisvesting Primair Onderwijs 2019. De schoolbesturen kunnen deze kosten (deels) financieren met de besparing op de middelen voor het (groot) onderhoud van schoolgebouwen die wél op korte termijn worden vernieuwd worden. De beschikbaarheid van deze middelen is daarbij uiteraard afhankelijk van de snelheid waarmee nieuwe gebouwen worden gerealiseerd. Dit uitgangspunt sluit aan bij de verantwoordelijkheidsverdeling tussen schoolbesturen en gemeenten, waarbij de gemeente over nieuwbouw gaat en de schoolbesturen over onderhoud en aanpassingen. Bij de huidige actualisering van het Beleidskader wordt voorgesteld dit uitgangspunt vooralsnog te handhaven. Wanneer de nieuwe wetgeving van kracht wordt, zal in gezamenlijkheid worden overwogen of cofinanciering bij grootschalige investeringen gewenst is om bijvoorbeeld extra kwaliteit te realiseren. Voor de schoolbesturen met een enkele school in Lelystad is het niet mogelijk om besparingen op groot onderhoud en energie, die kunnen worden gerealiseerd op nieuwe gebouwen, te “middelen” met mogelijk extra kosten voor oudere gebouwen. Voor deze schoolbesturen kan maatwerk nodig zijn. Daarom is de mogelijkheid van maatwerk voorbehouden voor deze schoolbesturen/scholen.
Financiering Bij grootschalige investeringen in de onderwijshuisvesting, wordt het principe van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en financiering als uitgangspunt gehanteerd. Zolang het investeringsverbod nog van toepassing is, wordt deze verantwoordelijkheid als volgt opgevat: • De gemeente investeert in een programma van (ver)nieuwbouw en / of renovatie als volwaardig alternatief voor nieuwbouw; • De schoolbesturen realiseren de benodigde aanpassingen en functionele verbeteringen voor die gebouwen die (nog) niet voor vernieuwing in aanmerking komen. Dit geldt ook voor het gasloos maken van schoolgebouwen in wijken die vóór 2034 gasloos moeten zijn. Over de mogelijke consequenties van de beno27
digde aanpassingen vindt afstemming en besluitvorming tussen schoolbestuur en gemeente plaats. • Waar nodig wordt gezocht naar een maatwerkoplossing in de financiering voor schoolbesturen die niet de mogelijkheid hebben om besparingen op energieen onderhoudskosten van nieuwe gebouwen in te zetten voor levensduur verlengende maatregelen van oudere gebouwen.
Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
28
Bijlage 1 Overzicht beleidsvoorstellen 1.1 Leerling centraal
1.2 Toekomstbestendig
Onderscheidend vermogen van onderwijsconcepten • Het toekomstbestendig en divers onderwijsaanbod wordt voor Lelystad als geheel bezien, maar er moet ruimte zijn voor maatwerk per wijk. • Voor het voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt het aanbod in de regio hierin meegewogen. • Schoolbesturen dragen hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid. • Grootschalige investeringen ten behoeve van nieuwbouw of renovatie zijn ondersteunend aan de inhoudelijke visie op het onderwijs van de school en dragen bij aan de kwaliteit van het onderwijs van de school. • Aan iedere grootschalige investeringsbeslissing ligt een gedragen, inhoudelijk plan voor de gewenste ontwikkeling van het onderwijs van de betreffende school ten grondslag waarin wordt gemotiveerd hoe de huisvesting daaraan een bijdrage kan leveren.
Flexibiliteit en multifunctionaliteit • Bij grootschalige investeringen in de onderwijshuisvesting, zoals (vervangende) nieuwbouw of renovatie • Worden andere relevante partners, zoals kinderopvang, betrokken in de plan vorming; • Wordt gestreefd naar de clustering van voorzieningen; • Wordt gestreefd naar standaardisatie van processen en maximale flexibiliteit van het schoolgebouw teneinde capaciteit en (financiële) middelen efficiënt en effectief in te zetten en de toekomstbestendigheid van de gebouwen te vergroten.
Inclusiviteit – inclusief onderwijs en gelijke kansen • Het streven naar inclusieve onderwijshuisvesting in 2035, conform het streven vanuit het ministerie van OCW, wordt gedeeld. • Ieder kind heeft recht op dezelfde kansen. Hiertoe moet ruimte zijn in de school. • Uitgelicht voorstel gemeenteraad: In afwachting van landelijke richtlijnen voor inclusief onderwijs en gelijke kansen is het uitgangspunt dat nieuw te realiseren schoolgebouwen een aanvullende vaste voet van 50 m² krijgen om dit nader vorm te geven. Schoolbesturen onderbouwen de noodzaak en consequenties voor de scholen in de hiervoor benodigde ruimtelijk/functionele maatregelen gerelateerd aan een tussen de scholen en schoolbesturen afgestemd stad en wijk breed plan voor de invulling van inclusief onderwijs. Doorgaande leerlijnen • Er wordt door alle betrokken partijen zo veel mogelijk ingezet op de aansluiting van de vroeg- en voorschoolse opvang en educatie op het basisonderwijs, de aansluiting van primair op voortgezet onderwijs en de aansluiting van het voortgezet onderwijs op vervolgonderwijs en/of naar werk. Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
Spreiding en bereikbaarheid • Ieder kind heeft de mogelijkheid om binnen de eigen wijk of op een maximale afstand van 2 km hemelsbreed van de eigen woning naar een reguliere basisschool te kunnen. • Bij (vervangende) nieuwbouw, wordt onderzocht of en welke maatregelen nodig zijn om de fysieke bereikbaarheid en ontsluiting van de school te optimaliseren. Omvang van de school -exploitatie • De beschikbare onderwijscapaciteit wordt optimaal benut voor onderwijs en aan het onderwijs gelieerde voorzieningen. • Een minimale omvang en bezetting is circa 200 leerlingen voor (vervangende) nieuwbouw in de bestaande stedelijke structuur en 400 leerlingen in een voorziening in een uitbreidingswijk. Een voorziening kan bestaan uit meerdere scholen. Uit de prognose blijkt dat dit aantal minimaal 15 jaar aanwezig is. Bij nieuwbouw voor een nieuwe school moet deze voldoen aan de door het ministerie gestelde eisen voor leerlingaantallen. • Een school voor primair onderwijs heeft maximaal 1 disclocatie. De gemeente betaalt – onder voorwaarden - de uitbreiding indien extra capaciteit nodigis. • Een school voor primair onderwijs kan, in geval van ruimtetekort, voor extra ruimte worden doorverwezen naar leegstand in een (school)gebouw. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 29
• Er is sprake van maximaal 1 dislocatie; • Deze dislocatie ligt binnen een straal van 2 kilometer hemelsbreed; • Er is sprake van een maximaal gebruik van de dislocatie voor een periode van 5 jaar; • Met het aantal groepen dat in de dislocatie wordt gehuisvest, kan organisatorisch en onderwijskundig geen goede verdeling worden gemaakt tussen de groepen in de hoofdlocatie en de dislocatie (dit, ter bepaling in onderling overleg russen de gemeente en het schoolbestuur); • Het is mogelijk om het hoofdgebouw van de school uit te breiden. Er gelden de volgende uitzonderingen voor de duur en de afstand van de tijdelijke huisvesting: • Indien er vooruitzicht is op vervangende nieuwbouw van de hoofdgebouw van de school, geldt een verwijsperiode van maximaal 8 jaren (conform de duur van één tranche van het IHP meerjarenperspectief); • Indien de leegstand waarnaar een school wordt doorverwezen zich binnen een afstand van 200 meter van het hoofdgebouw bevindt, geldt geen maximale verwijsperiode; • Indien het niet mogelijk is het hoofdgebouw van de school uit te breiden, geldt eveneens geen maximale verwijsperiode. In dat geval is de minimale omvang van de toe te wijzen ruimte in een dislocatie voldoende voor de huisvesting van vier groepen plus noodzakelijke nevenruimten.
• Indien de situatie zich voordoet dat een school zoveel leerlingen heeft of dreigt te krijgen dat deze niet meer op de twee huidige locaties gehuisvest kunnen worden, wordt eerst bekeken of: • de betrokken schoolbesturen alsnog afspraken kunnen maken over de verdeling van leerlingen. Een (tijdelijke) aannamestop kan hier onderdeel van uitmaken. • er binnen redelijke termijn perspectief is op passende huisvesting in relatie tot het meerjarenperspectief. Tijdelijk doorverwijzen naar meer dan één dislocatie kan dan, vanuit financiële doelmatigheid toch de voorkeur hebben. Dit ter afweging en beoordeling door het college. Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
• Wanneer vervangende nieuwbouw van kleinere scholen aan de orde is, worden eerst de mogelijkheden van een scholencarrousel (het wisselen tussen scholen en gebouwen), medegebruik en/of het fysiek in één gebouw onderbrengen van scholen onderzocht. • Wanneer blijkt dat er geen mogelijkheden zijn voor een scholencarrousel, medegebruik en/of het fysiek in één gebouw onderbrengen van scholen, wordt - o.a. afhankelijk van de leerlingenprognose - op basis van een businesscase onderzocht of en welke investeringen in een solitaire school met < 200 leerlingen, rendabel en haalbaar zijn. • Ten aanzien van leegstand in onderwijsvoorzieningen is het volgende (in onderstaande volgorde) van toepassing: 1. Het afstoten/verplaatsen van noodlokalen (afgeschreven noodlokalen; technisch of financieel) zodat er hoofdzakelijk sprake is van permanente huisvesting; 2. Beschikbare ruimte wordt ingevuld door scholen met een ruimtebehoefte binnen het voedingsgebied of binnen 2 kilometer hemelsbreed; 3. Beschikbare ruimte wordt ingezet voor o.a. onderwijskundige vernieuwingen binnen de school, vorming van een naschools aanbod, inclusief onderwijs e.d. Hierbij geldt dat deze inzet van de leegstand gemotiveerd moet plaats vinden; 4. Beschikbare ruimte wordt ingevuld door kinderopvang of andere complementaire kindfuncties dan wel maatschappelijke functies; 5.
Beschikbare ruimte wordt afgestoten door buitengebruikstelling of daadwerkelijk fysiek afstoten, wanneer het een volledig gebouw betreft. Hiervoor wordt alleen gekozen wanneer de ruimte permanent niet meer nodig is voor het onderwijs of andere gerelateerde functies. Wanneer de inzet van leegstand voor andere functies dan genormeerd onderwijsgebruik conform de VHO leidt tot een aanvullende ruimtebehoefte van de school of van een nabijgelegen school (binnen het voedingsgebied en/of 2 kilometer), wordt onder de volgende voorwaarden geen gebruik gemaakt van het vorderingsrecht door de gemeente: 30
geen voorzieningen betreft die volgtijdelijk gebruik kunnen maken van ruimten in de school of waarvoor alternatieve ruimte binnen het gebouw kan worden gevonden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen maatschappelijke en commerciële functies. Voor commerciële functies gelden de volgende aanvullende voorwaarden: • De gemeente maakt geen gebruik van haar vorderingsrecht wanneer het schoolbestuur aan de gemeente een vergoeding betaalt ter dekking van de stichtingskosten, voor het gebruik van de ruimte door een commerciële partij; • Bij het bepalen van de hoogte van deze vergoeding wordt aangesloten bij de normbedragen voor investeringen uit de verordening. De vergoeding bedraagt maximaal de jaarlasten behorend bij de normkosten voor (tijdelijke) uitbreiding gekoppeld aan het Bruto Vloer Oppervlak dat niet voor (mede)gebruik beschikbaar is. De vergoeding wordt betaald vanaf het moment dat de gemeente extra kosten dient te maken voor uitbreiding als gevolg van het afzien van haar vorderingsrecht; Het schoolbestuur dient voor de boven normatieve ruimtebehoefte een gemotiveerde aanvraag in bij het college. Wijk en leefomgeving • Leefbaarheid wijk • De school is een uitnodigende ontmoetingsplek in de wijk en/of een centraal verbindingspunt voor de ontwikkeling van kinderen van 0-12 jaar.
Dit kan tot uiting komen in: • Architectonische verschijningsvorm • Stedenbouwkundig inpassing, passend bij de schaal en opbouw van de wijk • Aanvullende voorzieningen; • Aansluiting op en inpassing in (bestaande) infrastructuur. • Leefbaarheid stad en regio • Bij het aanbod voor voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt gestreefd naar een dekkend aanbod voor de stad en de regio. Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
• Alle scholen krijgen zoveel mogelijk ook een maatschappelijke functie buiten schooltijd, bijvoorbeeld voor kinderopvang. • Brede Schoolpleinen • Schoolpleinen worden zoveel mogelijk ingericht als brede schoolpleinen zodat schoolpleinen toegankelijk zijn voor alle kinderen in de wijk. • Eens in de twee jaar wordt er budget beschikbaar gesteld om de kwaliteit van bestaande brede schoolpleinen een impuls te geven gericht op vergroening van de pleinen en/of vergroten van de bewegingsmogelijkheden. • Voor het onderhoud van de brede schoolpleinen wordt een bijdrage van het schoolbestuur gevraagd. • Een schoolbestuur kan onderbouwd afwijken van het niet inzetten van schoolpleinen voor en door de wijk als dit het welbelvinden en de ontwikkeling van de leerlingen negatief beïnvloed. 1.3 Kwaliteit gebouw Kwalitatieve ambities • Nieuwe of te renoveren schoolgebouwen worden gerealiseerd conform het kwaliteitsniveau ‘groen en onderscheidend’. De hierbij behorende budgetten zijn afhankelijk van de grootte van de opgave en de onderwijssoort. Voor de bepaling van de vierkante meter vergoeding voor het realiseren van (vervangende) nieuwbouw of grootschalige renovatie worden de marktontwikkelingen gevolgd en de vergoeding periodiek bijgesteld. • Bij (vervangende) nieuwbouw van schoolgebouwen wordt ENG gerealiseerd.
In het geval van renovatie wordt ook naar ENG gestreefd, afhankelijk van wat technisch en budgettair haalbaar is. Dit wordt per gebouw bekeken. • Bij (vervangende) nieuwbouw van schoolgebouwen en waar mogelijk bij renovatie wordt tenminste gemiddeld frisse scholen Klasse B gehanteerd. • Onderwijshuisvestingsinvesteringen dragen bij aan het behalen van de doelstellingen uit de gemeentelijke Kadernota Duurzaamheid • Onderwijshuisvestingsinvesteringen dragen bij aan het behalen van de 31
doelstelling van het nationaal Klimaatakkoord om in 2050 een CO2-neutrale omgeving te hebben gerealiseerd. Dit betekent dat alle schoolgebouwen op termijn aardgasvrij moeten zijn. • Bij nieuwbouwprojecten waarbij ook de gymzaal vernieuwd moet worden en/of een gymzaal geplaatst moet worden, gymzalen met een 1.3 formaat te bouwen. • Er wordt rekening gehouden met klimaatadaptief bouwen, zover dat binnen de kaders van de beschikbaar gestelde budgetten gerealiseerd kan worden. • Aanvullend voorstel aan gemeenteraad: Met het oog op beperken van wateroverlast en schade is een aanvullende investering van ongeveer € 260,- per m² nodig voor een kleinschalig (maximaal 1.500 m² bvo), binnenstedelijk project, waarbij de buffering in het gebouw moet worden opgenomen (exclusief aanvullende kosten voor het verzwaren van de constructie). Bij grootschalige projecten waarbij maatregelen grotendeels in het terrein kunnen opgenomen bedraagt de aanvullende investering € 199,- per m².
van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en financiering als uitgangspunt gehanteerd. Zolang het investeringsverbod nog van toepassing is wordt deze verantwoordelijkheid als volgt opgevat: • De gemeente investeert in een programma van (ver)nieuwbouw en / of renovatie als volwaardig alternatief voor nieuwbouw; • De schoolbesturen realiseren de benodigde aanpassingen, verduurzaming en functionele verbeteringen voor die gebouwen die (nog) niet voor vernieuwing in aanmerking; • Waar nodig wordt gezocht naar een maatwerkoplossing in de financiering voor schoolbesturen die niet de mogelijkheid hebben om besparingen op energie- en onderhoudskosten van nieuwe gebouwen in te zetten voor levensduurverlengende maatregelen van oudere gebouwen.
Renovatie volwaardig alternatief voor nieuwbouw • Conform het concept wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting renovatie te zien als volwaardig alternatief voor nieuwbouw. • Bij de afweging renovatie versus vervangende nieuwbouw wordt per situatie een afweging gemaakt en een businesscase doorgerekend. • Bij renovatie als volwaardig alternatief voor nieuwbouw, uit te gaan van het kwaliteitsniveau ‘groen en onderscheidend’. (Co)financiering • De hoogte van de stichtingskosten die worden toegekend aan het realiseren van de plannen van het IHP Meerjarenperspectief, zijn gebaseerd op een bedrag conform de landelijke standaard inclusief een opslag vanuit de gemeente Lelystad om de scholen groen en onderscheidend te kunnen realiseren. Dit bedrag is €4.487 per m² in 2026 en wordt jaarlijks geïndexeerd. • Voor het onderhoud aan de gemeentelijke MFA’s en solitaire schoolgebouwen is een kostprijsdekkende doorbelasting aan de schoolbesturen het uitgangspunt. • Bij grootschalige investeringen in de onderwijshuisvesting, wordt het principe Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
Aurum College 32
Bijlage 2 Verhuur en medegebruik t.b.v. kinderopvang Het onder een dak huisvesten van onderwijs en kinderopvang is aantrekkelijk voor beide partijen om verschillende redenen. Een belangrijke reden is dat de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang de ontwikkeling van kinderen kan bevorderen met doorgaande leerlijnen. Gezamenlijke huisvesting is daarbij niet noodzakelijk, maar kan daaraan wel positief bijdragen. Schoolbesturen zijn daarnaast ook verplicht om zorg te dragen voor de organisatie van buitenschoolse opvang wanneer ouders daarom vragen. Om deze verplichting vorm te geven, zijn de basisscholen in Lelystad een samenwerkingsrelatie aangegaan met een kinderopvangorganisatie. Bij de meeste basisscholen vindt buitenschoolse opvang (BSO) in de scholen zelf plaats. De hiervoor gebruikte ruimten worden dan verhuurd aan de kinderopvangorganisatie. Voor het gebruik van leegstaande klaslokalen maakt de wet- en regelgeving (artikel 107 en 108 van de WPO) onderscheid in medegebruik en verhuur. Medegebruik van leegstaande ruimte in een schoolgebouw kan alleen plaatvinden door onderwijspartijen of culturele, maatschappelijke of recreatieve instellingen die door de overheid worden bekostigd. Bij andere partijen is sprake van verhuur en moet daarom een commerciële huurprijs c.q. marktconforme huurprijs worden berekend.
Ook kinderopvang is een commerciële activiteit en daarmee zijn, sinds de harmonisatie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang, de door de kinderopvang uitgevoerde peuteropvang en voorschool dat ook. Gelet op de definitie van (mede-) gebruik is het voor gemeenten niet mogelijk om ruimte in een schoolgebouw in medegebruik te geven aan een kinderopvangorganisatie
b. Scholen zijn gehuisvest in tijdelijke voorzieningen met daarin ook voorzieningen voor opvang: In deze variant betaalt de kinderopvang een huur aan de gemeente ter dekking van de huurlasten en de eenmalige plaatsings- en verwijderingskosten. Daarnaast betaalt de opvang een exploitatievergoeding aan de gemeente. c. De kinderopvang maakt gebruik van ruimten in een bestaande school, welke aan de onderwijscapaciteit zijn onttrokken: in deze variant betaalt de kinderopvang een huur ter dekking van de stichtingskosten aan de gemeente. Daarnaast betaalt de kinderopvang een exploitatievergoeding aan de school of de gemeente, afhankelijk van het eigendom van het gebouw. d. Leegstaande lokalen worden gebruikt door de kinderopvang. De lokalen tellen nog wel mee in de onderwijscapaciteit, met inachtneming van hetgeen onder paragraaf 3.3 is gesteld. In deze variant betaalt de kinderopvang een vergoeding aan de school. De kinderopvang heeft een overeenkomst met het schoolbestuur. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van de hoogte van deze vergoeding en het voldoen aan de wet- en regelgeving hieromtrent.
In Lelystad worden de volgende varianten toegepast voor de verhuur van ruimte(n) in schoolgebouwen: a. Scholen zijn verbouwd of nieuwgebouwd met daarin ook voorzieningen voor kinderopvang: In deze variant betaalt de kinderopvang een huur ter dekking van de stichtingskosten aan de gemeente. Daarnaast betaalt de kinderopvang een exploitatievergoeding aan de school of de gemeente, afhankelijk van het eigendom van het gebouw. Deel B: Beleidskader onderwijshuisvesting
33
DEEL C: MEERJARENPERSPECTIEF (MJP)
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
36
2.
Boswijk
37
3.
Zuiderzeewijk
38
4.
Lelystad-Haven
39
5.
De Bolder
40
6.
Waterwijk
41
7.
Kustwijk
42
8.
Atolwijk
43
9.
Havendiep en Stadshart
44
10. Landerijen
45
11. Warande
46
Bijlage 1
Onderwijskaart Lelystad
47
Bijlage 2
Investeringsagenda 2e tranche en vervolg MJP
48
Bijlage 3
Overzicht scholen in uitvoeringsplanning 2019 - 2026
50
Impressie ontwerp nieuwbouw De Windroos Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)
35
1. Inleiding De gemeenteraad van Lelystad heeft zich uitgesproken voor een kwalitatieve groei van de stad. De ambitie is om te groeien tot 130.000 inwoners in de periode tot 2040. Ambities om te groeien vertalen zich ook in de leerlingenprognoses en daarmee de behoefte aan onderwijshuisvesting. Naast de groeiambities van de stad moet rekening worden gehouden met andere ontwikkelingen, zoals transformaties in de bevolkingsopbouw van bestaande wijken. Hierbij moet worden opgemerkt dat er op dit moment voldoende ruimte in scholen en schoolgebouwen is om de groei van Lelystad op te vangen, maar dat deze ruimte niet altijd beschikbaar is op de juiste locatie en in het juiste gebouw. Thuisnabij onderwijs en keuzevrijheid is een belangrijk thema voor de gemeente en schoolbesturen, maar zorgt tegelijkertijd voor aanvullende uitdagingen. Naast de groei van de stad en de bijbehorende groei van de behoefte aan onderwijshuisvestingscapaciteit, staan we ook voor de opgave om de bestaande schoolgebouwen te vernieuwen. Veel van de schoolgebouwen in Lelystad zijn in dezelfde periode gebouwd, zijn van dezelfde kwaliteit en zijn daarmee min of meer gelijktijdig aan vernieuwing toe. Deze gebouwen kunnen niet allemaal gelijktijdig onder handen worden genomen. Met de schoolbesturen is daarom afgesproken de vernieuwing fasegewijs aan te pakken via het Meerjarenperspectief (MJP).
Op basis van de leeftijd zouden de oudste gebouwen als eerste in aanmerking komen voor vervangende nieuwbouw of renovatie. Dit is echter niet altijd in overeenstemming met de leerlingenprognoses en (woningbouw)ontwikkeling in de verschillende wijken. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de beschikbare capaciteit en kennis binnen de gemeente en schoolbesturen om projecten op te pakken. Het uitgangspunt is daarom dat ieder jaar de huisvesting van één school kan worden opgepakt (of één gebouw met twee scholen per twee jaar). Gezien de benodigde voorbereiding-, ontwerp- en realisatietermijnen van de projecten betekent dit dat er vier projecten min of meer parallel aan elkaar lopen. Er moet dus pragmatisch worden bekeken wanneer welke school aan de beurt komt. Hierin trekken de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk op.
Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de gebruiksperiode. Daarom moeten we niet alleen proberen te anticiperen op ontwikkelingen op het gebied van de behoefte aan onderwijshuisvesting, maar ook aan de behoefte van de wijk. Voor sommige wijken speelt dat bestaande scholen te klein zijn om efficiënt en effectief te exploiteren en dat er relatief veel scholen zijn. Clustering van scholen, functies en gebouwen is in deze wijken aan de orde. Voor nieuwbouwwijken gaan we uit van minimale grootte van schoolgebouwen. Ontwikkelingen in de wijk kunnen ertoe leiden om gezamenlijk op te trekken met de ontwikkelingen ten behoeve van andere maatschappelijke voorzieningen (zoals een wijkcentrum en/of sportvoorzieningen). Daarnaast moet rekening worden gehouden met functiewijzigingen in het gebouw. De eerste tranche van het MJP heeft zich vooral gericht op de vernieuwing van de ver-ouderde schoolgebouwen in de stad. Inmiddels zijn alle projecten, voor de nieuwbouw en renovatie van in totaal 9 scholen, opgeleverd of in ontwikkeling. Via de jaarlijkse actualisatie van het IHP (Jaarprogramma) heeft daarnaast besluitvorming plaatsgevonden over het realiseren van schoolgebouwen in Lelystad-Zuid om daarmee in te spelen op de groei van de stad.
Met de realisatie van de nieuwbouw voor basisscholen de Triangel en Stella Nova is en de zogenaamde ‘Wissellocatie’, is, op basis van de huidige leerlingenprognoses, de verwachting dat pas rond 2034 aanvullende onderwijshuisvesting in dit stadsdeel nodig is. Daarom is verdere uitbreiding niet meegenomen in de voorliggende tweede tranche van het MJP. Via het IHP Jaarprogramma wordt op basis van de leerlingenprognoses nauwlettend in de gaten gehouden of eventuele bijstelling nodig is. Voorliggend Meerjarenperspectief richt zich op de concrete invulling van de tweede tranche (periode 2027-2034) met een voorlopige verkenning voor de jaren daarna. In de navolgende hoofdstukken wordt ingegaan op de uitdagingen en scenario’s per wijk. De samenvatting van de scenario’s per tranche van het MJP zijn in de bijlage opgenomen. Hierin zijn ook de scholen te vinden die in de eerste tranche zijn opgenomen en die renovatie of nieuwbouw hebben gekregen.
De investeringen in schoolgebouwen betreffen slechts een deel van de opgave. Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)
36
2. Boswijk Het aantal schoolgaande kinderen (voor het primair onderwijs) is in deze wijk min of meer stabiel tot 2040. De groei van de wijk kan voorlopig in de huidige school2. gebouwen worden opgevangen. Zowel de vier schoolgebouwen voor het primair 2. Boswijk Boswijk onderwijs als de scholen voor het (V)SO en VO dateren uit de periode eind jaren ‘70, Het aantal schoolgaande kinderen het primair onderwijs) is in indeze dezewijk minofofmeer meer Het aantal schoolgaande kinderen (voor het primair is 2022, begin jaren ‘80. Voorafgaand aan de(voor verhuizing van onderwijs) SBO Kei in is wijk hetmin gebouw stabiel tot 2040. De groei van de wijk kan voorlopig in de huidige schoolgebouwen worden stabiel tot 2040. groei vandat de deze wijk kan voorlopig de huidige schoolgebouwen opgeknapt. Voor de De wijk geldt in de eersteintransitiefase “Van Gas Los”worden is opgevangen. Zowel de vier schoolgebouwen voor het primair onderwijs als de scholen voor opgevangen. Zowel de vier schoolgebouwen het primair onderwijs als de scholen opgenomen. Bij planvorming in de wijk moetvoor dit daarom als uitgangspunt wordenvoor het (V)SO en VO dateren uit de periode eind jaren ‘70, begin jaren ‘80. Voorafgaand aan het (V)SO en VO dateren uit de periode eind jaren ‘70, begin jaren ‘80. Voorafgaand aan meegenomen.
gelegen, CBS Horizon. Indien deze combinatie niet gerealiseerd wordt, wordt de renovatie of vervangende nieuwbouw van de CBS Horizon in de 3e tranche opgepakt.
Het gebouw van praktijkschool De Steiger heeft, op basis van de bouwtechnische daarom als uitgangspunt worden daarom uitgangspunt worden meegenomen. meegenomen. kwaliteit vanals het gebouw, prioriteit in het MJP. Vanuit Eduvier wordt ingestoken op renovatie van het gebouw (inclusief de gymzaal). Renovatie van dit gebouw en de Het van praktijkschool De heeft, op op basis basis van van de debouwtechnische bouwtechnischekwaliteit kwaliteit Hetgebouw gebouw vanAnger praktijkschool De Steiger Steigerzijn heeft, uitbreiding van De in de Schoener volgordelijk aan elkaar verbonden: Na van prioriteit MJP. Vanuit Eduvier Eduvier wordt wordt ingestoken ingestokenop oprenovatie renovatievan van het vanhet hetgebouw, gebouw, prioriteit in in het hetvan MJP. uitbreiding van de hoofdlocatie DeVanuit Anger en renovatie van De Steiger kan de het gebouw (inclusief de gymzaal). Renovatie van dit gebouw en de uitbreiding van De Anger gebouw (inclusief de worden gymzaal).vrijgespeeld Renovatie van gebouw en debij uitbreiding van De Anger dislocatie aan de Horst alsditwissellocatie de plannen voor de ininde verbonden: Na Na uitbreiding uitbreidingvan vande dehoofdlocatie hoofdlocatie deSchoener Schoener zijn zijn volgordelijk volgordelijk aan elkaar verbonden: overige scholen in de wijk.
CBSHorizon Horizon CBS
de het gebouw gebouw opgeknapt. opgeknapt. Voor Voorde dewijk wijkgeldt geldtdat datdeze deze deverhuizing verhuizing van van SBO SBO Kei Kei in in 2022, 2022, is is het ininde eerste transitiefase “Van Gas Los” is opgenomen. Bij planvorming in de wijk moet dit de eerste transitiefase “Van Gas Los” is opgenomen. Bij planvorming in de wijk moet dit
van kan de de dislocatie dislocatie aan aan de de Horst Horst worden worden van De De Anger Anger en en renovatie renovatie van De Steiger kan vrijgespeeld de overige overige scholen scholenininde dewijk. wijk. vrijgespeeld als als wissellocatie wissellocatie bij de plannen voor de
School School PrO De Steiger PrO De Steiger VSO De Anger VSO De Anger (dislocatieDe De (dislocatie Horst) Horst) OBSDriemaster Driemaster OBS
OBSBrink Brink OBS RKBSBoslelie Boslelie RKBS SBO Kei SBO Kei
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 1 Scenario 2 Renovatie Renovatie Vrijkomende gebouw Vrijkomende gebouw inzetten inzetten alsals wissellocatie wissellocatie Vervangende Clustering t.b.v. Vervangende Clustering t.b.v. nieuwbouw efficiënte en nieuwbouw efficiënte en effectieve effectieve exploitatie exploitatie Renovatie/ Clustering t.b.v. Renovatie/ Clustering t.b.v. vervangende efficiënte vervangende efficiënte enen nieuwbouw effectieve nieuwbouw effectieve exploitatie exploitatie n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.
Fasering Fasering 2 tranche - 2027 2e tranche - 2027 e e 2 tranche- vanaf 2 tranche- vanaf 2027 2027 tranche – 2030 2e 2 tranche – 2030 e
tranche – 2030 2e 2 tranche – 2030 e tranche i.g.v. tranche i.g.v. (of(of 3e 3 solitair gebouw) solitair gebouw) e
tranche 3e 3 tranche e tranche 3e 3 tranche e 3e tranche 3 tranche afhankelijk afhankelijk vanvan ontwikkeling ontwikkeling sbosbo e
Naast de leeftijd van de gebouwen speelt ook de ontwikkeling van de leerlingenpopulatie een rol in deze wijk. Het aantal leerlingen van RKBS De Boslelie en Naast ontwikkeling van van de de leerlingenpopulatie leerlingenpopulatie Naast de de leeftijd leeftijd van van de de gebouwen gebouwen speelt ook de ontwikkeling OBS Brink is relatief klein ten aanzien van een efficiënte en effectieve exploitatie. een RKBS De De Boslelie Boslelie en en OBS OBSBrink Brinkisisrelatief relatief eenrol rol in in deze deze wijk. wijk. Het Het aantal aantal leerlingen van RKBS Clustering in één gebouw zou het mogelijk maken de groei en krimp van de scholen kleinten tenaanzien aanzien van van een een efficiënte efficiënte en effectieve exploitatie. klein exploitatie. Clustering Clusteringininéén ééngebouw gebouwzou zou eenvoudiger op te kunnen vangen en/of het onderhoud en beheer efficiënter uit te hetmogelijk mogelijk maken maken de de groei groei en krimp van de scholen het scholen eenvoudiger eenvoudiger op op te tekunnen kunnenvangen vangen kunnen voeren. Welke clustering de beste mogelijkheden biedt, moet nader worden en/ofhet hetonderhoud onderhoud en en beheer beheer efficiënter uit te kunnen en/of kunnen voeren. voeren. Welke Welkeclustering clusteringde debeste beste bekeken. mogelijkheden biedt, biedt, moet moet nader worden bekeken. mogelijkheden bekeken.
Op SBO Kei speelt een uitdaging ten aanzien van de beschikbare en benodigde OpSBO SBOKei Keispeelt speelt een een uitdaging uitdaging ten aanzien van de Op de beschikbare beschikbareen enbenodigde benodigdecapaciteit. capaciteit. capaciteit. Dezeintegraal moet integraal voor het speciaal onderwijs worden opgepakt en de Deze moet voor het speciaal onderwijs worden opgepakt en hangt samen Deze moet integraal voor het speciaal onderwijs worden opgepakt en hangt samenmet met de hangthet samen met de het inclusief onderwijs binnen de gemeente. De schoolbesturen inclusief onderwijs onderwijs binnen binnen de de gemeente. gemeente. De het inclusief De schoolbesturen schoolbesturen signaleren signalereneen eengroei groeivan van signaleren eenleerlingen groei van het aantal leerlingen binnen het speciaal onderwijs. het aantal binnen het speciaal onderwijs. het aantal leerlingen binnen het speciaal onderwijs.
Vanwege de kwaliteit van van het gebouw zouzou De Driemaster, inclusief gymzaal, Vanwege de kwaliteit kwaliteit het gebouw gebouw Vanwege de van het zou De De Driemaster, Driemaster, inclusief inclusief gymzaal, gymzaal, prioriteit prioriteit prioriteit hebben in deze wijk. Wellicht in combinatie met de, op hetzelfde kavel CBS hebben in deze wijk. Wellicht in combinatie met de, op hetzelfde kavel gelegen,
hebben in deze wijk. Wellicht in combinatie met de, op hetzelfde kavel gelegen, CBS Horizon. Indien Indien deze deze combinatie combinatie niet niet gerealiseerd Horizon. gerealiseerd wordt, wordt, wordt wordt de de renovatie renovatie ofof e Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)Horizon vervangende nieuwbouw nieuwbouw van van de de CBS CBS Horizon in vervangende in de de 33e tranche tranche opgepakt. opgepakt.
37
3. Zuiderzeewijk Zuiderzeewijk In de3. Zuiderzeewijk zijn 7 scholen, waarvan 4 voor het primair onderwijs en 3 voor het (voortgezet) speciaal onderwijs. Het aanbod aan primair onderwijs kent In de Zuiderzeewijk zijn 7 scholen, waarvan 4 voor het primair onderwijs en 3 voor het verschillende denominaties: openbaar, christelijk, katholiek en reformatorisch. (voortgezet) speciaal onderwijs. Het aanbod aan primair onderwijs kent verschillende RBS Timotheüs zit per 27 oktober 2025 weer in het volledig gerenoveerde gebouw. denominaties: openbaar, christelijk, katholiek en reformatorisch. RBS Timotheüs zit per 27 De huisvesting van zowel de (V)SO-scholen Rede, Aurum College en Herman Bekius oktober 2025 weer in het volledig gerenoveerde gebouw. De huisvesting van zowel de als OBS Vuurtoren en CBS Ichthus is relatief jong en zijn daarom niet meegenomen (V)SO-scholen Rede, Aurum College en Herman Bekius als OBS Vuurtoren en CBS in de prioritering van de 2e en 3e tranche. Ichthus is relatief jong en zijn daarom niet meegenomen in de prioritering van de 2 en 3 e
tranche.
e
In en rondom de wijk zijn diverse plannen voor woningbouwontwikkeling, zoals De Akker, Het Kofschip en het Lelycentre. Dit betekent dat bij de plannen voor In en rondom de wijk zijn diverse plannen voor woningbouwontwikkeling, zoals De Akker, vervangende nieuwbouw van het verouderde gebouw van RKBS Zeearend (voorheen Het Kofschip en het Lelycentre. Dit betekent dat bij de plannen voor vervangende Laetare) ook gekeken moet worden naar de algemene ontwikkeling van het aantal nieuwbouw van het verouderde gebouw van RKBS Zeearend (voorheen Laetare) ook leerlingen in de wijk. Het bestaande gebouw van RKBS Zeearend voldoet ruimgekeken moet worden naar de algemene leerlingenontwikkeling. Het bestaande gebouw schoots aan de ruimtebehoefte van de school. Een kleiner schoolgebouw ligt voor van RKBS Zeearend voldoet ruimschoots aan de ruimtebehoefte van de school. Een kleiner de hand, maar zorgt tegelijkertijd voor een capaciteitsprobleem in de wijk. De schoolgebouw ligt voor de hand, maar zorgt tegelijkertijd voor een capaciteitsprobleem in groeiende ruimtebehoefte van de wijk moet dan elders worden opgevangen. Op dit de wijk. De groeiende ruimtebehoefte van de wijk moet elders worden opgevangen.
Een moment al staan er tijdelijke lokalen bij De Vuurtoren om het capaciteitstekort van schoolgebouw elders in de wijk (inclusief gymzaal) zou niet alleen de ruimtebehoefte deze school op te vangen. Vervangende (permanente) capaciteit voor deze lokalen kunnen opvangen, maar ook de spreiding verbeteren. In dat geval moeten ook de dient te worden betrokken in de planvorming voor vernieuwing van de huisvesting Vuurtoren en Ichthus integraal in de afwegingen worden betrokken. voor De Zeearend Een schoolgebouw elders in de wijk (inclusief gymzaal) zou niet alleen de ruimtebehoefte kunnen opvangen, maar ook de spreiding verbeteren. Ook in dat geval moeten de huisvesting en ruimtebehoefte van De Vuurtoren en De Ichthus integraal in de afwegingen worden betrokken, uitgaande, uiteraard, van een blijvende optimale inzet van de beschikbare capaciteit van Kindcentrum Zuiderzee.
School RKBS Zeearend
OBS Vuurtoren CBS Ichthus (V)SO Rede (V)SO Aurum College (V)SO Herman Bekius RBS Timotheüs
Scenario 1 Vervangende nieuwbouw + uitbreiding capaciteit in wijk Integrale overweging i.r.t. groei wijk Integrale overweging i.r.t. groei wijk n.v.t. n.v.t.
Scenario 2 Clustering. Zeearend en groei wijk (op andere locatie)
Fasering 2e tranche 2028 Vervolg MJP Vervolg MJP Vervolg MJP Vervolg MJP
n.v.t.
Vervolg MJP
n.v.t.
1e tranche
Aurum college (2019), 2.525 m² bvo Heroverweging in vervolg MJP Herman Bekius (2008), 2.045 m² bvo Heroverweging in vervolg MJP
–
De Rede (2008), 1.915 m² bvo Heroverweging in vervolg MJP Zeearend (1968), 1.647 m² bvo Scenario 1: Vervangende nieuwbouw 1.350 m² in 2e tranche + aanvullende capaciteit voor wijk Scenario 2: Clustering Laetare en groei wijk (op andere locatie) Vuurtoren (2014), 1.532 m² bvo(inclusief noodlokalen) Integrale overweging i.r.t. groei wijk Ichthus (2014), 704 m² bvo Integrale overweging i.r.t. groei wijk Timotheüs (1981), 1.000 m² bvo Grootschalige renovatie in MJP 2019 1e tranche.
Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)
4
38
4. Lelystad-Haven 4. Lelystad-Haven
Voor Lelystad-Haven is woningbouwontwikkeling in noordwestrichting, aan het Markermeer, voorzien. In de wijk is één school voor het primair onderwijs en zijn er Voor Lelystad-Haven is woningbouwontwikkeling in noordwestrichting, aan het vaklokalen voor het voortgezet (speciaal) onderwijs. Markermeer, voorzien. In de wijk is één school voor het primair onderwijs en zijn er vaklokalen voor het voortgezet (speciaal) onderwijs.
OBS De Sluis is vooralsnog groot genoeg om de groei op te vangen. De gebouwkwaliteit is echter slecht, waarmee vervangende nieuwbouw voor dit schoolgebouw OBS De Sluis is vooralsnog groot genoeg om de groei op te vangen. De gebouwkwaliteit inclusief het bijbehorende wijkcentrum en de gymzaal, prioriteit krijgt in het MJP.
School OBS Sluis Praktijkschool Steiger VSO Anger
Scenario 1 Vervangende nieuwbouw n.t.b. n.t.b.
Scenario 2 Renovatie
Fasering 2e tranche – 2029 Vervolg MJP Vervolg MJP
is echter slecht, waarmee vervangende nieuwbouw voor dit schoolgebouw inclusief het bijbehorende wijkcentrum en de gymzaal, prioriteit krijgt in het MJP.
In het gebouw van Concern voor Werk aan de Vaartweg zijn de genoemde vaklokalen voor het praktijkonderwijs van De Anger en De Steiger opgenomen. De beschikbare In het gebouw van Concern voor Werk aan de Vaartweg zijn de genoemde vaklokalen voor ruimte en de kwaliteit van het gebouw is voorlopig voldoende. De Bolder is een het praktijkonderwijs van De Anger en De Steiger opgenomen. De beschikbare ruimte en wijk waarin vooral sprake is van transformatie van de bevolkingsopbouw. De de kwaliteit van het gebouw is voorlopig voldoende. geprognosticeerde groei van de leerlingen neemt af. Hiermee is er voldoende ruimte in de bestaande scholen. In de wijk zijn 5 scholen voor het primair onderwijs, waarvan 3 openbare scholen, een christelijke en een katholieke school. Voor RKBS Kring is in de eerste tranche van het MJP een nieuwe school met 16 groepsruimtes gerealiseerd. Hiermee is maximale grootte van de school in zowel didactisch opzicht, als op de locatie, bereikt. Ook vervangende nieuwbouw voor De Albatros maakt onderdeel uit van de eerste tranche van het MJP. Voor de overige drie scholen, OBS Grundel, OBS Lepelaar en CBS Het Mozaïek is sprake van veroudering van het gebouw. Daarnaast vraagt het teruglopend aantal leerlingen om heroverweging. Vanuit het oogpunt van efficiënte en effectieve exploitatie van de gebouwen zouden 4 schoolgebouwen (in de wijk) volstaan.
In de overwegingen is clustering van drie scholen in twee schoolgebouwen noodzakelijk. In de komende periode moet worden onderzocht wat hierin de beste oplossing is. Voor de uitwerking van de opgave kan de locatie Watergeus worden ingezet als wissellocatie, maar kan uiteindelijk ook een locatie zijn voor de nieuwbouw van één van de twee schoolgebouwen. Vervangende nieuwbouw voor de bestaande gymzaal is ook onderdeel van de planvorming. Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)
5 39
5. De Bolder 5. De Bolder
In de wijk zijn 5 scholen voor het primair onderwijs, waarvan 3 openbare scholen, een christelijke en een katholieke school. Voor RKBS Kring is in de eerste tranche De Bolder is een wijk waarin vooral sprake is van transformatie van de bevolkingsopbouw. van het MJP een nieuwe school met 16 groepsruimtes gerealiseerd. Hiermee De geprognosticeerde groei van de leerlingen neemt af. Hiermee is er voldoende ruimte in is maximale grootte van de school in zowel didactisch opzicht, als op de locatie, de bestaande scholen. bereikt. Ook vervangende nieuwbouw voor De Albatros maakt onderdeel uit van de eerste tranche van het MJP.
School OBS Grundel
OBS Lepelaar
In de wijk zijn 5 scholen voor het primair onderwijs, waarvan 3 openbare scholen, een christelijke en een katholieke school. Voor RKBS Kring is in de eerste tranche van het MJP
Voor de overige drie scholen, OBS Grundel, OBS Lepelaar en CBS Het Mozaïek is een nieuwe school met 16 groepsruimtes gerealiseerd. Hiermee is maximale grootte van sprake van veroudering van het gebouw. Daarnaast vraagt het teruglopend aantal de school in zowel didactisch opzicht, als op de locatie, bereikt. Ook vervangende leerlingen om heroverweging. Vanuit het oogpunt van efficiënte en effectieve nieuwbouw voor De Albatros maakt onderdeel uit van de eerste tranche van het MJP. exploitatie van de gebouwen zouden 4 schoolgebouwen (in de wijk) volstaan. In de overwegingen is clustering van drie scholen in twee schoolgebouwen noodzakelijk. Voor de overige drie scholen, OBS Grundel, OBS Lepelaar en CBS Het Mozaïek is sprake In de komende periode moet worden onderzocht wat hierin de beste oplossing is. van veroudering van het gebouw. Daarnaast vraagt het teruglopend aantal leerlingen om Voor de uitwerking van de opgave kan de locatie Watergeus worden ingezet als heroverweging. Vanuit het oogpunt van efficiënte en effectieve exploitatie van de gebouwen wissellocatie, maar kan uiteindelijk ook een locatie zijn voor de nieuwbouw van één zouden 4 schoolgebouwen (in de wijk) volstaan. In de overwegingen is clustering van drie van de twee schoolgebouwen. Vervangende nieuwbouw voor de bestaande gymzaal scholen in twee schoolgebouwen noodzakelijk.
In de komende periode moet worden is ook onderdeel van de planvorming.
CBS Het Mozaïek
OBS Albatros RKBS Kring
Scenario 1 Vervangende nieuwbouw, afhankelijk van Lepelaar en Het Mozaïek Vervangende nieuwbouw, afhankelijk van Grundel en Het Mozaïek Vervangende nieuwbouw, afhankelijk van Grundel en Lepelaar n.v.t. n.v.t.
Scenario 2 Clustering t.b.v. efficiënte en effectieve exploitatie
Fasering 2e tranche – 2031
Clustering t.b.v. efficiënte en effectieve exploitatie
2e tranche – 2031
Clustering t.b.v. efficiënte en effectieve exploitatie
2e tranche – 2031
1e tranche 1e tranche
Me
onderzocht wat hierin de beste oplossing is. Voor de uitwerking van de opgave kan de locatie Watergeus worden ingezet als wissellocatie, maar kan uiteindelijk ook een locatie zijn voor de nieuwbouw van één van de twee schoolgebouwen. Vervangende nieuwbouw voor de bestaande gymzaal is ook onderdeel van de planvorming.
Bouw schoolgebouw De Kring Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)
6 40
6. Waterwijk 6. Waterwijk 6. Waterwijk Het aantal schoolgaande kinderen in de Waterwijk neemt volgens de prognoses af
Het aantal schoolgaande kinderen in de Waterwijk neemt volgens de prognoses af tot 2040.
tot 2040. Vooralsnog hebben de 4 scholen voor hetonderwijs primair nog onderwijs nogruimte voldoende Vooralsnog hebben de 4 kinderen scholen voor primairneemt voldoende de Het aantal schoolgaande in de het Waterwijk volgens de prognoses af totom 2040. ruimte om de groei op te vangen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat, als De groei op te vangen. moet wel worden opgemerkt dat, als Vrijeschool nog om groeit, Vooralsnog hebben Hierbij de 4 scholen voor het primair onderwijs nogDe voldoende ruimte de Vrijeschool nog groeit, zoals op basis van denoodzakelijk stichtingsnormen noodzakelijk is, het zoals op basis van de tichtingsnormen is, het gebouw te klein is. De groei op te vangen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat, als De Vrijeschool nog groeit, gebouw te klein is. De prognoses voor OBS Poolsterbeeld geven eendevertekend beeld omdat voor prognoses voor OBS Poolster geven een vertekend ruimtebehoefte, zoals op basis van de stichtingsnormen noodzakelijk is,voor het gebouw te klein is. De de ruimtebehoefte, omdat hier de leerlingen van de Taalschool zijn ingeschreven. hier de leerlingen van de Taalschool zijn ingeschreven. prognoses voor OBS Poolster geven een vertekend beeld voor de ruimtebehoefte, omdat hier de leerlingen van de Taalschool zijn ingeschreven.
De schoolgebouwen vanvan OBS Poolster zijnuituithethet De schoolgebouwen OBS Poolsteren enCBS CBSDriestromenland Driestromenland zijn begin van de begin van de jaren ‘80. Voor deze gebouwen geldt ook de uitdaging dat de wijk is in de jaren ‘80. Voor deze van gebouwen geldt ook de uitdaging dat de wijk De schoolgebouwen OBS Poolster en CBS Driestromenland zijn isuitopgenomen het begin van de opgenomen in de eerste tranche “Van Gas Los”. De leerlingenpopulatie van alle vier eerste tranche “Van Gas Los”. De leerlingenpopulatie van alle vier de scholen, inclusief jaren ‘80. Voor deze gebouwen geldt ook de uitdaging dat de wijk is opgenomen in de de scholen, inclusief GBS Helmstok, is van beperkt. Clustering van scholenvan en/of GBS Helmstok, is beperkt. Clustering scholen en/ofvan hetalle verplaatsen eenhet van de eerste tranche “Van Gas Los”. De leerlingenpopulatie vier de scholen, inclusief verplaatsen van een van de scholen naar Zuiderhage, zou het mogelijk maken scholen naar Zuiderhage, zou het mogelijk maken de groei en krimp van de scholen GBS Helmstok, is beperkt.
Clustering van scholen en/of het verplaatsen van een van de de groei en krimp van de scholen eenvoudiger op te kunnen vangen en/of het kunnen eenvoudiger te kunnen vangen het onderhoud beheer scholen naaropZuiderhage, zou heten/of mogelijk maken eengroei en efficiënter krimp vanuitdete scholen onderhoud en beheer efficiënter uit te kunnen voeren. Welke clustering de beste voeren. Welke besteen/of mogelijkheden biedt, moet nader worden bekeken. eenvoudiger op clustering te kunnen de vangen het onderhoud en beheer efficiënter uit te kunnen mogelijkheden biedt, moet nader worden bekeken. Indien vervangende nieuwbouw Indien nieuwbouw (inclusief een gymzaal) de best passende oplossing is, dan voeren.vervangende Welke clustering de beste mogelijkheden biedt, moet nader worden bekeken. (inclusief een gymzaal) de best passende oplossing is, dan moet worden overwogen moet worden overwogen de Helmstok naar de volgende fase te verplaatsen. Indien vervangende nieuwbouw (inclusief een gymzaal) de best passende oplossing is, dan de Helmstok naar de volgende fase te verplaatsen.
School OBS Poolster School OBS Poolster CBS Driestromenland CBS Driestromenland GBS Helmstok GBS Helmstok Vrijeschool Lelystad Vrijeschool Lelystad
Scenario 1 Vervangende Scenario 1 nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende
huisvesting bij Vervangende voldoende groei huisvesting bij voldoende groei
Scenario 2 Clustering of Scenario 2 naar verplaatsing Clustering of Zuiderhage. verplaatsing Clustering of naar Zuiderhage. verplaatsing naar Clustering of Zuiderhage. verplaatsing Clustering of naar Zuiderhage. verplaatsing naar Clustering of Zuiderhage. verplaatsing naar Toekomstperspectief Zuiderhage. herzien Toekomstperspectief herzien