CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL1 Toelichting

Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 16 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.289 Vaststelling bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad37.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

3.7

Stadsstrand

In het stedenbouwkundig (master)plan is langs de kustlijn van Meerdijkhaven een groot en kleiner stadsstrand voorzien. Ten opzichte van eerdere schetsen is het grote stadsstrand in zuidwestelijke richting opgeschoven en een kwartslag gedraaid om tegemoet te komen aan zorgen die bewoners aan de Saerdam, Vliegent Hert, Reygersbeek in het participatieproces hebben geuit ten aanzien van te verwachte overlast. Zo wordt het strand geen strook maar een eigenstandig element met ruimte voor sport, spel, zwemmen en cultuur. Het strand is in samenhang met de boulevard en het wandelgebied een belangrijke toevoeging aan 5 mei 2026

25

de recreatieve mogelijkheden van de stad waardoor de kust van meer betekenis wordt voor de Lelystedeling. Het draagt ook bij aan de kwaliteit/aantrekkelijkheid van de woonomgeving van de bestaande en nieuwe woonwijken. De onderbouwing van de noodzaak van een stadsstrand in Lelystad is als volgt: • De zomers worden warmer waardoor er steeds vaker behoefte is aan afkoeling; • Lelystad groeit over de komende decennia met 50-100%, waardoor veel meer mensen behoefte hebben aan afkoeling en recreatiemogelijkheden in de buurt; • De binnendijkse stranden kampen met een slechte waterkwaliteit en zijn in de afgelopen jaren ongeschikt geworden (Larserbos, Bovenwater); • De aan het Markermeer en IJsselmeer gelegen Lelystadse stranden zijn te klein en gelegen op te grote fiets- en wandelafstand voor de meeste Lelystedelingen. • Geschikte zwemstranden liggen voornamelijk ver weg (Almeerderstrand, stranden langs de randmeren en bij Trintelhaven) en zijn alleen per auto te bereiken. Een stadsstrand ter plaatse van Meerdijkhaven heeft volgens de gemeente als voordelen: de goede bereikbaarheid met OV (vaste buslijn), de fiets en te voet (dichtbij woonwijken) en de goede waterkwaliteit (mits voldoende wateruitwisseling met het Markermeer is gewaarborgd).

3.8

Klimaatadaptatie, energievoorziening en circulariteit

Het stedenbouwkundig (master)plan geeft aan dat alle woningen en voorzieningen energieneutraal worden en dat zonnepanelen, groene daken, natuurlijke materialen (biobased bouwen) kunnen worden toegepast om invulling te geven aan natuurinclusiviteit. Het stedenbouwkundig (master)plan stelt voor dat voor natuurinclusiviteit en biobased bouwen aparte strategieën worden opgesteld. Hierin moeten ook de kaders worden uitgewerkt ten aanzien van energieneutraliteit, CO2 neutraal bouwen, minimale milieuprestatie score voor gebouwen en duurzaamheid in gebruiks- en beheerfase. In paragraaf 5.13 worden maatregelen en kader voorgeschreven om de duurzaamheid en natuurinclusiviteit te borgen.

3.9

Beeldkwaliteit

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt na vaststelling van het bestemmingsplan een beeldregieplan opgesteld die onderdeel wordt van de welstandsnota. Dit plan geldt als toetsingselement voor beoogde ontwikkelingen voor het onderhavige plangebied.

3.10

Weg te bestemmen functies, te verplaatsen functies en te behouden functies

In en om het gebied ligt een aantal functies die ruimtelijk of functioneel niet samengaan met de gewenste toekomstige invulling van het gebied. Deze worden na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wegbestemd en/of verplaatst. Het gaat om de volgende functies: Bunkervoorziening In het Bataviakwartier, net ten noorden van de Bataviahaven, is planologisch een bunkervoorziening mogelijk gemaakt waar schepen brandstof kunnen inslaan. Dit bunkerstation is niet gerealiseerd en komt te vervallen in de nieuwe situatie. 5 mei 2026

26

Loswal Direct ten noorden van de Noordersluis, in deelgebied Meerdijkhaven, ligt een loswal van het Waterschap Zuiderzeeland die in gebruik is bij een tweetal bedrijven. De loswal maakt deel uit van de primaire waterkering. De gemeente zet in op het wegbestemmen en ontmantelen van de loswal voor zover gelegen binnen dit bestemmingsplan, aangezien deze functie daar niet mogelijk is in combinatie met de toekomstige woonbebouwing in Meerhavendijk. Bedrijven hebben een huurcontract met het waterschap voor het in gebruik nemen van de loswal. In afstemming met het waterschap en de betreffende bedrijven wordt gezocht naar een alternatieve locatie voor de loswal buiten het plangebied. Het verplaatsen van de loswal betreft een dijkreconstructie op twee locaties (bestaande en nieuwe locatie). Hierbij moet de infrastructuur (bovengronds en ondergronds) aangepast worden. Voordat de bestaande loswal wordt geamoveerd dient de vervangende loswal gerealiseerd te zijn. Graansteiger De Graansteiger komt vanwege de landaanwinning te vervallen.

5 mei 2026

27

4

Beleid

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI zijn belangrijke keuzes beschreven, te weten: • Een klimaatbestendige inrichting van Nederland.

Dat betekent dat Nederland zo wordt ingericht dat het de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; • De verandering van de energievoorziening. Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit; • De overgang naar een circulaire economie, waarbij tegelijk een concurrerend en aantrekkelijk vestigingsklimaat wordt geboden. • De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden. Voorbeelden zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; • Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een voorkeursvolgorde logistieke functies: • Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI.

Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda's Provinciaal beleid. In dat kader zijn ook NOVEX-gebieden aangewezen. NOVEX gebieden zijn gebieden die aangewezen zijn voor grote ruimtelijke transities en waar een apart ontwikkelperspectief voor nodig is. Voor deze gebieden worden plannen gemaakt voor een 5 mei 2026

28

duurzame gebiedsontwikkeling voor (woning)bouw, infrastructuur, energietransitie en natuur. Het verstedelijkingsconcept 2050 is de uitwerking van het NOVEX-gebied ‘Metropoolregio Amsterdam’ waarbinnen ‘Waterfront Stedelijke Kust’ valt. Het programma Lelystad Next Level ligt aan de basis van Rijkregio inzet en is opgenomen in dit verstedelijkingsconcept. De volgende gebiedsgerichte afspraken hebben betrekking op Waterfront Stedelijke Kust: • Natuur- en landschapsontwikkeling verbonden aan het tot stand brengen van een Toekomstbestendig Ecologisch Systeem Markermeer-IJmeer en het Handelingsperspectief Oostflank, op basis van de ontwikkelprincipes van Panorama Markermeer-IJmeer en in de context van Amsterdam Bay Area, Nationaal Park Nieuw Land en de Kustzone van Lelystad. • Versnelling woningbouw woningbouw Lelystad-Zuid / Warande (Zuider C) in samenhang met (her)ontwikkeling bestaande stad (inzet rijksgronden, oplossen stikstofrestricties, verbonden aan Lelystad Next Level. Het project Waterfront Stedelijke Kust valt in het NOVEX-gebied ‘Metropoolregio Amsterdam’. Het voornemen is daarmee in lijn met de gebiedsgerichte afspraken uit het verstedelijkingsconcept. Ladder voor duurzame verstedelijking Wanneer sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, dan is een plan Ladderplichtig. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 3.1.1.

Bro gedefinieerd als een: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Bij wonen geldt dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij een woningbouwlocatie vanaf 12 woningen. De beoogde ontwikkeling Waterfront maakt derhalve een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk. Voor het bepalen van de behoefte van de ruimtelijke ontwikkeling van het project Waterfront Kust, wordt de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna te noemen: de Ladder) doorlopen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Deze ladder bestaat uit twee treden en is bedoeld als hulpmiddel bij een zorgvuldige afweging van ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Het doorlopen van de Ladder heeft als doel het realiseren van een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een acceptabel woon- en leefklimaat en een duurzaam ruimtegebruik. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking kent de volgende stappen: 1. Nagegaan wordt in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte voorziet; 2.

Indien uit 1) blijkt dat er sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Belangrijk bij de invulling van de treden is om te kijken naar zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve aspecten. Het gaat dus niet alleen over programma's of oppervlakten, maar ook over de mogelijkheden om bepaalde functies goed te kunnen laten functioneren. De stappen die worden gevraagd, bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van het gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het Waterfront ligt. De ontwikkeling Waterfront betreft gedeeltelijk een plan buiten bestaand stedelijk gebied (landaanwinning) waardoor de onderbouwing voor de Ladder ook een BSG-afweging moet bevatten (beschikbare alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied). 5 mei 2026

29

In opdracht van de gemeente Lelystad heeft STEC Groep een Ladder-toets (23 oktober 2023) uitgevoerd. Per functie (Wonen, Horeca/Leisure, Detailhandel, Cultuur) is antwoord geven op de volgende hoofdvragen: • Voorziet de betreffende functie in een behoefte? • Kan de behoefte landen binnen bestaand stedelijk gebied? • Welke mogelijke ruimtelijke effecten zijn te verwachten? • Wat zijn mogelijke aandachtspunten voor toets op de Ladder? Met het onderzoek wordt de behoefte van de gebiedsontwikkeling Waterfront Stedelijke Kust aangetoond. Het onderzoek is bijgevoegd in bijlage 1 van deze toelichting. Conclusies Wonen Voor de woningvraag is gebruik gemaakt van de meest recente Primos huishoudensprognose uit 2023. Dit is een basisbehoefte, ongeachte mogelijke extra toestroom van buiten de gemeente. De vraag op basis van de (beleidsarme) Primos-prognose tot en met 2030 is circa 2.900 woningen en tot en met 2040 circa 9.200 woningen. De minimale vraag is daarmee 9.200 woningen (en kan bij het behalen van bepaalde beleidsdoelen en ambities hoger oplopen). Voor de Laddertoets is de onbenutte capaciteit in vastgestelde onherroepelijke bestemmingsplannen afgewogen. In de gemeente Lelystad resteren er in deze categorie nog circa 3.700 woningen (peildatum mei 2023).

Daarnaast beschikt de gemeente nog over potentiële locaties, ideeën en initiatieven die eventueel in de toekomst worden ontwikkeld. Hierdoor resteert een behoefte van circa. 5.500 woningen. Door binnen het plan Waterfront tot en met het jaar 2040 maximaal 2.700 woningen te realiseren wordt een deel van deze resterende behoefte ingevuld. Het plan voorziet in een behoefte binnen het verzorgingsgebied in de komende twintig jaar. Ruimtelijke effecten door toevoeging van woningen binnen het plan Waterfront zijn naar verwachting beperkt. Gezien de geconstateerde behoefte waarin het plan kan voorzien, de huidige woningnood in Nederland en binnen het verzorgingsgebied en het gebrek aan geschikte alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied, wordt geconcludeerd dat vanuit Ladderperspectief dat er geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten te verwachten zijn. Retail De functie retail binnen het bestemmingsplan bestaat hoofdzakelijk uit de uitbreiding van het huidige Batavia Stad Fashion Outlet (circa 7.000 m² bvo). Daarnaast wordt er ruimte geboden aan ander detailhandelsaanbod dat gerelateerd moet zijn aan het Bataviakwartier-concept. Batavia Stad kent een forse omzetgroei (33% hoger t.o.v.

2022), toename in aantal bezoekers (22% hoger dan Q1 pre-coronajaar 2019), toename van bestedingen (gemiddeld 27% meer uitgaven dan in precoronajaar 2019) en een afname van de leegstand (in m2 gedaald van 14% in 2018 naar 8,6% in 2023). Dit zijn alle indicatoren dat Batavia Stad Fashion Outlet momenteel zeer goed functioneert. Het huidige lage leegstandspercentage ligt bovendien rond het doorgaans gewenste frictieniveau van 5 tot 6%. Batavia Stad verwacht dat het bezoekersaantal de komende jaren fors door zal groeien vanwege o.a.: - een sterk ontwikkeld merkenportfolio; - focus op internationale premium merken dat nieuwe doelgroepen aantrekt. Door de huidige verhouding tussen aantal bezoekers en aantal vierkante meter winkelvloeroppervlak te extrapoleren naar de beoogde uitbreiding, is inzicht verkregen in de benodigde bezoekersaantallen voor Batavia Stad voor het beoogde aantal vierkante meter winkelvloeroppervlak:

5 mei 2026

30

-

Het huidige winkelvloeroppervlak is 24.362 m2 (detailhandel 19.893 m2, horeca 1.438 m2, leegstand 3.031 m2; het bezoekersaantal in 2022 was circa 2.243.000; Dit betekent dat voor iedere meter winkelvloeroppervlak circa 89 jaarlijkse bezoekers nodig zijn (uitgaande van het huidige functioneren);

Gezien het verwachte aantal bezoekers van circa 3,45 miljoen in 2026 2, is de beoogde uitbreiding in aantal vierkante meters passend. Uitbreiding detailhandelscluster zorgt voor kwaliteitsimpuls van Lelystad en is invulling van breder beleid In Lelystad wordt ingezet op een evenwichtige winkelstructuur, waarbij alle afzonderlijke winkelgebieden (Stadshart, wijkcentra en thematische centra als Palazzo en Batavia Stad) complementair zijn aan elkaar en ieder winkelgebied afzonderlijk een bepaalde functie binnen deze structuur vervult. Hierbij wordt gestreefd naar een duurzame aanbodstructuur, bestaande uit ook op de langere termijn levensvatbare, elkaar aanvullende winkelgebieden. Het doel hiervan is het borgen en versterken van de lokale verzorgingsfunctie van de winkelvoorzieningen over de gehele stad en het Stadshart in het bijzonder. Om die reden is het van belang om bij elk initiatief goed af te wegen wat de effecten zijn op de gewenste detailhandelsstructuur, waarbij geldt dat verdere ontwikkeling van Batavia Stad niet ten koste mag gaan van de vitaliteit en positie van Stadshart. Het bijzondere karakter van Batavia Outlet Center en de (boven)regionale aantrekkingskracht wordt Batavia Stad in de detailhandelsstructuur geeft het winkelgebied een uitzonderlijke positie binnen de detailhandelsstructuur.

Door vast te houden aan het outletconcept en de gestelde voorwaarden is weinig effect op het functioneren van andere locaties en het Stadshart in bijzonder gemeten. Vanuit gemeentelijk beleid wordt gestuurd op het behoud van het outlet concept. Wanneer dit concept gehandhaafd wordt is er ruimte voor uitbreiding van Batavia Stad. Voor uitbreiding geldt dat afgewogen moet worden welk effect het heeft op de voorgestane detailhandelsstructuur. Het functioneren van de verschillende winkelgebieden en de gewenste detailhandelsstructuur wordt periodiek middels een Distributief Planologisch Onderzoek (DPO) gemonitord. Dit onderzoek heeft in 2019 voor het laatst plaatsgevonden in navolging op deelname aan het regionale koopstromenonderzoek (KSO 2018) dat vanuit de provincie Noord-Holland wordt uitgevoerd. De combinatie van beide onderzoeken geeft een goed inzicht in het huidige en toekomstige functioneren van de verschillende winkelgebieden en daarmee over de gewenste detailhandelsstructuur. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat Lelystad naar de toekomst toe over meer dan de benodigde aantal reguliere vierkante meters detailhandel beschikt om de gewenste detailhandelsstructuur goed te laten functioneren. Er zal eerder sprake moeten zijn van een opwaardering in combinatie met sanering volgens het ‘nieuw voor oud-principe’.

Het toevoegen van winkelmeters kan enkel in wanneer voorzien wordt in een behoefte in een specifiek segment met een eigen (bovengemeentelijke) doelgroep. Dit is voor de beoogde uitbreiding binnen het plangebied Waterfront het geval: het voorziet in een specifiek segment en een eigen (bovenregionale) doelgroep. Geconcludeerd wordt dat deze beoogde ontwikkeling sec op basis van de Ladder geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten met zich mee zal brengen. Hier liggen verschillende argumenten aan ten grondslag: - De winkelmeters die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn enkel bedoeld voor winkels die gerelateerd of onderdeel zijn van Batavia Stad. Hoewel concurrentie vanuit Ladderperspectief geen grondslag is voor een afweging, kan concurrentie wel leiden tot relevante 2

Bron: Batavia Stad, juni 2023

5 mei 2026

31

-

-

-

ruimtelijke effecten. Leegstand is vanuit ruimtelijk oogpunt ongewenst en moet daarom worden overwogen. Het Fashion Outlet biedt een ander winkelaanbod dan in wijkwinkelcentra of het centrum van Lelystad en is daarmee slechts beperkt concurrerend; De binding van de Lelystedeling aan Batavia Stad is al jaren ongeveer gelijk (9%), terwijl de situatie in het centrum in de tussentijd verslechterd is. De afvloeiing naar andere steden en online is wel omhoog gegaan, waardoor het meer voor de hand ligt dat de Lelystedeling zich meer die kant op is gaan richten en niet zozeer op Batavia Stad; Het bezoekersmotief voor de Fashion Outlet is beduidend anders dan voor winkels in de (kleinere) binnensteden van bijvoorbeeld Lelystad of wijkwinkelcentra. Bezoekers van de Fashion Outlet zijn doorgaans ‘dagjes mensen’. Zij komen voor een dagje uit. Bezoekers van wijkwinkelcentra of kleinere binnensteden zoals Lelystad doen dit doorgaans veel gerichter en in een beperkter tijdsbestek. Dit is ook conform het aanbod in beide gebieden: Waar het winkelaanbod binnen Batavia Stad voor 72% bestaat uit de branche ‘Mode & Luxe’, is dat in Centrum Lelystad 20% 3. Het aanbod in Centrum Lelystad bestaat verder voor circa 12% uit cultuuraanbod, 16% uit dagelijks aanbod en 11% uit horeca.

Gezien het grote verschil in aanbod, bezoekersmotief en reikwijdte is er slechts beperkt sprake van concurrentie tussen beide plekken; Het verzorgingsgebied van Batavia Stad is velen malen groter dan dat van reguliere kleinschalige winkelkernen. Dit betekent dat Batavia Stad een veel grotere trekkracht heeft en daarmee bezoekers trekt van buiten de eigen gemeente of regio (dit blijkt onder andere uit het KSO 2021).

Supermarkt Het plan maakt een specifieke detailhandelsfunctie mogelijk, namelijk een supermarkt. De supermarkt wordt maximaal 2.500 m² bvo. Dit is circa 1.700 m² wvo en is daarmee een volwaardige en ruim opgezette supermarkt. In het verzorgingsgebied – binnen de twee kilometerstraal – zijn drie supermarkten gevestigd. Dit zijn de supermarkten Aldi en Jumbo in Jol en Albert Heijn in Kempenaar. Net buiten de twee kilometerstraal is bovendien een aantal supermarkten gevestigd, namelijk Plus (Botter), Albert Heijn (Warande), Aldi, Boni en Lidl in de wijk Tjalk en bij het centrum onder andere een Jumbo en Albert Heijn. Overige (supermarkt)aanbieders liggen verspreid over Lelystad. In totaal zijn er dus drie supermarkten gevestigd in het verzorgingsgebied, met een totaaloppervlak van circa 3.500 m² wvo. De omvang van de supermarkten varieert daarbij tussen de circa 800 m² wvo en 1.500 m² wvo. Voor het bepalen van de (indicatieve) marktruimte en actuele behoefte is een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. Op basis van distributieplanologisch onderzoek wordt geconstateerd dat er sprake is van een gezonde markt voor supermarkten in het verzorgingsgebied. Na de ontwikkeling van 2.400 tot 2.700 woningen binnen Waterfront neemt het economisch draagvlak voor supermarkten door inwonersgroei toe. De marktruimte komt dan uit op circa 2.800 m² wvo.

Wanneer de beoogde supermarkt van circa 1.700 m² wvo te zijner tijd ook is gerealiseerd resteert er nog enige marktruimte van circa 1.100 m² wvo. Gezien de toekomstige marktruimte voor een supermarkt in het gebied Waterfront - mits het aantal huishoudens inderdaad naar verwachting groeit - zal de beoogde supermarkt voorzien in een (toekomstige) behoefte. Gezien het draagvlak dat op termijn ontstaat (zeker gezien de nieuwe woningen binnen Waterfront) zullen effecten op andere supermarkten in de omgeving naar verwachting aanvaardbaar zijn. Het is niet uit te sluiten dat supermarkten enige omzeteffecten ervaren, maar het draagvlak binnen het verzorgingsgebied is voldoende groot om deze effecten te mitigeren. Onaanvaardbare ruimtelijke effecten doen zich naar verwachting dan ook niet voor. 3

Bron: Locatus, 2023

5 mei 2026

32

Horeca Binnen het plan Waterfront worden diverse vormen van horeca mogelijk gemaakt. Uit gegevens van het Bedrijfschap Horeca en Catering (2021) komt naar voren dat een café-restaurant een omzet genereert van circa € 3.800 per m², een lunchroom genereert gemiddeld een omzet van circa € 3.300 per m². Op basis van kengetallen (Food Service Instituut, 2017; HorecaRama, 2021) is de potentiële omzet vanuit bezoekers van leisure en retail circa € 3,75 miljoen tot € 20 miljoen per jaar. Uitgaande van de gemiddelde omzet per vierkante meter van € 3.300 tot € 3.800 per m2, is de horecavraag van bezoekers van leisure en retail circa 1.150 tot 6.000 m². De toekomstige bewoners van Waterfront vormen een belangrijke doelgroep voor de beoogde horecagelegenheid. In de laddertoets wordt een onderbouwing gegeven van het potentiële horecabezoek van deze doelgroep. De verwachte bezoekersaantallen voor Batavia Stad stijgen fors: een toename van circa 1,3 miljoen jaarlijkse bezoekers. Daarnaast zal het grootschalige leisureaanbod een fors aantal bezoekers trekken (meer dan 1 miljoen per jaar), bestaande uit zowel dagbezoekers als bezoekers die ook overnachten. Ten slotte zullen er circa 2.400 tot 2.700 huishoudens in het gebied bijkomen (gelijk aan zo’n 5.400 tot 6.750 bewoners, uitgaande van huidige huishoudensomvang van 2,25 in Lelystad).

Al deze bezoekers en bewoners zijn potentiële gasten van de horeca in het gebied Waterfront. Op basis van deze twee doelgroepen is de verwachte behoefte aan horeca in het gebied Waterfront berekend. Uitgaande van de gemiddelde omzet per vierkante meter en een totale potentiële omzet per jaar wordt een behoefte verwacht vanuit deze doelgroep van circa 1.240 tot 1.890m² bvo horeca. Geconcludeerd wordt dat de vraag vanuit de twee genoemde doelgroepen gezamenlijk zo’n 2.400 tot 7.900 m² bvo betreft. Dit is – gezien de onzekerheid rondom enkele aannames - een brede bandbreedte. Gezien het bestemmingsplan een maximum in aantal vierkante meters mogelijk maakt, is het vanuit een goede ruimtelijke ordening verdedigbaar dat binnen het bestemmingsplan maximaal circa 7.900 m² mogelijk wordt gemaakt. Horeca binnen plangebied Waterfront betekent een kwalitatieve versterking van horeca-aanbod Adviesbureau Ginder deed onderzoek naar kansen en risico’s op het gebied van horeca in Lelystad (juli, 2022). Hieruit blijkt dat horecaontwikkeling in het projectgebied Waterfront een kwalitatieve versterking voor Lelystad kan zijn. Geconcludeerd wordt dat dat de snelle bevolkingsgroei van de stad een bepaalde extra vraag genereerd. Naast (een groei van) eigen inwoners profiteert de horeca van de brede toeristisch recreatieve functie in Lelystad, aangevuld met de zakelijke markt en ‘traffic’-klandizie.

Zo onderscheiden de deelgebieden in Lelystad zich met een diversiteit aan marktsegmenten op basis van doelgroepen en bezoekmotieven. De belangrijkste conclusies die Ginder uit de benchmark trekt zijn dat in Lelystad de sector Dranken sterk achterblijft en dat de gemeente een groot metrage Fastfood kent. De groei van het horeca aanbod is achter gebleven. De sterkste groei vond nog plaats in de ondersteunende centra terwijl het aandeel in het Stadshart achterbleef. De horeca in Batavia Outlet wordt goed gewaardeerd. Uit de benchmark met Nederlandse outlet centers wordt duidelijk dat haar horeca aanbod redelijk in de pas loopt maar met buitenlandse outlets blijft het achter. BSFO wil blijven vernieuwen en spiegelt zich aan de internationale retailmarkt en andere outlet centers. Internationaal wordt horeca belangrijker voor centrumgebieden en outlet centers. Om de bezoekerseconomie van Lelystad een impuls te geven liggen er kansen om de horeca verder te ontwikkelen: met name kwalitatief en ter versterking van deelgebieden. Er ligt een flinke opgave om de horeca concentratiegebieden in het Stadshart en Bataviakwartier te versterken. Naast de potentie van horeca in Lelystad is ook gekeken naar bestaande plannen voor verschillende deelgebieden in Lelystad en de mogelijke marktruimte voor horeca in Lelystad. Hieruit wordt geconcludeerd 5 mei 2026

33

dat kwantitatief (op basis van normomzetten per bedrijf, inwoners en bezoekersgroei en omzetpotentie) er marktruimte is voor ruim 5.500 m² bvo in de komende 15 jaar voor heel Lelystad. Ginder concludeert ook dat horeca binnen Batavia Fashion Outlet en elders in dit gebied onderscheidend blijft zolang dit ondergeschikt blijft aan het winkel/outletaanbod. Batavia Fashion Outlet moet zich continu vernieuwen om meer beleving, gemak en service te bieden. Enkel op die manier kan het blijven concurreren met ander outletaanbod. Perspectief voor Batavia Outlet zit vooral in het ontwikkelen/versterken van (onderscheidende en eigentijdse) horeca, parallel aan de verdere uitbouw van het vrijetijdsgebied (en met name Bataviastad). Er is – in potentie - voldoende behoefte aan de vierkante meters horeca in het plan. Hierdoor zal er naar verwachting geen onaanvaardbaar ruimtelijk effect zijn. De reden hiervoor is dat het plan zich met name richt op bezoekers en nieuwe bewoners van het gebied. Deze groep zou voldoende potentiële omzet met zich meebrengen om een gezonde exploitatie te draaien. Effecten op horeca-aanbod in de omgeving zijn niet uit te sluiten, maar gezien de grote bezoekersaantallen is er voldoende omzetpotentieel.

Mogelijke ruimtelijke effecten ontstaan daarmee vooral vanuit concurrentie, maar ruimtelijk gezien zal het plan geen onaanvaardbare effecten (zoals onaanvaardbare leegstand) met zich meebrengen. Leisure Met het bestemmingsplan voor de ontwikkeling Waterfront worden diverse amusementsattracties mogelijk gemaakt. Grootschalige leisure in het gebied Waterfront heeft een grote aantrekkingskracht op inwoners vanuit een zeer ruime straal. Leisure-expert en adviesbureau Innoxite geeft aan dat al deze functies (in potentie) jaarlijkse (honderd)duizenden bezoekers trekken. De verwachting is dat een grootschalige indoor leisure voorziening jaarlijks circa 600.000 bezoekers trekt. Andere grootschalig leisureaanbod trekt naar verwachting aanvullend nog duizenden jaarlijkse bezoekers zoals een adventurepark (circa 200.000), cultureel aanbod (circa 100.000) en een waterpark (circa 350.000). Deels zal er overlap zitten in de bezoekers maar voor het merendeel gaat het om unieke bezoekers. De beoogde leisure voorzieningen trekken daarmee naar verwachting circa 1,25 miljoen bezoekers per jaar. Dit aantal bezoekers vormt een belangrijke doelgroep (en draagvlak) voor andere gelieerde voorzieningen zoals met name hotels en andere horeca. Imagine Leisure (2023) heeft een gap-analyse uitgevoerd voor leisure-ontwikkelingen binnen het Waterfront.

De Ladder vraagt om vraag en aanbod binnen het verzorgingsgebied van de betreffende ontwikkeling tegen elkaar af te zetten. Imagine Leisure (2023) heeft een gap-analyse uitgevoerd voor leisure-ontwikkelingen binnen het Waterfront waarmee het onderscheidend vermogen en de potentiële aantrekkelijkheid van leisureaanbod is bepaald. Lelystad kenmerkt zich momenteel nog door een kleinschalig leisure aanbod met een Gap-analyse bepaald (bron: Imagine Leisure, 2023) aantal grote trekkers zoals Batavia Stad en Aviodrome, met natuurgebieden als de Oostvaardersplassen en het IJsselmeer en omliggende attracties zoals Lowlands en Walibi Holland. In de directe nabijheid is weinig leisure aanbod (Amsterdam en Walibi uitgezonderd). In Almere is beperkt kleinschalig aanbod zoals lasergamen en een kleine dierentuin. Op basis van 13 indicatoren zoals verwachte ‘nieuwe bezoekers’, ‘seizoensafhankelijkheid’, ‘herhalingsbezoek’ en ‘iconische status’ is een inschatting gemaakt van de meest geschikte leisure functies, die voorzien in een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Op basis van deze analyse de gap-analyse is een top 10 van meest passende attracties gemaakt (zie Gap-analyse). Het leisureaanbod binnen Waterfront is aan de hand van dit onderzoek in het plan Waterfront opgenomen.

Gezien de verwachting dat bezoekers vanuit een zeer ruime regio op een grootschalige leisure functie afkomen, zal het economische en ruimtelijk effect op bestaande leisure functies worden uitgesmeerd over een groot gebied (primair binnen een straal van anderhalf uur reistijd en in potentie een groter gebied). Een specifiek verdringingseffect op bepaalde leisure functies in bijvoorbeeld de omgeving zijn daarmee beperkt. Het feit dat het beoogde leisureaanbod van dit plan zich onderscheidt ten opzichte van het huidige aanbod 5 mei 2026

34

in Lelystad en omgeving zorgt er voor dat effecten verder worden gemitigeerd. Er wordt geconcludeerd dat het beoogde leisureaanbod niet zal leiden tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten (onaanvaardbare leegstand) elders. Hotel Het bestemmingsplan voor Waterfront maakt hotelfuncties mogelijk. Vanuit de aantrekkingskracht van het leisure- en retail aanbod zal een extra vraag naar verblijfsaccommodaties worden gegenereerd. Uitgaande van de verwachte circa 1,25 miljoen bezoekers per jaar, is er in potentie een groot aantal jaarlijkse hotelbezoekers. Leisure-expert Innoxite verwacht door dit leisure- en retail aanbod dat er dagelijks circa 700 tot 1.000 extra bezoekers overnachten in het gebied. Dit type bezoeker maakt doorgaans met twee personen gebruik van één kamer waardoor de dagelijkse behoefte circa 350 tot 500 kamers zal zijn. De verwachte aantrekkingskracht en daarmee gepaard gaande combinatiebezoeken van bezoekers aan het leisure- en retail aanbod, creëert een grote behoefte aan nieuwe hotelkamers in het gebied Waterfront. Bovenop deze specifieke behoefte, zal er op termijn ook een extra behoefte ontstaan aan ‘regulier’ hotelkameraanbod binnen de gemeente Lelystad (circa 225 kamers in de komende 20 jaar). Gezien deze algehele grote behoefte én het specifieke totaalconcept binnen Waterfront, zullen ruimtelijke effecten op andere plekken beperkt zijn.

De verwachting is dan ook dat zich geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten voordoen door de toevoeging van circa 575 hotelkamers in het plan Waterfront. Culturele voorzieningen Voor de functie cultuur wordt planologisch 22.000 m2 bvo mogelijk gemaakt4. De behoefte aan cultuur is niet vooraf te berekenen in een marktruimteberekening. Immers, de behoefte aan cultuur wordt mede bepaald door de gebruikers en bewoners en vooral beïnvloed door overheidsbeleid. Cultuurvoorzieningen concurreren hierdoor ruimtelijk gezien niet met andere locaties. Ruimtelijke effecten zijn mogelijk, maar dit zal niet leiden tot onaanvaardbare effecten. Nieuw aanbod heeft niet tot nauwelijks effect op het functioneren van andere functies en plekken en leidt dus ook niet tot onaanvaardbare leegstand.

4.1.2

Besluit en Ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) borgen de nationale belangen uit de NOVI door de doorvertaling in juridische kaders5. De onderwerpen uit deze wettelijke regelingen dienen beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op decentraal niveau. Deze regels zijn dus van invloed op het vaststellen van het bestemmingsplan. De locatie is gelegen binnen het gebied IJsselmeergebied (Titel 2.12). In artikel 2.12.2. lid 1 van het Barro wordt gesteld dat een bestemmingsplan geen bestemmingen mag bevatten die ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan nieuwe bebouwing of landaanwinning mogelijk maken. Dit lid geldt niet voor nieuwe bebouwing of landaanwinning, die na 22 december 2009 in een bestemmingsplan zijn of worden mogelijk gemaakt. Daarbij geldt dat totale oppervlakte van nieuwe bebouwing of landaanwinning ten behoeve van woondoeleinden daaraan gerelateerde activiteiten en een overslaghaven voor de gemeente Lelystad ten hoogste 150 hectare mag bedragen. Met het project Waterfront wordt maximaal 30 hectare landaanwinning mogelijk gemaakt. Na 22 december 2009 heeft de gemeente Lelystad op haar grondgebied ca. 10 hectare landaanwinning mogelijk gemaakt, waardoor nog circa 140 hectare beschikbaar is.

Het planvoornemen past

4 5

Dit betreft netto geen uitbreiding: het geldende bestemmingsplan maakt dit ook al mogelijk. Sinds 1 januari 2024 is het Barro opgenomen in het Bkl.

5 mei 2026

35

hier ruimschoots binnen en is daarmee passend binnen de regels van Titel 2.12 IJsselmeergebied uit het Barro.

4.1.3

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)

In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) van kracht. Dit geeft uitvoering aan de Ministeriële regeling dat verschillende gebieden, objecten en zones worden aangewezen waar bij de vaststelling van bestemmingsplannen en inpassingsplannen rekening mee moet worden gehouden. In het Rarro zijn reserveringsgebieden opgenomen ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen. Daaruit blijkt dat geen reserveringszone is opgenomen ter plaatse of in de omgeving van het plangebied van dit bestemmingsplan. Het Rarro heeft voor dit plan geen consequenties.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Flevoland straks

De Omgevingsvisie FlevolandStraks is door de provinciale staten van de provincie Flevoland op 8 november 2017 vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities er zijn voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. In deze omgevingsvisie wordt ingezet op een Flevoland dat zich in 2030 verder bovenregionaal onderscheidt met een aantal voorzieningen die van excellente kwaliteit zijn. Hierbij wordt onder andere ingezet op excellente woonmilieus in Lelystad. De ontwikkeling van het Waterfront voorziet in de ontwikkeling van een uniek, gemengd gebied waar ruimte is voor wonen, leisure, horeca en detailhandel. Hiermee wordt aangesloten bij de ambitie die in de omgevingsvisie is geformuleerd.

4.2.2

Omgevingsprogramma Flevoland (2019)

Het Omgevingsprogramma Flevoland is door de provinciale staten van de provincie Flevoland op 10 juli 2019 vastgesteld. Het Omgevingsprogramma anticipeert op de toekomstige Omgevingswet, waarin staat dat een provincie moet beschikken over een programma. Daarin is al het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee zijn beleidskeuzes compact en de samenhang geborgd. Het programma bindt alleen de provincie, maar gemeenten en waterschappen moeten er bij het maken van plannen of beleid wel rekening mee houden. Hierna wordt ingegaan op de relevante thema's voor het onderzoeksgebied.

Ruimte (stedelijk gebied) Het verstedelijkingsbeleid is gericht op efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Het Waterfront maakt een wezenlijk onderdeel uit van een beoogde integrale kwaliteitsimpuls van Lelystad en het plangebied is aangemerkt als Stedelijk gebied volgens het Omgevingsprogramma Flevoland. De ladder voor duurzame verstedelijking is toegepast (par. 4.1.1.) om een acceptabel woon- en leefklimaat en een duurzaam ruimtegebruik te onderbouwen. 5 mei 2026

36

Cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteiten De primaire waterkering is aangemerkt als cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteit en belichaamt de essentie van het polderconcept van Flevoland dat behouden dient te blijven. De bedoeling van project Waterfront is dat Lelystad het karakter krijgt van een stad aan het water in plaats van een stad achter de dijk. De dijk is het verbindende element. Een nadere onderbouwing van de mate van behoud van cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteiten is gegeven in paragraaf 5.11. Aardkundig waardevol gebied Binnen het plangebied geldt een algemene verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de midden fase van de Swifterbantcultuur (circa 5200-3800 v. Chr.). Ook deze resten bevinden zich vermoedelijk relatief diep onder het maaiveld binnen het plangebied. De resten kunnen worden aangetroffen op een diepte van ca. 6 - 8 m -NAP, waarbij mogelijke opduikingen onvoldoende in beeld zijn. Op de afzettingen van Wormer kan nog Hollandveen worden aangetroffen. Binnen het plangebied geldt geen verwachting op dit niveau, aangezien dit reeds aan het eind van het Neolithicum is verdronken. Uit de boringen blijkt dat dit niveau zich op zijn hoogst vanaf ca. 4,80 m -mv voorkomt. Een nadere onderbouwing van de mate van behoud van aardkundig waardevolle gebieden is gegeven in paragraaf 5.11.

Archeologische aandachtsgebieden In het hele bestemmingsplangebied kunnen resten en vondsten uit de prehistorie, (late) Middeleeuwen t/m de Nieuwste tijd worden aangetroffen, zie paragraaf 5.11. Archeologie is opgenomen in de regels en op de verbeelding door middel van dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’. Het vroegtijdig uitvoeren van archeologisch veldonderzoek in de Planuitvoeringsfase kan risico’s op het gebied van de archeologie in een vroegtijdig stadium in kaart te brengen, en het afwegen van eventuele noodzaak tot het doen van vervolgonderzoek (tot aan een eventuele opgraving), danwel tot planaanpassing/mitigerende maatregelen. Een nadere onderbouwing van de mate van behoud van archeologische (verwachtings)waarden is gegeven in paragraaf 5.11. Natura 2000 gebieden Ongeveer de helft van Flevoland; de Oostvaardersplassen, de Lepelaarplassen en vrijwel alle grote wateren, is aangewezen als speciale beschermingszone onder de Europese Vogelrichtlijn en maakt deel uit van het internationale natuurnetwerk Natura 2000. De provincie is bevoegd gezag voor vergunningverlening en handhaving op grond van de Wet Natuurbescherming. Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient het planvoornemen getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden.

Een nadere onderbouwing van deze toetsing is gegeven in paragraaf 5.10. Geluid langs provinciale wegen Er vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats met geluidgevoelige objecten in de nabijheid van de N307. Het onderhavige plan is in lijn met het omgevingsprogramma Flevoland (2019).

4.2.3

Omgevingsverordening Flevoland (2019)

Omgevingsverordening Flevoland (2019) is door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland op 27 februari 2019 vastgesteld. Met de Omgevingsverordening wil de provincie anticiperen op de Omgevingswet. Dit betekent dat alle regels met betrekking tot het omgevingsrecht (in dit geval de provinciale) in één regeling worden gebundeld. De verordening bestaat uit drie soorten regels: algemene regels en vergunningstelsels gericht op burgers, regels gericht tot bestuur zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor 5 mei 2026

37

vergunningaanvragen en als derde instructieregels over uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. De Omgevingsverordening ziet net als de Omgevingswet op alle regels inzake de fysieke leefomgeving (bouwen, infra, water, bodem, lucht, landschap, natuur en cultureel erfgoed). Wel zijn er regels gesteld met het oog op het zoveel mogelijk voorkomen en beperken van luchtverontreiniging, zodat een goede luchtkwaliteit wordt bereikt en de bescherming van de volksgezondheid. Deze regel heeft betrekking op de Oostvaardersdijk (westelijk deel Bataviakwartier) en het gebied tussen het woon-werkgebied in Batavia-Haven en de leidam waar met de ontwikkeling van het Waterfront een woongebied beoogd wordt. Het onderhavige plan is in paragraaf 5.5 getoetst aan de geldende luchtkwaliteitsnormen en de conclusie luidt dat deze in lijn is met de Omgevingsverordening Flevoland (2019).

4.2.4

Ontwikkelingsvisie 2030

Het verstedelijkingsbeleid in Flevoland is gericht op de versterking van de bestaande steden en dorpen. Mede gezien de gewenste bundeling van de verstedelijking langs de hoofdinfrastructuur ligt de nadruk van verdere stedelijke ontwikkelingen op Almere en vervolgens op Lelystad. Dronten en Emmeloord, die aan één van de beide ontwikkelingsassen liggen, hebben een kleinere opvangtaak. De overige kernen in Flevoland voorzien primair in de opvang van de eigen woningbehoefte. Realisatie van verstedelijking is primair een gemeentelijke taak. Provinciale aandacht is nodig voor de onderlinge afstemming tussen gemeenten over de omvang en de zoekrichting van de reservering van ruimte voor stedelijke ontwikkeling. Het plangebied is aangeduid als stedelijk gebied in combinatie met waterfrontontwikkeling waarbinnen waterbeheer, recreatie, wonen, werken en natuur samengaan. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in versterking van de bestaande stad door waterfrontontwikkeling en het toevoegen van divers programma van functies, dat daardoor Lelystad als geheel beter laat functioneren. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de ontwikkelingsvisie 2030.

4.2.5

Programma Landschap van de Toekomst

Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben op 13 oktober 2021 het ‘Programma Landschap van de Toekomst’ vastgesteld. Het ‘Programma Landschap van de Toekomst’ biedt handreikingen voor behoud, versterking en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het landschap van de toekomst in de vorm van overwegingen. Enkele overwegingen zijn voor landschap van provinciaal belang en relevant voor het Waterfront en worden in het kader van de ruimtelijke kwaliteit geborgd in het planvoornemen: • Het behouden en het zichtbaar en beleefbaar maken van de dijkzone als fundament van de polders en de landschappelijke identiteit. De bedoeling van project Waterfront is dat Lelystad het karakter krijgt van een stad aan het water in plaats van een stad achter de dijk. De dijk is het verbindende element. De historische dijk wordt minder zichtbaar maar daar staat tegenover dat met het project Waterfront een nieuw hoofdstuk wordt toegevoegd aan de landschappelijke ontwikkeling van de dijkzone. • Versterk monumentale belevingsassen om de beleving van het open polderpanorama te garanderen. In het plangebied is de Houtribweg aangemerkt als belevingsas volgens het programma Landschap van de Toekomst. In het planvoornemen wordt de Houtribweg de backbone van het plangebied die de stad verbindt met het Waterfront. Door de valleien tussen de woonclusters wordt de belevingswaarde sterk verbeterd.

In uitstraling verandert de Houtribweg positief; • Geef extra aandacht aan hybride gebieden met een hoge dynamiek en waar meerdere opgaven samen komen. Het project Waterfront heeft een meerledige ruimtelijke opgave (onder andere 5 mei 2026

38

programmering aan het water in relatie tot waterveiligheid) en zorgt ervoor dat Lelystad als ‘stad aan het water’ doorgaat en de verbinding met de bestaande stad wordt gevonden. Bovengenoemde ruimtelijke kwaliteiten worden met het plan Waterfront gerealiseerd. Het plan is derhalve in lijn met het programma Landschap van de Toekomst.

4.2.6

Waterprogramma Flevoland

De verantwoordelijkheid voor het op orde brengen en veilig houden van de primaire keringen, de keringen die Flevoland beschermen tegen het buitenwater, berust bij het Rijk en de waterschappen. In Nederland wordt waterveiligheid benaderd volgens het principe van meerlaagse veiligheid, waarbij preventie (laag één) de belangrijkste laag is. Bij het nationale waterveiligheidsbeleid van de primaire waterkeringen geldt een risicobenadering. Het Rijk stelt de normen vast voor de bescherming tegen overstromingen. Het Waterschap toetst conform de landelijke regelgeving alle primaire waterkeringen en draagt zorg voor het versterken van deze waterkeringen. In het kader van het HWBP-dijktraject van het Waterschap Zuiderzeeland worden maatregelen getroffen aan de primaire waterkering in het plangebied, waarmee de hoogwaterveiligheid van Lelystad en omgeving in de toekomst geborgd blijft. Het Waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland vinden het belangrijk dat er bij dijkversterkingen en in het beheer synergie gezocht wordt door het zoveel mogelijk meekoppelen van andere ambities en functies vanuit maatschappelijke wensen of opgaven. Door samenwerking ontstaan win-win situaties waarin waterveiligheid en andere doelen elkaar versterken.

De uitvoering van het project Waterfront is een meekoppelkans voor de dijkversterkingsopgave in het kader van het HWBP-dijktraject; de primaire waterkering wordt daarmee beoogd onderdeel van integrale gebiedsontwikkeling met behoud van de waterveiligheid. De planprocessen voor de dijksversterkingsopgave en het Waterfront zullen geïntegreerd moeten worden. Als de waterkering verlegd (en gereconstrueerd) kan worden, zal het waterschap een projectbesluit in procedure brengen dat moet worden goedgekeurd door de provincie.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Lelystad 2040

De Omgevingsvisie ‘Sterke stad in de regiohoofdstad van de nieuwe natuur’ is vastgesteld op 22 juni 2021 door de gemeenteraad van Lelystad en bevat een samenhangende visie op de fysieke, ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen waarmee het gemeentebestuur richting geeft aan de toekomstige ontwikkeling van de stad. Met de Omgevingsvisie wil Lelystad haar inwoners een steeds aantrekkelijkere en groene woonomgeving in een bruisende stad bieden. De ambitie is dat Lelystad een sterke stad in de regio wordt en verder inzet als Hoofdstad van de Nieuwe Natuur. Lelystad gaat zich de komende jaren inzetten om voor haar toekomstige 100.000 inwoners een economisch sterke, groene en gezonde leefomgeving te ontwikkelen. Lelystad gaat voor groene verstedelijking. De nieuwbouw en transformatie van de bestaande stad wordt gericht ingezet op selectieve plekken waar de maatschappelijke en economische meerwaarde het grootst is en bijdragen aan het in balans brengen van de stad. Huidige inwoners wordt een beter perspectief op een wooncarrière (zowel starten als doorstromen) geboden. En ook op de ruimtelijke kwaliteiten van de stad (Hoofdstad van de Nieuwe Natuur) en op het economisch profiel van onze stad. Het project Waterfront Stedelijke Kust past in deze ambitie.

5 mei 2026

39

4.3.2

Lelystad Next Level

De gemeente Lelystad, provincie Flevoland en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werken met elkaar samen in ‘Lelystad Next Level’. In de komende jaren wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Lelystad tot een aantrekkelijke en duurzame stad met maatschappelijke kracht, die financieel gezond en zelfstandig is. Er zijn 4 doelstellingen geformuleerd om het hoofddoel en daarmee de missie te bereiken: 1. Versterken Lelystad als hoofdstad van de nieuwe natuur; 2. Doorgroeien naar een sociaal veerkrachtige, duurzame en economisch sterke stad van 100.000 inwoners in 2040; 3. Vergroten aantrekkelijkheid van Lelystad; 4. Branden van Lelystad als aantrekkelijke woonstad. Onder het motto ‘Hoofdstad van de Nieuwe Natuur’ ontwikkelt Lelystad een nieuw imago: de basis voor Lelystad Next Level waarbij ook in de groei van de stad met 40.000 woningen is voorzien. De kust speelt een belangrijke rol in de groei van de stad. Het voornemen Waterfront Stedelijke Kust draagt derhalve bij aan de doelstellingen genoemd in het programma Lelystad Next Level.

4.3.3

Economisch Perspectief Lelystad 2030

Het Economisch Perspectief Lelystad 2030 schetst een actueel beeld van de economie en de economische uitdagingen voor de (middel)lange termijn. Ondanks de coronacrisis heeft Lelystad de groei aangegrepen om voorzieningen te versterken, de stedelijke structuur te verbeteren en werklocaties toekomstbestendig te maken. Digitalisering, verduurzaming en technologische ontwikkelingen vormen de basis voor toekomstige kansen, en het perspectief fungeert als leidraad voor de komende tien jaar. Het document draagt bij aan de ambities van Lelystad Next Level en benadrukt tien economische opgaven voor de komende jaren tot 2030, waaronder aantrekkelijke werklocaties, een inclusieve arbeidsmarkt, het versterken van het ondernemersklimaat, regionale samenwerking, een aantrekkelijk stadscentrum, propositie-uitbouw, transitiesectoren (energie, circulaire economie, CO2-reductie), human capital, goederengerichte sectoren (maakindustrie, logistiek) en de vrijetijdseconomie. Deze opgaven zijn onderverdeeld in drie sporen: 'Basis op orde' voor structurele aandacht, 'Specifieke thema's' die extra aandacht vragen, en 'Kracht van Lelystad' gericht op het uitbouwen van de economische pijlers. De focus ligt op aantrekkelijke werklocaties, een inclusieve arbeidsmarkt, het versterken van het ondernemersklimaat, regionale samenwerking, een toekomstbestendig stadscentrum en de groei van vrijetijdseconomie.

Het perspectief fungeert als strategisch kompas voor de gemeente om de economische uitdagingen aan te gaan en ambities te realiseren. Het voornemen Waterfront Stedelijke Kust draagt onder andere bij aan het versterken van het ondernemersklimaat en de groei van de vrijetijdseconomie, genoemd als opgaven in het Economisch Perspectief Lelystad 2030.

4.3.4

Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie Lelystad 2016-2026

Het Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie Lelystad 2016-2026 benadrukt de economische betekenis van de vrijetijdseconomie voor Lelystad en benoemt specifieke doelen, waaronder het vergroten van de aantrekkelijkheid van Lelystad als vrijetijdsbestemming. Belangrijke randvoorwaarden voor deze groei zijn onder andere toegankelijke vrijetijdsvoorzieningen, kwalitatief hoogwaardige faciliteiten, en een professioneel georganiseerde en gastvrije vrijetijdssector. Het document onderstreept dat de vrijetijdssector niet alleen economisch van belang is, maar ook bijdraagt aan de leefbaarheid en het aantrekkelijk maken van Lelystad als woonplaats. 5 mei 2026

40

Het herijkte programma stelt drie strategische uitgangspunten voor de periode 2022-2026: • Heldere Positionering: Het document benadrukt het belang van het bepalen van de positie van Lelystad in de Nederlandse vrijetijdseconomie en identificeert het DNA van Lelystad als 'De hoofdstad van de nieuwe natuur'. • Sterke Profilering met Toeristische Poorten en Parels: Het programma identificeert toeristische toegangspoorten en parels, zoals Lelystad Kust en de Marker Wadden, om de profilering van Lelystad te versterken. • Voldoende Financiële Middelen: Het benadrukt de noodzaak van financiële middelen voor het realiseren van doelen en pleit voor cross-sectorale samenwerking en efficiënt gebruik van gemeentelijke middelen. Het document benoemt zes speerpunten voor de komende jaren, waaronder het vergroten van de bekendheid van Lelystad, het creëren van een verrassende bezoekervaring, het waarborgen van fysieke en digitale bereikbaarheid, het bieden van voldoende aanbod en capaciteit, samenwerking op verschillende niveaus, en het koppelen van vrijetijdsactiviteiten aan onderwijs en arbeidsmarkt. Het voornemen Waterfront Stedelijke Kust draagt met haar (leisure) programma bij aan de profilering van Lelystad en een uitnodigende bezoekerservaring in de vrijetijdssector.

4.3.5

Kustvisie Lelystad 2030

De Kustvisie schetst een beeld van de ontwikkelingen op de lange termijn. In de Kustvisie wordt ingezet op de verdere toeristische en recreatieve ontwikkeling van de Lelystadse kust en moet de kust in belangrijke mate eraan bijdragen dat Lelystad een herkend profiel krijgt als ‘hoofdstad van de Nieuwe Natuur’. De kustvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen en biedt aanknopingspunten voor initiatiefnemers. Met de ontwikkeling van Lelystad als kuststad en hoofdstad van de nieuwe natuur en het versterken van de verbindingen daartussen zet Lelystad een beeld neer voor de lange termijn, voor een periode van zo’n 20 jaar vooruit. De kustvisie beschrijft het gebied via drie thema’s: 1. De kust als onderscheidende eenheid 2. De kust als vitaal en duurzaam gebied 3. De kust als verbindend element, vooral met de directe omgeving en het achterland. De Kustvisie Lelystad 2030 verdeelt het kustgebied in vijf deelgebieden en schetst het toekomstbeeld voor 2030 per deelgebied. Waterfront Stedelijke Kust is onderdeel van het deelgebied ‘De Stedelijke Kust’. De ambitie is om hier een goed bereikbaar, hoogwaardig en gevarieerd milieu te creëren, attractief zowel voor bewoners als voor bezoekers. Het gebied richt zich op vrijetijdsbesteding, recreatie op water én land, in combinatie met bijzondere woonmilieus nabij water en natuur.

Functies in de stedelijke kust, en in het bijzonder in het Bataviakwartier, vullen het aanbod van het Stadshart aan, waarbij wordt gezorgd dat elke voorziening op de juiste locatie komt waar deze het meeste toevoegt aan de ontwikkeling en aantrekkelijkheid van de stad. De Kustvisie Lelystad 2030 vormt het beleidskader waarmee een ruimtelijke verkenning is uitgevoerd naar de wijze waarop de doelstellingen van het project Waterfront invulling kunnen krijgen. Het planvoornemen draagt bij aan het geschetste toekomstbeeld wat de gemeente voor ogen heeft in in het deelgebied ‘De Stedelijke Kust’.

5 mei 2026

41

4.3.6

Actieplan Duurzaamheid 2021-2024

Het actieplan duurzaamheid is vastgesteld op 2016 door de gemeenteraad. Dit actieplan is gebaseerd op de Kadernota Duurzaamheid van 2016 die nog steeds actueel is. In het actieplan staan maatregelen benoemd en projecten gedefinieerd. Binnen het actieplan is er sprake van vijf speerpunten: Energie, Afval & Circulaire Economie, Voedsel, Mobiliteit, en Fysieke Leefomgevingen. Ook bevat het plan het thema Duurzame Gemeente. Met het actieplan wil de gemeente Lelystad een stukje dichterbij komen bij de einddoelen die voor 2050 zijn gesteld. De ambitie is om een duurzame stad te worden en een voorbeeldfunctie voor andere steden. In de Kadernota Duurzaamheid is voor het speerpunt energie als doel gesteld een evenwicht te verkrijgen tussen het lokale energieverbruik en duurzaam opgewekte energie. Voor het speerpunt circulaire economie en afval is als doel gesteld om de hoeveelheid restafval terug te dringen (100 kg per inwoner in 2020). Voor voedsel is als doel gesteld om een duurzaam en lokaal voedselsysteem realiseren. Voor het speerpunt mobiliteit is het doel een verantwoorde mobiliteit, in 2025 en 20% minder Co2 uitstoot dan in 1990. De gemeente Lelystad wil daarbij een goede en aangename fysieke leefomgeving, rekening houdend met toekomstige behoeften zonder afwenteling van problemen naar elders en later.

Het project Waterfront Stedelijke Kust zal aan de actieplan duurzaamheid 2021-2024 voldoen. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat bouwwerken zijn toegestaan bij de parkeerterreinen in Bataviakwartier en Noordersluis voor de realisatie van zonnepanelen op een constructie.

4.3.7

Woonvisie 2022-2027

De woonvisie 2022-2027 is vastgesteld op 14 december 2021 door de gemeenteraad. In deze woonvisie is beschreven wat de gemeente Lelystad de komende vijf jaar kwalitatief wilt bereiken op het brede terrein van wonen. Deze visie biedt ruimte voor experimenten, innovatieve architectuur, innovatieve bouwstijlen en ontwikkelingen om het behoud van grondstoffen te stimuleren, zoals demontabel en circulair bouwen met houtbouw en bio-based materialen. Daarbij worden natuur-inclusiviteit en klimaatadaptatie gezien als overlappende onderwerpen. Ook maakt de gemeente afspraken met ontwikkelaars en corporaties bij nieuwbouw én bestaande bouw om deze manier van bouwen aan te jagen. Hierbij wilt de gemeente een extra stap zetten richting de verduurzaming richting de toekomst. Het project Waterfront Stedelijke Kust past in deze ambitie. Een nadere onderbouwing hierover wordt gegeven in paragraaf 5.13.

4.3.8

Convenant Toekomstbestendige woningbouw 2023

Het convenant toekomstbestendige woningbouw is een initiatief dat voortkomt uit een samenwerking tussen provincies, gemeenten, marktpartijen en diverse kennispartners. Ook de gemeente Lelystad heeft dit convenant ondertekend. De ambitie van dit convenant is om de duurzaamheidsambities makkelijker en tegen lagere kosten onderdeel te maken van de grote woningbouwopgave. Dit betekent concreet: zo snel mogelijk, zo veel mogelijk woningen realiseren. Woningen die passen bij de huidige woonwensen en die ook voldoen aan de woningbehoefte op de lange termijn. Tegelijkertijd hebben ze de taak om zo toekomstbestendig duurzaam mogelijk te bouwen. Dit convenant brengt de belangrijkste duurzaamheidsthema’s samen en biedt een kader voor opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen om de duurzaamheidsambities in de woningbouwopgave te integreren. De thema’s waar dit convenant zich op richt zijn: circulariteit, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, natuurinclusiviteit en gezondheid. Uitgangspunt zijn de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, circulariteit en de energietransitie. Het project Waterfront Stedelijke Kust past in deze ambitie. Een nadere onderbouwing hierover wordt gegeven in paragraaf 5.13. 5 mei 2026

42

4.4

Waterschapsbeleid

De gewenste ontwikkeling Waterfront vraagt grote wijzigingen aan de primaire waterkering die niet binnen het door Waterschap Zuiderzeeland vastgestelde waterveiligheidsbeleid passen. Het voornemen dient te voldoen aan het Waterkader, de Keur, legger en het beleid (o.a. voor primaire keringen) van Waterschap Zuiderzeeland. Er zal bestuurlijke medewerking nodig zijn van Waterschap Zuiderzeeland voor voorgenomen handelingen in het beheergebied van het waterschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=20df5ca9-9444-406c-b821-5012b4a9a5b3