CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

IHP Meerjarenperspectief 2027-2042 en Beleidskader OHV compleet 150126

Raadsvergadering 17 februari 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.070 Beleidskader onderwijshuisvesting en IHP Meerjarenperspectief26.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Fasering 2e tranche – 2033 Fasering 2e tranche – 2033 3e tranche (afhankelijk van 3e tranche scenario) (afhankelijk van 3e tranche scenario) (afhankelijk van 3e tranche scenario) (afhankelijk van Afhankelijk scenario) van groei Afhankelijk van groei

moet worden overwogen de Helmstok naar de volgende fase te verplaatsen.

7 Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

7 41

7. Kustwijk 7. Kustwijk

In de Kustwijk zijn 4 scholen voor het primair onderwijs. Het betreft 3 scholen voor openbaar onderwijs (Boeier, Windroos en Finnjol) en een school met een roomsIn de Kustwijk zijn 4 scholen voor het primair onderwijs. Het betreft 3 scholen voor openbaar katholieke grondslag (Toermalijn). De Kustwijk groeit nog tot 2040.

School OBS Finnjol

Scenario 1 Renovatie

onderwijs (Boeier, Windroos en Finnjol) en een school met een rooms-katholieke grondslag

RKBS Toermalijn

(Toermalijn). De Kustwijk groeit nog tot 2040.

OBS Boeier

Renovatie + uitbreiding n.v.t.

OBS Windroos

n.v.t.

De behoefte aan onderwijshuisvesting is niet gelijk verdeeld: Waar bij De Toermalijn en De Boeier op termijn behoefte is aan aanvullende ruimte, is er bij De Finnjol De behoefte aan onderwijshuisvesting is niet gelijk verdeeld: Waar bij De Toermalijn en De en De Windroos voldoende ruimte om diezelfde groei op te kunnen vangen. De Boeier op termijn behoefte is aan aanvullende ruimte, is er bij De Finnjol en De Windroos huisvesting van De Boeier en De Windroos zijn in de eerste tranche van het voldoende ruimte om diezelfde groei op te kunnen vangen. De huisvesting van De Boeier meerjarenperspectief opgenomen. Afhankelijk van de keuze om OBS Boeier als en De Windroos zijn in de eerste tranche van het meerjarenperspectief opgenomen. geheel of als twee delen te vervangen zou de school ook deels in de 3e tranche Afhankelijk van de keuze om OBS Boeier als geheel of als twee delen te vervangen zou de moet worden opgenomen.e school ook deels in de 3 tranche moet worden opgenomen.

Voor De Toermalijn en De Finnjol moet in het vervolg van het MJP, de 3e etranche, Voor De Toermalijn en De Finnjol moet in het vervolg van het MJP, de 3 tranche, een een oplossing worden gevonden. In afwachting hiervan wordt de aanvullende oplossing worden gevonden. In afwachting hiervan wordt de aanvullende ruimtevraag ruimtevraag binnen bestaande huisvesting opgelost. Gecombineerde huisvesting binnen bestaande huisvesting opgelost. Gecombineerde huisvesting zou wellicht een zou wellicht een oplossing kunnen bieden om groei en krimp van de scholen binnen oplossing kunnen bieden om groei en krimp van de scholen binnen hetzelfde gebouw op hetzelfde gebouw op te kunnen vangen. Naast de huisvesting is het belangrijk stil te te kunnen vangen. Naast de huisvesting is het belangrijk stil te staan bij de staan bij de verkeersafwikkeling in de wijk. verkeersafwikkeling in de wijk.

Scenario 2 Clustering met Toermalijn Clustering met Finnjol Herbouw/renovatie gebouwdeel

Fasering 3e Tranche 3e Tranche

Me Toe of C

1e /3e tranche 1e tranche

Boeier (1975/2002), 2.507 m² bvo Herbouw oude gedeelte in MJP 2019 1e tranche Herbouw gehele schoolin MJP 2019 1e tranche Windroos (1976), 1.276 m² bvo Vervangende nieuwbouw in MJP 2019 1e tranche Finnjol (1980), 1.293 m² bvo Scenario 1: Renovatie in 3e tranche Scenario 2: Clustering met Toermalijn in 3e tranche Toermalijn (1980), 1.337 m² bvo Scenario 1: Renovatie + uitbreiding, 3e tranche Scenario 2: Clustering metFinjoll, 3e tranche

Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

8 42

8. Atolwijk Onderstaande tabel vervangen voor de tabel op pagina 10 (Atolwijk) In de Atolwijk zijn vier scholen voor primair onderwijs. Daarnaast gaat de Taalschool in 2026 gebruik maken van het schoolgebouw van de voormalige sbo school De Vogelveste in de Veste. De vernieuwing van de huisvesting van OBS De Regenboog 8. Atolwijk en CBS De Wingerd maakt onderdeel uit van de eerste tranche van het MJP. De scholen OBS OptimistDaarnaast en IBS Almaakt Ihsaan nog sinds In deworden Atolwijk in zijn2026 vier opgeleverd. scholen voor Ook primair onderwijs. dezijn taalklas relatief jong (15 jaar oud).. Voor het MJP ligt er daarom geen opgave in deze wijk. 2025 gebruik van het leegstaande schoolgebouw aan de Vest. De vernieuwing van de huisvesting van OBS De Regenboog en CBS De Wingerd maakt onderdeel uit van de

De wijk heeft niet van zozeer te maken met groei, maar met opgeleverd. een verouderende leerlingeneerste tranche het MJP. De scholen worden in 2026 Ook OBS Optimist en populatie. Er is relatief grote enVoor er ishet sprake vanermeer uitstroom IBS Al Ihsaan zijn nogeen relatief jongbovenbouw (15 jaar oud).. MJP ligt daarom geen opgave dan in instroom. deze wijk.Toch is er, vanwege woningbouwontwikkeling in Buitenhof, sprake van een wachtlijst voor de Wingerd en de Regenboog. De wijk heeft niet zozeer te maken met groei, maar met een verouderende

School OBS Optimist IBS Al Ihsaan Taalklas School OBS Optimist IBS Al Ihsaan Taalkschool OBS Regenboog Regenboog OBS CBS De Wingerd CBS De Wingerd

Scenario 1 Scenario 2 Fasering n.t.b. Vervolg MJP n.t.b. Vervolg MJP n.t.b. 3e tranche afh. van Scenario 1 Scenario 2 Fasering behoefte en n.t.b. Vervolg MJP financieringsn.t.b. Vervolg MJP mogelijkheden n.t.b. 3e tranche afhankelijk van behoefte en financieringsmogelijkheden e n.v.t. tranche n.v.t. 11eetranche e tranche n.v.t. 1 n.v.t. 1 tranche

Onderstaande tabel vervangen voor de tabel op pagina 15 (bijlage 2) links:

leerlingenpopulatie. Er is relatief een grote bovenbouw en er is sprake van meer uitstroom dan instroom. Toch is er, vanwege woningbouwontwikkeling in Buitenhof, sprake van een wachtlijst voor de Wingerd en de Regenboog.

Atolplaza Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

43

9. Havendiep en Stadshart 9. Havendiep en Stadshart

In de wijk Havendiep zijn drie scholen voor het primair onderwijs, waarvan twee voor het openbaar onderwijs en één christelijke basisschool. Daarnaast is in deze In de wijk Havendiep zijn drie scholen voor het primair onderwijs, waarvan twee voor het wijk de campus van het Porteum, (V)SO Zevenster en VSO De Anger op deze locatie openbaar onderwijs en één christelijke basisschool. Daarnaast is in deze wijk de campus aanwezig. van het Porteum, (V)SO Zevenster en VSO De Anger op deze locatie aanwezig.

In het stadshart zijn geen scholen. Op basis van de woningbouw-ontwikkelingen zou In het stadshart zijn geen scholen. Op basis van de woningbouw-ontwikkelingen zou er in er in de omliggende wijken, zoals Havendiep, aanvullende huisvesting nodig kunnen de omliggende wijken, zoals Havendiep, aanvullende huisvesting nodig kunnen zijn. Deze zijn. Deze groei is afhankelijk van het karakter van de woningbouwontwikkelingen. groei is afhankelijk van het karakter van de woningbouwontwikkelingen.

School OBS Tjotter (V)SO Zevenster VO Campus Porteum OBS Tjalk CBS De Schakel VSO De Anger

Scenario 1 n.t.b. n.t.b. op basis van prognoses n.t.b. n.v.t. n.v.t. uitbreiding

Scenario 2

Fasering Vervolg MJP Vervolg MJP Vervolg MJP 1e tranche 1e tranche In aanvulling op 1e tranche

De prognoses van de leerlingenpopulatie voor het primair onderwijs geven waarDe prognoses van de leerlingenpopulatie voor het primair onderwijs geven waarschijnlijk schijnlijk een vertekend beeld van de groei van de wijk, omdat een deel van de een vertekend beeld van de groei van de wijk, omdat een deel van de ontwikkelingen van ontwikkelingen van Zuiderhage aan deze scholen wordt toebedeeld. In de prognoses Zuiderhage aan deze scholen wordt toebedeeld. In de prognoses wordt voor de Tjotter wordt voor de Tjotter groei voorspeld. CBS Schakel en OBS Tjalk hebben in de groei voorspeld. CBS Schakel en OBS Tjalk hebben in de eerste tranche van het MJP eerste tranche van het MJP nieuwe huisvesting gekregen. Ook OBS Tjotter, de nieuwe huisvesting gekregen. Ook OBS Tjotter, de campus van Porteum en (V)SO campus van Porteum en (V)SO Zevenster zijn relatief nieuw. Voor laatstgenoemde Zevenster zijn relatief nieuw. Voor laatstgenoemde school moeten de prognoses nader school moeten de prognoses nader worden beoordeeld op basis van de gegevens worden beoordeeld op basis van de gegevens van de school zelf om een nauwkeuriger van de school zelf om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de ontwikkeling van beeld te krijgen van de ontwikkeling van het aantal leerlingen. het aantal leerlingen. Het (hoofd)gebouw van De Anger aan de Schoener-11 is uit 1992. Met uitbreiding op deze

Het locatie (hoofd)gebouw van De Anger aan de Schoener-11 is uit 1992. Met uitbreiding op (zoals besloten in het kader van het IHP Jaarprogramma 2025-2026) kan de dezedislocatie locatie (zoals besloten in het kader van het IHP Jaarprogramma 2025-2026) aan de Horst worden opgeheven. De locatie aan de Horst zou daarmee kan beschikbaar de dislocatie aan de Horst worden opgeheven. De locatie aan de Horst zou komen als tijdelijke huisvesting voor andere scholen die in de 2e tranche van daarmee beschikbaar komen als tijdelijke huisvesting voor andere scholen die in het MJP worden vernieuwd. de 2e tranche van het MJP worden vernieuwd.

Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

10 44

10. Landerijen 10. Landerijen

In de relatief jonge wijk zijn 3 scholen op 3 locaties gevestigd. De basisgeneratie van deze wijk groeit, maar de groei is beperkt van 528 leerlingen in 2024 tot 568 in 2040. In de relatief jonge wijk zijn 3 scholen op 3 locaties gevestigd. De basisgeneratie van deze De schoolgebouwen zijn tussen 2005 en 2008 opgeleverd. Voor de scholen in deze wijk groeit, maar de groei is beperkt van 528 leerlingen in 2024 tot 568 in 2040. De wijk is geen prioriteit binnen het MJP. De scholen hebben nog voldoende ruimte om schoolgebouwen zijn tussen 2005 en 2008 opgeleverd. Voor de scholen in deze wijk is de groei (tijdelijk) op te vangen, met uitzondering van de OBS Meander (west). Hier geen prioriteit binnen het MJP. De scholen hebben nog voldoende ruimte om de groei wordt door het schoolbestuur in de toekomst ruimtegebrek verwacht. In theorie zou (tijdelijk) op te vangen, met uitzondering van de OBS Meander (west). Hier wordt door het dit kunnen worden opgevangen op de locatie oost of in een van de andere scholen. schoolbestuur in de toekomst ruimtegebrek verwacht. In theorie zou dit kunnen worden

opgevangen op de locatie oost of in een van de andere scholen.

School OBS Meander (west en oost) CBS 3sprong RKBS Lispeltuut

Scenario 1 n.t.b.

Scenario 2

n.t.b. n.t.b.

Fasering Vervolg MJP Vervolg MJP Vervolg MJP

Meander Oost (2008), 1.281 m² bvo Vervolg MJP Lispeltuut (hoofdlocatie 2005), 1.248 m² bvo Vervolg MJP 3Sprong (2005), 1.380 m² bvo Vervolg MJP Meander West (2005), 966 m² bvo Vervolg MJP

De Lispeltuut (clustervoorziening De Borg) Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

11 45

11. Warande 11. Warande

Warande is een van de jongste wijken van Lelystad. In de wijk zijn vier scholen, waarvan drie voor het primair onderwijs en één school voor het (voortgezet) Warande is een van de jongste wijken van Lelystad. In de wijk zijn vier scholen, waarvan speciaal onderwijs.

School Schoolgebouw Zuiderhage- Fase 2 Stedenschool JJI

De leeftijd van de wijk verraadt direct de leeftijd van de schoolgebouwen. De De leeftijd van de wijk verraadt direct de leeftijd van de schoolgebouwen. De Stedenschool, Stedenschool, die onderwijs verzorgt in de JJI Lelystad, is in 2004 als eerste school die onderwijs verzorgt in de JJI Lelystad, is in 2004 als eerste school in deze wijk in deze wijk gerealiseerd. Daarna is het gebouw voor OBS Warande gerealiseerd. In gerealiseerd. Daarna is het gebouw voor OBS Warande gerealiseerd. In 2023 en 2024 in 2023 en 2024 in tijdelijke huisvesting gerealiseerd voor respectievelijk de dislocaties tijdelijke huisvesting gerealiseerd voor respectievelijk de dislocaties van OBS Tjotter en van OBS Tjotter en Triangel en voor De Pionier. Met de opheffing van De Pionier Triangel en voor De Pionier. Met de opheffing van De Pionier in 2025 wordt de, voor deze in 2025 wordt de, voor deze school gerealiseerde, huisvesting ingezet voor De school gerealiseerde, huisvesting ingezet voor De Triangel. De Tjotter heeft daarmee Triangel. De Tjotter heeft daarmee voldoende ruimte in haar hoofdgebouw in voldoende ruimte in haar hoofdgebouw in Havendiep Havendiep.

OBS Warande CBS Stella Nova OBS Triangel Wissellocatie

drie voor het primair onderwijs en één school voor het (voortgezet) speciaal onderwijs.

Scenario 1 Scenario 2 Nieuwbouw solitaire Nieuwbouw school scholencluster geen verantwoordelijkheid gemeente Lelystad

Fasering Vervolg MJP – op basis van groei Vervolg MJP 1e tranche MJP 1e tranche MJP 1e tranche MJP In aanvulling op 1e tranche MJP

Ten zuiden en oosten van deze jonge wijk wordt de wijk Zuiderhage gerealiseerd.

Ten zuiden en oosten van deze jonge wijk wordt de wijk Zuiderhage gerealiseerd. Anticiperend op de realisatie van deze wijk is tijdelijke huisvesting voor CBS Stella Nova Anticiperend op de realisatie van deze wijk is tijdelijke huisvesting voor CBS Stella gerealiseerd en wordt de permanente huisvesting in buurtschap 7 voorbereid. Voor OBS Nova gerealiseerd en wordt de permanente huisvesting in buurtschap 7 voorbereid. Triangel wordt een permanente locatie in buurtschap 10 gerealiseerd. In de wijk wordt ook Voor OBS Triangel wordt een permanente locatie in buurtschap 10 gerealiseerd. In rekening gehouden met een wissellocatie, bedoeld om de eerste huisvesting te bieden voor de wijk wordt ook rekening gehouden met een wissellocatie, bedoeld om de eerste startende scholen. Met de dynamiek in de woningbouwontwikkeling worden huisvesting te bieden voor startende scholen. Met de dynamiek in de woningbouwleerlingenontwikkelingen vooralsnog aan bestaande scholen toegewezen en zijn de ontwikkeling worden leerlingenontwikkelingen vooralsnog aan bestaande scholen leerlingen van Stella Nova nog niet verwerkt. toegewezen en zijn de leerlingen van Stella Nova nog niet verwerkt. Voor realisatie in fase 1 van Zuiderhage wordt een voorstel voorbereid om een wissellocatie

Voorterealisatie in fase 1 van Zuiderhage wordt een voorstel voorbereid om een realiseren. Deze wissellocatie is bedoeld om de eerste huisvesting te bieden voor wissellocatie te realiseren. Deze wissellocatie de eerstemoet huisvesting startende scholen. Voor de vervolgfases (fasesis2bedoeld en 3) vanom Zuiderhage nog ruimte te bieden startendevoor scholen. Voor denieuwe vervolgfases 2 en 3) kunnen van wordenvoor gereserveerd de komst van scholen.(fases Om snel in te spelen op Zuiderhage moet nog ruimte worden voor van nieuwe ontwikkelingen kan er wellicht gebruikgereserveerd worden gemaakt vande hetkomst BRIN-nummer van een van scholen. Om snel in tedekunnen spelen ontwikkelingen de scholen die met clustering in deop Waterwijk vervalt. kan er wellicht gebruik worden gemaakt van het BRIN-nummer van een van de scholen die met de clustering in de Waterwijk vervalt.

Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

12 46

Bijlage 1 Onderwijskaart Lelystad Bijlage 1

Onderwijskaart Lelystad

Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

47

Bijlage 2 Overzicht scholen vervolg MJP Onderstaande tabel vervangen voor de tabel op pagina 15 (bijlage 2) rechts School

Wijk

Scenario 1

Pro Steiger

Boswijk

Renovatie

VSO Anger (dislocatie)

Boswijk

RKBS Zeearend

Zuiderzeewijk

Vrijkomende gebouw inzetten als wissellocatie Vervangende nieuwbouw

OBS Sluis

Lelystad Haven Boswijk

OBS Driemaster CBS Horizon

Boswijk

OBS Grundel

De Bolder

OBS Lepelaar

De Bolder

CBS Het Mozaïek

De Bolder

OBS Poolster

Waterwijk

Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Renovatie/ Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw, afhankelijk van Lepelaar en Het Mozaïek Vervangende nieuwbouw, afhankelijk van Grundel en Het Mozaïek Vervangende nieuwbouw, afhankelijk van Grundel en Lepelaar Vervangende nieuwbouw

Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

Scenario 2

Vervangende nieuwbouw inclusief aanvullende capaciteit Renovatie Clustering n.t.b. Clustering n.t.b

Clustering t.b.v. efficiënte en effectieve exploitatie

Fasering

School

Wijk

2e tranche – 2027 2e tranchevanaf 2027

CBS Driestromenland GBS Helmstok

Waterwijk

OBS Finnjol RKBS Toermalijn

Kustwijk Kustwijk

OBS Brink RKBS Boslelie Schoolgebouw Zuiderhage – Fase 2 Vrijeschool Lelystad

Boswijk Boswijk Waterwijk

2 tranche – 2028 e

2e tranche – 2029 2e tranche – 2030 2e tranche – 2030 (of 3e tranche i.g.v. solitair gebouw) 2e tranche – 2031

Clustering t.b.v. efficiënte en effectieve exploitatie

2e tranche – 2031

Clustering t.b.v. efficiënte en effectieve exploitatie

2e tranche – 2031

Clustering n.t.b.

2e tranche – 2033

Scenario 1 Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Renovatie Renovatie + uitbreiding n.t.b. n.t.b. Nieuwbouw solitaire school

Scenario 2

Fasering

Clustering n.t.b. Clustering

3e tranche

Clustering Clustering

3e tranche 3e tranche

Nieuwbouw scholencluster

3e tranche 3e tranche Afhankelijk van groei

Waterwijk

Vervangende huisvesting

SBO De Kei

Boswijk

n.t.b.

Toekomstperspectief herzien

Taalschool

Atolwijk

n.t..b

Waterwijk

3e tranche

Afhankelijk van groei 3e tranche Afh.van ontwik. sbo 3e tranche Afh.van behoefte en financieringsmogelijkheden

48

Onderstaande tabel toevoegen op nieuwe pagina (16) bijlage 2 School

Wijk

Overige scholen – vervolg MJP OBS Optimist Atolwijk IBS Al Ihsaan Atolwijk OBS Vuurtoren Zuiderzeewijk

Scenario 1

Scenario 2

Fasering

n.t.b. n.t.b. n.t.b.

Vervolg MJP Vervolg MJP Vervolg MJP

CBS Ichthus OBS Tjotter Praktijkschool Steiger VSO Anger (Vaartweg) (V)SO Zevenster OBS Meander CBS 3sprong RKBS Lispeltuut Stedenschool JJI

Zuiderzeewijk Havendiep Lelystad Haven Lelystad Haven Havendiep Landerijen Landerijen Landerijen Warande

n.t.b. n.t.b. n.t.b.

Vervolg MJP Vervolg MJP Vervolg MJP

n.t.b.

Vervolg MJP

n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.

(V)SO Rede (V)SO Aurum College (V)SO Herman Bekius VO Campus Porteum

Zuiderzeewijk Zuiderzeewijk

n.t.b. n.t.b.

Vervolg MJP Vervolg MJP Vervolg MJP Vervolg MJP Voorziening min. van Justitie Vervolg MJP Vervolg MJP

Zuiderzeewijk

n.t.b.

Vervolg MJP

Havendiep

n.t.b.

Vervolg MJP

Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

49

Bijlage 3 Overzicht scholen in uitvoeringsplanning 2019 - 2026 Bijlage 3

Overzicht scholen in uitvoeringsplanning 2019 - 2026

School OBS De Boeier OBS De Windroos RBS Timotheüs OBS Albatros RKBS Kring OBS Regenboog CBS Wingerd OBS Tjalk CBS Schakel OBS Triangel CBS Stella Nova

Wijk Kustwijk Kustwijk Zuiderzeewijk De Bolder De Bolder Atolwijk Atolwijk Havendiep Havendiep Warande Warande

Kindcentrum Zuiderzee Uitvoeringsplanning Meerjarenperspectief (MJP)

15 50

DEEL D: INANCIËLE PLANNING

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

53

2.

IHP en begrotingsproces

54

3.

IHP en de begroting

56

4.

Investeringen IHP Meerjarenperspectief

58

5.

Totaal investeringsniveau 2027-2034

61

6.

Meerjarige financiële planning

63

Financiële planning

52

1. Inleiding In het IHP Meerjarenperspectief 2027-2042 (Deel D), zijn concrete voorstellen gedaan voor investeringen in de onderwijshuisvesting voor de periode 2027-2034 (2e tranche) en is een doorkijk gegeven op de verwachte vernieuwingsopgave voor de periode 2035-2042 (3e tranche). In dit deel van het IHP Meerjarenperspectief, zijn de kosten van de voorstellen voor de 2e tranche in één financiële planning opgenomen. Om de impact die de uitvoering van het IHP Meerjarenperspectief heeft op de gemeentebegroting in beeld te brengen, is doorgerekend wat de investeringen en aanvullende kosten zijn om de tweede tranche van het IHP meerjarenperspectief groen en onderscheidend te realiseren. Daarnaast hebben we inzichtelijk gemaakt welke aanvullende investeringen nodig zijn om per wijk inclusief onderwijs mogelijk te maken en welke investeringen nodig zijn om de nieuwe schoolgebouwen klimaat adaptief te kunnen realiseren. 1.1 Opzet Voordat we inzoomen op de financiële uitwerking van het meerjarenperspectief, zetten we nog eens de relatie tussen het IHP en de gemeentelijke begrotingscyclus uiteen en lichten we de besluitvormingsprocedure over de financiële consequenties toe (hoofdstuk 2).

Deel D: Financiële planning

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1. Opzet 2. IHP en het begrotingsproces 2.1. IHP Jaarprogramma 2.2. IHP Meerjarenperspectief 3. IHP en de begroting 4. Investeringen IHP Meerjarenperspectief 4.1 Opbouw budgetten 4.2 Voorstel aanvullende ambities 5. Totaal investeringsniveau 2027-2034 6. Meerjarige financiële planning

In hoofdstuk 3 geven we een toelichting op de kosten die gepaard gaan met onderwijshuisvestingsvoorzieningen en hoe deze in de gemeentebegroting zijn en worden verwerkt. In hoofdstuk 4 vervolgens, gaan we nader in op de kosten en normbedragen die ten grondslag liggen aan de berekening van de benodigde budgetten voor de uitvoering van het IHP Meerjarenperspectief. De tweede tranche van het IHP-meerjarenperspectief, zoals deze is voorgesteld in Deel C, is in hoofdstuk 5 vertaald in de totaal benodigde investeringsruimte. De voorgestelde extra middelen voor inclusieve en klimaatadatieve schoolgebouwen zijn daarbij separaat weergegeven. In hoofdstuk 6 is, tot slot, de tweede tranche van het IHP Meerjarenperspectief uitgewerkt in de concrete jaarlijkse consequenties voor de gemeentebegroting. Financiële planning

Zijaanzicht ontwerpVoorhof Kindcentrum Voorhof Zijaanzicht ontwerp Kindcentrum 53

2. IHP en begrotingsproces In Deel A., de inleiding van dit document, is reeds toegelicht dat we in Lelystad werken met een IHP Jaarprogramma en een IHP Meerjarenperspectief. Het IHP Jaarprogramma is het wettelijk verplichte ‘huisvestingsplan’ dat de gemeente ieder jaar dient vast te stellen en waarvoor de schoolbesturen in de gelegenheid worden gesteld om aanvragen in te dienen voor huisvestingsvoorzieningen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Het IHP Jaarprogamma wordt ook ingezet om jaarlijks te informeren over de stand van zaken van projecten waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden en om geplande voorzieningen te actualiseren op bijvoorbeeld leerlingenaantallen of prijswijzigingen, indien daartoe aanleiding is.

Het omvat de gezamenlijk met de schoolbesturen opgestelde planning voor de gefaseerde vernieuwing v onderwijshuisvesting, waarbij ook de uitbreiding van de benodigde onderwijshuisvestingscapaciteit als ge van de stad wordt betrokken.

De besluitvorming over de financiële consequenties van het IHP vindt jaarlijks plaats in het kader van de begrotingscyclus van de gemeente. Dit biedt de gemeenteraad de gelegenheid om de (bijstelling van de) betrekken bij de integrale afweging over de gemeentebegroting.

Als gevolg van het ‘meelopen’ met het gemeente brede begrotingsproces, dient de in een bepaald jaar b ruimte voor het IHP circa een jaar of langer voor aanvang van de uitvoering te worden aangegeven en in voorafgaande Kadernota te worden voorgelegd. Het is daarom van belang enige flexibiliteit binnen de fin 2.1 IHP Jaarprogramma te hebben. Tussentijdse wijzigingen op basis van onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld gewijzigde De vaststelling vanzijn hetsoms IHP Jaarprogramma (wettelijke) bevoegdheid het een exac leerlingenprognoses) onvermijdelijk. Ookisis een het niet altijd mogelijk zo ver vanvan tevoren maken van kosten van voorzieningen. Onder andere door IHP jaarlijksdeze te actualiseren wordt getra college. Dedegemeenteraad stelt de financiële kaders vasthet waarbinnen vaststelling flexibiliteit te waarborgen. kan plaatsvinden. Wanneer het programma niet kan worden uitgevoerd binnen de

hiervoor door de raad beschikbaar gestelde middelen, dient de gemeenteraad te 2.1 IHP Jaarprogramma

besluiten over bijstelling van de begroting. Dit gebeurt, zoals gezegd, in het kader

De van het IHP Jaarprogramma is een (wettelijke) bevoegdheid van het college. De gemeent vanvaststelling het gemeentelijk begrotingsproces. financiële kaders vast waarbinnen deze vaststelling kan plaatsvinden. Wanneer het programma niet kan binnen de hiervoor door de raad beschikbaar gestelde middelen, dient de gemeenteraad te besluiten ove Via de gemeentelijke P&C cyclus wordt in dat geval een voorstel voor de benodigde begroting. Dit gebeurt, zoals gezegd, in het kader van het gemeentelijk begrotingsproces.

bijstelling voorgelegd aan de raad. Ter onderbouwing van dit voorstel wordt het IHP

De langere termijn planning wordt vastgelegd in het IHP Meerjarenperspectief waarbij de focus ligt op grootschalige investeringen: (vervangende) nieuwbouw en renovatie. Het IHP Meerjarenperspectief wordt eens in de acht jaar vastgesteld. Het omvat de gezamenlijk met de schoolbesturen opgestelde planning voor de gefaseerde vernieuwing van de bestaande onderwijshuisvesting, waarbij ook de uitbreiding van de benodigde onderwijshuisvestingscapaciteit als gevolg van de groei van de stad wordt betrokken.

Via gemeentelijkeaangeboden P&C cyclus wordt in dat geval een voorstel voor de benodigde terde kennisneming aan de gemeenteraad, zodat ze deze – indienbijstelling gewenstvoorgeleg onderbouwing van dit voorstel wordt het IHP ter kennisneming aangeboden aan de gemeenteraad, zoda - inhoudelijk kan behandelen. Op basis van het besluit van de raad over de (bijstelling gewenst - inhoudelijk kan behandelen. Op basis van het besluit van de raad over de (bijstelling van) de fi van) destelt financiële kaders voor het IHP, het college(definitief) vervolgens hetDe IHP Jaarhet IHP, het college vervolgens het IHPstelt Jaarprogramma vast. (toegekende) voorzienin programma (definitief) vast. De (toegekende) voorzieningen die gepland zijn voor het voor het eerstvolgende jaar kunnen dan worden uitgevoerd.

eerstvolgende jaar kunnen dan worden uitgevoerd.

De besluitvorming over de financiële consequenties van het IHP vindt jaarlijks plaats in het kader van de reguliere begrotingscyclus van de gemeente. Dit biedt de gemeenteraad de gelegenheid om de (bijstelling van de) IHP-begroting te betrekken bij de integrale afweging over de gemeentebegroting. Als gevolg van het ‘meelopen’ met het gemeente brede begrotingsproces, dient de in een bepaald jaar benodigde financiële ruimte voor het IHP circa een jaar of langer voor aanvang van de uitvoering te worden aangegeven en in het kader van de voorafgaande Kadernota te worden voorgelegd. Het is daarom van belang enige flexibiliteit binnen de financiële systematiek te hebben. Tussentijdse wijzigingen op basis van onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld gewijzigde leerlingenprognoses) zijn soms onvermijdelijk. Ook is het niet altijd mogelijk zo ver van tevoren een exacte inschatting te maken van de kosten van voorzieningen. Onder andere door het IHP jaarlijks te actualiseren wordt getracht deze nodige flexibiliteit te waarborgen. Financiële planning

54

prijsbijstellingen om in de pas te blijven lopen met marktontwikkelingen en gewijzigde leerlingenprogno besluitvorming aan de raad voorgelegd via het IHP Jaarprogramma, eveneens als onderdeel van de re

Daarbij geldt overigens altijd dat, voor nieuwbouwprojecten en andere grote investeringen, de via het I opgenomen middelen pas beschikbaar worden gesteld op basis van een nader uitgewerkt plan en een kredietvoorstel waarmee de gemeenteraad heeft ingestemd. De instemming betreft dan de wijze waar uitgevoerd alsook het beschikbaar stellen van het benodigde krediet.

2.2 IHP Meerjarenperspectief Het IHP Meerjarenperspectief is een meerjarige investeringsagenda voor grootschalige investeringen in schoolgebouwen zoals vervangende nieuwbouw en renovatie. Ze geeft daarmee inzicht in de benodigde middelen voor de toekomst. Ze omvat een concrete investeringsagenda voor de eerstkomende acht jaren en geeft een doorkijk naar de verwachte investeringsopgave voor de acht jaren daarna. De besluitvorming over het IHP Meerjarenperspectief vindt plaats door de raad op voorstel van het college. Na deze besluitvorming worden de financiële consequenties ervan betrokken bij de integrale afweging over de gemeentelijke meerjarenbegroting in het kader van de reguliere P&C cyclus van de gemeente.

Inzicht in het IHP Meerjarenperspectief is in het belang van zowel de schoolbesturen als de gemeente stemmen op basis hiervan hun beleid en (groot) onderhoudsinvesteringen af. Daarmee wordt voorkom Het besluit tot vaststellen van het IHP Meerjarenperspectief en het opnemen van een investeringen worden gedaan. Een dak vernieuwen, terwijl er vervangende nieuwbouw in het perspec meerjarig investeringsprogramma in de begroting, betekent ook dat, naast de in het zonde van de toch al krappe beschikbare middelen.

IHP Meerjarenperspectief opgenomen huisvestingsprojecten, geen aanvullende

Het IHP Meerjarenperspectief biedt ook de gemeente duidelijkheid over de te verwachten benodigde m aanvragen voor grootschalige investeringen in de huisvesting van het onderwijs investeringen in de onderwijshuisvesting. Het besluit tot vaststellen van het IHP Meerjarenperspectief zullen plaatsvinden. een meerjarig investeringsprogramma in de begroting, betekent ook dat, naast de in het IHP Meerjare opgenomen huisvestingsprojecten, geen aanvullende aanvragen voor grootschalige investeringen in d Dit, uiteraard, er zich onvoorziene omstandigheden voordoen die een bijstelling onderwijs zullentenzij plaatsvinden.

vereisen, zoals bijvoorbeeld een plotselinge daling of stijging van het leerlingenaantal

Dit, uiteraard, tenzij er zich onvoorziene omstandigheden voordoen die een bijstelling vereisen, zoals b van een school waarvoor een grootschalige investering is gepland. Dit wordt jaarlijks plotselinge daling of stijging van het leerlingenaantal van een school waarvoor een grootschalige inves bekeken in het kader van dekader reguliere cyclus van cyclus afstemming en besluitvorming over over he wordt jaarlijks bekeken in het van de reguliere van afstemming en besluitvorming het IHP Jaarprogramma. is evenwel dat het IHP Meerjarenperspectief Uitgangspunt is evenwel datUitgangspunt het IHP Meerjarenperspectief de huisvestingsagenda voor de toekomst v

de huisvestingsagenda voor de toekomst vormt.

Vanaf het jaar na de vaststelling van het IHP Meerjarenperspectief worden eventueel benodigde bijstellingen (zoals prijsbijstellingen om in de pas te blijven lopen met marktontwikkelingen en gewijzigde leerlingenprognoses), ter besluitvorming aan de raad voorgelegd via het IHP Jaarprogramma, eveneens als onderdeel van de reguliere P&C cyclus. Daarbij geldt overigens altijd dat, voor nieuwbouwprojecten en andere grote investeringen, de via het IHP in de begroting opgenomen middelen pas beschikbaar worden gesteld op basis van een nader uitgewerkt plan en een bijbehorend kredietvoorstel waarmee de gemeenteraad heeft ingestemd. De instemming betreft dan de wijze waarop de investering wordt uitgevoerd alsook het beschikbaar stellen van het benodigde krediet. Inzicht in het IHP Meerjarenperspectief is in het belang van zowel de schoolbesturen als de gemeente. De schoolbesturen stemmen op basis hiervan hun beleid en (groot) onderhoudsinvesteringen af. Daarmee wordt voorkomen dat onrendabele investeringen worden gedaan. Een dak vernieuwen, terwijl er vervangende nieuwbouw in het perspectief ligt, is immers zonde van de toch al krappe beschikbare middelen. Het IHP Meerjarenperspectief biedt ook de gemeente duidelijkheid over de te verwachten benodigde middelen voor investeringen in de onderwijshuisvesting. Financiële planning

55

3. IHP en de begroting Onderwijshuisvestingsvoorzieningen brengen over het algemeen meerjarige financiële lasten met zich mee. Daarbij maken we het onderscheid tussen exploitatielasten en kapitaallasten. Exploitatielasten De exploitatielasten onderwijshuisvesting bestaan hoofdzakelijk uit structurele lasten die gepaard gaan met de huur van voorzieningen, het groot en dagelijks onderhoud, schoonmaak, energie- en waterkosten et cetera van alle onderwijsvoorzieningen die in eigendom zijn van de gemeente, zoals de multifunctionele voorzieningen en gymzalen. Tegenover deze lasten staan inkomsten ter hoogte van de vergoedingen die schoolbesturen betalen voor het gebruik van lokalen in de gemeentelijke schoolgebouwen (zie toelichting Deel A). De exploitatielasten die met de bestaande onderwijsvoorzieningen gepaard gaan, zijn structureel in de gemeentebegroting verwerkt. Kapitaallasten De kapitaallasten betreffen eveneens structurele lasten die samenhangen met bestaande onderwijshuisvestingsvoorzieningen. In dit geval dat van alle onderwijshuisvestingsvoorzieningen waarvan de gemeente – op basis van haar wettelijke verantwoordelijkheid – de initiële bekostiging heeft gefinancierd. De kapitaallasten zijn meerjarig in de gemeentebegroting opgenomen.

De kosten van investeringen in onderwijshuisvestingsvoorzieningen, zoals de bouw van een school, worden geactiveerd en in een X aantal jaren afgeschreven. Dit vertaalt zich in de begroting in jaarlijkse rente- en afschrijvingslasten, ook wel ‘kapitaallasten’ genoemd. Deze lasten drukken op de begroting totdat de investering financieel is afgeschreven1.

kapitaallasten die voortvloeien uit een investering eerst hoog zijn en vervolgens geleidelijk afnemen. De ruimte die in de gemeentebegroting ontstaat als gevolg van afgeschreven voorzieningen en/of daling van het kapitaallastenniveau voortvloeiend uit de lineaire afschrijvingssystematiek, wordt op dit moment niet gereserveerd voor onderwijshuisvesting. Ze maakt onderdeel uit van het totale begrotingsniveau van de gemeente c.q. van de ‘algemene middelen’. Daarmee kan ze opnieuw worden ingezet voor vervangende onderwijshuisvestingsinvesteringen, maar ook voor andere gemeentelijke taken of beleid. De consequentie van de huidige IHP-systematiek - waarbij de besluitvorming over de benodigde financiële middelen voor investeringen, via het gemeentebrede begrotingsproces en de integrale afweging daarover, plaatsvindt - is dat er geen sprake is van een ‘budget’ voor nieuwe investeringen in de onderwijshuisvesting, noch voor de vervanging van huisvestingsvoorzieningen die zijn afgeschreven. Hoewel het niet vanzelfsprekend is dat gebouwen of andere voorzieningen die financieel zijn afgeschreven, ook technisch en/of functioneel zijn afgeschreven en dus in alle gevallen moeten worden vernieuwd, neemt met het toenemen van de leeftijd van de gebouwen en voorzieningen ook de vervangingsopgave toe. Veel schoolgebouwen zijn in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw gerealiseerd.

Het tegelijkertijd vervangen van alle verouderde gebouwen is niet realistisch met het oog op de beschikbare capaciteit en (financiële) middelen. Met de schoolbesturen is daarom een gefaseerde aanpak afgesproken. Zoals in het IHP-meerjarenperspectief is omschreven, wordt uitgegaan van het jaarlijks oppakken van één vervangingsopgave van een schoolgebouw. In het geval van een combinatie van twee schoolgebouwen betekent dit dat het volgende project twee jaar later wordt opgepakt.

De gemeente Lelystad past een lineaire afschrijvingssystematiek toe, waarbij de 1 Voor schoolgebouwen geldt vanaf 2022 een afschrijvingstermijn van 60 jaar, vanuit de ambitie van de gemeente Lelystad om duurzame en toekomstbestendige gebouwen te realiseren voor een gebruiksperiode van minimaal 60 jaar. Voor renovatie wordt uitgegaan van 40 jaar. Financiële planning

Voor het bepalen van deze fasering en prioritering van projecten hebben de gemeente en de schoolbesturen gezamenlijk opgetrokken en het IHP Meerjarenperspectief opgesteld. 56

Samengevat Het IHP Meerjarenperspectief omvat uitsluitend (de bijstelling van) de kapitaal- en exploitatielasten lasten die gepaard gaan met nieuw geplande investeringen. De huidige begroting onderwijshuisvesting is, samengevat, tot stand gekomen door de cumulatie van de in de loop der jaren genomen besluiten over het IHP Jaarprogramma en het IHP Meerjarenperspectief en omvat daarnaast (de bijstelling van) nieuw geplande voorzieningen.

Financiële planning

57

4. Investeringen IHP Meerjarenperspectief Het realiseren van goede voorzieningen voor onderwijshuisvesting heeft uiteraard consequenties voor de gemeentebegroting. Zoals in Deel A al is aangegeven ontvangt de gemeente voor haar verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting een (lumpsum) uitkering via het gemeentefonds. De bedragen hiervoor zijn gebaseerd op de normvergoedingen onderwijshuisvesting, zoals worden vastgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het uitgangspunt van deze normvergoeding is een sobere en doelmatige investering in onderwijshuisvesting conform het bouwbesluit.

hergebruik van materialen. Bij alle schoolgebouwen die groen en onderscheidend worden gerealiseerd, speelt ook de architectonische verschijningsvorm een belangrijke rol. noodzaak

ambitie Bewegingsonderwijs :

Aanvullend Programma

Grotere afmeting sportvloer = meer mogelijkheden en veiliger gebruik

Inclusief onderwijs

“Groen en onderscheidend”:

Daarnaast zijn er aanvullende investeringen nodig vanuit de gemeentelijke begroting, die te maken hebben met specifieke en noodzakelijke locatie gebonden factoren en ambities vanuit het gemeentelijke beleid (zie figuur 1).

Aanvullende Kwaliteit

-

Functionaliteit en kwaliteit Architectonische uitstraling Energieneutraal en/of hergebruik materialen

Klimaatadaptie Bouwkosten

Groen en onderscheidend In 2019 heeft de raad van de gemeente Lelystad, in het kader van de besluitvorming over het Beleidskader onderwijshuisvesting en de eerste tranche van het IHP Meerjarenperspectief, besloten om nieuwe schoolgebouwen te realiseren conform het kwaliteitsniveau ‘groen en onderscheidend’. Om dit mogelijk te maken is een bijbehorend normbedrag per m2 vastgesteld. Voor de investeringen van de tweede tranche is uitgegaan van hetzelfde vastgestelde kwaliteitsscenario ‘groen en onderscheidend’ en bijbehorend normbedrag (geïndexeerd naar prijspeil 2026). In deel B, het Beleidskader, is reeds benoemd dat met het kwaliteitsniveau ’groen en onderscheidend’ wordt aangesloten op landelijke kaders ten aanzien van duurzaamheid en binnenklimaat. Aanvullend op de genoemde normvergoeding wordt rekening gehouden met een opslag om een hogere functionaliteit en gebouwkwaliteit - en daarmee een langere levensduur - te kunnen realiseren. Daarnaast is een energieneutraal gebouw (ENG) het uitgangspunt. Bij een ENG gebouw wordt echter alleen gekeken naar de gebouwgebonden installaties. Afhankelijk van de casestudie per gebouw kan worden gestreefd naar nul-op-de-meter (waarbij ook de gebruikersgebonden installaties worden meegerekend, zoals bijvoorbeeld laptops, digiboards en keukeninstallaties) en/of het Financiële planning

Normvergoeding onderwijshuisvesting = Lumpsum gemeentefonds

Bijkomende Kosten Verhuiskosten Onvoorzien Locatiegebonden Kosten

Aanvullende onderzoeken t.b.v. ambities

Bouwrijp maken Binnenstedelijk bouwen Parkeervoorzieningen

Figuur Opbouw investeringskosten onderwijshuisvesting Figuur 1:1:Opbouw investeringskosten onderwijshuisvesting Bewegingsonderwijs In de eerdergenoemde VNG-normen wordt voor een standaard gymzaal uitgegaan Bewegingsonderwijs van een speelveld van 252 m² en een totale bruto vloeroppervlak (inclusief toestellenIn de eerdergenoemde VNG-normen wordt voor een standaard gymzaal uitgegaan van een speelveld berging en kleed- wasruimte) van 450 m². totale bruto vloeroppervlak (inclusief toestellenberging en kleed- wasruimte) van 450 m². Vanuit de vakvereniging voor lichamelijke opvoeding (KVLO) wordt geadviseerd grotere

Vanuit de vakvereniging voor lichamelijke opvoeding (KVLO) wordt geadviseerd grotere gymzalen te r mogelijkheden voor het bewegingsonderwijs worden vergroot en vooral het veilig gebruik wordt verbet 58 rondom de speelvelden. Daarnaast wordt geadviseerd om meer ruimte te realiseren voor het opbergen

gymzalen te realiseren, waarmee de mogelijkheden voor het bewegingsonderwijs worden vergroot en vooral het veilig gebruik wordt verbeterd door uitloopstroken rondom de speelvelden. Daarnaast wordt geadviseerd om meer ruimte te realiseren voor het opbergen van sporttoestellen (vooral als er sprake is van medegebruik door verenigingen). Op 30 mei 2023 heeft de gemeenteraad daarom besloten om in Lelystad gymzalen te realiseren met een groter oppervlak van 612 m² en grote speelveld (zgn. 1.3 formaat). In de doorrekening van de tweede tranche van het IHP Meerjarenperspectief is hiermee rekening gehouden. Tijdelijke huisvesting De behoefte aan tijdelijke huisvesting is afhankelijk van de mogelijkheid om een bestaand (eigen of leegstaand) schoolgebouw te kunnen gebruiken tijdens de bouwperiode van een schoolgebouw. Het realiseren van tijdelijke huisvesting is kostbaar. We willen deze kosten dan ook zoveel mogelijk te beperken. Op het moment van opstellen van het IHP Meerjarenperspectief is het nog niet mogelijk om voor de verschillende projecten te bepalen of en hoeveel tijdelijke huisvesting nodig is. Pas op basis van locatiestudies en de uitwerking in concrete projectplannen wordt duidelijk waar de schoolgebouwen worden ge- of herbouwd en daarmee of tijdelijk in vervangende huisvesting moet worden voorzien.

Gezien deze onzekerheid en rekening houdend met de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende onderwijshuisvestingscapaciteit, wordt daarom vooralsnog rekening gehouden met kosten van tijdelijke voorzieningen. We doen dat voor die projecten uit de voorgestelde tweede tranche, waarvoor het mogelijk is dat tijdelijke huisvesting moet worden gerealiseerd als opvang gedurende de herbouwperiode. Voor de gehele periode 2027-2042 houden we rekening met in totaal 4 miljoen euro. Dit is een voorlopige en globale inschatting op basis van onlangs gerealiseerde projecten. Wanneer de middelen niet nodig blijken, bijvoorbeeld omdat kan worden herbouwd op een nabij gelegen plot of wanneer leegstand in een ander schoolgebouw beschikbaar is, worden de geraamde middelen, via het IHP Jaarprogramma, naar beneden bijgesteld.

Financiële planning

Uit het bedrag kunnen ook maatregelen worden bekostigd om een leegstaand schoolgebouw als tijdelijke huisvesting in te zetten. Denk hierbij aan aanpassingen van een brandmeld- of alarminstallatie of beperkte esthetische of functionele aanpassingen. Wanneer een leegstaand schoolgebouw binnen acceptabele afstand beschikbaar is, heeft het gebruik daarvan, op basis van kostenoverwegingen uiteraard de voorkeur. Overige opslagen Zoals hierboven reeds aangegeven, gaat de nieuwbouw van schoolgebouwen ook gepaard met kosten die volgen uit specifieke en noodzakelijke locatie gebonden factoren. Ook hiermee is in de berekening van de kosten van de tweede tranche van het IHP Meerjarenperspectief rekening gehouden, zij het, in afwachting van de uitwerking van de projecten in concrete plannen, eveneens op basis van voorlopige inschattingen. Voor het bouwrijp maken van terreinen wordt rekening gehouden met € 400.000,per nieuwbouwproject. Het gaat dan om sloopkosten, maar ook om kosten om de bestaande infrastructuur aan te passen. Daarnaast wordt er per project uitgegaan van een post van € 200.000,- voor onvoorziene kosten. Deze kosten maken onderdeel uit van het totaalkrediet van het project waarop wordt afgeschreven. Met verhuiskosten is ook rekening gehouden. Hiervoor is € 7.500 per school geraamd. Dit betreffen eenmalige lasten.

Eigenaarslasten Naast de kosten voor het realiseren van de gebouwen, moet rekening worden gehouden met aanvullende exploitatielasten, zoals onroerend zakenbelasting (OZB) en verzekeringen. In de onderwijswetten is bepaald dat de gemeente verantwoordelijk is voor het voldoen van de OZB, ook al is een schoolbestuur eigenaar van het pand. De kosten van de verzekering vloeien ook voort uit de onderwijswetgeving. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor het herstel van schade aan schoolgebouwen en bijbehorende inventaris. 59

project waarop wordt afgeschreven. Met verhuiskosten is ook rekening gehouden. Hiervoor is € 7.500 per school geraamd. Dit betreffen eenmalige lasten. Eigenaarslasten Naast de kosten voor het realiseren van de gebouwen, moet rekening worden gehouden met aanvullende exploitatielasten, zoals onroerend zakenbelasting (OZB) en verzekeringen. In de onderwijswetten is bepaald dat de gemeente verantwoordelijk is voor het voldoen van de OZB, ook al is een schoolbestuur eigenaar van het pand. De kosten van de verzekering vloeien ook voort uit de onderwijswetgeving. gemeente is een namelijk verantwoordelijk van schade samen aan naar school gaan. De weg naar inclusiever onderwijs kan ondersteuning Wanneer sprake is van vervangende De nieuwbouw van schoolgebouw en het voor het herstel schoolgebouwen en bijbehorende inventaris. letterlijk en figuurlijk vragen om ruimte en investeringen. De consequenties kunnen bestaande wordt gesloopt, vervallen uiteraard de OZB en verzekeringslasten van echter per school, wijk en gemeente verschillen. Gezamenlijk moeten de gemeente dit laatste gebouw. Deze zullen evenwel altijd lager dezelfde lasten vanbestaande wordt Wanneer sprake is van vervangende nieuwbouw vanzijn eendan schoolgebouw en het gesloopt, vervallen en schoolbesturen onderzoeken het nieuwe gebouw.

Om deze reden is in de bepaling van de benodigde middelen uiteraard de OZB en verzekeringslasten van dit laatste gebouw. Deze zullen evenwel altijd lager zijn dan dezelfde lasten van of en in welke mate er recht kan worden gedaan aan de extra ruimtebehoefte voor inclusief onderwijs. voor uitvoering van de tranche van IHP Meerjarenperspectief rekeningvoor uitvoering het nieuwe gebouw. Omtweede deze reden is in dehet bepaling van de benodigde middelen van de tweede tranche van In hoofdstuk 6 is weergeven wat de extra kosten zijn van uitvoering van de tweede gehouden met aanvullende kosten voor OZB en verzekering. het IHP Meerjarenperspectief rekening gehouden met aanvullende kosten voor OZB en verzekering. fase van het IHP Meerjarenperspectief wanneer rekening wordt gehouden met een ruimteopslag voor inclusief onderwijs. Het streven is om in elke wijk een inclusieve basisschool te realiseren. Het nu nog niet duidelijk is bij welke scholen deze extra voorzieningen gerealiseerd worden. De schoolbesturen zijn hiervoor aan zet om een gezamenlijk plan te maken voor hoe ze willen vormgeven aan inclusief onderwijs. Vooralsnog is daarom in de financiële doorrekening voor 50% van de nieuw te bouwen basisscholen een ruimtereservering van 50 m² aangehouden.

Tijdelijke huisvesting basisschool De Triangel Tijdelijke huisvesting basisschool De Triangel 4.2 Voorstel aanvullende ambities

In deel B, het beleidskader, wordt voorgesteld om voor nieuw te realiseren schoolgebouwen, onder voorwaarden, een aanvullende vaste voet van 50 m² beschikbaar te stellen om inclusief onderwijs in de stad vorm te geven. Daarnaast wordt voorgesteld om aanvullende middelen beschikbaar te stellen bij nieuwbouw of renovatie, om schoolgebouwen en terreinen beter te uit te rusten voor de gevolgen van klimaatveranderingen, in het bijzonder voor toenemende wateroverlast. Inclusief onderwijs Vanuit het ministerie van onderwijs wordt gestreefd naar een inclusief onderwijssysteem in 2035 waarbij jongeren en kinderen met en zonder een extra onderwijsFinanciële planning

Klimaat adaptief bouwen In de plannen voor nieuwe schoolgebouwen wordt rekening gehouden met klimaat adaptief bouwen, voor zover dit binnen het beschikbare budget past (zie hoofdstuk 5 van deel B, het Beleidskader). De gemeente Lelystad heeft zich echter het doel gesteld om in 2050 klimaat adaptief te zijn ingericht en daarmee bij te dragen aan een gezonde en veilige leefomgeving. Dit vraagt om aanvullende investeringen. Uit onderzoek in opdracht van de gemeente Lelystad is berekend welke aanvullende investeringen in het gebouw en/of in het terrein nodig zijn om wateroverlast en schade te voorkomen en wat daarvan de kosten zijn. De investeringen in een binnenstedelijk gebied, waarbij maatregelen in het gebouw moeten worden opgenomen, zijn hoger dan bij projecten waarbij de maatregelen in het terrein zelf kunnen worden genomen. In de doorrekening is daarom rekening gehouden met investeringen van ongeveer € 260,- per m² voor een kleinschalig en binnenstedelijk project en € 199,- per m² voor grotere projecten in uitbreidingsgebieden met voldoende ruimte op het terrein voor klimaat adaptieve maatregelen. 9 60

5. Totaal investeringsniveau 2027-2034 In onderstaande tabel is de totaal benodigde investeringsruimte voor de periode 2027-2034 weergegeven, inclusief de kosten van de voorstellen om extra middelen beschikbaar te stellen voor inclusief onderwijs en klimaatadaptieve schoolgebouwen. De opslag voor bouwrijp maken van de terreinen en de opslag voor onvoorziene kosten zijn meegeteld in de kolom ‘investering’. School

Wijk

Omschrijving

Project- Gymzaal Kleinschalig Opslag omvang t.b.v. inclusief (612 m2) (m2 bvo) onderwijs berekening klimaatadaptief

Investering

Opslag inclusief onderwijs

Opslag klimaatadaptief

Totaal

Pro Steiger (incl. gymzaal)

Boswijk

Renovatie

2.702

incl.

ja

nee

€ 12.322.854

-

€ 675.500

€ 12.998.354

RKBS Zeearend

Zuiderzeewijk

Vervangende nieuwbouw

1.353

n.v.t.

nee

ja

€ 6.670.400

€ 112.166

€ 269.247

€ 7.051.813

Opvang groei wijk

Zuiderzeewijk

Aanvullende capaciteit per 513 2040

n.t.b.

nee

nee

€ 2.301.637

-

€ 102.087

€ 2.403.724

OBS Sluis

Lelystad Haven

Vervangende nieuwbouw 1.573 (excl. wijkcentrum)

ja

nee

ja

€ 10.403.270

€ 112.166

€ 434.815

€ 10.950.251

OBS Driemaster

Boswijk

Vervangende nieuwbouw

1.509

ja

nee

ja

€ 10.116.126

€ 112.166

€ 422.079

€ 10.650.371

OBS Grundel, Lepelaar en De Bolder CBS Het Mozaïek2

Vervangende nieuwbouw en 3.164 clustering

ja

nee

ja

€ 17.541.486

€ 224.331

€ 751.424

€ 18.517.241

OBS Poolster

Vervangende nieuwbouw

n.v.t.

nee

ja

€ 7.576.698

€ 112.166

€ 309.445

€ 7.998.308

€ 66.932.471

€ 672.993

€ 2.964.597

€ 70.570.062

Waterwijk

1.555

Totaal

2 Voor het geclusterde gebouw is vooralsnog rekening gehouden met een dubbele opslag voor inclusief onderwijs. Financiële planning

61

een voorbeeld. Het gaat hierbij in eerste instantie om inhoudelijke samenwerking. Samengevat, geeft dit het volgende overzicht van de benodigde investeringsruimte Gezamenlijke huisvesting kan de samenwerking echter wel bevorderen of versterken voor de 2e tranche: Samengevat, geeft dit het volgende overzicht van de benodigde investeringsruimte voor de 2e tranche: en heeft daarom vaak de voorkeur van de betrokken partijen. Kwaliteit

Investering huisvesting 2e tranche

Groen en onderscheidend

€ 66.932.471

Groen, onderscheidend en inclusief onderwijs

€ 67.605.465

Groen, onderscheidend en klimaatadaptief

€ 69.897.068

Groen, onderscheidend, klimaatadaptief en inclusief onderwijs

€ 70.570.062

Wanneer het gewenst is dat ruimte voor kinderopvang wordt gerealiseerd in een nieuw te bouwen schoolgebouw, is het uitgangspunt dat de ruimte die we realiseren boven op de normatieve capaciteitsbehoefte van de school “budgetneutraal” gerealiseerd wordt. Dat wil zeggen dat de (jaar)lasten die gemoeid zijn met de investeringen voor deze aanvullende voorzieningen worden gedekt uit andere bronnen zoals huurinkomsten. Afhankelijk van de gekozen (juridische) constructie voor beheer en eigendom kan het wel gewenst zijn dat de initiële investering door de gemeente wordt gedaan, zoals dit tot nu toe gebruikelijk is. Dit leidt dan tot een hogere kredietaanvraag en hogere kapitaal- en/of exploitatielasten. Hier staat dan een kostenprijsdekkende huur tegenover, waarmee zowel de investering als de jaarlijkse lasten budgetneutraal zijn voor de gemeentelijke begroting.

financiële doorrekening is is gemaakt op basis vanvan de huidige inzichten, prijspeil 2026 en de leerlingenprognose 2025-2044. Uitzondering hierop zijn investeringen in extra ruimte voor maatschappelijke De financiële doorrekening gemaakt op basis de huidige inzichten, prijspeil In het kader van de volgende IHP Jaarprogramma’s zal steeds worden bekeken of bijstelling nodig, bijvoorbeeld op basis van voorzieningen zoals een buurtkamer of jongerenlokaal. Het realiseren van ruimte 2026 en de leerlingenprognose 2025-2044. In het kader van de volgende IHP Jaarde prijsontwikkeling van de bouwmarkt of wijzigingen in leerlingenprognoses. Voor ieder project geldt daarnaast dat voor dergelijke maatschappelijke voorzieningen betreft een (beleids)keuze van de programma’s zal steeds worden bekeken of bijstelling nodig, bijvoorbeeld op basis voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering aan de raad nog een voorstel wordt voorgelegd voor het vrijgeven van de gemeente waarvoor extra middelen in de begroting dienen te worden vrijgemaakt. van de prijsontwikkeling van de bouwmarkt of wijzigingen in leerlingenprognoses. middelen op basis van een concreet uitgewerkt plan, actuele prijzen en leerlingenprognoses.

Wanneer bij de uitwerking van de concrete planvorming per project blijkt dat, het Voor ieder project geldt daarnaast dat voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering gewenst is dat in een nieuw te realiseren schoolgebouw ook ruimte voor maataan de raad nog een voorstel wordt voorgelegd voor het vrijgeven van de middelen op Kindcentra en wijkcentra schappelijke voorzieningen wordt gerealiseerd, dan zal besluitvorming over de basis van een concreet uitgewerkt plan, actuele prijzen en leerlingenprognoses. De investeringskosten die in dit document zijn opgenomen, zijn gebaseerd op de (toekomstige) normatieve benodigde middelen hiervoor aan de raad worden voorgelegd. capaciteitsbehoefte voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen. Er is hierbij nog geen rekening gehouden met het mogelijk Kindcentra enextra wijkcentra realiseren van ruimte voor andere functies dan onderwijs. Specifiek benoemen we hierbij het voorgestelde nieuw te realiseren gebouw voor baDe investeringskosten die in dit document zijn opgenomen, zijn gebaseerd op de Er is echter toenemend sprake van samenwerking tussen het onderwijs en kinderopvang en overige maatschappelijke sisschool De Sluis. De Sluis is momenteel gehuisvest in een gebouw waarin ook wijk(toekomstige) normatieve capaciteitsbehoefte voor onderwijshuisvestingsvoorpartners. ‘Integrale Kindcentra’ zijn hiervan een voorbeeld.

Het gaat hierbij in eerste instantie om inhoudelijke samenwerking. Windhoek zieningen. Erhuisvesting is hierbij nog rekening gehouden met het mogelijk realiseren Gezamenlijke kangeen de samenwerking echter wel bevorderen of versterken en heeft daaromcentrum vaak de De voorkeur van is gevestigd. In de uitwerking van de planvorming voor De Sluis zal worden bekeken of en hoe deze ruimte kan worden betrokken in de vervangende van extra ruimte voor andere functies dan onderwijs. de betrokken partijen. nieuwbouw. De mogelijk extra benodigde investeringsruimte zal vervolgens worden Wanneer het gewenst is dat ruimte voor kinderopvang wordt gerealiseerd in een nieuw te bouwen schoolgebouw, is het voorgelegd voor besluitvorming door de raad in het kader van de besluitvorming over Er is echter toenemend sprake van samenwerking tussen het onderwijs en kinderuitgangspunt dat de ruimte die we realiseren boven op de normatieve capaciteitsbehoefte van de school “budgetneutraal” het projectplan en het vrijgeven van het krediet voor nieuwbouw van De Sluis. opvang en overige maatschappelijke ‘Integrale Kindcentra’ zijn hiervan voor deze gerealiseerd wordt. Dat wil zeggen dat departners. (jaar)lasten die gemoeid zijn met de investeringen aanvullende voorzieningen worden gedekt uit andere bronnen zoals huurinkomsten.

Afhankelijk van de gekozen (juridische) constructie voor beheer en eigendom kan het wel gewenst zijn dat de initiële investering door de gemeente wordt gedaan, zoals dit tot nu Financiële planning toe gebruikelijk is. Dit leidt dan tot een hogere kredietaanvraag en hogere kapitaal- en/of exploitatielasten. Hier staat dan een

62

6. Meerjarige financiële planning In de hierboven weergegeven tabellen is de benodigde investeringsruimte weergegeven voor de uitvoering van de voorgestelde investeringsagenda onderwijshuisvesting voor de periode 2027-2034. In de gemeentebegroting vertaalt deze investeringsruimte zich in jaarlijkse kapitaallasten. Deze lasten zijn in de onderstaande tabellen per jaar weergegeven. Zoals aangegeven zijn er daarnaast ook andere kosten waarmee rekening dient te worden gehouden, om een beeld te geven van het totaal van de jaarlijkse lasten voor de gemeentebegroting. Daarom zijn de eigenaarslasten van het gebouw (OZB en verzekering) en de van mogelijk te realiseren tijdelijke huisvesting voor scholen die gedurende de herbouw van hun schoolgebouw elders dienen te worden opgevangen, meegenomen in de hieronder weergegeven meerjarige financiële planning. Daarnaast zijn de investeringen in een aantal van de voor vernieuwing voorgestelde schoolgebouwen nog niet helemaal afgeschreven. Op het gebouw rust derhalve nog ‘boekwaarde’. Dit kan bijvoorbeeld omdat in de loop der jaren het schoolgebouw is uitgebreid met extra lokalen. Wanneer zo’n gebouw wordt gesloopt, dan dient de nog resterende boekwaarde in één keer te worden afgeschreven. Versnelde afschrijving hiervan levert anderzijds weer een meerjarig voordeel op.

De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de berekening van de jaarlasten: - Voor de periode van de planontwikkeling van een project tot en met de oplevering houden we rekening met 3 jaren. Vanaf het jaar na de verwachte oplevering van een gebouw gaan de kapitaallasten op de begroting drukken; - Een afschrijvingstermijn van 60 jaar voor nieuwe schoolgebouwen cf. het besluit van de raad van 31 mei 2022; - Een afschrijving van 40 jaar voor te renoveren schoolgebouwen; - Een rentepercentage van 0,25% - Prijspeil 2026 - Afschrijving van de eventuele nog resterende boekwaarde op een te vervangen schoolgebouw in het jaar van oplevering van het nieuwe gebouw; - De lasten van OZB en verzekering (eigenaarslasten) worden eveneens meegenomen in en vanaf het jaar van oplevering van het nieuwe of gerenoveerde gebouw. - Voor het realiseren van tijdelijke huisvesting is vooralsnog uitgegaan van benodigde budgetten van € 500.000 voor 2027, € 1.500.000 voor 2028 en € 1.000.000 voor 2029 en 2030.

Van de gebouwen die zijn voorgesteld voor vervanging in de tweede tranche zijn dit OBS Sluis, OBS Poolster en OBS Driemaster. De boekwaarde van het gebouw van RKBS Zeearend alsmede de schoolgebouwen in De Bolder zijn nihil ten tijde van de start van de projecten. De nog resterende boekwaarden zijn meegenomen in de onderstaande tabellen. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt wat het totaal van de financiële consequenties is van de uitvoering van de tweede tranche van het IHP Meerjarenperspectief. Dit hebben we gedaan voor het basisscenario ‘groen en onderscheidend’ en voor de scenario’s ‘groen, onderscheidend en inclusief onderwijs’ en ‘groen, onderscheidend, klimaatadaptief en inclusief onderwijs’. Financiële planning

63

Groen en Groen en onderscheidend onderscheidend Jaarlasten

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

2042

Stelpost tijdelijke huisvesting

€ 500.000

€ 1.500.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

Pro Steiger

€-

€ 110.766

€ 442.144

€ 441.374

€ 440.604

€ 439.833

€ 439.063

€ 438.293

€ 437.523

€ 436.753

€ 435.983

€ 435.212

€ 434.442

€ 433.672

€ 432.902

€ 432.132

RKBS Zeearend

€-

€-

€-

€ 55.898

€ 191.247

€ 183.469

€ 183.191

€ 182.913

€ 182.636

€ 182.358

€ 182.080

€ 181.802

€ 181.524

€ 181.246

€ 180.968

€ 180.690

Opvang groei wijk

€-

€-

€-

€ 19.288

€ 63.402

€ 63.307

€ 63.211

€ 63.115

€ 63.019

€ 62.923

€ 62.827

€ 62.731

€ 62.635

€ 62.539

€ 62.443

€ 62.348

OBS Sluis

€-

€-

€-

€-

€ 790.290

€ 286.575

€ 286.142

€ 285.708

€ 285.275

€ 284.842

€ 284.408

€ 283.975

€ 283.541

€ 283.108

€ 282.674

€ 282.241

OBS Driemaster

€-

€-

€-

€-

€-

€ 174.031

€ 278.666

€ 278.244

€ 277.823

€ 277.401

€ 276.980

€ 276.558

€ 276.137

€ 275.715

€ 275.294

€ 274.872

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€ 161.998

€ 483.209

€ 482.479

€ 481.748

€ 481.017

€ 480.286

€ 479.555

€ 478.824

€ 478.093

€ 477.362

OBS Poolster

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€ 378.818

€ 208.713

€ 208.397

€ 208.081

€ 207.766

€ 207.450

€ 207.134

€ 206.819

Totaal

€ 500.000

€ 1.610.766

€ 1.442.144

€ 1.516.559

€ 1.485.543

€ 1.147.215

€ 1.412.270

€ 1.731.483

€ 2.107.571

€ 1.934.736

€ 1.931.691

€ 1.928.645

€ 1.925.600

€ 1.922.554

€ 1.919.508

€ 1.916.463

Scholencluster

De Bolder

Financiële planning

64

Groen, onderscheidend Groen, onderscheidenden eninclusief inclusief Jaarlasten

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

2042

Stelpost tijdelijke huisvesting

€ 500.000

€ 1.500.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€-

Pro Steiger

€-

€ 110.766

€ 442.144

€ 441.374

€ 440.604

€ 439.833

€ 439.063

€ 438.293

€ 437.523

€ 436.753

€ 435.983

€ 435.212

€ 434.442

€ 433.672

€ 432.902

€ 432.132

RKBS Zeearend

€-

€-

€-

€ 55.898

€ 193.397

€ 185.615

€ 185.332

€ 185.049

€ 184.767

€ 184.484

€ 184.201

€ 183.919

€ 183.636

€ 183.354

€ 183.071

€ 182.788

Opvang groei wijk

€-

€-

€-

€ 19.288

€ 63.402

€ 63.307

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=873f51bf-7cb6-4051-a251-a53603555207